voorbeeld

Schrijfoefening: Het verhaal van de oude boom

Ze denken dat ik een boom ben. Een oude boom. Een grote statige boom die enkel passief regen, wind en storm weerstaat. Maar ik ben veel meer dan dat. Slechts enkele mensen, en eekhoorns, kennen mijn geheim. Of eigenlijk is het geen geheim, maar een ongezien talent, mocht je het woord talent mogen gebruiken voor een vaardigheid die eigenlijk heel normaal is maar niet erkend doordat ze niet gezien wordt. Enkel als je het wilt zien zie je het. De meeste dieren en mensen willen of kunnen het niet zien omdat ze enkel naar het oppervlakkige kijken. Ze zien mij daar staan, takken die dansen met de wind, die meetreuren met de regen, soms breken in het ruwe spel dat ik met de storm speel. Mensen die de ogen gesloten houden voor wat zo overduidelijk is, en wel-zieners ridiculiseren door ze aan te duiden met termen als boomknuffelaars. Liefst uitgesproken op meewarige toon, zodat de boodschap van het belachelijke goed overkomt. En de meerderheid heeft gelijk, aldus de zwakken van geest die zich conformeren naar het sociaal gewenste gedrag zoals hun verwachting voorschrijft. Behalve de enkele vrije geest, die het contact weet te maken. En natuurlijk de eekhoorntjes.

 

De bomenknuffelaars, met alle respect uitgesproken, zien wel zoals het is. Ik zal u vertellen wat wij eigenlijk zijn, door een anekdote. Het is mijn tijd om mijn laatste herfst te beleven, terwijl de lente pas is begonnen. Ik geef u inzicht, de waarheid, het zijn zoals het is, ik geef u de werkelijkheid. Het grootste geschenk dat ik kan geven. Aan u om te luisteren en uw dissonantie te reduceren, hetzij richting wat is, hetzij richting uw gekoesterde illusies.

 

Ik sta hier nu drie eeuwen, en slechts een enkeling geeft mij de credits die ik verdien. Slechts een enkeling ziet mijn werkelijke bijdrage aan het zijn in het grote geheel. Slechts een enkeling heeft door hoe de blaadjes aan mijn ledematen elk geluid, elk licht en elke emotie in de omgeving opvangen. Hoe ik de kosmische energie kan richten en richt door mijn bladeren te keren opdat de energie die het heelal naar dit subjectieve centrum van het universum stuurt daar te richten waar ik wens. Slechts enkelen zien hoe wij koolstofdioxide uit de atmosfeer halen en zuurstof toevoegen om de energie zoals wij die ontvangen te maximaliseren, niet als een toeval maar wel in de betekenis die het werkelijk heeft: onze kracht en macht vergroten doordat we nog meer directe ruimtelijk kracht tot onze beschikking krijgen.  Mijn anecdote zal echter kleiner zijn, over meer directe invloed op de loop der dingen. Om uw vermeende denkkracht niet te veel op de proef te stellen, en u de reële kans te bieden om uw ongeloof uit te stellen, net lang genoeg om een sprankje licht tussen uw overtuigingen te laten schijnen. Zodat ik u een eerlijke kans biedt om tot inzicht te komen.

 

153 jaar geleden, zaten Adrianus en Jacobe samen op een picknickkleed onder mij te praten over wat ze samen hadden, en hoe ze dat verder wilden uitbouwen. Adrianus die heel romantisch het hof maakte aan Jacobe, en Jacobe die haar geluk niet op kon dat zij haar ware had gevonden.

Maar ik voelde het water in mijn bladnerven koken door de stemnuances in de stem van Adrianus. Hij was onoprecht. Hij veinsde. Hij huichelde. Ik werd er kromnervig van. Ik greep in. Ik stekte een sterke twijg in zijn hersenpan door deze, precies op het moment dat een kleine bries langs mijn bladeren gleed, hoog boven hem los te laten waarbij de bladeren de jonge tak qua functionaliteit tot een pijl promoveerden. Meer was niet nodig. Even was ik bang dat het te duidelijk zou zijn omdat de bries maar klein was, maar de betrokken mensen bleven het duiden als speling van het lot, in hun ware blindheid mijn speling niet ziende. Speling van het lot, nee, ik speelde met mijn loten. Haha! Jacobe haar oprechte reactie trok de kromheid weer uit mijn nerven. Het was goed. Zij mocht onwetend blijven over de ware intenties van de perfide Andrianus. Zij zou de rest van haar leven de meest dierbare herinneringen koesteren aan hem, in plaats van te ervaren dat haar droombeeldprins slechts als een glazen kerstbal uiteen zou spatten zodra hij zijn door de natuurkrachten gestelde doel, de zwaartekracht en de harde grond, zou bereiken. Het was perfect. Zelden zo een tevreden gevoel overgehouden aan een interventie. Zelden had het geheel zo een schoonheid. Vandaar dat ik deze anekdote aanhaal, nu na 153 jaar, als voorbeeld.

Posted by Rutger in Archief

Shared hosting omgevingen en parse_ini_file()

Als ontwikkelaar voor PHP omgevingen, kan je tegen de beperkingen aanlopen die een hostingprovider oplegt in het kader van het beveiligen van de gedeelde hosting omgeving.

Één van de problemen kan zijn dat je door het gebruik van een parse_ini_file() functie in een omgeving waar het gebruik van deze functie beperkt is, je software tegen waarschuwingen en zelfs errors aanloopt. Een bekende is Warning: parse_ini_file() has been disabled for security reasons. Het gevolg is dat de functie niet wordt uitgevoerd, en aangezien je deze code waarschijnlijk niet voor de kat zijn viool in je software hebt opgenomen, loopt je software spaak. Het gevolg is dat je software door een deel van je doelgroep niet te gebruiken is, want ook al is een mogelijke oplossing/work-around om van hostingprovider te switchen, veel potentiële gebruikers zullen een verhuizing niet over hebben voor het gebruik van jouw software. Bovendien zullen er allerlei berichten over foutmeldingen in je support pagina verschijnen die dan wellicht niet met jouw software te maken hebben (het is een legitieme functie) maar met de hosting provider.

Er is een eenvoudige oplossing, door de functie parse_ini_file() te vervangen door parse_ini_string(). Wanneer je er voor kiest om die oplossing te gebruiken in je software, zal je minder foutmeldingen en waarschuwingen krijgen, wat de beleving van je potentiële klant verbetert, en je doelgroep vergroot.

Een voorbeeld hoe dit er uit ziet:
In plaats van:
$config = parse_ini_file('config.ini', true);

Gebruik je:
$contentown = file_get_contents('config.ini', true);
$config = parse_ini_string($contentown, true);

Succes, en veel klanten!

Posted by Rutger in Archief

Gestructureerd leren en Kolb

Weet je nog? Toen je een klein kind was, en geen idee had dat autorijden iets was wat je moest leren? Je was je niet bewust dat je dat niet kon. En later je eerste rijles, waar je hortend en stotend op gang moest komen? Je werd je heel bewust dat je het niet kon. En later, na een aantal rijlessen, kon je aardig rijden, al moest je heel goed bezig zijn met de dingen die je moest doen, bijvoorbeeld bij het naderen van een rotonde: kijken, terugschakelen, richting aangeven, besluiten stoppen of doorgaan, koppeling, gaspedaal, rem, je had het heel druk. Je was heel bewust aan het oefenen en het lukte al heel aardig. En nu? Je hebt niet eens meer in de gaten wat je allemaal doet als je een rotonde neemt, het gaat als vanzelf. Je bent je niet bewust terwijl je de handelingen uitvoert.

Volgens leerpsycholoog David A. Kolb zijn dit de vier denkstappen die we doorgaan als we iets leren in een efficiënt leerproces dat leidt tot duurzame gedragsverandering:

Leercyclus van Kolb

Leercyclus van Kolb: van onbewust onbekwaam naar onbewust bekwaam

  1. Onbewust Onbekwaam
  2. Bewust Onbekwaam
  3. Bewust Bekwaam
  4. Onbewust Bekwaam

Waarschijnlijk herken je de fasen wel in het voorbeeld hierboven, bij het leren autorijden, maar herken je ze ook in ons schoolsysteem, bijvoorbeeld? Wiskundelessen? Natuurkunde? Maar ook later in trainingen en cursussen, of wanneer je voor het eerst in een echte baan begon?

Op basis van dit model is er een volgend stappenplan gemaakt, ook weer een model, om via dit “Efficiënt leerproces” nieuw gedrag te oefenen en te leren, in vier opeenvolgende stappen:

  1. DOE HET. Ervaar wat het gedrag doet (3 tot 5 keer), welke andere resultaten je krijgt, en hoe het voelt om te doen.
  2. EVALUEER. Ga na wat er anders is ten opzichte van hoe je het normaal gesproken zou doen.
  3. GENERALISEER. Haal er algemene richtlijnen en principes uit. Denk situationeel (wanneer en waar zou dit nieuwe gedrag wel alternatief zijn, wanneer en waar zou dit gedrag niet alternatief zijn).
  4. PAS TOE. Maak situationele keuzes in gedrag: bekijk per situatie of het oude of het nieuwe gedrag beter past.

In een plaatje:

Blijven ontwikkelen

Blijven ontwikkelen

Nog even over 4): Met leertransfer wordt bedoeld dat je het nieuwe gedrag ook meeneemt naar andere contexten; bijvoorbeeld iets wat je in je werk leert pas je ook toe in privé-situaties, en andersom.

Heel verhaal, wat heb je er nu aan? Nou, nu je dit artikel leest, net als zoveel andere artikelen, misschien wil je dan de wijze waarop je leest eens tegen dit model aanleggen. Stel je voor dat je tijdens het lezen van een artikel niet alleen de letters naar zinnen maakt en oppervlakkig leest vanuit verwondering, maar dat je tijdens het lezen jezelf de vraag stelt: wat betekent dit qua anders handelen? Om met het antwoord op die vraag vervolgens deze cirkel door te gaan: 3 tot 5 keer doen, op basis van je eigen ervaring bepalen hoe en wat er anders is, kijken wanneer en waar je welke keuzes maakt, en vervolgens het toverwoord: DOEN.

Dus, nu toepassend, hoe ga jij, nu je dit artikel hebt gelezen, drie tot vijf keer ervaren hoe het is om met wat er in dit artikel staat, ook daadwerkelijk te doen?

