waarom

Samenvatting didactische vaardigheden (conventioneel)

Algemeen

Leerprincipes:

  • “Weet waarom je leert” principe (wat en waarom), meer motivatie
  • Aanknoopprincipe (bij ervaringen en kennis aansluiten), beter begrip
  • Plezierprincipe, motiveert deelnemer
  • Terugkoppelingprincipe, controleren en bijsturen van het leerproces
  • “Oefening baart kunst” principe, oefenen is herhalen (onthouden) en toepassen.
  • Activiteitsprincipe, actief toepassen van stof

Didactisch model

Leerproces

Leerproces

Lesvoorbereiding

Stappen lesvoorbereiding

  • Leerdoelen
  • Beginsituatie
  • Leerinhoud
  • Werkvormen
  • Hulpmiddelen
  • Lesplan
  • Praktische voorbereiding

Leerdoelen

Algemene leerdoelen: leerdoelen in groter geheel

Specifieke leerdoelen: leerdoelen binnen een les

Typen leerdoelen:

  • Vaardigheidsdoelen (psychomotorische doelen); indien deelnemers bepaalde (denk)handelingen moet leren verrichten
  • Kennisdoelen (cognitieve doelen); indien deelnemers bepaalde informatie of kennis moeten begrijpen en/of onthouden
  • Houdingsdoelen (attitudedoelen); indien deelnemers bepaalde (positieve) houding moet verwerven of bepaalde gevoelens moet tonen

Leerdoel eisen

  • Beschrijft het gedrag aan het eind van de les of opleiding
  • SMART gedefinieerd
  • Voorwaarden bevatten waaronder het gedrag vertoond moet worden
  • Bereikbaar zijn

Beginsituatie

Hoe is de beginsituatie van de deelnemers?

Hoe groot is de groep

Wat is de achtergrond van de deelnemers (toelatingseisen)

Wat zijn de randvoorwaarden waaronder ik les moet geven?

  • Tijdstip
  • Inrichting lokaal
  • Kwaliteit en aanwezigheid hulpmiddelen

Aansluiten van les op beginniveau

Indien beginsituatie niet goed is ingeschat, improviseren:

  • deelnemers lesinhoud laten presenteren
  • tekst laten lezen als uitgangspunt voor verdere les
  • vragen inventariseren
  • oefeningen laten maken die achter de hand zijn

Leerinhoud

Leerinhoud kiezen

  • Bepaal welke leerinhoud noodzakelijk is om leerdoel te bereiken
  • Bepaal wat er gebeurt indien leerinhoud wordt weggelaten

Leerinhoud structureren

  • bepaal stappen
  • bepaal volgorde stappen
    • logisch
    • doelgroep (niveau, belevingswereld)
    • didactisch (makkelijk >> moeilijk)
    • praktische omstandigheden
    • persoonlijke voorkeur
  • bepaal per stap wijze van controle

Lesopbouw bepalen

  • Inleiding; 5 tot 10 minuten
  • Aandacht trekken (motiveren)
  • Doel van les aangeven
  • Relevantie van les vermelden
  • Programma van les aangeven
  • Toetsen van beginsituatie / voorkennis ophalen
  • Kern
  • Motiveren
  • Begrijpen
  • Onthouden
  • Toepassen
  • Controleren / bijsturen
  • Afsluiting
  • Samenvatten
  • Relevantie herhaling
  • Behalen leerdoelen controleren
  • Vooruitblikken

Werkvormen

Werkvorm Demonstratie en oefening

  • Geschikt voor vaardigheidsdoelen voor aanleren concrete handelingen
  • Leerinhoud verbaal, motoriek en visueel overbrengen
  • Bestaat uit voordoen en na laten doen
  • Alleen geschikt voor kleine groepen

Aandachtspunten

  • Analyseer de taak; verdeel in stappen; 1 maal normaal voordoen, dan 1 maal vertraagd met verbale ondersteuning; Nadoen eerst vertraagd met ondersteuning en aanwijzingen, nogmaals herhalen met verbale ondersteuning door student, normaal tempo herhalen
  • Zorg voor goede demonstratie (iedereen zichtbaar)
  • Zorg voor materialen (voldoende; pas uitdelen na demonstratie)

Werkvorm Doceren

  • Geschikt voor het behalen van kennisdoelen
  • Leerinhoud verbaal overdragen
  • Bestaat uit de leerinhoud uitleggen door docent
  • Geschikt voor grote groepen met gelijke beginsituatie / voorkennis

Aandachtspunten

  • Breng structuur aan; gebruik daarbij media
  • Sluit aan bij deelnemer
  • Controleer regelmatig op begrip
  • Houdt het boeiend
  • Beperk de informatie
  • Maak het niet te lang (aandacht neemt af na 10 minuten)
  • Maak afspraken over vragen (tijdens of achteraf)

Werkvorm Onderwijsleergesprek

  • Leerinhoud wordt verbaal overgebracht
  • Bestaat uit het voeren van een gestuurd gesprek waarbij de deelnemers aan het denken worden gezet volgens een stramien van voorbereide vragen
  • Geschikt voor groepen de reeds enige voorkennis hebben

Aandachtspunten

  • Gebruik open vragen
  • Breng denkproces bij deelnemer op gang
  • Stel 1 vraag tegelijk
  • Geef gelegenheid om over een vraag na te denken
  • Herformuleer de vraag bij onvoldoende antwoord (vraag alleen herhalen indien niet goed verstaan; beantwoord de vraag zelf niet)
  • Herhaal de goede elementen uit een onvoldoende antwoord
  • Vraag door (nader verklaren of aanvullen)
  • Speel doorvragen door in groep
  • Plaats antwoorden in groter verband
  • Geef duidelijke feedback (niet door het herhalen van een letterlijk antwoord)
  • Vat tussentijds samen
  • Maak gebruik van aanwezige voorkennis
  • Dwaal niet af, verzand niet in discussie
  • Gebruik hulpmiddelen
  • Geef beurten om aandacht te verdelen
  • Maak gebruik van analyse-, synthese- en evaluatievragen.

Werkvorm Opdrachten

  • Geschikt voor alle typen leerdoelen
  • Geschikt voor groepen waarbij benodigde voorkennis als uitgangspunt aanwezig is
  • Bestaat uit het laten uitvoeren van opdrachten (individueel of groepjes) met assistentie / controle van opleider

Soorten opdrachten:

  • Reproductie opdrachten; gesloten opdrachten om te controleren of de leerinhoud duidelijk is (leerinhoud laten herhalen)
  • Verwerkingsopdrachten; opdrachten welke toepassing van de leerinhoud afdwingen
  • Probleemgerichte opdrachten; waarbij de wijze van oplossing belangrijk is
  • Zoekopdrachten
  • Analyse opdrachten
  • Beslisopdrachten
  • Creatieve opdrachten; waarbij een unieke eindsituatie moet worden bedacht

Aandachtspunten

  • Zet opdracht op papier, benoem criteria en procedure
  • Neem de tijd om opdracht over te brengen
  • Geef het doel aan
  • Geef het eindproduct aan
  • Geef de tijd aan
  • Controleer of de opdracht helder is
  • Zorg voor materiaal
  • Begeleid tijdens de opdracht
  • Zorg dat iedereen actief is
  • Leg indien nodig het proces stil
  • Geef feedback op de resultaten
  • Resultaatmelding
  • Kwalitatieve informatie
  • Vervolgafspraken
  • Herhaal indien nodig de theorie

Lesplan

Lesplan voorbeeld

Lesplan voorbeeld

Praktische voorbereiding

Lange termijn:

  • voorbereiden materiaal en hulpmiddelen
  • schrijven flapovers
  • kopiëren van teksten
  • verkrijgen materiaal, modellen etc.

Korte termijn:

  • ruim op tijd aanwezig
  • lokaalopstelling, meubels en presentatiemiddelen
  • controleer schrijfmateriaal hulpmiddelen
  • instellen en aansluiten hulpmiddelen
  • Koffie e.d. controleren

Lesgeven

Motivatie

  • Intrinsiek gemotiveerde deelnemer: leren om de stof te beheersen (dit is het doel; wil dit leren)
  • Extrinsiek gemotiveerde deelnemer: leert om de stof als middel in te kunnen zetten (derde doel; moet dit leren)

Motivatoren

  • afwisseling in de les
  • relevantie vermelden
  • pakkende voorbeelden gebruiken
  • enthousiast zijn
  • humor

Toetsen

Formele toetsing: meet het eindresultaat

Continue toetsing: doorlopend toetsen of de deelnemers volgen

  • vragen (laten) stellen
  • samenvatting (laten) geven
  • opdrachten geven
  • O.L.G. voeren
  • Handelingen laten verrichten
  • Non-verbale signalen (gefronste wenkbrauwen) oppikken

Aandachtspunten tijdens de les

  • sluit bij beginsituatie aan
  • schakel de deelnemers zoveel mogelijk in
  • wees overtuigend en enthousiast
  • sta zoveel mogelijk tijdens de les, beweeg
  • spreek duidelijk, las af en toe een rustpauze in
  • verklaar jargon
  • moedig de deelnemer aan
  • observeer de groep, probeer oogcontact te krijgen
  • maak duidelijke afspraken met deelnemers
  • wees consequent

 

5 basisprincipes van middelmatigheid

5 handige stappen om niets te bereiken! Wil jij je verstoppen in middelmatigheid en je leven aan je voorbij laten gaan? Vijf gouden regels die jou daarbij helpen:

  1. Doe maar wat. Het maakt niet uit wat je doet. Weet vooral wat je niet wilt, en probeer dat zo veel mogelijk te vermijden. Al die goeroe’s die het hebben over doelen stellen proberen enkel jou te verleiden tot een hoop gedoe, dus doe lekker waar je zin in hebt. Niets, bijvoorbeeld.
  2. Hou vast aan wie je bent. Jij bent wie je bent, en je doet wat je doet. Aanpassen dat laat je over aan anderen. En als ze het daar niet mee eens zijn: jammer dan! Jij weet dat jij het goed ziet, dat je gelijk hebt, en dat voelt comfortabel. De dingen anders doen is ongemakkelijk en levert alleen maar gedoe op. Jij redt je best, en dat is waar het om gaat. Als je de doet wat je altijd al doet, blijf jij jezelf. Wees je gedrag!
  3. Zoek de bevestiging van jouw gelijk. Jij hebt in het verleden een goed beeld gecreëerd van hoe de wereld werkt, en jij weet dat je gelijk hebt. Het is dus niet nodig om kritisch naar jezelf te zijn; je kan achterover zitten en het leven aanschouwen en in je ervaringen telkens weer de bevestiging vinden hoe goed jij de wereld doorhebt.
  4. Doe niets! Wanneer je iets doet dan veranderen de dingen om je heen, en het is goed zoals het is. Hou je vooral bezig met de vraag WAAROM zou ik iets doen, en HOE hou ik het zoals het is. Besef je dat alles wat je nu kan doen ook later kan, en als het later kan, waarom zou je het dan überhaupt doen? Je hebt tijd genoeg, en de tijd nu kan je het beste gebruiken voor waar je nu zin in hebt.
  5. Bijna tevreden is goed genoeg, en misschien ben je niet overal even tevreden over, maar de dingen zijn nou eenmaal zoals ze zijn. Accepteer dat maar, scheelt een hoop gedoe. Je weet dat de dingen zijn zoals ze zijn, en je laat je niet beïnvloeden door anderen. Wees gesloten, besef je dat je alles al weet, dat het niet uitmaakt wat je doet en wees bovenal lekker passief. Zak lekker onderuit, maak jezelf klein. Verwacht niet te veel, dan valt het ook niet tegen. Het gaat er om dat je over de lat heen komt, en als je de lat wat lager legt, dan ga je er ook overheen.

Gebruik je evaluatie effectief om meer klanten te krijgen

Wanneer jij jezelf presenteert aan klanten, met een website of welke manier dan ook, wat is dan je doel? Wil je laten zien hoe goed je product of dienst wel niet is? Wil je ze overtuigen dat ze voor jouw product of dienst kiezen? Wat wil je bereiken? Als je effectief wilt zijn, dan zal je een doel moeten hebben. Sta daar eens bij stil, wat je nu precies wilt bereiken.

Waarschijnlijk wil je dat potentiële klanten op basis van de presentatie ook daadwerkelijk kiezen voor jouw product of dienst. Weet je, je bent zelf ook een potentiële klant. Ga eens na wanneer en hoe jij zelf op zoek gaat naar een product of dienst, vergelijkbaar met je eigen product of dienst, en waarom je kiest voor de één of de ander.

Waarschijnlijk zal je opmerken, of nu ik het aangeef bewust worden, dat je op zoek gaat vanuit de beleving die je zelf hebt, vanuit de verwachting die je zelf hebt bij een product of dienst. Je zoekt naar de dingen die in het product of de dienst belangrijk zijn voor jou. Je zoekt en beslist op basis van wat het jou te bieden heeft, op basis van jouw verwachting van wat het jou oplevert.

Ook jouw presentatie zal dus beter effect hebben wanneer jouw focus ligt op het presenteren van de zogenoemde WIIFM, de What-Is-It-For-Me, zodat de lezer/toehoorder van je presentatie de dingen kan vinden die belangrijk zijn voor hem/haar. Om de WIIFM van jouw product of dienst te vinden kan je de volgende drie stappen gebruiken om je product- of dienstbeschrijving te vertalen naar de ontvanger:

  • Ga na of bepaal welke klanten jouw potentiële klanten zijn
  • Op basis van stap 1: ontdek welke problemen deze potentiële klanten hebben
  • Op basis van de vorige stap: hoe bied jij welke oplossingen voor deze problemen
  • Bepaal welke voordelen en opbrengsten jouw product of dienst biedt –> deze voordelen en opbrengsten zijn de WIIFM voor jouw klanten, de uitkomsten van deze stap neem je op in je presentatie.

