perspectief

Wat is management en managen?

Er zijn allerlei definities te vinden over wat management is, en wat managen is. Definities vanuit een bepaalde invalshoek, zoals Wikipedia de volgende gebruikt: “Management is het besturen van een onderneming of organisatie.”. Dat soort beperkte definities kunnen je afleiden van het brede begrip dat managen inhoudt. Ik wil daarom graag even naar de basis gaan, en van daar opbouwen.

Managen is een werkwoord. Het komt uit het Engels, van ‘to manage’.

Management is een zelfstandig naamwoord, een verzamelbegrip om alles wat in het kader van ‘managen’ aan te duiden. Wat dat precies inhoudt is afhankelijk van de definitie en inrichting van het werkwoord ‘managen’.

Manager is een aanduiding van de persoon die het ‘managen’ uitvoert of leidt. Ook hier is er weer een afhankelijkheid van de betekenis van het werkwoord ‘managen’.

Managen is dus het werkwoord waar het om draait, ofwel de activiteit die wordt uitgevoerd. Management is een paraplubegrip om alles wat met de activiteit te maken heeft samen te vatten, en de manager is degene die de activiteit uitvoert. Vergelijk het met voetballen (de activiteit), het voetbal (containerbegrip voor alles wat met de activiteit te maken heeft), en de voetballer (degene die de activiteit uitvoert).

Wat is managen dan? Als we het vertalen uit het Engels, dan krijg je een hele rits woorden die bij vertaling van het werkwoord ‘to manage’ de lading zouden moeten dekken: beheren, lukken, besturen, richten, huishouden, schaffen, rondkomen, toedienen, mennen, bestieren, administreren, dirigeren en tot slot: grip krijgen. Dat geeft al een aardig beeld van waar het werkwoord voor staat, al is het nogal vaag en breed.

Een andere manier om de betekenis te achterhalen van het werkwoord ‘to manage’ is om de definitie van het werkwoord ‘to manage’ in het Engels op te zoeken. Dus voor de vertaling:

  1. To bring about or succeed in accomplishing, sometimes despite difficulty or hardship
  2. To take care or take charge
  3. to dominate or influence (a person) by tact, flattery, or artifice
  4. to handle, direct, govern, or control in action or use
  5. to wield (a weapon, tool, etc.)
  6. to handle or train (a horse) in the exercises of the manège
  7. Archaic. to use sparingly or with judgment, as health or money; husband

Als je deze definities leest, dan zie je dat definitie vijf, zes en zeven zich beperken tot een specifiek gebruik van ‘manage’. Definitie twee, drie en vier zijn beschrijvende definities van manieren waarop de activiteit wordt uitgevoerd. Alleen definitie één omvat een doel, een richting, een reden, een motivatie, een beschrijving van WAT er gedaan wordt, in plaats van HOE er gedaan wordt. Managen is meer dan alleen doelloos “taking care or taking charge”, “dominating or influencing (a person) by tact, flattery, or artifice”, of “handling, directing, governing, or controlling in action or use”. “Taking charge” en dan de bietenbrug opgaan, dat is in mijn woordenboek wel managen, maar niet het schoolvoorbeeld van managen; ik zou het slecht managen noemen, omdat een fundamentele eigenschap van het managen (waarom doe je het) gemist wordt: het doel. Net zoals je het heen-en-weer bewegen van een poetslap schoonmaken zou kunnen noemen, als de poetslap meer viesmaakt dan schoonmaakt, dan doe je wellicht de handeling wel, maar je kan het niet met recht zeggen dat je schoonmaakt.

En daarmee kom ik tot de volgende vertaling voor de activiteit van ‘managen’:
Managen is het bezorgen van of slagen in prestaties, soms ondanks moeilijkheden of tegenslag of korter: Managen is het bezorgen van of slagen in prestaties omdat moeilijkheden en tegenslag net zoals eenhoorns en kabouters alleen maar een toevoeging zijn die van het wezenlijke doel, het behalen van prestaties, afleiden.

En ja, dat kan je doen door manieren als definitie twee, drie of vier in te zetten, maar waar het echt om gaat, de crux, dat wordt alleen in de eerste definitie goed weggezet: het gaat om dingen voor elkaar krijgen, doelen flexibel fiksen. Een belangrijke nuance die door Henry Mintzberg passend samengevat is in zijn boek: “Managers, not MBA’s”.

‘Management’ is dan het containerbegrip van alles wat te maken heeft met het bezorgen van of slagen in prestaties. De ‘manager’ is de persoon die ofwel slaagt in prestaties of de prestaties bezorgd.

Vanuit dat perspectief kan je management op alle vlakken (persoonlijk en professioneel) vervolgens verklaren. En je ziet hoe beperkt de Wikipedia definitie is, want een organisatie of onderneming naar de gallemiezen besturen past binnen de definitie, maar mist net de nuance van richting.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Predicaten

Predicaten zijn in NLP woorden die iemand gebruikt, die kunnen duiden op het gebruik van een bepaald representatiesysteem, oftewel of de (huidige) interne representatie voornamelijk opgebouwd is uit plaatjes, geluiden, gevoelens, smaak, geur en reuk of gedachten. Predicaten zijn een mooi voorbeeld hoe NLP zich meer richt op het proces van communicatie dan op de inhoud van de boodschap.

Als gesprekspartner, begeleider, coach kun je matchen op wat iemand in woorden (predicaten) aan je verteld. Dit brengt je in rapport met elkaar. Bijvoorbeeld: Iemand verteld je: ”Ik zie het niet, ik heb er geen beeld bij.” Als antwoord kun je matchen door: “Ik zie wat je bedoeld.” Je stemt af op het representatiesysteem in plaatjes door dezelfde soort predicaten te gebruiken. Wanneer je wilt matchen in predicaten terwijl je nog niet helder hebt wat de ander als voorkeur heeft (nu), dan gebruik je a-specifieke (auditief digitale; praten in gedachten/denken) predicaten (je gesprekspartner zal zelf de vertaling maken naar het huidige voorkeurssysteem).

Je kunt ook mismatchen op wat iemand je in woorden (predicaten) verteld. Hiermee bereik je verandering. Je geeft de ander de mogelijkheid om voorbij de grenzen van zijn/haar wereldmodel te gaan, dit model te onderzoeken en uit te breiden. Zijn/haar gezichtsveld wordt groter, of er worden nieuwe mogelijkheden gezien, andere verbindingen worden gelegd. Door te reageren vanuit andere predicaten ‘dwing’ je een andere invalshoek. Bijvoorbeeld: “Ik voel mij hier niet goed onder, er ligt een zware last op mijn schouders.” Als antwoord kun je mismatchen door op deze kinesthetische predicaten te reageren met visuele predicaten als: “Hoe zie je het als je er van af hier naar kijkt?”

Visuele predicaten: praten in plaatjes

Aspect, beeld, blijken, blik, contrast, droom, duidelijk, focus, getuige, glimp, gloed, helder, hoek, horizon, illusie, illustreren, inspecteren, inzicht, kijken, kleurrijk, nauwkeurig, obscuur, observeren, onderscheiden, onderzoeken, ontruimen, opvallen, overzicht, perceptie, plaatje, scene, schetsen, scope, starende blik, stralend, toespitsen, uitstekend, uitzicht, vaag, verdacht, verduister, verschijnen, visie, voorgrond, vooruitzichten, voorzien, waakzaam, wazig, weerspiegelen, zicht, zichtbaar, zien.

De andere kant opkijken, beeld schetsen, duistere zaak, glimp opvangen, kijkje nemen, schitterend idee, steelse blik, er op toezien, het schijnt dat, geen schijn van kans, het is me niet duidelijk, in het licht van, door de vingers zien, doorzien, in het niets staren, inzien dat, je oog laten vallen op, kleur bekennen, lust voor het oog, met het blote oog, oog in oog, over het hoofd zien, perspectief krijgen op, verborgen boodschap, zich illusies maken, zicht hebben op, oogje in het zeil houden, ik zie het zitten, u heeft een ander gezichtspunt nodig, ik zie licht aan het eind van de tunnel, ik heb meer overzicht nodig, veel kleurrijke mensen hier, hij heeft er een goed oog voor, zij blinkt echt uit, dat ziet er rooskleurig uit, lijkt mij, in vogelvlucht, in de juiste verhoudingen, in groter verband zien, in een glimp opgevangen, een vaag idee, een heldere toekomst, in het licht van, een beeld schetsen, ziet er uit als een plaatje, er op toezien, kortzichtig, fraai om te zien, tunnelvisie, onder de loep nemen, lichtpuntje zien, uitzichtloos, hoog aanzien.

Wanneer ik je een aantrekkelijk voorstel zou tonen, wil je dan bekijken of het is wat je voor ogen hebt?

Auditieve predicaten: praten in geluid

Aankondigen, articuleren, bekendmaken, bellen, bespreken, bespreking, bulderen, communiceren, converseren, discussiëren, dissonantie, echo, formuleren, gehoorafstand, gejank, geluid, geratel, gesprek, gieren, gillen, harmonie, hoorbaar, horen, informeren, instemmen, knarsen, lawaai, luid, luidruchtig, luisteren, mondeling, monotoon, noemen, opmerken, opmerking, praten, rapporteren, ritme, roddelen, rumoer, schel, schreeuw, schreeuwen, sprakeloos, spreken, stem, stilte, sussen, toon, uitroepen, uitspreken, verklaren, verkondigen, vermelden, vertellen, vocaal, vraag, zeggen.

Afstemmen op, bij wijze van spreken, binnen gehoorsafstand, dat doet een belletje rinkelen, de waarheid vertellen, een kletskous zijn, een mening uiten, het ene oor in en het andere uit, het hoogste woord voeren, iemand aanhoren, iemand de mond snoeren, iemands hulp inroepen, iets doorpraten, iets verwoorden, in harmonie zijn, je mond houden, je oor te luisteren leggen, kletspraat verkopen, luidkeels roepen, nooit van gehoord, uitgesproken, klinkt goed, ik kan het niet meer horen, je zou ook eens naar een ander kunnen luisteren, mijn stem heb je, daar kan ik mee instemmen, ik was onverstaanbaar, Oost-Indisch doof, hij is een goed klankbord, klinkt als een klok, de waarheid zeggen, gehoor geven aan, bij wijze van spreken, laat eens wat horen, schreeuwende kleuren.

Wanneer ik je zou vertellen wat mijn voorstel is, zou je willen luisteren of je er oren naar hebt?

Kinesthetische predicaten: praten in gevoelens

Aandrang, aanraken, aanvoelen, absorberen, beroeren, beweging, druk, drukte, eelt (op ziel), energie, flexibel, fundering, gebonden aan, geslagen, gestructureerd, gevoelig, gloed, grijpen, in de war, intuïtie, lauwwarm, leeghoofdig, nadruk, ongemakkelijk, ontspannen, onverdraaglijk, paniekerig, richting, rilling, ruw, schok, spanning, steun, stevig, stortvloed, stress, stromen, temperatuur, trillen, vastklampen, verdoofd, voelen, warm, zacht, zeer.

Alle uitdrukkingen met lichaamsdelen.

De bovenhand krijgen, de fantasie prikkelen, de kaarten op tafel leggen, de touwtjes in handen hebben, een doortastend persoon, greep krijgen op, hand in hand, het in je vingertoppen voelen, iemand de rug toekeren, iemand voor de voeten lopen, iets doorgeven, iets laten bezinken, iets vasthouden, in aanraking komen met, in contact blijven met, in een handomdraai, op het rechte pad blijven, op je tanden bijten, op je tenen lopen, stap voor stap, vastklampen aan, vlijmscherp, in de hand houden, ik voel me op mijn gemak, grip op de zaak, zijn gevoelige snaar, binnen handbereik, kippenvel krijg ik daarvan, de sensatie hangt in de lucht, ik ben in de vorm van mijn leven, er op staan, hartverwarmend, links laten liggen.

Wanneer ik je een concreet voorstel zou doen, zou je willen ervaren of het goed voelt?

Olfactoire predicaten: praten in geur en reuk

Aroma, boeket, dampen, doordringende geur, essentie (basisgeur), mest, muf, rot, stank, stinken, stoffig, vochtig, zoetig (geur), zweet.

Gustatoire predicaten: praten in smaken

Bitter, delicieus, flauw, kruidig, pikant, pittig, scherp, smaakvol, verbrand, verschraald, zoet, zuur, kauwen, proeven.

Auditief digitale predicaten (ook wel aspecifiek): praten in gedachten, denken

Activeren, adviseren, analyseren, anticiperen, begrijpen, beseffen, beslissen, besluiten, bewust, bewustzijn, creëren, demonstreren, denken, ervaring, functioneren, herhalen, idee, indicatie, kennen, kiezen, kunnen, leren, logisch, maken, managen, mening, merken, motiveren, onderzoeken, ontwikkelen, opmerken, organiseren, overwegen, plannen, predicaten, realiseren, verstand, verwerken, vragen, voorbereiden, waarnemen, waarschuwen, weten, zijn.

Alert zijn, bewust zijn, een ervaring integreren, het eens zijn over, het juiste idee hebben, je best doen, zich vergissen.

Wanneer ik je een advies geef, zou je het kunnen overwegen?