Posted by Rutger in NLP handleiding

Hypnose voorbeeld regressie

Intro

Ok, kom even staan (leading), ik laat je iets ervaren, komt helemaal goed, ik wil je vragen om even je ogen te sluiten, ja, en terwijl je je ogen hebt gesloten wil ik je vragen om terug te gaan in de tijd, een tijd dat je ongeveer 5, 6 jaar oud was. Kan jij je dat nog herinneren? (BMIR) 

Anker installeren

Als je 5, 6 jaar oud bent, dan kan je, dan begrijp je letters, die heb je al geleerd, maar om daar woorden van te maken, dat is best pittig, *handcontact anker* gewoon suggestie, *einde anker* goed, hou je ogen nog even gesloten, en probeer dat voor te stellen, ja? *anker* Dus probeer terug te gaan *onderbreek anker even om volgende te stapelen*, 5, 6 jaar, *einde anker* je ziet letters, a, b, c, prima, maar een woord, best wel pittig. Kan jij je dat voorstellen? (BMIR)

Anker testen

Ok, *anker* ik wil je vragen om je ogen even open te doen, en voor te lezen wat hier staat (*blijf anker afvuren tot voorlezen klaar is*)

Anker opruimen

Doe je ogen weer even dicht, je hebt het heel goed gedaan. We gaan nu weer terug naar het heden. Doe je ogen even dicht. *Anker* Alles *onderbreek anker om te stapelen* wat je hebt geleerd, *onderbreek anker om te stapelen* toen je 5, *onderbreek anker om te stapelen* 6 jaar was, *einde anker*, 10, alles, a, b, c, je kan gewoon weer spellen, alles gaat goed, je hebt alle gaven weer, *lead diepe ademteug* *anker* en je bent weer terug in het nu *einde anker*, en je bent zelfs slimmer dan voorheen.

Posted by Rutger in NLP handleiding

NLP leren is NLP doen

Is het jou wel eens opgevallen hoe een kind helemaal kan opgaan in een speelgoedauto; dat er geen besef is bij een kind dat autorijden iets is wat je moet leren? En hoe je, misschien wel net 18 jaar, voor het eerst plaatsnam in een auto om nogal bruut te ontdekken dat je echt nog wel iets te leren had om zonder horten en stoten weg te komen? Herinner jij je nog hoe je vervolgens veel leerde, maar in situaties waarin veel te doen was (rotonde: gas loslaten, afremmen of terugschakelen, kijken, inschatten, plan maken, oh richting aangeven, etc.) het nog niet allemaal vanzelf ging? Vergelijk dat eens met nu, hoe je bijna zonder bewust na te denken de dingen doet zoals je ze geleerd hebt; soms achteraf niet eens doorhebt dat je er al bent.

Volgens psycholoog David A. Kolb zijn er vier fasen te onderscheiden wanneer we iets leren in een efficiënt leerproces dat leidt tot duurzame gedragsverandering:

Model van Kolb

Leren volgens Kolb

  1. Onbewust Onbekwaam: je weet nog niet dat je iets niet kan, dat je nog iets te leren hebt.
  2. Bewust Onbekwaam: je ontdekt dat je iets te leren hebt, dat je iets nog niet kan.
  3. Bewust Bekwaam: je kijkt, je leert, je doet met volle aandacht, en je haalt je eerst resultaten.
  4. Onbewust Bekwaam: je heb het inmiddels zo vaak gedaan dat je het zonder veel aandacht als vanzelf kan doen.

Natuurlijk is dit maar een model, en ja, er zijn andere manieren om nog veel efficiënter te leren. Een fobie ontwikkelen bijvoorbeeld, kan ook als een leerproces gezien worden, en daar lijkt een lijntje rechtstreeks van Onbewust Onbekwaam naar Onbewust Bekwaam te zijn. Niet zo veel mensen herkennen de periode van Bewust Onbekwaam en Bewust Bekwaam in het ontwikkelen van een fobie, in de zin van: ha, dat ken ik nog niet, laat ik eens gaan oefenen. Dit voorbeeld is slechts bedoeld ter illustratie; weet dat er een verschil is tussen gestructureerd leren (in de schoolbanken gaan zitten om iets te leren) en incidenteel leren (toevallige lessen oppikken in je omgeving en ervaring).

Waar leidt dit allemaal toe? Wel, dit model is verder uitgewerkt naar een 4 stappenplan waarmee je doe-dingetjes, zoals het leren van NLP technieken, meer gestructureerd ontdekt. De vier stappen zijn als volgt:

  1. Doe! Gewoon oefenen en uitvoeren, drie tot vijf keer, zodat je de bewegingen maakt, de woorden uitspreekt, het effect ondergaat, meer diepte krijgt, het gaat er om dat je de stap maakt van lezen naar ervaren.
  2. Evalueer. Nu je de ervaring hebt opgedaan, kan je het pas goed vergelijken met wat je normaal gesproken gedaan zou hebben of normaal gesproken zou doen. Maak die vergelijking: wat is er gelijk, en wat is er anders? Qua gevoel, qua reactie, qua effect?
  3. Generaliseer. Onderzoek vanuit een helikopterview welke algemene ideeën kan je herkennen in de verschillen. Wat zijn voordelen en nadelen van het nieuwe gedrag? Wat zijn voordelen en nadelen van het oude gedrag? Ga situaties na, in het verleden, waar dit nieuwe gedrag misschien een beter resultaat had gehad. Sta ook stil bij situaties waar juist het oude gedrag een beter resultaat zou blijven houden.
  4. Pas toe. Maak keuzes tussen oud en nieuw gedrag op basis van je ervaring en verwachting. Pas het naar verwachting meest geschikte gedrag toe in de juiste situatie. Dit zal eerst heel bewust zijn, en ja, je zal inschattingsfouten maken: inschattingsfouten die zorgen dat je ervaring opdoet en steeds makkelijker als automatisch je keuze kan maken. Transfer: meestal begin je in een specifieke context met uitvoeren (bijvoorbeeld op kantoor, in zakelijke mailtjes, tijdens het eten, bij het sporten, met een oefenmaatje, in de kroeg), en de uitnodiging is er om het gedrag ook in andere contexten in geschikte situaties mee te nemen.

Deze vier stappen in een plaatje:

Blijf vaardigheden ontwikkelen

Blijf vaardigheden ontwikkelen

 

Mijn uitnodiging, nu je hier bent aangeland: hoe kan je wat je nu hebt gelezen toepassen op dit artikel zelf? Hoe kan je het lezen vertalen naar doen en ervaren?

Posted by Rutger in NLP handleiding

Een succesvol NLP anker in vier stappen

Vier stappen voor een succesvol NLP anker

1. Zorg voor een levendige SPECIFIEKE ervaring/stemming.

Vraag de ander een specifieke situatie te herinneren: “Herinner je een specifieke situatie, die van de bedoelde stemming een voorbeeld is.” Kalibreer op BMIR’s.

Contact maken met de specifieke herinnering, visueel: “Waar ben je?”, “Met wie ben je daar?”, “Wat zie je daar?”. Speel met de antwoorden, vraag door naar kleuren, vormen, groottes etc. Kalibreer op BMIR’s.

Visueel naar auditief, dieper contact maken: “Wat hoor je daarbij?” of “Wat hoor je daarbij, terwijl je … [beschrijf met sleutelwoorden uit visueel]”. Speel met de antwoorden, vraag door naar toonhoogtes, snelheid, ruis etc. Kalibreer op BMIR’s.

Auditief naar kinestetisch, contact maken met de stemming: “Wat voel je daarbij?”, “Hoe voelt dat daar, toen?”, “Wat voelde je , terwijl je … [beschrijf met sleutelwoorden uit visueel en auditief]”.

2. Zorg voor een unieke stimulans (zintuiglijke prikkel).
Wanneer de ervaring het meest levendig/intens is leg je het anker aan. Let op BMIR´s!

Vaak wordt er een tast prikkel gegeven op een plek op het lichaam waar de persoon makkelijk bij kan. Bijvoorbeeld op de schouder of knie. Wanneer je bij een ander ankert, vraag van te voren of het daar mag. Aanlegduur: 5 tot 15 seconden.

NLP Anker zetten

NLP Anker zetten

3. Break state.
Na het ankeren, haal je de ander met een break-state uit de stemming.

4. Test het NLP anker
Test het anker door het af te vuren, en kalibreer of de stemming onder het NLP anker zit.

Let op: een anker heeft altijd een effect, soms gewenst, soms ongewenst. Daarom is het testen belangrijk voordat je verder gaat. Wil je weten hoe je jouw ankertechniek kan verbeteren, lees dan dit artikel.

Oefening normaal NLP anker 1

Groepjes van 2.

B kiest een fijne herinnering.

A bepaalt een unieke stimulans bij B (schouder-, hand- of knieaanraking) voor het anker.

A vraag de herinnering uit, maakt een levendige ervaring. Start visueel, door naar auditief, door naar kinestetisch. Kalibreer op BMIR’s, en A kiest het juiste moment om het anker te zetten (5 tot 15 seconden stimulus) bij B (let goed op: dat kan bij sommige mensen al direct zijn, bij visueel).

A break-state.

A test het anker door het af te vuren. Kalibreer op BMIR’s of de stemming er onder zit.

Wissel van rol.

Oefening normaal NLP anker 2

Individueel.

Kies een krachtige hulpbron (herinnering), en bepaal een (door jezelf uit te voeren) unieke stimulans, of een eigen power-move (afhankelijk van je doel).

Maak je herinnering zo levendig mogelijk (vraag bij jezelf uit, beleef het visuele, hoor de geluiden, ervaar de gevoelens).

Intensiveer de ervaring: versterk de beleving van de krachtige staat door je drivers te veranderen (check ook de meest voorkomende submodaliteiten: helderheid, scherpte, geassocieerd/gedissocieerd en afstand). Versterk de staat, niet per sé de herinnering.

Anker dit bij jezelf, door de eigen unieke stimulans, of power-move.

Break state.

Vuur het anker af, en test.

Opmerkingen:

  • Let op de volumeknoppen van ankeren.

  • Je kan zo veel ankers bij jezelf maken als je wilt. Bedenk (ontwerp) je eigen manier van ankeren, met eigen stimuli, voor alle situaties waar jij dit kan gebruiken!

Posted by Rutger in NLP handleiding

Het sandwich feedback model

Als je echt feedback wilt geven, dan geef je vanuit de overtuiging dat de ontvanger er mee mag doen wat hij/zij wilt. Zodra je een verwachting hebt dat de ander er iets (specifieks) mee moet doen, dan is het geen feedback maar een mening, een oordeel, kritiek, waaraan de ander zich zou moeten schikken. In NLP is een model gemodelleerd dat op een speciale manier feedback gaf, middels het principe van een sandwich.

Het sandwich feedback model

Het sandwich feedback model werkt in drie delen: je verstopt de feedback in een lekker broodje.

1) Start vanuit de intentie “iets (ter overweging) willen geven”.

De bovenste helft van het broodje: benoem iets specifieks (zintuiglijk waarneembaar) wat goed is/was, in de tegenwoordige tijd en de ik-vorm.

Voorbeeld: Ik vind dat je goed rechtop staat. 

2) Vervolgens ga je de sandwich beleggen. Benoem datgene wat voor verbetering vatbaar is, door te benoemen wat je zintuiglijk hebt waargenomen (gedrag), in verleden tijd.

Voorbeeld: Ik zag dat je terwijl je vertelde naar buiten keek.

Hierna geef je aan hoe er volgens jouw beleving mogelijk anders zou kunnen worden gehandeld (gedrag).

Voorbeeld: Het zou mij helpen wanneer je me zou aankijken terwijl je aan het vertellen bent.

 Of: Misschien wil je overwegen mij aan te kijken terwijl je aan het vertellen bent.

3) Je sluit de sandwich van het sandwich feedback model met een algemene, generieke positieve mening.

Voorbeeld: Over het algemeen genomen vind ik het een goede presentatie.

