oogpatronen

NLP als methode: modelleren

NLP modelleren

NLP modelleren

NLP is ontstaan vanuit het modelleren van excellentie, vaardigheden die tot het gewenste resultaat leiden. In de Practitioner ligt de focus op het leren kunnen toepassen van de technieken.

“NLP is een houding en een methode met in haar kielzog een serie aan technieken” – Richard Bandler.

Houding

  • Nieuwsgierigheid
  • Flexibiliteit: de bereidheid te experimenteren, iets nieuws en anders te proberen
  • Constructief bijdragend aan het doel

Methode: Modelleren

NLP gaat er van uit dat wat de ene mens aan gedrag of vaardigheden laat zien, door een ander mens (in minstens de helft van de tijd) ook kan worden eigen gemaakt. Verder vooronderstelt NLP dat de mensen op fysiek en mentaal niveau op dezelfde manier functioneren omdat ons neurologisch netwerk eenzelfde opbouw heeft.

Om een ander gedrag of vaardigheid aan te leren van een expert, dienen we te zoeken naar de VERSCHILLEN tussen de expert en mijzelf. Wat doet de expert anders? Wat is het verschil dat het verschil maakt? Dit proces heet modelleren.

Modelleer vaardigheden

  • Kalibreren: het vermogen om minimale non-verbale veranderingen waar te nemen.
  • Elicitatie: uitvragen volgens het META model
  • Chunking: Hiërarchie van ideeën. Het kiezen van abstractieniveau.
  • Sequencing: strategieën, herkennen van de volgorde waarin iemand stappen zet.

Wat modelleer je?

  • Fysiologie: de sleutel om snel de stemming te achterhalen d.m.v. de ademhaling en de lichaamshouding, mimiek etc. Rapport en matching.
  • Filters: metaprogramma’s, waarden en overtuigingen, de neurologische niveau’s. We letten op deze filters wanneer we willen weten WAAROM (interne motivatie) iemand doet wat hij doet (gedrag).
  • Strategie: een opeenvolging van interne representaties die leiden tot het bereiken van een resultaat. Oogpatronen, predikaten etc.

Binnen NLP is de benadering dus: Wat doen succesvolle mensen eigenlijk? We kunnen leren van de excellentie van anderen door ze na te apen, door de gedachten te hebben die zij hebben, de motivatie te hebben die zij hebben, te geloven wat zij geloven, te (leren) kunnen wat zij kunnen, te doen wat zij doen, de wereld zien zoals zij het zien. Het in kaart brengen van deze aspecten, dat is wat modelleren is. En wanneer je dat vastlegt in een overdraagbaar model dan heb je een NLP techniek, ofwel het antwoord op de vraag “HOE kan ik de excellentie die een ander heeft ook bereiken met de mogelijkheden die ik tot mijn beschikking heb?”.

Dus wanneer iets niet goed gaat, of je wilt iets anders doen dan je tot nu toe hebt gedaan, dan legt NLP de focus niet op wat er mis is en hoe dat verbeterd kan worden, maar NLP legt de focus op iets ergens waar het wel goed gaat, en kopieert dat. Je gaat leren van iemand (rolmodel) die goed is in wat jij wilt kunnen, door zijn interne proces te modelleren en dat na te doen.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Waarnemen en kalibreren

Hoe vaak komt de letter ‘F’ voor in de volgende tekst:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Wat staat hier:

Vlgones een sduite aan een elgnese unvirestiet mkaat het neit uit in wlke vlgrodoe de lttrees in een wrood satan, het eigne dat blagnrijek is, is dat de ersete en de ltaatse ltteer op de gdoee palats satan. De rset kann ttaaol oiznn zjin maar tcoh kun je het geod leezn. Dit kmot dradoot we neit ltteer voor ltteer arpat lzeen maar wodoren in zjin gheeel.

Kan je dit lezen:

D323 M3D3D3L1NG L44T J3 213N T0T W3LK3 GR0T3 PR35T4T135 0N23 H3R53N5N 1N 5T44T 21JN. 1N H3T 83G1N W45 H3T 23K3R N0G M031L1JK D323 T3K5T T3 L323N, M44R NU K4N J3 H3T W44R5CH1JNL1JK 4L W4T 5N3LL3R L323N 20ND3R J3 3CHT 1N T3 5P4NN3N. D4T K0MT D00R H3T 3N0RM3 L33RV3RM0G3N V4N 0N23 H3R53N5. KN4P H3? D323 M3D3D3L1NG M4G J3 K0P13R3N 3N V3RD3R V3R5PR31D3N.

