verleden

Schrijfoefening: Wanneer ik jouw profielfoto op Facebook zie

Ik zie je nieuwe profielfoto op Facebook. We zijn vrienden uit een ver verleden, toen jij en ik elkaar regelmatig zagen. Jij in een relatie, en ik ook. Raar misschien, maar op de een of andere manier had ik altijd een verwarrend gevoel bij je, toen. Een gevoel dat er niet mocht zijn. Omdat ik al een relatie had. Gevoelens die ik verstopte achter een lach, een façade die ik nodig had om mijn leven in de structuur te houden die ik daar had. Om mijn leventje in de comfortzone te houden. Wanneer ik terugdenk aan die tijd, en de gevoelens die ik toen had voor jou weer voel door ze op te roepen, is het duidelijker voor me. Ik beschouwde het voelen als gemengde concurrerende gevoelens, waarin keuzes gemaakt moesten worden; het een of het ander. Echte liefde kan maar één betreffen, dacht ik.

Hoe leren we dat? Mijn dochter vertelde me toen ze vijf was dat ze verliefd op mij was; en omdat ze dat meestal aan mijn vrouw verteld voelde ik me euforisch. Het zou heel gemakkelijk zijn geweest om in dat moment te blijven hangen en te genieten van de bevestiging die haar ‘biecht’ mij gaf. En ze vertelde verder: “Ik ben verliefd op iedereen uit mijn familie, en op mijn beste vriendin.”, en besefte me dat mijn dochter nog veel te leren heeft. En het tolde door mijn gedachten: “Wat heeft ze precies te leren dan..?”. Mijn dochter ging verder: “Maar mijn vriendin zegt dat ik niet op haar verliefd kan zijn, omdat wij allebei meisjes zijn.”. En ik besefte me, hoe wij in een keurslijf worden geduwd door culturele opvattingen. Je kan maar op 1 ander verliefd zijn. Wat een schoolvoorbeeld van een vooronderstelling, hoe fragiel en subtiel worden wij in het keurslijf van ‘hoe hoort het’ geïnstrueerd.

Dit moment bleef hangen en ik ontdekte dat wat mij geleerd is, wat ik voor vanzelfsprekend aannam, logisch leek, maar niet klopte met mijn gevoelens. Het zijn niet concurrerende of conflicterende gevoelens die ik voor jou, en jou, en jou heb, ze bestaan naast elkaar. Ze bijten elkaar enkel wanneer ik ze projecteer op hoe het zou zijn als… Ze zijn ook niet hetzelfde, soms zijn de gevoelens voor de een sterker dan de andere, soms gaan ze dieper. Centraal concept in deze gevoelens lijkt de vrijheid te staan, om in volledig contact te mogen treden. En ik merk dat ik dat bij veel mensen ervaar, en dat een contact het gevoel om verder te gaan, om meer te voelen, versterkt. En ik merk dat ik goed opgevoed ben, dat ik die gevoelens verstop. Om af en toe, wanneer ik alleen ben, te fantaseren, te visualiseren, hoe het zou zijn om vrijheid samen te ervaren en ons daar comfortabel bij te voelen.

Ik vraag me af, waar ik heb geleerd om mijn gevoelens te focussen op een persoon. Ik vraag me af hoe ik heb geleerd om concepten als relaties en trouwen boven mijn gevoel te stellen. Ik vraag me af hoe het komt dat ik door deze lessen verder van mijn gevoelens afkwam, en waarom ik mij heb laten verleiden tot het verstoppen van mijn diepste, echte gevoelens, achter façades van beleefd gedrag. Beleefd gedrag dat soms afstandelijk en cynisch werd, om de afstand maar te bewaren; de afstand niet naar jou, maar naar mijn eigen gevoelens. Omdat mij verteld was dat er maar 1 ware was en kon zijn. En omdat ik dat was gaan geloven, doordat iedereen zich vrijwillig in dat keurslijf liet persen.

Mooie rituelen die waarmee we communiceren aan de buitenkant alsof er een iemand speciaal is, kan zijn, voor het hele leven. Maar een leven duurt heel lang. En ik merk dat gevoelens van liefde meer smaken kent, die naast elkaar kunnen bestaan. Ik voel soms een meer kortdurende liefde die je verliefdheid zou kunnen noemen, en soms een meer langdurige liefde wat je houden van zou kunnen noemen. En die gevoelens kunnen naast elkaar, tegelijk worden gevoeld voor een persoon, of meerdere personen. Ik heb meer liefde dan enkel 1 persoon naar zich toe kan trekken.

Romantische liefde, niet-romantische liefde, behoefte aan interpersoonlijk contact, aan vrijheid, lust. Schakeringen die niet strijdig zijn, en waar ik me aan mag overgeven. Hoe kunnen gevoelens slecht zijn? Ik ben goed zoals ik ben, en ik mag voelen wat ik voel. Ontdekken dat het geen strijdige gevoelens zijn, dat ze naast elkaar mogen bestaan, dat ze aanvullend zijn op elkaar in de kwaliteit van leven, is wellicht de grootste horde die ik in mijn overtuigingenstructuur tot nu toe heb genomen.

Mijn mooiste herinneringen zijn dan ook die momenten waar ik in alle vrijheid echt contact ervaar. Waar ik mag zijn wie ik ben, hoe ik ben, en waar als een soort check dat het werkelijkheid is iets gebeurt wat eigenlijk niet zou mogen. Een mooie zomerdag met een vriendin in een park waar ik haar zie zitten in de zon en waar ik voel hoe prachtig ze is zoals ze is, en waar we dieper in elkaars ogen kijken dan mag passen, allebei weten dat het goed is, dat de vrijheid er is om te genieten van dit moment. Momenten van 5 seconden die eindeloos lijken, en die maar zelden voorkomen. Momenten die je de kracht geven om verder in het keurslijf te gaan. Om later, wanneer het contact weer is verbroken, weggestopt te worden achter de façade, terwijl ik het uit zou willen schreeuwen, terwijl ik meer contact wil, terwijl ik meer samen wil, langer contact, gloeiend verlangen naar intimiteit. Ik wil je op een voetstuk zetten, ik wil je aanbidden, daar in het moment, en ik wil dat ik je mag aanbidden en dat je mij ook aanbidt. In alle veiligheid, in vertrouwen, in vrijheid waar niets moet en alles mag en alles goed is. Leven in het moment. Waar jij jezelf mag zijn, waar jij je mag laten zien, waar het contact draait om elkaar in de ziel te mogen kijken en niet om het fysieke. Het fysieke is maar een middel, een bewijs aan de buitenkant van het werkelijke aan de binnenkant.

Houden van hangt voor mij samen met mijn egoïstische motivatie om mezelf te mogen geven en te laten zien. Hoe veel ik verlang is afhankelijk van de grootte van de wens om tot intiem contact te komen, intiem emotioneel niet fysiek. Hoe groter het taboe om intiem te zijn, hoe sterker het verlangen. Bij golven, alsof je aan het strand de ene golf het strand ziet opkomen en het zand rond je voeten voelt wegspoelen; je tot wankelen brengt, om vervolgens een nieuwe golf te voelen spoelen. Fysieke ervaringen van binnen; gevoelens van warmte die pulseren tussen keel en onderbuik, die langzaam stuiteren in mijn middenrif, die wanneer ik mijn aandacht er op richt sterker worden door meer warmte te ervaren, en zich vervolgens als warme gloed verder verspreiden door mijn bovenlijf. De brok in de keel heb ik geleerd naar beneden te verplaatsen, beneden waar het goed voelt. En het mogen voelen van deze warmte, het mogen zwelgen daarin, het mogen toelaten daarvan. Niet blokkeren, maar erin duiken, er in opgaan, een mooi plaatsje geven. Een stapje verder nemen dan we tot nu toe hebben gedaan, iets meer laten zien van mijn gevoelens is voor mij een heel eenvoudige manier om een diep intieme ervaring te hebben.

Posted by Rutger in Archief

Herkadering van de waarnemingsposities

Vanuit de hoogst mogelijke positieve intentie, wordt de ervaring vanuit de drie posities waargenomen. De ervaring is in dit geval; een moment waarin je hebt gereageerd, waar jezelf ontevreden over was…..of een moment in de toekomst waar je zult reageren op een voor jou onbevredigende wijze.

1. Achterhaal het probleem

Ga naar een moment waarin je een probleem had met een andere persoon en waarop je op een manier hebt gereageerd waar jezelf ontevreden over was of ga naar een moment in de toekomst waar je zult gaan reageren op een voor jou onbevredigende wijze. (het gaat om de ervaring, niet om de inhoud…houd het kort)
– Waar was je?
– Met wie?
– Wat voelde je, zei je, deed je wat je wilt veranderen?

2. Zoek de hoogst mogelijke positieve intentie

“Wat was je hoogst mogelijke intentie om te doen wat je deed?” Vraag net zolang door totdat je een positieve intentie, een positieve staat of waarde hebt bereikt die boven de eigen controle staat.

3. Vanuit de positieve intentie

Vertel dezelfde situatie nog eens…en nu vanuit het frame van de positieve intentie in elk van de drie posities.

“Vertel me nu eens over dezelfde situatie bezien vanuit je hoogst mogelijke positieve intentie ….alsof je er nu weer bent” (eerste positie-ZELF) Let op congruentie.

“Vertel me nu over dezelfde situatie vanuit de persoon in de tweede positie, bezien vanuit jouw hoogst mogelijke positieve intentie….alsof je er nu weer bent.” (tweede positie-ANDER) Let op empatisch vermogen.

“Vertel me nu over die situatie vanuit het standpunt van de neutrale waarnemer bezien vanuit jou hoogst mogelijke positieve intentie….alsof je er nu weer bent.” (derde positie-WAARNEMER) Er is afstand, meer objectiviteit.

4. Test voor integratie.

“Ik wil dat je nu weer denkt aan de situatie waar je reageerde op een wijze die je zo niet wilde…(wacht totdat de persoon begint het gebeuren terug te halen)…..en merk hoe jij je nu anders voelt.”

5. Future pace

(herhaal het nieuwe gedrag een paar maal)
“Ik wil dat je nu naar een vergelijkbare situatie in de nabije toekomst gaat die in het verleden een probleem zou zijn geweest…… en ervaar die situatie volledig met alles wat je nu hebt en weet.”

Posted by Rutger in NLP handleiding

Oefening lichaam, lichaamstaal en gevoel: kleien

NLP Oefening Kleien
Vorm de kleinst mogelijke groepjes van minimaal 3 deelnemers, A B en C (en eventueel D en E).

A Act (eventueel D en E ook)
B Be en zegt niets gedurende de oefening.
C Copy

B en C zetten 2 stoelen neer, met de rug naar elkaar, en zonder elkaar te raken.

B en C nemen plaats op de stoelen, zodanig dat ze elkaar niet zien of raken.

A vraagt aan B om te denken aan een keer in het verleden, waarbij B in een bijzonder gesprek zat. Wanneer B door knikken aangeeft dat hij/zij een moment heeft gekozen, vraagt A aan B om exact zo te gaan zitten, zoals B toen in dat specifieke gesprek zat.

B geeft door knikken aan dat hij/zij klaar is.

A gaan ‘kleien’ met C. Ze zorgen er voor dat C in precies dezelfde houding komt als dat B nu zit. Denk daarbij aan schuinheid van het hoofd, mate van spreiding van benen, stand van voeten, vingerhouding, etc. Maak het zo gelijkend mogelijk!

Wanneer C in dezelfde houding zit als B,

A vraagt aan C: Hoe voel jij je wanneer je zo zit in een gesprek? C geeft aan hoe hij/zij zich nu voelt.

A checkt bij B of dat overeenkomt met het gevoel dat B in het gesprek had.

Het effect: hoe beter de overeenkomst in lichaamshouding (in combinatie me spierspanning), hoe groter de emotionele gelijke ervaring. Spiegelen en rapport communiceren meer dan alleen vertrouwen; er is sprake van echte informatieoverdracht op emotioneel niveau.

Posted by Rutger in NLP handleiding

NLP leren is NLP doen

Is het jou wel eens opgevallen hoe een kind helemaal kan opgaan in een speelgoedauto; dat er geen besef is bij een kind dat autorijden iets is wat je moet leren? En hoe je, misschien wel net 18 jaar, voor het eerst plaatsnam in een auto om nogal bruut te ontdekken dat je echt nog wel iets te leren had om zonder horten en stoten weg te komen? Herinner jij je nog hoe je vervolgens veel leerde, maar in situaties waarin veel te doen was (rotonde: gas loslaten, afremmen of terugschakelen, kijken, inschatten, plan maken, oh richting aangeven, etc.) het nog niet allemaal vanzelf ging? Vergelijk dat eens met nu, hoe je bijna zonder bewust na te denken de dingen doet zoals je ze geleerd hebt; soms achteraf niet eens doorhebt dat je er al bent.

Volgens psycholoog David A. Kolb zijn er vier fasen te onderscheiden wanneer we iets leren in een efficiënt leerproces dat leidt tot duurzame gedragsverandering:

Model van Kolb

Leren volgens Kolb

  1. Onbewust Onbekwaam: je weet nog niet dat je iets niet kan, dat je nog iets te leren hebt.
  2. Bewust Onbekwaam: je ontdekt dat je iets te leren hebt, dat je iets nog niet kan.
  3. Bewust Bekwaam: je kijkt, je leert, je doet met volle aandacht, en je haalt je eerst resultaten.
  4. Onbewust Bekwaam: je heb het inmiddels zo vaak gedaan dat je het zonder veel aandacht als vanzelf kan doen.