Oefening herkennen van predicaten

Lees onderstaande uitspraken/woorden/predicaten en bepaal of deze duiden op V, A, K, O, G of Ad:

  • Er wordt gefluisterd
  • Licht op de zaak laten schijnen
  • Aansprekend
  • Ik begrijp, dat
  • Ergens tegenaan lopen
  • Tegen de achtergrond bezien van :
  • Schitterend voorgesteld
  • Een uitgesproken tegenstander
  • Een handvat geven
  • De bal terugkaatsen
  • Ik vraag me af
  • Oost-Indisch doof
  • Ik denk dat
  • Oogkleppen op hebben
  • Vastlopen
  • Weerklank vinden
  • Andere invalshoek kiezen
  • Op je tenen lopen
  • Dat is tekenend
  • Een voorstel bespreken
  • Ik evalueer graag
  • Nog afgezien van
  • Verstijfd van schrik
  • Ik ben me ervan bewust
  • Tegen dovemansoren zeggen
Posted by Rutger in NLP handleiding

Waarnemen en kalibreren

Hoe vaak komt de letter ‘F’ voor in de volgende tekst:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Wat staat hier:

Vlgones een sduite aan een elgnese unvirestiet mkaat het neit uit in wlke vlgrodoe de lttrees in een wrood satan, het eigne dat blagnrijek is, is dat de ersete en de ltaatse ltteer op de gdoee palats satan. De rset kann ttaaol oiznn zjin maar tcoh kun je het geod leezn. Dit kmot dradoot we neit ltteer voor ltteer arpat lzeen maar wodoren in zjin gheeel.

Kan je dit lezen:

D323 M3D3D3L1NG L44T J3 213N T0T W3LK3 GR0T3 PR35T4T135 0N23 H3R53N5N 1N 5T44T 21JN. 1N H3T 83G1N W45 H3T 23K3R N0G M031L1JK D323 T3K5T T3 L323N, M44R NU K4N J3 H3T W44R5CH1JNL1JK 4L W4T 5N3LL3R L323N 20ND3R J3 3CHT 1N T3 5P4NN3N. D4T K0MT D00R H3T 3N0RM3 L33RV3RM0G3N V4N 0N23 H3R53N5. KN4P H3? D323 M3D3D3L1NG M4G J3 K0P13R3N 3N V3RD3R V3R5PR31D3N.

Onze waarneming

Hoeveel vaak komt de ‘f’ voor volgens jouw telling? De meeste mensen tellen er 16 of 17. Maar het zijn er meer:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Het zijn er 23! Vooral het woordje ‘OF’ wordt vaak gemist. Er zit dus iets raars in ons waarnemen. Zelfs wanneer we ons concentreren, zien we niet alles…

En wanneer je het 2e stukje las als ‘Volgens een studie aan een Engelse universiteit…’, dan was je niet aan het waarnemen, maar dan was je de letters die er staan aan het vervormen tot woorden zoals je ze kent. Je leest dan iets wat er feitelijk niet staat. Wanneer dat stukje in een taal was geschreven die je niet kende, dan had je wel letterlijk de letters uitgesproken zoals ze er stonden. We verbinden onze waarneming aan wat we in het verleden hebben geleerd. We zien iets en proberen het onbewust te duiden. We zien niet wat er staat, we zien wat we kennen.

Het derde stukje laat je zien hoe snel dit proces gaat, hoe flexibel je hersenen zijn om snel te leren en uit het feitelijke waarnemen naar betekenis gaan.

Belangrijk NLP uitgangspunt: Ons sterkste instinct is niet de ‘will to survive’ maar onze drang om dingen vertrouwd te maken (‘will to make things familiar’).

Het zintuigensysteem

Wij nemen de wereld feitelijk waar door gebruik te maken van onze 5 zintuigen:

  • Ogen kijken (Visueel)

    Zintuigensysteem en waarnemen

    Zintuigensysteem en waarnemen

  • Oren luisteren (Auditief)
  • Lichaam voelt (Kinestetisch)
  • Neus ruikt (Olfactoir)
  • Mond proeft (Gustatoir)

Voor het gemak worden deze zintuiglijke systemen in NLP veelal afgekort tot: V A K O/G.

Omdat we naast waarnemen ook denken (tegen ons zelf praten) wordt er verschil gemaakt tussen Auditief tonaal (At: luisteren met je oren) en Auditief digitaal (Ad: tegen je zelf praten).

Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen de verschillende manieren waarop je kan voelen (Kinestetisch):

  • Tactiel: voelen aan de buitenkant; waarnemen buiten jezelf
  • Proprioceptief: voelen aan de binnenkant; waarnemen binnen jezelf
  • META: waarde bepalende gevoelens en emoties

NLP stelt dat ieder mens een bepaalde voorkeur heeft bij de inzet van de zintuigen (V-A-K-O-G-Ad). Sommige zintuigen zijn beter ontwikkeld dan de andere. Dat is per mens verschillend, en aangezien zintuigen te trainen zijn, is het geen vastgesteld gegeven, en kan het per situatie verschillen.

Het primaire voorkeurssysteem van waarnemen (V A K O/G Ad) herkennen bij een ander is handig om beter contact te maken. Je kan het primaire voorkeursysteem bij een ander herkennen door:

  • Te luisteren naar de woorden die de ander gebruikt (predicaten)
  • Te kijken naar de lichaamshouding (fysiologie)
  • Te kijken naar de oogpatronen

Dit worden ook wel de accessing cues (toegangsignalen en –aanwijzingen) genoemd.

VAKOGAd overzicht

V – Visueel, zien

A – Auditief, horen

At – Auditief tonaal, luisteren

Ad – Auditief digitaal, praten tegen jezelf, ‘denken’

K – Kinestetisch, voelen

Kt – Kinestetisch tactiel, voelen aan de buitenkant

Kp – Kinestetisch proprioceptief, voelen aan de binnenkant

Km – Kinestetisch meta, waarde bepalend of emotie

O – Olfactior, ruiken

G – Gustatoir, proeven

Lead system (zoeksysteem)

NLP stelt dat iedereen een zintuiglijk weergavesysteem heeft waarmee iemand zich richt op een innerlijke ervaring, of een herinnerde ervaring opzoekt.

Als voorbeeld:

Zoek naar een ervaring waarin je zeker was van jezelf. Qua volgordelijke stappen kan je eerst een beeld ZIEN (visuele “lead”) van die ervaring, om je vervolgens te herinneren welke gevoelens horen bij dat moment van zekerheid (kinestetische weergave).

Dit lead system is met de oogpatronen goed te herkennen.

Synesthesie

Synesthesie is een proces waarbij de weergave in het ene zintuigensysteem direct een ervaring oproept in een ander zintuigensysteem. Beide systemen overlappen elkaar. Bijvoorbeeld wanneer je het geluid hoort van een krijtje over een schoolbord en direct de rillingen over je rug voelt lopen.

BMIR’s – Behavioral Manifestations of Internal Representation

BMIR’s zijn (minimale) non-verbale en verbale toegangssignalen die in verbinding staan met onze zintuigen, de VAKOGAd. Door te letten op BMIR’s kan je beter afleiden wat er bij de ander gebeurt. Het is daarbij belangrijk in de gaten te houden dat ieder mens uniek is; niemand heeft gelijke BMIR’s. Voordat je dus betekenis mag en kan geven aan de BMIR’s die je waarneemt moet je onderzoeken wat een BMIR specifiek bij iemand betekent (dat proces van afstemmen heet kalibreren).

In een gesprek letten op veranderingen in fysiologie en stem (kijken en luisteren) geeft je inzicht in het interne proces bij de ander. Je wellicht niet zien WAT er gebeurt, maar wel DAT er wat gebeurt.

Visuele BMIR’s – wat je kan zien veranderen

  • Spierspanning in het gezicht
  • Vochtigheid van de huid
  • Kleur(verandering) van het gelaat
  • Onderlip (grootte en kleur)
  • Oogbewegingen
  • Grootte van de pupil
  • Schuine stand van het hoofd
  • Ademhaling: plaats, snelheid, diepte
  • Houding
  • Hoek van de ruggengraat (hoofd, nek, schouders)
  • Arm -, hand- en vingergebaren
  • Verdeling van gewicht
  • Gezichtsuitdrukking, wenkbrauwen, kaken, mond

Auditieve BMIR’s – wat je kan horen veranderen

  • Toon
  • Tempo
  • Plaats
  • Hoogte
  • Volume
  • Ritme
  • Pauzes
  • Predicaten
  • Warmte
  • Intonatie en intonatiepatronen

Kalibreren

Wanneer je iets ziet of hoort bij iemand, en je wilt ontdekken wat dat betekent, dan noemt NLP dat proces van onderzoeken en afstemmen ‘kalibreren’. Wanneer je niet kalibreert, en BMIR’s een betekenis geeft ‘omdat dat meestal zo is’, dan ben je aan het gedachtelezen, of mindreaden. Omdat iedereen unieke BMIR’s heeft, is het proces van kalibreren erg belangrijk om feitelijk te blijven bij wat er gebeurt bij de ander in plaats van niet verder te komen dan wat jij denkt dat er gebeurt bij de ander.

Kalibreren is het ontdekken van toegangsignalen. In de basis is het een vermogen (vaardigheid) om verschillen te kunnen zien en/of horen. Om onderscheid te kunnen maken is het noodzakelijk tenminste 2 zijnstoestanden waar te nemen.

  • Een enkel signaal is een voorval zonder betekenis
  • 2 dezelfde signalen is toeval
  • 3 dezelfde signalen is een patroon (kalibratie)

Oefening waarnemen of gedachtelezen

Ga bij de volgende uitspraken voor jezelf na of het iets is wat je feitelijk ziet, of dat een een mening/waardeoordeel is:

  • Je ziet hem opgelucht adem halen.
  • Je kon zien dat ze niet tevreden was.
  • Ze stond ontspannen te presenteren.
  • Als hij praat beweegt hij met zijn handen.
  • Hij fronste terwijl hij naar beneden keek.
  • Hij fronste zijn wenkbrauwen om te laten zien dat hij twijfelde aan haar woorden.
  • Ze keek schichtig om zich heen.
  • Zijn stem trilde en klonk nerveus.
  • Terwijl hij praatte bewoog zijn hoofd.
  • Hij bloosde van schaamte.
  • Hij vind mij niet aardig want hij kijkt telkens weg als ik hem aankijk.
  • Hij schudde zijn hoofd dus was het er niet mee eens.
  • Zij knikte want ze is het er mee eens.
  • De Italiaan was erg tevreden; hij maakte een rondje met duim en wijsvinger: perfect!
  • De ene Griek vond het goed, hij zei “Ohkee.”. De andere niet, hij zei “Nee.”.
  • Zij gaat het doen, ze zei “Ja, ik doe het wel.”.
  • De Pakistaan schudde zijn hoofd, dus bedoelde nee.
  • De Arabier gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De Japanner gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De flipover heeft witte bladen van papier.

Klik hier voor een antwoordindicatie.

Dus:

WAARNEMING -> Betekenis geven -> MINDREAD

Feitelijk en objectief -> Betekenis geven -> Jouw werkelijkheid en subjectief

Werkelijkheid -> Betekenis geven -> Waardeoordeel en overtuiging

Accessing cues – toegangsignalen en -aanwijzingen

Overzicht BMIR’s (generaliserende mindreads)

Visueel Auditief (At en Ad) Kinestetisch (K en O/G)
Ademhaling Hoog, snel, onregelmatig Middenrif Diepe buikademhaling, langzamer
Gezichtsuitdrukking Ogen dichtknijpen Gefronste wenkbrauwen Ontspannen spieren
Stem Hoge neusklanken Stiltes, afgemeten, nadrukkelijk Laag, vanuit de adem
Tempo Snel, opgewonden Ritmisch Langzamer
Houding Rechte rug, kin omhoog Hoofd naar rechts beneden gebogen Hoofd naar links beneden, rug iets in elkaar gezakt
Gebaren Naar boven wijzen, in de ogen wrijven Kin in hand, rond oren wijzen Handen op de buik leggen, denkbeeldige handelingen uitvoeren

Eye accessing cues (oogpatronen)

In het diagram hieronder kan je de oogpatronen van iemand afleiden. Het is zo getekend alsof dit het gezicht is van iemand die jou aankijkt. De oogpatronen hieronder gelden voor de meeste rechtshandige mensen (standaard georganiseerd mens).

LET OP: KALIBREREN IS BELANGRIJK!

Eye accessing cues (oogpatronen)

Eye accessing cues (oogpatronen)

De ogen kunnen ook recht vooruit staan, uit focus (down-time; intern gericht), al dan niet met vergrote pupillen. Dat duidt op snelle toegang naar (directe) zintuiglijke informatie, voornamelijk visueel.

  • VC: visueel geconstrueerde beelden (ogen op recht); vaag, flitsend, duidelijk verbeelden, heldere toekomst
  • VR: visueel herinnerde beelden (omhoog verlaten ogen); fotografisch geheugen, totale herinnering, toekomstvisie, schitterend perspectief, opnieuw bekijken, kleurrijk geheugen.
  • ACt: Auditief geconstrueerde geluiden of woorden, tonaal (ogen horizontaal en aan het recht); repeteren, woorden zeggen.
  • ARt: Auditieve herinnerde geluiden of woorden (ogen horizontaal en aan de linkerzijde); woorden herhalen die gehoord zijn.
  • K: Kinestetische sensaties en gevoel (intern en extern, ook reuk en smaak, ogen onderaan recht); voelen, aanraken, warm, soepele tred, kietelen.
  • AD: Auditieve geluiden of woorden (ogen onderaan de linkerzijde); interne dialoog, praten tegen jezelf, “aha”

Vragen stellen om oogpatronen te kalibreren

VR

  • Welke kleur heeft je favoriete boek?
  • Welke kleur heeft het huis van de buren?
  • Is er een ronde tafel in je huis?

VC

  • Hoe ziet een zebra eruit met paars/oranje haar?
  • Hoe ziet een mier eruit met roze sokjes aan?
  • Wat ga je morgen doen?

AR

  • Hoe klinkt je favoriete instrument?
  • Hoe klinkt volledige rust en stilte?
  • Wat klinkt harder: jouw deurbel of een claxon?

