ruimte

Roald Dahl

Een goede manier om je te verdiepen in het schrijven van andere schrijvers is niet zo zeer precies het gedrag en de schrijfstijl analyseren, als wel je te verdiepen in de achtergrond van de betreffende schrijver, en dan vooral op de betekenis die deze achtergrond heeft gekregen voor de schrijver. Zijn echte gedachten, waarden en normen, overtuigingen, hoe hij zichzelf ziet, en zo voort. Biografieën die sappige verhalen vertellen zijn daarbij minder interessant als echte interviews, omdat de eerste vaak meer het overtuigingsfilter van de biograferende auteur weergeeft, terwijl de tweede zo dicht als mogelijk komt bij de wereldbeleving van de auteur.

In dit artikel, vindt je een aantal achtergronden, inzichten en gedachten die ik heb gevonden in de verschillende interviews die eenvoudig te vinden zijn op Youtube, voor Roald Dahl.

– “Zelden krijg je een goed idee. Een idee dat vervolgens de tijd mag krijgen om te groeien.”.
– “Het begint met een piepklein miniatuur zaadje van een idee; een microbe, een kiem. Schrijf het snel op omdat het anders, net als een droom, weer verdwijnt. En dan die kiem heel voorzichtig bekijken, laten ronddwalen, er aan snuffelen.”.
– Roald zat in zijn jeugd op een kostschool, waar hij veel inspiratie vandaan haalde voor Mathilda. Naast die school zat een snoepfabriek, die de kinderen van de school soms trakteerde om feedback te krijgen op nieuwe producten (inspiratie voor Sjakie en de chocoladefabriek). Zijn moeder vertelde hem Noorse mythen als bedverhalen waaruit hij karakterbeschrijvingen haalde.
– Roald vertelde bedverhalen aan zijn kinderen. “Als ze vragen om meer, dan heb je iets geraakt.”.
– Zijn meest genoemde belangrijke tip van een ander aan hem: “Voeg veel detail toe.”.
– Hij begon met korte verhalen, eerst autobiografisch en later fictie. Vervolgens ook kinderboeken.
– Gebruikt veel fantasie, met bedachte woorden. Creëert een intieme ‘wij’-sfeer met inside-jokes. Strijd tussen goed en kwaad, waarin kinderen voor zichzelf opkomen. Volwassenen zijn boeven. Veel snelle afwisseling, de ene pagina donker en zwaar, de volgende vol van (donkere) humor. “Wees grappig, grollig, scherts en gebruik kwinkslagen. Giechel.”.
– “Geniet en hou van de grappen die kinderen grappen.”.
– “Het moet opwindend zijn, snel, een goede plot, maar boven alles moet het grappig zijn.”.
– Hij werkte vierenhalf uur per dag. Dat deed hij in een afgeschermde ruimte, een kleine schuur in zijn tuin. Foto’s zijn te vinden op Google. “Volledig ondergedompeld in een fantasiewereld.”. In flow en intuïtief.
– “De karakters moeten interessant zijn. Ik maak ze interessant door karaktereigenschappen te overdrijven. Slecht is heel slecht, lelijk is superlelijk, aardig is superaardig. Geef de eigenschap een impact mee.”.

Posted by Rutger in Archief

Schrijfoefening: Ontmoeting

Het is een mooie zomerdag. De zon schijnt warm op mijn armen, en terwijl ik de pedalen van mijn fiets met enige kracht beweeg voel ik hoe de snelheid mij met een warm briesje beloond. Het korte t-shirt bolt iets door de luchtstroom en verkort de toch al korte mouwen nog meer. Ik zie de overgang van mijn licht verkleurde huid naar het witte, te weinig zon krijgende deel van mijn bovenarm als ik even mijn blik afwend van de weg om iets meer aan te zetten. “Schone schijn.” glimlach ik, want ik zie in de verte de eerste wolken aankomen. Voordat ik vertrok vertelde Buienradar mij dat het over een half uur zal gaan regenen. Tijd zat, want over 20 minuten ben ik weer thuis, en ik geniet van de zon, de bries…

Ineens een druppel. Midden op mijn hoofd, zo voelen de haren die mijn hoofd bedekken mij. Niet een kleine druppel, maar zo een druppel zoals die tegenwoordig in de veel heftigere buien vergeleken met vroeger kan vallen. Voldoende groot om er aan te twijfelen of het wel een druppel is, zoekt deze zich na de landing op mijn kruin een weg naar mijn nek om daar te doen wat druppels doen: druppelen. Het kietelt een beetje, en met een lichte rilling geef ik de druppel de vrijheid om in mijn t-shirt opgenomen te worden. Dit is te vroeg, ik heb nog 18 minuten reken ik snel als ik heb gekeken op het hartslagklokje dat ik vorige week aan mijn stuur heb vastgemaakt. Pats, een druppel op mijn arm. Ik verbaas me over de kracht die de druppel toont door bij de landing uiteen te spatten in meerdere kleinere druppels, die allen zouden kunnen doorgaan voor regendruppels. De haartjes op mijn arm plakken in een cirkel met een doorsnee van ruim 5 centimeter vast aan mijn huid; mijn huid die op een prettige manier iets afkoelt, en eigenlijk op een comfortabele manier de druppel accepteert.

Dan gaat het los, zo maar, uit het niets. Een muur van water valt naar beneden. In een paar seconden stroomt het water door mijn haar, is mijn t-shirt tot op de draad nat, en zie ik hoe mijn broek glanst van het water, hoe het water een laagje vormt op mijn bovenbenen bij het ronddraaien van de pedalen, alsof de broek iets wordt uitgeknepen door mijn bovenbenen. Ik doorzie wat hier gaat gebeuren, ik ga helemaal wegspoelen. Ik voel nu al stroompjes water mijn schoenen inlopen.

Ik zie hoe een medefietspadgebruiker net naast het fietspad stopt om te schuilen onder een boom en ik glimlach over hoe onzinnig dat voor mij zou zijn. Ik zie hoe hij met wilde spoed probeert zichzelf te beschermen tegen het nat worden. Ik draai mijn hoofd af, om de regen op te vangen op mijn rug, en verbaas me over hoe veel water mijn broek al heeft opgenomen; ik zie hoe mooi zwart hij is geworden door het water, en wanneer mijn been omhoog wordt gerezen door het pedaal zie ik hoe er een spiegellaag ontstaat door het water dat uit de vezels wordt geknepen. Het is prachtig. Vanuit mijn ooghoek zie ik een obstakel op het fietspad; iemand die midden op de weg een poncho over zijn reeds natte kleren heen trekt. Licht wreed gelach ervaar ik van binnen over zijn gelag en probleemoplossend gedrag. Het heeft geen zin, het is goed zo. Hij kijkt even op, maar als een langskomende schaduw die geen gevaar voor hem of zijn fiets vormt keert hij weer naar binnen en strijdt verder. Mijn blik gaat weer naar beneden en ik zie hoe nieuwe riviertjes ontstaan op het fietspad. Het gaat echt hard. Mijn bril is nat, en de druppels zorgen er voor dat ik slecht zicht heb. Bijna euforisch stel ik vast dat ik geen vezel meer aan mijn lichaam heb die ik zou kunnen gebruiken om het overtollige water van de glazen af te nemen. Met mijn hoofd gebogen kijk ik dan maar over de rand van mijn bril in de verte om op de komende rotonde schaduwen te ontwaren die wellicht beter zijn om te ontwijken.

Een auto stopt en geeft voorrang. Iemand met een bril kijkt neutraal hoe ik voor haar langs ga, als ze even zicht heeft dank zij de ruitenwissers. Ik stel me voor hoe haar rechterbeen gestrekt op het rempedaal drukt, en vraag me af of ze me ook voorrang zou geven wanneer ze het niet had, hier, gewoon uit een soort compassie voor iemand die tot de naad nat is waar zij in de herrie van de voorraamblower in elk geval droog is. Misschien omdat ze genoeg tijd heeft, want wanneer zij straks door deze bui 5 meter vanuit haar auto naar een voordeur moet lopen… Ik zie de onzinnigheid van al dan niet voorrang geven, nat ben ik al en even wachten zou alleen betekenen dat nieuw water het oude vervangt.

Ik ben benieuwd of mijn handremmen, met van die knijpblokjes wel goed werken in deze nattigheid. Ik probeer iets af te remmen, en op een rare manier ben ik opgelucht dat de fietsenmaker wat bredere blokjes heeft gemonteerd zodat ik net voor de rotonde waarschijnlijk op tijd had kunnen stoppen als ze me niet gezien had.

En toen, toen zag ik jou. Eerst in mijn ooghoek, een schaduw die bewoog in een kruisende beweging, van rechts, op ramkoers. Om je intenties te controleren en mijn respons voor te bereiden bewogen mijn ogen zich richtende naar jou. Ik zag je hond die losliep, als een keurig afgerichte hond, een meter links voor je, je zwarte laarzen, terwijl mijn ogen verder omhoog gingen, een strakke spijkerbroek, een haltertruitje en je blote armen, en een geweldige lach rond je lippen, midden tussen je verwaterde haren. Die lach maakte dat de tijd even stil stond. Wat een kracht, wat een zelfverzekerdheid, wat een vertrouwen, wat een geweldige uitstraling zag ik in jou. “Wat een KUTweer!” riep je met een lach, en je keek me recht aan, open en als twee bondgenoten in dezelfde situatie. Mijn grijns deed pijn in mijn mondhoeken als ik pijn zou kunnen voelen. Alles stond stil bij mij, mijn gedachten, mijn gevoelens, mijn waarneming, enkel jouw lach op jouw iets naar rechts hellende gezicht (voor de kijkers links). Ik weet niet of ik nog iets heb gezegd, of dat ik het heb gelaten bij het geven van ruimte aan mijn tanden van oor tot oor. Ik heb nog nooit zo iets moois gezien als jij, daar in de regen. Ik heb nog nooit een contact en verbondenheid gevoeld zoals daar.

Nu is het drie maanden verder. Ik koester jou en het moment dat daar was. En ik weet niet of jij hetzelfde had, of niet. Het maakt niet uit, want ik doe gewoon alsof het wel zo is. Wij samen, twee mensen in de regen, die genieten van de stompzinnigheid van de situatie. Een top-3 moment dat, zo hoop ik, altijd bij me zal blijven.

Posted by Rutger in Losmakers

Schrijfoefening: de waterkoker

Thee, eindelijk thee. Thee geeft rust, thee geeft kracht, thee maakt me sterk om de dingen breder te zien, om er weer tegenaan te kunnen. Ik voel hoe het handvat kracht uitoefent om de waterkoker te laten kantelen in mijn hand, en ik hoor het klikken van de deksel en vervolgens het bruisende water dat de waterkoker vult. Het gaat als vanzelf, zo gewend ben ik er aan. Gewoon even vullen, klikken en klaar. En makkelijk, er kan veel in; genoeg om een ruime theepot ineens te zetten. Ik zet de waterkoker weer in zijn houder en als automatisch klik ik de knop om. Ik frons even als ik het bekende lampje mis, ik til even de koker op om hem te ontgrendelen, en plaats hem opnieuw om vervolgens opnieuw het knopje om te zetten. Kut, hij doet het niet merk ik. Ik kijk naar het stopcontact en zie dat de stekker er in zit, en probeer het nogmaals. Ik merk niet eens hoe ik ondertussen tegen mezelf begin te praten: “Kloteding, geef mij mijn rustmomentje”, “Niet nu”, “Altijd hetzelfde hier in huis”, “Kan er nu niets goed gaan”, en ongemerkt vormt mijn gevoel zich in overeenstemming met mijn dialoog. Frustratie, desillusie, irritatie, in de steek gelaten en alleen zijn de gevoelens die strijden om de boventoon, en waarvan ik denk dat het mijn echte gevoel is terwijl het eigenlijk mijn denken is dat deze gevoelens oproept.

Binnensmonds trekken mijn spieren zich samen om vloekwoorden uit te gaan spreken, maar ik hou me in en pak een pan om het water op het fornuis te koken. Stom gedoe, moet ik het weer zelf doen, mag ik dan niets verwachten. Hulpeloos en onbewust laat ik me ongemerkt door mijn stemmetje terug in mijn wereldje trekken waar het veilig is, en waar de boze buitenwereld mij niet kan zien, niet bij kan. Als het water kookt, giet ik de thee op, en neem namokkend een kop. Het geeft niet de rust waar ik op gehoopt had.

