NLP Practitioner

De roos van Leary

De roos van Leary (1957, Timothy Leary) beschrijft de interactie van gedragspatronen. Leary ontdekte een standaard structuur in gedragspatronen, en merkte op dat interacties voorspelbaar zijn Hij werkte die uit in een model: de roos van Leary.


Met de roos van Leary kan je gedrag van de ander voorspellen, verklaren, en ook beïnvloeden.

Assertief en coöperatief gedrag

Allereerst zag hij dat assertief gedrag bij de één, assertief gedrag oproept bij de ander. Dus wanneer jij opkomt voor je eigen belang, dan zal de ander geneigd zijn dat ook doen. Wanneer de ander voor zijn eigen belang opkomt, dan zal jij dat ook onbewust doen. Je hebt het pas door als je het ziet, het is een onbewust proces. Simpel gezegd: als jij vanuit je “IK en JIJ” praat, zal de ander ook vanuit de “IK en JIJ” reageren.

Hij noemde dit gedrag van opkomen voor het eigenbelang TEGEN-gedrag. En TEGEN-gedrag roept dus TEGEN-gedrag op.

In plaats van een focus op je eigen belang, kan je ook de focus hebben op het gezamenlijke belang in de interactie. Wanneer de één zich richt op het gezamenlijke belang, dan zal de ander vrijwel onbewust ook de focus leggen op dit gezamenlijke belang. Wanneer de één vanuit “WIJ” praat, zal de ander vrijwel automatisch ook vanuit “WIJ” reageren. Tegenover het voorgenoemde TEGEN-gedrag staat het SAMEN-gedrag. Wanneer de één SAMEN-gedag vertoont (gedrag gebaseerd op het gezamenlijk belang, coöperatief gedrag), dan zal dat ook coöperatief gedrag oproepen bij de ander.

Dit verdeelde hij over de horizontale as van een windroos; links staat TEGEN (eigen belang), rechts staat SAMEN (gezamenlijk belang). Wanneer de één links gaat zitten qua gedrag, dan zal de ander ook links gaan zitten.

Het werkt als een soort schuif, en hoe meer de één op een positie links of rechts gaat zitten, hoe meer de ander volgt daarin, onbewust.

Boven en onder gedrag

de roos van Leary

de roos van Leary

Ook zag Leary dat in een interactie altijd één de leiding had, en de ander volgde. Dat kan wisselen tijdens een interactie die een periode duurt, en  elk moment binnen die periode er is altijd één die leidt (BOVEN-gedrag) en een ander die volgt (ONDER-gedrag).

Dit plaatste Leary op de verticale as van de roos van Leary, bovenin staat BOVEN, en onderin staat ONDER.

Ook hier zit een soort schuifeffect in: hoe meer de één de leiding neemt, hoe meer de ander volgzaam zal reageren.

Dus

  1. TEGEN leidt tot TEGEN, SAMEN leidt tot SAMEN,
  2. BOVEN leidt tot ONDER, en ONDER leidt tot BOVEN.

Dus

  • Wanneer iemand de leiding neemt vanuit het beeld wat belangrijk voor hem of haar is, zal de ander een volgende reactie geven vanuit de ander zijn of haar belang. Leiden vanuit het IK als “Ik wil dat jij nu de afwas doet.” zou kunnen leiden tot een volgende reactie vanuit het IK “Nee, ik ben met iets anders bezig.”.
  • Wanneer iemand vanuit een volgende positie iets doet dat in het eigen belang is, zal de ander een leidende reactie geven vanuit de ander zijn of haar belang. Volgen vanuit het IK als “Heb je nu tijd om de afwas te doen voor mij?” zou kunnen leiden tot een leidende reactie vanuit het IK “Nee, ik doe het straks.”.
  • Wanneer iemand de leiding neemt vanuit het beeld wat belangrijk voor jullie samen is, zal de ander een volgende reactie geven vanuit het gezamenlijk belang. Leiden vanuit het gezamenlijk belang als “We zijn klaar wanneer de afwas gedaan is.” zou kunnen leiden tot een volgende reactie vanuit het gezamenlijke belang “Ja, die moet nog gedaan worden voor we klaar zijn.”.
  • Wanneer iemand vanuit een volgende positie iets doet dat in het gezamenlijk belang is, zal de ander een leidende reactie geven vanuit dit gezamenlijke belang. Volgend vanuit het gezamenlijk belang als “Zijn we klaar als de afwas gedaan is?” zou kunnen leiden tot een leidende reactie vanuit het gezamenlijk belang als: “Ja, dan zijn we klaar.”.

Met de roos van Leary kan je dus voorspellen dat iemand die gedrag linksboven laat zien, zal ervaren dat de ander linksonder gedrag zal vertonen. Ga je rechtsondergedrag vertonen, dan zal de reactie die je krijgt uit rechtsboven zijn.

En nu je weet hoe deze roos van Leary in elkaar steekt, en dus hoe leiden en volgen in een interactie werkt, en hoe het ik en wij van invloed is op het proces van deze interactie, kan je ineens keuzes maken en invloed hebben. In plaats van onbewust meegaan in deze standaardpatronen, kan jij je nu bewust worden van deze patronen, wat betekent dat je invloed kan hebben.

Let eens in gesprekken op of de interactie (als momentopname, wat doen ze NU) vanuit de “WIJ” of uit de “IK en JIJ” plaatsvind. En let op dat “WIJ en JULLIE” geen “WIJ” is maar een vorm van “IK en JIJ”.

En let eens op wie de leiding heeft, wie er volgt, en hoe de leidende en volgende rol kan wisselen tijdens een gesprek.

Door hier een tijdje bewust aandacht aan te geven, ontwikkel je dieptestructuur, leer je het gedrag te interpreteren en begin je te herkennen hoe het proces in elkaar steekt. Zorg er voor dat je de wisselwerking in interacties ziet, dat je de werking van de roos van Leary herkent. Pas wanneer je de werking van de roos van Leary herkent, kan je in volgende stappen invloed gaan uitoefenen op de interactie door de roos van Leary in te zetten. Wanneer je het boven-onder gedrag en het tegen-samen gedrag doorziet, kijk dan eens of je de volgende stap ook kan nemen: het gedrag invullen met de roos van Leary, waarbij meer smaken van gedrag, dus meer nuances in gedrag in de roos van LEary worden geplaatst.

Gedrag invullen in de roos van Leary

de roos van Leary met gedrag

de roos van Leary met gedrag

Wat voor gedrag hoort nu in de roos van Leary? Meer detail, meer nuance: zie het plaatje rechts met 8 soorten gedrag ingevuld. En welk gedrag roept wanneer welk gedrag op? Hier een een aantal voorbeelden:

– Aanvallend leidt tot defensief

– Defensief leidt tot aanvallend

– Offensief leidt tot opstandig

– Opstandig leidt tot offensief

– Helpend leidt tot meewerkend

– Afhankelijk leidt tot leidend

– Algemeen: gedrag in een kleur leidt dus tot gedrag in dezelfde kleur in de figuur hiernaast.

Toepassen van de roos van Leary

Herkennen van wat de ander doet, vanuit het eigen gedrag

(H)erken dat wanneer jij je stoort aan het gedrag van de ander, dat jij aan de andere kant van het spectrum zit. Jij zelf doet iets wat bij de ander het gedrag oproept. Wanneer jij ziet dat de ander passief is (teruggetrokken, afhankelijk), dan ben je zelf kennelijk leidend of concurrerend (BOVEN). Vind je iemand erg opstandig, dan is het goed te herkennen hoe offensief je zelf bent in de interactie.

Interventie met de roos van Leary

de roos van Leary met expliciet gedrag

de roos van Leary met expliciet gedrag

Wanneer je weet dat deze gedragspatronen bestaan, dan kan je gebruik maken hiervan. Vind je dat de ander opstandig is, en wil je dat deze meewerkend is: ga zelf HELPEND zijn. Is de ander erg passief, dan ben je zelf kennelijk leidend: trek jezelf terug of stel je afhankelijk op.

Voor effectief gebruik, kies je het gewenste gedrag van de ander, en toon je zelf het bij dat gedragspatroon passende gedrag.

Wil je dat een groep actiever wordt: ga zelf onderuit gezakt, passief en stil voor die groep zitten. Wil je meer opstandigheid: val aan!!!

Sterke interventies, op basis van ongewenst gedrag:

  • ongewenst defensief: toon zelf aanpassend gedrag, zodat de ander leidingnemend moet worden.
  • ongewenst aanpassend: toon zelf defensief gedrag, zodat de ander aanvallend moet worden.
  • ongewenst aanvallend: toon zelf leidingnemend gedrag, zodat de ander zich aanpassend moet opstellen.
  • ongewenst leidingnemend: toon zelf aanvallend gedrag, zodat de ander zich defensief moet opstellen.

Roos van Leary binnen NLP

de roos van Leary met NLP

de roos van Leary met NLP

De roos van Leary is prachtig te gebruiken binnen NLP, met name met rapport.

BOVEN gedrag is LEADING, ONDER gedrag is PACING. SAMEN is MATCHING, TEGEN is MISMATCHEN.

Je kan dus met Matching en Mismatching meer dan alleen rapport opbouwen en verbreken. In combinatie met Pacing en Leading kan je direct gedragspatronen bij de ander, hier en nu, doorbreken. Bij individuen, en ook met groepen.

Je kan hiermee activeren… motiveren… rust brengen… assertiviteit of coöperativiteit verhogen… zekerheid geven… twijfel brengen… waar en wanneer jij dat nodig acht…

Het NLP Communicatiemodel

Waarnemen en het NLP communicatiemodel

Waarnemen en het NLP communicatiemodel

Op een mooie dag schijnt de zon. Je weet dat doordat je de zon kan zien, en haar warmte kan voelen. Waarnemen doe je met je zintuigen. Kijken, horen, voelen, proeven, ruiken.