AC

  • Hoe klinkt een piepende muis in een windtunnel?
  • Hoe zou een dweilorkest klinken op Mars?
  • Hoe klinkt mijn stem, als ik zou praten zoals Mickey Mouse?

AD

  • Hoe doe jij de dingen ‘s ochtends?
  • Wat zeg je tegen jezelf als je thuiskomt?
  • Hoe poets jij je tanden?

K

  • Hoe voelt het als je in de zon ligt?
  • Hoe voelt je rechtervoet aan als die slaapt?
  • Welke sok zit beter, die van je rechter- of van je linkervoet?

Bij onduidelijke oogpatronen kan je meer gedetailleerde vragen stellen. Vooral vragen met een vergelijking of contrast: Welke … is (vergelijking), … of …? Bijvoorbeeld Welke kleur is donkerder, bastogne- of ontbijtkoek?

Oefening Vragen om oogpatronen te kalibreren

Geef aan of de onderstaande vragen Vc, Vr, Ac, Ar, K (O,G) of Ad zijn

  • Hoe zou je huis er uit zien met roze verf?
  • Welke kleur had het haar van je moeder, toen je haar voor het laatst zag?
  • Ben jij je bewust van deze vraag?
  • Hoe gaat de melodie van je favoriete lied?
  • En hoe zou je favoriete lied klinken met kerstklokken op de achtergrond?
  • Hoe voelen smeltende sneeuwballen in je hand?
  • Wat zeg je nu tegen jezelf?
  • Hoeveel ramen heeft je huis?
  • Hoe klinkt een muntje dat op straat valt?
  • Hoe klinkt een grote sneeuwbui die in zee valt?
  • Hoe zou jij er uit zien met haar van goud?
  • Heb je voor meer ramen dan achter?
  • Wat zou beter zijn: je huis paars met witte stippen, of met rode strepen?
  • Welke kleur heeft je voordeur?
  • Wat zeg jij tegen jezelf net voordat je de fiets neemt?
  • Heb je een ronde spiegel in huis?
  • Hoe klinkt de zee?
  • Hoe zag vorig jaar de leukste kerstkaart er uit?
  • Hoe klinkt Donald Duck nadat hij een ballon met helium heeft ingeademd?
  • Hoe zal het voelen om op de maan te dansen?
  • Hoe smaakt je favoriete eten?
  • Hoe ziet de kaft van je favoritete boek er uit?
  • Hoe klinkt een krijtje op een schoolbord?
  • Hoe smaakt een grote hap watten?
  • Wat zeg jij tegen jezelf wanneer je een complimentje krijgt?
  • Wat zeg je tegen jezelf wanneer je voor de koelkast staat?
  • Wat vindt je van deze vragen?
  • Realiseer jij je wat hier nu gebeurd?
  • Hoe zie jij er uit als een teletubbie?
  • Hoe zou je kamer er uit zien wanneer deze blauw was?
  • Welke kleur had de kamer waar je bent opgegroeid?
  • Wat was het laatste wat ik gezegd heb?
  • Hoe voelt het wanneer je in een plas stampt?

Speciale oogwaarnemingen

  • Je kan aan de ogen zien of iemand ‘naar binnen gekeerd is’. Dat is het moment om ruimte voor nadenken te geven, of suggesties te geven (korte trance-staat).
  • Je kan aan de ogen zien waar iemand naartoe kijkt (richting) wanneer deze zich iets voorstelt: ver weg, dichtbij, hoog, laag etc.
  • TransDerivational Search (TDS): verwilderde oogpatronen, geeft aan dat iemand informatie zoekt, in verwarring is, en/of probeert betekenis te geven. Checken of na de TDS de informatie is gevonden, dan wel betekenis is gegeven kan handig zijn. Wederom een goed moment voor suggesties (korte trance-staat). Merk wat er gebeurt:
    • Je doet het weer, of niet soms…?
    • Misschien denk je aan de gedachten die je gisteren had…?
    • De vele kleuren die fruit kan hebben…
    • Er zijn leuke momenten geweest, nietwaar…?
    • Je bent nog iets vergeten, nietwaar…?
    • Wat is het dat je nu niet kan herinneren…?
    • Jij kan je beseffen dat je nu met een glimlach is altijd leuk…
    • Rijk zijn is een staat zijn zegt het woordenboek…
Posted by Rutger in NLP handleiding

Wat is NLP? Wat is Neuro-Linguïstisch Programmeren?

Wat is NLP? Neuro-Linguïstisch Programmeren definitie en beschrijvingen.

NLP is de afkorting van Neuro-Linguïstisch Programmeren.

Wat is NLP? Wat is Neuro-Linguïstisch Programmeren?

Wat is NLP? Wat is Neuro-Linguïstisch Programmeren?

  • Neuro: komt uit het Grieks, van het woord neuron, dat zenuwcel betekent. Symbool voor het brein.
  • Taalkundig: uit het Latijn komt het woord Lingua, dat taal betekent. Symbool voor onze communicatie.
  • Programmering: hoe de elementen van een systeem worden georganiseerd om tot patronen van activiteit en/of gedrag te komen. Symbool voor opeenvolging van doelgerichte acties.

Neuro-Linguïstisch Programmeren wordt gedefinieerd als “de studie van de subjectieve ervaring”.

Het stelt dat niet de realiteit zelf, maar ons beeld van de realiteit de wereld waarin wij leven bepaald. Vanuit dat perspectief onderzoekt Neuro-Linguïstisch Programmeren hoe het proces werkt waarmee iemand de realiteit vertaald naar beleving, om daar vervolgens (praktische) invloed op te kunnen hebben.

Het gaat over je beleving – hoe je de wereld ziet met iedereen daar in, hoe je doet wat je doet, hoe jij je eigen realiteit creëert,  met hoogte- en dieptepunten. Neuro-Linguïstisch Programmeren kan je leren hoe je meer van de wereld kan zien, horen en voelen, kan je jezelf beter leren kennen en anderen beter leren begrijpen.

Ook gebruikte beschrijvingen van wat is NLP Neuro-Linguïstisch Programmeren:

“Het is een houding en een methodologie met in haar kielzog een serie aan technieken” – Richard Bandler.

Neuro-Linguïstisch Programmeren is een methode voor persoonlijke ontwikkeling – gereedschap om prestaties te verbeteren, van jezelf en van anderen.

Het is een model voor effectieve communicatie – een praktische en pragmatische verzameling van inzichten en methodes die de communicatie met jezelf en anderen kan verbeteren.

Neuro-Linguïstisch Programmeren is alles wat je helpt om te doen wat je wilt, wanneer je wilt, waar je wilt, met wie je wilt, zo veel je wilt, op een manier die een bijdrage levert voor anderen, terwijl je plezier hebt om dat te realiseren.

Neuro-Linguïstisch Programmeren is een manier om te modelleren – ofwel om overdraagbare modellen te maken van menselijk gedrag.

Het is een methode om competenties en vaardigheden overdraagbaar te maken. De opleidingen lijken aan de oppervlakte gericht op het verbeteren van de soft skills, en zijn op dieper niveau gericht op het effectiever in je werk (en leven) staan.

Wat is NLP? Neuro-Linguïstisch Programmeren is de kunst van succesvol functioneren.

Nieuw Leren van Perfectie.

Niet Langer Prutsen.

Natuurlijk Leiderschap Proces of Natuurlijk Leiderschap Professional.

Gewoon anders kijken.

Posted by Rutger in NLP handleiding

NLP Metaprogramma’s

Metaprogramma’s geven informatie over hoe we onze aandacht richten, hoe we met onze wereld omgaan, hoe we waarnemen en hoe we met informatie filteren. Metaprogramma’s behoren tot de onbewuste filters (zie NLP communicatiemodel), en bevinden zich in de neurologische niveau’s van Dilts tussen IDENTITEIT en WAARDEN, en zijn dus rol- en context-gebonden. Metaprogramma’s liggen niet vast, en kunnen veranderen.

  • Vaste patronen in waarnemen, denken en voelen die we laten zien in ons (non-) verbaal gedrag.
  • Vaste patronen die ons in vergelijkbare situaties steeds hetzelfde laten reageren.
  • Onbewust, stress- en contextgebonden.
  • Metaprogramma’s zijn niet zwart-wit, maar grijstinten (verdeling en indeling op een schaal)
  • Aansluiten bij metaprogramma verfijnt rapport.
  • Diversiteit van metaprogramma’s binnen een team verhoogt teamprestatie.
  • Kennen van de metaprogramma’s (met name de originele Jung-typologie) levert een schat aan informatie op bij het begrijpen van jezelf en anderen, het in kaart brengen van problemen en doelen bij coaching.
  • Bij het modelleren zijn de metaprogramma’s een bron van informatie over de wijze van filteren.
  • Verschil in metaprogramma’s kan leiden tot verschil in resultaat bij dezelfde strategie.

Misschien dat je denkt dat iets nieuws is, maar de voorkeur van zintuigsysteem is een metaprogramma dat je (wellicht) al kent.

Basis metaprogramma’s (Jung typologieën)

Extern gedrag (energie voorkeur)

Houding in de richting van de buitenwereld. Hoe mensen energie krijgen en gebruiken.

Wanneer het tijd is om je mentale batterij op te laden, geef je er dan de voorkeur aan om alleen te zijn (Introvert), of met mensen (Extravert)?

 

Introvert          25% (ervaring spiegelend aan MOW, rustig, concentratie, schriftelijk)

  • Houdt van een rustige omgeving om zich te concentreren
  • Interesse in achtergronden, theorieën en concepten.
  • Handelt doordacht, soms afwachtend, houdt van onafgebroken werken
  • Houdt niet van interrupties
  • Nieuwe ideeën door rustig na te denken
  • Denkt na voor een antwoord of reactie, rustig en ingetogen
  • Houdt van tweegesprekken met doordachte standpunten en conclusies
  • Liever schriftelijk dan mondeling

Extravert         75% (ervaring spiegelend aan omgeving, initiatief, expressief, mondeling)

  • Houdt van afwisseling en actie
  • Interesse in praktische uitvoering en hoe anderen iets doen
  • Handelt snel en soms impulsief, houdt van opschieten
  • Houdt van onderbrekingen
  • Nieuwe ideeën door gesprekken
  • Reageert snel, zonder lang nadenken, enthousiast en luidruchtig
  • Houdt van groepsgesprekken en brainstormen
  • Liever mondeling dan schriftelijk

Intern proces (aandachtsvoorkeur)

Hoe nemen we informatie tot ons? Verzamelen en opnemen.

Als je een bepaald onderwerp gaat bestuderen, zou je dan meer geïnteresseerd zijn in de feiten en toepassingen daarvan (Sensor), of zou je meer geïnteresseerd zijn in de ideeën en de relatie tussen de feiten en de toepassingen daarvan in de toekomst (iNtuitor)?

 

Sensor            75% (zintuigen, realist, praktisch, details, feiten)

  • Werkt het liefst op basis van opgedane ervaring en een vast, bekend patroon
  • Plezier in toepassen van goed ontwikkelde kennis en vaardigheden
  • Mate van wantrouwen naar eigen ingevingen en inspiratie
  • Zeer accuraat
  • Houdt van praktisch bezig zijn
  • Goed oog voor detail, en onderbouwt met feiten
  • Houdt van stabiliteit en geleidelijk veranderen
  • Vraagt vooral om feitelijke onderbouwing
  • Vraagt om praktische en realistische toepassingen
  • Geeft voorbeelden uit eigen ervaring
  • Waardeert kritiek en suggesties mits eerlijk en bruikbaar
  • Ordelijke stap-voor-stap benadering
  • Werkt volgens agenda; wijkt liever niet af
  • Verwijst naar specifieke voorbeelden

iNtuitor            25% (intuïtie, dromer, creatief, betekenis, verbanden, ideeën)

  • Houdt van aanpakken/oplossen van nieuwe ingewikkelde zaken en problemen
  • Plezier in het aanleren van nieuwe kennis en vaardigheden
  • Laat zich makkelijk leiden door eigen ingevingen en inspiratie
  • Houdt niet van nauwkeurig en zorgvuldig controleren van feitelijke informatie
  • Houdt van vernieuwend bezig zijn
  • Goed oog voor de grote lijn, en benadert vanuit globaal overzicht
  • Houdt van regelmatige en radicale verandering
  • Vraagt vooral om een algemeen kader, de grote lijn
  • Stelt toekomstmogelijkheden aan de orde
  • Geeft graag eigen inzicht en visie
  • Waardeert kritiek en suggesties die origineel zijn, of een nieuw perspectief bieden
  • Laat ruimte voor veel invalshoeken
  • Geen probleem met afwijken van agenda
  • Verwijst naar algemene concepten

Interne staat (beslissingsvoorkeur)

Hoe krijgen we toegang tot states (stemmingen) en hoe nemen we beslissingen.

Denk aan een werksituatie waarin je problemen had. Denk aan een werksituatie waarin je gelukkig was. Wanneer je een beslissing neemt in een werksituatie, is deze dan meer gebaseerd op argumenten en logica (Thinker) of op persoonlijke waarden (Feeler)?