’s Middags ga ik op zoek naar een nieuwe waterkoker. Balend van de tegenslag, bekijk ik met kritische ogen het aanbod. Te klein, lelijk, te onhandig, gevaarlijk, te duur… Ik besef me nu pas terwijl ik me oriënteer hoe fijn mijn oude waterkoker eigenlijk was. Hoe ik gewend was aan zijn eenvoudige werking, hoe goed we samen een team vormden. Uiteindelijk, ik had er toch een nodig dacht ik, koos ik er maar eentje. Ik weet niet eens maar om welke reden ik nou die specifiek koos, het maakte me allemaal niet meer uit. Raar, hoe dat soort ontdekkingen pas boven komen als je het gewone kwijt bent en mist.

Moedeloos, en met tegenzin, plaatste ik de nieuwe waterkoker op het aanrecht. Daar moet ik het dan maar mee doen. Ik wil ruimte maken dus eerst de oude opruimen voordat ik de nieuwe waterkoker uitpak. Ik haal de stekker uit het stopcontact, en het licht gaat uit. Verbaasd kijk ik naar de stekker, en doe hem weer in het stopcontact waarop het licht weer aangaat. Langzaam dringt het tot me door dat ik niet goed heb gekeken. Ik had wel aan de stekker gedacht, maar ik had het te snel aangenomen dat de basis, de elektriciteit goed was. Ik verwissel de stekkers zodat de waterkoker weer spanning krijgt, en controleer de werking. Hij doet het nog gewoon, net als altijd. Alleen in mijn gezichtsveld, in mijn eigen wereldje deed de waterkoker het niet. Zoals zo veel zaken niet werken als je de basis niet op orde hebt. Gelukkig kwam ik er op tijd achter, anders zat ik nu met een waterkoker die niet bij me paste, een tweede keuze, in plaats van mijn eigen ondergewaardeerde waterkokertje. Vrijwel gedachteloos had ik ondertussen weer thee gezet, en door de basis weer op orde te hebben kwam de rust en de kracht weer vanzelf terug.

Posted by Rutger in Archief

Zwarte piet

Mijn kinderen willen gewoon een leuk feest van Sinterklaas.

Zwarte Piet is daar geen wezenlijk onderdeel van, behoudens de rol die zij hebben in de verklaring van hoe de cadeaus ineens verschijnen. Sterker nog, als een Zwarte Piet ineens de persoonlijke ruimte van mijn kleinsten betreedt ben ik lang bezig om het stressniveau bij mijn kind te verlagen, om het huilen te stoppen. Dat lijkt me niet een ingrediënt van een leuk feest.

Ik hoor niemand klagen over het verdwijnen van de oude kachel en de roetpijp, en over hoe de CV installatie het feest van Sinterklaas verpest. Hoe verschijnen nu de cadeautjes? Wat doen we nu met schoenen zetten?

En, waar is de klaagzang over het verdwijnen van de roe, symbolisch voor de rol van boeman die Zwarte Piet in de 19e eeuw heeft gekregen? Ergens zit die rol er nog steeds in, die rol van boeman, als ik de reactie van mijn jongsten zie.

En daarvoor, waar was de klaagzang midden in de 19e eeuw toen de hulp van Sinterklaas (gekleed en gemaskerd als harlekijn, een clown, een grappenmaker) ineens “Pieter me knecht” werd en toen de rol van boeman inclusief roe kreeg?

Waarom maken we deze hele discussie zo belangrijk, terwijl het een bijzaak voor een leuk feest is?

Kunnen we Sinterklaas de cadeaus gewoon via PostNL laten bezorgen?
Kunnen we de postbode de nieuwe harlekijn laten zijn?

En gaat nu weer over naar de orde van de dag.

Posted by Rutger in Archief

Schrijfoefening: Hou het bij jezelf

Volgende week, volgende maand, volgend jaar, het jaar daarop, kijk je terug op vandaag. Op wat je vandaag doet en wat je vandaag laat. Bijvoorbeeld dingen die je wel doet omdat het van je verwacht wordt, dingen die je laat omdat het van je verwacht wordt. Of eigenlijk, dingen die je doet dat je denkt dat het van je verwacht wordt, en dingen die je laat omdat je denkt dat het van je verwacht wordt. Als jongere was die drive sterker, om verwachtingen te verwachten en te voldoen aan de verwachte verwachtingen, nu vindt je meer vrijheid om verwachtingen die je zelf hebt aan je leven de ruimte te geven. Verwachtingen van anderen worden meer een mogelijkheid en je eigen wensen, nieuwsgierige verwachtingen worden belangrijker dan het voldoen aan de norm. Zonder doorschieten naar afzetten tegen de sociale norm gewoon doen wat je zelf wilt. Een normale ontwikkeling van het ontdekken dat het leven toch anders in elkaar zit dan je denkt. Eerst denk je als jongere dat voldoen aan verwachtingen heel belangrijk is, dan keer jij je bewust tegen verwachtingen van anderen en bepaal je zelf de regels, om uiteindelijk te ontdekken dat mensen veel minder bezig zijn met jou, met wat jij denkt en met wat jij doet dan je had verwacht. Het zal ze worst zijn, zogezegd. Alleen mensen die jou belangrijk vinden, vinden het belangrijk wat je doet, wat je zegt, wat je denkt. Een besef dat veel vrijheid zou geven om de dingen te doen zoals jij ze zou willen doen, ware het niet dat dit besef pas op late leeftijd ontstaat, als veel keuzes al gemaakt zijn.

Posted by Rutger in Archief

Wat is het verschil tussen een sauna en een stoombad of stoomcabine?

Een sauna is een droge ruimte, een stoombad is vochtig en mistig.

Een sauna is veel warmer (100-110 graden Celsius) dan een stoombad (50 graden celsius).

In een sauna voel je hitte van de wanden en de kachel als stralingswarmte, terwijl in een stoombad de hitte via de vochtige lucht wordt gevoeld.

Posted by Rutger in Archief

Anders dan…

Er komt een tijd dat je ineens stilstaat bij het feit dat je nog een half leven voor je hebt. Dat je stilstaat bij wat je gedaan hebt, en waarom je dat toen hebt gedaan. Twijfel over toen gemaakte keuzes, keuzes die je met de kennis van nu misschien anders zo hebben gedaan. Werk, privé, familie en vrienden, allerlei aspecten, die verschillend lijken maar bovenaan samenkomen, in jezelf, en hoe jij de wereld ervaart en beschouwd. De midlife crisis voorbij, waar het ging om de vraag of dit nu alles is in het leven, ofwel een nieuwe zingeving nu de oude waarden hun waarde verloren. Elke paar jaar weer herijken. Mogelijkheden verdwijnen door de focus op jeugd en vitaliteit. Waarom beschouwen we eigenlijk jeugdigheid als het hoogst bereikbare? Het is niet iets waar je aan kan werken om het te verdienen, het is iets wat je overkomt, en zonder dat je het beseft weer voorbij gaat. Jeugdigheid is iets uiterlijks; van binnen blijf je dezelfde persoon, alleen met meer ervaring. Ervaringen. Hoe ouder je wordt, hoe lastiger het is je voor te stellen wat je leeftijd betekent. Ik voel me jonger dan het aantal malen dat de aarde om de zon heeft gedraaid tijdens mijn leven. Een raar, ongrijpbaar concept, leeftijd. En hoe we dat beschouwen in onze cultuur. Jeugdigheid als ultieme schoonheid, schoonheid aan de buitenkant, de rimpels van het leven aanzien als iets dat vermeden moet worden. En nu, halverwege het besef dat vanaf nu het leven gerimpeld zal zijn, tijd voor nieuwe keuzes, nieuwe belangrijkheden. Hoe gaan we vorm geven aan de komende jaren? Wat wil ik dat er belangrijk is? Steeds verder schuift de prioritering naar iets wat van binnenuit komt, en steeds minder belangrijk wordt wat anderen er van vinden. En wat kan ik nog? Wat kan ik nog leren? Wat wil ik nog? Wat kan ik volhouden? Ik heb nog keuzes zat, al zijn keuzes als een olympische medaille geweest. Als vanzelf, is die ruimte en mogelijkheid aan me voorbij gegaan.

Posted by Rutger in Archief

Oefening: een inspirerende situatie om je passie te vinden

In deze oefening gaat A bij B een voorbeeldsituatie uitvragen, waarin door B passie werd ervaren. Wanneer B dan goed contact heeft met deze herinnering, stelt A de vragen over deze herinnering die de passie duidelijker maken.

Instructie

A Act:

  • Je mag de vragen exact voorlezen zoals ze er staan, of de zandbak ingaan. Lees met een rustige stem. Luister goed naar de LETTERLIJKE woorden die B tegen je zegt wanneer dat nodig is, herhaal ze ter controle door B en schrijf ze EXACT zo op (BACK TRACKEN). Maak rapport en verbinding, geef rust en ruimte.
  • Geef na het stellen van de vraag tijd en ruimte aan B om tot een antwoord te komen. Lees de BMIR’s. Spreek eventueel vooraf een teken af met B waarmee B kan aangeven dat het antwoord klaar is. Bij puntjes (…) kan je even rustig 1001, 1002, 1003 tellen, voordat je verder gaat.
  • Je schrijft in de manual van B, zodat B later zijn eigen antwoorden kan teruglezen.

B Be:

  • Geef je manual aan A zodat je jouw antwoorden later terug kan lezen.
  • Wees gewoon jezelf, luister naar de vragen, keer naar binnen en vind jouw beste antwoord, voor jezelf. Het is niet nodig om antwoord te geven op de vragen die A stelt, het mag wel: NLP is procesgericht. Wel is het handig dat je knikt (of ander teken) wanneer je voor jezelf het antwoord hebt, zodat A weet dat de volgende vraag gesteld kan worden.
  • Tijdens de oefening zal A bij vragen aangeven dat het antwoord wordt opgeschreven. Dat zijn de enige keren dat er wel antwoord verwacht wordt. Geef het woord dat goed voelt voor jou.

C See:

  • Leert van het kijken en horen.
  • Let op de exacte woorden van B.
  • Let op de BMIR’s van B die een indicatie geven dat B voldoende tijd en ruimte krijgt.

De uitvraag

A: Iedereen heeft wel eens een moment van passie… Een moment van inspiratie… Waarin je elk gevoel voor tijd kwijt was… waarin jij je heel erg prettig voelde… in werk… in hobby… in een relatie… waar dan ook… En uit al die mogelijke momenten… kan 1 herinnering te binnen schieten… die nu… bovenkomt… en die geschikt is voor… nu… Geef maar aan wanneer jij je moment hebt gekozen… [wacht op teken].

A: Wanneer je dat moment een specifieke naam zou geven, een beschrijving of een codewoord dat alleen jij begrijpt, wat zou die naam dan zijn? Wat kan ik voor jou opschrijven? [wacht op naam, herhaal deze naam ter controle, en schrijf deze letterlijk op]

Naam: …………………….

A: Wanneer je terug gaat naar dat moment [NAAM]… en voorstelt wat je toen zag… Waar was je…? Was daar nog iemand…? Hoe ziet het er daar uit…? Wat voor kleuren zie je…? Wat voor vormen zie je…? Ruik je iets…? Proef je iets…? Hoor je iets…? Welke gedachten heb je daar in dat specifieke moment [NAAM]…? Wat zeg je tegen jezelf…? Wat denk je over jezelf…? Wat denk je over de situatie…? Hoe zat of stond je toen…? Misschien wil je eens staan of zitten zoals je toen zat of stond…? [geef ruimte tot B eventueel zit of staat zoals B toen zat of stond, wacht op teken]

A: Wat voel je nu, fysiek…? Waar zit dat gevoel als je het kon vastpakken…? En welke vorm heeft dat gevoel…? Is dat gevoel warm of koud…? Is dat gevoel ritmisch of constant…? Is dat gevoel scherp of zacht…? [wacht op teken].

A: Wat doe je daar in dat moment [NAAM]? Wat is het dat je zo goed doet…? Hoe zou je dat noemen in een werkwoord…? Wat kan ik voor jou opschrijven…?

[wacht op werkwoord, herhaal dit werkwoord ter controle, en schrijf dit letterlijk op]

Werkwoord 1: …………………….

A: Is er meer wat je specifiek doet in dat moment [NAAM]? Kan ik nog iets voor jou opschrijven…?

[wacht op reactie, herhaal ter controle, en schrijf letterlijk op]

Werkwoord 2: …………………….

A: Ga eens voor jezelf na wat er zo belangrijk is aan dit moment [NAAM]…?

[wacht op teken. De volgende vraag gaat verder op dit laatste antwoord].

A: Waarom vind je dat belangrijk…?

[wacht op teken. De volgende vraag gaat verder op dit laatste antwoord]

A: Wat levert jou dat op…?