Natuurlijk is dit maar een model, en ja, er zijn andere manieren om nog veel efficiënter te leren. Een fobie ontwikkelen bijvoorbeeld, kan ook als een leerproces gezien worden, en daar lijkt een lijntje rechtstreeks van Onbewust Onbekwaam naar Onbewust Bekwaam te zijn. Niet zo veel mensen herkennen de periode van Bewust Onbekwaam en Bewust Bekwaam in het ontwikkelen van een fobie, in de zin van: ha, dat ken ik nog niet, laat ik eens gaan oefenen. Dit voorbeeld is slechts bedoeld ter illustratie; weet dat er een verschil is tussen gestructureerd leren (in de schoolbanken gaan zitten om iets te leren) en incidenteel leren (toevallige lessen oppikken in je omgeving en ervaring).

Waar leidt dit allemaal toe? Wel, dit model is verder uitgewerkt naar een 4 stappenplan waarmee je doe-dingetjes, zoals het leren van NLP technieken, meer gestructureerd ontdekt. De vier stappen zijn als volgt:

  1. Doe! Gewoon oefenen en uitvoeren, drie tot vijf keer, zodat je de bewegingen maakt, de woorden uitspreekt, het effect ondergaat, meer diepte krijgt, het gaat er om dat je de stap maakt van lezen naar ervaren.
  2. Evalueer. Nu je de ervaring hebt opgedaan, kan je het pas goed vergelijken met wat je normaal gesproken gedaan zou hebben of normaal gesproken zou doen. Maak die vergelijking: wat is er gelijk, en wat is er anders? Qua gevoel, qua reactie, qua effect?
  3. Generaliseer. Onderzoek vanuit een helikopterview welke algemene ideeën kan je herkennen in de verschillen. Wat zijn voordelen en nadelen van het nieuwe gedrag? Wat zijn voordelen en nadelen van het oude gedrag? Ga situaties na, in het verleden, waar dit nieuwe gedrag misschien een beter resultaat had gehad. Sta ook stil bij situaties waar juist het oude gedrag een beter resultaat zou blijven houden.
  4. Pas toe. Maak keuzes tussen oud en nieuw gedrag op basis van je ervaring en verwachting. Pas het naar verwachting meest geschikte gedrag toe in de juiste situatie. Dit zal eerst heel bewust zijn, en ja, je zal inschattingsfouten maken: inschattingsfouten die zorgen dat je ervaring opdoet en steeds makkelijker als automatisch je keuze kan maken. Transfer: meestal begin je in een specifieke context met uitvoeren (bijvoorbeeld op kantoor, in zakelijke mailtjes, tijdens het eten, bij het sporten, met een oefenmaatje, in de kroeg), en de uitnodiging is er om het gedrag ook in andere contexten in geschikte situaties mee te nemen.

Deze vier stappen in een plaatje:

Blijf vaardigheden ontwikkelen

Blijf vaardigheden ontwikkelen

 

Mijn uitnodiging, nu je hier bent aangeland: hoe kan je wat je nu hebt gelezen toepassen op dit artikel zelf? Hoe kan je het lezen vertalen naar doen en ervaren?

Posted by Rutger in NLP handleiding

Het sandwich feedback model

Als je echt feedback wilt geven, dan geef je vanuit de overtuiging dat de ontvanger er mee mag doen wat hij/zij wilt. Zodra je een verwachting hebt dat de ander er iets (specifieks) mee moet doen, dan is het geen feedback maar een mening, een oordeel, kritiek, waaraan de ander zich zou moeten schikken. In NLP is een model gemodelleerd dat op een speciale manier feedback gaf, middels het principe van een sandwich.

Het sandwich feedback model

Het sandwich feedback model werkt in drie delen: je verstopt de feedback in een lekker broodje.

1) Start vanuit de intentie “iets (ter overweging) willen geven”.

De bovenste helft van het broodje: benoem iets specifieks (zintuiglijk waarneembaar) wat goed is/was, in de tegenwoordige tijd en de ik-vorm.

Voorbeeld: Ik vind dat je goed rechtop staat. 

2) Vervolgens ga je de sandwich beleggen. Benoem datgene wat voor verbetering vatbaar is, door te benoemen wat je zintuiglijk hebt waargenomen (gedrag), in verleden tijd.

Voorbeeld: Ik zag dat je terwijl je vertelde naar buiten keek.

Hierna geef je aan hoe er volgens jouw beleving mogelijk anders zou kunnen worden gehandeld (gedrag).

Voorbeeld: Het zou mij helpen wanneer je me zou aankijken terwijl je aan het vertellen bent.

 Of: Misschien wil je overwegen mij aan te kijken terwijl je aan het vertellen bent.

3) Je sluit de sandwich van het sandwich feedback model met een algemene, generieke positieve mening.

Voorbeeld: Over het algemeen genomen vind ik het een goede presentatie.

Maak met zorg een goed belegde sandwich in het sandwich feedback model. Eén die “goed smaakt”, waar je makkelijk in “bijt” en die “lekker weg kauwt”. Je kan meerdere lagen gebruiken in het sandwich feedback model wanneer je telkens beleg afwisselt met een nieuw (bovenste) half broodje, waarbij je maar één keer afsluit met een generieke positieve boodschap.

Geef feedback (via het sandwich feedback model) direct (binnen 15 minuten); latere feedback bereikt alleen het bewuste. Geef het snel, hou het kort, wees specifiek.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Waarnemen en kalibreren

Hoe vaak komt de letter ‘F’ voor in de volgende tekst:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Wat staat hier:

Vlgones een sduite aan een elgnese unvirestiet mkaat het neit uit in wlke vlgrodoe de lttrees in een wrood satan, het eigne dat blagnrijek is, is dat de ersete en de ltaatse ltteer op de gdoee palats satan. De rset kann ttaaol oiznn zjin maar tcoh kun je het geod leezn. Dit kmot dradoot we neit ltteer voor ltteer arpat lzeen maar wodoren in zjin gheeel.

Kan je dit lezen:

D323 M3D3D3L1NG L44T J3 213N T0T W3LK3 GR0T3 PR35T4T135 0N23 H3R53N5N 1N 5T44T 21JN. 1N H3T 83G1N W45 H3T 23K3R N0G M031L1JK D323 T3K5T T3 L323N, M44R NU K4N J3 H3T W44R5CH1JNL1JK 4L W4T 5N3LL3R L323N 20ND3R J3 3CHT 1N T3 5P4NN3N. D4T K0MT D00R H3T 3N0RM3 L33RV3RM0G3N V4N 0N23 H3R53N5. KN4P H3? D323 M3D3D3L1NG M4G J3 K0P13R3N 3N V3RD3R V3R5PR31D3N.

Onze waarneming

Hoeveel vaak komt de ‘f’ voor volgens jouw telling? De meeste mensen tellen er 16 of 17. Maar het zijn er meer:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Het zijn er 23! Vooral het woordje ‘OF’ wordt vaak gemist. Er zit dus iets raars in ons waarnemen. Zelfs wanneer we ons concentreren, zien we niet alles…

En wanneer je het 2e stukje las als ‘Volgens een studie aan een Engelse universiteit…’, dan was je niet aan het waarnemen, maar dan was je de letters die er staan aan het vervormen tot woorden zoals je ze kent. Je leest dan iets wat er feitelijk niet staat. Wanneer dat stukje in een taal was geschreven die je niet kende, dan had je wel letterlijk de letters uitgesproken zoals ze er stonden. We verbinden onze waarneming aan wat we in het verleden hebben geleerd. We zien iets en proberen het onbewust te duiden. We zien niet wat er staat, we zien wat we kennen.

Het derde stukje laat je zien hoe snel dit proces gaat, hoe flexibel je hersenen zijn om snel te leren en uit het feitelijke waarnemen naar betekenis gaan.

Belangrijk NLP uitgangspunt: Ons sterkste instinct is niet de ‘will to survive’ maar onze drang om dingen vertrouwd te maken (‘will to make things familiar’).

Het zintuigensysteem

Wij nemen de wereld feitelijk waar door gebruik te maken van onze 5 zintuigen:

  • Ogen kijken (Visueel)

    Zintuigensysteem en waarnemen

    Zintuigensysteem en waarnemen

  • Oren luisteren (Auditief)
  • Lichaam voelt (Kinestetisch)
  • Neus ruikt (Olfactoir)
  • Mond proeft (Gustatoir)

Voor het gemak worden deze zintuiglijke systemen in NLP veelal afgekort tot: V A K O/G.

Omdat we naast waarnemen ook denken (tegen ons zelf praten) wordt er verschil gemaakt tussen Auditief tonaal (At: luisteren met je oren) en Auditief digitaal (Ad: tegen je zelf praten).

Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen de verschillende manieren waarop je kan voelen (Kinestetisch):

  • Tactiel: voelen aan de buitenkant; waarnemen buiten jezelf
  • Proprioceptief: voelen aan de binnenkant; waarnemen binnen jezelf
  • META: waarde bepalende gevoelens en emoties

NLP stelt dat ieder mens een bepaalde voorkeur heeft bij de inzet van de zintuigen (V-A-K-O-G-Ad). Sommige zintuigen zijn beter ontwikkeld dan de andere. Dat is per mens verschillend, en aangezien zintuigen te trainen zijn, is het geen vastgesteld gegeven, en kan het per situatie verschillen.

Het primaire voorkeurssysteem van waarnemen (V A K O/G Ad) herkennen bij een ander is handig om beter contact te maken. Je kan het primaire voorkeursysteem bij een ander herkennen door:

  • Te luisteren naar de woorden die de ander gebruikt (predicaten)
  • Te kijken naar de lichaamshouding (fysiologie)
  • Te kijken naar de oogpatronen

Dit worden ook wel de accessing cues (toegangsignalen en –aanwijzingen) genoemd.

VAKOGAd overzicht

V – Visueel, zien

A – Auditief, horen

At – Auditief tonaal, luisteren

Ad – Auditief digitaal, praten tegen jezelf, ‘denken’

K – Kinestetisch, voelen

Kt – Kinestetisch tactiel, voelen aan de buitenkant

Kp – Kinestetisch proprioceptief, voelen aan de binnenkant

Km – Kinestetisch meta, waarde bepalend of emotie

O – Olfactior, ruiken

G – Gustatoir, proeven

Lead system (zoeksysteem)

NLP stelt dat iedereen een zintuiglijk weergavesysteem heeft waarmee iemand zich richt op een innerlijke ervaring, of een herinnerde ervaring opzoekt.

Als voorbeeld:

Zoek naar een ervaring waarin je zeker was van jezelf. Qua volgordelijke stappen kan je eerst een beeld ZIEN (visuele “lead”) van die ervaring, om je vervolgens te herinneren welke gevoelens horen bij dat moment van zekerheid (kinestetische weergave).

Dit lead system is met de oogpatronen goed te herkennen.

Synesthesie

Synesthesie is een proces waarbij de weergave in het ene zintuigensysteem direct een ervaring oproept in een ander zintuigensysteem. Beide systemen overlappen elkaar. Bijvoorbeeld wanneer je het geluid hoort van een krijtje over een schoolbord en direct de rillingen over je rug voelt lopen.

BMIR’s – Behavioral Manifestations of Internal Representation

BMIR’s zijn (minimale) non-verbale en verbale toegangssignalen die in verbinding staan met onze zintuigen, de VAKOGAd. Door te letten op BMIR’s kan je beter afleiden wat er bij de ander gebeurt. Het is daarbij belangrijk in de gaten te houden dat ieder mens uniek is; niemand heeft gelijke BMIR’s. Voordat je dus betekenis mag en kan geven aan de BMIR’s die je waarneemt moet je onderzoeken wat een BMIR specifiek bij iemand betekent (dat proces van afstemmen heet kalibreren).

In een gesprek letten op veranderingen in fysiologie en stem (kijken en luisteren) geeft je inzicht in het interne proces bij de ander. Je wellicht niet zien WAT er gebeurt, maar wel DAT er wat gebeurt.

Visuele BMIR’s – wat je kan zien veranderen

  • Spierspanning in het gezicht
  • Vochtigheid van de huid
  • Kleur(verandering) van het gelaat
  • Onderlip (grootte en kleur)
  • Oogbewegingen
  • Grootte van de pupil
  • Schuine stand van het hoofd
  • Ademhaling: plaats, snelheid, diepte
  • Houding
  • Hoek van de ruggengraat (hoofd, nek, schouders)
  • Arm -, hand- en vingergebaren
  • Verdeling van gewicht
  • Gezichtsuitdrukking, wenkbrauwen, kaken, mond

Auditieve BMIR’s – wat je kan horen veranderen

  • Toon
  • Tempo
  • Plaats
  • Hoogte
  • Volume
  • Ritme
  • Pauzes
  • Predicaten
  • Warmte
  • Intonatie en intonatiepatronen

Kalibreren

Wanneer je iets ziet of hoort bij iemand, en je wilt ontdekken wat dat betekent, dan noemt NLP dat proces van onderzoeken en afstemmen ‘kalibreren’. Wanneer je niet kalibreert, en BMIR’s een betekenis geeft ‘omdat dat meestal zo is’, dan ben je aan het gedachtelezen, of mindreaden. Omdat iedereen unieke BMIR’s heeft, is het proces van kalibreren erg belangrijk om feitelijk te blijven bij wat er gebeurt bij de ander in plaats van niet verder te komen dan wat jij denkt dat er gebeurt bij de ander.

Kalibreren is het ontdekken van toegangsignalen. In de basis is het een vermogen (vaardigheid) om verschillen te kunnen zien en/of horen. Om onderscheid te kunnen maken is het noodzakelijk tenminste 2 zijnstoestanden waar te nemen.