Onze waarneming

Hoeveel vaak komt de ‘f’ voor volgens jouw telling? De meeste mensen tellen er 16 of 17. Maar het zijn er meer:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Het zijn er 23! Vooral het woordje ‘OF’ wordt vaak gemist. Er zit dus iets raars in ons waarnemen. Zelfs wanneer we ons concentreren, zien we niet alles…

En wanneer je het 2e stukje las als ‘Volgens een studie aan een Engelse universiteit…’, dan was je niet aan het waarnemen, maar dan was je de letters die er staan aan het vervormen tot woorden zoals je ze kent. Je leest dan iets wat er feitelijk niet staat. Wanneer dat stukje in een taal was geschreven die je niet kende, dan had je wel letterlijk de letters uitgesproken zoals ze er stonden. We verbinden onze waarneming aan wat we in het verleden hebben geleerd. We zien iets en proberen het onbewust te duiden. We zien niet wat er staat, we zien wat we kennen.

Het derde stukje laat je zien hoe snel dit proces gaat, hoe flexibel je hersenen zijn om snel te leren en uit het feitelijke waarnemen naar betekenis gaan.

Belangrijk NLP uitgangspunt: Ons sterkste instinct is niet de ‘will to survive’ maar onze drang om dingen vertrouwd te maken (‘will to make things familiar’).

Het zintuigensysteem

Wij nemen de wereld feitelijk waar door gebruik te maken van onze 5 zintuigen:

  • Ogen kijken (Visueel)

    Zintuigensysteem en waarnemen

    Zintuigensysteem en waarnemen

  • Oren luisteren (Auditief)
  • Lichaam voelt (Kinestetisch)
  • Neus ruikt (Olfactoir)
  • Mond proeft (Gustatoir)

Voor het gemak worden deze zintuiglijke systemen in NLP veelal afgekort tot: V A K O/G.

Omdat we naast waarnemen ook denken (tegen ons zelf praten) wordt er verschil gemaakt tussen Auditief tonaal (At: luisteren met je oren) en Auditief digitaal (Ad: tegen je zelf praten).

Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen de verschillende manieren waarop je kan voelen (Kinestetisch):

  • Tactiel: voelen aan de buitenkant; waarnemen buiten jezelf
  • Proprioceptief: voelen aan de binnenkant; waarnemen binnen jezelf
  • META: waarde bepalende gevoelens en emoties

NLP stelt dat ieder mens een bepaalde voorkeur heeft bij de inzet van de zintuigen (V-A-K-O-G-Ad). Sommige zintuigen zijn beter ontwikkeld dan de andere. Dat is per mens verschillend, en aangezien zintuigen te trainen zijn, is het geen vastgesteld gegeven, en kan het per situatie verschillen.

Het primaire voorkeurssysteem van waarnemen (V A K O/G Ad) herkennen bij een ander is handig om beter contact te maken. Je kan het primaire voorkeursysteem bij een ander herkennen door:

  • Te luisteren naar de woorden die de ander gebruikt (predicaten)
  • Te kijken naar de lichaamshouding (fysiologie)
  • Te kijken naar de oogpatronen

Dit worden ook wel de accessing cues (toegangsignalen en –aanwijzingen) genoemd.

VAKOGAd overzicht

V – Visueel, zien

A – Auditief, horen

At – Auditief tonaal, luisteren

Ad – Auditief digitaal, praten tegen jezelf, ‘denken’

K – Kinestetisch, voelen

Kt – Kinestetisch tactiel, voelen aan de buitenkant

Kp – Kinestetisch proprioceptief, voelen aan de binnenkant

Km – Kinestetisch meta, waarde bepalend of emotie

O – Olfactior, ruiken

G – Gustatoir, proeven

Lead system (zoeksysteem)

NLP stelt dat iedereen een zintuiglijk weergavesysteem heeft waarmee iemand zich richt op een innerlijke ervaring, of een herinnerde ervaring opzoekt.