[wacht op teken. De volgende vraag gaat verder op dit laatste antwoord]

A: Waarom vind je dat belangrijk…?

[wacht op teken. De volgende vraag gaat verder op dit laatste antwoord]

A: Hoe zou je dat belang noemen in een zelfstandig naamwoord, wat voor naam zou je dat belang willen geven…? Wat kan ik voor je opschrijven?

[wacht op naam, herhaal deze naam ter controle, en schrijf dit letterlijk op]

Naam belang: …………………….

A: Is er iets belangrijker voor je dan [naam belang] …? Wat kan ik voor je opschrijven?

[wacht op reactie, herhaal deze reactie ter controle, en schrijf dit letterlijk op]

Reactie: …………………….

A: Dank je wel…

[Einde uitvraag; geef de manual terug, en wissel van rol]

Uitwerking van de uitvraag (individueel)

Neem je antwoorden hieronder over:

Werkwoord 1: …………………………………………

Eventueel werkwoord 2: …………………………………………

Naam belang: …………………………………………

Eventuele reactie: …………………………………………

Formuleer nu zinnen in de volgende structuren, lees ze hardop aan jezelf voor, luister goed naar jezelf, en doorvoel welke structuur jou het beste past:

  • [BELANG] [WERKWOORD 1] door [WERKWOORD 2]

  • [REACTIE] [WERKWOORD 1] door [WERKWOORD 2]

  • [BELANG] [WERKWOORD 2] door [WERKWOORD 1]

  • [REACTIE] [WERKWOORD 2] door [WERKWOORD 1]

  • [BELANG] [WERKWOORD 1]

  • [REACTIE] [WERKWOORD 1]

  • [BELANG] [WERKWOORD 2].

  • [REACTIE] [WERKWOORD 2].

Schrijf de beste structuur hieronder uit:

De kern is ……………………………………………………………………………………………

Voel je vrij om nog betere formuleringen buiten de aangegeven structuur te ontdekken,

en te gebruiken… Je kan ook naar de ontdekte woorden kijken, nu of later, en een symbool of teken laten ontstaan dat staat voor of past bij het gevoel, de houding, de woorden… En misschien kan je dat teken of symbool wel in een beeldje, sieraad, tekening of iets dergelijks vangen, en er dan voor zorgen dat je dat symbolische symbool vaak tegenkomt…

Doorleven hoe het dan kan zijn

In deze oefening gaat A begeleiden bij het door B doorleven van hoe het anders zou kunnen zijn bij het volgen van het verkregen antwoord.

Instructie

A Act:

  • Lees de tekst exact voor zoals deze er staat, met een rustige stem.
  • Gebruik de manual van B.
  • Geef na het voorlezen van de tekst tijd en ruimte aan B om te doorvoelen. Spreek vooraf een teken af waarmee B kan aangeven dat B klaar is.
  • Bij puntjes (…) kan je even rustig 1001, 1002, 1003 tellen, voordat je verder gaat.

B Be:

  • Geef je manual aan A zodat je jouw antwoord kan doorvoelen.
  • Wees gewoon jezelf, luister naar de tekst, keer naar binnen en voel wat je voelt en ervaar wat je ervaart, voor jezelf. Het is niet nodig om antwoorden te geven. Wel is het handig dat je knikt wanneer je voor jezelf klaar bent, zodat A weet dat de volgende stap genomen kan worden.

C See:

  • Vindt de BMIR’s waaraan je ziet dat B voldoende tijd en ruimte krijgt.
  • Zie wat er nog meer gebeurt.

De Niveau’s van Robert Dilts

A: neem de gekozen kern van B hieronder (letterlijk) over:

…………………………………………………………………………………………………………

A: Stel je voor… dat jouw belangrijkste doel in het leven…, de reden van jouw bestaan… (het/de) [kern] is…, en dat je daar gesteund in wordt door alles…, en het grote geheel…, Wie of wat ben je dan…? [wacht op teken].

A: Wat is er, gesteund door (het/de) [kern], dan belangrijk voor jou…? [wacht op teken. Je kan de wachttijd opvullen met: ”… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…]

A: Gesteund door (het/de) [kern] en wat er dan belangrijk is, wat geloof je dan…? [wacht op teken. Eventueel ”… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…]

A: Gesteund door (het/de) [kern] wat er dan belangrijk is, wat je dan gelooft, wat kan je dan…? [wacht op teken. Eventueel ”… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…]

A: Gesteund door (het/de) [kern], wat belangrijk is, wat je gelooft, wat je kan, wat doe je dan…? [wacht op teken. Eventueel ”… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…]

A: Hoe ziet het er dan uit…? [geef ruimte en rust. Eventueel “… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…, merk wat er verandert is…”]

A: Dank je wel…

[Einde oefening; geef de manual terug, en wissel van rol]

Posted by Rutger in NLP handleiding

5 NLP fundamenten van excellentie

Vijf basisprincipes gelden wanneer je gaat voor excellentie.

1. Ken je doel

Mensen reageren het best wanneer zij weten wat zij WEL willen in plaats van wat zij niet willen. Wees je bewust van wat je wilt bereiken, oefenen, leren, ontdekken. Hoe wil jij je ontwikkelen? Weet wat je wilt, weet wat je niet wilt, ken jouw exacte doel. Be smart, use SMART.

Energy flows where attention goes.

2. Wees flexibel

De persoon met het meest flexibele gedrag, zal binnen een systeem het meeste resultaat boeken. Wanneer je niet het resultaat hebt gekregen dat je wilt, verander je gedrag, niet je doel. Wees bereid en flexibel om nieuwe dingen uit te proberen. Geef elkaar de ruimte, veiligheid, vertrouwen en respect.

Don’t limit your challenges, but challenge your limits.

3. Gebruik je zintuigen optimaal

Om je doelen beter te bereiken, zal je antwoord moeten kunnen geven op de vraag: “beweeg ik me in de richting van mijn doel, of ga ik er juist verder van weg?”. Meten door waarnemingen.

Leven is leren! Living is learning!

4. Onderneem NU actie

Dit is de kracht in jezelf. De vraag HOE mijn doel te bereiken is belangrijker dan de vraag waarom ik dat doel wil bereiken. Alles wat je nu doet hoeft straks niet meer. Zorg er voor dat wat je nu doet bijdraagt aan waar je straks wilt staan.

DOEN!

5. Werk in handelen en denken naar excellentie!

Handel vanuit een open, nieuwsgierige, constructieve en actieve houding. Werk vanuit een fysiologie en psychologie gericht op perfectie.

Make it special!

Posted by Rutger in NLP handleiding

Wat is het verschil tussen veronderstellingen en vooronderstellingen?

In NLP heb je de basisveronderstellingen, en in het Metamodel en het Miltonmodel is sprake van vooronderstellingen. Wat is het verschil?

Wat is het verschil tussen veronderstellingen en vooronderstellingen?

Onderstellen betekent vooraf aannemen. Er is dus sprake van een bepaalde aanname bij veronderstellingen, en ook bij vooronderstellingen. Kort gezegd is het verschil dat veronderstellingen aannames vooraf zijn die mogelijk waar kunnen zijn (er is ruimte voor discussie over de waarheid), en vooronderstellingen zijn aannames vooraf die impliciet waar moeten zijn.

Alle blaadjes zijn groen: als gehele zin is dit een veronderstelling. Het is een stelling waarover gediscussieerd kan worden.

Maar er zitten ook vooronderstellingen in dezelfde zin, want wat moet waar zijn? Er moeten blaadjes zijn, er moet een bepaald kenmerk zijn dat groen heet. Wat is groen eigenlijk? En wat zijn blaadjes? Impliciet worden er dus waarheden meegegeven.

Voel je het verschil?

Veronderstellingen

Een veronderstelling is een aanname vooraf die wellicht nog ter discussie staat.  De NLP basisveronderstellingen zijn dus overtuigingen, die je kan (en mag) gebruiken, zodat ze je meer vrijheid en ruimte geven in het denken, zonder dat er gezegd wordt dat het waar is, of niet.

Vooronderstellingen

Een vooronderstelling is een aanname vooraf, die niet meer ter discussie staat. Om deze boven tafel te krijgen, moet jij jezelf afvragen “Wat moet waar zijn om hetgeen wat gezegd wordt waar te laten zijn?”.

Door aannames te verpakken in een vooronderstelling, breng je deze aannames met minder weerstand over op de toehoorder (Miltonmodel). Door bij overtuigingen de juiste vooronderstellingen ter discussie te stellen, kan je de overtuiging ontkrachten (Metamodel).

Buiten NLP

Onderstellen, zonder de ver- of -voor, betekent vooraf aannemen.

Een veronderstelling is een aanname vooraf die nog ter discussie staat. De aanname wordt expliciet genoemd en eventueel besproken.

Een vooronderstelling is een aanname vooraf, die niet meer ter discussie staat. De aanname is verborgen, impliciet en niet besproken.

Posted by Rutger in NLP handleiding

9 stappen naar persoonlijke vrijheid (spirituele groei).

In NLP zijn er stromingen die spirituele groei hebben gemodelleerd. Daaruit zijn 9 generieke stappen ontstaan die er voor zorgen dat je eigen ‘zijn’ de ruimte krijgt. 9 stappen die zorgen dat je jouw persoonlijke ruimte en vrijheid vergroot worden, en het proces van maskeren (sociaal gewenst gedrag vertonen op basis van interne verwachtingen) minder grote invloed krijgt. Het belangrijkste effect is vaak niet zozeer dat het uiteindelijke gedrag verandert, als wel dat de motivatie om het gedrag te vertonen verandert: je gaat de dingen doen die je doet vanuit een intrinsieke motivatie in plaats vanuit de externe motivatie ‘dat het zo hoort’. In plaats van REAGEREN op (jouw verwachtingen van) de buitenwereld, ga je jouw leven CREËREN van binnenuit. Het (her)kennen van deze stappen is een handvat voor de NLP coach en de NLP (Master) Practitioner om persoonlijke vrijheid  te kunnen beïnvloeden. En uiteindelijk is coachen niets anders dan de persoonlijke vrijheid vergroten.

1) Besef je dat er niets is buiten jezelf: alles wat je waarneemt en denkt ben jezelf, en bestaat enkel in jou gedachten. Wanneer je naar een vaas kijkt, denk je een vaas te zien, maar een vaas is enkel een idee, een concept. Alle ideeën en concepten die jij hebt projecteer je op de wereld, en daarmee vervorm je de realiteit. Je bevestigt enkel je zelfbeeld en je wereldbeeld.

2) Besef je dat je niets te verliezen hebt, enkel illusies in je denken. Niemand heeft iets te verliezen. Dit gaat altijd en overal voor iedereen op. Het enige wat je kunt verliezen zijn ideeën en concepten die ondersteund worden door enorm veel energie (emoties gerelateerd aan het denken en oordelen). Herken en vernietig de ‘onechtheden’ van het denken. Neem de tijd die je nodig hebt, het is zeker niet gemakkelijk om tot in je diepste wezen te beseffen dat je nooit iets te verliezen hebt.

3) Leef hier en nu. Gisteren is voorbij, morgen zal nooit komen, alleen vandaag, nu, bestaat. De rest zijn enkel gedachten, illusies.

4) Maak contact met je ware zelf. Laat oordelen los. Met name schuld, schaamte, spijt (en soms daaraan gerelateerde angst) duiden op oordelen, waardeoordelen, en dan van buitenaf. Voel wat er echt van binnen is (authentiek). Ontdek AL je aanwezige gedachten, gevoelens, wensen, doelen en fantasieën. Gedachten, gevoelens, wensen, doelen en fantasieën hoeven zeker niet altijd zacht, lief of ‘spiritueel’ te zijn. Onze geest omvat alles: het lagere en het hogere, het lichte en het donkere. Persoonlijke vrijheid begint met alles van jezelf te onderkennen en te erkennen. Laat de innerlijke repressie van gedachten, gevoelens, wensen, doelen en fantasieën gaan.

5) Laat het oordelen los. Zie de gedachten, gevoelens, wensen, doelen en fantasieën voor wat ze zijn, zonder commentaar van het denken (de interne stem). Het denken verstoort het gevoel, via het oordeel en geeft ruis in de volgende stappen. Het denken en externe oordelen maken dat ‘dat-wat-is’ subjectief wordt ervaren, terwijl persoonlijke vrijheid zoekt naar het objectieve en authentieke in jezelf. Het denken is de grondslag van de onware-zelf, het ego. Een appel is een appel, en is anders dan een appel met het oordeel “weer een appel”, en is anders dan een appel met het oordeel “appels zijn lekker”, en is anders dan een appel met het oordeel “gezond: een appel”, en is anders dan een appel met het oordeel “de verboden vrucht”. Het zien van de appel als appel, en niet meer dan dat brengt je in contact met je ware gevoel (noot: besef dat appel een concept op zich is). De noodzakelijke stap van denken in illusies naar authentiek kunnen voelen.