Gebruik je evaluatie om je WIIFM te verbeteren

Vaak wordt het beschrijven van de WIIFM als lastig ervaren. Jij weet allang hoe goed jouw product of dienst is, en dat maakt het lastig om je te verplaatsen in iemand die dat nog niet weet. Bovendien zal je met deze manier van bepalen wat goed is voor jouw klanten helemaal afhankelijk zijn van jouw eigen wereldbeeld, je eigen creativiteit, je eigen inzicht, je eigen ervaring. Dat kan er toe leiden dat je nog heel veel voordelen hebt met je product of dienst die je zelf niet zo herkent, en ook dat (doordat jij als specialist andere dingen ziet als de potentiële klant) een mismatch in jouw aanbieding en het verlangen van de klant, en tot slot kan deze manier van preframen (want dat is het natuurlijk) leiden tot verwachtingen die voor jou waar zijn, maar voor de potentiële klant tegenvallen (wat zorgt voor minder positieve ervaringen en referenties).

Een mooie manier om deze problemen te tackelen is het gebruiken van een evaluatie, waarin je vraagt naar de ervaring van de klant met jouw product of dienst. en dan niet in de trend van “Wat vind je er van”, maar twee gerichte vragen, die zowel de situatie beschrijft vooraf aan het besluit om tot aanschaf over te gaan (wat was het dat deze klant overtuigde voor jou te kiezen) als op welke manier deze klant het voordeel heeft ervaren. Daarmee krijg je zeer waardevolle informatie over hoe je eigen product of dienst door je potentiële klanten wordt ervaren, je ontdekt de verlangens van jouw potentiële klanten, je ontdekt meer voordelen, je ontdekt HOE deze voordelen bijdragen in de ervaring van je klanten, en door deze informatie te verwerken in je WIIFM zorg je voor matchende verwachtingen en uitkomsten.

Welke twee vragen kan je stellen om dit effect te bereiken:

  1. Wat is er nu anders?
  2. Hoe heb je dit bereikt?

Wanneer je een dienst als een training aanbiedt, dan zou je bijvoorbeeld jouw evaluatie van de training lekker kort kunnen houden met de volgende 5 vragen:

  1. Hoe heb je de training algemeen ervaren?
  2. Is je verwachting ten aanzien van deze training uitgekomen?
  3. Welke vraag had je vooraf, en is nu beantwoord? Of, wat is er nu anders?
  4. Hoe is deze vraag beantwoord, of hoe heb je dit resultaat behaald?
  5. Wat is er nog niet genoemd, wat je wel wilt meegeven?

 

Mijn uitnodiging aan jou is om deze (in elk geval twee) vragen gewoon eens drie keer te stellen aan jouw klanten, en te zien welke informatie je er mee krijgt, en te ontdekken hoeveel potentie deze manier van evalueren voor jou kan hebben.

 

Ik wens je veel (tevreden) klanten!

Primaire betrokkenheid

Primaire betrokkenheid elicitatie (Prime concern)

1e vraag: “Waar ben je het beste in – het starten van dingen, het veranderen van dingen of het stoppen van dingen?”

2e vraag: “Waar ben je het slechtste in – het starten van dingen, het veranderen van dingen of het stoppen van dingen?”

 

Generaliserende voorspelling:

  • Mensen die het slechtst in het starten van dingen zijn, zullen de meeste problemen hebben met het zijn wie ze willen zijn. “Waarom kan ik niet zijn wie ik wil zijn?”
  • Mensen die het slechtst in het veranderen van dingen zijn, zullen de meeste problemen hebben met het doen van wat ze willen doen. “Waarom kan ik niet doen wat ik wil doen?”
  • Mensen die het slechtst in het stoppen van dingen zijn, zullen de meeste problemen hebben met het krijgen wat ze willen hebben. “Waarom kan ik niet krijgen wat ik wil hebben?”

 

3e vraag: [Wie/Wat] is het dat je niet [bent/doet/hebt] dat je wel wilt [zijn/doen/hebben].”

Primaire betrokkenheid elicitatie via extase-staat

  1. Kan jij je een keer herinneren dat je in totale extase was? Een specifiek moment? Waar was je? Met wie? Etc.
  2. Als je contact maakt met deze beleving van extase, wat was daar toen aanwezig, wat normaal gesproken niet aanwezig is?
  3. Wat was er daar, toen afwezig dat in je normale, gewoonlijke doen aanwezig is?

 

Toen wel, normaal niet aanwezig Toen niet, normaal wel aanwezig
   
   
   
   

Primaire betrokkenheid, proces van de NLP techniek

  1. Vraag Primair belang uit
    1. Starten, veranderen, stoppen
    2. Extase staat
  2. Luister en zoek naar analoog gemarkeerde woorden
  3. Test: back-track de ontdekte woorden
  4. Kalibreer op verandering
  5. Genereer een nieuw patroon
    1. Plaats het in een ander kwadrant van de cartesische coördinaten
      1. Inverse
      2. Converse
      3. Non-mirror image reverse
    2. Maak het patroon inductief
  6. “Ik wil graag dat je het volgende volledig in overweging neemt: …” en geef het patroon terug (waarschijnlijke reactie: “Wat?”)
  7. Herhaal het teruggeven van het patroon 3 tot 7 keer
    1. Het probleem verdwijnt
    2. Ontvanger hoort je niet
    3. Delen integreren
    4. Blokkades vervagen
    5. Analoge markering van de woorden verdwijnt
  8. Test en future pace

 

Voorbeeld bij vormen van het nieuwe patroon:

Elicitatie         
1a. Wat mist?      
Succes.

1b. Toen wel:       
Succes
Veel energie ervaren

1b. Toen niet:       
Schemering
Vaagheid

Ontdekt patroon: Schemering/vaagheid is geen succes.

5a Non-mirror image reverse: Niet schemering is succes.

5b Inductief: Niet schemering -> Al het helder stralende van wie jij bent

Nieuw patroon (respons): Al het helder stralende van wie jij bent is succes.

 

Het waardeninterview

  1. Elicitatie
    1. Braindump. Wat is voor jou belangrijk in deze context? Wat nog meer? Blijf doorvragen. Minimaal 15 waarden (denk aan Miller’s law). Schrijf ze op willekeurige plaatsen op een flipovervel, kris kras door elkaar heen, om volgordelijkheden te voorkomen.
    2. Laat contact maken met een zeer gemotiveerde situatie in deze context, zoals een normale situatie uitvraag. Wat zorgde er voor dat je zo gemotiveerd raakte? Vraag naar de waarden die daarbij horen, en vul aan.
    3. Controleer de volledigheid met een Go/Stay loop.
      1. GO: als al deze waarden aanwezig zijn, is er dan iets dat je toch weggaat uit deze context…? Zo ja, wat is dat dan? Schrijf het eventuele antwoord op als nieuwe waarde.
      2. STAY: Als er geen [nieuwe waarde] is, wat maakt dat je dan toch zou blijven, in deze context…? Schrijf het eventuele antwoord op als nieuwe waarde.
      • Blijf GO and STAY herhalen totdat er geen nieuwe waarden komen.
  2. Zet de waarden in de juiste volgorde
    1. Nummer de waarden op de flip-over. Begin met 1, de belangrijkste. Simpele vragen als: Welke van deze waarden is voor jou de belangrijkste? En als je die zou hebben, welke zou dan het belangrijkste zijn?
      • Bij twijfel: Stel je hebt [noem alle waarden op de lijst], is [A] of [B] belangrijker voor je? Of Stel je hebt [noem alle waarden op de lijst]. Als je [A] niet hebt, echter je zou wel beschikken over [B], zou dat oké zijn voor je?
    2. Neem de waarden in volgorde (1 bovenaan) over op een nieuwe flipover.
  3. Controleer de abstractiegraad
    1. Doorloop de lijst top-down. De hoogste waarde moet de grootste upchunk zijn. Vraag bij elke waarde: Als je [Ad label waarde] hebt, heb je dan [Ad label direct lagere waarde]?
  4. Controleer de logica in de volgorde (syntaxis)
    1. Doorloop de lijst bottom-up. Vraag bij elke waarde: Als je [Ad label waarde] hebt, ondersteunt dat dan [Ad label direct hogere waarde]?
  5. Bepaal de motivatie richting (bereiken/vermijden) van de top 10, per waarde
    1. Kalibreer en let op congruente non-verbale communicatie tijdens deze uitvraag
    2. Laat contact maken: Wat betekent deze waarde, voor jou… Hoe weet je dat je [waarde] bent? Wat zorgt er voor dat jij je [waarde] voelt? Hoe weet je dat iemand [waarde] is?
    3. Waarom is deze waarde belangrijk voor jou? Waarom nog meer? Zoek naar bereiken en vermijden in taalgebruik
      • Ontkenningen
      • Vergelijkende weglatingen
      • Modale operatoren van noodzakelijkheid/mogelijkheid/waarschijnlijkheid
    4. Welke interne representatie heb je bij deze waarde?
    5. Eliciteer de flipsides: Wat is voor jou de flipside, het tegengestelde, van deze waarde?
    6. Waar en wanneer heb je voor het eerst deze flipside ervaren? Hoe jong was je? Waar was je? Ontdek of er nog onverwerkte negatieve emotie te verwerken is, en doe dat dan gelijk met een tijdlijn.
    7. Voor hoeveel procent is deze waarde gestuurd door bereiken, en hoeveel procent door vermijden? Laat een percentage geven, of een indicatie op een schuif van volledig bereiken tot volledig vermijden.
  6. Duidelijke vermijdende motivaties?
    1. Ja: oplossen met een tijdlijn of met de visual squash, gevolgd door een oefening ‘veranderde waarneming’, en helemaal terug naar stap 2
    2. Nee, en wel negatieve emoties met tijdlijn verwerkt: terug naar stap 2.
    3. Nee: verder met stap 7
  7. Los bereiken-bereiken conflicten op (waarden die met elkaar conflicteren of concurreren, die elkaar onmogelijk maken of bestrijden). Doe dit met een 6-step reframe of een visual squash.
  8. Controleer de hiërarchie
    1. Abstractiegraad
    2. Logica in de volgorde (syntaxis)
  9. Voeg toe of verplaats waarden in de hiërarchie met submodaliteiten.
  10. Controleer en future  pace

 

 

Waarden staan bovenaan in de hiërarchie, ze zijn het belangrijkste voor je, omdat je “het” nog niet hebt. Als je “het” hebt, zakt de waarde en wordt het een vooronderstelling.

Conversationeel coachingmodel o.b.v. strategieen

  1. Bepaal de BIG HAIRY AUDICIOUS GOAL
  2. Bepaal de sequitor van de BHAG (de reden waarom, de upchunk, de motivatie)
  3. “Waar wil je vandaag doorheen?”
  4. (Onder)zoek de huidige trigger en strategie. Trigger zoeken: zoek de zintuigelijke waarneming, van het laatste moment dat het nog (net) goed gaat. Strategie zoeken door te laten doorlopen, oogpatronen lezen, conversationeel uitzoeken.
  5. Via een Ve of Ae een nieuwe invulling van de strategie maken. Let er op dat de ogen naar CONSTRUCT gaan (nieuw construeren) en niet naar REMEMBER (herinneren). Een herinnerde strategie is niet effectief, heeft als gevaar dat het al geprobeert is en mislukt (kennelijk):
    1. “Wat zou je dan tegen jezelf willen zeggen?”
    2. “Wat zou je dan willen voelen?”
    3. “Wat zou je dan willen zien?”
    4. “Wat zou je dan willen horen?”
    5. Check met: “Heb je alles?”
  6. Installeer de nieuwe strategie
    1. Doorloop een 4 of 5 keer, telkens minder sturing
    2. Doe alsof, zo echt mogelijk inclusief fysieke bewegingen
  7. “Wat is de kleinst mogelijke stap die je NU kan nemen, die jou helpt om dichter bij jouw einddoel te komen?”

Sleight of mouth (Robert Dilts)

Sleight of mouth, oftewel rapheid van tong, is het resultaat van een modellering door Robert Dilts. Wat hem opviel is dat Richard Bandler bepaalde reacties gaf die hij (bewust of onbewust) niet kon of wilde overbrengen. Door deze reacties te modelleren, van Richard Bandler, maar ook van Milton Erickson, Plato, Socrates en anderen, heeft Robert Dilts 14 patronen ontdekt die samenkomen in ‘Sleight of mouth’.

Metaframe

  • hoe is het mogelijk dat ze dat geloven?

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Ik ben de enige die genoeg om hen geeft om deze dingen te zeggen.

– Je zegt dat alleen maar omdat je [overgevoelig bent/het niet begrijpt/niks merkt/vastzit in je eigen MOW/net zo bent].

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Je voelt je alleen maar zo omdat je onrealistische verwachtingen koestert ten aanzien van anderen en hen vervolgens de schuld geeft wanneer je teleurgesteld wordt.

Kanker veroorzaakt de dood.

– Je hebt een simplistische overtuiging omdat je geen model hebt dat je in staat stelt om alle complexe variabelen die bijdragen aan het proces van leven en dood te onderzoeken, na te gaan en uit te testen.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Je zegt dat alleen maar om te verdoezelen dat je niet beschikt over [begrip/techniek/discussietechnieken/persoonlijke macht] om [mensen te veranderen/jezelf te beschermen] zonder [intimidatie/dwang].

 

Reality strategy

  • Hoe representeren ze dit geloof?
  • Hoe weten ze het als het niet waar is?

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Hoe weet je nou precies of het gemeen is wat ik zei?

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Hoe weet je dat te laat komen en geven om gelijkwaardig zijn?

Kanker veroorzaakt de dood.

– Hoe zou je weten dat het niet waar was?.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Hoe weet je dat precies?

– Hoe zou je weten dat het niet waar was?

 

Model of the world

  • Verwissel de referentie (jij/ik)
  • Is dit waar in ieders MOW?

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Dat mag zo zijn in jouw MOW maar in mijn familie was het de manier om te laten zien dat we van elkaar hielden.

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– De meeste mensen die ik ken beoordelen ‘geven om iemand’ op basis van respect hebben voor hun gevoelens, en niet op bewustzijn van tijd.

Kanker veroorzaakt de dood.

– Niet alle medici geloven daarin. Velen van hen geloven dat wij allemaal en altijd muterende cellen hebben en dat dit alleen een probleem wordt wanneer het immuunsysteem is afgezwakt.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Hoe weet je dat precies?

– Hoe zou je weten dat het niet waar was?

 

Apply to self

  • Zonder nadenken, enkel de woorden op de overtuiging gebruiken

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Het is nogal gemeen om dat te zeggen.

