rust

Schrijfoefening: de waterkoker

Thee, eindelijk thee. Thee geeft rust, thee geeft kracht, thee maakt me sterk om de dingen breder te zien, om er weer tegenaan te kunnen. Ik voel hoe het handvat kracht uitoefent om de waterkoker te laten kantelen in mijn hand, en ik hoor het klikken van de deksel en vervolgens het bruisende water dat de waterkoker vult. Het gaat als vanzelf, zo gewend ben ik er aan. Gewoon even vullen, klikken en klaar. En makkelijk, er kan veel in; genoeg om een ruime theepot ineens te zetten. Ik zet de waterkoker weer in zijn houder en als automatisch klik ik de knop om. Ik frons even als ik het bekende lampje mis, ik til even de koker op om hem te ontgrendelen, en plaats hem opnieuw om vervolgens opnieuw het knopje om te zetten. Kut, hij doet het niet merk ik. Ik kijk naar het stopcontact en zie dat de stekker er in zit, en probeer het nogmaals. Ik merk niet eens hoe ik ondertussen tegen mezelf begin te praten: “Kloteding, geef mij mijn rustmomentje”, “Niet nu”, “Altijd hetzelfde hier in huis”, “Kan er nu niets goed gaan”, en ongemerkt vormt mijn gevoel zich in overeenstemming met mijn dialoog. Frustratie, desillusie, irritatie, in de steek gelaten en alleen zijn de gevoelens die strijden om de boventoon, en waarvan ik denk dat het mijn echte gevoel is terwijl het eigenlijk mijn denken is dat deze gevoelens oproept.

Binnensmonds trekken mijn spieren zich samen om vloekwoorden uit te gaan spreken, maar ik hou me in en pak een pan om het water op het fornuis te koken. Stom gedoe, moet ik het weer zelf doen, mag ik dan niets verwachten. Hulpeloos en onbewust laat ik me ongemerkt door mijn stemmetje terug in mijn wereldje trekken waar het veilig is, en waar de boze buitenwereld mij niet kan zien, niet bij kan. Als het water kookt, giet ik de thee op, en neem namokkend een kop. Het geeft niet de rust waar ik op gehoopt had.

’s Middags ga ik op zoek naar een nieuwe waterkoker. Balend van de tegenslag, bekijk ik met kritische ogen het aanbod. Te klein, lelijk, te onhandig, gevaarlijk, te duur… Ik besef me nu pas terwijl ik me oriënteer hoe fijn mijn oude waterkoker eigenlijk was. Hoe ik gewend was aan zijn eenvoudige werking, hoe goed we samen een team vormden. Uiteindelijk, ik had er toch een nodig dacht ik, koos ik er maar eentje. Ik weet niet eens maar om welke reden ik nou die specifiek koos, het maakte me allemaal niet meer uit. Raar, hoe dat soort ontdekkingen pas boven komen als je het gewone kwijt bent en mist.

Moedeloos, en met tegenzin, plaatste ik de nieuwe waterkoker op het aanrecht. Daar moet ik het dan maar mee doen. Ik wil ruimte maken dus eerst de oude opruimen voordat ik de nieuwe waterkoker uitpak. Ik haal de stekker uit het stopcontact, en het licht gaat uit. Verbaasd kijk ik naar de stekker, en doe hem weer in het stopcontact waarop het licht weer aangaat. Langzaam dringt het tot me door dat ik niet goed heb gekeken. Ik had wel aan de stekker gedacht, maar ik had het te snel aangenomen dat de basis, de elektriciteit goed was. Ik verwissel de stekkers zodat de waterkoker weer spanning krijgt, en controleer de werking. Hij doet het nog gewoon, net als altijd. Alleen in mijn gezichtsveld, in mijn eigen wereldje deed de waterkoker het niet. Zoals zo veel zaken niet werken als je de basis niet op orde hebt. Gelukkig kwam ik er op tijd achter, anders zat ik nu met een waterkoker die niet bij me paste, een tweede keuze, in plaats van mijn eigen ondergewaardeerde waterkokertje. Vrijwel gedachteloos had ik ondertussen weer thee gezet, en door de basis weer op orde te hebben kwam de rust en de kracht weer vanzelf terug.

Posted by Rutger in Archief

Schrijfoefening: Spijt

Terugkijkend heb ik spijt. Spijt als woord om te duiden dat ik het gevoel heb iets gemist te hebben. Maar toen deed ik wat ik nodig had. Of beter, ik maakte keuzes om niet te doen zodat ik toen kreeg wat ik toen nodig had. Nu spijt hebben betekent dat ik met de kennis van nu toen andere keuzes had willen maken, zodat ik nu de vruchten kan plukken van wat ik toen had gedaan. Spijt is nu dezelfde keuzes anders hebben willen maken. Dat is wat terugkijken doet: kijken vanuit nu, kijken vanuit wat je nu nodig hebt en wat je nu belangrijk vindt naar acties van toen je dat nog niet wist en andere dingen belangrijk vond. Toen, de keuzes toen, de acties toen, was toen niet saai, en pasten in het beeld van mijn leven zoals ik dat toen had. Maar nu lijken de acties geleid te hebben tot een saai leven en ik wil nu uit de saaiheid terwijl ik toen anders was. Anders dacht. Ik heb spijt omdat het me nu makkelijker af zou gaan als ik toen meer ervaring had gehad, vaker “Ja!” had gezegd. Maar toen gaf het rust om ‘saai’ te zijn, een saaiheid door passiviteit die nu juist onrust veroorzaakt. Onrust van wel doen toen zou nu rust geven, en de rust van toen door niet doen veroorzaakt nu groeiende onrust. De overtuiging dat er niets te missen is, is een overtuiging die plaats heeft gemaakt voor de overtuiging dat ik iets mis. Dat iets vermijden goed zou kunnen zijn is waar ik ooit in geloofde. Nu voel ik angst dat ik iets mis als ik het vermijd. Het wordt belangrijker om terug te kijken op wat je wel hebt gedaan, de tijd dringt, dan de rust te behouden door voorzichtigheid en vermijden van het onzekere. Toen te onzeker, te spannend, een gewenning die leidt tot rust tot verveling, nu op zoek naar spanning. Het kan verkeren.

Ik stel me voor, als ik toen wel eens een keer had gekozen, gewoon 1 keer, hoe anders zou het nu voelen? En zou een ene keer, toen, nu nog echt iets uitmaken? Heeft de voorzichtigheid de rust gebracht, of heeft het enkel de onrust tijdelijk gedempt, en uitstel gerechtvaardigd? Heeft het enkel de dissonantie tussen wat ik meende wat waar was en de realiteit vergoelijkt om het gevoel van tweestrijd tussen wens en schaamte te kunnen sussen. Ik voel me schuldig naar mezelf. Dat ik niet de kansen heb benut, het diepe durfde in te gaan, omwille van wat ik meende te kunnen invullen voor de gedachten van anderen, de oordelen in mijn hoofd die de spontaniteit en vrijheid de kop in drukken. Evaluerend zie ik hoe ik van ervaringen alleen de positieve kanten vasthoudt, terwijl ontzeggen en vermijden als jeukende kruipolie je zekerheden tot losse schroeven maakt. Los zand, drijfzand, houvast missen omdat je ontdekt dat je gedachten die je zo sterk vasthield en koesterde als waarheid maar gedachten zijn. Gedachten gebaseerd op verwachtingen van fantasieën. Fantastische verwachtingen die niets met de realiteit te maken hebben. Fout, maar geaccepteerd, bewijs als een luchtballon, een zeepbel. Voorstellingen van werkelijkheden die nooit hebben bestaan. Toen gaf het rust, of dempte mijn onrust, nu versterkt het mijn onrust.

Weten hoe het hoort, ontdekken dat je eigenlijk als een klein kind nog steeds luistert naar wat je verteld is, verwachtingen van sociale verwachtingen invullen, je ego voorbij aan jezelf, realiseer je dat je innerlijke zelf iets anders wil. Niet heel erg dringend, of op de voorgrond, maar meer op de achtergrond, knagend en schrapend, met kleine beetjes, gedurende de tijd toch iets groots geworden…

Wijsheid komt met de jaren. Voor sommige dingen is het nu te laat; vermijden heeft een voldongen feit gecreerd. Voor sommige dingen is het nog niet te laat. Tijd om vaart te maken en meer vrijheid te nemen. Spijt van spijt en schuld uit spijt als motivatie…

Posted by Rutger in Archief

Schrijfoefening: Sofie

Soms loopt het anders dan dat blije schrijvers je doen lezen. Ze leefden nog lang en gelukkig. Dat is vaak omdat de clou, het moraal van het verhaal op papier staat, en meer woorden zouden er toe leiden dat het verhaal zoals verteld, nuances bevat en details mist, die de moraal dan weer om zeep helpen. Alles en iedereen die beweert wat en hoe goed en kwaad is, mist nuance en details. Geloof ze niet deze schrijvers die duiden te weten hoe het in elkaar zit. Schrijvers die verhalen verhalen over de schapen die conform de heersende moraal uiteindelijk overwinnen en lang en gelukkig leven. The good guy wins, ja, in de film en in het boek. En de good guy, het personage dat jouw sympathie heeft, die je leuk vindt, die moet dan wel de morele superioriteit van de schrijver ondersteunen. Als dank voor zijn schaapachtige handelen binnen de moraal van de schrijver (M/V) mag die dan einde-looooos gelukkig zijn. Leven. Geen trieste gebeurtenissen meer, geen enge ziektes, geen uit de dierentuin ontsnapte tijger die je even laat weten dat hij (M/V) ontsnapt is.

Jacob, haar ouders hadden liever een zoon gehad, voelde de spanning opbouwen. Kim, wiens ouders een hartstochtelijke liefde hadden ontwikkeld voor de Koreaanse cultuur, hield de hand van zijn Jacob vast. Raar hoe dat kan lopen; dat je heel je puberteit wordt gepest met je naam en dat die gedeelde bijzonderheid dan uiteindelijk de basis blijkt te zijn voor een gesprek, een gedeelde ervaring, een gevoel van rust en vertrouwen, een huwelijk, en dan nu dit kind. Althans, die moet nog komen maar de spanning die bij Jacob opbouwt duidt er op dat het niet lag meer gaat duren of deze twee ouders mogen zelf bij de burgerlijke stand, alhoewel Jacob waarschijnlijk Kim zal sturen, een naam voor een nieuwe wereldburger opgeven.

Jacob, die het kind had voelen groeien, bewegen, schoppen, parasiteren had inmiddels een aardig Helsinki syndroom ontwikkeld jegens het kind. Ze had het gevoel dat er al een band was ontstaan. Daarom wilde zij een naam voor de baby die eer deed aan de persoonlijkheid van het kind, zoals zij dat nu ervaarde in de band die zij nu al had. Meer op intuïtie en gevoel proefde ze de namen die haar te binnen schoten, las of op andere manier tegenkwam.

Kim kwam niet verder dan af en toe wat beweging voelen en zien bij zijn vrouw, en had niet de ervaring om meer dan alleen een concept in zijn hoofd te koesteren. Er was nogal wat afstand tussen vader en kind; het leefde allemaal nog niet voor de papa to be. Kim zocht dus meer houvast in mooie klanken die namen kunnen hebben, bewonderingswaardige personen, of als het een meisje wordt dan net zoals dat fotomodel, ach, kom, hoe heette ze nu ook al weer?

Niemand had verwacht dat Kim en Jacob hiervan een halszaak zouden maken. Nou lagen de alternatieven (Eleonoor Aristina of Emma) volgens verschillende beoordelingen wel en volgens andere oordelen niet mijlenver uit elkaar, toch blijft het raar dat zo iets futiels leidt tot een kleine gepikeerde beweging, een struikelpartij, een ongelukkige landing, en een kind dat als wees haar roepnaam Sofie niet van haar ouders heeft gekregen.

Posted by Rutger in Archief

Oefening: een inspirerende situatie om je passie te vinden

In deze oefening gaat A bij B een voorbeeldsituatie uitvragen, waarin door B passie werd ervaren. Wanneer B dan goed contact heeft met deze herinnering, stelt A de vragen over deze herinnering die de passie duidelijker maken.

Instructie

A Act:

  • Je mag de vragen exact voorlezen zoals ze er staan, of de zandbak ingaan. Lees met een rustige stem. Luister goed naar de LETTERLIJKE woorden die B tegen je zegt wanneer dat nodig is, herhaal ze ter controle door B en schrijf ze EXACT zo op (BACK TRACKEN). Maak rapport en verbinding, geef rust en ruimte.
  • Geef na het stellen van de vraag tijd en ruimte aan B om tot een antwoord te komen. Lees de BMIR’s. Spreek eventueel vooraf een teken af met B waarmee B kan aangeven dat het antwoord klaar is. Bij puntjes (…) kan je even rustig 1001, 1002, 1003 tellen, voordat je verder gaat.
  • Je schrijft in de manual van B, zodat B later zijn eigen antwoorden kan teruglezen.

B Be:

  • Geef je manual aan A zodat je jouw antwoorden later terug kan lezen.
  • Wees gewoon jezelf, luister naar de vragen, keer naar binnen en vind jouw beste antwoord, voor jezelf. Het is niet nodig om antwoord te geven op de vragen die A stelt, het mag wel: NLP is procesgericht. Wel is het handig dat je knikt (of ander teken) wanneer je voor jezelf het antwoord hebt, zodat A weet dat de volgende vraag gesteld kan worden.
  • Tijdens de oefening zal A bij vragen aangeven dat het antwoord wordt opgeschreven. Dat zijn de enige keren dat er wel antwoord verwacht wordt. Geef het woord dat goed voelt voor jou.

C See:

  • Leert van het kijken en horen.
  • Let op de exacte woorden van B.
  • Let op de BMIR’s van B die een indicatie geven dat B voldoende tijd en ruimte krijgt.

De uitvraag

A: Iedereen heeft wel eens een moment van passie… Een moment van inspiratie… Waarin je elk gevoel voor tijd kwijt was… waarin jij je heel erg prettig voelde… in werk… in hobby… in een relatie… waar dan ook… En uit al die mogelijke momenten… kan 1 herinnering te binnen schieten… die nu… bovenkomt… en die geschikt is voor… nu… Geef maar aan wanneer jij je moment hebt gekozen… [wacht op teken].

A: Wanneer je dat moment een specifieke naam zou geven, een beschrijving of een codewoord dat alleen jij begrijpt, wat zou die naam dan zijn? Wat kan ik voor jou opschrijven? [wacht op naam, herhaal deze naam ter controle, en schrijf deze letterlijk op]

Naam: …………………….

A: Wanneer je terug gaat naar dat moment [NAAM]… en voorstelt wat je toen zag… Waar was je…? Was daar nog iemand…? Hoe ziet het er daar uit…? Wat voor kleuren zie je…? Wat voor vormen zie je…? Ruik je iets…? Proef je iets…? Hoor je iets…? Welke gedachten heb je daar in dat specifieke moment [NAAM]…? Wat zeg je tegen jezelf…? Wat denk je over jezelf…? Wat denk je over de situatie…? Hoe zat of stond je toen…? Misschien wil je eens staan of zitten zoals je toen zat of stond…? [geef ruimte tot B eventueel zit of staat zoals B toen zat of stond, wacht op teken]

A: Wat voel je nu, fysiek…? Waar zit dat gevoel als je het kon vastpakken…? En welke vorm heeft dat gevoel…? Is dat gevoel warm of koud…? Is dat gevoel ritmisch of constant…? Is dat gevoel scherp of zacht…? [wacht op teken].

A: Wat doe je daar in dat moment [NAAM]? Wat is het dat je zo goed doet…? Hoe zou je dat noemen in een werkwoord…? Wat kan ik voor jou opschrijven…?

[wacht op werkwoord, herhaal dit werkwoord ter controle, en schrijf dit letterlijk op]

Werkwoord 1: …………………….

A: Is er meer wat je specifiek doet in dat moment [NAAM]? Kan ik nog iets voor jou opschrijven…?

[wacht op reactie, herhaal ter controle, en schrijf letterlijk op]

Werkwoord 2: …………………….

A: Ga eens voor jezelf na wat er zo belangrijk is aan dit moment [NAAM]…?

[wacht op teken. De volgende vraag gaat verder op dit laatste antwoord].

A: Waarom vind je dat belangrijk…?

[wacht op teken. De volgende vraag gaat verder op dit laatste antwoord]

A: Wat levert jou dat op…?

[wacht op teken. De volgende vraag gaat verder op dit laatste antwoord]

A: Waarom vind je dat belangrijk…?

[wacht op teken. De volgende vraag gaat verder op dit laatste antwoord]

A: Hoe zou je dat belang noemen in een zelfstandig naamwoord, wat voor naam zou je dat belang willen geven…? Wat kan ik voor je opschrijven?

[wacht op naam, herhaal deze naam ter controle, en schrijf dit letterlijk op]

Naam belang: …………………….

A: Is er iets belangrijker voor je dan [naam belang] …? Wat kan ik voor je opschrijven?

[wacht op reactie, herhaal deze reactie ter controle, en schrijf dit letterlijk op]

Reactie: …………………….

A: Dank je wel…

[Einde uitvraag; geef de manual terug, en wissel van rol]

Uitwerking van de uitvraag (individueel)

Neem je antwoorden hieronder over:

Werkwoord 1: …………………………………………

Eventueel werkwoord 2: …………………………………………

Naam belang: …………………………………………

Eventuele reactie: …………………………………………

Formuleer nu zinnen in de volgende structuren, lees ze hardop aan jezelf voor, luister goed naar jezelf, en doorvoel welke structuur jou het beste past:

  • [BELANG] [WERKWOORD 1] door [WERKWOORD 2]

  • [REACTIE] [WERKWOORD 1] door [WERKWOORD 2]

  • [BELANG] [WERKWOORD 2] door [WERKWOORD 1]

  • [REACTIE] [WERKWOORD 2] door [WERKWOORD 1]

  • [BELANG] [WERKWOORD 1]

  • [REACTIE] [WERKWOORD 1]

  • [BELANG] [WERKWOORD 2].