Als voorbeeld:

Zoek naar een ervaring waarin je zeker was van jezelf. Qua volgordelijke stappen kan je eerst een beeld ZIEN (visuele “lead”) van die ervaring, om je vervolgens te herinneren welke gevoelens horen bij dat moment van zekerheid (kinestetische weergave).

Dit lead system is met de oogpatronen goed te herkennen.

Synesthesie

Synesthesie is een proces waarbij de weergave in het ene zintuigensysteem direct een ervaring oproept in een ander zintuigensysteem. Beide systemen overlappen elkaar. Bijvoorbeeld wanneer je het geluid hoort van een krijtje over een schoolbord en direct de rillingen over je rug voelt lopen.

BMIR’s – Behavioral Manifestations of Internal Representation

BMIR’s zijn (minimale) non-verbale en verbale toegangssignalen die in verbinding staan met onze zintuigen, de VAKOGAd. Door te letten op BMIR’s kan je beter afleiden wat er bij de ander gebeurt. Het is daarbij belangrijk in de gaten te houden dat ieder mens uniek is; niemand heeft gelijke BMIR’s. Voordat je dus betekenis mag en kan geven aan de BMIR’s die je waarneemt moet je onderzoeken wat een BMIR specifiek bij iemand betekent (dat proces van afstemmen heet kalibreren).

In een gesprek letten op veranderingen in fysiologie en stem (kijken en luisteren) geeft je inzicht in het interne proces bij de ander. Je wellicht niet zien WAT er gebeurt, maar wel DAT er wat gebeurt.

Visuele BMIR’s – wat je kan zien veranderen

  • Spierspanning in het gezicht
  • Vochtigheid van de huid
  • Kleur(verandering) van het gelaat
  • Onderlip (grootte en kleur)
  • Oogbewegingen
  • Grootte van de pupil
  • Schuine stand van het hoofd
  • Ademhaling: plaats, snelheid, diepte
  • Houding
  • Hoek van de ruggengraat (hoofd, nek, schouders)
  • Arm -, hand- en vingergebaren
  • Verdeling van gewicht
  • Gezichtsuitdrukking, wenkbrauwen, kaken, mond

Auditieve BMIR’s – wat je kan horen veranderen

  • Toon
  • Tempo
  • Plaats
  • Hoogte
  • Volume
  • Ritme
  • Pauzes
  • Predicaten
  • Warmte
  • Intonatie en intonatiepatronen

Kalibreren

Wanneer je iets ziet of hoort bij iemand, en je wilt ontdekken wat dat betekent, dan noemt NLP dat proces van onderzoeken en afstemmen ‘kalibreren’. Wanneer je niet kalibreert, en BMIR’s een betekenis geeft ‘omdat dat meestal zo is’, dan ben je aan het gedachtelezen, of mindreaden. Omdat iedereen unieke BMIR’s heeft, is het proces van kalibreren erg belangrijk om feitelijk te blijven bij wat er gebeurt bij de ander in plaats van niet verder te komen dan wat jij denkt dat er gebeurt bij de ander.

Kalibreren is het ontdekken van toegangsignalen. In de basis is het een vermogen (vaardigheid) om verschillen te kunnen zien en/of horen. Om onderscheid te kunnen maken is het noodzakelijk tenminste 2 zijnstoestanden waar te nemen.

  • Een enkel signaal is een voorval zonder betekenis
  • 2 dezelfde signalen is toeval
  • 3 dezelfde signalen is een patroon (kalibratie)

Oefening waarnemen of gedachtelezen

Ga bij de volgende uitspraken voor jezelf na of het iets is wat je feitelijk ziet, of dat een een mening/waardeoordeel is:

  • Je ziet hem opgelucht adem halen.
  • Je kon zien dat ze niet tevreden was.
  • Ze stond ontspannen te presenteren.
  • Als hij praat beweegt hij met zijn handen.
  • Hij fronste terwijl hij naar beneden keek.
  • Hij fronste zijn wenkbrauwen om te laten zien dat hij twijfelde aan haar woorden.
  • Ze keek schichtig om zich heen.
  • Zijn stem trilde en klonk nerveus.
  • Terwijl hij praatte bewoog zijn hoofd.
  • Hij bloosde van schaamte.
  • Hij vind mij niet aardig want hij kijkt telkens weg als ik hem aankijk.
  • Hij schudde zijn hoofd dus was het er niet mee eens.
  • Zij knikte want ze is het er mee eens.
  • De Italiaan was erg tevreden; hij maakte een rondje met duim en wijsvinger: perfect!
  • De ene Griek vond het goed, hij zei “Ohkee.”. De andere niet, hij zei “Nee.”.
  • Zij gaat het doen, ze zei “Ja, ik doe het wel.”.
  • De Pakistaan schudde zijn hoofd, dus bedoelde nee.
  • De Arabier gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De Japanner gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De flipover heeft witte bladen van papier.

