richting

Schrijfoefening: Het verhaal van de oude boom

Ze denken dat ik een boom ben. Een oude boom. Een grote statige boom die enkel passief regen, wind en storm weerstaat. Maar ik ben veel meer dan dat. Slechts enkele mensen, en eekhoorns, kennen mijn geheim. Of eigenlijk is het geen geheim, maar een ongezien talent, mocht je het woord talent mogen gebruiken voor een vaardigheid die eigenlijk heel normaal is maar niet erkend doordat ze niet gezien wordt. Enkel als je het wilt zien zie je het. De meeste dieren en mensen willen of kunnen het niet zien omdat ze enkel naar het oppervlakkige kijken. Ze zien mij daar staan, takken die dansen met de wind, die meetreuren met de regen, soms breken in het ruwe spel dat ik met de storm speel. Mensen die de ogen gesloten houden voor wat zo overduidelijk is, en wel-zieners ridiculiseren door ze aan te duiden met termen als boomknuffelaars. Liefst uitgesproken op meewarige toon, zodat de boodschap van het belachelijke goed overkomt. En de meerderheid heeft gelijk, aldus de zwakken van geest die zich conformeren naar het sociaal gewenste gedrag zoals hun verwachting voorschrijft. Behalve de enkele vrije geest, die het contact weet te maken. En natuurlijk de eekhoorntjes.

 

De bomenknuffelaars, met alle respect uitgesproken, zien wel zoals het is. Ik zal u vertellen wat wij eigenlijk zijn, door een anekdote. Het is mijn tijd om mijn laatste herfst te beleven, terwijl de lente pas is begonnen. Ik geef u inzicht, de waarheid, het zijn zoals het is, ik geef u de werkelijkheid. Het grootste geschenk dat ik kan geven. Aan u om te luisteren en uw dissonantie te reduceren, hetzij richting wat is, hetzij richting uw gekoesterde illusies.

 

Ik sta hier nu drie eeuwen, en slechts een enkeling geeft mij de credits die ik verdien. Slechts een enkeling ziet mijn werkelijke bijdrage aan het zijn in het grote geheel. Slechts een enkeling heeft door hoe de blaadjes aan mijn ledematen elk geluid, elk licht en elke emotie in de omgeving opvangen. Hoe ik de kosmische energie kan richten en richt door mijn bladeren te keren opdat de energie die het heelal naar dit subjectieve centrum van het universum stuurt daar te richten waar ik wens. Slechts enkelen zien hoe wij koolstofdioxide uit de atmosfeer halen en zuurstof toevoegen om de energie zoals wij die ontvangen te maximaliseren, niet als een toeval maar wel in de betekenis die het werkelijk heeft: onze kracht en macht vergroten doordat we nog meer directe ruimtelijk kracht tot onze beschikking krijgen.  Mijn anecdote zal echter kleiner zijn, over meer directe invloed op de loop der dingen. Om uw vermeende denkkracht niet te veel op de proef te stellen, en u de reële kans te bieden om uw ongeloof uit te stellen, net lang genoeg om een sprankje licht tussen uw overtuigingen te laten schijnen. Zodat ik u een eerlijke kans biedt om tot inzicht te komen.

 

153 jaar geleden, zaten Adrianus en Jacobe samen op een picknickkleed onder mij te praten over wat ze samen hadden, en hoe ze dat verder wilden uitbouwen. Adrianus die heel romantisch het hof maakte aan Jacobe, en Jacobe die haar geluk niet op kon dat zij haar ware had gevonden.

Maar ik voelde het water in mijn bladnerven koken door de stemnuances in de stem van Adrianus. Hij was onoprecht. Hij veinsde. Hij huichelde. Ik werd er kromnervig van. Ik greep in. Ik stekte een sterke twijg in zijn hersenpan door deze, precies op het moment dat een kleine bries langs mijn bladeren gleed, hoog boven hem los te laten waarbij de bladeren de jonge tak qua functionaliteit tot een pijl promoveerden. Meer was niet nodig. Even was ik bang dat het te duidelijk zou zijn omdat de bries maar klein was, maar de betrokken mensen bleven het duiden als speling van het lot, in hun ware blindheid mijn speling niet ziende. Speling van het lot, nee, ik speelde met mijn loten. Haha! Jacobe haar oprechte reactie trok de kromheid weer uit mijn nerven. Het was goed. Zij mocht onwetend blijven over de ware intenties van de perfide Andrianus. Zij zou de rest van haar leven de meest dierbare herinneringen koesteren aan hem, in plaats van te ervaren dat haar droombeeldprins slechts als een glazen kerstbal uiteen zou spatten zodra hij zijn door de natuurkrachten gestelde doel, de zwaartekracht en de harde grond, zou bereiken. Het was perfect. Zelden zo een tevreden gevoel overgehouden aan een interventie. Zelden had het geheel zo een schoonheid. Vandaar dat ik deze anekdote aanhaal, nu na 153 jaar, als voorbeeld.

Schrijfoefening: waarheen, waartoe

“Waar kom je vandaan?” vroeg hij aan me. Tja, waar komt iemand vandaan? Waar gaan we naartoe? Wie zijn we? Wat zal het kader zijn waarbinnen dit gesprek verder gaat? Welke richting wil ik het opsturen? Wat zou het niveau zijn dat die ander aankan?

Genereus laat ik zien dat ik vertrouwen heb in hem. “Ik kom uit een diep dal. Ik ben net twee jaar weer aan het klimmen, omhoog, en krijg de dingen op de rit.”. In stilte wacht ik op een reactie.

Een vlieg komt van de linkerkant naar mijn wang, gevangen in mijn ooghoek. Irritant komt hij dichterbij, op onderzoek of ik een goede plek ben om maden in te kweken. Nou, nee, nog niet, al had het niet veel gescheeld.

Ik laat mijn blik weer gaan naar de ander, die poogt een antwoord te vormen gezien mijn iets ongemakkelijke gefriemel met zijn vingers… Diplomatiek, recht voor zijn raap, wat zal het dit keer zijn..? Ik wacht af, en laat mijn blik gaan naar zijn hals waar een net te grote ketting van goud een groenig amulet tegen het vallen beschermt.

Het blijft nu wel erg lang stil. “Sorry, maar ik ben even kwijt waar we het over hebben.” zegt hij vervolgens. “Ik kan me niet zo lang concentreren, en mijn korte termijn geheugen, dat gaat niet zo goed…”.

Schrijfoefening: Tijd

Ik voel hoe het oortje van mijn witte theekopje net niet goed past om mijn wijsvinger. Gedachteloos verplaats ik mijn duim om iets meer zekerheid te krijgen dat de hete thee de weg van de tafel naar mijn lippen met succes kan afleggen. De klok tikt alsof het negen uur is, en vraagt aandacht. Terwijl ik proef dat het te veel aan suiker de subtiele jasmijnsmaak verdringt span ik mijn oogspieren om mijn ogen te richten op de tijd. 5 voor 9.

Nog vijf minuten voordat het negen uur is. 300 seconden. Dat gaan ze niet meer redden, denk ik. De blijheid die ik voelde toen we 9 uur uiterlijk afspraken, zakt als een warme smeltende marshmallow richting mijn schoenen, en daar aangekomen vloeit het door de rubberen zolen van mijn slippers, alle motivatie met zich meeslepend. Ik had me er op verheugd, en verwacht dat afspraak ook afspraak is. 3 voor negen. 180 seconden. Tellen, 179, 178, 177…

Hoor ik daar wat? Ik kijk door de vuiligheid die aan de buitenkant van het raam zit, en zie in mijn ooghoek hoe een bruine, vrij grote vogel landt in het gras, en met zijn snavel snel iets pakt, om vervolgens met een paar slagen van zijn gesperde vleugels achter het hek te verdwijnen, terwijl de wind mijn ooghoek bezig houdt met wuivende bamboe, of zo. Een soort alertheid verliest terrein. Ik draai mijn hoofd weer naar binnen, mijn aandacht voor me, ik span de spieren in mijn nek en hals om langzaam nee te schudden, terwijl de spieren in mijn gezicht de lippen in een verwrongen afkeuring persen. Ik kijk op, naar de klok, en kan hem niet zien omdat mijn bril niet meebeweegt. Moeizaam alsnog beweegt mijn bebrilde hoofd in de positie zodat het hulpmiddel om te zien zich tussen mijn ogen en de klok nuttig maakt. 09:00 uur.

Zie je wel, denk ik. Altijd weer hetzelfde. Verwachtingen omhoog, diepere dalen. Ik voel een soort machteloze teleurstelling in golven opkomen, en dein er in, probeer mee te bewegen om het gevoel te versterken alsof ik wil bewijzen dat ik gelijk heb. Ik sta op, trek mijn jas aan, en ga naar buiten. Het maakt niet uit waarheen, maar even weg van hier, verdwijnen uit het hier en nu. Het is tijd.

Schrijfoefening: Roti

Lekker, roti. Ik parkeer de auto en steek de weg over op weg naar de afhaal. De deurklink voelt passend en zit wat los als ik kracht uitoefen om de deur te openen en de bel die aan de deur is vastgemaakt laat klingelen.
“Hoi, wat kan ik voor je doen?”
“Mag ik drie roti speciaal, twee kipfilet en één normale kip, alsjeblieft?” en ik voel me wat onbeholpen als ik nog even “om mee te nemen…” toevoeg. Alsof dat niet duidelijk is…
“Prima, komt er aan!” zegt de man vanachter zijn aanrecht waar hij ondertussen gewoon verder ging met het klaarmaken van andere bestellingen.

Ik blijf wat staan, en kijk door het raam, langs de stickerreclame voor een bezorgdienst, en zie daar twee kinderen en een vrouw voor een portiek staan. De deur in de portiek staat open. De twee kinderen hebben een plastic tas bij zich en de vrouw is driftig met een sigaret in de weer. Korte rukkende bewegingen als ze de sigaret uit het pakje haalt, naar haar mond brengt, en aansteekt. Driftig trekken. Hoekige bewegingen als ze haar arm weer laat zakken, met in haar hand de brandende sigaret. Ze kijkt links, rechts, links, rechts, telkens over de kinderen heen. De kinderen die wat verloren op de stoeprand staan, en naar de grond kijken, in gedachten verzonken lijken.

