onbewust

Schrijfoefening: de waterkoker

Thee, eindelijk thee. Thee geeft rust, thee geeft kracht, thee maakt me sterk om de dingen breder te zien, om er weer tegenaan te kunnen. Ik voel hoe het handvat kracht uitoefent om de waterkoker te laten kantelen in mijn hand, en ik hoor het klikken van de deksel en vervolgens het bruisende water dat de waterkoker vult. Het gaat als vanzelf, zo gewend ben ik er aan. Gewoon even vullen, klikken en klaar. En makkelijk, er kan veel in; genoeg om een ruime theepot ineens te zetten. Ik zet de waterkoker weer in zijn houder en als automatisch klik ik de knop om. Ik frons even als ik het bekende lampje mis, ik til even de koker op om hem te ontgrendelen, en plaats hem opnieuw om vervolgens opnieuw het knopje om te zetten. Kut, hij doet het niet merk ik. Ik kijk naar het stopcontact en zie dat de stekker er in zit, en probeer het nogmaals. Ik merk niet eens hoe ik ondertussen tegen mezelf begin te praten: “Kloteding, geef mij mijn rustmomentje”, “Niet nu”, “Altijd hetzelfde hier in huis”, “Kan er nu niets goed gaan”, en ongemerkt vormt mijn gevoel zich in overeenstemming met mijn dialoog. Frustratie, desillusie, irritatie, in de steek gelaten en alleen zijn de gevoelens die strijden om de boventoon, en waarvan ik denk dat het mijn echte gevoel is terwijl het eigenlijk mijn denken is dat deze gevoelens oproept.

Binnensmonds trekken mijn spieren zich samen om vloekwoorden uit te gaan spreken, maar ik hou me in en pak een pan om het water op het fornuis te koken. Stom gedoe, moet ik het weer zelf doen, mag ik dan niets verwachten. Hulpeloos en onbewust laat ik me ongemerkt door mijn stemmetje terug in mijn wereldje trekken waar het veilig is, en waar de boze buitenwereld mij niet kan zien, niet bij kan. Als het water kookt, giet ik de thee op, en neem namokkend een kop. Het geeft niet de rust waar ik op gehoopt had.

’s Middags ga ik op zoek naar een nieuwe waterkoker. Balend van de tegenslag, bekijk ik met kritische ogen het aanbod. Te klein, lelijk, te onhandig, gevaarlijk, te duur… Ik besef me nu pas terwijl ik me oriënteer hoe fijn mijn oude waterkoker eigenlijk was. Hoe ik gewend was aan zijn eenvoudige werking, hoe goed we samen een team vormden. Uiteindelijk, ik had er toch een nodig dacht ik, koos ik er maar eentje. Ik weet niet eens maar om welke reden ik nou die specifiek koos, het maakte me allemaal niet meer uit. Raar, hoe dat soort ontdekkingen pas boven komen als je het gewone kwijt bent en mist.

Moedeloos, en met tegenzin, plaatste ik de nieuwe waterkoker op het aanrecht. Daar moet ik het dan maar mee doen. Ik wil ruimte maken dus eerst de oude opruimen voordat ik de nieuwe waterkoker uitpak. Ik haal de stekker uit het stopcontact, en het licht gaat uit. Verbaasd kijk ik naar de stekker, en doe hem weer in het stopcontact waarop het licht weer aangaat. Langzaam dringt het tot me door dat ik niet goed heb gekeken. Ik had wel aan de stekker gedacht, maar ik had het te snel aangenomen dat de basis, de elektriciteit goed was. Ik verwissel de stekkers zodat de waterkoker weer spanning krijgt, en controleer de werking. Hij doet het nog gewoon, net als altijd. Alleen in mijn gezichtsveld, in mijn eigen wereldje deed de waterkoker het niet. Zoals zo veel zaken niet werken als je de basis niet op orde hebt. Gelukkig kwam ik er op tijd achter, anders zat ik nu met een waterkoker die niet bij me paste, een tweede keuze, in plaats van mijn eigen ondergewaardeerde waterkokertje. Vrijwel gedachteloos had ik ondertussen weer thee gezet, en door de basis weer op orde te hebben kwam de rust en de kracht weer vanzelf terug.

Posted by Rutger in Archief

Gestructureerd leren en Kolb

Weet je nog? Toen je een klein kind was, en geen idee had dat autorijden iets was wat je moest leren? Je was je niet bewust dat je dat niet kon. En later je eerste rijles, waar je hortend en stotend op gang moest komen? Je werd je heel bewust dat je het niet kon. En later, na een aantal rijlessen, kon je aardig rijden, al moest je heel goed bezig zijn met de dingen die je moest doen, bijvoorbeeld bij het naderen van een rotonde: kijken, terugschakelen, richting aangeven, besluiten stoppen of doorgaan, koppeling, gaspedaal, rem, je had het heel druk. Je was heel bewust aan het oefenen en het lukte al heel aardig. En nu? Je hebt niet eens meer in de gaten wat je allemaal doet als je een rotonde neemt, het gaat als vanzelf. Je bent je niet bewust terwijl je de handelingen uitvoert.

Volgens leerpsycholoog David A. Kolb zijn dit de vier denkstappen die we doorgaan als we iets leren in een efficiënt leerproces dat leidt tot duurzame gedragsverandering:

Leercyclus van Kolb

Leercyclus van Kolb: van onbewust onbekwaam naar onbewust bekwaam

  1. Onbewust Onbekwaam
  2. Bewust Onbekwaam
  3. Bewust Bekwaam
  4. Onbewust Bekwaam

Waarschijnlijk herken je de fasen wel in het voorbeeld hierboven, bij het leren autorijden, maar herken je ze ook in ons schoolsysteem, bijvoorbeeld? Wiskundelessen? Natuurkunde? Maar ook later in trainingen en cursussen, of wanneer je voor het eerst in een echte baan begon?

Op basis van dit model is er een volgend stappenplan gemaakt, ook weer een model, om via dit “Efficiënt leerproces” nieuw gedrag te oefenen en te leren, in vier opeenvolgende stappen:

  1. DOE HET. Ervaar wat het gedrag doet (3 tot 5 keer), welke andere resultaten je krijgt, en hoe het voelt om te doen.
  2. EVALUEER. Ga na wat er anders is ten opzichte van hoe je het normaal gesproken zou doen.
  3. GENERALISEER. Haal er algemene richtlijnen en principes uit. Denk situationeel (wanneer en waar zou dit nieuwe gedrag wel alternatief zijn, wanneer en waar zou dit gedrag niet alternatief zijn).
  4. PAS TOE. Maak situationele keuzes in gedrag: bekijk per situatie of het oude of het nieuwe gedrag beter past.

In een plaatje:

Blijven ontwikkelen

Blijven ontwikkelen

Nog even over 4): Met leertransfer wordt bedoeld dat je het nieuwe gedrag ook meeneemt naar andere contexten; bijvoorbeeld iets wat je in je werk leert pas je ook toe in privé-situaties, en andersom.

Heel verhaal, wat heb je er nu aan? Nou, nu je dit artikel leest, net als zoveel andere artikelen, misschien wil je dan de wijze waarop je leest eens tegen dit model aanleggen. Stel je voor dat je tijdens het lezen van een artikel niet alleen de letters naar zinnen maakt en oppervlakkig leest vanuit verwondering, maar dat je tijdens het lezen jezelf de vraag stelt: wat betekent dit qua anders handelen? Om met het antwoord op die vraag vervolgens deze cirkel door te gaan: 3 tot 5 keer doen, op basis van je eigen ervaring bepalen hoe en wat er anders is, kijken wanneer en waar je welke keuzes maakt, en vervolgens het toverwoord: DOEN.

Dus, nu toepassend, hoe ga jij, nu je dit artikel hebt gelezen, drie tot vijf keer ervaren hoe het is om met wat er in dit artikel staat, ook daadwerkelijk te doen?

Posted by Rutger in NLP handleiding

NLP leren is NLP doen

Is het jou wel eens opgevallen hoe een kind helemaal kan opgaan in een speelgoedauto; dat er geen besef is bij een kind dat autorijden iets is wat je moet leren? En hoe je, misschien wel net 18 jaar, voor het eerst plaatsnam in een auto om nogal bruut te ontdekken dat je echt nog wel iets te leren had om zonder horten en stoten weg te komen? Herinner jij je nog hoe je vervolgens veel leerde, maar in situaties waarin veel te doen was (rotonde: gas loslaten, afremmen of terugschakelen, kijken, inschatten, plan maken, oh richting aangeven, etc.) het nog niet allemaal vanzelf ging? Vergelijk dat eens met nu, hoe je bijna zonder bewust na te denken de dingen doet zoals je ze geleerd hebt; soms achteraf niet eens doorhebt dat je er al bent.

Volgens psycholoog David A. Kolb zijn er vier fasen te onderscheiden wanneer we iets leren in een efficiënt leerproces dat leidt tot duurzame gedragsverandering:

Model van Kolb

Leren volgens Kolb

  1. Onbewust Onbekwaam: je weet nog niet dat je iets niet kan, dat je nog iets te leren hebt.
  2. Bewust Onbekwaam: je ontdekt dat je iets te leren hebt, dat je iets nog niet kan.
  3. Bewust Bekwaam: je kijkt, je leert, je doet met volle aandacht, en je haalt je eerst resultaten.
  4. Onbewust Bekwaam: je heb het inmiddels zo vaak gedaan dat je het zonder veel aandacht als vanzelf kan doen.

Natuurlijk is dit maar een model, en ja, er zijn andere manieren om nog veel efficiënter te leren. Een fobie ontwikkelen bijvoorbeeld, kan ook als een leerproces gezien worden, en daar lijkt een lijntje rechtstreeks van Onbewust Onbekwaam naar Onbewust Bekwaam te zijn. Niet zo veel mensen herkennen de periode van Bewust Onbekwaam en Bewust Bekwaam in het ontwikkelen van een fobie, in de zin van: ha, dat ken ik nog niet, laat ik eens gaan oefenen. Dit voorbeeld is slechts bedoeld ter illustratie; weet dat er een verschil is tussen gestructureerd leren (in de schoolbanken gaan zitten om iets te leren) en incidenteel leren (toevallige lessen oppikken in je omgeving en ervaring).

Waar leidt dit allemaal toe? Wel, dit model is verder uitgewerkt naar een 4 stappenplan waarmee je doe-dingetjes, zoals het leren van NLP technieken, meer gestructureerd ontdekt. De vier stappen zijn als volgt:

  1. Doe! Gewoon oefenen en uitvoeren, drie tot vijf keer, zodat je de bewegingen maakt, de woorden uitspreekt, het effect ondergaat, meer diepte krijgt, het gaat er om dat je de stap maakt van lezen naar ervaren.
  2. Evalueer. Nu je de ervaring hebt opgedaan, kan je het pas goed vergelijken met wat je normaal gesproken gedaan zou hebben of normaal gesproken zou doen. Maak die vergelijking: wat is er gelijk, en wat is er anders? Qua gevoel, qua reactie, qua effect?
  3. Generaliseer. Onderzoek vanuit een helikopterview welke algemene ideeën kan je herkennen in de verschillen. Wat zijn voordelen en nadelen van het nieuwe gedrag? Wat zijn voordelen en nadelen van het oude gedrag? Ga situaties na, in het verleden, waar dit nieuwe gedrag misschien een beter resultaat had gehad. Sta ook stil bij situaties waar juist het oude gedrag een beter resultaat zou blijven houden.
  4. Pas toe. Maak keuzes tussen oud en nieuw gedrag op basis van je ervaring en verwachting. Pas het naar verwachting meest geschikte gedrag toe in de juiste situatie. Dit zal eerst heel bewust zijn, en ja, je zal inschattingsfouten maken: inschattingsfouten die zorgen dat je ervaring opdoet en steeds makkelijker als automatisch je keuze kan maken. Transfer: meestal begin je in een specifieke context met uitvoeren (bijvoorbeeld op kantoor, in zakelijke mailtjes, tijdens het eten, bij het sporten, met een oefenmaatje, in de kroeg), en de uitnodiging is er om het gedrag ook in andere contexten in geschikte situaties mee te nemen.

Deze vier stappen in een plaatje:

Blijf vaardigheden ontwikkelen

Blijf vaardigheden ontwikkelen

 

Mijn uitnodiging, nu je hier bent aangeland: hoe kan je wat je nu hebt gelezen toepassen op dit artikel zelf? Hoe kan je het lezen vertalen naar doen en ervaren?

Posted by Rutger in NLP handleiding

De roos van Leary

De roos van Leary (1957, Timothy Leary) beschrijft de interactie van gedragspatronen. Leary ontdekte een standaard structuur in gedragspatronen, en merkte op dat interacties voorspelbaar zijn Hij werkte die uit in een model: de roos van Leary.


Met de roos van Leary kan je gedrag van de ander voorspellen, verklaren, en ook beïnvloeden.

Assertief en coöperatief gedrag

Allereerst zag hij dat assertief gedrag bij de één, assertief gedrag oproept bij de ander. Dus wanneer jij opkomt voor je eigen belang, dan zal de ander geneigd zijn dat ook doen. Wanneer de ander voor zijn eigen belang opkomt, dan zal jij dat ook onbewust doen. Je hebt het pas door als je het ziet, het is een onbewust proces. Simpel gezegd: als jij vanuit je “IK en JIJ” praat, zal de ander ook vanuit de “IK en JIJ” reageren.

Hij noemde dit gedrag van opkomen voor het eigenbelang TEGEN-gedrag. En TEGEN-gedrag roept dus TEGEN-gedrag op.

In plaats van een focus op je eigen belang, kan je ook de focus hebben op het gezamenlijke belang in de interactie. Wanneer de één zich richt op het gezamenlijke belang, dan zal de ander vrijwel onbewust ook de focus leggen op dit gezamenlijke belang. Wanneer de één vanuit “WIJ” praat, zal de ander vrijwel automatisch ook vanuit “WIJ” reageren. Tegenover het voorgenoemde TEGEN-gedrag staat het SAMEN-gedrag. Wanneer de één SAMEN-gedag vertoont (gedrag gebaseerd op het gezamenlijk belang, coöperatief gedrag), dan zal dat ook coöperatief gedrag oproepen bij de ander.

Dit verdeelde hij over de horizontale as van een windroos; links staat TEGEN (eigen belang), rechts staat SAMEN (gezamenlijk belang). Wanneer de één links gaat zitten qua gedrag, dan zal de ander ook links gaan zitten.

Het werkt als een soort schuif, en hoe meer de één op een positie links of rechts gaat zitten, hoe meer de ander volgt daarin, onbewust.

Boven en onder gedrag

de roos van Leary

de roos van Leary

Ook zag Leary dat in een interactie altijd één de leiding had, en de ander volgde. Dat kan wisselen tijdens een interactie die een periode duurt, en  elk moment binnen die periode er is altijd één die leidt (BOVEN-gedrag) en een ander die volgt (ONDER-gedrag).

Dit plaatste Leary op de verticale as van de roos van Leary, bovenin staat BOVEN, en onderin staat ONDER.

