model

De uitdaging

Er wordt gesproken dat een schrijver een miljoen woorden zou moeten schrijven voordat deze een schrijfstijl heeft ontwikkeld op basis van ervaring die – eindelijk – kan leiden tot het professionaliseren van het schrijven. Ofwel: geld verdienen. Want professioneel of amateuristisch, het enige verschil is geld. Dat is de uitdaging die je kan aangaan. Je kan dit geloven alsof iemand in een witte jas je iets verteld, of je juf dan wel meester vroeger, ofwel je eigen oordeel aan de kant zetten voor een autoritief figuur, iemand wiens oordeel je waarde aan hecht, ik zie wel.

De uitdaging is dus veel schrijven, veel meters maken. Vocabulaire uitbreiden, veel lezen, veel meters maken. Apps in de Play store zoeken die me daarbij helpen. Elly’s choice, voor 2,99 euro per maand 10 boeken. Meer meters maken, want ik kom er niet door. Sommige boeken vind ik zo saai dat ik me niet kan zetten tot doorlezen. Een boek per maand is millimeters maken met tegenzin…

Verder, sneller, processtappen nemen. Dat is deze site. Een rommeltje, waar Google af en toe naar toe stuurt, dus dan je wel voor het lezen van de oefeningen die ik hier publiceer. Oefeningen, ja, meer is het niet. Sorry. Wel weer een paar advertenties getoond, dus de kosten zijn er uit.

Een miljoen woorden. Dat is veel. Nooit zo’n schrijver geweest, maar dat komt door het toenmalig verplichte karakter er van. Het moeten van een opstel. Het niet begrijpen van wat er van me verlangd en verwacht wordt. Betekenisvol willen zijn. Hoe kan je in godsnaam verwachten dat iemand op afroep creatief kan zijn, tekendocenten, docenten Nederlands, zelfs u, handenarbeidjuf? En waar haalt u het lef vandaan om iemand die blokkeert op het verplichte duwwerk van prestaties af te serveren met de woorden : “Dat wordt nooit wat”, of “Je kan het niet.”. Welke Rembrandt ben jij om in het model van Dunning-Kruger een positie in te nemen om te kunnen oordelen over het werk van een ander? Middelmatigheid geeft ook middelmatige oordelen.

Sorry, docenten, ik nam jullie te serieus. Ik plaatste jullie op een voetstuk en dacht dat jullie daar hoorden te staan. Nu weet ik beter. Een witte jas is geen garantie voor waarheid; het is enkel een garantie voor een oordeel over een situatie binnen de beperkte mogelijkheden van de mens die de jas draagt,  een incompleet oordeel voorzien de eenzijdigheid voortkomend uit beroepsdeformatie en jargon. En er zijn ook witte jassen die met een zesje zijn geslaagd. Dat zie je niet aan de buitenkant.

Nog 805.758 woorden te gaan. Ik ben een N00B.

Posted by Rutger in Archief

Schrijfoefening: Roti

Lekker, roti. Ik parkeer de auto en steek de weg over op weg naar de afhaal. De deurklink voelt passend en zit wat los als ik kracht uitoefen om de deur te openen en de bel die aan de deur is vastgemaakt laat klingelen.
“Hoi, wat kan ik voor je doen?”
“Mag ik drie roti speciaal, twee kipfilet en één normale kip, alsjeblieft?” en ik voel me wat onbeholpen als ik nog even “om mee te nemen…” toevoeg. Alsof dat niet duidelijk is…
“Prima, komt er aan!” zegt de man vanachter zijn aanrecht waar hij ondertussen gewoon verder ging met het klaarmaken van andere bestellingen.

Ik blijf wat staan, en kijk door het raam, langs de stickerreclame voor een bezorgdienst, en zie daar twee kinderen en een vrouw voor een portiek staan. De deur in de portiek staat open. De twee kinderen hebben een plastic tas bij zich en de vrouw is driftig met een sigaret in de weer. Korte rukkende bewegingen als ze de sigaret uit het pakje haalt, naar haar mond brengt, en aansteekt. Driftig trekken. Hoekige bewegingen als ze haar arm weer laat zakken, met in haar hand de brandende sigaret. Ze kijkt links, rechts, links, rechts, telkens over de kinderen heen. De kinderen die wat verloren op de stoeprand staan, en naar de grond kijken, in gedachten verzonken lijken.

Een witte Audi stopt. Een sportief model auto. De vrouw kijkt er naar en trekt één van haar mondhoeken geërgerd omhoog als ze de deur open ziet gaan en in de richting van de man die uit de auto stapt kijkt. Met de sigaret tussen twee vingers geklemd, tikt ze op het horloge rond haar pols van de andere arm, en lijkt wat te zeggen tegen de man. De middelbare man, buikje maar toch sportief gekleed, beweegt zijn hoofd niet in de richting van de vrouw, vermijd contact. De zonnebril blijft op, en hij haalt kort zijn schouders op. Hij loopt naar de kinderen toe, en neemt de plastic zakjes over om ze in de auto te leggen. Eén van de kinderen kijkt op naar de vrouw en haar lippen bewegen. De vrouw brengt haar vrije hand naar de rug van het kind en beweegt het kind zachtjes door de deur. Het hoofd van de man draait nu wel in de richting van de vrouw, en hij zegt wat terwijl hij zijn hoofd van links naar rechts beweegt. De vrouw knijpt haar ogen even samen, en zuigt de sigaret bijna naar binnen, om dan de sigaret handig weg te schieten. Het kind dat nog buiten is slaat haar armen om de vrouw, een knuffel, en de vrouw legt even haar hand op het hoofd van het kind. Dan stapt het kind de auto in, en de vrouw snelt naar binnen.

De man gaat voor de auto staan, en loopt wat ongemakkelijk heen en weer. Elke twee passen kijkt hij de portiek in. Daar komt het kind. De vrouw blijft binnen. De man wijst naar de rechterachterdeur van de auto. Het kind gaat snel naar de aangewezen deur, de auto in. De man kijkt of er iets aan komt, stapt in de auto, en geeft te veel gas als hij wegrijdt waardoor zijn banden een beetje slippen.

Ik betaal de Roti, en terwijl ik de weg oversteek waar zojuist dit spektakel plaatsvond, vraag me af wat ik net heb gezien.

Posted by Rutger in Archief

Gestructureerd leren en Kolb

Weet je nog? Toen je een klein kind was, en geen idee had dat autorijden iets was wat je moest leren? Je was je niet bewust dat je dat niet kon. En later je eerste rijles, waar je hortend en stotend op gang moest komen? Je werd je heel bewust dat je het niet kon. En later, na een aantal rijlessen, kon je aardig rijden, al moest je heel goed bezig zijn met de dingen die je moest doen, bijvoorbeeld bij het naderen van een rotonde: kijken, terugschakelen, richting aangeven, besluiten stoppen of doorgaan, koppeling, gaspedaal, rem, je had het heel druk. Je was heel bewust aan het oefenen en het lukte al heel aardig. En nu? Je hebt niet eens meer in de gaten wat je allemaal doet als je een rotonde neemt, het gaat als vanzelf. Je bent je niet bewust terwijl je de handelingen uitvoert.

Volgens leerpsycholoog David A. Kolb zijn dit de vier denkstappen die we doorgaan als we iets leren in een efficiënt leerproces dat leidt tot duurzame gedragsverandering:

Leercyclus van Kolb

Leercyclus van Kolb: van onbewust onbekwaam naar onbewust bekwaam

  1. Onbewust Onbekwaam
  2. Bewust Onbekwaam
  3. Bewust Bekwaam
  4. Onbewust Bekwaam

Waarschijnlijk herken je de fasen wel in het voorbeeld hierboven, bij het leren autorijden, maar herken je ze ook in ons schoolsysteem, bijvoorbeeld? Wiskundelessen? Natuurkunde? Maar ook later in trainingen en cursussen, of wanneer je voor het eerst in een echte baan begon?

Op basis van dit model is er een volgend stappenplan gemaakt, ook weer een model, om via dit “Efficiënt leerproces” nieuw gedrag te oefenen en te leren, in vier opeenvolgende stappen:

  1. DOE HET. Ervaar wat het gedrag doet (3 tot 5 keer), welke andere resultaten je krijgt, en hoe het voelt om te doen.
  2. EVALUEER. Ga na wat er anders is ten opzichte van hoe je het normaal gesproken zou doen.
  3. GENERALISEER. Haal er algemene richtlijnen en principes uit. Denk situationeel (wanneer en waar zou dit nieuwe gedrag wel alternatief zijn, wanneer en waar zou dit gedrag niet alternatief zijn).
  4. PAS TOE. Maak situationele keuzes in gedrag: bekijk per situatie of het oude of het nieuwe gedrag beter past.