Zo ervaar je de werkelijkheid. Echter, besef je dat:

  • Je zintuigen niet alle signalen kunnen opvangen. Ze zijn er simpelweg niet voor gebouwd. Bijvoorbeeld: de ultraviolette en röntgenstraling van de zon neem je niet waar. Dat betekent dat de werkelijkheid GROTER en MEER is, dan wij kunnen waarnemen.
  • Je zintuigen werken met receptoren. En deze receptoren werken stapsgewijs. Ze onderscheiden signalen aan de hand van een minimale hoeveelheid prikkeling. Bovendien moet er een minimale hoeveelheid prikkeling zijn voordat de receptoren reageren, en de fysische energie omzetten in fysiologische energie, naar zintuigstromen naar de hersenen.

Er zijn dus allerlei signalen, een deel daarvan worden opgevangen door onze zintuigen, en onze zintuigen sturen deze signalen door naar ons brein. In NLP gaat het NLP communicatiemodel gaat over het verwerken van de beperkte signalen die we ontvangen in ons brein.

Verwerking van de signalen in de hersenen: het NLP communicatiemodel

Het NLP communicatiemodel geeft schematisch weer hoe het brein werkt; hoe het omgaat met signalen die onze zintuigen versturen.

  • Eerst worden de signalen gefilterd: er wordt informatie weggelaten, vervormd en gegeneraliseerd.
  • Op basis van deze gefilterde informatie wordt in onze hersenen een beeld geschetst van wat we denken waar te nemen: de interne voorstelling.
  • Deze interne voorstelling wordt gekleurd door zowel de fysiologie als de stemming (deze drie hebben een wisselwerking).  Samen bepalen deze drie vervolgens hoe de reactie op de ontvangen signalen zal zijn.
NLP communicatiemodel

NLP communicatiemodel

5 NLP fundamenten van excellentie

Vijf basisprincipes gelden wanneer je gaat voor excellentie.

1. Ken je doel

Mensen reageren het best wanneer zij weten wat zij WEL willen in plaats van wat zij niet willen. Wees je bewust van wat je wilt bereiken, oefenen, leren, ontdekken. Hoe wil jij je ontwikkelen? Weet wat je wilt, weet wat je niet wilt, ken jouw exacte doel. Be smart, use SMART.

Energy flows where attention goes.

2. Wees flexibel

De persoon met het meest flexibele gedrag, zal binnen een systeem het meeste resultaat boeken. Wanneer je niet het resultaat hebt gekregen dat je wilt, verander je gedrag, niet je doel. Wees bereid en flexibel om nieuwe dingen uit te proberen. Geef elkaar de ruimte, veiligheid, vertrouwen en respect.

Don’t limit your challenges, but challenge your limits.

3. Gebruik je zintuigen optimaal

Om je doelen beter te bereiken, zal je antwoord moeten kunnen geven op de vraag: “beweeg ik me in de richting van mijn doel, of ga ik er juist verder van weg?”. Meten door waarnemingen.

Leven is leren! Living is learning!

4. Onderneem NU actie

Dit is de kracht in jezelf. De vraag HOE mijn doel te bereiken is belangrijker dan de vraag waarom ik dat doel wil bereiken. Alles wat je nu doet hoeft straks niet meer. Zorg er voor dat wat je nu doet bijdraagt aan waar je straks wilt staan.

DOEN!

5. Werk in handelen en denken naar excellentie!

Handel vanuit een open, nieuwsgierige, constructieve en actieve houding. Werk vanuit een fysiologie en psychologie gericht op perfectie.

Make it special!

Wat is het verschil tussen veronderstellingen en vooronderstellingen?

In NLP heb je de basisveronderstellingen, en in het Metamodel en het Miltonmodel is sprake van vooronderstellingen. Wat is het verschil?

Wat is het verschil tussen veronderstellingen en vooronderstellingen?

Onderstellen betekent vooraf aannemen. Er is dus sprake van een bepaalde aanname bij veronderstellingen, en ook bij vooronderstellingen. Kort gezegd is het verschil dat veronderstellingen aannames vooraf zijn die mogelijk waar kunnen zijn (er is ruimte voor discussie over de waarheid), en vooronderstellingen zijn aannames vooraf die impliciet waar moeten zijn.

Alle blaadjes zijn groen: als gehele zin is dit een veronderstelling. Het is een stelling waarover gediscussieerd kan worden.

Maar er zitten ook vooronderstellingen in dezelfde zin, want wat moet waar zijn? Er moeten blaadjes zijn, er moet een bepaald kenmerk zijn dat groen heet. Wat is groen eigenlijk? En wat zijn blaadjes? Impliciet worden er dus waarheden meegegeven.

Voel je het verschil?

Veronderstellingen

Een veronderstelling is een aanname vooraf die wellicht nog ter discussie staat.  De NLP basisveronderstellingen zijn dus overtuigingen, die je kan (en mag) gebruiken, zodat ze je meer vrijheid en ruimte geven in het denken, zonder dat er gezegd wordt dat het waar is, of niet.

Vooronderstellingen

Een vooronderstelling is een aanname vooraf, die niet meer ter discussie staat. Om deze boven tafel te krijgen, moet jij jezelf afvragen “Wat moet waar zijn om hetgeen wat gezegd wordt waar te laten zijn?”.

Door aannames te verpakken in een vooronderstelling, breng je deze aannames met minder weerstand over op de toehoorder (Miltonmodel). Door bij overtuigingen de juiste vooronderstellingen ter discussie te stellen, kan je de overtuiging ontkrachten (Metamodel).

Buiten NLP

Onderstellen, zonder de ver- of -voor, betekent vooraf aannemen.

Een veronderstelling is een aanname vooraf die nog ter discussie staat. De aanname wordt expliciet genoemd en eventueel besproken.

Een vooronderstelling is een aanname vooraf, die niet meer ter discussie staat. De aanname is verborgen, impliciet en niet besproken.

NLP Break state

NLP Break state

NLP Break state

Herken je dat? Van die momenten dat je merkt dat een gesprek, een meeting, een vergadering, een coachgesprek, een kant op gaat die je niet wilt? Dat er oeverloos aandacht besteedt aan zaken die er niet toe doen? Dat er een sfeer hangt die je niet wilt? Dat er veel te inhoudelijk op iets wordt ingegaan?

De kern van een dergelijke situatie is dat de aandacht van de betrokkenen een focus heeft, die de aandacht, stemming en fysiologie vasthoudt. In NLP is er een techniek om de focus in zo’n geval te doorbreken, door iets te doen wat door het te doen de focus oproept. Je verlegd de focus in dit geval op iets nieuws, iets onverwachts. Doordat de focus naar dit nieuwe gaat, verdwijnt de oude focus en kan de stemming, fysiologie en aandacht veranderen.

Het bewust toepassen van dit aandacht trekken teneinde een staat of stemming te doorbreken is in NLP een NLP techniek die de NLP Break state heet.

In veel technieken binnen NLP worden de NLP Break state gebruikt om de ander uit de huidige staat te krijgen, en naar een neutrale staat te brengen, zonder werkelijk “stop” te zeggen.

Een NLP break state kan sterker worden met elementen als humor of verrassing, en heeft dus als doel om met een schok de huidige gedachtegang te doorbreken zodat een nieuwe stemming of staat ontstaat. Het gaat er om dat je de aandacht afleid, en de focus naar een nieuw, ander punt brengt. Door gedrag, zoals een onverwachte vraag.

Voorbeelden van het toepassen van de NLP Break state

  • Wanneer een kind verdrietig is, helpt het om het kind iets anders te wijzen: “Oh, kijk daar eens…”.
  • Een munt laten vallen op een harde grond.
  • Tijdens een vergadering “Koffie” vragen?
  • Een glas water “per ongeluk” omstoten.
  • Uit het niets, ineens “Haha!”, alsof je een inzicht krijgt, scanderen.
  • Een harde klap op tafel, of op een bord.
  • Zelf een grote verandering laten zien in je fysiologie, zoals opstaan, uitrekken etc.

En hoe zou jij dat, nu je dit weet, zelf kunnen gebruiken? Ontwerp een break state voor de volgende situaties, die je altijd kan gebruiken:

  • op je werkplek…
  • in een gesprek…
  • in een formele vergadering…
  • tijdens een presentatie…
  • thuis…
  • een andere bekende interactie of situatie…

En welke break states herken je zelf in je omgeving? Wie heeft er een handje van om telkens de aandacht af te leiden? Wil je dat, en zo nee, wat ga je doen om zelf op deze break states te reageren?

SMARTIE doelen

Als je doelen hebt dan helpt de afkorting SMARTIE je om deze doelen beter bereikbaar te maken. De letters van SMARTIE staan voor SPECIFIEK, MEETBAAR, ACTIVEREND, REALISTISCH, TIJDGEBONDEN, INVLOED, ECOLOGISCH. Door met deze 7 aspecten rekening te houden bij doelen stellen heb je invloed op de haalbaarheid van de doelen en de duidelijkheid van de doelen.

LET OP: Alles in NLP is situationeel. Dat betekent dat NLP niet zegt dat je SMARTIE moet gebruiken, NLP leert je dat je het beter is om SMARTIE te gebruiken wanneer je er voor kiest om een doel meer haalbaar, concreet, eenduidig en duidelijk wilt maken. Handig voor bijvoorbeeld een werknemer die graag in zijn functioneringsgesprek wil bewijzen dat de gemaakte afspraken behaald zijn.