Maak met zorg een goed belegde sandwich in het sandwich feedback model. Eén die “goed smaakt”, waar je makkelijk in “bijt” en die “lekker weg kauwt”. Je kan meerdere lagen gebruiken in het sandwich feedback model wanneer je telkens beleg afwisselt met een nieuw (bovenste) half broodje, waarbij je maar één keer afsluit met een generieke positieve boodschap.

Geef feedback (via het sandwich feedback model) direct (binnen 15 minuten); latere feedback bereikt alleen het bewuste. Geef het snel, hou het kort, wees specifiek.

Posted by Rutger in NLP handleiding

NLP is geen wetenschap

NLP heeft een fundamenteel andere benadering dan de wetenschap (met de wetenschap wordt hier bedoeld het systematisch kennis verwerven om een specifieke reconstructie te vormen van een deel van de werkelijkheid met behulp van wetenschappelijke methoden).

NLP maakt geen gebruik van de wetenschappelijke methoden, noch wil het de werkelijkheid reconstrueren. NLP heeft een heel ander doel dan de wetenschap, en wanneer je een ander doel hebt, dan gebruik je een andere route.

Hoe is NLP anders dan wetenschap?

NLP is pragmatisch en praktijkgericht, gericht op toepassing en effectiviteit. NLP kan, om het maximale effect te bereiken, in een toepassing kiezen om zich niet te beperken door feiten en realiteit. Het draait binnen Neuro Linguïstisch Programmeren niet om feiten, of om waarheid: het draait om het maximaliseren van gewenste effecten, ofwel het zo effectief mogelijk zijn.

Effectief betekent doelgericht. Effectieve communicatie (als voorbeeld) betekent dus dat je doelgericht communiceert. Dat impliceert dat je een doel stelt (kiest), en vervolgens op dusdanige wijze communiceert dat je het doel bereikt met je communicatie.

Waar wij op school geleerd hebben om vanuit het impliciete doel van feiten, waarheid, logica en inhoud te communiceren, laten we dat bij NLP los. We stellen zelf onze doelen in onze communicatie, en staan stil bij het effect dat we hebben en bij wat we willen bereiken met onze communicatie.

Wat kies jij in je communicatie? Gelijk of geluk? Feiten of effect? Welke verschillende extremen kan je onderstaand bedenken?

  • Een kind zet zijn eerste stapjes
  • Een vriendin vraagt of de broek die ze aan heeft haar dik maakt
  • Iemand komt te laat voor een afspraak
  • Iemand komt voor de 2e keer te laat op een afspraak
  • Iemand heeft een tekening gemaakt en vraagt wat je er van vindt
Posted by Rutger in NLP handleiding

Predicaten

Predicaten zijn in NLP woorden die iemand gebruikt, die kunnen duiden op het gebruik van een bepaald representatiesysteem, oftewel of de (huidige) interne representatie voornamelijk opgebouwd is uit plaatjes, geluiden, gevoelens, smaak, geur en reuk of gedachten. Predicaten zijn een mooi voorbeeld hoe NLP zich meer richt op het proces van communicatie dan op de inhoud van de boodschap.

Als gesprekspartner, begeleider, coach kun je matchen op wat iemand in woorden (predicaten) aan je verteld. Dit brengt je in rapport met elkaar. Bijvoorbeeld: Iemand verteld je: ”Ik zie het niet, ik heb er geen beeld bij.” Als antwoord kun je matchen door: “Ik zie wat je bedoeld.” Je stemt af op het representatiesysteem in plaatjes door dezelfde soort predicaten te gebruiken. Wanneer je wilt matchen in predicaten terwijl je nog niet helder hebt wat de ander als voorkeur heeft (nu), dan gebruik je a-specifieke (auditief digitale; praten in gedachten/denken) predicaten (je gesprekspartner zal zelf de vertaling maken naar het huidige voorkeurssysteem).

Je kunt ook mismatchen op wat iemand je in woorden (predicaten) verteld. Hiermee bereik je verandering. Je geeft de ander de mogelijkheid om voorbij de grenzen van zijn/haar wereldmodel te gaan, dit model te onderzoeken en uit te breiden. Zijn/haar gezichtsveld wordt groter, of er worden nieuwe mogelijkheden gezien, andere verbindingen worden gelegd. Door te reageren vanuit andere predicaten ‘dwing’ je een andere invalshoek. Bijvoorbeeld: “Ik voel mij hier niet goed onder, er ligt een zware last op mijn schouders.” Als antwoord kun je mismatchen door op deze kinesthetische predicaten te reageren met visuele predicaten als: “Hoe zie je het als je er van af hier naar kijkt?”

Visuele predicaten: praten in plaatjes

Aspect, beeld, blijken, blik, contrast, droom, duidelijk, focus, getuige, glimp, gloed, helder, hoek, horizon, illusie, illustreren, inspecteren, inzicht, kijken, kleurrijk, nauwkeurig, obscuur, observeren, onderscheiden, onderzoeken, ontruimen, opvallen, overzicht, perceptie, plaatje, scene, schetsen, scope, starende blik, stralend, toespitsen, uitstekend, uitzicht, vaag, verdacht, verduister, verschijnen, visie, voorgrond, vooruitzichten, voorzien, waakzaam, wazig, weerspiegelen, zicht, zichtbaar, zien.

De andere kant opkijken, beeld schetsen, duistere zaak, glimp opvangen, kijkje nemen, schitterend idee, steelse blik, er op toezien, het schijnt dat, geen schijn van kans, het is me niet duidelijk, in het licht van, door de vingers zien, doorzien, in het niets staren, inzien dat, je oog laten vallen op, kleur bekennen, lust voor het oog, met het blote oog, oog in oog, over het hoofd zien, perspectief krijgen op, verborgen boodschap, zich illusies maken, zicht hebben op, oogje in het zeil houden, ik zie het zitten, u heeft een ander gezichtspunt nodig, ik zie licht aan het eind van de tunnel, ik heb meer overzicht nodig, veel kleurrijke mensen hier, hij heeft er een goed oog voor, zij blinkt echt uit, dat ziet er rooskleurig uit, lijkt mij, in vogelvlucht, in de juiste verhoudingen, in groter verband zien, in een glimp opgevangen, een vaag idee, een heldere toekomst, in het licht van, een beeld schetsen, ziet er uit als een plaatje, er op toezien, kortzichtig, fraai om te zien, tunnelvisie, onder de loep nemen, lichtpuntje zien, uitzichtloos, hoog aanzien.

Wanneer ik je een aantrekkelijk voorstel zou tonen, wil je dan bekijken of het is wat je voor ogen hebt?

Auditieve predicaten: praten in geluid

Aankondigen, articuleren, bekendmaken, bellen, bespreken, bespreking, bulderen, communiceren, converseren, discussiëren, dissonantie, echo, formuleren, gehoorafstand, gejank, geluid, geratel, gesprek, gieren, gillen, harmonie, hoorbaar, horen, informeren, instemmen, knarsen, lawaai, luid, luidruchtig, luisteren, mondeling, monotoon, noemen, opmerken, opmerking, praten, rapporteren, ritme, roddelen, rumoer, schel, schreeuw, schreeuwen, sprakeloos, spreken, stem, stilte, sussen, toon, uitroepen, uitspreken, verklaren, verkondigen, vermelden, vertellen, vocaal, vraag, zeggen.

Afstemmen op, bij wijze van spreken, binnen gehoorsafstand, dat doet een belletje rinkelen, de waarheid vertellen, een kletskous zijn, een mening uiten, het ene oor in en het andere uit, het hoogste woord voeren, iemand aanhoren, iemand de mond snoeren, iemands hulp inroepen, iets doorpraten, iets verwoorden, in harmonie zijn, je mond houden, je oor te luisteren leggen, kletspraat verkopen, luidkeels roepen, nooit van gehoord, uitgesproken, klinkt goed, ik kan het niet meer horen, je zou ook eens naar een ander kunnen luisteren, mijn stem heb je, daar kan ik mee instemmen, ik was onverstaanbaar, Oost-Indisch doof, hij is een goed klankbord, klinkt als een klok, de waarheid zeggen, gehoor geven aan, bij wijze van spreken, laat eens wat horen, schreeuwende kleuren.

Wanneer ik je zou vertellen wat mijn voorstel is, zou je willen luisteren of je er oren naar hebt?

Kinesthetische predicaten: praten in gevoelens

Aandrang, aanraken, aanvoelen, absorberen, beroeren, beweging, druk, drukte, eelt (op ziel), energie, flexibel, fundering, gebonden aan, geslagen, gestructureerd, gevoelig, gloed, grijpen, in de war, intuïtie, lauwwarm, leeghoofdig, nadruk, ongemakkelijk, ontspannen, onverdraaglijk, paniekerig, richting, rilling, ruw, schok, spanning, steun, stevig, stortvloed, stress, stromen, temperatuur, trillen, vastklampen, verdoofd, voelen, warm, zacht, zeer.

Alle uitdrukkingen met lichaamsdelen.

De bovenhand krijgen, de fantasie prikkelen, de kaarten op tafel leggen, de touwtjes in handen hebben, een doortastend persoon, greep krijgen op, hand in hand, het in je vingertoppen voelen, iemand de rug toekeren, iemand voor de voeten lopen, iets doorgeven, iets laten bezinken, iets vasthouden, in aanraking komen met, in contact blijven met, in een handomdraai, op het rechte pad blijven, op je tanden bijten, op je tenen lopen, stap voor stap, vastklampen aan, vlijmscherp, in de hand houden, ik voel me op mijn gemak, grip op de zaak, zijn gevoelige snaar, binnen handbereik, kippenvel krijg ik daarvan, de sensatie hangt in de lucht, ik ben in de vorm van mijn leven, er op staan, hartverwarmend, links laten liggen.

Wanneer ik je een concreet voorstel zou doen, zou je willen ervaren of het goed voelt?

Olfactoire predicaten: praten in geur en reuk

Aroma, boeket, dampen, doordringende geur, essentie (basisgeur), mest, muf, rot, stank, stinken, stoffig, vochtig, zoetig (geur), zweet.

Gustatoire predicaten: praten in smaken

Bitter, delicieus, flauw, kruidig, pikant, pittig, scherp, smaakvol, verbrand, verschraald, zoet, zuur, kauwen, proeven.

Auditief digitale predicaten (ook wel aspecifiek): praten in gedachten, denken

Activeren, adviseren, analyseren, anticiperen, begrijpen, beseffen, beslissen, besluiten, bewust, bewustzijn, creëren, demonstreren, denken, ervaring, functioneren, herhalen, idee, indicatie, kennen, kiezen, kunnen, leren, logisch, maken, managen, mening, merken, motiveren, onderzoeken, ontwikkelen, opmerken, organiseren, overwegen, plannen, predicaten, realiseren, verstand, verwerken, vragen, voorbereiden, waarnemen, waarschuwen, weten, zijn.

Alert zijn, bewust zijn, een ervaring integreren, het eens zijn over, het juiste idee hebben, je best doen, zich vergissen.

Wanneer ik je een advies geef, zou je het kunnen overwegen?