In een plaatje:

Blijven ontwikkelen

Blijven ontwikkelen

Nog even over 4): Met leertransfer wordt bedoeld dat je het nieuwe gedrag ook meeneemt naar andere contexten; bijvoorbeeld iets wat je in je werk leert pas je ook toe in privé-situaties, en andersom.

Heel verhaal, wat heb je er nu aan? Nou, nu je dit artikel leest, net als zoveel andere artikelen, misschien wil je dan de wijze waarop je leest eens tegen dit model aanleggen. Stel je voor dat je tijdens het lezen van een artikel niet alleen de letters naar zinnen maakt en oppervlakkig leest vanuit verwondering, maar dat je tijdens het lezen jezelf de vraag stelt: wat betekent dit qua anders handelen? Om met het antwoord op die vraag vervolgens deze cirkel door te gaan: 3 tot 5 keer doen, op basis van je eigen ervaring bepalen hoe en wat er anders is, kijken wanneer en waar je welke keuzes maakt, en vervolgens het toverwoord: DOEN.

Dus, nu toepassend, hoe ga jij, nu je dit artikel hebt gelezen, drie tot vijf keer ervaren hoe het is om met wat er in dit artikel staat, ook daadwerkelijk te doen?

Posted by Rutger in NLP handleiding

Denken, voelen en doen

Binnen het model van de subjectieve ervaring, zijn er drie elementen die de interactie met de omgeving, context, verzorgen:

  • Interne toestand (voelen; stemming, staat): hoe jij je voelt, heeft invloed hoe jij op dit moment de situatie ervaart, wat de emotionele betekenis van de situatie is.
  • Intern proces (denken, interne representatie): wat denk je, wat stel jij je voor, wat zeg je tegen jezelf, wat zie en hoor je in gedachten? Dit heeft invloed op wat je waarneemt en hoe je de situatie beoordeelt.
  • Extern gedrag (doen, fysiologie): wat doe je daadwerkelijk (wat is zichtbaar, hoorbaar, voelbaar is voor anderen).

Oefening denken, voelen, doen

AB setting.

  • B vertelt over een prettige ervaring alsof deze nu plaatsvind.
  • A luistert, met name naar welke aspecten B het meeste noemt: Denken, Voelen, Doen.
  • Na een paar minuten start A sturend te vragen naar aspecten (denken, doen, voelen) die B het minste noemt.

Bespreek achteraf:

  • Welke aspecten is B het meeste bewust
  • Wat heeft dat voor consequenties voor het functioneren van B in deze context
  • Welke elementen is B het minst bewust
  • Wat zal er veranderen als B zich daarvan meer bewust is

Wissel van rol.

Posted by Rutger in NLP handleiding

NLP leren is NLP doen

Is het jou wel eens opgevallen hoe een kind helemaal kan opgaan in een speelgoedauto; dat er geen besef is bij een kind dat autorijden iets is wat je moet leren? En hoe je, misschien wel net 18 jaar, voor het eerst plaatsnam in een auto om nogal bruut te ontdekken dat je echt nog wel iets te leren had om zonder horten en stoten weg te komen? Herinner jij je nog hoe je vervolgens veel leerde, maar in situaties waarin veel te doen was (rotonde: gas loslaten, afremmen of terugschakelen, kijken, inschatten, plan maken, oh richting aangeven, etc.) het nog niet allemaal vanzelf ging? Vergelijk dat eens met nu, hoe je bijna zonder bewust na te denken de dingen doet zoals je ze geleerd hebt; soms achteraf niet eens doorhebt dat je er al bent.

Volgens psycholoog David A. Kolb zijn er vier fasen te onderscheiden wanneer we iets leren in een efficiënt leerproces dat leidt tot duurzame gedragsverandering:

Model van Kolb

Leren volgens Kolb

  1. Onbewust Onbekwaam: je weet nog niet dat je iets niet kan, dat je nog iets te leren hebt.
  2. Bewust Onbekwaam: je ontdekt dat je iets te leren hebt, dat je iets nog niet kan.
  3. Bewust Bekwaam: je kijkt, je leert, je doet met volle aandacht, en je haalt je eerst resultaten.
  4. Onbewust Bekwaam: je heb het inmiddels zo vaak gedaan dat je het zonder veel aandacht als vanzelf kan doen.

Natuurlijk is dit maar een model, en ja, er zijn andere manieren om nog veel efficiënter te leren. Een fobie ontwikkelen bijvoorbeeld, kan ook als een leerproces gezien worden, en daar lijkt een lijntje rechtstreeks van Onbewust Onbekwaam naar Onbewust Bekwaam te zijn. Niet zo veel mensen herkennen de periode van Bewust Onbekwaam en Bewust Bekwaam in het ontwikkelen van een fobie, in de zin van: ha, dat ken ik nog niet, laat ik eens gaan oefenen. Dit voorbeeld is slechts bedoeld ter illustratie; weet dat er een verschil is tussen gestructureerd leren (in de schoolbanken gaan zitten om iets te leren) en incidenteel leren (toevallige lessen oppikken in je omgeving en ervaring).

Waar leidt dit allemaal toe? Wel, dit model is verder uitgewerkt naar een 4 stappenplan waarmee je doe-dingetjes, zoals het leren van NLP technieken, meer gestructureerd ontdekt. De vier stappen zijn als volgt:

  1. Doe! Gewoon oefenen en uitvoeren, drie tot vijf keer, zodat je de bewegingen maakt, de woorden uitspreekt, het effect ondergaat, meer diepte krijgt, het gaat er om dat je de stap maakt van lezen naar ervaren.
  2. Evalueer. Nu je de ervaring hebt opgedaan, kan je het pas goed vergelijken met wat je normaal gesproken gedaan zou hebben of normaal gesproken zou doen. Maak die vergelijking: wat is er gelijk, en wat is er anders? Qua gevoel, qua reactie, qua effect?
  3. Generaliseer. Onderzoek vanuit een helikopterview welke algemene ideeën kan je herkennen in de verschillen. Wat zijn voordelen en nadelen van het nieuwe gedrag? Wat zijn voordelen en nadelen van het oude gedrag? Ga situaties na, in het verleden, waar dit nieuwe gedrag misschien een beter resultaat had gehad. Sta ook stil bij situaties waar juist het oude gedrag een beter resultaat zou blijven houden.
  4. Pas toe. Maak keuzes tussen oud en nieuw gedrag op basis van je ervaring en verwachting. Pas het naar verwachting meest geschikte gedrag toe in de juiste situatie. Dit zal eerst heel bewust zijn, en ja, je zal inschattingsfouten maken: inschattingsfouten die zorgen dat je ervaring opdoet en steeds makkelijker als automatisch je keuze kan maken. Transfer: meestal begin je in een specifieke context met uitvoeren (bijvoorbeeld op kantoor, in zakelijke mailtjes, tijdens het eten, bij het sporten, met een oefenmaatje, in de kroeg), en de uitnodiging is er om het gedrag ook in andere contexten in geschikte situaties mee te nemen.

Deze vier stappen in een plaatje:

Blijf vaardigheden ontwikkelen

Blijf vaardigheden ontwikkelen

 

Mijn uitnodiging, nu je hier bent aangeland: hoe kan je wat je nu hebt gelezen toepassen op dit artikel zelf? Hoe kan je het lezen vertalen naar doen en ervaren?

Posted by Rutger in NLP handleiding

Donald Trump en NLP.

Hier een interessante video over Donald Trump en zijn taalgebruik. Twijfelde je nog aan het effect van taal? Ik denk dat het Milton-model nog sterker kan worden als we het taalgebruik van deze man verder analyseren, modelleren en toevoegen.

Have fun:

Posted by Rutger in NLP handleiding

Suggestieve patronen

In NLP heeft het Milton model een centrale plaats. Een veelgebruikt concept is daarbij de suggestie.

Suggereren: het idee geven, opperen, voorstellen, insinueren, impliceren, aandragen, beweren, aan de hand doen, naar voren brengen, adviseren, aanbrengen, influisteren, betogen, betuigen, raden, claimen, pretenderen, staande houden, stellen, zeggen.

Stel vragen, vragen sturen. Maak ze onweerstaanbaar door je stem aan het einde omlaag te laten gaan, in plaats van omhoog zoals we normaal bij een vraag doen.  En misschien merk je nu al dat elke gedachte je kan doen beseffen dat je meer bewust wordt van wat je nieuwsgierig kan leren en willen ontdekken en ervaren.