  • Een enkel signaal is een voorval zonder betekenis
  • 2 dezelfde signalen is toeval
  • 3 dezelfde signalen is een patroon (kalibratie)

Oefening waarnemen of gedachtelezen

Ga bij de volgende uitspraken voor jezelf na of het iets is wat je feitelijk ziet, of dat een een mening/waardeoordeel is:

  • Je ziet hem opgelucht adem halen.
  • Je kon zien dat ze niet tevreden was.
  • Ze stond ontspannen te presenteren.
  • Als hij praat beweegt hij met zijn handen.
  • Hij fronste terwijl hij naar beneden keek.
  • Hij fronste zijn wenkbrauwen om te laten zien dat hij twijfelde aan haar woorden.
  • Ze keek schichtig om zich heen.
  • Zijn stem trilde en klonk nerveus.
  • Terwijl hij praatte bewoog zijn hoofd.
  • Hij bloosde van schaamte.
  • Hij vind mij niet aardig want hij kijkt telkens weg als ik hem aankijk.
  • Hij schudde zijn hoofd dus was het er niet mee eens.
  • Zij knikte want ze is het er mee eens.
  • De Italiaan was erg tevreden; hij maakte een rondje met duim en wijsvinger: perfect!
  • De ene Griek vond het goed, hij zei “Ohkee.”. De andere niet, hij zei “Nee.”.
  • Zij gaat het doen, ze zei “Ja, ik doe het wel.”.
  • De Pakistaan schudde zijn hoofd, dus bedoelde nee.
  • De Arabier gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De Japanner gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De flipover heeft witte bladen van papier.

Klik hier voor een antwoordindicatie.

Dus:

WAARNEMING -> Betekenis geven -> MINDREAD

Feitelijk en objectief -> Betekenis geven -> Jouw werkelijkheid en subjectief

Werkelijkheid -> Betekenis geven -> Waardeoordeel en overtuiging

Accessing cues – toegangsignalen en -aanwijzingen

Overzicht BMIR’s (generaliserende mindreads)

Visueel Auditief (At en Ad) Kinestetisch (K en O/G)
Ademhaling Hoog, snel, onregelmatig Middenrif Diepe buikademhaling, langzamer
Gezichtsuitdrukking Ogen dichtknijpen Gefronste wenkbrauwen Ontspannen spieren
Stem Hoge neusklanken Stiltes, afgemeten, nadrukkelijk Laag, vanuit de adem
Tempo Snel, opgewonden Ritmisch Langzamer
Houding Rechte rug, kin omhoog Hoofd naar rechts beneden gebogen Hoofd naar links beneden, rug iets in elkaar gezakt
Gebaren Naar boven wijzen, in de ogen wrijven Kin in hand, rond oren wijzen Handen op de buik leggen, denkbeeldige handelingen uitvoeren

Eye accessing cues (oogpatronen)

In het diagram hieronder kan je de oogpatronen van iemand afleiden. Het is zo getekend alsof dit het gezicht is van iemand die jou aankijkt. De oogpatronen hieronder gelden voor de meeste rechtshandige mensen (standaard georganiseerd mens).

LET OP: KALIBREREN IS BELANGRIJK!

Eye accessing cues (oogpatronen)

Eye accessing cues (oogpatronen)

De ogen kunnen ook recht vooruit staan, uit focus (down-time; intern gericht), al dan niet met vergrote pupillen. Dat duidt op snelle toegang naar (directe) zintuiglijke informatie, voornamelijk visueel.

  • VC: visueel geconstrueerde beelden (ogen op recht); vaag, flitsend, duidelijk verbeelden, heldere toekomst
  • VR: visueel herinnerde beelden (omhoog verlaten ogen); fotografisch geheugen, totale herinnering, toekomstvisie, schitterend perspectief, opnieuw bekijken, kleurrijk geheugen.
  • ACt: Auditief geconstrueerde geluiden of woorden, tonaal (ogen horizontaal en aan het recht); repeteren, woorden zeggen.
  • ARt: Auditieve herinnerde geluiden of woorden (ogen horizontaal en aan de linkerzijde); woorden herhalen die gehoord zijn.
  • K: Kinestetische sensaties en gevoel (intern en extern, ook reuk en smaak, ogen onderaan recht); voelen, aanraken, warm, soepele tred, kietelen.
  • AD: Auditieve geluiden of woorden (ogen onderaan de linkerzijde); interne dialoog, praten tegen jezelf, “aha”

Vragen stellen om oogpatronen te kalibreren

VR

  • Welke kleur heeft je favoriete boek?
  • Welke kleur heeft het huis van de buren?
  • Is er een ronde tafel in je huis?

VC

  • Hoe ziet een zebra eruit met paars/oranje haar?
  • Hoe ziet een mier eruit met roze sokjes aan?
  • Wat ga je morgen doen?

AR

  • Hoe klinkt je favoriete instrument?
  • Hoe klinkt volledige rust en stilte?
  • Wat klinkt harder: jouw deurbel of een claxon?

AC

  • Hoe klinkt een piepende muis in een windtunnel?
  • Hoe zou een dweilorkest klinken op Mars?
  • Hoe klinkt mijn stem, als ik zou praten zoals Mickey Mouse?

AD

  • Hoe doe jij de dingen ‘s ochtends?
  • Wat zeg je tegen jezelf als je thuiskomt?
  • Hoe poets jij je tanden?

K

  • Hoe voelt het als je in de zon ligt?
  • Hoe voelt je rechtervoet aan als die slaapt?
  • Welke sok zit beter, die van je rechter- of van je linkervoet?

Bij onduidelijke oogpatronen kan je meer gedetailleerde vragen stellen. Vooral vragen met een vergelijking of contrast: Welke … is (vergelijking), … of …? Bijvoorbeeld Welke kleur is donkerder, bastogne- of ontbijtkoek?

Oefening Vragen om oogpatronen te kalibreren

Geef aan of de onderstaande vragen Vc, Vr, Ac, Ar, K (O,G) of Ad zijn

  • Hoe zou je huis er uit zien met roze verf?
  • Welke kleur had het haar van je moeder, toen je haar voor het laatst zag?
  • Ben jij je bewust van deze vraag?
  • Hoe gaat de melodie van je favoriete lied?
  • En hoe zou je favoriete lied klinken met kerstklokken op de achtergrond?
  • Hoe voelen smeltende sneeuwballen in je hand?
  • Wat zeg je nu tegen jezelf?
  • Hoeveel ramen heeft je huis?
  • Hoe klinkt een muntje dat op straat valt?
  • Hoe klinkt een grote sneeuwbui die in zee valt?
  • Hoe zou jij er uit zien met haar van goud?
  • Heb je voor meer ramen dan achter?
  • Wat zou beter zijn: je huis paars met witte stippen, of met rode strepen?
  • Welke kleur heeft je voordeur?
  • Wat zeg jij tegen jezelf net voordat je de fiets neemt?
  • Heb je een ronde spiegel in huis?
  • Hoe klinkt de zee?
  • Hoe zag vorig jaar de leukste kerstkaart er uit?
  • Hoe klinkt Donald Duck nadat hij een ballon met helium heeft ingeademd?
  • Hoe zal het voelen om op de maan te dansen?
  • Hoe smaakt je favoriete eten?
  • Hoe ziet de kaft van je favoritete boek er uit?
  • Hoe klinkt een krijtje op een schoolbord?
  • Hoe smaakt een grote hap watten?
  • Wat zeg jij tegen jezelf wanneer je een complimentje krijgt?
  • Wat zeg je tegen jezelf wanneer je voor de koelkast staat?
  • Wat vindt je van deze vragen?
  • Realiseer jij je wat hier nu gebeurd?
  • Hoe zie jij er uit als een teletubbie?
  • Hoe zou je kamer er uit zien wanneer deze blauw was?
  • Welke kleur had de kamer waar je bent opgegroeid?
  • Wat was het laatste wat ik gezegd heb?
  • Hoe voelt het wanneer je in een plas stampt?

Speciale oogwaarnemingen

  • Je kan aan de ogen zien of iemand ‘naar binnen gekeerd is’. Dat is het moment om ruimte voor nadenken te geven, of suggesties te geven (korte trance-staat).
  • Je kan aan de ogen zien waar iemand naartoe kijkt (richting) wanneer deze zich iets voorstelt: ver weg, dichtbij, hoog, laag etc.
  • TransDerivational Search (TDS): verwilderde oogpatronen, geeft aan dat iemand informatie zoekt, in verwarring is, en/of probeert betekenis te geven. Checken of na de TDS de informatie is gevonden, dan wel betekenis is gegeven kan handig zijn. Wederom een goed moment voor suggesties (korte trance-staat). Merk wat er gebeurt:
    • Je doet het weer, of niet soms…?
    • Misschien denk je aan de gedachten die je gisteren had…?
    • De vele kleuren die fruit kan hebben…
    • Er zijn leuke momenten geweest, nietwaar…?
    • Je bent nog iets vergeten, nietwaar…?
    • Wat is het dat je nu niet kan herinneren…?
    • Jij kan je beseffen dat je nu met een glimlach is altijd leuk…
    • Rijk zijn is een staat zijn zegt het woordenboek…
Posted by Rutger in NLP handleiding

5 basisprincipes van middelmatigheid

5 handige stappen om niets te bereiken! Wil jij je verstoppen in middelmatigheid en je leven aan je voorbij laten gaan? Vijf gouden regels die jou daarbij helpen:

  1. Doe maar wat. Het maakt niet uit wat je doet. Weet vooral wat je niet wilt, en probeer dat zo veel mogelijk te vermijden. Al die goeroe’s die het hebben over doelen stellen proberen enkel jou te verleiden tot een hoop gedoe, dus doe lekker waar je zin in hebt. Niets, bijvoorbeeld.
  2. Hou vast aan wie je bent. Jij bent wie je bent, en je doet wat je doet. Aanpassen dat laat je over aan anderen. En als ze het daar niet mee eens zijn: jammer dan! Jij weet dat jij het goed ziet, dat je gelijk hebt, en dat voelt comfortabel. De dingen anders doen is ongemakkelijk en levert alleen maar gedoe op. Jij redt je best, en dat is waar het om gaat. Als je de doet wat je altijd al doet, blijf jij jezelf. Wees je gedrag!
  3. Zoek de bevestiging van jouw gelijk. Jij hebt in het verleden een goed beeld gecreëerd van hoe de wereld werkt, en jij weet dat je gelijk hebt. Het is dus niet nodig om kritisch naar jezelf te zijn; je kan achterover zitten en het leven aanschouwen en in je ervaringen telkens weer de bevestiging vinden hoe goed jij de wereld doorhebt.
  4. Doe niets! Wanneer je iets doet dan veranderen de dingen om je heen, en het is goed zoals het is. Hou je vooral bezig met de vraag WAAROM zou ik iets doen, en HOE hou ik het zoals het is. Besef je dat alles wat je nu kan doen ook later kan, en als het later kan, waarom zou je het dan überhaupt doen? Je hebt tijd genoeg, en de tijd nu kan je het beste gebruiken voor waar je nu zin in hebt.
  5. Bijna tevreden is goed genoeg, en misschien ben je niet overal even tevreden over, maar de dingen zijn nou eenmaal zoals ze zijn. Accepteer dat maar, scheelt een hoop gedoe. Je weet dat de dingen zijn zoals ze zijn, en je laat je niet beïnvloeden door anderen. Wees gesloten, besef je dat je alles al weet, dat het niet uitmaakt wat je doet en wees bovenal lekker passief. Zak lekker onderuit, maak jezelf klein. Verwacht niet te veel, dan valt het ook niet tegen. Het gaat er om dat je over de lat heen komt, en als je de lat wat lager legt, dan ga je er ook overheen.
Posted by Rutger in NLP handleiding

NLP Metaprogramma’s

Metaprogramma’s geven informatie over hoe we onze aandacht richten, hoe we met onze wereld omgaan, hoe we waarnemen en hoe we met informatie filteren. Metaprogramma’s behoren tot de onbewuste filters (zie NLP communicatiemodel), en bevinden zich in de neurologische niveau’s van Dilts tussen IDENTITEIT en WAARDEN, en zijn dus rol- en context-gebonden. Metaprogramma’s liggen niet vast, en kunnen veranderen.

  • Vaste patronen in waarnemen, denken en voelen die we laten zien in ons (non-) verbaal gedrag.
  • Vaste patronen die ons in vergelijkbare situaties steeds hetzelfde laten reageren.
  • Onbewust, stress- en contextgebonden.
  • Metaprogramma’s zijn niet zwart-wit, maar grijstinten (verdeling en indeling op een schaal)
  • Aansluiten bij metaprogramma verfijnt rapport.
  • Diversiteit van metaprogramma’s binnen een team verhoogt teamprestatie.
  • Kennen van de metaprogramma’s (met name de originele Jung-typologie) levert een schat aan informatie op bij het begrijpen van jezelf en anderen, het in kaart brengen van problemen en doelen bij coaching.
  • Bij het modelleren zijn de metaprogramma’s een bron van informatie over de wijze van filteren.
  • Verschil in metaprogramma’s kan leiden tot verschil in resultaat bij dezelfde strategie.

Misschien dat je denkt dat iets nieuws is, maar de voorkeur van zintuigsysteem is een metaprogramma dat je (wellicht) al kent.

Basis metaprogramma’s (Jung typologieën)

Extern gedrag (energie voorkeur)

Houding in de richting van de buitenwereld. Hoe mensen energie krijgen en gebruiken.

Wanneer het tijd is om je mentale batterij op te laden, geef je er dan de voorkeur aan om alleen te zijn (Introvert), of met mensen (Extravert)?

 

Introvert          25% (ervaring spiegelend aan MOW, rustig, concentratie, schriftelijk)

  • Houdt van een rustige omgeving om zich te concentreren
  • Interesse in achtergronden, theorieën en concepten.
  • Handelt doordacht, soms afwachtend, houdt van onafgebroken werken
  • Houdt niet van interrupties
  • Nieuwe ideeën door rustig na te denken
  • Denkt na voor een antwoord of reactie, rustig en ingetogen
  • Houdt van tweegesprekken met doordachte standpunten en conclusies
  • Liever schriftelijk dan mondeling

Extravert         75% (ervaring spiegelend aan omgeving, initiatief, expressief, mondeling)

  • Houdt van afwisseling en actie
  • Interesse in praktische uitvoering en hoe anderen iets doen
  • Handelt snel en soms impulsief, houdt van opschieten
  • Houdt van onderbrekingen
  • Nieuwe ideeën door gesprekken
  • Reageert snel, zonder lang nadenken, enthousiast en luidruchtig
  • Houdt van groepsgesprekken en brainstormen
  • Liever mondeling dan schriftelijk

Intern proces (aandachtsvoorkeur)

Hoe nemen we informatie tot ons? Verzamelen en opnemen.