Ook hier zit een soort schuifeffect in: hoe meer de één de leiding neemt, hoe meer de ander volgzaam zal reageren.

Dus

  1. TEGEN leidt tot TEGEN, SAMEN leidt tot SAMEN,
  2. BOVEN leidt tot ONDER, en ONDER leidt tot BOVEN.

Dus

  • Wanneer iemand de leiding neemt vanuit het beeld wat belangrijk voor hem of haar is, zal de ander een volgende reactie geven vanuit de ander zijn of haar belang. Leiden vanuit het IK als “Ik wil dat jij nu de afwas doet.” zou kunnen leiden tot een volgende reactie vanuit het IK “Nee, ik ben met iets anders bezig.”.
  • Wanneer iemand vanuit een volgende positie iets doet dat in het eigen belang is, zal de ander een leidende reactie geven vanuit de ander zijn of haar belang. Volgen vanuit het IK als “Heb je nu tijd om de afwas te doen voor mij?” zou kunnen leiden tot een leidende reactie vanuit het IK “Nee, ik doe het straks.”.
  • Wanneer iemand de leiding neemt vanuit het beeld wat belangrijk voor jullie samen is, zal de ander een volgende reactie geven vanuit het gezamenlijk belang. Leiden vanuit het gezamenlijk belang als “We zijn klaar wanneer de afwas gedaan is.” zou kunnen leiden tot een volgende reactie vanuit het gezamenlijke belang “Ja, die moet nog gedaan worden voor we klaar zijn.”.
  • Wanneer iemand vanuit een volgende positie iets doet dat in het gezamenlijk belang is, zal de ander een leidende reactie geven vanuit dit gezamenlijke belang. Volgend vanuit het gezamenlijk belang als “Zijn we klaar als de afwas gedaan is?” zou kunnen leiden tot een leidende reactie vanuit het gezamenlijk belang als: “Ja, dan zijn we klaar.”.

Met de roos van Leary kan je dus voorspellen dat iemand die gedrag linksboven laat zien, zal ervaren dat de ander linksonder gedrag zal vertonen. Ga je rechtsondergedrag vertonen, dan zal de reactie die je krijgt uit rechtsboven zijn.

En nu je weet hoe deze roos van Leary in elkaar steekt, en dus hoe leiden en volgen in een interactie werkt, en hoe het ik en wij van invloed is op het proces van deze interactie, kan je ineens keuzes maken en invloed hebben. In plaats van onbewust meegaan in deze standaardpatronen, kan jij je nu bewust worden van deze patronen, wat betekent dat je invloed kan hebben.

Let eens in gesprekken op of de interactie (als momentopname, wat doen ze NU) vanuit de “WIJ” of uit de “IK en JIJ” plaatsvind. En let op dat “WIJ en JULLIE” geen “WIJ” is maar een vorm van “IK en JIJ”.

En let eens op wie de leiding heeft, wie er volgt, en hoe de leidende en volgende rol kan wisselen tijdens een gesprek.

Door hier een tijdje bewust aandacht aan te geven, ontwikkel je dieptestructuur, leer je het gedrag te interpreteren en begin je te herkennen hoe het proces in elkaar steekt. Zorg er voor dat je de wisselwerking in interacties ziet, dat je de werking van de roos van Leary herkent. Pas wanneer je de werking van de roos van Leary herkent, kan je in volgende stappen invloed gaan uitoefenen op de interactie door de roos van Leary in te zetten. Wanneer je het boven-onder gedrag en het tegen-samen gedrag doorziet, kijk dan eens of je de volgende stap ook kan nemen: het gedrag invullen met de roos van Leary, waarbij meer smaken van gedrag, dus meer nuances in gedrag in de roos van LEary worden geplaatst.

Gedrag invullen in de roos van Leary

de roos van Leary met gedrag

de roos van Leary met gedrag

Wat voor gedrag hoort nu in de roos van Leary? Meer detail, meer nuance: zie het plaatje rechts met 8 soorten gedrag ingevuld. En welk gedrag roept wanneer welk gedrag op? Hier een een aantal voorbeelden:

– Aanvallend leidt tot defensief

– Defensief leidt tot aanvallend

– Offensief leidt tot opstandig

– Opstandig leidt tot offensief

– Helpend leidt tot meewerkend

– Afhankelijk leidt tot leidend

– Algemeen: gedrag in een kleur leidt dus tot gedrag in dezelfde kleur in de figuur hiernaast.

Toepassen van de roos van Leary

Herkennen van wat de ander doet, vanuit het eigen gedrag

(H)erken dat wanneer jij je stoort aan het gedrag van de ander, dat jij aan de andere kant van het spectrum zit. Jij zelf doet iets wat bij de ander het gedrag oproept. Wanneer jij ziet dat de ander passief is (teruggetrokken, afhankelijk), dan ben je zelf kennelijk leidend of concurrerend (BOVEN). Vind je iemand erg opstandig, dan is het goed te herkennen hoe offensief je zelf bent in de interactie.

Interventie met de roos van Leary

de roos van Leary met expliciet gedrag

de roos van Leary met expliciet gedrag

Wanneer je weet dat deze gedragspatronen bestaan, dan kan je gebruik maken hiervan. Vind je dat de ander opstandig is, en wil je dat deze meewerkend is: ga zelf HELPEND zijn. Is de ander erg passief, dan ben je zelf kennelijk leidend: trek jezelf terug of stel je afhankelijk op.

Voor effectief gebruik, kies je het gewenste gedrag van de ander, en toon je zelf het bij dat gedragspatroon passende gedrag.

Wil je dat een groep actiever wordt: ga zelf onderuit gezakt, passief en stil voor die groep zitten. Wil je meer opstandigheid: val aan!!!

Sterke interventies, op basis van ongewenst gedrag:

  • ongewenst defensief: toon zelf aanpassend gedrag, zodat de ander leidingnemend moet worden.
  • ongewenst aanpassend: toon zelf defensief gedrag, zodat de ander aanvallend moet worden.
  • ongewenst aanvallend: toon zelf leidingnemend gedrag, zodat de ander zich aanpassend moet opstellen.
  • ongewenst leidingnemend: toon zelf aanvallend gedrag, zodat de ander zich defensief moet opstellen.

Roos van Leary binnen NLP

de roos van Leary met NLP

de roos van Leary met NLP

De roos van Leary is prachtig te gebruiken binnen NLP, met name met rapport.

BOVEN gedrag is LEADING, ONDER gedrag is PACING. SAMEN is MATCHING, TEGEN is MISMATCHEN.

Je kan dus met Matching en Mismatching meer dan alleen rapport opbouwen en verbreken. In combinatie met Pacing en Leading kan je direct gedragspatronen bij de ander, hier en nu, doorbreken. Bij individuen, en ook met groepen.

Je kan hiermee activeren… motiveren… rust brengen… assertiviteit of coöperativiteit verhogen… zekerheid geven… twijfel brengen… waar en wanneer jij dat nodig acht…

Posted by Rutger in NLP handleiding

Waarnemen en kalibreren

Hoe vaak komt de letter ‘F’ voor in de volgende tekst:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Wat staat hier:

Vlgones een sduite aan een elgnese unvirestiet mkaat het neit uit in wlke vlgrodoe de lttrees in een wrood satan, het eigne dat blagnrijek is, is dat de ersete en de ltaatse ltteer op de gdoee palats satan. De rset kann ttaaol oiznn zjin maar tcoh kun je het geod leezn. Dit kmot dradoot we neit ltteer voor ltteer arpat lzeen maar wodoren in zjin gheeel.

Kan je dit lezen:

D323 M3D3D3L1NG L44T J3 213N T0T W3LK3 GR0T3 PR35T4T135 0N23 H3R53N5N 1N 5T44T 21JN. 1N H3T 83G1N W45 H3T 23K3R N0G M031L1JK D323 T3K5T T3 L323N, M44R NU K4N J3 H3T W44R5CH1JNL1JK 4L W4T 5N3LL3R L323N 20ND3R J3 3CHT 1N T3 5P4NN3N. D4T K0MT D00R H3T 3N0RM3 L33RV3RM0G3N V4N 0N23 H3R53N5. KN4P H3? D323 M3D3D3L1NG M4G J3 K0P13R3N 3N V3RD3R V3R5PR31D3N.

Onze waarneming

Hoeveel vaak komt de ‘f’ voor volgens jouw telling? De meeste mensen tellen er 16 of 17. Maar het zijn er meer:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Het zijn er 23! Vooral het woordje ‘OF’ wordt vaak gemist. Er zit dus iets raars in ons waarnemen. Zelfs wanneer we ons concentreren, zien we niet alles…

En wanneer je het 2e stukje las als ‘Volgens een studie aan een Engelse universiteit…’, dan was je niet aan het waarnemen, maar dan was je de letters die er staan aan het vervormen tot woorden zoals je ze kent. Je leest dan iets wat er feitelijk niet staat. Wanneer dat stukje in een taal was geschreven die je niet kende, dan had je wel letterlijk de letters uitgesproken zoals ze er stonden. We verbinden onze waarneming aan wat we in het verleden hebben geleerd. We zien iets en proberen het onbewust te duiden. We zien niet wat er staat, we zien wat we kennen.

Het derde stukje laat je zien hoe snel dit proces gaat, hoe flexibel je hersenen zijn om snel te leren en uit het feitelijke waarnemen naar betekenis gaan.

Belangrijk NLP uitgangspunt: Ons sterkste instinct is niet de ‘will to survive’ maar onze drang om dingen vertrouwd te maken (‘will to make things familiar’).

Het zintuigensysteem

Wij nemen de wereld feitelijk waar door gebruik te maken van onze 5 zintuigen:

  • Ogen kijken (Visueel)

    Zintuigensysteem en waarnemen

    Zintuigensysteem en waarnemen

  • Oren luisteren (Auditief)
  • Lichaam voelt (Kinestetisch)
  • Neus ruikt (Olfactoir)
  • Mond proeft (Gustatoir)

Voor het gemak worden deze zintuiglijke systemen in NLP veelal afgekort tot: V A K O/G.

Omdat we naast waarnemen ook denken (tegen ons zelf praten) wordt er verschil gemaakt tussen Auditief tonaal (At: luisteren met je oren) en Auditief digitaal (Ad: tegen je zelf praten).

Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen de verschillende manieren waarop je kan voelen (Kinestetisch):

  • Tactiel: voelen aan de buitenkant; waarnemen buiten jezelf
  • Proprioceptief: voelen aan de binnenkant; waarnemen binnen jezelf
  • META: waarde bepalende gevoelens en emoties

NLP stelt dat ieder mens een bepaalde voorkeur heeft bij de inzet van de zintuigen (V-A-K-O-G-Ad). Sommige zintuigen zijn beter ontwikkeld dan de andere. Dat is per mens verschillend, en aangezien zintuigen te trainen zijn, is het geen vastgesteld gegeven, en kan het per situatie verschillen.

Het primaire voorkeurssysteem van waarnemen (V A K O/G Ad) herkennen bij een ander is handig om beter contact te maken. Je kan het primaire voorkeursysteem bij een ander herkennen door:

  • Te luisteren naar de woorden die de ander gebruikt (predicaten)
  • Te kijken naar de lichaamshouding (fysiologie)
  • Te kijken naar de oogpatronen

Dit worden ook wel de accessing cues (toegangsignalen en –aanwijzingen) genoemd.

VAKOGAd overzicht

V – Visueel, zien

A – Auditief, horen

At – Auditief tonaal, luisteren

Ad – Auditief digitaal, praten tegen jezelf, ‘denken’

K – Kinestetisch, voelen

Kt – Kinestetisch tactiel, voelen aan de buitenkant

Kp – Kinestetisch proprioceptief, voelen aan de binnenkant

Km – Kinestetisch meta, waarde bepalend of emotie

O – Olfactior, ruiken

G – Gustatoir, proeven

Lead system (zoeksysteem)

NLP stelt dat iedereen een zintuiglijk weergavesysteem heeft waarmee iemand zich richt op een innerlijke ervaring, of een herinnerde ervaring opzoekt.

Als voorbeeld:

Zoek naar een ervaring waarin je zeker was van jezelf. Qua volgordelijke stappen kan je eerst een beeld ZIEN (visuele “lead”) van die ervaring, om je vervolgens te herinneren welke gevoelens horen bij dat moment van zekerheid (kinestetische weergave).

Dit lead system is met de oogpatronen goed te herkennen.

Synesthesie

Synesthesie is een proces waarbij de weergave in het ene zintuigensysteem direct een ervaring oproept in een ander zintuigensysteem. Beide systemen overlappen elkaar. Bijvoorbeeld wanneer je het geluid hoort van een krijtje over een schoolbord en direct de rillingen over je rug voelt lopen.

BMIR’s – Behavioral Manifestations of Internal Representation

BMIR’s zijn (minimale) non-verbale en verbale toegangssignalen die in verbinding staan met onze zintuigen, de VAKOGAd. Door te letten op BMIR’s kan je beter afleiden wat er bij de ander gebeurt. Het is daarbij belangrijk in de gaten te houden dat ieder mens uniek is; niemand heeft gelijke BMIR’s. Voordat je dus betekenis mag en kan geven aan de BMIR’s die je waarneemt moet je onderzoeken wat een BMIR specifiek bij iemand betekent (dat proces van afstemmen heet kalibreren).

In een gesprek letten op veranderingen in fysiologie en stem (kijken en luisteren) geeft je inzicht in het interne proces bij de ander. Je wellicht niet zien WAT er gebeurt, maar wel DAT er wat gebeurt.

Visuele BMIR’s – wat je kan zien veranderen

  • Spierspanning in het gezicht
  • Vochtigheid van de huid
  • Kleur(verandering) van het gelaat
  • Onderlip (grootte en kleur)
  • Oogbewegingen
  • Grootte van de pupil
  • Schuine stand van het hoofd
  • Ademhaling: plaats, snelheid, diepte
  • Houding
  • Hoek van de ruggengraat (hoofd, nek, schouders)
  • Arm -, hand- en vingergebaren
  • Verdeling van gewicht
  • Gezichtsuitdrukking, wenkbrauwen, kaken, mond

Auditieve BMIR’s – wat je kan horen veranderen

  • Toon
  • Tempo
  • Plaats
  • Hoogte
  • Volume
  • Ritme
  • Pauzes
  • Predicaten
  • Warmte
  • Intonatie en intonatiepatronen

Kalibreren

Wanneer je iets ziet of hoort bij iemand, en je wilt ontdekken wat dat betekent, dan noemt NLP dat proces van onderzoeken en afstemmen ‘kalibreren’. Wanneer je niet kalibreert, en BMIR’s een betekenis geeft ‘omdat dat meestal zo is’, dan ben je aan het gedachtelezen, of mindreaden. Omdat iedereen unieke BMIR’s heeft, is het proces van kalibreren erg belangrijk om feitelijk te blijven bij wat er gebeurt bij de ander in plaats van niet verder te komen dan wat jij denkt dat er gebeurt bij de ander.

Kalibreren is het ontdekken van toegangsignalen. In de basis is het een vermogen (vaardigheid) om verschillen te kunnen zien en/of horen. Om onderscheid te kunnen maken is het noodzakelijk tenminste 2 zijnstoestanden waar te nemen.