Voorbeelden van suggestie

  1. Wellicht wel, misschien ook niet, zal jij {SUGGESTIE in actie komen}
  2. Ik vraag me af, zal jij {SUGGESTIE in actie komen}, of niet (of niet vermorzeld weerstand)
  3. Mensen kunnen, weet je, {SUGGESTIE in actie komen} (weet je effect: impliciete aannamen dat het algemeen bekend is)
  4. Mensen mogen, weet je, {SUGGESTIE in actie komen}
  5. Mensen zouden, weet je, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  6. Mensen zouden, weet je, {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  7. Sommige mensen {SUGGESTIE komen in actie} (effect: toehoorder controleert intern of deze een van sommigen is; geef dus iets om te controleren) 
  8. Soms kan je {SUGGESTIE in actie komen} (effect: toehoorder controleert intern of deze het nu kan; geef iets om te controleren) 
  9. Misschien heb je nog geen {SUGGESTIE drang om in actie te komen}, nu al (observatie door nu al als onvermijdelijk) 
  10. Iemand zou, weet je, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  11. Wellicht wil je {SUGGESTIE in actie komen}, … NU
  12. Wellicht kan je {SUGGESTIE in actie komen}, … NU
  13. Iemand kan, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  14. Iemand mag, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  15. Iemand zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  16. Iemand zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  17. Iedereen kan, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  18. Iedereen mag, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  19. Iedereen zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  20. Iedereen zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  21. Een persoon kan, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  22. Een persoon mag, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  23. Een persoon zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  24. Een persoon zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  25. Jij kan {SUGGESTIE in actie komen}
  26. Jij zou {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  27. Jij mag {SUGGESTIE in actie komen}
  28. Jij zou {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  29. Een persoon mag {SUGGESTIE in actie komen} , omdat het goed is om {SUGGESTIE in actie te komen}
  30. Een persoon mag {SUGGESTIE in actie komen} , omdat jij zelf bepaalt wat jij doet.
  31. Zal jij {SUGGESTIE snel  in actie komen},of {SUGGESTIE normaal  in actie komen},of {SUGGESTIE langzaam in actie komen} (alle mogelijke keuzes: altijd volgen) 
  32. Ik zal je niet vertellen {SUGGESTIE om in actie te komen}, omdat je dat zelf kan ontdekken
  33. Ik zou je kunnen vertellen {SUGGESTIE om in actie te komen}, maar ik laat je dat liever zelf ontdekken
  34. Hoe zou het voelen wanneer jij {SUGGESTIE in actie komt} (dwingt tot voorstelling maken, ervaren) 
  35. Vroeg of laat {SUGGESTIE kom je in actie}
  36. Eens {SUGGESTIE kom je in actie}
  37. Uiteindelijk {SUGGESTIE kom je in actie}
  38. Probeer {SUGGESTIE in actie komen} tegen te gaan (impliciet: onmogelijk om het tegen te gaan) 
  39. Probeer {SUGGESTIE in actie komen} uit te stellen
  40. Je hebt misschien nog niet gemerkt {WAARHEID dat je gevoelens voelt} terwijl je {SUGGESTIE in actie komt}
  41. Kan jij echt lol hebben in {SUGGESTIE in actie komen}? (impliciet moet je wel) 
  42. Kan jij echt genieten van {SUGGESTIE in actie komen}?
  43. Je zou de sensaties kunnen ervaren {WAARHEID van de gevoelens die je voelt} terwijl je {SUGGESTIE in actie komt}
  44. Wat gebeurt er wanneer jij {SUGGESTIE in actie komt}? (moet je voorstellen) 
  45. Je hoeft niet {SUGGESTIE in actie te komen}
  46. Een ieder hoeft niet, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie te komen}
  47. Mensen hoeven niet, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie te komen}
  48. Misschien weet jij niet wanneer {SUGGESTIE je in actie komt}
  49. Het is eenvoudig om {SUGGESTIE in actie te komen}, is het niet? (is het niet verzacht; 1e deel zal worden geprobeerd) 
  50. Iemand zou niet kunnen weten of {SUGGESTIE deze in actie komt}
  51. Iemand zou niet kunnen weten of het fijn is om {SUGGESTIE in actie te komen}
  52. Jij bent in staat om {SUGGESTIE in actie te komen}
  53. Een persoon is in staat om {SUGGESTIE in actie te komen}
  54. Iemand is in staat, {NAAM} om {SUGGESTIE in actie te komen}
  55. {WAARHEID Je hebt gevoelens}, {WAARHEID je hoort geluiden}, {WAARHEID je hebt gedachten} en {SUGGESTIE je komt in actie}, toch?
  56. Iemand vertelde mij eens “{SUGGESTIE Kom in actie!}”
  57. Iemand zei “{SUGGESTIE Kom in actie!}”
  58. Wanneer jij {SUGGESTIE in actie komt}, dan {voel je goede gevoelens; ben je er klaar voor} (persoon moet WANNEER deel doen om DAN deel te verifieren) 
  59. {SUGGESTIE Je komt in actie}….toch? (effect tag-vraag, zoals “… toch?”impliciet en automatisch eens zijn) 
  60. Vanuit alle goede redenen kan jij {SUGGESTIE in actie komen}
  61. Vanuit de vrijheid die jij hebt kan jij {SUGGESTIE in actie komen}
  62. Er is geen reden voor je om te denken aan alle redenen waarom je {SUGGESTIE in actie komen} wel zou kunnen/willen doen
  63. NIET {SUGGESTIE} ZIEN/HOREN/VOELEN/DOEN, best in combinatie met kunnen, mogen, zouden, hoeven, moeten, nodig zijn, bijvoorbeeld we moeten je niet in actie zien
  64. {WAARHEID Je hebt gevoelens} alsof {SUGGESTIE je in actie komt}
  65. Ik {WAARHEID of GELOOF of BEN OVERTUIGD} dat jij nooit zal overwegen {SUGGESTIE om in actie te komen}
  66. Door {WAARNEMING je blauwe ogen} zie je er uit alsof je {SUGGESTIE in actie komt}
  67. Door {WAARNEMING je blauwe ogen} lijkt het wel alsof je {SUGGESTIE in actie komt}
  68. Je ziet er uit alsof je nooit zal overwegen om {SUGGESTIE die actie} te doen
  69. Ik weet dat ik niet aardig hoef te zijn, om jou {SUGGESTIE in actie te laten komen}
  70. Omdat ik {OBSERVATIE je zie knikken}, weet ik dat jij er niet aan zal denken om {SUGGESTIE in actie te komen}
  71. Ik zie jou niet als iemand die er aan denkt, laat staan overweegt, om {SUGGESTIE in actie te komen}
  72. Ik zie jou niet als iemand die een beeld heeft bij de gedachte aan {SUGGESTIE in actie komen}
  73. Ik zie jou niet als iemand die zelfs maar een beeld kan vormen bij de gedachte aan {SUGGESTIE in actie komen}
  74. Ik zie jou niet als iemand die {SUGGESTIE in actie komt}
  75. Ik zie jou niet als iemand die gevoel krijgt bij de gedachte aan {SUGGESTIE in actie komen}
  76. Het voelt niet alsof jij zelfs maar zou overwegen {SUGGESTIE om in actie te komen}
  77. Zoals je daar nu zit lijkt het wel alsof je {SUGGESTIE in actie komt}
  78. Het is gemakkelijk {SUGGESTIE om in actie te komen}
  79. Je kunt opmerken {SUGGESTIE dat je in actie komt}
  80. Ik weet dat je {SUGGESTIE in actie komt}
  81. Je weet {WAARHEID dat je gevoelens hebt} en {SUGGESTIE dat je in actie komt}
  82. Terwijl {WAARHEID jij gevoelens voelt}, kun je {SUGGESTIE in actie komen}
  83. Wanneer {WAARHEID jij gevoelens voelt}, kun je {SUGGESTIE in actie komen}
  84. {OBSERVATIE Dat je met je hoofd knikt} zorgt er voor dat {SUGGESTIE in actie komt}
  85. Je vraagt je misschien af {SUGGESTIE wanneer je in actie komt}, en misschien ook niet
  86. Je vraagt je misschien af {SUGGESTIE wanneer je in actie komt}, maar ik denk het niet
  87. Je kan nieuwgierig zijn naar {SUGGESTIE in actie komen}
  88. Het is goed dat je {SUGGESTIE in actie komt}
  89. Het is niet belangrijk dat je {SUGGESTIE in actie komt}
  90. En nu kun je helemaal {SUGGESTIE in actie komen}
  91. Elke gedachte kan je helpen {SUGGESTIE om in actie te komen}
  92. Wil je gaan {OBSERVATIE staan/zitten/liggen} wanneer je {SUGGESTIE in actie komt}?
  93. Ik wil graag iets met je bespreken voordat {SUGGESTIE je in actie komt}
  94. Je vraagt je misschien af {KEUZE of je gevoel of je gedachten of je lichaam} het eerst {SUGGESTIE in actie komt}
  95. Ik weet niet of {KEUZE1 je gevoel} of {KEUZE2 je gedachten} {SUGGESTIE je tot actie laat komen}
  96. {SUGGESTIE Kom je in actie} voor of na {ACTIE/OBSERVATIE een kop koffie}?
  97. Besef je nu al dat {SUGGESTIE je in actie komt}?
  98. Wist je dat {SUGGESTIE je in actie komt}?
  99. Ben je nieuwsgierig naar {SUGGESTIE in actie komen}?
  100. Hoe gemakkelijk kan jij {SUGGESTIE in actie komen}?
  101. Je kunt {SUGGESTIE actief blijven} blijven
  102. Ben je nog steeds {SUGGESTIE in actie aan het komen}?
  103. Gelukkig hoef ik niet in detail te weten {SUGGESTIE hoe jij in actie komt}
  104. Je kunt beginnen {SUGGESTIE met in actie komen}
  105. Ik weet niet hoe snel {SUGGESTIE jij in actie komt}
  106. Ik zou graag willen weten hoe {SUGGESTIE jij in actie komt}
  107. Ik vraag me af wat je het liefste zou doen wanneer {SUGGESTIE je in actie komt}
  108. Het is niet de bedoeling dat je al te veel {SUGGESTIE in actie komt}
  109. Niet te veel plezier beleven aan {SUGGESTIE in actie komen}
  110. Weet je wat {SUGGESTIE in actie komen is}?
  111. Heb je gemerkt dat {SUGGESTIE je in actie komt}
  112. Het maakt niet uit wanneer je begint {SUGGESTIE met in actie komen}
  113. Ik {OBSERVEERBARE ACTIE beweeg mijn hoofd} om te zorgen dat {SUGGESTIE jij in actie komt}
  114. Onverklaarbaar, zonder reden, kan jij {SUGGESTIE in actie komen}
  115. {NEGATIE SUGGESTIE Je wilt misschien niet in actie komen}, laat staan dat je het werkelijk doet
Posted by Rutger in NLP handleiding