Als je een bepaald onderwerp gaat bestuderen, zou je dan meer geïnteresseerd zijn in de feiten en toepassingen daarvan (Sensor), of zou je meer geïnteresseerd zijn in de ideeën en de relatie tussen de feiten en de toepassingen daarvan in de toekomst (iNtuitor)?

 

Sensor            75% (zintuigen, realist, praktisch, details, feiten)

  • Werkt het liefst op basis van opgedane ervaring en een vast, bekend patroon
  • Plezier in toepassen van goed ontwikkelde kennis en vaardigheden
  • Mate van wantrouwen naar eigen ingevingen en inspiratie
  • Zeer accuraat
  • Houdt van praktisch bezig zijn
  • Goed oog voor detail, en onderbouwt met feiten
  • Houdt van stabiliteit en geleidelijk veranderen
  • Vraagt vooral om feitelijke onderbouwing
  • Vraagt om praktische en realistische toepassingen
  • Geeft voorbeelden uit eigen ervaring
  • Waardeert kritiek en suggesties mits eerlijk en bruikbaar
  • Ordelijke stap-voor-stap benadering
  • Werkt volgens agenda; wijkt liever niet af
  • Verwijst naar specifieke voorbeelden

iNtuitor            25% (intuïtie, dromer, creatief, betekenis, verbanden, ideeën)

  • Houdt van aanpakken/oplossen van nieuwe ingewikkelde zaken en problemen
  • Plezier in het aanleren van nieuwe kennis en vaardigheden
  • Laat zich makkelijk leiden door eigen ingevingen en inspiratie
  • Houdt niet van nauwkeurig en zorgvuldig controleren van feitelijke informatie
  • Houdt van vernieuwend bezig zijn
  • Goed oog voor de grote lijn, en benadert vanuit globaal overzicht
  • Houdt van regelmatige en radicale verandering
  • Vraagt vooral om een algemeen kader, de grote lijn
  • Stelt toekomstmogelijkheden aan de orde
  • Geeft graag eigen inzicht en visie
  • Waardeert kritiek en suggesties die origineel zijn, of een nieuw perspectief bieden
  • Laat ruimte voor veel invalshoeken
  • Geen probleem met afwijken van agenda
  • Verwijst naar algemene concepten

Interne staat (beslissingsvoorkeur)

Hoe krijgen we toegang tot states (stemmingen) en hoe nemen we beslissingen.

Denk aan een werksituatie waarin je problemen had. Denk aan een werksituatie waarin je gelukkig was. Wanneer je een beslissing neemt in een werksituatie, is deze dan meer gebaseerd op argumenten en logica (Thinker) of op persoonlijke waarden (Feeler)?

 

Thinker           45% V, 55% M (denken, vastberaden, analytisch, redelijk)

  • Komt via een logische, analytische weg tot besluiten / conclusies
  • Kan ook presteren in minder harmonieuze omgeving
  • Kan ongewild gevoelens kwetsen, zonder dit zich bewust te zijn
  • Neemt beslissingen op basis van zakelijke overwegingen
  • Standvastig in denken en kritische instelling
  • Normatief, en handelt vanuit algemene (erkende) principes
  • Kort en bondig
  • Ziet graag concrete voor- en nadelen op een rijtje
  • Reageert intellectueel, objectief en kritisch
  • Laat zich overtuigen door ratio in argumentatie
  • Presenteert doel en te bereiken resultaten eerst
  • Gevoelens en emoties van anderen zijn feiten om rekening mee te houden
  • Gericht op inhoud

Feeler             55% V, 45% M (voelen, sympathiek, normen en waarden, zachtmoedig)

  • Besluit op basis van waardeoordelen
  • Werkt best in harmonieuze omgeving
  • Doet graag een plezier, is graag ter wille, ook met kleine dingen
  • Laat zich makkelijk beïnvloeden door persoonlijke wensen en voorkeuren
  • Wil graag sympathiek overkomen, houdt niet van corrigerend of kritisch optreden
  • Evalueert en handelt vanuit normen en waarden
  • Houdt van dialoog in ontspannen sfeer
  • Hoort graag de waarde en menselijke impact van verschillende alternatieven
  • Reageert gevoelsmatig, subjectief, waarderend, vanuit een interpersoonlijke focus
  • Laat zich overtuigen door persoonlijke betrokkenheid en enthousiasme
  • Presenteert gemeenschappelijke punten en belangen eerst
  • Rationele objectiviteit is iets dat nog op waarde moet worden getoetst
  • Gericht op relaties

Adaptie operator (levensvoorkeur)

Hoe we ons aanpassen aan de omgeving en hoe we ons leven inrichten

Als wij samen een project zouden doen, zou je er dan de voorkeur aan geven dat het project gepland en keurig uitgewerkt was (Judger), of zou je er de voorkeur aan geven dat we in de gelegenheid waren om heel flexibel te zijn in het project (Perceiver)?

 

Judger            50% (beoordelen, plannen, systematisch, past leven aan zichzelf aan)

  • Voorkeur voor plannen en volgens plan uitvoeren
  • Ziet nieuwe dingen en nodige wijzigingen makkelijk over het hoofd
  • Zorg voor goed regelen en afronding
  • Tevreden wanneer beslissing is genomen of conclusie is bereikt
  • Snelle beslisser
  • Zoekt structuur en systematiek
  • Ordelijke planning, tijdplanning, harde deadlines
  • Probeert verrassingen te vermijden
  • Verwacht doorzettingsvermogen
  • Geen onduidelijkheid over standpunten en beslissingen
  • Praat in termen van resultaat, vorderingen, zinvolheid, koers
  • Sterk gericht op taken

Perceiver       50% (waarnemer, op je af laten komen, flexibel, past zich aan het leven aan)

  • Flexibel in werk en past zich aan omstandigheden aan
  • Stelt onplezierige taken uit
  • Houdt ruimte voor aanpassingen
  • Nieuwsgierig van aard, blij met nieuwe invalshoeken
  • Stelt beslissingen makkelijk uit op zoek naar alternatieven en opties
  • Past zich makkelijk aan, heeft verandering nodig
  • Geen moeite met plannen en tijdsplanning; wel met harde deadlines
  • Houdt van verrassingen en improviseert veel
  • Verwacht aanpassingsvermogen
  • Ziet beslissingen en standpunten als voorlopig
  • Praat in termen van mogelijkheden, kansen, onafhankelijkheid en flexibiliteit
  • Sterk gericht op samenwerking, met name op afstemming

Temperament

Met de basismetaprogramma’s kunnen 4 zogenoemde temperamenten worden onderscheiden. Een kort overzicht van deze temperamenten hieronder:

Believer – SP Traditionalist – SJ Rationalist – NT Idealist – NF
Doen Erbij horen Begrijpen Van betekenis zijn
Direct Verantwoordelijk Visie Charisma
Pragmatisch Georganiseerd Intelligent Creatief
Impulsief Dienstbaar Onafhankelijk Gevoelig
Spontaan Nauwgezet Analytisch Inspiratie
Avontuurlijk Grondig Helder Bevlogen
Tactische kracht Logistieke kracht Strategische kracht Diplomatieke kracht
Kernbehoefte SP Kernbehoefte SJ Kernbehoefte NT Kernbehoefte NF
Vrijheid van handelen Lidmaatschap of er bij horen Meesterschap of zelfbeheersing Betekenis en gewicht
Vermogen om invloed te hebben Verantwoordelijkheid of plicht Kennis en bekwaamheid Unieke identiteit

 

Andere metaprogramma’s

Richting filter

Benaderen: bepaald makkelijk het doel, en ziet soms risico’s over het hoofd. Denkt vooruit, is doelgericht, positieve energie, wil bereiken. Soms te veel initiatieven tegelijk, soms dingen niet afmaken.

Vermijden: Bewust van risico’s, veiligheid is belangrijk. Kan risico’s goed herkennen en inschatten. Soms overdreven voorzichtig. Soms moeite met nieuwe ervaringen; is sneller verward.

Redenfilter

Mogelijkheid: Ziet mogelijkheden. Kan, mag en wil. Heeft ruimte. Heeft keuzes. Mist soms begrenzing. Soms gebrek aan motivatie. Goed in ontwikkelen procedures. Gelooft dat er betere manieren zijn.

Noodzakelijkheid: Moet, het hoort zo, noodzaak. Er zijn regels, er is houvast. Beperkend als je geen keuze hebt. Goed in volgen procedures. Doet dingen graag “op de juiste manier”.

Referentiekader filter

Intern: Baseert beslissingen op eigen oordeel, gevoelens en mening. Blijft gemotiveerd, ook met weinig feedback en schouderklopjes. Soms te weinig luisteren naar goede raad en adviezen. Beslist makkelijk.

Extern: Hecht veel waarde aan mening van anderen. Neemt beslissingen op concrete feiten, bewijzen en gevoel van anderen. Kan stress ervaren bij weinig feedback. Kan besluiteloos zijn. Vraagt voortdurend om advies en gebruikt dat naar eigen inzicht.

Overtuigingsfilter: zintuigen

Geeft weer hoe je deze persoon bij coachen (of verkopen 😀 ) het beste kan benaderen.

Zien overtuigt binnen V

Horen overtuigt binnen A

Lezen overtuigt door taal Ad

Doen overtuigt door K

Overtuigingsfilter

Geeft weer hoe je deze persoon bij coachen (of verkopen 😀 ) het beste kan benaderen, en hoe vaak herhaling nodig is.

Relatiefilter

Hetzelfde: leert door GOEDE voorbeelden na te doen. Wil dat de wereld gelijk blijft; conservatief. Houdt niet van verandering.

Verschillend: leert door FOUTEN te verbeteren. Houdt niet van stabiele en statische situaties. Progressief.

Extreem verschillend (mis-matchers) vertel je precies het tegenovergestelde van wat je wilt, om te bereiken wat je wilt.

Managementrichting filter

Iemand die de 1e vraag met nee beantwoord zal meer inhoudelijk advies en sturing nodig hebben bij coaching, dan iemand die daar ja antwoord. Door aan te sluiten bij deze overtuigingen bouw je beter rapport op. (“En ik weet dat jij weet wat zij nodig hebben om nog beter hun werk te doen, blablabla”)

Actiefilter

Proactief: Neemt vaak initiatief en handelt snel. Soms eerst doen, dan pas nadenken. Initieert. Kan impulsief zijn. Zorgt dat dingen gebeuren.

Reactief: Nadenkend en reflecterend. Neemt tijd om voor te bereiden, te analyseren en te begrijpen. Wacht soms te veel af, kan vervallen in denken zonder doen.

Affiliatiefilter (aansluiting)

Onafhankelijk speler (IK): Spreekt in termen van IK en wat het MIJ oplevert. Gaat er van uit dat mensen voor zichzelf zorgen. Werkt graag alleen. Zorgt goed voor zichzelf en raakt niet verstrikt in de problemen van anderen. Werkt niet gemakkelijk in teamverband. Kan soms onverschillig overkomen.

Teamspeler (WIJ): Zorgt dat iedereen zich goed voelt. Houdt veel rekening met anderen. Wil graag en goed samenwerken. Heeft de neiging anderen voor te laten gaan. Heeft soms moeite met zelfstandig beslissen.

Managementspeler (IK en ZIJ): Werkt graag met anderen, met een eigen duidelijke verantwoordelijkheid. Kan zowel samen als alleen werken. Heeft soms moeite met delen en delegeren van verantwoordelijkheid. Heeft soms moeite met erkenning van (het belang van) de rol van anderen.

Werkpreferentiefilter

Rapport: richt je aandacht op hetzelfde.

Primair interesse filter

Patronen in de inhoud geven aan waar de aandacht ligt. Rapport: richt je aandacht op hetzelfde.

Chunk size filter

Rapport: richt je aandacht op hetzelfde. Sterke overeenkomst met Sensing/iNtuition.

Dualisme filter

Zwart-wit: denkt in ja/nee. Duidelijk. Mist soms relativering en nuance.

Grijstinten: denkt in glijdende schalen. Kan ruimte laten voor interpretatie.

Tijdopslagfilter

In-time (in de tijdlijn): Perceiver. Leeft in het hier en nu, verdiept in het moment. Goede concentratie op taken, en emotioneel en mentaal betrokken. Kan de tijd uit het oog verliezen, en daardoor te laat zijn op afspraken.

Through-time (overzicht op verleden/heden/toekomst): Judger. Meestal op tijd voor afspraken. Goede planner. Geeft soms de indruk niet betrokken te zijn. Plannen maken en op tijd zijn kan belangrijker ervaren worden dan de ervaring zelf.

Informatieverwerkingsfilter

Belangrijk voor de aanpak tijdens een gesprek. Geef je mee en laat je bezinken, of is het dit gesprek waar het gebeurt.

Luisterstijl filter

Rapport: laat je spreken aansluiten bij de luisterstijl.

Spreekstijl filter

Rapport: laat je luisteren aansluiten bij de spreekstijl.

Modale operatoren van volgorde filter

De modale operatoren van volgorde geven de meest motiverende sequentie weer. Door deze structuur te gebruiken kan je motivatie installeren.

Planningsfilter

Opties: heeft graag keuzes en neemt alle opties mee. Overweegt alle opties, en geeft ook vaak keuzes aan anderen. Kan soms aarzelen, en beslissingen uitstellen tot het niet meer kan.

Procedures: Werkt vaak met schema’s en lijstjes om zaken ordelijk af te werken. Houdt niet van veel keuzes. Heel efficiënt en houdt zich aan de regels. Vindt soms de procedure belangrijker dan het werk, soms bureaucratisch en vertragend.

Tijdsoriëntatie filter

Ligt de focus op de voltooide tijd (verleden), de tegenwoordige tijd (heden) of op de toekomstige tijd (toekomst).