Oefening herkennen van predicaten

Lees onderstaande uitspraken/woorden/predicaten en bepaal of deze duiden op V, A, K, O, G of Ad:

  • Er wordt gefluisterd
  • Licht op de zaak laten schijnen
  • Aansprekend
  • Ik begrijp, dat
  • Ergens tegenaan lopen
  • Tegen de achtergrond bezien van :
  • Schitterend voorgesteld
  • Een uitgesproken tegenstander
  • Een handvat geven
  • De bal terugkaatsen
  • Ik vraag me af
  • Oost-Indisch doof
  • Ik denk dat
  • Oogkleppen op hebben
  • Vastlopen
  • Weerklank vinden
  • Andere invalshoek kiezen
  • Op je tenen lopen
  • Dat is tekenend
  • Een voorstel bespreken
  • Ik evalueer graag
  • Nog afgezien van
  • Verstijfd van schrik
  • Ik ben me ervan bewust
  • Tegen dovemansoren zeggen
Posted by Rutger in NLP handleiding

Contact maken met een situatie

Wanneer je een situatie (en de stemming; de staat) wil laten (her-)beleven. Dit gebruik je bij het NLP coachen om een coachee naar een hulpbron te brengen, maar je kan het ook gewoon in de kroeg gebruiken om iemand een goed gevoel te geven in een koetjes-kalfjes gesprek, door te vragen naar een moment dat iemand heel enthousiast of gepassioneerd was, of te vragen naar het leukste dat vandaag of deze week gebeurd is, of op hobbies door te vragen (want waarom stopt iemand zijn vrije tijd in een hobby?).

1) Vraag een specifieke situatie te herinneren:

“Kies in je herinnering een specifieke situatie, die een voorbeeld is.”

Let op dat je echt het specifieke moment van de gewenste situatie krijgt, en niet een globale beleving; we zijn (uiteindelijk) op zoek naar de positieve emotie die bij het moment hoort.

Kalibreer op BMIR’s, en label de situatie (Ad): “Hoe zou je deze situatie willen noemen of welk codewoord wil je het geven?”.

2) Contact maken met de herinnering, visueel:

“Waar ben je?”

“Met wie ben je daar?”

“Wat zie je daar?”

Speel met de antwoorden, vraag door naar kleuren, vormen, groottes etc. Kalibreer op BMIR’s.

3) Visueel naar auditief, dieper contact maken:

“Wat hoor je daarbij?” of

“Wat hoor je daarbij, terwijl je … [beschrijf met sleutelwoorden uit visueel]”

Speel met de antwoorden, vraag door naar toonhoogtes, snelheid, ruis etc. Kalibreer op BMIR’s.

4) Auditief naar kinestetisch, contact maken met de stemming:

“Wat voel je daarbij?”

“Hoe voelt dat daar, toen?”

“Wat voelde je , terwijl je … [beschrijf met sleutelwoorden uit visueel en auditief]”

Kalibreer op BMIR’s. Gebruik ankers indien gewenst.

Oefenen met de NLP techniek door contact te maken met een leuke situatie

  • Bedenk/kies een invalshoek: hobby, leuke gebeurtenis, moment van enthousiasme, passie.
  • Visualiseer eerst voor jezelf hoe jij stap 1 t/m 4 doet, welke vragen je gaat stellen.
  • Bedenk altijd voordat je uitvraagt een goede break-state, zodat je die klaar hebt wanneer dat nodig is.

Voorbeeld:

  • Wat was het leukste dat je vandaag hebt meegemaakt?
  • Waar was dat?
  • Wat zag je toen?
  • Wat hoorde je daar toen?
  • En wat voelde je daar, toen?
  • Waar voelde je dat, precies?
Posted by Rutger in NLP handleiding

Vragen stellen

Wat er ook gevraagd wordt, in je hoofd wordt er antwoord gegeven en komt er vanzelf een antwoord naar boven. Terwijl je gedachten een antwoord aan het vormen is, wordt er tegelijkertijd in de dieptestructuur verbindingen gemaakt met alle associaties die je kent, hebt ervaren, hebt gezien, hebt gehoord, hebt gevoeld. Het maakt niet uit of de vraag logisch of onlogisch is. Een antwoord komt er.

Vragen die je aan jezelf stelt, worden ook beantwoord. Wanneer je tegen jezelf zegt “Ik vind dit moeilijk” of “Ik vind dit lastig” maak je het “moeilijk zijn” nog sterker voor jezelf en daardoor wordt het alleen maar moeilijker om het wel te begrijpen of te snappen. Je hindert jezelf om te leren. Andersom werkt het ook, wanneer je zegt, “Ik vraag mij af hoe snel ik dit makkelijk ga vinden?” of “Ik vraag mij af hoe snel ik ontdek wat hier eenvoudig aan is?” Merk het verschil en ontdek hoe dit helpt. Het begint bij de overtuigende gedachten die het doen ondersteunen.

Voorbeeld vragen

Stel jezelf deze vragen, en merk hoe het antwoord als vanzelf komt:

  • Waarom groeien er appels op de maan?
  • Welke nieuwe dingen ga ik ontdekken?
  • Ik vraag mij af in hoeveel dingen ik beter en beter wordt?
  • Welke sensatie in mijn lijf voelt nu erg goed voor mij?
  • Hoe natuurlijk en makkelijk ga ik aandacht geven aan dat wat goed voelt?
  • In welke belangrijke zaken gaat NLP mij verder helpen?

Hoe gebruik je vragen welke anderen meer overtuigen?

Op dezelfde manier waarop je eigen gedachten stuurt, kun je de vragen gebruiken om andermans gedachten te sturen. Gedachten zijn makkelijk te programmeren middels vragen en leidt tot het maken van beslissingen binnen de mogelijkheden die er zijn gegeven.

Merk het verschil in de vraagstelling van de vragen en welk antwoord daar meest waarschijnlijk op volgt.

  • Wil je een grote of een kleine frisdrank? Vaak wordt de kleine gekozen.
  • Wil je een grote frisdrank? Vaak wordt de grote gekozen.
  • Realiseer je hoe spannend het gaat worden, wanneer je deze vakantie neemt?
  • Hoe snel kunnen we onze afspraak beëindigen?
  • In hoeveel verschillende manieren ga je van dit huis genieten?
Posted by Rutger in NLP handleiding

Waarnemen en kalibreren

Hoe vaak komt de letter ‘F’ voor in de volgende tekst:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Wat staat hier:

Vlgones een sduite aan een elgnese unvirestiet mkaat het neit uit in wlke vlgrodoe de lttrees in een wrood satan, het eigne dat blagnrijek is, is dat de ersete en de ltaatse ltteer op de gdoee palats satan. De rset kann ttaaol oiznn zjin maar tcoh kun je het geod leezn. Dit kmot dradoot we neit ltteer voor ltteer arpat lzeen maar wodoren in zjin gheeel.

Kan je dit lezen:

D323 M3D3D3L1NG L44T J3 213N T0T W3LK3 GR0T3 PR35T4T135 0N23 H3R53N5N 1N 5T44T 21JN. 1N H3T 83G1N W45 H3T 23K3R N0G M031L1JK D323 T3K5T T3 L323N, M44R NU K4N J3 H3T W44R5CH1JNL1JK 4L W4T 5N3LL3R L323N 20ND3R J3 3CHT 1N T3 5P4NN3N. D4T K0MT D00R H3T 3N0RM3 L33RV3RM0G3N V4N 0N23 H3R53N5. KN4P H3? D323 M3D3D3L1NG M4G J3 K0P13R3N 3N V3RD3R V3R5PR31D3N.

Onze waarneming

Hoeveel vaak komt de ‘f’ voor volgens jouw telling? De meeste mensen tellen er 16 of 17. Maar het zijn er meer:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Het zijn er 23! Vooral het woordje ‘OF’ wordt vaak gemist. Er zit dus iets raars in ons waarnemen. Zelfs wanneer we ons concentreren, zien we niet alles…

En wanneer je het 2e stukje las als ‘Volgens een studie aan een Engelse universiteit…’, dan was je niet aan het waarnemen, maar dan was je de letters die er staan aan het vervormen tot woorden zoals je ze kent. Je leest dan iets wat er feitelijk niet staat. Wanneer dat stukje in een taal was geschreven die je niet kende, dan had je wel letterlijk de letters uitgesproken zoals ze er stonden. We verbinden onze waarneming aan wat we in het verleden hebben geleerd. We zien iets en proberen het onbewust te duiden. We zien niet wat er staat, we zien wat we kennen.

Het derde stukje laat je zien hoe snel dit proces gaat, hoe flexibel je hersenen zijn om snel te leren en uit het feitelijke waarnemen naar betekenis gaan.

Belangrijk NLP uitgangspunt: Ons sterkste instinct is niet de ‘will to survive’ maar onze drang om dingen vertrouwd te maken (‘will to make things familiar’).

Het zintuigensysteem

Wij nemen de wereld feitelijk waar door gebruik te maken van onze 5 zintuigen:

  • Ogen kijken (Visueel)

    Zintuigensysteem en waarnemen

    Zintuigensysteem en waarnemen

  • Oren luisteren (Auditief)
  • Lichaam voelt (Kinestetisch)
  • Neus ruikt (Olfactoir)
  • Mond proeft (Gustatoir)

Voor het gemak worden deze zintuiglijke systemen in NLP veelal afgekort tot: V A K O/G.

Omdat we naast waarnemen ook denken (tegen ons zelf praten) wordt er verschil gemaakt tussen Auditief tonaal (At: luisteren met je oren) en Auditief digitaal (Ad: tegen je zelf praten).

Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen de verschillende manieren waarop je kan voelen (Kinestetisch):

  • Tactiel: voelen aan de buitenkant; waarnemen buiten jezelf
  • Proprioceptief: voelen aan de binnenkant; waarnemen binnen jezelf
  • META: waarde bepalende gevoelens en emoties

NLP stelt dat ieder mens een bepaalde voorkeur heeft bij de inzet van de zintuigen (V-A-K-O-G-Ad). Sommige zintuigen zijn beter ontwikkeld dan de andere. Dat is per mens verschillend, en aangezien zintuigen te trainen zijn, is het geen vastgesteld gegeven, en kan het per situatie verschillen.

Het primaire voorkeurssysteem van waarnemen (V A K O/G Ad) herkennen bij een ander is handig om beter contact te maken. Je kan het primaire voorkeursysteem bij een ander herkennen door:

  • Te luisteren naar de woorden die de ander gebruikt (predicaten)
  • Te kijken naar de lichaamshouding (fysiologie)
  • Te kijken naar de oogpatronen

Dit worden ook wel de accessing cues (toegangsignalen en –aanwijzingen) genoemd.

VAKOGAd overzicht

V – Visueel, zien

A – Auditief, horen

At – Auditief tonaal, luisteren

Ad – Auditief digitaal, praten tegen jezelf, ‘denken’

K – Kinestetisch, voelen

Kt – Kinestetisch tactiel, voelen aan de buitenkant

Kp – Kinestetisch proprioceptief, voelen aan de binnenkant

Km – Kinestetisch meta, waarde bepalend of emotie

O – Olfactior, ruiken

G – Gustatoir, proeven

Lead system (zoeksysteem)

NLP stelt dat iedereen een zintuiglijk weergavesysteem heeft waarmee iemand zich richt op een innerlijke ervaring, of een herinnerde ervaring opzoekt.