  • [REACTIE] [WERKWOORD 2].

Schrijf de beste structuur hieronder uit:

De kern is ……………………………………………………………………………………………

Voel je vrij om nog betere formuleringen buiten de aangegeven structuur te ontdekken,

en te gebruiken… Je kan ook naar de ontdekte woorden kijken, nu of later, en een symbool of teken laten ontstaan dat staat voor of past bij het gevoel, de houding, de woorden… En misschien kan je dat teken of symbool wel in een beeldje, sieraad, tekening of iets dergelijks vangen, en er dan voor zorgen dat je dat symbolische symbool vaak tegenkomt…

Doorleven hoe het dan kan zijn

In deze oefening gaat A begeleiden bij het door B doorleven van hoe het anders zou kunnen zijn bij het volgen van het verkregen antwoord.

Instructie

A Act:

  • Lees de tekst exact voor zoals deze er staat, met een rustige stem.
  • Gebruik de manual van B.
  • Geef na het voorlezen van de tekst tijd en ruimte aan B om te doorvoelen. Spreek vooraf een teken af waarmee B kan aangeven dat B klaar is.
  • Bij puntjes (…) kan je even rustig 1001, 1002, 1003 tellen, voordat je verder gaat.

B Be:

  • Geef je manual aan A zodat je jouw antwoord kan doorvoelen.
  • Wees gewoon jezelf, luister naar de tekst, keer naar binnen en voel wat je voelt en ervaar wat je ervaart, voor jezelf. Het is niet nodig om antwoorden te geven. Wel is het handig dat je knikt wanneer je voor jezelf klaar bent, zodat A weet dat de volgende stap genomen kan worden.

C See:

  • Vindt de BMIR’s waaraan je ziet dat B voldoende tijd en ruimte krijgt.
  • Zie wat er nog meer gebeurt.

De Niveau’s van Robert Dilts

A: neem de gekozen kern van B hieronder (letterlijk) over:

…………………………………………………………………………………………………………

A: Stel je voor… dat jouw belangrijkste doel in het leven…, de reden van jouw bestaan… (het/de) [kern] is…, en dat je daar gesteund in wordt door alles…, en het grote geheel…, Wie of wat ben je dan…? [wacht op teken].

A: Wat is er, gesteund door (het/de) [kern], dan belangrijk voor jou…? [wacht op teken. Je kan de wachttijd opvullen met: ”… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…]

A: Gesteund door (het/de) [kern] en wat er dan belangrijk is, wat geloof je dan…? [wacht op teken. Eventueel ”… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…]

A: Gesteund door (het/de) [kern] wat er dan belangrijk is, wat je dan gelooft, wat kan je dan…? [wacht op teken. Eventueel ”… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…]

A: Gesteund door (het/de) [kern], wat belangrijk is, wat je gelooft, wat je kan, wat doe je dan…? [wacht op teken. Eventueel ”… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…]

A: Hoe ziet het er dan uit…? [geef ruimte en rust. Eventueel “… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…, merk wat er verandert is…”]

A: Dank je wel…

[Einde oefening; geef de manual terug, en wissel van rol]

Posted by Rutger in NLP handleiding

De roos van Leary

De roos van Leary (1957, Timothy Leary) beschrijft de interactie van gedragspatronen. Leary ontdekte een standaard structuur in gedragspatronen, en merkte op dat interacties voorspelbaar zijn Hij werkte die uit in een model: de roos van Leary.


Met de roos van Leary kan je gedrag van de ander voorspellen, verklaren, en ook beïnvloeden.

Assertief en coöperatief gedrag

Allereerst zag hij dat assertief gedrag bij de één, assertief gedrag oproept bij de ander. Dus wanneer jij opkomt voor je eigen belang, dan zal de ander geneigd zijn dat ook doen. Wanneer de ander voor zijn eigen belang opkomt, dan zal jij dat ook onbewust doen. Je hebt het pas door als je het ziet, het is een onbewust proces. Simpel gezegd: als jij vanuit je “IK en JIJ” praat, zal de ander ook vanuit de “IK en JIJ” reageren.

Hij noemde dit gedrag van opkomen voor het eigenbelang TEGEN-gedrag. En TEGEN-gedrag roept dus TEGEN-gedrag op.

In plaats van een focus op je eigen belang, kan je ook de focus hebben op het gezamenlijke belang in de interactie. Wanneer de één zich richt op het gezamenlijke belang, dan zal de ander vrijwel onbewust ook de focus leggen op dit gezamenlijke belang. Wanneer de één vanuit “WIJ” praat, zal de ander vrijwel automatisch ook vanuit “WIJ” reageren. Tegenover het voorgenoemde TEGEN-gedrag staat het SAMEN-gedrag. Wanneer de één SAMEN-gedag vertoont (gedrag gebaseerd op het gezamenlijk belang, coöperatief gedrag), dan zal dat ook coöperatief gedrag oproepen bij de ander.

Dit verdeelde hij over de horizontale as van een windroos; links staat TEGEN (eigen belang), rechts staat SAMEN (gezamenlijk belang). Wanneer de één links gaat zitten qua gedrag, dan zal de ander ook links gaan zitten.

Het werkt als een soort schuif, en hoe meer de één op een positie links of rechts gaat zitten, hoe meer de ander volgt daarin, onbewust.

Boven en onder gedrag

de roos van Leary

de roos van Leary

Ook zag Leary dat in een interactie altijd één de leiding had, en de ander volgde. Dat kan wisselen tijdens een interactie die een periode duurt, en  elk moment binnen die periode er is altijd één die leidt (BOVEN-gedrag) en een ander die volgt (ONDER-gedrag).

Dit plaatste Leary op de verticale as van de roos van Leary, bovenin staat BOVEN, en onderin staat ONDER.

Ook hier zit een soort schuifeffect in: hoe meer de één de leiding neemt, hoe meer de ander volgzaam zal reageren.

Dus

  1. TEGEN leidt tot TEGEN, SAMEN leidt tot SAMEN,
  2. BOVEN leidt tot ONDER, en ONDER leidt tot BOVEN.

Dus

  • Wanneer iemand de leiding neemt vanuit het beeld wat belangrijk voor hem of haar is, zal de ander een volgende reactie geven vanuit de ander zijn of haar belang. Leiden vanuit het IK als “Ik wil dat jij nu de afwas doet.” zou kunnen leiden tot een volgende reactie vanuit het IK “Nee, ik ben met iets anders bezig.”.
  • Wanneer iemand vanuit een volgende positie iets doet dat in het eigen belang is, zal de ander een leidende reactie geven vanuit de ander zijn of haar belang. Volgen vanuit het IK als “Heb je nu tijd om de afwas te doen voor mij?” zou kunnen leiden tot een leidende reactie vanuit het IK “Nee, ik doe het straks.”.
  • Wanneer iemand de leiding neemt vanuit het beeld wat belangrijk voor jullie samen is, zal de ander een volgende reactie geven vanuit het gezamenlijk belang. Leiden vanuit het gezamenlijk belang als “We zijn klaar wanneer de afwas gedaan is.” zou kunnen leiden tot een volgende reactie vanuit het gezamenlijke belang “Ja, die moet nog gedaan worden voor we klaar zijn.”.
  • Wanneer iemand vanuit een volgende positie iets doet dat in het gezamenlijk belang is, zal de ander een leidende reactie geven vanuit dit gezamenlijke belang. Volgend vanuit het gezamenlijk belang als “Zijn we klaar als de afwas gedaan is?” zou kunnen leiden tot een leidende reactie vanuit het gezamenlijk belang als: “Ja, dan zijn we klaar.”.

Met de roos van Leary kan je dus voorspellen dat iemand die gedrag linksboven laat zien, zal ervaren dat de ander linksonder gedrag zal vertonen. Ga je rechtsondergedrag vertonen, dan zal de reactie die je krijgt uit rechtsboven zijn.

En nu je weet hoe deze roos van Leary in elkaar steekt, en dus hoe leiden en volgen in een interactie werkt, en hoe het ik en wij van invloed is op het proces van deze interactie, kan je ineens keuzes maken en invloed hebben. In plaats van onbewust meegaan in deze standaardpatronen, kan jij je nu bewust worden van deze patronen, wat betekent dat je invloed kan hebben.

Let eens in gesprekken op of de interactie (als momentopname, wat doen ze NU) vanuit de “WIJ” of uit de “IK en JIJ” plaatsvind. En let op dat “WIJ en JULLIE” geen “WIJ” is maar een vorm van “IK en JIJ”.

En let eens op wie de leiding heeft, wie er volgt, en hoe de leidende en volgende rol kan wisselen tijdens een gesprek.

Door hier een tijdje bewust aandacht aan te geven, ontwikkel je dieptestructuur, leer je het gedrag te interpreteren en begin je te herkennen hoe het proces in elkaar steekt. Zorg er voor dat je de wisselwerking in interacties ziet, dat je de werking van de roos van Leary herkent. Pas wanneer je de werking van de roos van Leary herkent, kan je in volgende stappen invloed gaan uitoefenen op de interactie door de roos van Leary in te zetten. Wanneer je het boven-onder gedrag en het tegen-samen gedrag doorziet, kijk dan eens of je de volgende stap ook kan nemen: het gedrag invullen met de roos van Leary, waarbij meer smaken van gedrag, dus meer nuances in gedrag in de roos van LEary worden geplaatst.

Gedrag invullen in de roos van Leary

de roos van Leary met gedrag

de roos van Leary met gedrag

Wat voor gedrag hoort nu in de roos van Leary? Meer detail, meer nuance: zie het plaatje rechts met 8 soorten gedrag ingevuld. En welk gedrag roept wanneer welk gedrag op? Hier een een aantal voorbeelden:

– Aanvallend leidt tot defensief

– Defensief leidt tot aanvallend

– Offensief leidt tot opstandig

– Opstandig leidt tot offensief

– Helpend leidt tot meewerkend

– Afhankelijk leidt tot leidend

– Algemeen: gedrag in een kleur leidt dus tot gedrag in dezelfde kleur in de figuur hiernaast.

Toepassen van de roos van Leary

Herkennen van wat de ander doet, vanuit het eigen gedrag

(H)erken dat wanneer jij je stoort aan het gedrag van de ander, dat jij aan de andere kant van het spectrum zit. Jij zelf doet iets wat bij de ander het gedrag oproept. Wanneer jij ziet dat de ander passief is (teruggetrokken, afhankelijk), dan ben je zelf kennelijk leidend of concurrerend (BOVEN). Vind je iemand erg opstandig, dan is het goed te herkennen hoe offensief je zelf bent in de interactie.

Interventie met de roos van Leary

de roos van Leary met expliciet gedrag

de roos van Leary met expliciet gedrag

Wanneer je weet dat deze gedragspatronen bestaan, dan kan je gebruik maken hiervan. Vind je dat de ander opstandig is, en wil je dat deze meewerkend is: ga zelf HELPEND zijn. Is de ander erg passief, dan ben je zelf kennelijk leidend: trek jezelf terug of stel je afhankelijk op.

Voor effectief gebruik, kies je het gewenste gedrag van de ander, en toon je zelf het bij dat gedragspatroon passende gedrag.

Wil je dat een groep actiever wordt: ga zelf onderuit gezakt, passief en stil voor die groep zitten. Wil je meer opstandigheid: val aan!!!

Sterke interventies, op basis van ongewenst gedrag:

  • ongewenst defensief: toon zelf aanpassend gedrag, zodat de ander leidingnemend moet worden.
  • ongewenst aanpassend: toon zelf defensief gedrag, zodat de ander aanvallend moet worden.
  • ongewenst aanvallend: toon zelf leidingnemend gedrag, zodat de ander zich aanpassend moet opstellen.
  • ongewenst leidingnemend: toon zelf aanvallend gedrag, zodat de ander zich defensief moet opstellen.

Roos van Leary binnen NLP

de roos van Leary met NLP

de roos van Leary met NLP

De roos van Leary is prachtig te gebruiken binnen NLP, met name met rapport.

BOVEN gedrag is LEADING, ONDER gedrag is PACING. SAMEN is MATCHING, TEGEN is MISMATCHEN.

Je kan dus met Matching en Mismatching meer dan alleen rapport opbouwen en verbreken. In combinatie met Pacing en Leading kan je direct gedragspatronen bij de ander, hier en nu, doorbreken. Bij individuen, en ook met groepen.

Je kan hiermee activeren… motiveren… rust brengen… assertiviteit of coöperativiteit verhogen… zekerheid geven… twijfel brengen… waar en wanneer jij dat nodig acht…

Posted by Rutger in NLP handleiding

Succes is het doel van NLP

NLP & Succes

NLP & Succes

NLP, excellentie, NLP technieken, NLP modelleren, NLP basisveronderstellingen, NLP vaardigheden, allemaal aspecten die uiteindelijk allemaal een middel zijn van één enkele gedachte: excellentie behalen in het bereiken van gestelde doelen, ofwel zo effectief en efficiënt mogelijk denken, doen en handelen. Uiteindelijk staat alles binnen NLP in het teken van SUCCES.

Wat succes dan is (volgens NLP), als grondbeginsel, is belangrijk om goed in de gaten te houden. Een basisprincipe daarin is dat NLP niet-normatief is, oftewel het ene doel of het andere doel niet de voorkeur geeft op basis van de inhoud van het ene of het andere doel. NLP heeft geen mening over het beter zijn van het doel “afvallen” ten opzichte van het doel “aankomen”. Wel zorgt het toepassen van de technieken dat jouw doelen bij jou passen (jouw doelen zijn) dus jouw voorkeur (niet je oppervlakte voorkeur, maar je diepte voorkeur). Passend bij je werkelijke identiteit en waarden opdat zelfrealisatie van diepere behoeften centraal staat.

Succes, of beter de doelstelling naar succes, is niet voorgeschreven. Je kan de technieken gebruiken om aan de oppervlakte doelen te stellen (wat is de bias van de maatschappij over succesvol zijn?) zoals een grote auto, veel geld, et cetera, de doelen die vooral (in het algemeen; generalisatie) mensen tot 35 jaar aanspreken. Maar het kan ook zijn geen auto hebben, of geen geld hebben, als dat je voorkeur heeft. Want dat is de crux: je persoonlijke voorkeur. Wanneer jij diep van binnen voelt dat het belangrijk is om bij te dragen aan een goed milieu, en jij vindt dat het daarom belangrijk is om juist geen auto te hebben, dan vindt NLP dat best, en stelt succes dan op het geen hebben van een auto.

Succes is dus niet wat anderen succes vinden, of dat anderen jou succesvol vinden, of wat de culturele normen voorschrijven: het gaat om realiseren wat jij, diep van binnen, echt belangrijk vindt, whatever that may be.

En gaandeweg ons leven verandert wat wij echt belangrijk vinden, diep van binnen. Mid-life crisis, het “Is dit alles”-gevoel bezongen door Doe Maar, dat zijn normale uitingen van waarden en inzichten die op identiteits- en waardenniveau wijzigen. En de inhoud van wat succes is verandert mee met deze wijzigingen. Ben je 27 jaar dan krijg je wellicht veel energie uit het hard werken om je leven in te richten, ben je 35 en heb jij je leven op orde, dan worden andere dingen belangrijk, zoals bijvoorbeeld rust, zorg en vrijheid. Jouw definitie van succes verandert dan dus mee, althans op inhoudsniveau. Dit veranderen is een natuurlijk proces, dat globaal in periodes van 7 jaar optreedt.

Wat is succes in NLP

Een goede definitie, die voldoet aan al deze overwegingen, is beschreven door Anthony Robbins (met een kleine eigen toevoeging):

Success is doing

what you want to do,

when you want to do it,

where you want to do it,

with whom you want to do it,

as much as you want to do it,

in a way others may profit,

while having fun getting there.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Waarnemen en kalibreren

Hoe vaak komt de letter ‘F’ voor in de volgende tekst:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Wat staat hier:

Vlgones een sduite aan een elgnese unvirestiet mkaat het neit uit in wlke vlgrodoe de lttrees in een wrood satan, het eigne dat blagnrijek is, is dat de ersete en de ltaatse ltteer op de gdoee palats satan. De rset kann ttaaol oiznn zjin maar tcoh kun je het geod leezn. Dit kmot dradoot we neit ltteer voor ltteer arpat lzeen maar wodoren in zjin gheeel.

Kan je dit lezen:

D323 M3D3D3L1NG L44T J3 213N T0T W3LK3 GR0T3 PR35T4T135 0N23 H3R53N5N 1N 5T44T 21JN. 1N H3T 83G1N W45 H3T 23K3R N0G M031L1JK D323 T3K5T T3 L323N, M44R NU K4N J3 H3T W44R5CH1JNL1JK 4L W4T 5N3LL3R L323N 20ND3R J3 3CHT 1N T3 5P4NN3N. D4T K0MT D00R H3T 3N0RM3 L33RV3RM0G3N V4N 0N23 H3R53N5. KN4P H3? D323 M3D3D3L1NG M4G J3 K0P13R3N 3N V3RD3R V3R5PR31D3N.

Onze waarneming

Hoeveel vaak komt de ‘f’ voor volgens jouw telling? De meeste mensen tellen er 16 of 17. Maar het zijn er meer:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Het zijn er 23! Vooral het woordje ‘OF’ wordt vaak gemist. Er zit dus iets raars in ons waarnemen. Zelfs wanneer we ons concentreren, zien we niet alles…

En wanneer je het 2e stukje las als ‘Volgens een studie aan een Engelse universiteit…’, dan was je niet aan het waarnemen, maar dan was je de letters die er staan aan het vervormen tot woorden zoals je ze kent. Je leest dan iets wat er feitelijk niet staat. Wanneer dat stukje in een taal was geschreven die je niet kende, dan had je wel letterlijk de letters uitgesproken zoals ze er stonden. We verbinden onze waarneming aan wat we in het verleden hebben geleerd. We zien iets en proberen het onbewust te duiden. We zien niet wat er staat, we zien wat we kennen.