Een witte Audi stopt. Een sportief model auto. De vrouw kijkt er naar en trekt één van haar mondhoeken geërgerd omhoog als ze de deur open ziet gaan en in de richting van de man die uit de auto stapt kijkt. Met de sigaret tussen twee vingers geklemd, tikt ze op het horloge rond haar pols van de andere arm, en lijkt wat te zeggen tegen de man. De middelbare man, buikje maar toch sportief gekleed, beweegt zijn hoofd niet in de richting van de vrouw, vermijd contact. De zonnebril blijft op, en hij haalt kort zijn schouders op. Hij loopt naar de kinderen toe, en neemt de plastic zakjes over om ze in de auto te leggen. Eén van de kinderen kijkt op naar de vrouw en haar lippen bewegen. De vrouw brengt haar vrije hand naar de rug van het kind en beweegt het kind zachtjes door de deur. Het hoofd van de man draait nu wel in de richting van de vrouw, en hij zegt wat terwijl hij zijn hoofd van links naar rechts beweegt. De vrouw knijpt haar ogen even samen, en zuigt de sigaret bijna naar binnen, om dan de sigaret handig weg te schieten. Het kind dat nog buiten is slaat haar armen om de vrouw, een knuffel, en de vrouw legt even haar hand op het hoofd van het kind. Dan stapt het kind de auto in, en de vrouw snelt naar binnen.

De man gaat voor de auto staan, en loopt wat ongemakkelijk heen en weer. Elke twee passen kijkt hij de portiek in. Daar komt het kind. De vrouw blijft binnen. De man wijst naar de rechterachterdeur van de auto. Het kind gaat snel naar de aangewezen deur, de auto in. De man kijkt of er iets aan komt, stapt in de auto, en geeft te veel gas als hij wegrijdt waardoor zijn banden een beetje slippen.

Ik betaal de Roti, en terwijl ik de weg oversteek waar zojuist dit spektakel plaatsvond, vraag me af wat ik net heb gezien.

Gestructureerd leren en Kolb

Weet je nog? Toen je een klein kind was, en geen idee had dat autorijden iets was wat je moest leren? Je was je niet bewust dat je dat niet kon. En later je eerste rijles, waar je hortend en stotend op gang moest komen? Je werd je heel bewust dat je het niet kon. En later, na een aantal rijlessen, kon je aardig rijden, al moest je heel goed bezig zijn met de dingen die je moest doen, bijvoorbeeld bij het naderen van een rotonde: kijken, terugschakelen, richting aangeven, besluiten stoppen of doorgaan, koppeling, gaspedaal, rem, je had het heel druk. Je was heel bewust aan het oefenen en het lukte al heel aardig. En nu? Je hebt niet eens meer in de gaten wat je allemaal doet als je een rotonde neemt, het gaat als vanzelf. Je bent je niet bewust terwijl je de handelingen uitvoert.

Volgens leerpsycholoog David A. Kolb zijn dit de vier denkstappen die we doorgaan als we iets leren in een efficiënt leerproces dat leidt tot duurzame gedragsverandering:

Leercyclus van Kolb

Leercyclus van Kolb: van onbewust onbekwaam naar onbewust bekwaam

  1. Onbewust Onbekwaam
  2. Bewust Onbekwaam
  3. Bewust Bekwaam
  4. Onbewust Bekwaam

Waarschijnlijk herken je de fasen wel in het voorbeeld hierboven, bij het leren autorijden, maar herken je ze ook in ons schoolsysteem, bijvoorbeeld? Wiskundelessen? Natuurkunde? Maar ook later in trainingen en cursussen, of wanneer je voor het eerst in een echte baan begon?

Op basis van dit model is er een volgend stappenplan gemaakt, ook weer een model, om via dit “Efficiënt leerproces” nieuw gedrag te oefenen en te leren, in vier opeenvolgende stappen:

  1. DOE HET. Ervaar wat het gedrag doet (3 tot 5 keer), welke andere resultaten je krijgt, en hoe het voelt om te doen.
  2. EVALUEER. Ga na wat er anders is ten opzichte van hoe je het normaal gesproken zou doen.
  3. GENERALISEER. Haal er algemene richtlijnen en principes uit. Denk situationeel (wanneer en waar zou dit nieuwe gedrag wel alternatief zijn, wanneer en waar zou dit gedrag niet alternatief zijn).
  4. PAS TOE. Maak situationele keuzes in gedrag: bekijk per situatie of het oude of het nieuwe gedrag beter past.

In een plaatje:

Blijven ontwikkelen

Blijven ontwikkelen

Nog even over 4): Met leertransfer wordt bedoeld dat je het nieuwe gedrag ook meeneemt naar andere contexten; bijvoorbeeld iets wat je in je werk leert pas je ook toe in privé-situaties, en andersom.

Heel verhaal, wat heb je er nu aan? Nou, nu je dit artikel leest, net als zoveel andere artikelen, misschien wil je dan de wijze waarop je leest eens tegen dit model aanleggen. Stel je voor dat je tijdens het lezen van een artikel niet alleen de letters naar zinnen maakt en oppervlakkig leest vanuit verwondering, maar dat je tijdens het lezen jezelf de vraag stelt: wat betekent dit qua anders handelen? Om met het antwoord op die vraag vervolgens deze cirkel door te gaan: 3 tot 5 keer doen, op basis van je eigen ervaring bepalen hoe en wat er anders is, kijken wanneer en waar je welke keuzes maakt, en vervolgens het toverwoord: DOEN.

Dus, nu toepassend, hoe ga jij, nu je dit artikel hebt gelezen, drie tot vijf keer ervaren hoe het is om met wat er in dit artikel staat, ook daadwerkelijk te doen?

Wat is management en managen?

Er zijn allerlei definities te vinden over wat management is, en wat managen is. Definities vanuit een bepaalde invalshoek, zoals Wikipedia de volgende gebruikt: “Management is het besturen van een onderneming of organisatie.”. Dat soort beperkte definities kunnen je afleiden van het brede begrip dat managen inhoudt. Ik wil daarom graag even naar de basis gaan, en van daar opbouwen.

Managen is een werkwoord. Het komt uit het Engels, van ‘to manage’.

Management is een zelfstandig naamwoord, een verzamelbegrip om alles wat in het kader van ‘managen’ aan te duiden. Wat dat precies inhoudt is afhankelijk van de definitie en inrichting van het werkwoord ‘managen’.

Manager is een aanduiding van de persoon die het ‘managen’ uitvoert of leidt. Ook hier is er weer een afhankelijkheid van de betekenis van het werkwoord ‘managen’.

Managen is dus het werkwoord waar het om draait, ofwel de activiteit die wordt uitgevoerd. Management is een paraplubegrip om alles wat met de activiteit te maken heeft samen te vatten, en de manager is degene die de activiteit uitvoert. Vergelijk het met voetballen (de activiteit), het voetbal (containerbegrip voor alles wat met de activiteit te maken heeft), en de voetballer (degene die de activiteit uitvoert).

Wat is managen dan? Als we het vertalen uit het Engels, dan krijg je een hele rits woorden die bij vertaling van het werkwoord ‘to manage’ de lading zouden moeten dekken: beheren, lukken, besturen, richten, huishouden, schaffen, rondkomen, toedienen, mennen, bestieren, administreren, dirigeren en tot slot: grip krijgen. Dat geeft al een aardig beeld van waar het werkwoord voor staat, al is het nogal vaag en breed.

Een andere manier om de betekenis te achterhalen van het werkwoord ‘to manage’ is om de definitie van het werkwoord ‘to manage’ in het Engels op te zoeken. Dus voor de vertaling:

  1. To bring about or succeed in accomplishing, sometimes despite difficulty or hardship
  2. To take care or take charge
  3. to dominate or influence (a person) by tact, flattery, or artifice
  4. to handle, direct, govern, or control in action or use
  5. to wield (a weapon, tool, etc.)
  6. to handle or train (a horse) in the exercises of the manège
  7. Archaic. to use sparingly or with judgment, as health or money; husband

Als je deze definities leest, dan zie je dat definitie vijf, zes en zeven zich beperken tot een specifiek gebruik van ‘manage’. Definitie twee, drie en vier zijn beschrijvende definities van manieren waarop de activiteit wordt uitgevoerd. Alleen definitie één omvat een doel, een richting, een reden, een motivatie, een beschrijving van WAT er gedaan wordt, in plaats van HOE er gedaan wordt. Managen is meer dan alleen doelloos “taking care or taking charge”, “dominating or influencing (a person) by tact, flattery, or artifice”, of “handling, directing, governing, or controlling in action or use”. “Taking charge” en dan de bietenbrug opgaan, dat is in mijn woordenboek wel managen, maar niet het schoolvoorbeeld van managen; ik zou het slecht managen noemen, omdat een fundamentele eigenschap van het managen (waarom doe je het) gemist wordt: het doel. Net zoals je het heen-en-weer bewegen van een poetslap schoonmaken zou kunnen noemen, als de poetslap meer viesmaakt dan schoonmaakt, dan doe je wellicht de handeling wel, maar je kan het niet met recht zeggen dat je schoonmaakt.

En daarmee kom ik tot de volgende vertaling voor de activiteit van ‘managen’:
Managen is het bezorgen van of slagen in prestaties, soms ondanks moeilijkheden of tegenslag of korter: Managen is het bezorgen van of slagen in prestaties omdat moeilijkheden en tegenslag net zoals eenhoorns en kabouters alleen maar een toevoeging zijn die van het wezenlijke doel, het behalen van prestaties, afleiden.

En ja, dat kan je doen door manieren als definitie twee, drie of vier in te zetten, maar waar het echt om gaat, de crux, dat wordt alleen in de eerste definitie goed weggezet: het gaat om dingen voor elkaar krijgen, doelen flexibel fiksen. Een belangrijke nuance die door Henry Mintzberg passend samengevat is in zijn boek: “Managers, not MBA’s”.

‘Management’ is dan het containerbegrip van alles wat te maken heeft met het bezorgen van of slagen in prestaties. De ‘manager’ is de persoon die ofwel slaagt in prestaties of de prestaties bezorgd.

Vanuit dat perspectief kan je management op alle vlakken (persoonlijk en professioneel) vervolgens verklaren. En je ziet hoe beperkt de Wikipedia definitie is, want een organisatie of onderneming naar de gallemiezen besturen past binnen de definitie, maar mist net de nuance van richting.

