patroon

Houding: Een goede NLP coachstaat

NLP houding voor de NLP coach

NLP houding voor de NLP coach

Nieuwsgierigheid, flexibiliteit en constructief denken: de bereidheid te experimenteren, iets nieuws en iets anders te proberen, altijd op weg naar het bereiken van het doel: de juiste NLP houding, de juiste NLP coachstaat voor de NLP’er die aan het coachen is. Houding als in attitude, als in manier van bejegenen. Denk aan de roos van Leary; gedrag roept gedrag op, dus kan de coach door zijn/haar gedrag aan te passen invloed hebben op het gedrag van de coachee.

Let op: empathie (inleven) is belangrijk, maar sympathie (meeleven) is destructief! Je wilt een patroon doorbreken om resultaat te bereiken. Dit patroon kan je identificeren met empathie om dan tot oplossingen te komen. Sympathie zorgt dat je zelf het patroon overneemt en oplossingen blokkeert. Wees een fair witness: neutraal en niet emotioneel verbonden. Mededogen in plaats van medelijden. Een NLP coach zal zich nooit de NLP houding aanmeten van sympathie!

Wat is jouw meest begripvolle en verwachtingsvolle blik waarmee jij een ander kan aankijken?

Vragen voor de NLP coach om de NLP houding op te roepen:

De ander, gezien in de ogen van de NLP coach (de NLP houding):

  • een geweldig en intelligent persoon is
  • gemakkelijk kan veranderen
  • alle hulpbronnen in zich heeft
  • op een ‘heldenreis’ is
  • in staat is zijn of haar eigen problemen op te lossen als hij of zij in staat is de eigen gedachten helemaal door te nemen
  • mijn aanwezigheid en onverdeelde aandacht nu nodig heeft
  • nu het belangrijkste voor mij is
  • niets toevallig doet; elk detail is significant
  • alles een metafoor laat zijn voor al het andere
  • mij verrijkt met wat hij of zij te zeggen heeft
  • ik dankbaar ben
Posted by Rutger in NLP handleiding

Waarnemen en kalibreren

Hoe vaak komt de letter ‘F’ voor in de volgende tekst:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Wat staat hier:

Vlgones een sduite aan een elgnese unvirestiet mkaat het neit uit in wlke vlgrodoe de lttrees in een wrood satan, het eigne dat blagnrijek is, is dat de ersete en de ltaatse ltteer op de gdoee palats satan. De rset kann ttaaol oiznn zjin maar tcoh kun je het geod leezn. Dit kmot dradoot we neit ltteer voor ltteer arpat lzeen maar wodoren in zjin gheeel.

Kan je dit lezen:

D323 M3D3D3L1NG L44T J3 213N T0T W3LK3 GR0T3 PR35T4T135 0N23 H3R53N5N 1N 5T44T 21JN. 1N H3T 83G1N W45 H3T 23K3R N0G M031L1JK D323 T3K5T T3 L323N, M44R NU K4N J3 H3T W44R5CH1JNL1JK 4L W4T 5N3LL3R L323N 20ND3R J3 3CHT 1N T3 5P4NN3N. D4T K0MT D00R H3T 3N0RM3 L33RV3RM0G3N V4N 0N23 H3R53N5. KN4P H3? D323 M3D3D3L1NG M4G J3 K0P13R3N 3N V3RD3R V3R5PR31D3N.

Onze waarneming

Hoeveel vaak komt de ‘f’ voor volgens jouw telling? De meeste mensen tellen er 16 of 17. Maar het zijn er meer:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Het zijn er 23! Vooral het woordje ‘OF’ wordt vaak gemist. Er zit dus iets raars in ons waarnemen. Zelfs wanneer we ons concentreren, zien we niet alles…

En wanneer je het 2e stukje las als ‘Volgens een studie aan een Engelse universiteit…’, dan was je niet aan het waarnemen, maar dan was je de letters die er staan aan het vervormen tot woorden zoals je ze kent. Je leest dan iets wat er feitelijk niet staat. Wanneer dat stukje in een taal was geschreven die je niet kende, dan had je wel letterlijk de letters uitgesproken zoals ze er stonden. We verbinden onze waarneming aan wat we in het verleden hebben geleerd. We zien iets en proberen het onbewust te duiden. We zien niet wat er staat, we zien wat we kennen.

Het derde stukje laat je zien hoe snel dit proces gaat, hoe flexibel je hersenen zijn om snel te leren en uit het feitelijke waarnemen naar betekenis gaan.

Belangrijk NLP uitgangspunt: Ons sterkste instinct is niet de ‘will to survive’ maar onze drang om dingen vertrouwd te maken (‘will to make things familiar’).

Het zintuigensysteem

Wij nemen de wereld feitelijk waar door gebruik te maken van onze 5 zintuigen:

  • Ogen kijken (Visueel)

    Zintuigensysteem en waarnemen

    Zintuigensysteem en waarnemen

  • Oren luisteren (Auditief)
  • Lichaam voelt (Kinestetisch)
  • Neus ruikt (Olfactoir)
  • Mond proeft (Gustatoir)

Voor het gemak worden deze zintuiglijke systemen in NLP veelal afgekort tot: V A K O/G.

Omdat we naast waarnemen ook denken (tegen ons zelf praten) wordt er verschil gemaakt tussen Auditief tonaal (At: luisteren met je oren) en Auditief digitaal (Ad: tegen je zelf praten).

Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen de verschillende manieren waarop je kan voelen (Kinestetisch):

  • Tactiel: voelen aan de buitenkant; waarnemen buiten jezelf
  • Proprioceptief: voelen aan de binnenkant; waarnemen binnen jezelf
  • META: waarde bepalende gevoelens en emoties

NLP stelt dat ieder mens een bepaalde voorkeur heeft bij de inzet van de zintuigen (V-A-K-O-G-Ad). Sommige zintuigen zijn beter ontwikkeld dan de andere. Dat is per mens verschillend, en aangezien zintuigen te trainen zijn, is het geen vastgesteld gegeven, en kan het per situatie verschillen.

Het primaire voorkeurssysteem van waarnemen (V A K O/G Ad) herkennen bij een ander is handig om beter contact te maken. Je kan het primaire voorkeursysteem bij een ander herkennen door:

  • Te luisteren naar de woorden die de ander gebruikt (predicaten)
  • Te kijken naar de lichaamshouding (fysiologie)
  • Te kijken naar de oogpatronen

Dit worden ook wel de accessing cues (toegangsignalen en –aanwijzingen) genoemd.

VAKOGAd overzicht

V – Visueel, zien

A – Auditief, horen

At – Auditief tonaal, luisteren

Ad – Auditief digitaal, praten tegen jezelf, ‘denken’

K – Kinestetisch, voelen

Kt – Kinestetisch tactiel, voelen aan de buitenkant

Kp – Kinestetisch proprioceptief, voelen aan de binnenkant

Km – Kinestetisch meta, waarde bepalend of emotie

O – Olfactior, ruiken

G – Gustatoir, proeven

Lead system (zoeksysteem)

NLP stelt dat iedereen een zintuiglijk weergavesysteem heeft waarmee iemand zich richt op een innerlijke ervaring, of een herinnerde ervaring opzoekt.

Als voorbeeld:

Zoek naar een ervaring waarin je zeker was van jezelf. Qua volgordelijke stappen kan je eerst een beeld ZIEN (visuele “lead”) van die ervaring, om je vervolgens te herinneren welke gevoelens horen bij dat moment van zekerheid (kinestetische weergave).

Dit lead system is met de oogpatronen goed te herkennen.

Synesthesie

Synesthesie is een proces waarbij de weergave in het ene zintuigensysteem direct een ervaring oproept in een ander zintuigensysteem. Beide systemen overlappen elkaar. Bijvoorbeeld wanneer je het geluid hoort van een krijtje over een schoolbord en direct de rillingen over je rug voelt lopen.

BMIR’s – Behavioral Manifestations of Internal Representation

BMIR’s zijn (minimale) non-verbale en verbale toegangssignalen die in verbinding staan met onze zintuigen, de VAKOGAd. Door te letten op BMIR’s kan je beter afleiden wat er bij de ander gebeurt. Het is daarbij belangrijk in de gaten te houden dat ieder mens uniek is; niemand heeft gelijke BMIR’s. Voordat je dus betekenis mag en kan geven aan de BMIR’s die je waarneemt moet je onderzoeken wat een BMIR specifiek bij iemand betekent (dat proces van afstemmen heet kalibreren).

In een gesprek letten op veranderingen in fysiologie en stem (kijken en luisteren) geeft je inzicht in het interne proces bij de ander. Je wellicht niet zien WAT er gebeurt, maar wel DAT er wat gebeurt.

Visuele BMIR’s – wat je kan zien veranderen

  • Spierspanning in het gezicht
  • Vochtigheid van de huid
  • Kleur(verandering) van het gelaat
  • Onderlip (grootte en kleur)
  • Oogbewegingen
  • Grootte van de pupil
  • Schuine stand van het hoofd
  • Ademhaling: plaats, snelheid, diepte
  • Houding
  • Hoek van de ruggengraat (hoofd, nek, schouders)
  • Arm -, hand- en vingergebaren
  • Verdeling van gewicht
  • Gezichtsuitdrukking, wenkbrauwen, kaken, mond

Auditieve BMIR’s – wat je kan horen veranderen

  • Toon
  • Tempo
  • Plaats
  • Hoogte
  • Volume
  • Ritme
  • Pauzes
  • Predicaten
  • Warmte
  • Intonatie en intonatiepatronen

Kalibreren

Wanneer je iets ziet of hoort bij iemand, en je wilt ontdekken wat dat betekent, dan noemt NLP dat proces van onderzoeken en afstemmen ‘kalibreren’. Wanneer je niet kalibreert, en BMIR’s een betekenis geeft ‘omdat dat meestal zo is’, dan ben je aan het gedachtelezen, of mindreaden. Omdat iedereen unieke BMIR’s heeft, is het proces van kalibreren erg belangrijk om feitelijk te blijven bij wat er gebeurt bij de ander in plaats van niet verder te komen dan wat jij denkt dat er gebeurt bij de ander.

Kalibreren is het ontdekken van toegangsignalen. In de basis is het een vermogen (vaardigheid) om verschillen te kunnen zien en/of horen. Om onderscheid te kunnen maken is het noodzakelijk tenminste 2 zijnstoestanden waar te nemen.

  • Een enkel signaal is een voorval zonder betekenis
  • 2 dezelfde signalen is toeval
  • 3 dezelfde signalen is een patroon (kalibratie)

Oefening waarnemen of gedachtelezen

Ga bij de volgende uitspraken voor jezelf na of het iets is wat je feitelijk ziet, of dat een een mening/waardeoordeel is:

  • Je ziet hem opgelucht adem halen.
  • Je kon zien dat ze niet tevreden was.
  • Ze stond ontspannen te presenteren.
  • Als hij praat beweegt hij met zijn handen.
  • Hij fronste terwijl hij naar beneden keek.
  • Hij fronste zijn wenkbrauwen om te laten zien dat hij twijfelde aan haar woorden.
  • Ze keek schichtig om zich heen.
  • Zijn stem trilde en klonk nerveus.
  • Terwijl hij praatte bewoog zijn hoofd.
  • Hij bloosde van schaamte.
  • Hij vind mij niet aardig want hij kijkt telkens weg als ik hem aankijk.
  • Hij schudde zijn hoofd dus was het er niet mee eens.
  • Zij knikte want ze is het er mee eens.
  • De Italiaan was erg tevreden; hij maakte een rondje met duim en wijsvinger: perfect!
  • De ene Griek vond het goed, hij zei “Ohkee.”. De andere niet, hij zei “Nee.”.
  • Zij gaat het doen, ze zei “Ja, ik doe het wel.”.
  • De Pakistaan schudde zijn hoofd, dus bedoelde nee.
  • De Arabier gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De Japanner gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De flipover heeft witte bladen van papier.

Klik hier voor een antwoordindicatie.

Dus:

WAARNEMING -> Betekenis geven -> MINDREAD

Feitelijk en objectief -> Betekenis geven -> Jouw werkelijkheid en subjectief

Werkelijkheid -> Betekenis geven -> Waardeoordeel en overtuiging

Accessing cues – toegangsignalen en -aanwijzingen

Overzicht BMIR’s (generaliserende mindreads)

Visueel Auditief (At en Ad) Kinestetisch (K en O/G)
Ademhaling Hoog, snel, onregelmatig Middenrif Diepe buikademhaling, langzamer
Gezichtsuitdrukking Ogen dichtknijpen Gefronste wenkbrauwen Ontspannen spieren
Stem Hoge neusklanken Stiltes, afgemeten, nadrukkelijk Laag, vanuit de adem
Tempo Snel, opgewonden Ritmisch Langzamer
Houding Rechte rug, kin omhoog Hoofd naar rechts beneden gebogen Hoofd naar links beneden, rug iets in elkaar gezakt
Gebaren Naar boven wijzen, in de ogen wrijven Kin in hand, rond oren wijzen Handen op de buik leggen, denkbeeldige handelingen uitvoeren

Eye accessing cues (oogpatronen)

In het diagram hieronder kan je de oogpatronen van iemand afleiden. Het is zo getekend alsof dit het gezicht is van iemand die jou aankijkt. De oogpatronen hieronder gelden voor de meeste rechtshandige mensen (standaard georganiseerd mens).