 

Thinker           45% V, 55% M (denken, vastberaden, analytisch, redelijk)

  • Komt via een logische, analytische weg tot besluiten / conclusies
  • Kan ook presteren in minder harmonieuze omgeving
  • Kan ongewild gevoelens kwetsen, zonder dit zich bewust te zijn
  • Neemt beslissingen op basis van zakelijke overwegingen
  • Standvastig in denken en kritische instelling
  • Normatief, en handelt vanuit algemene (erkende) principes
  • Kort en bondig
  • Ziet graag concrete voor- en nadelen op een rijtje
  • Reageert intellectueel, objectief en kritisch
  • Laat zich overtuigen door ratio in argumentatie
  • Presenteert doel en te bereiken resultaten eerst
  • Gevoelens en emoties van anderen zijn feiten om rekening mee te houden
  • Gericht op inhoud

Feeler             55% V, 45% M (voelen, sympathiek, normen en waarden, zachtmoedig)

  • Besluit op basis van waardeoordelen
  • Werkt best in harmonieuze omgeving
  • Doet graag een plezier, is graag ter wille, ook met kleine dingen
  • Laat zich makkelijk beïnvloeden door persoonlijke wensen en voorkeuren
  • Wil graag sympathiek overkomen, houdt niet van corrigerend of kritisch optreden
  • Evalueert en handelt vanuit normen en waarden
  • Houdt van dialoog in ontspannen sfeer
  • Hoort graag de waarde en menselijke impact van verschillende alternatieven
  • Reageert gevoelsmatig, subjectief, waarderend, vanuit een interpersoonlijke focus
  • Laat zich overtuigen door persoonlijke betrokkenheid en enthousiasme
  • Presenteert gemeenschappelijke punten en belangen eerst
  • Rationele objectiviteit is iets dat nog op waarde moet worden getoetst
  • Gericht op relaties

Adaptie operator (levensvoorkeur)

Hoe we ons aanpassen aan de omgeving en hoe we ons leven inrichten

Als wij samen een project zouden doen, zou je er dan de voorkeur aan geven dat het project gepland en keurig uitgewerkt was (Judger), of zou je er de voorkeur aan geven dat we in de gelegenheid waren om heel flexibel te zijn in het project (Perceiver)?

 

Judger            50% (beoordelen, plannen, systematisch, past leven aan zichzelf aan)

  • Voorkeur voor plannen en volgens plan uitvoeren
  • Ziet nieuwe dingen en nodige wijzigingen makkelijk over het hoofd
  • Zorg voor goed regelen en afronding
  • Tevreden wanneer beslissing is genomen of conclusie is bereikt
  • Snelle beslisser
  • Zoekt structuur en systematiek
  • Ordelijke planning, tijdplanning, harde deadlines
  • Probeert verrassingen te vermijden
  • Verwacht doorzettingsvermogen
  • Geen onduidelijkheid over standpunten en beslissingen
  • Praat in termen van resultaat, vorderingen, zinvolheid, koers
  • Sterk gericht op taken

Perceiver       50% (waarnemer, op je af laten komen, flexibel, past zich aan het leven aan)

  • Flexibel in werk en past zich aan omstandigheden aan
  • Stelt onplezierige taken uit
  • Houdt ruimte voor aanpassingen
  • Nieuwsgierig van aard, blij met nieuwe invalshoeken
  • Stelt beslissingen makkelijk uit op zoek naar alternatieven en opties
  • Past zich makkelijk aan, heeft verandering nodig
  • Geen moeite met plannen en tijdsplanning; wel met harde deadlines
  • Houdt van verrassingen en improviseert veel
  • Verwacht aanpassingsvermogen
  • Ziet beslissingen en standpunten als voorlopig
  • Praat in termen van mogelijkheden, kansen, onafhankelijkheid en flexibiliteit
  • Sterk gericht op samenwerking, met name op afstemming

Temperament

Met de basismetaprogramma’s kunnen 4 zogenoemde temperamenten worden onderscheiden. Een kort overzicht van deze temperamenten hieronder:

Believer – SP Traditionalist – SJ Rationalist – NT Idealist – NF
Doen Erbij horen Begrijpen Van betekenis zijn
Direct Verantwoordelijk Visie Charisma
Pragmatisch Georganiseerd Intelligent Creatief
Impulsief Dienstbaar Onafhankelijk Gevoelig
Spontaan Nauwgezet Analytisch Inspiratie
Avontuurlijk Grondig Helder Bevlogen
Tactische kracht Logistieke kracht Strategische kracht Diplomatieke kracht
Kernbehoefte SP Kernbehoefte SJ Kernbehoefte NT Kernbehoefte NF
Vrijheid van handelen Lidmaatschap of er bij horen Meesterschap of zelfbeheersing Betekenis en gewicht
Vermogen om invloed te hebben Verantwoordelijkheid of plicht Kennis en bekwaamheid Unieke identiteit

 

Andere metaprogramma’s

Richting filter

Benaderen: bepaald makkelijk het doel, en ziet soms risico’s over het hoofd. Denkt vooruit, is doelgericht, positieve energie, wil bereiken. Soms te veel initiatieven tegelijk, soms dingen niet afmaken.

Vermijden: Bewust van risico’s, veiligheid is belangrijk. Kan risico’s goed herkennen en inschatten. Soms overdreven voorzichtig. Soms moeite met nieuwe ervaringen; is sneller verward.

Redenfilter

Mogelijkheid: Ziet mogelijkheden. Kan, mag en wil. Heeft ruimte. Heeft keuzes. Mist soms begrenzing. Soms gebrek aan motivatie. Goed in ontwikkelen procedures. Gelooft dat er betere manieren zijn.

Noodzakelijkheid: Moet, het hoort zo, noodzaak. Er zijn regels, er is houvast. Beperkend als je geen keuze hebt. Goed in volgen procedures. Doet dingen graag “op de juiste manier”.

Referentiekader filter

Intern: Baseert beslissingen op eigen oordeel, gevoelens en mening. Blijft gemotiveerd, ook met weinig feedback en schouderklopjes. Soms te weinig luisteren naar goede raad en adviezen. Beslist makkelijk.

Extern: Hecht veel waarde aan mening van anderen. Neemt beslissingen op concrete feiten, bewijzen en gevoel van anderen. Kan stress ervaren bij weinig feedback. Kan besluiteloos zijn. Vraagt voortdurend om advies en gebruikt dat naar eigen inzicht.

Overtuigingsfilter: zintuigen

Geeft weer hoe je deze persoon bij coachen (of verkopen 😀 ) het beste kan benaderen.

Zien overtuigt binnen V

Horen overtuigt binnen A

Lezen overtuigt door taal Ad

Doen overtuigt door K

Overtuigingsfilter

Geeft weer hoe je deze persoon bij coachen (of verkopen 😀 ) het beste kan benaderen, en hoe vaak herhaling nodig is.

Relatiefilter

Hetzelfde: leert door GOEDE voorbeelden na te doen. Wil dat de wereld gelijk blijft; conservatief. Houdt niet van verandering.

Verschillend: leert door FOUTEN te verbeteren. Houdt niet van stabiele en statische situaties. Progressief.

Extreem verschillend (mis-matchers) vertel je precies het tegenovergestelde van wat je wilt, om te bereiken wat je wilt.

Managementrichting filter

Iemand die de 1e vraag met nee beantwoord zal meer inhoudelijk advies en sturing nodig hebben bij coaching, dan iemand die daar ja antwoord. Door aan te sluiten bij deze overtuigingen bouw je beter rapport op. (“En ik weet dat jij weet wat zij nodig hebben om nog beter hun werk te doen, blablabla”)

Actiefilter

Proactief: Neemt vaak initiatief en handelt snel. Soms eerst doen, dan pas nadenken. Initieert. Kan impulsief zijn. Zorgt dat dingen gebeuren.

Reactief: Nadenkend en reflecterend. Neemt tijd om voor te bereiden, te analyseren en te begrijpen. Wacht soms te veel af, kan vervallen in denken zonder doen.

Affiliatiefilter (aansluiting)

Onafhankelijk speler (IK): Spreekt in termen van IK en wat het MIJ oplevert. Gaat er van uit dat mensen voor zichzelf zorgen. Werkt graag alleen. Zorgt goed voor zichzelf en raakt niet verstrikt in de problemen van anderen. Werkt niet gemakkelijk in teamverband. Kan soms onverschillig overkomen.

Teamspeler (WIJ): Zorgt dat iedereen zich goed voelt. Houdt veel rekening met anderen. Wil graag en goed samenwerken. Heeft de neiging anderen voor te laten gaan. Heeft soms moeite met zelfstandig beslissen.

Managementspeler (IK en ZIJ): Werkt graag met anderen, met een eigen duidelijke verantwoordelijkheid. Kan zowel samen als alleen werken. Heeft soms moeite met delen en delegeren van verantwoordelijkheid. Heeft soms moeite met erkenning van (het belang van) de rol van anderen.

Werkpreferentiefilter

Rapport: richt je aandacht op hetzelfde.

Primair interesse filter

Patronen in de inhoud geven aan waar de aandacht ligt. Rapport: richt je aandacht op hetzelfde.

Chunk size filter

Rapport: richt je aandacht op hetzelfde. Sterke overeenkomst met Sensing/iNtuition.

Dualisme filter

Zwart-wit: denkt in ja/nee. Duidelijk. Mist soms relativering en nuance.

Grijstinten: denkt in glijdende schalen. Kan ruimte laten voor interpretatie.

Tijdopslagfilter

In-time (in de tijdlijn): Perceiver. Leeft in het hier en nu, verdiept in het moment. Goede concentratie op taken, en emotioneel en mentaal betrokken. Kan de tijd uit het oog verliezen, en daardoor te laat zijn op afspraken.

Through-time (overzicht op verleden/heden/toekomst): Judger. Meestal op tijd voor afspraken. Goede planner. Geeft soms de indruk niet betrokken te zijn. Plannen maken en op tijd zijn kan belangrijker ervaren worden dan de ervaring zelf.

Informatieverwerkingsfilter

Belangrijk voor de aanpak tijdens een gesprek. Geef je mee en laat je bezinken, of is het dit gesprek waar het gebeurt.

Luisterstijl filter

Rapport: laat je spreken aansluiten bij de luisterstijl.

Spreekstijl filter

Rapport: laat je luisteren aansluiten bij de spreekstijl.

Modale operatoren van volgorde filter

De modale operatoren van volgorde geven de meest motiverende sequentie weer. Door deze structuur te gebruiken kan je motivatie installeren.

Planningsfilter

Opties: heeft graag keuzes en neemt alle opties mee. Overweegt alle opties, en geeft ook vaak keuzes aan anderen. Kan soms aarzelen, en beslissingen uitstellen tot het niet meer kan.

Procedures: Werkt vaak met schema’s en lijstjes om zaken ordelijk af te werken. Houdt niet van veel keuzes. Heel efficiënt en houdt zich aan de regels. Vindt soms de procedure belangrijker dan het werk, soms bureaucratisch en vertragend.

Tijdsoriëntatie filter

Ligt de focus op de voltooide tijd (verleden), de tegenwoordige tijd (heden) of op de toekomstige tijd (toekomst).

Verleden: wat was, kijkt naar het heden door de bril van het verleden, geen contact met de toekomst, geniet na.

Heden: wat is, kijkt naar wat zich hier en nu aandient, weinig contact met verleden en en toekomst, geniet van.

Toekomst: wat zal zijn, de toekomst bepaald het heden, moeite met zicht op heden en weinig/geen contact met het verleden, verheugd zich op.

Emotionele stress respons filter

Denken/gedissocieerd: weinig emotioneel betrokken, stress-bestendig, overzicht.

Voelen/geassocieerd: emotioneel betrokken, stress, hier en nu.

Aandachtsfilter

Sorted by self – IK: evalueert de communicatie op basis van eigen gevoelens, het eigen MOW staat centraal, aandacht is op zichzelf gericht, duidelijk in het stellen van eigen grenzen, weinig oogcontact, half luisteren, veel gebruik van “IK”, kan naar achteren leunen.

Sorted by others – DE ANDER: stemt af op anderen en hun criteria, het MOW van de ander staat centraal, betrekt reacties van anderen in de evaluatie van de communicatie, kan makkelijk over eigen grenzen heen gaan, veel oogcontact, aandachtig luisteren, veel gebruik “JIJ/U”, kan naar voren leunen.

Sorted by us – WIJ: Betrekt het handelen op het hele systeem, gaat uit van wat goed is voor het systeem. Ziet zichzelf als onderdeel van een groter geheel en werkt grensvervagend, veel gebruik “WIJ”.

 

 Tips voor metaprogramma’s

  • Het dualisme metaprogramma is een interessante. Zwart-wit denkers zullen submodaliteiten op verschillende plaatsen opslaan, terwijl grijsdenkers vaker een lijn of continuüm zullen ervaren.
  • Judgers gebruiken het T/F metaprogramma om te beoordelen. Perceivers gebruiken het S/N metaprogramma om waar te nemen.
  • Introverte personen die Voelen, voelen op basis van hun MOW, intern, en zijn (lijken) Denkers aan de buitenkant. Introverte personen die Denken, denken op basis van hun MOW, intern, en zijn (lijken) Voelers aan de buitenkant. Hierdoor krijgen Introverte personen veelal onjuiste feedback over hun denken/voelen uit hun omgeving.
  • Een letterlijke luisteraar zou complimenten van een afgeleide spreker kunnen missen.
  • Een afgeleide luisteraar zou kunnen ervaren dat welke vraag dan ook een verzoek tot actie is.
  • Scherpe vragen, metamodel vragen etc. kan je het beste zachter stellen (intonatie). Zachter verhoogt de aandacht enerzijds, vermindert weerstand anderzijds.

 

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

Innerlijke mentor

Gebruik de innerlijke mentor om zekerheid op te bouwen en om (ondersteunende) overtuigingen te versterken.