Wanneer het juist jouw doel is om een doel minder haalbaar te maken en minder duidelijk dan doe je juist het tegengestelde van SMARTIE. Handig voor bijvoorbeeld de manager die graag in functioneringsgesprekken de vrijheid wil houden om afspraken discutabel en richtinggevend te houden.

Herfomuleer de doelen naar SMARTIE zodat

De doelen Specifiek zijn.

Maak het zintuiglijk waarneembaar. Beschrijf je doel als iets wat je kan horen, zien, ruiken, proeven, voelen. Maak het eenvoudig. Doordat je het zintuiglijk specifiek maakt kan iedereen voor zich zien, horen, ruiken, voelen, proeven dat het doel gehaald is.

De doelen Meetbaar zijn.

Maak een bewijsprocedure zodat je kan meten en bepalen wanneer je jouw doel hebt bereikt.

De doelen Activerend zijn.

Sta stil bij welke formulering het meest activerend is, voor jou, zodat je er moeite voor wilt doen. Maak het benaderend.

De doelen Realistisch zijn.

Zorg er voor dat het doel de grens van het haalbare nadert. Leg de lat zo hoog, dat je het net kan halen.

De doelen Tijdgebonden zijn.

  1. Stel een deadline.
  2. Formuleer het doel vanuit het moment dat je het doel hebt bereikt. Alsof het NU is.

Het doel In eigen beheer ligt, dat je Invloed hebt.

Het bereiken van het doel ligt in je eigen handen. Het is vrij van externe factoren.

Het doel Ecologisch is.

Breng het in lijn met het grote geheel. Let op concurrerende en conflicterende doelen en belangen, over alle contexten. Is het verantwoord? Is het zinvol?

Het sandwich feedback model

Als je echt feedback wilt geven, dan geef je vanuit de overtuiging dat de ontvanger er mee mag doen wat hij/zij wilt. Zodra je een verwachting hebt dat de ander er iets (specifieks) mee moet doen, dan is het geen feedback maar een mening, een oordeel, kritiek, waaraan de ander zich zou moeten schikken. In NLP is een model gemodelleerd dat op een speciale manier feedback gaf, middels het principe van een sandwich.

Het sandwich feedback model

Het sandwich feedback model werkt in drie delen: je verstopt de feedback in een lekker broodje.

1) Start vanuit de intentie “iets (ter overweging) willen geven”.

De bovenste helft van het broodje: benoem iets specifieks (zintuiglijk waarneembaar) wat goed is/was, in de tegenwoordige tijd en de ik-vorm.

Voorbeeld: Ik vind dat je goed rechtop staat. 

2) Vervolgens ga je de sandwich beleggen. Benoem datgene wat voor verbetering vatbaar is, door te benoemen wat je zintuiglijk hebt waargenomen (gedrag), in verleden tijd.

Voorbeeld: Ik zag dat je terwijl je vertelde naar buiten keek.

Hierna geef je aan hoe er volgens jouw beleving mogelijk anders zou kunnen worden gehandeld (gedrag).

Voorbeeld: Het zou mij helpen wanneer je me zou aankijken terwijl je aan het vertellen bent.

 Of: Misschien wil je overwegen mij aan te kijken terwijl je aan het vertellen bent.

3) Je sluit de sandwich van het sandwich feedback model met een algemene, generieke positieve mening.

Voorbeeld: Over het algemeen genomen vind ik het een goede presentatie.

Maak met zorg een goed belegde sandwich in het sandwich feedback model. Eén die “goed smaakt”, waar je makkelijk in “bijt” en die “lekker weg kauwt”. Je kan meerdere lagen gebruiken in het sandwich feedback model wanneer je telkens beleg afwisselt met een nieuw (bovenste) half broodje, waarbij je maar één keer afsluit met een generieke positieve boodschap.

Geef feedback (via het sandwich feedback model) direct (binnen 15 minuten); latere feedback bereikt alleen het bewuste. Geef het snel, hou het kort, wees specifiek.

NLP is geen wetenschap

NLP heeft een fundamenteel andere benadering dan de wetenschap (met de wetenschap wordt hier bedoeld het systematisch kennis verwerven om een specifieke reconstructie te vormen van een deel van de werkelijkheid met behulp van wetenschappelijke methoden).

NLP maakt geen gebruik van de wetenschappelijke methoden, noch wil het de werkelijkheid reconstrueren. NLP heeft een heel ander doel dan de wetenschap, en wanneer je een ander doel hebt, dan gebruik je een andere route.

Hoe is NLP anders dan wetenschap?

NLP is pragmatisch en praktijkgericht, gericht op toepassing en effectiviteit. NLP kan, om het maximale effect te bereiken, in een toepassing kiezen om zich niet te beperken door feiten en realiteit. Het draait binnen Neuro Linguïstisch Programmeren niet om feiten, of om waarheid: het draait om het maximaliseren van gewenste effecten, ofwel het zo effectief mogelijk zijn.

Effectief betekent doelgericht. Effectieve communicatie (als voorbeeld) betekent dus dat je doelgericht communiceert. Dat impliceert dat je een doel stelt (kiest), en vervolgens op dusdanige wijze communiceert dat je het doel bereikt met je communicatie.

Waar wij op school geleerd hebben om vanuit het impliciete doel van feiten, waarheid, logica en inhoud te communiceren, laten we dat bij NLP los. We stellen zelf onze doelen in onze communicatie, en staan stil bij het effect dat we hebben en bij wat we willen bereiken met onze communicatie.

Wat kies jij in je communicatie? Gelijk of geluk? Feiten of effect? Welke verschillende extremen kan je onderstaand bedenken?

  • Een kind zet zijn eerste stapjes
  • Een vriendin vraagt of de broek die ze aan heeft haar dik maakt
  • Iemand komt te laat voor een afspraak
  • Iemand komt voor de 2e keer te laat op een afspraak
  • Iemand heeft een tekening gemaakt en vraagt wat je er van vindt

NLP als methode: modelleren

NLP modelleren

NLP modelleren

NLP is ontstaan vanuit het modelleren van excellentie, vaardigheden die tot het gewenste resultaat leiden. In de Practitioner ligt de focus op het leren kunnen toepassen van de technieken.

“NLP is een houding en een methode met in haar kielzog een serie aan technieken” – Richard Bandler.

Houding

  • Nieuwsgierigheid
  • Flexibiliteit: de bereidheid te experimenteren, iets nieuws en anders te proberen
  • Constructief bijdragend aan het doel

Methode: Modelleren

NLP gaat er van uit dat wat de ene mens aan gedrag of vaardigheden laat zien, door een ander mens (in minstens de helft van de tijd) ook kan worden eigen gemaakt. Verder vooronderstelt NLP dat de mensen op fysiek en mentaal niveau op dezelfde manier functioneren omdat ons neurologisch netwerk eenzelfde opbouw heeft.

Om een ander gedrag of vaardigheid aan te leren van een expert, dienen we te zoeken naar de VERSCHILLEN tussen de expert en mijzelf. Wat doet de expert anders? Wat is het verschil dat het verschil maakt? Dit proces heet modelleren.

Modelleer vaardigheden

  • Kalibreren: het vermogen om minimale non-verbale veranderingen waar te nemen.
  • Elicitatie: uitvragen volgens het META model
  • Chunking: Hiërarchie van ideeën. Het kiezen van abstractieniveau.
  • Sequencing: strategieën, herkennen van de volgorde waarin iemand stappen zet.

Wat modelleer je?

  • Fysiologie: de sleutel om snel de stemming te achterhalen d.m.v. de ademhaling en de lichaamshouding, mimiek etc. Rapport en matching.
  • Filters: metaprogramma’s, waarden en overtuigingen, de neurologische niveau’s. We letten op deze filters wanneer we willen weten WAAROM (interne motivatie) iemand doet wat hij doet (gedrag).
  • Strategie: een opeenvolging van interne representaties die leiden tot het bereiken van een resultaat. Oogpatronen, predikaten etc.

Binnen NLP is de benadering dus: Wat doen succesvolle mensen eigenlijk? We kunnen leren van de excellentie van anderen door ze na te apen, door de gedachten te hebben die zij hebben, de motivatie te hebben die zij hebben, te geloven wat zij geloven, te (leren) kunnen wat zij kunnen, te doen wat zij doen, de wereld zien zoals zij het zien. Het in kaart brengen van deze aspecten, dat is wat modelleren is. En wanneer je dat vastlegt in een overdraagbaar model dan heb je een NLP techniek, ofwel het antwoord op de vraag “HOE kan ik de excellentie die een ander heeft ook bereiken met de mogelijkheden die ik tot mijn beschikking heb?”.

Dus wanneer iets niet goed gaat, of je wilt iets anders doen dan je tot nu toe hebt gedaan, dan legt NLP de focus niet op wat er mis is en hoe dat verbeterd kan worden, maar NLP legt de focus op iets ergens waar het wel goed gaat, en kopieert dat. Je gaat leren van iemand (rolmodel) die goed is in wat jij wilt kunnen, door zijn interne proces te modelleren en dat na te doen.

Predicaten

Predicaten zijn in NLP woorden die iemand gebruikt, die kunnen duiden op het gebruik van een bepaald representatiesysteem, oftewel of de (huidige) interne representatie voornamelijk opgebouwd is uit plaatjes, geluiden, gevoelens, smaak, geur en reuk of gedachten. Predicaten zijn een mooi voorbeeld hoe NLP zich meer richt op het proces van communicatie dan op de inhoud van de boodschap.