Klik hier voor een antwoordindicatie.

Dus:

WAARNEMING -> Betekenis geven -> MINDREAD

Feitelijk en objectief -> Betekenis geven -> Jouw werkelijkheid en subjectief

Werkelijkheid -> Betekenis geven -> Waardeoordeel en overtuiging

Accessing cues – toegangsignalen en -aanwijzingen

Overzicht BMIR’s (generaliserende mindreads)

Visueel Auditief (At en Ad) Kinestetisch (K en O/G)
Ademhaling Hoog, snel, onregelmatig Middenrif Diepe buikademhaling, langzamer
Gezichtsuitdrukking Ogen dichtknijpen Gefronste wenkbrauwen Ontspannen spieren
Stem Hoge neusklanken Stiltes, afgemeten, nadrukkelijk Laag, vanuit de adem
Tempo Snel, opgewonden Ritmisch Langzamer
Houding Rechte rug, kin omhoog Hoofd naar rechts beneden gebogen Hoofd naar links beneden, rug iets in elkaar gezakt
Gebaren Naar boven wijzen, in de ogen wrijven Kin in hand, rond oren wijzen Handen op de buik leggen, denkbeeldige handelingen uitvoeren

Eye accessing cues (oogpatronen)

In het diagram hieronder kan je de oogpatronen van iemand afleiden. Het is zo getekend alsof dit het gezicht is van iemand die jou aankijkt. De oogpatronen hieronder gelden voor de meeste rechtshandige mensen (standaard georganiseerd mens).

LET OP: KALIBREREN IS BELANGRIJK!

Eye accessing cues (oogpatronen)

Eye accessing cues (oogpatronen)

De ogen kunnen ook recht vooruit staan, uit focus (down-time; intern gericht), al dan niet met vergrote pupillen. Dat duidt op snelle toegang naar (directe) zintuiglijke informatie, voornamelijk visueel.

  • VC: visueel geconstrueerde beelden (ogen op recht); vaag, flitsend, duidelijk verbeelden, heldere toekomst
  • VR: visueel herinnerde beelden (omhoog verlaten ogen); fotografisch geheugen, totale herinnering, toekomstvisie, schitterend perspectief, opnieuw bekijken, kleurrijk geheugen.
  • ACt: Auditief geconstrueerde geluiden of woorden, tonaal (ogen horizontaal en aan het recht); repeteren, woorden zeggen.
  • ARt: Auditieve herinnerde geluiden of woorden (ogen horizontaal en aan de linkerzijde); woorden herhalen die gehoord zijn.
  • K: Kinestetische sensaties en gevoel (intern en extern, ook reuk en smaak, ogen onderaan recht); voelen, aanraken, warm, soepele tred, kietelen.
  • AD: Auditieve geluiden of woorden (ogen onderaan de linkerzijde); interne dialoog, praten tegen jezelf, “aha”

Vragen stellen om oogpatronen te kalibreren

VR

  • Welke kleur heeft je favoriete boek?
  • Welke kleur heeft het huis van de buren?
  • Is er een ronde tafel in je huis?

VC

  • Hoe ziet een zebra eruit met paars/oranje haar?
  • Hoe ziet een mier eruit met roze sokjes aan?
  • Wat ga je morgen doen?

AR

  • Hoe klinkt je favoriete instrument?
  • Hoe klinkt volledige rust en stilte?
  • Wat klinkt harder: jouw deurbel of een claxon?

AC

  • Hoe klinkt een piepende muis in een windtunnel?
  • Hoe zou een dweilorkest klinken op Mars?
  • Hoe klinkt mijn stem, als ik zou praten zoals Mickey Mouse?