  • Een enkel signaal is een voorval zonder betekenis
  • 2 dezelfde signalen is toeval
  • 3 dezelfde signalen is een patroon (kalibratie)

Oefening waarnemen of gedachtelezen

Ga bij de volgende uitspraken voor jezelf na of het iets is wat je feitelijk ziet, of dat een een mening/waardeoordeel is:

  • Je ziet hem opgelucht adem halen.
  • Je kon zien dat ze niet tevreden was.
  • Ze stond ontspannen te presenteren.
  • Als hij praat beweegt hij met zijn handen.
  • Hij fronste terwijl hij naar beneden keek.
  • Hij fronste zijn wenkbrauwen om te laten zien dat hij twijfelde aan haar woorden.
  • Ze keek schichtig om zich heen.
  • Zijn stem trilde en klonk nerveus.
  • Terwijl hij praatte bewoog zijn hoofd.
  • Hij bloosde van schaamte.
  • Hij vind mij niet aardig want hij kijkt telkens weg als ik hem aankijk.
  • Hij schudde zijn hoofd dus was het er niet mee eens.
  • Zij knikte want ze is het er mee eens.
  • De Italiaan was erg tevreden; hij maakte een rondje met duim en wijsvinger: perfect!
  • De ene Griek vond het goed, hij zei “Ohkee.”. De andere niet, hij zei “Nee.”.
  • Zij gaat het doen, ze zei “Ja, ik doe het wel.”.
  • De Pakistaan schudde zijn hoofd, dus bedoelde nee.
  • De Arabier gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De Japanner gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De flipover heeft witte bladen van papier.

Klik hier voor een antwoordindicatie.

Dus:

WAARNEMING -> Betekenis geven -> MINDREAD

Feitelijk en objectief -> Betekenis geven -> Jouw werkelijkheid en subjectief

Werkelijkheid -> Betekenis geven -> Waardeoordeel en overtuiging

Accessing cues – toegangsignalen en -aanwijzingen

Overzicht BMIR’s (generaliserende mindreads)

Visueel Auditief (At en Ad) Kinestetisch (K en O/G)
Ademhaling Hoog, snel, onregelmatig Middenrif Diepe buikademhaling, langzamer
Gezichtsuitdrukking Ogen dichtknijpen Gefronste wenkbrauwen Ontspannen spieren
Stem Hoge neusklanken Stiltes, afgemeten, nadrukkelijk Laag, vanuit de adem
Tempo Snel, opgewonden Ritmisch Langzamer
Houding Rechte rug, kin omhoog Hoofd naar rechts beneden gebogen Hoofd naar links beneden, rug iets in elkaar gezakt
Gebaren Naar boven wijzen, in de ogen wrijven Kin in hand, rond oren wijzen Handen op de buik leggen, denkbeeldige handelingen uitvoeren

Eye accessing cues (oogpatronen)

In het diagram hieronder kan je de oogpatronen van iemand afleiden. Het is zo getekend alsof dit het gezicht is van iemand die jou aankijkt. De oogpatronen hieronder gelden voor de meeste rechtshandige mensen (standaard georganiseerd mens).

LET OP: KALIBREREN IS BELANGRIJK!

Eye accessing cues (oogpatronen)

Eye accessing cues (oogpatronen)

De ogen kunnen ook recht vooruit staan, uit focus (down-time; intern gericht), al dan niet met vergrote pupillen. Dat duidt op snelle toegang naar (directe) zintuiglijke informatie, voornamelijk visueel.

  • VC: visueel geconstrueerde beelden (ogen op recht); vaag, flitsend, duidelijk verbeelden, heldere toekomst
  • VR: visueel herinnerde beelden (omhoog verlaten ogen); fotografisch geheugen, totale herinnering, toekomstvisie, schitterend perspectief, opnieuw bekijken, kleurrijk geheugen.
  • ACt: Auditief geconstrueerde geluiden of woorden, tonaal (ogen horizontaal en aan het recht); repeteren, woorden zeggen.
  • ARt: Auditieve herinnerde geluiden of woorden (ogen horizontaal en aan de linkerzijde); woorden herhalen die gehoord zijn.
  • K: Kinestetische sensaties en gevoel (intern en extern, ook reuk en smaak, ogen onderaan recht); voelen, aanraken, warm, soepele tred, kietelen.
  • AD: Auditieve geluiden of woorden (ogen onderaan de linkerzijde); interne dialoog, praten tegen jezelf, “aha”

Vragen stellen om oogpatronen te kalibreren

VR

  • Welke kleur heeft je favoriete boek?
  • Welke kleur heeft het huis van de buren?
  • Is er een ronde tafel in je huis?

VC

  • Hoe ziet een zebra eruit met paars/oranje haar?
  • Hoe ziet een mier eruit met roze sokjes aan?
  • Wat ga je morgen doen?

AR

  • Hoe klinkt je favoriete instrument?
  • Hoe klinkt volledige rust en stilte?
  • Wat klinkt harder: jouw deurbel of een claxon?

AC

  • Hoe klinkt een piepende muis in een windtunnel?
  • Hoe zou een dweilorkest klinken op Mars?
  • Hoe klinkt mijn stem, als ik zou praten zoals Mickey Mouse?

AD

  • Hoe doe jij de dingen ‘s ochtends?
  • Wat zeg je tegen jezelf als je thuiskomt?
  • Hoe poets jij je tanden?

K

  • Hoe voelt het als je in de zon ligt?
  • Hoe voelt je rechtervoet aan als die slaapt?
  • Welke sok zit beter, die van je rechter- of van je linkervoet?

Bij onduidelijke oogpatronen kan je meer gedetailleerde vragen stellen. Vooral vragen met een vergelijking of contrast: Welke … is (vergelijking), … of …? Bijvoorbeeld Welke kleur is donkerder, bastogne- of ontbijtkoek?

Oefening Vragen om oogpatronen te kalibreren

Geef aan of de onderstaande vragen Vc, Vr, Ac, Ar, K (O,G) of Ad zijn

  • Hoe zou je huis er uit zien met roze verf?
  • Welke kleur had het haar van je moeder, toen je haar voor het laatst zag?
  • Ben jij je bewust van deze vraag?
  • Hoe gaat de melodie van je favoriete lied?
  • En hoe zou je favoriete lied klinken met kerstklokken op de achtergrond?
  • Hoe voelen smeltende sneeuwballen in je hand?
  • Wat zeg je nu tegen jezelf?
  • Hoeveel ramen heeft je huis?
  • Hoe klinkt een muntje dat op straat valt?
  • Hoe klinkt een grote sneeuwbui die in zee valt?
  • Hoe zou jij er uit zien met haar van goud?
  • Heb je voor meer ramen dan achter?
  • Wat zou beter zijn: je huis paars met witte stippen, of met rode strepen?
  • Welke kleur heeft je voordeur?
  • Wat zeg jij tegen jezelf net voordat je de fiets neemt?
  • Heb je een ronde spiegel in huis?
  • Hoe klinkt de zee?
  • Hoe zag vorig jaar de leukste kerstkaart er uit?
  • Hoe klinkt Donald Duck nadat hij een ballon met helium heeft ingeademd?
  • Hoe zal het voelen om op de maan te dansen?
  • Hoe smaakt je favoriete eten?
  • Hoe ziet de kaft van je favoritete boek er uit?
  • Hoe klinkt een krijtje op een schoolbord?
  • Hoe smaakt een grote hap watten?
  • Wat zeg jij tegen jezelf wanneer je een complimentje krijgt?
  • Wat zeg je tegen jezelf wanneer je voor de koelkast staat?
  • Wat vindt je van deze vragen?
  • Realiseer jij je wat hier nu gebeurd?
  • Hoe zie jij er uit als een teletubbie?
  • Hoe zou je kamer er uit zien wanneer deze blauw was?
  • Welke kleur had de kamer waar je bent opgegroeid?
  • Wat was het laatste wat ik gezegd heb?
  • Hoe voelt het wanneer je in een plas stampt?

Speciale oogwaarnemingen

  • Je kan aan de ogen zien of iemand ‘naar binnen gekeerd is’. Dat is het moment om ruimte voor nadenken te geven, of suggesties te geven (korte trance-staat).
  • Je kan aan de ogen zien waar iemand naartoe kijkt (richting) wanneer deze zich iets voorstelt: ver weg, dichtbij, hoog, laag etc.
  • TransDerivational Search (TDS): verwilderde oogpatronen, geeft aan dat iemand informatie zoekt, in verwarring is, en/of probeert betekenis te geven. Checken of na de TDS de informatie is gevonden, dan wel betekenis is gegeven kan handig zijn. Wederom een goed moment voor suggesties (korte trance-staat). Merk wat er gebeurt:
    • Je doet het weer, of niet soms…?
    • Misschien denk je aan de gedachten die je gisteren had…?
    • De vele kleuren die fruit kan hebben…
    • Er zijn leuke momenten geweest, nietwaar…?
    • Je bent nog iets vergeten, nietwaar…?
    • Wat is het dat je nu niet kan herinneren…?
    • Jij kan je beseffen dat je nu met een glimlach is altijd leuk…
    • Rijk zijn is een staat zijn zegt het woordenboek…
Posted by Rutger in NLP handleiding

Bereiken en vermijden, over motivatie

Gedrag wordt gemotiveerd op het diepste niveau door ons “reptielenbrein”. Of, zoals dat genoemd wordt: de 4 F’s of behaviour. Deze 4 F’s staan voor fight, flight, feed, fornicate, oftewel vechten, vluchten, voeden en voortplanten.

Motivatie om iets te doen dat niet gerelateerd is aan voortplanten of voeden, kan ofwel voortkomen uit het druk bezig zijn met het vermijden van iets onprettigs (vluchten), ofwel voortkomen uit het bereiken van iets prettigs (vechten). Daarbij aangetekend dat het hier gaat om VERWACHTINGEN die je hebt en niet zozeer over of iets daadwerkelijk prettig of onprettig is. Je stelt je voor dat een bepaalde actie een prettig of onprettig resultaat zal kunnen hebben, waarop je op basis van de verwachting van het resultaat begint te vechten of vluchten.

Motivatie die voortkomt uit een vermijdende strategie, vluchtgedrag dus om verwachte onprettige situaties te vermijden, is gebaseerd op negatieve energie waarop je leeg kan lopen. Motivatie die voorkomt uit het willen bereiken van prettige situaties, vechten voor plezier, is gebaseerd op positieve energie die je juist meer energie geeft. Motivaties zijn gelaagd, wat wil zeggen dat motivaties gebaseerd kunnen zijn op andere motivaties, en dat er een hiërarchie in je motivatiestructuur zit.

Sommige veelgebruikte waarden zoals rechtvaardigheid en eerlijkheid lijken aan de oppervlakte een positieve te bereiken waarde, maar komen feitelijk vaak voort uit vluchtgedrag, namelijk doordat het strijden (vechten) voor rechtvaardigheid onderliggend gemotiveerd wordt door het vermijden van situaties waarin onrechtvaardig en oneerlijk wordt gehandeld (verwachtingen op basis van eerdere negatieve ervaringen). Doorvragen naar onderliggende motivaties is dus belangrijk, zodat je duidelijk hebt of je met een bereiken of vermijden motivatie te maken hebt. Andere voorbeelden van een bereiken strategie die gevoed wordt door een onderliggende vermijden strategie kunnen zijn: afwisseling wensen (vermijden eerdere slechte ervaring met saai of eentonig werk), duidelijkheid wensen (eerdere slechte ervaringen met onduidelijkheden), gezien willen worden (eerdere slechte ervaringen met onzichtbaarheid/verwaarlozing), samen willen zijn (eerdere slechte ervaringen met eenzaamheid).

Veelal worden motivaties gezien als een gegeven, een onbewuste aanwezigheid en voorkeur. Veelal blijft de motivatiestructuur onbewust waardoor het niet mogelijk is deze te gebruiken, en zelfs tegen je kan werken. De gedachte in NLP is dat het beter is om “bereiken” motivaties te hebben, zodat je meer energie en plezier krijgt uit de dingen die je doet. Daarbij is wat je doet niet van invloed, maar wel de betekenis die je geeft aan wat je doet. Door middel van reframen kan je betekenis veranderen, en dus de energie die verbonden is aan een bepaalde handeling. In de NLP Master Practitioner leer je hoe je een waardestructuur in kaart brengt, en bovendien dat motivaties niet vaststaan, en hoe je motivaties kan veranderen (interventies op waardeniveau).

Doelen stellen, activeren, bereiken en vermijden motivatie

Activerend: het effect van de keuze van woorden

Stel je voor, morgen heb je een afspraak, en je wilt op tijd zijn om rustig een kop koffie te drinken, voordat de afspraak los gaat. Dat kan je op verschillende manieren tegen jezelf zeggen (Ad), door het anders te formuleren, door verschillende op hetzelfde neerkomende zinnen te gebruiken. Ga bij de volgende voorbeelden eens na, wat het effect van deze specifieke formulering op jou is, door het tegen jezelf te zeggen, en voel wat elke zin doet met jouw motivatie. Merk het verschil:

  • Ik moet morgen op tijd zijn voor de koffie
  • Ik mag morgen niet te laat zijn voor de koffie
  • Ik kan morgen op tijd zijn voor de koffie
  • Ik zal morgen op tijd zijn voor de koffie
  • Ik ben morgen op tijd voor de koffie
  • Als ik morgen niet op tijd ben, dan is er geen tijd voor rustig een kop koffie
  • Morgen ben ik op tijd voor de koffie
  • Misschien ben ik wel op tijd voor de koffie
  • Als ik morgen maar op tijd ben voor de koffie
  • Lekker, een kop koffie voor we starten morgen

Welke is voor jou het meest motiverend? En welke het minste? Is er wellicht nog een zinsstructuur die nog sterker werkt voor jou? Welk effect elke zin heeft op jou als individu is uniek. Ken je meest motiverende zinsstructuur, zodat wanneer je een doel stelt je het doel op de meest activerende manier kan stellen. Of, wanneer je ergens geen zin in hebt en je wilt dat versterken, gebruik dan je minst activerende zinsstructuur.

Wanneer je naar smArtie doelstellen kijkt, dan is de juiste formulering ACTIVEREND, dus in de meest motiverende zinsstructuur.

LET OP: jouw voorkeur is jouw voorkeur. Wanneer je iemand anders wilt motiveren zou je eerst zijn/haar meest motiverende zinsstructuur willen ontdekken.

Bereiken of vermijden effect op motivatie, door formulering en betekenisgeving

Beschrijft wat je WEL wilt bereiken Beschrijf wat je NIET wilt (vermijden)
Geeft positieve stemming Geeft negatieve stemming
YES fysiologie NO WAY fysiologie
Positieve drive, vechten, inzet om te bereiken Negatieve drive, vluchten, inzet om te vermijden
Posted by Rutger in NLP handleiding

Verder ontwikkelen na een NLP (Master) Practitioner

Als je nu een NLP opleiding hebt gedaan, en je bent door de technieken gelopen, je hebt de vaardigheden aangeleerd, weet dan dat je een keuze hebt. Je kan nu er voor kiezen om er klaar mee te zijn en het profijt van de opleiding te zien in de persoonlijke groei die je hebt meegemaakt door het doen van de oefeningen, of je kan er voor kiezen om de vaardigheden en oefeningen nog meer eigen te maken zodat het een onderdeel wordt je je (gedrags-)gereedschapkist. Zodat je meer tools hebt die je gemakkelijk kan inzetten, meer flexibel gedrag.

