stem

Schrijfoefening: Het verhaal van de oude boom

Ze denken dat ik een boom ben. Een oude boom. Een grote statige boom die enkel passief regen, wind en storm weerstaat. Maar ik ben veel meer dan dat. Slechts enkele mensen, en eekhoorns, kennen mijn geheim. Of eigenlijk is het geen geheim, maar een ongezien talent, mocht je het woord talent mogen gebruiken voor een vaardigheid die eigenlijk heel normaal is maar niet erkend doordat ze niet gezien wordt. Enkel als je het wilt zien zie je het. De meeste dieren en mensen willen of kunnen het niet zien omdat ze enkel naar het oppervlakkige kijken. Ze zien mij daar staan, takken die dansen met de wind, die meetreuren met de regen, soms breken in het ruwe spel dat ik met de storm speel. Mensen die de ogen gesloten houden voor wat zo overduidelijk is, en wel-zieners ridiculiseren door ze aan te duiden met termen als boomknuffelaars. Liefst uitgesproken op meewarige toon, zodat de boodschap van het belachelijke goed overkomt. En de meerderheid heeft gelijk, aldus de zwakken van geest die zich conformeren naar het sociaal gewenste gedrag zoals hun verwachting voorschrijft. Behalve de enkele vrije geest, die het contact weet te maken. En natuurlijk de eekhoorntjes.

 

De bomenknuffelaars, met alle respect uitgesproken, zien wel zoals het is. Ik zal u vertellen wat wij eigenlijk zijn, door een anekdote. Het is mijn tijd om mijn laatste herfst te beleven, terwijl de lente pas is begonnen. Ik geef u inzicht, de waarheid, het zijn zoals het is, ik geef u de werkelijkheid. Het grootste geschenk dat ik kan geven. Aan u om te luisteren en uw dissonantie te reduceren, hetzij richting wat is, hetzij richting uw gekoesterde illusies.

 

Ik sta hier nu drie eeuwen, en slechts een enkeling geeft mij de credits die ik verdien. Slechts een enkeling ziet mijn werkelijke bijdrage aan het zijn in het grote geheel. Slechts een enkeling heeft door hoe de blaadjes aan mijn ledematen elk geluid, elk licht en elke emotie in de omgeving opvangen. Hoe ik de kosmische energie kan richten en richt door mijn bladeren te keren opdat de energie die het heelal naar dit subjectieve centrum van het universum stuurt daar te richten waar ik wens. Slechts enkelen zien hoe wij koolstofdioxide uit de atmosfeer halen en zuurstof toevoegen om de energie zoals wij die ontvangen te maximaliseren, niet als een toeval maar wel in de betekenis die het werkelijk heeft: onze kracht en macht vergroten doordat we nog meer directe ruimtelijk kracht tot onze beschikking krijgen.  Mijn anecdote zal echter kleiner zijn, over meer directe invloed op de loop der dingen. Om uw vermeende denkkracht niet te veel op de proef te stellen, en u de reële kans te bieden om uw ongeloof uit te stellen, net lang genoeg om een sprankje licht tussen uw overtuigingen te laten schijnen. Zodat ik u een eerlijke kans biedt om tot inzicht te komen.

 

153 jaar geleden, zaten Adrianus en Jacobe samen op een picknickkleed onder mij te praten over wat ze samen hadden, en hoe ze dat verder wilden uitbouwen. Adrianus die heel romantisch het hof maakte aan Jacobe, en Jacobe die haar geluk niet op kon dat zij haar ware had gevonden.

Maar ik voelde het water in mijn bladnerven koken door de stemnuances in de stem van Adrianus. Hij was onoprecht. Hij veinsde. Hij huichelde. Ik werd er kromnervig van. Ik greep in. Ik stekte een sterke twijg in zijn hersenpan door deze, precies op het moment dat een kleine bries langs mijn bladeren gleed, hoog boven hem los te laten waarbij de bladeren de jonge tak qua functionaliteit tot een pijl promoveerden. Meer was niet nodig. Even was ik bang dat het te duidelijk zou zijn omdat de bries maar klein was, maar de betrokken mensen bleven het duiden als speling van het lot, in hun ware blindheid mijn speling niet ziende. Speling van het lot, nee, ik speelde met mijn loten. Haha! Jacobe haar oprechte reactie trok de kromheid weer uit mijn nerven. Het was goed. Zij mocht onwetend blijven over de ware intenties van de perfide Andrianus. Zij zou de rest van haar leven de meest dierbare herinneringen koesteren aan hem, in plaats van te ervaren dat haar droombeeldprins slechts als een glazen kerstbal uiteen zou spatten zodra hij zijn door de natuurkrachten gestelde doel, de zwaartekracht en de harde grond, zou bereiken. Het was perfect. Zelden zo een tevreden gevoel overgehouden aan een interventie. Zelden had het geheel zo een schoonheid. Vandaar dat ik deze anekdote aanhaal, nu na 153 jaar, als voorbeeld.

Posted by Rutger in Archief

Schrijfoefening: mijn innerlijke stem

Medidatie, vechten of luisteren naar innerlijke stem. Oordelen loslaten door innerlijke stem andere dingen te laten zeggen. Nieuwsgierige vragen stellen in plaats van oordelen. Verwachtingsvol klaar om verwondert te worden. Afwijzen hoeft pas als het echt de grens over gaat; tot die tijd is er niets om nee tegen te zeggen dan een plaatje in je hoofd van een niet bestaande situatie. En pas op het moment dat de grens bereikt wordt kan het duidelijk zijn hoe je dan en daar wilt reageren. Pas als je er bent weet je of de grens echt je grens is, en of je echt niet verder wilt, de grens over. De weg naar de grens is niet hier – daar, maar stapje voor stapje. En elk stapje verder naar de grens is nog steeds niet de grens. Pas boven op de berg zie je hoe mooi het dal achter de bergtop is. Tja, wel even klimmen, maar dat is goed voor je. En misschien merk je wel dat het over de berg prachtig is, en dat er een heerlijk dal achter ligt, en weer een berg. Grenzen zijn arbitrair. Nieuwsgierigheid is de kracht om tot verwondering te komen. Niets mis met nieuwsgierigheid. Ledigheid van denken, alles op voorhand denken te weten, dat is de echte zonde.

Posted by Rutger in Archief
“Ik stem voor iedereen.” zei de gitarist.
Stemmingmakerij
Posted by Rutger in Archief

Suggestieve patronen

In NLP heeft het Milton model een centrale plaats. Een veelgebruikt concept is daarbij de suggestie.

Suggereren: het idee geven, opperen, voorstellen, insinueren, impliceren, aandragen, beweren, aan de hand doen, naar voren brengen, adviseren, aanbrengen, influisteren, betogen, betuigen, raden, claimen, pretenderen, staande houden, stellen, zeggen.

Stel vragen, vragen sturen. Maak ze onweerstaanbaar door je stem aan het einde omlaag te laten gaan, in plaats van omhoog zoals we normaal bij een vraag doen.  En misschien merk je nu al dat elke gedachte je kan doen beseffen dat je meer bewust wordt van wat je nieuwsgierig kan leren en willen ontdekken en ervaren.