Als voorbeeld:

Zoek naar een ervaring waarin je zeker was van jezelf. Qua volgordelijke stappen kan je eerst een beeld ZIEN (visuele “lead”) van die ervaring, om je vervolgens te herinneren welke gevoelens horen bij dat moment van zekerheid (kinestetische weergave).

Dit lead system is met de oogpatronen goed te herkennen.

Synesthesie

Synesthesie is een proces waarbij de weergave in het ene zintuigensysteem direct een ervaring oproept in een ander zintuigensysteem. Beide systemen overlappen elkaar. Bijvoorbeeld wanneer je het geluid hoort van een krijtje over een schoolbord en direct de rillingen over je rug voelt lopen.

BMIR’s – Behavioral Manifestations of Internal Representation

BMIR’s zijn (minimale) non-verbale en verbale toegangssignalen die in verbinding staan met onze zintuigen, de VAKOGAd. Door te letten op BMIR’s kan je beter afleiden wat er bij de ander gebeurt. Het is daarbij belangrijk in de gaten te houden dat ieder mens uniek is; niemand heeft gelijke BMIR’s. Voordat je dus betekenis mag en kan geven aan de BMIR’s die je waarneemt moet je onderzoeken wat een BMIR specifiek bij iemand betekent (dat proces van afstemmen heet kalibreren).

In een gesprek letten op veranderingen in fysiologie en stem (kijken en luisteren) geeft je inzicht in het interne proces bij de ander. Je wellicht niet zien WAT er gebeurt, maar wel DAT er wat gebeurt.

Visuele BMIR’s – wat je kan zien veranderen

  • Spierspanning in het gezicht
  • Vochtigheid van de huid
  • Kleur(verandering) van het gelaat
  • Onderlip (grootte en kleur)
  • Oogbewegingen
  • Grootte van de pupil
  • Schuine stand van het hoofd
  • Ademhaling: plaats, snelheid, diepte
  • Houding
  • Hoek van de ruggengraat (hoofd, nek, schouders)
  • Arm -, hand- en vingergebaren
  • Verdeling van gewicht
  • Gezichtsuitdrukking, wenkbrauwen, kaken, mond

Auditieve BMIR’s – wat je kan horen veranderen

  • Toon
  • Tempo
  • Plaats
  • Hoogte
  • Volume
  • Ritme
  • Pauzes
  • Predicaten
  • Warmte
  • Intonatie en intonatiepatronen

Kalibreren

Wanneer je iets ziet of hoort bij iemand, en je wilt ontdekken wat dat betekent, dan noemt NLP dat proces van onderzoeken en afstemmen ‘kalibreren’. Wanneer je niet kalibreert, en BMIR’s een betekenis geeft ‘omdat dat meestal zo is’, dan ben je aan het gedachtelezen, of mindreaden. Omdat iedereen unieke BMIR’s heeft, is het proces van kalibreren erg belangrijk om feitelijk te blijven bij wat er gebeurt bij de ander in plaats van niet verder te komen dan wat jij denkt dat er gebeurt bij de ander.

Kalibreren is het ontdekken van toegangsignalen. In de basis is het een vermogen (vaardigheid) om verschillen te kunnen zien en/of horen. Om onderscheid te kunnen maken is het noodzakelijk tenminste 2 zijnstoestanden waar te nemen.

  • Een enkel signaal is een voorval zonder betekenis
  • 2 dezelfde signalen is toeval
  • 3 dezelfde signalen is een patroon (kalibratie)

Oefening waarnemen of gedachtelezen

Ga bij de volgende uitspraken voor jezelf na of het iets is wat je feitelijk ziet, of dat een een mening/waardeoordeel is:

  • Je ziet hem opgelucht adem halen.
  • Je kon zien dat ze niet tevreden was.
  • Ze stond ontspannen te presenteren.
  • Als hij praat beweegt hij met zijn handen.
  • Hij fronste terwijl hij naar beneden keek.
  • Hij fronste zijn wenkbrauwen om te laten zien dat hij twijfelde aan haar woorden.
  • Ze keek schichtig om zich heen.
  • Zijn stem trilde en klonk nerveus.
  • Terwijl hij praatte bewoog zijn hoofd.
  • Hij bloosde van schaamte.
  • Hij vind mij niet aardig want hij kijkt telkens weg als ik hem aankijk.
  • Hij schudde zijn hoofd dus was het er niet mee eens.
  • Zij knikte want ze is het er mee eens.
  • De Italiaan was erg tevreden; hij maakte een rondje met duim en wijsvinger: perfect!
  • De ene Griek vond het goed, hij zei “Ohkee.”. De andere niet, hij zei “Nee.”.
  • Zij gaat het doen, ze zei “Ja, ik doe het wel.”.
  • De Pakistaan schudde zijn hoofd, dus bedoelde nee.
  • De Arabier gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De Japanner gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De flipover heeft witte bladen van papier.

Klik hier voor een antwoordindicatie.

Dus:

WAARNEMING -> Betekenis geven -> MINDREAD

Feitelijk en objectief -> Betekenis geven -> Jouw werkelijkheid en subjectief

Werkelijkheid -> Betekenis geven -> Waardeoordeel en overtuiging

Accessing cues – toegangsignalen en -aanwijzingen

Overzicht BMIR’s (generaliserende mindreads)

Visueel Auditief (At en Ad) Kinestetisch (K en O/G)
Ademhaling Hoog, snel, onregelmatig Middenrif Diepe buikademhaling, langzamer
Gezichtsuitdrukking Ogen dichtknijpen Gefronste wenkbrauwen Ontspannen spieren
Stem Hoge neusklanken Stiltes, afgemeten, nadrukkelijk Laag, vanuit de adem
Tempo Snel, opgewonden Ritmisch Langzamer
Houding Rechte rug, kin omhoog Hoofd naar rechts beneden gebogen Hoofd naar links beneden, rug iets in elkaar gezakt
Gebaren Naar boven wijzen, in de ogen wrijven Kin in hand, rond oren wijzen Handen op de buik leggen, denkbeeldige handelingen uitvoeren

Eye accessing cues (oogpatronen)

In het diagram hieronder kan je de oogpatronen van iemand afleiden. Het is zo getekend alsof dit het gezicht is van iemand die jou aankijkt. De oogpatronen hieronder gelden voor de meeste rechtshandige mensen (standaard georganiseerd mens).

LET OP: KALIBREREN IS BELANGRIJK!

Eye accessing cues (oogpatronen)

Eye accessing cues (oogpatronen)

De ogen kunnen ook recht vooruit staan, uit focus (down-time; intern gericht), al dan niet met vergrote pupillen. Dat duidt op snelle toegang naar (directe) zintuiglijke informatie, voornamelijk visueel.

  • VC: visueel geconstrueerde beelden (ogen op recht); vaag, flitsend, duidelijk verbeelden, heldere toekomst
  • VR: visueel herinnerde beelden (omhoog verlaten ogen); fotografisch geheugen, totale herinnering, toekomstvisie, schitterend perspectief, opnieuw bekijken, kleurrijk geheugen.
  • ACt: Auditief geconstrueerde geluiden of woorden, tonaal (ogen horizontaal en aan het recht); repeteren, woorden zeggen.
  • ARt: Auditieve herinnerde geluiden of woorden (ogen horizontaal en aan de linkerzijde); woorden herhalen die gehoord zijn.
  • K: Kinestetische sensaties en gevoel (intern en extern, ook reuk en smaak, ogen onderaan recht); voelen, aanraken, warm, soepele tred, kietelen.
  • AD: Auditieve geluiden of woorden (ogen onderaan de linkerzijde); interne dialoog, praten tegen jezelf, “aha”

Vragen stellen om oogpatronen te kalibreren

VR

  • Welke kleur heeft je favoriete boek?
  • Welke kleur heeft het huis van de buren?
  • Is er een ronde tafel in je huis?

VC

  • Hoe ziet een zebra eruit met paars/oranje haar?
  • Hoe ziet een mier eruit met roze sokjes aan?
  • Wat ga je morgen doen?

AR

  • Hoe klinkt je favoriete instrument?
  • Hoe klinkt volledige rust en stilte?
  • Wat klinkt harder: jouw deurbel of een claxon?

AC

  • Hoe klinkt een piepende muis in een windtunnel?
  • Hoe zou een dweilorkest klinken op Mars?
  • Hoe klinkt mijn stem, als ik zou praten zoals Mickey Mouse?

AD

  • Hoe doe jij de dingen ‘s ochtends?
  • Wat zeg je tegen jezelf als je thuiskomt?
  • Hoe poets jij je tanden?

K

  • Hoe voelt het als je in de zon ligt?
  • Hoe voelt je rechtervoet aan als die slaapt?
  • Welke sok zit beter, die van je rechter- of van je linkervoet?

Bij onduidelijke oogpatronen kan je meer gedetailleerde vragen stellen. Vooral vragen met een vergelijking of contrast: Welke … is (vergelijking), … of …? Bijvoorbeeld Welke kleur is donkerder, bastogne- of ontbijtkoek?

Oefening Vragen om oogpatronen te kalibreren

Geef aan of de onderstaande vragen Vc, Vr, Ac, Ar, K (O,G) of Ad zijn

  • Hoe zou je huis er uit zien met roze verf?
  • Welke kleur had het haar van je moeder, toen je haar voor het laatst zag?
  • Ben jij je bewust van deze vraag?
  • Hoe gaat de melodie van je favoriete lied?
  • En hoe zou je favoriete lied klinken met kerstklokken op de achtergrond?
  • Hoe voelen smeltende sneeuwballen in je hand?
  • Wat zeg je nu tegen jezelf?
  • Hoeveel ramen heeft je huis?
  • Hoe klinkt een muntje dat op straat valt?
  • Hoe klinkt een grote sneeuwbui die in zee valt?
  • Hoe zou jij er uit zien met haar van goud?
  • Heb je voor meer ramen dan achter?
  • Wat zou beter zijn: je huis paars met witte stippen, of met rode strepen?
  • Welke kleur heeft je voordeur?
  • Wat zeg jij tegen jezelf net voordat je de fiets neemt?
  • Heb je een ronde spiegel in huis?
  • Hoe klinkt de zee?
  • Hoe zag vorig jaar de leukste kerstkaart er uit?
  • Hoe klinkt Donald Duck nadat hij een ballon met helium heeft ingeademd?
  • Hoe zal het voelen om op de maan te dansen?
  • Hoe smaakt je favoriete eten?
  • Hoe ziet de kaft van je favoritete boek er uit?
  • Hoe klinkt een krijtje op een schoolbord?
  • Hoe smaakt een grote hap watten?
  • Wat zeg jij tegen jezelf wanneer je een complimentje krijgt?
  • Wat zeg je tegen jezelf wanneer je voor de koelkast staat?
  • Wat vindt je van deze vragen?
  • Realiseer jij je wat hier nu gebeurd?
  • Hoe zie jij er uit als een teletubbie?
  • Hoe zou je kamer er uit zien wanneer deze blauw was?
  • Welke kleur had de kamer waar je bent opgegroeid?
  • Wat was het laatste wat ik gezegd heb?
  • Hoe voelt het wanneer je in een plas stampt?