De roos van Leary

De roos van Leary (1957, Timothy Leary) beschrijft de interactie van gedragspatronen. Leary ontdekte een standaard structuur in gedragspatronen, en merkte op dat interacties voorspelbaar zijn Hij werkte die uit in een model: de roos van Leary.


Met de roos van Leary kan je gedrag van de ander voorspellen, verklaren, en ook beïnvloeden.

Assertief en coöperatief gedrag

Allereerst zag hij dat assertief gedrag bij de één, assertief gedrag oproept bij de ander. Dus wanneer jij opkomt voor je eigen belang, dan zal de ander geneigd zijn dat ook doen. Wanneer de ander voor zijn eigen belang opkomt, dan zal jij dat ook onbewust doen. Je hebt het pas door als je het ziet, het is een onbewust proces. Simpel gezegd: als jij vanuit je “IK en JIJ” praat, zal de ander ook vanuit de “IK en JIJ” reageren.

Hij noemde dit gedrag van opkomen voor het eigenbelang TEGEN-gedrag. En TEGEN-gedrag roept dus TEGEN-gedrag op.

In plaats van een focus op je eigen belang, kan je ook de focus hebben op het gezamenlijke belang in de interactie. Wanneer de één zich richt op het gezamenlijke belang, dan zal de ander vrijwel onbewust ook de focus leggen op dit gezamenlijke belang. Wanneer de één vanuit “WIJ” praat, zal de ander vrijwel automatisch ook vanuit “WIJ” reageren. Tegenover het voorgenoemde TEGEN-gedrag staat het SAMEN-gedrag. Wanneer de één SAMEN-gedag vertoont (gedrag gebaseerd op het gezamenlijk belang, coöperatief gedrag), dan zal dat ook coöperatief gedrag oproepen bij de ander.

Dit verdeelde hij over de horizontale as van een windroos; links staat TEGEN (eigen belang), rechts staat SAMEN (gezamenlijk belang). Wanneer de één links gaat zitten qua gedrag, dan zal de ander ook links gaan zitten.

Het werkt als een soort schuif, en hoe meer de één op een positie links of rechts gaat zitten, hoe meer de ander volgt daarin, onbewust.

Boven en onder gedrag

de roos van Leary

de roos van Leary

Ook zag Leary dat in een interactie altijd één de leiding had, en de ander volgde. Dat kan wisselen tijdens een interactie die een periode duurt, en  elk moment binnen die periode er is altijd één die leidt (BOVEN-gedrag) en een ander die volgt (ONDER-gedrag).

Dit plaatste Leary op de verticale as van de roos van Leary, bovenin staat BOVEN, en onderin staat ONDER.

Ook hier zit een soort schuifeffect in: hoe meer de één de leiding neemt, hoe meer de ander volgzaam zal reageren.

Dus

  1. TEGEN leidt tot TEGEN, SAMEN leidt tot SAMEN,
  2. BOVEN leidt tot ONDER, en ONDER leidt tot BOVEN.

Dus

  • Wanneer iemand de leiding neemt vanuit het beeld wat belangrijk voor hem of haar is, zal de ander een volgende reactie geven vanuit de ander zijn of haar belang. Leiden vanuit het IK als “Ik wil dat jij nu de afwas doet.” zou kunnen leiden tot een volgende reactie vanuit het IK “Nee, ik ben met iets anders bezig.”.
  • Wanneer iemand vanuit een volgende positie iets doet dat in het eigen belang is, zal de ander een leidende reactie geven vanuit de ander zijn of haar belang. Volgen vanuit het IK als “Heb je nu tijd om de afwas te doen voor mij?” zou kunnen leiden tot een leidende reactie vanuit het IK “Nee, ik doe het straks.”.
  • Wanneer iemand de leiding neemt vanuit het beeld wat belangrijk voor jullie samen is, zal de ander een volgende reactie geven vanuit het gezamenlijk belang. Leiden vanuit het gezamenlijk belang als “We zijn klaar wanneer de afwas gedaan is.” zou kunnen leiden tot een volgende reactie vanuit het gezamenlijke belang “Ja, die moet nog gedaan worden voor we klaar zijn.”.
  • Wanneer iemand vanuit een volgende positie iets doet dat in het gezamenlijk belang is, zal de ander een leidende reactie geven vanuit dit gezamenlijke belang. Volgend vanuit het gezamenlijk belang als “Zijn we klaar als de afwas gedaan is?” zou kunnen leiden tot een leidende reactie vanuit het gezamenlijk belang als: “Ja, dan zijn we klaar.”.

Met de roos van Leary kan je dus voorspellen dat iemand die gedrag linksboven laat zien, zal ervaren dat de ander linksonder gedrag zal vertonen. Ga je rechtsondergedrag vertonen, dan zal de reactie die je krijgt uit rechtsboven zijn.

En nu je weet hoe deze roos van Leary in elkaar steekt, en dus hoe leiden en volgen in een interactie werkt, en hoe het ik en wij van invloed is op het proces van deze interactie, kan je ineens keuzes maken en invloed hebben. In plaats van onbewust meegaan in deze standaardpatronen, kan jij je nu bewust worden van deze patronen, wat betekent dat je invloed kan hebben.

Let eens in gesprekken op of de interactie (als momentopname, wat doen ze NU) vanuit de “WIJ” of uit de “IK en JIJ” plaatsvind. En let op dat “WIJ en JULLIE” geen “WIJ” is maar een vorm van “IK en JIJ”.

En let eens op wie de leiding heeft, wie er volgt, en hoe de leidende en volgende rol kan wisselen tijdens een gesprek.

Door hier een tijdje bewust aandacht aan te geven, ontwikkel je dieptestructuur, leer je het gedrag te interpreteren en begin je te herkennen hoe het proces in elkaar steekt. Zorg er voor dat je de wisselwerking in interacties ziet, dat je de werking van de roos van Leary herkent. Pas wanneer je de werking van de roos van Leary herkent, kan je in volgende stappen invloed gaan uitoefenen op de interactie door de roos van Leary in te zetten. Wanneer je het boven-onder gedrag en het tegen-samen gedrag doorziet, kijk dan eens of je de volgende stap ook kan nemen: het gedrag invullen met de roos van Leary, waarbij meer smaken van gedrag, dus meer nuances in gedrag in de roos van LEary worden geplaatst.