– Slechte mensen hebben altijd de neiging altijd alleen maar het slechte te ontdekken.

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Dat vertel je me nu! Ik wou dat je genoeg om me had gegeven om me dat eerder te vertellen.

– Een echt liefdevol persoon zou zich wel over een keer te laat zijn heen kunnen zetten.

Kanker veroorzaakt de dood.

– Dat geloof heeft zich de laatste jaren als een kanker verspreid. Het zou interessant zijn om te zien als dat geloof zou uitsterven.

– Het is een nogal dodelijk geloof om je aan vast te houden. Het kan alleen maar een doodlopende straat inleiden.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Het afval dat dit geloof als een bijproduct kan hebben zou wel eens net zo vernietigend kunnen zijn als de radioactieve paddenstoel van een atoombom die afgaat.

– Weet je zeker dat dit een veilige overtuiging is om je zo stevig aan vast te houden?

 

Change frame-size

  • Iets (groter of kleiner) dat ze over het hoofd hebben gezien
  • Andere context, gelijk gedrag (ook metaforen en analogieën)
  • Chunk up naar alle objecten in het heelal

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Het kan nu gemeen lijken maar als je naar het grote geheel kijkt zul je de noodzaak zien.

– Slecht voor hoe lang?

– Als een tandarts tegen je zou zeggen dat je een gaatje hebt, is hij dan gemeen?

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Beter laat dan helemaal niet.

– Met de warme, liefdevolle ontvangst die ik hier krijg als ik dan wel arriveer, zou ik eigenlijk elke vrije minuut mijn leven moeten wagen om hier aan te komen.

– Als een chirurg te laat is voor het eten doordat hij iemands leven redt, betekent dat dat hij niets geeft om het eten?

Kanker veroorzaakt de dood.

– Zou je willen dat je zoon of dochter dat geloofde?

– Als iedereen dat geloofde zouden we geen enkele hoop hebben op het vinden van een remedie.

– Kanker is als een grasveld en je witte cellen zijn als schapen. Als [stress/overvloedige chemotherapie/slecht eten] het aantal schapen vermindert, groeit het gras lang en wordt het onkruid. Maar als jij je concentreert op het laten groeien en toevoegen van meer gezonde schapen in het grasveld, zal er weer harmonie zijn.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Voor hoe lang?

– Hoeveel atoomwapens, precies?

– Aan wie?

– Waarvoor?

– Kernwapens zijn als een verraderlijke bocht. Je ziet het gevaar pas als het te laat is.

 

Hierarchy of criteria

  • Wat is de sequitor?
  • Gebruik de sequitor op de huidige zin.

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Denk je niet dat het belangrijker is om [oprecht/eerlijk/direct/eervol] te zijn, dan om [aardig te zijn/mensen alleen te vertellen wat ze willen horen]?

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Is het niet belangrijker om mijn verantwoordelijkheden ten aanzien van de mensen die op mij rekenen na te komen, dan om punctueel te zijn?

Kanker veroorzaakt de dood.

– Denk je niet dat het belangrijker is om je aandacht te richten op wat het leven de moeite waard maakt en hoe je het voor iedereen meer de moeite waard kan maken, in plaats van je zo op de dood te richten?

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Denk je niet dat het [oneerlijk/onmannelijk/oneervol] is om mensen te tiranniseren door het gebruiken van overmatige kracht wanneer ze [onvoorbereid/onbewapend] zijn?

 

Consequence

  • Wat zal er gebeuren met hen als ze doorgaan met denken op deze manier?

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Ik zeg alleen maar gemene dingen om ze beter te maken.

– Als ik geen gemene dingen zou zeggen, dan zou ik ze doen.

– Als er geen slechte mensen zouden zijn, wie zou ons dan op onze fouten wijzen?

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Als ik niet te laat was geweest had ik misschien mijn baan of onze klanten verloren, maar ik gaf te veel om je om dat te riskeren.

Kanker veroorzaakt de dood.

– Overtuigingen als deze worden vaak zichzelf – waarmakende voorspellingen omdat mensen stoppen met het uitzoeken van hun mogelijkheden en keuzes.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Het geloof dat kernwapens de enige manier zijn om veilig te zijn, kan leiden tot zwakheid omdat we verzuimd hebben om naar onze sterke opties te kijken.

– Dit geloof leidt tot paranoia wat er voor zorgt dat mensen zich irrationeel gaan gedragen.

 

Another outcome

  • Wat is een andere outcome (meer relevant) waar ik naartoe kan schuiven?

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Het punt is niet of ik gemene dingen zeg of dat ik een slecht persoon ben, maar wat voor reactie wekt een bepaalde communicatie op. Rechtvaardigt het doel de middelen?

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Het punt is niet of ik te laat ben of niet genoeg om je geef, maar of we elkaars behoeften in deze relatie vervullen, zonder elkaar onnodig allerlei misstappen in de schoenen te schuiven.

Kanker veroorzaakt de dood.

– Het punt is niet wat de dood veroorzaakt maar eerder wat leidt tot leven en gezondheid. Laten we dat onderzoeken.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Waar het om draait is niet of kernwapens ons veiligheid bieden, maar of [iets het waard is om te beschermen/er een betere keuze is/we ons netjes en logisch gedragen en niet gebaseerd op angst].

 

Redefine

  • Metaphor or analogy
  • Welke andere betekenis kan deze vergelijking hebben?
    • A ongelijk aan B
    • A is C, en dat is D

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Ik ben geen slecht mens, ik ben alleen maar [flexibel/eerlijk/oprecht/ongelukkig/minder gevoelig dan jij].

– Ik zeg geen gemene dingen, ik [zeg de waarheid/geef je mijn visie/wijs je op de feiten].

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Het is niet dat ik niets om je geef. Het is dat ik houden van op een andere manier laat zien.

– Ik was niet te laat. Ik werd opgehouden.

Kanker veroorzaakt de dood.

– Kanker veroorzaakt de dood niet. Het veroorzaakt [verlies van hoop/angst/incongruentie]. Overtuigingen als deze, die zijn gevaarlijk.

– Het is niet kanker die de dood veroorzaakt. Het is de afbraak van het immuunsysteem dat de dood veroorzaakt… Laten we daarom onderzoeken hoe we het immuunsysteem kunnen opbouwen.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Kernwapens geven geen veiligheid, ze veroorzaken de dood… Wat angst opwekt bij mensen die ze niet hebben, zodat ze rond moeten gaan stuipen.

– Het zijn niet de kernwapens die mensen beschermen, maar het feit dat ze mensen weerhouden om agressieve actie te ondernemen. Welke andere dingen zouden mensen kunnen tegenhouden om agressief te zijn?

 

Chunk down

  • Wat specifiek?
  • Wat zijn voorbeelden of onderdelen hiervan?

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Slecht? Hoe precies?

– Gemeen? Hoe precies?

– Welke dingen in het bijzonder?

– Hoe precies de dingen zeggen?

– Tegen wie precies?

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Laat? Hoe dan precies?

– Niks om je geef? Hoezo precies?

– Hoe in het bijzonder betekent laat zijn niet om je geven?

Kanker veroorzaakt de dood.

– Welke soorten precies?

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Hoe precies beschermen ze ons?

– Hoe precies geven ze ons veiligheid?

– Welke kernwapens specifiek?

 

Chunk up

  • Om wat te bereiken?
  • Wat is belangrijk hieraan?
  • Overdrijven

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Dus je bedoeld dat als iemand een steek laat vallen en op een vervelende manier blijkt te praten, dat zo iemand de rest van zijn leven gedoemd is om een slecht mens te zijn?

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Dus eigenlijk zeg je dat het meest belangrijke aspect van onze relatie simpelweg een kwestie van tijd is?

Kanker veroorzaakt de dood.

– Zeg je dat een verandering of een mutatie in een klein deel van een systeem automatisch het hele systeem zal vernietigen?

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Aangezien kernwapens veiligheid betekenen kunnen we het beste alle mensen op de wereld van kernwapens voorzien zodat we allemaal veilig zijn.

 

Tegenvoorbeeld

  • Keer de overtuiging om
  • Maak er een universele uitspraak (of vraag) van
  • Was er ooit een tijd dat A ongelijk was aan B
  • A veroorzaakt B, dan NIET B veroorzaakt NIET NIET A

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Is het niet mogelijk om gemene dingen te zeggen en geen slecht mens te zijn?

– Is het niet mogelijk om een slecht mens te zijn en geen gemene dingen te zeggen?

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Is het niet mogelijk te laat te zijn en toch van je te houden?

– Is het niet mogelijk om niet van iemand te houden en toch op tijd te zijn?

Kanker veroorzaakt de dood.

– Er zijn steeds meer gedocumenteerde gevallen van mensen die kanker hadden en nog gewoon in leven zijn.

– Mensen gaan dood aan een heleboel andere dingen dan kanker. In feite gaan de meeste mensen met kanker dood aan de zware behandeling in plaats van aan de kanker zelf.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Is het mogelijk kernwapens te hebben en niet veilig te zijn?

– Is het mogelijk veiligheid te creëren zonder kernwapens?

 

Intentie

  • Waarom zeggen ze dit?
  • Wat is een tweede winst?
  • Wat proberen ze te krijgen?

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Het is niet mijn bedoeling om gemeen te zijn maar om [jou iets te leren/te zorgen dat jij je beter voelt/realistisch te zijn/mezelf te beschermen].

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Het is niet mijn bedoeling om te laat te zijn of om ongevoelig te zijn, maar eerder om mijn werk af te maken zodat ik er helemaal voor jou zou zijn?

Kanker veroorzaakt de dood.

– Ik weet dat het jouw intentie is om valse hoop te voorkomen, maar nu voorkom je elke hoop. Laten we eens kijken welke andere keuzes er zijn.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Omdat het jouw bedoeling is om bescherming en veiligheid te garanderen, ben ik er zeker van dat je me zult helpen om zoveel mogelijk alternatieven en keuzes als maar mogelijk is te vinden.

 

 

Sleight of mouth oefening

In je ééntje: kies een willekeurig discussieforum. Zoek een stellige reactie, en zoek de overtuigingen in deze reactie.

Plaats het in de volgende structuur:

  • Persoon / referent
  • [ben/bent/is/zijn]
  • Oordeel
  • Want/omdat/doordat etc.
  • Reden

Ga nu met deze overtuiging de SOM patronen af, en construeer voor elk patroon een bijbehorend antwoord, en schrijf deze op. Wanneer je klaar bent, kies je de beste (voor jouw gevoel meest passende) en reageer je op het forum met dat patroon, en kijk wat er gebeurt, en geniet!

Met 2 personen: Kies een beperkende overtuiging van jezelf. Plaats het in de volgende structuur:

  • Persoon / referent
  • [ben/bent/is/zijn]
  • Oordeel
  • Want/omdat/doordat etc.
  • Reden

Bijvoorbeeld: Ik ben egoïstisch want ik maak niet genoeg tijd voor mijn familie.

Schrijf deze overtuiging hieronder op, en geef dit blaadje aan de ander.

 

Ga nu met de beperkende overtuiging van de ander de SOM patronen af, en construeer voor elk patroon een bijbehorend antwoord, en schrijf deze op. Wanneer je allebei klaar bent, lees dan alle responses aan de ander voor, kalibreer, en geniet!

Overtuiging
SOM Metaframe
SOM Reality strategy
SOM MOW
SOM Apply to self
SOM Frame-size
SOM Hierarchy
SOM Consequence
SOM Other outcome
SOM Redefine
SOM Chunk down
SOM Chunk up
SOM Tegenvoorbeeld
SOM Intentie

 

 

Geavanceerde vooronderstellingen

Los problemen op door te schudden aan het wereldmodel, specifiek door onderliggende vooronderstellingen onderuit te zagen.

 

  1. Vraag jezelf af: “hoe is dit een probleem, nu?” en “wat moet waar zijn?”. Zo vind je de vooronderstellingen.
  2. Bepaal welke vooronderstelling(-en) het grootste effect hebben op het probleem.
  3. Doe een mindread naar wat voor oplossing zou werken, of zoek een verandering in ecologie voorbij de oplossing.
  4. Bepaal de impact op de originele, meest effect hebbende, vooronderstelling.
  5. Ontwerp een respons in vraagvorm, die de verandering vooronderstelt (op basis van de nieuwe vorm van de vooronderstelling). Wat/hoe [nieuwe vorm vooronderstelling] wanneer [oplossing/ecologieverandering]?
  6. Herhaal het probleem.
  7. Stel de vraag.

 

Voorbeeld
Probleem:
“Ik word boos op mijn kinderen als ze niet luisteren”.
Respons:
“Wat ga je doen met al die tijd wanneer ze doen wat je zegt?”
“Hoe goed zullen zij zich voelen wanneer je het herhaalt?”
“Hoe goed zullen zij zich voelen wanneer jij niet boos hoeft te worden?”

Ontwerpen voor elke vooronderstelling

Bestaan

Uitdaging: weet je het zeker? Bewijs onderuit halen door NIET + TIJD.

“Ik ben onrustig.”
“Wanneer ben je zeker dat je niet onrustig bent?”

Bewustzijn

Uitdaging: pace de vooronderstelling + verwissel de referentie (eventueel met: NIET)

“Ik realiseerde me niet dat het je van streek maakt.”
“Ik realiseerde me niet hoe van streek dat je maakte.”

Mogelijkheid/noodzakelijkheid

Uitdaging bij onmogelijkheid: vertaal naar “kan het proces uitvoeren van NIET”.
Uitdaging bij verplichting en waarschijnlijkheid: vertaal naar mogelijkheid (vb. kunnen).

“Ik kan niet stoppen met roken”.
“Hoe kan je…NIET stoppen met roken?”.

“Ik moet roken.”
“Je kan roken?”

Temporaal (tijd)

Uitdaging: tijd is een nominalisatie, dus decision destroyer.

“Ik heb spijt van mijn besluit.”
“Wanneer het je dat besloten? Voor het spijten, wat was je aan het beslissen?”

Ordinaal (rangschikkend)

Uitdaging: draai de volgorde om, en pas één toe op een ander.

“Ik moet weten waarom ik iets zou doen, voordat ik verander wat ik doe.”
“Dus…, waarom verander je niet terwijl je het doet?”