Speciale oogwaarnemingen

  • Je kan aan de ogen zien of iemand ‘naar binnen gekeerd is’. Dat is het moment om ruimte voor nadenken te geven, of suggesties te geven (korte trance-staat).
  • Je kan aan de ogen zien waar iemand naartoe kijkt (richting) wanneer deze zich iets voorstelt: ver weg, dichtbij, hoog, laag etc.
  • TransDerivational Search (TDS): verwilderde oogpatronen, geeft aan dat iemand informatie zoekt, in verwarring is, en/of probeert betekenis te geven. Checken of na de TDS de informatie is gevonden, dan wel betekenis is gegeven kan handig zijn. Wederom een goed moment voor suggesties (korte trance-staat). Merk wat er gebeurt:
    • Je doet het weer, of niet soms…?
    • Misschien denk je aan de gedachten die je gisteren had…?
    • De vele kleuren die fruit kan hebben…
    • Er zijn leuke momenten geweest, nietwaar…?
    • Je bent nog iets vergeten, nietwaar…?
    • Wat is het dat je nu niet kan herinneren…?
    • Jij kan je beseffen dat je nu met een glimlach is altijd leuk…
    • Rijk zijn is een staat zijn zegt het woordenboek…
Posted by Rutger in NLP handleiding

Van zwart wit denken naar nuance en terug

Wanneer iemand in zwart wit denkt, in 0 en 1, ja of nee, goed of fout, en je wilt naar neer nuance, kan je de vraag stellen als: “En op een schaal van 0 tot 100?” of een tegenvoorbeeld geven wat naar een meer ondersteunende beleving leidt. Dit brengt direct schakeringen aan in het denken. Vanuit de nuance kan je vervolgens geleid komen tot een nieuwe (meer ondersteunende) conclusie. En wanneer je deze grijstinten vervolgens tot een voorbereide en gewenste conclusie brengt, haal je de schakeringen er weer uit, en laat je het zwart wit denken weer bestaan, waarmee je een beperkende overtuiging kan vervangen door een ondersteunende overtuiging.

Let op: zwart wit of nuance denken zie je ook terug in de submodaliteiten van het betreffende onderwerp: twee aparte plekken of een lijn met een geleidende schaal. Eigenlijk doet de vraag zoals die hiervoor is beschreven niets anders dan tussenplekken (0 tot 100) creëren tussen de twee uitersten. Ondersteuning met gebaren, wijzen, tussenruimte om meer ‘smaken’ te laten ontstaan, of wanneer je vanuit de keuze wilt beperken weer teruggaan naar twee handen waarop je de keuze presenteert.

Voorbeeld van zwart wit denken naar nuance naar zwart wit denken:

Kind: “Ik kan nog niet lezen.”
NLP Master: “Maar je kan de letters van je naam toch herkennen?”
Kind: “Ja.”
NLP Master: “Dus je kan al wel een beetje lezen.”
Kind: “Ja.”
NLP Master: “Dus je kan al lezen.”

Posted by Rutger in NLP handleiding

Neuro-Linguïstisch Programmeren (NLP) leren

Neuro-Linguïstisch Programmeren (NLP) is een vaardigheid, die je op verschillende niveau’s kan leren. NLP leren past binnen persoonlijke ontwikkeling, doordat je een methode leert om te leren, te reflecteren, en doelgericht te veranderen. Telkens weer is er meer, mocht je dat willen. Hieronder beschrijf ik een soort stappenplan dat je kan gebruiken om kennis te maken met NLP, om vervolgens als het je bevalt een volgende stap te nemen om je vaardigheid te verbeteren.

  1. Verdiep je op globaal niveau in NLP. Vraag eens aan collega’s die een NLP opleiding hebben gevolgd wat het hun (professioneel en persoonlijk) heeft opgeleverd. Of ze het je zouden aanraden, en waarom dan. Kijk eens rond in je vriendenkring, wie heeft NLP gedaan en kan je meer vertellen? Zoek eens op internet naar aanbieders van opleidingen, en lees eens wat zij te vertellen hebben. Valt het je daarbij op dat iedereen een eigen verhaal heeft? Wat zijn de verschillen? Wat zijn de overeenkomsten? Kan jij je een globaal idee vormen van wat NLP biedt? Herken je de lijn in de verhalen van iets willen bereiken of iets bereikt hebben?
  2. Vraag jezelf eens af, wat jij zou willen bereiken? En als je tevreden bent, vraag je dan af wat er mogelijk zou kunnen zijn wanneer je iets meer van jezelf vraagt, de lat iets hoger zou leggen. Wanneer je daar een idee van hebt, of een globaal gevoel bij hebt dat er iets is, dan is het tijd om eens met dat idee als casus iets meer van NLP te proeven. Koop een boek! Een algemeen introductieboek in NLP is prima; wel een echt boek graag, niet een ‘gratis te downloaden handleiding NLP’ die bedoelt is voor marketing van een instituut. Een algemeen boek over NLP, zoals “NLP voor dummies” van Romilla Ready, “Je ongekende vermogens” van Anthony Robbins, of een ander NLP boek dat je eenvoudig kan vinden door bij Bol.com te zoeken op NLP (misschien tref je wel een boek aan dat meer in lijn ligt met je casus). Probeer geduld op te brengen terwijl je wacht op de bezorging, en wanneer je het binnen hebt dan bekijk je het boek eerst globaal met je de achterhoofd je casus, blader het een paar keer door en probeer wat casus-gerelateerde vragen te formuleren. Vervolgens lees je het boek door met telkens in je achterhoofd die casus. Hoe kan hetgeen daar geschreven in bijdragen aan jouw doel? Op die manier maak je het interactiever, en pak je de krenten uit de pap.
  3. Op zich ben je nu klaar met het leren van NLP. Bijvoorbeeld als je het boek “Je ongekende vermogens” van Anthony Robbins leest, leert en kent, dan is er eigenlijk niets meer dat je kan LEREN over NLP. Alle informatie en kennis die in een NLP Practitioner of een NLP Master Practitioner terugkomt staat in dit boek. Wat een opleiding of training nog toevoegt is de stap van KENNEN naar KUNNEN. Sommige dingen zijn vrij eenvoudig, zoals het SMART model, andere dingen spreken minder in woorden en kan je beter ervaren om het belang te voelen. Wil je meer, en overweeg je een training dan is een belangrijke stap om de juiste opleider te vinden. De juiste opleider voor jou. Om de juiste opleider voor jou te kunnen kiezen is het van belang om te weten wat de verschillen zijn tussen de opleidingen, zodat je kan bepalen of deze verschillen belangrijk zijn voor jou of niet. Maak eerst een lijst (Google op NLP Practitioner) met 20 opleiders. Ga naar de website, of bel eventueel, en let op de volgende zaken wanneer je een opleider kiest:
    1. Is er een kennismakingsavond of introductiecursus zodat je kan ‘voelen’ in hoeverre de trainer bij jou past, voordat je een grote stap als een NLP Practitioner doet? Sommige opleiders kiezen liever voor een één-op-één intakegesprek, maar dan mis je het gevoel van hoe de trainer is in een groep.
    2. Is de opleiding meer gericht op het actief ondergaan van de technieken teneinde persoonlijke groei te tijdens de opleiding te krijgen, of meer gericht op het leren toepassen van de technieken bij jezelf of anderen?
    3. Is de NLP Practitioner opleiding ook een NLP coach opleiding, of is de NLP coach een aparte opleiding?
    4. Alhoewel het niet een kleuterschool is die je uitzoekt, waarbij reistijd een belangrijke factor is, is het toch handig om  na te gaan hoe belangrijk het voor je is wat de locatie van de training is. Misschien heb je een voorkeur voor echte afzondering en een hotel, misschien wil je dichtbij en snel thuis. Let op dat het best heftige dagen zijn, dus dat je behoorlijk moe kan zijn aan het einde van een opleidingsdag.
    5. Is de opleiding gericht op een bepaalde context of doelgroep? NLP kan je op techniek niveau geven, waarbij er op een voorschrijvende manier wordt gedoceerd hoe je moet handelen, of op een hoger niveau waarbij het effect van de ideeën centraal staat. NLP kan gericht zijn op sportprestaties, op professionele prestaties, op gelukkig zijn, of is de opleiding gericht op het hogere, gericht op effecten. Het voordeel van een context-gebonden opleiding is dat deze een sterker leerrendement kan hebben, het nadeel is dat je daarna zelfstandig de transitie naar globale effecten, een verbreding in het denken naar algemeen proces moet maken. Voorbeeld: wanneer je een NLP opleiding doet die gericht is op sportprestaties, dan leer je hoe je NLP kan inzetten voor het behalen van de beste sportprestaties. Maar NLP is meer. NLP is ook andere contexten, afhankelijk van welk doel jij hebt. Met enkel deze opleiding gericht op sportprestaties leer je niet hoe je met NLP zo lui mogelijk kan zijn, bijvoorbeeld tijdens een vakantie. Mijn advies zou zijn om een opleider te kiezen die niet-normatief is, die niet voorschrijft. Een voordeel van deze manier van opleiden is namelijk dat je tijdens de opleiding ook gelijk leert hoe je context-gebonden NLP inzet, en dat je daar veel profijt van hebt.
    6. Hoe lang duurt de opleiding? De duur van NLP Practitioner opleidingen varieert. Korte trajecten van 7 dagen, lange trajecten van wel 22 dagen, en allerlei smaken daar tussenin. Het verschil in dagen komt terug in de diepte en de breedte. Trajecten van 7-11 dagen zijn vaak context-gebonden, gericht op snelle stappen en qua inhoud mager. Trajecten van 12-17 dagen hebben meestal een focus op de vaardigheid, en zijn algemener van opzet. Langere trajecten van 18-22 dagen zijn vaak gericht op vaardigheid en theorie. Wanneer je meer een denker bent die theorie en uitleg wilt, die wil snappen, dan kan je het beste voor een lange Practitioner kiezen, ben je meer een voeler of een doener dan kan je beter een traject van 12-17 dagen kiezen.
    7. Is er een kennistoets achteraf? Als je een denker bent dan kan het zijn dat dit je voorkeur heeft. Het feit dat er een kennistoets is betekent dat de opleider kennis belangrijk vindt, dus de kans is groot dat dat jij als denker beter tot je recht komt bij deze opleider.
    8. Is er een vaardigheidstoets achteraf? Of je nu een denker, doener of voeler bent, je doet de opleiding om vaardigheid te krijgen. Misschien dat er geen expliciete toets is, maar door deze vraag te stellen kan je wel inzicht krijgen in hoe belangrijk  het verwerven van vaardigheid is voor de opleider. Wanneer het enkel een aanwezigheidscertificaat zou zijn, dan neemt de opleider geen verantwoordelijkheid voor jouw leertraject, en is deze ongeschikt.
    9. Hoe is het traject zelf georganiseerd? Hoe zien de opleidingsdagen er uit? Hoe is de groepsgrootte? Welke investering (tijd en geld) wordt gevraagd? Praktische zaken. Let daarbij ook op de planning van de dagen, en de duur van de blokken.
      1. Alles wat boven de 6 uur netto (8 uur bruto) opleiding per dag  wordt gegeven raak je kwijt.
      2. Als er blokken zijn langer dan 2 dagen, dan stroom je over, en ben je het binnen een week weer kwijt (NLP Practitioners van 7 dagen aanéén zijn zonde geld!).
      3. Het is erg prettig als er tussen de blokken een stuk ruimte zit waarin je met de nieuw opgedane stof aan de slag kan in de praktijk, en dat je in het volgende blok daarop kan reflecteren (leertransfer).
      4. Het is erg prettig wanneer je na de opleidingsdagen een dag hebt om tot jezelf te komen, bijvoorbeeld een weekenddag of een vrije dag.
    10. Natuurlijk zijn er nog vele aspecten die meespelen die hier niet genoemd zijn. Zo zijn er opleiders die je aanbieden om het traject meerdere malen te volgen (en dat is een pré!) of om dagen te switchen of in te halen. Voel je vrij om deze aspecten mee te nemen, en te laten prevaleren! Wanneer jij je keuze hebt gemaakt, dan heb jij je keuze gemaakt.
  4. Nu je een overzicht hebt van opleiders en karakteristieken, kies er drie tot vijf (onthou dat aantal, dat gaat vaker terugkomen in je NLP opleiding) om daadwerkelijk kennis te maken. Ga naar een open dag of avond, bel ze op, stalk ze. Krijg gevoel bij de opleider, en stel zeker dat deze opleider ook daadwerkelijk jouw opleider gaat worden. Laat ze werken om jou te overtuigen. Leuke vragen waarmee je ze in het zweet kan krijgen:
    1. Er zijn verschillende stromingen in NLP heb ik ergens gelezen. Wat zijn de voordelen van deze stroming? En wat zijn de nadelen?
    2. Wat kan ik concreet na de NLP Practitioner? Wat heb ik er aan?
    3. Wat is NLP in 30 seconden samengevat? (McKinzie test: je snapt het pas wanneer je het in 30 seconden kan uitleggen).
  5. Na het bezoeken van de drie tot vijf opleiders, neem je even tijd voor jezelf. Laat je gevoel kristalliseren, en pas dan maak jij je keuze, waarbij je de optie NIET doen ook meeneemt.
  6. Doe eventueel de opleiding.
  7. Vervolgens ga je vanuit het huidige punt je kennis en vaardigheid versterken, verbreden en verdiepen
    • Je kan de NLP Master vervolgopleiding doen.
    • Je kan vervolgens een NLP Trainer opleiding doen. Mijn advies: doe dat bij één van de grote namen in NLP, een Tad James, Richard Bandler, John Grinder, Robert Dilts, etc. Zodat jij je kan verdiepen in zijn gedachten, zijn ideeën, zijn beeld. Modelleer hem, leer van zijn visie.
    • Lees boeken binnen de stroming die je hebt gevolgd voor verdieping van je begrip, kennis en vaardigheid.
    • Lees boeken buiten de stroming die je hebt gevolgd voor verbreding, nieuwe inzichten en een meer rijke niet-normatieve begripsvorming. Ontwikkel je eigen visie.
    • Lees boeken die ten grondslag liggen aan NLP, zoals boeken van Virginia Satir, Milton Erickson, Gregory Bates. Verdiep je in nieuwe grootheden.
    • Oefen, lees, blijf beoefenen! Pas het toe op nieuwe casus, blijf leren en veranderen.
    • Zoek mensen die gelijkgestemd zijn; zorg voor samen leren en ontwikkelen. Neem deel aan fora, schrijf zelf artikelen, coach regelmatig.
Posted by Rutger in NLP handleiding