LET OP: KALIBREREN IS BELANGRIJK!

Eye accessing cues (oogpatronen)

Eye accessing cues (oogpatronen)

De ogen kunnen ook recht vooruit staan, uit focus (down-time; intern gericht), al dan niet met vergrote pupillen. Dat duidt op snelle toegang naar (directe) zintuiglijke informatie, voornamelijk visueel.

  • VC: visueel geconstrueerde beelden (ogen op recht); vaag, flitsend, duidelijk verbeelden, heldere toekomst
  • VR: visueel herinnerde beelden (omhoog verlaten ogen); fotografisch geheugen, totale herinnering, toekomstvisie, schitterend perspectief, opnieuw bekijken, kleurrijk geheugen.
  • ACt: Auditief geconstrueerde geluiden of woorden, tonaal (ogen horizontaal en aan het recht); repeteren, woorden zeggen.
  • ARt: Auditieve herinnerde geluiden of woorden (ogen horizontaal en aan de linkerzijde); woorden herhalen die gehoord zijn.
  • K: Kinestetische sensaties en gevoel (intern en extern, ook reuk en smaak, ogen onderaan recht); voelen, aanraken, warm, soepele tred, kietelen.
  • AD: Auditieve geluiden of woorden (ogen onderaan de linkerzijde); interne dialoog, praten tegen jezelf, “aha”

Vragen stellen om oogpatronen te kalibreren

VR

  • Welke kleur heeft je favoriete boek?
  • Welke kleur heeft het huis van de buren?
  • Is er een ronde tafel in je huis?

VC

  • Hoe ziet een zebra eruit met paars/oranje haar?
  • Hoe ziet een mier eruit met roze sokjes aan?
  • Wat ga je morgen doen?

AR

  • Hoe klinkt je favoriete instrument?
  • Hoe klinkt volledige rust en stilte?
  • Wat klinkt harder: jouw deurbel of een claxon?

AC

  • Hoe klinkt een piepende muis in een windtunnel?
  • Hoe zou een dweilorkest klinken op Mars?
  • Hoe klinkt mijn stem, als ik zou praten zoals Mickey Mouse?

AD

  • Hoe doe jij de dingen ‘s ochtends?
  • Wat zeg je tegen jezelf als je thuiskomt?
  • Hoe poets jij je tanden?

K

  • Hoe voelt het als je in de zon ligt?
  • Hoe voelt je rechtervoet aan als die slaapt?
  • Welke sok zit beter, die van je rechter- of van je linkervoet?

Bij onduidelijke oogpatronen kan je meer gedetailleerde vragen stellen. Vooral vragen met een vergelijking of contrast: Welke … is (vergelijking), … of …? Bijvoorbeeld Welke kleur is donkerder, bastogne- of ontbijtkoek?

Oefening Vragen om oogpatronen te kalibreren

Geef aan of de onderstaande vragen Vc, Vr, Ac, Ar, K (O,G) of Ad zijn

  • Hoe zou je huis er uit zien met roze verf?
  • Welke kleur had het haar van je moeder, toen je haar voor het laatst zag?
  • Ben jij je bewust van deze vraag?
  • Hoe gaat de melodie van je favoriete lied?
  • En hoe zou je favoriete lied klinken met kerstklokken op de achtergrond?
  • Hoe voelen smeltende sneeuwballen in je hand?
  • Wat zeg je nu tegen jezelf?
  • Hoeveel ramen heeft je huis?
  • Hoe klinkt een muntje dat op straat valt?
  • Hoe klinkt een grote sneeuwbui die in zee valt?
  • Hoe zou jij er uit zien met haar van goud?
  • Heb je voor meer ramen dan achter?
  • Wat zou beter zijn: je huis paars met witte stippen, of met rode strepen?
  • Welke kleur heeft je voordeur?
  • Wat zeg jij tegen jezelf net voordat je de fiets neemt?
  • Heb je een ronde spiegel in huis?
  • Hoe klinkt de zee?
  • Hoe zag vorig jaar de leukste kerstkaart er uit?
  • Hoe klinkt Donald Duck nadat hij een ballon met helium heeft ingeademd?
  • Hoe zal het voelen om op de maan te dansen?
  • Hoe smaakt je favoriete eten?
  • Hoe ziet de kaft van je favoritete boek er uit?
  • Hoe klinkt een krijtje op een schoolbord?
  • Hoe smaakt een grote hap watten?
  • Wat zeg jij tegen jezelf wanneer je een complimentje krijgt?
  • Wat zeg je tegen jezelf wanneer je voor de koelkast staat?
  • Wat vindt je van deze vragen?
  • Realiseer jij je wat hier nu gebeurd?
  • Hoe zie jij er uit als een teletubbie?
  • Hoe zou je kamer er uit zien wanneer deze blauw was?
  • Welke kleur had de kamer waar je bent opgegroeid?
  • Wat was het laatste wat ik gezegd heb?
  • Hoe voelt het wanneer je in een plas stampt?

Speciale oogwaarnemingen

  • Je kan aan de ogen zien of iemand ‘naar binnen gekeerd is’. Dat is het moment om ruimte voor nadenken te geven, of suggesties te geven (korte trance-staat).
  • Je kan aan de ogen zien waar iemand naartoe kijkt (richting) wanneer deze zich iets voorstelt: ver weg, dichtbij, hoog, laag etc.
  • TransDerivational Search (TDS): verwilderde oogpatronen, geeft aan dat iemand informatie zoekt, in verwarring is, en/of probeert betekenis te geven. Checken of na de TDS de informatie is gevonden, dan wel betekenis is gegeven kan handig zijn. Wederom een goed moment voor suggesties (korte trance-staat). Merk wat er gebeurt:
    • Je doet het weer, of niet soms…?
    • Misschien denk je aan de gedachten die je gisteren had…?
    • De vele kleuren die fruit kan hebben…
    • Er zijn leuke momenten geweest, nietwaar…?
    • Je bent nog iets vergeten, nietwaar…?
    • Wat is het dat je nu niet kan herinneren…?
    • Jij kan je beseffen dat je nu met een glimlach is altijd leuk…
    • Rijk zijn is een staat zijn zegt het woordenboek…
Posted by Rutger in NLP handleiding

Swish pattern, Swish patroon

Met het Swish patroon creëer je een nieuwe fascinerende toekomst, een nieuwe keuze mogelijkheid voor nieuwe levenswijze, in plaats van oude gewoonten te veranderen of af te schaffen. Wanneer doe je “dat” wat je wilt veranderen? In NLP techniek het Swish patroon wordt de trigger gevonden, waarmee dat gedrag start waar je aan wilt werken. De keuzemogelijkheid voegt zich in net voor het moment waarin je met je gewoonte of situatie begint. Houdt in de gaten dat je in de uitvraag van de inhoud niet volledig hoeft te zijn, en dat de inhoud niet echt van belang is: slechts de submodaliteiten zijn nodig voor de verandering.

Zet de Swish in voor het veranderen van ongewenst gedrag en gewoonten. Wat je wilt bereiken is het dissociëren van de trigger van het ongewenste gedrag en het associëren met het gewenste gedrag.

Je kan er voor kiezen om de uitspraak van ‘SWISSSHHH’ te vervangen door ‘wiSSSSSSel’.

Swish Patroon origineel

A              Identificeer de context waar B aan wilt werken

     “Aan welk probleem in welke situatie wil je graag werken?”

A              Vraagt B een geassocieerd beeld van het triggermoment te maken.

“Maak een beeld van de gewoonte of situatie die je wilt veranderen, gezien door je eigen ogen.”

     “Hoe weet je dat het tijd is om het te doen?” (Trigger)

     “Maak een beeld van dat moment vlak voor je met je gewoonte of situatie begint.”

Vraag verder uit om het contact met het moment te versterken (Waar ben je, met wie ben je daar, wat zie je).

A              Vraagt B een gedissocieerd beeld te creëren van de gewenste situatie.

“Maak een beeld van hoe je het graag zou willen hebben. Je ziet jezelf in de gewenste situatie”.

Neem hiervoor de tijd, maak de situatie zo ideaal mogelijk voor B. A begeleidt B door bijvoorbeeld meer kleur aan het beeld toe te voegen, het beeld nog krachtiger te laten worden. Ga bij elke verandering van submodaliteit na of het, het gewenste resultaat geeft.

“Swisssssssshhhhh”

A              Vraag B het geassocieerde beeld van het triggermoment op een groot scherm voor zich te zien.

A              Laat B onderin het grote scherm, het gewenste gedissocieerde beeld plaatsen in de vorm van een klein zwart bolletje.

A              Vertelt B dat het zwarte bolletje snel groter en helder mag worden, zo groot dat het het hele beeld vult. Laat dit samengaan met een SWIIISSSHHH geluid.

A              Break state

A              En B herhalen de vorige stappen tenminste 5 keer, het gaat steeds sneller en makkelijker.

Geniet van je resultaat!

A              Test, probeer het oude beeld terug te halen

A               Future Pace

Morgen in dezelfde situatie, wat doe je dan (hoe voel jij je dan). Welke mogelijkheid kies je hoe daar te zijn?

Herziene versie van het Swish patroon

In deze versie worden ook de submodaliteiten van horen en voelen gebruikt.

  1. Identificeer de trigger van het ongewenste gedrag en/of staat.

Wanneer en waar gebeurt dit?

Wat zie je, hoor je kort voordat je het ongewenste gevoel krijgt?

  1. Maak een geassocieerd stilstaand beeld van de trigger.

Break state

  1. Creëer gedissocieerd het gewenste beeld.

Wat wil je?

Welke kwaliteiten, capaciteiten, gevoel zul je hebben wanneer je niet meer doet wat je deed?

Waaraan denk je als je niet meer bezig bent met dit gevoel?

Maak het gewenste beeld groter en helderder net zolang tot dat je je goed voelt.

  1. Zet de verandering in werking.

Maak van het gewenste resultaat een klein zwart bolletje.

Plaats het kleine zwarte bolletje als een zwarte punt in het midden van het triggerbeeld en zie het daar ook echt staan.

  1. SWISSSHHHH

Trek het triggerbeeld met de zwarte punt erin naar achteren, zover naar achteren tot je in de verte alleen nog maar een klein puntje ziet. Merk nu op dat het kleine puntje naar je toe gaat bewegen, hoe meer het naar je toe beweegt hoe groter het beeld wordt. Het gewenste beeld wordt steeds groter en helderder, totdat je uiteindelijk je zelf ziet die de gewenste situatie heeft bereikt….. SWISSSHHHH

  1. Voorwaarde (3 tot 5 keer)

Dit proces een aantal malen herhalen en iedere keer zul je merken dat je hersenen het proces sneller aan kunnen. Kijk naar het triggerbeeld met de punt in het midden van jou gewenste situatie. Trek het beeld naar achter en …… SWISSSHHHH

  1. Test en Future Pace.

Probeer nu het oude beeld terug te halen en merk op wat er gebeurt.

Swish patroon – Slingshot versie

De grootte, de afstand, de helderheid & de plaats van het gebruik als functie van de afstand

1 Identificeer de trigger van het ongewenste gedrag en/of staat

Wanneer en waar gebeurt dit?

Wat zie je, wat hoor je, kort voordat je het ongewenste gevoel/de ongewenste staat krijgt?

2 Maak een stilstaand geassocieerd beeld van de trigger

3 BREAK STATE

4 Creeer het gedissocieerde gewenste beeld

Wat wil je?

Welke kwaliteiten, capaciteiten, gevoel zul je hebben wanneer je niet meer de mens bent met dit probleem?

Waaraan denk je wanneer je niet meer bezig bent met het probleem?

Maak het gewenste beeld groter en helderder net zolang totdat jij je goed voelt.

ZORG DAT HET BEELD GEDISSOCIEERD IS!

5 Zet de verandering in werking

Maak van het gewenste resultaat een klein zwart bolletje

Plaats de zwarte punt in het midden van het triggerbeeld en zie het daar ook echt staan!

6 “Swissshhh”

Trek het triggerbeeld met de zwarte punt er in naar achteren

Trek het triggerbeeld zover naar achteren tot dat je in de verte alleen nog maar een kleine punt ziet.

Merk op dat de kleine punt naar je toe gaat bewegen

Naarmate de punt dichterbij komt, zie jij het gewenste beeld dat steeds groter en helderder wordt totdat je uiteindelijk jezelf ziet die de gewenste situatie heeft bereikt…. SWISSSHHH

7 Voorwaarde (3 tot 5 keer)

We gaan dit proces een aantal malen herhalen en iedere keer zal je merken dat je hersenen het proces sneller aan kunnen.

Kijk naar het triggerbeeld met de punt van jouw gewenste situatie in het midden

Trek het beeld naar achter en …. SWISSSHHH

8 Test & future pace

Probeer nu het oude beeld terug te halen en merk op wat er gebeurt.

Auditief swish patroon

In plaats vanuit een visualisatie de swish te doen, kun je de swish ook auditief doen. Denk aan beperkende zinnen of woorden die je in jezelf hoort of tegen jezelf zegt. Je kunt hierbij gebruik maken van auditieve submodaliteiten als; volume, afstand, toonhoogte, tempo, timbre, duur, plaats, cadans, nadruk op bepaalde woorden, pauzes, richting.