Het derde stukje laat je zien hoe snel dit proces gaat, hoe flexibel je hersenen zijn om snel te leren en uit het feitelijke waarnemen naar betekenis gaan.

Belangrijk NLP uitgangspunt: Ons sterkste instinct is niet de ‘will to survive’ maar onze drang om dingen vertrouwd te maken (‘will to make things familiar’).

Het zintuigensysteem

Wij nemen de wereld feitelijk waar door gebruik te maken van onze 5 zintuigen:

  • Ogen kijken (Visueel)

    Zintuigensysteem en waarnemen

    Zintuigensysteem en waarnemen

  • Oren luisteren (Auditief)
  • Lichaam voelt (Kinestetisch)
  • Neus ruikt (Olfactoir)
  • Mond proeft (Gustatoir)

Voor het gemak worden deze zintuiglijke systemen in NLP veelal afgekort tot: V A K O/G.

Omdat we naast waarnemen ook denken (tegen ons zelf praten) wordt er verschil gemaakt tussen Auditief tonaal (At: luisteren met je oren) en Auditief digitaal (Ad: tegen je zelf praten).

Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen de verschillende manieren waarop je kan voelen (Kinestetisch):

  • Tactiel: voelen aan de buitenkant; waarnemen buiten jezelf
  • Proprioceptief: voelen aan de binnenkant; waarnemen binnen jezelf
  • META: waarde bepalende gevoelens en emoties

NLP stelt dat ieder mens een bepaalde voorkeur heeft bij de inzet van de zintuigen (V-A-K-O-G-Ad). Sommige zintuigen zijn beter ontwikkeld dan de andere. Dat is per mens verschillend, en aangezien zintuigen te trainen zijn, is het geen vastgesteld gegeven, en kan het per situatie verschillen.

Het primaire voorkeurssysteem van waarnemen (V A K O/G Ad) herkennen bij een ander is handig om beter contact te maken. Je kan het primaire voorkeursysteem bij een ander herkennen door:

  • Te luisteren naar de woorden die de ander gebruikt (predicaten)
  • Te kijken naar de lichaamshouding (fysiologie)
  • Te kijken naar de oogpatronen

Dit worden ook wel de accessing cues (toegangsignalen en –aanwijzingen) genoemd.

VAKOGAd overzicht

V – Visueel, zien

A – Auditief, horen

At – Auditief tonaal, luisteren

Ad – Auditief digitaal, praten tegen jezelf, ‘denken’

K – Kinestetisch, voelen

Kt – Kinestetisch tactiel, voelen aan de buitenkant

Kp – Kinestetisch proprioceptief, voelen aan de binnenkant

Km – Kinestetisch meta, waarde bepalend of emotie

O – Olfactior, ruiken

G – Gustatoir, proeven

Lead system (zoeksysteem)

NLP stelt dat iedereen een zintuiglijk weergavesysteem heeft waarmee iemand zich richt op een innerlijke ervaring, of een herinnerde ervaring opzoekt.

Als voorbeeld:

Zoek naar een ervaring waarin je zeker was van jezelf. Qua volgordelijke stappen kan je eerst een beeld ZIEN (visuele “lead”) van die ervaring, om je vervolgens te herinneren welke gevoelens horen bij dat moment van zekerheid (kinestetische weergave).

Dit lead system is met de oogpatronen goed te herkennen.

Synesthesie

Synesthesie is een proces waarbij de weergave in het ene zintuigensysteem direct een ervaring oproept in een ander zintuigensysteem. Beide systemen overlappen elkaar. Bijvoorbeeld wanneer je het geluid hoort van een krijtje over een schoolbord en direct de rillingen over je rug voelt lopen.

BMIR’s – Behavioral Manifestations of Internal Representation

BMIR’s zijn (minimale) non-verbale en verbale toegangssignalen die in verbinding staan met onze zintuigen, de VAKOGAd. Door te letten op BMIR’s kan je beter afleiden wat er bij de ander gebeurt. Het is daarbij belangrijk in de gaten te houden dat ieder mens uniek is; niemand heeft gelijke BMIR’s. Voordat je dus betekenis mag en kan geven aan de BMIR’s die je waarneemt moet je onderzoeken wat een BMIR specifiek bij iemand betekent (dat proces van afstemmen heet kalibreren).

In een gesprek letten op veranderingen in fysiologie en stem (kijken en luisteren) geeft je inzicht in het interne proces bij de ander. Je wellicht niet zien WAT er gebeurt, maar wel DAT er wat gebeurt.

Visuele BMIR’s – wat je kan zien veranderen

  • Spierspanning in het gezicht
  • Vochtigheid van de huid
  • Kleur(verandering) van het gelaat
  • Onderlip (grootte en kleur)
  • Oogbewegingen
  • Grootte van de pupil
  • Schuine stand van het hoofd
  • Ademhaling: plaats, snelheid, diepte
  • Houding
  • Hoek van de ruggengraat (hoofd, nek, schouders)
  • Arm -, hand- en vingergebaren
  • Verdeling van gewicht
  • Gezichtsuitdrukking, wenkbrauwen, kaken, mond

Auditieve BMIR’s – wat je kan horen veranderen

  • Toon
  • Tempo
  • Plaats
  • Hoogte
  • Volume
  • Ritme
  • Pauzes
  • Predicaten
  • Warmte
  • Intonatie en intonatiepatronen

Kalibreren

Wanneer je iets ziet of hoort bij iemand, en je wilt ontdekken wat dat betekent, dan noemt NLP dat proces van onderzoeken en afstemmen ‘kalibreren’. Wanneer je niet kalibreert, en BMIR’s een betekenis geeft ‘omdat dat meestal zo is’, dan ben je aan het gedachtelezen, of mindreaden. Omdat iedereen unieke BMIR’s heeft, is het proces van kalibreren erg belangrijk om feitelijk te blijven bij wat er gebeurt bij de ander in plaats van niet verder te komen dan wat jij denkt dat er gebeurt bij de ander.

Kalibreren is het ontdekken van toegangsignalen. In de basis is het een vermogen (vaardigheid) om verschillen te kunnen zien en/of horen. Om onderscheid te kunnen maken is het noodzakelijk tenminste 2 zijnstoestanden waar te nemen.

  • Een enkel signaal is een voorval zonder betekenis
  • 2 dezelfde signalen is toeval
  • 3 dezelfde signalen is een patroon (kalibratie)

Oefening waarnemen of gedachtelezen

Ga bij de volgende uitspraken voor jezelf na of het iets is wat je feitelijk ziet, of dat een een mening/waardeoordeel is:

  • Je ziet hem opgelucht adem halen.
  • Je kon zien dat ze niet tevreden was.
  • Ze stond ontspannen te presenteren.
  • Als hij praat beweegt hij met zijn handen.
  • Hij fronste terwijl hij naar beneden keek.
  • Hij fronste zijn wenkbrauwen om te laten zien dat hij twijfelde aan haar woorden.
  • Ze keek schichtig om zich heen.
  • Zijn stem trilde en klonk nerveus.
  • Terwijl hij praatte bewoog zijn hoofd.
  • Hij bloosde van schaamte.
  • Hij vind mij niet aardig want hij kijkt telkens weg als ik hem aankijk.
  • Hij schudde zijn hoofd dus was het er niet mee eens.
  • Zij knikte want ze is het er mee eens.
  • De Italiaan was erg tevreden; hij maakte een rondje met duim en wijsvinger: perfect!
  • De ene Griek vond het goed, hij zei “Ohkee.”. De andere niet, hij zei “Nee.”.
  • Zij gaat het doen, ze zei “Ja, ik doe het wel.”.
  • De Pakistaan schudde zijn hoofd, dus bedoelde nee.
  • De Arabier gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De Japanner gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De flipover heeft witte bladen van papier.

Klik hier voor een antwoordindicatie.

Dus:

WAARNEMING -> Betekenis geven -> MINDREAD

Feitelijk en objectief -> Betekenis geven -> Jouw werkelijkheid en subjectief

Werkelijkheid -> Betekenis geven -> Waardeoordeel en overtuiging

Accessing cues – toegangsignalen en -aanwijzingen

Overzicht BMIR’s (generaliserende mindreads)

Visueel Auditief (At en Ad) Kinestetisch (K en O/G)
Ademhaling Hoog, snel, onregelmatig Middenrif Diepe buikademhaling, langzamer
Gezichtsuitdrukking Ogen dichtknijpen Gefronste wenkbrauwen Ontspannen spieren
Stem Hoge neusklanken Stiltes, afgemeten, nadrukkelijk Laag, vanuit de adem
Tempo Snel, opgewonden Ritmisch Langzamer
Houding Rechte rug, kin omhoog Hoofd naar rechts beneden gebogen Hoofd naar links beneden, rug iets in elkaar gezakt
Gebaren Naar boven wijzen, in de ogen wrijven Kin in hand, rond oren wijzen Handen op de buik leggen, denkbeeldige handelingen uitvoeren

Eye accessing cues (oogpatronen)

In het diagram hieronder kan je de oogpatronen van iemand afleiden. Het is zo getekend alsof dit het gezicht is van iemand die jou aankijkt. De oogpatronen hieronder gelden voor de meeste rechtshandige mensen (standaard georganiseerd mens).

LET OP: KALIBREREN IS BELANGRIJK!

Eye accessing cues (oogpatronen)

Eye accessing cues (oogpatronen)

De ogen kunnen ook recht vooruit staan, uit focus (down-time; intern gericht), al dan niet met vergrote pupillen. Dat duidt op snelle toegang naar (directe) zintuiglijke informatie, voornamelijk visueel.

  • VC: visueel geconstrueerde beelden (ogen op recht); vaag, flitsend, duidelijk verbeelden, heldere toekomst
  • VR: visueel herinnerde beelden (omhoog verlaten ogen); fotografisch geheugen, totale herinnering, toekomstvisie, schitterend perspectief, opnieuw bekijken, kleurrijk geheugen.
  • ACt: Auditief geconstrueerde geluiden of woorden, tonaal (ogen horizontaal en aan het recht); repeteren, woorden zeggen.
  • ARt: Auditieve herinnerde geluiden of woorden (ogen horizontaal en aan de linkerzijde); woorden herhalen die gehoord zijn.
  • K: Kinestetische sensaties en gevoel (intern en extern, ook reuk en smaak, ogen onderaan recht); voelen, aanraken, warm, soepele tred, kietelen.
  • AD: Auditieve geluiden of woorden (ogen onderaan de linkerzijde); interne dialoog, praten tegen jezelf, “aha”

Vragen stellen om oogpatronen te kalibreren

VR

  • Welke kleur heeft je favoriete boek?
  • Welke kleur heeft het huis van de buren?
  • Is er een ronde tafel in je huis?

VC

  • Hoe ziet een zebra eruit met paars/oranje haar?
  • Hoe ziet een mier eruit met roze sokjes aan?
  • Wat ga je morgen doen?

AR

  • Hoe klinkt je favoriete instrument?
  • Hoe klinkt volledige rust en stilte?
  • Wat klinkt harder: jouw deurbel of een claxon?

AC

  • Hoe klinkt een piepende muis in een windtunnel?
  • Hoe zou een dweilorkest klinken op Mars?
  • Hoe klinkt mijn stem, als ik zou praten zoals Mickey Mouse?

AD

  • Hoe doe jij de dingen ‘s ochtends?
  • Wat zeg je tegen jezelf als je thuiskomt?
  • Hoe poets jij je tanden?

K

  • Hoe voelt het als je in de zon ligt?
  • Hoe voelt je rechtervoet aan als die slaapt?
  • Welke sok zit beter, die van je rechter- of van je linkervoet?

Bij onduidelijke oogpatronen kan je meer gedetailleerde vragen stellen. Vooral vragen met een vergelijking of contrast: Welke … is (vergelijking), … of …? Bijvoorbeeld Welke kleur is donkerder, bastogne- of ontbijtkoek?

Oefening Vragen om oogpatronen te kalibreren

Geef aan of de onderstaande vragen Vc, Vr, Ac, Ar, K (O,G) of Ad zijn

  • Hoe zou je huis er uit zien met roze verf?
  • Welke kleur had het haar van je moeder, toen je haar voor het laatst zag?
  • Ben jij je bewust van deze vraag?
  • Hoe gaat de melodie van je favoriete lied?
  • En hoe zou je favoriete lied klinken met kerstklokken op de achtergrond?
  • Hoe voelen smeltende sneeuwballen in je hand?
  • Wat zeg je nu tegen jezelf?
  • Hoeveel ramen heeft je huis?
  • Hoe klinkt een muntje dat op straat valt?
  • Hoe klinkt een grote sneeuwbui die in zee valt?
  • Hoe zou jij er uit zien met haar van goud?
  • Heb je voor meer ramen dan achter?
  • Wat zou beter zijn: je huis paars met witte stippen, of met rode strepen?
  • Welke kleur heeft je voordeur?
  • Wat zeg jij tegen jezelf net voordat je de fiets neemt?
  • Heb je een ronde spiegel in huis?
  • Hoe klinkt de zee?
  • Hoe zag vorig jaar de leukste kerstkaart er uit?
  • Hoe klinkt Donald Duck nadat hij een ballon met helium heeft ingeademd?
  • Hoe zal het voelen om op de maan te dansen?
  • Hoe smaakt je favoriete eten?
  • Hoe ziet de kaft van je favoritete boek er uit?
  • Hoe klinkt een krijtje op een schoolbord?
  • Hoe smaakt een grote hap watten?
  • Wat zeg jij tegen jezelf wanneer je een complimentje krijgt?
  • Wat zeg je tegen jezelf wanneer je voor de koelkast staat?
  • Wat vindt je van deze vragen?
  • Realiseer jij je wat hier nu gebeurd?
  • Hoe zie jij er uit als een teletubbie?
  • Hoe zou je kamer er uit zien wanneer deze blauw was?
  • Welke kleur had de kamer waar je bent opgegroeid?
  • Wat was het laatste wat ik gezegd heb?
  • Hoe voelt het wanneer je in een plas stampt?

Speciale oogwaarnemingen

  • Je kan aan de ogen zien of iemand ‘naar binnen gekeerd is’. Dat is het moment om ruimte voor nadenken te geven, of suggesties te geven (korte trance-staat).
  • Je kan aan de ogen zien waar iemand naartoe kijkt (richting) wanneer deze zich iets voorstelt: ver weg, dichtbij, hoog, laag etc.
  • TransDerivational Search (TDS): verwilderde oogpatronen, geeft aan dat iemand informatie zoekt, in verwarring is, en/of probeert betekenis te geven. Checken of na de TDS de informatie is gevonden, dan wel betekenis is gegeven kan handig zijn. Wederom een goed moment voor suggesties (korte trance-staat). Merk wat er gebeurt:
    • Je doet het weer, of niet soms…?
    • Misschien denk je aan de gedachten die je gisteren had…?
    • De vele kleuren die fruit kan hebben…
    • Er zijn leuke momenten geweest, nietwaar…?
    • Je bent nog iets vergeten, nietwaar…?
    • Wat is het dat je nu niet kan herinneren…?
    • Jij kan je beseffen dat je nu met een glimlach is altijd leuk…
    • Rijk zijn is een staat zijn zegt het woordenboek…
Posted by Rutger in NLP handleiding

Drivers in marketing

Wanneer je iets of jezelf gaat verkopen, weet dan dat het niet zo is dat jij iets verkoopt, maar dat de ander iets koopt. De ander is op zoek naar iets, bijvoorbeeld een oplossing voor een probleem wat deze ander als probleem ervaart. In plaats van te beschrijven wat jij allemaal kan, en hoe goed je bent, blijkt het beter te werken wanneer je beschrijft wat de koper te winnen heeft. De koper denkt: What is In It For Me (WIIFM)?

In marketing wordt hier veel aandacht aan besteed, en er zijn algemene WIIFM gevonden, waaruit je kan kiezen en die je kan gebruiken in je communicatie naar je klanten. De volgende vijf algemene drivers kunnen voor jouw toekomstige klant de overweging zijn om op zoek te gaan naar een leverancier, en jij kan je verhaal daarop aanpassen door je verhaal vanuit de bril van de driver te vertellen:

WIIFM (wat zoekt je klant):

  1. Ontwikkeling: jij, je dienst of je product draagt bij aan verdere ontwikkeling. Persoonlijk, professioneel, of op basis van methoden of richting doelstellingen. Bij persoonlijke ontwikkeling kan je hier ook de algemene intrinsieke waarden onder scharen. Intrinsieke waarden als vrijheid, zorg, rust, de algemene emoties die mensen nastreven.
  2. Geld: jij, je dienst of product zorgt voor een besparing, of biedt de mogelijkheid meer geld te verdienen.
  3. Gemak: jij, je dienst of product zorgt voor meer gemak en comfort, of voorkomt ‘gedoe’.
  4. Status: jij, je dienst of product geeft status, communiceert een mate van belangrijkheid naar anderen.
  5. Genot: jij, je product of dienst is puur voor genot, of levert meer genot.

Om je boodschap nog specifieker te maken kan je vervolgens een 2e keuze maken om een manier te vinden om je verhaal over jezelf, je product of dienst aan te prijzen. Je kan jouw boodschap voorzien van argumenten, redenen, aspecten, die je potentiële klant over de streep kunnen halen door een van de volgende vragen te stellen en te beantwoorden in je boodschap:

De invalshoek; manieren om de WIIFM-boodschap over te brengen:

  1. Hoe is dit vernieuwend, en gebaseerd op de laatste inzichten?
  2. Hoe is dit gewichtig, waarom is het heel belangrijk dat je de boot niet mist, hoe zijn wij de autoriteit?
  3. Hoe is dit uniek (bijna niemand heeft het)?
  4. Hoe is dit weggelegd voor enkel de elite, de besten, hoe exclusief is het?
  5. Wie of wat zou je kunnen zijn, weet je zeker dat je dit kan missen, haal je echt alles uit de mogelijkheden?
  6. Ben je tevreden met hoe het gaat? Is het tijd voor een volgende stap, tijd voor vooruitgang? Stilstand is achteruitgang…
  7. Jij weet toch zelf het beste wat goed voor je is (zelf-tevredenheid en zelf-sturing)?
  8. Jij wil er toch ook bijhoren (appelleren aan eenzaamheid, suggestie van samen geven. Erotische symbolen gebruiken valt hier ook onder)?
  9. Wie kan jou nog iets vertellen (in de zin van: jij bent zo goed, niemand kan jou meer iets leren)?
  10. Algemene waarden in het zelfbeeld waarop je kan appelleren (voor de creatieveling): de (on-)zekerheid, de mate van zelfrespect (belangrijk zijn of bewonderenswaardig), tevredenheid met jezelf, scheppingsdrang, machtsgevoel en seksuele kracht, onsterfelijkheid, verbondenheid, het ouderlijk huis en vroeger (melancholie).