Voorbeelden van suggestie

  1. Wellicht wel, misschien ook niet, zal jij {SUGGESTIE in actie komen}
  2. Ik vraag me af, zal jij {SUGGESTIE in actie komen}, of niet (of niet vermorzeld weerstand)
  3. Mensen kunnen, weet je, {SUGGESTIE in actie komen} (weet je effect: impliciete aannamen dat het algemeen bekend is)
  4. Mensen mogen, weet je, {SUGGESTIE in actie komen}
  5. Mensen zouden, weet je, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  6. Mensen zouden, weet je, {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  7. Sommige mensen {SUGGESTIE komen in actie} (effect: toehoorder controleert intern of deze een van sommigen is; geef dus iets om te controleren) 
  8. Soms kan je {SUGGESTIE in actie komen} (effect: toehoorder controleert intern of deze het nu kan; geef iets om te controleren) 
  9. Misschien heb je nog geen {SUGGESTIE drang om in actie te komen}, nu al (observatie door nu al als onvermijdelijk) 
  10. Iemand zou, weet je, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  11. Wellicht wil je {SUGGESTIE in actie komen}, … NU
  12. Wellicht kan je {SUGGESTIE in actie komen}, … NU
  13. Iemand kan, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  14. Iemand mag, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  15. Iemand zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  16. Iemand zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  17. Iedereen kan, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  18. Iedereen mag, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  19. Iedereen zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  20. Iedereen zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  21. Een persoon kan, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  22. Een persoon mag, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  23. Een persoon zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  24. Een persoon zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  25. Jij kan {SUGGESTIE in actie komen}
  26. Jij zou {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  27. Jij mag {SUGGESTIE in actie komen}
  28. Jij zou {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  29. Een persoon mag {SUGGESTIE in actie komen} , omdat het goed is om {SUGGESTIE in actie te komen}
  30. Een persoon mag {SUGGESTIE in actie komen} , omdat jij zelf bepaalt wat jij doet.
  31. Zal jij {SUGGESTIE snel  in actie komen},of {SUGGESTIE normaal  in actie komen},of {SUGGESTIE langzaam in actie komen} (alle mogelijke keuzes: altijd volgen) 
  32. Ik zal je niet vertellen {SUGGESTIE om in actie te komen}, omdat je dat zelf kan ontdekken
  33. Ik zou je kunnen vertellen {SUGGESTIE om in actie te komen}, maar ik laat je dat liever zelf ontdekken
  34. Hoe zou het voelen wanneer jij {SUGGESTIE in actie komt} (dwingt tot voorstelling maken, ervaren) 
  35. Vroeg of laat {SUGGESTIE kom je in actie}
  36. Eens {SUGGESTIE kom je in actie}
  37. Uiteindelijk {SUGGESTIE kom je in actie}
  38. Probeer {SUGGESTIE in actie komen} tegen te gaan (impliciet: onmogelijk om het tegen te gaan) 
  39. Probeer {SUGGESTIE in actie komen} uit te stellen
  40. Je hebt misschien nog niet gemerkt {WAARHEID dat je gevoelens voelt} terwijl je {SUGGESTIE in actie komt}
  41. Kan jij echt lol hebben in {SUGGESTIE in actie komen}? (impliciet moet je wel) 
  42. Kan jij echt genieten van {SUGGESTIE in actie komen}?
  43. Je zou de sensaties kunnen ervaren {WAARHEID van de gevoelens die je voelt} terwijl je {SUGGESTIE in actie komt}
  44. Wat gebeurt er wanneer jij {SUGGESTIE in actie komt}? (moet je voorstellen) 
  45. Je hoeft niet {SUGGESTIE in actie te komen}
  46. Een ieder hoeft niet, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie te komen}
  47. Mensen hoeven niet, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie te komen}
  48. Misschien weet jij niet wanneer {SUGGESTIE je in actie komt}
  49. Het is eenvoudig om {SUGGESTIE in actie te komen}, is het niet? (is het niet verzacht; 1e deel zal worden geprobeerd) 
  50. Iemand zou niet kunnen weten of {SUGGESTIE deze in actie komt}
  51. Iemand zou niet kunnen weten of het fijn is om {SUGGESTIE in actie te komen}
  52. Jij bent in staat om {SUGGESTIE in actie te komen}
  53. Een persoon is in staat om {SUGGESTIE in actie te komen}
  54. Iemand is in staat, {NAAM} om {SUGGESTIE in actie te komen}
  55. {WAARHEID Je hebt gevoelens}, {WAARHEID je hoort geluiden}, {WAARHEID je hebt gedachten} en {SUGGESTIE je komt in actie}, toch?
  56. Iemand vertelde mij eens “{SUGGESTIE Kom in actie!}”
  57. Iemand zei “{SUGGESTIE Kom in actie!}”
  58. Wanneer jij {SUGGESTIE in actie komt}, dan {voel je goede gevoelens; ben je er klaar voor} (persoon moet WANNEER deel doen om DAN deel te verifieren) 
  59. {SUGGESTIE Je komt in actie}….toch? (effect tag-vraag, zoals “… toch?”impliciet en automatisch eens zijn) 
  60. Vanuit alle goede redenen kan jij {SUGGESTIE in actie komen}
  61. Vanuit de vrijheid die jij hebt kan jij {SUGGESTIE in actie komen}
  62. Er is geen reden voor je om te denken aan alle redenen waarom je {SUGGESTIE in actie komen} wel zou kunnen/willen doen
  63. NIET {SUGGESTIE} ZIEN/HOREN/VOELEN/DOEN, best in combinatie met kunnen, mogen, zouden, hoeven, moeten, nodig zijn, bijvoorbeeld we moeten je niet in actie zien
  64. {WAARHEID Je hebt gevoelens} alsof {SUGGESTIE je in actie komt}
  65. Ik {WAARHEID of GELOOF of BEN OVERTUIGD} dat jij nooit zal overwegen {SUGGESTIE om in actie te komen}
  66. Door {WAARNEMING je blauwe ogen} zie je er uit alsof je {SUGGESTIE in actie komt}
  67. Door {WAARNEMING je blauwe ogen} lijkt het wel alsof je {SUGGESTIE in actie komt}
  68. Je ziet er uit alsof je nooit zal overwegen om {SUGGESTIE die actie} te doen
  69. Ik weet dat ik niet aardig hoef te zijn, om jou {SUGGESTIE in actie te laten komen}
  70. Omdat ik {OBSERVATIE je zie knikken}, weet ik dat jij er niet aan zal denken om {SUGGESTIE in actie te komen}
  71. Ik zie jou niet als iemand die er aan denkt, laat staan overweegt, om {SUGGESTIE in actie te komen}
  72. Ik zie jou niet als iemand die een beeld heeft bij de gedachte aan {SUGGESTIE in actie komen}
  73. Ik zie jou niet als iemand die zelfs maar een beeld kan vormen bij de gedachte aan {SUGGESTIE in actie komen}
  74. Ik zie jou niet als iemand die {SUGGESTIE in actie komt}
  75. Ik zie jou niet als iemand die gevoel krijgt bij de gedachte aan {SUGGESTIE in actie komen}
  76. Het voelt niet alsof jij zelfs maar zou overwegen {SUGGESTIE om in actie te komen}
  77. Zoals je daar nu zit lijkt het wel alsof je {SUGGESTIE in actie komt}
  78. Het is gemakkelijk {SUGGESTIE om in actie te komen}
  79. Je kunt opmerken {SUGGESTIE dat je in actie komt}
  80. Ik weet dat je {SUGGESTIE in actie komt}
  81. Je weet {WAARHEID dat je gevoelens hebt} en {SUGGESTIE dat je in actie komt}
  82. Terwijl {WAARHEID jij gevoelens voelt}, kun je {SUGGESTIE in actie komen}
  83. Wanneer {WAARHEID jij gevoelens voelt}, kun je {SUGGESTIE in actie komen}
  84. {OBSERVATIE Dat je met je hoofd knikt} zorgt er voor dat {SUGGESTIE in actie komt}
  85. Je vraagt je misschien af {SUGGESTIE wanneer je in actie komt}, en misschien ook niet
  86. Je vraagt je misschien af {SUGGESTIE wanneer je in actie komt}, maar ik denk het niet
  87. Je kan nieuwgierig zijn naar {SUGGESTIE in actie komen}
  88. Het is goed dat je {SUGGESTIE in actie komt}
  89. Het is niet belangrijk dat je {SUGGESTIE in actie komt}
  90. En nu kun je helemaal {SUGGESTIE in actie komen}
  91. Elke gedachte kan je helpen {SUGGESTIE om in actie te komen}
  92. Wil je gaan {OBSERVATIE staan/zitten/liggen} wanneer je {SUGGESTIE in actie komt}?
  93. Ik wil graag iets met je bespreken voordat {SUGGESTIE je in actie komt}
  94. Je vraagt je misschien af {KEUZE of je gevoel of je gedachten of je lichaam} het eerst {SUGGESTIE in actie komt}
  95. Ik weet niet of {KEUZE1 je gevoel} of {KEUZE2 je gedachten} {SUGGESTIE je tot actie laat komen}
  96. {SUGGESTIE Kom je in actie} voor of na {ACTIE/OBSERVATIE een kop koffie}?
  97. Besef je nu al dat {SUGGESTIE je in actie komt}?
  98. Wist je dat {SUGGESTIE je in actie komt}?
  99. Ben je nieuwsgierig naar {SUGGESTIE in actie komen}?
  100. Hoe gemakkelijk kan jij {SUGGESTIE in actie komen}?
  101. Je kunt {SUGGESTIE actief blijven} blijven
  102. Ben je nog steeds {SUGGESTIE in actie aan het komen}?
  103. Gelukkig hoef ik niet in detail te weten {SUGGESTIE hoe jij in actie komt}
  104. Je kunt beginnen {SUGGESTIE met in actie komen}
  105. Ik weet niet hoe snel {SUGGESTIE jij in actie komt}
  106. Ik zou graag willen weten hoe {SUGGESTIE jij in actie komt}
  107. Ik vraag me af wat je het liefste zou doen wanneer {SUGGESTIE je in actie komt}
  108. Het is niet de bedoeling dat je al te veel {SUGGESTIE in actie komt}
  109. Niet te veel plezier beleven aan {SUGGESTIE in actie komen}
  110. Weet je wat {SUGGESTIE in actie komen is}?
  111. Heb je gemerkt dat {SUGGESTIE je in actie komt}
  112. Het maakt niet uit wanneer je begint {SUGGESTIE met in actie komen}
  113. Ik {OBSERVEERBARE ACTIE beweeg mijn hoofd} om te zorgen dat {SUGGESTIE jij in actie komt}
  114. Onverklaarbaar, zonder reden, kan jij {SUGGESTIE in actie komen}
  115. {NEGATIE SUGGESTIE Je wilt misschien niet in actie komen}, laat staan dat je het werkelijk doet
Posted by Rutger in NLP handleiding

Oefening: een inspirerende situatie om je passie te vinden

In deze oefening gaat A bij B een voorbeeldsituatie uitvragen, waarin door B passie werd ervaren. Wanneer B dan goed contact heeft met deze herinnering, stelt A de vragen over deze herinnering die de passie duidelijker maken.

Instructie

A Act:

  • Je mag de vragen exact voorlezen zoals ze er staan, of de zandbak ingaan. Lees met een rustige stem. Luister goed naar de LETTERLIJKE woorden die B tegen je zegt wanneer dat nodig is, herhaal ze ter controle door B en schrijf ze EXACT zo op (BACK TRACKEN). Maak rapport en verbinding, geef rust en ruimte.
  • Geef na het stellen van de vraag tijd en ruimte aan B om tot een antwoord te komen. Lees de BMIR’s. Spreek eventueel vooraf een teken af met B waarmee B kan aangeven dat het antwoord klaar is. Bij puntjes (…) kan je even rustig 1001, 1002, 1003 tellen, voordat je verder gaat.
  • Je schrijft in de manual van B, zodat B later zijn eigen antwoorden kan teruglezen.

B Be:

  • Geef je manual aan A zodat je jouw antwoorden later terug kan lezen.
  • Wees gewoon jezelf, luister naar de vragen, keer naar binnen en vind jouw beste antwoord, voor jezelf. Het is niet nodig om antwoord te geven op de vragen die A stelt, het mag wel: NLP is procesgericht. Wel is het handig dat je knikt (of ander teken) wanneer je voor jezelf het antwoord hebt, zodat A weet dat de volgende vraag gesteld kan worden.
  • Tijdens de oefening zal A bij vragen aangeven dat het antwoord wordt opgeschreven. Dat zijn de enige keren dat er wel antwoord verwacht wordt. Geef het woord dat goed voelt voor jou.

C See:

  • Leert van het kijken en horen.
  • Let op de exacte woorden van B.
  • Let op de BMIR’s van B die een indicatie geven dat B voldoende tijd en ruimte krijgt.

De uitvraag

A: Iedereen heeft wel eens een moment van passie… Een moment van inspiratie… Waarin je elk gevoel voor tijd kwijt was… waarin jij je heel erg prettig voelde… in werk… in hobby… in een relatie… waar dan ook… En uit al die mogelijke momenten… kan 1 herinnering te binnen schieten… die nu… bovenkomt… en die geschikt is voor… nu… Geef maar aan wanneer jij je moment hebt gekozen… [wacht op teken].