 

  • Wat zou je nog meer moeten weten, wat zou je nog meer moeten toevoegen aan je doel, of wat zou je nog meer moeten geloven om nog meer congruent en zeker te zijn?
  • Van alle mensen die je kent, wie zou jouw mentor zijn voor die kennis of die overtuiging? Stel je voor dat die mentor echt fysiek om je heen zou zijn om jou zo goed mogelijk te ondersteunen.
  • Kruip in de huid van de mentor, en kijk naar jezelf door de ogen van de mentor. Welke boodschap of advies zou de mentor voor je hebben, die jou nu het meeste zou opleveren?
  • En stap weer in je eigen perspectief en ontvang die boodschap. Hoe heeft dat invloed op jouw mate van zekerheid en congruentie?
Posted by Rutger in NLP handleiding

De re-imprint

1.  Zoek-anker plaatsen.

Achterhaal en anker een recente ervaring van de persoon. Deze ervaring heeft en/of

  • Een negatief gevoel die in veel contexten voorkomt
  • Een context waar de persoon telkens in een impasse komt
  • Een beperkende overtuiging

2. Achterhaal hoe de tijdlijn voor iemand is.

“Als ik je zou vragen om in een richting te wijzen waar je verleden ligt, waarheen zou je die dan willen wijzen?…..(wacht tot de persoon reageert)

“En als ik je zou vragen om naar een punt te wijzen in je toekomst, waarheen zou je dan wijzen?……..(wacht tot de persoon reageert)

“En je heden, ligt deze dan voor je of heb je misschien het gevoel dat je erin zit?…….(wacht op het antwoord)

3. Zoekanker afvuren

“Dit gevoel heb je in je leven wellicht eerder ervaren”  [vuur het zoekanker af en laat iemand op de tijdlijn achteruit richting het verleden lopen naar de eerstvolgende ervaring, daar laat je het anker los]

”Waar is je eerstvolgende moment in tijd waar je dit eerder hebt gevoeld?”

[Kalibreer sterke reacties en zorg ervoor dat de persoon de volledige ervaring waarneemt]

Sta stil in dat moment op de tijdlijn en vraag:

”Hoe oud ben je, Waar ben je, Met wie ben je daar? Vertel wat er gebeurt.”

 [je ankert dit door op het zoekanker te stapelen en blijft dit afvuren tot de volgende gebeurtenis]

4. De vroegste gebeurtenis

Herhaal dit totdat de persoon is aangekomen bij de eerste gebeurtenis (de imprint periode ligt tussen 0 – 7 jaar). Laat het zoekanker los voordat de ander van de tijdlijn afstapt.

Wanneer er veel ervaringen zijn, kan je dit proces versnellen door de volgende vraag:

“Wanneer heb je dit gevoel voor het eerst meegemaakt, dat als je het nu oplost, dit jou de grootst mogelijke groei geeft…?”

Break state

5. Hulpbronnen

Vraag de persoon: ”Stap uit de situatie door naast de tijdlijn te gaan staan.”

Vanuit deze gedissocieerde metapositie vraag je de ander vanuit het nu:

“Hoe oud ben je daar?”

“Wie zijn daarbij?” (Achterhaal de belangrijkste personen in die gebeurtenis. Meestal heeft de ervaring te maken met een autoriteit; identificeer dus iedereen, vraag door of dat iedereen is)

“Welke positieve intentie heeft jouw jongere IK?”

“Welke hulpbronnen heeft jouw jongere IK hier nodig om congruent te kunnen blijven met de positieve intentie?”

Anker de hulpbronnen bij de jongere IK, gedissocieerd naast de tijdlijn. Ga vervolgens gedissocieerd naast de tijdlijn door de gebeurtenis heen. Dan instappen in de tijdlijn NET VOOR DE GEBEURTENIS, en anker de hulpbronnen geassocieerd in de tijdlijn op de plek waar hij/zij de hulpbronnen ervaart. Zorg er voor dat de persoon deze hulpbronnen zelf kan afvuren. Ga vervolgens geassocieerd op de tijdlijn door de gebeurtenis heen.

Vraag de persoon:”Stap weer uit de situatie door naast de tijdlijn te gaan staan.”

Vanuit deze gedissocieerde metapositie vraag je de ander vanuit het nu, per aanwezige:

  • “Welke positieve intentie heeft deze persoon?”
  • “Welke hulpbronnen heeft deze persoon hier nodig om congruent te kunnen blijven met de positieve intentie?”
  • “Hoe kan jij, hier en nu, deze hulpbronnen geven aan hem/haar, daar?”

Wanneer je alle aanwezigen hebt gehad en iedereen over de gewenste hulpbronnen beschikt, ga je weer eerst gedissocieerd naast de tijdlijn door de gebeurtenis heen. Dan instappen in de tijdlijn NET VOOR DE GEBEURTENIS, en geassocieerd in de tijdlijn op de plek waar hij/zij de hulpbronnen ervaart. De persoon vuurt zijn hulpbronnenanker weer zelf af. Ga vervolgens geassocieerd in de tijdlijn door de gebeurtenis heen.

Vraag de persoon:”Stap weer uit de situatie door naast de tijdlijn te gaan staan.”

6. Relatiecoaching

Identificeer de relaties die er zijn tussen de personen. Bij 2 personen: A-B (1 relatie). Bij 3 personen zijn er 3 relaties (A-B, B-C, A-C).

Per relatie (inclusief ZELF):

  • “Wat heeft persoon A daar nodig van persoon B?”
  • “Wat kan persoon A aan persoon B geven?”
  • “Hoe kan jij zorgen dat dit gebeurt, hier en nu, daar?”
  • “Wat heeft persoon B daar nodig van persoon A?”
  • “Wat kan persoon B aan persoon A geven?”
  • “Hoe kan jij zorgen dat dit gebeurt, hier en nu, daar?”
  • “Kruip eens in de huid van persoon A?”
  • “Vind jij dat jij hier als persoon A nog iets nodig hebt?”
  • “Hoe kan jij dit geven, hier en nu, daar?”
  • “Kruip eens in de huid van persoon B?”
  • “Vind jij dat jij hier als persoon B nog iets nodig hebt?”
  • “Hoe kan jij dit geven, hier en nu, daar?”

Per aanwezige vanuit de 2e waarnemingspositie (BEHALVE ZELF):

  • “Kruip eens in de huid van persoon A?”
  • Ga vervolgens gedissocieerd naast de tijdlijn door de gebeurtenis heen, vanuit het perspectief van persoon A. “En kijk, vanaf hier eens naar de gebeurtenis, als persoon A, en zie wat er verandert.”

Wanneer je alle aanwezigen hebt gehad, en alle relaties hebt hersteld, en iedereen over de gewenste hulpbronnen beschikt, controleer je nog vanuit de 2e waarnemingspositie met “Kruip eens in de huid van jouw jongere IK? Vind jij dat jij hier als jouw jongere IK nog iets nodig hebt? Hoe kan jij dit geven, hier en nu, daar?”

Ga vervolgens gedissocieerd VANUIT HET ZELF naast de tijdlijn door de gebeurtenis heen.

7.Eindig met een geassocieerde ervaring

Laat de persoon geassocieerd op de tijdlijn staan vlak voor de gebeurtenis, op de plek waar hij/zij de hulpbronnen ervaart. De persoon gebruikt het anker en stapt dan in de ervaring met alle hulpbronnen en herstelde relaties. Hij/zij herbeleeft de ervaring met alle hulpbronnen.

8. Test

Laat de persoon naar het heden doorlopen en de re-imprint ervaren. “Doorloop alle gebeurtenissen op jouw tijdlijn die hiermee in verbinding staan. Voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart, merk wat er veranderd is.”.

Vraag de persoon: “Stap weer in de recente ervaring”.

Doe dit zonder ankers.

“Hoe is het nu?”

9. Future pace

“Is er een situatie in de toekomst waarbij je deze negatieve gevoelens, de impasse of de beperkende overtuiging verwacht?

Ga in die tijd in die situatie staan en voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart. Hoe is het nu?.”

Posted by Rutger in NLP handleiding

Ontdek NLP.

“Wat is NLP?” is de centrale vraag in deze introductie in NLP. Een vraag die je nieuwsgierig kan maken naar meer NLP, en die hier wordt beantwoord vanuit NLP. Veel plezier met het volgen van deze mini-cursus, en vooral met de nieuwe mogelijkheden die het je gaat bieden!

Ik nodig je uit om mee op reis te gaan, open en nieuwsgierig naar wat komen gaat. Ons doel bij deze introductie is jou te informeren en voornamelijk te laten ervaren wat NLP is. Wellicht heb je al artikelen of boeken gelezen over NLP of ben je er op een of andere manier mee in contact gekomen, en misschien dat sommige stof je bekend voorkomt, wellicht ook niet. Het is allemaal goed, het doet er niet toe. Het enige wat telt, is dat jij ontdekt en ervaart hoe simpel sommige veranderingen van perspectief kunnen zijn. Aan het einde van deze korte introductie in vijf stappen (hieronder) kun je terugkijken op een nieuwe ervaring. Jouw ervaring met NLP en wat het voor jou kan betekenen. En… weet dat er nog veel meer is…

Start introductie: overzicht

De waarde van NLP is in the eye of the beholder. Concreet, wat het is: een methode waarmee je gedrag kan vastleggen en overdragen. Een methode die leidt tot gedragsmodellen (NLP technieken).

De methode van NLP (het modelleren) is gericht op EFFECTIEF gedrag. Bijvoorbeeld: Iemand kan goed communiceren, die gebruik je als rolmodel bij het modelleren, waar dan een NLP techniek op het gebied van communiceren uit voortkomt. Bekende contexten waarin dit is gedaan: communicatie, professioneel handelen, spiritualiteit, lesgeven, sales, motivatie, soft skills, onderhandelen etc.

NLP is een andere (aanvullende) manier van kijken, die een andere manier van handelen mogelijk maakt. Niet beter of slechter, enkel situationeel toepasbaar. Soms wil je een situatie benaderen vanuit waarheid en feiten, zoals je dat leert in het reguliere onderwijs. Soms vanuit effectiviteit, en dat leer je bij een NLP opleiding.

Het grote uitgangspunt bij NLP is dat het niet de werkelijkheid is die leidt, maar de individuele BELEVING van de werkelijkheid.

 

1. Wat is NLP?

NLP staat voor Neuro-Linguïstisch Programmeren.

Met de naamgeving wilden de ontwikkelaars van NLP (Richard Bandler en John Grinder) aangeven dat er een interactie bestaat tussen onze neurologie ofwel onze hersenen, de linguïstiek ofwel de taal die wij gebruiken en ons gedrag en dan met name de patronen (programma‘s) in ons denken en doen.

Het aardige van NLP is daarbij dat het niet zozeer een verklaring wil geven hoe deze precies interactie werkt, het legt de focus op nagaan welke effecten in deze interactie te behalen zijn. Een procesbenadering, en niet zozeer vanuit feiten en zaken. Dat geeft dan ook gelijk het bijzondere aan van NLP, ten opzichte van ons klassieke wereldbeeld aan: het is niet de werkelijke werkelijkheid die wij beleven waar wij op reageren, het is wel de beleving van onze eigen werkelijkheid die ons stuurt en waar wij zelf invloed op hebben. Onze enige echte werkelijkheid is de beleving in onze hersenen van de werkelijkheid.

NLP wordt gedefinieerd als “de studie van de subjectieve ervaring.”. En bij die studie hoort een methode, een methode die door toepassing weer leidt tot technieken. Een methode, die modelleren heet, waarmee je de interactie bij een rolmodel, een expert, in kaart brengt en overdraagbaar maakt.

Maar…

Is dat het antwoord wat je zocht? Weet je nu genoeg? Het is een antwoord…

Ik vergelijk NLP graag met wijn. Je kan er boeken vol over lezen, vele websites bekijken… Uiteindelijk gaat het er om dat je de fles hoort ontpoppen, het inschenken en bijbehorende klokken hoort, het glas gevuld ziet worden, het glas voelt, de wijn ruikt en proeft…

En als je dan een lekkere wijn hebt gevonden, en je bent enthousiast geworden, probeer dat maar eens over te brengen aan iemand zonder die ervaring. Het woord wijn, dat betekent niets voor je zonder een bijbehorende ervaring.

En dan nog… Sommige mensen hebben prettige ervaring met wijn, en zullen je enthousiasme kunnen delen. Andere mensen hebben een mindere ervaring met wijn, en zullen je meewarig aankijken…

Iedereen ziet de wereld op zijn of haar eigen manier. En die manier wordt gevormd door wat ons verteld wordt, door wat we meemaken, door wat we van anderen leren, door de boeken die we lezen, door de media die we volgen, en zo voort.

Alles wat we sinds onze geboorte zien, horen, ruiken, voelen en proeven zijn leermomenten. Leermomenten die we betekenis geven met ons denken. Waardoor bijvoorbeeld een objectief iets als wijn, opeens context en betekenis krijgt: lekker, gezellig, vervelend, vies, en wat je maar kan verzinnen. Waarmee je de keuze krijgt, vanuit de ervaring en verwachting, om wel of geen wijn te bestellen. Afhankelijk van de situatie.

En dat speelt ook voor NLP. De betekenis van NLP is in de ervaring met NLP. Je kan boeken lezen wat je wilt, kennis opdoen, maar dat is slechts stof. En stof kan je wegblazen… Dan blijft er niets over dan wat dwarrelende pluisjes.

Het gaat om mogelijkheden krijgen, keuzes maken, afhankelijk van de situatie.

NLP gaat over hoe wij alles in perspectief ervaren, en hoe wij in ons waarnemen en denken betekenis geven, en hoe we daar mee om kunnen gaan op een effectieve manier. Vandaar dat je wellicht al eens gelezen hebt dat NLP de studie van de subjectieve ervaring is.

Maar het is meer dan dat. NLP is een houding: een houding waarmee wij ons perspectief kunnen veranderen. NLP is een methode: een methode waarmee we effectief van anderen kunnen leren; van mensen die iets heel goed kunnen. En NLP bevat een grote hoeveelheid technieken, ideeën en inzichten (ontstaan uit de methode). Technieken, ideeën en inzichten over communicatie, bijvoorbeeld. Over coaching. Over lesgeven. Over conflicthantering. Over relaties. Over zelfvertrouwen en zelfverzekerdheid. Over contact maken. Over vrijheid en ruimte, over rust. Technieken die meer keuzevrijheid en mogelijkheden geven in verschillende situaties, wanneer je ze leert toe te passen.