  1. Benoem de beperkende zin en bepaal de gewenste zin. Hoe klinken ze?
  2. Hoor de beperkende zin hard en dichtbij.
  3. Hoor tegelijkertijd vanuit de verte de gewenste zin.
  4. Hoor hoe de gewenste zin dichterbij komt en luider wordt, tegelijkertijd hoor je de beperkende zin verder weg gaan en zachter worden.
  5. Herhaal stap 4 net zo vaak totdat de beperkende zin geheel vervangen is door de gewenste zin.

Aanvullend

De aandachtspunten voor een goede “Swish”-uitvoering:

  • “Swish”-patronen zijn ankers die een impuls (trigger) naar een nieuwe toekomst creëren. Zorg dus voor de juiste nieuwe toekomst.
  • Installeert nieuwe keuzemogelijkheden voor een nieuwe levenswijze (strategie) in plaats van oude gewoonten te veranderen of af te schaffen. De oude afhandeling blijft dus bestaan, NAAST de nieuwe. Deze techniek zal leiden tot een bewustwording bij een nieuw trigger-moment, waar dan een bewuste keuze gemaakt kan worden.
  • Richard Bandler: slechts de submodaliteiten zijn nodig voor de verandering.
Posted by Rutger in NLP handleiding

De-identificatie buiten jezelf

Wanneer je in de NLP Master practitioner de NLP oefening “de-identification” hebt gedaan, dan weet je wat rollen zijn, hoe rollen invloed hebben op je zijn, en hoe het voelt om helemaal en enkel ‘jezelf’ te zijn. Een bijzondere ervaring die je helemaal in contact kan brengen met jezelf.

Deze oefening is in eerste instantie een mooi iets in je persoonlijke groei, en flabbergasted over de ervaring zal je op het moment na de uitvoering niet zo zeer bezig zijn met wat deze oefening allemaal betekent. Het is een ervaring die je meeneemt, voornamelijk gericht op wie en/of wat je bent, intern gericht.

Wanneer je weer bekomen bent, dan is wellicht leuk om eens te overwegen hoe wij in onze communicatie staan naar anderen.Tenzij je extreem Sensing en Perceiving bent, dan reageer je niet zozeer op de persoon waarmee je praat, als wel op het beeld wat je in de loop der tijd hebt opgebouwd van die persoon. En daar heb je dat fenomeen ROL weer. Eigenlijk praat je niet met de persoon tegenover je, je praat met de persoon in de rol die je de persoon tegenover je hebt gegeven. Ook daar kan je, in gedachten, het de-identificatie patroon op loslaten.

Pak pen en papier, en maak contact met het beeld wat je hebt opgebouwd van de ander. Schrijf de rollen op, zorg dat je minimaal 25 rollen opschrijft (wie of wat is die persoon?). Vervolgens ga je al die rollen de-indentificeren (breng het ZIJN van die rol terug naar enkel een rol die jij in jouw beleving toeschrijft aan die persoon), en sluit af met een vraag als: “als die dat allemaal niet IS, wie of wat is die dan wel?”, en laat het gevoel ontstaan.

Probeer het eens uit, drie keer, om na te gaan wat het voor jou doet. Het is aardig om dit toe te passen op je partner (in een goede en stabiele relatie), op iemand die je niet zo aardig vindt en/of op iemand waar jij je niet op je gemak bij voelt; om te ontdekken wat het effect is.

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

Plan je dag voor maximaal effect

Valeriaan

Valeriaan

In de 18e eeuw was de Valeriaan onderwerp van gesprek. Deze bloem opent in de ochtend, en sluit zich wanneer de zon weer onder gaat. De discussie ging er over of de bloem reageerde op de zon, of dat de bloem een soort interne klok heeft, die de bloem opent en sluit. Een simpel experiment, de bloem werd in een lichtdichte omgeving gezet en in de middag werd gekeken of de bloemen open waren (en ja, de bloem was open), toonde aan dat de bloem over een interne klok beschikt. En zo een interne klok, dat hebben wij ook. Een dagelijkse klok die natuurlijke en biologische responses geeft, afhankelijk van de tijd van de dag: een slaap-wakker ritme, maar ook ademhaling, lichaamstemperatuur, bloeddruk, er zijn inmiddels ruim 100 van deze dagelijkse ritmes in ons lijf ontdekt.

Wanneer je er een goede gewoonte van maakt om je dag te plannen (of wanneer je een dagprogramma ontwerpt voor een training, presentatie, heisessie, whatever), misschien doordat je time-management goeroe je vertelt dat dit handig is (Stephen Covey bijvoorbeeld, maar ook een David Allen) dan zijn er een paar zaken waar je rekening mee wilt houden. Je hebt een soort dagelijks ritme dat er voor zorgt dat je op bepaalde delen van een dag beter presteert op bepaalde vlakken en op andere delen van een dag weer op andere vlakken. Door hier rekening mee te houden in je planning kan je meer bereiken met minder moeite.

Effect 1: Lezen of leren?

Gedurende de dag is er geen verschil in je vaardigheid om informatie op te halen, te herinneren. Je hebt dus de hele dag dezelfde vaardigheid en mogelijkheid om informatie op te halen. ’s Ochtends of ’s avonds: je kan alle informatie even gemakkelijk ophalen.

Wel is er een groot verschil in het opslaan van informatie (het leereffect):

  • Wat je ’s ochtends leest (en opslaat), is sneller beschikbaar (minder herhaling nodig) en slechts kortdurend. Wat je leest kan je dus vrijwel direct inzetten, maar je leert het niet: een week later weet je het niet meer. Je zogenoemde korte-termijn geheugen werkt het best in de ochtend, en neemt gaandeweg de dag af. Er zijn nog twee oplevingen in je korte termijn geheugen: tijdens de lunch-dip (het uur nadat je gelunched hebt) en een uur na het avondeten. Taken die leeswerk omvatten, waar je gelijk mee aan de slag kan en die je niet hoeft te leren (enkel korte termijn onthouden), kan je dus het beste zo vroeg mogelijk plannen: je email verwerken, inlezen voor vergaderingen, het vergaderen zelf, het uitwerken van vergaderingen, standaardwerk, routine, makkelijke taken etc.
  • Wat je ’s avonds leest (en opslaat), is minder snel (direct) beschikbaar (meer herhaling nodig) en die extra moeite wordt beloond met een langdurig retentie-effect (langdurig onthouden). Je lange termijn geheugen heeft een beetje een ochtendhumeur en opstartproblemen, en verbetert zich gaandeweg de dag. Taken die echt lange termijn leren inhouden kan je dus het beste naar achteren schuiven: studeren, maar ook het oefenen van vaardigheden en persoonlijke ontwikkeling, alles waar je niet een kortdurend maar een langdurig effect wilt zien.
  • Uit wetenschappelijke experimenten met mensen die in ploegendiensten werken blijkt dat echt het daglichtritme is dat dit effect bepaald, en niet je slaapritme. Het zou dus gaan dus echt om ochtend/middag/avond en niet om je beleving van net-wakker/bijna-slapen. Er is onderzoek dat suggereert dat dit effect wordt veroorzaakt door (of correleert met) je lichaamstemperatuur die rond 05:00 uur op zijn laagst is, vervolgens langzaam stijgt naar een maximum (individueel bepaald, en voor de meeste mensen rond 16:00 uur) wat een patroon is dat niet wordt beïnvloed door korte termijn wijzigingen zoals ploegendiensten.

Kortom, wanneer je een dag plant dan plan je uitvoerende taken waar je informatie snel wilt bewerken en dan weer vergeten vroeg op de dag, en tactische en strategische taken waar je informatie wilt opdoen die langere tijd van belang is later op de dag.

Nog korter? Voer je taken uit in volgorde van LEZEN naar LEREN (voel het verschil).

 

Effect 2: Jouw optimale prestatie tijdstip

Er is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar prestaties in een dagritme. Bijvoorbeeld door Klein, die in 2001 en 2004 uitgebreide onderzoeken heeft gepubliceerd over verschillen in prestatie gedurende de dag. Hieronder enkele van de conclusies van hem en anderen, groepsgewijs:

  • Het blijkt dat rechtshandigen het best presteren (overall) in de ochtend, en linkshandigen juist het best presteren in de middag. Wanneer je rechtshandig bent plan je jouw belangrijkste taken dus in de ochtend, en ben je linkshandig dan plan je jouw belangrijkste taken het beste in de middag.
  • Jonge kinderen (op de basisschool) zijn het snelst afgeleid in de ochtend, terwijl oudere kinderen (voortgezet onderwijs) zich juist ’s ochtends beter kunnen concentreren.
  • Hoogbegaafden presteren in het algemeen het beste in de middag.
  • Kinderen met leesproblemen presteren beter (met lezen) in de middag.
  • Leesonderwijs in de middag leidt tot betere resultaten dan leesonderwijs in de ochtend. De crux hierbij is dat lezen een vaardigheid is die je over een langere periode leert, dus een vaardigheid is die het meeste baat heeft bij het lange-termijn geheugen.
  • Wiskunde onderwijs blijkt minder (maar toch enigszins) dagritme gerelateerd. De gedachte is dat een vaardigheid die meer gebaseerd is op inzicht het beste in de ochtend kan worden geoefend in detail (echt sommen maken), om in de middag de inzichten, ideeën en concepten te behandelen.

Maar ook de persoonlijke voorkeur speelt een grote rol: er is een grote deviatie binnen de groep. Iedereen heeft een individueel optimaal prestatietijdstip op een dag, en voor het beste resultaat volg je jouw eigen voorkeur.

  • Het individuele optimale prestatie tijdstip is bekend bij de proefpersoon, als onbewuste voorkeur. “Ben je een ochtendmens, middagmens of avondmens? Wanneer doe je deze taak het liefste?” zijn vragen die zijn gebruikt in sommige onderzoeken om het optimum te bepalen. In enkele onderzoeken is dit weer afgezet tegen een fysiek bewijsbaar bioritme, en beiden bleken te correleren. Het lijkt er dus op dat simpelweg het volgen van je persoonlijke voorkeur (de dingen doen wanneer jij er het meest zin in hebt) leidt tot betere resultaten.
  • Uit onderzoek is gebleken dat een goede voorspeller van het optimale prestatie tijdstip je lichaamstemperatuur is. Deze is het laagst rond 05:00 uur, en stijgt dan naar een maximum (dat wel 2 graden hoger kan liggen), om vervolgens weer te dalen. Bij sommige mensen ligt het tijdstip van de maximumtemperatuur om 11:00 uur, bij anderen pas om 20:00 uur. Gemiddeld is ligt het rond 16:00 uur.
  • In een situatie waar sprake is van een leider en volgers (een leersituatie met een docent en studenten, of een werkoverleg met manager en deelnemers, elke groepsgewijze aanpak) dan wordt de beste (groeps-)prestatie gehaald indien het ritme van de leider wordt gevolgd. Dus wanneer de studenten of deelnemers het ritme van de docent of de manager volgen.
  • Aansluiten bij het individuele voorkeurdagritme is niet gerommel in de marge, het heeft een groot effect: proefpersonen scoorden 6 IQ punten hoger op een IQ test indien deze werd afgenomen tijdens het individuele optimale tijdstip. Ook heeft iedereen er belang bij: 98% van de leerlingen in een onderzoek van Virostko haalden betere resultaten nadat de te leren stof werd aangeboden op hun individuele optimale tijdstip.

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

De-identificatie patroon

Gebruik het de-identificatie patroon om complexe equivalenties als “Ik ben …” uit te dagen en te overstijgen.

  1. Achterhaal de complexe equivalentie op identiteitsniveau
  2. Stem af op en geef feedback op de complexe equivalentie: “Dus je bent …”
  3. “Is dat alles wat jij denkt dat je bent?”. Kalibreer fysiologische verandering.
  4. “Ben je niet meer dan dat?” Kalibreer accepteren vooronderstelling.
  5. “Wat ben jij dan meer dat niet [voorgaande identiteit] is?” Wacht op verbaal antwoord.
  6. “En voorbij [antwoord stap 5], is dat alles wat jij bent… Hoeveel meer ben jij dan dat? Jij weet toch dat jij meer bent dan dat, of niet soms?”
  7. “Hoe weet je dat?”  (verankert in de realiteitstrategie).
Posted by Rutger in NLP handleiding

NLP Metaprogramma’s

Metaprogramma’s geven informatie over hoe we onze aandacht richten, hoe we met onze wereld omgaan, hoe we waarnemen en hoe we met informatie filteren. Metaprogramma’s behoren tot de onbewuste filters (zie NLP communicatiemodel), en bevinden zich in de neurologische niveau’s van Dilts tussen IDENTITEIT en WAARDEN, en zijn dus rol- en context-gebonden. Metaprogramma’s liggen niet vast, en kunnen veranderen.

  • Vaste patronen in waarnemen, denken en voelen die we laten zien in ons (non-) verbaal gedrag.
  • Vaste patronen die ons in vergelijkbare situaties steeds hetzelfde laten reageren.
  • Onbewust, stress- en contextgebonden.
  • Metaprogramma’s zijn niet zwart-wit, maar grijstinten (verdeling en indeling op een schaal)
  • Aansluiten bij metaprogramma verfijnt rapport.
  • Diversiteit van metaprogramma’s binnen een team verhoogt teamprestatie.
  • Kennen van de metaprogramma’s (met name de originele Jung-typologie) levert een schat aan informatie op bij het begrijpen van jezelf en anderen, het in kaart brengen van problemen en doelen bij coaching.
  • Bij het modelleren zijn de metaprogramma’s een bron van informatie over de wijze van filteren.
  • Verschil in metaprogramma’s kan leiden tot verschil in resultaat bij dezelfde strategie.