Een aantal voorbeelden van zaken die je jezelf zou kunnen aanleren om meer profijt voor jezelf uit de NLP (Master) Practitioner opleiding te halen (uitnodiging: blader nog eens door de manual, en kijk voor jezelf wat nog meer goed en leuk voor jezelf is!):

Pre-frames

Maak bewust gebruik van pre-frames. Ga na welk doel je hebt in je interactie, en hoe je een pre-frame kan gebruiken om richting je doel te komen.

We are not our moods

Een belangrijk aspect in communicatie is de stemming. Ben je met het verkeerde been uit bed gestapt, dan communiceer en filter je anders dan wanneer je happy, happy, joy, joy uit je bed komt. En, dat is wat anderen ook doen. Probeer eens aan te voelen in interacties welke ‘moods’ de ander zit, en anticipeer daarop, speel daarmee.

We all do our best; appreciate that and be present

Belangrijk, deels uit de NLP veronderstellingen, deels uit de houding bij NLP coaching. Trek dat stukje uit de opleiding en neem het mee naar je persoonlijke of professionele omgeving. Kijk eens wat er gebeurt, en hoe het je zou kunnen helpen in welke situaties. Praat met de persoon die daar aanwezig is, in plaats van met het beeld van de persoon dat je in je hoofd hebt gecreëerd.

Gebruik je stem bewust

Speel met intonaties, maak de warme kant van je stem de default. Toon betrokkenheid door je stem betrokken en empathisch te laten klinken. Wis je dat het meest (onbewust) overtuigend die mensen zijn die hun stem laten resoneren aan de onderkant van hun eigen bereik? Richt je stem naar de knie van je gesprekspartner; dat maakt
de stem minder confronterend, rustiger en het zorgt voor meer aandacht bij wat je zegt.

Gebaren

Voeg gebaren toe aan je communicatie, en kijk hoe het ondersteunt. Ontdek eens hoe bepaalde gebaren zonder woorden effect hebben. Experimenteer eens met het creëren van tegenstrijdigheid: dat wat je zegt neutraal laten zijn of meepratend (rapport) maar het gebaar sturend.
Een paar voorbeelden van gebaren die je kan gebruiken (automatiseren):
– Het omslaan van een bladzijde
– Het laten indalen van gevoel door te wijzen met je vinger
– Je hoofd schuin naar rechts houden (teken van kwetsbaarheid)
– Opzij vegen
– Met in gedachten de tijdlijn: opzij vegen of naar achteren/voren verplaatsen

Posted by Rutger in NLP handleiding

Multilevel communicatie met je stemrichting

Een manier om je stemgebruik een extra dimensie te geven, is de richting van je stem te gebruiken om extra informatie als anker mee te geven. Je kan je stem namelijk ‘richten’, en dit levert een unieke sensorische ervaring op waar je betekenis aan mee kan geven.

Wat we meestal doen is de stem richten op het focale gezichtspunt, of op de persoon waar we mee spreken. Met een beetje oefening kan je, terwijl je iemand aankijkt, je stem meer richting de buik van de gesprekspartner richten. Probeer dat eerst eens voor een spiegel, eerst technisch en wanneer je het onder de knie hebt, voel dan eens wat dit voor een verschil maakt of je tegen jezelf praat hoog in het eigen gezicht, of wanneer je lager tegen jezelf praat naar je buik.

Wanneer je daar een diepte bij hebt, experimenteer dan eens in drie tot vijf gesprekken met een echte gesprekspartner door afwisselend hoog en laag je stem te richten. Verander je stemrichting niet te snel, bij dit experimenteren, zodat je tijd hebt om te mindreaden hoe dit bij de ander wordt ontvangen. Ontdek welk onbewust proces hier speelt, en hoe je dit kan gebruiken.

Een andere manier om je stemrichting te gebruiken, is bij bijvoorbeeld presentaties. Wanneer jij je stem richt op de voorste rij, dan zal je moeilijk te verstaan zijn achterin. Probeer je stem dan (tenminste, als je beter verstaanbaar wilt zijn; dat kan een keuze zijn) zowel te verspreiden, als achterin te laten landen.

Nog een andere manier is om aandacht te geven op een onbewuste manier aan iemand speciaal. Wanneer je iemand een boodschap wilt meegeven in een groep, dan kan je dat rechtstreeks doen, of met je stem op een meer verhulde manier. Wil je dat met je stem doen (bijvoorbeeld in een vergadering, of tijdens een les, of whatever) dan kan je een algemene boodschap toch richten op iemand specifiek door enkel je stem richting de bedoelde ontvanger te richten. Let er op dat wanneer je de persoon aankijkt het richten van de stem niet meer verhuld is, en dan kan het confronterend worden. Probeer het enkel met je stem te doen.

Vervolgens kan je ook door je stemrichting bepaalde woorden benadrukken, of embedded commands richten. Door bijvoorbeeld bij de zin “Ik laat het gewoon gebeuren.” je stem tijdens “LAAT HET” te richten op de persoon die ongewenst gedrag vertoont te richten, zal de onbewuste boodschap dat de persoon het gedrag moet laten verhuld binnenkomen. Dit vergt enige oefening en voorbereiding, en is zeker de moeite waard om vaardig in te worden.

Tot slot kan je dan je stemrichting nog gebruiken om ankers te zetten en af te vuren. Een simpel voorbeeld zou ik kunnen tekenen in een situatie waar een coach praat met een coachee. In dit gesprek wil de coach drie onbewuste signalen installeren: neutraal, ja/goed/doen/positief en nee/fout/laten/negatief. Daarvoor heb je drie stemrichtingen nodig, en de coach kiest om de stem te richten op de coachee zijn/haar knieën voor neutraal, richting het rechteroor voor positief en richting het linkeroor voor negatief. Tijdens de intake start de coach gelijk met ankeren en betekenisgeving. Algemene gegevens worden besproken met de stem gericht op de knieën. Problemen en mislukkingen herhaalt de coach met stem gericht op linkeroor, en wensen en successen worden herhaalt richting het rechteroor, consequent om de betekenisgeving sterker te maken. Testen van het anker kan de coach doen door een neutrale vraag als bijvoorbeeld “En, helpt dat?” te stellen naar het rechter- of linkeroor, en te kalibreren of het antwoord in lijn ligt met de gekozen richting. De coach blijft vervolgens de betekenisgeving consequent herhalen om het anker opgeladen te houden, en vuurt het af wanneer deze het nodig acht.

Let op opmerkzame mensen dit kunnen doorzien. In dat geval kan je het effect nog steeds gebruiken, alleen zorg je er voor dat je signaal subtieler wordt. Minder opmerkzame mensen kunnen juist een probleem hebben met het onderkennen van de verschillen in het stemgebruik. Je zou dan je signaal kunnen versterken door bijvoorbeeld met je vinger te wijzen in de richting van je stem (visueel signaal toevoegen) of met pauzes de verandering van richting te benadrukken, of de aandacht van de toehoorder kunnen versterken door wat onduidelijker te gaan articuleren. Sowieso kan je er rekening mee houden dat de toehoorder minimaal drie tot vijf het onbewuste signaal moet ervaren voordat de binding ontstaat (het leereffect optreedt) tussen betekenis en signaal.

Het gebruiken van je stemrichting als extra communicatiekanaal (je geeft een extra laag mee in je communicatie) is een goed voorbeeld van de zogenoemde multilevel communicatie, zoals Milton Erickson die gebruikte.

Posted by Rutger in NLP handleiding

NLP reframing

In de jaren ’60 heeft Aaron T. Beck cognitieve therapie ontwikkeld. Beck werkte met depressieve patiënten, en ontdekte dat deze patiënten last hadden van negatieve gedachten. Beck hielp zijn patiënten door de impact van negatieve gedachten in te zien, en leerde ze om hun mindset te veranderen om meer positief te denken. Beck heeft de term reframe geïntroduceerd binnen het kader van zijn onderzoek. Hij definieerde een cognitieve distortie als zijnde ‘overdreven en negatieve gedachten die niet worden ondersteund door een rationeel proces’, cognitieve herstructurering als zijnde ‘het therapeutische proces om een mindset van negatief naar positief te brengen’ en tot slot definieerde hij reframing (herkadering) als ‘elke generieke verandering in de mindset’ (dus bewust en onbewust, positief of negatief, elke gewaarwording die leidt tot een ander inzicht).

Vooral de termen herstructurering en herkadering worden vaak onbewust en onbedoeld door elkaar heen gebruikt, als ware het dat reframing/herkadering enkel het veranderen van een negatieve mindset naar een positievere mindset zou zijn, wat dus eigenlijk restructuring/herstructurering heet. Restructuring is een subset van Reframing, Restructuring is dat deel van Reframen dat bewust stuurt naar een positievere mindset, terwijl Reframing elke verandering in de mindset omvat.

De basis van NLP is de methode van modelleren, dus het vangen van gedrag in een overdraagbaar model. Dat betekent dat veel ‘hogere ideeën en concepten’, zoals reframen, onderdeel zijn van de basisvaardigheden van NLP, en voor de buitenstaander niet zozeer terug te vinden zijn in een algemeen model maar des te meer gedestilleerd kunnen worden uit de NLP technieken; uitgewerkte strategieën die stap voor stap als in een recept leiden tot een specifiek resultaat, die zowel inter- als intrapersoonlijk te gebruiken zijn.

Voor de leek gaat NLP enkel over positiviteit in mindsets, mede dank zij de diverse NLP succesgoeroes (NLP is pre-framed). Zo is er de NLP techniek constructief reframen van Robert Dilts die herstructureren inherent in zich heeft: je plaatst het probleem in het kader van het resultaat, van de intentie of in het kader van een kans. Dit is de meest eenvoudige vorm van NLP reframen, zoals je die kan vinden in de NLP basisveronderstellingen en in de vijf voorwaarden van Excellentie.

En NLP maakt in het herstructureren onderscheid tussen een “Ja maar”, een “Ja en” en ook een “Ja ook als” frame. Een extra tint tussen negatief en positief. En NLP is niet normatief: NLP is situationeel, NLP wil effectief zijn in een specifieke context, positief denken in mogelijkheden is niet beter wanneer de mogelijkheden ongewenst zijn 🙂

Ook “Hoe doe je dat” behoort tot de scope van NLP reframing. Veelgebruikte en gedocumenteerde algemene strategieën als het gebruiken (en/of afwijken van) van een pre-frame (bepalen of afwijken van de spelregels), achteraf ‘framen’ ofwel spinning, het gebruiken van een contrastframe en/of geleidende schaalframe, een outcomeframe, een negatieframe, een evidenceframe, een as-if frame, een ecologieframe en een backtrackframe. “Hoe doe je dat” van NLP reframing omvat het hele proces van betekenis geven: 1) Initieel framen (initieel betekenis geven), 2) Reframen (betekenis veranderen) en 3) Deframen (betekenis verwijderen).

Een paar voorbeelden van NLP technieken die voorbij gaan aan het enkel herstructureren:

  • Nieuwe inzichten door rolwisseling in de 4 metaposities van John Grinder,
  • Nieuwe inzichten door de six-step-reframe (John Grinder en Richard bandler),
  • Ridiculisering als strategie voor problemen door Richard Bandler,
  • Onbewust afhandelen als strategie in New code van John Grinder.
Posted by Rutger in NLP handleiding

NLP Metaprogramma’s

Metaprogramma’s geven informatie over hoe we onze aandacht richten, hoe we met onze wereld omgaan, hoe we waarnemen en hoe we met informatie filteren. Metaprogramma’s behoren tot de onbewuste filters (zie NLP communicatiemodel), en bevinden zich in de neurologische niveau’s van Dilts tussen IDENTITEIT en WAARDEN, en zijn dus rol- en context-gebonden. Metaprogramma’s liggen niet vast, en kunnen veranderen.

  • Vaste patronen in waarnemen, denken en voelen die we laten zien in ons (non-) verbaal gedrag.
  • Vaste patronen die ons in vergelijkbare situaties steeds hetzelfde laten reageren.
  • Onbewust, stress- en contextgebonden.
  • Metaprogramma’s zijn niet zwart-wit, maar grijstinten (verdeling en indeling op een schaal)
  • Aansluiten bij metaprogramma verfijnt rapport.
  • Diversiteit van metaprogramma’s binnen een team verhoogt teamprestatie.
  • Kennen van de metaprogramma’s (met name de originele Jung-typologie) levert een schat aan informatie op bij het begrijpen van jezelf en anderen, het in kaart brengen van problemen en doelen bij coaching.
  • Bij het modelleren zijn de metaprogramma’s een bron van informatie over de wijze van filteren.
  • Verschil in metaprogramma’s kan leiden tot verschil in resultaat bij dezelfde strategie.

Misschien dat je denkt dat iets nieuws is, maar de voorkeur van zintuigsysteem is een metaprogramma dat je (wellicht) al kent.

Basis metaprogramma’s (Jung typologieën)

Extern gedrag (energie voorkeur)

Houding in de richting van de buitenwereld. Hoe mensen energie krijgen en gebruiken.

Wanneer het tijd is om je mentale batterij op te laden, geef je er dan de voorkeur aan om alleen te zijn (Introvert), of met mensen (Extravert)?

 

Introvert          25% (ervaring spiegelend aan MOW, rustig, concentratie, schriftelijk)

  • Houdt van een rustige omgeving om zich te concentreren
  • Interesse in achtergronden, theorieën en concepten.
  • Handelt doordacht, soms afwachtend, houdt van onafgebroken werken
  • Houdt niet van interrupties
  • Nieuwe ideeën door rustig na te denken
  • Denkt na voor een antwoord of reactie, rustig en ingetogen
  • Houdt van tweegesprekken met doordachte standpunten en conclusies
  • Liever schriftelijk dan mondeling

Extravert         75% (ervaring spiegelend aan omgeving, initiatief, expressief, mondeling)

  • Houdt van afwisseling en actie
  • Interesse in praktische uitvoering en hoe anderen iets doen
  • Handelt snel en soms impulsief, houdt van opschieten
  • Houdt van onderbrekingen
  • Nieuwe ideeën door gesprekken
  • Reageert snel, zonder lang nadenken, enthousiast en luidruchtig
  • Houdt van groepsgesprekken en brainstormen
  • Liever mondeling dan schriftelijk

Intern proces (aandachtsvoorkeur)

Hoe nemen we informatie tot ons? Verzamelen en opnemen.

Als je een bepaald onderwerp gaat bestuderen, zou je dan meer geïnteresseerd zijn in de feiten en toepassingen daarvan (Sensor), of zou je meer geïnteresseerd zijn in de ideeën en de relatie tussen de feiten en de toepassingen daarvan in de toekomst (iNtuitor)?