6) Neem de geraaktheid van je hart als richtsnoer voor je handelen. Waardoor wordt je geraakt, waardoor wordt je bewogen? In dit het echte en authentieke gevoel? Je weet dan dat je daar iets mee te doen hebt, dat je daar antwoord op hebt te geven. Dat antwoord kan een innerlijk protest geven of een instemming van het hart. Herstel hier de verbinding met je ware zelf, en handel vanuit je authentieke gevoel. Het handelen vanuit geraaktheid neemt het over van het handelen vanuit het denken. Wees trouw aan de geraaktheid waarmee je wordt geroepen en bewogen. Uiteindelijk zal ook het denken ten dienste komen te staan van de geraaktheid.

7) Overgave: de werkelijkheid als geheel omarmen, met alles erop en eraan, zonder enig voorbehoud. Het is zoals het is. Heb de bereidheid geraakt te worden door het leven in al zijn facetten. Overgave aan de werkelijkheid betekent niet dat je alles maar goed moet vinden. Want juist in de overgave zul je bemerken dat sommige gebeurtenissen een heftig protest in je oproepen en dat andere gebeurtenissen je blij maken. Maar nu authentiek, van binnenuit, creërend, in tegenstelling tot van buitenaf, reagerend. Protest en instemming van het hart vormen de wijzers van je innerlijk kompas voor je handelen in de wereld.

8) Twijfel: alleen vanuit twijfel kunnen keuzes gemaakt worden en nieuwe stappen gezet in de persoonlijke vrijheid. Wie meent de waarheid in pacht te hebben maakt geen keuzes. Zo iemand herhaalt steeds hetzelfde antwoord, ongeacht de vraag die het leven op enig moment stelt. Daar leer je niets van. Daar kun je ook niet aan groeien.

9) Ontdek: Het leven is een rijk terrein waarop veel valt te ontdekken. Ga op ontdekkingsreis. Als je gedachten, gevoelens, wensen, doelen of fantasieën hebt, breng die dan in praktijk, voer ze uit. Ervaar de ervaring om de ervaring rijker te worden, je gevoel rijker te maken. Wees ontevreden om in beweging te komen, om te groeien, om in actie te komen, om niet langer te blijven waar je was, om niet stil te staan. Op terreinen waar je samen bent: geef elkaar inspraak, met het recht om nee te zeggen. Bij een veto accepteer je dat op een liefdevolle manier.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Waarnemen en kalibreren

Hoe vaak komt de letter ‘F’ voor in de volgende tekst:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Wat staat hier:

Vlgones een sduite aan een elgnese unvirestiet mkaat het neit uit in wlke vlgrodoe de lttrees in een wrood satan, het eigne dat blagnrijek is, is dat de ersete en de ltaatse ltteer op de gdoee palats satan. De rset kann ttaaol oiznn zjin maar tcoh kun je het geod leezn. Dit kmot dradoot we neit ltteer voor ltteer arpat lzeen maar wodoren in zjin gheeel.

Kan je dit lezen:

D323 M3D3D3L1NG L44T J3 213N T0T W3LK3 GR0T3 PR35T4T135 0N23 H3R53N5N 1N 5T44T 21JN. 1N H3T 83G1N W45 H3T 23K3R N0G M031L1JK D323 T3K5T T3 L323N, M44R NU K4N J3 H3T W44R5CH1JNL1JK 4L W4T 5N3LL3R L323N 20ND3R J3 3CHT 1N T3 5P4NN3N. D4T K0MT D00R H3T 3N0RM3 L33RV3RM0G3N V4N 0N23 H3R53N5. KN4P H3? D323 M3D3D3L1NG M4G J3 K0P13R3N 3N V3RD3R V3R5PR31D3N.

Onze waarneming

Hoeveel vaak komt de ‘f’ voor volgens jouw telling? De meeste mensen tellen er 16 of 17. Maar het zijn er meer:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Het zijn er 23! Vooral het woordje ‘OF’ wordt vaak gemist. Er zit dus iets raars in ons waarnemen. Zelfs wanneer we ons concentreren, zien we niet alles…

En wanneer je het 2e stukje las als ‘Volgens een studie aan een Engelse universiteit…’, dan was je niet aan het waarnemen, maar dan was je de letters die er staan aan het vervormen tot woorden zoals je ze kent. Je leest dan iets wat er feitelijk niet staat. Wanneer dat stukje in een taal was geschreven die je niet kende, dan had je wel letterlijk de letters uitgesproken zoals ze er stonden. We verbinden onze waarneming aan wat we in het verleden hebben geleerd. We zien iets en proberen het onbewust te duiden. We zien niet wat er staat, we zien wat we kennen.

Het derde stukje laat je zien hoe snel dit proces gaat, hoe flexibel je hersenen zijn om snel te leren en uit het feitelijke waarnemen naar betekenis gaan.

Belangrijk NLP uitgangspunt: Ons sterkste instinct is niet de ‘will to survive’ maar onze drang om dingen vertrouwd te maken (‘will to make things familiar’).

Het zintuigensysteem

Wij nemen de wereld feitelijk waar door gebruik te maken van onze 5 zintuigen:

  • Ogen kijken (Visueel)

    Zintuigensysteem en waarnemen

    Zintuigensysteem en waarnemen

  • Oren luisteren (Auditief)
  • Lichaam voelt (Kinestetisch)
  • Neus ruikt (Olfactoir)
  • Mond proeft (Gustatoir)

Voor het gemak worden deze zintuiglijke systemen in NLP veelal afgekort tot: V A K O/G.

Omdat we naast waarnemen ook denken (tegen ons zelf praten) wordt er verschil gemaakt tussen Auditief tonaal (At: luisteren met je oren) en Auditief digitaal (Ad: tegen je zelf praten).

Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen de verschillende manieren waarop je kan voelen (Kinestetisch):

  • Tactiel: voelen aan de buitenkant; waarnemen buiten jezelf
  • Proprioceptief: voelen aan de binnenkant; waarnemen binnen jezelf
  • META: waarde bepalende gevoelens en emoties

NLP stelt dat ieder mens een bepaalde voorkeur heeft bij de inzet van de zintuigen (V-A-K-O-G-Ad). Sommige zintuigen zijn beter ontwikkeld dan de andere. Dat is per mens verschillend, en aangezien zintuigen te trainen zijn, is het geen vastgesteld gegeven, en kan het per situatie verschillen.

Het primaire voorkeurssysteem van waarnemen (V A K O/G Ad) herkennen bij een ander is handig om beter contact te maken. Je kan het primaire voorkeursysteem bij een ander herkennen door:

  • Te luisteren naar de woorden die de ander gebruikt (predicaten)
  • Te kijken naar de lichaamshouding (fysiologie)
  • Te kijken naar de oogpatronen

Dit worden ook wel de accessing cues (toegangsignalen en –aanwijzingen) genoemd.

VAKOGAd overzicht

V – Visueel, zien

A – Auditief, horen

At – Auditief tonaal, luisteren

Ad – Auditief digitaal, praten tegen jezelf, ‘denken’

K – Kinestetisch, voelen

Kt – Kinestetisch tactiel, voelen aan de buitenkant

Kp – Kinestetisch proprioceptief, voelen aan de binnenkant

Km – Kinestetisch meta, waarde bepalend of emotie

O – Olfactior, ruiken

G – Gustatoir, proeven

Lead system (zoeksysteem)

NLP stelt dat iedereen een zintuiglijk weergavesysteem heeft waarmee iemand zich richt op een innerlijke ervaring, of een herinnerde ervaring opzoekt.

Als voorbeeld:

Zoek naar een ervaring waarin je zeker was van jezelf. Qua volgordelijke stappen kan je eerst een beeld ZIEN (visuele “lead”) van die ervaring, om je vervolgens te herinneren welke gevoelens horen bij dat moment van zekerheid (kinestetische weergave).

Dit lead system is met de oogpatronen goed te herkennen.

Synesthesie

Synesthesie is een proces waarbij de weergave in het ene zintuigensysteem direct een ervaring oproept in een ander zintuigensysteem. Beide systemen overlappen elkaar. Bijvoorbeeld wanneer je het geluid hoort van een krijtje over een schoolbord en direct de rillingen over je rug voelt lopen.

BMIR’s – Behavioral Manifestations of Internal Representation

BMIR’s zijn (minimale) non-verbale en verbale toegangssignalen die in verbinding staan met onze zintuigen, de VAKOGAd. Door te letten op BMIR’s kan je beter afleiden wat er bij de ander gebeurt. Het is daarbij belangrijk in de gaten te houden dat ieder mens uniek is; niemand heeft gelijke BMIR’s. Voordat je dus betekenis mag en kan geven aan de BMIR’s die je waarneemt moet je onderzoeken wat een BMIR specifiek bij iemand betekent (dat proces van afstemmen heet kalibreren).

In een gesprek letten op veranderingen in fysiologie en stem (kijken en luisteren) geeft je inzicht in het interne proces bij de ander. Je wellicht niet zien WAT er gebeurt, maar wel DAT er wat gebeurt.

Visuele BMIR’s – wat je kan zien veranderen

  • Spierspanning in het gezicht
  • Vochtigheid van de huid
  • Kleur(verandering) van het gelaat
  • Onderlip (grootte en kleur)
  • Oogbewegingen
  • Grootte van de pupil
  • Schuine stand van het hoofd
  • Ademhaling: plaats, snelheid, diepte
  • Houding
  • Hoek van de ruggengraat (hoofd, nek, schouders)
  • Arm -, hand- en vingergebaren
  • Verdeling van gewicht
  • Gezichtsuitdrukking, wenkbrauwen, kaken, mond

Auditieve BMIR’s – wat je kan horen veranderen

  • Toon
  • Tempo
  • Plaats
  • Hoogte
  • Volume
  • Ritme
  • Pauzes
  • Predicaten
  • Warmte
  • Intonatie en intonatiepatronen

Kalibreren

Wanneer je iets ziet of hoort bij iemand, en je wilt ontdekken wat dat betekent, dan noemt NLP dat proces van onderzoeken en afstemmen ‘kalibreren’. Wanneer je niet kalibreert, en BMIR’s een betekenis geeft ‘omdat dat meestal zo is’, dan ben je aan het gedachtelezen, of mindreaden. Omdat iedereen unieke BMIR’s heeft, is het proces van kalibreren erg belangrijk om feitelijk te blijven bij wat er gebeurt bij de ander in plaats van niet verder te komen dan wat jij denkt dat er gebeurt bij de ander.

Kalibreren is het ontdekken van toegangsignalen. In de basis is het een vermogen (vaardigheid) om verschillen te kunnen zien en/of horen. Om onderscheid te kunnen maken is het noodzakelijk tenminste 2 zijnstoestanden waar te nemen.

  • Een enkel signaal is een voorval zonder betekenis
  • 2 dezelfde signalen is toeval
  • 3 dezelfde signalen is een patroon (kalibratie)

Oefening waarnemen of gedachtelezen

Ga bij de volgende uitspraken voor jezelf na of het iets is wat je feitelijk ziet, of dat een een mening/waardeoordeel is:

  • Je ziet hem opgelucht adem halen.
  • Je kon zien dat ze niet tevreden was.
  • Ze stond ontspannen te presenteren.
  • Als hij praat beweegt hij met zijn handen.
  • Hij fronste terwijl hij naar beneden keek.
  • Hij fronste zijn wenkbrauwen om te laten zien dat hij twijfelde aan haar woorden.
  • Ze keek schichtig om zich heen.
  • Zijn stem trilde en klonk nerveus.
  • Terwijl hij praatte bewoog zijn hoofd.
  • Hij bloosde van schaamte.
  • Hij vind mij niet aardig want hij kijkt telkens weg als ik hem aankijk.
  • Hij schudde zijn hoofd dus was het er niet mee eens.
  • Zij knikte want ze is het er mee eens.
  • De Italiaan was erg tevreden; hij maakte een rondje met duim en wijsvinger: perfect!
  • De ene Griek vond het goed, hij zei “Ohkee.”. De andere niet, hij zei “Nee.”.
  • Zij gaat het doen, ze zei “Ja, ik doe het wel.”.
  • De Pakistaan schudde zijn hoofd, dus bedoelde nee.
  • De Arabier gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De Japanner gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De flipover heeft witte bladen van papier.