Misschien dat je denkt dat iets nieuws is, maar de voorkeur van zintuigsysteem is een metaprogramma dat je (wellicht) al kent.

Basis metaprogramma’s (Jung typologieën)

Extern gedrag (energie voorkeur)

Houding in de richting van de buitenwereld. Hoe mensen energie krijgen en gebruiken.

Wanneer het tijd is om je mentale batterij op te laden, geef je er dan de voorkeur aan om alleen te zijn (Introvert), of met mensen (Extravert)?

 

Introvert          25% (ervaring spiegelend aan MOW, rustig, concentratie, schriftelijk)

  • Houdt van een rustige omgeving om zich te concentreren
  • Interesse in achtergronden, theorieën en concepten.
  • Handelt doordacht, soms afwachtend, houdt van onafgebroken werken
  • Houdt niet van interrupties
  • Nieuwe ideeën door rustig na te denken
  • Denkt na voor een antwoord of reactie, rustig en ingetogen
  • Houdt van tweegesprekken met doordachte standpunten en conclusies
  • Liever schriftelijk dan mondeling

Extravert         75% (ervaring spiegelend aan omgeving, initiatief, expressief, mondeling)

  • Houdt van afwisseling en actie
  • Interesse in praktische uitvoering en hoe anderen iets doen
  • Handelt snel en soms impulsief, houdt van opschieten
  • Houdt van onderbrekingen
  • Nieuwe ideeën door gesprekken
  • Reageert snel, zonder lang nadenken, enthousiast en luidruchtig
  • Houdt van groepsgesprekken en brainstormen
  • Liever mondeling dan schriftelijk

Intern proces (aandachtsvoorkeur)

Hoe nemen we informatie tot ons? Verzamelen en opnemen.

Als je een bepaald onderwerp gaat bestuderen, zou je dan meer geïnteresseerd zijn in de feiten en toepassingen daarvan (Sensor), of zou je meer geïnteresseerd zijn in de ideeën en de relatie tussen de feiten en de toepassingen daarvan in de toekomst (iNtuitor)?

 

Sensor            75% (zintuigen, realist, praktisch, details, feiten)

  • Werkt het liefst op basis van opgedane ervaring en een vast, bekend patroon
  • Plezier in toepassen van goed ontwikkelde kennis en vaardigheden
  • Mate van wantrouwen naar eigen ingevingen en inspiratie
  • Zeer accuraat
  • Houdt van praktisch bezig zijn
  • Goed oog voor detail, en onderbouwt met feiten
  • Houdt van stabiliteit en geleidelijk veranderen
  • Vraagt vooral om feitelijke onderbouwing
  • Vraagt om praktische en realistische toepassingen
  • Geeft voorbeelden uit eigen ervaring
  • Waardeert kritiek en suggesties mits eerlijk en bruikbaar
  • Ordelijke stap-voor-stap benadering
  • Werkt volgens agenda; wijkt liever niet af
  • Verwijst naar specifieke voorbeelden

iNtuitor            25% (intuïtie, dromer, creatief, betekenis, verbanden, ideeën)

  • Houdt van aanpakken/oplossen van nieuwe ingewikkelde zaken en problemen
  • Plezier in het aanleren van nieuwe kennis en vaardigheden
  • Laat zich makkelijk leiden door eigen ingevingen en inspiratie
  • Houdt niet van nauwkeurig en zorgvuldig controleren van feitelijke informatie
  • Houdt van vernieuwend bezig zijn
  • Goed oog voor de grote lijn, en benadert vanuit globaal overzicht
  • Houdt van regelmatige en radicale verandering
  • Vraagt vooral om een algemeen kader, de grote lijn
  • Stelt toekomstmogelijkheden aan de orde
  • Geeft graag eigen inzicht en visie
  • Waardeert kritiek en suggesties die origineel zijn, of een nieuw perspectief bieden
  • Laat ruimte voor veel invalshoeken
  • Geen probleem met afwijken van agenda
  • Verwijst naar algemene concepten

Interne staat (beslissingsvoorkeur)

Hoe krijgen we toegang tot states (stemmingen) en hoe nemen we beslissingen.

Denk aan een werksituatie waarin je problemen had. Denk aan een werksituatie waarin je gelukkig was. Wanneer je een beslissing neemt in een werksituatie, is deze dan meer gebaseerd op argumenten en logica (Thinker) of op persoonlijke waarden (Feeler)?

 

Thinker           45% V, 55% M (denken, vastberaden, analytisch, redelijk)

  • Komt via een logische, analytische weg tot besluiten / conclusies
  • Kan ook presteren in minder harmonieuze omgeving
  • Kan ongewild gevoelens kwetsen, zonder dit zich bewust te zijn
  • Neemt beslissingen op basis van zakelijke overwegingen
  • Standvastig in denken en kritische instelling
  • Normatief, en handelt vanuit algemene (erkende) principes
  • Kort en bondig
  • Ziet graag concrete voor- en nadelen op een rijtje
  • Reageert intellectueel, objectief en kritisch
  • Laat zich overtuigen door ratio in argumentatie
  • Presenteert doel en te bereiken resultaten eerst
  • Gevoelens en emoties van anderen zijn feiten om rekening mee te houden
  • Gericht op inhoud

Feeler             55% V, 45% M (voelen, sympathiek, normen en waarden, zachtmoedig)

  • Besluit op basis van waardeoordelen
  • Werkt best in harmonieuze omgeving
  • Doet graag een plezier, is graag ter wille, ook met kleine dingen
  • Laat zich makkelijk beïnvloeden door persoonlijke wensen en voorkeuren
  • Wil graag sympathiek overkomen, houdt niet van corrigerend of kritisch optreden
  • Evalueert en handelt vanuit normen en waarden
  • Houdt van dialoog in ontspannen sfeer
  • Hoort graag de waarde en menselijke impact van verschillende alternatieven
  • Reageert gevoelsmatig, subjectief, waarderend, vanuit een interpersoonlijke focus
  • Laat zich overtuigen door persoonlijke betrokkenheid en enthousiasme
  • Presenteert gemeenschappelijke punten en belangen eerst
  • Rationele objectiviteit is iets dat nog op waarde moet worden getoetst
  • Gericht op relaties

Adaptie operator (levensvoorkeur)

Hoe we ons aanpassen aan de omgeving en hoe we ons leven inrichten

Als wij samen een project zouden doen, zou je er dan de voorkeur aan geven dat het project gepland en keurig uitgewerkt was (Judger), of zou je er de voorkeur aan geven dat we in de gelegenheid waren om heel flexibel te zijn in het project (Perceiver)?

 

Judger            50% (beoordelen, plannen, systematisch, past leven aan zichzelf aan)

  • Voorkeur voor plannen en volgens plan uitvoeren
  • Ziet nieuwe dingen en nodige wijzigingen makkelijk over het hoofd
  • Zorg voor goed regelen en afronding
  • Tevreden wanneer beslissing is genomen of conclusie is bereikt
  • Snelle beslisser
  • Zoekt structuur en systematiek
  • Ordelijke planning, tijdplanning, harde deadlines
  • Probeert verrassingen te vermijden
  • Verwacht doorzettingsvermogen
  • Geen onduidelijkheid over standpunten en beslissingen
  • Praat in termen van resultaat, vorderingen, zinvolheid, koers
  • Sterk gericht op taken

Perceiver       50% (waarnemer, op je af laten komen, flexibel, past zich aan het leven aan)

  • Flexibel in werk en past zich aan omstandigheden aan
  • Stelt onplezierige taken uit
  • Houdt ruimte voor aanpassingen
  • Nieuwsgierig van aard, blij met nieuwe invalshoeken
  • Stelt beslissingen makkelijk uit op zoek naar alternatieven en opties
  • Past zich makkelijk aan, heeft verandering nodig
  • Geen moeite met plannen en tijdsplanning; wel met harde deadlines
  • Houdt van verrassingen en improviseert veel
  • Verwacht aanpassingsvermogen
  • Ziet beslissingen en standpunten als voorlopig
  • Praat in termen van mogelijkheden, kansen, onafhankelijkheid en flexibiliteit
  • Sterk gericht op samenwerking, met name op afstemming

Temperament

Met de basismetaprogramma’s kunnen 4 zogenoemde temperamenten worden onderscheiden. Een kort overzicht van deze temperamenten hieronder:

Believer – SP Traditionalist – SJ Rationalist – NT Idealist – NF
Doen Erbij horen Begrijpen Van betekenis zijn
Direct Verantwoordelijk Visie Charisma
Pragmatisch Georganiseerd Intelligent Creatief
Impulsief Dienstbaar Onafhankelijk Gevoelig
Spontaan Nauwgezet Analytisch Inspiratie
Avontuurlijk Grondig Helder Bevlogen
Tactische kracht Logistieke kracht Strategische kracht Diplomatieke kracht
Kernbehoefte SP Kernbehoefte SJ Kernbehoefte NT Kernbehoefte NF
Vrijheid van handelen Lidmaatschap of er bij horen Meesterschap of zelfbeheersing Betekenis en gewicht
Vermogen om invloed te hebben Verantwoordelijkheid of plicht Kennis en bekwaamheid Unieke identiteit

 

Andere metaprogramma’s

Richting filter

Benaderen: bepaald makkelijk het doel, en ziet soms risico’s over het hoofd. Denkt vooruit, is doelgericht, positieve energie, wil bereiken. Soms te veel initiatieven tegelijk, soms dingen niet afmaken.

Vermijden: Bewust van risico’s, veiligheid is belangrijk. Kan risico’s goed herkennen en inschatten. Soms overdreven voorzichtig. Soms moeite met nieuwe ervaringen; is sneller verward.

Redenfilter

Mogelijkheid: Ziet mogelijkheden. Kan, mag en wil. Heeft ruimte. Heeft keuzes. Mist soms begrenzing. Soms gebrek aan motivatie. Goed in ontwikkelen procedures. Gelooft dat er betere manieren zijn.

Noodzakelijkheid: Moet, het hoort zo, noodzaak. Er zijn regels, er is houvast. Beperkend als je geen keuze hebt. Goed in volgen procedures. Doet dingen graag “op de juiste manier”.

Referentiekader filter

Intern: Baseert beslissingen op eigen oordeel, gevoelens en mening. Blijft gemotiveerd, ook met weinig feedback en schouderklopjes. Soms te weinig luisteren naar goede raad en adviezen. Beslist makkelijk.

Extern: Hecht veel waarde aan mening van anderen. Neemt beslissingen op concrete feiten, bewijzen en gevoel van anderen. Kan stress ervaren bij weinig feedback. Kan besluiteloos zijn. Vraagt voortdurend om advies en gebruikt dat naar eigen inzicht.

Overtuigingsfilter: zintuigen

Geeft weer hoe je deze persoon bij coachen (of verkopen 😀 ) het beste kan benaderen.

Zien overtuigt binnen V

Horen overtuigt binnen A

Lezen overtuigt door taal Ad

Doen overtuigt door K

Overtuigingsfilter

Geeft weer hoe je deze persoon bij coachen (of verkopen 😀 ) het beste kan benaderen, en hoe vaak herhaling nodig is.

Relatiefilter

Hetzelfde: leert door GOEDE voorbeelden na te doen. Wil dat de wereld gelijk blijft; conservatief. Houdt niet van verandering.

Verschillend: leert door FOUTEN te verbeteren. Houdt niet van stabiele en statische situaties. Progressief.

Extreem verschillend (mis-matchers) vertel je precies het tegenovergestelde van wat je wilt, om te bereiken wat je wilt.

Managementrichting filter

Iemand die de 1e vraag met nee beantwoord zal meer inhoudelijk advies en sturing nodig hebben bij coaching, dan iemand die daar ja antwoord. Door aan te sluiten bij deze overtuigingen bouw je beter rapport op. (“En ik weet dat jij weet wat zij nodig hebben om nog beter hun werk te doen, blablabla”)

Actiefilter

Proactief: Neemt vaak initiatief en handelt snel. Soms eerst doen, dan pas nadenken. Initieert. Kan impulsief zijn. Zorgt dat dingen gebeuren.

Reactief: Nadenkend en reflecterend. Neemt tijd om voor te bereiden, te analyseren en te begrijpen. Wacht soms te veel af, kan vervallen in denken zonder doen.

Affiliatiefilter (aansluiting)

Onafhankelijk speler (IK): Spreekt in termen van IK en wat het MIJ oplevert. Gaat er van uit dat mensen voor zichzelf zorgen. Werkt graag alleen. Zorgt goed voor zichzelf en raakt niet verstrikt in de problemen van anderen. Werkt niet gemakkelijk in teamverband. Kan soms onverschillig overkomen.

Teamspeler (WIJ): Zorgt dat iedereen zich goed voelt. Houdt veel rekening met anderen. Wil graag en goed samenwerken. Heeft de neiging anderen voor te laten gaan. Heeft soms moeite met zelfstandig beslissen.

Managementspeler (IK en ZIJ): Werkt graag met anderen, met een eigen duidelijke verantwoordelijkheid. Kan zowel samen als alleen werken. Heeft soms moeite met delen en delegeren van verantwoordelijkheid. Heeft soms moeite met erkenning van (het belang van) de rol van anderen.