Gedrag invullen in de roos van Leary

de roos van Leary met gedrag

de roos van Leary met gedrag

Wat voor gedrag hoort nu in de roos van Leary? Meer detail, meer nuance: zie het plaatje rechts met 8 soorten gedrag ingevuld. En welk gedrag roept wanneer welk gedrag op? Hier een een aantal voorbeelden:

– Aanvallend leidt tot defensief

– Defensief leidt tot aanvallend

– Offensief leidt tot opstandig

– Opstandig leidt tot offensief

– Helpend leidt tot meewerkend

– Afhankelijk leidt tot leidend

– Algemeen: gedrag in een kleur leidt dus tot gedrag in dezelfde kleur in de figuur hiernaast.

Toepassen van de roos van Leary

Herkennen van wat de ander doet, vanuit het eigen gedrag

(H)erken dat wanneer jij je stoort aan het gedrag van de ander, dat jij aan de andere kant van het spectrum zit. Jij zelf doet iets wat bij de ander het gedrag oproept. Wanneer jij ziet dat de ander passief is (teruggetrokken, afhankelijk), dan ben je zelf kennelijk leidend of concurrerend (BOVEN). Vind je iemand erg opstandig, dan is het goed te herkennen hoe offensief je zelf bent in de interactie.

Interventie met de roos van Leary

de roos van Leary met expliciet gedrag

de roos van Leary met expliciet gedrag

Wanneer je weet dat deze gedragspatronen bestaan, dan kan je gebruik maken hiervan. Vind je dat de ander opstandig is, en wil je dat deze meewerkend is: ga zelf HELPEND zijn. Is de ander erg passief, dan ben je zelf kennelijk leidend: trek jezelf terug of stel je afhankelijk op.

Voor effectief gebruik, kies je het gewenste gedrag van de ander, en toon je zelf het bij dat gedragspatroon passende gedrag.

Wil je dat een groep actiever wordt: ga zelf onderuit gezakt, passief en stil voor die groep zitten. Wil je meer opstandigheid: val aan!!!

Sterke interventies, op basis van ongewenst gedrag:

  • ongewenst defensief: toon zelf aanpassend gedrag, zodat de ander leidingnemend moet worden.
  • ongewenst aanpassend: toon zelf defensief gedrag, zodat de ander aanvallend moet worden.
  • ongewenst aanvallend: toon zelf leidingnemend gedrag, zodat de ander zich aanpassend moet opstellen.
  • ongewenst leidingnemend: toon zelf aanvallend gedrag, zodat de ander zich defensief moet opstellen.

Roos van Leary binnen NLP

de roos van Leary met NLP

de roos van Leary met NLP

De roos van Leary is prachtig te gebruiken binnen NLP, met name met rapport.

BOVEN gedrag is LEADING, ONDER gedrag is PACING. SAMEN is MATCHING, TEGEN is MISMATCHEN.

Je kan dus met Matching en Mismatching meer dan alleen rapport opbouwen en verbreken. In combinatie met Pacing en Leading kan je direct gedragspatronen bij de ander, hier en nu, doorbreken. Bij individuen, en ook met groepen.

Je kan hiermee activeren… motiveren… rust brengen… assertiviteit of coöperativiteit verhogen… zekerheid geven… twijfel brengen… waar en wanneer jij dat nodig acht…

Posted by Rutger in NLP handleiding

Het sandwich feedback model

Als je echt feedback wilt geven, dan geef je vanuit de overtuiging dat de ontvanger er mee mag doen wat hij/zij wilt. Zodra je een verwachting hebt dat de ander er iets (specifieks) mee moet doen, dan is het geen feedback maar een mening, een oordeel, kritiek, waaraan de ander zich zou moeten schikken. In NLP is een model gemodelleerd dat op een speciale manier feedback gaf, middels het principe van een sandwich.

Het sandwich feedback model

Het sandwich feedback model werkt in drie delen: je verstopt de feedback in een lekker broodje.

1) Start vanuit de intentie “iets (ter overweging) willen geven”.

De bovenste helft van het broodje: benoem iets specifieks (zintuiglijk waarneembaar) wat goed is/was, in de tegenwoordige tijd en de ik-vorm.

Voorbeeld: Ik vind dat je goed rechtop staat. 

2) Vervolgens ga je de sandwich beleggen. Benoem datgene wat voor verbetering vatbaar is, door te benoemen wat je zintuiglijk hebt waargenomen (gedrag), in verleden tijd.

Voorbeeld: Ik zag dat je terwijl je vertelde naar buiten keek.

Hierna geef je aan hoe er volgens jouw beleving mogelijk anders zou kunnen worden gehandeld (gedrag).

Voorbeeld: Het zou mij helpen wanneer je me zou aankijken terwijl je aan het vertellen bent.

 Of: Misschien wil je overwegen mij aan te kijken terwijl je aan het vertellen bent.

3) Je sluit de sandwich van het sandwich feedback model met een algemene, generieke positieve mening.

Voorbeeld: Over het algemeen genomen vind ik het een goede presentatie.

Maak met zorg een goed belegde sandwich in het sandwich feedback model. Eén die “goed smaakt”, waar je makkelijk in “bijt” en die “lekker weg kauwt”. Je kan meerdere lagen gebruiken in het sandwich feedback model wanneer je telkens beleg afwisselt met een nieuw (bovenste) half broodje, waarbij je maar één keer afsluit met een generieke positieve boodschap.

Geef feedback (via het sandwich feedback model) direct (binnen 15 minuten); latere feedback bereikt alleen het bewuste. Geef het snel, hou het kort, wees specifiek.

Posted by Rutger in NLP handleiding

NLP als methode: modelleren

NLP modelleren

NLP modelleren

NLP is ontstaan vanuit het modelleren van excellentie, vaardigheden die tot het gewenste resultaat leiden. In de Practitioner ligt de focus op het leren kunnen toepassen van de technieken.

“NLP is een houding en een methode met in haar kielzog een serie aan technieken” – Richard Bandler.

Houding

  • Nieuwsgierigheid
  • Flexibiliteit: de bereidheid te experimenteren, iets nieuws en anders te proberen
  • Constructief bijdragend aan het doel

Methode: Modelleren

NLP gaat er van uit dat wat de ene mens aan gedrag of vaardigheden laat zien, door een ander mens (in minstens de helft van de tijd) ook kan worden eigen gemaakt. Verder vooronderstelt NLP dat de mensen op fysiek en mentaal niveau op dezelfde manier functioneren omdat ons neurologisch netwerk eenzelfde opbouw heeft.

Om een ander gedrag of vaardigheid aan te leren van een expert, dienen we te zoeken naar de VERSCHILLEN tussen de expert en mijzelf. Wat doet de expert anders? Wat is het verschil dat het verschil maakt? Dit proces heet modelleren.

Modelleer vaardigheden

  • Kalibreren: het vermogen om minimale non-verbale veranderingen waar te nemen.
  • Elicitatie: uitvragen volgens het META model
  • Chunking: Hiërarchie van ideeën. Het kiezen van abstractieniveau.
  • Sequencing: strategieën, herkennen van de volgorde waarin iemand stappen zet.

Wat modelleer je?

  • Fysiologie: de sleutel om snel de stemming te achterhalen d.m.v. de ademhaling en de lichaamshouding, mimiek etc. Rapport en matching.
  • Filters: metaprogramma’s, waarden en overtuigingen, de neurologische niveau’s. We letten op deze filters wanneer we willen weten WAAROM (interne motivatie) iemand doet wat hij doet (gedrag).
  • Strategie: een opeenvolging van interne representaties die leiden tot het bereiken van een resultaat. Oogpatronen, predikaten etc.

Binnen NLP is de benadering dus: Wat doen succesvolle mensen eigenlijk? We kunnen leren van de excellentie van anderen door ze na te apen, door de gedachten te hebben die zij hebben, de motivatie te hebben die zij hebben, te geloven wat zij geloven, te (leren) kunnen wat zij kunnen, te doen wat zij doen, de wereld zien zoals zij het zien. Het in kaart brengen van deze aspecten, dat is wat modelleren is. En wanneer je dat vastlegt in een overdraagbaar model dan heb je een NLP techniek, ofwel het antwoord op de vraag “HOE kan ik de excellentie die een ander heeft ook bereiken met de mogelijkheden die ik tot mijn beschikking heb?”.