Begeleiding

Wanneer je een meer gestructureerde aanpak wilt bij het ontwikkelen van je management- en/of communicatievaardigheden, en daar persoonlijke begeleiding bij zoekt, dan wil ik je daar graag bij helpen. Wanneer je met een specifieke vraag zit, een artikel mist, voel de vrijheid om te mailen naar info@rspaans.nl, zodat ik kan kijken of je je daarmee kan helpen.

Daarnaast kan je er voor kiezen om een afspraak te maken om samen eens te kijken wat en hoe ik iets voor je kan betekenen qua begeleiding in jouw persoonlijke realisatieproces. Een eerste afspraak waarin we gelijk aan de slag gaan: onderzoeken wat jij wilt en zoekt, wat je tegengehouden heeft tot nu toe, hoe je nu gelijk in de gewenste richting kan bewegen, en wat je van begeleiding verwacht. Een prikkelende kennismaking van een half uur, gratis en vrijblijvend. Een kennismaking waarin je kennismaakt met het begeleidingsproces en de begeleiding zodat je ervaart wat je kan verwachten.

Vervolgens heb je alle vrijheid om te kiezen voor de begeleiding die jou het beste past. Zorg voor vergelijking door ook bij andere begeleiders op bezoek te gaan, want wat jou het beste past geeft ook het beste resultaat voor jou (en dat is waar het om gaat: jou en jouw resultaten).

Als je dan voor vervolg kiest, kan de begeleiding starten, die bestaat uit een voorbereiding en (één of meerdere van) 4 fasen:

  1. Ontdekken en bepalen van JOUW toekomstidealen en drijfveren.
  2. De juiste, bijbehorende, uitdagende doelen stellen.
  3. Een plan maken om de doelen naar actie om te zetten.
  4. Doen: de resultaten behalen door de acties uit te voeren.

Ben jij klaar voor resultaten die bij jou passen? Ben jij klaar om aan de slag te gaan? Ben jij klaar om jezelf centraal te stellen? Ben jij klaar om te vertrouwen op je eigen inzichten en vanuit je eigen wensen je leven in te richten? Ben jij klaar om te gaan werken aan wat je WEL wilt? Ben je bereid om je handen uit je mouwen te steken, en voor jezelf aan de slag te gaan?

Neem dan NU de eerste kleine stap: stuur een mailtje voor een kennismakingsafspraak naar info@rspaans.nl.

Loskomen in een communicatietraining

Spelend naar effectief communiceren
Een training waarin effectief communiceren centraal staat, waar je actieve deelneming wenst terwijl je tegelijk een veilige speelse sfeer neerzet zou je als volgt kunnen doen:

Introductie kader

Kort verhaaltje over wat communicatie is, de relatie tussen een doel en effectiviteit, en vier stappen van effectief communiceren. Flip-over voor het spieken met de vier regels.

Effectief communiceren, dus doelgericht communiceren, in vier stappen:

  • Bepaal je doel: wat wil je bereiken met je communicatie?
  • Ontwerp je boodschap.
  • Lever de boodschap congruent af.
  • Controleer je resultaat (en stuur bij richting doel indien nodig)

Doen!

Verzin situaties, gerelateerd aan de deelnemers, of gekke situaties, of aan standaard gesprekstechniek problemen als “Nee” zeggen of complimentjes geven. Vorm groepjes van twee of drie (bij drie kan eentje feedback geven en oefenen) en laat ze lekker aan de slag gaan. Een paar voorbeelden van casus vindt je hieronder.

  1. Een collega komt naast je bureau staan, en begint zomaar een praatje. Je hebt eigenlijk geen tijd, want je wilt op tijd thuis zijn, voor een leuk uitstapje.
  2. Een collega komt naast je bureau staan, en stort zijn hart uit. Je ziet dat deze collega het echt kwijt moet. Je hebt eigenlijk geen tijd, want je wilt op tijd thuis zijn, voor een leuk uitstapje. Deze is bedoeld om te laten zien dat wanneer het doel verandert, je communicatie verandert, als je effectief wilt zijn.
  3. A neemt iets wat A bij B ziet (haarkleur, bloes, t-shirt, een observatie), en geeft een complimentje. B ontvangt het complimentje.
  4. A zegt drie maal (congruent en gemeend) “Sorry” tegen B. Je kan een aanleiding toevoegen om het te vereenvoudigen, en zonder aanleiding kan bewustwording van non-verbaal en verbaal het doel zijn.
  5. B stelt telkens (vier keer) een willekeurige vraag aan A. A wijst af (“Nee zeggen”) om achtereenvolgens het volgende te bereiken (nadruk op het aspect van communicatie (Schults van Thun)):
    1. Behoudt van een goede relatie.
    2. Duidelijke inhoud.
    3. Flexibel, buiten de procedure die je normaal bent (op ongewone manier: schrijf het antwoord op A4, of ga op tafel of stoel staan voor je antwoord geeft of schreeuw (fluister) het antwoord)
    4. Een vrolijke emotie achterlatend bij de vraagsteller.
  6. B stelt willekeurige vragen aan A, met name “waarom“-vragen. A geeft wel een antwoord, maar niet op de vraag. Geef eventueel een extra tip mee: benoem gewoon iets wat je ziet. Bijvoorbeeld de vraag “Hoe ben je hier gekomen?” beantwoorden met “Achter jou staat een boom.”. Merk eens hoe automatisch het is om vragen te beantwoorden, met name waarom vragen. Als trainer/begeleider kan je extra lastige vragen maken door meta te gaan vragen: “Waarom geef je niet gewoon antwoord?”, “Waarom doe je zo?”. 

NLP leren is NLP doen

Is het jou wel eens opgevallen hoe een kind helemaal kan opgaan in een speelgoedauto; dat er geen besef is bij een kind dat autorijden iets is wat je moet leren? En hoe je, misschien wel net 18 jaar, voor het eerst plaatsnam in een auto om nogal bruut te ontdekken dat je echt nog wel iets te leren had om zonder horten en stoten weg te komen? Herinner jij je nog hoe je vervolgens veel leerde, maar in situaties waarin veel te doen was (rotonde: gas loslaten, afremmen of terugschakelen, kijken, inschatten, plan maken, oh richting aangeven, etc.) het nog niet allemaal vanzelf ging? Vergelijk dat eens met nu, hoe je bijna zonder bewust na te denken de dingen doet zoals je ze geleerd hebt; soms achteraf niet eens doorhebt dat je er al bent.

Volgens psycholoog David A. Kolb zijn er vier fasen te onderscheiden wanneer we iets leren in een efficiënt leerproces dat leidt tot duurzame gedragsverandering:

Model van Kolb

Leren volgens Kolb

  1. Onbewust Onbekwaam: je weet nog niet dat je iets niet kan, dat je nog iets te leren hebt.
  2. Bewust Onbekwaam: je ontdekt dat je iets te leren hebt, dat je iets nog niet kan.
  3. Bewust Bekwaam: je kijkt, je leert, je doet met volle aandacht, en je haalt je eerst resultaten.
  4. Onbewust Bekwaam: je heb het inmiddels zo vaak gedaan dat je het zonder veel aandacht als vanzelf kan doen.

Natuurlijk is dit maar een model, en ja, er zijn andere manieren om nog veel efficiënter te leren. Een fobie ontwikkelen bijvoorbeeld, kan ook als een leerproces gezien worden, en daar lijkt een lijntje rechtstreeks van Onbewust Onbekwaam naar Onbewust Bekwaam te zijn. Niet zo veel mensen herkennen de periode van Bewust Onbekwaam en Bewust Bekwaam in het ontwikkelen van een fobie, in de zin van: ha, dat ken ik nog niet, laat ik eens gaan oefenen. Dit voorbeeld is slechts bedoeld ter illustratie; weet dat er een verschil is tussen gestructureerd leren (in de schoolbanken gaan zitten om iets te leren) en incidenteel leren (toevallige lessen oppikken in je omgeving en ervaring).

Waar leidt dit allemaal toe? Wel, dit model is verder uitgewerkt naar een 4 stappenplan waarmee je doe-dingetjes, zoals het leren van NLP technieken, meer gestructureerd ontdekt. De vier stappen zijn als volgt:

  1. Doe! Gewoon oefenen en uitvoeren, drie tot vijf keer, zodat je de bewegingen maakt, de woorden uitspreekt, het effect ondergaat, meer diepte krijgt, het gaat er om dat je de stap maakt van lezen naar ervaren.
  2. Evalueer. Nu je de ervaring hebt opgedaan, kan je het pas goed vergelijken met wat je normaal gesproken gedaan zou hebben of normaal gesproken zou doen. Maak die vergelijking: wat is er gelijk, en wat is er anders? Qua gevoel, qua reactie, qua effect?
  3. Generaliseer. Onderzoek vanuit een helikopterview welke algemene ideeën kan je herkennen in de verschillen. Wat zijn voordelen en nadelen van het nieuwe gedrag? Wat zijn voordelen en nadelen van het oude gedrag? Ga situaties na, in het verleden, waar dit nieuwe gedrag misschien een beter resultaat had gehad. Sta ook stil bij situaties waar juist het oude gedrag een beter resultaat zou blijven houden.
  4. Pas toe. Maak keuzes tussen oud en nieuw gedrag op basis van je ervaring en verwachting. Pas het naar verwachting meest geschikte gedrag toe in de juiste situatie. Dit zal eerst heel bewust zijn, en ja, je zal inschattingsfouten maken: inschattingsfouten die zorgen dat je ervaring opdoet en steeds makkelijker als automatisch je keuze kan maken. Transfer: meestal begin je in een specifieke context met uitvoeren (bijvoorbeeld op kantoor, in zakelijke mailtjes, tijdens het eten, bij het sporten, met een oefenmaatje, in de kroeg), en de uitnodiging is er om het gedrag ook in andere contexten in geschikte situaties mee te nemen.

Deze vier stappen in een plaatje:

Blijf vaardigheden ontwikkelen

Blijf vaardigheden ontwikkelen

 

Mijn uitnodiging, nu je hier bent aangeland: hoe kan je wat je nu hebt gelezen toepassen op dit artikel zelf? Hoe kan je het lezen vertalen naar doen en ervaren?

5 NLP fundamenten van excellentie

Vijf basisprincipes gelden wanneer je gaat voor excellentie.