Persoonlijk viermoment: 4 jaar schrijven over NLP

Jeeeeh, vandaag bereikte ik een nieuwe mijlpaal: 150.000 woorden gepubliceerd, in ruim 450 artikelen over NLP, organisatie en management, allerlei zaken die ik ofwel wil delen, ofwel ooit geschreven heb en qua content wil veilig stellen. En ik heb nog een grote queue om te verwerken, veel aanvullende ideeën om te publiceren, en ook andere manieren om reeds gepubliceerde ideeën te presenteren.

Het is een mooi voorbeeld van hoe je met af en toe wat effort steken in een project, je gaandeweg uiteindelijk ineens verrast bent over hoeveel je al hebt bereikt. Een mooie strategie van nu iets doen zodat je het later niet meer hoeft te doen (iets in die strekking las ik in mijn eerste boek, “Je ongekende vermogens” van Anthony Robbins). Mooi om te zien hoe kleine bijdragen steeds bijdragen aan iets groters, en hoeveel je op de lange termijn kan bereiken. Hoe je jouw verwachting kan overtreffen, over hoe veel je kan bereiken op lange termijn.

Dit artikel zijn weer aanvullende woorden, artikel 452. Wat zou voor jou iets moois zijn om aan te werken? Waarover of waardoor zou jij verrast willen zijn over pak-m-beet 5 jaar? Wat zou een kleine, weinig moeite kostende stap zijn om die kant op te gaan? Elke dag een stapje, of elke week een stapje? Wanneer je op reis gaat, dan is de eerste stap het begin, en elke centimeter brengt je dichter bij je doel.

Een echt reisdoel heb ik niet voor deze site. Het is meer rondtrekken. En met verwondering van mijn ervaringen genieten. Zoals nu.

 

Dank je wel voor je bezoek. Ik hoop dat je hier kan vinden wat je verder helpt.

Posted by Rutger in Archief

Multilevel communicatie met je stemrichting

Een manier om je stemgebruik een extra dimensie te geven, is de richting van je stem te gebruiken om extra informatie als anker mee te geven. Je kan je stem namelijk ‘richten’, en dit levert een unieke sensorische ervaring op waar je betekenis aan mee kan geven.

Wat we meestal doen is de stem richten op het focale gezichtspunt, of op de persoon waar we mee spreken. Met een beetje oefening kan je, terwijl je iemand aankijkt, je stem meer richting de buik van de gesprekspartner richten. Probeer dat eerst eens voor een spiegel, eerst technisch en wanneer je het onder de knie hebt, voel dan eens wat dit voor een verschil maakt of je tegen jezelf praat hoog in het eigen gezicht, of wanneer je lager tegen jezelf praat naar je buik.

Wanneer je daar een diepte bij hebt, experimenteer dan eens in drie tot vijf gesprekken met een echte gesprekspartner door afwisselend hoog en laag je stem te richten. Verander je stemrichting niet te snel, bij dit experimenteren, zodat je tijd hebt om te mindreaden hoe dit bij de ander wordt ontvangen. Ontdek welk onbewust proces hier speelt, en hoe je dit kan gebruiken.

Een andere manier om je stemrichting te gebruiken, is bij bijvoorbeeld presentaties. Wanneer jij je stem richt op de voorste rij, dan zal je moeilijk te verstaan zijn achterin. Probeer je stem dan (tenminste, als je beter verstaanbaar wilt zijn; dat kan een keuze zijn) zowel te verspreiden, als achterin te laten landen.

Nog een andere manier is om aandacht te geven op een onbewuste manier aan iemand speciaal. Wanneer je iemand een boodschap wilt meegeven in een groep, dan kan je dat rechtstreeks doen, of met je stem op een meer verhulde manier. Wil je dat met je stem doen (bijvoorbeeld in een vergadering, of tijdens een les, of whatever) dan kan je een algemene boodschap toch richten op iemand specifiek door enkel je stem richting de bedoelde ontvanger te richten. Let er op dat wanneer je de persoon aankijkt het richten van de stem niet meer verhuld is, en dan kan het confronterend worden. Probeer het enkel met je stem te doen.

Vervolgens kan je ook door je stemrichting bepaalde woorden benadrukken, of embedded commands richten. Door bijvoorbeeld bij de zin “Ik laat het gewoon gebeuren.” je stem tijdens “LAAT HET” te richten op de persoon die ongewenst gedrag vertoont te richten, zal de onbewuste boodschap dat de persoon het gedrag moet laten verhuld binnenkomen. Dit vergt enige oefening en voorbereiding, en is zeker de moeite waard om vaardig in te worden.

Tot slot kan je dan je stemrichting nog gebruiken om ankers te zetten en af te vuren. Een simpel voorbeeld zou ik kunnen tekenen in een situatie waar een coach praat met een coachee. In dit gesprek wil de coach drie onbewuste signalen installeren: neutraal, ja/goed/doen/positief en nee/fout/laten/negatief. Daarvoor heb je drie stemrichtingen nodig, en de coach kiest om de stem te richten op de coachee zijn/haar knieën voor neutraal, richting het rechteroor voor positief en richting het linkeroor voor negatief. Tijdens de intake start de coach gelijk met ankeren en betekenisgeving. Algemene gegevens worden besproken met de stem gericht op de knieën. Problemen en mislukkingen herhaalt de coach met stem gericht op linkeroor, en wensen en successen worden herhaalt richting het rechteroor, consequent om de betekenisgeving sterker te maken. Testen van het anker kan de coach doen door een neutrale vraag als bijvoorbeeld “En, helpt dat?” te stellen naar het rechter- of linkeroor, en te kalibreren of het antwoord in lijn ligt met de gekozen richting. De coach blijft vervolgens de betekenisgeving consequent herhalen om het anker opgeladen te houden, en vuurt het af wanneer deze het nodig acht.

Let op opmerkzame mensen dit kunnen doorzien. In dat geval kan je het effect nog steeds gebruiken, alleen zorg je er voor dat je signaal subtieler wordt. Minder opmerkzame mensen kunnen juist een probleem hebben met het onderkennen van de verschillen in het stemgebruik. Je zou dan je signaal kunnen versterken door bijvoorbeeld met je vinger te wijzen in de richting van je stem (visueel signaal toevoegen) of met pauzes de verandering van richting te benadrukken, of de aandacht van de toehoorder kunnen versterken door wat onduidelijker te gaan articuleren. Sowieso kan je er rekening mee houden dat de toehoorder minimaal drie tot vijf het onbewuste signaal moet ervaren voordat de binding ontstaat (het leereffect optreedt) tussen betekenis en signaal.

Het gebruiken van je stemrichting als extra communicatiekanaal (je geeft een extra laag mee in je communicatie) is een goed voorbeeld van de zogenoemde multilevel communicatie, zoals Milton Erickson die gebruikte.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Samenvatting didactische vaardigheden (conventioneel)

Algemeen

Leerprincipes:

  • “Weet waarom je leert” principe (wat en waarom), meer motivatie
  • Aanknoopprincipe (bij ervaringen en kennis aansluiten), beter begrip
  • Plezierprincipe, motiveert deelnemer
  • Terugkoppelingprincipe, controleren en bijsturen van het leerproces
  • “Oefening baart kunst” principe, oefenen is herhalen (onthouden) en toepassen.
  • Activiteitsprincipe, actief toepassen van stof

Didactisch model

Leerproces

Leerproces

Lesvoorbereiding

Stappen lesvoorbereiding

  • Leerdoelen
  • Beginsituatie
  • Leerinhoud
  • Werkvormen
  • Hulpmiddelen
  • Lesplan
  • Praktische voorbereiding

Leerdoelen

Algemene leerdoelen: leerdoelen in groter geheel

Specifieke leerdoelen: leerdoelen binnen een les

Typen leerdoelen:

  • Vaardigheidsdoelen (psychomotorische doelen); indien deelnemers bepaalde (denk)handelingen moet leren verrichten
  • Kennisdoelen (cognitieve doelen); indien deelnemers bepaalde informatie of kennis moeten begrijpen en/of onthouden
  • Houdingsdoelen (attitudedoelen); indien deelnemers bepaalde (positieve) houding moet verwerven of bepaalde gevoelens moet tonen

Leerdoel eisen

  • Beschrijft het gedrag aan het eind van de les of opleiding
  • SMART gedefinieerd
  • Voorwaarden bevatten waaronder het gedrag vertoond moet worden
  • Bereikbaar zijn

Beginsituatie

Hoe is de beginsituatie van de deelnemers?