A: Wanneer je dat moment een specifieke naam zou geven, een beschrijving of een codewoord dat alleen jij begrijpt, wat zou die naam dan zijn? Wat kan ik voor jou opschrijven? [wacht op naam, herhaal deze naam ter controle, en schrijf deze letterlijk op]

Naam: …………………….

A: Wanneer je terug gaat naar dat moment [NAAM]… en voorstelt wat je toen zag… Waar was je…? Was daar nog iemand…? Hoe ziet het er daar uit…? Wat voor kleuren zie je…? Wat voor vormen zie je…? Ruik je iets…? Proef je iets…? Hoor je iets…? Welke gedachten heb je daar in dat specifieke moment [NAAM]…? Wat zeg je tegen jezelf…? Wat denk je over jezelf…? Wat denk je over de situatie…? Hoe zat of stond je toen…? Misschien wil je eens staan of zitten zoals je toen zat of stond…? [geef ruimte tot B eventueel zit of staat zoals B toen zat of stond, wacht op teken]

A: Wat voel je nu, fysiek…? Waar zit dat gevoel als je het kon vastpakken…? En welke vorm heeft dat gevoel…? Is dat gevoel warm of koud…? Is dat gevoel ritmisch of constant…? Is dat gevoel scherp of zacht…? [wacht op teken].

A: Wat doe je daar in dat moment [NAAM]? Wat is het dat je zo goed doet…? Hoe zou je dat noemen in een werkwoord…? Wat kan ik voor jou opschrijven…?

[wacht op werkwoord, herhaal dit werkwoord ter controle, en schrijf dit letterlijk op]

Werkwoord 1: …………………….

A: Is er meer wat je specifiek doet in dat moment [NAAM]? Kan ik nog iets voor jou opschrijven…?

[wacht op reactie, herhaal ter controle, en schrijf letterlijk op]

Werkwoord 2: …………………….

A: Ga eens voor jezelf na wat er zo belangrijk is aan dit moment [NAAM]…?

[wacht op teken. De volgende vraag gaat verder op dit laatste antwoord].

A: Waarom vind je dat belangrijk…?

[wacht op teken. De volgende vraag gaat verder op dit laatste antwoord]

A: Wat levert jou dat op…?

[wacht op teken. De volgende vraag gaat verder op dit laatste antwoord]

A: Waarom vind je dat belangrijk…?

[wacht op teken. De volgende vraag gaat verder op dit laatste antwoord]

A: Hoe zou je dat belang noemen in een zelfstandig naamwoord, wat voor naam zou je dat belang willen geven…? Wat kan ik voor je opschrijven?

[wacht op naam, herhaal deze naam ter controle, en schrijf dit letterlijk op]

Naam belang: …………………….

A: Is er iets belangrijker voor je dan [naam belang] …? Wat kan ik voor je opschrijven?

[wacht op reactie, herhaal deze reactie ter controle, en schrijf dit letterlijk op]

Reactie: …………………….

A: Dank je wel…

[Einde uitvraag; geef de manual terug, en wissel van rol]

Uitwerking van de uitvraag (individueel)

Neem je antwoorden hieronder over:

Werkwoord 1: …………………………………………

Eventueel werkwoord 2: …………………………………………

Naam belang: …………………………………………

Eventuele reactie: …………………………………………

Formuleer nu zinnen in de volgende structuren, lees ze hardop aan jezelf voor, luister goed naar jezelf, en doorvoel welke structuur jou het beste past:

  • [BELANG] [WERKWOORD 1] door [WERKWOORD 2]

  • [REACTIE] [WERKWOORD 1] door [WERKWOORD 2]

  • [BELANG] [WERKWOORD 2] door [WERKWOORD 1]

  • [REACTIE] [WERKWOORD 2] door [WERKWOORD 1]

  • [BELANG] [WERKWOORD 1]

  • [REACTIE] [WERKWOORD 1]

  • [BELANG] [WERKWOORD 2].

  • [REACTIE] [WERKWOORD 2].

Schrijf de beste structuur hieronder uit:

De kern is ……………………………………………………………………………………………

Voel je vrij om nog betere formuleringen buiten de aangegeven structuur te ontdekken,

en te gebruiken… Je kan ook naar de ontdekte woorden kijken, nu of later, en een symbool of teken laten ontstaan dat staat voor of past bij het gevoel, de houding, de woorden… En misschien kan je dat teken of symbool wel in een beeldje, sieraad, tekening of iets dergelijks vangen, en er dan voor zorgen dat je dat symbolische symbool vaak tegenkomt…

Doorleven hoe het dan kan zijn

In deze oefening gaat A begeleiden bij het door B doorleven van hoe het anders zou kunnen zijn bij het volgen van het verkregen antwoord.

Instructie

A Act:

  • Lees de tekst exact voor zoals deze er staat, met een rustige stem.
  • Gebruik de manual van B.
  • Geef na het voorlezen van de tekst tijd en ruimte aan B om te doorvoelen. Spreek vooraf een teken af waarmee B kan aangeven dat B klaar is.
  • Bij puntjes (…) kan je even rustig 1001, 1002, 1003 tellen, voordat je verder gaat.

B Be:

  • Geef je manual aan A zodat je jouw antwoord kan doorvoelen.
  • Wees gewoon jezelf, luister naar de tekst, keer naar binnen en voel wat je voelt en ervaar wat je ervaart, voor jezelf. Het is niet nodig om antwoorden te geven. Wel is het handig dat je knikt wanneer je voor jezelf klaar bent, zodat A weet dat de volgende stap genomen kan worden.

C See:

  • Vindt de BMIR’s waaraan je ziet dat B voldoende tijd en ruimte krijgt.
  • Zie wat er nog meer gebeurt.

De Niveau’s van Robert Dilts

A: neem de gekozen kern van B hieronder (letterlijk) over:

…………………………………………………………………………………………………………

A: Stel je voor… dat jouw belangrijkste doel in het leven…, de reden van jouw bestaan… (het/de) [kern] is…, en dat je daar gesteund in wordt door alles…, en het grote geheel…, Wie of wat ben je dan…? [wacht op teken].

A: Wat is er, gesteund door (het/de) [kern], dan belangrijk voor jou…? [wacht op teken. Je kan de wachttijd opvullen met: ”… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…]

A: Gesteund door (het/de) [kern] en wat er dan belangrijk is, wat geloof je dan…? [wacht op teken. Eventueel ”… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…]

A: Gesteund door (het/de) [kern] wat er dan belangrijk is, wat je dan gelooft, wat kan je dan…? [wacht op teken. Eventueel ”… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…]

A: Gesteund door (het/de) [kern], wat belangrijk is, wat je gelooft, wat je kan, wat doe je dan…? [wacht op teken. Eventueel ”… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…]

A: Hoe ziet het er dan uit…? [geef ruimte en rust. Eventueel “… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…, merk wat er verandert is…”]

A: Dank je wel…

[Einde oefening; geef de manual terug, en wissel van rol]

Posted by Rutger in NLP handleiding

Predicaten

Predicaten zijn in NLP woorden die iemand gebruikt, die kunnen duiden op het gebruik van een bepaald representatiesysteem, oftewel of de (huidige) interne representatie voornamelijk opgebouwd is uit plaatjes, geluiden, gevoelens, smaak, geur en reuk of gedachten. Predicaten zijn een mooi voorbeeld hoe NLP zich meer richt op het proces van communicatie dan op de inhoud van de boodschap.

Als gesprekspartner, begeleider, coach kun je matchen op wat iemand in woorden (predicaten) aan je verteld. Dit brengt je in rapport met elkaar. Bijvoorbeeld: Iemand verteld je: ”Ik zie het niet, ik heb er geen beeld bij.” Als antwoord kun je matchen door: “Ik zie wat je bedoeld.” Je stemt af op het representatiesysteem in plaatjes door dezelfde soort predicaten te gebruiken. Wanneer je wilt matchen in predicaten terwijl je nog niet helder hebt wat de ander als voorkeur heeft (nu), dan gebruik je a-specifieke (auditief digitale; praten in gedachten/denken) predicaten (je gesprekspartner zal zelf de vertaling maken naar het huidige voorkeurssysteem).

Je kunt ook mismatchen op wat iemand je in woorden (predicaten) verteld. Hiermee bereik je verandering. Je geeft de ander de mogelijkheid om voorbij de grenzen van zijn/haar wereldmodel te gaan, dit model te onderzoeken en uit te breiden. Zijn/haar gezichtsveld wordt groter, of er worden nieuwe mogelijkheden gezien, andere verbindingen worden gelegd. Door te reageren vanuit andere predicaten ‘dwing’ je een andere invalshoek. Bijvoorbeeld: “Ik voel mij hier niet goed onder, er ligt een zware last op mijn schouders.” Als antwoord kun je mismatchen door op deze kinesthetische predicaten te reageren met visuele predicaten als: “Hoe zie je het als je er van af hier naar kijkt?”

Visuele predicaten: praten in plaatjes

Aspect, beeld, blijken, blik, contrast, droom, duidelijk, focus, getuige, glimp, gloed, helder, hoek, horizon, illusie, illustreren, inspecteren, inzicht, kijken, kleurrijk, nauwkeurig, obscuur, observeren, onderscheiden, onderzoeken, ontruimen, opvallen, overzicht, perceptie, plaatje, scene, schetsen, scope, starende blik, stralend, toespitsen, uitstekend, uitzicht, vaag, verdacht, verduister, verschijnen, visie, voorgrond, vooruitzichten, voorzien, waakzaam, wazig, weerspiegelen, zicht, zichtbaar, zien.