 

Sensor            75% (zintuigen, realist, praktisch, details, feiten)

  • Werkt het liefst op basis van opgedane ervaring en een vast, bekend patroon
  • Plezier in toepassen van goed ontwikkelde kennis en vaardigheden
  • Mate van wantrouwen naar eigen ingevingen en inspiratie
  • Zeer accuraat
  • Houdt van praktisch bezig zijn
  • Goed oog voor detail, en onderbouwt met feiten
  • Houdt van stabiliteit en geleidelijk veranderen
  • Vraagt vooral om feitelijke onderbouwing
  • Vraagt om praktische en realistische toepassingen
  • Geeft voorbeelden uit eigen ervaring
  • Waardeert kritiek en suggesties mits eerlijk en bruikbaar
  • Ordelijke stap-voor-stap benadering
  • Werkt volgens agenda; wijkt liever niet af
  • Verwijst naar specifieke voorbeelden

iNtuitor            25% (intuïtie, dromer, creatief, betekenis, verbanden, ideeën)

  • Houdt van aanpakken/oplossen van nieuwe ingewikkelde zaken en problemen
  • Plezier in het aanleren van nieuwe kennis en vaardigheden
  • Laat zich makkelijk leiden door eigen ingevingen en inspiratie
  • Houdt niet van nauwkeurig en zorgvuldig controleren van feitelijke informatie
  • Houdt van vernieuwend bezig zijn
  • Goed oog voor de grote lijn, en benadert vanuit globaal overzicht
  • Houdt van regelmatige en radicale verandering
  • Vraagt vooral om een algemeen kader, de grote lijn
  • Stelt toekomstmogelijkheden aan de orde
  • Geeft graag eigen inzicht en visie
  • Waardeert kritiek en suggesties die origineel zijn, of een nieuw perspectief bieden
  • Laat ruimte voor veel invalshoeken
  • Geen probleem met afwijken van agenda
  • Verwijst naar algemene concepten

Interne staat (beslissingsvoorkeur)

Hoe krijgen we toegang tot states (stemmingen) en hoe nemen we beslissingen.

Denk aan een werksituatie waarin je problemen had. Denk aan een werksituatie waarin je gelukkig was. Wanneer je een beslissing neemt in een werksituatie, is deze dan meer gebaseerd op argumenten en logica (Thinker) of op persoonlijke waarden (Feeler)?

 

Thinker           45% V, 55% M (denken, vastberaden, analytisch, redelijk)

  • Komt via een logische, analytische weg tot besluiten / conclusies
  • Kan ook presteren in minder harmonieuze omgeving
  • Kan ongewild gevoelens kwetsen, zonder dit zich bewust te zijn
  • Neemt beslissingen op basis van zakelijke overwegingen
  • Standvastig in denken en kritische instelling
  • Normatief, en handelt vanuit algemene (erkende) principes
  • Kort en bondig
  • Ziet graag concrete voor- en nadelen op een rijtje
  • Reageert intellectueel, objectief en kritisch
  • Laat zich overtuigen door ratio in argumentatie
  • Presenteert doel en te bereiken resultaten eerst
  • Gevoelens en emoties van anderen zijn feiten om rekening mee te houden
  • Gericht op inhoud

Feeler             55% V, 45% M (voelen, sympathiek, normen en waarden, zachtmoedig)

  • Besluit op basis van waardeoordelen
  • Werkt best in harmonieuze omgeving
  • Doet graag een plezier, is graag ter wille, ook met kleine dingen
  • Laat zich makkelijk beïnvloeden door persoonlijke wensen en voorkeuren
  • Wil graag sympathiek overkomen, houdt niet van corrigerend of kritisch optreden
  • Evalueert en handelt vanuit normen en waarden
  • Houdt van dialoog in ontspannen sfeer
  • Hoort graag de waarde en menselijke impact van verschillende alternatieven
  • Reageert gevoelsmatig, subjectief, waarderend, vanuit een interpersoonlijke focus
  • Laat zich overtuigen door persoonlijke betrokkenheid en enthousiasme
  • Presenteert gemeenschappelijke punten en belangen eerst
  • Rationele objectiviteit is iets dat nog op waarde moet worden getoetst
  • Gericht op relaties

Adaptie operator (levensvoorkeur)

Hoe we ons aanpassen aan de omgeving en hoe we ons leven inrichten

Als wij samen een project zouden doen, zou je er dan de voorkeur aan geven dat het project gepland en keurig uitgewerkt was (Judger), of zou je er de voorkeur aan geven dat we in de gelegenheid waren om heel flexibel te zijn in het project (Perceiver)?

 

Judger            50% (beoordelen, plannen, systematisch, past leven aan zichzelf aan)

  • Voorkeur voor plannen en volgens plan uitvoeren
  • Ziet nieuwe dingen en nodige wijzigingen makkelijk over het hoofd
  • Zorg voor goed regelen en afronding
  • Tevreden wanneer beslissing is genomen of conclusie is bereikt
  • Snelle beslisser
  • Zoekt structuur en systematiek
  • Ordelijke planning, tijdplanning, harde deadlines
  • Probeert verrassingen te vermijden
  • Verwacht doorzettingsvermogen
  • Geen onduidelijkheid over standpunten en beslissingen
  • Praat in termen van resultaat, vorderingen, zinvolheid, koers
  • Sterk gericht op taken

Perceiver       50% (waarnemer, op je af laten komen, flexibel, past zich aan het leven aan)

  • Flexibel in werk en past zich aan omstandigheden aan
  • Stelt onplezierige taken uit
  • Houdt ruimte voor aanpassingen
  • Nieuwsgierig van aard, blij met nieuwe invalshoeken
  • Stelt beslissingen makkelijk uit op zoek naar alternatieven en opties
  • Past zich makkelijk aan, heeft verandering nodig
  • Geen moeite met plannen en tijdsplanning; wel met harde deadlines
  • Houdt van verrassingen en improviseert veel
  • Verwacht aanpassingsvermogen
  • Ziet beslissingen en standpunten als voorlopig
  • Praat in termen van mogelijkheden, kansen, onafhankelijkheid en flexibiliteit
  • Sterk gericht op samenwerking, met name op afstemming

Temperament

Met de basismetaprogramma’s kunnen 4 zogenoemde temperamenten worden onderscheiden. Een kort overzicht van deze temperamenten hieronder:

Believer – SP Traditionalist – SJ Rationalist – NT Idealist – NF
Doen Erbij horen Begrijpen Van betekenis zijn
Direct Verantwoordelijk Visie Charisma
Pragmatisch Georganiseerd Intelligent Creatief
Impulsief Dienstbaar Onafhankelijk Gevoelig
Spontaan Nauwgezet Analytisch Inspiratie
Avontuurlijk Grondig Helder Bevlogen
Tactische kracht Logistieke kracht Strategische kracht Diplomatieke kracht
Kernbehoefte SP Kernbehoefte SJ Kernbehoefte NT Kernbehoefte NF
Vrijheid van handelen Lidmaatschap of er bij horen Meesterschap of zelfbeheersing Betekenis en gewicht
Vermogen om invloed te hebben Verantwoordelijkheid of plicht Kennis en bekwaamheid Unieke identiteit

 

Andere metaprogramma’s

Richting filter

Benaderen: bepaald makkelijk het doel, en ziet soms risico’s over het hoofd. Denkt vooruit, is doelgericht, positieve energie, wil bereiken. Soms te veel initiatieven tegelijk, soms dingen niet afmaken.

Vermijden: Bewust van risico’s, veiligheid is belangrijk. Kan risico’s goed herkennen en inschatten. Soms overdreven voorzichtig. Soms moeite met nieuwe ervaringen; is sneller verward.

Redenfilter

Mogelijkheid: Ziet mogelijkheden. Kan, mag en wil. Heeft ruimte. Heeft keuzes. Mist soms begrenzing. Soms gebrek aan motivatie. Goed in ontwikkelen procedures. Gelooft dat er betere manieren zijn.

Noodzakelijkheid: Moet, het hoort zo, noodzaak. Er zijn regels, er is houvast. Beperkend als je geen keuze hebt. Goed in volgen procedures. Doet dingen graag “op de juiste manier”.

Referentiekader filter

Intern: Baseert beslissingen op eigen oordeel, gevoelens en mening. Blijft gemotiveerd, ook met weinig feedback en schouderklopjes. Soms te weinig luisteren naar goede raad en adviezen. Beslist makkelijk.

Extern: Hecht veel waarde aan mening van anderen. Neemt beslissingen op concrete feiten, bewijzen en gevoel van anderen. Kan stress ervaren bij weinig feedback. Kan besluiteloos zijn. Vraagt voortdurend om advies en gebruikt dat naar eigen inzicht.

Overtuigingsfilter: zintuigen

Geeft weer hoe je deze persoon bij coachen (of verkopen 😀 ) het beste kan benaderen.

Zien overtuigt binnen V

Horen overtuigt binnen A

Lezen overtuigt door taal Ad

Doen overtuigt door K

Overtuigingsfilter

Geeft weer hoe je deze persoon bij coachen (of verkopen 😀 ) het beste kan benaderen, en hoe vaak herhaling nodig is.

Relatiefilter

Hetzelfde: leert door GOEDE voorbeelden na te doen. Wil dat de wereld gelijk blijft; conservatief. Houdt niet van verandering.

Verschillend: leert door FOUTEN te verbeteren. Houdt niet van stabiele en statische situaties. Progressief.

Extreem verschillend (mis-matchers) vertel je precies het tegenovergestelde van wat je wilt, om te bereiken wat je wilt.

Managementrichting filter

Iemand die de 1e vraag met nee beantwoord zal meer inhoudelijk advies en sturing nodig hebben bij coaching, dan iemand die daar ja antwoord. Door aan te sluiten bij deze overtuigingen bouw je beter rapport op. (“En ik weet dat jij weet wat zij nodig hebben om nog beter hun werk te doen, blablabla”)

Actiefilter

Proactief: Neemt vaak initiatief en handelt snel. Soms eerst doen, dan pas nadenken. Initieert. Kan impulsief zijn. Zorgt dat dingen gebeuren.

Reactief: Nadenkend en reflecterend. Neemt tijd om voor te bereiden, te analyseren en te begrijpen. Wacht soms te veel af, kan vervallen in denken zonder doen.

Affiliatiefilter (aansluiting)

Onafhankelijk speler (IK): Spreekt in termen van IK en wat het MIJ oplevert. Gaat er van uit dat mensen voor zichzelf zorgen. Werkt graag alleen. Zorgt goed voor zichzelf en raakt niet verstrikt in de problemen van anderen. Werkt niet gemakkelijk in teamverband. Kan soms onverschillig overkomen.

Teamspeler (WIJ): Zorgt dat iedereen zich goed voelt. Houdt veel rekening met anderen. Wil graag en goed samenwerken. Heeft de neiging anderen voor te laten gaan. Heeft soms moeite met zelfstandig beslissen.

Managementspeler (IK en ZIJ): Werkt graag met anderen, met een eigen duidelijke verantwoordelijkheid. Kan zowel samen als alleen werken. Heeft soms moeite met delen en delegeren van verantwoordelijkheid. Heeft soms moeite met erkenning van (het belang van) de rol van anderen.

Werkpreferentiefilter

Rapport: richt je aandacht op hetzelfde.

Primair interesse filter

Patronen in de inhoud geven aan waar de aandacht ligt. Rapport: richt je aandacht op hetzelfde.

Chunk size filter

Rapport: richt je aandacht op hetzelfde. Sterke overeenkomst met Sensing/iNtuition.

Dualisme filter

Zwart-wit: denkt in ja/nee. Duidelijk. Mist soms relativering en nuance.

Grijstinten: denkt in glijdende schalen. Kan ruimte laten voor interpretatie.

Tijdopslagfilter

In-time (in de tijdlijn): Perceiver. Leeft in het hier en nu, verdiept in het moment. Goede concentratie op taken, en emotioneel en mentaal betrokken. Kan de tijd uit het oog verliezen, en daardoor te laat zijn op afspraken.

Through-time (overzicht op verleden/heden/toekomst): Judger. Meestal op tijd voor afspraken. Goede planner. Geeft soms de indruk niet betrokken te zijn. Plannen maken en op tijd zijn kan belangrijker ervaren worden dan de ervaring zelf.

Informatieverwerkingsfilter

Belangrijk voor de aanpak tijdens een gesprek. Geef je mee en laat je bezinken, of is het dit gesprek waar het gebeurt.

Luisterstijl filter

Rapport: laat je spreken aansluiten bij de luisterstijl.

Spreekstijl filter

Rapport: laat je luisteren aansluiten bij de spreekstijl.

Modale operatoren van volgorde filter

De modale operatoren van volgorde geven de meest motiverende sequentie weer. Door deze structuur te gebruiken kan je motivatie installeren.

Planningsfilter

Opties: heeft graag keuzes en neemt alle opties mee. Overweegt alle opties, en geeft ook vaak keuzes aan anderen. Kan soms aarzelen, en beslissingen uitstellen tot het niet meer kan.

Procedures: Werkt vaak met schema’s en lijstjes om zaken ordelijk af te werken. Houdt niet van veel keuzes. Heel efficiënt en houdt zich aan de regels. Vindt soms de procedure belangrijker dan het werk, soms bureaucratisch en vertragend.

Tijdsoriëntatie filter

Ligt de focus op de voltooide tijd (verleden), de tegenwoordige tijd (heden) of op de toekomstige tijd (toekomst).

Verleden: wat was, kijkt naar het heden door de bril van het verleden, geen contact met de toekomst, geniet na.

Heden: wat is, kijkt naar wat zich hier en nu aandient, weinig contact met verleden en en toekomst, geniet van.

Toekomst: wat zal zijn, de toekomst bepaald het heden, moeite met zicht op heden en weinig/geen contact met het verleden, verheugd zich op.

Emotionele stress respons filter

Denken/gedissocieerd: weinig emotioneel betrokken, stress-bestendig, overzicht.

Voelen/geassocieerd: emotioneel betrokken, stress, hier en nu.

Aandachtsfilter

Sorted by self – IK: evalueert de communicatie op basis van eigen gevoelens, het eigen MOW staat centraal, aandacht is op zichzelf gericht, duidelijk in het stellen van eigen grenzen, weinig oogcontact, half luisteren, veel gebruik van “IK”, kan naar achteren leunen.

Sorted by others – DE ANDER: stemt af op anderen en hun criteria, het MOW van de ander staat centraal, betrekt reacties van anderen in de evaluatie van de communicatie, kan makkelijk over eigen grenzen heen gaan, veel oogcontact, aandachtig luisteren, veel gebruik “JIJ/U”, kan naar voren leunen.

Sorted by us – WIJ: Betrekt het handelen op het hele systeem, gaat uit van wat goed is voor het systeem. Ziet zichzelf als onderdeel van een groter geheel en werkt grensvervagend, veel gebruik “WIJ”.