Ander omschrijvingen van NLP kunnen je misschien nog meer aantonen dat de omschrijving van NLP voor iedereen anders is:

  • NLP is een houding en een methode met in haar kielzog een serie aan technieken.
  • NLP is een methode voor persoonlijke ontwikkeling – gereedschap om prestaties te verbeteren, van jezelf en van anderen.
  • NLP is een geweldige ervaring!
  • NLP is een model voor effectieve communicatie – een praktische en pragmatische verzameling van inzichten en methodes die de communicatie met jezelf en anderen kan verbeteren.
  • NLP is een tas vol met enorm krachtige communicatiegereedschappen.
  • NLP is een manier om te modelleren – ofwel om overdraagbare modellen te maken van menselijk gedrag.
  • NLP is de manier om mensen te begrijpen.
  • NLP is de kunst van succesvol functioneren.
  • Het doel van NLP is meer persoonlijke vrijheid.
  • NLP is nu, boven alles, een houding & een methode die leiden tot modellen & technieken waarmee jij bijvoorbeeld merkt hoe je nieuwgierigheid groeit, hoe meer je openstaat, eigenlijk alles wat jij nodig hebt, om je eigen leven te leiden (met e-i) door veel positiever overtuigd te zijn waarmee je handelen & je denken & uiteindelijk je gevoel verandert.

Zo veel verschillende mensen, zo veel verschillende omschrijvingen. En welke definitie voor jou de beste is? Daar kom je achter door NLP te ervaren. Voor jezelf. Omdat woorden tekort schieten.

2. NLP gaat om Doen en Ervaren

NLP ervaren doe je door NLP te doen. Dus als je een boek leest, lees het met de vraag in je achterhoofd: hoe kan ik dit NU uitproberen en toepassen? Zet jezelf in de actieve modus, neem het heft in handen, zorg dat je de woorden die je leest omzet in actie! Doe de oefeningen! Een NLP boek is niet om te lezen, een NLP boek is om te doen. En voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart, wanneer je doet. Dat gevoel, die ervaring die jij hebt, dat is wat NLP voor jou is. De ene techniek sterker dan de andere. De andere techniek beter bij jou passend dan de ene. Voel, en ervaar. En neem mee wat je kan gebruiken.

Voorbeeld van het effect van taal

Stel je voor, je hebt een afspraak om morgen iets te gaan doen, na eerst gezamenlijk een kopje koffie gedronken te hebben. Hieronder staan 10 verschillende formuleringen van de manier waarop je dat tegen jezelf kan zeggen. Lees ze eens door, en stel vast wat ze qua inhoud ongeveer betekenen:

 

  • Ik moet morgen op tijd zijn voor de koffie
  • Ik mag morgen niet te laat zijn voor de koffie
  • Ik kan morgen op tijd zijn voor de koffie
  • Ik zal morgen op tijd zijn voor de koffie
  • Ik ben morgen op tijd voor de koffie
  • Als ik morgen niet op tijd ben, dan is er geen tijd voor koffie
  • Morgen ben ik op tijd voor de koffie
  • Misschien ben ik wel op tijd voor de koffie
  • Als ik morgen maar op tjd ben voor de koffie
  • Lekker, koffie voor we starten morgen

 

 

 

 

De volgende vragen mag je voor jezelf beantwoorden, neem even rustig de tijd, en sta eens stil bij het antwoord.

  • Welke van de bovenstaande tien formuleringen, zou jou het meeste motiveren?
  • Ken je misschien een nog meer motiverende formulering, die er nog niet staat?
  • Welke van de bovenstaande formuleringen, zou jou het minste motiveren?
  • Nu je dit verschil herkent, hoe zou je dat kunnen gebruiken, in jouw communicatie, met jezelf, en met anderen?
[color-box customcolorpicker='#d0d0d0']
Welke formulering voor jou het meeste effect heeft, welke voor jou het minste effect heeft... Dat is heel persoonlijk. Dus wanneer je wilt concluderen hoe je dit gebruikt in de communicatie met jezelf, dan zou je kunnen stellen dat je het beste deze formulering kan gebruiken om je eigen doelen vast te stellen. Echter, in communicatie met anderen... is bewustwording dat de formulering verschil maakt het ultieme, zonder dat je kan concluderen welk verschil er precies is. Je kan het effect bij of voor een ander niet vooraf voorspellen. 
[/color-box]

NLP zit vol met dit soort inzichten, als een grote verzameling. Soms minder gericht op inhoud en feiten, de manier zoals je die waarschijnlijk wel kent van school, vaak meer gericht op gewenst effect bereiken: effectief communiceren. Afhankelijk van de situatie, met in je achterhoofd wat je wel wilt, en wat je niet wilt, kiezen wat te doen. Flexibel.

Ervaar: Uitgesteld ongeloof

Een opdracht..! Huiswerk.., of zoals ik het met een NLP-bril op zou noemen: thuisvermaak…

En wel echt even doen, niet stiekem overslaan en verder gaan, het gaat om de ervaring…

Neem even de tijd om lekker op te gaan in een film. Kijk eens welke films er draaien in de bioscoop, en ga gewoon! Of misschien heb je nog een film liggen die je wilt zien, of kijk eens in de aanbiedingsbakken bij de goedkope films. Misschien dat die ene film er wel tussen ligt. Heb je zelf geen idee welke film je zou kunnen kijken, dan kan je één van onderstaande suggesties kiezen ( titel, slogan en trailer). Moeilijk kiezen? Doe maar de bovenste die je nog niet kent…

En als je de film gekeken hebt dan gaan we verder. Geef jezelf nu eerst maar eens een leuke tijd, je hebt het verdiend!

Suggesties

Mr. Nobody, Nothing is real, everything is possible.

The Matrix, Remember there is no spoon.

The Truman show, On The Air. Unaware.

Eternal sunshine of the spotless mind, Would you erase me?

Big Fish, An adventure as big as life itself.

Brammetje Baas, een film om bij stil te staan.

[color-box customcolorpicker='#d0d0d0']
Deze suggesties komen niet uit de lucht vallen. Het is ook mijn persoonlijke filmtipparade niet. Elke film is min of meer NLP gerelateerd. Mr Nobody en het concept van keuzes maken. The Matrix en waarnemen & werkelijkheid. The Truman show en het verschil tussen werkelijkheid en de beleving van werkelijkheid. Eternal sunshine of the spotless mind en ecologie, of veranderingen en de omgeving. Big Fish over submodaliteiten, ofwel kleur brengen in je leven, over relaties en werkelijkheden, over respect voor wereldmodellen. Brammetje Baas over normen en waarden, over het effect van je communicatie. En nog veel meer, maar daar is deze box te klein voor...
[/color-box]

STOP, kijk de film, daarna hier verder…

En, leuke film? Ging je er in op? Kon jij je inleven in de hoofdpersoon, meeleven met het verhaal? Wat vond je het meest aansprekende deel? En wat het minste?

Ik vind dat geweldig, die stunt die je denkvermogen uithaalt, waardoor jij in staat bent om helemaal te vergeten dat je naar acteurs zit te kijken, op een set, met kunstmatig licht… Tja, je weet het wel terwijl je zit te kijken, maar je kiest er voor om met andere ogen te kijken, je kiest om je ongeloof uit te stellen, en dat wat je ziet tijdelijk voor waar aan te nemen…

En die schakeling kan je vaker maken. En waarom je dat zou doen? Omdat je dan bijvoorbeeld beter kan luisteren naar een ander. Je begrijpt de ander beter, doordat je je eigen oordelen, meningen en adviezen tijdelijk loslaat, en daardoor oor hebt voor wat de ander probeert over te brengen.

Wat kan je hier mee

Zoals veel van de vaardigheden in NLP, kan je op de oude vertrouwde manier handelen in situaties, of op deze nieuwe manier. Deze nieuwe manier is niet beter of slechter, alleen anders. En mijn uitnodiging aan jou is om gewoon, in drie passende situaties, deze nieuwe manier uit te proberen. Zodat je ervaring opdoet, en de voordelen, nadelen en interessante kanten ontdekt van deze nieuwe manier, zodat je deze naast de oude manier kan leggen, om voortaan te kunnen kiezen hoe je handelt. En daarmee ben je flexibeler geworden, heb je een extra mogelijkheid gekregen om te handelen.

En extra mogelijkheden, meer manieren om te handelen, geeft meer persoonlijke vrijheid. Meer keuzemogelijkheden.

Uitnodiging thuisvermaak

Ervaar in drie passende situaties hoe het is om in een staat van uitgesteld ongeloof te luisteren. Ervaar wat er anders is, wat voordelen zijn, wat nadelen zijn, wat je verder opvalt. Ga vervolgens na in wat voor situaties je dit zou kunnen gebruiken, en wat voor situaties juist niet.

Zie de wereld als een zandbak, of een speeltuin. Spelen om te leren, proberen om te ervaren. Nieuwe manieren ontdekken door nieuwe ervaringen op te doen. Veel plezier!

3. Ervaar de NLP Basisvooronderstellingen

Binnen NLP worden een aantal basisovertuigingen gehanteerd, die voor waar worden aangenomen. Het is dus niet gezegd dat het waar is, maar door onze hersenen in de stand van ‘uitgesteld ongeloof’ te zetten, doen we net alsof ze waar zijn. De discussie waar/niet waar, waarheid en werkelijkheid is binnen NLP onbelangrijk: het gaat bij NLP om de vraag: “Hoe kan je het gebruiken?”. En hoe krachtig de NLP Basisvooronderstellingen zijn, dat gaan we hier ervaren.

Om te beginnen, wil ik je vragen om eens in gedachten terug te gaan, naar een moment waar je een interactie had, een gesprek of een vergadering of een andere ontmoeting, waarbij het niet lekker liep in de communicatie. Het hoeft niet direct een conflict te zijn, maar het mag wel. Gewoon een voorbeeld, het maakt niet uit, om even mee te spelen. Heb je er een gekozen?

Waar was je toen? Wie waren er bij je? Wat zag je allemaal? Welke kleuren? Welke vormen? Wat hoorde je erbij? Wat voelde je toen, daar? Wat zei je tegen jezelf? Om even contact te maken met de situatie zoals die toen daar was.

Wat we nu gaan doen is de 10 basisvooronderstellingen 1 voor 1 af, en we gaan aannemen dat deze basisvooronderstelling waar is (ons ongeloof uitstellen) door een bril op te zetten van de basisvooronderstelling en daar doorheen kijken naar die situatie. En dan mag je ervaren wat dat betekent voor die situatie…, wat je anders ervaart…, welke nieuwe mogelijkheden er ineens blijken te zijn. Veel plezier!

De kaart is niet het gebied

Van jongs af aan nemen wij de werkelijkheid om ons heen tot ons, via onze zintuigen. Enkel een deel van de werkelijkheid, want onze zintuigen nemen slechts een piepklein deel waar van alles wat er is. Met dat alles wat we zien, horen, ruiken, voelen & proeven, denken we een soort plattegrond in ons hoofd van de werkelijkheid. Het is dus niet de werkelijkheid, enkel een subjectieve afspiegeling van de werkelijkheid, ons eigen wereldmodel. Wij handelen niet op basis van de werkelijkheid, wij handelen op basis van ons wereldmodel, op wat we in het verleden hebben geleerd. Bijvoorbeeld, wellicht heb je geleerd dat het wereldbolletje op de foto rechts verkeerd om staat…

Ook daar in die situatie. Kijk nu nog eens, in alle rust, naar die situatie, en zet daarbij de bril “De kaart is niet het gebied.” op. En voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart, merk wat er verandert.

Respecteer ieders model van de wereld

Iedereen heeft zijn eigen ervaringen, zijn eigen leerproces. Iedereen heeft een eigen wereldmodel, dat ontstaat door de unieke ervaringen die enkel die persoon meemaakt. Iedereen heeft dus een andere plattegrond in zijn hoofd gebaseerd op vroegere lessen. Niet beter, niet slechter, enkel anders. Heb respect voor de lessen van een ander, die voortkomen uit de ervaringen die die persoon heeft meegemaakt. Je hoeft het er niet mee eens te zijn, enkel met alle respect voor de ervaringen en lessen die de ander heeft.

Kijk nu nog eens naar die situatie, in alle rust, en zet daarbij de bril “Respecteer ieders model van de wereld.” op. En voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart, merk wat er verandert.

De betekenis van je communicatie wordt bepaald door de respons die je krijgt

Communiceren is een actief proces van informatie overdragen. Even kort door de bocht, maar dat is wat het is. Waarom communiceer je eigenlijk? Doe je maar wat, of wil je er iets mee bereiken? Effectief communiceren houd in dat je iets wil bereiken; effectief betekent tenslotte doelgericht.

Stel je voor een hond ligt in de weg, en je wil dat deze hond zijn mand ingaat. Je zegt met strenge stem: “Ga je mand in!”. Ligt het vast wat er nu gebeurt? Zoals wanneer je tegen een steen aanschopt, dat je precies kan uitrekenen wat er gebeurd (energie overdragen in plaats van informatie)? Nee. De hond kiest zijn eigen reactie. De hond kan blijven liggen, de hond kan enthousiast van de aandacht naar je toe komen, de hond kan eigenlijk elk gedrag vertonen wat in de mogelijkheden ligt. Misschien verwacht je wel dat de hond naar zijn mand zal gaan, maar dat ligt niet vast. Of “Ga in je mand!” de juiste communicatie was, hangt af van de reactie van die hond op dat moment. En wanneer de hond doet wat je wilt, dan is de betekenis van je communicatie dus de juiste geweest. Wanneer de hond iets anders doet, dan is je communicatie niet de juiste geweest, want je hebt het resultaat niet bereikt. Je hebt dan niet de juiste informatie overgedragen, op de juiste wijze, om je doel te bereiken. Wees dus flexibel in je communicatie: wanneer iets niet werkt, doe iets anders!