Wanneer jij je keuze maakt, en je boodschap ontwerpt, dan betekent dit dat jij je markt verteld wie wel en wie niet interesse in jou krijgt. Mensen kiezen op basis van een unieke set van voorkeuren voor de een of voor de ander. Wat belangrijk is om vooraf te doen is dus duidelijk je doelgroep bepalen. Wie wil je wel en wie wil je niet? Vervolgens kan je dan een onderzoek in je doelgroep doen om te kijken welke boodschap het beste effect heeft voor je doelgroep. Het effect dat je wilt hebben kan zijn dat je leuke klanten wilt krijgen, zo veel mogelijk klanten wilt krijgen, of wat je maar verzint.

 

Weet wie je wilt, weet wat die willen, ontwerp je boodschap en communiceer effectief!

Posted by Rutger in NLP handleiding

Schaakzet in vijf stappen

Ook schaken kan je modelleren met NLP. Een strategie die door modellatie is ontstaan deelt de partij op in een stappenplan per zet, in plaats van per partij. Elke schaakzet wordt gezien als een aparte schaakpartij. Hieronder het concrete stappenplan van de stategie:

Trigger: de klok wordt door de tegenstander ingedrukt.

  1. Beweeg fysiek. Door fysiek te bewegen maak je een korte breakstate voor jezelf om in je ‘schaakstaat’ te komen.
  2. Oriënteer jezelf. Bekijk de stelling door deze waar te nemen. Probeer de stelling te bevatten. Formuleer een algemeen idee over het vervolg van de partij. Krijg een algemeen beeld van deze (nieuwe) stelling.
  3. Exploreer de mogelijkheden en analyseer de variaties. Laat gewoon je gedachten gaan over de mogelijkheden.
    1. Visualiseer alle mogelijkheden.
    2. Begrijp dat je tegenstander een schaakgenie is, en dat hij een plan heeft. Zoek en begrijp zijn plan of je wordt in de pan gehakt. Begrijp de dreiging van de tegenstander.
    3. Weer even een korte breakstate: noteer hier bijvoorbeeld de zet van de tegenstander.
    4. Controleer je eigen veiligheid
      1. Is je koning veilig?
      2. Zijn je andere stukken veilig?
      3. Zoek naar mitigerende mogelijkheden
        1. Vermijdende zetten: breng een stuk in veiligheid
        2. Blokkerende zetten: zet er een ander stuk tussen
        3. Slaan: sla het aanvallende stuk
        4. Verdedig: verdedig het aangevallen stuk
        5. Dwing: bedreig het aanvallende stuk om afruilen te forceren
    5. Controleer de veiligheid van de tegenstander
      1. Zoek matmogelijkheden (koning veiligheid, slaan+mat etc.)
      2. Zoek mogelijkheden voor pinnen, vorken, röntgenaanval, aftrekaanvallen, dubbele aanvallen, slaan+hout, weg+hout, minderheid gedekt, netten, klein plan etc.
  4. Onderzoek de mogelijkheden, en besluit de beste zet. Aspecten die je in je keuze meeneemt zijn: speelruimte op het bord, materiaalverhouding, koningsveiligheid, ontwikkeling van de stukken en de pionnenstructuur. 6 basisplannen die je kan gebruiken zijn: 1) ontwikkel en activeer het slechtste stuk, 2) controleer het centrum, 3) verbeter de mobiliteit van de stukken, 4) voorkom rokeren van de tegenstander, 5) wissel pionnen uit en 6) behoudt de dame.
    1. Onderzoek en kies de beste zet om het plan van de opponent te saboteren.
    2. Onderzoek en kies de beste zet om je eigen plan uit te voeren, je eigen plan te ondersteunen.
  5. Test beide keuzes, en valideer je keuze.
    1. Zoek actief naar mogelijkheden waarom en hoe de zet bij 4.1 een slechte zet zou kunnen zijn. Dus stel jezelf de vraag: “Hoe kan mijn tegenstander hierop antwoorden, wat mis ik dat ik denk dat dit een goede zet is?”. Blijkt de zet minder goed dan gedacht, dan ga je terug naar stap 4.1 om een nieuwe en betere saboterende zet te bedenken.
    2. Zoek ook actief naar mogelijkheden waarom en hoe de zet bij 4.2 een slechte zet zou kunnen zijn. Blijkt de zet minder goed dan gedacht, dan ga je terug naar stap 4.2 om een nieuwe en betere ondersteunende zet te bedenken.
    3. Maak je keuze uit de 2 mogelijkheden die je hebt gevonden op persoonlijke voorkeur.
    4. Maak de zet op het bord.
    5. Bedien de klok.
    6. Noteer je zet.

 

  • Neem je tijd voor de stappen ook al ga je bijna door je tijd heen: of je nu verliest op tijd of door een slechte zet, verlies is verlies.
  • Geef jezelf rust terwijl de ander aan zet is; geef je gedachten de vrijheid om te gaan. Ga er van uit dat de ander nu een nieuwe stelling voor je maakt, en verlaag de spanningsboog tijdelijk om jezelf in staat te stellen je concentratie te focussen op de nieuwe stelling straks.
Posted by Rutger in NLP handleiding

Handout Uitvraag metaprogramma’s

Extern gedrag

  • Houding in de richting van de buitenwereld.

Wanneer het tijd is om je mentale batterij op te laden, geef je er dan de voorkeur aan om alleen te zijn (Introvert), of met mensen (Extravert)?

o Introvert      25%

o Extravert    75%

Intern proces

  • Hoe nemen we informatie tot ons?

Als je een bepaald onderwerp gaat bestuderen, zou je dan meer geïnteresseerd zijn in de feiten en toepassingen daarvan (Sensor), of zou je meer geïnteresseerd zijn in de ideeën en de relatie tussen de feiten en de toepassingen daarvan in de toekomst (iNtuitor)?

o Sensor        75%

o iNtuitor        25%

Interne staat

  • Hoe krijgen we toegang tot states (stemmingen)

Denk aan een werksituatie waarin je problemen had. Denk aan een werksituatie waarin je gelukkig was. Wanneer je een beslissing neemt in een werksituatie, is deze dan meer gebaseerd op argumenten en logica (Thinker) of op persoonlijke waarden (Feeler)?

o Thinker       50% (45% V, 55% M)

o Feeler         50% (55% V, 45% M)

Adaptie operator

  • Hoe we ons aanpassen aan de omgeving

Als wij samen een project zouden doen, zou je er dan de voorkeur aan geven dat het project gepland en keurig uitgewerkt was (Judger), of zou je er de voorkeur aan geven dat we in de gelegenheid waren om heel flexibel te zijn in het project (Perceiver)?

o Judger        50%

o Perceiver    50%

Richting filter

Wat vind jij in ………. belangrijk?

Waarden (5 á 7 stuks) Waarom deze waarde Bereiken/Vermijden
1.    
2.    
3.    
4.    
5.    
(6.)    
(7.)    

Redenfilter

Waarom kies je ervoor om ……… te doen?

o Mogelijkheid/opties

o Noodzakelijkheid/moeten/procedure

o Beide

Referentiekader filter

Hoe weet je wanneer je goed ………….?

o Intern

o Extern

o Beide

o Intern met externe check

o Extern met interne check

Overtuigingsfilter: zintuigen

Hoe weet jij of iemand anders goed is in wat hij doet?

o Zien

o Horen

o Lezen

o Doen

Overtuigingsfilter

Hoe vaak moet iemand laten zien/horen/lezen/doen om jou te overtuigen dat hij/zij capabel is?

o Automatisch/Direct

o Een paar keer

o Gedurende een periode

o Voortdurend

Relatiefilter

Wat is de relatie in wat je nu doet en vorig jaar rond deze tijd?

o Hetzelfde (sameness; matching)

o Hetzelfde, met een uitzondering

o Beide, half/half

o Verschillen, met een uitzondering

o Verschillen (Differences; mis-matching)

Managementrichting filter

Weet jij wat je nodig hebt om succesvol te zijn?                               o ja o nee

Weet jij wat iemand anders nodig heeft  om succesvol te zijn?       o ja o nee

Vind jij het gemakkelijk om dit tegen iemand te vertellen?              o ja o nee

 

o ja/ja/ja         Mijzelf en anderen

o ja/ja/nee      Mijzelf – niet anderen

o ja/nee/x       Alleen mijzelf

o nee/ja/x       Alleen anderen

o nee/nee/x   Geen

Actiefilter

Wanneer je met een bepaalde situatie geconfronteerd wordt, ga je dan meestal na een korte beoordeling snel tot actie over, of beoordeel je eerst volledig alle consequenties.

o Snelle actie/Proactief

o Beoordelen/Reactief

o Beide

o Geen actie/Inactief

Affiliatiefilter (aansluiting)

Vertel eens over een werksituatie waarin jij je het gelukkigst voelde; een eenmalige gebeurtenis? (LET OP: dit is ook de vraag voor het Werkpreventiefilter)

o Onafhankelijk speler (IK)

o Teamspeler (WIJ)

o Managementspeler (IK en ZIJ)

Werkpreferentiefilter

o Dingen

o Systemen

o Mensen

Primair interesse filter

Vertel eens over je favoriete restaurant?

o Mensen (relatie, personen, contact)

o Plaats (omgeving, sfeer, ambiance)

o Dingen

o Activiteiten (actie, doen, wat er gebeurt, wat kun je er doen)

o Informatie (data, objectief, informatief, prijs, hoeveelheid)

Chunk size filter

Wanneer wij samen een nieuw project zouden starten, zou je dan allereerst de grote lijnen of eerst de details willen weten?

Zou je ook de (details/grote lijn; kies voor tegenovergestelde uit vorige vraag) moeten weten?

o Specifiek/down-chunk

o Globaal/up-chunk

o Detail naar globaal

o Globaal naar detail

Dualisme filter

Stel je voor dat ik je vertelde dat ik nu volledig fout zit. Zou je het eens / oneens zijn met deze uitspraak, of zou jij je bewust worden dat er altijd grijstinten zijn in elke situatie?

o Zwart-wit

o Grijstinten

Tijdopslagfilter

In welke richting ligt voor jou het verleden? In welke richting ligt voor jou de toekomst? En waar bevindt zich voor jou het heden?

o In-time (in de tijdlijn)

o Through-time (overzicht op verleden/heden/toekomst)

Informatieverwerkingsfilter

Wanneer je aan de slag gaat met een probleem of een uitdaging in je leven, is het dan noodzakelijk voor jou om er met iemand anders over te praten, of om er in alle rust over na te denken?

o Extern

o Intern

Luisterstijl filter

Wanneer iemand die je goed kent tegen je zegt “Ik heb dorst”, zou je dat interessant vinden maar waarschijnlijk niets doen, of zou jij je verplicht voelen om er iets aan te doen?

o Letterlijke betekenis

o Afgeleide betekenis

Spreekstijl filter

Wanneer iemand in je omgeving niet zo goed presteert als nodig is, kom je dan meteen ter zake en vertel je het direct, of zou je zinspelen, hints geven en impliceren?

o Letterlijk

o Afgeleid

Modale operatoren van volgorde filter

Wat was het laatste dat je tegen jezelf zei net voordat je vanmorgen uit bed stapte?

 

o Mogelijkheden

o Noodzakelijkheden

Planningsfilter

Ben je in je werk liever met meerdere dingen tegelijk bezig of maak je liever eerst af waar je mee begonnen bent?

o Meer tegelijk (opties)

o Eerst afmaken (procedures)

Tijdsoriëntatie filter

Heb je de neiging om je meer zorgen te maken over fouten die in het verleden gemaakt zijn, te reageren op wat nu fout gaat of juist te anticiperen op fouten die in de toekomst kunnen ontstaan?

o Verleden

o Heden

o Toekomst

Emotionele stress respons filter

Wat vond je de lastigste vraag tot nu toe? Waarom?

o Denken/gedissocieerd

o Voelen/geassocieerd

o Keuze

Aandachtsfilter

Eventueel op basis van waarneming tijdens het interview

Hoe heb je dit interview ervaren?

o Sorted by self – IK

o Sorted by others – DE ANDER

o Sorted by us – WIJ

Posted by Rutger in NLP handleiding

Handout NLP oogpatronen kalibreren

Eye accessing cues oogpatronen leeg

 

VR

Welke kleur heeft je favoriete boek?

Welke kleur heeft het huis van de buren?

Is er een ronde tafel in je huis?

 

VC

Hoe ziet een zebra eruit met paars/oranje haar?

Hoe ziet een mier eruit met roze sokjes aan?

Wat ga je morgen doen?

 

AR

Hoe klinkt je favoriete instrument?

Hoe klinkt volledige rust en stilte?

Wat klinkt harder: jouw deurbel of een claxon?

 

AC

Hoe klinkt een piepende muis in een windtunnel?

Hoe zou een dweilorkest klinken op Mars?

Hoe klinkt mijn stem, als ik zou praten zoals Mickey Mouse?

 

AD

Hoe doe jij de dingen ‘s ochtends?

Wat zeg je tegen jezelf als je thuiskomt?

Hoe poets jij je tanden?

 

K

Hoe voelt het als je in de zon ligt?

Hoe voelt je rechtervoet aan als die slaapt?

Welke sok zit beter, die van je rechter- of van je linkervoet?

 

 

Bij onduidelijke oogpatronen kan je meer gedetailleerde vragen stellen. Vooral vragen met een vergelijking of contrast: Welke … is (vergelijking), … of …? Bijvoorbeeld Welke kleur is donkerder, bastogne- of ontbijtkoek?

Posted by Rutger in NLP handleiding

16 basismotieven voor gedrag

Steven Reiss heeft door onderzoek 16 basismotieven gevonden die het alledaags gedrag van mensen kan verklaren. Als NLP’er die weet hoe waarden en overtuigingen werken, kan je hiermee aansluiten (rapport), beïnvloeden, herkaderen, en nog veel meer….

 

Motief Motivatie Vergelijking met dieren Lol of loon
macht succes en invloed willen hebben (de baas willen zijn) dominante dieren hebben meer te eten kracht
nieuwsgierigheid hang naar kennis, streven naar inzicht efficiënter voedsel zoeken en vijanden te slim af zijn verwondering
onafhankelijkheid vrij en autonoom willen zijn nest verlaten om in een groter gebied voedsel te zoeken vrijheid
status behoefte aan erkenning & aandacht, indruk willen maken een hogere status in het nest levert beter voedsel op goede positie, roem
social contact behoefte aan vrienden, relaties (zin om te spelen, humor) een groep geeft veiligheid in een onveilige omgeving plezier
wraak behoefte aan strijd, om quitte te spelen of te winnen vechten als je bedreigd wordt (agressie) rechtvaardiging
eer, integriteit willen leven volgens traditionele normen & waarden naar de kudde rennen als er een roofdier naar je loert trouw, loyaliteit
idealisme het samenleven willen verbeteren (rechtvaardigheid) altruïsme medelijden
lichaamsbeweging verlangen om te bewegen en spieren te oefenen sterke dieren eten meer en zijn minder kwetsbaar vitaliteit
eros zin in sex (ook: plezier in versieren, hofmakerij, kunst) het overleven van de soort lust, schoonheid
gezin de wens om kinderen te verzorgen en groot te brengen bescherming van jongen bevordert het overleven liefde
orde behoefte om te organiseren (ook: hang naar rituelen) netheid is goed voor de gezondheid stabiliteit
eten zin in eten voedsel is noodzakelijk om te overleven verzadiging
acceptatie verlangen naar eigenwaarde, erkenning & bevestiging erbij horen zelfvertrouwen
rust verlangen naar innerlijke rust (voorzichtigheid, veiligheid) vluchten voor gevaar (angst, vrees) ontspanning
Posted by Rutger in NLP handleiding

Afvallen? Stel het juiste doel.

Wanneer je heel praktisch kijkt naar NLP, bijvoorbeeld wanneer je jouw extra kilo’s kwijt wilt, dan blijkt hoe pragmatisch en effectief NLP kan zijn, en hoe je het kan gebruiken in elke doelstelling. Wanneer we de NLP vormvoorwaarden van een goede doelstelling erbij nemen, dan is de kans groot dat je met een nieuw, bereikbare en blijvende doelstelling sneller en beter krijgt wat je werkelijk wilt bereiken. Hieronder vind je een korte uitwerking van de te nemen stappen:

Vormvoorwaarden van de doelstelling

Formuleer je doel positief, baseer het op wat je wel wilt, niet op wat je niet wilt.
Maak het verschil tussen waar je nu staat (dat is wat je niet wilt) en waar je wel wilt staan. Let op dat woorden als afvallen, lijnen, diëten, kilo’s kwijtraken, gewichtsverlies, afslanken en slank worden allemaal duidingen zijn dat je van de huidige situatie weg wilt. Je wilt niet dik zijn, dus ga je afvallen. Het effect van deze formulering is dat je motivatie langzaam aan verdwijnt, hoe verder je komt met je doel. Je legt je motivatie in waar je nu staat, en met elke kilo raak je verder van de huidige situatie waardoor de energie die deze doelstelling oplevert, minder wordt. Doordat je gaandeweg steeds verder van je drijvende kracht af komt.