Verleden: wat was, kijkt naar het heden door de bril van het verleden, geen contact met de toekomst, geniet na.

Heden: wat is, kijkt naar wat zich hier en nu aandient, weinig contact met verleden en en toekomst, geniet van.

Toekomst: wat zal zijn, de toekomst bepaald het heden, moeite met zicht op heden en weinig/geen contact met het verleden, verheugd zich op.

Emotionele stress respons filter

Denken/gedissocieerd: weinig emotioneel betrokken, stress-bestendig, overzicht.

Voelen/geassocieerd: emotioneel betrokken, stress, hier en nu.

Aandachtsfilter

Sorted by self – IK: evalueert de communicatie op basis van eigen gevoelens, het eigen MOW staat centraal, aandacht is op zichzelf gericht, duidelijk in het stellen van eigen grenzen, weinig oogcontact, half luisteren, veel gebruik van “IK”, kan naar achteren leunen.

Sorted by others – DE ANDER: stemt af op anderen en hun criteria, het MOW van de ander staat centraal, betrekt reacties van anderen in de evaluatie van de communicatie, kan makkelijk over eigen grenzen heen gaan, veel oogcontact, aandachtig luisteren, veel gebruik “JIJ/U”, kan naar voren leunen.

Sorted by us – WIJ: Betrekt het handelen op het hele systeem, gaat uit van wat goed is voor het systeem. Ziet zichzelf als onderdeel van een groter geheel en werkt grensvervagend, veel gebruik “WIJ”.

 

 Tips voor metaprogramma’s

  • Het dualisme metaprogramma is een interessante. Zwart-wit denkers zullen submodaliteiten op verschillende plaatsen opslaan, terwijl grijsdenkers vaker een lijn of continuüm zullen ervaren.
  • Judgers gebruiken het T/F metaprogramma om te beoordelen. Perceivers gebruiken het S/N metaprogramma om waar te nemen.
  • Introverte personen die Voelen, voelen op basis van hun MOW, intern, en zijn (lijken) Denkers aan de buitenkant. Introverte personen die Denken, denken op basis van hun MOW, intern, en zijn (lijken) Voelers aan de buitenkant. Hierdoor krijgen Introverte personen veelal onjuiste feedback over hun denken/voelen uit hun omgeving.
  • Een letterlijke luisteraar zou complimenten van een afgeleide spreker kunnen missen.
  • Een afgeleide luisteraar zou kunnen ervaren dat welke vraag dan ook een verzoek tot actie is.
  • Scherpe vragen, metamodel vragen etc. kan je het beste zachter stellen (intonatie). Zachter verhoogt de aandacht enerzijds, vermindert weerstand anderzijds.

 

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

De delendans

  1. “Sluit je ogen, en stel je voor dat je op een plaats bent, ergens in de natuur, een open plek, waar jij je heel comfortabel voelt. En, terwijl je om je heen kijkt, merk je een rechthoekige tafel op, met 6 stoelen er omheen.”
  2. “Vraag je onbewuste om 2 delen van jezelf die je echt leuk en plezierig vindt.  En zie deze delen arriveren, heet ze welkom, terwijl ze gaan zitten aan de tafel. Stel ze aan elkaar voor.”
  3. “Vraag je onbewuste om 2 delen van jezelf die je echt nuttig vindt. En wanneer deze delen arriveren, heet ze welkom, terwijl ze gaan zitten aan de tafel. Stel iedereen aan elkaar voor.”
  4. “Vraag je onbewuste om 2 delen van jezelf die je echt NIET leuk vindt. En wanneer deze delen arriveren, heet ze welkom, terwijl ze gaan zitten aan de tafel. En stel iedereen aan elkaar voor.”
  5. “Vraag aan alle delen aan de tafel ‘Vertel me alsjeblieft wie voelt zich hier het meest onbegrepen?’ Zie wie er reageert. Vraag aan dat deel ‘Wat is jouw positieve intentie, de gift die je mij brengt?’ Luister naar het antwoord. En merk dat de andere delen het belang van de gift begrijpen en waarderen.”
  6. “Vraag aan overige 5 delen aan de tafel ‘Vertel me alsjeblieft wie voelt zich hier het meest onbegrepen?’ Zie wie er reageert. Vraag aan dat deel ‘Wat is jouw positieve intentie, de gift die je mij brengt?’ Luister naar het antwoord. En merk dat de anderen het belang van de gift begrijpen en waarderen.”
  7. “Vraag aan overige 4 delen…”
  8. “Vraag aan overige 3 delen…”
  9. “Zeg tegen de overige 2 delen ‘Ik heb de andere delen welkom geheten aan deze tafel, ik wil jullie ook verwelkomen. Vertel me alsjeblieft, één voor één, de gift die je mij brengt’. Luister naar de antwoorden, en merk dat de anderen het belang van deze giften begrijpen en waarderen.”
  10. “Zie hoe de delen een cirkel van giften vormen door in een kring elkaar de hand te reiken, en terwijl de tafel vervaagt, ga je in het midden van die cirkel van giften staan, en je laat dit innerlijke team toe, samen te smelten in de kern van je hart, te ademen in je longen, te voelen in je botten en te stromen door je bloed.”
  11. “En nu zal ik de basis van je keel aanraken om deze nieuwe integratie vast te leggen. En jij kan het gevoel dat je hebt nu, terwijl ik je keel aanraak, je laten meenemen naar je verleden, net voordat je werd geboren. Wees in de baarmoeder terwijl je dit voelt. En laat jezelf verder teruggaan, verder terug in alle takken van jouw familiehistorie. En nu, met dit geheel geïntegreerd gevoel, diep in je historie, je lichaam en je cellenstructuur, breng het zachtjes en voorzichtig naar voren, door alle takken van je familiehistorie en de jaren van je leven naar dit moment, hier en nu. En zie het rustig, mild en zacht ontwikkelen in je toekomst.”
  12. “Als ik je loslaat, bemerk hoe je leven zal voelen van nu af aan met deze integratie helemaal in jou…”.
Posted by Rutger in NLP handleiding

De re-imprint

1.  Zoek-anker plaatsen.

Achterhaal en anker een recente ervaring van de persoon. Deze ervaring heeft en/of

  • Een negatief gevoel die in veel contexten voorkomt
  • Een context waar de persoon telkens in een impasse komt
  • Een beperkende overtuiging

2. Achterhaal hoe de tijdlijn voor iemand is.

“Als ik je zou vragen om in een richting te wijzen waar je verleden ligt, waarheen zou je die dan willen wijzen?…..(wacht tot de persoon reageert)

“En als ik je zou vragen om naar een punt te wijzen in je toekomst, waarheen zou je dan wijzen?……..(wacht tot de persoon reageert)

“En je heden, ligt deze dan voor je of heb je misschien het gevoel dat je erin zit?…….(wacht op het antwoord)

3. Zoekanker afvuren

“Dit gevoel heb je in je leven wellicht eerder ervaren”  [vuur het zoekanker af en laat iemand op de tijdlijn achteruit richting het verleden lopen naar de eerstvolgende ervaring, daar laat je het anker los]

”Waar is je eerstvolgende moment in tijd waar je dit eerder hebt gevoeld?”

[Kalibreer sterke reacties en zorg ervoor dat de persoon de volledige ervaring waarneemt]

Sta stil in dat moment op de tijdlijn en vraag:

”Hoe oud ben je, Waar ben je, Met wie ben je daar? Vertel wat er gebeurt.”

 [je ankert dit door op het zoekanker te stapelen en blijft dit afvuren tot de volgende gebeurtenis]

4. De vroegste gebeurtenis

Herhaal dit totdat de persoon is aangekomen bij de eerste gebeurtenis (de imprint periode ligt tussen 0 – 7 jaar). Laat het zoekanker los voordat de ander van de tijdlijn afstapt.

Wanneer er veel ervaringen zijn, kan je dit proces versnellen door de volgende vraag:

“Wanneer heb je dit gevoel voor het eerst meegemaakt, dat als je het nu oplost, dit jou de grootst mogelijke groei geeft…?”

Break state

5. Hulpbronnen

Vraag de persoon: ”Stap uit de situatie door naast de tijdlijn te gaan staan.”

Vanuit deze gedissocieerde metapositie vraag je de ander vanuit het nu:

“Hoe oud ben je daar?”

“Wie zijn daarbij?” (Achterhaal de belangrijkste personen in die gebeurtenis. Meestal heeft de ervaring te maken met een autoriteit; identificeer dus iedereen, vraag door of dat iedereen is)

“Welke positieve intentie heeft jouw jongere IK?”

“Welke hulpbronnen heeft jouw jongere IK hier nodig om congruent te kunnen blijven met de positieve intentie?”

Anker de hulpbronnen bij de jongere IK, gedissocieerd naast de tijdlijn. Ga vervolgens gedissocieerd naast de tijdlijn door de gebeurtenis heen. Dan instappen in de tijdlijn NET VOOR DE GEBEURTENIS, en anker de hulpbronnen geassocieerd in de tijdlijn op de plek waar hij/zij de hulpbronnen ervaart. Zorg er voor dat de persoon deze hulpbronnen zelf kan afvuren. Ga vervolgens geassocieerd op de tijdlijn door de gebeurtenis heen.

Vraag de persoon:”Stap weer uit de situatie door naast de tijdlijn te gaan staan.”

Vanuit deze gedissocieerde metapositie vraag je de ander vanuit het nu, per aanwezige:

  • “Welke positieve intentie heeft deze persoon?”
  • “Welke hulpbronnen heeft deze persoon hier nodig om congruent te kunnen blijven met de positieve intentie?”
  • “Hoe kan jij, hier en nu, deze hulpbronnen geven aan hem/haar, daar?”

Wanneer je alle aanwezigen hebt gehad en iedereen over de gewenste hulpbronnen beschikt, ga je weer eerst gedissocieerd naast de tijdlijn door de gebeurtenis heen. Dan instappen in de tijdlijn NET VOOR DE GEBEURTENIS, en geassocieerd in de tijdlijn op de plek waar hij/zij de hulpbronnen ervaart. De persoon vuurt zijn hulpbronnenanker weer zelf af. Ga vervolgens geassocieerd in de tijdlijn door de gebeurtenis heen.

Vraag de persoon:”Stap weer uit de situatie door naast de tijdlijn te gaan staan.”

6. Relatiecoaching

Identificeer de relaties die er zijn tussen de personen. Bij 2 personen: A-B (1 relatie). Bij 3 personen zijn er 3 relaties (A-B, B-C, A-C).

Per relatie (inclusief ZELF):

  • “Wat heeft persoon A daar nodig van persoon B?”
  • “Wat kan persoon A aan persoon B geven?”
  • “Hoe kan jij zorgen dat dit gebeurt, hier en nu, daar?”
  • “Wat heeft persoon B daar nodig van persoon A?”
  • “Wat kan persoon B aan persoon A geven?”
  • “Hoe kan jij zorgen dat dit gebeurt, hier en nu, daar?”
  • “Kruip eens in de huid van persoon A?”
  • “Vind jij dat jij hier als persoon A nog iets nodig hebt?”
  • “Hoe kan jij dit geven, hier en nu, daar?”
  • “Kruip eens in de huid van persoon B?”
  • “Vind jij dat jij hier als persoon B nog iets nodig hebt?”
  • “Hoe kan jij dit geven, hier en nu, daar?”

Per aanwezige vanuit de 2e waarnemingspositie (BEHALVE ZELF):

  • “Kruip eens in de huid van persoon A?”
  • Ga vervolgens gedissocieerd naast de tijdlijn door de gebeurtenis heen, vanuit het perspectief van persoon A. “En kijk, vanaf hier eens naar de gebeurtenis, als persoon A, en zie wat er verandert.”

Wanneer je alle aanwezigen hebt gehad, en alle relaties hebt hersteld, en iedereen over de gewenste hulpbronnen beschikt, controleer je nog vanuit de 2e waarnemingspositie met “Kruip eens in de huid van jouw jongere IK? Vind jij dat jij hier als jouw jongere IK nog iets nodig hebt? Hoe kan jij dit geven, hier en nu, daar?”

Ga vervolgens gedissocieerd VANUIT HET ZELF naast de tijdlijn door de gebeurtenis heen.

7.Eindig met een geassocieerde ervaring

Laat de persoon geassocieerd op de tijdlijn staan vlak voor de gebeurtenis, op de plek waar hij/zij de hulpbronnen ervaart. De persoon gebruikt het anker en stapt dan in de ervaring met alle hulpbronnen en herstelde relaties. Hij/zij herbeleeft de ervaring met alle hulpbronnen.

8. Test

Laat de persoon naar het heden doorlopen en de re-imprint ervaren. “Doorloop alle gebeurtenissen op jouw tijdlijn die hiermee in verbinding staan. Voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart, merk wat er veranderd is.”.

Vraag de persoon: “Stap weer in de recente ervaring”.

Doe dit zonder ankers.

“Hoe is het nu?”

9. Future pace

“Is er een situatie in de toekomst waarbij je deze negatieve gevoelens, de impasse of de beperkende overtuiging verwacht?

Ga in die tijd in die situatie staan en voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart. Hoe is het nu?.”

Posted by Rutger in NLP handleiding

In-lijn-brengen

Soms is er sprake van incongruentie of een gebrek aan rapport tussen het bewuste en onbewuste. Dit kan zich uiten door:

  • Niet weten hoe het onderbewuste te vertrouwen
  • Moeite hebben met visualiseren
  • Zeer intellectueel en Ad
  • Weerstand tegen toepassing technieken
  • Moeite om een bewijs te vinden van innerlijk veranderen
  • De overtuiging hebben dat inhoud belangrijk is voor verandering

Wanneer hier sprake van is, dan kan je deze techniek gebruiken.