Tijd om vanuit deze gedachte naar die situatie te gaan kijken, in alle rust, met daarbij de bril “De betekenis van je communicatie wordt bepaald door de respons die je krijgt.” op je neus. En voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart, merk wat er verandert.

Weerstand is een excuus

Weerstand is een excuus, ja. Weerstand geeft aan dat de ander niet wil. En dat geeft jou (althans degene die het woord weerstand gebruikt) het excuus om zich niet meer in te spannen. Lekker makkelijk. Het ligt aan hullie, zij hebben weerstand.

Terwijl, eigenlijk, jij er voor kiest om er geen energie meer in te steken, om de ander mee te krijgen. En dat is goed, dat mag natuurlijk altijd en keuze zijn. Maar het is jouw keuze, niet hun weerstand… Besef je dat.

Er zijn geen onwillige mensen. Er zijn wel inflexibele communicatoren.

In de situatie die jij hebt gekozen, was daar iets met ‘weerstand’..? Kijk nog eens, maar nu door deze bril “Weerstand is een excuus.”? En voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart, merk wat er verandert.

Ieder mens heeft alles in zich om alles te kunnen bereiken

Iedereen kan leren. Dus alles wat je NU nog niet kan, zou je straks wel kunnen. Persoonlijke situaties kunnen veranderen, dus alles wat nu niet kan door omgevingsfactoren, zouden straks met andere omgevingsfactoren wel kunnen. Het enige wat je bereikt met het tegenovergestelde denken, is dat je niets doet en dus dat het waarheid wordt.

Er zit nog een diepere werkelijkheid achter deze stelling, en die heeft te maken met het waarom je iets wilt bereiken. Het gaat namelijk niet om de dingen of de zaken maar om de gevoelens die de dingen en zaken naar verwachting zullen opleveren. En dat gevoel dat je wilt bereiken, dat bezit je al van binnen. Wij maken ons enkel wijs dat we de dingen of zaken nodig hebben om het gevoel te bereiken…

Wat doet deze bril met jouw situatie..?

Elk gedrag heeft in de basis een positieve intentie

Om (wat dan ook) te doen, om in actie te komen, heb je motivatie nodig. Motivatie gaat voor de actie uit. Zelfs als je niets doet, kan je daar heel gemotiveerd in zijn…

Laten we eens een experimentje doen: ga eens na bij jezelf, wanneer was de laatste keer dat jij jezelf hebt gesaboteerd? Dat jij iets gedaan hebt vanuit een negatieve intentie voor jezelf? Wellicht dat je, wanneer je erg je best doet, wel met een voorbeeld kan komen. En als ik dan vervolgens de vraag stel: “En wat leverde jou dat toen op, zodat je het toch deed?”, dan zal je zien dat zelfs toen een positieve intentie (voor jezelf) aanwezig was.

Het wil niet zeggen dat de positieve intentie een bijdrage moet zijn aan het grotere goed en het grotere geheel, of zo. Nee, er zat iets positiefs in, gezien vanuit jouw unieke wereldmodel. Je verwacht een positief resultaat met alles wat je doet. Dat is motivatie, en dat maakt dat je in actie komt.

En als we naar die situatie kijken… Wat waren daar de positieve intenties…? Heb je daar een bril voor nodig om ze te kunnen zien?

Er is geen mislukking, enkel feedback

Of iets lukt of niet, meet je door te kijken of het voldoet aan je doel achteraf. Bij een ander doel zou dezelfde prestatie succes betekenen. Terwijl je vooraf, gegeven de informatie die je toen had, het beste koos uit de mogelijkheden die er toen waren in de positieve intentie. En eigenlijk nihileer je jouw inspanning. Je hebt dingen gedaan, en je bent tot nieuwe inzichten gekomen. Je hebt geleerd.

Elk gedrag, elke inspanning, elk resultaat: het is een prestatie. Of het nu wel of niet je doel was. Geef die inspanning ook de credits die het verdient. Natuurlijk is het fijn als je dichter bij je doel komt, en dat was ook de initiële intentie. Daar mag je gewoon trots op zijn.

De persoon met de meeste flexibiliteit is de katalysator van het systeem

Even toegepast op het systeem van communicatie, betekent deze vooronderstelling dat degene die zich het meest flexibel opstelt het systeem in stand houdt; oftewel zorgt dat er communicatie blijft. Flexibel betekent enerzijds energie blijven stoppen in het proces (blijven communiceren), anderzijds wanneer het proces stokt op een andere manier communiceren.

Zodra je in het proces van communicatie stopt met energie steken in het communiceren, dan valt het proces (het systeem) stil. Er is dan geen communicatie meer. Lijkt me duidelijk. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je altijd en overal maar energie in moet stoppen, nee, het betekent alleen dat je er voor kan kiezen om dat wel of niet te doen, en dat de keuze jouw keuze is.

Waarom, als je dan voor kiest om energie in het proces te steken, zou je als de communicatie stokt op een andere manier gaan communiceren? Einstein vatte het ooit mooi samen: “Waanzin is altijd hetzelfde blijven doen en toch een ander resultaat verwachten.”. Leuk hierbij te noemen is het pigeon-effect (het duiveneffect). De mens heeft (net zoals een duif) van nature de neiging om bij alles wat er gebeurd een reden of een oorzaak te zoeken. en een mogelijke verklaring, die niet de juiste hoeft te zijn, wordt als waarheid aangenomen. Dat iets eens werkte, bijvoorbeeld een bepaalde manier van communiceren, wil niet zeggen dat het elke keer werkt. En wanneer het niet werkt, doe iets anders!

Wat betekent dit in de situatie die je gekozen hebt, hierboven? Zet de bril “De persoon met de meeste flexibiliteit is de katalysator van het systeem.” op, en kijk eens wat er gebeurd.

Be at cause

Je kan natuurlijk reageren op wat in je omgeving gebeurd, en je handelen laten afhangen van wat je overkomt. Natuurlijk, iedereen overkomt dingen. Maar besef je dat je altijd zelf de keuze hebt om te reageren op de wijze die jij kiest. Wanneer jij je laat leiden wordt door wat er gebeurd, zal je merken dat het heel makkelijk is om je machteloos en slachtoffer te voelen, en je zal stress ervaren. Het leven wordt het leven lijden. In de file kan je balen omdat je in de file staat, in de regen kan je balen omdat het regent, zonder dat je er iets mee kan.

Wanneer jij je focus legt op jouw invloed, op hoe jij met situaties om kan gaan, zal je merken dat je meer invloed hebt dan je dacht, en dat die mate van invloed steeds groter wordt. Het leven wordt het leven leiden. In de file kan jij je beseffen dat jijzelf ervoor gezorgd hebt dat je hier nu vaststaat en iets leuks of nuttigs zoeken om te doen, in de regen kan jij je beseffen dat je beter een paraplu mee had kunnen nemen, om vervolgens van het spatten van de druppels in je gezicht te genieten.

Richt je op jouw mogelijkheden, ontdek de verschillende manieren waarop je met situaties om kan gaan, en merk dat je door een simpele keuze kan dansen in de regen!

Oorzaak, gevolg, een situatie, jouw keuze van je reactie. Wees de oorzaak. Wat doet de “Be at cause”-bril met jouw beleving van de situatie?

Mensen zijn niet hun gedrag

Alles wat je ziet, waarneemt, is enkel het gedrag van de ander, in deze specifieke situatie. Daarmee ken je de mens nog niet. Neem bijvoorbeeld de opdracht in de vorige module, het bekijken van een film. Sommige mensen doen dat (gedrag), sommige mensen slaan dat over (gedrag). kiezen voor het ene of het andere zegt niets over de mensen, het zegt iets over hoe deze mensen handelen wanneer ze zich op een bepaalde manier in een bepaalde situatie bevinden. En de persoon is veel meer dan enkel het handelen in een specifieke situatie.

Puntje aan de zijlijn: wanneer jij het gedrag van een persoon op de mens betrekt, waar gebeurt dat dan? Het antwoord is in jouw wereldmodel, en enkel in jouw wereldmodel. Een oordeel van een ander over jou, of jouw oordeel over een ander zegt meer over de oordelende persoon, dan over de beoordeelde. De basis van projectie.

Accepteer de persoon, en richt je op het concrete gedrag. Wat doet dat met de situatie die je als voorbeeld hebt genomen?

Be at cause

Zo, nu je dit hebt gelezen, en door de brillen hebt gekeken… Welke van de vooronderstellingen had de meeste invloed op je perspectief? En welke de minste? Welke spreekt je in het algemeen het meeste aan?

Hoe kan jij er voor zorgen dat jij deze vooronderstellingen straks, wanneer je ze zou kunnen gebruiken, op je netvlies hebt staan? Misschien wil je ze zelfs integreren, hoe ga je dat dan aanpakken?

Wees de oorzaak. Bepaal wat jij hier mee zou kunnen doen, bepaal wat jij er mee zou willen doen, bepaal hoe je dat gaat doen, en doe het! Jouw keuze, jouw weg, jouw resultaat. Wees de oorzaak, ook in jouw leerproces. Jij, en alleen jij, weet wat je er mee kan en wilt. Neem het heft in handen en zorg voor jezelf.

En jij weet wanneer jij klaar bent, wanneer jij je resultaat hebt bepaalt, en de stappen hebt genomen die je wilt nemen om het resultaat te bereiken.

4. Meer NLP

In deze introductie heb ik je een klein beetje laten proeven van wat algemene NLP. Heb je gemerkt dat door je perspectief te veranderen andere mogelijkheden ontstaan? Andere mogelijkheden en andere keuzes? Heb je gemerkt dat de waarheid zoals wij die ervaren, bijvoorbeeld hoe je eerst naar jouw gekozen situatie keek en hoe je er nu naar kan kijken, flexibel is? Merk je dat, bijvoorbeeld in die gekozen situatie, meer vrijheid en ruimte ontstaat? Zou je meer mogelijkheden willen, zou je andere keuzes willen, zou je meer vrijheid en ruimte willen ervaren?

Dan kan meer NLP iets voor jou zijn. Waarbij je er voor kan kiezen om in de lijn die hier is ingezet door te gaan met bijvoorbeeld de NLP Practitioner (leer om elke NLP techniek uit te kunnen voeren), en bij de NLP Master Practitioner (leer de technieken te combineren en ook zelf te maken).

Posted by Rutger in NLP handleiding

Hoe gebruik je metaprogramma’s?

Metaprogramma’s uit NLP kan je gebruiken om ofwel aan te sluiten bij je toehoorder (rapport maken), ofwel om je toehoorder te wijzen op andere mogelijkheden (een ander perspectief te geven) door hetzelfde door een ander filter te presenteren, ofwel je toehoorder te beïnvloeden door (afhankelijk van de situatie en het doel) afwisselend aan te sluiten en te mismatchen.

Bijvoorbeeld een projectmanager die een projectmedewerker in zijn team krijgt, zou met het NLP metaprogramma REDENFILTER de geschiktheid van de medewerker kunnen bepalen. Stel bijvoorbeeld de vraag “Waarom kies je er voor om koffie te nemen?” of “Waarom kies je er voor om hier te solliciteren?” en je kan het metaprogramma door juist te luisteren naar het antwoord al horen.
Iemand met een voorkeur voor opties is geschikt voor projecten die minder strak omlijnt zijn (improvisatieprojecten), terwijl iemand met een noodzakelijkheid voorkeur beter tot zijn recht komt in strakomlijnde projecten (procesprojecten).
Wanneer je dan de geschiktheid hebt gecontroleerd, dan kan je de medewerker motiveren: iemand met een optievoorkeur laat je de mogelijkheden zien binnen het project (benadruk ook opties op het gebied van procesverbetering), en iemand met een noodzakelijkheid voorkeur motiveer je door het belang van het project te onderstrepen, en je geeft aan dat het belangrijk is dat het werk op de juiste manier wordt gedaan. Trouwens: demotiveren kan ook, dan doe je het gewoon omgekeerd…
Je weet ook wat je kan verwachten van de medewerker. De medewerker met een voorkeur voor opties zal geen routinewerk opleveren, zal soms alternatieven nodig hebben om verder te gaan, en kan procedures wel maken maar niet volgen. De medewerker met een voorkeur voor noodzakelijkheid kan heel goed procedures volgen maar niet maken, kan goed routinewerk uitvoeren, en zorgt daarbij dat de dingen op de juiste manier (procedureel) gedaan worden.