Exclusieve/inclusieve of

Uitdaging: chunk up naar een gemeenschappelijk doel, WAT/WANNEER/HOE en exclusieve of.

“Moet ik in deze relatie blijven, of niet?”
“Hoe zal je ooit in staat zijn met iemand te verbinden als je niet vrij bent om te doen wat je wilt?”

Oorzaak/gevolg

Uitdaging: verwissel positie, het effect upchunken, verwissel referentie, en NIET de oorzaak.

“Mijn vrouw begrijpt me niet.”
“Wat is het dat jij niet volledig begrijpt in jezelf dat zorgt dat jij denkt dat zij jou niet begrijpt?”

Complexe equivalentie

Uitdaging: neem het tegengestelde, maximaliseer dat en gebruik een tegenvoorbeeld met referentieverwisseling naar de oplossing.

“Mijn vrouw heeft nooit het eten klaar; dus ze houdt niet van me.”
“Hoeveel moet jij eten zodat zij weet dat ze van je houdt?”

 

“What is the question that I can ask which by the very nature of the presuppositions in the question itself will cause the client to make the greatest amount of change by having to accept the presuppositions inherent in the question?” -Tad James

Oefening geavanceerde vooronderstellingen

AB(C) setting

  1. A onderzoekt het probleem van B. “Hoe is dit een probleem, nu?”. Zorg er voor dat je begrijpt waarom het probleem een probleem is.
  2. A (en eventueel C) neemt/nemen even de tijd en ruimte om de meest basale vooronderstellingen te identificeren.
  3. Ontwerp een aantal responses in vraagvorm, die een oplossing vooronderstellen. Indien mogelijk kan je aanvullen met deze vier stappen:
    1. Associeer het probleem
    2. Dissocieer het probleem
    3. Associeer hulpbronnen
    4. Associeer hulpbronnen met het probleem
  4. Ga weer verder in het gesprek. Zorg voor verbinding met het probleem: “Zojuist vertelde je dat jouw probleem was …”.
  5. Stel de ontworpen vragen en kalibreer fysieke veranderingen.

Het 4-Mat model (NLP training model)

Mensen leren op verschillende manieren. Een gebalanceerde training betekent dat je aan al deze manieren tegemoet komt, zodat je iedereen bereikt. Gebaseerd op de leerstijlen van Kolb is het 4-mat model ontworpen, en dat is in NLP geadopteerd. Volgens Kolb zijn er 4 fasen waar je doorheen gaat wanneer je iets leert:

Onbewust Onbekwaam – je weet niet dat je het niet weet/kan maar wel nodig hebt (motivatie)

Bewust Onbekwaam – je weet dat je het niet weet/kan en je start met het gaan leren (kennis)

Bewust Bekwaam – je weet wat het is en je start met oefenen in het toepassen (kunnen labsituatie)

Onbewust Bekwaam – je bent zo geoefend dat je het vrijwel automatisch doet wanneer je het nodig hebt (kunnen en kiezen in de praktijk)

 

In het 4mat model worden al deze fasen doorlopen, door gelijkwaardige aandacht te schenken aan WHY (motivatie), WHAT (wat is het), HOW (hoe doe je het; leren in labsituatie) en WHAT IF of SO WHAT (hoe gebruik je dat in de praktijk). In het traditionele onderwijs ligt de focus van het leren en instrueren op de WHAT en HOW. Motivatie (WHY) en de leertransfer (SO WHAT) zijn dan ook problemen die je in het traditionele onderwijs tegen kan komen. Het vervelende (qua effectiviteit) is dat 60% van de mensen qua leerstijl juist die WHY en WHAT IF nodig hebben, en dat mensen die niet weten waarvoor ze iets kunnen/moeten leren (motivatie/WHY-voorkeur 35%) zich ook niet zullen inspannen zolang ze dat niet begrijpen; ze haken af. Qua tijd en aandacht is de verdeling tussen de 4 verschillende onderwerpen idealiter 25% per onderwerp.

 

Vooral extra aandacht aan de WHY besteden geeft een groot positief leereffect: ten eerste krijg je de grootste groep mee, ten tweede zal met (meer) motivatie meer inspanning in de andere fasen opgeroepen worden. Luie studenten bestaan niet; een luie student is een leergierige student die niet wordt geïnspireerd en gemotiveerd door de docent.

 

4-mat model

4-mat model met percentages leerstijlvoorkeur van studenten.

 

4-mat schema

Little what: beschrijvende titel

1) WHY?

– Pre-formatting (onbewust)

– Waarom (het belang) voor de lezer/hoorder

– Verhaal

– Motivatie

 

2) WHAT?

– Informatie

– Modellen

– Plaatjes

4) WHAT IF of SO WHAT?

– Q&A

– Waar gaat dit je helpen?

– Hoe kan je dit in de toekomst gebruiken?

– In welke situaties had je dit kunnen gebruiken?

3) HOW?

– Demo

– Oefenen

– Ervaring opdoen

– Toepassen

– Lab situatie

 

Plaatsankers

4 posities in het 4-MAT, 4 plaatsankers (als voorbeeld, ontwerp je eigen).

  • WHY: zitten, in contact
  • WHAT: staan, presentatie, flipover
  • HOW: oefenen in de ruimte
  • SO WHAT of WHAT IF: andere kant flipover staan

Hoe ontwerp je een training in 4Mat

4-mat ontwerp

4-mat ontwerp schema

Begin met het op briefjes (post-its) schrijven wat je in de training/presentatie kwijt wilt (braindump). Tussenresultaten (outcomes), Why/What/How/What if/Little what, alles wat je relevant vindt, lekker associatief. Begin de brain-dump met de vragen als: Wat is …? (in werkwoorden). Doorloop de training in gedachten voorwaarts naar het eindresultaat, en vervolgens ook backwards om te controleren of je alle stepping-stones hebt.

 

Controleer de volledigheid (alle onderwerpen).

 

De briefjes leg je vervolgens op globaal/detail volgorde, en je zorgt dat je alle kolommen vult. Qua tijdsbesteding is ideaal 25% Why, 25% What, 25% How, 25% So what.

 

Chunk de rijen in juiste brokken: te grote happen splitsen, te kleine happen samenvoegen.

 

Sequencing: herschik de volgorde op basis van de vaardigheden die de deelnemers nodig hebben om de volgende chunk te kunnen doen (“kun”-volgorde). Doe dit backwards: wat is de stap die “ze” “moeten” kunnen/weten om dit resultaat te kunnen bereiken?

Handout Uitvraag metaprogramma’s

Extern gedrag

  • Houding in de richting van de buitenwereld.

Wanneer het tijd is om je mentale batterij op te laden, geef je er dan de voorkeur aan om alleen te zijn (Introvert), of met mensen (Extravert)?

o Introvert      25%

o Extravert    75%

Intern proces

  • Hoe nemen we informatie tot ons?

Als je een bepaald onderwerp gaat bestuderen, zou je dan meer geïnteresseerd zijn in de feiten en toepassingen daarvan (Sensor), of zou je meer geïnteresseerd zijn in de ideeën en de relatie tussen de feiten en de toepassingen daarvan in de toekomst (iNtuitor)?

o Sensor        75%

o iNtuitor        25%

Interne staat

  • Hoe krijgen we toegang tot states (stemmingen)

Denk aan een werksituatie waarin je problemen had. Denk aan een werksituatie waarin je gelukkig was. Wanneer je een beslissing neemt in een werksituatie, is deze dan meer gebaseerd op argumenten en logica (Thinker) of op persoonlijke waarden (Feeler)?

o Thinker       50% (45% V, 55% M)

o Feeler         50% (55% V, 45% M)

Adaptie operator

  • Hoe we ons aanpassen aan de omgeving

Als wij samen een project zouden doen, zou je er dan de voorkeur aan geven dat het project gepland en keurig uitgewerkt was (Judger), of zou je er de voorkeur aan geven dat we in de gelegenheid waren om heel flexibel te zijn in het project (Perceiver)?

o Judger        50%

o Perceiver    50%

Richting filter

Wat vind jij in ………. belangrijk?

Waarden (5 á 7 stuks) Waarom deze waarde Bereiken/Vermijden
1.    
2.    
3.    
4.    
5.    
(6.)    
(7.)    

Redenfilter

Waarom kies je ervoor om ……… te doen?

o Mogelijkheid/opties

o Noodzakelijkheid/moeten/procedure

o Beide

Referentiekader filter

Hoe weet je wanneer je goed ………….?

o Intern

o Extern

o Beide

o Intern met externe check

o Extern met interne check

Overtuigingsfilter: zintuigen

Hoe weet jij of iemand anders goed is in wat hij doet?

o Zien

o Horen

o Lezen

o Doen

Overtuigingsfilter

Hoe vaak moet iemand laten zien/horen/lezen/doen om jou te overtuigen dat hij/zij capabel is?

o Automatisch/Direct

o Een paar keer

o Gedurende een periode

o Voortdurend

Relatiefilter

Wat is de relatie in wat je nu doet en vorig jaar rond deze tijd?

o Hetzelfde (sameness; matching)

o Hetzelfde, met een uitzondering

o Beide, half/half

o Verschillen, met een uitzondering

o Verschillen (Differences; mis-matching)

Managementrichting filter

Weet jij wat je nodig hebt om succesvol te zijn?                               o ja o nee

Weet jij wat iemand anders nodig heeft  om succesvol te zijn?       o ja o nee

Vind jij het gemakkelijk om dit tegen iemand te vertellen?              o ja o nee

 

o ja/ja/ja         Mijzelf en anderen

o ja/ja/nee      Mijzelf – niet anderen

o ja/nee/x       Alleen mijzelf

o nee/ja/x       Alleen anderen

o nee/nee/x   Geen

Actiefilter

Wanneer je met een bepaalde situatie geconfronteerd wordt, ga je dan meestal na een korte beoordeling snel tot actie over, of beoordeel je eerst volledig alle consequenties.

o Snelle actie/Proactief

o Beoordelen/Reactief

o Beide

o Geen actie/Inactief

Affiliatiefilter (aansluiting)

Vertel eens over een werksituatie waarin jij je het gelukkigst voelde; een eenmalige gebeurtenis? (LET OP: dit is ook de vraag voor het Werkpreventiefilter)

o Onafhankelijk speler (IK)

o Teamspeler (WIJ)

o Managementspeler (IK en ZIJ)

Werkpreferentiefilter

o Dingen

o Systemen

o Mensen

Primair interesse filter

Vertel eens over je favoriete restaurant?

o Mensen (relatie, personen, contact)

o Plaats (omgeving, sfeer, ambiance)

o Dingen

o Activiteiten (actie, doen, wat er gebeurt, wat kun je er doen)

o Informatie (data, objectief, informatief, prijs, hoeveelheid)

Chunk size filter

Wanneer wij samen een nieuw project zouden starten, zou je dan allereerst de grote lijnen of eerst de details willen weten?

Zou je ook de (details/grote lijn; kies voor tegenovergestelde uit vorige vraag) moeten weten?

o Specifiek/down-chunk

o Globaal/up-chunk

o Detail naar globaal

o Globaal naar detail

Dualisme filter

Stel je voor dat ik je vertelde dat ik nu volledig fout zit. Zou je het eens / oneens zijn met deze uitspraak, of zou jij je bewust worden dat er altijd grijstinten zijn in elke situatie?

o Zwart-wit

o Grijstinten

Tijdopslagfilter

In welke richting ligt voor jou het verleden? In welke richting ligt voor jou de toekomst? En waar bevindt zich voor jou het heden?

o In-time (in de tijdlijn)

o Through-time (overzicht op verleden/heden/toekomst)

Informatieverwerkingsfilter

Wanneer je aan de slag gaat met een probleem of een uitdaging in je leven, is het dan noodzakelijk voor jou om er met iemand anders over te praten, of om er in alle rust over na te denken?

o Extern

o Intern

Luisterstijl filter

Wanneer iemand die je goed kent tegen je zegt “Ik heb dorst”, zou je dat interessant vinden maar waarschijnlijk niets doen, of zou jij je verplicht voelen om er iets aan te doen?

o Letterlijke betekenis

o Afgeleide betekenis

Spreekstijl filter

Wanneer iemand in je omgeving niet zo goed presteert als nodig is, kom je dan meteen ter zake en vertel je het direct, of zou je zinspelen, hints geven en impliceren?

o Letterlijk

o Afgeleid

Modale operatoren van volgorde filter

Wat was het laatste dat je tegen jezelf zei net voordat je vanmorgen uit bed stapte?

 

o Mogelijkheden

o Noodzakelijkheden

Planningsfilter

Ben je in je werk liever met meerdere dingen tegelijk bezig of maak je liever eerst af waar je mee begonnen bent?

o Meer tegelijk (opties)

o Eerst afmaken (procedures)

Tijdsoriëntatie filter

Heb je de neiging om je meer zorgen te maken over fouten die in het verleden gemaakt zijn, te reageren op wat nu fout gaat of juist te anticiperen op fouten die in de toekomst kunnen ontstaan?

o Verleden

o Heden

o Toekomst

Emotionele stress respons filter

Wat vond je de lastigste vraag tot nu toe? Waarom?

o Denken/gedissocieerd

o Voelen/geassocieerd

o Keuze

Aandachtsfilter

Eventueel op basis van waarneming tijdens het interview

Hoe heb je dit interview ervaren?

o Sorted by self – IK

o Sorted by others – DE ANDER

o Sorted by us – WIJ

Informatie verzamelen bij NLP modelleren

Er zijn meerdere manieren om informatie te verzamelen wanneer je modelleert. Je kan een live-interview doen, je kan in trance contact maken met het vermogen van het rolmodel, en je kan het as-if frame gebruiken. Deze technieken kunnen aanvullend op elkaar worden gebruikt.

Live sessie

In een live-sessie ga je met het rolmodel op zoek naar het antwoord op de vraag “Hoe doe je dat?”. Het is handig om van deze sessie een audio- of video-opname te maken, zodat jij jezelf helemaal kan concentreren op het vinden van informatie, om de opnames later te analyseren. Je kan deze aanpak ook gebruiken door beschikbare video, audio, biografieën en dergelijke als bron te nemen, mits je weet waar je naar op zoek bent (het helpt daarbij wanneer je eerst een aantal keer echt ‘live’ het proces hebt doorlopen; en dat geldt ook voor het deep-trance-identification proces en het as-if frame). Belangrijk aspect daarbij is dat je op zoek bent naar de echte gedachtegang/strategie van je rolmodel, en niet naar de gedachtegang zoals een stroman het ziet. Bij biografieën en documentaires en dergelijke neem je enkel de informatie mee zoals die door het rolmodel wordt verstrekt.