Werkpreferentiefilter

Rapport: richt je aandacht op hetzelfde.

Primair interesse filter

Patronen in de inhoud geven aan waar de aandacht ligt. Rapport: richt je aandacht op hetzelfde.

Chunk size filter

Rapport: richt je aandacht op hetzelfde. Sterke overeenkomst met Sensing/iNtuition.

Dualisme filter

Zwart-wit: denkt in ja/nee. Duidelijk. Mist soms relativering en nuance.

Grijstinten: denkt in glijdende schalen. Kan ruimte laten voor interpretatie.

Tijdopslagfilter

In-time (in de tijdlijn): Perceiver. Leeft in het hier en nu, verdiept in het moment. Goede concentratie op taken, en emotioneel en mentaal betrokken. Kan de tijd uit het oog verliezen, en daardoor te laat zijn op afspraken.

Through-time (overzicht op verleden/heden/toekomst): Judger. Meestal op tijd voor afspraken. Goede planner. Geeft soms de indruk niet betrokken te zijn. Plannen maken en op tijd zijn kan belangrijker ervaren worden dan de ervaring zelf.

Informatieverwerkingsfilter

Belangrijk voor de aanpak tijdens een gesprek. Geef je mee en laat je bezinken, of is het dit gesprek waar het gebeurt.

Luisterstijl filter

Rapport: laat je spreken aansluiten bij de luisterstijl.

Spreekstijl filter

Rapport: laat je luisteren aansluiten bij de spreekstijl.

Modale operatoren van volgorde filter

De modale operatoren van volgorde geven de meest motiverende sequentie weer. Door deze structuur te gebruiken kan je motivatie installeren.

Planningsfilter

Opties: heeft graag keuzes en neemt alle opties mee. Overweegt alle opties, en geeft ook vaak keuzes aan anderen. Kan soms aarzelen, en beslissingen uitstellen tot het niet meer kan.

Procedures: Werkt vaak met schema’s en lijstjes om zaken ordelijk af te werken. Houdt niet van veel keuzes. Heel efficiënt en houdt zich aan de regels. Vindt soms de procedure belangrijker dan het werk, soms bureaucratisch en vertragend.

Tijdsoriëntatie filter

Ligt de focus op de voltooide tijd (verleden), de tegenwoordige tijd (heden) of op de toekomstige tijd (toekomst).

Verleden: wat was, kijkt naar het heden door de bril van het verleden, geen contact met de toekomst, geniet na.

Heden: wat is, kijkt naar wat zich hier en nu aandient, weinig contact met verleden en en toekomst, geniet van.

Toekomst: wat zal zijn, de toekomst bepaald het heden, moeite met zicht op heden en weinig/geen contact met het verleden, verheugd zich op.

Emotionele stress respons filter

Denken/gedissocieerd: weinig emotioneel betrokken, stress-bestendig, overzicht.

Voelen/geassocieerd: emotioneel betrokken, stress, hier en nu.

Aandachtsfilter

Sorted by self – IK: evalueert de communicatie op basis van eigen gevoelens, het eigen MOW staat centraal, aandacht is op zichzelf gericht, duidelijk in het stellen van eigen grenzen, weinig oogcontact, half luisteren, veel gebruik van “IK”, kan naar achteren leunen.

Sorted by others – DE ANDER: stemt af op anderen en hun criteria, het MOW van de ander staat centraal, betrekt reacties van anderen in de evaluatie van de communicatie, kan makkelijk over eigen grenzen heen gaan, veel oogcontact, aandachtig luisteren, veel gebruik “JIJ/U”, kan naar voren leunen.

Sorted by us – WIJ: Betrekt het handelen op het hele systeem, gaat uit van wat goed is voor het systeem. Ziet zichzelf als onderdeel van een groter geheel en werkt grensvervagend, veel gebruik “WIJ”.

 

 Tips voor metaprogramma’s

  • Het dualisme metaprogramma is een interessante. Zwart-wit denkers zullen submodaliteiten op verschillende plaatsen opslaan, terwijl grijsdenkers vaker een lijn of continuüm zullen ervaren.
  • Judgers gebruiken het T/F metaprogramma om te beoordelen. Perceivers gebruiken het S/N metaprogramma om waar te nemen.
  • Introverte personen die Voelen, voelen op basis van hun MOW, intern, en zijn (lijken) Denkers aan de buitenkant. Introverte personen die Denken, denken op basis van hun MOW, intern, en zijn (lijken) Voelers aan de buitenkant. Hierdoor krijgen Introverte personen veelal onjuiste feedback over hun denken/voelen uit hun omgeving.
  • Een letterlijke luisteraar zou complimenten van een afgeleide spreker kunnen missen.
  • Een afgeleide luisteraar zou kunnen ervaren dat welke vraag dan ook een verzoek tot actie is.
  • Scherpe vragen, metamodel vragen etc. kan je het beste zachter stellen (intonatie). Zachter verhoogt de aandacht enerzijds, vermindert weerstand anderzijds.

 

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

Primaire betrokkenheid

Primaire betrokkenheid elicitatie (Prime concern)

1e vraag: “Waar ben je het beste in – het starten van dingen, het veranderen van dingen of het stoppen van dingen?”

2e vraag: “Waar ben je het slechtste in – het starten van dingen, het veranderen van dingen of het stoppen van dingen?”

 

Generaliserende voorspelling:

  • Mensen die het slechtst in het starten van dingen zijn, zullen de meeste problemen hebben met het zijn wie ze willen zijn. “Waarom kan ik niet zijn wie ik wil zijn?”
  • Mensen die het slechtst in het veranderen van dingen zijn, zullen de meeste problemen hebben met het doen van wat ze willen doen. “Waarom kan ik niet doen wat ik wil doen?”
  • Mensen die het slechtst in het stoppen van dingen zijn, zullen de meeste problemen hebben met het krijgen wat ze willen hebben. “Waarom kan ik niet krijgen wat ik wil hebben?”

 

3e vraag: [Wie/Wat] is het dat je niet [bent/doet/hebt] dat je wel wilt [zijn/doen/hebben].”

Primaire betrokkenheid elicitatie via extase-staat

  1. Kan jij je een keer herinneren dat je in totale extase was? Een specifiek moment? Waar was je? Met wie? Etc.
  2. Als je contact maakt met deze beleving van extase, wat was daar toen aanwezig, wat normaal gesproken niet aanwezig is?
  3. Wat was er daar, toen afwezig dat in je normale, gewoonlijke doen aanwezig is?

 

Toen wel, normaal niet aanwezig Toen niet, normaal wel aanwezig
   
   
   
   

Primaire betrokkenheid, proces van de NLP techniek

  1. Vraag Primair belang uit
    1. Starten, veranderen, stoppen
    2. Extase staat
  2. Luister en zoek naar analoog gemarkeerde woorden
  3. Test: back-track de ontdekte woorden
  4. Kalibreer op verandering
  5. Genereer een nieuw patroon
    1. Plaats het in een ander kwadrant van de cartesische coördinaten
      1. Inverse
      2. Converse
      3. Non-mirror image reverse
    2. Maak het patroon inductief
  6. “Ik wil graag dat je het volgende volledig in overweging neemt: …” en geef het patroon terug (waarschijnlijke reactie: “Wat?”)
  7. Herhaal het teruggeven van het patroon 3 tot 7 keer
    1. Het probleem verdwijnt
    2. Ontvanger hoort je niet
    3. Delen integreren
    4. Blokkades vervagen
    5. Analoge markering van de woorden verdwijnt
  8. Test en future pace

 

Voorbeeld bij vormen van het nieuwe patroon:

Elicitatie         
1a. Wat mist?      
Succes.

1b. Toen wel:       
Succes
Veel energie ervaren

1b. Toen niet:       
Schemering
Vaagheid

Ontdekt patroon: Schemering/vaagheid is geen succes.

5a Non-mirror image reverse: Niet schemering is succes.

5b Inductief: Niet schemering -> Al het helder stralende van wie jij bent

Nieuw patroon (respons): Al het helder stralende van wie jij bent is succes.

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

Beperkende en constructieve (ondersteunende) overtuigingen

Er zijn twee soorten overtuigingen: beperkende (‘Limiting beliefs’) en ondersteunende (‘Empowering beliefs’).

 

De beperkende overtuigingen zijn beperkend omdat deze ons ‘beperken’ in ons gedrag. Als ik geloof dat iets te moeilijk voor me is, dan zal ik het waarschijnlijk ook niet proberen… Er zijn drie subcategorieën van de beperkende overtuigingen:

  • Overtuigingen van Hopeloosheid (dit is niet meer te redden, zonder hoop, alle niveau’s, outcome is niet haalbaar dus doe geen moeite, onmogelijk, slachtoffer van de situatie),
  • Overtuigingen van Hulpeloosheid (vaardigheden, het kan wel maar ik niet, ik ben niet goed genoeg) en
  • Overtuigingen van Waardeloosheid (identiteit; het kan allemaal wel, maar ik ben het niet waard).

 

De ‘empowering beliefs’ – ondersteunende overtuigingen, zijn ondersteunend omdat ze ons ‘ondersteunen’ in ons gedrag.

  • Geven hoop in de toekomst
  • Ondersteunen vaardigheid en verantwoordelijkheid (Be at cause)
  • Ondersteunen zelfrespect, zelfwaarde en zelfvertrouwen

 

Vaak ontstaan beperkende overtuigingen uit onbeantwoorde ‘hoe’-vragen. Bijvoorbeeld: wanneer je niet weet hoe ergens invloed op te hebben, is het makkelijk (comfortabel) te denken dat iets een vaststaand gegeven is dat niet veranderd kan worden.

Proces van overtuiging veranderen

 

Gedachte-virus

Een ‘gedachte-virus’ is een beperkende overtuiging welke werkt als een ‘self-fulfilling prophesy’ en daardoor inwerken op iemands moeite en kunnen om te helen, te verbeteren, te veranderen. Gedachte-virussen bevatten onuitgesproken vooronderstellingen waardoor ze moeilijk te identificeren zijn. Vaak doen ze zich voor als schijnbaar onneembare impasses in het veranderproces. In zo’n impasse ontstaat het gevoel: “Ik heb er alles aan gedaan om dit te veranderen en niets werkt.”. Bij zo’n impasse kan je de impasse-vragenlijst (NLP techniek) gebruiken.

Suspension of disbelief

Stap in het duister, sprong in het diepe, sprong van vertrouwen, uitgesteld ongeloof. Soms wil je dat iemand een overtuiging aan de kant zet, tijdelijk, zodat deze opener is. Gebruik dan een as-if frame, of zelfs een as-if-as-if frame.

Refereer dan aan de volgende staat, en roep deze op:  Bij het lezen of kijken van een fictief verhaal (zoals via een boek, film of televisieserie) ben je bereid om gebeurtenissen uit het verhaal waarvan je weet dat deze in werkelijkheid niet mogelijk zijn te accepteren als zijnde ‘wel mogelijk”’. Je zal er dan niet te diep over nadenken en je niet af laten leiden van het verhaal door de gedachte dat wat je ziet of leest nooit echt kan gebeuren of ingaat tegen jouw logica.

Kernovertuiging

Er is een cascade effect tussen overtuigingen. Let er daarbij op dat het HANDELEN de waarheid is, de rest is sociaal denken 😉

Een overtuiging die in meerdere contexten voorkomt en min of meer het hetzelfde blijft noemen we een kernovertuiging. Je kan kernovertuigingen herkennen aan een patroon dat vaker te zien is in meerdere contexten, of je kan de kernspeurder (NLP techniek) gebruiken.

 

“The thing to realise about beliefs is that they are not intended to match exisiting reality. They are intended to provide a motivation and a vision so that your actual behaviour can begin to develop and rise to meet them.”

“A belief is a generalization about a relationship between experiences.

uit: Changing Belief Systems – Robert Dilts

 

“Ontevredenheid komt voort uit verlangen, alle problemen komen voort uit onwetendheid.” – De vier edele waarheden, Boeddha.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Sleight of mouth (Robert Dilts)

Sleight of mouth, oftewel rapheid van tong, is het resultaat van een modellering door Robert Dilts. Wat hem opviel is dat Richard Bandler bepaalde reacties gaf die hij (bewust of onbewust) niet kon of wilde overbrengen. Door deze reacties te modelleren, van Richard Bandler, maar ook van Milton Erickson, Plato, Socrates en anderen, heeft Robert Dilts 14 patronen ontdekt die samenkomen in ‘Sleight of mouth’.

Metaframe

  • hoe is het mogelijk dat ze dat geloven?

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Ik ben de enige die genoeg om hen geeft om deze dingen te zeggen.

– Je zegt dat alleen maar omdat je [overgevoelig bent/het niet begrijpt/niks merkt/vastzit in je eigen MOW/net zo bent].

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Je voelt je alleen maar zo omdat je onrealistische verwachtingen koestert ten aanzien van anderen en hen vervolgens de schuld geeft wanneer je teleurgesteld wordt.

Kanker veroorzaakt de dood.

– Je hebt een simplistische overtuiging omdat je geen model hebt dat je in staat stelt om alle complexe variabelen die bijdragen aan het proces van leven en dood te onderzoeken, na te gaan en uit te testen.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Je zegt dat alleen maar om te verdoezelen dat je niet beschikt over [begrip/techniek/discussietechnieken/persoonlijke macht] om [mensen te veranderen/jezelf te beschermen] zonder [intimidatie/dwang].