1. Ken je doel

Mensen reageren het best wanneer zij weten wat zij WEL willen in plaats van wat zij niet willen. Wees je bewust van wat je wilt bereiken, oefenen, leren, ontdekken. Hoe wil jij je ontwikkelen? Weet wat je wilt, weet wat je niet wilt, ken jouw exacte doel. Be smart, use SMART.

Energy flows where attention goes.

2. Wees flexibel

De persoon met het meest flexibele gedrag, zal binnen een systeem het meeste resultaat boeken. Wanneer je niet het resultaat hebt gekregen dat je wilt, verander je gedrag, niet je doel. Wees bereid en flexibel om nieuwe dingen uit te proberen. Geef elkaar de ruimte, veiligheid, vertrouwen en respect.

Don’t limit your challenges, but challenge your limits.

3. Gebruik je zintuigen optimaal

Om je doelen beter te bereiken, zal je antwoord moeten kunnen geven op de vraag: “beweeg ik me in de richting van mijn doel, of ga ik er juist verder van weg?”. Meten door waarnemingen.

Leven is leren! Living is learning!

4. Onderneem NU actie

Dit is de kracht in jezelf. De vraag HOE mijn doel te bereiken is belangrijker dan de vraag waarom ik dat doel wil bereiken. Alles wat je nu doet hoeft straks niet meer. Zorg er voor dat wat je nu doet bijdraagt aan waar je straks wilt staan.

DOEN!

5. Werk in handelen en denken naar excellentie!

Handel vanuit een open, nieuwsgierige, constructieve en actieve houding. Werk vanuit een fysiologie en psychologie gericht op perfectie.

Make it special!

Predicaten

Predicaten zijn in NLP woorden die iemand gebruikt, die kunnen duiden op het gebruik van een bepaald representatiesysteem, oftewel of de (huidige) interne representatie voornamelijk opgebouwd is uit plaatjes, geluiden, gevoelens, smaak, geur en reuk of gedachten. Predicaten zijn een mooi voorbeeld hoe NLP zich meer richt op het proces van communicatie dan op de inhoud van de boodschap.

Als gesprekspartner, begeleider, coach kun je matchen op wat iemand in woorden (predicaten) aan je verteld. Dit brengt je in rapport met elkaar. Bijvoorbeeld: Iemand verteld je: ”Ik zie het niet, ik heb er geen beeld bij.” Als antwoord kun je matchen door: “Ik zie wat je bedoeld.” Je stemt af op het representatiesysteem in plaatjes door dezelfde soort predicaten te gebruiken. Wanneer je wilt matchen in predicaten terwijl je nog niet helder hebt wat de ander als voorkeur heeft (nu), dan gebruik je a-specifieke (auditief digitale; praten in gedachten/denken) predicaten (je gesprekspartner zal zelf de vertaling maken naar het huidige voorkeurssysteem).

Je kunt ook mismatchen op wat iemand je in woorden (predicaten) verteld. Hiermee bereik je verandering. Je geeft de ander de mogelijkheid om voorbij de grenzen van zijn/haar wereldmodel te gaan, dit model te onderzoeken en uit te breiden. Zijn/haar gezichtsveld wordt groter, of er worden nieuwe mogelijkheden gezien, andere verbindingen worden gelegd. Door te reageren vanuit andere predicaten ‘dwing’ je een andere invalshoek. Bijvoorbeeld: “Ik voel mij hier niet goed onder, er ligt een zware last op mijn schouders.” Als antwoord kun je mismatchen door op deze kinesthetische predicaten te reageren met visuele predicaten als: “Hoe zie je het als je er van af hier naar kijkt?”

Visuele predicaten: praten in plaatjes

Aspect, beeld, blijken, blik, contrast, droom, duidelijk, focus, getuige, glimp, gloed, helder, hoek, horizon, illusie, illustreren, inspecteren, inzicht, kijken, kleurrijk, nauwkeurig, obscuur, observeren, onderscheiden, onderzoeken, ontruimen, opvallen, overzicht, perceptie, plaatje, scene, schetsen, scope, starende blik, stralend, toespitsen, uitstekend, uitzicht, vaag, verdacht, verduister, verschijnen, visie, voorgrond, vooruitzichten, voorzien, waakzaam, wazig, weerspiegelen, zicht, zichtbaar, zien.

De andere kant opkijken, beeld schetsen, duistere zaak, glimp opvangen, kijkje nemen, schitterend idee, steelse blik, er op toezien, het schijnt dat, geen schijn van kans, het is me niet duidelijk, in het licht van, door de vingers zien, doorzien, in het niets staren, inzien dat, je oog laten vallen op, kleur bekennen, lust voor het oog, met het blote oog, oog in oog, over het hoofd zien, perspectief krijgen op, verborgen boodschap, zich illusies maken, zicht hebben op, oogje in het zeil houden, ik zie het zitten, u heeft een ander gezichtspunt nodig, ik zie licht aan het eind van de tunnel, ik heb meer overzicht nodig, veel kleurrijke mensen hier, hij heeft er een goed oog voor, zij blinkt echt uit, dat ziet er rooskleurig uit, lijkt mij, in vogelvlucht, in de juiste verhoudingen, in groter verband zien, in een glimp opgevangen, een vaag idee, een heldere toekomst, in het licht van, een beeld schetsen, ziet er uit als een plaatje, er op toezien, kortzichtig, fraai om te zien, tunnelvisie, onder de loep nemen, lichtpuntje zien, uitzichtloos, hoog aanzien.

Wanneer ik je een aantrekkelijk voorstel zou tonen, wil je dan bekijken of het is wat je voor ogen hebt?

Auditieve predicaten: praten in geluid

Aankondigen, articuleren, bekendmaken, bellen, bespreken, bespreking, bulderen, communiceren, converseren, discussiëren, dissonantie, echo, formuleren, gehoorafstand, gejank, geluid, geratel, gesprek, gieren, gillen, harmonie, hoorbaar, horen, informeren, instemmen, knarsen, lawaai, luid, luidruchtig, luisteren, mondeling, monotoon, noemen, opmerken, opmerking, praten, rapporteren, ritme, roddelen, rumoer, schel, schreeuw, schreeuwen, sprakeloos, spreken, stem, stilte, sussen, toon, uitroepen, uitspreken, verklaren, verkondigen, vermelden, vertellen, vocaal, vraag, zeggen.

Afstemmen op, bij wijze van spreken, binnen gehoorsafstand, dat doet een belletje rinkelen, de waarheid vertellen, een kletskous zijn, een mening uiten, het ene oor in en het andere uit, het hoogste woord voeren, iemand aanhoren, iemand de mond snoeren, iemands hulp inroepen, iets doorpraten, iets verwoorden, in harmonie zijn, je mond houden, je oor te luisteren leggen, kletspraat verkopen, luidkeels roepen, nooit van gehoord, uitgesproken, klinkt goed, ik kan het niet meer horen, je zou ook eens naar een ander kunnen luisteren, mijn stem heb je, daar kan ik mee instemmen, ik was onverstaanbaar, Oost-Indisch doof, hij is een goed klankbord, klinkt als een klok, de waarheid zeggen, gehoor geven aan, bij wijze van spreken, laat eens wat horen, schreeuwende kleuren.

Wanneer ik je zou vertellen wat mijn voorstel is, zou je willen luisteren of je er oren naar hebt?

Kinesthetische predicaten: praten in gevoelens

Aandrang, aanraken, aanvoelen, absorberen, beroeren, beweging, druk, drukte, eelt (op ziel), energie, flexibel, fundering, gebonden aan, geslagen, gestructureerd, gevoelig, gloed, grijpen, in de war, intuïtie, lauwwarm, leeghoofdig, nadruk, ongemakkelijk, ontspannen, onverdraaglijk, paniekerig, richting, rilling, ruw, schok, spanning, steun, stevig, stortvloed, stress, stromen, temperatuur, trillen, vastklampen, verdoofd, voelen, warm, zacht, zeer.

Alle uitdrukkingen met lichaamsdelen.

De bovenhand krijgen, de fantasie prikkelen, de kaarten op tafel leggen, de touwtjes in handen hebben, een doortastend persoon, greep krijgen op, hand in hand, het in je vingertoppen voelen, iemand de rug toekeren, iemand voor de voeten lopen, iets doorgeven, iets laten bezinken, iets vasthouden, in aanraking komen met, in contact blijven met, in een handomdraai, op het rechte pad blijven, op je tanden bijten, op je tenen lopen, stap voor stap, vastklampen aan, vlijmscherp, in de hand houden, ik voel me op mijn gemak, grip op de zaak, zijn gevoelige snaar, binnen handbereik, kippenvel krijg ik daarvan, de sensatie hangt in de lucht, ik ben in de vorm van mijn leven, er op staan, hartverwarmend, links laten liggen.

Wanneer ik je een concreet voorstel zou doen, zou je willen ervaren of het goed voelt?

Olfactoire predicaten: praten in geur en reuk

Aroma, boeket, dampen, doordringende geur, essentie (basisgeur), mest, muf, rot, stank, stinken, stoffig, vochtig, zoetig (geur), zweet.

Gustatoire predicaten: praten in smaken

Bitter, delicieus, flauw, kruidig, pikant, pittig, scherp, smaakvol, verbrand, verschraald, zoet, zuur, kauwen, proeven.

Auditief digitale predicaten (ook wel aspecifiek): praten in gedachten, denken

Activeren, adviseren, analyseren, anticiperen, begrijpen, beseffen, beslissen, besluiten, bewust, bewustzijn, creëren, demonstreren, denken, ervaring, functioneren, herhalen, idee, indicatie, kennen, kiezen, kunnen, leren, logisch, maken, managen, mening, merken, motiveren, onderzoeken, ontwikkelen, opmerken, organiseren, overwegen, plannen, predicaten, realiseren, verstand, verwerken, vragen, voorbereiden, waarnemen, waarschuwen, weten, zijn.

Alert zijn, bewust zijn, een ervaring integreren, het eens zijn over, het juiste idee hebben, je best doen, zich vergissen.

Wanneer ik je een advies geef, zou je het kunnen overwegen?