De andere kant opkijken, beeld schetsen, duistere zaak, glimp opvangen, kijkje nemen, schitterend idee, steelse blik, er op toezien, het schijnt dat, geen schijn van kans, het is me niet duidelijk, in het licht van, door de vingers zien, doorzien, in het niets staren, inzien dat, je oog laten vallen op, kleur bekennen, lust voor het oog, met het blote oog, oog in oog, over het hoofd zien, perspectief krijgen op, verborgen boodschap, zich illusies maken, zicht hebben op, oogje in het zeil houden, ik zie het zitten, u heeft een ander gezichtspunt nodig, ik zie licht aan het eind van de tunnel, ik heb meer overzicht nodig, veel kleurrijke mensen hier, hij heeft er een goed oog voor, zij blinkt echt uit, dat ziet er rooskleurig uit, lijkt mij, in vogelvlucht, in de juiste verhoudingen, in groter verband zien, in een glimp opgevangen, een vaag idee, een heldere toekomst, in het licht van, een beeld schetsen, ziet er uit als een plaatje, er op toezien, kortzichtig, fraai om te zien, tunnelvisie, onder de loep nemen, lichtpuntje zien, uitzichtloos, hoog aanzien.

Wanneer ik je een aantrekkelijk voorstel zou tonen, wil je dan bekijken of het is wat je voor ogen hebt?

Auditieve predicaten: praten in geluid

Aankondigen, articuleren, bekendmaken, bellen, bespreken, bespreking, bulderen, communiceren, converseren, discussiëren, dissonantie, echo, formuleren, gehoorafstand, gejank, geluid, geratel, gesprek, gieren, gillen, harmonie, hoorbaar, horen, informeren, instemmen, knarsen, lawaai, luid, luidruchtig, luisteren, mondeling, monotoon, noemen, opmerken, opmerking, praten, rapporteren, ritme, roddelen, rumoer, schel, schreeuw, schreeuwen, sprakeloos, spreken, stem, stilte, sussen, toon, uitroepen, uitspreken, verklaren, verkondigen, vermelden, vertellen, vocaal, vraag, zeggen.

Afstemmen op, bij wijze van spreken, binnen gehoorsafstand, dat doet een belletje rinkelen, de waarheid vertellen, een kletskous zijn, een mening uiten, het ene oor in en het andere uit, het hoogste woord voeren, iemand aanhoren, iemand de mond snoeren, iemands hulp inroepen, iets doorpraten, iets verwoorden, in harmonie zijn, je mond houden, je oor te luisteren leggen, kletspraat verkopen, luidkeels roepen, nooit van gehoord, uitgesproken, klinkt goed, ik kan het niet meer horen, je zou ook eens naar een ander kunnen luisteren, mijn stem heb je, daar kan ik mee instemmen, ik was onverstaanbaar, Oost-Indisch doof, hij is een goed klankbord, klinkt als een klok, de waarheid zeggen, gehoor geven aan, bij wijze van spreken, laat eens wat horen, schreeuwende kleuren.

Wanneer ik je zou vertellen wat mijn voorstel is, zou je willen luisteren of je er oren naar hebt?

Kinesthetische predicaten: praten in gevoelens

Aandrang, aanraken, aanvoelen, absorberen, beroeren, beweging, druk, drukte, eelt (op ziel), energie, flexibel, fundering, gebonden aan, geslagen, gestructureerd, gevoelig, gloed, grijpen, in de war, intuïtie, lauwwarm, leeghoofdig, nadruk, ongemakkelijk, ontspannen, onverdraaglijk, paniekerig, richting, rilling, ruw, schok, spanning, steun, stevig, stortvloed, stress, stromen, temperatuur, trillen, vastklampen, verdoofd, voelen, warm, zacht, zeer.

Alle uitdrukkingen met lichaamsdelen.

De bovenhand krijgen, de fantasie prikkelen, de kaarten op tafel leggen, de touwtjes in handen hebben, een doortastend persoon, greep krijgen op, hand in hand, het in je vingertoppen voelen, iemand de rug toekeren, iemand voor de voeten lopen, iets doorgeven, iets laten bezinken, iets vasthouden, in aanraking komen met, in contact blijven met, in een handomdraai, op het rechte pad blijven, op je tanden bijten, op je tenen lopen, stap voor stap, vastklampen aan, vlijmscherp, in de hand houden, ik voel me op mijn gemak, grip op de zaak, zijn gevoelige snaar, binnen handbereik, kippenvel krijg ik daarvan, de sensatie hangt in de lucht, ik ben in de vorm van mijn leven, er op staan, hartverwarmend, links laten liggen.

Wanneer ik je een concreet voorstel zou doen, zou je willen ervaren of het goed voelt?

Olfactoire predicaten: praten in geur en reuk

Aroma, boeket, dampen, doordringende geur, essentie (basisgeur), mest, muf, rot, stank, stinken, stoffig, vochtig, zoetig (geur), zweet.

Gustatoire predicaten: praten in smaken

Bitter, delicieus, flauw, kruidig, pikant, pittig, scherp, smaakvol, verbrand, verschraald, zoet, zuur, kauwen, proeven.

Auditief digitale predicaten (ook wel aspecifiek): praten in gedachten, denken

Activeren, adviseren, analyseren, anticiperen, begrijpen, beseffen, beslissen, besluiten, bewust, bewustzijn, creëren, demonstreren, denken, ervaring, functioneren, herhalen, idee, indicatie, kennen, kiezen, kunnen, leren, logisch, maken, managen, mening, merken, motiveren, onderzoeken, ontwikkelen, opmerken, organiseren, overwegen, plannen, predicaten, realiseren, verstand, verwerken, vragen, voorbereiden, waarnemen, waarschuwen, weten, zijn.

Alert zijn, bewust zijn, een ervaring integreren, het eens zijn over, het juiste idee hebben, je best doen, zich vergissen.

Wanneer ik je een advies geef, zou je het kunnen overwegen?

Oefening herkennen van predicaten

Lees onderstaande uitspraken/woorden/predicaten en bepaal of deze duiden op V, A, K, O, G of Ad:

  • Er wordt gefluisterd
  • Licht op de zaak laten schijnen
  • Aansprekend
  • Ik begrijp, dat
  • Ergens tegenaan lopen
  • Tegen de achtergrond bezien van :
  • Schitterend voorgesteld
  • Een uitgesproken tegenstander
  • Een handvat geven
  • De bal terugkaatsen
  • Ik vraag me af
  • Oost-Indisch doof
  • Ik denk dat
  • Oogkleppen op hebben
  • Vastlopen
  • Weerklank vinden
  • Andere invalshoek kiezen
  • Op je tenen lopen
  • Dat is tekenend
  • Een voorstel bespreken
  • Ik evalueer graag
  • Nog afgezien van
  • Verstijfd van schrik
  • Ik ben me ervan bewust
  • Tegen dovemansoren zeggen
Posted by Rutger in NLP handleiding

9 stappen naar persoonlijke vrijheid (spirituele groei).

In NLP zijn er stromingen die spirituele groei hebben gemodelleerd. Daaruit zijn 9 generieke stappen ontstaan die er voor zorgen dat je eigen ‘zijn’ de ruimte krijgt. 9 stappen die zorgen dat je jouw persoonlijke ruimte en vrijheid vergroot worden, en het proces van maskeren (sociaal gewenst gedrag vertonen op basis van interne verwachtingen) minder grote invloed krijgt. Het belangrijkste effect is vaak niet zozeer dat het uiteindelijke gedrag verandert, als wel dat de motivatie om het gedrag te vertonen verandert: je gaat de dingen doen die je doet vanuit een intrinsieke motivatie in plaats vanuit de externe motivatie ‘dat het zo hoort’. In plaats van REAGEREN op (jouw verwachtingen van) de buitenwereld, ga je jouw leven CREËREN van binnenuit. Het (her)kennen van deze stappen is een handvat voor de NLP coach en de NLP (Master) Practitioner om persoonlijke vrijheid  te kunnen beïnvloeden. En uiteindelijk is coachen niets anders dan de persoonlijke vrijheid vergroten.

1) Besef je dat er niets is buiten jezelf: alles wat je waarneemt en denkt ben jezelf, en bestaat enkel in jou gedachten. Wanneer je naar een vaas kijkt, denk je een vaas te zien, maar een vaas is enkel een idee, een concept. Alle ideeën en concepten die jij hebt projecteer je op de wereld, en daarmee vervorm je de realiteit. Je bevestigt enkel je zelfbeeld en je wereldbeeld.

2) Besef je dat je niets te verliezen hebt, enkel illusies in je denken. Niemand heeft iets te verliezen. Dit gaat altijd en overal voor iedereen op. Het enige wat je kunt verliezen zijn ideeën en concepten die ondersteund worden door enorm veel energie (emoties gerelateerd aan het denken en oordelen). Herken en vernietig de ‘onechtheden’ van het denken. Neem de tijd die je nodig hebt, het is zeker niet gemakkelijk om tot in je diepste wezen te beseffen dat je nooit iets te verliezen hebt.

3) Leef hier en nu. Gisteren is voorbij, morgen zal nooit komen, alleen vandaag, nu, bestaat. De rest zijn enkel gedachten, illusies.

4) Maak contact met je ware zelf. Laat oordelen los. Met name schuld, schaamte, spijt (en soms daaraan gerelateerde angst) duiden op oordelen, waardeoordelen, en dan van buitenaf. Voel wat er echt van binnen is (authentiek). Ontdek AL je aanwezige gedachten, gevoelens, wensen, doelen en fantasieën. Gedachten, gevoelens, wensen, doelen en fantasieën hoeven zeker niet altijd zacht, lief of ‘spiritueel’ te zijn. Onze geest omvat alles: het lagere en het hogere, het lichte en het donkere. Persoonlijke vrijheid begint met alles van jezelf te onderkennen en te erkennen. Laat de innerlijke repressie van gedachten, gevoelens, wensen, doelen en fantasieën gaan.

5) Laat het oordelen los. Zie de gedachten, gevoelens, wensen, doelen en fantasieën voor wat ze zijn, zonder commentaar van het denken (de interne stem). Het denken verstoort het gevoel, via het oordeel en geeft ruis in de volgende stappen. Het denken en externe oordelen maken dat ‘dat-wat-is’ subjectief wordt ervaren, terwijl persoonlijke vrijheid zoekt naar het objectieve en authentieke in jezelf. Het denken is de grondslag van de onware-zelf, het ego. Een appel is een appel, en is anders dan een appel met het oordeel “weer een appel”, en is anders dan een appel met het oordeel “appels zijn lekker”, en is anders dan een appel met het oordeel “gezond: een appel”, en is anders dan een appel met het oordeel “de verboden vrucht”. Het zien van de appel als appel, en niet meer dan dat brengt je in contact met je ware gevoel (noot: besef dat appel een concept op zich is). De noodzakelijke stap van denken in illusies naar authentiek kunnen voelen.