Door je nu eens af te vragen wat je aan het einde wel wilt, waar je straks wilt staan, behoud je de energie terwijl je aan je doel werkt. Waar wil je straks staan? Wil je slank zijn? Wil je gezond zijn? Wil je sportief zijn? Wanneer ben je tevreden? Hoe zou je het idealiter willen hebben? Welke BMI wil je hebben? Wat zijn de achterliggende redenen dat je dit wilt gaan bereiken? Wil je aantrekkelijk zijn, atletisch zijn, tevreden zijn..? Wat levert het je op om te gaan doen? Wat is het dat je werkelijk wilt bereiken?

Wanneer je die vragen hebt beantwoord, heb je zowel de vermijdende als de bereikende formuleringen. Je weet nu wat je niet wilt, en je weet wat je wel wilt. Verschuif je focus op lange termijn naar wat je wel wilt, en gebruik de vermijdende formulering enkel wanneer het je helpt om in beweging te komen, om te starten, om de eerste stap te nemen.

Formuleer je doel gebaseerd op zintuigen. Zorg ervoor dat je jouw doel kan zien, horen, voelen etc.
Neem de ‘wel-wil’-formulering, en maak deze specifiek. Voorbeeld: “Ik wil gezond zijn” of “Ik wil atletisch zijn” is weinig concreet, en laat te veel ruimte over. Wat betekent gezond zijn? Wat betekent atletisch zijn? Hoe weet je dat je dat bent? Hoe kan je dat meten door werkelijke waarneming?

Een paar verschillende voorbeelden zouden kunnen zijn:
– Ik sta op de weegschaal en ZIE dat ik xx kilo weeg.
– Drie keer per dag merk ik dat ik mij sterker VOEL.
– Ik kan mijn tenen weer ZIEN.
– Ik loop elke week 5 kilometer hard binnen een half uur.
– Ik VOEL hoe maat xx mij weer goed past.

Sta aan de kant van de oorzaak. Zorg dat je er zelf invloed op hebt.
Zorg er voor dat je jouw doelstelling kan beïnvloeden. Je kan niet beïnvloeden wat anderen van jou vinden, hoe ze jou beoordelen, dus leg je doelstelling ook niet bij de beoordeling door anderen, maar hoe jij jezelf beoordeelt. Men vindt mij atletisch, men vindt mij gezond, en ik ben aantrekkelijk kan je beter vervangen door Ik voel mezelf atletisch en Ik voel mezelf gezond, ik vind mezelf aantrekkelijk.

Zorg ervoor dat het doel ecologisch en wenselijk is.
Er zijn vele manieren om je doel te bereiken, en vele manieren om je doel te formuleren. Hoe voelt jouw doelstelling, bekeken vanuit het grote geheel van jouw leven? Zie je er tegen op om in actie te komen? Grote kans dat je doel niet ecologisch is of de manier waarop je jouw dol wilt gaan halen niet wenselijk is, dat wil zeggen dat het doel of de manier waarop je het doel wilt bereiken conflicteert of concurreert met andere doelen in je leven. Sta stil bij deze andere doelen, en vind manieren om je doelstelling zo te formuleren dat je de positieve effecten krijgt, zonder dat het andere doelstellingen bijt.

Als voorbeeld: “meer moeten bewegen” kan je het gevoel geven van stress (moeten) en je gevoel van comfort en rust verminderen. Het kan helpen om te ontdekken wat je leuk vindt om te doen. (Wat deed je vroeger, en vond je leuk als beweging? Wat zou voor jou de vorm van beweging kunnen zijn, die zelfs als het niet gezond was, toch zo leuk zou zijn dat je het regelmatig zou doen?). Maak van het moeten WILLEN. Vind een vorm van bewegen die past bij wat je wilt, in dit voorbeeld een vorm van beweging die je rust en comfort geeft.

Behoudt de positieve effecten van de huidige staat.
Besef je dat er een reden is dat je nu bent zoals je bent. Wat maakt dat je nu zo bent als dat je bent? Wat levert het je op? Misschien is het wel veilig of gemakkelijk om nu zo te zijn als dat je bent. Dat is op zich heel positief, en dat wil je ook behouden. Dus ken de positieve aspecten, zorg er voor dat je doelstelling een aanvulling is op je huidige staat, in plaats van dat je (in dit voorbeeld) de veiligheid of het gemak verliest.

Maak je doel specifiek en context-afhankelijk.
Hoe ga je het doel bereiken? Wat is de meest plezierige wijze? Wanneer wil je het doel bereikt hebben? Wat zie je dan? Wat hoor je dan? Wat voel je dan? Maak een beeld met geluid van jezelf in een moment nadat jij je einddoel hebt bereikt. Voel de gevoelens die je dan voelt. Voeg zo veel mogelijk details toe, fantaseer er maar op los. De woorden van je doelstelling zijn enkel woorden, hier voeg je meer betekenis toe.

Formuleer je bewijsprocedure.
Hoe weet je dat je er bent? Wat is er dan anders? Hoe anders denk je? Wat doe je anders? Hoe anders voel jij je? En wat ga je dan doen?

Belangrijk punt in deze is dat een eenmalige afval-actie waarschijnlijk niet het effect is wat je wilt. Je wilt gezond, atletisch, aantrekkelijk blijven. Dat betekent dat je echt patronen van denken, doen en voelen moet gaan doorbreken. Want als je eenmaal het doel hebt bereikt, en je gaat weer doen wat je nu doet, dan brengt het jojo-effect je weer terug naar waar je nu bent. Dus, hoe ga je de voordelen blijvend integreren? De drie manieren om patronen te doorbreken (en daar sta je nu al bij stil) zijn: 1) anders (constructief) te gaan denken over eten en bewegen, 2) andere gevoelens te hebben bij eten en bewegen, 3) anders om te gaan (doen) met eten en bewegen.

Wanneer je al deze vormvoorwaarden doorloopt, en zorgt dat je doelstelling aan al deze voorwaarden voldoet, dan merk je waarschijnlijk dat je doelstelling ineens heel anders is. Veel makkelijker, beter haalbaar, concreter, plezieriger, en met een andere focus. Ik zou je succes kunnen wensen, maar dat is niet nodig, nu je als vanzelf naar dit nieuwe doel toewerkt.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Hypnose binnen NLP

NLP omvat vele technieken en gedragingen, waar hypnose er één van is. Veel van de NLP technieken kan je gebruiken op een uitgeklede manier (gestalts achterwege laten) en in een andere, rustige vorm (als een één-op-één gesprek). Dat geeft je meer flexibiliteit omdat je meer mogelijkheden hebt.

Zelfs in een professionele omgeving of voor een groep kan je deze manier van communicatie gebruiken, alhoewel je dan misschien beter niet kan zeggen “Kom, we gaan even onder hypnose”. Wanneer je echter iets zegt als “We gaan even een oefening doen met je ogen dicht” dan zal je veel minder weerstand ervaren.

En weerstand is wat je voorbij wilt gaan, dat is de crux. In trance je laten leiden maakt dat je meer ontvankelijk bent voor de juiste (en passende) suggesties, tot wel een factor 25 ten opzichte van een rationeel en bewust gesprek. Het gaat om bereidheid, bereidheid bijvoorbeeld om te luisteren, wat je onder de oppervlakte test door bijvoorbeeld te vragen om de ogen te sluiten.

Hypnose en trance

Trance is de gemoedstoestand (stemming, staat) waarin hypnose plaatsvindt. Eigenlijk is hypnose enkel een nominalisatie van het actieve proces van hypnotiseren, waarbij iemand gericht in een trancestaat gaat, in die trancestaat iets doet (visualisatie, nadenken, luisteren, overwegen, wat dan ook), en vervolgens de trancestaat weer verlaat. Trance is een toestand die iedereen een paar keer per dag meemaakt. Bijvoorbeeld wanneer je op weg bent naar huis, en je ontdekt dat je er ineens al bent. Trance is een normaal iets en ook nog eens ontspannend.

Er zijn verschillende manieren om iemand in trance te laten gaan: direct, autoritair (oude methode), de Milton-Erickson methode en de Ellman-methode (combinatie Milton en oud).

Feiten

• Er is geen algemeen geaccepteerde definitie van wat hypnose is.
• Hypnose heeft geen invloed op je kracht, je slimheid of zintuiglijke receptie.
• Ontspanning is niet noodzakelijk. Ogen dicht is niet noodzakelijk.
• Veel mensen herkennen hypnose niet als zodanig.
• De hypnotiseur of de techniek zijn niet van doorslaggevend belang, de gehypnotiseerde bepaalt het succes.
• In plaats van verbeterde toegang tot herinneringen, zou het zo kunnen zijn dat de grens tussen fantasie en herinnering onduidelijker wordt.
• De gehypnotiseerde blijft altijd in controle. Morele standaarden (de echt persoonlijke, niet de sociale) blijven intact. Je kan dus nooit verleid worden tot dingen die je echt niet wilt.
• De meeste mensen herinneren zich precies wat er tijdens een sessie is gebeurd.
• Hypnose is net zo veilig als TV kijken (wat ook vaak in trance gebeurd).

Herkennen van trance

Trance herken je aan een aantal van deze kenmerken, die per persoon verschillend zijn (kalibreren):
• Ontspanning in het gezicht.
• Langzaam wordende reflexen als oogbewegingen, slikken en ademen.
• Verandering van stem.
• Lichaam is minder bewegelijk, catalepsie (verstijven/onbeweeglijkheid van ledenmaten).
• Langzamer polsslag.
• Na trance het opnieuw oriënteren in de omgeving.

Oefening Perifere visie

Zoek een punt recht voor je, net boven oogniveau, zodat je ogen iets naar boven zijn gericht. Concentreer je op dat punt. Leg je focus en aandacht gedurende 10 seconden compleet op dit punt.
Dit is je (gerichte) focale visie.

Na die 10 seconden, breng je 2 vingers met gestrekte arm zodanig in je gezichtsveld dat ze net onder het focuspunt omhoog wijzen. Terwijl je ogen gericht blijven op het focuspunt, spreid je langzaam je armen, en richt je je blik (ZONDER JE OGEN TE BEWEGEN; die blijven gericht op het focuspunt) op je vingers. Kijk maar eens hoe ver je jouw armen kan spreiden terwijl jij je vingers kan blijven zien.
Dit is je perifere visie.

Iemand (of jezelf) naar perifere visie brengen is een eerste stap naar trance.

Niveau’s van Hypnose

LeCron (1964) heeft in 1964 een indeling gemaakt van 6 niveau’s van hypnosediepte (van licht naar diep):
1 lethargie: ontspanning, oogcatalepsie
2 catalepsie (verstijven, zwaar worden) van spieren, gevoel van zwaarte of zweven, lichaamscatalepsie, levitatie
3 hypnotisch rapport: reuk en smaak veranderen, blokkeren van nummers en letters
4 amnesie: verdovende handschoen, analgesie (gevoelloos voor pijn), automatische bewegingen
5 positieve hallucinaties: visueel en auditief, bizarre post-hypnotische suggesties
6 anesthesie (geen gevoel): negatieve hallucinaties, comateuze staat

Hypnotisch rapport is de staat waarin de persoon alleen de hypnotiseur hoort en ziet. Niveau 4 (Amnesie) is belangrijk voor het geven van post-hypnotische suggesties. Diepe trance begint bij niveau 5. Slaapwandelen is niveau 6.

Aandachtspunten van een sessie

• Gebruik stoelen zonder leuning om te zorgen dat iemand niet te ver weg kan zakken. Alleen voor ontspanning mag iemand liggen.
• Vermijd negatieve suggesties (je kan je ogen niet openen). Gebruik positieve suggesties (je probeert je ogen te openen en hoe harder je probeert hoe sterker ze sluiten, probeer maar en ervaar hoe ze sterker sluiten)
• Muziekinstallatie voor achtergrondgeluid, bijna onhoorbaar, golvende seconden laten de trance vergemakkelijken
• Ga eerst zelf in lichte trance
• Maak gebruik van wat er gebeurt en blijf positief bevestigen (heel goed, zo ja)
• Let op de ademhaling, en maak er gebruik van (utilisation)
• Gebruik correcte feiten, en de exacte woorden (back-tracken)
• Al is iemand in trance, elk gebaar (en rapport) zijn voelbaar
• Muziek ideaal: 45 tot 60 bpm (hartslag) of 4 tot 6 bpm (ademhaling)
• Ritme: 45 tot 60 woorden per minuut, vibrato (knikkend hoofd)
• Maximale duur van een sessie is rond de 20 minuten

Positieve algemeenheden die in trance gaan ondersteunen

• In rapport zijn, dus ook zelf in lichte trance gaan,
• “Heel goed” en “Zo ja”
• “Je bent een heel mooi mens”
• “Je hebt alle hulpbronnen in je”
• “Je kunt veranderen”
• “Je kunt in trance”

7 stappen van een hypnosesessie

1) Voorbereiding
2) Inductie
3) Yes-set, toch? Ga van Pacing naar Leading.
4) Verdiepen van de ontspanning
5) Boodschap, het middenstuk
6) Post-hypnotische suggestie
7) Terugkeer

1. Voorbereiding

Vooraf hou je een interview, om te bepalen wat de ander wil bereiken. Gebruik wat je nodig hebt: Meta-model, coachmodel etc. Let op het exacte woordgebruik, zodat je later dezelfde belangrijke AD-labels kan gebruiken. Match en Pace.

Wanneer je globaal weet wat je gaat doen, geef jij jezelf ruimte om een script voor te bereiden, en de omgeving voor te bereiden.

2. Inductie

Doel van de inductie is om de persoon een eerste trance te laten ervaren, en de ogen te laten sluiten, zodat je kunt communiceren met het onbewuste. Ga zelf ook in trance. Bereid de inductie voor met suggesties als:
Het is niet zo… dat ik wil…
– dat je in trance gaat…
– dat je suggesties volgt…
– dat je luistert naar wat ik zeg…
nog niet…
of
Het is nog te vroeg… om al te zeggen…
– luister naar mijn stem…
– ga diep in trance…
– ontspan je als nooit tevoren…
nu al…

Voorbeelden van methoden van inductie zijn:

Volg de hand
Ga tegenover elkaar zitten. Kijk elkaar aan in het linkeroog (“je hypnose-oog”). Steek je rechterhand vooruit, en laat de persoon met zijn linkerhand jouw rechterhand volgen, zonder dat de handen elkaar raken, en terwijl je elkaar blijft aankijken in het linkeroog. Ga ondertussen zelf in een lichte trance.
Wolkje ontspanning
Stel je een wolkje voor, een wolkje vol warme ontspanning. Langzaam drijft het jouw kant op, en zakt het over je heen, zodat je naar binnen keert… en ontspant… en je ogen sluit…
Zweven
Stel je voor dat je zweeft…in water of in lucht…warm en comfortabel… en dat je ontspant… en je ogen sluit…
Ballon en steen
Ga tegenover elkaar zitten. Kijk elkaar aan in het linkeroog (“je hypnose-oog”). Laat de persoon 2 handen uitsteken. Terwijl je elkaar zo blijft aankijken (dit dwingt de persoon in perifere visie) vraag je de persoon zich voor te stellen hoe aan de linkerhand een ballon met helium vastgemaakt wordt, en in de rechterhand een steen wordt gelegd. Milton-patronen bevestigen links licht en omhoog, rechts zwaarder en omlaag. Wanneer je ziet dat de handen bewegen, bevestig dit en geef betekenis, en suggereer de ogen te sluiten om beter te voelen hoe licht links is en hoe zwaar rechts.

3. Pacing naar Leading

Gebruik een yes-set, om van Pacing naar Leading te gaan:
{OBSERVATIE}, {OBSERVATIE}, {OBSERVATIE} en {SUGGESTIE}, toch?

Bijvoorbeeld:
En terwijl je daar zo zit… met je ogen gesloten… terwijl je luistert naar mijn stem… kan je doen wat ik zeg… toch…?

Met de gedachten die je hebt… de gevoelens die je voelt… de geluiden die je hoort… kan je verder ontspannen… toch…?

Het gevoel van je gesloten ogen… het geluid van mijn stem… zittend in je stoel… kan je dieper… toch…?

4. Verdiepen van de ontspanning

Het doel van het verdiepen is om te komen tot een diepere trance. Gebruik Milton patronen gericht op verdieping en meer ontspanning. Voorbeelden van verdiepen zijn:
Spiergroepen
Doorloop systematisch (van boven naar onder of andersom) het lichaam van de persoon, en laat de persoon de individuele spiergroepen eerst aanspannen, en vervolgens ontspannen. Suggereer dat er meer ontspanning en rust achterblijft.
Stromen
Voel de energie stromen… van boven naar beneden… door je voeten naar de grond… en voel hoe fijn sterrenstof… meestroomt door je lichaam… van boven naar beneden… en misschien merk je… hoe de sterrenstof… alles wat je niet nodig hebt… meeneemt…
Ademhaling
[Net voor een ademteug] Adem in… [Wacht op uitademen] En adem uit… En misschien merk je… hoe je ademt… in… en uit… zonder dat je… iets hoeft… te veranderen…
Trap of lift
Neem de persoon mee, dieper, door traptredes of verdiepingen te tellen en verdieping te suggereren.
Fysiek
– En voel hoe je net iets meer ontspant elke keer wanneer je uitademt
– Persoon zittend, armen ontspannen, hand liggend: “misschien merk je wel… dat terwijl je inademt…, je armen en handen… lichter voelen…”
– Misschien wordt jij je wel bewust, dat de ontspanning verdiept wanneer je inademt… en dat de ontspanning verspreidt wanneer je uitademt.
Cataleptische hand
Preframe: “Ik ga je zo aanraken en je hand optillen, terwijl je ontspannen blijft.”. Pak een hand vast en breng deze omhoog. Let op dat het een ontspannen arm moet zijn (let op het gewicht). Op het gewenste punt, preframe: “Hou je arm zo… stil… heel goed…”.
Langzaam loslaten en contact verbreken. De hand zal stil blijven hangen.