AD

  • Hoe doe jij de dingen ‘s ochtends?
  • Wat zeg je tegen jezelf als je thuiskomt?
  • Hoe poets jij je tanden?

K

  • Hoe voelt het als je in de zon ligt?
  • Hoe voelt je rechtervoet aan als die slaapt?
  • Welke sok zit beter, die van je rechter- of van je linkervoet?

Bij onduidelijke oogpatronen kan je meer gedetailleerde vragen stellen. Vooral vragen met een vergelijking of contrast: Welke … is (vergelijking), … of …? Bijvoorbeeld Welke kleur is donkerder, bastogne- of ontbijtkoek?

Oefening Vragen om oogpatronen te kalibreren

Geef aan of de onderstaande vragen Vc, Vr, Ac, Ar, K (O,G) of Ad zijn

  • Hoe zou je huis er uit zien met roze verf?
  • Welke kleur had het haar van je moeder, toen je haar voor het laatst zag?
  • Ben jij je bewust van deze vraag?
  • Hoe gaat de melodie van je favoriete lied?
  • En hoe zou je favoriete lied klinken met kerstklokken op de achtergrond?
  • Hoe voelen smeltende sneeuwballen in je hand?
  • Wat zeg je nu tegen jezelf?
  • Hoeveel ramen heeft je huis?
  • Hoe klinkt een muntje dat op straat valt?
  • Hoe klinkt een grote sneeuwbui die in zee valt?
  • Hoe zou jij er uit zien met haar van goud?
  • Heb je voor meer ramen dan achter?
  • Wat zou beter zijn: je huis paars met witte stippen, of met rode strepen?
  • Welke kleur heeft je voordeur?
  • Wat zeg jij tegen jezelf net voordat je de fiets neemt?
  • Heb je een ronde spiegel in huis?
  • Hoe klinkt de zee?
  • Hoe zag vorig jaar de leukste kerstkaart er uit?
  • Hoe klinkt Donald Duck nadat hij een ballon met helium heeft ingeademd?
  • Hoe zal het voelen om op de maan te dansen?
  • Hoe smaakt je favoriete eten?
  • Hoe ziet de kaft van je favoritete boek er uit?
  • Hoe klinkt een krijtje op een schoolbord?
  • Hoe smaakt een grote hap watten?
  • Wat zeg jij tegen jezelf wanneer je een complimentje krijgt?
  • Wat zeg je tegen jezelf wanneer je voor de koelkast staat?
  • Wat vindt je van deze vragen?
  • Realiseer jij je wat hier nu gebeurd?
  • Hoe zie jij er uit als een teletubbie?
  • Hoe zou je kamer er uit zien wanneer deze blauw was?
  • Welke kleur had de kamer waar je bent opgegroeid?
  • Wat was het laatste wat ik gezegd heb?
  • Hoe voelt het wanneer je in een plas stampt?

Speciale oogwaarnemingen

  • Je kan aan de ogen zien of iemand ‘naar binnen gekeerd is’. Dat is het moment om ruimte voor nadenken te geven, of suggesties te geven (korte trance-staat).
  • Je kan aan de ogen zien waar iemand naartoe kijkt (richting) wanneer deze zich iets voorstelt: ver weg, dichtbij, hoog, laag etc.
  • TransDerivational Search (TDS): verwilderde oogpatronen, geeft aan dat iemand informatie zoekt, in verwarring is, en/of probeert betekenis te geven. Checken of na de TDS de informatie is gevonden, dan wel betekenis is gegeven kan handig zijn. Wederom een goed moment voor suggesties (korte trance-staat). Merk wat er gebeurt:
    • Je doet het weer, of niet soms…?
    • Misschien denk je aan de gedachten die je gisteren had…?
    • De vele kleuren die fruit kan hebben…
    • Er zijn leuke momenten geweest, nietwaar…?
    • Je bent nog iets vergeten, nietwaar…?
    • Wat is het dat je nu niet kan herinneren…?
    • Jij kan je beseffen dat je nu met een glimlach is altijd leuk…
    • Rijk zijn is een staat zijn zegt het woordenboek…
Posted by Rutger in NLP handleiding