Proces live-sessie NLP modelleren
Specificeren

  • Bepaal een specifieke context of situatie waarbinnen het te modelleren onderwerp duidelijk aanwezig is.

Kalibreren

Informatie verzamelen

  • Kijken en waarnemen
  • Video en audio opnamen, foto’s, interviews, in het werk verdiepen.
  • Doorlopen perceptuele posities (1e, 2e, 3e positie in deze context)
    • Fysiologische kenmerken, ademhaling en fysiologie, houding (hoe zit je dan)
    • Linguïstische kenmerken (wat voor woorden gebruik je dan)
    • Strategie (wat doe je dan; [VAK]E,  …,K+)
  • Interview neurologische niveaus
    • Omgeving (waar ben je)
    • Gedrag (wat doe je daar)
    • Vaardigheden (wat kan je dan)
    • Overtuiging (waar geloof je dan in; wat geloof je dan niet)
    • Waarden/criteria (waarom geloof je dat; wat is dan (on-)belangrijk)
    • Identiteit (wie ben je dan)

Deep trance identification

Ga in trance (veilige en rustige plek), en stel jezelf voor hoe je opstijgt, en in de huid kruipt (letterlijk) van je rolmodel. Neem de persoonlijkheid aan van je rolmodel. Stel je (sociale) interacties voor. Handel en communiceer in gedachten zoals je rolmodel zou doen. Wat doe je, hoe doe je dat, wat geloof je dan, wat is dan belangrijk… Doe dit gedurende 20-30 minuten, en kom dan weer terug.

 

Imiteren (as-if frame)

  • Doen, en modelleer jezelf om te zien hoe het ging
  • Scheid dat wat anders is vergeleken met de eigenheid van de expert (vind het verschil dat het verschil maakt)
  • Gooi alles weg dat niet behoort tot het essentiële, de basis, het uitgangspunt.

 

“You can pretend anything and master it.” – Milton Erickson

10 vragen om je motivatie om af te vallen te versterken

Robert Dilts heeft in NLP de zogenoemde connectivity vragen ontwikkeld. Door deze vragen aan jezelf te stellen, en de bijbehorende antwoorden voor jezelf te formuleren dan wel de lege plekken in te vullen, maak je de motivatie om wat je wilt gaan doen sterker.

Wat zijn jouw antwoorden, wanneer jij jezelf afvraagt (en een antwoord vindt):
– Waarom wil je afvallen?
– Je wilt afvallen, dus …?
– Je wilt afvallen, terwijl …?
– Je wilt afvallen nadat …?
– Je wilt afvallen wanneer …?
– Je wilt afvallen zodat …?
– Je wilt afvallen als …?
– Je wilt afvallen ondanks …?
– Je wilt afvallen op dezelfde manier als …?
– Je wilt afvallen in tegenstelling tot …?

Eigenlijk zijn het 10 verschillende manieren om te kijken naar je doel. En door de antwoorden te geven versterk je de aanwezigheid van het doel in je brein. Let er op dat sommige vragen wellicht lastig zijn te beantwoorden, maar dat juist die extra moeite het versterkende effect heeft. Dus neem je die extra moeite, dan krijg je ook het maximale effect.

Suggestie

Aan de basis van Milton taalgebruik ligt het geven van suggesties. Geheel tegen al hetgeen je in het reguliere onderwijs wordt geleerd (adagia als “Goede communiceren is oordeelloze communicatie” en “Gij zult open vragen stellen”) is het goed om te weten wat het effect is van suggestie en het dan (afhankelijk van welk doel je hebt) in te zetten wanneer het jou uitkomt.

Suggestie is een woord waar een dieptestructuur bijhoort. Wat is suggestie? Heb je daar een beeld bij? Heb je daar woorden bij? Suggestie is niets anders dan jouw idee, mening, oordeel of advies opperen aan de ander. Zo simpel is het: suggereren is het benoemen van jouw idee. Vervolgens, een tweede stap, is het geven van effectieve suggesties, oftewel suggesties die hun doel bereiken. Dat betekent dat je jouw doel kent, en dat je jouw idee op zo’n manier oppert dat het bijdraagt aan je doel. Als ik een generalisatie maak op basis van het effect van suggestie, dan volgt daaruit dat een effectieve suggestie betekent dat je idee/mening/oordeel/advies door de ander wordt overgenomen en gedragen, met minimale weerstand.

Dit suggestieve gebruik van taal krijgt vaak een negatieve connotatie. Woorden als manipuleren en negatieve gevoelens komen op. Wij wensen namelijk niet gemanipuleerd te worden. Daarbij gaan we echter voorbij aan het feit dat we altijd worden gemanipuleerd, en dat we altijd manipuleren. We dragen continue informatie over, waarmee we anderen beïnvloeden. Enkel je aanwezigheid maakt al dat je invloed hebt. Wanneer je deze invloed niet richt, dan krijg je nog steeds resultaten, zij het dat ze niet perse bijdragen aan je doel.

Ga eens een keer naar de bakker, en ga daar eens zonder invloed een ongesneden witbrood halen [het grappige vind ik dat de specificatie “ongesneden” misschien wel het lastigste is; het is zo ongebruikelijk dat een brood ongesneden wordt gevraagd dat zelf de spellingschecker het woord niet meer kent]. Laat OMA (oordelen, meningen en adviezen) thuis en neem LSD (luisteren, samenvatten en doorvragen) mee. Stel alleen open vragen. Je zal ontdekken dat je op hilarische wijze je doel niet haalt…

Datzelfde gebeurt in persoonlijke sfeer: wanneer je niet je invloed uitoefent, wanneer je niet manipuleert, dan kan je enkel volgend zijn in welke relatie dan ook. En in professionele sfeer heb je niets aan jouw expertise, je kan het niet inzetten want dat is manipulatie. Jouw expertise als professional zijn juist jouw situationele oordelen, meningen en adviezen. Een professional die niet manipuleert is slechts een uitvoerder; je kan dan geen rol als partner of expert uitvoeren.

Nu is het ene of het andere niet beter. Soms is het goed om wel invloed uit te oefenen, soms is het beter om dat niet te doen. Hoe weet je of je het ene of het andere inzet, of wellicht een tussenvorm? Simpel in een paar stappen:

  • Ken de situatie
  • Ken of stel je doel
  • Kies je strategie, op basis van je ervaring (dus zorg voor ervaring!!!)
  • Bepaal achteraf het effect van je gekozen strategie
  • Stuur bij indien nodig

Een eerste stap om suggestie te oefenen

Om ervaring op te doen met suggereren (hoe doe je dat, welk effect heeft het) kan een eerste stap zijn dat je gewoon hier en daar, zo nu en dan, een paar suggesties plant. Misschien dat je eerst een aantal voorbeeldzinnen wilt gebruiken, om later zelf je eigen formats te gebruiken (wanneer je hebt ontdekt dat alles wat je hoeft te doen om je invloed te hebben is het schetsen en meenemen van het gewenste beeld bij de ander). Kies er een paar hieronder uit, en probeer ze gewoon eens, waarbij je let op welk effect deze zinsconstructies hebben. Kies de juiste, sommigen zijn gericht op doelgerichte communicatie waarbij het doel een emotie is, sommigen zijn gericht op meer inhoudelijke doelen.

Voorbeeldzinnen, enkele formats van suggestie, om te oefenen

  • Wellicht wel, misschien ook niet, zal jij {SUGGESTIE}
  • Ik vraag me af, zal jij {SUGGESTIE}, of niet (“of niet” vermorzeld weerstand)
  • Mensen mogen, weet je, {SUGGESTIE}
  • Mensen zouden, weet je, {SUGGESTIE} kunnen
  • Jij zou {SUGGESTIE} kunnen
  • Ik zal je niet vertellen {SUGGESTIE}, omdat je dat zelf kan ontdekken

Misschien merk je al dat elke gedachte je kan doen beseffen dat je meer bewust wordt wat je nieuwsgierig kan leren te willen ontdekken en te willen ervaren. Wellicht heb je al gemerkt dat suggereren heel makkelijk is, wanneer je alleen je ideeën wil opperen.

Workshop Waarden

Waarden motiveren en inspireren

Een workshop van 2 uur waarin jij ontdekt wat werkelijk belangrijk voor je is, wat het is dat je energie geeft en wat het is dat je energie kost. Ontdek de belangrijke waarden die maken dat je ergens van houdt, of juist op leegloopt.

Normen en waarden is een gevleugelde kreet de afgelopen jaren. Normen als in wat wil de buitenwereld dat je belangrijk vindt, en waarden als in wat vind je zelf belangrijk.

Het verschil kennen tussen beiden is belangrijk. Wat wordt er van je verwacht (normen), tegenover wat wil je zelf (waarden). Want het zijn jouw waarden die zorgen dat je gemotiveerd raakt. Het zijn je waarden die je energie geven om iets te doen, en om iets te laten. Het zijn je waarden die achteraf bepalen of je het goed gedaan hebt, of je tevreden bent. Waarden geven je energie, wanneer dat wat je doet aansluit, en onttrekken energie wanneer dat wat je doet niet bij je waarden past.

Wat zijn jouw waarden? En hoe verhouden deze zich onderling? Dat is wat je in deze workshop ontdekt. Zodat je weet wat jou in gang zet, zodat je richting kan geven aan wat je doet. In contact komen met je drijfveren.

Weten wat je drijft is voor iedereen belangrijk. Het helpt om uit te vinden waarom je de ene keer iets wel leuk vindt, en de andere keer niet. Het helpt doordat je kan gaan beseffen waarom sommige situaties je energie geven, en andere niet. En met dat besef, kan je vervolgens op zoek gaan naar meer energie, meer motivatie, meer leuke inspirerende situaties. Door te handelen vanuit jouw drijfveren. Je beleving veranderen terwijl de situaties gelijk blijven.

In de workshop gaan we met elkaar met gebruik van NLP-techieken de waardenhierarchie ontdekken. We onderzoeken wat je belangrijk vindt, en vanuit welke energie dat gebeurt.

Wat kan jij leren? NLP Concreet: De NLP Practitioner.

Wat leer je concreet met NLP? Wat leer je in de NLP Practitioner?

In deze NLP opleiding leer je alles wat je nodig hebt om NLP en NLP technieken praktisch toe te kunnen passen. Je leert te beoordelen wanneer je wel en wanneer je niet NLP gebruikt, je leert NLP bij jezelf toe te passen (NLP Practitioner), en je leert om NLP toe te passen bij de begeleiding van anderen (NLP Coach).

Waarnemen en kalibreren

Hoe staan wij in verbinding met de werkelijkheid? Hoe werken onze zintuigen? Welke voorkeuren in waarnemen heb je zelf, welke voorkeuren heeft een ander, hoe kan je dit inzicht gebruiken? Hoe denken wij te zien, te horen, te ruiken, te proeven, te voelen? Wat is werkelijk, en wat niet? Hoe werkt het bij jou? Wat betekent dit voor interpersoonlijke contacten, bijvoorbeeld in onze communicatie? En wat betekent dit voor de communicatie met jezelf? Kan jij een vaas zien, zonder dat het concept "vaas" jouw waarneming beïnvloed?

Interactie en gedrag

Welke aspecten spelen een rol wanneer we interactie hebben? Hoe spelen die aspecten een rol, en hoe kan je dat gebruiken in interactie? Hoe verbeter je de verbinding in je interacties, en ook hoe verbreek je de verbinding? Gedrag roept gedrag op: welk gedrag roept welk gedrag op, welk gedrag zie je in je omgeving, en wat zegt dat over je eigen gedrag? Hoe kan je interveniëren in het gedrag van een ander? Hoe verbeter je samenwerking, hoe kan je assertiever zijn? Hoe kan je de ander tot actie aanzetten, en hoe neem je zelf de leiding? Hoe doorbreek je een patroon van ineffectief gedrag?

Subjectieve beleving

Hoe slaan onze hersenen informatie op? Hoe weten we hoe we een herinnering ervaren? Hoe weten we wat we wel en wat we niet leuk vinden? Hoe kan je deze beleving veranderen? Hoe kan je dit gebruiken in onbewuste communicatie? Hoe kan je dit inzetten voor gedragsverandering? Hoe kan je hiermee je emoties beïnvloeden? Hoe kan je hiermee negatieve gedachtepatronen doorbreken? Hoe kan je betekenis meegeven in je communicatie? Hoe kan je betekenis veranderen door je communicatie?

Ankeren

Hoe werkt een anker? Hoe gebruik je een anker? Welke ankers zijn er? Hoe kunnen ankers gedrag beïnvloeden, hoe kan je dat weer doorbreken? Hoe kan je dit inzetten voor jezelf… In communicatie met anderen… Bij presentaties voor groepen… Hoe doorbreek je een anker? Hoe creëer je een anker? Hoe kan je nieuwe gevoelens ervaren met ankers?

Doorvragen… of niet…

Wat is het effect van vragen stellen? Welke vragen zijn beter dan andere vragen, of eigenlijk welke vragen stel je in welke situatie? Hoe weet je wanneer je wilt doorvragen? Hoe doe je dat dan? Hoe weet je dat je klaar bent met doorvragen? Wat is het Metamodel, en wat betekent het? Welk effect heeft doorvragen, en wat voor situaties is het handig, en wanneer niet? Wat is er bijzonder aan de woorden Waarom, Niet, Proberen, Moeten, Als? En wat kan je doen als tegengestelde van doorvragen? Suggestief vragen stellen wordt je afgeleerd in het reguliere onderwijs, is dat terecht? Wanneer wel, wanneer niet? Hoe doe je dat, welke mogelijkheden zijn er? Welk effect heeft het wel, welk effect heeft het niet? Wat zijn vooronderstellingen, welk effect hebben ze, hoe herken je ze, hoe doorbreek je ze, hoe pas je ze zelf toe? Kan je ook non-verbaal vooronderstellingen gebruiken? Hoe kan je hiermee effectiever samenwerken, leidinggeven, afspraken maken, conflicten bemiddelen, verbinding maken etc. Wat is chunking?