In-lijn-brengen

  • Achterhaal het algemene issue of de outcome. “Wat wil je?” (Positieve interne representatie, context laten benoemen).
  • Kalibreer conversationeel de onbewuste JA en NEE signalen (sla deze stap over wanneer je het zelf doet).
  • Achterhaal (stel vast) de congruentie tussen de bewuste en onbewuste geest. “Is jouw onbewuste bereid om jou een absolute ervaring te laten hebben die jou laat weten dat je bent veranderd.
    • Antwoord is JA: er is congruentie. Je kan verder met de standaardtechnieken; de rest van dit script is hier overbodig. Eventueel, als vervolgstap: “Wat houdt jou nu nog van je doel af?”, en chunk het antwoord up tot je de hoogst mogelijke intentie hebt. Met dit antwoord zou je deze vraag kunnen herhalen (loop).
    • Antwoord is NEE, bijvoorbeeld weet-het-niet, niet-zeker-van, denk-het, en zo voort, dan is er waarschijnlijk sprake van incongruentie. Ga verder met de volgende stap.
  • Chunk up tot je de hoogst mogelijke intentie hebt van de NEE. Dat kan gewoon als bewust proces worden gedaan. Ga door totdat je de non-mirror image reverse (~A~B) hebt van de NEE om een absolute ervaring van de outcome te verkrijgen. “Wat is de reden van het NEE?” “Wat is de intentie van die reden?”
  • Bevestig de incongruentie tussen de hoogst mogelijke positieve intentie en het gedrag.
    • “Besef jij dat wat dit deel doet in direct conflict staat met de hoogst mogelijke intentie die het wil bereiken?” Aanspreken op bewust intellect
    • “Beseft dit deel van jou dat wat het doet in direct conflict is met de hoogst mogelijke intentie van dit deel zelf?” Gebruikelijk is het antwoord nee.
  • Bekrachtig en dissocieer het incongruente deel nog meer.
    • Bekrachtiging/bevestiging. “Ik weet niet hoe lang dit deel van jou al bij je is, echter het heeft bij lange na niet het volledige besef welke jij als een volwassene NU hebt want dan zou jij al veranderd zijn… Dus hoe oud is dat deel… Het is ongeveer… Welke leeftijd…?”
  • Verdere dissociatie. “Ga gewoon naar voren en beeld je eens in of denk eens na over je leeftijd van ——- ver voor je en daar beneden.”
  • Anker volwassen hulpbronnen (de meest hoog ontwikkelde). “Wel nu, voor je verder gaat, zijn er een paar dingen die je wat nader mag overwegen. Jij weet veel NU wat je vroeger toen je jonger was nog niet wist. Jij bent door veel ervaringen heengegaan die je toen je jonger was nog niet had. Je kunt zelfs veel groter zijn dan dat jongere deel van jou daar beneden.” Bij jongeren kan je meer de termen GROTER en OUDER gebruiken.
  • Collaps de incongruentie via de A-V-K strategie.
    • Hefboomeffect (leverage) van waarden. “Ga door en help die jongere jij te begrijpen nu dat wat het daar doet niet ondersteunend of in het belang is met de positieve intentie. Praat tegen het deel als jij dat zou doen tegen iemand met de leeftijd van ——-. Omdat jij als geen ander weet wat er gezegd moet worden…”
    • Toestemming om te helen. “Nu de jongere zelf van jou het begrijpt, is het oké om [probleem, emotie, weerstand] los te laten en dat de heling kan beginnen NU.”
      • Indien NEE: een nieuwe incongruentie, ga terug naar het upchunken naar de hoogst mogelijke intentie van de NEE, bij het 4e
      • Indien JA: vraag ook expliciet toestemming van de volwassene (cliënt met de huidige leeftijd) om dit op te lossen. “Verbeeld je eens een onbeperkte bron van [hulpbron] en onbeperkt betekent meer dan jij ooit volledig zou kunnen ontvangen, zwevend boven je hoofd en dat kan bewegen recht naar beneden door de bovenkant van je hoofd en via je hart de hulpbron in die jongere zelf van je daar beneden en die jongere zelf heelt totdat die jongere zelf volledig genezen is.” Kalibreer!
    • Re-integreer het geheelde deel en generaliseer. “En als je het niet al gedaan hebt, geef die jongere zelf een stevige knuffel en breng die jongere jij terug in jezelf zodat deze jongere kan gaan opgroeien en zich kan ontwikkelen… [noem leeftijden of stadia van ontwikkeling]… tot dat het jou weer ontmoet en beseft dat het jou is… en dat jullie weer ÉÉN geworden zijn…
    • Test, indien nodig, door het herhalen van de derde stap, overgaand in verleden tijd. “Hoe heeft jouw onbewuste je een absolute ervaring gegeven waardoor jij weet dat je veranderd bent?”
Posted by Rutger in NLP handleiding

Anticipation builder

Nuttig voor (vervelende) geassocieerde zijnstoestanden in de toekomst in een specifieke context.

  1. Stem af op het probleem.
  2. “Waar zul jij zijn wanneer jij je voorstelt dat jij je niet zo goed voelt als je wel zou kunnen… succesvol… hebben afgerond?”
  3. “… en daarna, waar zul je zijn, het succesvol te hebben afgerond?”
  4. “… NU… merk op hoeveel beter dat voelt, NU.”
  5. “Kun jij een vergelijkbaar moment vinden in de toekomst, wanneer het in het verleden was geweest… jij alleen maar naar voren kon kijken naar de volgende keer… deze keer… waarin jij het succesvol zal afronden?”
Posted by Rutger in NLP handleiding

Decision destroyer

Gebruiken bij spijt, schuld, schaamte (nominalisaties) en dergelijke reacties die met het verleden verbonden zijn. Goed rapport is belangrijk!

  1. Stem af op het probleem
  2. “Waar was je toen je die beslissing nam?”
  3. “… en net daarvoor, waar was je toen?”
  4. “Merk eens op hoeveel mogelijkheden je hebt, NU.”
  5. Eventueel: “… en zou je nu naar een moment in de toekomst kunnen kijken gelijk aan dat moment in het verleden… en merk op hoeveel beter jij je NU voelt… vanuit de mogelijkheden die je had… NU.”
Posted by Rutger in NLP handleiding

Handout Uitvraag metaprogramma’s

Extern gedrag

  • Houding in de richting van de buitenwereld.

Wanneer het tijd is om je mentale batterij op te laden, geef je er dan de voorkeur aan om alleen te zijn (Introvert), of met mensen (Extravert)?

o Introvert      25%

o Extravert    75%

Intern proces

  • Hoe nemen we informatie tot ons?

Als je een bepaald onderwerp gaat bestuderen, zou je dan meer geïnteresseerd zijn in de feiten en toepassingen daarvan (Sensor), of zou je meer geïnteresseerd zijn in de ideeën en de relatie tussen de feiten en de toepassingen daarvan in de toekomst (iNtuitor)?

o Sensor        75%

o iNtuitor        25%

Interne staat

  • Hoe krijgen we toegang tot states (stemmingen)

Denk aan een werksituatie waarin je problemen had. Denk aan een werksituatie waarin je gelukkig was. Wanneer je een beslissing neemt in een werksituatie, is deze dan meer gebaseerd op argumenten en logica (Thinker) of op persoonlijke waarden (Feeler)?

o Thinker       50% (45% V, 55% M)

o Feeler         50% (55% V, 45% M)

Adaptie operator

  • Hoe we ons aanpassen aan de omgeving

Als wij samen een project zouden doen, zou je er dan de voorkeur aan geven dat het project gepland en keurig uitgewerkt was (Judger), of zou je er de voorkeur aan geven dat we in de gelegenheid waren om heel flexibel te zijn in het project (Perceiver)?

o Judger        50%

o Perceiver    50%

Richting filter

Wat vind jij in ………. belangrijk?

Waarden (5 á 7 stuks) Waarom deze waarde Bereiken/Vermijden
1.    
2.    
3.    
4.    
5.    
(6.)    
(7.)    

Redenfilter

Waarom kies je ervoor om ……… te doen?

o Mogelijkheid/opties

o Noodzakelijkheid/moeten/procedure

o Beide

Referentiekader filter

Hoe weet je wanneer je goed ………….?

o Intern

o Extern

o Beide

o Intern met externe check

o Extern met interne check

Overtuigingsfilter: zintuigen

Hoe weet jij of iemand anders goed is in wat hij doet?

o Zien

o Horen

o Lezen

o Doen

Overtuigingsfilter

Hoe vaak moet iemand laten zien/horen/lezen/doen om jou te overtuigen dat hij/zij capabel is?

o Automatisch/Direct

o Een paar keer

o Gedurende een periode

o Voortdurend

Relatiefilter

Wat is de relatie in wat je nu doet en vorig jaar rond deze tijd?

o Hetzelfde (sameness; matching)

o Hetzelfde, met een uitzondering

o Beide, half/half

o Verschillen, met een uitzondering

o Verschillen (Differences; mis-matching)

Managementrichting filter

Weet jij wat je nodig hebt om succesvol te zijn?                               o ja o nee

Weet jij wat iemand anders nodig heeft  om succesvol te zijn?       o ja o nee

Vind jij het gemakkelijk om dit tegen iemand te vertellen?              o ja o nee

 

o ja/ja/ja         Mijzelf en anderen

o ja/ja/nee      Mijzelf – niet anderen

o ja/nee/x       Alleen mijzelf

o nee/ja/x       Alleen anderen

o nee/nee/x   Geen

Actiefilter

Wanneer je met een bepaalde situatie geconfronteerd wordt, ga je dan meestal na een korte beoordeling snel tot actie over, of beoordeel je eerst volledig alle consequenties.

o Snelle actie/Proactief

o Beoordelen/Reactief

o Beide

o Geen actie/Inactief

Affiliatiefilter (aansluiting)

Vertel eens over een werksituatie waarin jij je het gelukkigst voelde; een eenmalige gebeurtenis? (LET OP: dit is ook de vraag voor het Werkpreventiefilter)

o Onafhankelijk speler (IK)

o Teamspeler (WIJ)

o Managementspeler (IK en ZIJ)

Werkpreferentiefilter

o Dingen

o Systemen

o Mensen

Primair interesse filter

Vertel eens over je favoriete restaurant?

o Mensen (relatie, personen, contact)

o Plaats (omgeving, sfeer, ambiance)

o Dingen

o Activiteiten (actie, doen, wat er gebeurt, wat kun je er doen)

o Informatie (data, objectief, informatief, prijs, hoeveelheid)

Chunk size filter

Wanneer wij samen een nieuw project zouden starten, zou je dan allereerst de grote lijnen of eerst de details willen weten?

Zou je ook de (details/grote lijn; kies voor tegenovergestelde uit vorige vraag) moeten weten?

o Specifiek/down-chunk

o Globaal/up-chunk

o Detail naar globaal

o Globaal naar detail

Dualisme filter

Stel je voor dat ik je vertelde dat ik nu volledig fout zit. Zou je het eens / oneens zijn met deze uitspraak, of zou jij je bewust worden dat er altijd grijstinten zijn in elke situatie?

o Zwart-wit

o Grijstinten

Tijdopslagfilter

In welke richting ligt voor jou het verleden? In welke richting ligt voor jou de toekomst? En waar bevindt zich voor jou het heden?

o In-time (in de tijdlijn)

o Through-time (overzicht op verleden/heden/toekomst)

Informatieverwerkingsfilter

Wanneer je aan de slag gaat met een probleem of een uitdaging in je leven, is het dan noodzakelijk voor jou om er met iemand anders over te praten, of om er in alle rust over na te denken?

o Extern

o Intern

Luisterstijl filter

Wanneer iemand die je goed kent tegen je zegt “Ik heb dorst”, zou je dat interessant vinden maar waarschijnlijk niets doen, of zou jij je verplicht voelen om er iets aan te doen?

o Letterlijke betekenis

o Afgeleide betekenis

Spreekstijl filter

Wanneer iemand in je omgeving niet zo goed presteert als nodig is, kom je dan meteen ter zake en vertel je het direct, of zou je zinspelen, hints geven en impliceren?

o Letterlijk

o Afgeleid

Modale operatoren van volgorde filter

Wat was het laatste dat je tegen jezelf zei net voordat je vanmorgen uit bed stapte?

 

o Mogelijkheden

o Noodzakelijkheden

Planningsfilter

Ben je in je werk liever met meerdere dingen tegelijk bezig of maak je liever eerst af waar je mee begonnen bent?

o Meer tegelijk (opties)

o Eerst afmaken (procedures)

Tijdsoriëntatie filter

Heb je de neiging om je meer zorgen te maken over fouten die in het verleden gemaakt zijn, te reageren op wat nu fout gaat of juist te anticiperen op fouten die in de toekomst kunnen ontstaan?

o Verleden

o Heden

o Toekomst

Emotionele stress respons filter

Wat vond je de lastigste vraag tot nu toe? Waarom?

o Denken/gedissocieerd

o Voelen/geassocieerd

o Keuze

Aandachtsfilter

Eventueel op basis van waarneming tijdens het interview

Hoe heb je dit interview ervaren?

o Sorted by self – IK

o Sorted by others – DE ANDER

o Sorted by us – WIJ

Posted by Rutger in NLP handleiding

Coaching

Individuele begeleiding

Wanneer je vast zit.., niet verder komt.., ontevreden bent.., geen idee hebt waar naar toe te gaan.., moeilijke besluiten moet nemen.., antwoorden wilt hebben vanuit je ‘ware ik’.., wel een idee hebt over richting en toch niet in actie komt.., je hulpeloos, waardeloos of hopeloos voelt.., je ergens als een berg tegenop ziet.., wanneer je vast zit in het verleden…

Allemaal vragen die minder geschikt kunnen zijn om in een training te beantwoorden.

Individuele vragen op het gebied van persoonlijke ontwikkeling, en persoonlijke realisatie, kan vragen om individuele begeleiding. Coaching dus. Coaching op persoonlijk of professioneel vlak, gericht op het ontwikkelen van jezelf, gericht op het realiseren van jezelf, gericht op komen tot waar jij van houdt. Van richting en zingeving tot doen en realiseren.