Als gesprekspartner, begeleider, coach kun je matchen op wat iemand in woorden (predicaten) aan je verteld. Dit brengt je in rapport met elkaar. Bijvoorbeeld: Iemand verteld je: ”Ik zie het niet, ik heb er geen beeld bij.” Als antwoord kun je matchen door: “Ik zie wat je bedoeld.” Je stemt af op het representatiesysteem in plaatjes door dezelfde soort predicaten te gebruiken. Wanneer je wilt matchen in predicaten terwijl je nog niet helder hebt wat de ander als voorkeur heeft (nu), dan gebruik je a-specifieke (auditief digitale; praten in gedachten/denken) predicaten (je gesprekspartner zal zelf de vertaling maken naar het huidige voorkeurssysteem).

Je kunt ook mismatchen op wat iemand je in woorden (predicaten) verteld. Hiermee bereik je verandering. Je geeft de ander de mogelijkheid om voorbij de grenzen van zijn/haar wereldmodel te gaan, dit model te onderzoeken en uit te breiden. Zijn/haar gezichtsveld wordt groter, of er worden nieuwe mogelijkheden gezien, andere verbindingen worden gelegd. Door te reageren vanuit andere predicaten ‘dwing’ je een andere invalshoek. Bijvoorbeeld: “Ik voel mij hier niet goed onder, er ligt een zware last op mijn schouders.” Als antwoord kun je mismatchen door op deze kinesthetische predicaten te reageren met visuele predicaten als: “Hoe zie je het als je er van af hier naar kijkt?”

Visuele predicaten: praten in plaatjes

Aspect, beeld, blijken, blik, contrast, droom, duidelijk, focus, getuige, glimp, gloed, helder, hoek, horizon, illusie, illustreren, inspecteren, inzicht, kijken, kleurrijk, nauwkeurig, obscuur, observeren, onderscheiden, onderzoeken, ontruimen, opvallen, overzicht, perceptie, plaatje, scene, schetsen, scope, starende blik, stralend, toespitsen, uitstekend, uitzicht, vaag, verdacht, verduister, verschijnen, visie, voorgrond, vooruitzichten, voorzien, waakzaam, wazig, weerspiegelen, zicht, zichtbaar, zien.

De andere kant opkijken, beeld schetsen, duistere zaak, glimp opvangen, kijkje nemen, schitterend idee, steelse blik, er op toezien, het schijnt dat, geen schijn van kans, het is me niet duidelijk, in het licht van, door de vingers zien, doorzien, in het niets staren, inzien dat, je oog laten vallen op, kleur bekennen, lust voor het oog, met het blote oog, oog in oog, over het hoofd zien, perspectief krijgen op, verborgen boodschap, zich illusies maken, zicht hebben op, oogje in het zeil houden, ik zie het zitten, u heeft een ander gezichtspunt nodig, ik zie licht aan het eind van de tunnel, ik heb meer overzicht nodig, veel kleurrijke mensen hier, hij heeft er een goed oog voor, zij blinkt echt uit, dat ziet er rooskleurig uit, lijkt mij, in vogelvlucht, in de juiste verhoudingen, in groter verband zien, in een glimp opgevangen, een vaag idee, een heldere toekomst, in het licht van, een beeld schetsen, ziet er uit als een plaatje, er op toezien, kortzichtig, fraai om te zien, tunnelvisie, onder de loep nemen, lichtpuntje zien, uitzichtloos, hoog aanzien.

Wanneer ik je een aantrekkelijk voorstel zou tonen, wil je dan bekijken of het is wat je voor ogen hebt?

Auditieve predicaten: praten in geluid

Aankondigen, articuleren, bekendmaken, bellen, bespreken, bespreking, bulderen, communiceren, converseren, discussiëren, dissonantie, echo, formuleren, gehoorafstand, gejank, geluid, geratel, gesprek, gieren, gillen, harmonie, hoorbaar, horen, informeren, instemmen, knarsen, lawaai, luid, luidruchtig, luisteren, mondeling, monotoon, noemen, opmerken, opmerking, praten, rapporteren, ritme, roddelen, rumoer, schel, schreeuw, schreeuwen, sprakeloos, spreken, stem, stilte, sussen, toon, uitroepen, uitspreken, verklaren, verkondigen, vermelden, vertellen, vocaal, vraag, zeggen.

Afstemmen op, bij wijze van spreken, binnen gehoorsafstand, dat doet een belletje rinkelen, de waarheid vertellen, een kletskous zijn, een mening uiten, het ene oor in en het andere uit, het hoogste woord voeren, iemand aanhoren, iemand de mond snoeren, iemands hulp inroepen, iets doorpraten, iets verwoorden, in harmonie zijn, je mond houden, je oor te luisteren leggen, kletspraat verkopen, luidkeels roepen, nooit van gehoord, uitgesproken, klinkt goed, ik kan het niet meer horen, je zou ook eens naar een ander kunnen luisteren, mijn stem heb je, daar kan ik mee instemmen, ik was onverstaanbaar, Oost-Indisch doof, hij is een goed klankbord, klinkt als een klok, de waarheid zeggen, gehoor geven aan, bij wijze van spreken, laat eens wat horen, schreeuwende kleuren.

Wanneer ik je zou vertellen wat mijn voorstel is, zou je willen luisteren of je er oren naar hebt?

Kinesthetische predicaten: praten in gevoelens

Aandrang, aanraken, aanvoelen, absorberen, beroeren, beweging, druk, drukte, eelt (op ziel), energie, flexibel, fundering, gebonden aan, geslagen, gestructureerd, gevoelig, gloed, grijpen, in de war, intuïtie, lauwwarm, leeghoofdig, nadruk, ongemakkelijk, ontspannen, onverdraaglijk, paniekerig, richting, rilling, ruw, schok, spanning, steun, stevig, stortvloed, stress, stromen, temperatuur, trillen, vastklampen, verdoofd, voelen, warm, zacht, zeer.

Alle uitdrukkingen met lichaamsdelen.

De bovenhand krijgen, de fantasie prikkelen, de kaarten op tafel leggen, de touwtjes in handen hebben, een doortastend persoon, greep krijgen op, hand in hand, het in je vingertoppen voelen, iemand de rug toekeren, iemand voor de voeten lopen, iets doorgeven, iets laten bezinken, iets vasthouden, in aanraking komen met, in contact blijven met, in een handomdraai, op het rechte pad blijven, op je tanden bijten, op je tenen lopen, stap voor stap, vastklampen aan, vlijmscherp, in de hand houden, ik voel me op mijn gemak, grip op de zaak, zijn gevoelige snaar, binnen handbereik, kippenvel krijg ik daarvan, de sensatie hangt in de lucht, ik ben in de vorm van mijn leven, er op staan, hartverwarmend, links laten liggen.

Wanneer ik je een concreet voorstel zou doen, zou je willen ervaren of het goed voelt?

Olfactoire predicaten: praten in geur en reuk

Aroma, boeket, dampen, doordringende geur, essentie (basisgeur), mest, muf, rot, stank, stinken, stoffig, vochtig, zoetig (geur), zweet.

Gustatoire predicaten: praten in smaken

Bitter, delicieus, flauw, kruidig, pikant, pittig, scherp, smaakvol, verbrand, verschraald, zoet, zuur, kauwen, proeven.

Auditief digitale predicaten (ook wel aspecifiek): praten in gedachten, denken

Activeren, adviseren, analyseren, anticiperen, begrijpen, beseffen, beslissen, besluiten, bewust, bewustzijn, creëren, demonstreren, denken, ervaring, functioneren, herhalen, idee, indicatie, kennen, kiezen, kunnen, leren, logisch, maken, managen, mening, merken, motiveren, onderzoeken, ontwikkelen, opmerken, organiseren, overwegen, plannen, predicaten, realiseren, verstand, verwerken, vragen, voorbereiden, waarnemen, waarschuwen, weten, zijn.

Alert zijn, bewust zijn, een ervaring integreren, het eens zijn over, het juiste idee hebben, je best doen, zich vergissen.

Wanneer ik je een advies geef, zou je het kunnen overwegen?

Oefening herkennen van predicaten

Lees onderstaande uitspraken/woorden/predicaten en bepaal of deze duiden op V, A, K, O, G of Ad:

  • Er wordt gefluisterd
  • Licht op de zaak laten schijnen
  • Aansprekend
  • Ik begrijp, dat
  • Ergens tegenaan lopen
  • Tegen de achtergrond bezien van :
  • Schitterend voorgesteld
  • Een uitgesproken tegenstander
  • Een handvat geven
  • De bal terugkaatsen
  • Ik vraag me af
  • Oost-Indisch doof
  • Ik denk dat
  • Oogkleppen op hebben
  • Vastlopen
  • Weerklank vinden
  • Andere invalshoek kiezen
  • Op je tenen lopen
  • Dat is tekenend
  • Een voorstel bespreken
  • Ik evalueer graag
  • Nog afgezien van
  • Verstijfd van schrik
  • Ik ben me ervan bewust
  • Tegen dovemansoren zeggen

Contact maken met een situatie

Wanneer je een situatie (en de stemming; de staat) wil laten (her-)beleven. Dit gebruik je bij het NLP coachen om een coachee naar een hulpbron te brengen, maar je kan het ook gewoon in de kroeg gebruiken om iemand een goed gevoel te geven in een koetjes-kalfjes gesprek, door te vragen naar een moment dat iemand heel enthousiast of gepassioneerd was, of te vragen naar het leukste dat vandaag of deze week gebeurd is, of op hobbies door te vragen (want waarom stopt iemand zijn vrije tijd in een hobby?).

1) Vraag een specifieke situatie te herinneren:

“Kies in je herinnering een specifieke situatie, die een voorbeeld is.”