Conversationeel coachingmodel o.b.v. strategieen

  1. Bepaal de BIG HAIRY AUDICIOUS GOAL
  2. Bepaal de sequitor van de BHAG (de reden waarom, de upchunk, de motivatie)
  3. “Waar wil je vandaag doorheen?”
  4. (Onder)zoek de huidige trigger en strategie. Trigger zoeken: zoek de zintuigelijke waarneming, van het laatste moment dat het nog (net) goed gaat. Strategie zoeken door te laten doorlopen, oogpatronen lezen, conversationeel uitzoeken.
  5. Via een Ve of Ae een nieuwe invulling van de strategie maken. Let er op dat de ogen naar CONSTRUCT gaan (nieuw construeren) en niet naar REMEMBER (herinneren). Een herinnerde strategie is niet effectief, heeft als gevaar dat het al geprobeert is en mislukt (kennelijk):
    1. “Wat zou je dan tegen jezelf willen zeggen?”
    2. “Wat zou je dan willen voelen?”
    3. “Wat zou je dan willen zien?”
    4. “Wat zou je dan willen horen?”
    5. Check met: “Heb je alles?”
  6. Installeer de nieuwe strategie
    1. Doorloop een 4 of 5 keer, telkens minder sturing
    2. Doe alsof, zo echt mogelijk inclusief fysieke bewegingen
  7. “Wat is de kleinst mogelijke stap die je NU kan nemen, die jou helpt om dichter bij jouw einddoel te komen?”
Posted by Rutger in NLP handleiding

Handout NLP oogpatronen kalibreren

Eye accessing cues oogpatronen leeg

 

VR

Welke kleur heeft je favoriete boek?

Welke kleur heeft het huis van de buren?

Is er een ronde tafel in je huis?

 

VC

Hoe ziet een zebra eruit met paars/oranje haar?

Hoe ziet een mier eruit met roze sokjes aan?

Wat ga je morgen doen?

 

AR

Hoe klinkt je favoriete instrument?

Hoe klinkt volledige rust en stilte?

Wat klinkt harder: jouw deurbel of een claxon?

 

AC

Hoe klinkt een piepende muis in een windtunnel?

Hoe zou een dweilorkest klinken op Mars?

Hoe klinkt mijn stem, als ik zou praten zoals Mickey Mouse?

 

AD

Hoe doe jij de dingen ‘s ochtends?

Wat zeg je tegen jezelf als je thuiskomt?

Hoe poets jij je tanden?

 

K

Hoe voelt het als je in de zon ligt?

Hoe voelt je rechtervoet aan als die slaapt?

Welke sok zit beter, die van je rechter- of van je linkervoet?

 

 

Bij onduidelijke oogpatronen kan je meer gedetailleerde vragen stellen. Vooral vragen met een vergelijking of contrast: Welke … is (vergelijking), … of …? Bijvoorbeeld Welke kleur is donkerder, bastogne- of ontbijtkoek?

Posted by Rutger in NLP handleiding

Informatie verzamelen bij NLP modelleren

Er zijn meerdere manieren om informatie te verzamelen wanneer je modelleert. Je kan een live-interview doen, je kan in trance contact maken met het vermogen van het rolmodel, en je kan het as-if frame gebruiken. Deze technieken kunnen aanvullend op elkaar worden gebruikt.

Live sessie

In een live-sessie ga je met het rolmodel op zoek naar het antwoord op de vraag “Hoe doe je dat?”. Het is handig om van deze sessie een audio- of video-opname te maken, zodat jij jezelf helemaal kan concentreren op het vinden van informatie, om de opnames later te analyseren. Je kan deze aanpak ook gebruiken door beschikbare video, audio, biografieën en dergelijke als bron te nemen, mits je weet waar je naar op zoek bent (het helpt daarbij wanneer je eerst een aantal keer echt ‘live’ het proces hebt doorlopen; en dat geldt ook voor het deep-trance-identification proces en het as-if frame). Belangrijk aspect daarbij is dat je op zoek bent naar de echte gedachtegang/strategie van je rolmodel, en niet naar de gedachtegang zoals een stroman het ziet. Bij biografieën en documentaires en dergelijke neem je enkel de informatie mee zoals die door het rolmodel wordt verstrekt.

Proces live-sessie NLP modelleren
Specificeren

  • Bepaal een specifieke context of situatie waarbinnen het te modelleren onderwerp duidelijk aanwezig is.