Automatische piloot

Soms doe je dingen bewust, soms doe je dingen onbewust. Hoe werkt dit in je hersenen? Hoe werken de bewuste en onbewuste programma’s, hoe ontdek je ze, hoe ontwerp je ze, hoe verander je ze? Welke aspecten hebben invloed op deze programma’s? Hoe kan je dit gebruiken bij beïnvloeding, bij contact maken? Hoe kan je zelf effectiever zijn? Wat zijn basiskenmerken van goede programma’s op het gebied van creativiteit, motivatie, besluitvaardigheid, leervaardigheid, spelling, planning, innovatie.

Coaching en mediation

Hoe bepaal je of de coachvraag geschikt is, en hoe verbeter je een coachvraag? Hoe zorg je voor maximaal effect van een verandering? Hoe controleer je eventuele bijwerkingen? Hoe controleer je het effect van een verandering? Hoe stel je doelen? Ben je een coach of een adviseur? Wat is een goede coachhouding? Wat is ‘Shoshin’, en hoe kan het een coach helpen? Wat als de coaching niet werkt? Wat is het NLP coachingmodel, en hoe pas je het toe? Wat is het NLP mediationmodel, en hoe pas je het toe? Hoe los je interne conflicten (conflicten in jezelf) op, bij jezelf of bij een ander? Hoe breng je gedragsverandering teweeg? Hoe ruim je blokkades op?

Tijdlijnen

Wat is onze beleving van tijd? Wat is verleden, wat is heden, wat is toekomst? Ligt jouw verleden achter je, en is de toekomst voor jou? Hoe heeft dit invloed op je beleving, en in je communicatie en gedrag? Hoe kan je jouw interne beleving van tijd veranderen? Hoe kan je dit gebruiken om oud zeer op te ruimen, of juist om nieuwe motivatie toe te voegen? Hoe kan je dit in jouw communicatie gebruiken?

En meer dan dat…

Wat is het verband tussen Identiteit, Waarden, Overtuigingen, Vaardigheden, Gedrag en Omgeving? Hoe kan je hiermee onbeantwoorde vragen beantwoorden, hoe kan je hiermee interventies plegen, wat is congruentie, charisma en authenticiteit? Wat betekent reactief leven, en hoe kan je creatief leven? Hoe bekrachtig je nieuwe inzichten? Wat is de invloed van verwachtingen, en hoe breng je daar veranderingen in aan? Wat is voelen, wat is het verschil tussen gevoel en emotie, hoe kan je jouw gevoel en/of emotie veranderen, hoe kan je enerverend vertellen en presenteren? Hoe kan je met een paar simpele vragen iemand, bijvoorbeeld je kinderen bij het slapengaan, een fijn gevoel geven? Hoe kan je iemand onbewust problemen laten oplossen? Wat zijn beperkende overtuigingen, en wat zijn betere ondersteunende overtuigingen? Wat is het NLP communicatiemodel, en wat betekent het in interactie? Wat is het verschil tussen feedback en kritiek, en hoe lever je feedback? Waarom zou je doelen stellen, en wat zijn jouw doelen? Wat wil je wel, wat wil je niet, waar liggen jouw grenzen, en wat betekent dat? Wat is communicatie, wat is effectieve communicatie?

Ontdek NLP.

“Wat is NLP?” is de centrale vraag in deze introductie in NLP. Een vraag die je nieuwsgierig kan maken naar meer NLP, en die hier wordt beantwoord vanuit NLP. Veel plezier met het volgen van deze mini-cursus, en vooral met de nieuwe mogelijkheden die het je gaat bieden!

Ik nodig je uit om mee op reis te gaan, open en nieuwsgierig naar wat komen gaat. Ons doel bij deze introductie is jou te informeren en voornamelijk te laten ervaren wat NLP is. Wellicht heb je al artikelen of boeken gelezen over NLP of ben je er op een of andere manier mee in contact gekomen, en misschien dat sommige stof je bekend voorkomt, wellicht ook niet. Het is allemaal goed, het doet er niet toe. Het enige wat telt, is dat jij ontdekt en ervaart hoe simpel sommige veranderingen van perspectief kunnen zijn. Aan het einde van deze korte introductie in vijf stappen (hieronder) kun je terugkijken op een nieuwe ervaring. Jouw ervaring met NLP en wat het voor jou kan betekenen. En… weet dat er nog veel meer is…

Start introductie: overzicht

De waarde van NLP is in the eye of the beholder. Concreet, wat het is: een methode waarmee je gedrag kan vastleggen en overdragen. Een methode die leidt tot gedragsmodellen (NLP technieken).

De methode van NLP (het modelleren) is gericht op EFFECTIEF gedrag. Bijvoorbeeld: Iemand kan goed communiceren, die gebruik je als rolmodel bij het modelleren, waar dan een NLP techniek op het gebied van communiceren uit voortkomt. Bekende contexten waarin dit is gedaan: communicatie, professioneel handelen, spiritualiteit, lesgeven, sales, motivatie, soft skills, onderhandelen etc.

NLP is een andere (aanvullende) manier van kijken, die een andere manier van handelen mogelijk maakt. Niet beter of slechter, enkel situationeel toepasbaar. Soms wil je een situatie benaderen vanuit waarheid en feiten, zoals je dat leert in het reguliere onderwijs. Soms vanuit effectiviteit, en dat leer je bij een NLP opleiding.

Het grote uitgangspunt bij NLP is dat het niet de werkelijkheid is die leidt, maar de individuele BELEVING van de werkelijkheid.

 

1. Wat is NLP?

NLP staat voor Neuro-Linguïstisch Programmeren.

Met de naamgeving wilden de ontwikkelaars van NLP (Richard Bandler en John Grinder) aangeven dat er een interactie bestaat tussen onze neurologie ofwel onze hersenen, de linguïstiek ofwel de taal die wij gebruiken en ons gedrag en dan met name de patronen (programma‘s) in ons denken en doen.

Het aardige van NLP is daarbij dat het niet zozeer een verklaring wil geven hoe deze precies interactie werkt, het legt de focus op nagaan welke effecten in deze interactie te behalen zijn. Een procesbenadering, en niet zozeer vanuit feiten en zaken. Dat geeft dan ook gelijk het bijzondere aan van NLP, ten opzichte van ons klassieke wereldbeeld aan: het is niet de werkelijke werkelijkheid die wij beleven waar wij op reageren, het is wel de beleving van onze eigen werkelijkheid die ons stuurt en waar wij zelf invloed op hebben. Onze enige echte werkelijkheid is de beleving in onze hersenen van de werkelijkheid.

NLP wordt gedefinieerd als “de studie van de subjectieve ervaring.”. En bij die studie hoort een methode, een methode die door toepassing weer leidt tot technieken. Een methode, die modelleren heet, waarmee je de interactie bij een rolmodel, een expert, in kaart brengt en overdraagbaar maakt.

Maar…

Is dat het antwoord wat je zocht? Weet je nu genoeg? Het is een antwoord…

Ik vergelijk NLP graag met wijn. Je kan er boeken vol over lezen, vele websites bekijken… Uiteindelijk gaat het er om dat je de fles hoort ontpoppen, het inschenken en bijbehorende klokken hoort, het glas gevuld ziet worden, het glas voelt, de wijn ruikt en proeft…

En als je dan een lekkere wijn hebt gevonden, en je bent enthousiast geworden, probeer dat maar eens over te brengen aan iemand zonder die ervaring. Het woord wijn, dat betekent niets voor je zonder een bijbehorende ervaring.

En dan nog… Sommige mensen hebben prettige ervaring met wijn, en zullen je enthousiasme kunnen delen. Andere mensen hebben een mindere ervaring met wijn, en zullen je meewarig aankijken…

Iedereen ziet de wereld op zijn of haar eigen manier. En die manier wordt gevormd door wat ons verteld wordt, door wat we meemaken, door wat we van anderen leren, door de boeken die we lezen, door de media die we volgen, en zo voort.

Alles wat we sinds onze geboorte zien, horen, ruiken, voelen en proeven zijn leermomenten. Leermomenten die we betekenis geven met ons denken. Waardoor bijvoorbeeld een objectief iets als wijn, opeens context en betekenis krijgt: lekker, gezellig, vervelend, vies, en wat je maar kan verzinnen. Waarmee je de keuze krijgt, vanuit de ervaring en verwachting, om wel of geen wijn te bestellen. Afhankelijk van de situatie.

En dat speelt ook voor NLP. De betekenis van NLP is in de ervaring met NLP. Je kan boeken lezen wat je wilt, kennis opdoen, maar dat is slechts stof. En stof kan je wegblazen… Dan blijft er niets over dan wat dwarrelende pluisjes.

Het gaat om mogelijkheden krijgen, keuzes maken, afhankelijk van de situatie.

NLP gaat over hoe wij alles in perspectief ervaren, en hoe wij in ons waarnemen en denken betekenis geven, en hoe we daar mee om kunnen gaan op een effectieve manier. Vandaar dat je wellicht al eens gelezen hebt dat NLP de studie van de subjectieve ervaring is.

Maar het is meer dan dat. NLP is een houding: een houding waarmee wij ons perspectief kunnen veranderen. NLP is een methode: een methode waarmee we effectief van anderen kunnen leren; van mensen die iets heel goed kunnen. En NLP bevat een grote hoeveelheid technieken, ideeën en inzichten (ontstaan uit de methode). Technieken, ideeën en inzichten over communicatie, bijvoorbeeld. Over coaching. Over lesgeven. Over conflicthantering. Over relaties. Over zelfvertrouwen en zelfverzekerdheid. Over contact maken. Over vrijheid en ruimte, over rust. Technieken die meer keuzevrijheid en mogelijkheden geven in verschillende situaties, wanneer je ze leert toe te passen.

Ander omschrijvingen van NLP kunnen je misschien nog meer aantonen dat de omschrijving van NLP voor iedereen anders is:

  • NLP is een houding en een methode met in haar kielzog een serie aan technieken.
  • NLP is een methode voor persoonlijke ontwikkeling – gereedschap om prestaties te verbeteren, van jezelf en van anderen.
  • NLP is een geweldige ervaring!
  • NLP is een model voor effectieve communicatie – een praktische en pragmatische verzameling van inzichten en methodes die de communicatie met jezelf en anderen kan verbeteren.
  • NLP is een tas vol met enorm krachtige communicatiegereedschappen.
  • NLP is een manier om te modelleren – ofwel om overdraagbare modellen te maken van menselijk gedrag.
  • NLP is de manier om mensen te begrijpen.
  • NLP is de kunst van succesvol functioneren.
  • Het doel van NLP is meer persoonlijke vrijheid.
  • NLP is nu, boven alles, een houding & een methode die leiden tot modellen & technieken waarmee jij bijvoorbeeld merkt hoe je nieuwgierigheid groeit, hoe meer je openstaat, eigenlijk alles wat jij nodig hebt, om je eigen leven te leiden (met e-i) door veel positiever overtuigd te zijn waarmee je handelen & je denken & uiteindelijk je gevoel verandert.

Zo veel verschillende mensen, zo veel verschillende omschrijvingen. En welke definitie voor jou de beste is? Daar kom je achter door NLP te ervaren. Voor jezelf. Omdat woorden tekort schieten.

2. NLP gaat om Doen en Ervaren

NLP ervaren doe je door NLP te doen. Dus als je een boek leest, lees het met de vraag in je achterhoofd: hoe kan ik dit NU uitproberen en toepassen? Zet jezelf in de actieve modus, neem het heft in handen, zorg dat je de woorden die je leest omzet in actie! Doe de oefeningen! Een NLP boek is niet om te lezen, een NLP boek is om te doen. En voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart, wanneer je doet. Dat gevoel, die ervaring die jij hebt, dat is wat NLP voor jou is. De ene techniek sterker dan de andere. De andere techniek beter bij jou passend dan de ene. Voel, en ervaar. En neem mee wat je kan gebruiken.

Voorbeeld van het effect van taal

Stel je voor, je hebt een afspraak om morgen iets te gaan doen, na eerst gezamenlijk een kopje koffie gedronken te hebben. Hieronder staan 10 verschillende formuleringen van de manier waarop je dat tegen jezelf kan zeggen. Lees ze eens door, en stel vast wat ze qua inhoud ongeveer betekenen:

 

  • Ik moet morgen op tijd zijn voor de koffie
  • Ik mag morgen niet te laat zijn voor de koffie
  • Ik kan morgen op tijd zijn voor de koffie
  • Ik zal morgen op tijd zijn voor de koffie
  • Ik ben morgen op tijd voor de koffie
  • Als ik morgen niet op tijd ben, dan is er geen tijd voor koffie
  • Morgen ben ik op tijd voor de koffie
  • Misschien ben ik wel op tijd voor de koffie
  • Als ik morgen maar op tjd ben voor de koffie
  • Lekker, koffie voor we starten morgen

 

 

 

 

De volgende vragen mag je voor jezelf beantwoorden, neem even rustig de tijd, en sta eens stil bij het antwoord.

  • Welke van de bovenstaande tien formuleringen, zou jou het meeste motiveren?
  • Ken je misschien een nog meer motiverende formulering, die er nog niet staat?
  • Welke van de bovenstaande formuleringen, zou jou het minste motiveren?
  • Nu je dit verschil herkent, hoe zou je dat kunnen gebruiken, in jouw communicatie, met jezelf, en met anderen?
[color-box customcolorpicker='#d0d0d0']
Welke formulering voor jou het meeste effect heeft, welke voor jou het minste effect heeft... Dat is heel persoonlijk. Dus wanneer je wilt concluderen hoe je dit gebruikt in de communicatie met jezelf, dan zou je kunnen stellen dat je het beste deze formulering kan gebruiken om je eigen doelen vast te stellen. Echter, in communicatie met anderen... is bewustwording dat de formulering verschil maakt het ultieme, zonder dat je kan concluderen welk verschil er precies is. Je kan het effect bij of voor een ander niet vooraf voorspellen. 
[/color-box]

NLP zit vol met dit soort inzichten, als een grote verzameling. Soms minder gericht op inhoud en feiten, de manier zoals je die waarschijnlijk wel kent van school, vaak meer gericht op gewenst effect bereiken: effectief communiceren. Afhankelijk van de situatie, met in je achterhoofd wat je wel wilt, en wat je niet wilt, kiezen wat te doen. Flexibel.