Oefening herkennen van predicaten

Lees onderstaande uitspraken/woorden/predicaten en bepaal of deze duiden op V, A, K, O, G of Ad:

  • Er wordt gefluisterd
  • Licht op de zaak laten schijnen
  • Aansprekend
  • Ik begrijp, dat
  • Ergens tegenaan lopen
  • Tegen de achtergrond bezien van :
  • Schitterend voorgesteld
  • Een uitgesproken tegenstander
  • Een handvat geven
  • De bal terugkaatsen
  • Ik vraag me af
  • Oost-Indisch doof
  • Ik denk dat
  • Oogkleppen op hebben
  • Vastlopen
  • Weerklank vinden
  • Andere invalshoek kiezen
  • Op je tenen lopen
  • Dat is tekenend
  • Een voorstel bespreken
  • Ik evalueer graag
  • Nog afgezien van
  • Verstijfd van schrik
  • Ik ben me ervan bewust
  • Tegen dovemansoren zeggen

Waarnemen en kalibreren

Hoe vaak komt de letter ‘F’ voor in de volgende tekst:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Wat staat hier:

Vlgones een sduite aan een elgnese unvirestiet mkaat het neit uit in wlke vlgrodoe de lttrees in een wrood satan, het eigne dat blagnrijek is, is dat de ersete en de ltaatse ltteer op de gdoee palats satan. De rset kann ttaaol oiznn zjin maar tcoh kun je het geod leezn. Dit kmot dradoot we neit ltteer voor ltteer arpat lzeen maar wodoren in zjin gheeel.

Kan je dit lezen:

D323 M3D3D3L1NG L44T J3 213N T0T W3LK3 GR0T3 PR35T4T135 0N23 H3R53N5N 1N 5T44T 21JN. 1N H3T 83G1N W45 H3T 23K3R N0G M031L1JK D323 T3K5T T3 L323N, M44R NU K4N J3 H3T W44R5CH1JNL1JK 4L W4T 5N3LL3R L323N 20ND3R J3 3CHT 1N T3 5P4NN3N. D4T K0MT D00R H3T 3N0RM3 L33RV3RM0G3N V4N 0N23 H3R53N5. KN4P H3? D323 M3D3D3L1NG M4G J3 K0P13R3N 3N V3RD3R V3R5PR31D3N.

Onze waarneming

Hoeveel vaak komt de ‘f’ voor volgens jouw telling? De meeste mensen tellen er 16 of 17. Maar het zijn er meer:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Het zijn er 23! Vooral het woordje ‘OF’ wordt vaak gemist. Er zit dus iets raars in ons waarnemen. Zelfs wanneer we ons concentreren, zien we niet alles…

En wanneer je het 2e stukje las als ‘Volgens een studie aan een Engelse universiteit…’, dan was je niet aan het waarnemen, maar dan was je de letters die er staan aan het vervormen tot woorden zoals je ze kent. Je leest dan iets wat er feitelijk niet staat. Wanneer dat stukje in een taal was geschreven die je niet kende, dan had je wel letterlijk de letters uitgesproken zoals ze er stonden. We verbinden onze waarneming aan wat we in het verleden hebben geleerd. We zien iets en proberen het onbewust te duiden. We zien niet wat er staat, we zien wat we kennen.

Het derde stukje laat je zien hoe snel dit proces gaat, hoe flexibel je hersenen zijn om snel te leren en uit het feitelijke waarnemen naar betekenis gaan.

Belangrijk NLP uitgangspunt: Ons sterkste instinct is niet de ‘will to survive’ maar onze drang om dingen vertrouwd te maken (‘will to make things familiar’).

Het zintuigensysteem

Wij nemen de wereld feitelijk waar door gebruik te maken van onze 5 zintuigen:

  • Ogen kijken (Visueel)

    Zintuigensysteem en waarnemen

    Zintuigensysteem en waarnemen

  • Oren luisteren (Auditief)
  • Lichaam voelt (Kinestetisch)
  • Neus ruikt (Olfactoir)
  • Mond proeft (Gustatoir)

Voor het gemak worden deze zintuiglijke systemen in NLP veelal afgekort tot: V A K O/G.

Omdat we naast waarnemen ook denken (tegen ons zelf praten) wordt er verschil gemaakt tussen Auditief tonaal (At: luisteren met je oren) en Auditief digitaal (Ad: tegen je zelf praten).

Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen de verschillende manieren waarop je kan voelen (Kinestetisch):

  • Tactiel: voelen aan de buitenkant; waarnemen buiten jezelf
  • Proprioceptief: voelen aan de binnenkant; waarnemen binnen jezelf
  • META: waarde bepalende gevoelens en emoties

NLP stelt dat ieder mens een bepaalde voorkeur heeft bij de inzet van de zintuigen (V-A-K-O-G-Ad). Sommige zintuigen zijn beter ontwikkeld dan de andere. Dat is per mens verschillend, en aangezien zintuigen te trainen zijn, is het geen vastgesteld gegeven, en kan het per situatie verschillen.

Het primaire voorkeurssysteem van waarnemen (V A K O/G Ad) herkennen bij een ander is handig om beter contact te maken. Je kan het primaire voorkeursysteem bij een ander herkennen door:

  • Te luisteren naar de woorden die de ander gebruikt (predicaten)
  • Te kijken naar de lichaamshouding (fysiologie)
  • Te kijken naar de oogpatronen

Dit worden ook wel de accessing cues (toegangsignalen en –aanwijzingen) genoemd.

VAKOGAd overzicht

V – Visueel, zien

A – Auditief, horen

At – Auditief tonaal, luisteren

Ad – Auditief digitaal, praten tegen jezelf, ‘denken’

K – Kinestetisch, voelen

Kt – Kinestetisch tactiel, voelen aan de buitenkant

Kp – Kinestetisch proprioceptief, voelen aan de binnenkant

Km – Kinestetisch meta, waarde bepalend of emotie

O – Olfactior, ruiken

G – Gustatoir, proeven

Lead system (zoeksysteem)

NLP stelt dat iedereen een zintuiglijk weergavesysteem heeft waarmee iemand zich richt op een innerlijke ervaring, of een herinnerde ervaring opzoekt.

Als voorbeeld:

Zoek naar een ervaring waarin je zeker was van jezelf. Qua volgordelijke stappen kan je eerst een beeld ZIEN (visuele “lead”) van die ervaring, om je vervolgens te herinneren welke gevoelens horen bij dat moment van zekerheid (kinestetische weergave).

Dit lead system is met de oogpatronen goed te herkennen.

Synesthesie

Synesthesie is een proces waarbij de weergave in het ene zintuigensysteem direct een ervaring oproept in een ander zintuigensysteem. Beide systemen overlappen elkaar. Bijvoorbeeld wanneer je het geluid hoort van een krijtje over een schoolbord en direct de rillingen over je rug voelt lopen.

BMIR’s – Behavioral Manifestations of Internal Representation

BMIR’s zijn (minimale) non-verbale en verbale toegangssignalen die in verbinding staan met onze zintuigen, de VAKOGAd. Door te letten op BMIR’s kan je beter afleiden wat er bij de ander gebeurt. Het is daarbij belangrijk in de gaten te houden dat ieder mens uniek is; niemand heeft gelijke BMIR’s. Voordat je dus betekenis mag en kan geven aan de BMIR’s die je waarneemt moet je onderzoeken wat een BMIR specifiek bij iemand betekent (dat proces van afstemmen heet kalibreren).

In een gesprek letten op veranderingen in fysiologie en stem (kijken en luisteren) geeft je inzicht in het interne proces bij de ander. Je wellicht niet zien WAT er gebeurt, maar wel DAT er wat gebeurt.

Visuele BMIR’s – wat je kan zien veranderen

  • Spierspanning in het gezicht
  • Vochtigheid van de huid
  • Kleur(verandering) van het gelaat
  • Onderlip (grootte en kleur)
  • Oogbewegingen
  • Grootte van de pupil
  • Schuine stand van het hoofd
  • Ademhaling: plaats, snelheid, diepte
  • Houding
  • Hoek van de ruggengraat (hoofd, nek, schouders)
  • Arm -, hand- en vingergebaren
  • Verdeling van gewicht
  • Gezichtsuitdrukking, wenkbrauwen, kaken, mond

Auditieve BMIR’s – wat je kan horen veranderen

  • Toon
  • Tempo
  • Plaats
  • Hoogte
  • Volume
  • Ritme
  • Pauzes
  • Predicaten
  • Warmte
  • Intonatie en intonatiepatronen

Kalibreren

Wanneer je iets ziet of hoort bij iemand, en je wilt ontdekken wat dat betekent, dan noemt NLP dat proces van onderzoeken en afstemmen ‘kalibreren’. Wanneer je niet kalibreert, en BMIR’s een betekenis geeft ‘omdat dat meestal zo is’, dan ben je aan het gedachtelezen, of mindreaden. Omdat iedereen unieke BMIR’s heeft, is het proces van kalibreren erg belangrijk om feitelijk te blijven bij wat er gebeurt bij de ander in plaats van niet verder te komen dan wat jij denkt dat er gebeurt bij de ander.

Kalibreren is het ontdekken van toegangsignalen. In de basis is het een vermogen (vaardigheid) om verschillen te kunnen zien en/of horen. Om onderscheid te kunnen maken is het noodzakelijk tenminste 2 zijnstoestanden waar te nemen.

  • Een enkel signaal is een voorval zonder betekenis
  • 2 dezelfde signalen is toeval
  • 3 dezelfde signalen is een patroon (kalibratie)

Oefening waarnemen of gedachtelezen

Ga bij de volgende uitspraken voor jezelf na of het iets is wat je feitelijk ziet, of dat een een mening/waardeoordeel is:

  • Je ziet hem opgelucht adem halen.
  • Je kon zien dat ze niet tevreden was.
  • Ze stond ontspannen te presenteren.
  • Als hij praat beweegt hij met zijn handen.
  • Hij fronste terwijl hij naar beneden keek.
  • Hij fronste zijn wenkbrauwen om te laten zien dat hij twijfelde aan haar woorden.
  • Ze keek schichtig om zich heen.
  • Zijn stem trilde en klonk nerveus.
  • Terwijl hij praatte bewoog zijn hoofd.
  • Hij bloosde van schaamte.
  • Hij vind mij niet aardig want hij kijkt telkens weg als ik hem aankijk.
  • Hij schudde zijn hoofd dus was het er niet mee eens.
  • Zij knikte want ze is het er mee eens.
  • De Italiaan was erg tevreden; hij maakte een rondje met duim en wijsvinger: perfect!
  • De ene Griek vond het goed, hij zei “Ohkee.”. De andere niet, hij zei “Nee.”.
  • Zij gaat het doen, ze zei “Ja, ik doe het wel.”.
  • De Pakistaan schudde zijn hoofd, dus bedoelde nee.
  • De Arabier gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De Japanner gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De flipover heeft witte bladen van papier.