Let op dat je echt het specifieke moment van de gewenste situatie krijgt, en niet een globale beleving; we zijn (uiteindelijk) op zoek naar de positieve emotie die bij het moment hoort.

Kalibreer op BMIR’s, en label de situatie (Ad): “Hoe zou je deze situatie willen noemen of welk codewoord wil je het geven?”.

2) Contact maken met de herinnering, visueel:

“Waar ben je?”

“Met wie ben je daar?”

“Wat zie je daar?”

Speel met de antwoorden, vraag door naar kleuren, vormen, groottes etc. Kalibreer op BMIR’s.

3) Visueel naar auditief, dieper contact maken:

“Wat hoor je daarbij?” of

“Wat hoor je daarbij, terwijl je … [beschrijf met sleutelwoorden uit visueel]”

Speel met de antwoorden, vraag door naar toonhoogtes, snelheid, ruis etc. Kalibreer op BMIR’s.

4) Auditief naar kinestetisch, contact maken met de stemming:

“Wat voel je daarbij?”

“Hoe voelt dat daar, toen?”

“Wat voelde je , terwijl je … [beschrijf met sleutelwoorden uit visueel en auditief]”

Kalibreer op BMIR’s. Gebruik ankers indien gewenst.

Oefenen met de NLP techniek door contact te maken met een leuke situatie

  • Bedenk/kies een invalshoek: hobby, leuke gebeurtenis, moment van enthousiasme, passie.
  • Visualiseer eerst voor jezelf hoe jij stap 1 t/m 4 doet, welke vragen je gaat stellen.
  • Bedenk altijd voordat je uitvraagt een goede break-state, zodat je die klaar hebt wanneer dat nodig is.

Voorbeeld:

  • Wat was het leukste dat je vandaag hebt meegemaakt?
  • Waar was dat?
  • Wat zag je toen?
  • Wat hoorde je daar toen?
  • En wat voelde je daar, toen?
  • Waar voelde je dat, precies?

Vragen stellen

Wat er ook gevraagd wordt, in je hoofd wordt er antwoord gegeven en komt er vanzelf een antwoord naar boven. Terwijl je gedachten een antwoord aan het vormen is, wordt er tegelijkertijd in de dieptestructuur verbindingen gemaakt met alle associaties die je kent, hebt ervaren, hebt gezien, hebt gehoord, hebt gevoeld. Het maakt niet uit of de vraag logisch of onlogisch is. Een antwoord komt er.

Vragen die je aan jezelf stelt, worden ook beantwoord. Wanneer je tegen jezelf zegt “Ik vind dit moeilijk” of “Ik vind dit lastig” maak je het “moeilijk zijn” nog sterker voor jezelf en daardoor wordt het alleen maar moeilijker om het wel te begrijpen of te snappen. Je hindert jezelf om te leren. Andersom werkt het ook, wanneer je zegt, “Ik vraag mij af hoe snel ik dit makkelijk ga vinden?” of “Ik vraag mij af hoe snel ik ontdek wat hier eenvoudig aan is?” Merk het verschil en ontdek hoe dit helpt. Het begint bij de overtuigende gedachten die het doen ondersteunen.

Voorbeeld vragen

Stel jezelf deze vragen, en merk hoe het antwoord als vanzelf komt:

  • Waarom groeien er appels op de maan?
  • Welke nieuwe dingen ga ik ontdekken?
  • Ik vraag mij af in hoeveel dingen ik beter en beter wordt?
  • Welke sensatie in mijn lijf voelt nu erg goed voor mij?
  • Hoe natuurlijk en makkelijk ga ik aandacht geven aan dat wat goed voelt?
  • In welke belangrijke zaken gaat NLP mij verder helpen?

Hoe gebruik je vragen welke anderen meer overtuigen?

Op dezelfde manier waarop je eigen gedachten stuurt, kun je de vragen gebruiken om andermans gedachten te sturen. Gedachten zijn makkelijk te programmeren middels vragen en leidt tot het maken van beslissingen binnen de mogelijkheden die er zijn gegeven.

Merk het verschil in de vraagstelling van de vragen en welk antwoord daar meest waarschijnlijk op volgt.

  • Wil je een grote of een kleine frisdrank? Vaak wordt de kleine gekozen.
  • Wil je een grote frisdrank? Vaak wordt de grote gekozen.
  • Realiseer je hoe spannend het gaat worden, wanneer je deze vakantie neemt?
  • Hoe snel kunnen we onze afspraak beëindigen?
  • In hoeveel verschillende manieren ga je van dit huis genieten?

Succes is het doel van NLP

NLP & Succes

NLP & Succes

NLP, excellentie, NLP technieken, NLP modelleren, NLP basisveronderstellingen, NLP vaardigheden, allemaal aspecten die uiteindelijk allemaal een middel zijn van één enkele gedachte: excellentie behalen in het bereiken van gestelde doelen, ofwel zo effectief en efficiënt mogelijk denken, doen en handelen. Uiteindelijk staat alles binnen NLP in het teken van SUCCES.

Wat succes dan is (volgens NLP), als grondbeginsel, is belangrijk om goed in de gaten te houden. Een basisprincipe daarin is dat NLP niet-normatief is, oftewel het ene doel of het andere doel niet de voorkeur geeft op basis van de inhoud van het ene of het andere doel. NLP heeft geen mening over het beter zijn van het doel “afvallen” ten opzichte van het doel “aankomen”. Wel zorgt het toepassen van de technieken dat jouw doelen bij jou passen (jouw doelen zijn) dus jouw voorkeur (niet je oppervlakte voorkeur, maar je diepte voorkeur). Passend bij je werkelijke identiteit en waarden opdat zelfrealisatie van diepere behoeften centraal staat.

Succes, of beter de doelstelling naar succes, is niet voorgeschreven. Je kan de technieken gebruiken om aan de oppervlakte doelen te stellen (wat is de bias van de maatschappij over succesvol zijn?) zoals een grote auto, veel geld, et cetera, de doelen die vooral (in het algemeen; generalisatie) mensen tot 35 jaar aanspreken. Maar het kan ook zijn geen auto hebben, of geen geld hebben, als dat je voorkeur heeft. Want dat is de crux: je persoonlijke voorkeur. Wanneer jij diep van binnen voelt dat het belangrijk is om bij te dragen aan een goed milieu, en jij vindt dat het daarom belangrijk is om juist geen auto te hebben, dan vindt NLP dat best, en stelt succes dan op het geen hebben van een auto.

Succes is dus niet wat anderen succes vinden, of dat anderen jou succesvol vinden, of wat de culturele normen voorschrijven: het gaat om realiseren wat jij, diep van binnen, echt belangrijk vindt, whatever that may be.

En gaandeweg ons leven verandert wat wij echt belangrijk vinden, diep van binnen. Mid-life crisis, het “Is dit alles”-gevoel bezongen door Doe Maar, dat zijn normale uitingen van waarden en inzichten die op identiteits- en waardenniveau wijzigen. En de inhoud van wat succes is verandert mee met deze wijzigingen. Ben je 27 jaar dan krijg je wellicht veel energie uit het hard werken om je leven in te richten, ben je 35 en heb jij je leven op orde, dan worden andere dingen belangrijk, zoals bijvoorbeeld rust, zorg en vrijheid. Jouw definitie van succes verandert dan dus mee, althans op inhoudsniveau. Dit veranderen is een natuurlijk proces, dat globaal in periodes van 7 jaar optreedt.

Wat is succes in NLP

Een goede definitie, die voldoet aan al deze overwegingen, is beschreven door Anthony Robbins (met een kleine eigen toevoeging):

Success is doing

what you want to do,

when you want to do it,

where you want to do it,

with whom you want to do it,

as much as you want to do it,

in a way others may profit,

while having fun getting there.

NLP: een andere aanpak. Prestaties, vaardigheid en effectief.

vaardigheid effectief prestaties

vaardigheid effectief prestaties

NLP bekijkt zaken, situaties en processen vanuit het gezichtspunt zo effectief mogelijk te zijn; praktisch en gericht op individuele keuze. Vijf basisprincipes liggen ten grondslag om deze effectiviteit te maximaliseren:

5 principes van prestaties, vaardigheid en effectief zijn:

  1. Richt je niet op het behalen van gemiddelde prestaties, maar richt je op het behalen van excellente prestaties. Stel je doelen voorbij tevredenheid. Verhoog je verwachtingen. Als je iets doet, doe het goed. Streef naar het maximale. Wanneer jij jezelf wilt motiveren, wil je dan een beetje motivatie (een zesje) of wil je gemotiveerd raken (een 10)? Wil je liever een beetje gelukkig zijn, of wil je liever heel gelukkig zijn? Het principe is simpel: alleen wanneer jij je richt op het behalen van het maximale, zal je het maximale effect kunnen bereiken dat er te bereiken is. Verwacht maximale prestaties, bereik ze effectief en met de juiste vaardigheid.
  2. Als je een normaalverdeling maakt van een groep mensen die een bepaalde vaardigheid in een bepaalde mate beheerst, dan is de excellentie zowel te vinden bij de top 2,5% meest vaardigen, als de top 2,5% minst vaardigen (zij het in een tegengestelde vaardigheid). Welke excellentie je nastreeft (de top of de minst vaardigen) is een persoonlijke, individuele keuze en voorkeur. Wanneer je bijvoorbeeld een normaalverdeling maakt van ACTIEVE MENSEN dan is de top 2,5% excellent in ACTIEF zijn, en in het dal vindt je een 2,5% populatie die excellent is in PASSIEF zijn. Welke beter is, zo stelt NLP, is afhankelijk van jouw eigen, persoonlijke keuze of je ACTIEF of PASSIEF wilt zijn, waarbij NLP per situatie onderscheid maakt (de ene situatie is niet de andere; flexibiliteit om situationele keuzes te maken tussen PASSIEF of ACTIEF gedrag is wat NLP nastreeft).
  3. Wanneer je excellentie wilt creëren, dan is het beter om je sterke punten verder te ontwikkelen, dan om je mindere punten bij te spijkeren. Wanneer je jouw sterke punten verder versterkt kan je excellente resultaten bereiken. Wanneer je jouw mindere punten verbeterd, dan kan je slechts een gemiddelde prestatie/resultaat behalen. Besef je daarbij dat je mindere punten eigenlijk sterke punten aan de andere kant van het spectrum zijn.
  4. Alles is gebaseerd op persoonlijke keuze. Ieders individuele situatie is anders dan die van anderen. Ieders eigen doelen, wereldbeeld, voorkeuren, waarden en normen, zijn van die persoon, en die persoon alleen. Dat betekent dat generalisaties over wat goed of fout is, niet bestaan. Het doel bij NLP is dat het niet-normatieve individuele doel effectief wordt bereikt, in plaats van het bepalen van ethische doelstellingen, of generieke manieren van aanpak. Effectiviteit naar het persoonlijke doel staat voorop. Effectief qua vaardigheid prestaties neerzetten.
  5. Niemand is helderziend. Op basis van ervaring kan je het idee hebben dat een bepaalde aanpak resultaat kan hebben voor het individu, en de enige manier om daar achter te komen is door het te doen en vervolgens te testen op resultaat. Blijkt je ervaring het mis te hebben, probeer dan wat anders, en ga niet door met dezelfde aanpak vruchteloos opnieuw proberen. Het NLP proces van verandering is dan ook: keuze aanpak, testen/meten vooruitgang, bijsturen, opnieuw keuze aanpak enzovoort, totdat het gewenste resultaat is bereikt. Voorkom het pigeon-effect (blijven doen wat je doet totdat het werkt): wanneer iets niet werkt, probeer dan wat anders, net zolang totdat je wel het gewenste resultaat hebt bereikt. Wees effectief, haal je maximale prestaties, ontwikkel je vaardigheid.

Waarnemen en kalibreren

Hoe vaak komt de letter ‘F’ voor in de volgende tekst:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Wat staat hier:

Vlgones een sduite aan een elgnese unvirestiet mkaat het neit uit in wlke vlgrodoe de lttrees in een wrood satan, het eigne dat blagnrijek is, is dat de ersete en de ltaatse ltteer op de gdoee palats satan. De rset kann ttaaol oiznn zjin maar tcoh kun je het geod leezn. Dit kmot dradoot we neit ltteer voor ltteer arpat lzeen maar wodoren in zjin gheeel.

Kan je dit lezen:

D323 M3D3D3L1NG L44T J3 213N T0T W3LK3 GR0T3 PR35T4T135 0N23 H3R53N5N 1N 5T44T 21JN. 1N H3T 83G1N W45 H3T 23K3R N0G M031L1JK D323 T3K5T T3 L323N, M44R NU K4N J3 H3T W44R5CH1JNL1JK 4L W4T 5N3LL3R L323N 20ND3R J3 3CHT 1N T3 5P4NN3N. D4T K0MT D00R H3T 3N0RM3 L33RV3RM0G3N V4N 0N23 H3R53N5. KN4P H3? D323 M3D3D3L1NG M4G J3 K0P13R3N 3N V3RD3R V3R5PR31D3N.

Onze waarneming

Hoeveel vaak komt de ‘f’ voor volgens jouw telling? De meeste mensen tellen er 16 of 17. Maar het zijn er meer:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Het zijn er 23! Vooral het woordje ‘OF’ wordt vaak gemist. Er zit dus iets raars in ons waarnemen. Zelfs wanneer we ons concentreren, zien we niet alles…

En wanneer je het 2e stukje las als ‘Volgens een studie aan een Engelse universiteit…’, dan was je niet aan het waarnemen, maar dan was je de letters die er staan aan het vervormen tot woorden zoals je ze kent. Je leest dan iets wat er feitelijk niet staat. Wanneer dat stukje in een taal was geschreven die je niet kende, dan had je wel letterlijk de letters uitgesproken zoals ze er stonden. We verbinden onze waarneming aan wat we in het verleden hebben geleerd. We zien iets en proberen het onbewust te duiden. We zien niet wat er staat, we zien wat we kennen.

Het derde stukje laat je zien hoe snel dit proces gaat, hoe flexibel je hersenen zijn om snel te leren en uit het feitelijke waarnemen naar betekenis gaan.

Belangrijk NLP uitgangspunt: Ons sterkste instinct is niet de ‘will to survive’ maar onze drang om dingen vertrouwd te maken (‘will to make things familiar’).

Het zintuigensysteem

Wij nemen de wereld feitelijk waar door gebruik te maken van onze 5 zintuigen:

  • Ogen kijken (Visueel)

    Zintuigensysteem en waarnemen

    Zintuigensysteem en waarnemen

  • Oren luisteren (Auditief)
  • Lichaam voelt (Kinestetisch)
  • Neus ruikt (Olfactoir)
  • Mond proeft (Gustatoir)

Voor het gemak worden deze zintuiglijke systemen in NLP veelal afgekort tot: V A K O/G.

Omdat we naast waarnemen ook denken (tegen ons zelf praten) wordt er verschil gemaakt tussen Auditief tonaal (At: luisteren met je oren) en Auditief digitaal (Ad: tegen je zelf praten).

Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen de verschillende manieren waarop je kan voelen (Kinestetisch):

  • Tactiel: voelen aan de buitenkant; waarnemen buiten jezelf
  • Proprioceptief: voelen aan de binnenkant; waarnemen binnen jezelf
  • META: waarde bepalende gevoelens en emoties

NLP stelt dat ieder mens een bepaalde voorkeur heeft bij de inzet van de zintuigen (V-A-K-O-G-Ad). Sommige zintuigen zijn beter ontwikkeld dan de andere. Dat is per mens verschillend, en aangezien zintuigen te trainen zijn, is het geen vastgesteld gegeven, en kan het per situatie verschillen.

Het primaire voorkeurssysteem van waarnemen (V A K O/G Ad) herkennen bij een ander is handig om beter contact te maken. Je kan het primaire voorkeursysteem bij een ander herkennen door:

  • Te luisteren naar de woorden die de ander gebruikt (predicaten)
  • Te kijken naar de lichaamshouding (fysiologie)
  • Te kijken naar de oogpatronen

Dit worden ook wel de accessing cues (toegangsignalen en –aanwijzingen) genoemd.

VAKOGAd overzicht

V – Visueel, zien

A – Auditief, horen

At – Auditief tonaal, luisteren

Ad – Auditief digitaal, praten tegen jezelf, ‘denken’

K – Kinestetisch, voelen

Kt – Kinestetisch tactiel, voelen aan de buitenkant

Kp – Kinestetisch proprioceptief, voelen aan de binnenkant

Km – Kinestetisch meta, waarde bepalend of emotie

O – Olfactior, ruiken

G – Gustatoir, proeven

Lead system (zoeksysteem)

NLP stelt dat iedereen een zintuiglijk weergavesysteem heeft waarmee iemand zich richt op een innerlijke ervaring, of een herinnerde ervaring opzoekt.

Als voorbeeld:

Zoek naar een ervaring waarin je zeker was van jezelf. Qua volgordelijke stappen kan je eerst een beeld ZIEN (visuele “lead”) van die ervaring, om je vervolgens te herinneren welke gevoelens horen bij dat moment van zekerheid (kinestetische weergave).

Dit lead system is met de oogpatronen goed te herkennen.

Synesthesie

Synesthesie is een proces waarbij de weergave in het ene zintuigensysteem direct een ervaring oproept in een ander zintuigensysteem. Beide systemen overlappen elkaar. Bijvoorbeeld wanneer je het geluid hoort van een krijtje over een schoolbord en direct de rillingen over je rug voelt lopen.

BMIR’s – Behavioral Manifestations of Internal Representation

BMIR’s zijn (minimale) non-verbale en verbale toegangssignalen die in verbinding staan met onze zintuigen, de VAKOGAd. Door te letten op BMIR’s kan je beter afleiden wat er bij de ander gebeurt. Het is daarbij belangrijk in de gaten te houden dat ieder mens uniek is; niemand heeft gelijke BMIR’s. Voordat je dus betekenis mag en kan geven aan de BMIR’s die je waarneemt moet je onderzoeken wat een BMIR specifiek bij iemand betekent (dat proces van afstemmen heet kalibreren).

In een gesprek letten op veranderingen in fysiologie en stem (kijken en luisteren) geeft je inzicht in het interne proces bij de ander. Je wellicht niet zien WAT er gebeurt, maar wel DAT er wat gebeurt.

Visuele BMIR’s – wat je kan zien veranderen

  • Spierspanning in het gezicht
  • Vochtigheid van de huid
  • Kleur(verandering) van het gelaat
  • Onderlip (grootte en kleur)
  • Oogbewegingen
  • Grootte van de pupil
  • Schuine stand van het hoofd
  • Ademhaling: plaats, snelheid, diepte
  • Houding
  • Hoek van de ruggengraat (hoofd, nek, schouders)
  • Arm -, hand- en vingergebaren
  • Verdeling van gewicht
  • Gezichtsuitdrukking, wenkbrauwen, kaken, mond

Auditieve BMIR’s – wat je kan horen veranderen

  • Toon
  • Tempo
  • Plaats
  • Hoogte
  • Volume
  • Ritme
  • Pauzes
  • Predicaten
  • Warmte
  • Intonatie en intonatiepatronen

Kalibreren

Wanneer je iets ziet of hoort bij iemand, en je wilt ontdekken wat dat betekent, dan noemt NLP dat proces van onderzoeken en afstemmen ‘kalibreren’. Wanneer je niet kalibreert, en BMIR’s een betekenis geeft ‘omdat dat meestal zo is’, dan ben je aan het gedachtelezen, of mindreaden. Omdat iedereen unieke BMIR’s heeft, is het proces van kalibreren erg belangrijk om feitelijk te blijven bij wat er gebeurt bij de ander in plaats van niet verder te komen dan wat jij denkt dat er gebeurt bij de ander.