Dus wanneer iets niet goed gaat, of je wilt iets anders doen dan je tot nu toe hebt gedaan, dan legt NLP de focus niet op wat er mis is en hoe dat verbeterd kan worden, maar NLP legt de focus op iets ergens waar het wel goed gaat, en kopieert dat. Je gaat leren van iemand (rolmodel) die goed is in wat jij wilt kunnen, door zijn interne proces te modelleren en dat na te doen.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Predicaten

Predicaten zijn in NLP woorden die iemand gebruikt, die kunnen duiden op het gebruik van een bepaald representatiesysteem, oftewel of de (huidige) interne representatie voornamelijk opgebouwd is uit plaatjes, geluiden, gevoelens, smaak, geur en reuk of gedachten. Predicaten zijn een mooi voorbeeld hoe NLP zich meer richt op het proces van communicatie dan op de inhoud van de boodschap.

Als gesprekspartner, begeleider, coach kun je matchen op wat iemand in woorden (predicaten) aan je verteld. Dit brengt je in rapport met elkaar. Bijvoorbeeld: Iemand verteld je: ”Ik zie het niet, ik heb er geen beeld bij.” Als antwoord kun je matchen door: “Ik zie wat je bedoeld.” Je stemt af op het representatiesysteem in plaatjes door dezelfde soort predicaten te gebruiken. Wanneer je wilt matchen in predicaten terwijl je nog niet helder hebt wat de ander als voorkeur heeft (nu), dan gebruik je a-specifieke (auditief digitale; praten in gedachten/denken) predicaten (je gesprekspartner zal zelf de vertaling maken naar het huidige voorkeurssysteem).

Je kunt ook mismatchen op wat iemand je in woorden (predicaten) verteld. Hiermee bereik je verandering. Je geeft de ander de mogelijkheid om voorbij de grenzen van zijn/haar wereldmodel te gaan, dit model te onderzoeken en uit te breiden. Zijn/haar gezichtsveld wordt groter, of er worden nieuwe mogelijkheden gezien, andere verbindingen worden gelegd. Door te reageren vanuit andere predicaten ‘dwing’ je een andere invalshoek. Bijvoorbeeld: “Ik voel mij hier niet goed onder, er ligt een zware last op mijn schouders.” Als antwoord kun je mismatchen door op deze kinesthetische predicaten te reageren met visuele predicaten als: “Hoe zie je het als je er van af hier naar kijkt?”

Visuele predicaten: praten in plaatjes

Aspect, beeld, blijken, blik, contrast, droom, duidelijk, focus, getuige, glimp, gloed, helder, hoek, horizon, illusie, illustreren, inspecteren, inzicht, kijken, kleurrijk, nauwkeurig, obscuur, observeren, onderscheiden, onderzoeken, ontruimen, opvallen, overzicht, perceptie, plaatje, scene, schetsen, scope, starende blik, stralend, toespitsen, uitstekend, uitzicht, vaag, verdacht, verduister, verschijnen, visie, voorgrond, vooruitzichten, voorzien, waakzaam, wazig, weerspiegelen, zicht, zichtbaar, zien.

De andere kant opkijken, beeld schetsen, duistere zaak, glimp opvangen, kijkje nemen, schitterend idee, steelse blik, er op toezien, het schijnt dat, geen schijn van kans, het is me niet duidelijk, in het licht van, door de vingers zien, doorzien, in het niets staren, inzien dat, je oog laten vallen op, kleur bekennen, lust voor het oog, met het blote oog, oog in oog, over het hoofd zien, perspectief krijgen op, verborgen boodschap, zich illusies maken, zicht hebben op, oogje in het zeil houden, ik zie het zitten, u heeft een ander gezichtspunt nodig, ik zie licht aan het eind van de tunnel, ik heb meer overzicht nodig, veel kleurrijke mensen hier, hij heeft er een goed oog voor, zij blinkt echt uit, dat ziet er rooskleurig uit, lijkt mij, in vogelvlucht, in de juiste verhoudingen, in groter verband zien, in een glimp opgevangen, een vaag idee, een heldere toekomst, in het licht van, een beeld schetsen, ziet er uit als een plaatje, er op toezien, kortzichtig, fraai om te zien, tunnelvisie, onder de loep nemen, lichtpuntje zien, uitzichtloos, hoog aanzien.

Wanneer ik je een aantrekkelijk voorstel zou tonen, wil je dan bekijken of het is wat je voor ogen hebt?

Auditieve predicaten: praten in geluid

Aankondigen, articuleren, bekendmaken, bellen, bespreken, bespreking, bulderen, communiceren, converseren, discussiëren, dissonantie, echo, formuleren, gehoorafstand, gejank, geluid, geratel, gesprek, gieren, gillen, harmonie, hoorbaar, horen, informeren, instemmen, knarsen, lawaai, luid, luidruchtig, luisteren, mondeling, monotoon, noemen, opmerken, opmerking, praten, rapporteren, ritme, roddelen, rumoer, schel, schreeuw, schreeuwen, sprakeloos, spreken, stem, stilte, sussen, toon, uitroepen, uitspreken, verklaren, verkondigen, vermelden, vertellen, vocaal, vraag, zeggen.

Afstemmen op, bij wijze van spreken, binnen gehoorsafstand, dat doet een belletje rinkelen, de waarheid vertellen, een kletskous zijn, een mening uiten, het ene oor in en het andere uit, het hoogste woord voeren, iemand aanhoren, iemand de mond snoeren, iemands hulp inroepen, iets doorpraten, iets verwoorden, in harmonie zijn, je mond houden, je oor te luisteren leggen, kletspraat verkopen, luidkeels roepen, nooit van gehoord, uitgesproken, klinkt goed, ik kan het niet meer horen, je zou ook eens naar een ander kunnen luisteren, mijn stem heb je, daar kan ik mee instemmen, ik was onverstaanbaar, Oost-Indisch doof, hij is een goed klankbord, klinkt als een klok, de waarheid zeggen, gehoor geven aan, bij wijze van spreken, laat eens wat horen, schreeuwende kleuren.

Wanneer ik je zou vertellen wat mijn voorstel is, zou je willen luisteren of je er oren naar hebt?

Kinesthetische predicaten: praten in gevoelens

Aandrang, aanraken, aanvoelen, absorberen, beroeren, beweging, druk, drukte, eelt (op ziel), energie, flexibel, fundering, gebonden aan, geslagen, gestructureerd, gevoelig, gloed, grijpen, in de war, intuïtie, lauwwarm, leeghoofdig, nadruk, ongemakkelijk, ontspannen, onverdraaglijk, paniekerig, richting, rilling, ruw, schok, spanning, steun, stevig, stortvloed, stress, stromen, temperatuur, trillen, vastklampen, verdoofd, voelen, warm, zacht, zeer.

Alle uitdrukkingen met lichaamsdelen.

De bovenhand krijgen, de fantasie prikkelen, de kaarten op tafel leggen, de touwtjes in handen hebben, een doortastend persoon, greep krijgen op, hand in hand, het in je vingertoppen voelen, iemand de rug toekeren, iemand voor de voeten lopen, iets doorgeven, iets laten bezinken, iets vasthouden, in aanraking komen met, in contact blijven met, in een handomdraai, op het rechte pad blijven, op je tanden bijten, op je tenen lopen, stap voor stap, vastklampen aan, vlijmscherp, in de hand houden, ik voel me op mijn gemak, grip op de zaak, zijn gevoelige snaar, binnen handbereik, kippenvel krijg ik daarvan, de sensatie hangt in de lucht, ik ben in de vorm van mijn leven, er op staan, hartverwarmend, links laten liggen.

Wanneer ik je een concreet voorstel zou doen, zou je willen ervaren of het goed voelt?

Olfactoire predicaten: praten in geur en reuk

Aroma, boeket, dampen, doordringende geur, essentie (basisgeur), mest, muf, rot, stank, stinken, stoffig, vochtig, zoetig (geur), zweet.

Gustatoire predicaten: praten in smaken

Bitter, delicieus, flauw, kruidig, pikant, pittig, scherp, smaakvol, verbrand, verschraald, zoet, zuur, kauwen, proeven.

Auditief digitale predicaten (ook wel aspecifiek): praten in gedachten, denken

Activeren, adviseren, analyseren, anticiperen, begrijpen, beseffen, beslissen, besluiten, bewust, bewustzijn, creëren, demonstreren, denken, ervaring, functioneren, herhalen, idee, indicatie, kennen, kiezen, kunnen, leren, logisch, maken, managen, mening, merken, motiveren, onderzoeken, ontwikkelen, opmerken, organiseren, overwegen, plannen, predicaten, realiseren, verstand, verwerken, vragen, voorbereiden, waarnemen, waarschuwen, weten, zijn.

Alert zijn, bewust zijn, een ervaring integreren, het eens zijn over, het juiste idee hebben, je best doen, zich vergissen.