6) Neem de geraaktheid van je hart als richtsnoer voor je handelen. Waardoor wordt je geraakt, waardoor wordt je bewogen? In dit het echte en authentieke gevoel? Je weet dan dat je daar iets mee te doen hebt, dat je daar antwoord op hebt te geven. Dat antwoord kan een innerlijk protest geven of een instemming van het hart. Herstel hier de verbinding met je ware zelf, en handel vanuit je authentieke gevoel. Het handelen vanuit geraaktheid neemt het over van het handelen vanuit het denken. Wees trouw aan de geraaktheid waarmee je wordt geroepen en bewogen. Uiteindelijk zal ook het denken ten dienste komen te staan van de geraaktheid.

7) Overgave: de werkelijkheid als geheel omarmen, met alles erop en eraan, zonder enig voorbehoud. Het is zoals het is. Heb de bereidheid geraakt te worden door het leven in al zijn facetten. Overgave aan de werkelijkheid betekent niet dat je alles maar goed moet vinden. Want juist in de overgave zul je bemerken dat sommige gebeurtenissen een heftig protest in je oproepen en dat andere gebeurtenissen je blij maken. Maar nu authentiek, van binnenuit, creërend, in tegenstelling tot van buitenaf, reagerend. Protest en instemming van het hart vormen de wijzers van je innerlijk kompas voor je handelen in de wereld.

8) Twijfel: alleen vanuit twijfel kunnen keuzes gemaakt worden en nieuwe stappen gezet in de persoonlijke vrijheid. Wie meent de waarheid in pacht te hebben maakt geen keuzes. Zo iemand herhaalt steeds hetzelfde antwoord, ongeacht de vraag die het leven op enig moment stelt. Daar leer je niets van. Daar kun je ook niet aan groeien.

9) Ontdek: Het leven is een rijk terrein waarop veel valt te ontdekken. Ga op ontdekkingsreis. Als je gedachten, gevoelens, wensen, doelen of fantasieën hebt, breng die dan in praktijk, voer ze uit. Ervaar de ervaring om de ervaring rijker te worden, je gevoel rijker te maken. Wees ontevreden om in beweging te komen, om te groeien, om in actie te komen, om niet langer te blijven waar je was, om niet stil te staan. Op terreinen waar je samen bent: geef elkaar inspraak, met het recht om nee te zeggen. Bij een veto accepteer je dat op een liefdevolle manier.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Waarnemen en kalibreren

Hoe vaak komt de letter ‘F’ voor in de volgende tekst:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Wat staat hier:

Vlgones een sduite aan een elgnese unvirestiet mkaat het neit uit in wlke vlgrodoe de lttrees in een wrood satan, het eigne dat blagnrijek is, is dat de ersete en de ltaatse ltteer op de gdoee palats satan. De rset kann ttaaol oiznn zjin maar tcoh kun je het geod leezn. Dit kmot dradoot we neit ltteer voor ltteer arpat lzeen maar wodoren in zjin gheeel.

Kan je dit lezen:

D323 M3D3D3L1NG L44T J3 213N T0T W3LK3 GR0T3 PR35T4T135 0N23 H3R53N5N 1N 5T44T 21JN. 1N H3T 83G1N W45 H3T 23K3R N0G M031L1JK D323 T3K5T T3 L323N, M44R NU K4N J3 H3T W44R5CH1JNL1JK 4L W4T 5N3LL3R L323N 20ND3R J3 3CHT 1N T3 5P4NN3N. D4T K0MT D00R H3T 3N0RM3 L33RV3RM0G3N V4N 0N23 H3R53N5. KN4P H3? D323 M3D3D3L1NG M4G J3 K0P13R3N 3N V3RD3R V3R5PR31D3N.

Onze waarneming

Hoeveel vaak komt de ‘f’ voor volgens jouw telling? De meeste mensen tellen er 16 of 17. Maar het zijn er meer:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Het zijn er 23! Vooral het woordje ‘OF’ wordt vaak gemist. Er zit dus iets raars in ons waarnemen. Zelfs wanneer we ons concentreren, zien we niet alles…

En wanneer je het 2e stukje las als ‘Volgens een studie aan een Engelse universiteit…’, dan was je niet aan het waarnemen, maar dan was je de letters die er staan aan het vervormen tot woorden zoals je ze kent. Je leest dan iets wat er feitelijk niet staat. Wanneer dat stukje in een taal was geschreven die je niet kende, dan had je wel letterlijk de letters uitgesproken zoals ze er stonden. We verbinden onze waarneming aan wat we in het verleden hebben geleerd. We zien iets en proberen het onbewust te duiden. We zien niet wat er staat, we zien wat we kennen.

Het derde stukje laat je zien hoe snel dit proces gaat, hoe flexibel je hersenen zijn om snel te leren en uit het feitelijke waarnemen naar betekenis gaan.

Belangrijk NLP uitgangspunt: Ons sterkste instinct is niet de ‘will to survive’ maar onze drang om dingen vertrouwd te maken (‘will to make things familiar’).

Het zintuigensysteem

Wij nemen de wereld feitelijk waar door gebruik te maken van onze 5 zintuigen:

  • Ogen kijken (Visueel)

    Zintuigensysteem en waarnemen

    Zintuigensysteem en waarnemen

  • Oren luisteren (Auditief)
  • Lichaam voelt (Kinestetisch)
  • Neus ruikt (Olfactoir)
  • Mond proeft (Gustatoir)

Voor het gemak worden deze zintuiglijke systemen in NLP veelal afgekort tot: V A K O/G.

Omdat we naast waarnemen ook denken (tegen ons zelf praten) wordt er verschil gemaakt tussen Auditief tonaal (At: luisteren met je oren) en Auditief digitaal (Ad: tegen je zelf praten).

Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen de verschillende manieren waarop je kan voelen (Kinestetisch):

  • Tactiel: voelen aan de buitenkant; waarnemen buiten jezelf
  • Proprioceptief: voelen aan de binnenkant; waarnemen binnen jezelf
  • META: waarde bepalende gevoelens en emoties

NLP stelt dat ieder mens een bepaalde voorkeur heeft bij de inzet van de zintuigen (V-A-K-O-G-Ad). Sommige zintuigen zijn beter ontwikkeld dan de andere. Dat is per mens verschillend, en aangezien zintuigen te trainen zijn, is het geen vastgesteld gegeven, en kan het per situatie verschillen.

Het primaire voorkeurssysteem van waarnemen (V A K O/G Ad) herkennen bij een ander is handig om beter contact te maken. Je kan het primaire voorkeursysteem bij een ander herkennen door:

  • Te luisteren naar de woorden die de ander gebruikt (predicaten)
  • Te kijken naar de lichaamshouding (fysiologie)
  • Te kijken naar de oogpatronen

Dit worden ook wel de accessing cues (toegangsignalen en –aanwijzingen) genoemd.

VAKOGAd overzicht

V – Visueel, zien

A – Auditief, horen

At – Auditief tonaal, luisteren

Ad – Auditief digitaal, praten tegen jezelf, ‘denken’

K – Kinestetisch, voelen

Kt – Kinestetisch tactiel, voelen aan de buitenkant

Kp – Kinestetisch proprioceptief, voelen aan de binnenkant

Km – Kinestetisch meta, waarde bepalend of emotie

O – Olfactior, ruiken

G – Gustatoir, proeven

Lead system (zoeksysteem)

NLP stelt dat iedereen een zintuiglijk weergavesysteem heeft waarmee iemand zich richt op een innerlijke ervaring, of een herinnerde ervaring opzoekt.

Als voorbeeld:

Zoek naar een ervaring waarin je zeker was van jezelf. Qua volgordelijke stappen kan je eerst een beeld ZIEN (visuele “lead”) van die ervaring, om je vervolgens te herinneren welke gevoelens horen bij dat moment van zekerheid (kinestetische weergave).

Dit lead system is met de oogpatronen goed te herkennen.

Synesthesie

Synesthesie is een proces waarbij de weergave in het ene zintuigensysteem direct een ervaring oproept in een ander zintuigensysteem. Beide systemen overlappen elkaar. Bijvoorbeeld wanneer je het geluid hoort van een krijtje over een schoolbord en direct de rillingen over je rug voelt lopen.

BMIR’s – Behavioral Manifestations of Internal Representation

BMIR’s zijn (minimale) non-verbale en verbale toegangssignalen die in verbinding staan met onze zintuigen, de VAKOGAd. Door te letten op BMIR’s kan je beter afleiden wat er bij de ander gebeurt. Het is daarbij belangrijk in de gaten te houden dat ieder mens uniek is; niemand heeft gelijke BMIR’s. Voordat je dus betekenis mag en kan geven aan de BMIR’s die je waarneemt moet je onderzoeken wat een BMIR specifiek bij iemand betekent (dat proces van afstemmen heet kalibreren).

In een gesprek letten op veranderingen in fysiologie en stem (kijken en luisteren) geeft je inzicht in het interne proces bij de ander. Je wellicht niet zien WAT er gebeurt, maar wel DAT er wat gebeurt.