Stap in het proces om weer te kunnen gaan groeien en ontwikkelen, om contact te maken met jezelf, denken en voelen in balans te brengen, om in beweging te komen, om je mogelijkheden te ontdekken, om meer regie over je leven te krijgen, om meer resultaat te boeken, om meer persoonlijke vrijheid te ervaren.

 
Jouw unieke vraag dus ook je eigen, unieke traject. Het enige wat altijd gelijk is, is de intake. Een intake waarin we je vraag bekijken en scherp stellen, en vervolgens gelijk aan de slag gaan. In ongeveer anderhalf uur ervaar je hoe NLP je kan helpen bij je vragen.

Posted by Rutger in Archief

Wat kan jij leren? NLP Concreet: De NLP Practitioner.

Wat leer je concreet met NLP? Wat leer je in de NLP Practitioner?

In deze NLP opleiding leer je alles wat je nodig hebt om NLP en NLP technieken praktisch toe te kunnen passen. Je leert te beoordelen wanneer je wel en wanneer je niet NLP gebruikt, je leert NLP bij jezelf toe te passen (NLP Practitioner), en je leert om NLP toe te passen bij de begeleiding van anderen (NLP Coach).

Waarnemen en kalibreren

Hoe staan wij in verbinding met de werkelijkheid? Hoe werken onze zintuigen? Welke voorkeuren in waarnemen heb je zelf, welke voorkeuren heeft een ander, hoe kan je dit inzicht gebruiken? Hoe denken wij te zien, te horen, te ruiken, te proeven, te voelen? Wat is werkelijk, en wat niet? Hoe werkt het bij jou? Wat betekent dit voor interpersoonlijke contacten, bijvoorbeeld in onze communicatie? En wat betekent dit voor de communicatie met jezelf? Kan jij een vaas zien, zonder dat het concept "vaas" jouw waarneming beïnvloed?

Interactie en gedrag

Welke aspecten spelen een rol wanneer we interactie hebben? Hoe spelen die aspecten een rol, en hoe kan je dat gebruiken in interactie? Hoe verbeter je de verbinding in je interacties, en ook hoe verbreek je de verbinding? Gedrag roept gedrag op: welk gedrag roept welk gedrag op, welk gedrag zie je in je omgeving, en wat zegt dat over je eigen gedrag? Hoe kan je interveniëren in het gedrag van een ander? Hoe verbeter je samenwerking, hoe kan je assertiever zijn? Hoe kan je de ander tot actie aanzetten, en hoe neem je zelf de leiding? Hoe doorbreek je een patroon van ineffectief gedrag?

Subjectieve beleving

Hoe slaan onze hersenen informatie op? Hoe weten we hoe we een herinnering ervaren? Hoe weten we wat we wel en wat we niet leuk vinden? Hoe kan je deze beleving veranderen? Hoe kan je dit gebruiken in onbewuste communicatie? Hoe kan je dit inzetten voor gedragsverandering? Hoe kan je hiermee je emoties beïnvloeden? Hoe kan je hiermee negatieve gedachtepatronen doorbreken? Hoe kan je betekenis meegeven in je communicatie? Hoe kan je betekenis veranderen door je communicatie?

Ankeren

Hoe werkt een anker? Hoe gebruik je een anker? Welke ankers zijn er? Hoe kunnen ankers gedrag beïnvloeden, hoe kan je dat weer doorbreken? Hoe kan je dit inzetten voor jezelf… In communicatie met anderen… Bij presentaties voor groepen… Hoe doorbreek je een anker? Hoe creëer je een anker? Hoe kan je nieuwe gevoelens ervaren met ankers?

Doorvragen… of niet…

Wat is het effect van vragen stellen? Welke vragen zijn beter dan andere vragen, of eigenlijk welke vragen stel je in welke situatie? Hoe weet je wanneer je wilt doorvragen? Hoe doe je dat dan? Hoe weet je dat je klaar bent met doorvragen? Wat is het Metamodel, en wat betekent het? Welk effect heeft doorvragen, en wat voor situaties is het handig, en wanneer niet? Wat is er bijzonder aan de woorden Waarom, Niet, Proberen, Moeten, Als? En wat kan je doen als tegengestelde van doorvragen? Suggestief vragen stellen wordt je afgeleerd in het reguliere onderwijs, is dat terecht? Wanneer wel, wanneer niet? Hoe doe je dat, welke mogelijkheden zijn er? Welk effect heeft het wel, welk effect heeft het niet? Wat zijn vooronderstellingen, welk effect hebben ze, hoe herken je ze, hoe doorbreek je ze, hoe pas je ze zelf toe? Kan je ook non-verbaal vooronderstellingen gebruiken? Hoe kan je hiermee effectiever samenwerken, leidinggeven, afspraken maken, conflicten bemiddelen, verbinding maken etc. Wat is chunking?

Automatische piloot

Soms doe je dingen bewust, soms doe je dingen onbewust. Hoe werkt dit in je hersenen? Hoe werken de bewuste en onbewuste programma’s, hoe ontdek je ze, hoe ontwerp je ze, hoe verander je ze? Welke aspecten hebben invloed op deze programma’s? Hoe kan je dit gebruiken bij beïnvloeding, bij contact maken? Hoe kan je zelf effectiever zijn? Wat zijn basiskenmerken van goede programma’s op het gebied van creativiteit, motivatie, besluitvaardigheid, leervaardigheid, spelling, planning, innovatie.

Coaching en mediation

Hoe bepaal je of de coachvraag geschikt is, en hoe verbeter je een coachvraag? Hoe zorg je voor maximaal effect van een verandering? Hoe controleer je eventuele bijwerkingen? Hoe controleer je het effect van een verandering? Hoe stel je doelen? Ben je een coach of een adviseur? Wat is een goede coachhouding? Wat is ‘Shoshin’, en hoe kan het een coach helpen? Wat als de coaching niet werkt? Wat is het NLP coachingmodel, en hoe pas je het toe? Wat is het NLP mediationmodel, en hoe pas je het toe? Hoe los je interne conflicten (conflicten in jezelf) op, bij jezelf of bij een ander? Hoe breng je gedragsverandering teweeg? Hoe ruim je blokkades op?

Tijdlijnen

Wat is onze beleving van tijd? Wat is verleden, wat is heden, wat is toekomst? Ligt jouw verleden achter je, en is de toekomst voor jou? Hoe heeft dit invloed op je beleving, en in je communicatie en gedrag? Hoe kan je jouw interne beleving van tijd veranderen? Hoe kan je dit gebruiken om oud zeer op te ruimen, of juist om nieuwe motivatie toe te voegen? Hoe kan je dit in jouw communicatie gebruiken?

En meer dan dat…

Wat is het verband tussen Identiteit, Waarden, Overtuigingen, Vaardigheden, Gedrag en Omgeving? Hoe kan je hiermee onbeantwoorde vragen beantwoorden, hoe kan je hiermee interventies plegen, wat is congruentie, charisma en authenticiteit? Wat betekent reactief leven, en hoe kan je creatief leven? Hoe bekrachtig je nieuwe inzichten? Wat is de invloed van verwachtingen, en hoe breng je daar veranderingen in aan? Wat is voelen, wat is het verschil tussen gevoel en emotie, hoe kan je jouw gevoel en/of emotie veranderen, hoe kan je enerverend vertellen en presenteren? Hoe kan je met een paar simpele vragen iemand, bijvoorbeeld je kinderen bij het slapengaan, een fijn gevoel geven? Hoe kan je iemand onbewust problemen laten oplossen? Wat zijn beperkende overtuigingen, en wat zijn betere ondersteunende overtuigingen? Wat is het NLP communicatiemodel, en wat betekent het in interactie? Wat is het verschil tussen feedback en kritiek, en hoe lever je feedback? Waarom zou je doelen stellen, en wat zijn jouw doelen? Wat wil je wel, wat wil je niet, waar liggen jouw grenzen, en wat betekent dat? Wat is communicatie, wat is effectieve communicatie?

Posted by Rutger in NLP handleiding

Always be a beginner

‘Shoshin’ is de Japanse Zen-term voor ‘beginner’s mind’. Het idee is dat in een mindset van een beginner veel meer mogelijkheden bestaan dan in de mindset van een expert. De expert weet door schade en schande hoe iets moet, heeft meer kaders, waardoor het lastig is daarbuiten te treden.

1. Benader zaken stap voor stap. Verklein de stappen. Herken de kleine ervaringen in het nu. Neem een enkele kleinste stap per keer, zonder zorgen over de reis.
2. Vier je succes, en vier ook je overige resultaten: het is een onderdeel van het leren.
3. Gebruik een ‘weet-niet’ benadering. Laat het beoordelen en weten los. Blijf open naar alle mogelijkheden, handel naar omstandigheden in het nu.
4. Leef zonder ‘zou moeten’. Schudt het ‘zou moeten’ van je af en wees eigenaar van je leven.
5. Gebruik je ervaring. In de beginners mindset betekent dit dat je vanuit een open benadering nagaat hoe jij je ervaring kan toepassen in deze omstandigheden.
6. Laat het expert zijn los zodat je kan blijven leren. Wat we weten is enkel iets uit het verleden. Dit is nu en nieuw met unieke mogelijkheden. Luister met een open houding. Merk dat zelfs een ‘echte’ beginner jou iets kan leren.
7. Beleef het moment volledig. Terwijl we denken aan het verleden, plannen voor de toekomst, gaat het leven door zonder onze aanwezigheid. Beleef het leven, elk moment, één moment tegelijk.
8. Vermijdt gezond verstand. Gezond verstand is meestal enkel cultuurgebonden norm gedrag. Wees creatief!
9. Laat angst en falen los. Dompel jezelf onder in wat je doet, en vergeet aandacht te geven aan zij die het nodig vinden jou te beoordelen.
10. Gebruik de geest van onderzoeken en nieuwsgierigheid. Focus op vragen, niet op antwoorden.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Hypnose binnen NLP

NLP omvat vele technieken en gedragingen, waar hypnose er één van is. Veel van de NLP technieken kan je gebruiken op een uitgeklede manier (gestalts achterwege laten) en in een andere, rustige vorm (als een één-op-één gesprek). Dat geeft je meer flexibiliteit omdat je meer mogelijkheden hebt.

Zelfs in een professionele omgeving of voor een groep kan je deze manier van communicatie gebruiken, alhoewel je dan misschien beter niet kan zeggen “Kom, we gaan even onder hypnose”. Wanneer je echter iets zegt als “We gaan even een oefening doen met je ogen dicht” dan zal je veel minder weerstand ervaren.

En weerstand is wat je voorbij wilt gaan, dat is de crux. In trance je laten leiden maakt dat je meer ontvankelijk bent voor de juiste (en passende) suggesties, tot wel een factor 25 ten opzichte van een rationeel en bewust gesprek. Het gaat om bereidheid, bereidheid bijvoorbeeld om te luisteren, wat je onder de oppervlakte test door bijvoorbeeld te vragen om de ogen te sluiten.

Hypnose en trance

Trance is de gemoedstoestand (stemming, staat) waarin hypnose plaatsvindt. Eigenlijk is hypnose enkel een nominalisatie van het actieve proces van hypnotiseren, waarbij iemand gericht in een trancestaat gaat, in die trancestaat iets doet (visualisatie, nadenken, luisteren, overwegen, wat dan ook), en vervolgens de trancestaat weer verlaat. Trance is een toestand die iedereen een paar keer per dag meemaakt. Bijvoorbeeld wanneer je op weg bent naar huis, en je ontdekt dat je er ineens al bent. Trance is een normaal iets en ook nog eens ontspannend.

Er zijn verschillende manieren om iemand in trance te laten gaan: direct, autoritair (oude methode), de Milton-Erickson methode en de Ellman-methode (combinatie Milton en oud).

Feiten

• Er is geen algemeen geaccepteerde definitie van wat hypnose is.
• Hypnose heeft geen invloed op je kracht, je slimheid of zintuiglijke receptie.
• Ontspanning is niet noodzakelijk. Ogen dicht is niet noodzakelijk.
• Veel mensen herkennen hypnose niet als zodanig.
• De hypnotiseur of de techniek zijn niet van doorslaggevend belang, de gehypnotiseerde bepaalt het succes.
• In plaats van verbeterde toegang tot herinneringen, zou het zo kunnen zijn dat de grens tussen fantasie en herinnering onduidelijker wordt.
• De gehypnotiseerde blijft altijd in controle. Morele standaarden (de echt persoonlijke, niet de sociale) blijven intact. Je kan dus nooit verleid worden tot dingen die je echt niet wilt.
• De meeste mensen herinneren zich precies wat er tijdens een sessie is gebeurd.
• Hypnose is net zo veilig als TV kijken (wat ook vaak in trance gebeurd).

Herkennen van trance

Trance herken je aan een aantal van deze kenmerken, die per persoon verschillend zijn (kalibreren):
• Ontspanning in het gezicht.
• Langzaam wordende reflexen als oogbewegingen, slikken en ademen.
• Verandering van stem.
• Lichaam is minder bewegelijk, catalepsie (verstijven/onbeweeglijkheid van ledenmaten).
• Langzamer polsslag.
• Na trance het opnieuw oriënteren in de omgeving.

Oefening Perifere visie

Zoek een punt recht voor je, net boven oogniveau, zodat je ogen iets naar boven zijn gericht. Concentreer je op dat punt. Leg je focus en aandacht gedurende 10 seconden compleet op dit punt.
Dit is je (gerichte) focale visie.

Na die 10 seconden, breng je 2 vingers met gestrekte arm zodanig in je gezichtsveld dat ze net onder het focuspunt omhoog wijzen. Terwijl je ogen gericht blijven op het focuspunt, spreid je langzaam je armen, en richt je je blik (ZONDER JE OGEN TE BEWEGEN; die blijven gericht op het focuspunt) op je vingers. Kijk maar eens hoe ver je jouw armen kan spreiden terwijl jij je vingers kan blijven zien.
Dit is je perifere visie.