Hoe groot is de groep

Wat is de achtergrond van de deelnemers (toelatingseisen)

Wat zijn de randvoorwaarden waaronder ik les moet geven?

  • Tijdstip
  • Inrichting lokaal
  • Kwaliteit en aanwezigheid hulpmiddelen

Aansluiten van les op beginniveau

Indien beginsituatie niet goed is ingeschat, improviseren:

  • deelnemers lesinhoud laten presenteren
  • tekst laten lezen als uitgangspunt voor verdere les
  • vragen inventariseren
  • oefeningen laten maken die achter de hand zijn

Leerinhoud

Leerinhoud kiezen

  • Bepaal welke leerinhoud noodzakelijk is om leerdoel te bereiken
  • Bepaal wat er gebeurt indien leerinhoud wordt weggelaten

Leerinhoud structureren

  • bepaal stappen
  • bepaal volgorde stappen
    • logisch
    • doelgroep (niveau, belevingswereld)
    • didactisch (makkelijk >> moeilijk)
    • praktische omstandigheden
    • persoonlijke voorkeur
  • bepaal per stap wijze van controle

Lesopbouw bepalen

  • Inleiding; 5 tot 10 minuten
  • Aandacht trekken (motiveren)
  • Doel van les aangeven
  • Relevantie van les vermelden
  • Programma van les aangeven
  • Toetsen van beginsituatie / voorkennis ophalen
  • Kern
  • Motiveren
  • Begrijpen
  • Onthouden
  • Toepassen
  • Controleren / bijsturen
  • Afsluiting
  • Samenvatten
  • Relevantie herhaling
  • Behalen leerdoelen controleren
  • Vooruitblikken

Werkvormen

Werkvorm Demonstratie en oefening

  • Geschikt voor vaardigheidsdoelen voor aanleren concrete handelingen
  • Leerinhoud verbaal, motoriek en visueel overbrengen
  • Bestaat uit voordoen en na laten doen
  • Alleen geschikt voor kleine groepen

Aandachtspunten

  • Analyseer de taak; verdeel in stappen; 1 maal normaal voordoen, dan 1 maal vertraagd met verbale ondersteuning; Nadoen eerst vertraagd met ondersteuning en aanwijzingen, nogmaals herhalen met verbale ondersteuning door student, normaal tempo herhalen
  • Zorg voor goede demonstratie (iedereen zichtbaar)
  • Zorg voor materialen (voldoende; pas uitdelen na demonstratie)

Werkvorm Doceren

  • Geschikt voor het behalen van kennisdoelen
  • Leerinhoud verbaal overdragen
  • Bestaat uit de leerinhoud uitleggen door docent
  • Geschikt voor grote groepen met gelijke beginsituatie / voorkennis

Aandachtspunten

  • Breng structuur aan; gebruik daarbij media
  • Sluit aan bij deelnemer
  • Controleer regelmatig op begrip
  • Houdt het boeiend
  • Beperk de informatie
  • Maak het niet te lang (aandacht neemt af na 10 minuten)
  • Maak afspraken over vragen (tijdens of achteraf)

Werkvorm Onderwijsleergesprek

  • Leerinhoud wordt verbaal overgebracht
  • Bestaat uit het voeren van een gestuurd gesprek waarbij de deelnemers aan het denken worden gezet volgens een stramien van voorbereide vragen
  • Geschikt voor groepen de reeds enige voorkennis hebben

Aandachtspunten

  • Gebruik open vragen
  • Breng denkproces bij deelnemer op gang
  • Stel 1 vraag tegelijk
  • Geef gelegenheid om over een vraag na te denken
  • Herformuleer de vraag bij onvoldoende antwoord (vraag alleen herhalen indien niet goed verstaan; beantwoord de vraag zelf niet)
  • Herhaal de goede elementen uit een onvoldoende antwoord
  • Vraag door (nader verklaren of aanvullen)
  • Speel doorvragen door in groep
  • Plaats antwoorden in groter verband
  • Geef duidelijke feedback (niet door het herhalen van een letterlijk antwoord)
  • Vat tussentijds samen
  • Maak gebruik van aanwezige voorkennis
  • Dwaal niet af, verzand niet in discussie
  • Gebruik hulpmiddelen
  • Geef beurten om aandacht te verdelen
  • Maak gebruik van analyse-, synthese- en evaluatievragen.

Werkvorm Opdrachten

  • Geschikt voor alle typen leerdoelen
  • Geschikt voor groepen waarbij benodigde voorkennis als uitgangspunt aanwezig is
  • Bestaat uit het laten uitvoeren van opdrachten (individueel of groepjes) met assistentie / controle van opleider

Soorten opdrachten:

  • Reproductie opdrachten; gesloten opdrachten om te controleren of de leerinhoud duidelijk is (leerinhoud laten herhalen)
  • Verwerkingsopdrachten; opdrachten welke toepassing van de leerinhoud afdwingen
  • Probleemgerichte opdrachten; waarbij de wijze van oplossing belangrijk is
  • Zoekopdrachten
  • Analyse opdrachten
  • Beslisopdrachten
  • Creatieve opdrachten; waarbij een unieke eindsituatie moet worden bedacht

Aandachtspunten

  • Zet opdracht op papier, benoem criteria en procedure
  • Neem de tijd om opdracht over te brengen
  • Geef het doel aan
  • Geef het eindproduct aan
  • Geef de tijd aan
  • Controleer of de opdracht helder is
  • Zorg voor materiaal
  • Begeleid tijdens de opdracht
  • Zorg dat iedereen actief is
  • Leg indien nodig het proces stil
  • Geef feedback op de resultaten
  • Resultaatmelding
  • Kwalitatieve informatie
  • Vervolgafspraken
  • Herhaal indien nodig de theorie

Lesplan

Lesplan voorbeeld

Lesplan voorbeeld

Praktische voorbereiding

Lange termijn:

  • voorbereiden materiaal en hulpmiddelen
  • schrijven flapovers
  • kopiëren van teksten
  • verkrijgen materiaal, modellen etc.

Korte termijn:

  • ruim op tijd aanwezig
  • lokaalopstelling, meubels en presentatiemiddelen
  • controleer schrijfmateriaal hulpmiddelen
  • instellen en aansluiten hulpmiddelen
  • Koffie e.d. controleren

Lesgeven

Motivatie

  • Intrinsiek gemotiveerde deelnemer: leren om de stof te beheersen (dit is het doel; wil dit leren)
  • Extrinsiek gemotiveerde deelnemer: leert om de stof als middel in te kunnen zetten (derde doel; moet dit leren)

Motivatoren

  • afwisseling in de les
  • relevantie vermelden
  • pakkende voorbeelden gebruiken
  • enthousiast zijn
  • humor

Toetsen

Formele toetsing: meet het eindresultaat

Continue toetsing: doorlopend toetsen of de deelnemers volgen

  • vragen (laten) stellen
  • samenvatting (laten) geven
  • opdrachten geven
  • O.L.G. voeren
  • Handelingen laten verrichten
  • Non-verbale signalen (gefronste wenkbrauwen) oppikken

Aandachtspunten tijdens de les

  • sluit bij beginsituatie aan
  • schakel de deelnemers zoveel mogelijk in
  • wees overtuigend en enthousiast
  • sta zoveel mogelijk tijdens de les, beweeg
  • spreek duidelijk, las af en toe een rustpauze in
  • verklaar jargon
  • moedig de deelnemer aan
  • observeer de groep, probeer oogcontact te krijgen
  • maak duidelijke afspraken met deelnemers
  • wees consequent

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

Primaire betrokkenheid

Primaire betrokkenheid elicitatie (Prime concern)

1e vraag: “Waar ben je het beste in – het starten van dingen, het veranderen van dingen of het stoppen van dingen?”

2e vraag: “Waar ben je het slechtste in – het starten van dingen, het veranderen van dingen of het stoppen van dingen?”

 

Generaliserende voorspelling:

  • Mensen die het slechtst in het starten van dingen zijn, zullen de meeste problemen hebben met het zijn wie ze willen zijn. “Waarom kan ik niet zijn wie ik wil zijn?”
  • Mensen die het slechtst in het veranderen van dingen zijn, zullen de meeste problemen hebben met het doen van wat ze willen doen. “Waarom kan ik niet doen wat ik wil doen?”
  • Mensen die het slechtst in het stoppen van dingen zijn, zullen de meeste problemen hebben met het krijgen wat ze willen hebben. “Waarom kan ik niet krijgen wat ik wil hebben?”

 

3e vraag: [Wie/Wat] is het dat je niet [bent/doet/hebt] dat je wel wilt [zijn/doen/hebben].”

Primaire betrokkenheid elicitatie via extase-staat

  1. Kan jij je een keer herinneren dat je in totale extase was? Een specifiek moment? Waar was je? Met wie? Etc.
  2. Als je contact maakt met deze beleving van extase, wat was daar toen aanwezig, wat normaal gesproken niet aanwezig is?
  3. Wat was er daar, toen afwezig dat in je normale, gewoonlijke doen aanwezig is?

 

Toen wel, normaal niet aanwezig Toen niet, normaal wel aanwezig
   
   
   
   

Primaire betrokkenheid, proces van de NLP techniek

  1. Vraag Primair belang uit
    1. Starten, veranderen, stoppen
    2. Extase staat
  2. Luister en zoek naar analoog gemarkeerde woorden
  3. Test: back-track de ontdekte woorden
  4. Kalibreer op verandering
  5. Genereer een nieuw patroon
    1. Plaats het in een ander kwadrant van de cartesische coördinaten
      1. Inverse
      2. Converse
      3. Non-mirror image reverse
    2. Maak het patroon inductief
  6. “Ik wil graag dat je het volgende volledig in overweging neemt: …” en geef het patroon terug (waarschijnlijke reactie: “Wat?”)
  7. Herhaal het teruggeven van het patroon 3 tot 7 keer
    1. Het probleem verdwijnt
    2. Ontvanger hoort je niet
    3. Delen integreren
    4. Blokkades vervagen
    5. Analoge markering van de woorden verdwijnt
  8. Test en future pace

 

Voorbeeld bij vormen van het nieuwe patroon:

Elicitatie         
1a. Wat mist?      
Succes.

1b. Toen wel:       
Succes
Veel energie ervaren

1b. Toen niet:       
Schemering
Vaagheid

Ontdekt patroon: Schemering/vaagheid is geen succes.

5a Non-mirror image reverse: Niet schemering is succes.

5b Inductief: Niet schemering -> Al het helder stralende van wie jij bent

Nieuw patroon (respons): Al het helder stralende van wie jij bent is succes.

 

Posted by Rutger in NLP handleiding