Visuele BMIR’s – wat je kan zien veranderen

  • Spierspanning in het gezicht
  • Vochtigheid van de huid
  • Kleur(verandering) van het gelaat
  • Onderlip (grootte en kleur)
  • Oogbewegingen
  • Grootte van de pupil
  • Schuine stand van het hoofd
  • Ademhaling: plaats, snelheid, diepte
  • Houding
  • Hoek van de ruggengraat (hoofd, nek, schouders)
  • Arm -, hand- en vingergebaren
  • Verdeling van gewicht
  • Gezichtsuitdrukking, wenkbrauwen, kaken, mond

Auditieve BMIR’s – wat je kan horen veranderen

  • Toon
  • Tempo
  • Plaats
  • Hoogte
  • Volume
  • Ritme
  • Pauzes
  • Predicaten
  • Warmte
  • Intonatie en intonatiepatronen

Kalibreren

Wanneer je iets ziet of hoort bij iemand, en je wilt ontdekken wat dat betekent, dan noemt NLP dat proces van onderzoeken en afstemmen ‘kalibreren’. Wanneer je niet kalibreert, en BMIR’s een betekenis geeft ‘omdat dat meestal zo is’, dan ben je aan het gedachtelezen, of mindreaden. Omdat iedereen unieke BMIR’s heeft, is het proces van kalibreren erg belangrijk om feitelijk te blijven bij wat er gebeurt bij de ander in plaats van niet verder te komen dan wat jij denkt dat er gebeurt bij de ander.

Kalibreren is het ontdekken van toegangsignalen. In de basis is het een vermogen (vaardigheid) om verschillen te kunnen zien en/of horen. Om onderscheid te kunnen maken is het noodzakelijk tenminste 2 zijnstoestanden waar te nemen.

  • Een enkel signaal is een voorval zonder betekenis
  • 2 dezelfde signalen is toeval
  • 3 dezelfde signalen is een patroon (kalibratie)

Oefening waarnemen of gedachtelezen

Ga bij de volgende uitspraken voor jezelf na of het iets is wat je feitelijk ziet, of dat een een mening/waardeoordeel is:

  • Je ziet hem opgelucht adem halen.
  • Je kon zien dat ze niet tevreden was.
  • Ze stond ontspannen te presenteren.
  • Als hij praat beweegt hij met zijn handen.
  • Hij fronste terwijl hij naar beneden keek.
  • Hij fronste zijn wenkbrauwen om te laten zien dat hij twijfelde aan haar woorden.
  • Ze keek schichtig om zich heen.
  • Zijn stem trilde en klonk nerveus.
  • Terwijl hij praatte bewoog zijn hoofd.
  • Hij bloosde van schaamte.
  • Hij vind mij niet aardig want hij kijkt telkens weg als ik hem aankijk.
  • Hij schudde zijn hoofd dus was het er niet mee eens.
  • Zij knikte want ze is het er mee eens.
  • De Italiaan was erg tevreden; hij maakte een rondje met duim en wijsvinger: perfect!
  • De ene Griek vond het goed, hij zei “Ohkee.”. De andere niet, hij zei “Nee.”.
  • Zij gaat het doen, ze zei “Ja, ik doe het wel.”.
  • De Pakistaan schudde zijn hoofd, dus bedoelde nee.
  • De Arabier gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De Japanner gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De flipover heeft witte bladen van papier.

Klik hier voor een antwoordindicatie.

Dus:

WAARNEMING -> Betekenis geven -> MINDREAD

Feitelijk en objectief -> Betekenis geven -> Jouw werkelijkheid en subjectief

Werkelijkheid -> Betekenis geven -> Waardeoordeel en overtuiging

Accessing cues – toegangsignalen en -aanwijzingen

Overzicht BMIR’s (generaliserende mindreads)

Visueel Auditief (At en Ad) Kinestetisch (K en O/G)
Ademhaling Hoog, snel, onregelmatig Middenrif Diepe buikademhaling, langzamer
Gezichtsuitdrukking Ogen dichtknijpen Gefronste wenkbrauwen Ontspannen spieren
Stem Hoge neusklanken Stiltes, afgemeten, nadrukkelijk Laag, vanuit de adem
Tempo Snel, opgewonden Ritmisch Langzamer
Houding Rechte rug, kin omhoog Hoofd naar rechts beneden gebogen Hoofd naar links beneden, rug iets in elkaar gezakt
Gebaren Naar boven wijzen, in de ogen wrijven Kin in hand, rond oren wijzen Handen op de buik leggen, denkbeeldige handelingen uitvoeren

Eye accessing cues (oogpatronen)

In het diagram hieronder kan je de oogpatronen van iemand afleiden. Het is zo getekend alsof dit het gezicht is van iemand die jou aankijkt. De oogpatronen hieronder gelden voor de meeste rechtshandige mensen (standaard georganiseerd mens).

LET OP: KALIBREREN IS BELANGRIJK!

Eye accessing cues (oogpatronen)

Eye accessing cues (oogpatronen)

De ogen kunnen ook recht vooruit staan, uit focus (down-time; intern gericht), al dan niet met vergrote pupillen. Dat duidt op snelle toegang naar (directe) zintuiglijke informatie, voornamelijk visueel.

  • VC: visueel geconstrueerde beelden (ogen op recht); vaag, flitsend, duidelijk verbeelden, heldere toekomst
  • VR: visueel herinnerde beelden (omhoog verlaten ogen); fotografisch geheugen, totale herinnering, toekomstvisie, schitterend perspectief, opnieuw bekijken, kleurrijk geheugen.
  • ACt: Auditief geconstrueerde geluiden of woorden, tonaal (ogen horizontaal en aan het recht); repeteren, woorden zeggen.
  • ARt: Auditieve herinnerde geluiden of woorden (ogen horizontaal en aan de linkerzijde); woorden herhalen die gehoord zijn.
  • K: Kinestetische sensaties en gevoel (intern en extern, ook reuk en smaak, ogen onderaan recht); voelen, aanraken, warm, soepele tred, kietelen.
  • AD: Auditieve geluiden of woorden (ogen onderaan de linkerzijde); interne dialoog, praten tegen jezelf, “aha”

Vragen stellen om oogpatronen te kalibreren

VR

  • Welke kleur heeft je favoriete boek?
  • Welke kleur heeft het huis van de buren?
  • Is er een ronde tafel in je huis?

VC

  • Hoe ziet een zebra eruit met paars/oranje haar?
  • Hoe ziet een mier eruit met roze sokjes aan?
  • Wat ga je morgen doen?

AR

  • Hoe klinkt je favoriete instrument?
  • Hoe klinkt volledige rust en stilte?
  • Wat klinkt harder: jouw deurbel of een claxon?

AC

  • Hoe klinkt een piepende muis in een windtunnel?
  • Hoe zou een dweilorkest klinken op Mars?
  • Hoe klinkt mijn stem, als ik zou praten zoals Mickey Mouse?

AD

  • Hoe doe jij de dingen ‘s ochtends?
  • Wat zeg je tegen jezelf als je thuiskomt?
  • Hoe poets jij je tanden?

K

  • Hoe voelt het als je in de zon ligt?
  • Hoe voelt je rechtervoet aan als die slaapt?
  • Welke sok zit beter, die van je rechter- of van je linkervoet?

Bij onduidelijke oogpatronen kan je meer gedetailleerde vragen stellen. Vooral vragen met een vergelijking of contrast: Welke … is (vergelijking), … of …? Bijvoorbeeld Welke kleur is donkerder, bastogne- of ontbijtkoek?

Oefening Vragen om oogpatronen te kalibreren

Geef aan of de onderstaande vragen Vc, Vr, Ac, Ar, K (O,G) of Ad zijn

  • Hoe zou je huis er uit zien met roze verf?
  • Welke kleur had het haar van je moeder, toen je haar voor het laatst zag?
  • Ben jij je bewust van deze vraag?
  • Hoe gaat de melodie van je favoriete lied?
  • En hoe zou je favoriete lied klinken met kerstklokken op de achtergrond?
  • Hoe voelen smeltende sneeuwballen in je hand?
  • Wat zeg je nu tegen jezelf?
  • Hoeveel ramen heeft je huis?
  • Hoe klinkt een muntje dat op straat valt?
  • Hoe klinkt een grote sneeuwbui die in zee valt?
  • Hoe zou jij er uit zien met haar van goud?
  • Heb je voor meer ramen dan achter?
  • Wat zou beter zijn: je huis paars met witte stippen, of met rode strepen?
  • Welke kleur heeft je voordeur?
  • Wat zeg jij tegen jezelf net voordat je de fiets neemt?
  • Heb je een ronde spiegel in huis?
  • Hoe klinkt de zee?
  • Hoe zag vorig jaar de leukste kerstkaart er uit?
  • Hoe klinkt Donald Duck nadat hij een ballon met helium heeft ingeademd?
  • Hoe zal het voelen om op de maan te dansen?
  • Hoe smaakt je favoriete eten?
  • Hoe ziet de kaft van je favoritete boek er uit?
  • Hoe klinkt een krijtje op een schoolbord?
  • Hoe smaakt een grote hap watten?
  • Wat zeg jij tegen jezelf wanneer je een complimentje krijgt?
  • Wat zeg je tegen jezelf wanneer je voor de koelkast staat?
  • Wat vindt je van deze vragen?
  • Realiseer jij je wat hier nu gebeurd?
  • Hoe zie jij er uit als een teletubbie?
  • Hoe zou je kamer er uit zien wanneer deze blauw was?
  • Welke kleur had de kamer waar je bent opgegroeid?
  • Wat was het laatste wat ik gezegd heb?
  • Hoe voelt het wanneer je in een plas stampt?