 

Reality strategy

  • Hoe representeren ze dit geloof?
  • Hoe weten ze het als het niet waar is?

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Hoe weet je nou precies of het gemeen is wat ik zei?

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Hoe weet je dat te laat komen en geven om gelijkwaardig zijn?

Kanker veroorzaakt de dood.

– Hoe zou je weten dat het niet waar was?.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Hoe weet je dat precies?

– Hoe zou je weten dat het niet waar was?

 

Model of the world

  • Verwissel de referentie (jij/ik)
  • Is dit waar in ieders MOW?

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Dat mag zo zijn in jouw MOW maar in mijn familie was het de manier om te laten zien dat we van elkaar hielden.

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– De meeste mensen die ik ken beoordelen ‘geven om iemand’ op basis van respect hebben voor hun gevoelens, en niet op bewustzijn van tijd.

Kanker veroorzaakt de dood.

– Niet alle medici geloven daarin. Velen van hen geloven dat wij allemaal en altijd muterende cellen hebben en dat dit alleen een probleem wordt wanneer het immuunsysteem is afgezwakt.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Hoe weet je dat precies?

– Hoe zou je weten dat het niet waar was?

 

Apply to self

  • Zonder nadenken, enkel de woorden op de overtuiging gebruiken

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Het is nogal gemeen om dat te zeggen.

– Slechte mensen hebben altijd de neiging altijd alleen maar het slechte te ontdekken.

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Dat vertel je me nu! Ik wou dat je genoeg om me had gegeven om me dat eerder te vertellen.

– Een echt liefdevol persoon zou zich wel over een keer te laat zijn heen kunnen zetten.

Kanker veroorzaakt de dood.

– Dat geloof heeft zich de laatste jaren als een kanker verspreid. Het zou interessant zijn om te zien als dat geloof zou uitsterven.

– Het is een nogal dodelijk geloof om je aan vast te houden. Het kan alleen maar een doodlopende straat inleiden.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Het afval dat dit geloof als een bijproduct kan hebben zou wel eens net zo vernietigend kunnen zijn als de radioactieve paddenstoel van een atoombom die afgaat.

– Weet je zeker dat dit een veilige overtuiging is om je zo stevig aan vast te houden?

 

Change frame-size

  • Iets (groter of kleiner) dat ze over het hoofd hebben gezien
  • Andere context, gelijk gedrag (ook metaforen en analogieën)
  • Chunk up naar alle objecten in het heelal

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Het kan nu gemeen lijken maar als je naar het grote geheel kijkt zul je de noodzaak zien.

– Slecht voor hoe lang?

– Als een tandarts tegen je zou zeggen dat je een gaatje hebt, is hij dan gemeen?

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Beter laat dan helemaal niet.

– Met de warme, liefdevolle ontvangst die ik hier krijg als ik dan wel arriveer, zou ik eigenlijk elke vrije minuut mijn leven moeten wagen om hier aan te komen.

– Als een chirurg te laat is voor het eten doordat hij iemands leven redt, betekent dat dat hij niets geeft om het eten?

Kanker veroorzaakt de dood.

– Zou je willen dat je zoon of dochter dat geloofde?

– Als iedereen dat geloofde zouden we geen enkele hoop hebben op het vinden van een remedie.

– Kanker is als een grasveld en je witte cellen zijn als schapen. Als [stress/overvloedige chemotherapie/slecht eten] het aantal schapen vermindert, groeit het gras lang en wordt het onkruid. Maar als jij je concentreert op het laten groeien en toevoegen van meer gezonde schapen in het grasveld, zal er weer harmonie zijn.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Voor hoe lang?

– Hoeveel atoomwapens, precies?

– Aan wie?

– Waarvoor?

– Kernwapens zijn als een verraderlijke bocht. Je ziet het gevaar pas als het te laat is.

 

Hierarchy of criteria

  • Wat is de sequitor?
  • Gebruik de sequitor op de huidige zin.

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Denk je niet dat het belangrijker is om [oprecht/eerlijk/direct/eervol] te zijn, dan om [aardig te zijn/mensen alleen te vertellen wat ze willen horen]?

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Is het niet belangrijker om mijn verantwoordelijkheden ten aanzien van de mensen die op mij rekenen na te komen, dan om punctueel te zijn?

Kanker veroorzaakt de dood.

– Denk je niet dat het belangrijker is om je aandacht te richten op wat het leven de moeite waard maakt en hoe je het voor iedereen meer de moeite waard kan maken, in plaats van je zo op de dood te richten?

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Denk je niet dat het [oneerlijk/onmannelijk/oneervol] is om mensen te tiranniseren door het gebruiken van overmatige kracht wanneer ze [onvoorbereid/onbewapend] zijn?

 

Consequence

  • Wat zal er gebeuren met hen als ze doorgaan met denken op deze manier?

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Ik zeg alleen maar gemene dingen om ze beter te maken.

– Als ik geen gemene dingen zou zeggen, dan zou ik ze doen.

– Als er geen slechte mensen zouden zijn, wie zou ons dan op onze fouten wijzen?

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Als ik niet te laat was geweest had ik misschien mijn baan of onze klanten verloren, maar ik gaf te veel om je om dat te riskeren.

Kanker veroorzaakt de dood.

– Overtuigingen als deze worden vaak zichzelf – waarmakende voorspellingen omdat mensen stoppen met het uitzoeken van hun mogelijkheden en keuzes.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Het geloof dat kernwapens de enige manier zijn om veilig te zijn, kan leiden tot zwakheid omdat we verzuimd hebben om naar onze sterke opties te kijken.

– Dit geloof leidt tot paranoia wat er voor zorgt dat mensen zich irrationeel gaan gedragen.

 

Another outcome

  • Wat is een andere outcome (meer relevant) waar ik naartoe kan schuiven?

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Het punt is niet of ik gemene dingen zeg of dat ik een slecht persoon ben, maar wat voor reactie wekt een bepaalde communicatie op. Rechtvaardigt het doel de middelen?

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Het punt is niet of ik te laat ben of niet genoeg om je geef, maar of we elkaars behoeften in deze relatie vervullen, zonder elkaar onnodig allerlei misstappen in de schoenen te schuiven.

Kanker veroorzaakt de dood.

– Het punt is niet wat de dood veroorzaakt maar eerder wat leidt tot leven en gezondheid. Laten we dat onderzoeken.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Waar het om draait is niet of kernwapens ons veiligheid bieden, maar of [iets het waard is om te beschermen/er een betere keuze is/we ons netjes en logisch gedragen en niet gebaseerd op angst].

 

Redefine

  • Metaphor or analogy
  • Welke andere betekenis kan deze vergelijking hebben?
    • A ongelijk aan B
    • A is C, en dat is D

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Ik ben geen slecht mens, ik ben alleen maar [flexibel/eerlijk/oprecht/ongelukkig/minder gevoelig dan jij].

– Ik zeg geen gemene dingen, ik [zeg de waarheid/geef je mijn visie/wijs je op de feiten].

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Het is niet dat ik niets om je geef. Het is dat ik houden van op een andere manier laat zien.

– Ik was niet te laat. Ik werd opgehouden.

Kanker veroorzaakt de dood.

– Kanker veroorzaakt de dood niet. Het veroorzaakt [verlies van hoop/angst/incongruentie]. Overtuigingen als deze, die zijn gevaarlijk.

– Het is niet kanker die de dood veroorzaakt. Het is de afbraak van het immuunsysteem dat de dood veroorzaakt… Laten we daarom onderzoeken hoe we het immuunsysteem kunnen opbouwen.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Kernwapens geven geen veiligheid, ze veroorzaken de dood… Wat angst opwekt bij mensen die ze niet hebben, zodat ze rond moeten gaan stuipen.

– Het zijn niet de kernwapens die mensen beschermen, maar het feit dat ze mensen weerhouden om agressieve actie te ondernemen. Welke andere dingen zouden mensen kunnen tegenhouden om agressief te zijn?

 

Chunk down

  • Wat specifiek?
  • Wat zijn voorbeelden of onderdelen hiervan?

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Slecht? Hoe precies?

– Gemeen? Hoe precies?

– Welke dingen in het bijzonder?

– Hoe precies de dingen zeggen?

– Tegen wie precies?

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Laat? Hoe dan precies?

– Niks om je geef? Hoezo precies?

– Hoe in het bijzonder betekent laat zijn niet om je geven?

Kanker veroorzaakt de dood.

– Welke soorten precies?

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Hoe precies beschermen ze ons?

– Hoe precies geven ze ons veiligheid?

– Welke kernwapens specifiek?

 

Chunk up

  • Om wat te bereiken?
  • Wat is belangrijk hieraan?
  • Overdrijven

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Dus je bedoeld dat als iemand een steek laat vallen en op een vervelende manier blijkt te praten, dat zo iemand de rest van zijn leven gedoemd is om een slecht mens te zijn?

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Dus eigenlijk zeg je dat het meest belangrijke aspect van onze relatie simpelweg een kwestie van tijd is?

Kanker veroorzaakt de dood.

– Zeg je dat een verandering of een mutatie in een klein deel van een systeem automatisch het hele systeem zal vernietigen?

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Aangezien kernwapens veiligheid betekenen kunnen we het beste alle mensen op de wereld van kernwapens voorzien zodat we allemaal veilig zijn.

 

Tegenvoorbeeld

  • Keer de overtuiging om
  • Maak er een universele uitspraak (of vraag) van
  • Was er ooit een tijd dat A ongelijk was aan B
  • A veroorzaakt B, dan NIET B veroorzaakt NIET NIET A

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Is het niet mogelijk om gemene dingen te zeggen en geen slecht mens te zijn?

– Is het niet mogelijk om een slecht mens te zijn en geen gemene dingen te zeggen?

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Is het niet mogelijk te laat te zijn en toch van je te houden?

– Is het niet mogelijk om niet van iemand te houden en toch op tijd te zijn?

Kanker veroorzaakt de dood.

– Er zijn steeds meer gedocumenteerde gevallen van mensen die kanker hadden en nog gewoon in leven zijn.

– Mensen gaan dood aan een heleboel andere dingen dan kanker. In feite gaan de meeste mensen met kanker dood aan de zware behandeling in plaats van aan de kanker zelf.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Is het mogelijk kernwapens te hebben en niet veilig te zijn?

– Is het mogelijk veiligheid te creëren zonder kernwapens?

 

Intentie

  • Waarom zeggen ze dit?
  • Wat is een tweede winst?
  • Wat proberen ze te krijgen?

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Het is niet mijn bedoeling om gemeen te zijn maar om [jou iets te leren/te zorgen dat jij je beter voelt/realistisch te zijn/mezelf te beschermen].

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Het is niet mijn bedoeling om te laat te zijn of om ongevoelig te zijn, maar eerder om mijn werk af te maken zodat ik er helemaal voor jou zou zijn?

Kanker veroorzaakt de dood.

– Ik weet dat het jouw intentie is om valse hoop te voorkomen, maar nu voorkom je elke hoop. Laten we eens kijken welke andere keuzes er zijn.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Omdat het jouw bedoeling is om bescherming en veiligheid te garanderen, ben ik er zeker van dat je me zult helpen om zoveel mogelijk alternatieven en keuzes als maar mogelijk is te vinden.

 

 

Sleight of mouth oefening

In je ééntje: kies een willekeurig discussieforum. Zoek een stellige reactie, en zoek de overtuigingen in deze reactie.

Plaats het in de volgende structuur:

  • Persoon / referent
  • [ben/bent/is/zijn]
  • Oordeel
  • Want/omdat/doordat etc.
  • Reden

Ga nu met deze overtuiging de SOM patronen af, en construeer voor elk patroon een bijbehorend antwoord, en schrijf deze op. Wanneer je klaar bent, kies je de beste (voor jouw gevoel meest passende) en reageer je op het forum met dat patroon, en kijk wat er gebeurt, en geniet!

Met 2 personen: Kies een beperkende overtuiging van jezelf. Plaats het in de volgende structuur:

  • Persoon / referent
  • [ben/bent/is/zijn]
  • Oordeel
  • Want/omdat/doordat etc.
  • Reden

Bijvoorbeeld: Ik ben egoïstisch want ik maak niet genoeg tijd voor mijn familie.

Schrijf deze overtuiging hieronder op, en geef dit blaadje aan de ander.

 

Ga nu met de beperkende overtuiging van de ander de SOM patronen af, en construeer voor elk patroon een bijbehorend antwoord, en schrijf deze op. Wanneer je allebei klaar bent, lees dan alle responses aan de ander voor, kalibreer, en geniet!

Overtuiging
SOM Metaframe
SOM Reality strategy
SOM MOW
SOM Apply to self
SOM Frame-size
SOM Hierarchy
SOM Consequence
SOM Other outcome
SOM Redefine
SOM Chunk down
SOM Chunk up
SOM Tegenvoorbeeld
SOM Intentie

 

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

Wat kan jij leren? NLP Concreet: De NLP Practitioner.

Wat leer je concreet met NLP? Wat leer je in de NLP Practitioner?

In deze NLP opleiding leer je alles wat je nodig hebt om NLP en NLP technieken praktisch toe te kunnen passen. Je leert te beoordelen wanneer je wel en wanneer je niet NLP gebruikt, je leert NLP bij jezelf toe te passen (NLP Practitioner), en je leert om NLP toe te passen bij de begeleiding van anderen (NLP Coach).