Wanneer ik je een advies geef, zou je het kunnen overwegen?

Oefening herkennen van predicaten

Lees onderstaande uitspraken/woorden/predicaten en bepaal of deze duiden op V, A, K, O, G of Ad:

  • Er wordt gefluisterd
  • Licht op de zaak laten schijnen
  • Aansprekend
  • Ik begrijp, dat
  • Ergens tegenaan lopen
  • Tegen de achtergrond bezien van :
  • Schitterend voorgesteld
  • Een uitgesproken tegenstander
  • Een handvat geven
  • De bal terugkaatsen
  • Ik vraag me af
  • Oost-Indisch doof
  • Ik denk dat
  • Oogkleppen op hebben
  • Vastlopen
  • Weerklank vinden
  • Andere invalshoek kiezen
  • Op je tenen lopen
  • Dat is tekenend
  • Een voorstel bespreken
  • Ik evalueer graag
  • Nog afgezien van
  • Verstijfd van schrik
  • Ik ben me ervan bewust
  • Tegen dovemansoren zeggen
Posted by Rutger in NLP handleiding

NLP Basisveronderstellingen

De NLP basisveronderstellingen zijn een aantal overtuigingen, die wanneer je ze eigen maakt en er naar handelt, meer ruimte geven in verantwoordelijkheid, invloed en begrip. Je neemt hierdoor meer verantwoordelijkheid in je handelen en communicatie. Een NLP Practitioner zal handelen vanuit deze 10 NLP Basisveronderstellingen, en alsof deze NLP basisveronderstellingen waar zijn.

Tien NLP Basisveronderstellingen

1. De kaart is niet het gebied.

De woorden die wij gebruiken, zijn NIET de gebeurtenissen of de zaak die zij weergeven. Hoeveel woorden je ook gebruikt, de werkelijkheid is altijd meer dan dat. Realiteit is een constructie. Energie gaat naar waar onze aandacht ligt. Perceptie is geleerd.

2. De betekenis van je communicatie is (of wordt bepaald door) de respons die je krijgt.

Wees flexibel en verander je communicatie, wanneer de respons niet voldoet aan je verwachting. Er zijn geen onwillige gesprekspartners, alleen inflexibele communicatoren. Realiteit en betekenis worden geconstrueerd in relatie.

3. Ieder mens heeft alle hulpbronnen tot zijn beschikking om ieder gewenst resultaat te kunnen bereiken.

Er zijn geen mensen zonder hulpbronnen, alleen mensen die minder makkelijk contact maken met hun hulpbronnen. Om iets te herkennen of te willen, moet je het kennen of ervaren hebben. Het maakt niet uit wat je denkt dat jij bent, je bent altijd meer dan dat.

4. Elk gedrag heeft in de basis een positieve intentie.

Ieder mens maakt de beste keuzes met de beschikbare hulpbronnen. Elk gedrag is zinvol en waardevol binnen een bepaalde context, tijd en ecologie. Niemand heeft ooit bewust zijn (hoogste) eigen doel gesaboteerd. Gedrag is context, tijd en ecologie gebonden. Je kan niet niet-leren. Leven is leren.

5. Weerstand bij een ander mens is een teken van gebrek aan rapport.

Weerstand is een excuus. Er zijn geen onwillige mensen, alleen inflexibele communicatoren. Weerstand betekent dat de communicator geen zin heeft om er meer energie in te steken.

6. Er is geen mislukking, enkel feedback.

Elk resultaat en elk gedrag is een prestatie, of het nu wel of niet je doel was. Wanneer je hiervan uitgaat creëren “fouten” juist de mogelijkheid tot leren. Je maakt geen fouten, je ontdekt manieren die niet tot je doel leiden.

7. De persoon met het meest flexibele (energie) gedrag is de katalysator van het systeem.

Law of Requisite Variety. Diegene die opgeeft, haalt zijn doel niet. Wanneer iets niet werkt, doe iets anders.

8. Respecteer ieders model van de wereld.

Ieders wereldmodel is uniek; een eigen subjectief model van de werkelijkheid. Neem dat als gegeven, met respect, ook al ben je het niet eens met elkaar.

9. Be at cause.

Er is altijd een andere keuze. Besef je keuzes. Wees pro-actief. Je hebt altijd een keuze; wees de oorzaak. Geen keuze hebben betekent wellicht dat de keuze heel makkelijk en duidelijk is.

10. Mensen zijn niet hun gedrag.
Je ziet het gedrag van iemand, maar kent daardoor de persoon nog niet. Accepteer de persoon. Verander het gedrag. Het gedrag is de meest waardevolle informatie over een persoon.

Oefenen en integreren van de NLP basisveronderstellingen

De basisveronderstellingen zijn bedoeld om je mogelijkheden en ruimte te geven. Niet als een lijstje met leuke wijze woorden, maar om echt te gebruiken. Om daarmee te oefenen, kan je bijvoorbeeld het volgende doen:

  • Kies 3 veronderstellingen. Gewoon omdat deze je het meeste aanspreken, of kies er 3 willekeurig.
  • Kies een uitdaging in je leven, in je werk of persoonlijke sfeer, iets wat je tegenhoudt of iets wat je wilt bereiken, of iets dat je wilt leren. Mocht je geen uitdagingen kunnen vinden, misschien dat je dan je verwachtingen wat hoger zou kunnen zetten, als uitdaging.
  • Neem de 1e van de drie gekozen veronderstellingen, en gebruik deze als een bril om naar je uitdaging te kijken. Wat is er anders wanneer je door deze bril naar je uitdaging kijkt? Welke mogelijkheden openen zich? Wat wordt ineens logisch om te doen, gezien in dit licht?
  • Doe dit ook met de andere 2 gekozen veronderstellingen. Sta stil bij de nieuwe inzichten die je krijgt. Sommige inzichten zullen nuttiger zijn dan andere… Welke inzichten zijn het meest waardevol voor jou? En wat ga je anders doen, met de inzichten die je nu hebt?

De NLP basisveronderstellingen in een plaatje kan je helpen om de NLP basisveronderstellingen eigen te maken:

NLP basisveronderstellingen spiekbriefje

NLP basisveronderstellingen spiekbriefje

Posted by Rutger in NLP handleiding

Wat is NLP? Wat is Neuro-Linguïstisch Programmeren?

Wat is NLP? Neuro-Linguïstisch Programmeren definitie en beschrijvingen.

NLP is de afkorting van Neuro-Linguïstisch Programmeren.

Wat is NLP? Wat is Neuro-Linguïstisch Programmeren?

Wat is NLP? Wat is Neuro-Linguïstisch Programmeren?

  • Neuro: komt uit het Grieks, van het woord neuron, dat zenuwcel betekent. Symbool voor het brein.
  • Taalkundig: uit het Latijn komt het woord Lingua, dat taal betekent. Symbool voor onze communicatie.
  • Programmering: hoe de elementen van een systeem worden georganiseerd om tot patronen van activiteit en/of gedrag te komen. Symbool voor opeenvolging van doelgerichte acties.

Neuro-Linguïstisch Programmeren wordt gedefinieerd als “de studie van de subjectieve ervaring”.

Het stelt dat niet de realiteit zelf, maar ons beeld van de realiteit de wereld waarin wij leven bepaald. Vanuit dat perspectief onderzoekt Neuro-Linguïstisch Programmeren hoe het proces werkt waarmee iemand de realiteit vertaald naar beleving, om daar vervolgens (praktische) invloed op te kunnen hebben.

Het gaat over je beleving – hoe je de wereld ziet met iedereen daar in, hoe je doet wat je doet, hoe jij je eigen realiteit creëert,  met hoogte- en dieptepunten. Neuro-Linguïstisch Programmeren kan je leren hoe je meer van de wereld kan zien, horen en voelen, kan je jezelf beter leren kennen en anderen beter leren begrijpen.

Ook gebruikte beschrijvingen van wat is NLP Neuro-Linguïstisch Programmeren:

“Het is een houding en een methodologie met in haar kielzog een serie aan technieken” – Richard Bandler.

Neuro-Linguïstisch Programmeren is een methode voor persoonlijke ontwikkeling – gereedschap om prestaties te verbeteren, van jezelf en van anderen.

Het is een model voor effectieve communicatie – een praktische en pragmatische verzameling van inzichten en methodes die de communicatie met jezelf en anderen kan verbeteren.

Neuro-Linguïstisch Programmeren is alles wat je helpt om te doen wat je wilt, wanneer je wilt, waar je wilt, met wie je wilt, zo veel je wilt, op een manier die een bijdrage levert voor anderen, terwijl je plezier hebt om dat te realiseren.