Speciale oogwaarnemingen

  • Je kan aan de ogen zien of iemand ‘naar binnen gekeerd is’. Dat is het moment om ruimte voor nadenken te geven, of suggesties te geven (korte trance-staat).
  • Je kan aan de ogen zien waar iemand naartoe kijkt (richting) wanneer deze zich iets voorstelt: ver weg, dichtbij, hoog, laag etc.
  • TransDerivational Search (TDS): verwilderde oogpatronen, geeft aan dat iemand informatie zoekt, in verwarring is, en/of probeert betekenis te geven. Checken of na de TDS de informatie is gevonden, dan wel betekenis is gegeven kan handig zijn. Wederom een goed moment voor suggesties (korte trance-staat). Merk wat er gebeurt:
    • Je doet het weer, of niet soms…?
    • Misschien denk je aan de gedachten die je gisteren had…?
    • De vele kleuren die fruit kan hebben…
    • Er zijn leuke momenten geweest, nietwaar…?
    • Je bent nog iets vergeten, nietwaar…?
    • Wat is het dat je nu niet kan herinneren…?
    • Jij kan je beseffen dat je nu met een glimlach is altijd leuk…
    • Rijk zijn is een staat zijn zegt het woordenboek…
Posted by Rutger in NLP handleiding

Antwoorden waarnemen en mindread

Hierbij een richtinggevend overzicht van de mindread en waarneming oefening. Het is geen wet, dus eenduidige antwoorden kunnen niet worden gegeven, wel indicaties. Het gaat niet om goed of fout, maar het gaat er om dat je beseft of je een betekenis aangeeft, of een feitelijke waarneming. In de onderstaande antwoorden zijn de (mogelijke) mindreads/(waarde-)oordelen aangegeven:

  • Je ziet hem opgelucht -> mindread adem halen.
  • Je kon zien dat ze niet tevreden -> mindread was.
  • Ze stond ontspannen -> hoe weet je dat haar spieren ontspannen waren? te presenteren.
  • Als hij praat beweegt hij met zijn handen.
  • Hij fronste terwijl hij naar beneden keek.
  • Hij fronste zijn wenkbrauwen om te laten zien dat hij twijfelde -> mindread aan haar woorden.
  • Ze keek schichtig -> mindread om zich heen.
  • Zijn stem trilde en klonk nerveus -> mindread.
  • Terwijl hij praatte bewoog zijn hoofd.
  • Hij bloosde van schaamte -> mindread.
  • Hij vind mij niet aardig want -> mindread hij kijkt telkens weg als ik hem aankijk.
  • Hij schudde zijn hoofd dus was het er niet mee eens -> mindread.
  • Zij knikte want ze is het er mee eens -> mindread.
  • De Italiaan was erg tevreden -> mindread, gebaren hebben een culturele betekenis; hij maakte een rondje met duim en wijsvinger: perfect!
  • De ene Griek vond het goed, hij zei “Ohkee betekent NEE; mindread”. De andere niet, hij zei “Nee. Ne betekent JA; mindread”.
  • Zij gaat het doen -> mindread, ze zegt alleen dat ze het gaat doen, ze zei “Ja, ik doe het wel.”.
  • De Pakistaan schudde zijn hoofd, dus bedoelde nee -> mindread, in Bulgarije, Pakistan en India schudt men juist het hoofd om JA te zeggen.
  • De Arabier gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect -> mindread, de waarde RESPECT staat los van feitelijk gedrag en is cultureel gebonden.
  • De Japanner gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect -> mindread, de waarde RESPECT staat los van feitelijk gedrag en is cultureel gebonden.
  • De flipover heeft witte bladen van papier. Even plagen: besef je dat dit één grote mindread is van concepten (flipover, wit, bladen, papier); het zijn ideeën en niet de feitelijke waarneming zelf.
Posted by Rutger in Archief

Verder ontwikkelen na een NLP (Master) Practitioner

Als je nu een NLP opleiding hebt gedaan, en je bent door de technieken gelopen, je hebt de vaardigheden aangeleerd, weet dan dat je een keuze hebt. Je kan nu er voor kiezen om er klaar mee te zijn en het profijt van de opleiding te zien in de persoonlijke groei die je hebt meegemaakt door het doen van de oefeningen, of je kan er voor kiezen om de vaardigheden en oefeningen nog meer eigen te maken zodat het een onderdeel wordt je je (gedrags-)gereedschapkist. Zodat je meer tools hebt die je gemakkelijk kan inzetten, meer flexibel gedrag.

Een aantal voorbeelden van zaken die je jezelf zou kunnen aanleren om meer profijt voor jezelf uit de NLP (Master) Practitioner opleiding te halen (uitnodiging: blader nog eens door de manual, en kijk voor jezelf wat nog meer goed en leuk voor jezelf is!):

Pre-frames

Maak bewust gebruik van pre-frames. Ga na welk doel je hebt in je interactie, en hoe je een pre-frame kan gebruiken om richting je doel te komen.

We are not our moods

Een belangrijk aspect in communicatie is de stemming. Ben je met het verkeerde been uit bed gestapt, dan communiceer en filter je anders dan wanneer je happy, happy, joy, joy uit je bed komt. En, dat is wat anderen ook doen. Probeer eens aan te voelen in interacties welke ‘moods’ de ander zit, en anticipeer daarop, speel daarmee.

We all do our best; appreciate that and be present

Belangrijk, deels uit de NLP veronderstellingen, deels uit de houding bij NLP coaching. Trek dat stukje uit de opleiding en neem het mee naar je persoonlijke of professionele omgeving. Kijk eens wat er gebeurt, en hoe het je zou kunnen helpen in welke situaties. Praat met de persoon die daar aanwezig is, in plaats van met het beeld van de persoon dat je in je hoofd hebt gecreëerd.

Gebruik je stem bewust

Speel met intonaties, maak de warme kant van je stem de default. Toon betrokkenheid door je stem betrokken en empathisch te laten klinken. Wis je dat het meest (onbewust) overtuigend die mensen zijn die hun stem laten resoneren aan de onderkant van hun eigen bereik? Richt je stem naar de knie van je gesprekspartner; dat maakt
de stem minder confronterend, rustiger en het zorgt voor meer aandacht bij wat je zegt.

Gebaren

Voeg gebaren toe aan je communicatie, en kijk hoe het ondersteunt. Ontdek eens hoe bepaalde gebaren zonder woorden effect hebben. Experimenteer eens met het creëren van tegenstrijdigheid: dat wat je zegt neutraal laten zijn of meepratend (rapport) maar het gebaar sturend.
Een paar voorbeelden van gebaren die je kan gebruiken (automatiseren):
– Het omslaan van een bladzijde
– Het laten indalen van gevoel door te wijzen met je vinger
– Je hoofd schuin naar rechts houden (teken van kwetsbaarheid)
– Opzij vegen
– Met in gedachten de tijdlijn: opzij vegen of naar achteren/voren verplaatsen

Posted by Rutger in NLP handleiding

Een aantal metaforen

Een berg beklimmen
Een berg beklimmen (en vele andere activiteiten in de natuur) kan je prima gebruiken als metafoor. Je kan zo vaak opgeven als je wilt, zolang je maar de ene voet voor de andere blijft zetten. Zelfs als het bewolkt is, wanneer je de top bereikt, en je kijkt maar je ziet de weg naar de top niet, en ook het uitzicht is niet zichtbaar door de bewolking, dan wil dat niet zeggen dat de weg er naar toe niet bestaat, of het uitzicht niet geweldig is. Je hoeft niet het hele pad te zien om de volgende stap te nemen. En wanneer je terug kijkt, en je kan niet het hele pad zien, wil dat nog niet zeggen dat je al van ver gekomen bent. Gewoon een paar voorbeelden die je als metafoor zou kunnen halen uit het beklimmen van een berg.

Een aap
Wanneer een aap op de stoep staat, en hij biedt je een gouden muntstuk aan, zou je het aannemen?
Kijk naar het advies, niet naar de persoon die het aanreikt.

Schoenen in Afrika
Er was eens een schoenmaker die zijn markt wilde uitbreiden. Omdat hij de lokale markt al bezat, keek hij voorbij zijn horizon naar exportmogelijkheden. Zijn oog viel op Afrika. Hij zette zijn zinnen op het veroveren van heel Afrika met zijn merk schoenen.

Na het goed overdacht te hebben, nodigde hij zijn beste verkoper uit om in Afrika de markt te gaan bespelen: de schoenen te promoten en de naamsbekendheid groot te maken. Deze topverkoper, helemaal overdonderd door de mogelijkheid om de wereld over te gaan reizen, kon niet wachten om naar huis te gaan om zijn spullen in te pakken en op reis te gaan. Hij vertrok, en twee weken gingen er voorbij.

’s Ochtends vroeg nam de schoenmaker, rekening houdend met het tijdsverschil, de telefoon om te informeren hoe het de verkoper verging. De schoenmaker luisterde aandachtig hoe de topverkoper met zwaar teleurgesteld meedeelde: “Sorry dat ik je plannen moet verstoren, maar ik kan hier geen schoenen verkopen. Niemand draagt schoenen hier.”.

De schoenmaker bleef bij zijn overtuiging dat het mogelijk moest zijn om de markt open te breken. Hij stuurde nu zijn jongste, meest creatieve, positieve maar onervaren verkoper naar Afrika. Ook hij was zeer enthousiast over het vertrouwen en de mogelijkheid om iets van de wereld te gaan zien, ging snel naar huis en ging optimistisch zijn spullen pakken. Hij vertrok, en weer gingen twee weken voorbij.

’s Ochtends nam de schoenmaker, weer rekening houdend met het tijdsverschil, de telefoon om de stand van zaken door te nemen. De jonge verkoper werd geroepen door het hotelpersoneel, en de schoenmaker hoorde de enthousiaste stem van de junior bijna roepen: “Oh, geweldig! Stuur zo veel mogelijk schoenen als we kunnen maken hierheen! Niemand draagt schoenen hier!”.

Moraal van dit verhaal..? Ik denk dat je het wel begrijpt.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Multilevel communicatie met je stemrichting

Een manier om je stemgebruik een extra dimensie te geven, is de richting van je stem te gebruiken om extra informatie als anker mee te geven. Je kan je stem namelijk ‘richten’, en dit levert een unieke sensorische ervaring op waar je betekenis aan mee kan geven.

Wat we meestal doen is de stem richten op het focale gezichtspunt, of op de persoon waar we mee spreken. Met een beetje oefening kan je, terwijl je iemand aankijkt, je stem meer richting de buik van de gesprekspartner richten. Probeer dat eerst eens voor een spiegel, eerst technisch en wanneer je het onder de knie hebt, voel dan eens wat dit voor een verschil maakt of je tegen jezelf praat hoog in het eigen gezicht, of wanneer je lager tegen jezelf praat naar je buik.

Wanneer je daar een diepte bij hebt, experimenteer dan eens in drie tot vijf gesprekken met een echte gesprekspartner door afwisselend hoog en laag je stem te richten. Verander je stemrichting niet te snel, bij dit experimenteren, zodat je tijd hebt om te mindreaden hoe dit bij de ander wordt ontvangen. Ontdek welk onbewust proces hier speelt, en hoe je dit kan gebruiken.