5. Boodschap

Ontwerp een boodschap die symbool staat voor hetgeen je wilt overbrengen. Gebruik symboliek, metaforen, beschrijf in VAKOG, bedenk ankers. Werk van detail naar globaal (veters naar schoenen, andersom kan mismatch geven). Gebruik bijvoeglijke naamwoorden die van zichzelf of voor de persoon betekenisvol zijn. (mooi, schitterend, hoog, diep, laag, groot, klein) Voorbeeld metaforen:
Huis doorlopen
Beschrijf hoe je een huis doorloopt. Wandel van kamer naar kamer. Ruim eens op, maak eens schoon, gooi maar weg, doe de gordijnen open, zet een raam open voor frisse lucht, kachel lekker aan, etc. (verdieping, groot, ruim, rust, inspirerend, warm, behaaglijk, klein, veilig, ….)
Bergwandeling
Beschrijf een wandeling over een kronkelpaadje, bergopwaarts, bos, openvlakte. (boom, zon, kabbelend, uitzicht, zandpad, rots, waterval). Op de top van de berg staat een tempel. Je gaat naar binnen en ziet daar een wijze zitten. Neem de tijd en stel alle vragen die je hebt. Alternatief: je ziet een gat in een boom, stap er doorheen…
De jas
Begin met het uitrekken van je oude jas, maak een wandeling en kom terug. Onderzoek je jas (de kleur, merk op hoe fris, merk op hoe nieuw, zacht, mooi, beschermend, vrijheid in beweging, comfortabel, handige zakken met alles wat je nodig hebt, …. ), of zoek een nieuwe jas uit, trek de jas van keuze aan.

In de metafoor kun je thema´s verweven als:
Het onbewuste laten zoeken naar positieve ervaringen en hulpbronnen.
Herkaderen van de positieve intentie van het probleem,
Scheiden van gedrag van intentie,
Laten zien van excellentie, verborgen talenten.
Of….

6. Post-hypnotische suggestie

Zo met 1 zal je jou ogen openen en….

Voorbeelden van post-hypnotische suggesties:
…. je zal voelen dat het anders is…
…..sprankelend van energie ga je doen wat je van plan was…
…..uitgerust en ontspannen en veilig…
…..je kunt straks je ogen open doen, terwijl je weet dat je de volgende keer als je weer in trance gaat, je weer dieper en gemakkelijker in trance gaat…
…..ik weet niet hoe snel jij verandert, ik weet alleen dat je in het verleden bent veranderd en dat jou onbewuste weet hoe het met veranderingen omgaat die het beste zijn voor jou en in hoogste belang van jou dienen. Ik weet niet hoe of wanneer je het merkt, nu of later in de toekomst dat je gemakkelijk de verandering in nieuw gedrag laat zien…
…..hoe goed zou je voelen als je merkt dat je veranderd bent…..
…..hoe plezierig verrast zul je zijn als je straks merkt dat je gemakkelijk kan veranderen….

7. Terugkeer

Geef de persoon de suggestie terug te komen in het hier en nu. Het terugkeren doet de persoon zelf in eigen tempo terug naar een bewuste staat. Hij/zij kan de aandacht weer naar buiten richten en kan ervaren wat er om hem/haar heen gebeurd.

Zo met 1 word je weer wakker. Ik tel van 3 tot 1…
3… wiebel met je tenen…
2…Haal maar eens diep adem…
1…Open je ogen…
Voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…

Of:
Wanneer jij zover bent, voel dan weer de stoel waar je in zit, voel je voeten op de grond en voel rustig de beweging in je benen… de beweging in je armen… de beweging door je lijf en wanneer jij zover bent… open je ogen…

Of:
En dan, wanneer je er aan toe bent, beweeg jij je vingers en je tenen, je rekt je eens lekker uit en doet je ogen open.

Oefening Cataleptische hand

A Act
B Be

A leidt, B ondergaat:

B bedenkt iets dat deze anders zou willen doen. B benoemt een AD label voor het huidige, en een AD label voor het gewenste.

A geeft preframe: “Ik ga je zo aanraken en je hand optillen, naar [AD label huidig], terwijl je ontspannen blijft.”. A pakt een hand van B en brengt deze omhoog (let op dat het een ontspannen arm moet zijn, let op het gewicht).

Op het gewenste punt geeft A het preframe: “Hou je arm zo… stil… heel goed…”. A laat ondertussen langzaam los en verbreekt het fysieke contact. De hand zal stil blijven hangen.

A geeft betekenis aan B: “Je onbewuste weet hoe jij van [AD label huidig] naar [AD label gewenst] kan komen. Je hand in de hoogte staat voor [AD label huidig]. Je hand naar beneden staat voor [AD label gewenst]. Je onbewuste zal je laten merken dat het de noodzakelijke dingen doet om van [AD label huidig] naar [AD label gewenst] te komen, door eerst je arm zwaarder te laten worden, als teken dat je onbewuste naar [AD label gewenst] wil gaan, en vervolgens je arm te laten zakken naar [AD label gewenst], in precies het tempo dat nodig is om de verandering naar [AD label gewenst] te integreren.

A bevestig de zwaarte en beweging op basis van BMIR’s. Benadruk “precies het tempo dat nodig is”, “steeds dichterbij [AD label gewenst]”, “heel goed”.

Tijdens het zakken zegt A: “En zo meteen zal je hand landen, in [AD label gewenst], en onbewust heb je dan alles gedaan wat nodig is, alles wat nodig is naar [AD label gewenst], precies in het tempo dat je hand aangeeft.

A, na de landing: “Voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart.”

Oefening sessie

Maak groepjes van 2. Interview elkaar, en ontwerp globaal een sessie.

Individueel: werk het script uit, op papier, in detail. Plan alle 7 stappen, werk ze uit op papier.

  • Voorbereiding: bepaal wat je nodig hebt

  • Kies een methode van inductie

  • Maak de yes-set

  • Kies een verdieping, werk hem uit

  • Kies of ontwerp een boodschap

  • Ontwerp een post-hypnotische suggestie, of gebruik de default

  • Bepaal de terugkeer.

  • Groepsgewijs gaan we de sessies uitvoeren en behandelen.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Ontdek NLP.

“Wat is NLP?” is de centrale vraag in deze introductie in NLP. Een vraag die je nieuwsgierig kan maken naar meer NLP, en die hier wordt beantwoord vanuit NLP. Veel plezier met het volgen van deze mini-cursus, en vooral met de nieuwe mogelijkheden die het je gaat bieden!

Ik nodig je uit om mee op reis te gaan, open en nieuwsgierig naar wat komen gaat. Ons doel bij deze introductie is jou te informeren en voornamelijk te laten ervaren wat NLP is. Wellicht heb je al artikelen of boeken gelezen over NLP of ben je er op een of andere manier mee in contact gekomen, en misschien dat sommige stof je bekend voorkomt, wellicht ook niet. Het is allemaal goed, het doet er niet toe. Het enige wat telt, is dat jij ontdekt en ervaart hoe simpel sommige veranderingen van perspectief kunnen zijn. Aan het einde van deze korte introductie in vijf stappen (hieronder) kun je terugkijken op een nieuwe ervaring. Jouw ervaring met NLP en wat het voor jou kan betekenen. En… weet dat er nog veel meer is…

Start introductie: overzicht

De waarde van NLP is in the eye of the beholder. Concreet, wat het is: een methode waarmee je gedrag kan vastleggen en overdragen. Een methode die leidt tot gedragsmodellen (NLP technieken).

De methode van NLP (het modelleren) is gericht op EFFECTIEF gedrag. Bijvoorbeeld: Iemand kan goed communiceren, die gebruik je als rolmodel bij het modelleren, waar dan een NLP techniek op het gebied van communiceren uit voortkomt. Bekende contexten waarin dit is gedaan: communicatie, professioneel handelen, spiritualiteit, lesgeven, sales, motivatie, soft skills, onderhandelen etc.

NLP is een andere (aanvullende) manier van kijken, die een andere manier van handelen mogelijk maakt. Niet beter of slechter, enkel situationeel toepasbaar. Soms wil je een situatie benaderen vanuit waarheid en feiten, zoals je dat leert in het reguliere onderwijs. Soms vanuit effectiviteit, en dat leer je bij een NLP opleiding.

Het grote uitgangspunt bij NLP is dat het niet de werkelijkheid is die leidt, maar de individuele BELEVING van de werkelijkheid.

 

1. Wat is NLP?

NLP staat voor Neuro-Linguïstisch Programmeren.

Met de naamgeving wilden de ontwikkelaars van NLP (Richard Bandler en John Grinder) aangeven dat er een interactie bestaat tussen onze neurologie ofwel onze hersenen, de linguïstiek ofwel de taal die wij gebruiken en ons gedrag en dan met name de patronen (programma‘s) in ons denken en doen.

Het aardige van NLP is daarbij dat het niet zozeer een verklaring wil geven hoe deze precies interactie werkt, het legt de focus op nagaan welke effecten in deze interactie te behalen zijn. Een procesbenadering, en niet zozeer vanuit feiten en zaken. Dat geeft dan ook gelijk het bijzondere aan van NLP, ten opzichte van ons klassieke wereldbeeld aan: het is niet de werkelijke werkelijkheid die wij beleven waar wij op reageren, het is wel de beleving van onze eigen werkelijkheid die ons stuurt en waar wij zelf invloed op hebben. Onze enige echte werkelijkheid is de beleving in onze hersenen van de werkelijkheid.

NLP wordt gedefinieerd als “de studie van de subjectieve ervaring.”. En bij die studie hoort een methode, een methode die door toepassing weer leidt tot technieken. Een methode, die modelleren heet, waarmee je de interactie bij een rolmodel, een expert, in kaart brengt en overdraagbaar maakt.

Maar…

Is dat het antwoord wat je zocht? Weet je nu genoeg? Het is een antwoord…

Ik vergelijk NLP graag met wijn. Je kan er boeken vol over lezen, vele websites bekijken… Uiteindelijk gaat het er om dat je de fles hoort ontpoppen, het inschenken en bijbehorende klokken hoort, het glas gevuld ziet worden, het glas voelt, de wijn ruikt en proeft…

En als je dan een lekkere wijn hebt gevonden, en je bent enthousiast geworden, probeer dat maar eens over te brengen aan iemand zonder die ervaring. Het woord wijn, dat betekent niets voor je zonder een bijbehorende ervaring.

En dan nog… Sommige mensen hebben prettige ervaring met wijn, en zullen je enthousiasme kunnen delen. Andere mensen hebben een mindere ervaring met wijn, en zullen je meewarig aankijken…

Iedereen ziet de wereld op zijn of haar eigen manier. En die manier wordt gevormd door wat ons verteld wordt, door wat we meemaken, door wat we van anderen leren, door de boeken die we lezen, door de media die we volgen, en zo voort.

Alles wat we sinds onze geboorte zien, horen, ruiken, voelen en proeven zijn leermomenten. Leermomenten die we betekenis geven met ons denken. Waardoor bijvoorbeeld een objectief iets als wijn, opeens context en betekenis krijgt: lekker, gezellig, vervelend, vies, en wat je maar kan verzinnen. Waarmee je de keuze krijgt, vanuit de ervaring en verwachting, om wel of geen wijn te bestellen. Afhankelijk van de situatie.

En dat speelt ook voor NLP. De betekenis van NLP is in de ervaring met NLP. Je kan boeken lezen wat je wilt, kennis opdoen, maar dat is slechts stof. En stof kan je wegblazen… Dan blijft er niets over dan wat dwarrelende pluisjes.

Het gaat om mogelijkheden krijgen, keuzes maken, afhankelijk van de situatie.

NLP gaat over hoe wij alles in perspectief ervaren, en hoe wij in ons waarnemen en denken betekenis geven, en hoe we daar mee om kunnen gaan op een effectieve manier. Vandaar dat je wellicht al eens gelezen hebt dat NLP de studie van de subjectieve ervaring is.

Maar het is meer dan dat. NLP is een houding: een houding waarmee wij ons perspectief kunnen veranderen. NLP is een methode: een methode waarmee we effectief van anderen kunnen leren; van mensen die iets heel goed kunnen. En NLP bevat een grote hoeveelheid technieken, ideeën en inzichten (ontstaan uit de methode). Technieken, ideeën en inzichten over communicatie, bijvoorbeeld. Over coaching. Over lesgeven. Over conflicthantering. Over relaties. Over zelfvertrouwen en zelfverzekerdheid. Over contact maken. Over vrijheid en ruimte, over rust. Technieken die meer keuzevrijheid en mogelijkheden geven in verschillende situaties, wanneer je ze leert toe te passen.

Ander omschrijvingen van NLP kunnen je misschien nog meer aantonen dat de omschrijving van NLP voor iedereen anders is:

  • NLP is een houding en een methode met in haar kielzog een serie aan technieken.
  • NLP is een methode voor persoonlijke ontwikkeling – gereedschap om prestaties te verbeteren, van jezelf en van anderen.
  • NLP is een geweldige ervaring!
  • NLP is een model voor effectieve communicatie – een praktische en pragmatische verzameling van inzichten en methodes die de communicatie met jezelf en anderen kan verbeteren.
  • NLP is een tas vol met enorm krachtige communicatiegereedschappen.
  • NLP is een manier om te modelleren – ofwel om overdraagbare modellen te maken van menselijk gedrag.
  • NLP is de manier om mensen te begrijpen.
  • NLP is de kunst van succesvol functioneren.
  • Het doel van NLP is meer persoonlijke vrijheid.
  • NLP is nu, boven alles, een houding & een methode die leiden tot modellen & technieken waarmee jij bijvoorbeeld merkt hoe je nieuwgierigheid groeit, hoe meer je openstaat, eigenlijk alles wat jij nodig hebt, om je eigen leven te leiden (met e-i) door veel positiever overtuigd te zijn waarmee je handelen & je denken & uiteindelijk je gevoel verandert.

Zo veel verschillende mensen, zo veel verschillende omschrijvingen. En welke definitie voor jou de beste is? Daar kom je achter door NLP te ervaren. Voor jezelf. Omdat woorden tekort schieten.

2. NLP gaat om Doen en Ervaren

NLP ervaren doe je door NLP te doen. Dus als je een boek leest, lees het met de vraag in je achterhoofd: hoe kan ik dit NU uitproberen en toepassen? Zet jezelf in de actieve modus, neem het heft in handen, zorg dat je de woorden die je leest omzet in actie! Doe de oefeningen! Een NLP boek is niet om te lezen, een NLP boek is om te doen. En voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart, wanneer je doet. Dat gevoel, die ervaring die jij hebt, dat is wat NLP voor jou is. De ene techniek sterker dan de andere. De andere techniek beter bij jou passend dan de ene. Voel, en ervaar. En neem mee wat je kan gebruiken.

Voorbeeld van het effect van taal

Stel je voor, je hebt een afspraak om morgen iets te gaan doen, na eerst gezamenlijk een kopje koffie gedronken te hebben. Hieronder staan 10 verschillende formuleringen van de manier waarop je dat tegen jezelf kan zeggen. Lees ze eens door, en stel vast wat ze qua inhoud ongeveer betekenen:

 

  • Ik moet morgen op tijd zijn voor de koffie
  • Ik mag morgen niet te laat zijn voor de koffie
  • Ik kan morgen op tijd zijn voor de koffie
  • Ik zal morgen op tijd zijn voor de koffie
  • Ik ben morgen op tijd voor de koffie
  • Als ik morgen niet op tijd ben, dan is er geen tijd voor koffie
  • Morgen ben ik op tijd voor de koffie
  • Misschien ben ik wel op tijd voor de koffie
  • Als ik morgen maar op tjd ben voor de koffie
  • Lekker, koffie voor we starten morgen

 

 

 

 

De volgende vragen mag je voor jezelf beantwoorden, neem even rustig de tijd, en sta eens stil bij het antwoord.

  • Welke van de bovenstaande tien formuleringen, zou jou het meeste motiveren?
  • Ken je misschien een nog meer motiverende formulering, die er nog niet staat?
  • Welke van de bovenstaande formuleringen, zou jou het minste motiveren?
  • Nu je dit verschil herkent, hoe zou je dat kunnen gebruiken, in jouw communicatie, met jezelf, en met anderen?
[color-box customcolorpicker='#d0d0d0']
Welke formulering voor jou het meeste effect heeft, welke voor jou het minste effect heeft... Dat is heel persoonlijk. Dus wanneer je wilt concluderen hoe je dit gebruikt in de communicatie met jezelf, dan zou je kunnen stellen dat je het beste deze formulering kan gebruiken om je eigen doelen vast te stellen. Echter, in communicatie met anderen... is bewustwording dat de formulering verschil maakt het ultieme, zonder dat je kan concluderen welk verschil er precies is. Je kan het effect bij of voor een ander niet vooraf voorspellen. 
[/color-box]

NLP zit vol met dit soort inzichten, als een grote verzameling. Soms minder gericht op inhoud en feiten, de manier zoals je die waarschijnlijk wel kent van school, vaak meer gericht op gewenst effect bereiken: effectief communiceren. Afhankelijk van de situatie, met in je achterhoofd wat je wel wilt, en wat je niet wilt, kiezen wat te doen. Flexibel.

Ervaar: Uitgesteld ongeloof

Een opdracht..! Huiswerk.., of zoals ik het met een NLP-bril op zou noemen: thuisvermaak…

En wel echt even doen, niet stiekem overslaan en verder gaan, het gaat om de ervaring…

Neem even de tijd om lekker op te gaan in een film. Kijk eens welke films er draaien in de bioscoop, en ga gewoon! Of misschien heb je nog een film liggen die je wilt zien, of kijk eens in de aanbiedingsbakken bij de goedkope films. Misschien dat die ene film er wel tussen ligt. Heb je zelf geen idee welke film je zou kunnen kijken, dan kan je één van onderstaande suggesties kiezen ( titel, slogan en trailer). Moeilijk kiezen? Doe maar de bovenste die je nog niet kent…

En als je de film gekeken hebt dan gaan we verder. Geef jezelf nu eerst maar eens een leuke tijd, je hebt het verdiend!