Waarnemen en kalibreren

Hoe staan wij in verbinding met de werkelijkheid? Hoe werken onze zintuigen? Welke voorkeuren in waarnemen heb je zelf, welke voorkeuren heeft een ander, hoe kan je dit inzicht gebruiken? Hoe denken wij te zien, te horen, te ruiken, te proeven, te voelen? Wat is werkelijk, en wat niet? Hoe werkt het bij jou? Wat betekent dit voor interpersoonlijke contacten, bijvoorbeeld in onze communicatie? En wat betekent dit voor de communicatie met jezelf? Kan jij een vaas zien, zonder dat het concept "vaas" jouw waarneming beïnvloed?

Interactie en gedrag

Welke aspecten spelen een rol wanneer we interactie hebben? Hoe spelen die aspecten een rol, en hoe kan je dat gebruiken in interactie? Hoe verbeter je de verbinding in je interacties, en ook hoe verbreek je de verbinding? Gedrag roept gedrag op: welk gedrag roept welk gedrag op, welk gedrag zie je in je omgeving, en wat zegt dat over je eigen gedrag? Hoe kan je interveniëren in het gedrag van een ander? Hoe verbeter je samenwerking, hoe kan je assertiever zijn? Hoe kan je de ander tot actie aanzetten, en hoe neem je zelf de leiding? Hoe doorbreek je een patroon van ineffectief gedrag?

Subjectieve beleving

Hoe slaan onze hersenen informatie op? Hoe weten we hoe we een herinnering ervaren? Hoe weten we wat we wel en wat we niet leuk vinden? Hoe kan je deze beleving veranderen? Hoe kan je dit gebruiken in onbewuste communicatie? Hoe kan je dit inzetten voor gedragsverandering? Hoe kan je hiermee je emoties beïnvloeden? Hoe kan je hiermee negatieve gedachtepatronen doorbreken? Hoe kan je betekenis meegeven in je communicatie? Hoe kan je betekenis veranderen door je communicatie?

Ankeren

Hoe werkt een anker? Hoe gebruik je een anker? Welke ankers zijn er? Hoe kunnen ankers gedrag beïnvloeden, hoe kan je dat weer doorbreken? Hoe kan je dit inzetten voor jezelf… In communicatie met anderen… Bij presentaties voor groepen… Hoe doorbreek je een anker? Hoe creëer je een anker? Hoe kan je nieuwe gevoelens ervaren met ankers?

Doorvragen… of niet…

Wat is het effect van vragen stellen? Welke vragen zijn beter dan andere vragen, of eigenlijk welke vragen stel je in welke situatie? Hoe weet je wanneer je wilt doorvragen? Hoe doe je dat dan? Hoe weet je dat je klaar bent met doorvragen? Wat is het Metamodel, en wat betekent het? Welk effect heeft doorvragen, en wat voor situaties is het handig, en wanneer niet? Wat is er bijzonder aan de woorden Waarom, Niet, Proberen, Moeten, Als? En wat kan je doen als tegengestelde van doorvragen? Suggestief vragen stellen wordt je afgeleerd in het reguliere onderwijs, is dat terecht? Wanneer wel, wanneer niet? Hoe doe je dat, welke mogelijkheden zijn er? Welk effect heeft het wel, welk effect heeft het niet? Wat zijn vooronderstellingen, welk effect hebben ze, hoe herken je ze, hoe doorbreek je ze, hoe pas je ze zelf toe? Kan je ook non-verbaal vooronderstellingen gebruiken? Hoe kan je hiermee effectiever samenwerken, leidinggeven, afspraken maken, conflicten bemiddelen, verbinding maken etc. Wat is chunking?

Automatische piloot

Soms doe je dingen bewust, soms doe je dingen onbewust. Hoe werkt dit in je hersenen? Hoe werken de bewuste en onbewuste programma’s, hoe ontdek je ze, hoe ontwerp je ze, hoe verander je ze? Welke aspecten hebben invloed op deze programma’s? Hoe kan je dit gebruiken bij beïnvloeding, bij contact maken? Hoe kan je zelf effectiever zijn? Wat zijn basiskenmerken van goede programma’s op het gebied van creativiteit, motivatie, besluitvaardigheid, leervaardigheid, spelling, planning, innovatie.

Coaching en mediation

Hoe bepaal je of de coachvraag geschikt is, en hoe verbeter je een coachvraag? Hoe zorg je voor maximaal effect van een verandering? Hoe controleer je eventuele bijwerkingen? Hoe controleer je het effect van een verandering? Hoe stel je doelen? Ben je een coach of een adviseur? Wat is een goede coachhouding? Wat is ‘Shoshin’, en hoe kan het een coach helpen? Wat als de coaching niet werkt? Wat is het NLP coachingmodel, en hoe pas je het toe? Wat is het NLP mediationmodel, en hoe pas je het toe? Hoe los je interne conflicten (conflicten in jezelf) op, bij jezelf of bij een ander? Hoe breng je gedragsverandering teweeg? Hoe ruim je blokkades op?

Tijdlijnen

Wat is onze beleving van tijd? Wat is verleden, wat is heden, wat is toekomst? Ligt jouw verleden achter je, en is de toekomst voor jou? Hoe heeft dit invloed op je beleving, en in je communicatie en gedrag? Hoe kan je jouw interne beleving van tijd veranderen? Hoe kan je dit gebruiken om oud zeer op te ruimen, of juist om nieuwe motivatie toe te voegen? Hoe kan je dit in jouw communicatie gebruiken?

En meer dan dat…

Wat is het verband tussen Identiteit, Waarden, Overtuigingen, Vaardigheden, Gedrag en Omgeving? Hoe kan je hiermee onbeantwoorde vragen beantwoorden, hoe kan je hiermee interventies plegen, wat is congruentie, charisma en authenticiteit? Wat betekent reactief leven, en hoe kan je creatief leven? Hoe bekrachtig je nieuwe inzichten? Wat is de invloed van verwachtingen, en hoe breng je daar veranderingen in aan? Wat is voelen, wat is het verschil tussen gevoel en emotie, hoe kan je jouw gevoel en/of emotie veranderen, hoe kan je enerverend vertellen en presenteren? Hoe kan je met een paar simpele vragen iemand, bijvoorbeeld je kinderen bij het slapengaan, een fijn gevoel geven? Hoe kan je iemand onbewust problemen laten oplossen? Wat zijn beperkende overtuigingen, en wat zijn betere ondersteunende overtuigingen? Wat is het NLP communicatiemodel, en wat betekent het in interactie? Wat is het verschil tussen feedback en kritiek, en hoe lever je feedback? Waarom zou je doelen stellen, en wat zijn jouw doelen? Wat wil je wel, wat wil je niet, waar liggen jouw grenzen, en wat betekent dat? Wat is communicatie, wat is effectieve communicatie?

Posted by Rutger in NLP handleiding

Gevoel omkeren

Doel: Negatieve gevoelens; angst, stress, spanning, beklemming, onzekerheid, … omzetten in een goed gevoel.

Proces: Een gevoel heeft een begin, en een eind. Gevoel heeft altijd beweging. Wanneer gevoel stil staat, dan is het niet meer voelbaar. Na associëren met het negatieve gevoel, het gevoel buiten jezelf plaatsen en het bewegingspatroon veranderen. Na de verandering van het bewegingspatroon, het gevoel weer in jezelf plaatsen. Er is nu ruimte gecreëerd voor een goed gevoel. Stap in een ervaring waarin je je goed voelde.

Voor je aan de slag gaat: zorg voor rapport en check de ecologie.

1. Ontdek het negatieve gevoel.
Waar in je lichaam zit het gevoel? Waar begint het? Concentreer je op het gevoel en merk hoe het zich beweegt. Welk beweging maakt het? Volgt het een patroon? Van boven naar beneden of van links naar rechts, maakt het rondjes of beweegt het als een spiraal?
(Vaak zie je dat iemand de beweging al maakt met zijn/haar handen. Dan kun je deze beweging exact na doen en de ander vragen de richting te veranderen, terwijl jij met je handen laat zien wat je bedoeld door bijvoorbeeld in plaats van rechtsom, linksom te bewegen. Let er wel op dat het gevoel buiten het lichaam is geplaatst en dat deze ook weer in het lichaam geplaatst wordt. Hiermee sla je stap 2 over.)

2. Plaats het negatieve gevoel buiten je lichaam en verander de beweging.
Pak het gevoel en plaats het met je handen van binnen naar buiten. Visualiseer het bewegingspatroon nu buiten je, zie hoe het beweegt. Beweeg mee met je handen. Keer het bewegingspatroon om in omgekeerde richting, gebruik je handen hier weer bij. Zie hoe het nu in omgekeerde richting beweegt.

3. Het omgekeerde bewegingspatroon binnen het lichaam plaatsen.
Pak het gevoel met je handen en plaats het terug in je lichaam en voel hoe het nu andersom beweegt. Blijf de beweging volgen, zodat je het goed kunt voelen. Laat nu de beweging versnellen, steeds sneller. Als je dat niet fijn vindt, laat dan het gevoel vertragen, steeds langzamer. Het versnellen of vertragen zorgt ervoor dat het negatieve gevoel uitdooft.

4. Kies een positief gevoel en ontdek het positieve gevoel.
Roep een herinnering op waarin je het positieve gevoel had en maak contact met het gevoel. Concentreer je op het gevoel en ontdek het goede gevoel. Waar in je lichaam zit het en welke bewegingspatronen maakt het?

5. Versnel het positieve gevoel.
Blijf de beweging van het goede gevoel volgen, zodat je het goed voelt. Laat nu de beweging versnellen, steeds sneller en sneller. Het versnellen versterkt het positieve gevoel.

Soms helpt het extra om het een kleur te laten geven bij stap 1, om vervolgens de kleur te laten veranderen bij stap 2 (intensiteit naar grijs, of koeler maken met blauw).

Posted by Rutger in NLP handleiding

Houding: een goede coach staat

Nieuwsgierigheid, flexibiliteit en constructief denken: de bereidheid te experimenteren, iets nieuws en iets anders te proberen, altijd op weg naar het bereiken van het doel.

Let op: empathie (inleven) is belangrijk, maar sympathie (meeleven) is destructief! Je wilt een patroon doorbreken om resultaat te bereiken. Dit patroon kan je identificeren met empathie om dan tot oplossingen te komen. Sympathie zorgt dat je zelf het patroon overneemt en oplossingen blokkeert. Wees een Fair Witness: neutraal en niet emotioneel verbonden. Mededogen in plaats van medelijden. Zie het verschil tussen aardig zijn en helpen…

Wat is jouw meest begripvolle en verwachtingsvolle blik waarmee jij een ander kan aankijken?

De ander, die:
• een geweldig en intelligent persoon is
• gemakkelijk kan veranderen
• alle hulpbronnen in zich heeft
• op een ‘heldenreis’ is
• mijn aanwezigheid en onverdeelde aandacht nu nodig heeft
• nu het belangrijkste voor mij is
• niets toevallig doet; elk detail is significant
• alles een metafoor laat zijn voor al het andere
• mij verrijkt met wat hij of zij te zeggen heeft
• ik dankbaar ben
• in staat is zijn of haar eigen problemen op te lossen als hij of zij in staat is de eigen gedachten helemaal door te nemen

Wees geïnteresseerd in de mens: wees geïnteresseerd in hoe zij de dingen zien, hoe ze dat geleerd hebben, en op welke manier zij daarin gelijk hebben.

Posted by Rutger in Archief

Fobie model via verandering van de submodaliteiten

Een eenvoudiger model dan het volledige fobiemodel. Alleen gebruiken wanneer je zeker weet dat het om een milde negatieve ervaring gaat. Bij twijfel gebruik je het uitgebreide model.

1) Stel een goed geformuleerd doel op, check expliciet op ecologie.
2) Leg een ontsnappingsanker (bail-out) aan.
3) Achterhaal een periode nog voor de fobie of traumatische ervaring waarin hij/zij nog volledig veilig is en blijf kalibreren.
4) Dissocieer: Laat kijken naar een zwart-wit plaatje voor de fobie of traumatische gebeurtenis waarin hij/zij volledig veilig is.
5) Start de film en speel deze zo snel mogelijk af. Zodra het meest intensieve moment wordt bereikt, maak je de film volledig wit of zwart. Speel de film af tot aan het einde.
6) Associeer. Speel de film nu snel en in kleur terug. Voeg eventueel ridiculiserende muziek toe.

Herhaal 4 t/m 6 zo vaak als nodig om de emotie te laten verdwijnen terwijl je blijft zeggen “We herhalen deze procedure net zolang tot alle emoties zijn verdwenen“.

Wat overblijft is het triggerbeeld, waar je een Swish voor kan gebruiken.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Swish patroon – Slingshot versie

De grootte, de afstand, de helderheid & de plaats van het gebruik als functie van de afstand

1 Identificeer de trigger van het ongewenste gedrag en/of staat
Wanneer en waar gebeurt dit?
Wat zie je, wat hoor je, kort voordat je het ongewenste gevoel/de ongewenste staat krijgt?
2 Maak een stilstaand geassocieerd beeld van de trigger
3 BREAK STATE
4 Creeer het gedissocieerde gewenste beeld
Wat wil je?
Welke kwaliteiten, capaciteiten, gevoel zul je hebben wanneer je niet meer de mens bent met dit probleem?
Waaraan denk je wanneer je niet meer bezig bent met het probleem?
Maak het gewenste beeld groter en helderder net zolang totdat jij je goed voelt.