Of misschien een trainer, docent, leraar. Wat zal die anders gaan doen wanneer deze tot het besef komt dat er een RELATIEFILTER bestaat, en dat er dus studenten/leerlingen zijn die bij voorkeur overeenkomsten zien, en dat er studenten zijn die bij voorkeur verschillen zien. Leg eens drie munten neer voor de student/leerling, en vraag “Wat is de relatie in deze?” of stel de vraag “Wat is de relatie tussen deze school en je vorige school?”. In het antwoord kan je bij het op de juiste manier luisteren het NLP metaprogramma ontdekken.
Een student/leerling die overeenkomsten ziet, kan niet zo veel met een nagekeken paper, vol met rode strepen (verschillen met goed). Zo’n student heeft veel meer aan een groene pen die het juiste voorbeeld aangeeft. Zo’n student leert door voorbeelden te zoeken, en na te doen, van rolmodellen. Deze student leert beter door onder begeleiding het proces (goed) te doorlopen. De student leert van de dingen die goed gaan. Deze student is goed te motiveren, door de overeenkomsten te benadrukken tussen de stof en het toekomstdoel van de student. Deze student heeft behoefte aan vaste aanspreekpunten gedurende de opleiding, zoals een begeleider die continuïteit biedt en een vaste groep of klas.
Aan de andere kant, een student die verschillen ziet, wil graag een nagekeken paper, vol met rode strepen (verschillen met goed). Zo’n student kan juist minder met juiste voorbeelden en rolmodellen. Zo’n student leert door te doen, en dan uit de valkuilen te kruipen. Deze student leert beter door in het diepe gegooid te worden, en vervolgens te evalueren. De student leert van de dingen die fout gaan. Deze student is goed te motiveren, door de verschillen te benadrukken tussen de huidige kennis/vaardigheid van de student en het toekomstdoel van de student. Deze student heeft behoefte aan veel verschillende nieuwe invalshoeken en heeft daardoor een voorkeur voor meerdere (wisselende) docenten en wisselende groepen of klassen.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Waarom een basistraining NLP?

Trainers zijn in staat om prachtig te beschrijven wat hun opleiding allemaal voor je kan doen. NLP trainers dubbel zo goed. Dus wat ik hier beter kan doen is laten zien wat de ervaringen zijn van eerdere deelnemers aan de basistraining NLP, welke verwachtingen zij hadden, welke vraag zij vooraf hadden, en waarom zij voor deze basiscursus NLP hebben gekozen. Dus, wat vinden de deelnemers van deze NLP opleiding? Misschien kan je zien dat het juist deze informatie is die je kan helpen om te kiezen, zoals de ervaringen van vrienden en vriendinnen meer waard zijn dan een verkooppraatje.

Ervaringen basiscursus NLP

  • Ik heb de opleiding erg positief ervaren. Hij heeft me meer gebracht dan ik had verwacht. Ik wilde graag zeker zijn in de keuzes die ik wil gaan maken. Ik ben positiever gaan denken, door mezelf een beter mens te voelen en dat alles wat ik doe mijn eigen keuzes zijn. Bedankt voor je fijne en duidelijke training.
  • Ik wilde te weten komen wat NLP is & wat ik er zelf uit mee kon nemen: ik heb nu een idee & heb bewustwording over dingen die ik al deed gekregen & aanvullende ideeën over (mijn) gedrag & inzicht gekregen. De vorm van praten, leren, doen & terugkoppelen, ‘”los'” van een vaste volgorde (het ad hoc punten uitwerken die ter sprake kwamen) hebben gezorgd voor een antwoord op mijn vragen. Dank je voor de gezelligheid.
  • Ik zie het als een bevestiging van de manier waarop ik in het leven sta. Ik had geen verwachtingen maar hoopte dichter bij mijn doel te komen. Dat is gelukt. Ik ben bewust geworden van de manier waarop ik denk, communiceer en leef.
  • Ik had niet echt verwachtingen. Ben wel erg enthousiast geworden over NLP en wil er graag verder mee gaan. Ik heb geleerd uit te gaan van het positieve van mensen en uit te gaan van m”n eigen kracht. Dat levert mij rust op. Door te doen en te ervaren. Jammer dat deze basistraining voorbij is!
  • Verfrissend, leerzaam en verrassend. Nee (op de vraag zijn je verwachtingen uitgekomen, red), het heeft zich ontwikkeld en me aan het denken gezet op een manier die ik niet verwacht had. Ik heb wel meer over communicatietechnieken geleerd, maar belangrijker nog, het heeft me wakker gemaakt. Ik ga op zoek naar een nieuwe uitdaging. Ik heb veel geleerd over verbanden tussen communicatie en fysiologie. Over signalen die je zelf en anderen afgeeft in contact en hoe hier mogelijkheden zijn om er sturing aan te geven. Ik vond het een bijzondere ervaring.
  • Inspirerend, het heeft me toch aan het denken gezet. Ik zie meer mogelijkheden terwijl ik het gevoel hadvast te zitten, ik ervaar een richting doordat een proces op gang wordt gebracht, in je onderbewustzijn meer dan in je bewustzijn.
  • Leuk, soms duurt het even voordat iets geland is, leuke groep. Ik was nieuwsgierig naar wat NLP is en had daardoor niet een verwachting. Ik heb een doelstelling genoteerd bij de eerste les en heb wel al een beetje een beeld van de richting die ik op wil door de oefeningen en verhalen van iedereen.
  • Heel prettig. Ik wil graag meer ervaren en leren. Die vraag is nu beantwoord. Iets meer klok ontdekken en niet alleen de klepel horen. Door de afwisseling in theorie en oefeningen weten nu beter waar ik mee bezig ben/wil zijn.
  • Ik heb het verhelderend ervaren. Hoe ik/mijn brein in elkaar steekt en dat ik daarin zelf ook bewuste keuzes kan maken, dus ook verruimend. Veel informatie en voldoende tijd om deze te bespreken en te verdiepen.
  • Leerzaam, prettig en voldoende om over na te denken en aan de gang te gaan. Mijn verwachting is helemaal uitgekomen. En eigenlijk nog meer dan dat; namelijk meer oefeningen gedaan. Last-but-not-least: de leerstof is samenhangend gebracht wat ik erg waardeer. Informatiebehoefte is zeker beantwoord door middel van drie samenhangende lesdagen.
  • Prettig, leerzaam, veilig, humoristisch. Ik zocht zelfinzicht ten aanzien van doelen bereiken. Ik heb zicht gekregen waar knelpunten zitten.
  • Constructief en positief. Zelfreflectie. Door de situaties/oefeningen toe te passen en er over te praten en te delen met anderen is mijn kijk op situaties, houding, gedrag en communicatie verandert. Een fijne en prettige manier om kennis en ervaringen uit te wisselen. Pragmatische insteek.
  • Leerzaam, heel., Vernieuwend. Ik heb tools meegemaakt die ik kan gebruiken en het zet mij anders aan het denken. Zoveel leuk en leerzaam, het moet nog bezinken. NLP geeft rust, doet anders denken, laat in een ander perspectief zien.
  • Erg interessant. De leermethode bevalt erg goed. Het leukste vond ik de herkenning van de onderwerpen in het dagelijks leven. NLP geeft de vaardigheden en beter inzicht in het maken van keuzes ten aanzien van onder andere communicatie. Het is een eye-opener geweest en heb er zeker veel van opgestoken.
  • Prima. Het heeft mijn idee gegeven van NLP. Deze introductie laat zien wat je kan met NLP en waar focus op ligt. Indien je meer met een opener blik een kijk wil hebben op communicatie/waarneming dan is NLP misschien interessant.
  • Leerzaam en ook wel verwarrend (in goede zin). Bewustwording van waarden, vooronderstellingen, woorden, et cetera. Allemaal nuttig en bruikbaar.
  • Ik heb de cursus als enerverend ervaren. Hiermee bedoel ik de beweging die er was en is vrijgekomen. Plezierig, leuk, oefenen, kans, kunnen, weten, willen en niet moeten.
  • Prettig, leuk, relaxed. Veel bewuster van situaties. Ik wilde weten waar ik heen wil. Ik zie nu dat “waar je heen wilt” een gevoel is. Dat heb je dus zelf in de hand.
  • Inspirerend, snak naar meer! Aangereikte stof is praktisch erg toepasbaar en heeft ook al effect. Ik heb een beter beeld bij NLP – tegelijkertijd ben ik nu nog nieuwsgieriger naar wat ik niet weet en kan ik niet wachten hierachter te komen. Op de lesdag zelf overdracht van kennis en samen oefenen. Door de week zelf toepassen en effect ervaren. Leuk om dit dan de week erna weer met elkaar te bespreken.
  • Heel prettig. De afwisseling van theorie en oefeningen zijn goed verdeeld, waardoor ik veel heb opgestoken. Ik heb veel handvaten gekregen die me helpen om mijn doel te behalen. De vragen zijn beantwoord, het is nu aan mij om het in praktijk te brengen. Je kan altijd vragen stellen en door het doel vooraf goed te formuleren zijn de doelen tijdens de training behaald.
  • Het heeft mij aan het denken gezet. Of eigenlijk aan het doen gezet. Ik kan nu de NLP basis in de praktijk toepassen.
  • Levendig, pragmatisch, eye-openers. NLP meer gaan beleven als een doorlopend proces, in plaats van zo nu en dan als ijkpunt. Mijn vraag vooraf was NLP wat kan ik ermee. Die vraag is beantwoord en het is breder en dieper dan ik had verwacht. Zelfreflectie, bewust(er)wording. Het is een dynamisch proces en geen lego- of duplodoos met tools en trucs.
  • Inspirerend. Doet je realiseren. Gaaf om het proces achter communicatie te zien. Als je terugkijkt op een week hoeveel technieken je eigenlijk hebt toegepast…
Posted by Rutger in Archief

Top down

NLP van boven naar beneden

 
Kenmerkend aan de NLP opleidingen bij First Act is de doceerstijl van de docenten. Deze is niet het gebruikelijke bottum-up, eerst alle details om daar een geheel van te breien, maar top-down: globaal overzicht, gericht op de ideeën en principes, om indien nodig naar detail te schieten, of links en rechts uitstapjes te maken. Altijd vanuit het geheel naar de onderdelen.
 
Dit is een leerstijl die verschilt van het reguliere onderwijs, en die maakt dat de opleiding echt betekenis kan krijgen. Oeverloos stilstaan bij details en het overzicht missen, zal je niet gebeuren bij First Act. Alle ruimte krijgen in perspectief, dat krijg je wel.
 
De veiligheid van een kleine groep, met gelijkgestemden, zorgt er ook voor dat we dieper kunnen gaan, dat emotionele reacties er mogen zijn, pingpong van gedachten mogelijk is, alle ruimte voor vragen aanwezig is, betere resultaten gehaald kunnen worden.
 
Snel schakelen, voorbij de oppervlakte, ruimte voor echte reacties, in een omgeving waar alles mag.
 
 
Daar willen wij voor staan,
 
Daar staan wij voor.

Posted by Rutger in Archief

NLP & onderwijs cursus

NLP & onderwijs cursus

 
De NLP & onderwijs training is een training waarin we aan de slag gaat met didactische vaardigheden. Didactische vaardigheden die de kern vormen van het werk als docent Continue reading →

Posted by Rutger in Archief

Wat kan je er mee, dat NLP?

Het mooie aan het verleden is dat het achter je ligt. Het mooie aan de toekomst is dat het voor jou is. Je leeft alleen in het NU.

Perspectief op het verleden

Nu Continue reading →

Posted by Rutger in Archief

Overtuiging

Laat mij je iets bekennen: ik vind het best lastig om mezelf te presenteren, hier, omdat ik graag meer wil laten zien van mezelf dan alleen een opsomming van kale feiten. Continue reading →

Posted by Rutger in Archief

Oogpatronen

Eye accessing cues, ofwel oogpatronen, kan je gebruiken als toegangsignaal en -aanwijzing om te bepalen welk representatiesysteem de ander gebruikt, op dat moment.

 

In het diagram hieronder kan je de oogpatronen van Continue reading →

Posted by Rutger in NLP handleiding

Predicaten

Predicaten zijn in NLP woorden die iemand gebruikt, die kunnen duiden op het gebruik van een bepaald representatiesysteem. Hieronder een overzicht van voorbeelden van predicaten in de verschillende representatiesystemen:

 

Visueel

Aspect, beeld, blijken, Continue reading →

Posted by Rutger in NLP handleiding

Voor wie is NLP?

NLP is alleen geschikt voor mensen die nieuwsgierig zijn. Voor mensen die open staan om de wereld vanuit een ander perspectief te gaan bekijken. Sommige mensen willen de kennis van het waarom weten, andere mensen zijn toe aan het hoe van het doen, beleven en ervaren. NLP is geschikt voor mensen die meer interesse hebben in hoe het werkt, dan in waarom het werkt. NLP laat zien hoe een lichtschakelaar werkt zodat je het licht aan kan doen; wat electriciteit precies is, en waarom het licht gaat branden laat NLP in het midden.

 

Met de lichtschakelaar in gedachten, zit NLP vol met technieken die jou helpen de weg te vinden in de donkere ruimtes van het kiezen wat je werkelijk wilt, het voor mekaar krijgen wat jij werkelijk wilt, contact leggen en communiceren, gemakkelijker en prettiger het leven leven, zowel professioneel als persoonlijk.

 

Voorbeelden van NLP technieken, en wat jij er mee kan

Het Metamodel: beter doelen stellen, duidelijke afspraken maken, helder en begrijpelijk communiceren.

 

Het Miltonmodel: meer invloed uitoefenen, motiveren, inspireren, draagvlak krijgen.

 

NLP basisveronderstellingen: maximalisatie van de self-efficacy, meer keuzes, meer mogelijkheden.

 

Therapie-modellen: ervaringen veranderen, gedrag veranderen, coachen.

 

NLP Mediation: conflictsituaties voorkomen en oplossen.

 

NLP coachmodel: beter doelen stellen EN doelen bereiken, voor jezelf, of bij anderen.

 

Slechts enkele voorbeelden van de vele beschikbare modellen; waarbij het geheel groter is dan de som der delen.

 

Ter illustratie: een NLP practitioner gebruikt binnen het NLP coachmodel, het NLP Metamodel om tot een juiste doelstelling te komen, en vervolgens zal een NLP interventie (een van de vele gedragsverandering NLP modellen) worden gedaan, gevolgd door integratie met het NLP Miltonmodel. De NLP modellen hangen allemaal samen, en vullen elkaar aan.

Posted by Rutger in NLP handleiding