Ervaar: Uitgesteld ongeloof

Een opdracht..! Huiswerk.., of zoals ik het met een NLP-bril op zou noemen: thuisvermaak…

En wel echt even doen, niet stiekem overslaan en verder gaan, het gaat om de ervaring…

Neem even de tijd om lekker op te gaan in een film. Kijk eens welke films er draaien in de bioscoop, en ga gewoon! Of misschien heb je nog een film liggen die je wilt zien, of kijk eens in de aanbiedingsbakken bij de goedkope films. Misschien dat die ene film er wel tussen ligt. Heb je zelf geen idee welke film je zou kunnen kijken, dan kan je één van onderstaande suggesties kiezen ( titel, slogan en trailer). Moeilijk kiezen? Doe maar de bovenste die je nog niet kent…

En als je de film gekeken hebt dan gaan we verder. Geef jezelf nu eerst maar eens een leuke tijd, je hebt het verdiend!

Suggesties

Mr. Nobody, Nothing is real, everything is possible.

The Matrix, Remember there is no spoon.

The Truman show, On The Air. Unaware.

Eternal sunshine of the spotless mind, Would you erase me?

Big Fish, An adventure as big as life itself.

Brammetje Baas, een film om bij stil te staan.

[color-box customcolorpicker='#d0d0d0']
Deze suggesties komen niet uit de lucht vallen. Het is ook mijn persoonlijke filmtipparade niet. Elke film is min of meer NLP gerelateerd. Mr Nobody en het concept van keuzes maken. The Matrix en waarnemen & werkelijkheid. The Truman show en het verschil tussen werkelijkheid en de beleving van werkelijkheid. Eternal sunshine of the spotless mind en ecologie, of veranderingen en de omgeving. Big Fish over submodaliteiten, ofwel kleur brengen in je leven, over relaties en werkelijkheden, over respect voor wereldmodellen. Brammetje Baas over normen en waarden, over het effect van je communicatie. En nog veel meer, maar daar is deze box te klein voor...
[/color-box]

STOP, kijk de film, daarna hier verder…

En, leuke film? Ging je er in op? Kon jij je inleven in de hoofdpersoon, meeleven met het verhaal? Wat vond je het meest aansprekende deel? En wat het minste?

Ik vind dat geweldig, die stunt die je denkvermogen uithaalt, waardoor jij in staat bent om helemaal te vergeten dat je naar acteurs zit te kijken, op een set, met kunstmatig licht… Tja, je weet het wel terwijl je zit te kijken, maar je kiest er voor om met andere ogen te kijken, je kiest om je ongeloof uit te stellen, en dat wat je ziet tijdelijk voor waar aan te nemen…

En die schakeling kan je vaker maken. En waarom je dat zou doen? Omdat je dan bijvoorbeeld beter kan luisteren naar een ander. Je begrijpt de ander beter, doordat je je eigen oordelen, meningen en adviezen tijdelijk loslaat, en daardoor oor hebt voor wat de ander probeert over te brengen.

Wat kan je hier mee

Zoals veel van de vaardigheden in NLP, kan je op de oude vertrouwde manier handelen in situaties, of op deze nieuwe manier. Deze nieuwe manier is niet beter of slechter, alleen anders. En mijn uitnodiging aan jou is om gewoon, in drie passende situaties, deze nieuwe manier uit te proberen. Zodat je ervaring opdoet, en de voordelen, nadelen en interessante kanten ontdekt van deze nieuwe manier, zodat je deze naast de oude manier kan leggen, om voortaan te kunnen kiezen hoe je handelt. En daarmee ben je flexibeler geworden, heb je een extra mogelijkheid gekregen om te handelen.

En extra mogelijkheden, meer manieren om te handelen, geeft meer persoonlijke vrijheid. Meer keuzemogelijkheden.

Uitnodiging thuisvermaak

Ervaar in drie passende situaties hoe het is om in een staat van uitgesteld ongeloof te luisteren. Ervaar wat er anders is, wat voordelen zijn, wat nadelen zijn, wat je verder opvalt. Ga vervolgens na in wat voor situaties je dit zou kunnen gebruiken, en wat voor situaties juist niet.

Zie de wereld als een zandbak, of een speeltuin. Spelen om te leren, proberen om te ervaren. Nieuwe manieren ontdekken door nieuwe ervaringen op te doen. Veel plezier!

3. Ervaar de NLP Basisvooronderstellingen

Binnen NLP worden een aantal basisovertuigingen gehanteerd, die voor waar worden aangenomen. Het is dus niet gezegd dat het waar is, maar door onze hersenen in de stand van ‘uitgesteld ongeloof’ te zetten, doen we net alsof ze waar zijn. De discussie waar/niet waar, waarheid en werkelijkheid is binnen NLP onbelangrijk: het gaat bij NLP om de vraag: “Hoe kan je het gebruiken?”. En hoe krachtig de NLP Basisvooronderstellingen zijn, dat gaan we hier ervaren.

Om te beginnen, wil ik je vragen om eens in gedachten terug te gaan, naar een moment waar je een interactie had, een gesprek of een vergadering of een andere ontmoeting, waarbij het niet lekker liep in de communicatie. Het hoeft niet direct een conflict te zijn, maar het mag wel. Gewoon een voorbeeld, het maakt niet uit, om even mee te spelen. Heb je er een gekozen?

Waar was je toen? Wie waren er bij je? Wat zag je allemaal? Welke kleuren? Welke vormen? Wat hoorde je erbij? Wat voelde je toen, daar? Wat zei je tegen jezelf? Om even contact te maken met de situatie zoals die toen daar was.

Wat we nu gaan doen is de 10 basisvooronderstellingen 1 voor 1 af, en we gaan aannemen dat deze basisvooronderstelling waar is (ons ongeloof uitstellen) door een bril op te zetten van de basisvooronderstelling en daar doorheen kijken naar die situatie. En dan mag je ervaren wat dat betekent voor die situatie…, wat je anders ervaart…, welke nieuwe mogelijkheden er ineens blijken te zijn. Veel plezier!

De kaart is niet het gebied

Van jongs af aan nemen wij de werkelijkheid om ons heen tot ons, via onze zintuigen. Enkel een deel van de werkelijkheid, want onze zintuigen nemen slechts een piepklein deel waar van alles wat er is. Met dat alles wat we zien, horen, ruiken, voelen & proeven, denken we een soort plattegrond in ons hoofd van de werkelijkheid. Het is dus niet de werkelijkheid, enkel een subjectieve afspiegeling van de werkelijkheid, ons eigen wereldmodel. Wij handelen niet op basis van de werkelijkheid, wij handelen op basis van ons wereldmodel, op wat we in het verleden hebben geleerd. Bijvoorbeeld, wellicht heb je geleerd dat het wereldbolletje op de foto rechts verkeerd om staat…

Ook daar in die situatie. Kijk nu nog eens, in alle rust, naar die situatie, en zet daarbij de bril “De kaart is niet het gebied.” op. En voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart, merk wat er verandert.

Respecteer ieders model van de wereld

Iedereen heeft zijn eigen ervaringen, zijn eigen leerproces. Iedereen heeft een eigen wereldmodel, dat ontstaat door de unieke ervaringen die enkel die persoon meemaakt. Iedereen heeft dus een andere plattegrond in zijn hoofd gebaseerd op vroegere lessen. Niet beter, niet slechter, enkel anders. Heb respect voor de lessen van een ander, die voortkomen uit de ervaringen die die persoon heeft meegemaakt. Je hoeft het er niet mee eens te zijn, enkel met alle respect voor de ervaringen en lessen die de ander heeft.

Kijk nu nog eens naar die situatie, in alle rust, en zet daarbij de bril “Respecteer ieders model van de wereld.” op. En voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart, merk wat er verandert.

De betekenis van je communicatie wordt bepaald door de respons die je krijgt

Communiceren is een actief proces van informatie overdragen. Even kort door de bocht, maar dat is wat het is. Waarom communiceer je eigenlijk? Doe je maar wat, of wil je er iets mee bereiken? Effectief communiceren houd in dat je iets wil bereiken; effectief betekent tenslotte doelgericht.

Stel je voor een hond ligt in de weg, en je wil dat deze hond zijn mand ingaat. Je zegt met strenge stem: “Ga je mand in!”. Ligt het vast wat er nu gebeurt? Zoals wanneer je tegen een steen aanschopt, dat je precies kan uitrekenen wat er gebeurd (energie overdragen in plaats van informatie)? Nee. De hond kiest zijn eigen reactie. De hond kan blijven liggen, de hond kan enthousiast van de aandacht naar je toe komen, de hond kan eigenlijk elk gedrag vertonen wat in de mogelijkheden ligt. Misschien verwacht je wel dat de hond naar zijn mand zal gaan, maar dat ligt niet vast. Of “Ga in je mand!” de juiste communicatie was, hangt af van de reactie van die hond op dat moment. En wanneer de hond doet wat je wilt, dan is de betekenis van je communicatie dus de juiste geweest. Wanneer de hond iets anders doet, dan is je communicatie niet de juiste geweest, want je hebt het resultaat niet bereikt. Je hebt dan niet de juiste informatie overgedragen, op de juiste wijze, om je doel te bereiken. Wees dus flexibel in je communicatie: wanneer iets niet werkt, doe iets anders!

Tijd om vanuit deze gedachte naar die situatie te gaan kijken, in alle rust, met daarbij de bril “De betekenis van je communicatie wordt bepaald door de respons die je krijgt.” op je neus. En voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart, merk wat er verandert.

Weerstand is een excuus

Weerstand is een excuus, ja. Weerstand geeft aan dat de ander niet wil. En dat geeft jou (althans degene die het woord weerstand gebruikt) het excuus om zich niet meer in te spannen. Lekker makkelijk. Het ligt aan hullie, zij hebben weerstand.

Terwijl, eigenlijk, jij er voor kiest om er geen energie meer in te steken, om de ander mee te krijgen. En dat is goed, dat mag natuurlijk altijd en keuze zijn. Maar het is jouw keuze, niet hun weerstand… Besef je dat.

Er zijn geen onwillige mensen. Er zijn wel inflexibele communicatoren.

In de situatie die jij hebt gekozen, was daar iets met ‘weerstand’..? Kijk nog eens, maar nu door deze bril “Weerstand is een excuus.”? En voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart, merk wat er verandert.

Ieder mens heeft alles in zich om alles te kunnen bereiken

Iedereen kan leren. Dus alles wat je NU nog niet kan, zou je straks wel kunnen. Persoonlijke situaties kunnen veranderen, dus alles wat nu niet kan door omgevingsfactoren, zouden straks met andere omgevingsfactoren wel kunnen. Het enige wat je bereikt met het tegenovergestelde denken, is dat je niets doet en dus dat het waarheid wordt.

Er zit nog een diepere werkelijkheid achter deze stelling, en die heeft te maken met het waarom je iets wilt bereiken. Het gaat namelijk niet om de dingen of de zaken maar om de gevoelens die de dingen en zaken naar verwachting zullen opleveren. En dat gevoel dat je wilt bereiken, dat bezit je al van binnen. Wij maken ons enkel wijs dat we de dingen of zaken nodig hebben om het gevoel te bereiken…

Wat doet deze bril met jouw situatie..?

Elk gedrag heeft in de basis een positieve intentie

Om (wat dan ook) te doen, om in actie te komen, heb je motivatie nodig. Motivatie gaat voor de actie uit. Zelfs als je niets doet, kan je daar heel gemotiveerd in zijn…

Laten we eens een experimentje doen: ga eens na bij jezelf, wanneer was de laatste keer dat jij jezelf hebt gesaboteerd? Dat jij iets gedaan hebt vanuit een negatieve intentie voor jezelf? Wellicht dat je, wanneer je erg je best doet, wel met een voorbeeld kan komen. En als ik dan vervolgens de vraag stel: “En wat leverde jou dat toen op, zodat je het toch deed?”, dan zal je zien dat zelfs toen een positieve intentie (voor jezelf) aanwezig was.

Het wil niet zeggen dat de positieve intentie een bijdrage moet zijn aan het grotere goed en het grotere geheel, of zo. Nee, er zat iets positiefs in, gezien vanuit jouw unieke wereldmodel. Je verwacht een positief resultaat met alles wat je doet. Dat is motivatie, en dat maakt dat je in actie komt.

En als we naar die situatie kijken… Wat waren daar de positieve intenties…? Heb je daar een bril voor nodig om ze te kunnen zien?

Er is geen mislukking, enkel feedback

Of iets lukt of niet, meet je door te kijken of het voldoet aan je doel achteraf. Bij een ander doel zou dezelfde prestatie succes betekenen. Terwijl je vooraf, gegeven de informatie die je toen had, het beste koos uit de mogelijkheden die er toen waren in de positieve intentie. En eigenlijk nihileer je jouw inspanning. Je hebt dingen gedaan, en je bent tot nieuwe inzichten gekomen. Je hebt geleerd.

Elk gedrag, elke inspanning, elk resultaat: het is een prestatie. Of het nu wel of niet je doel was. Geef die inspanning ook de credits die het verdient. Natuurlijk is het fijn als je dichter bij je doel komt, en dat was ook de initiële intentie. Daar mag je gewoon trots op zijn.

De persoon met de meeste flexibiliteit is de katalysator van het systeem

Even toegepast op het systeem van communicatie, betekent deze vooronderstelling dat degene die zich het meest flexibel opstelt het systeem in stand houdt; oftewel zorgt dat er communicatie blijft. Flexibel betekent enerzijds energie blijven stoppen in het proces (blijven communiceren), anderzijds wanneer het proces stokt op een andere manier communiceren.

Zodra je in het proces van communicatie stopt met energie steken in het communiceren, dan valt het proces (het systeem) stil. Er is dan geen communicatie meer. Lijkt me duidelijk. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je altijd en overal maar energie in moet stoppen, nee, het betekent alleen dat je er voor kan kiezen om dat wel of niet te doen, en dat de keuze jouw keuze is.