Klik hier voor een antwoordindicatie.

Dus:

WAARNEMING -> Betekenis geven -> MINDREAD

Feitelijk en objectief -> Betekenis geven -> Jouw werkelijkheid en subjectief

Werkelijkheid -> Betekenis geven -> Waardeoordeel en overtuiging

Accessing cues – toegangsignalen en -aanwijzingen

Overzicht BMIR’s (generaliserende mindreads)

Visueel Auditief (At en Ad) Kinestetisch (K en O/G)
Ademhaling Hoog, snel, onregelmatig Middenrif Diepe buikademhaling, langzamer
Gezichtsuitdrukking Ogen dichtknijpen Gefronste wenkbrauwen Ontspannen spieren
Stem Hoge neusklanken Stiltes, afgemeten, nadrukkelijk Laag, vanuit de adem
Tempo Snel, opgewonden Ritmisch Langzamer
Houding Rechte rug, kin omhoog Hoofd naar rechts beneden gebogen Hoofd naar links beneden, rug iets in elkaar gezakt
Gebaren Naar boven wijzen, in de ogen wrijven Kin in hand, rond oren wijzen Handen op de buik leggen, denkbeeldige handelingen uitvoeren

Eye accessing cues (oogpatronen)

In het diagram hieronder kan je de oogpatronen van iemand afleiden. Het is zo getekend alsof dit het gezicht is van iemand die jou aankijkt. De oogpatronen hieronder gelden voor de meeste rechtshandige mensen (standaard georganiseerd mens).

LET OP: KALIBREREN IS BELANGRIJK!

Eye accessing cues (oogpatronen)

Eye accessing cues (oogpatronen)

De ogen kunnen ook recht vooruit staan, uit focus (down-time; intern gericht), al dan niet met vergrote pupillen. Dat duidt op snelle toegang naar (directe) zintuiglijke informatie, voornamelijk visueel.

  • VC: visueel geconstrueerde beelden (ogen op recht); vaag, flitsend, duidelijk verbeelden, heldere toekomst
  • VR: visueel herinnerde beelden (omhoog verlaten ogen); fotografisch geheugen, totale herinnering, toekomstvisie, schitterend perspectief, opnieuw bekijken, kleurrijk geheugen.
  • ACt: Auditief geconstrueerde geluiden of woorden, tonaal (ogen horizontaal en aan het recht); repeteren, woorden zeggen.
  • ARt: Auditieve herinnerde geluiden of woorden (ogen horizontaal en aan de linkerzijde); woorden herhalen die gehoord zijn.
  • K: Kinestetische sensaties en gevoel (intern en extern, ook reuk en smaak, ogen onderaan recht); voelen, aanraken, warm, soepele tred, kietelen.
  • AD: Auditieve geluiden of woorden (ogen onderaan de linkerzijde); interne dialoog, praten tegen jezelf, “aha”

Vragen stellen om oogpatronen te kalibreren

VR

  • Welke kleur heeft je favoriete boek?
  • Welke kleur heeft het huis van de buren?
  • Is er een ronde tafel in je huis?

VC

  • Hoe ziet een zebra eruit met paars/oranje haar?
  • Hoe ziet een mier eruit met roze sokjes aan?
  • Wat ga je morgen doen?

AR

  • Hoe klinkt je favoriete instrument?
  • Hoe klinkt volledige rust en stilte?
  • Wat klinkt harder: jouw deurbel of een claxon?

AC

  • Hoe klinkt een piepende muis in een windtunnel?
  • Hoe zou een dweilorkest klinken op Mars?
  • Hoe klinkt mijn stem, als ik zou praten zoals Mickey Mouse?

AD

  • Hoe doe jij de dingen ‘s ochtends?
  • Wat zeg je tegen jezelf als je thuiskomt?
  • Hoe poets jij je tanden?

K

  • Hoe voelt het als je in de zon ligt?
  • Hoe voelt je rechtervoet aan als die slaapt?
  • Welke sok zit beter, die van je rechter- of van je linkervoet?

Bij onduidelijke oogpatronen kan je meer gedetailleerde vragen stellen. Vooral vragen met een vergelijking of contrast: Welke … is (vergelijking), … of …? Bijvoorbeeld Welke kleur is donkerder, bastogne- of ontbijtkoek?

Oefening Vragen om oogpatronen te kalibreren

Geef aan of de onderstaande vragen Vc, Vr, Ac, Ar, K (O,G) of Ad zijn

  • Hoe zou je huis er uit zien met roze verf?
  • Welke kleur had het haar van je moeder, toen je haar voor het laatst zag?
  • Ben jij je bewust van deze vraag?
  • Hoe gaat de melodie van je favoriete lied?
  • En hoe zou je favoriete lied klinken met kerstklokken op de achtergrond?
  • Hoe voelen smeltende sneeuwballen in je hand?
  • Wat zeg je nu tegen jezelf?
  • Hoeveel ramen heeft je huis?
  • Hoe klinkt een muntje dat op straat valt?
  • Hoe klinkt een grote sneeuwbui die in zee valt?
  • Hoe zou jij er uit zien met haar van goud?
  • Heb je voor meer ramen dan achter?
  • Wat zou beter zijn: je huis paars met witte stippen, of met rode strepen?
  • Welke kleur heeft je voordeur?
  • Wat zeg jij tegen jezelf net voordat je de fiets neemt?
  • Heb je een ronde spiegel in huis?
  • Hoe klinkt de zee?
  • Hoe zag vorig jaar de leukste kerstkaart er uit?
  • Hoe klinkt Donald Duck nadat hij een ballon met helium heeft ingeademd?
  • Hoe zal het voelen om op de maan te dansen?
  • Hoe smaakt je favoriete eten?
  • Hoe ziet de kaft van je favoritete boek er uit?
  • Hoe klinkt een krijtje op een schoolbord?
  • Hoe smaakt een grote hap watten?
  • Wat zeg jij tegen jezelf wanneer je een complimentje krijgt?
  • Wat zeg je tegen jezelf wanneer je voor de koelkast staat?
  • Wat vindt je van deze vragen?
  • Realiseer jij je wat hier nu gebeurd?
  • Hoe zie jij er uit als een teletubbie?
  • Hoe zou je kamer er uit zien wanneer deze blauw was?
  • Welke kleur had de kamer waar je bent opgegroeid?
  • Wat was het laatste wat ik gezegd heb?
  • Hoe voelt het wanneer je in een plas stampt?

Speciale oogwaarnemingen

  • Je kan aan de ogen zien of iemand ‘naar binnen gekeerd is’. Dat is het moment om ruimte voor nadenken te geven, of suggesties te geven (korte trance-staat).
  • Je kan aan de ogen zien waar iemand naartoe kijkt (richting) wanneer deze zich iets voorstelt: ver weg, dichtbij, hoog, laag etc.
  • TransDerivational Search (TDS): verwilderde oogpatronen, geeft aan dat iemand informatie zoekt, in verwarring is, en/of probeert betekenis te geven. Checken of na de TDS de informatie is gevonden, dan wel betekenis is gegeven kan handig zijn. Wederom een goed moment voor suggesties (korte trance-staat). Merk wat er gebeurt:
    • Je doet het weer, of niet soms…?
    • Misschien denk je aan de gedachten die je gisteren had…?
    • De vele kleuren die fruit kan hebben…
    • Er zijn leuke momenten geweest, nietwaar…?
    • Je bent nog iets vergeten, nietwaar…?
    • Wat is het dat je nu niet kan herinneren…?
    • Jij kan je beseffen dat je nu met een glimlach is altijd leuk…
    • Rijk zijn is een staat zijn zegt het woordenboek…

Swish pattern, Swish patroon

Met het Swish patroon creëer je een nieuwe fascinerende toekomst, een nieuwe keuze mogelijkheid voor nieuwe levenswijze, in plaats van oude gewoonten te veranderen of af te schaffen. Wanneer doe je “dat” wat je wilt veranderen? In NLP techniek het Swish patroon wordt de trigger gevonden, waarmee dat gedrag start waar je aan wilt werken. De keuzemogelijkheid voegt zich in net voor het moment waarin je met je gewoonte of situatie begint. Houdt in de gaten dat je in de uitvraag van de inhoud niet volledig hoeft te zijn, en dat de inhoud niet echt van belang is: slechts de submodaliteiten zijn nodig voor de verandering.

Zet de Swish in voor het veranderen van ongewenst gedrag en gewoonten. Wat je wilt bereiken is het dissociëren van de trigger van het ongewenste gedrag en het associëren met het gewenste gedrag.

Je kan er voor kiezen om de uitspraak van ‘SWISSSHHH’ te vervangen door ‘wiSSSSSSel’.

Swish Patroon origineel

A              Identificeer de context waar B aan wilt werken

     “Aan welk probleem in welke situatie wil je graag werken?”

A              Vraagt B een geassocieerd beeld van het triggermoment te maken.

“Maak een beeld van de gewoonte of situatie die je wilt veranderen, gezien door je eigen ogen.”

     “Hoe weet je dat het tijd is om het te doen?” (Trigger)

     “Maak een beeld van dat moment vlak voor je met je gewoonte of situatie begint.”

Vraag verder uit om het contact met het moment te versterken (Waar ben je, met wie ben je daar, wat zie je).

A              Vraagt B een gedissocieerd beeld te creëren van de gewenste situatie.

“Maak een beeld van hoe je het graag zou willen hebben. Je ziet jezelf in de gewenste situatie”.

Neem hiervoor de tijd, maak de situatie zo ideaal mogelijk voor B. A begeleidt B door bijvoorbeeld meer kleur aan het beeld toe te voegen, het beeld nog krachtiger te laten worden. Ga bij elke verandering van submodaliteit na of het, het gewenste resultaat geeft.

“Swisssssssshhhhh”

A              Vraag B het geassocieerde beeld van het triggermoment op een groot scherm voor zich te zien.

A              Laat B onderin het grote scherm, het gewenste gedissocieerde beeld plaatsen in de vorm van een klein zwart bolletje.