Klik hier voor een antwoordindicatie.

Dus:

WAARNEMING -> Betekenis geven -> MINDREAD

Feitelijk en objectief -> Betekenis geven -> Jouw werkelijkheid en subjectief

Werkelijkheid -> Betekenis geven -> Waardeoordeel en overtuiging

Accessing cues – toegangsignalen en -aanwijzingen

Overzicht BMIR’s (generaliserende mindreads)

Visueel Auditief (At en Ad) Kinestetisch (K en O/G)
Ademhaling Hoog, snel, onregelmatig Middenrif Diepe buikademhaling, langzamer
Gezichtsuitdrukking Ogen dichtknijpen Gefronste wenkbrauwen Ontspannen spieren
Stem Hoge neusklanken Stiltes, afgemeten, nadrukkelijk Laag, vanuit de adem
Tempo Snel, opgewonden Ritmisch Langzamer
Houding Rechte rug, kin omhoog Hoofd naar rechts beneden gebogen Hoofd naar links beneden, rug iets in elkaar gezakt
Gebaren Naar boven wijzen, in de ogen wrijven Kin in hand, rond oren wijzen Handen op de buik leggen, denkbeeldige handelingen uitvoeren

Eye accessing cues (oogpatronen)

In het diagram hieronder kan je de oogpatronen van iemand afleiden. Het is zo getekend alsof dit het gezicht is van iemand die jou aankijkt. De oogpatronen hieronder gelden voor de meeste rechtshandige mensen (standaard georganiseerd mens).

LET OP: KALIBREREN IS BELANGRIJK!

Eye accessing cues (oogpatronen)

Eye accessing cues (oogpatronen)

De ogen kunnen ook recht vooruit staan, uit focus (down-time; intern gericht), al dan niet met vergrote pupillen. Dat duidt op snelle toegang naar (directe) zintuiglijke informatie, voornamelijk visueel.

  • VC: visueel geconstrueerde beelden (ogen op recht); vaag, flitsend, duidelijk verbeelden, heldere toekomst
  • VR: visueel herinnerde beelden (omhoog verlaten ogen); fotografisch geheugen, totale herinnering, toekomstvisie, schitterend perspectief, opnieuw bekijken, kleurrijk geheugen.
  • ACt: Auditief geconstrueerde geluiden of woorden, tonaal (ogen horizontaal en aan het recht); repeteren, woorden zeggen.
  • ARt: Auditieve herinnerde geluiden of woorden (ogen horizontaal en aan de linkerzijde); woorden herhalen die gehoord zijn.
  • K: Kinestetische sensaties en gevoel (intern en extern, ook reuk en smaak, ogen onderaan recht); voelen, aanraken, warm, soepele tred, kietelen.
  • AD: Auditieve geluiden of woorden (ogen onderaan de linkerzijde); interne dialoog, praten tegen jezelf, “aha”

Vragen stellen om oogpatronen te kalibreren

VR

  • Welke kleur heeft je favoriete boek?
  • Welke kleur heeft het huis van de buren?
  • Is er een ronde tafel in je huis?

VC

  • Hoe ziet een zebra eruit met paars/oranje haar?
  • Hoe ziet een mier eruit met roze sokjes aan?
  • Wat ga je morgen doen?

AR

  • Hoe klinkt je favoriete instrument?
  • Hoe klinkt volledige rust en stilte?
  • Wat klinkt harder: jouw deurbel of een claxon?

AC

  • Hoe klinkt een piepende muis in een windtunnel?
  • Hoe zou een dweilorkest klinken op Mars?
  • Hoe klinkt mijn stem, als ik zou praten zoals Mickey Mouse?

AD

  • Hoe doe jij de dingen ‘s ochtends?
  • Wat zeg je tegen jezelf als je thuiskomt?
  • Hoe poets jij je tanden?

K

  • Hoe voelt het als je in de zon ligt?
  • Hoe voelt je rechtervoet aan als die slaapt?
  • Welke sok zit beter, die van je rechter- of van je linkervoet?

Bij onduidelijke oogpatronen kan je meer gedetailleerde vragen stellen. Vooral vragen met een vergelijking of contrast: Welke … is (vergelijking), … of …? Bijvoorbeeld Welke kleur is donkerder, bastogne- of ontbijtkoek?

Oefening Vragen om oogpatronen te kalibreren

Geef aan of de onderstaande vragen Vc, Vr, Ac, Ar, K (O,G) of Ad zijn

  • Hoe zou je huis er uit zien met roze verf?
  • Welke kleur had het haar van je moeder, toen je haar voor het laatst zag?
  • Ben jij je bewust van deze vraag?
  • Hoe gaat de melodie van je favoriete lied?
  • En hoe zou je favoriete lied klinken met kerstklokken op de achtergrond?
  • Hoe voelen smeltende sneeuwballen in je hand?
  • Wat zeg je nu tegen jezelf?
  • Hoeveel ramen heeft je huis?
  • Hoe klinkt een muntje dat op straat valt?
  • Hoe klinkt een grote sneeuwbui die in zee valt?
  • Hoe zou jij er uit zien met haar van goud?
  • Heb je voor meer ramen dan achter?
  • Wat zou beter zijn: je huis paars met witte stippen, of met rode strepen?
  • Welke kleur heeft je voordeur?
  • Wat zeg jij tegen jezelf net voordat je de fiets neemt?
  • Heb je een ronde spiegel in huis?
  • Hoe klinkt de zee?
  • Hoe zag vorig jaar de leukste kerstkaart er uit?
  • Hoe klinkt Donald Duck nadat hij een ballon met helium heeft ingeademd?
  • Hoe zal het voelen om op de maan te dansen?
  • Hoe smaakt je favoriete eten?
  • Hoe ziet de kaft van je favoritete boek er uit?
  • Hoe klinkt een krijtje op een schoolbord?
  • Hoe smaakt een grote hap watten?
  • Wat zeg jij tegen jezelf wanneer je een complimentje krijgt?
  • Wat zeg je tegen jezelf wanneer je voor de koelkast staat?
  • Wat vindt je van deze vragen?
  • Realiseer jij je wat hier nu gebeurd?
  • Hoe zie jij er uit als een teletubbie?
  • Hoe zou je kamer er uit zien wanneer deze blauw was?
  • Welke kleur had de kamer waar je bent opgegroeid?
  • Wat was het laatste wat ik gezegd heb?
  • Hoe voelt het wanneer je in een plas stampt?

Speciale oogwaarnemingen

  • Je kan aan de ogen zien of iemand ‘naar binnen gekeerd is’. Dat is het moment om ruimte voor nadenken te geven, of suggesties te geven (korte trance-staat).
  • Je kan aan de ogen zien waar iemand naartoe kijkt (richting) wanneer deze zich iets voorstelt: ver weg, dichtbij, hoog, laag etc.
  • TransDerivational Search (TDS): verwilderde oogpatronen, geeft aan dat iemand informatie zoekt, in verwarring is, en/of probeert betekenis te geven. Checken of na de TDS de informatie is gevonden, dan wel betekenis is gegeven kan handig zijn. Wederom een goed moment voor suggesties (korte trance-staat). Merk wat er gebeurt:
    • Je doet het weer, of niet soms…?
    • Misschien denk je aan de gedachten die je gisteren had…?
    • De vele kleuren die fruit kan hebben…
    • Er zijn leuke momenten geweest, nietwaar…?
    • Je bent nog iets vergeten, nietwaar…?
    • Wat is het dat je nu niet kan herinneren…?
    • Jij kan je beseffen dat je nu met een glimlach is altijd leuk…
    • Rijk zijn is een staat zijn zegt het woordenboek…
Posted by Rutger in NLP handleiding

NLP Basisveronderstellingen

De NLP basisveronderstellingen zijn een aantal overtuigingen, die wanneer je ze eigen maakt en er naar handelt, meer ruimte geven in verantwoordelijkheid, invloed en begrip. Je neemt hierdoor meer verantwoordelijkheid in je handelen en communicatie. Een NLP Practitioner zal handelen vanuit deze 10 NLP Basisveronderstellingen, en alsof deze NLP basisveronderstellingen waar zijn.

Tien NLP Basisveronderstellingen

1. De kaart is niet het gebied.

De woorden die wij gebruiken, zijn NIET de gebeurtenissen of de zaak die zij weergeven. Hoeveel woorden je ook gebruikt, de werkelijkheid is altijd meer dan dat. Realiteit is een constructie. Energie gaat naar waar onze aandacht ligt. Perceptie is geleerd.

2. De betekenis van je communicatie is (of wordt bepaald door) de respons die je krijgt.

Wees flexibel en verander je communicatie, wanneer de respons niet voldoet aan je verwachting. Er zijn geen onwillige gesprekspartners, alleen inflexibele communicatoren. Realiteit en betekenis worden geconstrueerd in relatie.

3. Ieder mens heeft alle hulpbronnen tot zijn beschikking om ieder gewenst resultaat te kunnen bereiken.

Er zijn geen mensen zonder hulpbronnen, alleen mensen die minder makkelijk contact maken met hun hulpbronnen. Om iets te herkennen of te willen, moet je het kennen of ervaren hebben. Het maakt niet uit wat je denkt dat jij bent, je bent altijd meer dan dat.

4. Elk gedrag heeft in de basis een positieve intentie.

Ieder mens maakt de beste keuzes met de beschikbare hulpbronnen. Elk gedrag is zinvol en waardevol binnen een bepaalde context, tijd en ecologie. Niemand heeft ooit bewust zijn (hoogste) eigen doel gesaboteerd. Gedrag is context, tijd en ecologie gebonden. Je kan niet niet-leren. Leven is leren.

5. Weerstand bij een ander mens is een teken van gebrek aan rapport.

Weerstand is een excuus. Er zijn geen onwillige mensen, alleen inflexibele communicatoren. Weerstand betekent dat de communicator geen zin heeft om er meer energie in te steken.

6. Er is geen mislukking, enkel feedback.

Elk resultaat en elk gedrag is een prestatie, of het nu wel of niet je doel was. Wanneer je hiervan uitgaat creëren “fouten” juist de mogelijkheid tot leren. Je maakt geen fouten, je ontdekt manieren die niet tot je doel leiden.

7. De persoon met het meest flexibele (energie) gedrag is de katalysator van het systeem.

Law of Requisite Variety. Diegene die opgeeft, haalt zijn doel niet. Wanneer iets niet werkt, doe iets anders.

8. Respecteer ieders model van de wereld.

Ieders wereldmodel is uniek; een eigen subjectief model van de werkelijkheid. Neem dat als gegeven, met respect, ook al ben je het niet eens met elkaar.

9. Be at cause.

Er is altijd een andere keuze. Besef je keuzes. Wees pro-actief. Je hebt altijd een keuze; wees de oorzaak. Geen keuze hebben betekent wellicht dat de keuze heel makkelijk en duidelijk is.

10. Mensen zijn niet hun gedrag.
Je ziet het gedrag van iemand, maar kent daardoor de persoon nog niet. Accepteer de persoon. Verander het gedrag. Het gedrag is de meest waardevolle informatie over een persoon.

Oefenen en integreren van de NLP basisveronderstellingen

De basisveronderstellingen zijn bedoeld om je mogelijkheden en ruimte te geven. Niet als een lijstje met leuke wijze woorden, maar om echt te gebruiken. Om daarmee te oefenen, kan je bijvoorbeeld het volgende doen:

  • Kies 3 veronderstellingen. Gewoon omdat deze je het meeste aanspreken, of kies er 3 willekeurig.
  • Kies een uitdaging in je leven, in je werk of persoonlijke sfeer, iets wat je tegenhoudt of iets wat je wilt bereiken, of iets dat je wilt leren. Mocht je geen uitdagingen kunnen vinden, misschien dat je dan je verwachtingen wat hoger zou kunnen zetten, als uitdaging.
  • Neem de 1e van de drie gekozen veronderstellingen, en gebruik deze als een bril om naar je uitdaging te kijken. Wat is er anders wanneer je door deze bril naar je uitdaging kijkt? Welke mogelijkheden openen zich? Wat wordt ineens logisch om te doen, gezien in dit licht?
  • Doe dit ook met de andere 2 gekozen veronderstellingen. Sta stil bij de nieuwe inzichten die je krijgt. Sommige inzichten zullen nuttiger zijn dan andere… Welke inzichten zijn het meest waardevol voor jou? En wat ga je anders doen, met de inzichten die je nu hebt?