Iemand (of jezelf) naar perifere visie brengen is een eerste stap naar trance.

Niveau’s van Hypnose

LeCron (1964) heeft in 1964 een indeling gemaakt van 6 niveau’s van hypnosediepte (van licht naar diep):
1 lethargie: ontspanning, oogcatalepsie
2 catalepsie (verstijven, zwaar worden) van spieren, gevoel van zwaarte of zweven, lichaamscatalepsie, levitatie
3 hypnotisch rapport: reuk en smaak veranderen, blokkeren van nummers en letters
4 amnesie: verdovende handschoen, analgesie (gevoelloos voor pijn), automatische bewegingen
5 positieve hallucinaties: visueel en auditief, bizarre post-hypnotische suggesties
6 anesthesie (geen gevoel): negatieve hallucinaties, comateuze staat

Hypnotisch rapport is de staat waarin de persoon alleen de hypnotiseur hoort en ziet. Niveau 4 (Amnesie) is belangrijk voor het geven van post-hypnotische suggesties. Diepe trance begint bij niveau 5. Slaapwandelen is niveau 6.

Aandachtspunten van een sessie

• Gebruik stoelen zonder leuning om te zorgen dat iemand niet te ver weg kan zakken. Alleen voor ontspanning mag iemand liggen.
• Vermijd negatieve suggesties (je kan je ogen niet openen). Gebruik positieve suggesties (je probeert je ogen te openen en hoe harder je probeert hoe sterker ze sluiten, probeer maar en ervaar hoe ze sterker sluiten)
• Muziekinstallatie voor achtergrondgeluid, bijna onhoorbaar, golvende seconden laten de trance vergemakkelijken
• Ga eerst zelf in lichte trance
• Maak gebruik van wat er gebeurt en blijf positief bevestigen (heel goed, zo ja)
• Let op de ademhaling, en maak er gebruik van (utilisation)
• Gebruik correcte feiten, en de exacte woorden (back-tracken)
• Al is iemand in trance, elk gebaar (en rapport) zijn voelbaar
• Muziek ideaal: 45 tot 60 bpm (hartslag) of 4 tot 6 bpm (ademhaling)
• Ritme: 45 tot 60 woorden per minuut, vibrato (knikkend hoofd)
• Maximale duur van een sessie is rond de 20 minuten

Positieve algemeenheden die in trance gaan ondersteunen

• In rapport zijn, dus ook zelf in lichte trance gaan,
• “Heel goed” en “Zo ja”
• “Je bent een heel mooi mens”
• “Je hebt alle hulpbronnen in je”
• “Je kunt veranderen”
• “Je kunt in trance”

7 stappen van een hypnosesessie

1) Voorbereiding
2) Inductie
3) Yes-set, toch? Ga van Pacing naar Leading.
4) Verdiepen van de ontspanning
5) Boodschap, het middenstuk
6) Post-hypnotische suggestie
7) Terugkeer

1. Voorbereiding

Vooraf hou je een interview, om te bepalen wat de ander wil bereiken. Gebruik wat je nodig hebt: Meta-model, coachmodel etc. Let op het exacte woordgebruik, zodat je later dezelfde belangrijke AD-labels kan gebruiken. Match en Pace.

Wanneer je globaal weet wat je gaat doen, geef jij jezelf ruimte om een script voor te bereiden, en de omgeving voor te bereiden.

2. Inductie

Doel van de inductie is om de persoon een eerste trance te laten ervaren, en de ogen te laten sluiten, zodat je kunt communiceren met het onbewuste. Ga zelf ook in trance. Bereid de inductie voor met suggesties als:
Het is niet zo… dat ik wil…
– dat je in trance gaat…
– dat je suggesties volgt…
– dat je luistert naar wat ik zeg…
nog niet…
of
Het is nog te vroeg… om al te zeggen…
– luister naar mijn stem…
– ga diep in trance…
– ontspan je als nooit tevoren…
nu al…

Voorbeelden van methoden van inductie zijn:

Volg de hand
Ga tegenover elkaar zitten. Kijk elkaar aan in het linkeroog (“je hypnose-oog”). Steek je rechterhand vooruit, en laat de persoon met zijn linkerhand jouw rechterhand volgen, zonder dat de handen elkaar raken, en terwijl je elkaar blijft aankijken in het linkeroog. Ga ondertussen zelf in een lichte trance.
Wolkje ontspanning
Stel je een wolkje voor, een wolkje vol warme ontspanning. Langzaam drijft het jouw kant op, en zakt het over je heen, zodat je naar binnen keert… en ontspant… en je ogen sluit…
Zweven
Stel je voor dat je zweeft…in water of in lucht…warm en comfortabel… en dat je ontspant… en je ogen sluit…
Ballon en steen
Ga tegenover elkaar zitten. Kijk elkaar aan in het linkeroog (“je hypnose-oog”). Laat de persoon 2 handen uitsteken. Terwijl je elkaar zo blijft aankijken (dit dwingt de persoon in perifere visie) vraag je de persoon zich voor te stellen hoe aan de linkerhand een ballon met helium vastgemaakt wordt, en in de rechterhand een steen wordt gelegd. Milton-patronen bevestigen links licht en omhoog, rechts zwaarder en omlaag. Wanneer je ziet dat de handen bewegen, bevestig dit en geef betekenis, en suggereer de ogen te sluiten om beter te voelen hoe licht links is en hoe zwaar rechts.

3. Pacing naar Leading

Gebruik een yes-set, om van Pacing naar Leading te gaan:
{OBSERVATIE}, {OBSERVATIE}, {OBSERVATIE} en {SUGGESTIE}, toch?

Bijvoorbeeld:
En terwijl je daar zo zit… met je ogen gesloten… terwijl je luistert naar mijn stem… kan je doen wat ik zeg… toch…?

Met de gedachten die je hebt… de gevoelens die je voelt… de geluiden die je hoort… kan je verder ontspannen… toch…?

Het gevoel van je gesloten ogen… het geluid van mijn stem… zittend in je stoel… kan je dieper… toch…?

4. Verdiepen van de ontspanning

Het doel van het verdiepen is om te komen tot een diepere trance. Gebruik Milton patronen gericht op verdieping en meer ontspanning. Voorbeelden van verdiepen zijn:
Spiergroepen
Doorloop systematisch (van boven naar onder of andersom) het lichaam van de persoon, en laat de persoon de individuele spiergroepen eerst aanspannen, en vervolgens ontspannen. Suggereer dat er meer ontspanning en rust achterblijft.
Stromen
Voel de energie stromen… van boven naar beneden… door je voeten naar de grond… en voel hoe fijn sterrenstof… meestroomt door je lichaam… van boven naar beneden… en misschien merk je… hoe de sterrenstof… alles wat je niet nodig hebt… meeneemt…
Ademhaling
[Net voor een ademteug] Adem in… [Wacht op uitademen] En adem uit… En misschien merk je… hoe je ademt… in… en uit… zonder dat je… iets hoeft… te veranderen…
Trap of lift
Neem de persoon mee, dieper, door traptredes of verdiepingen te tellen en verdieping te suggereren.
Fysiek
– En voel hoe je net iets meer ontspant elke keer wanneer je uitademt
– Persoon zittend, armen ontspannen, hand liggend: “misschien merk je wel… dat terwijl je inademt…, je armen en handen… lichter voelen…”
– Misschien wordt jij je wel bewust, dat de ontspanning verdiept wanneer je inademt… en dat de ontspanning verspreidt wanneer je uitademt.
Cataleptische hand
Preframe: “Ik ga je zo aanraken en je hand optillen, terwijl je ontspannen blijft.”. Pak een hand vast en breng deze omhoog. Let op dat het een ontspannen arm moet zijn (let op het gewicht). Op het gewenste punt, preframe: “Hou je arm zo… stil… heel goed…”.
Langzaam loslaten en contact verbreken. De hand zal stil blijven hangen.

5. Boodschap

Ontwerp een boodschap die symbool staat voor hetgeen je wilt overbrengen. Gebruik symboliek, metaforen, beschrijf in VAKOG, bedenk ankers. Werk van detail naar globaal (veters naar schoenen, andersom kan mismatch geven). Gebruik bijvoeglijke naamwoorden die van zichzelf of voor de persoon betekenisvol zijn. (mooi, schitterend, hoog, diep, laag, groot, klein) Voorbeeld metaforen:
Huis doorlopen
Beschrijf hoe je een huis doorloopt. Wandel van kamer naar kamer. Ruim eens op, maak eens schoon, gooi maar weg, doe de gordijnen open, zet een raam open voor frisse lucht, kachel lekker aan, etc. (verdieping, groot, ruim, rust, inspirerend, warm, behaaglijk, klein, veilig, ….)
Bergwandeling
Beschrijf een wandeling over een kronkelpaadje, bergopwaarts, bos, openvlakte. (boom, zon, kabbelend, uitzicht, zandpad, rots, waterval). Op de top van de berg staat een tempel. Je gaat naar binnen en ziet daar een wijze zitten. Neem de tijd en stel alle vragen die je hebt. Alternatief: je ziet een gat in een boom, stap er doorheen…
De jas
Begin met het uitrekken van je oude jas, maak een wandeling en kom terug. Onderzoek je jas (de kleur, merk op hoe fris, merk op hoe nieuw, zacht, mooi, beschermend, vrijheid in beweging, comfortabel, handige zakken met alles wat je nodig hebt, …. ), of zoek een nieuwe jas uit, trek de jas van keuze aan.

In de metafoor kun je thema´s verweven als:
Het onbewuste laten zoeken naar positieve ervaringen en hulpbronnen.
Herkaderen van de positieve intentie van het probleem,
Scheiden van gedrag van intentie,
Laten zien van excellentie, verborgen talenten.
Of….

6. Post-hypnotische suggestie

Zo met 1 zal je jou ogen openen en….

Voorbeelden van post-hypnotische suggesties:
…. je zal voelen dat het anders is…
…..sprankelend van energie ga je doen wat je van plan was…
…..uitgerust en ontspannen en veilig…
…..je kunt straks je ogen open doen, terwijl je weet dat je de volgende keer als je weer in trance gaat, je weer dieper en gemakkelijker in trance gaat…
…..ik weet niet hoe snel jij verandert, ik weet alleen dat je in het verleden bent veranderd en dat jou onbewuste weet hoe het met veranderingen omgaat die het beste zijn voor jou en in hoogste belang van jou dienen. Ik weet niet hoe of wanneer je het merkt, nu of later in de toekomst dat je gemakkelijk de verandering in nieuw gedrag laat zien…
…..hoe goed zou je voelen als je merkt dat je veranderd bent…..
…..hoe plezierig verrast zul je zijn als je straks merkt dat je gemakkelijk kan veranderen….

7. Terugkeer

Geef de persoon de suggestie terug te komen in het hier en nu. Het terugkeren doet de persoon zelf in eigen tempo terug naar een bewuste staat. Hij/zij kan de aandacht weer naar buiten richten en kan ervaren wat er om hem/haar heen gebeurd.

Zo met 1 word je weer wakker. Ik tel van 3 tot 1…
3… wiebel met je tenen…
2…Haal maar eens diep adem…
1…Open je ogen…
Voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…

Of:
Wanneer jij zover bent, voel dan weer de stoel waar je in zit, voel je voeten op de grond en voel rustig de beweging in je benen… de beweging in je armen… de beweging door je lijf en wanneer jij zover bent… open je ogen…

Of:
En dan, wanneer je er aan toe bent, beweeg jij je vingers en je tenen, je rekt je eens lekker uit en doet je ogen open.

Oefening Cataleptische hand

A Act
B Be

A leidt, B ondergaat:

B bedenkt iets dat deze anders zou willen doen. B benoemt een AD label voor het huidige, en een AD label voor het gewenste.

A geeft preframe: “Ik ga je zo aanraken en je hand optillen, naar [AD label huidig], terwijl je ontspannen blijft.”. A pakt een hand van B en brengt deze omhoog (let op dat het een ontspannen arm moet zijn, let op het gewicht).

Op het gewenste punt geeft A het preframe: “Hou je arm zo… stil… heel goed…”. A laat ondertussen langzaam los en verbreekt het fysieke contact. De hand zal stil blijven hangen.

A geeft betekenis aan B: “Je onbewuste weet hoe jij van [AD label huidig] naar [AD label gewenst] kan komen. Je hand in de hoogte staat voor [AD label huidig]. Je hand naar beneden staat voor [AD label gewenst]. Je onbewuste zal je laten merken dat het de noodzakelijke dingen doet om van [AD label huidig] naar [AD label gewenst] te komen, door eerst je arm zwaarder te laten worden, als teken dat je onbewuste naar [AD label gewenst] wil gaan, en vervolgens je arm te laten zakken naar [AD label gewenst], in precies het tempo dat nodig is om de verandering naar [AD label gewenst] te integreren.

A bevestig de zwaarte en beweging op basis van BMIR’s. Benadruk “precies het tempo dat nodig is”, “steeds dichterbij [AD label gewenst]”, “heel goed”.

Tijdens het zakken zegt A: “En zo meteen zal je hand landen, in [AD label gewenst], en onbewust heb je dan alles gedaan wat nodig is, alles wat nodig is naar [AD label gewenst], precies in het tempo dat je hand aangeeft.

A, na de landing: “Voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart.”

Oefening sessie

Maak groepjes van 2. Interview elkaar, en ontwerp globaal een sessie.

Individueel: werk het script uit, op papier, in detail. Plan alle 7 stappen, werk ze uit op papier.

  • Voorbereiding: bepaal wat je nodig hebt

  • Kies een methode van inductie

  • Maak de yes-set

  • Kies een verdieping, werk hem uit

  • Kies of ontwerp een boodschap

  • Ontwerp een post-hypnotische suggestie, of gebruik de default

  • Bepaal de terugkeer.

  • Groepsgewijs gaan we de sessies uitvoeren en behandelen.

Posted by Rutger in NLP handleiding