 

 Tips voor metaprogramma’s

  • Het dualisme metaprogramma is een interessante. Zwart-wit denkers zullen submodaliteiten op verschillende plaatsen opslaan, terwijl grijsdenkers vaker een lijn of continuüm zullen ervaren.
  • Judgers gebruiken het T/F metaprogramma om te beoordelen. Perceivers gebruiken het S/N metaprogramma om waar te nemen.
  • Introverte personen die Voelen, voelen op basis van hun MOW, intern, en zijn (lijken) Denkers aan de buitenkant. Introverte personen die Denken, denken op basis van hun MOW, intern, en zijn (lijken) Voelers aan de buitenkant. Hierdoor krijgen Introverte personen veelal onjuiste feedback over hun denken/voelen uit hun omgeving.
  • Een letterlijke luisteraar zou complimenten van een afgeleide spreker kunnen missen.
  • Een afgeleide luisteraar zou kunnen ervaren dat welke vraag dan ook een verzoek tot actie is.
  • Scherpe vragen, metamodel vragen etc. kan je het beste zachter stellen (intonatie). Zachter verhoogt de aandacht enerzijds, vermindert weerstand anderzijds.

 

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

Hiërarchie van delen

Als er sprake is van meerdere interne conflicten dan betekent dat dat er dus verschillende onbewuste programma’s, dan wel delen, intern bestaan voor meerdere vergelijkbare situaties. Deze delen hebben uiteindelijk, in de up-chunk, hetzelfde voor ogen, alleen in de down-chunk streven ze iets anders na wat leidt tot het schijnbare conflict.

 

Aangezien de delen niet in staat zijn om meer dan zichzelf te sturen, om de afweging te maken welk deel wanneer actief wordt, betekent dat dat er een soort managementdeel moet zijn, dat bepaalt welk deel wanneer voorrang krijgt. Er moet een meta-deel zijn dat weet welke delen er zijn, een compleet overzicht heeft, en dat de beslissing neemt welk deel wanneer actief wordt.

 

Ik vraag me af of ik zou kunnen praten tegen dat deel, dat als enige functie heeft, het beheren van alle delen op het onbewuste niveau, en ik zou het deel wel willen vragen “Wat is je allerhoogste doel… dat wanneer compleet… betekent dat je geen andere functie meer hebt dan totale integratie… en zou je aan de delen die je beheert kunnen vragen… om te overwegen wat de allerhoogste bedoeling… de hoogste intentie… van jouw als individu is… totaal zijn… en terwijl zij de hoogste intentie overwegen… vraag ik me af of zij in contact kunnen komen met die hoogste intentie… deze hoogste bedoeling een naam kunnen geven… nu… wat wanneer compleet… zorgt voor volledige algehele integratie op onbewust niveau… met behoud van alle goede lessen… ik zou willen voorstellen om je onbewuste nu toe te staan… om op onbewust niveau te integreren… om totaal en compleet één geheel te zijn…”.

Posted by Rutger in NLP handleiding

NLP over waarden

Waarden

  • Waarden sturen gedrag, motiveren.
  • Waarden worden gebruikt om te evalueren.
  • Waarden worden uitgedrukt in nominalisaties en abstracties.
  • Waarden zijn filters van wat belang heeft, wat belangrijk is
  • Waarden zijn deels bewust, en deels onbewust.

 

Waarden komen voor in contexten (contexten worden op identiteitsniveau door rollen bepaald), zoals carrière, financieel, gezondheid, fitheid, familie, ontwikkeling, sexualiteit, gezin. Normen zijn externe (bijvoorbeeld culturele) waarden, waarden zijn intern.

 

Waarden zijn synesthesieën: de woorden die ze beschrijven (Ad label, oppervlaktestructuur) vertegenwoordigen een Interne Representatie (VAKOG, dieptestructuur), die gelijktijdig is verbonden met sensaties (K).

Waardeconflicten

Opeenvolgende incongruentie, of te wel een vaker terugkerend conflict is het bereiken-vermijden conflict. Daarbij is de motivatie niet gericht op het bereiken van de waarde, maar op het voorkomen van het tegengestelde, de flipside. Deze vorm van motivatie heeft tot gevolg dat je motivatie verliest hoe dichter je bij de waarde, en dus verder van de flipside, komt. Door het verlies van motivatie zak je weer terug (vaker terugkerend) naar de flipside, waardoor de motivatie stijgt om weer aan de slag te gaan. Een jojo-effect. Bovendien is het vermijden van deze flipside een bron van leeglopende energie, negatieve energie.

Opeenvolgende incongruentie los je op met een tijdlijn.

 

Gelijktijdige incongruentie, of te wel op hetzelfde moment is er een conflict tussen twee verschillende waarden. Beide waarden zijn in conflict omdat ze elkaar onmogelijk maken of beconcurreren. Hoe meer je waarde 1 krijgt, hoe minder je waarde 2 krijgt, en hoe meer waarde 2 je krijgt, hoe minder je waarde 1 krijgt. De waarden kunnen zowel benaderend als vermijdend zijn.

Als voorbeeld zou zo een conflict kunnen ontstaan tussen waarden als VRIJHEID en VRIJE TIJD enerzijds, CARRIERE, GELD en PRESTIGE anderzijds.

Gelijktijdige incongruentie los je op (nadat je eventuele opeenvolgende incongruentie hebt opgelost) middels een visual squash.

 

Morris Massay

Volgens Morris Massey zijn er drie belangrijke periodes in ons leven waarin waarden worden ontwikkeld.

 

  1. De Imprint Periode (0-7). Tot de leeftijd van zeven, zijn we als sponzen, alles om ons heen absorberend, en veel daarvan accepteren we als waarheid. Zeker als het komt van een autoriteit in ons leven (ouders, juf, meester etc.). Belangrijk onderdeel in deze periode is het ontwikkelen van een gevoel van goed en slecht, goed en fout.

 

  1. De Modelleer periode (8-13). In de leeftijd van 8 tot 13 jaar, gaan we mensen nadoen. Vaak onze ouders, maar ook andere mensen. We nemen niet langer blindelings dingen aan, maar we proberen dingen uit, of het goed voelt, als kleren. We kunnen erg tegen anderen opkijken, geïmponeerd worden en sterk onder de indruk zijn. Van mensen, maar ook van bijvoorbeeld religie.

 

  1. De Socialisatie periode (13-21). Tussen de 13 en 21 worden we erg beïnvloed door onze gelijken, onze “peers”. Terwijl we ons ontwikkelen als individu, en naar manieren zoeken om het oude los te laten, gaan we op zoek MET mensen die als net zoals ons zijn. Erg invloedrijk zijn hier de media, vooral de media die aansluiten bij de waarden van deze generatie, de populaire media.

 

Aanvullende bronnen geven aan dat de periode van 21-28 jaar zich kenmerkt door het besef dat men leeft; een leven heeft. We gaan in deze periode een plan maken, we gaan kiezen wat we gaan doen in ons leven (keuzes op het gebied van huisje, boompje, beestje, en ook werk en gezin). De opvolgende periode (28-35 jaar) kenmerkt zich door het realiseren van het plan uit de vorige periode. Carriere, geld, relatie en inkomen zijn de focus om het plan uit te voeren. De daaropvolgende periode, wanneer je klaar bent met het realiseren van het plan, wordt perfect beschreven door Doe Maar, in het liedje “Is dit alles?”, je bent klaar met het realiseren en inrichten van je leven, wat nu? Hier wordt contact met de innerlijke waarden belangrijk, zingeving gaat centraal staan.

Evolutie van waarden

Spiral dynamics™

Spiral dynamics™ is een gelaagd model dat bewustzijnsontwikkeling beschrijft, op zowel persoonlijk als collectief niveau. Het is dus te gebruiken voor personen, en ook organisaties en zelfs samenlevingen.

Het model is gezamenlijk ontwikkeld door de Amerikaanse managementconsultants Don Beck en zijn student Chris Cowan. Beck en Cowan baseerden zich op de “Emergent Cyclic Levels of Existence Theory” van de psycholoog Clare Graves.

Memes

Een meme is een zichzelf vermeerderende eenheid van de culturele evolutie, en wordt ook wel omschreven als een besmettelijk informatiepatroon. Meme betekent een idee dat zich onder informatiedragers verspreidt (bijvoorbeeld de menselijke hersenen en sociale netwerken).

Niveau’s

Spiral Dynamics™ beschrijft acht niveaus van toenemende complexiteit. De 1e 6 lagen (tiers) zijn de lagen van levensonderhoud (“Subsistence”), de bovenste 2 lagen zijn de lagen van bestaan (“Being”). Het is een sequentiële groei, die iedereen (persoon, organisatie, samenleving) doormaakt. Hogere lagen zijn gebaseerd op complexere ideeën. Uiteindelijk zullen de complexere ideeën de minder complexe ideeën overwinnen omdat deze meer gradaties van vrijheid bieden om te handelen overeenkomstig met de leefomgeving. De mate van groei wordt beperkt door de mate van kunnen bevatten van de complexere ideeën.

 

Beschrijving per niveau

  1. Bruin – Overleven: Het eerste en laagste bewustzijnsniveau is de beige meme. Dit is het niveau van de troep, gericht op overleven.
  2. Paars – Geborgenheid: Dit is het niveau van de stam, de hechte sociale eenheid waar de persoon onlosmakelijk mee verbonden is en zich desnoods voor opoffert. Een idee is een goed idee omdat het eerbiedwaardige stamhoofd het zegt.
  3. Rood – Macht: Dit is het niveau van de feodale rijken, met een hiërarchische machtsstructuur. Personen zijn hierin onderdelen van een machine die gemanipuleerd kan worden door de machtshebber. Een idee is een goed idee omdat het MIJ hier en nu past.
  4. Blauw – Orde: Dit is het niveau van de conventionele samenleving. Goed en fout zijn hier vaststaand. Conventioneel: de dingen zijn zoals ze zijn, want zo zijn ze. Waarheid is hier voorgegeven door de conventies en tradities. Een idee is een goed idee omdat het binnen de wet past.
  5. Oranje – Succes: Dit is bij uitstek het niveau van de individualistische, kapitalistische samenleving. Waarheid wordt gevonden door logische redenaties en empirisch onderzoek, waarna de juiste conclusie overblijft. Het is een individualistisch niveau; de mens ervaart en beschouwt zichzelf bij uitstek als een individu, een eiland op zichzelf. Een idee is een goed idee omdat het bij mijn plannen en doelen past.
  6. Groen – Gemeenschap: Groen is het niveau van het relativisme: je kan het zo zien, maar je kan het ook anders zien, en zo heeft iedereen zijn eigen waarheid. Wilber spreekt hier van “the mean green meme”: de archetypische wereldverbeteraar die met iedereen het beste voorheeft, maar geen keuzes kan maken en conflicten uit de weg gaat. Een idee is een goed idee omdat we er consensus over hebben.
  7. Geel – Synergie: Op dit niveau heeft relativisme plaats gemaakt voor systeemdenken: het besef dat alles onderling verbonden is, en dat de mens hier een actieve rol in speelt. Een idee is een goed idee omdat het de meest functionele aanpak is.
  8. Turquoise – Holistisch: Het hoogste niveau is holistisch. De wereld wordt gezien als een interactief, onderling systeem. Een idee is een goed idee omdat het levende systeem maximaal profiteert.

 

 

Memes per niveau: Wereldbeleving.

Leefomgeving

(beheers het denksysteem)

Niveau Denksysteem

(beheers de leefomgeving)

Een staat van de natuur 1 Als andere dieren
Mysterieus en beangstigend 2 Sus de geesten en kom samen voor veiligheid
Onvriendelijk en hard als de jungle 3 Vecht om te overleven ten koste van anderen
Van hogerhand bestuurd en schuldgedreven 4 Gehoorzaam rechtmatige hogere autoriteit
Vol van kansen om controle te nemen 5 Pragmatisch opties testen voor succes
De natuurlijke leefomgeving van alle mensen 6 Vorm gemeenschappen om groei te ervaren
Een complex systeem met het risico om inéén te storten 7 Leren hoe vrij te zijn en vragen te stellen
Een enkele levende onderling afhankelijke entiteit 8 Zoek de patronen onder de oppervlakte van de aardse chaos

 

 

 

Memes per niveau: Waarden, ethiek en primaire betrokkenheid.

Niveau Focus Waarden, ethiek en primaire betrokkenheid
1 IK Fysiek overleven
2 WIJ Veiligheid en welzijn van de stam

Alles heeft een ziel, mystieke (voor)tekens, omen

Dien de stam en voorouderlijke manieren

3 IK Ruwe dominantie en controle

Impulsieve motivatie en directe beloning

Schuldvrij dienen van ruw eigenbelang

4 WIJ Betekenis en doel

Overeenstemming met regels, vermijd straf

Plichtmatig (vanuit schuld) doen wat goed is

5 IK Autonomie en resultaten

Eigen principes van het geweten

Discipline en zelf-controle om te winnen

6 WIJ Gelijkheid en gemeenschap

Aanpassen aan de groepsnormen en houding

Best mogelijk dienen van het menselijke collectief goed

7 IK Kennis van natuurlijke stromen

In lijn brengen van conflicterende alternatieven

Persoonlijke verantwoordelijkheden in ‘Bestaan’

8 WIJ Harmonie met levende systemen

Gevoel van collectief individualisme

Dienstbaar aan het volledige levende systeem

 

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

9 basisveronderstellingen voor de NLP Master practitioner

  1. Lichaam en geest beïnvloeden elkaar en zijn onlosmakelijk.
  2. Al het leren, al het gedrag, alle verandering is onbewust.
  3. Het onbewuste kan geen ontkenning vasthouden.
  4. De belangrijkste informatie over iemand is zijn gedrag in een specifieke omgeving.
  5. Sta aan de kant van de oorzaak.
  6. Verruiming van (keuze)mogelijkheden is altijd goed.
  7. Verruimende (constructieve, ondersteunende, onbeperkende) overtuigingen zijn het beste.
  8. Alles is gericht om één en volledig te zijn met zichzelf.
  9. Het probleem is niet het probleem; het probleem is de manier waarop je omgaat met het probleem.
Posted by Rutger in NLP handleiding

Sleight of mouth (Robert Dilts)

Sleight of mouth, oftewel rapheid van tong, is het resultaat van een modellering door Robert Dilts. Wat hem opviel is dat Richard Bandler bepaalde reacties gaf die hij (bewust of onbewust) niet kon of wilde overbrengen. Door deze reacties te modelleren, van Richard Bandler, maar ook van Milton Erickson, Plato, Socrates en anderen, heeft Robert Dilts 14 patronen ontdekt die samenkomen in ‘Sleight of mouth’.

Metaframe

  • hoe is het mogelijk dat ze dat geloven?

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Ik ben de enige die genoeg om hen geeft om deze dingen te zeggen.

– Je zegt dat alleen maar omdat je [overgevoelig bent/het niet begrijpt/niks merkt/vastzit in je eigen MOW/net zo bent].

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Je voelt je alleen maar zo omdat je onrealistische verwachtingen koestert ten aanzien van anderen en hen vervolgens de schuld geeft wanneer je teleurgesteld wordt.

Kanker veroorzaakt de dood.