De NLP basisveronderstellingen in een plaatje kan je helpen om de NLP basisveronderstellingen eigen te maken:

NLP basisveronderstellingen spiekbriefje

NLP basisveronderstellingen spiekbriefje

Posted by Rutger in NLP handleiding

Obsessie opblazen

Compulsion blow-out

  • Wanneer je deze techniek start, maak hem af!
  • Wanneer je de techniek klaar hebt, moet er een positief toekomstbeeld bestaan van de situatie zonder het probleem.
  • Wanneer er een compulsion (obsessie, dwangmatig handelen) is en een revulsion (afschuw, afkeer), moet je ze beide opblazen.

Start NLP techniek Obsessie opblazen

  1. Eliciteer een beschrijving van de obsessie/afschuw (denk aan de vormvoorwaarden doel!).
  2. Eliciteer een beschrijving van iets vergelijkbaars, zonder obsessie/afschuw.
  3. Check de ecologie
  4. Eliciteer de kritische submodaliteiten.
  5. Test de kritische submodaliteiten op drivers.
    1. Wanneer je een analoge onbeperkte, of analoge oneindige driver vindt: gebruik methode 1.
    2. Anders: gebruik methode 2.

Methode 1: Opblazen

  1. Laat de waarde van de analoge onbeperkte/oneindige driver SNEL groeien, voorbij oneindig. Bijvoorbeeld wanneer grootte een driver is: maak het onderwerp groter dan het universum.
    1. Initieel zal er een gevoel bestaan van dat de obsessie/afschuw sterker wordt
    2. ergens zal het gevoel ploppen of opblazen (BMIR’s!).
    3. ga niet terug!
    4. Verder bij afronding (stap 8) hieronder

Methode 2: Raddraaien

  1. Laat een cirkel maken (tekenen in de lucht), en verdeel daarop de waarden van de driver, van huidige waarde naar maximaal (of digitaal), net zoals over een wijzerplaat van een klok, of een “rad van fortuin” (met oplopende waarden). Wijs naar de huidige waarde, en geef een slinger aan het rad! Laat de waarde SNEL oplopen tot maximaal, en doorlopen in de huidige waarde (als 12 uur naar 1 uur), en weer naar maximaal (ondersteun met tekenen in de lucht). Blijf cirkelen totdat je zeer duidelijke BMIR’s ziet.
    1. extreme reacties (BMIR’s) zijn hier normaal.
    2. eindig op de maximale waarde.
    3. ga niet terug!

 Afronding

  1. Geef ruimte om te herstellen – 5 minuten
  2. Test door de persoon een plaatje te laten maken – zonder dwang/afschuw
  3. In geval het om dwangmatig handelen gaat: Doe een SWISH met het oude plaatje en het nieuwe plaatje, om de trigger van het gedrag op te ruimen.
Posted by Rutger in NLP handleiding

Neuro-Linguïstisch Programmeren (NLP) leren

Neuro-Linguïstisch Programmeren (NLP) is een vaardigheid, die je op verschillende niveau’s kan leren. NLP leren past binnen persoonlijke ontwikkeling, doordat je een methode leert om te leren, te reflecteren, en doelgericht te veranderen. Telkens weer is er meer, mocht je dat willen. Hieronder beschrijf ik een soort stappenplan dat je kan gebruiken om kennis te maken met NLP, om vervolgens als het je bevalt een volgende stap te nemen om je vaardigheid te verbeteren.

  1. Verdiep je op globaal niveau in NLP. Vraag eens aan collega’s die een NLP opleiding hebben gevolgd wat het hun (professioneel en persoonlijk) heeft opgeleverd. Of ze het je zouden aanraden, en waarom dan. Kijk eens rond in je vriendenkring, wie heeft NLP gedaan en kan je meer vertellen? Zoek eens op internet naar aanbieders van opleidingen, en lees eens wat zij te vertellen hebben. Valt het je daarbij op dat iedereen een eigen verhaal heeft? Wat zijn de verschillen? Wat zijn de overeenkomsten? Kan jij je een globaal idee vormen van wat NLP biedt? Herken je de lijn in de verhalen van iets willen bereiken of iets bereikt hebben?
  2. Vraag jezelf eens af, wat jij zou willen bereiken? En als je tevreden bent, vraag je dan af wat er mogelijk zou kunnen zijn wanneer je iets meer van jezelf vraagt, de lat iets hoger zou leggen. Wanneer je daar een idee van hebt, of een globaal gevoel bij hebt dat er iets is, dan is het tijd om eens met dat idee als casus iets meer van NLP te proeven. Koop een boek! Een algemeen introductieboek in NLP is prima; wel een echt boek graag, niet een ‘gratis te downloaden handleiding NLP’ die bedoelt is voor marketing van een instituut. Een algemeen boek over NLP, zoals “NLP voor dummies” van Romilla Ready, “Je ongekende vermogens” van Anthony Robbins, of een ander NLP boek dat je eenvoudig kan vinden door bij Bol.com te zoeken op NLP (misschien tref je wel een boek aan dat meer in lijn ligt met je casus). Probeer geduld op te brengen terwijl je wacht op de bezorging, en wanneer je het binnen hebt dan bekijk je het boek eerst globaal met je de achterhoofd je casus, blader het een paar keer door en probeer wat casus-gerelateerde vragen te formuleren. Vervolgens lees je het boek door met telkens in je achterhoofd die casus. Hoe kan hetgeen daar geschreven in bijdragen aan jouw doel? Op die manier maak je het interactiever, en pak je de krenten uit de pap.
  3. Op zich ben je nu klaar met het leren van NLP. Bijvoorbeeld als je het boek “Je ongekende vermogens” van Anthony Robbins leest, leert en kent, dan is er eigenlijk niets meer dat je kan LEREN over NLP. Alle informatie en kennis die in een NLP Practitioner of een NLP Master Practitioner terugkomt staat in dit boek. Wat een opleiding of training nog toevoegt is de stap van KENNEN naar KUNNEN. Sommige dingen zijn vrij eenvoudig, zoals het SMART model, andere dingen spreken minder in woorden en kan je beter ervaren om het belang te voelen. Wil je meer, en overweeg je een training dan is een belangrijke stap om de juiste opleider te vinden. De juiste opleider voor jou. Om de juiste opleider voor jou te kunnen kiezen is het van belang om te weten wat de verschillen zijn tussen de opleidingen, zodat je kan bepalen of deze verschillen belangrijk zijn voor jou of niet. Maak eerst een lijst (Google op NLP Practitioner) met 20 opleiders. Ga naar de website, of bel eventueel, en let op de volgende zaken wanneer je een opleider kiest:
    1. Is er een kennismakingsavond of introductiecursus zodat je kan ‘voelen’ in hoeverre de trainer bij jou past, voordat je een grote stap als een NLP Practitioner doet? Sommige opleiders kiezen liever voor een één-op-één intakegesprek, maar dan mis je het gevoel van hoe de trainer is in een groep.
    2. Is de opleiding meer gericht op het actief ondergaan van de technieken teneinde persoonlijke groei te tijdens de opleiding te krijgen, of meer gericht op het leren toepassen van de technieken bij jezelf of anderen?
    3. Is de NLP Practitioner opleiding ook een NLP coach opleiding, of is de NLP coach een aparte opleiding?
    4. Alhoewel het niet een kleuterschool is die je uitzoekt, waarbij reistijd een belangrijke factor is, is het toch handig om  na te gaan hoe belangrijk het voor je is wat de locatie van de training is. Misschien heb je een voorkeur voor echte afzondering en een hotel, misschien wil je dichtbij en snel thuis. Let op dat het best heftige dagen zijn, dus dat je behoorlijk moe kan zijn aan het einde van een opleidingsdag.
    5. Is de opleiding gericht op een bepaalde context of doelgroep? NLP kan je op techniek niveau geven, waarbij er op een voorschrijvende manier wordt gedoceerd hoe je moet handelen, of op een hoger niveau waarbij het effect van de ideeën centraal staat. NLP kan gericht zijn op sportprestaties, op professionele prestaties, op gelukkig zijn, of is de opleiding gericht op het hogere, gericht op effecten. Het voordeel van een context-gebonden opleiding is dat deze een sterker leerrendement kan hebben, het nadeel is dat je daarna zelfstandig de transitie naar globale effecten, een verbreding in het denken naar algemeen proces moet maken. Voorbeeld: wanneer je een NLP opleiding doet die gericht is op sportprestaties, dan leer je hoe je NLP kan inzetten voor het behalen van de beste sportprestaties. Maar NLP is meer. NLP is ook andere contexten, afhankelijk van welk doel jij hebt. Met enkel deze opleiding gericht op sportprestaties leer je niet hoe je met NLP zo lui mogelijk kan zijn, bijvoorbeeld tijdens een vakantie. Mijn advies zou zijn om een opleider te kiezen die niet-normatief is, die niet voorschrijft. Een voordeel van deze manier van opleiden is namelijk dat je tijdens de opleiding ook gelijk leert hoe je context-gebonden NLP inzet, en dat je daar veel profijt van hebt.
    6. Hoe lang duurt de opleiding? De duur van NLP Practitioner opleidingen varieert. Korte trajecten van 7 dagen, lange trajecten van wel 22 dagen, en allerlei smaken daar tussenin. Het verschil in dagen komt terug in de diepte en de breedte. Trajecten van 7-11 dagen zijn vaak context-gebonden, gericht op snelle stappen en qua inhoud mager. Trajecten van 12-17 dagen hebben meestal een focus op de vaardigheid, en zijn algemener van opzet. Langere trajecten van 18-22 dagen zijn vaak gericht op vaardigheid en theorie. Wanneer je meer een denker bent die theorie en uitleg wilt, die wil snappen, dan kan je het beste voor een lange Practitioner kiezen, ben je meer een voeler of een doener dan kan je beter een traject van 12-17 dagen kiezen.
    7. Is er een kennistoets achteraf? Als je een denker bent dan kan het zijn dat dit je voorkeur heeft. Het feit dat er een kennistoets is betekent dat de opleider kennis belangrijk vindt, dus de kans is groot dat dat jij als denker beter tot je recht komt bij deze opleider.
    8. Is er een vaardigheidstoets achteraf? Of je nu een denker, doener of voeler bent, je doet de opleiding om vaardigheid te krijgen. Misschien dat er geen expliciete toets is, maar door deze vraag te stellen kan je wel inzicht krijgen in hoe belangrijk  het verwerven van vaardigheid is voor de opleider. Wanneer het enkel een aanwezigheidscertificaat zou zijn, dan neemt de opleider geen verantwoordelijkheid voor jouw leertraject, en is deze ongeschikt.
    9. Hoe is het traject zelf georganiseerd? Hoe zien de opleidingsdagen er uit? Hoe is de groepsgrootte? Welke investering (tijd en geld) wordt gevraagd? Praktische zaken. Let daarbij ook op de planning van de dagen, en de duur van de blokken.
      1. Alles wat boven de 6 uur netto (8 uur bruto) opleiding per dag  wordt gegeven raak je kwijt.
      2. Als er blokken zijn langer dan 2 dagen, dan stroom je over, en ben je het binnen een week weer kwijt (NLP Practitioners van 7 dagen aanéén zijn zonde geld!).
      3. Het is erg prettig als er tussen de blokken een stuk ruimte zit waarin je met de nieuw opgedane stof aan de slag kan in de praktijk, en dat je in het volgende blok daarop kan reflecteren (leertransfer).
      4. Het is erg prettig wanneer je na de opleidingsdagen een dag hebt om tot jezelf te komen, bijvoorbeeld een weekenddag of een vrije dag.
    10. Natuurlijk zijn er nog vele aspecten die meespelen die hier niet genoemd zijn. Zo zijn er opleiders die je aanbieden om het traject meerdere malen te volgen (en dat is een pré!) of om dagen te switchen of in te halen. Voel je vrij om deze aspecten mee te nemen, en te laten prevaleren! Wanneer jij je keuze hebt gemaakt, dan heb jij je keuze gemaakt.
  4. Nu je een overzicht hebt van opleiders en karakteristieken, kies er drie tot vijf (onthou dat aantal, dat gaat vaker terugkomen in je NLP opleiding) om daadwerkelijk kennis te maken. Ga naar een open dag of avond, bel ze op, stalk ze. Krijg gevoel bij de opleider, en stel zeker dat deze opleider ook daadwerkelijk jouw opleider gaat worden. Laat ze werken om jou te overtuigen. Leuke vragen waarmee je ze in het zweet kan krijgen:
    1. Er zijn verschillende stromingen in NLP heb ik ergens gelezen. Wat zijn de voordelen van deze stroming? En wat zijn de nadelen?
    2. Wat kan ik concreet na de NLP Practitioner? Wat heb ik er aan?
    3. Wat is NLP in 30 seconden samengevat? (McKinzie test: je snapt het pas wanneer je het in 30 seconden kan uitleggen).
  5. Na het bezoeken van de drie tot vijf opleiders, neem je even tijd voor jezelf. Laat je gevoel kristalliseren, en pas dan maak jij je keuze, waarbij je de optie NIET doen ook meeneemt.
  6. Doe eventueel de opleiding.
  7. Vervolgens ga je vanuit het huidige punt je kennis en vaardigheid versterken, verbreden en verdiepen
    • Je kan de NLP Master vervolgopleiding doen.
    • Je kan vervolgens een NLP Trainer opleiding doen. Mijn advies: doe dat bij één van de grote namen in NLP, een Tad James, Richard Bandler, John Grinder, Robert Dilts, etc. Zodat jij je kan verdiepen in zijn gedachten, zijn ideeën, zijn beeld. Modelleer hem, leer van zijn visie.
    • Lees boeken binnen de stroming die je hebt gevolgd voor verdieping van je begrip, kennis en vaardigheid.
    • Lees boeken buiten de stroming die je hebt gevolgd voor verbreding, nieuwe inzichten en een meer rijke niet-normatieve begripsvorming. Ontwikkel je eigen visie.
    • Lees boeken die ten grondslag liggen aan NLP, zoals boeken van Virginia Satir, Milton Erickson, Gregory Bates. Verdiep je in nieuwe grootheden.
    • Oefen, lees, blijf beoefenen! Pas het toe op nieuwe casus, blijf leren en veranderen.
    • Zoek mensen die gelijkgestemd zijn; zorg voor samen leren en ontwikkelen. Neem deel aan fora, schrijf zelf artikelen, coach regelmatig.
Posted by Rutger in NLP handleiding