A              Vertelt B dat het zwarte bolletje snel groter en helder mag worden, zo groot dat het het hele beeld vult. Laat dit samengaan met een SWIIISSSHHH geluid.

A              Break state

A              En B herhalen de vorige stappen tenminste 5 keer, het gaat steeds sneller en makkelijker.

Geniet van je resultaat!

A              Test, probeer het oude beeld terug te halen

A               Future Pace

Morgen in dezelfde situatie, wat doe je dan (hoe voel jij je dan). Welke mogelijkheid kies je hoe daar te zijn?

Herziene versie van het Swish patroon

In deze versie worden ook de submodaliteiten van horen en voelen gebruikt.

  1. Identificeer de trigger van het ongewenste gedrag en/of staat.

Wanneer en waar gebeurt dit?

Wat zie je, hoor je kort voordat je het ongewenste gevoel krijgt?

  1. Maak een geassocieerd stilstaand beeld van de trigger.

Break state

  1. Creëer gedissocieerd het gewenste beeld.

Wat wil je?

Welke kwaliteiten, capaciteiten, gevoel zul je hebben wanneer je niet meer doet wat je deed?

Waaraan denk je als je niet meer bezig bent met dit gevoel?

Maak het gewenste beeld groter en helderder net zolang tot dat je je goed voelt.

  1. Zet de verandering in werking.

Maak van het gewenste resultaat een klein zwart bolletje.

Plaats het kleine zwarte bolletje als een zwarte punt in het midden van het triggerbeeld en zie het daar ook echt staan.

  1. SWISSSHHHH

Trek het triggerbeeld met de zwarte punt erin naar achteren, zover naar achteren tot je in de verte alleen nog maar een klein puntje ziet. Merk nu op dat het kleine puntje naar je toe gaat bewegen, hoe meer het naar je toe beweegt hoe groter het beeld wordt. Het gewenste beeld wordt steeds groter en helderder, totdat je uiteindelijk je zelf ziet die de gewenste situatie heeft bereikt….. SWISSSHHHH

  1. Voorwaarde (3 tot 5 keer)

Dit proces een aantal malen herhalen en iedere keer zul je merken dat je hersenen het proces sneller aan kunnen. Kijk naar het triggerbeeld met de punt in het midden van jou gewenste situatie. Trek het beeld naar achter en …… SWISSSHHHH

  1. Test en Future Pace.

Probeer nu het oude beeld terug te halen en merk op wat er gebeurt.

Swish patroon – Slingshot versie

De grootte, de afstand, de helderheid & de plaats van het gebruik als functie van de afstand

1 Identificeer de trigger van het ongewenste gedrag en/of staat

Wanneer en waar gebeurt dit?

Wat zie je, wat hoor je, kort voordat je het ongewenste gevoel/de ongewenste staat krijgt?

2 Maak een stilstaand geassocieerd beeld van de trigger

3 BREAK STATE

4 Creeer het gedissocieerde gewenste beeld

Wat wil je?

Welke kwaliteiten, capaciteiten, gevoel zul je hebben wanneer je niet meer de mens bent met dit probleem?

Waaraan denk je wanneer je niet meer bezig bent met het probleem?

Maak het gewenste beeld groter en helderder net zolang totdat jij je goed voelt.

ZORG DAT HET BEELD GEDISSOCIEERD IS!

5 Zet de verandering in werking

Maak van het gewenste resultaat een klein zwart bolletje

Plaats de zwarte punt in het midden van het triggerbeeld en zie het daar ook echt staan!

6 “Swissshhh”

Trek het triggerbeeld met de zwarte punt er in naar achteren

Trek het triggerbeeld zover naar achteren tot dat je in de verte alleen nog maar een kleine punt ziet.

Merk op dat de kleine punt naar je toe gaat bewegen

Naarmate de punt dichterbij komt, zie jij het gewenste beeld dat steeds groter en helderder wordt totdat je uiteindelijk jezelf ziet die de gewenste situatie heeft bereikt…. SWISSSHHH

7 Voorwaarde (3 tot 5 keer)

We gaan dit proces een aantal malen herhalen en iedere keer zal je merken dat je hersenen het proces sneller aan kunnen.

Kijk naar het triggerbeeld met de punt van jouw gewenste situatie in het midden

Trek het beeld naar achter en …. SWISSSHHH

8 Test & future pace

Probeer nu het oude beeld terug te halen en merk op wat er gebeurt.

Auditief swish patroon

In plaats vanuit een visualisatie de swish te doen, kun je de swish ook auditief doen. Denk aan beperkende zinnen of woorden die je in jezelf hoort of tegen jezelf zegt. Je kunt hierbij gebruik maken van auditieve submodaliteiten als; volume, afstand, toonhoogte, tempo, timbre, duur, plaats, cadans, nadruk op bepaalde woorden, pauzes, richting.

  1. Benoem de beperkende zin en bepaal de gewenste zin. Hoe klinken ze?
  2. Hoor de beperkende zin hard en dichtbij.
  3. Hoor tegelijkertijd vanuit de verte de gewenste zin.
  4. Hoor hoe de gewenste zin dichterbij komt en luider wordt, tegelijkertijd hoor je de beperkende zin verder weg gaan en zachter worden.
  5. Herhaal stap 4 net zo vaak totdat de beperkende zin geheel vervangen is door de gewenste zin.

Aanvullend

De aandachtspunten voor een goede “Swish”-uitvoering:

  • “Swish”-patronen zijn ankers die een impuls (trigger) naar een nieuwe toekomst creëren. Zorg dus voor de juiste nieuwe toekomst.
  • Installeert nieuwe keuzemogelijkheden voor een nieuwe levenswijze (strategie) in plaats van oude gewoonten te veranderen of af te schaffen. De oude afhandeling blijft dus bestaan, NAAST de nieuwe. Deze techniek zal leiden tot een bewustwording bij een nieuw trigger-moment, waar dan een bewuste keuze gemaakt kan worden.
  • Richard Bandler: slechts de submodaliteiten zijn nodig voor de verandering.

Zeven hoofdzonden

Betekenis geven met NLP door gebruik te maken van oude inzichten zoals de zogenoemde 7 hoofdzonden. Frame het gedrag of de intentie met behulp van dit soort algemeenheden om het meer betekenis te geven, om het geloof te versterken in de richting die jij wilt.

Wanneer je het hebt over de 7 hoofdzonden, dan refereer je aan deze:
• luiheid,
• wellust,
• gierigheid,
• jaloezie,
• vraatzucht,
• woede en
• ijdelheid.

Verder ontwikkelen na een NLP (Master) Practitioner

Als je nu een NLP opleiding hebt gedaan, en je bent door de technieken gelopen, je hebt de vaardigheden aangeleerd, weet dan dat je een keuze hebt. Je kan nu er voor kiezen om er klaar mee te zijn en het profijt van de opleiding te zien in de persoonlijke groei die je hebt meegemaakt door het doen van de oefeningen, of je kan er voor kiezen om de vaardigheden en oefeningen nog meer eigen te maken zodat het een onderdeel wordt je je (gedrags-)gereedschapkist. Zodat je meer tools hebt die je gemakkelijk kan inzetten, meer flexibel gedrag.

Een aantal voorbeelden van zaken die je jezelf zou kunnen aanleren om meer profijt voor jezelf uit de NLP (Master) Practitioner opleiding te halen (uitnodiging: blader nog eens door de manual, en kijk voor jezelf wat nog meer goed en leuk voor jezelf is!):

Pre-frames

Maak bewust gebruik van pre-frames. Ga na welk doel je hebt in je interactie, en hoe je een pre-frame kan gebruiken om richting je doel te komen.

We are not our moods

Een belangrijk aspect in communicatie is de stemming. Ben je met het verkeerde been uit bed gestapt, dan communiceer en filter je anders dan wanneer je happy, happy, joy, joy uit je bed komt. En, dat is wat anderen ook doen. Probeer eens aan te voelen in interacties welke ‘moods’ de ander zit, en anticipeer daarop, speel daarmee.

We all do our best; appreciate that and be present

Belangrijk, deels uit de NLP veronderstellingen, deels uit de houding bij NLP coaching. Trek dat stukje uit de opleiding en neem het mee naar je persoonlijke of professionele omgeving. Kijk eens wat er gebeurt, en hoe het je zou kunnen helpen in welke situaties. Praat met de persoon die daar aanwezig is, in plaats van met het beeld van de persoon dat je in je hoofd hebt gecreëerd.

Gebruik je stem bewust

Speel met intonaties, maak de warme kant van je stem de default. Toon betrokkenheid door je stem betrokken en empathisch te laten klinken. Wis je dat het meest (onbewust) overtuigend die mensen zijn die hun stem laten resoneren aan de onderkant van hun eigen bereik? Richt je stem naar de knie van je gesprekspartner; dat maakt
de stem minder confronterend, rustiger en het zorgt voor meer aandacht bij wat je zegt.

Gebaren

Voeg gebaren toe aan je communicatie, en kijk hoe het ondersteunt. Ontdek eens hoe bepaalde gebaren zonder woorden effect hebben. Experimenteer eens met het creëren van tegenstrijdigheid: dat wat je zegt neutraal laten zijn of meepratend (rapport) maar het gebaar sturend.
Een paar voorbeelden van gebaren die je kan gebruiken (automatiseren):
– Het omslaan van een bladzijde
– Het laten indalen van gevoel door te wijzen met je vinger
– Je hoofd schuin naar rechts houden (teken van kwetsbaarheid)
– Opzij vegen
– Met in gedachten de tijdlijn: opzij vegen of naar achteren/voren verplaatsen

Drivers in marketing

Wanneer je iets of jezelf gaat verkopen, weet dan dat het niet zo is dat jij iets verkoopt, maar dat de ander iets koopt. De ander is op zoek naar iets, bijvoorbeeld een oplossing voor een probleem wat deze ander als probleem ervaart. In plaats van te beschrijven wat jij allemaal kan, en hoe goed je bent, blijkt het beter te werken wanneer je beschrijft wat de koper te winnen heeft. De koper denkt: What is In It For Me (WIIFM)?