– Je hebt een simplistische overtuiging omdat je geen model hebt dat je in staat stelt om alle complexe variabelen die bijdragen aan het proces van leven en dood te onderzoeken, na te gaan en uit te testen.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Je zegt dat alleen maar om te verdoezelen dat je niet beschikt over [begrip/techniek/discussietechnieken/persoonlijke macht] om [mensen te veranderen/jezelf te beschermen] zonder [intimidatie/dwang].

 

Reality strategy

  • Hoe representeren ze dit geloof?
  • Hoe weten ze het als het niet waar is?

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Hoe weet je nou precies of het gemeen is wat ik zei?

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Hoe weet je dat te laat komen en geven om gelijkwaardig zijn?

Kanker veroorzaakt de dood.

– Hoe zou je weten dat het niet waar was?.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Hoe weet je dat precies?

– Hoe zou je weten dat het niet waar was?

 

Model of the world

  • Verwissel de referentie (jij/ik)
  • Is dit waar in ieders MOW?

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Dat mag zo zijn in jouw MOW maar in mijn familie was het de manier om te laten zien dat we van elkaar hielden.

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– De meeste mensen die ik ken beoordelen ‘geven om iemand’ op basis van respect hebben voor hun gevoelens, en niet op bewustzijn van tijd.

Kanker veroorzaakt de dood.

– Niet alle medici geloven daarin. Velen van hen geloven dat wij allemaal en altijd muterende cellen hebben en dat dit alleen een probleem wordt wanneer het immuunsysteem is afgezwakt.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Hoe weet je dat precies?

– Hoe zou je weten dat het niet waar was?

 

Apply to self

  • Zonder nadenken, enkel de woorden op de overtuiging gebruiken

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Het is nogal gemeen om dat te zeggen.

– Slechte mensen hebben altijd de neiging altijd alleen maar het slechte te ontdekken.

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Dat vertel je me nu! Ik wou dat je genoeg om me had gegeven om me dat eerder te vertellen.

– Een echt liefdevol persoon zou zich wel over een keer te laat zijn heen kunnen zetten.

Kanker veroorzaakt de dood.

– Dat geloof heeft zich de laatste jaren als een kanker verspreid. Het zou interessant zijn om te zien als dat geloof zou uitsterven.

– Het is een nogal dodelijk geloof om je aan vast te houden. Het kan alleen maar een doodlopende straat inleiden.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Het afval dat dit geloof als een bijproduct kan hebben zou wel eens net zo vernietigend kunnen zijn als de radioactieve paddenstoel van een atoombom die afgaat.

– Weet je zeker dat dit een veilige overtuiging is om je zo stevig aan vast te houden?

 

Change frame-size

  • Iets (groter of kleiner) dat ze over het hoofd hebben gezien
  • Andere context, gelijk gedrag (ook metaforen en analogieën)
  • Chunk up naar alle objecten in het heelal

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Het kan nu gemeen lijken maar als je naar het grote geheel kijkt zul je de noodzaak zien.

– Slecht voor hoe lang?

– Als een tandarts tegen je zou zeggen dat je een gaatje hebt, is hij dan gemeen?

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Beter laat dan helemaal niet.

– Met de warme, liefdevolle ontvangst die ik hier krijg als ik dan wel arriveer, zou ik eigenlijk elke vrije minuut mijn leven moeten wagen om hier aan te komen.

– Als een chirurg te laat is voor het eten doordat hij iemands leven redt, betekent dat dat hij niets geeft om het eten?

Kanker veroorzaakt de dood.

– Zou je willen dat je zoon of dochter dat geloofde?

– Als iedereen dat geloofde zouden we geen enkele hoop hebben op het vinden van een remedie.

– Kanker is als een grasveld en je witte cellen zijn als schapen. Als [stress/overvloedige chemotherapie/slecht eten] het aantal schapen vermindert, groeit het gras lang en wordt het onkruid. Maar als jij je concentreert op het laten groeien en toevoegen van meer gezonde schapen in het grasveld, zal er weer harmonie zijn.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Voor hoe lang?

– Hoeveel atoomwapens, precies?

– Aan wie?

– Waarvoor?

– Kernwapens zijn als een verraderlijke bocht. Je ziet het gevaar pas als het te laat is.

 

Hierarchy of criteria

  • Wat is de sequitor?
  • Gebruik de sequitor op de huidige zin.

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Denk je niet dat het belangrijker is om [oprecht/eerlijk/direct/eervol] te zijn, dan om [aardig te zijn/mensen alleen te vertellen wat ze willen horen]?

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Is het niet belangrijker om mijn verantwoordelijkheden ten aanzien van de mensen die op mij rekenen na te komen, dan om punctueel te zijn?

Kanker veroorzaakt de dood.

– Denk je niet dat het belangrijker is om je aandacht te richten op wat het leven de moeite waard maakt en hoe je het voor iedereen meer de moeite waard kan maken, in plaats van je zo op de dood te richten?

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Denk je niet dat het [oneerlijk/onmannelijk/oneervol] is om mensen te tiranniseren door het gebruiken van overmatige kracht wanneer ze [onvoorbereid/onbewapend] zijn?

 

Consequence

  • Wat zal er gebeuren met hen als ze doorgaan met denken op deze manier?

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Ik zeg alleen maar gemene dingen om ze beter te maken.

– Als ik geen gemene dingen zou zeggen, dan zou ik ze doen.

– Als er geen slechte mensen zouden zijn, wie zou ons dan op onze fouten wijzen?

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Als ik niet te laat was geweest had ik misschien mijn baan of onze klanten verloren, maar ik gaf te veel om je om dat te riskeren.

Kanker veroorzaakt de dood.

– Overtuigingen als deze worden vaak zichzelf – waarmakende voorspellingen omdat mensen stoppen met het uitzoeken van hun mogelijkheden en keuzes.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Het geloof dat kernwapens de enige manier zijn om veilig te zijn, kan leiden tot zwakheid omdat we verzuimd hebben om naar onze sterke opties te kijken.

– Dit geloof leidt tot paranoia wat er voor zorgt dat mensen zich irrationeel gaan gedragen.

 

Another outcome

  • Wat is een andere outcome (meer relevant) waar ik naartoe kan schuiven?

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Het punt is niet of ik gemene dingen zeg of dat ik een slecht persoon ben, maar wat voor reactie wekt een bepaalde communicatie op. Rechtvaardigt het doel de middelen?

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Het punt is niet of ik te laat ben of niet genoeg om je geef, maar of we elkaars behoeften in deze relatie vervullen, zonder elkaar onnodig allerlei misstappen in de schoenen te schuiven.

Kanker veroorzaakt de dood.

– Het punt is niet wat de dood veroorzaakt maar eerder wat leidt tot leven en gezondheid. Laten we dat onderzoeken.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Waar het om draait is niet of kernwapens ons veiligheid bieden, maar of [iets het waard is om te beschermen/er een betere keuze is/we ons netjes en logisch gedragen en niet gebaseerd op angst].

 

Redefine

  • Metaphor or analogy
  • Welke andere betekenis kan deze vergelijking hebben?
    • A ongelijk aan B
    • A is C, en dat is D

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Ik ben geen slecht mens, ik ben alleen maar [flexibel/eerlijk/oprecht/ongelukkig/minder gevoelig dan jij].

– Ik zeg geen gemene dingen, ik [zeg de waarheid/geef je mijn visie/wijs je op de feiten].

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Het is niet dat ik niets om je geef. Het is dat ik houden van op een andere manier laat zien.

– Ik was niet te laat. Ik werd opgehouden.

Kanker veroorzaakt de dood.

– Kanker veroorzaakt de dood niet. Het veroorzaakt [verlies van hoop/angst/incongruentie]. Overtuigingen als deze, die zijn gevaarlijk.

– Het is niet kanker die de dood veroorzaakt. Het is de afbraak van het immuunsysteem dat de dood veroorzaakt… Laten we daarom onderzoeken hoe we het immuunsysteem kunnen opbouwen.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Kernwapens geven geen veiligheid, ze veroorzaken de dood… Wat angst opwekt bij mensen die ze niet hebben, zodat ze rond moeten gaan stuipen.

– Het zijn niet de kernwapens die mensen beschermen, maar het feit dat ze mensen weerhouden om agressieve actie te ondernemen. Welke andere dingen zouden mensen kunnen tegenhouden om agressief te zijn?

 

Chunk down

  • Wat specifiek?
  • Wat zijn voorbeelden of onderdelen hiervan?

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Slecht? Hoe precies?

– Gemeen? Hoe precies?

– Welke dingen in het bijzonder?

– Hoe precies de dingen zeggen?

– Tegen wie precies?

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Laat? Hoe dan precies?

– Niks om je geef? Hoezo precies?

– Hoe in het bijzonder betekent laat zijn niet om je geven?

Kanker veroorzaakt de dood.

– Welke soorten precies?

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Hoe precies beschermen ze ons?

– Hoe precies geven ze ons veiligheid?

– Welke kernwapens specifiek?

 

Chunk up

  • Om wat te bereiken?
  • Wat is belangrijk hieraan?
  • Overdrijven

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Dus je bedoeld dat als iemand een steek laat vallen en op een vervelende manier blijkt te praten, dat zo iemand de rest van zijn leven gedoemd is om een slecht mens te zijn?

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Dus eigenlijk zeg je dat het meest belangrijke aspect van onze relatie simpelweg een kwestie van tijd is?

Kanker veroorzaakt de dood.

– Zeg je dat een verandering of een mutatie in een klein deel van een systeem automatisch het hele systeem zal vernietigen?

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Aangezien kernwapens veiligheid betekenen kunnen we het beste alle mensen op de wereld van kernwapens voorzien zodat we allemaal veilig zijn.

 

Tegenvoorbeeld

  • Keer de overtuiging om
  • Maak er een universele uitspraak (of vraag) van
  • Was er ooit een tijd dat A ongelijk was aan B
  • A veroorzaakt B, dan NIET B veroorzaakt NIET NIET A

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Is het niet mogelijk om gemene dingen te zeggen en geen slecht mens te zijn?

– Is het niet mogelijk om een slecht mens te zijn en geen gemene dingen te zeggen?

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Is het niet mogelijk te laat te zijn en toch van je te houden?

– Is het niet mogelijk om niet van iemand te houden en toch op tijd te zijn?

Kanker veroorzaakt de dood.

– Er zijn steeds meer gedocumenteerde gevallen van mensen die kanker hadden en nog gewoon in leven zijn.

– Mensen gaan dood aan een heleboel andere dingen dan kanker. In feite gaan de meeste mensen met kanker dood aan de zware behandeling in plaats van aan de kanker zelf.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Is het mogelijk kernwapens te hebben en niet veilig te zijn?

– Is het mogelijk veiligheid te creëren zonder kernwapens?

 

Intentie

  • Waarom zeggen ze dit?
  • Wat is een tweede winst?
  • Wat proberen ze te krijgen?

Het zeggen van gemene dingen betekent dat je een slecht mens bent.

– Het is niet mijn bedoeling om gemeen te zijn maar om [jou iets te leren/te zorgen dat jij je beter voelt/realistisch te zijn/mezelf te beschermen].

Dat je zo laat bent betekent dat je niks om me geeft.

– Het is niet mijn bedoeling om te laat te zijn of om ongevoelig te zijn, maar eerder om mijn werk af te maken zodat ik er helemaal voor jou zou zijn?

Kanker veroorzaakt de dood.

– Ik weet dat het jouw intentie is om valse hoop te voorkomen, maar nu voorkom je elke hoop. Laten we eens kijken welke andere keuzes er zijn.

Kernwapens geven [macht/bescherming/veiligheid]

– Omdat het jouw bedoeling is om bescherming en veiligheid te garanderen, ben ik er zeker van dat je me zult helpen om zoveel mogelijk alternatieven en keuzes als maar mogelijk is te vinden.

 

 

Sleight of mouth oefening

In je ééntje: kies een willekeurig discussieforum. Zoek een stellige reactie, en zoek de overtuigingen in deze reactie.

Plaats het in de volgende structuur:

  • Persoon / referent
  • [ben/bent/is/zijn]
  • Oordeel
  • Want/omdat/doordat etc.
  • Reden

Ga nu met deze overtuiging de SOM patronen af, en construeer voor elk patroon een bijbehorend antwoord, en schrijf deze op. Wanneer je klaar bent, kies je de beste (voor jouw gevoel meest passende) en reageer je op het forum met dat patroon, en kijk wat er gebeurt, en geniet!

Met 2 personen: Kies een beperkende overtuiging van jezelf. Plaats het in de volgende structuur:

  • Persoon / referent
  • [ben/bent/is/zijn]
  • Oordeel
  • Want/omdat/doordat etc.
  • Reden

Bijvoorbeeld: Ik ben egoïstisch want ik maak niet genoeg tijd voor mijn familie.

Schrijf deze overtuiging hieronder op, en geef dit blaadje aan de ander.

 

Ga nu met de beperkende overtuiging van de ander de SOM patronen af, en construeer voor elk patroon een bijbehorend antwoord, en schrijf deze op. Wanneer je allebei klaar bent, lees dan alle responses aan de ander voor, kalibreer, en geniet!

Overtuiging
SOM Metaframe
SOM Reality strategy
SOM MOW
SOM Apply to self
SOM Frame-size
SOM Hierarchy
SOM Consequence
SOM Other outcome
SOM Redefine
SOM Chunk down
SOM Chunk up
SOM Tegenvoorbeeld
SOM Intentie

 

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

Het loslaten van een relatie (Tad James)

Dit proces is ontwikkeld door Tad James (gemodelleerd van een oude Hawaiiaanse gewoonte Ho’oponopono) om elke relatie of verbondenheid te verbeteren en/of vrij te maken, zowel op intrapersoonlijk als op onbewust niveau. Deze beschrijving is beschreven om je een handvat te geven bij het leren van de stappen, om het vervolgens zelf te doen.