2 meditaties op identiteitsniveau

Algemene meditatie op identiteitsniveau

“Wie ben ik? Is dat alles wat ik denk dat ik ben? Ben ik niet meer dan dat? Wat ben ik nog meer dan dat? En daar voorbij… is dat alles wat ik ben… hoeveel meer ben ik dan dat? Ik weet toch dat ik veel meer ben dan dat?”

Blijvend herhalen.

Doelvisualisatie op identiteitsniveau

  • Ga comfortabel zitten: handen in je schoot en beide voeten in contact met de vloer.
  • Adem in door je neus en uit door je mond. Doe 2 keer zo lang over het uitademen als over het inademen.
  • Ga in perifere visie met de ogen open, blijf ademen in de verhouding 2:1.
  • Sluit de ogen wanneer dat comfortabel voor je is terwijl je in perifere bewustzijn blijft.
  • Zeg met je interne stem “IK BEN”. Verbind dit aan het ritme van je ademhaling, zodat het comfortabel voor je is.
  • Visualiseer je doel, en houd dit beeld vast totdat het spontaan langzaam verdwijnt. Blijf ademen in de 2:1 verhouding, blijf in perifeer bewustzijn.
  • Herhaal met je interne stem “IK BEN”. Blijf ademen in de 2:1 verhouding, blijf in perifeer bewustzijn, hou je ogen gesloten voor ongeveer 5 minuten.
  • Herhaal met je interne stem “IK BEN”.
  • Open je ogen wanneer dat comfortabel voor je is terwijl je in perifere bewustzijn blijft.
  • Ga in focale visie.
  • Adem zoals je dat wilt.
  • Heroriënteer jezelf in de ruimte.

 

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

Antwoorden krijgen met neurologische niveaus van Dilts

Als er iets is waar je antwoord op wil, kan je deze oefening doen, gebaseerd op de neurologische niveau’s van Robert Dilts.

1 Leg de kaarten uit (omgeving, gedrag, vaardigheid, overtuigingen, waarden, identiteit, missie).

2 Stap in Omgeving, en maak contact met de situatie waar de vraag bestaat.

3 Stap naar Gedrag: wat doe je dan?

4 Stap naar Capaciteiten: wat kan je dan?

5 Stap naar Overtuigingen: wat geloof je dan?

6 Stap naar Waarden: wat is dan belangrijk?

7 Stap uit naar meta-positie NAAST Identiteit.

8 Vul de hulpbron

a Plaats een drie-punts plaatsanker uit drie overlappende cirkels

1 Vrijheid

2 Mededogen

3 Meest liefdevolle ervaring (niet-romantisch) + met ademhalingtechniek (groen licht in bij borstbeen, geel licht uit tussen navel en middenrif)

b Drie maal linksom (met de klok mee) contact maken, telkens sterker maken

c Contact maken met de doorsnede van de drie emoties, en laat een woord/uitspraak koppelen aan het gevoel (auditief anker installatie)

9 Onder het uitspreken van het woord van stap 8c (afvuren auditief anker) instappen in Identiteit. “Voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart, met de steun in je rug van je missie en het grote geheel” Geef ruimte, let op BMIR’s

01 Stap naar Waarden, Overtuigingen, Vermogens, Gedrag onder “Voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart, met de steun in je rug van je missie en het grote geheel” Geef ruimte, let op BMIR’s

11 Stap naar Omgeving. “Voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart, met de steun in je rug van je missie en het grote geheel. En hoe ziet jouw toekomst er dan uit?” Geef ruimte, let op BMIR’s

12 Stap uit, terug naar meta-positie naast Identiteit.

13 Onder het uitspreken van het woord van stap 8c (afvuren auditief anker) instappen in Identiteit. “Hoe ziet jouw toekomst er vanuit hier uit, met de steun in je rug van je missie en het grote geheel.”. Geef ruimte, let op BMIR’s.

Posted by Rutger in NLP handleiding

NLP Metaprogramma’s

Metaprogramma’s geven informatie over hoe we onze aandacht richten, hoe we met onze wereld omgaan, hoe we waarnemen en hoe we met informatie filteren. Metaprogramma’s behoren tot de onbewuste filters (zie NLP communicatiemodel), en bevinden zich in de neurologische niveau’s van Dilts tussen IDENTITEIT en WAARDEN, en zijn dus rol- en context-gebonden. Metaprogramma’s liggen niet vast, en kunnen veranderen.

  • Vaste patronen in waarnemen, denken en voelen die we laten zien in ons (non-) verbaal gedrag.
  • Vaste patronen die ons in vergelijkbare situaties steeds hetzelfde laten reageren.
  • Onbewust, stress- en contextgebonden.
  • Metaprogramma’s zijn niet zwart-wit, maar grijstinten (verdeling en indeling op een schaal)
  • Aansluiten bij metaprogramma verfijnt rapport.
  • Diversiteit van metaprogramma’s binnen een team verhoogt teamprestatie.
  • Kennen van de metaprogramma’s (met name de originele Jung-typologie) levert een schat aan informatie op bij het begrijpen van jezelf en anderen, het in kaart brengen van problemen en doelen bij coaching.
  • Bij het modelleren zijn de metaprogramma’s een bron van informatie over de wijze van filteren.
  • Verschil in metaprogramma’s kan leiden tot verschil in resultaat bij dezelfde strategie.

Misschien dat je denkt dat iets nieuws is, maar de voorkeur van zintuigsysteem is een metaprogramma dat je (wellicht) al kent.

Basis metaprogramma’s (Jung typologieën)

Extern gedrag (energie voorkeur)

Houding in de richting van de buitenwereld. Hoe mensen energie krijgen en gebruiken.

Wanneer het tijd is om je mentale batterij op te laden, geef je er dan de voorkeur aan om alleen te zijn (Introvert), of met mensen (Extravert)?

 

Introvert          25% (ervaring spiegelend aan MOW, rustig, concentratie, schriftelijk)

  • Houdt van een rustige omgeving om zich te concentreren
  • Interesse in achtergronden, theorieën en concepten.
  • Handelt doordacht, soms afwachtend, houdt van onafgebroken werken
  • Houdt niet van interrupties
  • Nieuwe ideeën door rustig na te denken
  • Denkt na voor een antwoord of reactie, rustig en ingetogen
  • Houdt van tweegesprekken met doordachte standpunten en conclusies
  • Liever schriftelijk dan mondeling

Extravert         75% (ervaring spiegelend aan omgeving, initiatief, expressief, mondeling)

  • Houdt van afwisseling en actie
  • Interesse in praktische uitvoering en hoe anderen iets doen
  • Handelt snel en soms impulsief, houdt van opschieten
  • Houdt van onderbrekingen
  • Nieuwe ideeën door gesprekken
  • Reageert snel, zonder lang nadenken, enthousiast en luidruchtig
  • Houdt van groepsgesprekken en brainstormen
  • Liever mondeling dan schriftelijk

Intern proces (aandachtsvoorkeur)

Hoe nemen we informatie tot ons? Verzamelen en opnemen.

Als je een bepaald onderwerp gaat bestuderen, zou je dan meer geïnteresseerd zijn in de feiten en toepassingen daarvan (Sensor), of zou je meer geïnteresseerd zijn in de ideeën en de relatie tussen de feiten en de toepassingen daarvan in de toekomst (iNtuitor)?

 

Sensor            75% (zintuigen, realist, praktisch, details, feiten)

  • Werkt het liefst op basis van opgedane ervaring en een vast, bekend patroon
  • Plezier in toepassen van goed ontwikkelde kennis en vaardigheden
  • Mate van wantrouwen naar eigen ingevingen en inspiratie
  • Zeer accuraat
  • Houdt van praktisch bezig zijn
  • Goed oog voor detail, en onderbouwt met feiten
  • Houdt van stabiliteit en geleidelijk veranderen
  • Vraagt vooral om feitelijke onderbouwing
  • Vraagt om praktische en realistische toepassingen
  • Geeft voorbeelden uit eigen ervaring
  • Waardeert kritiek en suggesties mits eerlijk en bruikbaar
  • Ordelijke stap-voor-stap benadering
  • Werkt volgens agenda; wijkt liever niet af
  • Verwijst naar specifieke voorbeelden

iNtuitor            25% (intuïtie, dromer, creatief, betekenis, verbanden, ideeën)

  • Houdt van aanpakken/oplossen van nieuwe ingewikkelde zaken en problemen
  • Plezier in het aanleren van nieuwe kennis en vaardigheden
  • Laat zich makkelijk leiden door eigen ingevingen en inspiratie
  • Houdt niet van nauwkeurig en zorgvuldig controleren van feitelijke informatie
  • Houdt van vernieuwend bezig zijn
  • Goed oog voor de grote lijn, en benadert vanuit globaal overzicht
  • Houdt van regelmatige en radicale verandering
  • Vraagt vooral om een algemeen kader, de grote lijn
  • Stelt toekomstmogelijkheden aan de orde
  • Geeft graag eigen inzicht en visie
  • Waardeert kritiek en suggesties die origineel zijn, of een nieuw perspectief bieden
  • Laat ruimte voor veel invalshoeken
  • Geen probleem met afwijken van agenda
  • Verwijst naar algemene concepten

Interne staat (beslissingsvoorkeur)

Hoe krijgen we toegang tot states (stemmingen) en hoe nemen we beslissingen.

Denk aan een werksituatie waarin je problemen had. Denk aan een werksituatie waarin je gelukkig was. Wanneer je een beslissing neemt in een werksituatie, is deze dan meer gebaseerd op argumenten en logica (Thinker) of op persoonlijke waarden (Feeler)?

 

Thinker           45% V, 55% M (denken, vastberaden, analytisch, redelijk)

  • Komt via een logische, analytische weg tot besluiten / conclusies
  • Kan ook presteren in minder harmonieuze omgeving
  • Kan ongewild gevoelens kwetsen, zonder dit zich bewust te zijn
  • Neemt beslissingen op basis van zakelijke overwegingen
  • Standvastig in denken en kritische instelling
  • Normatief, en handelt vanuit algemene (erkende) principes
  • Kort en bondig
  • Ziet graag concrete voor- en nadelen op een rijtje
  • Reageert intellectueel, objectief en kritisch
  • Laat zich overtuigen door ratio in argumentatie
  • Presenteert doel en te bereiken resultaten eerst
  • Gevoelens en emoties van anderen zijn feiten om rekening mee te houden
  • Gericht op inhoud

Feeler             55% V, 45% M (voelen, sympathiek, normen en waarden, zachtmoedig)

  • Besluit op basis van waardeoordelen
  • Werkt best in harmonieuze omgeving
  • Doet graag een plezier, is graag ter wille, ook met kleine dingen
  • Laat zich makkelijk beïnvloeden door persoonlijke wensen en voorkeuren
  • Wil graag sympathiek overkomen, houdt niet van corrigerend of kritisch optreden
  • Evalueert en handelt vanuit normen en waarden
  • Houdt van dialoog in ontspannen sfeer
  • Hoort graag de waarde en menselijke impact van verschillende alternatieven
  • Reageert gevoelsmatig, subjectief, waarderend, vanuit een interpersoonlijke focus
  • Laat zich overtuigen door persoonlijke betrokkenheid en enthousiasme
  • Presenteert gemeenschappelijke punten en belangen eerst
  • Rationele objectiviteit is iets dat nog op waarde moet worden getoetst
  • Gericht op relaties

Adaptie operator (levensvoorkeur)

Hoe we ons aanpassen aan de omgeving en hoe we ons leven inrichten

Als wij samen een project zouden doen, zou je er dan de voorkeur aan geven dat het project gepland en keurig uitgewerkt was (Judger), of zou je er de voorkeur aan geven dat we in de gelegenheid waren om heel flexibel te zijn in het project (Perceiver)?