Suggesties

Mr. Nobody, Nothing is real, everything is possible.

The Matrix, Remember there is no spoon.

The Truman show, On The Air. Unaware.

Eternal sunshine of the spotless mind, Would you erase me?

Big Fish, An adventure as big as life itself.

Brammetje Baas, een film om bij stil te staan.

[color-box customcolorpicker='#d0d0d0']
Deze suggesties komen niet uit de lucht vallen. Het is ook mijn persoonlijke filmtipparade niet. Elke film is min of meer NLP gerelateerd. Mr Nobody en het concept van keuzes maken. The Matrix en waarnemen & werkelijkheid. The Truman show en het verschil tussen werkelijkheid en de beleving van werkelijkheid. Eternal sunshine of the spotless mind en ecologie, of veranderingen en de omgeving. Big Fish over submodaliteiten, ofwel kleur brengen in je leven, over relaties en werkelijkheden, over respect voor wereldmodellen. Brammetje Baas over normen en waarden, over het effect van je communicatie. En nog veel meer, maar daar is deze box te klein voor...
[/color-box]

STOP, kijk de film, daarna hier verder…

En, leuke film? Ging je er in op? Kon jij je inleven in de hoofdpersoon, meeleven met het verhaal? Wat vond je het meest aansprekende deel? En wat het minste?

Ik vind dat geweldig, die stunt die je denkvermogen uithaalt, waardoor jij in staat bent om helemaal te vergeten dat je naar acteurs zit te kijken, op een set, met kunstmatig licht… Tja, je weet het wel terwijl je zit te kijken, maar je kiest er voor om met andere ogen te kijken, je kiest om je ongeloof uit te stellen, en dat wat je ziet tijdelijk voor waar aan te nemen…

En die schakeling kan je vaker maken. En waarom je dat zou doen? Omdat je dan bijvoorbeeld beter kan luisteren naar een ander. Je begrijpt de ander beter, doordat je je eigen oordelen, meningen en adviezen tijdelijk loslaat, en daardoor oor hebt voor wat de ander probeert over te brengen.

Wat kan je hier mee

Zoals veel van de vaardigheden in NLP, kan je op de oude vertrouwde manier handelen in situaties, of op deze nieuwe manier. Deze nieuwe manier is niet beter of slechter, alleen anders. En mijn uitnodiging aan jou is om gewoon, in drie passende situaties, deze nieuwe manier uit te proberen. Zodat je ervaring opdoet, en de voordelen, nadelen en interessante kanten ontdekt van deze nieuwe manier, zodat je deze naast de oude manier kan leggen, om voortaan te kunnen kiezen hoe je handelt. En daarmee ben je flexibeler geworden, heb je een extra mogelijkheid gekregen om te handelen.

En extra mogelijkheden, meer manieren om te handelen, geeft meer persoonlijke vrijheid. Meer keuzemogelijkheden.

Uitnodiging thuisvermaak

Ervaar in drie passende situaties hoe het is om in een staat van uitgesteld ongeloof te luisteren. Ervaar wat er anders is, wat voordelen zijn, wat nadelen zijn, wat je verder opvalt. Ga vervolgens na in wat voor situaties je dit zou kunnen gebruiken, en wat voor situaties juist niet.

Zie de wereld als een zandbak, of een speeltuin. Spelen om te leren, proberen om te ervaren. Nieuwe manieren ontdekken door nieuwe ervaringen op te doen. Veel plezier!

3. Ervaar de NLP Basisvooronderstellingen

Binnen NLP worden een aantal basisovertuigingen gehanteerd, die voor waar worden aangenomen. Het is dus niet gezegd dat het waar is, maar door onze hersenen in de stand van ‘uitgesteld ongeloof’ te zetten, doen we net alsof ze waar zijn. De discussie waar/niet waar, waarheid en werkelijkheid is binnen NLP onbelangrijk: het gaat bij NLP om de vraag: “Hoe kan je het gebruiken?”. En hoe krachtig de NLP Basisvooronderstellingen zijn, dat gaan we hier ervaren.

Om te beginnen, wil ik je vragen om eens in gedachten terug te gaan, naar een moment waar je een interactie had, een gesprek of een vergadering of een andere ontmoeting, waarbij het niet lekker liep in de communicatie. Het hoeft niet direct een conflict te zijn, maar het mag wel. Gewoon een voorbeeld, het maakt niet uit, om even mee te spelen. Heb je er een gekozen?

Waar was je toen? Wie waren er bij je? Wat zag je allemaal? Welke kleuren? Welke vormen? Wat hoorde je erbij? Wat voelde je toen, daar? Wat zei je tegen jezelf? Om even contact te maken met de situatie zoals die toen daar was.

Wat we nu gaan doen is de 10 basisvooronderstellingen 1 voor 1 af, en we gaan aannemen dat deze basisvooronderstelling waar is (ons ongeloof uitstellen) door een bril op te zetten van de basisvooronderstelling en daar doorheen kijken naar die situatie. En dan mag je ervaren wat dat betekent voor die situatie…, wat je anders ervaart…, welke nieuwe mogelijkheden er ineens blijken te zijn. Veel plezier!

De kaart is niet het gebied

Van jongs af aan nemen wij de werkelijkheid om ons heen tot ons, via onze zintuigen. Enkel een deel van de werkelijkheid, want onze zintuigen nemen slechts een piepklein deel waar van alles wat er is. Met dat alles wat we zien, horen, ruiken, voelen & proeven, denken we een soort plattegrond in ons hoofd van de werkelijkheid. Het is dus niet de werkelijkheid, enkel een subjectieve afspiegeling van de werkelijkheid, ons eigen wereldmodel. Wij handelen niet op basis van de werkelijkheid, wij handelen op basis van ons wereldmodel, op wat we in het verleden hebben geleerd. Bijvoorbeeld, wellicht heb je geleerd dat het wereldbolletje op de foto rechts verkeerd om staat…

Ook daar in die situatie. Kijk nu nog eens, in alle rust, naar die situatie, en zet daarbij de bril “De kaart is niet het gebied.” op. En voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart, merk wat er verandert.

Respecteer ieders model van de wereld

Iedereen heeft zijn eigen ervaringen, zijn eigen leerproces. Iedereen heeft een eigen wereldmodel, dat ontstaat door de unieke ervaringen die enkel die persoon meemaakt. Iedereen heeft dus een andere plattegrond in zijn hoofd gebaseerd op vroegere lessen. Niet beter, niet slechter, enkel anders. Heb respect voor de lessen van een ander, die voortkomen uit de ervaringen die die persoon heeft meegemaakt. Je hoeft het er niet mee eens te zijn, enkel met alle respect voor de ervaringen en lessen die de ander heeft.

Kijk nu nog eens naar die situatie, in alle rust, en zet daarbij de bril “Respecteer ieders model van de wereld.” op. En voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart, merk wat er verandert.

De betekenis van je communicatie wordt bepaald door de respons die je krijgt

Communiceren is een actief proces van informatie overdragen. Even kort door de bocht, maar dat is wat het is. Waarom communiceer je eigenlijk? Doe je maar wat, of wil je er iets mee bereiken? Effectief communiceren houd in dat je iets wil bereiken; effectief betekent tenslotte doelgericht.

Stel je voor een hond ligt in de weg, en je wil dat deze hond zijn mand ingaat. Je zegt met strenge stem: “Ga je mand in!”. Ligt het vast wat er nu gebeurt? Zoals wanneer je tegen een steen aanschopt, dat je precies kan uitrekenen wat er gebeurd (energie overdragen in plaats van informatie)? Nee. De hond kiest zijn eigen reactie. De hond kan blijven liggen, de hond kan enthousiast van de aandacht naar je toe komen, de hond kan eigenlijk elk gedrag vertonen wat in de mogelijkheden ligt. Misschien verwacht je wel dat de hond naar zijn mand zal gaan, maar dat ligt niet vast. Of “Ga in je mand!” de juiste communicatie was, hangt af van de reactie van die hond op dat moment. En wanneer de hond doet wat je wilt, dan is de betekenis van je communicatie dus de juiste geweest. Wanneer de hond iets anders doet, dan is je communicatie niet de juiste geweest, want je hebt het resultaat niet bereikt. Je hebt dan niet de juiste informatie overgedragen, op de juiste wijze, om je doel te bereiken. Wees dus flexibel in je communicatie: wanneer iets niet werkt, doe iets anders!

Tijd om vanuit deze gedachte naar die situatie te gaan kijken, in alle rust, met daarbij de bril “De betekenis van je communicatie wordt bepaald door de respons die je krijgt.” op je neus. En voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart, merk wat er verandert.

Weerstand is een excuus

Weerstand is een excuus, ja. Weerstand geeft aan dat de ander niet wil. En dat geeft jou (althans degene die het woord weerstand gebruikt) het excuus om zich niet meer in te spannen. Lekker makkelijk. Het ligt aan hullie, zij hebben weerstand.

Terwijl, eigenlijk, jij er voor kiest om er geen energie meer in te steken, om de ander mee te krijgen. En dat is goed, dat mag natuurlijk altijd en keuze zijn. Maar het is jouw keuze, niet hun weerstand… Besef je dat.

Er zijn geen onwillige mensen. Er zijn wel inflexibele communicatoren.

In de situatie die jij hebt gekozen, was daar iets met ‘weerstand’..? Kijk nog eens, maar nu door deze bril “Weerstand is een excuus.”? En voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart, merk wat er verandert.

Ieder mens heeft alles in zich om alles te kunnen bereiken

Iedereen kan leren. Dus alles wat je NU nog niet kan, zou je straks wel kunnen. Persoonlijke situaties kunnen veranderen, dus alles wat nu niet kan door omgevingsfactoren, zouden straks met andere omgevingsfactoren wel kunnen. Het enige wat je bereikt met het tegenovergestelde denken, is dat je niets doet en dus dat het waarheid wordt.

Er zit nog een diepere werkelijkheid achter deze stelling, en die heeft te maken met het waarom je iets wilt bereiken. Het gaat namelijk niet om de dingen of de zaken maar om de gevoelens die de dingen en zaken naar verwachting zullen opleveren. En dat gevoel dat je wilt bereiken, dat bezit je al van binnen. Wij maken ons enkel wijs dat we de dingen of zaken nodig hebben om het gevoel te bereiken…

Wat doet deze bril met jouw situatie..?

Elk gedrag heeft in de basis een positieve intentie

Om (wat dan ook) te doen, om in actie te komen, heb je motivatie nodig. Motivatie gaat voor de actie uit. Zelfs als je niets doet, kan je daar heel gemotiveerd in zijn…

Laten we eens een experimentje doen: ga eens na bij jezelf, wanneer was de laatste keer dat jij jezelf hebt gesaboteerd? Dat jij iets gedaan hebt vanuit een negatieve intentie voor jezelf? Wellicht dat je, wanneer je erg je best doet, wel met een voorbeeld kan komen. En als ik dan vervolgens de vraag stel: “En wat leverde jou dat toen op, zodat je het toch deed?”, dan zal je zien dat zelfs toen een positieve intentie (voor jezelf) aanwezig was.

Het wil niet zeggen dat de positieve intentie een bijdrage moet zijn aan het grotere goed en het grotere geheel, of zo. Nee, er zat iets positiefs in, gezien vanuit jouw unieke wereldmodel. Je verwacht een positief resultaat met alles wat je doet. Dat is motivatie, en dat maakt dat je in actie komt.

En als we naar die situatie kijken… Wat waren daar de positieve intenties…? Heb je daar een bril voor nodig om ze te kunnen zien?

Er is geen mislukking, enkel feedback

Of iets lukt of niet, meet je door te kijken of het voldoet aan je doel achteraf. Bij een ander doel zou dezelfde prestatie succes betekenen. Terwijl je vooraf, gegeven de informatie die je toen had, het beste koos uit de mogelijkheden die er toen waren in de positieve intentie. En eigenlijk nihileer je jouw inspanning. Je hebt dingen gedaan, en je bent tot nieuwe inzichten gekomen. Je hebt geleerd.

Elk gedrag, elke inspanning, elk resultaat: het is een prestatie. Of het nu wel of niet je doel was. Geef die inspanning ook de credits die het verdient. Natuurlijk is het fijn als je dichter bij je doel komt, en dat was ook de initiële intentie. Daar mag je gewoon trots op zijn.

De persoon met de meeste flexibiliteit is de katalysator van het systeem

Even toegepast op het systeem van communicatie, betekent deze vooronderstelling dat degene die zich het meest flexibel opstelt het systeem in stand houdt; oftewel zorgt dat er communicatie blijft. Flexibel betekent enerzijds energie blijven stoppen in het proces (blijven communiceren), anderzijds wanneer het proces stokt op een andere manier communiceren.

Zodra je in het proces van communicatie stopt met energie steken in het communiceren, dan valt het proces (het systeem) stil. Er is dan geen communicatie meer. Lijkt me duidelijk. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je altijd en overal maar energie in moet stoppen, nee, het betekent alleen dat je er voor kan kiezen om dat wel of niet te doen, en dat de keuze jouw keuze is.

Waarom, als je dan voor kiest om energie in het proces te steken, zou je als de communicatie stokt op een andere manier gaan communiceren? Einstein vatte het ooit mooi samen: “Waanzin is altijd hetzelfde blijven doen en toch een ander resultaat verwachten.”. Leuk hierbij te noemen is het pigeon-effect (het duiveneffect). De mens heeft (net zoals een duif) van nature de neiging om bij alles wat er gebeurd een reden of een oorzaak te zoeken. en een mogelijke verklaring, die niet de juiste hoeft te zijn, wordt als waarheid aangenomen. Dat iets eens werkte, bijvoorbeeld een bepaalde manier van communiceren, wil niet zeggen dat het elke keer werkt. En wanneer het niet werkt, doe iets anders!

Wat betekent dit in de situatie die je gekozen hebt, hierboven? Zet de bril “De persoon met de meeste flexibiliteit is de katalysator van het systeem.” op, en kijk eens wat er gebeurd.

Be at cause

Je kan natuurlijk reageren op wat in je omgeving gebeurd, en je handelen laten afhangen van wat je overkomt. Natuurlijk, iedereen overkomt dingen. Maar besef je dat je altijd zelf de keuze hebt om te reageren op de wijze die jij kiest. Wanneer jij je laat leiden wordt door wat er gebeurd, zal je merken dat het heel makkelijk is om je machteloos en slachtoffer te voelen, en je zal stress ervaren. Het leven wordt het leven lijden. In de file kan je balen omdat je in de file staat, in de regen kan je balen omdat het regent, zonder dat je er iets mee kan.

Wanneer jij je focus legt op jouw invloed, op hoe jij met situaties om kan gaan, zal je merken dat je meer invloed hebt dan je dacht, en dat die mate van invloed steeds groter wordt. Het leven wordt het leven leiden. In de file kan jij je beseffen dat jijzelf ervoor gezorgd hebt dat je hier nu vaststaat en iets leuks of nuttigs zoeken om te doen, in de regen kan jij je beseffen dat je beter een paraplu mee had kunnen nemen, om vervolgens van het spatten van de druppels in je gezicht te genieten.

Richt je op jouw mogelijkheden, ontdek de verschillende manieren waarop je met situaties om kan gaan, en merk dat je door een simpele keuze kan dansen in de regen!

Oorzaak, gevolg, een situatie, jouw keuze van je reactie. Wees de oorzaak. Wat doet de “Be at cause”-bril met jouw beleving van de situatie?

Mensen zijn niet hun gedrag

Alles wat je ziet, waarneemt, is enkel het gedrag van de ander, in deze specifieke situatie. Daarmee ken je de mens nog niet. Neem bijvoorbeeld de opdracht in de vorige module, het bekijken van een film. Sommige mensen doen dat (gedrag), sommige mensen slaan dat over (gedrag). kiezen voor het ene of het andere zegt niets over de mensen, het zegt iets over hoe deze mensen handelen wanneer ze zich op een bepaalde manier in een bepaalde situatie bevinden. En de persoon is veel meer dan enkel het handelen in een specifieke situatie.

Puntje aan de zijlijn: wanneer jij het gedrag van een persoon op de mens betrekt, waar gebeurt dat dan? Het antwoord is in jouw wereldmodel, en enkel in jouw wereldmodel. Een oordeel van een ander over jou, of jouw oordeel over een ander zegt meer over de oordelende persoon, dan over de beoordeelde. De basis van projectie.

Accepteer de persoon, en richt je op het concrete gedrag. Wat doet dat met de situatie die je als voorbeeld hebt genomen?

Be at cause

Zo, nu je dit hebt gelezen, en door de brillen hebt gekeken… Welke van de vooronderstellingen had de meeste invloed op je perspectief? En welke de minste? Welke spreekt je in het algemeen het meeste aan?

Hoe kan jij er voor zorgen dat jij deze vooronderstellingen straks, wanneer je ze zou kunnen gebruiken, op je netvlies hebt staan? Misschien wil je ze zelfs integreren, hoe ga je dat dan aanpakken?

Wees de oorzaak. Bepaal wat jij hier mee zou kunnen doen, bepaal wat jij er mee zou willen doen, bepaal hoe je dat gaat doen, en doe het! Jouw keuze, jouw weg, jouw resultaat. Wees de oorzaak, ook in jouw leerproces. Jij, en alleen jij, weet wat je er mee kan en wilt. Neem het heft in handen en zorg voor jezelf.

En jij weet wanneer jij klaar bent, wanneer jij je resultaat hebt bepaalt, en de stappen hebt genomen die je wilt nemen om het resultaat te bereiken.

4. Meer NLP

In deze introductie heb ik je een klein beetje laten proeven van wat algemene NLP. Heb je gemerkt dat door je perspectief te veranderen andere mogelijkheden ontstaan? Andere mogelijkheden en andere keuzes? Heb je gemerkt dat de waarheid zoals wij die ervaren, bijvoorbeeld hoe je eerst naar jouw gekozen situatie keek en hoe je er nu naar kan kijken, flexibel is? Merk je dat, bijvoorbeeld in die gekozen situatie, meer vrijheid en ruimte ontstaat? Zou je meer mogelijkheden willen, zou je andere keuzes willen, zou je meer vrijheid en ruimte willen ervaren?