Kalibreren

Informatie verzamelen

  • Kijken en waarnemen
  • Video en audio opnamen, foto’s, interviews, in het werk verdiepen.
  • Doorlopen perceptuele posities (1e, 2e, 3e positie in deze context)
    • Fysiologische kenmerken, ademhaling en fysiologie, houding (hoe zit je dan)
    • Linguïstische kenmerken (wat voor woorden gebruik je dan)
    • Strategie (wat doe je dan; [VAK]E,  …,K+)
  • Interview neurologische niveaus
    • Omgeving (waar ben je)
    • Gedrag (wat doe je daar)
    • Vaardigheden (wat kan je dan)
    • Overtuiging (waar geloof je dan in; wat geloof je dan niet)
    • Waarden/criteria (waarom geloof je dat; wat is dan (on-)belangrijk)
    • Identiteit (wie ben je dan)

Deep trance identification

Ga in trance (veilige en rustige plek), en stel jezelf voor hoe je opstijgt, en in de huid kruipt (letterlijk) van je rolmodel. Neem de persoonlijkheid aan van je rolmodel. Stel je (sociale) interacties voor. Handel en communiceer in gedachten zoals je rolmodel zou doen. Wat doe je, hoe doe je dat, wat geloof je dan, wat is dan belangrijk… Doe dit gedurende 20-30 minuten, en kom dan weer terug.

 

Imiteren (as-if frame)

  • Doen, en modelleer jezelf om te zien hoe het ging
  • Scheid dat wat anders is vergeleken met de eigenheid van de expert (vind het verschil dat het verschil maakt)
  • Gooi alles weg dat niet behoort tot het essentiële, de basis, het uitgangspunt.

 

“You can pretend anything and master it.” – Milton Erickson

Posted by Rutger in NLP handleiding

Oefening Vragen om oogpatronen te kalibreren

1) Geef aan of de onderstaande vragen Vc, Vr, Ac, Ar, K (O,G) of Ad zijn
2) Stel de vragen; zie wat er gebeurt, kalibreer.

o Hoe zou je huis er uit zien met roze verf?
o Welke kleur had het haar van je moeder, toen je haar voor het laatst zag?
o Ben jij je bewust van deze vraag?
o Hoe gaat de melodie van je favoriete lied?
o En hoe zou je favoriete lied klinken met kerstklokken op de achtergrond?
o Hoe voelen smeltende sneeuwballen in je hand?
o Wat zeg je nu tegen jezelf?
o Hoeveel ramen heeft je huis?
o Hoe klinkt een muntje dat op straat valt?
o Hoe klinkt een grote sneeuwbui die in zee valt?
o Hoe zou jij er uit zien met haar van goud?
o Heb je voor meer ramen dan achter?
o Wat zou beter zijn: je huis paars met witte stippen, of met rode strepen?
o Welke kleur heeft je voordeur?
o Wat zeg jij tegen jezelf net voordat je de fiets neemt?
o Heb je een ronde spiegel in huis?
o Hoe klinkt de zee?
o Hoe zag vorig jaar de leukste kerstkaart er uit?
o Hoe klinkt Donald Duck nadat hij een ballon met helium heeft ingeademd?
o Hoe zal het voelen om op de maan te dansen?
o Hoe smaakt je favoriete eten?
o Hoe ziet de kaft van je favoritete boek er uit?
o Hoe klinkt een krijtje op een schoolbord?
o Hoe smaakt een grote hap watten?
o Wat zeg jij tegen jezelf wanneer je een complimentje krijgt?
o Wat zeg je tegen jezelf wanneer je voor de koelkast staat?
o Wat vindt je van deze vragen?
o Realiseer jij je wat hier nu gebeurd?
o Hoe zie jij er uit als een teletubbie?
o Hoe zou je kamer er uit zien wanneer deze blauw was?
o Welke kleur had de kamer waar je bent opgegroeid?
o Wat was het laatste wat ik gezegd heb?
o Hoe voelt het wanneer je in een plas stampt?