 

Judger            50% (beoordelen, plannen, systematisch, past leven aan zichzelf aan)

  • Voorkeur voor plannen en volgens plan uitvoeren
  • Ziet nieuwe dingen en nodige wijzigingen makkelijk over het hoofd
  • Zorg voor goed regelen en afronding
  • Tevreden wanneer beslissing is genomen of conclusie is bereikt
  • Snelle beslisser
  • Zoekt structuur en systematiek
  • Ordelijke planning, tijdplanning, harde deadlines
  • Probeert verrassingen te vermijden
  • Verwacht doorzettingsvermogen
  • Geen onduidelijkheid over standpunten en beslissingen
  • Praat in termen van resultaat, vorderingen, zinvolheid, koers
  • Sterk gericht op taken

Perceiver       50% (waarnemer, op je af laten komen, flexibel, past zich aan het leven aan)

  • Flexibel in werk en past zich aan omstandigheden aan
  • Stelt onplezierige taken uit
  • Houdt ruimte voor aanpassingen
  • Nieuwsgierig van aard, blij met nieuwe invalshoeken
  • Stelt beslissingen makkelijk uit op zoek naar alternatieven en opties
  • Past zich makkelijk aan, heeft verandering nodig
  • Geen moeite met plannen en tijdsplanning; wel met harde deadlines
  • Houdt van verrassingen en improviseert veel
  • Verwacht aanpassingsvermogen
  • Ziet beslissingen en standpunten als voorlopig
  • Praat in termen van mogelijkheden, kansen, onafhankelijkheid en flexibiliteit
  • Sterk gericht op samenwerking, met name op afstemming

Temperament

Met de basismetaprogramma’s kunnen 4 zogenoemde temperamenten worden onderscheiden. Een kort overzicht van deze temperamenten hieronder:

Believer – SP Traditionalist – SJ Rationalist – NT Idealist – NF
Doen Erbij horen Begrijpen Van betekenis zijn
Direct Verantwoordelijk Visie Charisma
Pragmatisch Georganiseerd Intelligent Creatief
Impulsief Dienstbaar Onafhankelijk Gevoelig
Spontaan Nauwgezet Analytisch Inspiratie
Avontuurlijk Grondig Helder Bevlogen
Tactische kracht Logistieke kracht Strategische kracht Diplomatieke kracht
Kernbehoefte SP Kernbehoefte SJ Kernbehoefte NT Kernbehoefte NF
Vrijheid van handelen Lidmaatschap of er bij horen Meesterschap of zelfbeheersing Betekenis en gewicht
Vermogen om invloed te hebben Verantwoordelijkheid of plicht Kennis en bekwaamheid Unieke identiteit

 

Andere metaprogramma’s

Richting filter

Benaderen: bepaald makkelijk het doel, en ziet soms risico’s over het hoofd. Denkt vooruit, is doelgericht, positieve energie, wil bereiken. Soms te veel initiatieven tegelijk, soms dingen niet afmaken.

Vermijden: Bewust van risico’s, veiligheid is belangrijk. Kan risico’s goed herkennen en inschatten. Soms overdreven voorzichtig. Soms moeite met nieuwe ervaringen; is sneller verward.

Redenfilter

Mogelijkheid: Ziet mogelijkheden. Kan, mag en wil. Heeft ruimte. Heeft keuzes. Mist soms begrenzing. Soms gebrek aan motivatie. Goed in ontwikkelen procedures. Gelooft dat er betere manieren zijn.

Noodzakelijkheid: Moet, het hoort zo, noodzaak. Er zijn regels, er is houvast. Beperkend als je geen keuze hebt. Goed in volgen procedures. Doet dingen graag “op de juiste manier”.

Referentiekader filter

Intern: Baseert beslissingen op eigen oordeel, gevoelens en mening. Blijft gemotiveerd, ook met weinig feedback en schouderklopjes. Soms te weinig luisteren naar goede raad en adviezen. Beslist makkelijk.

Extern: Hecht veel waarde aan mening van anderen. Neemt beslissingen op concrete feiten, bewijzen en gevoel van anderen. Kan stress ervaren bij weinig feedback. Kan besluiteloos zijn. Vraagt voortdurend om advies en gebruikt dat naar eigen inzicht.

Overtuigingsfilter: zintuigen

Geeft weer hoe je deze persoon bij coachen (of verkopen 😀 ) het beste kan benaderen.

Zien overtuigt binnen V

Horen overtuigt binnen A

Lezen overtuigt door taal Ad

Doen overtuigt door K

Overtuigingsfilter

Geeft weer hoe je deze persoon bij coachen (of verkopen 😀 ) het beste kan benaderen, en hoe vaak herhaling nodig is.

Relatiefilter

Hetzelfde: leert door GOEDE voorbeelden na te doen. Wil dat de wereld gelijk blijft; conservatief. Houdt niet van verandering.

Verschillend: leert door FOUTEN te verbeteren. Houdt niet van stabiele en statische situaties. Progressief.

Extreem verschillend (mis-matchers) vertel je precies het tegenovergestelde van wat je wilt, om te bereiken wat je wilt.

Managementrichting filter

Iemand die de 1e vraag met nee beantwoord zal meer inhoudelijk advies en sturing nodig hebben bij coaching, dan iemand die daar ja antwoord. Door aan te sluiten bij deze overtuigingen bouw je beter rapport op. (“En ik weet dat jij weet wat zij nodig hebben om nog beter hun werk te doen, blablabla”)

Actiefilter

Proactief: Neemt vaak initiatief en handelt snel. Soms eerst doen, dan pas nadenken. Initieert. Kan impulsief zijn. Zorgt dat dingen gebeuren.

Reactief: Nadenkend en reflecterend. Neemt tijd om voor te bereiden, te analyseren en te begrijpen. Wacht soms te veel af, kan vervallen in denken zonder doen.

Affiliatiefilter (aansluiting)

Onafhankelijk speler (IK): Spreekt in termen van IK en wat het MIJ oplevert. Gaat er van uit dat mensen voor zichzelf zorgen. Werkt graag alleen. Zorgt goed voor zichzelf en raakt niet verstrikt in de problemen van anderen. Werkt niet gemakkelijk in teamverband. Kan soms onverschillig overkomen.

Teamspeler (WIJ): Zorgt dat iedereen zich goed voelt. Houdt veel rekening met anderen. Wil graag en goed samenwerken. Heeft de neiging anderen voor te laten gaan. Heeft soms moeite met zelfstandig beslissen.

Managementspeler (IK en ZIJ): Werkt graag met anderen, met een eigen duidelijke verantwoordelijkheid. Kan zowel samen als alleen werken. Heeft soms moeite met delen en delegeren van verantwoordelijkheid. Heeft soms moeite met erkenning van (het belang van) de rol van anderen.

Werkpreferentiefilter

Rapport: richt je aandacht op hetzelfde.

Primair interesse filter

Patronen in de inhoud geven aan waar de aandacht ligt. Rapport: richt je aandacht op hetzelfde.

Chunk size filter

Rapport: richt je aandacht op hetzelfde. Sterke overeenkomst met Sensing/iNtuition.

Dualisme filter

Zwart-wit: denkt in ja/nee. Duidelijk. Mist soms relativering en nuance.

Grijstinten: denkt in glijdende schalen. Kan ruimte laten voor interpretatie.

Tijdopslagfilter

In-time (in de tijdlijn): Perceiver. Leeft in het hier en nu, verdiept in het moment. Goede concentratie op taken, en emotioneel en mentaal betrokken. Kan de tijd uit het oog verliezen, en daardoor te laat zijn op afspraken.

Through-time (overzicht op verleden/heden/toekomst): Judger. Meestal op tijd voor afspraken. Goede planner. Geeft soms de indruk niet betrokken te zijn. Plannen maken en op tijd zijn kan belangrijker ervaren worden dan de ervaring zelf.

Informatieverwerkingsfilter

Belangrijk voor de aanpak tijdens een gesprek. Geef je mee en laat je bezinken, of is het dit gesprek waar het gebeurt.

Luisterstijl filter

Rapport: laat je spreken aansluiten bij de luisterstijl.

Spreekstijl filter

Rapport: laat je luisteren aansluiten bij de spreekstijl.

Modale operatoren van volgorde filter

De modale operatoren van volgorde geven de meest motiverende sequentie weer. Door deze structuur te gebruiken kan je motivatie installeren.

Planningsfilter

Opties: heeft graag keuzes en neemt alle opties mee. Overweegt alle opties, en geeft ook vaak keuzes aan anderen. Kan soms aarzelen, en beslissingen uitstellen tot het niet meer kan.

Procedures: Werkt vaak met schema’s en lijstjes om zaken ordelijk af te werken. Houdt niet van veel keuzes. Heel efficiënt en houdt zich aan de regels. Vindt soms de procedure belangrijker dan het werk, soms bureaucratisch en vertragend.

Tijdsoriëntatie filter

Ligt de focus op de voltooide tijd (verleden), de tegenwoordige tijd (heden) of op de toekomstige tijd (toekomst).

Verleden: wat was, kijkt naar het heden door de bril van het verleden, geen contact met de toekomst, geniet na.

Heden: wat is, kijkt naar wat zich hier en nu aandient, weinig contact met verleden en en toekomst, geniet van.

Toekomst: wat zal zijn, de toekomst bepaald het heden, moeite met zicht op heden en weinig/geen contact met het verleden, verheugd zich op.

Emotionele stress respons filter

Denken/gedissocieerd: weinig emotioneel betrokken, stress-bestendig, overzicht.

Voelen/geassocieerd: emotioneel betrokken, stress, hier en nu.

Aandachtsfilter

Sorted by self – IK: evalueert de communicatie op basis van eigen gevoelens, het eigen MOW staat centraal, aandacht is op zichzelf gericht, duidelijk in het stellen van eigen grenzen, weinig oogcontact, half luisteren, veel gebruik van “IK”, kan naar achteren leunen.

Sorted by others – DE ANDER: stemt af op anderen en hun criteria, het MOW van de ander staat centraal, betrekt reacties van anderen in de evaluatie van de communicatie, kan makkelijk over eigen grenzen heen gaan, veel oogcontact, aandachtig luisteren, veel gebruik “JIJ/U”, kan naar voren leunen.

Sorted by us – WIJ: Betrekt het handelen op het hele systeem, gaat uit van wat goed is voor het systeem. Ziet zichzelf als onderdeel van een groter geheel en werkt grensvervagend, veel gebruik “WIJ”.

 

 Tips voor metaprogramma’s

  • Het dualisme metaprogramma is een interessante. Zwart-wit denkers zullen submodaliteiten op verschillende plaatsen opslaan, terwijl grijsdenkers vaker een lijn of continuüm zullen ervaren.
  • Judgers gebruiken het T/F metaprogramma om te beoordelen. Perceivers gebruiken het S/N metaprogramma om waar te nemen.
  • Introverte personen die Voelen, voelen op basis van hun MOW, intern, en zijn (lijken) Denkers aan de buitenkant. Introverte personen die Denken, denken op basis van hun MOW, intern, en zijn (lijken) Voelers aan de buitenkant. Hierdoor krijgen Introverte personen veelal onjuiste feedback over hun denken/voelen uit hun omgeving.
  • Een letterlijke luisteraar zou complimenten van een afgeleide spreker kunnen missen.
  • Een afgeleide luisteraar zou kunnen ervaren dat welke vraag dan ook een verzoek tot actie is.
  • Scherpe vragen, metamodel vragen etc. kan je het beste zachter stellen (intonatie). Zachter verhoogt de aandacht enerzijds, vermindert weerstand anderzijds.

 

 

Posted by Rutger in NLP handleiding