Een andere manier om je stemrichting te gebruiken, is bij bijvoorbeeld presentaties. Wanneer jij je stem richt op de voorste rij, dan zal je moeilijk te verstaan zijn achterin. Probeer je stem dan (tenminste, als je beter verstaanbaar wilt zijn; dat kan een keuze zijn) zowel te verspreiden, als achterin te laten landen.

Nog een andere manier is om aandacht te geven op een onbewuste manier aan iemand speciaal. Wanneer je iemand een boodschap wilt meegeven in een groep, dan kan je dat rechtstreeks doen, of met je stem op een meer verhulde manier. Wil je dat met je stem doen (bijvoorbeeld in een vergadering, of tijdens een les, of whatever) dan kan je een algemene boodschap toch richten op iemand specifiek door enkel je stem richting de bedoelde ontvanger te richten. Let er op dat wanneer je de persoon aankijkt het richten van de stem niet meer verhuld is, en dan kan het confronterend worden. Probeer het enkel met je stem te doen.

Vervolgens kan je ook door je stemrichting bepaalde woorden benadrukken, of embedded commands richten. Door bijvoorbeeld bij de zin “Ik laat het gewoon gebeuren.” je stem tijdens “LAAT HET” te richten op de persoon die ongewenst gedrag vertoont te richten, zal de onbewuste boodschap dat de persoon het gedrag moet laten verhuld binnenkomen. Dit vergt enige oefening en voorbereiding, en is zeker de moeite waard om vaardig in te worden.

Tot slot kan je dan je stemrichting nog gebruiken om ankers te zetten en af te vuren. Een simpel voorbeeld zou ik kunnen tekenen in een situatie waar een coach praat met een coachee. In dit gesprek wil de coach drie onbewuste signalen installeren: neutraal, ja/goed/doen/positief en nee/fout/laten/negatief. Daarvoor heb je drie stemrichtingen nodig, en de coach kiest om de stem te richten op de coachee zijn/haar knieën voor neutraal, richting het rechteroor voor positief en richting het linkeroor voor negatief. Tijdens de intake start de coach gelijk met ankeren en betekenisgeving. Algemene gegevens worden besproken met de stem gericht op de knieën. Problemen en mislukkingen herhaalt de coach met stem gericht op linkeroor, en wensen en successen worden herhaalt richting het rechteroor, consequent om de betekenisgeving sterker te maken. Testen van het anker kan de coach doen door een neutrale vraag als bijvoorbeeld “En, helpt dat?” te stellen naar het rechter- of linkeroor, en te kalibreren of het antwoord in lijn ligt met de gekozen richting. De coach blijft vervolgens de betekenisgeving consequent herhalen om het anker opgeladen te houden, en vuurt het af wanneer deze het nodig acht.

Let op opmerkzame mensen dit kunnen doorzien. In dat geval kan je het effect nog steeds gebruiken, alleen zorg je er voor dat je signaal subtieler wordt. Minder opmerkzame mensen kunnen juist een probleem hebben met het onderkennen van de verschillen in het stemgebruik. Je zou dan je signaal kunnen versterken door bijvoorbeeld met je vinger te wijzen in de richting van je stem (visueel signaal toevoegen) of met pauzes de verandering van richting te benadrukken, of de aandacht van de toehoorder kunnen versterken door wat onduidelijker te gaan articuleren. Sowieso kan je er rekening mee houden dat de toehoorder minimaal drie tot vijf het onbewuste signaal moet ervaren voordat de binding ontstaat (het leereffect optreedt) tussen betekenis en signaal.

Het gebruiken van je stemrichting als extra communicatiekanaal (je geeft een extra laag mee in je communicatie) is een goed voorbeeld van de zogenoemde multilevel communicatie, zoals Milton Erickson die gebruikte.

Posted by Rutger in NLP handleiding

8 tips om je presentaties te verbeteren

Naast de standaard presentatietips, kan je door de volgende 8 punten mee te nemen je presentatie bovengemiddeld maken:

  1. Voorbereiden! Stel een doel, ken je doelgroep, sluit daarbij aan. Voorbereiden! Oefen de presentatie vooraf en verbeter deze. Voorbereiden! Controleer je podium, breng het in orde zoals jij het wilt, zorg dat eventuele hulpmiddelen ook echt werken.
  2. Kies een doelstelling die gericht is op het achterlaten van een emotie bij je publiek, in tegenstelling tot een doelstelling die gericht is op het achterlaten van informatie bij je publiek. Wat wil je emotioneel bereiken, bijvoorbeeld: motivatie, enthousiasme, overeenstemming, vrolijkheid, et cetera.
  3. Wees emotionerend. Gebruik humor, wees soms serieus en ernstig, toon je emoties. De beste manier om anderen te motiveren is zelf gemotiveerd zijn, en dat te laten zien.
  4. Gebruik je lichaamstaal congruent om de emoties uit te drukken. Breng je stem in overeenstemming met de emotie. Zorg ervoor dat de woorden, je houding en je stemgebruik hetzelfde verhaal vertellen.
  5. Doe alles in drieën. Voorbeelden geef je in drievoud, je hoofdboodschap herhaal je drie keer, bij argumentatie geef je drie argumenten.
  6. Maak belangrijke boodschappen eenvoudig over te brengen door een one-liner te verzinnen.
  7. Gebruik sheets om de emotie te ondersteunen, en niet om informatie over te brengen.
  8. Doe iets anders dan wat er verwacht wordt. Doe iets onverwachts, buiten de kaders, iets wat verwarring of humor brengt, zodat de herinnering versterkt wordt.
Posted by Rutger in NLP handleiding

Vooronderstellingen door intonatiepatronen met je stem

Intonatiepatronen kan je gebruiken om een vooronderstelling over te brengen door stemgebruik. Je stem laten stijgen vooronderstelt een vraag, gelijk houden een feit, dalen een opdracht. Maar ook met gezichtsuitdrukkingen en fysiologie kan je vooronderstellingen overbrengen, of benadrukken: knikken, schudden, wenkbrauwen optrekken etc.

Bij suggesties en embedded commands werkt het gebruiken van een vragende intonatie erg goed; de inhoud komt binnen en door de intonatie verdwijnt weerstand.

Intonatiepatronen stem

Intonatiepatronen stem

Posted by Rutger in NLP handleiding

2 meditaties op identiteitsniveau

Algemene meditatie op identiteitsniveau

“Wie ben ik? Is dat alles wat ik denk dat ik ben? Ben ik niet meer dan dat? Wat ben ik nog meer dan dat? En daar voorbij… is dat alles wat ik ben… hoeveel meer ben ik dan dat? Ik weet toch dat ik veel meer ben dan dat?”

Blijvend herhalen.

Doelvisualisatie op identiteitsniveau

  • Ga comfortabel zitten: handen in je schoot en beide voeten in contact met de vloer.
  • Adem in door je neus en uit door je mond. Doe 2 keer zo lang over het uitademen als over het inademen.
  • Ga in perifere visie met de ogen open, blijf ademen in de verhouding 2:1.
  • Sluit de ogen wanneer dat comfortabel voor je is terwijl je in perifere bewustzijn blijft.
  • Zeg met je interne stem “IK BEN”. Verbind dit aan het ritme van je ademhaling, zodat het comfortabel voor je is.
  • Visualiseer je doel, en houd dit beeld vast totdat het spontaan langzaam verdwijnt. Blijf ademen in de 2:1 verhouding, blijf in perifeer bewustzijn.
  • Herhaal met je interne stem “IK BEN”. Blijf ademen in de 2:1 verhouding, blijf in perifeer bewustzijn, hou je ogen gesloten voor ongeveer 5 minuten.
  • Herhaal met je interne stem “IK BEN”.
  • Open je ogen wanneer dat comfortabel voor je is terwijl je in perifere bewustzijn blijft.
  • Ga in focale visie.
  • Adem zoals je dat wilt.
  • Heroriënteer jezelf in de ruimte.

 

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

De-identificatie patroon

Gebruik het de-identificatie patroon om complexe equivalenties als “Ik ben …” uit te dagen en te overstijgen.

  1. Achterhaal de complexe equivalentie op identiteitsniveau
  2. Stem af op en geef feedback op de complexe equivalentie: “Dus je bent …”
  3. “Is dat alles wat jij denkt dat je bent?”. Kalibreer fysiologische verandering.
  4. “Ben je niet meer dan dat?” Kalibreer accepteren vooronderstelling.
  5. “Wat ben jij dan meer dat niet [voorgaande identiteit] is?” Wacht op verbaal antwoord.
  6. “En voorbij [antwoord stap 5], is dat alles wat jij bent… Hoeveel meer ben jij dan dat? Jij weet toch dat jij meer bent dan dat, of niet soms?”
  7. “Hoe weet je dat?”  (verankert in de realiteitstrategie).
Posted by Rutger in NLP handleiding

Anticipation builder

Nuttig voor (vervelende) geassocieerde zijnstoestanden in de toekomst in een specifieke context.

  1. Stem af op het probleem.
  2. “Waar zul jij zijn wanneer jij je voorstelt dat jij je niet zo goed voelt als je wel zou kunnen… succesvol… hebben afgerond?”
  3. “… en daarna, waar zul je zijn, het succesvol te hebben afgerond?”
  4. “… NU… merk op hoeveel beter dat voelt, NU.”
  5. “Kun jij een vergelijkbaar moment vinden in de toekomst, wanneer het in het verleden was geweest… jij alleen maar naar voren kon kijken naar de volgende keer… deze keer… waarin jij het succesvol zal afronden?”
Posted by Rutger in NLP handleiding

Decision destroyer

Gebruiken bij spijt, schuld, schaamte (nominalisaties) en dergelijke reacties die met het verleden verbonden zijn. Goed rapport is belangrijk!

  1. Stem af op het probleem
  2. “Waar was je toen je die beslissing nam?”
  3. “… en net daarvoor, waar was je toen?”
  4. “Merk eens op hoeveel mogelijkheden je hebt, NU.”
  5. Eventueel: “… en zou je nu naar een moment in de toekomst kunnen kijken gelijk aan dat moment in het verleden… en merk op hoeveel beter jij je NU voelt… vanuit de mogelijkheden die je had… NU.”
Posted by Rutger in NLP handleiding