In marketing wordt hier veel aandacht aan besteed, en er zijn algemene WIIFM gevonden, waaruit je kan kiezen en die je kan gebruiken in je communicatie naar je klanten. De volgende vijf algemene drivers kunnen voor jouw toekomstige klant de overweging zijn om op zoek te gaan naar een leverancier, en jij kan je verhaal daarop aanpassen door je verhaal vanuit de bril van de driver te vertellen:

WIIFM (wat zoekt je klant):

  1. Ontwikkeling: jij, je dienst of je product draagt bij aan verdere ontwikkeling. Persoonlijk, professioneel, of op basis van methoden of richting doelstellingen. Bij persoonlijke ontwikkeling kan je hier ook de algemene intrinsieke waarden onder scharen. Intrinsieke waarden als vrijheid, zorg, rust, de algemene emoties die mensen nastreven.
  2. Geld: jij, je dienst of product zorgt voor een besparing, of biedt de mogelijkheid meer geld te verdienen.
  3. Gemak: jij, je dienst of product zorgt voor meer gemak en comfort, of voorkomt ‘gedoe’.
  4. Status: jij, je dienst of product geeft status, communiceert een mate van belangrijkheid naar anderen.
  5. Genot: jij, je product of dienst is puur voor genot, of levert meer genot.

Om je boodschap nog specifieker te maken kan je vervolgens een 2e keuze maken om een manier te vinden om je verhaal over jezelf, je product of dienst aan te prijzen. Je kan jouw boodschap voorzien van argumenten, redenen, aspecten, die je potentiële klant over de streep kunnen halen door een van de volgende vragen te stellen en te beantwoorden in je boodschap:

De invalshoek; manieren om de WIIFM-boodschap over te brengen:

  1. Hoe is dit vernieuwend, en gebaseerd op de laatste inzichten?
  2. Hoe is dit gewichtig, waarom is het heel belangrijk dat je de boot niet mist, hoe zijn wij de autoriteit?
  3. Hoe is dit uniek (bijna niemand heeft het)?
  4. Hoe is dit weggelegd voor enkel de elite, de besten, hoe exclusief is het?
  5. Wie of wat zou je kunnen zijn, weet je zeker dat je dit kan missen, haal je echt alles uit de mogelijkheden?
  6. Ben je tevreden met hoe het gaat? Is het tijd voor een volgende stap, tijd voor vooruitgang? Stilstand is achteruitgang…
  7. Jij weet toch zelf het beste wat goed voor je is (zelf-tevredenheid en zelf-sturing)?
  8. Jij wil er toch ook bijhoren (appelleren aan eenzaamheid, suggestie van samen geven. Erotische symbolen gebruiken valt hier ook onder)?
  9. Wie kan jou nog iets vertellen (in de zin van: jij bent zo goed, niemand kan jou meer iets leren)?
  10. Algemene waarden in het zelfbeeld waarop je kan appelleren (voor de creatieveling): de (on-)zekerheid, de mate van zelfrespect (belangrijk zijn of bewonderenswaardig), tevredenheid met jezelf, scheppingsdrang, machtsgevoel en seksuele kracht, onsterfelijkheid, verbondenheid, het ouderlijk huis en vroeger (melancholie).

Wanneer jij je keuze maakt, en je boodschap ontwerpt, dan betekent dit dat jij je markt verteld wie wel en wie niet interesse in jou krijgt. Mensen kiezen op basis van een unieke set van voorkeuren voor de een of voor de ander. Wat belangrijk is om vooraf te doen is dus duidelijk je doelgroep bepalen. Wie wil je wel en wie wil je niet? Vervolgens kan je dan een onderzoek in je doelgroep doen om te kijken welke boodschap het beste effect heeft voor je doelgroep. Het effect dat je wilt hebben kan zijn dat je leuke klanten wilt krijgen, zo veel mogelijk klanten wilt krijgen, of wat je maar verzint.

 

Weet wie je wilt, weet wat die willen, ontwerp je boodschap en communiceer effectief!

Multilevel communicatie met je stemrichting

Een manier om je stemgebruik een extra dimensie te geven, is de richting van je stem te gebruiken om extra informatie als anker mee te geven. Je kan je stem namelijk ‘richten’, en dit levert een unieke sensorische ervaring op waar je betekenis aan mee kan geven.

Wat we meestal doen is de stem richten op het focale gezichtspunt, of op de persoon waar we mee spreken. Met een beetje oefening kan je, terwijl je iemand aankijkt, je stem meer richting de buik van de gesprekspartner richten. Probeer dat eerst eens voor een spiegel, eerst technisch en wanneer je het onder de knie hebt, voel dan eens wat dit voor een verschil maakt of je tegen jezelf praat hoog in het eigen gezicht, of wanneer je lager tegen jezelf praat naar je buik.

Wanneer je daar een diepte bij hebt, experimenteer dan eens in drie tot vijf gesprekken met een echte gesprekspartner door afwisselend hoog en laag je stem te richten. Verander je stemrichting niet te snel, bij dit experimenteren, zodat je tijd hebt om te mindreaden hoe dit bij de ander wordt ontvangen. Ontdek welk onbewust proces hier speelt, en hoe je dit kan gebruiken.

Een andere manier om je stemrichting te gebruiken, is bij bijvoorbeeld presentaties. Wanneer jij je stem richt op de voorste rij, dan zal je moeilijk te verstaan zijn achterin. Probeer je stem dan (tenminste, als je beter verstaanbaar wilt zijn; dat kan een keuze zijn) zowel te verspreiden, als achterin te laten landen.

Nog een andere manier is om aandacht te geven op een onbewuste manier aan iemand speciaal. Wanneer je iemand een boodschap wilt meegeven in een groep, dan kan je dat rechtstreeks doen, of met je stem op een meer verhulde manier. Wil je dat met je stem doen (bijvoorbeeld in een vergadering, of tijdens een les, of whatever) dan kan je een algemene boodschap toch richten op iemand specifiek door enkel je stem richting de bedoelde ontvanger te richten. Let er op dat wanneer je de persoon aankijkt het richten van de stem niet meer verhuld is, en dan kan het confronterend worden. Probeer het enkel met je stem te doen.

Vervolgens kan je ook door je stemrichting bepaalde woorden benadrukken, of embedded commands richten. Door bijvoorbeeld bij de zin “Ik laat het gewoon gebeuren.” je stem tijdens “LAAT HET” te richten op de persoon die ongewenst gedrag vertoont te richten, zal de onbewuste boodschap dat de persoon het gedrag moet laten verhuld binnenkomen. Dit vergt enige oefening en voorbereiding, en is zeker de moeite waard om vaardig in te worden.

Tot slot kan je dan je stemrichting nog gebruiken om ankers te zetten en af te vuren. Een simpel voorbeeld zou ik kunnen tekenen in een situatie waar een coach praat met een coachee. In dit gesprek wil de coach drie onbewuste signalen installeren: neutraal, ja/goed/doen/positief en nee/fout/laten/negatief. Daarvoor heb je drie stemrichtingen nodig, en de coach kiest om de stem te richten op de coachee zijn/haar knieën voor neutraal, richting het rechteroor voor positief en richting het linkeroor voor negatief. Tijdens de intake start de coach gelijk met ankeren en betekenisgeving. Algemene gegevens worden besproken met de stem gericht op de knieën. Problemen en mislukkingen herhaalt de coach met stem gericht op linkeroor, en wensen en successen worden herhaalt richting het rechteroor, consequent om de betekenisgeving sterker te maken. Testen van het anker kan de coach doen door een neutrale vraag als bijvoorbeeld “En, helpt dat?” te stellen naar het rechter- of linkeroor, en te kalibreren of het antwoord in lijn ligt met de gekozen richting. De coach blijft vervolgens de betekenisgeving consequent herhalen om het anker opgeladen te houden, en vuurt het af wanneer deze het nodig acht.

Let op opmerkzame mensen dit kunnen doorzien. In dat geval kan je het effect nog steeds gebruiken, alleen zorg je er voor dat je signaal subtieler wordt. Minder opmerkzame mensen kunnen juist een probleem hebben met het onderkennen van de verschillen in het stemgebruik. Je zou dan je signaal kunnen versterken door bijvoorbeeld met je vinger te wijzen in de richting van je stem (visueel signaal toevoegen) of met pauzes de verandering van richting te benadrukken, of de aandacht van de toehoorder kunnen versterken door wat onduidelijker te gaan articuleren. Sowieso kan je er rekening mee houden dat de toehoorder minimaal drie tot vijf het onbewuste signaal moet ervaren voordat de binding ontstaat (het leereffect optreedt) tussen betekenis en signaal.

Het gebruiken van je stemrichting als extra communicatiekanaal (je geeft een extra laag mee in je communicatie) is een goed voorbeeld van de zogenoemde multilevel communicatie, zoals Milton Erickson die gebruikte.

13 bestanddelen van een geplande verandering

Wanneer je een project uitvoert, een change wilt doorvoeren, een release bouwt, zelfs bij coaching, overal waar veranderingen worden doorgevoerd zijn er een aantal standaard bestandsdelen waar je bij stil kan staan, om tot het beste resultaat te komen. Bestandsdelen waar je bij stil kan staan, en dan niet om stil bij te staan maar natuurlijk invloed uit te kunnen oefenen, zodat je de verandering het meeste gewenste effect realiseert.

6 aspecten die elk weer kunnen worden onderverdeeld in sub-aspecten maakt uiteindelijk een lijstje van 13 aandachtspunten waarmee je jouw verandering, project, release, verbetering, wat dan ook, meer kan beheersen.

  • Uitkomsten
    • Resultaten, de objectieve producten van de verandering.
    • Richting, het subjectieve product van de verandering.
    • Verbeteringen, het waarom en hoe de resultaten bijdragen aan de richting.
  • Historie
    • Context, de uitgangssituatie in haar omgeving.
    • Aanleiding, de concrete reden dat in deze context deze keuze wordt gemaakt.
  • Actoren
    • Rollen, de taakverdeling binnen en tijdens het project.
    • Partijen, iedereen die betrokken is, die een belang heeft. Stake-holders.
  • Fasen
    • Stappen, opdeling van het project in beheersbare, logisch opeenvolgende brokken.
    • Inhoudelijke activiteiten, wat er concreet moet worden gedaan en gebouwd om een stap te realiseren.
  • Communicatie
    • Interactie, het proces van informeren van alle actoren.
    • Betekenisgeving, het sturen van het effect dat je wilt dat de communicatie heeft.
  • Sturing
    • Monitoring, het controleren en bijsturen van de planmatige stappen (management).
    • Begeleiding, pro-actief bijdragen aan de (sub)doelstellingen van partijen (leiderschap).