  1. Eliciteer de interne representatie (persoon, object, gewoonte, idee). Wanneer je denkt aan …, wat is dan de interne representatie die bij je boven komt?
  2. Dissocieer de representatie, ver voor je, schuin naar beneden.
  3. Krijg overeenstemming over loslaten/ontbinden
    1. “Is het oké voor je onderbewuste dat deel van je te helen (vergeven, vrijlaten) dat (naam persoon, object of idee) voor je is?”
    2. “Is het oké voor dat deel van jou dat (naam van persoon, object of idee) is, dat het geheeld wordt?”. Als je een NEE-signaal krijgt, vraag naar de hoogst mogelijke positieve intentie en vraag aan je onderbewuste het deel te helen juist vanuit het licht van die hoogste positieve intentie.
  4. Begin met loslaten, vrijmaken, ontbinden. “Stel je een oneindige bron van genezende, helende energie of hulpbronnen voor die direct via je hoofd en vanuit je hart naar dat deel van je dat … is.”. Neem waar welke veranderingen zich in de interne representaties voordoen.
  5. Een eerlijke dialoog voor het loslaten, vrijmaken, ontbinden
    1. “Wat moet er nog gezegd worden voordat je helemaal één bent met jezelf?”
    2. Erken de waardevolle kant van de relatie tussen jou en het deel. Bedank de relatie. Overweeg hoe je deze waardevolle ervaring op andere manieren kunt versterken in je leven.
  6. Laat de representatie gaan en/of transformeren
    1. Wanneer de representatie niet verdwijnt of positief transformeert, bekijk dan eens welke verbindingen er nog steeds zijn die jou, de andere persoon en de relatie niet dienen.
    2. Merk op hoe jouw onderbewuste deze verbindingen kan symboliseren.
    3. Vraag je onderbewuste deze verbindingen te verbreken in het belang van alle betrokkenen.
  7. Integreer
    1. Wanneer de relatie nog steeds voortduurt, breng dan de nieuwe representatie in jezelf.
    2. Wanneer je de relatie wilt beëindigen, verbreek dan alle verbindingen en maak een symbool van de positieve waarde en verbindt je daarmee terwijl de oude representatie verdwijnt.
Posted by Rutger in NLP handleiding

Embedded commands

Embedded commands zijn indirecte suggesties die je overbrengt door een speciale (afwijkende) markering (bijvoorbeeld toon, volume of een discreet gebaar). Het is belangrijk dat je meerdere commands gebruikt, verspreidt over de conversatie, om het onbewuste deze op te laten pikken, te laten leren. Voor het beste resultaat is de luisteraar zich niet bewust van de markering en kan de luisteraar het wel waarnemen. Let goed op BMIR’s (kalibreer), want bij luisteraars voor wie het nieuw is werkt het beter met een duidelijkere markering, en bij luisteraars die bekend zijn hiermee, werkt het beter om genuanceerder te markeren. Het is niets meer dan een krachtige vorm van ankeren voor gevorderden. Soms wordt het ook wel multi-level communicatie genoemd (bijvoorbeeld in de boeken van en over Milton Erickson).

 

Het geeft je extra mogelijkheden om weerstand bij lezers te omzeilen of te verminderen, om bedekte instructies te geven, om op zowel bewust als onbewust niveau te overtuigen, om positieve verwachtingen te creëren, om beweging te versnellen, om gedrag te beïnvloeden, om sneller tot een besluit te laten komen, en om tot actie aan te zetten.

Markering

De vorm van afleveren is:

BLABLA

…{START MARKERING} EMBEDDED SUGGESTIE {STOP MARKERING}…

BLABLA

 

Voorbeelden van markering:

  • Luider volume
  • Lagere toon, aflopend qua toonhoogte
  • Hoofd kantelen of bevestigend knikken
  • Verander de richting van je spraak
  • Maak oogcontact
  • Maak fysiek contact
  • Als er al contact is, verhoog de druk van de aanraking
  • Wijs naar de luisteraar
  • Glimlach
  • In schrift: italics of onderstrepen
  • Presenteer als quote, met stemverandering
  • Extra pauzes toevoegen, in schrift door …

 

De sleutel is twee-vier gemarkeerde woorden in een enkele zin, in een gesprek. Vijf-zeven woorden gemarkeerd in schrift. Hoe korter hoe beter.

Ontwerp

Twee elementen:

  • Middels, hoe: 2 keer (of 2 woorden). Beschrijf waarmee of de wijze waarop; Hoe te doen.
  • Doel, wat: 1 keer (of 1 woord). Beschrijf het te bereiken resultaat; Wat te doen, gedrag.

Middels, Hoe

Beschrijft de manier waarop:

Nou, snel, automatisch, telkens weer, flexibel, nieuwsgierig, steeds sterker, opnieuw, verder, als nooit tevoren, gemakkelijk, eenvoudig, onbewust, onverwacht, verrassend, vrij, gauw, weldra, bijna, energiek, volledig, blij, goed, licht, comfortabel, lekker, zacht, impulsief, spontaan, etc.

Doel, wat

Werkwoord, gebiedende wijs:

Toon, voel, zie, verras, begin, reageer, handel, doe, leer, groei, ontdek, verander, volg, neem, geef, luister, check, merk, zoek, etc.

Voor gemakkelijker vervoegen en dubbele betekenis kan je het beste gebruik maken van werkwoorden met een –d of –t aan het einde van de stam: worden, starten, houden, hoeden, laten, vinden, ondervinden, ontmoeten, moeten, onderscheiden, bevatten, vatten, weten, bevroeden, raden, zetten, melden, ontspruiten, vergeten, onthouden etc.

Andere tip die het makkelijker kan maken is “Nou, ik bedoel dat ik mij kan voorstellen dat ik [embedded command] blablabla”. Door het gebruik van een ik-vorm past de gebiedende wijs in de context.

 

Bewust bekwaam processtappen:

  • Bepaal de gewenste uitkomst.
  • Bepaal het embedded command.
  • Creëer een zin om het embedded command.
  • Lever de zin congruent af.
  • Meet je resultaat.

 

Voorbeelden embedded commands

  • Een vriend vertelde me eens dat hij langs een bord liep waarop stond “KIES NU SNEL”, en dat het hem verbaasde.
  • Ik RAAK GEÏNSPIREERD terwijl ik jou zie zitten.
  • Het was gezellig… KOM SNEL TERUG… wanneer je zin hebt
  • Overal zijn mogelijkheden. Ik KIES VERRASSEND MAKKELIJK uit al deze mogelijkheden.
  • Het huis van de buren staat te KOOP  waar ze jaren PLEZIERIG hebben gewoond. Momenten dat je stil staat hoe AUTOMATISCH sommige dingen gaan.
  • Ik LAAT HET gewoon gebeuren.
  • Twintig sollicitanten die in een brief schrijven “NEEM MIJ AAN” is niet echt uniek.
  • En dat ene gesprek, waarbij een GOED GEVOEL ONTSTAAT, dat is toch waar je voor kiest.
  • Degene die daar normaal gesproken zit WIL MEER dan alleen kennismaken.
  • Toen hij in verwarring rondkeek zei ik VOLG MIJ en nam het initiatief.
  • Het gaat om het merken of POSITIEVE VERWACHTINGEN GROEIEN terwijl je er over nadenkt.
  • En dat is mijn vraag, JA, waar jij het antwoord op kan geven.
  • En dat is mijn vraag, NEE, waar jij het antwoord op kan geven.

 

Embedded command generator (om mee te spelen)

Start Werkwoord Command Einde
Ik … word de warme energie …gewoon omdat het bestaat
Iemand… start mijn standpunt …terwijl er niets speciaals voor gedaan hoeft te worden
Hij/zij… vind nieuwere standpunten …als vanzelf
Toen vertelde hij mij: “… ontmoet verandering …gewoon omdat het kan
Iemand zei: “… onderscheid overeenstemming …zoals sommige dingen kunnen gaan
Een persoon… vat positievere verwachtingen …terwijl je bijvoorbeeld iets kan horen
De zon… bevroed mooiere wensen …vanuit het vermogen te kunnen beseffen
Ik las eens: “… onthoud betere overtuigingen …zoals anderen dat ook kunnen
Een wijze… vergeet mijn gelijk …als spontane gedachte
Jouw geluk… laat het diepere gevoel …terwijl al het andere gelijk kan blijven

 

 

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

Het 4-Mat model (NLP training model)

Mensen leren op verschillende manieren. Een gebalanceerde training betekent dat je aan al deze manieren tegemoet komt, zodat je iedereen bereikt. Gebaseerd op de leerstijlen van Kolb is het 4-mat model ontworpen, en dat is in NLP geadopteerd. Volgens Kolb zijn er 4 fasen waar je doorheen gaat wanneer je iets leert:

Onbewust Onbekwaam – je weet niet dat je het niet weet/kan maar wel nodig hebt (motivatie)

Bewust Onbekwaam – je weet dat je het niet weet/kan en je start met het gaan leren (kennis)

Bewust Bekwaam – je weet wat het is en je start met oefenen in het toepassen (kunnen labsituatie)

Onbewust Bekwaam – je bent zo geoefend dat je het vrijwel automatisch doet wanneer je het nodig hebt (kunnen en kiezen in de praktijk)

 

In het 4mat model worden al deze fasen doorlopen, door gelijkwaardige aandacht te schenken aan WHY (motivatie), WHAT (wat is het), HOW (hoe doe je het; leren in labsituatie) en WHAT IF of SO WHAT (hoe gebruik je dat in de praktijk). In het traditionele onderwijs ligt de focus van het leren en instrueren op de WHAT en HOW. Motivatie (WHY) en de leertransfer (SO WHAT) zijn dan ook problemen die je in het traditionele onderwijs tegen kan komen. Het vervelende (qua effectiviteit) is dat 60% van de mensen qua leerstijl juist die WHY en WHAT IF nodig hebben, en dat mensen die niet weten waarvoor ze iets kunnen/moeten leren (motivatie/WHY-voorkeur 35%) zich ook niet zullen inspannen zolang ze dat niet begrijpen; ze haken af. Qua tijd en aandacht is de verdeling tussen de 4 verschillende onderwerpen idealiter 25% per onderwerp.

 

Vooral extra aandacht aan de WHY besteden geeft een groot positief leereffect: ten eerste krijg je de grootste groep mee, ten tweede zal met (meer) motivatie meer inspanning in de andere fasen opgeroepen worden. Luie studenten bestaan niet; een luie student is een leergierige student die niet wordt geïnspireerd en gemotiveerd door de docent.

 

4-mat model

4-mat model met percentages leerstijlvoorkeur van studenten.

 

4-mat schema

Little what: beschrijvende titel

1) WHY?

– Pre-formatting (onbewust)

– Waarom (het belang) voor de lezer/hoorder

– Verhaal

– Motivatie

 

2) WHAT?

– Informatie

– Modellen

– Plaatjes

4) WHAT IF of SO WHAT?

– Q&A

– Waar gaat dit je helpen?

– Hoe kan je dit in de toekomst gebruiken?

– In welke situaties had je dit kunnen gebruiken?

3) HOW?

– Demo

– Oefenen

– Ervaring opdoen

– Toepassen

– Lab situatie

 

Plaatsankers

4 posities in het 4-MAT, 4 plaatsankers (als voorbeeld, ontwerp je eigen).

  • WHY: zitten, in contact
  • WHAT: staan, presentatie, flipover
  • HOW: oefenen in de ruimte
  • SO WHAT of WHAT IF: andere kant flipover staan

Hoe ontwerp je een training in 4Mat

4-mat ontwerp

4-mat ontwerp schema

Begin met het op briefjes (post-its) schrijven wat je in de training/presentatie kwijt wilt (braindump). Tussenresultaten (outcomes), Why/What/How/What if/Little what, alles wat je relevant vindt, lekker associatief. Begin de brain-dump met de vragen als: Wat is …? (in werkwoorden). Doorloop de training in gedachten voorwaarts naar het eindresultaat, en vervolgens ook backwards om te controleren of je alle stepping-stones hebt.

 

Controleer de volledigheid (alle onderwerpen).

 

De briefjes leg je vervolgens op globaal/detail volgorde, en je zorgt dat je alle kolommen vult. Qua tijdsbesteding is ideaal 25% Why, 25% What, 25% How, 25% So what.

 

Chunk de rijen in juiste brokken: te grote happen splitsen, te kleine happen samenvoegen.

 

Sequencing: herschik de volgorde op basis van de vaardigheden die de deelnemers nodig hebben om de volgende chunk te kunnen doen (“kun”-volgorde). Doe dit backwards: wat is de stap die “ze” “moeten” kunnen/weten om dit resultaat te kunnen bereiken?

Posted by Rutger in NLP handleiding

Uitgangspunten bij een (NLP) training

Chunking

Als de chunks te groot zijn, raken de toehoorders overdonderd en als de chunks te klein zijn raken ze verveeld. Chunk iedere stap zodanig dat succes verzekerd is en installeer op onbewust niveau de vaardigheden die later als bewuste vermogens naar boven zullen komen.

Sequencing

Maak de volgorde van de training zo dat deze gelijk is aan de volgorde die de expert/rolmodel volgt of de vaardigheid brengt. Iedere ervaring is de bouwsteen voor de volgende en het geheel leidt tot het bereiken van de doelstellingen van de training.

Overtuigingen en waarden

De expert heeft bepaalde ondersteunende overtuigingen en waarden. Achterhaal eerst de overtuigingen van de expert die afwijkend zijn van jouw toehoorders.

Elimineer de beperkende overtuigingen en installeer overtuigingen die ondersteunen en bekrachtigen. Hypnose en submodaliteiten kunnen krachtige hulpmiddelen zijn.

Positieve interne representatie

Laat de focus op wat ze WEL moeten doen, in plaats van op wat ze moeten vermijden. Bekrachtig en anker successen wanneer je deze waarneemt. “Pak” ze wanneer ze iets goed doen. Versterk hun succes. Houd ze een positieve interne representatie voor waarin ze zichzelf kunnen zien om net zo succesvol te kunnen zijn als het model.

Feedback

Er zijn 2 vormen van feedback: directe en uitgestelde. Om het onbewuste goed te kunnen trainen is directe feedback essentieel. Het bewustzijn kan wel met vertraagde feedback omgaan, maar je mist de automatische reacties van het onbewuste en daarmee is uitgestelde feedback minder effectief.

Visuele herhaling

Visuele herhalingen zijn zeer effectief.

  • Visualiseer een gedissocieerd beeld om te oefenen zodat je correcties kan maken.
  • Associeer pas wanneer je jezelf de vaardigheid correct hebt zien doen.

Leren van het rolmodel

Als het mogelijk is, zorg je ervoor dat je voor de training al de vaardigheid gebruikt, zodat het onbewuste van de toehoorders voorbereid; zodat ze al een onbewust beeld hebben van hetgeen ze gaan doen.

Wees zelf de expressie van het model dat je uitdraagt. Wanneer jij congruent en overtuigd bent zal het de inhoud en overdracht op onbewust niveau ondersteunen.

Gebruik een duidelijke structuur

Motiveer eerst, dan inhoud vertellen, vervolgens laten zien en ervaren in een specifieke situatie, en afronden met transitie naar andere contexten (4 mat model). Ondersteun het onbewuste met plaatsankers die aanduiden waar je mee bezig bent, denk ook aan flexibiliteit in gedrag met de Satir-modes.

Houd het luchtig

Gebruik humor en spel om de hulpbronstate vast te houden. Omzeil voordrachtspanning en oude schoolankers.

Tips

  • Vragen in bijvoorbeeld een oefening kunnen duiden op angst of weerstand. Preframe: We gaan nu eerst doen, daarna vragen.
  • Let op het woordje preframe in de vorige tip, en gebruik ze!
  • Geef een heldere instructie, let op BMIR’s. Algemene instructie afsluiten met een duidelijke instructiezin eerstvolgende stap, NU.
  • Markeer het startmoment duidelijk. “Alles duidelijk? 3, 2, 1, start!”
  • Geef een evidence-procedure mee, zodat ze zelf kunnen meten dat het goed is gegaan.
  • Geef een tijdframe mee. Geef aan dat het tijd is met een liedje of een geluid. Let op dat in-timers dingen willen afmaken, en dus een voorsignaal nodig hebben. Zorg voor een duidelijk zichtbare klok.
  • Blijf in de lead zitten!
Posted by Rutger in NLP handleiding