Kalibreren is het ontdekken van toegangsignalen. In de basis is het een vermogen (vaardigheid) om verschillen te kunnen zien en/of horen. Om onderscheid te kunnen maken is het noodzakelijk tenminste 2 zijnstoestanden waar te nemen.

  • Een enkel signaal is een voorval zonder betekenis
  • 2 dezelfde signalen is toeval
  • 3 dezelfde signalen is een patroon (kalibratie)

Oefening waarnemen of gedachtelezen

Ga bij de volgende uitspraken voor jezelf na of het iets is wat je feitelijk ziet, of dat een een mening/waardeoordeel is:

  • Je ziet hem opgelucht adem halen.
  • Je kon zien dat ze niet tevreden was.
  • Ze stond ontspannen te presenteren.
  • Als hij praat beweegt hij met zijn handen.
  • Hij fronste terwijl hij naar beneden keek.
  • Hij fronste zijn wenkbrauwen om te laten zien dat hij twijfelde aan haar woorden.
  • Ze keek schichtig om zich heen.
  • Zijn stem trilde en klonk nerveus.
  • Terwijl hij praatte bewoog zijn hoofd.
  • Hij bloosde van schaamte.
  • Hij vind mij niet aardig want hij kijkt telkens weg als ik hem aankijk.
  • Hij schudde zijn hoofd dus was het er niet mee eens.
  • Zij knikte want ze is het er mee eens.
  • De Italiaan was erg tevreden; hij maakte een rondje met duim en wijsvinger: perfect!
  • De ene Griek vond het goed, hij zei “Ohkee.”. De andere niet, hij zei “Nee.”.
  • Zij gaat het doen, ze zei “Ja, ik doe het wel.”.
  • De Pakistaan schudde zijn hoofd, dus bedoelde nee.
  • De Arabier gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De Japanner gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De flipover heeft witte bladen van papier.

Klik hier voor een antwoordindicatie.

Dus:

WAARNEMING -> Betekenis geven -> MINDREAD

Feitelijk en objectief -> Betekenis geven -> Jouw werkelijkheid en subjectief

Werkelijkheid -> Betekenis geven -> Waardeoordeel en overtuiging

Accessing cues – toegangsignalen en -aanwijzingen

Overzicht BMIR’s (generaliserende mindreads)

Visueel Auditief (At en Ad) Kinestetisch (K en O/G)
Ademhaling Hoog, snel, onregelmatig Middenrif Diepe buikademhaling, langzamer
Gezichtsuitdrukking Ogen dichtknijpen Gefronste wenkbrauwen Ontspannen spieren
Stem Hoge neusklanken Stiltes, afgemeten, nadrukkelijk Laag, vanuit de adem
Tempo Snel, opgewonden Ritmisch Langzamer
Houding Rechte rug, kin omhoog Hoofd naar rechts beneden gebogen Hoofd naar links beneden, rug iets in elkaar gezakt
Gebaren Naar boven wijzen, in de ogen wrijven Kin in hand, rond oren wijzen Handen op de buik leggen, denkbeeldige handelingen uitvoeren

Eye accessing cues (oogpatronen)

In het diagram hieronder kan je de oogpatronen van iemand afleiden. Het is zo getekend alsof dit het gezicht is van iemand die jou aankijkt. De oogpatronen hieronder gelden voor de meeste rechtshandige mensen (standaard georganiseerd mens).

LET OP: KALIBREREN IS BELANGRIJK!

Eye accessing cues (oogpatronen)

Eye accessing cues (oogpatronen)

De ogen kunnen ook recht vooruit staan, uit focus (down-time; intern gericht), al dan niet met vergrote pupillen. Dat duidt op snelle toegang naar (directe) zintuiglijke informatie, voornamelijk visueel.

  • VC: visueel geconstrueerde beelden (ogen op recht); vaag, flitsend, duidelijk verbeelden, heldere toekomst
  • VR: visueel herinnerde beelden (omhoog verlaten ogen); fotografisch geheugen, totale herinnering, toekomstvisie, schitterend perspectief, opnieuw bekijken, kleurrijk geheugen.
  • ACt: Auditief geconstrueerde geluiden of woorden, tonaal (ogen horizontaal en aan het recht); repeteren, woorden zeggen.
  • ARt: Auditieve herinnerde geluiden of woorden (ogen horizontaal en aan de linkerzijde); woorden herhalen die gehoord zijn.
  • K: Kinestetische sensaties en gevoel (intern en extern, ook reuk en smaak, ogen onderaan recht); voelen, aanraken, warm, soepele tred, kietelen.
  • AD: Auditieve geluiden of woorden (ogen onderaan de linkerzijde); interne dialoog, praten tegen jezelf, “aha”

Vragen stellen om oogpatronen te kalibreren

VR

  • Welke kleur heeft je favoriete boek?
  • Welke kleur heeft het huis van de buren?
  • Is er een ronde tafel in je huis?

VC

  • Hoe ziet een zebra eruit met paars/oranje haar?
  • Hoe ziet een mier eruit met roze sokjes aan?
  • Wat ga je morgen doen?

AR

  • Hoe klinkt je favoriete instrument?
  • Hoe klinkt volledige rust en stilte?
  • Wat klinkt harder: jouw deurbel of een claxon?

AC

  • Hoe klinkt een piepende muis in een windtunnel?
  • Hoe zou een dweilorkest klinken op Mars?
  • Hoe klinkt mijn stem, als ik zou praten zoals Mickey Mouse?

AD

  • Hoe doe jij de dingen ‘s ochtends?
  • Wat zeg je tegen jezelf als je thuiskomt?
  • Hoe poets jij je tanden?

K

  • Hoe voelt het als je in de zon ligt?
  • Hoe voelt je rechtervoet aan als die slaapt?
  • Welke sok zit beter, die van je rechter- of van je linkervoet?

Bij onduidelijke oogpatronen kan je meer gedetailleerde vragen stellen. Vooral vragen met een vergelijking of contrast: Welke … is (vergelijking), … of …? Bijvoorbeeld Welke kleur is donkerder, bastogne- of ontbijtkoek?

Oefening Vragen om oogpatronen te kalibreren

Geef aan of de onderstaande vragen Vc, Vr, Ac, Ar, K (O,G) of Ad zijn

  • Hoe zou je huis er uit zien met roze verf?
  • Welke kleur had het haar van je moeder, toen je haar voor het laatst zag?
  • Ben jij je bewust van deze vraag?
  • Hoe gaat de melodie van je favoriete lied?
  • En hoe zou je favoriete lied klinken met kerstklokken op de achtergrond?
  • Hoe voelen smeltende sneeuwballen in je hand?
  • Wat zeg je nu tegen jezelf?
  • Hoeveel ramen heeft je huis?
  • Hoe klinkt een muntje dat op straat valt?
  • Hoe klinkt een grote sneeuwbui die in zee valt?
  • Hoe zou jij er uit zien met haar van goud?
  • Heb je voor meer ramen dan achter?
  • Wat zou beter zijn: je huis paars met witte stippen, of met rode strepen?
  • Welke kleur heeft je voordeur?
  • Wat zeg jij tegen jezelf net voordat je de fiets neemt?
  • Heb je een ronde spiegel in huis?
  • Hoe klinkt de zee?
  • Hoe zag vorig jaar de leukste kerstkaart er uit?
  • Hoe klinkt Donald Duck nadat hij een ballon met helium heeft ingeademd?
  • Hoe zal het voelen om op de maan te dansen?
  • Hoe smaakt je favoriete eten?
  • Hoe ziet de kaft van je favoritete boek er uit?
  • Hoe klinkt een krijtje op een schoolbord?
  • Hoe smaakt een grote hap watten?
  • Wat zeg jij tegen jezelf wanneer je een complimentje krijgt?
  • Wat zeg je tegen jezelf wanneer je voor de koelkast staat?
  • Wat vindt je van deze vragen?
  • Realiseer jij je wat hier nu gebeurd?
  • Hoe zie jij er uit als een teletubbie?
  • Hoe zou je kamer er uit zien wanneer deze blauw was?
  • Welke kleur had de kamer waar je bent opgegroeid?
  • Wat was het laatste wat ik gezegd heb?
  • Hoe voelt het wanneer je in een plas stampt?