ZORG DAT HET BEELD GEDISSOCIEERD IS!
5 Zet de verandering in werking
Maak van het gewenste resultaat een klein zwart bolletje
Plaats de zwarte punt in het midden van het triggerbeeld en zie het daar ook echt staan!
6 “Swissshhh”
Trek het triggerbeeld met de zwarte punt er in naar achteren
Trek het triggerbeeld zover naar achteren tot dat je in de verte alleen nog maar een kleine punt ziet.
Merk op dat de kleine punt naar je toe gaat bewegen
Naarmate de punt dichterbij komt, zie jij het gewenste beeld dat steeds groter en helderder wordt totdat je uiteindelijk jezelf ziet die de gewenste situatie heeft bereikt…. SWISSSHHH
7 Voorwaarde (3 tot 5 keer)
We gaan dit proces een aantal malen herhalen en iedere keer zal je merken dat je hersenen het proces sneller aan kunnen.
Kijk naar het triggerbeeld met de punt van jouw gewenste situatie in het midden
Trek het beeld naar achter en …. SWISSSHHH
8 Test & future pace
Probeer nu het oude beeld terug te halen en merk op wat er gebeurt.

Posted by Rutger in Archief

NLP techniek: Gevoel-omkeer techniek

Doel: Negatieve gevoelens; angst, stress, spanning, beklemming, onzekerheid, … omzetten in een goed gevoel.
Proces: Een gevoel heeft een begin, en een eind. Gevoel heeft altijd beweging. Wanneer Continue reading →

Posted by Rutger in Archief

Herziene versie Swish patroon (uitgebreider)

In deze versie worden ook de submodaliteiten van horen en voelen gebruikt.
1. Identificeer de trigger van het ongewenste gedrag en/of staat.
Wanneer en waar gebeurt dit?
Wat zie je, hoor je kort voordat je het ongewenste gevoel krijgt?
2. Maak een geassocieerd stilstaand beeld van de trigger.
Break state
3. Creëer gedissocieerd het gewenste beeld.
Wat wil je?
Welke kwaliteiten, capaciteiten, gevoel zul je hebben wanneer je niet meer doet wat je deed?
Waaraan denk je als je niet meer bezig bent met dit gevoel?
Maak het gewenste beeld groter en helderder net zolang tot dat je je goed voelt.
4. Zet de verandering in werking.
Maak van het gewenste resultaat een klein zwart bolletje.
Plaats het kleine zwarte bolletje als een zwarte punt in het midden van het triggerbeeld en zie het daar ook echt staan.
5. SWISSSHHHH
Trek het triggerbeeld met de zwarte punt erin naar achteren, zover naar achteren tot je in de verte alleen nog maar een klein puntje ziet. Merk nu op dat het kleine puntje naar je toe gaat bewegen, hoe meer het naar je toe beweegt hoe groter het beeld wordt. Het gewenste beeld wordt steeds groter en helderder, totdat je uiteindelijk je zelf ziet die de gewenste situatie heeft bereikt….. SWISSSHHHH
6. Voorwaarde (3 tot 5 keer)
Dit proces een aantal malen herhalen en iedere keer zul je merken dat je hersenen het proces sneller aan kunnen. Kijk naar het triggerbeeld met de punt in het midden van jou gewenste situatie. Trek het beeld naar achter en …… SWISSSHHHH
7. Test en Future Pace.
Probeer nu het oude beeld terug te halen en merk op wat er gebeurt.

Posted by Rutger in Archief

Meer over NLP…

Wat is NLP

NLP staat voor Neuro-Linguïstisch Programmeren. Een naam voor een andere manier van denken. Een andere manier van denken dan de klassieke manier, zoals wij die meekrijgen vanuit onze opvoeding, cultuur en opleiding. Een andere manier van denken die je in staat stelt om met verschillende situaties verschillend om te gaan. Een andere manier die niet de oude, klassieke manier van denken vervangt; zie het meer als een alternatief. Een alternatief dat soms voordelen heeft, soms nadelen. En altijd meer mogelijkheden biedt, doordat deze andere manier van denken beschikbaar is. En daarmee meer persoonlijke vrijheid en keuzemogelijkheden biedt.

Wat leer je concreet in een NLP opleiding

Misschien heb je al NLP websites gezien, boeken gelezen, een NLP training, cursus, opleiding en/of coaching gevolgd, of misschien ken je wel iemand die er mee werkt. Misschien heb je er alleen maar van gehoord, en ben je nieuwsgierig op zoek naar meer informatie, misschien weet je al wat het is en zoek je nu de juiste opleider.
 
Steeds meer dringt het waardevolle dat NLP te bieden heeft door, en een NLP opleiding wordt steeds populairder als waardevolle uitbreiding, om beter te communiceren, om beter je doelen te bereiken.
 
Zakelijke én persoonlijke ontwikkeling.
 
Meer regie, meer mogelijkheden, betere resultaten. En daardoor zit je lekkerder in je vel, krijg je meer zelfvertrouwen, voel jij je vrijer, krijg je meer rust…

Beter communiceren met NLP

Wanneer je communicatie ziet als het overdragen van informatie, dan is effectieve communicatie het effectief overdragen van informatie. En effectief overdragen van informatie betekent dat je het effect bereikt dat je wilt hebben. En iedereen communiceert; iedereen draagt informatie over. Je draagt informatie over naar anderen, maar ook naar jezelf. En hoe effectief doe jij dat? Wat zeg jij tegen jezelf, bijvoorbeeld als iets mis gaat? Herken je de negatieve gedachtespiralen? Bereik jij het effect dat je zou willen hebben?
 
NLP om effectiever te communiceren
In NLP leer je verschillende vaardigheden en technieken die jouw manier van informatie overdragen verbetert. Een aantal voorbeelden:

  • Het Metamodel leert je verborgen informatie naar boven te halen,
  • Het Miltonmodel leert je invloedrijk te communiceren, met minder weerstand,
  • Beter en sneller contact maken met anderen door Rapport,
  • Aansluiten bij de belevingswereld van de ander met Modaliteiten, Waarden, en de Metaprogramma’s,
  • Negatieve gedachtepatronen doorbreken met de Ridiculiseer-techniek,
  • Boeiend de aandacht vasthouden met KAVAK en Metaforen,
  • Onweerstaanbare voorstellen doen en adviezen geven met Strategieën,
  • En meer: het NLP communicatiemodel, het NLP mediationmodel, Onbewuste communicatie, Chunking…

Beter je doelen bereiken met NLP

Beter je doelen bereiken klinkt misschien wat vaag en wollig, maar waar het om gaat is dat je beseft wat je wilt hebben, wat je wilt doen, wat je wilt zijn, en er voor zorgt dat je krijgt wat je wilt, doet wat je wilt, bent wie of wat je wilt zijn. En dat je weet wat je niet wilt. Grenzen stelt. Werkelijk kiezen hoe jij het wilt. En in staat zijn dat te verwezenlijken. Daar gaat het om.
 
NLP om beter doelen te bereiken
Doelen bereiken werkt in drie stappen: 1) Accepteer, 2) Creëer, 3) Transformeer, oftewel ACT!

  • Accepteer: je bent nu waar je bent als gevolg van wat je in het verleden hebt gedaan. Accepteer dat als startpunt.
    • Verwerk oude emoties,
    • Laat oude (verkeerde) lessen los,
    • Herken en erken je eigen bijdrage en verantwoordelijkheid,
    • Verander negatieve gevoelens, zoals schuld en schaamte,
    • Totdat je een nieuw begin hebt.
  • Creëer: onderzoek, ontdek en beslis hoe jij het idealiter wilt hebben.
    • Ontdek wat je wel wilt,
    • Ontdek wat je niet wilt,
    • Maak keuzes,
    • Stel je grote doel,
    • Stel subdoelen met SMARTIE,
    • Empower je onbewuste,
    • Neem de verantwoordelijkheid voor je resultaten en Outcomes.
  • Transformeer: richt je energie op het bereiken van wat je wilt. Verander wat je belemmert, krijg wat je ondersteunt.
    • Verander overtuigingen,
    • Verander waarden,
    • Doorbreek, vernieuw en verander gedragspatronen,
    • Creëer congruentie,
    • Verander gevoelens,
    • Vertrouw je onbewuste,
    • Leer van anderen.

Dat is wat je in de NLP opleidingen tegen kan komen. Daarnaast zijn er nog heeeel veeeel andere technieken, op andere vlakken. Andere technieken, die je allemaal kan uitvoeren, doordat de basis voor veranderen (zoals hierboven beschreven) is gelegd.
 
Mooi, he?

Voorbeelden van NLP modellen en technieken

Om je nog meer in detail een gevoel te geven wat je kan leren met NLP, geef ik je hier graag een kort en bondig overzicht van enkele verschillende NLP modellen en NLP technieken:

Het NLP communicatiemodel

Met het NLP communicatiemodel wordt duidelijk hoe communicatie werkt, welke aspecten belangrijk zijn in het vormen en ontvangen van boodschappen, hoe je invloed kan uitoefenen in dit proces, hoe je beter kan aansluiten bij een ander, en je wordt je meer bewust van je eigen-wijze communicatie.

Het NLP metamodel

Het allereerste model waarmee NLP ooit is gestart is het NLP metamodel. Een model met daarin zogenoemde overtredingen in communicatie; 16 verschillende vormen waarmee wij in onze communicatie denken duidelijk te zijn, maar in feite vaag blijven. Het herkennen van deze 16 vormen is de eerste stap naar betere communicatie: je bent in staat om vaag taalgebruik te herkennen en daarop door te vragen. Het doorvragen leidt tot heldere en eenduidige afspraken, maar ook tot het uitdagen van de denkbeelden van de spreker.

Het NLP Miltonmodel

Het NLP Miltonmodel is juist gebruik maken van vaag taalgebruik, en dan wel op een kunstige manier. Een manier die leidt tot beïnvloeding van het denkproces van de ander, een manier die leidt tot beter contact, een manier die weerstand voorkomt. Dit model komt voort uit een modellering van het taalgebruik van hypnotherapeut Milton Erickson.

Het NLP sandwich-feedback model

Hoe geef je nu feedback aan iemand, zonder hem of haar tegen de haren in te strijken? Dat doe je vanuit een specifieke houding, in een specifiek patroon: het NLP sandwich-feedback model.

Doelen stellen met NLP

Effectiviteit (doelen halen) en efficiëntie (doelen halen met minste inzet van middelen). Zonder doel geen effectiviteit, en al helemaal geen efficiëntie. Goede doelen zijn dus belangrijk. Grote doelen met een BHAG, kleinere doelen met SMART en SMARTIE, subdoelen met next step en outcomes. Oh, en SMART leren formuleren van doelen is meer dan alleen de afko kennen. Want wanneer ben je Specifiek genoeg?

Andere NLP modellen

Om een paar andere NLP modellen te noemen: het NLP coachingmodel geeft een kader voor succesvolle coaching. Het NLP Mediationmodel geeft een kader voor goede onderhandeling en conflicthantering, ook voor jezelf, bij interne conflicten… Het NLP 4-MAT model geeft kaders voor succesvolle presentaties en voor goede trainingen en lessen. Het Verenigd Veld model geeft een zandbak voor coaching en begeleiding. De neurologische niveau’s van Dilts geven een raamwerk voor verandering naar congruentie en authenticiteit. etc. etc.

NLP technieken

Ankeren

Ankeren is een NLP techniek waarmee je een ervaring kan vastleggen en weer oproepen: een gevoel, een herinnering, een voorstelling, en dergelijke. Wat jij maar wilt, en hoe je het maar gebruiken kan. Hiermee kan je bijvoorbeeld negatieve emoties en gevoelens weghalen.

Gevoel-omkeer-techniek

Onprettig gevoel wanneer je voor een groep staat? Examenstress? Je hebt het zelf in de hand zodra je deze NLP techniek onder de knie hebt. Draai het gevoel om, en het gevoel verandert.

Like-dislike

Wat lust je niet, maar zou je wel willen eten? Wat lust je juist te graag, en zou je willen minderen? Wie vind je aardig, en zou je minder aardig willen vinden? Wie vindt je niet leuk, en zou je wel leuk willen vinden? Met de like-dislike techniek kan je dingen leuk en lekker gaan vinden die je niet leuk vindt, en andersom. Wat jij wilt.

Ridiculiseer-techniek

Malende gedachten, terugkerende negatieve gedachten, hoe kom je er van af? De simpele ridiculiseer-techniek doorbreekt negatieve gedachtepatronen, en doet ze daarmee verdwijnen.

Andere NLP-technieken

Nog enkele andere NLP technieken? Kaderen en herkaderen: speel met de betekenis die gegeven wordt. Break-states: doorbreek lastige situaties. Six-step reframe: verander gedrag naar nieuw alternatief gedrag. Swish-techniek: installeer nieuw gedrag in plaats van oud gedrag. Visual squash: los interne conflicten op. Tijdlijnen: oude lessen loslaten (en veel meer!). Hoefijzer: verander overtuigingen. Circle of Excellence: voel je goed waar en wanneer jij dat maar wilt. Motivatie-strategie: motiveer! etc. etc.

Posted by Rutger in NLP handleiding