Dan kan meer NLP iets voor jou zijn. Waarbij je er voor kan kiezen om in de lijn die hier is ingezet door te gaan met bijvoorbeeld de NLP Practitioner (leer om elke NLP techniek uit te kunnen voeren), en bij de NLP Master Practitioner (leer de technieken te combineren en ook zelf te maken).

Posted by Rutger in NLP handleiding

Realiseer waar je van houdt.

Even stil in het moment van…

Overspoeld door mogelijkheden en beslissingen. Druk om te voldoen, druk, druk, druk. Je wordt geleefd. Je wilt wel van alles, maar ‘al dat gedoe’ dat wil je niet. Geluk, samen, contact, ‘Wie ben ik’, woorden waar je meer gevoel bij zou willen hebben. Je bent nuchter, en toch soms overspoelt de emotie. Omwille van anderen cijfer jij jezelf weg. Je vindt je eigen weg maar toch wil je ook geaccepteerd worden. Naar buiten toe doe je altijd vrolijk en optimistisch maar van binnen soms ook zo onzeker. Je mag niet mopperen, dus doe je dat maar niet. Je loopt op je tenen. Best lastig soms… Eigenwijs en eigengereid… Je zou wel geïnspireerd willen worden, meegenomen worden in een flow als in een ontdekkingsreis, en ook andere mensen willen inspireren, en invulling geven aan de belangrijke dingen die er toe doen in jouw leven…. En zo leef jij je leven door…

Stel je voor hoe jij je zou voelen wanneer jij het werk en het leven leeft op de manier waar jij van houdt..! Dat jij richting kan geven aan wat je werkelijk diep van binnen voelt, en ontdekt waar je grenzen liggen. Neem de verantwoordelijkheid om je leven deze invulling te geven, volg je waarden, creëer en inspireer. Ontdek je innerlijke kracht en vrijheid, herstel het contact met jezelf, vindt balans in denken, voelen en doen. Laat iedereen zien hoe mooi je werkelijk bent, doorbreek de automatische piloot, en geniet! Je bent het waard.

NLP geeft je de mogelijkheden, vertelt je ‘hoe dan’, en jij bepaalt de richting waar je heen wilt. Wil jij het werk waar je van houdt? Wil jij het leven waar je van houdt? Wil jij de juiste keuzes maken? Is het tijd voor jouw persoonlijke realisatie?

Maak je leven het waard! En ik weet niet hoe goed het voelt voor jou om jezelf deze ruimte te geven. Ik weet wel dat mensen na afloop van een NLP training gevonden hebben wat zij zochten. Voor de één is dit meer vrijheid en weer voor de andere meer plezier, rust en vertrouwen. Wat iedereen na afloop meeneemt is hervonden innerlijke kracht en een uitbreiding van mogelijkheden. Manieren om het “hoe dan” invulling te geven. Wat in een NLP training wordt ervaren is de “vertrouwelijke sfeer”, een vacuüm van tijd en ruimte waarin je er helemaal voor jezelf bent.

Hoe meer je ontdekt, hoe meer je de mogelijkheden ziet en de gevoelens ontstaan, tot het punt dat jij het vertrouwen voelt om invulling te geven aan jezelf, aan je werk en je leven op een manier waar jij van houdt.

Posted by Rutger in Archief

Soorten ankers

Normaal anker
Enkele stemming, door één (VAKOG) prikkel (stimulus) weer op te roepen.

Veiligheidsanker
Veiligheidsanker wordt gemaakt voordat er een techniek wordt gebruikt waarin gewerkt wordt met een negatieve ervaring. Het veiligheidsanker wordt gebruikt, wanneer het contact met een negatieve ervaring te intens wordt. Zo intens dat je direct het contact met die negatieve ervaring wilt verbreken. Onder het veiligheidsanker moet een heel krachtige stemming zitten. Eén waarvan je zeker bent dat het alle veiligheid biedt. Daarom heet het ook wel een ontsnappingsanker (een bail-out)

Kies of creëer een stemming/ervaring waarbij/waarin jij je absoluut veilig voelt of kies een hele sterke positieve stemming/ervaring. Het anker plaatsen gebeurt zoals een normaal anker; alleen vanwege de specifieke toepassing wordt dit onderscheid gemaakt.

Stapelen, versterken met sliding, refractioning en submodaliteiten: zorg voor een krachtig veiligheidsanker!

Bij een veiligheidsanker wil je soms de zogenoemde “Seperator state” gebruiken. In deze staat dissocieer je van de ongewenste situatie. Geassocieerd is het soms lastiger om te achterhalen welke krachtige hulpbron(nen) nodig zijn om de ongewenste ervaring te veranderen.

Stapelanker
Meerdere stemmingen, ervaringen, staten, emoties in dezelfde stimulans levert een cumulatief effect. Je stapelt het op elkaar op dezelfde plek, door de individuele, al dan niet verschillende) stemmingen/ervaringen/staten/emoties uit te vragen, en deze na elkaar op gelijke wijze te stapelen.

Doordat stapelen kan, kan je ook in 1 staat meerdere keren ankeren. Bijvoorbeeld, een visueel iemand die gelijk in de ervaring zit: ankeren, en daarna de ervaring versterken met submodaliteiten, en nogmaals ankeren.

Je kan eenvoudig, in het levendig maken, testen of een wijziging op de submodaliteiten helderheid, scherpte, geassocieerd/gedissocieerd en afstand de hulpbron beter maakt. Sterker laten beleven doe je alleen met positieve gevoelens en hulpbronnen!

Je kan ook iemand uitnodigen om de ervaring meerdere keren te laten herbeleven. Dit heet refractioning, en is een manier om de staat te verdiepen, nog intenser te maken. Elke keer ankeren (stapelen) bij refractioning, levert een “goed opgeladen” anker

Plaatsanker
De plaats waar je staat of zit, de locatie waar je bent, kan ook een anker zijn. Verplaatsen (afstand nemen) is niet alleen taalgebruik, het is ook letterlijk te nemen.

Collapsing anker
Dit anker zorgt voor een krachtig wegnemen van ongewenste stemming, ervaring, staat, emotie door deze weg te laten vallen tegen een nog krachtiger positief (stapel-)anker.

Het negatieve versterk je natuurlijk niet, het positieve wel (met de submodaliteiten, en later Milton-patronen).

Voor het beste effect kies je er voor om de tegengestelde ankers links en rechts op het lichaam aan te brengen: linkerhand en rechterhand, linkerschouder en rechterschouder, linkerknie en rechterknie.

Een collapsing anker is ook de manier om een (ongewenst) anker te verwijderen.

Sliding anker
Creëer een anker tijdens het ontstaan van een stemming (korte stimulans voor het hoogtepunt). Behandel dit als een schuif die je open of dicht kan zetten, als een volumeschuif. Versterk de ervaring door woorden als ‘sterker’, ‘meer’ enzovoort.

De richting van de schuif is betekenisvol. 0 is laag of links, 10 (voluit) is hoog of rechts. Wanneer je het tegenover iemand doet: houdt rekening met het omdraaien van links en rechts (voor de kijkers links/rechts).

Enthousiasme en motivatie worden sterker wanneer je de schuif ‘open’ zet. Rust en stilte worden juist beter wanneer je de schuif ‘dicht’ zet.

Doordat je een schuif gebruikt, is het niet nodig om op het hoogtepunt, de piek van de intensiteit, te ankeren. Elke intensiteit is goed, tijdens het ontstaan van de stemming.

Het gebruiken van een sliding anchor is een moment van Leading. Ondersteun de beweging van de schuif, met woorden, toonhoogte, volume, een betekenisvolle blik, geluiden… “En dat gevoel {FIRE ANKER and HOLD}… {SLIDE} sterker… {SLIDE} sterker… {SLIDE} zelfs nog sterker NU. Hoe meer je focust, hoe intenser het gevoel…”

Opmerkingen:
– Wanneer je het gevoel verder wilt versterken dan ‘10’, verplaats het anker naar een nieuwe slide:

Vuur het anker af
Kalibreer op het ontstaan van de stemming, en intensiveer/maximaliseer
“Pak” het anker op, en verplaats het naar een nieuwe plek (anker het ergens anders).

– Normaal gesproken is een schuif lineair georganiseerd: 1 naar 2 is een net zo grote stap als 5 naar 6. Je zou ook een kwadratische ophoging kunnen suggereren, door woorden als “verdubbeling” of “2 keer zo sterk” te gebruiken in plaats van het globalere “meer” of “sterker”, tijdens het ophogen van een eenheid.

Chaining anker
Dit anker wordt gebruikt, wanneer de sprong tussen een ongewenste stemming en gewenste stemming te groot is; waar een collapsing anker geen oplossing biedt.

Stel je voor, op elke vingerknokkel wordt een anker aangelegd. Er zit een logische volgorde in van 1 t/m 5. Bij vingerknokkel 1 wordt het eerste anker aangelegd (huidige of ongewenste situatie). Onder vingerknokkel 2 t/m 4 worden de logisch volgende stappen geankerd om te komen tot de gewenste situatie. Bij de 5de vingerknokkel wordt de gewenste situatie geankerd.

Het afvuren van de ankers doe je door op het eerste anker te drukken. Deze houd je vast, terwijl je het tweede anker afvuurt. Heel geleidelijk laat je het eerste anker los, net zoals bij collapsing (alleen heet het hier chaining). Doe dit tot en met het laatste anker. Herhaal deze stappen totdat bij vingerknokkel 1 direct de gewenste situatie/staat ontstaat.

Dit effect kan ook worden bereikt met plaats ankers.

Oefeningen met speciale NLP ankers

Oefening Stapelanker

Groepjes van 2.

B kiest een hulpbron.

A bepaalt een unieke stimulans bij B (schouder-, hand- of knieaanraking) voor het anker.

A vraag de hulpbron uit, maakt een levendige ervaring. Start visueel, door naar auditief, door naar kinestetisch. Versterk deze staat, deze beleving, met behulp van submodaliteiten. Kalibreer op BMIR’s, en A kiest het juiste moment om het anker te zetten bij B (let goed op: dat kan bij sommige mensen al direct zijn, bij visueel).

A break-state.

A test het anker door het af te vuren. Kalibreer op BMIR’s of de stemming er onder zit.

B kiest een 2e hulpbron.

A vraag de 2e hulpbron uit, maakt een levendige ervaring. Start visueel, door naar auditief, door naar kinestetisch. Versterk deze staat, deze beleving, met behulp van submodaliteiten. Kalibreer op BMIR’s, en A kiest het juiste moment om het anker te zetten bij B (let goed op: dat kan bij sommige mensen al direct zijn, bij visueel).

A break-state.

A test het stapelanker door het af te vuren. Kalibreer op BMIR’s of de stemming er onder zit.

Wissel van rol.

Oefening Collapsing Anchor

Groepjes van 2.

B kiest een negatief gevoel, dat B in de weg zit.

A bepaalt twee unieke stimuli bij B (schouder-, hand- of knieaanraking) voor de ankers, aan weerszijden van het lichaam (links/rechts). Bereid je break-states voor; kies of je eerst een veiligheidsanker gaat zetten.

A eliciteert en ankert het negatieve gevoel LINKS. Break-state.

A test het anker door het (kort) af te vuren, met de vraag:

Dit gevoel, [ANKER AFVUREN] wat zou jou daarbij helpen?

Wanneer het anker goed gezet is, dan noemt B vanzelf (een) hulpbron(nen). Vraag eventueel door naar meer hulpbronnen: “En wat nog meer zou jou helpen?”. Wel BMIR’s, geen hulpbron: gebruik de seperator state (dissocieer B).

A eliciteert, maximaliseert, ankert en test de hulpbron(nen) in een stapelanker RECHTS.

Collapsing:

  • A vuurt negatief anker LINKS af (blijven afvuren),

  • A kalibreert het ontstaan van de negatieve stemming,

  • A vuurt, na het ontstaan van de negatieve stemming, het hulpbronanker RECHTS af (blijven afvuren),

  • A kalibreert een stemmingsverandering,

  • A laat negatief anker LINKS los,

  • A kalibreert een stemmingsverandering,

  • A laat hulpbronanker RECHTS los.

Herhaal eventueel het collapsing totdat er nauwelijks BMIR’s meer zijn.

Test en Future pace

Wissel rol.

Oefening Sliding anker

Groepjes van 2.

B kiest een fijne herinnering.

A bepaalt een unieke stimulans bij B (schouder-, hand- of knieaanraking) voor het sliding anker.

A vraag de herinnering uit, maakt een levendige ervaring. Start visueel, door naar auditief, door naar kinestetisch. Kalibreer op BMIR’s, en A kiest een juist moment om het anker te zetten bij B.

A houdt contact met het anker en suggereert toename of afname, begeleid door de beweging van een ‘schuif’. Kalibreer op BMIR’s. Speel er mee!

Wissel van rol.

Oefening Sliding anchor 2

Uitvragen naar een specifieke emotie, met mindreads, om een stateshift te bewerkstelligen, of met een specifiek gevoel aan de slag te gaan: “Ik weet dat jij herinneringen hebt aan situaties waarin jij je X voelde… [Kalibreer] Kies er maar één… Nee, niet die, een andere…”.

A bepaalt een unieke stimulans bij B (schouder-, hand- of knieaanraking) voor het sliding anker.

A “Ik weet dat jij herinneringen hebt aan situaties waarin jij je vrolijk voelde… [Kalibreer] Kies er maar één… Nee, niet die, een andere…”. Kalibreer op BMIR’s, en A kiest een juist moment om het anker te zetten bij B.

A houdt contact met het anker en suggereert toename of afname, begeleid door de beweging van een ‘schuif’. Kalibreer op BMIR’s. Speel er mee!

Chaining Anker

Chaining anker – Ontwerp

1. Eliciteer de huidige staat en de gewenste staat.

2. Beslis in hoeveel stappen je de overstap van de huidige staat naar de gewenste staat wilt maken.

Huidige staat – tussenstap – tussenstap – tussenstap – resultaat

Om de mate van toepasbaarheid van de tussenstappen te bepalen denk aan:

De richting van de motivatie van elk te nemen stap. Is deze benaderend of vermijdend?

3. Eliciteer elke tussenstap met de elicitatie vraag:

Welke staat ligt halverwege tussen……(staat) en ……(staat). Welke ervoor zorgt dat je je richting (de gewenste staat) beweegt?”

Identificeer en eliciteer staat 3.

Welke staat ligt halverwege tussen de huidige staat en de gewenste staat en zal ervoor zorgen dat je in de richting van de gewenste staat beweegt?”

Identificeer en eliciteer staat 4.

Welke staat ligt halverwege tussen staat 3 en de gewenste staat en zal ervoor zorgen dat je je richting de gewenste staat beweegt?”

Identificeer en eliciteer staat 2.

Welke staat ligt halverwege tussen de huidige staat en staat 3 en zal ervoor zorgen dat je je richting de gewenste staat beweegt?”

4. Schrijf de ketting op en controleer de ecologie.

Chaining Anker – Installatie

Ga er van uit dat je klaar bent met het ontwerp van de ankerketting.

1. Anker staat 2

Break state

2 Anker staat 3

Break state

3 Anker staat 4

Break state

4 Anker de gewenste staat.

Break state

5. Anker de ongewenste staat

Break state

6. Vuur het anker van de ongewenste staat af gevolgd door anker 2, 3, 4 eindigend op de gewenste staat. Indien noodzakelijk herhaal dan deze stappen (duidelijke BMIR’s stemmingswisselingen).

7. Break state aan het einde van de ketting.

Vuur het anker van de ongewenste staat af (zodra de persoon zich associeert met de staat,

laat dan het anker los) en zeg “en doorloop de rest van de ketting”.

8. Test

9. Future pace: “Wanneer je morgen …, hoe voelt dat dan?”

Posted by Rutger in NLP handleiding

Bewust en onbewust leren

Alles wat je bewust bent en doet, is slechts een deel van het totaal. Miller stelt met de 7 (plus of min 2) regel dat mensen slechts in staat zijn om 5 tot 9 aandachtspunten tegelijk te hebben. Al het overige is onbewust. Misschien merk je het pas wanneer je mijn vraag leest hoe je aandacht gericht is: “Hoe voelt jouw linkervoet?”.

Je onbewuste leert sneller dan je bewuste, continu. Formele leerstrategieën, gebaseerd op onderzoek in het huidige onderwijssysteem, gaan er van uit dat je 4 fasen doorloopt (Kolb):

Model van Kolb

Leren volgens Kolb

Dit model van Kolb wordt veelgebruikt om onderwijs in te richten, leerstrategieën te ontwikkelen en dergelijke. Maar wanneer ik dit model zie, dan vraag ik mij af, waarom sommige mensen bij intense leerervaringen supersnel kunnen leren… Hoe mensen pleinvrees en dergelijke leren (ik heb nog nooit iemand bewust bekwaam op een plein zien staan)… Ik zie hoe ik herken zoals een lelijk jong eendje in een flits van een seconde leert dat hij een zwaan is, en zijn volledige wereldmodel omver gooit… Kennelijk is er dus meer dan enkel dit model van Kolb, kennelijk is er meer dan gestructureerd leren. Er is ook een (heel snel) proces op onbewust niveau rechtstreeks van Onbewust Onbekwaam naar Onbewust Bekwaam.

Wanneer je ontdekt dat je ook rechtstreeks van Onbewust Onbekwaam naar Onbewust Bekwaam kan gaan, door heel bewust je leren niet bewust te maken, en onbewust te laten, kan je verrast worden door de resultaten die je haalt. Chaos en verwarring duiden er op dat je aan het leren bent: oude vastgeroeste patronen bieden niet de houvast meer die je gewend bent; je treedt uit je comfortzone. Leren betekent genieten van chaos en verwarring. Bekende symptomen zijn gapen… Vroeg naar bed willen gaan… Rust nodig hebben…

Posted by Rutger in NLP handleiding