Speciale oogwaarnemingen

  • Je kan aan de ogen zien of iemand ‘naar binnen gekeerd is’. Dat is het moment om ruimte voor nadenken te geven, of suggesties te geven (korte trance-staat).
  • Je kan aan de ogen zien waar iemand naartoe kijkt (richting) wanneer deze zich iets voorstelt: ver weg, dichtbij, hoog, laag etc.
  • TransDerivational Search (TDS): verwilderde oogpatronen, geeft aan dat iemand informatie zoekt, in verwarring is, en/of probeert betekenis te geven. Checken of na de TDS de informatie is gevonden, dan wel betekenis is gegeven kan handig zijn. Wederom een goed moment voor suggesties (korte trance-staat). Merk wat er gebeurt:
    • Je doet het weer, of niet soms…?
    • Misschien denk je aan de gedachten die je gisteren had…?
    • De vele kleuren die fruit kan hebben…
    • Er zijn leuke momenten geweest, nietwaar…?
    • Je bent nog iets vergeten, nietwaar…?
    • Wat is het dat je nu niet kan herinneren…?
    • Jij kan je beseffen dat je nu met een glimlach is altijd leuk…
    • Rijk zijn is een staat zijn zegt het woordenboek…

Antwoorden waarnemen en mindread

Hierbij een richtinggevend overzicht van de mindread en waarneming oefening. Het is geen wet, dus eenduidige antwoorden kunnen niet worden gegeven, wel indicaties. Het gaat niet om goed of fout, maar het gaat er om dat je beseft of je een betekenis aangeeft, of een feitelijke waarneming. In de onderstaande antwoorden zijn de (mogelijke) mindreads/(waarde-)oordelen aangegeven:

  • Je ziet hem opgelucht -> mindread adem halen.
  • Je kon zien dat ze niet tevreden -> mindread was.
  • Ze stond ontspannen -> hoe weet je dat haar spieren ontspannen waren? te presenteren.
  • Als hij praat beweegt hij met zijn handen.
  • Hij fronste terwijl hij naar beneden keek.
  • Hij fronste zijn wenkbrauwen om te laten zien dat hij twijfelde -> mindread aan haar woorden.
  • Ze keek schichtig -> mindread om zich heen.
  • Zijn stem trilde en klonk nerveus -> mindread.
  • Terwijl hij praatte bewoog zijn hoofd.
  • Hij bloosde van schaamte -> mindread.
  • Hij vind mij niet aardig want -> mindread hij kijkt telkens weg als ik hem aankijk.
  • Hij schudde zijn hoofd dus was het er niet mee eens -> mindread.
  • Zij knikte want ze is het er mee eens -> mindread.
  • De Italiaan was erg tevreden -> mindread, gebaren hebben een culturele betekenis; hij maakte een rondje met duim en wijsvinger: perfect!
  • De ene Griek vond het goed, hij zei “Ohkee betekent NEE; mindread”. De andere niet, hij zei “Nee. Ne betekent JA; mindread”.
  • Zij gaat het doen -> mindread, ze zegt alleen dat ze het gaat doen, ze zei “Ja, ik doe het wel.”.
  • De Pakistaan schudde zijn hoofd, dus bedoelde nee -> mindread, in Bulgarije, Pakistan en India schudt men juist het hoofd om JA te zeggen.
  • De Arabier gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect -> mindread, de waarde RESPECT staat los van feitelijk gedrag en is cultureel gebonden.
  • De Japanner gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect -> mindread, de waarde RESPECT staat los van feitelijk gedrag en is cultureel gebonden.
  • De flipover heeft witte bladen van papier. Even plagen: besef je dat dit één grote mindread is van concepten (flipover, wit, bladen, papier); het zijn ideeën en niet de feitelijke waarneming zelf.

Overzicht NLP Practitioner opleidingen in Nederland

Een overzicht van NLP Practitioner opleidingen aanbieders in Nederland

Overzicht laatst bijgewerkt op 16 maart 2016. Heb je een foutje ontdekt, of ken je NLP Practitioner opleidingen die niet in het overzicht staat? Tip ons via een mailtje naar rutger@rspaans.nl, of reageer via een reactie onderaan. Dank je wel!

p.s. Opname in onderstaand overzicht is vrijblijvend, enkel bedoeld om een overzicht te bieden van aanbieders van een opleiding onder de naam NLP Practitioner opleiding. Het moge duidelijk zijn dat de ene opleiding de andere niet is, dus zorg er voor dat je een helder doel hebt bij je training, en vergelijk meerdere aanbieders met elkaar door ze echt te bezoeken op bijvoorbeeld een gratis informatieavond. De aangegeven plaatsnaam is de locatie waar de opleiding daadwerkelijk plaatsvindt, de trainingslocatie.

Overzicht NLP Practitioner opleidingen per provincie

Overzicht NLP Practitioner opleidingen in Drenthe

Bureau Land, Ansen, bureauland.nl

Academie voor Psychologica, Hoogeveen, www.avpl.nl

Itan, Hoogeveen, itan.nl

Overzicht NLP Practitioner opleidingen in Flevoland

On-NLP, Almere, opleiding.on-nlp.nl

Overzicht NLP Practitioner opleidingen in Friesland

Inner QI, Grou, www.innerqi.nl

NLP-AC, Drachten, www.nlpacademie.nl

Itan, Heerenveen, itan.nl

Bureau Meesterschap, Heerenveen, www.bureaumeesterschap.nl

Overzicht NLP Practitioner opleidingen in Gelderland

Response Instituut, Arnhem, www.response-instituut.nl

IEP, Nijmegen, www.iepdoc.nl

Robin Stevens, Nijkerk, www.robin-stevens.nl

Overzicht NLP Practitioner opleidingen in Groningen

NLP Groningen, Zuidlaren, www.nlp-groningen.com

Academie voor Psychologica, Haren, www.avpl.nl

Itan, Groningen, itan.nl

Overzicht NLP Practitioner opleidingen in Limburg

Response Instituut, Roermond, www.response-instituut.nl

Humanexus, Heerlen, www.humanexus.nl

Overzicht NLP Practitioner opleidingen in Noord-Brabant

Academie voor Psychologica, Oirschot, www.avpl.nl

Academie voor Psychologica, Helmond, www.avpl.nl

Mind Academy, Vught, mindacademy.nl

Overzicht NLP Practitioner opleidingen in Noord-Holland

LivingLife, Haarlem, livinglife.nl

UNLP, Amsterdam, www.unlp.nl

Academie voor Psychologica, Amstelveen, www.avpl.nl

Academie voor Psychologica, Haarlem, www.avpl.nl

Humanexus, Alkmaar, www.humanexus.nl

Mind Academy, Bergen, mindacademy.nl

Overzicht NLP Practitioner opleidingen in Overijssel

Inner QI, Hengelo, www.innerqi.nl

Academie voor Psychologica, Enschede, www.avpl.nl

Academie voor Psychologica, Zwolle, www.avpl.nl

Academie voor Psychologica, De Bult, www.avpl.nl

Itan, Enschede, itan.nl

Itan, Zwolle, itan.nl

Overzicht NLP Practitioner opleidingen in Utrecht

NLP-AC, Utrecht, www.nlpacademie.nl

Academie voor Psychologica, Leusden, www.avpl.nl

Mind Academy, Abcoude, mindacademy.nl

Overzicht NLP Practitioner opleidingen in Zeeland

Impact opleidingen, Middelburg, www.impactopleidingen.nl

Overzicht NLP Practitioner opleidingen in Zuid-Holland

UNLP, Rotterdam, www.unlp.nl

Academie voor Psychologica, Ridderkerk, www.avpl.nl

BDP, Zoetermeer, bpdtraining.nl

De eerste verdieping, Delft, www.1e-verdieping.nl

Mind Academy, Rotterdam, mindacademy.nl

Overzicht Nederlandstalige NLP Practitioner opleidingen buiten Nederland

Mind Academy, Ibiza, mindacademy.nl

Caribbean NLP Academy, Willemstad (Curaçao), www.nlpcuracao.com

Heb je een foutje ontdekt, of ken je NLP Practitioner opleidingen die niet in het overzicht staat? Tip ons via een mailtje naar rutger@rspaans.nl, of reageer via een reactie onderaan. Dank je wel!

De geschiedenis van NLP (vogelvlucht)

1975: Richard Bandler, student psychologie en computerprogrammeur, werkt aan zijn scriptie en doet daarbij onderzoek naar een van de meest succesvolle therapeuten van die tijd: Fritz Perls. Zijn begeleider, John Grinder, merkt op hoe eenvoudig Richard in staat is om een goed gelijkende persiflage van Fritz Perls neer te zetten, door modellen te maken van effectief beschouwd gedrag. Zij besluiten samen om het maken van modellen van effectief gedrag verder uit te werken, en toe te passen op meer, als succesvol beschouwde, therapeuten en wetenschappers.
Na het modelleren van Perls volgde modellering van Virginia Satir (een gezinstherapeute), Gregory Bateson (een antropoloog), Milton H. Erickson (hypnotherapeut en psychiater), Moshé Feldenkrais (natuurkundige en neurofysioloog) en Linus Pauling (scheikundige).

1979: Bandler en Grinder merken dat de context van wetenschappelijke artikelen publiceren minder lucratief is, in vergelijking met het geven van populaire seminars. De boeken worden toegankelijker en populairder. De wetenschappelijke kant wordt meer losgelaten. Grinder en Bandler schijven: “We zijn niet bepaald geïnteresseerd in wat ‘waar’ is. Alleen wat bruikbaar is telt.”

1980 – 1996: Bandler maakt aanspraak op de intellectuele rechten van Neuro-Linguïstisch Programmeren, en start diverse rechtszaken tegen Grinder en anderen. In 1996 wordt het geschil beslecht, en wint Grinder. Sindsdien is NLP public domain (Grinder’s eis).

Verdere ontwikkeling van NLP

1996 en verder: Diverse stromingen ontstaan; voornamelijk vanuit merkenrecht en copyright overwegingen. Bandler is zeer commercieel gebleven, en beschermd zijn werk sterk (DHE™ en NHR™ zijn de nieuwe namen). Grinder heeft er voor gekozen om zijn werk als “New code™” aan te bieden.
Ondertussen hebben vele anderen toegevoegde waarde gehad: Robert Dilts, Anthony Robbins, Micheal Hall, Tad James zijn enkele namen die de oude basis met eigen technieken hebben uitgebreid, en op eigen werkgebied voor verdere ontwikkeling hebben gezorgd.