Waarom, als je dan voor kiest om energie in het proces te steken, zou je als de communicatie stokt op een andere manier gaan communiceren? Einstein vatte het ooit mooi samen: “Waanzin is altijd hetzelfde blijven doen en toch een ander resultaat verwachten.”. Leuk hierbij te noemen is het pigeon-effect (het duiveneffect). De mens heeft (net zoals een duif) van nature de neiging om bij alles wat er gebeurd een reden of een oorzaak te zoeken. en een mogelijke verklaring, die niet de juiste hoeft te zijn, wordt als waarheid aangenomen. Dat iets eens werkte, bijvoorbeeld een bepaalde manier van communiceren, wil niet zeggen dat het elke keer werkt. En wanneer het niet werkt, doe iets anders!

Wat betekent dit in de situatie die je gekozen hebt, hierboven? Zet de bril “De persoon met de meeste flexibiliteit is de katalysator van het systeem.” op, en kijk eens wat er gebeurd.

Be at cause

Je kan natuurlijk reageren op wat in je omgeving gebeurd, en je handelen laten afhangen van wat je overkomt. Natuurlijk, iedereen overkomt dingen. Maar besef je dat je altijd zelf de keuze hebt om te reageren op de wijze die jij kiest. Wanneer jij je laat leiden wordt door wat er gebeurd, zal je merken dat het heel makkelijk is om je machteloos en slachtoffer te voelen, en je zal stress ervaren. Het leven wordt het leven lijden. In de file kan je balen omdat je in de file staat, in de regen kan je balen omdat het regent, zonder dat je er iets mee kan.

Wanneer jij je focus legt op jouw invloed, op hoe jij met situaties om kan gaan, zal je merken dat je meer invloed hebt dan je dacht, en dat die mate van invloed steeds groter wordt. Het leven wordt het leven leiden. In de file kan jij je beseffen dat jijzelf ervoor gezorgd hebt dat je hier nu vaststaat en iets leuks of nuttigs zoeken om te doen, in de regen kan jij je beseffen dat je beter een paraplu mee had kunnen nemen, om vervolgens van het spatten van de druppels in je gezicht te genieten.

Richt je op jouw mogelijkheden, ontdek de verschillende manieren waarop je met situaties om kan gaan, en merk dat je door een simpele keuze kan dansen in de regen!

Oorzaak, gevolg, een situatie, jouw keuze van je reactie. Wees de oorzaak. Wat doet de “Be at cause”-bril met jouw beleving van de situatie?

Mensen zijn niet hun gedrag

Alles wat je ziet, waarneemt, is enkel het gedrag van de ander, in deze specifieke situatie. Daarmee ken je de mens nog niet. Neem bijvoorbeeld de opdracht in de vorige module, het bekijken van een film. Sommige mensen doen dat (gedrag), sommige mensen slaan dat over (gedrag). kiezen voor het ene of het andere zegt niets over de mensen, het zegt iets over hoe deze mensen handelen wanneer ze zich op een bepaalde manier in een bepaalde situatie bevinden. En de persoon is veel meer dan enkel het handelen in een specifieke situatie.

Puntje aan de zijlijn: wanneer jij het gedrag van een persoon op de mens betrekt, waar gebeurt dat dan? Het antwoord is in jouw wereldmodel, en enkel in jouw wereldmodel. Een oordeel van een ander over jou, of jouw oordeel over een ander zegt meer over de oordelende persoon, dan over de beoordeelde. De basis van projectie.

Accepteer de persoon, en richt je op het concrete gedrag. Wat doet dat met de situatie die je als voorbeeld hebt genomen?

Be at cause

Zo, nu je dit hebt gelezen, en door de brillen hebt gekeken… Welke van de vooronderstellingen had de meeste invloed op je perspectief? En welke de minste? Welke spreekt je in het algemeen het meeste aan?

Hoe kan jij er voor zorgen dat jij deze vooronderstellingen straks, wanneer je ze zou kunnen gebruiken, op je netvlies hebt staan? Misschien wil je ze zelfs integreren, hoe ga je dat dan aanpakken?

Wees de oorzaak. Bepaal wat jij hier mee zou kunnen doen, bepaal wat jij er mee zou willen doen, bepaal hoe je dat gaat doen, en doe het! Jouw keuze, jouw weg, jouw resultaat. Wees de oorzaak, ook in jouw leerproces. Jij, en alleen jij, weet wat je er mee kan en wilt. Neem het heft in handen en zorg voor jezelf.

En jij weet wanneer jij klaar bent, wanneer jij je resultaat hebt bepaalt, en de stappen hebt genomen die je wilt nemen om het resultaat te bereiken.

4. Meer NLP

In deze introductie heb ik je een klein beetje laten proeven van wat algemene NLP. Heb je gemerkt dat door je perspectief te veranderen andere mogelijkheden ontstaan? Andere mogelijkheden en andere keuzes? Heb je gemerkt dat de waarheid zoals wij die ervaren, bijvoorbeeld hoe je eerst naar jouw gekozen situatie keek en hoe je er nu naar kan kijken, flexibel is? Merk je dat, bijvoorbeeld in die gekozen situatie, meer vrijheid en ruimte ontstaat? Zou je meer mogelijkheden willen, zou je andere keuzes willen, zou je meer vrijheid en ruimte willen ervaren?

Dan kan meer NLP iets voor jou zijn. Waarbij je er voor kan kiezen om in de lijn die hier is ingezet door te gaan met bijvoorbeeld de NLP Practitioner (leer om elke NLP techniek uit te kunnen voeren), en bij de NLP Master Practitioner (leer de technieken te combineren en ook zelf te maken).

Spelen met NLP – 5 Effectief communiceren

NLP gaat dus over situationeel effectief handelen.

Nu is het mogelijk om op basis van overeenkomsten bepaalde situaties samen te voegen tot een groter geheel: bijvoorbeeld tot een professionele omgeving. Om vervolgens te bepalen wat het beste werkt in die specifieke omgeving; je maakt dan best-practices voor een context. Wanneer je goed kijkt dan zie je dat er NLP opleidingen zijn die zich specialiseren in een bepaalde context, waar je niet situationeel effectief leert te zijn, maar waar je best-practices leert voor of vanuit een bepaalde context: bijvoorbeeld NLP in sportcontext, NLP binnen een opvoedings- of pedagogische context, NLP en management, NLP in projecten. Het is belangrijk dat je weet dat best-practices enkel best-practices zijn binnen die specifieke context. Bijvoorbeeld een best-practice binnen een professionele context kan zijn dat je nette en schone kleren aanhebt met een zakelijke uitstraling (wat is het achterliggende doel, daar?). Dat is een best-practice die binnen de context van in-je-privétijd-lekker-in-je-tuin-werken niet zo goed werkt (wat is het achterliggende doel daar, en wat zou dan beter zijn?). Wanneer je dus een artikel leest over NLP, of op zoek gaat naar een NLP opleiding, bepaal altijd voor jezelf of het om een bepaalde context gaat (welke?) of niet.

Een andere manier van samenvoegen is op basis van gelijksoortige doelen, of gelijksoortige effecten. Een cursus “Nee zeggen met NLP”, “Spirituele groei met NLP” of “Stoppen met Roken met NLP” kunnen voorbeelden zijn. Er zijn zelfs hele stromingen binnen NLP die het doel als het ware voorschrijven, en je wel flexibel leren te handelen, maar enkel één richting op: altijd het doel hebben om je gelukkig te voelen, of altijd maar jezelf motiveren, of altijd maar NLP moeten gebruiken. De vooronderstelling is dat iedereen zich altijd goed wilt voelen, of dat iedereen altijd het maximale uit zichzelf moet halen, of dat NLP (situationeel effectief handelen) de enige manier is. Hierin is het belangrijk om je te beseffen dat het enkel manieren zijn om binnen een situatie dit specifieke resultaat te behalen, en dat wanneer je een ander resultaat wenst, je ook een andere manier van handelen beter kan gebruiken. Afhankelijk van JOUW doel kan je misschien beter de NLP technieken uit een aanvullende cursus “Starten met Roken met NLP” of “Doorgaan met Roken met NLP” gebruiken. En wellicht dat je doel soms niet situationeel effectief handelen is, maar dat je een benadering zoekt gebaseerd op feiten / waarheid / verklaring; dan is een wetenschappelijke benadering veel beter dan een NLP benadering. Het zijn aanvullende methoden, die je gegeven een situatie kiest om toe te passen.

De gouden regel is: ER IS BINNEN NLP NOOIT EEN VOORAF GESCHREVEN MANIER VAN HANDELEN DIE ALTIJD OPGAAT. Wanneer je vanuit NLP een standaardregel hoort over hoe altijd te handelen voor het beste resultaat, ga dan op zoek naar het antwoord op de vragen: “Binnen welke context bedoel je?” en “Om welk effect en/of welk doel specifiek te bereiken?”.

Spelend naar effectief communiceren

Communiceren is een vorm van handelen, namelijk de vorm van handelen waarbij informatie wordt overgedragen. Effectief communiceren, dus doelgericht communiceren, kan je weer opdelen in vier processtappen:
1) Bepaal je doel: wat wil je bereiken met je communicatie?
2) Ontwerp je boodschap.
3) Lever de boodschap congruent af.
4) Controleer je resultaat.

Hieronder staan vijf oefeningen waarin je met die vier stappen kan oefenen. Pas de regels bewust toe, en merk hoe het anders is:

Situatie 1: Stel je voor, een collega komt naast je bureau staan, en begint zomaar een praatje. Jouw doel: je hebt eigenlijk geen tijd, want je wilt op tijd thuis zijn, voor een leuk uitstapje.
Vindt drie manieren om hier mee om te gaan die bijdragen aan jouw doel, en doorloop in gedachten (visualiseer) alle drie deze manieren (ontwerp boodschap/afleveren/controleren).

Situatie 2: Stel je voor, een collega komt naast je bureau staan, en stort zijn hart uit. Je ziet dat deze collega het echt kwijt moet. Je hebt eigenlijk geen tijd, want je wilt op tijd thuis zijn, voor een leuk uitstapje.
Stel je doel vast, wat wil JIJ hier? Welke nuances zijn er hier van belang? Vervolgens zoek je drie manieren om hier mee om te gaan die bijdragen aan jouw doel, en doorloop in gedachten (visualiseer) alle drie deze manieren (ontwerp boodschap/afleveren/controleren).

Oefening 3: Bij de eerstvolgende drie personen die je ziet, kijk je gewoon naar iets wat je ziet, en je geeft een complimentje. Bijvoorbeeld: wat een leuke trui, wat zit je haar leuk, leuke nagels heb je! Ontdek welk effect het heeft om complimentjes te maken. Denk aan de 4 stappen van leren/ontdekken van Kolb uit de eerste aflevering, en gebruik deze vier regels als leidraad om deze oefening structuur te geven.

Oefening 4: Zoek drie situaties op waar jij je excuses kan/mag maken. Doe desnoods expres iets (kleins) fout. Zeg welgemeend sorry, en wacht tot de ander reageert. Na die reactie zeg je nogmaals sorry, en laat de ander weer reageren. Dan nogmaals, een laatste keer. Welkom in de zandbak/speeltuin van communicatie. Spelen. En misschien ontdek je wel dat de ander je nu gaat verdedigen, na die derde keer sorry. Grappig, nietwaar..?

Oefening 5: Zeg “Nee” op vier manieren (elke manier drie tot vijf keer), op een flexibele wijze; op een telkens andere manier die past bij het volgende doel (aspect van communicatie):
1) Behoudt van een goede relatie. Je zegt nee, maar op zo’n wijze dat het bijdraagt aan het behoudt van een goede relatie.
2) Duidelijke inhoud. Je zegt nee, en wel op zo’n wijze dat er geen twijfel bestaat over het NEE antwoord. Je doel is duidelijk zijn.
3) Flexibel, buiten de procedure die je normaal op je werk hebt. Dus: op een ongewone manier; schrijf het bijvoorbeeld op en laat dan het papiertje lezen in plaats van het te zeggen (natuurlijk verzin je zelf een manier).
4) Een vrolijke emotie achterlatend bij de vraagsteller. Zeg op zo’n manier nee dat de ontvanger van de nee er vrolijk van wordt.

Bewust en onbewust leren

Alles wat je bewust bent en doet, is slechts een deel van het totaal. Miller stelt met de 7 (plus of min 2) regel dat mensen slechts in staat zijn om 5 tot 9 aandachtspunten tegelijk te hebben. Al het overige is onbewust. Misschien merk je het pas wanneer je mijn vraag leest hoe je aandacht gericht is: “Hoe voelt jouw linkervoet?”.

Je onbewuste leert sneller dan je bewuste, continu. Formele leerstrategieën, gebaseerd op onderzoek in het huidige onderwijssysteem, gaan er van uit dat je 4 fasen doorloopt (Kolb):

Model van Kolb

Leren volgens Kolb

Dit model van Kolb wordt veelgebruikt om onderwijs in te richten, leerstrategieën te ontwikkelen en dergelijke. Maar wanneer ik dit model zie, dan vraag ik mij af, waarom sommige mensen bij intense leerervaringen supersnel kunnen leren… Hoe mensen pleinvrees en dergelijke leren (ik heb nog nooit iemand bewust bekwaam op een plein zien staan)… Ik zie hoe ik herken zoals een lelijk jong eendje in een flits van een seconde leert dat hij een zwaan is, en zijn volledige wereldmodel omver gooit… Kennelijk is er dus meer dan enkel dit model van Kolb, kennelijk is er meer dan gestructureerd leren. Er is ook een (heel snel) proces op onbewust niveau rechtstreeks van Onbewust Onbekwaam naar Onbewust Bekwaam.

Wanneer je ontdekt dat je ook rechtstreeks van Onbewust Onbekwaam naar Onbewust Bekwaam kan gaan, door heel bewust je leren niet bewust te maken, en onbewust te laten, kan je verrast worden door de resultaten die je haalt. Chaos en verwarring duiden er op dat je aan het leren bent: oude vastgeroeste patronen bieden niet de houvast meer die je gewend bent; je treedt uit je comfortzone. Leren betekent genieten van chaos en verwarring. Bekende symptomen zijn gapen… Vroeg naar bed willen gaan… Rust nodig hebben…