Posted by Rutger in NLP handleiding

Strategieen en PLATHO

Om te weten te komen wat iemand nu precies doet om tot zo´n resultaat te komen, vraag je zijn/haar strategie uit. Tijdens het uitvragen verkrijg je al veel informatie door waar te nemen. Je let hierbij op hoe iemand de strategie aan zich zelf representeert. De representaties zijn een weergave van de stappen in de strategie. De oogpatronen en de predicaten geven veelal de belangrijkste informatie, in totaliteit gaat het om:

PLATHO:

  • Predicaten
  • Lichaamshouding
  • Ademhaling
  • Tonaliteit (stem)
  • Handbewegingen
  • Oogpatronen
Posted by Rutger in NLP handleiding

Oogpatronen

Eye accessing cues, ofwel oogpatronen, kan je gebruiken als toegangsignaal en -aanwijzing om te bepalen welk representatiesysteem de ander gebruikt, op dat moment.

 

In het diagram hieronder kan je de oogpatronen van Continue reading →

Posted by Rutger in NLP handleiding

VAKOG overzicht

V – Visueel, zien

A – Auditief, horen

  • At – Auditief tonaal, luisteren
  • Ad – Auditief digitaal, praten tegen jezelf

K – Kinestetisch, voelen

  • Kt – Kinestetisch tactiel, voelen aan de buitenkant
  • Kp – Kinestetisch proprioceptief, voelen Continue reading →
Posted by Rutger in NLP handleiding

Het zintuigensysteem en het representatiesysteem

Wij nemen de wereld waar door gebruik te maken van onze 5 zintuigen:

  • Ogen kijken (Visueel)
  • Oren luisteren (Auditief)
  • Lichaam voelt (Kinestetisch)
  • Neus ruikt (Olfactoir)
  • Mond proeft (Gustatoir)

 

Extern waarnemen doen we met het zintuigensysteem (VAKOG). En Continue reading →

Posted by Rutger in NLP handleiding

Modelleren

Modelleren, of Model-leren

NLP is ontstaan vanuit het modelleren van excellentie, vaardigheden die tot het gewenste resultaat leiden. In de NLP Practitioner ligt de focus op het kunnen toepassen van deze technieken, in de NLP Master Practitioner ligt de focus op het zelf kunnen modelleren.

 

“NLP is een houding en een methodologie met in haar kielzog een serie aan technieken” – Richard Bandler.

Houding

  • Nieuwsgierigheid
  • Flexibiliteit: de bereidheid te experimenteren, iets nieuws en anders te proberen

Methodologie

Modelleren, model-leren.

NLP gaat er van uit dat wat de ene mens aan gedrag of vaardigheden laat zien, door een ander mens (in minstens de helft van de tijd) ook kan worden eigen gemaakt. Verder vooronderstelt NLP dat de mensen op fysiek en mentaal niveau op dezelfde manier functioneren omdat ons neurologisch netwerk eenzelfde opbouw heeft.

 

Om een ander gedrag of vaardigheid aan te leren van een expert, dienen we te zoeken naar de VERSCHILLEN tussen de expert en mijzelf. Wat doet de expert anders? Dit proces heet modelleren.

Modelleer vaardigheden

  • Kalibreren: het vermogen om minimale non-verbale veranderingen waar te nemen.
  • Elicitatie: uitvragen volgens het Metamodel
  • Chunking: Hiërarchie van ideeën. Het kiezen van abstractieniveau.
  • Sequencing: strategieën, herkennen van de volgorde waarin iemand stappen zet.

Wat modelleer je?

  •  Fysiologie: de sleutel om snel de stemming te achterhalen d.m.v. de ademhaling en de lichaamshouding, mimiek etc. Rapport en matching.
  • Filters: metaprogramma’s, waarden en overtuigingen, de neurologische niveau’s. We letten op deze filters wanneer we willen weten WAAROM iemand doet wat hij doet (gedrag).
  • Strategie: een opeenvolging van interne representaties die leiden tot het bereiken van een resultaat. Oogpatronen, predicaten etc.

 

Binnen NLP is de benadering dus: “Wat doen succesvolle mensen eigenlijk?” zodat we kunnen leren van de excellentie van anderen. Wanneer iets niet goed gaat legt NLP de focus niet op wat er mis is en hoe dat verbeterd kan worden, maar NLP legt de focus op iets ergens waar het wel goed gaat, en kopieert en versterkt dat!

Technieken

HOE kan ik de excellentie die een ander heeft ook bereiken met de mogelijkheden die ik tot mijn beschikking heb? Hoe maak ik het overdraagbaar?

Posted by Rutger in NLP handleiding