Neuro-Linguïstisch Programmeren is een manier om te modelleren – ofwel om overdraagbare modellen te maken van menselijk gedrag.

Het is een methode om competenties en vaardigheden overdraagbaar te maken. De opleidingen lijken aan de oppervlakte gericht op het verbeteren van de soft skills, en zijn op dieper niveau gericht op het effectiever in je werk (en leven) staan.

Wat is NLP? Neuro-Linguïstisch Programmeren is de kunst van succesvol functioneren.

Nieuw Leren van Perfectie.

Niet Langer Prutsen.

Natuurlijk Leiderschap Proces of Natuurlijk Leiderschap Professional.

Gewoon anders kijken.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Neuro-Linguïstisch Programmeren (NLP) leren

Neuro-Linguïstisch Programmeren (NLP) is een vaardigheid, die je op verschillende niveau’s kan leren. NLP leren past binnen persoonlijke ontwikkeling, doordat je een methode leert om te leren, te reflecteren, en doelgericht te veranderen. Telkens weer is er meer, mocht je dat willen. Hieronder beschrijf ik een soort stappenplan dat je kan gebruiken om kennis te maken met NLP, om vervolgens als het je bevalt een volgende stap te nemen om je vaardigheid te verbeteren.

  1. Verdiep je op globaal niveau in NLP. Vraag eens aan collega’s die een NLP opleiding hebben gevolgd wat het hun (professioneel en persoonlijk) heeft opgeleverd. Of ze het je zouden aanraden, en waarom dan. Kijk eens rond in je vriendenkring, wie heeft NLP gedaan en kan je meer vertellen? Zoek eens op internet naar aanbieders van opleidingen, en lees eens wat zij te vertellen hebben. Valt het je daarbij op dat iedereen een eigen verhaal heeft? Wat zijn de verschillen? Wat zijn de overeenkomsten? Kan jij je een globaal idee vormen van wat NLP biedt? Herken je de lijn in de verhalen van iets willen bereiken of iets bereikt hebben?
  2. Vraag jezelf eens af, wat jij zou willen bereiken? En als je tevreden bent, vraag je dan af wat er mogelijk zou kunnen zijn wanneer je iets meer van jezelf vraagt, de lat iets hoger zou leggen. Wanneer je daar een idee van hebt, of een globaal gevoel bij hebt dat er iets is, dan is het tijd om eens met dat idee als casus iets meer van NLP te proeven. Koop een boek! Een algemeen introductieboek in NLP is prima; wel een echt boek graag, niet een ‘gratis te downloaden handleiding NLP’ die bedoelt is voor marketing van een instituut. Een algemeen boek over NLP, zoals “NLP voor dummies” van Romilla Ready, “Je ongekende vermogens” van Anthony Robbins, of een ander NLP boek dat je eenvoudig kan vinden door bij Bol.com te zoeken op NLP (misschien tref je wel een boek aan dat meer in lijn ligt met je casus). Probeer geduld op te brengen terwijl je wacht op de bezorging, en wanneer je het binnen hebt dan bekijk je het boek eerst globaal met je de achterhoofd je casus, blader het een paar keer door en probeer wat casus-gerelateerde vragen te formuleren. Vervolgens lees je het boek door met telkens in je achterhoofd die casus. Hoe kan hetgeen daar geschreven in bijdragen aan jouw doel? Op die manier maak je het interactiever, en pak je de krenten uit de pap.
  3. Op zich ben je nu klaar met het leren van NLP. Bijvoorbeeld als je het boek “Je ongekende vermogens” van Anthony Robbins leest, leert en kent, dan is er eigenlijk niets meer dat je kan LEREN over NLP. Alle informatie en kennis die in een NLP Practitioner of een NLP Master Practitioner terugkomt staat in dit boek. Wat een opleiding of training nog toevoegt is de stap van KENNEN naar KUNNEN. Sommige dingen zijn vrij eenvoudig, zoals het SMART model, andere dingen spreken minder in woorden en kan je beter ervaren om het belang te voelen. Wil je meer, en overweeg je een training dan is een belangrijke stap om de juiste opleider te vinden. De juiste opleider voor jou. Om de juiste opleider voor jou te kunnen kiezen is het van belang om te weten wat de verschillen zijn tussen de opleidingen, zodat je kan bepalen of deze verschillen belangrijk zijn voor jou of niet. Maak eerst een lijst (Google op NLP Practitioner) met 20 opleiders. Ga naar de website, of bel eventueel, en let op de volgende zaken wanneer je een opleider kiest:
    1. Is er een kennismakingsavond of introductiecursus zodat je kan ‘voelen’ in hoeverre de trainer bij jou past, voordat je een grote stap als een NLP Practitioner doet? Sommige opleiders kiezen liever voor een één-op-één intakegesprek, maar dan mis je het gevoel van hoe de trainer is in een groep.
    2. Is de opleiding meer gericht op het actief ondergaan van de technieken teneinde persoonlijke groei te tijdens de opleiding te krijgen, of meer gericht op het leren toepassen van de technieken bij jezelf of anderen?
    3. Is de NLP Practitioner opleiding ook een NLP coach opleiding, of is de NLP coach een aparte opleiding?
    4. Alhoewel het niet een kleuterschool is die je uitzoekt, waarbij reistijd een belangrijke factor is, is het toch handig om  na te gaan hoe belangrijk het voor je is wat de locatie van de training is. Misschien heb je een voorkeur voor echte afzondering en een hotel, misschien wil je dichtbij en snel thuis. Let op dat het best heftige dagen zijn, dus dat je behoorlijk moe kan zijn aan het einde van een opleidingsdag.
    5. Is de opleiding gericht op een bepaalde context of doelgroep? NLP kan je op techniek niveau geven, waarbij er op een voorschrijvende manier wordt gedoceerd hoe je moet handelen, of op een hoger niveau waarbij het effect van de ideeën centraal staat. NLP kan gericht zijn op sportprestaties, op professionele prestaties, op gelukkig zijn, of is de opleiding gericht op het hogere, gericht op effecten. Het voordeel van een context-gebonden opleiding is dat deze een sterker leerrendement kan hebben, het nadeel is dat je daarna zelfstandig de transitie naar globale effecten, een verbreding in het denken naar algemeen proces moet maken. Voorbeeld: wanneer je een NLP opleiding doet die gericht is op sportprestaties, dan leer je hoe je NLP kan inzetten voor het behalen van de beste sportprestaties. Maar NLP is meer. NLP is ook andere contexten, afhankelijk van welk doel jij hebt. Met enkel deze opleiding gericht op sportprestaties leer je niet hoe je met NLP zo lui mogelijk kan zijn, bijvoorbeeld tijdens een vakantie. Mijn advies zou zijn om een opleider te kiezen die niet-normatief is, die niet voorschrijft. Een voordeel van deze manier van opleiden is namelijk dat je tijdens de opleiding ook gelijk leert hoe je context-gebonden NLP inzet, en dat je daar veel profijt van hebt.
    6. Hoe lang duurt de opleiding? De duur van NLP Practitioner opleidingen varieert. Korte trajecten van 7 dagen, lange trajecten van wel 22 dagen, en allerlei smaken daar tussenin. Het verschil in dagen komt terug in de diepte en de breedte. Trajecten van 7-11 dagen zijn vaak context-gebonden, gericht op snelle stappen en qua inhoud mager. Trajecten van 12-17 dagen hebben meestal een focus op de vaardigheid, en zijn algemener van opzet. Langere trajecten van 18-22 dagen zijn vaak gericht op vaardigheid en theorie. Wanneer je meer een denker bent die theorie en uitleg wilt, die wil snappen, dan kan je het beste voor een lange Practitioner kiezen, ben je meer een voeler of een doener dan kan je beter een traject van 12-17 dagen kiezen.
    7. Is er een kennistoets achteraf? Als je een denker bent dan kan het zijn dat dit je voorkeur heeft. Het feit dat er een kennistoets is betekent dat de opleider kennis belangrijk vindt, dus de kans is groot dat dat jij als denker beter tot je recht komt bij deze opleider.
    8. Is er een vaardigheidstoets achteraf? Of je nu een denker, doener of voeler bent, je doet de opleiding om vaardigheid te krijgen. Misschien dat er geen expliciete toets is, maar door deze vraag te stellen kan je wel inzicht krijgen in hoe belangrijk  het verwerven van vaardigheid is voor de opleider. Wanneer het enkel een aanwezigheidscertificaat zou zijn, dan neemt de opleider geen verantwoordelijkheid voor jouw leertraject, en is deze ongeschikt.
    9. Hoe is het traject zelf georganiseerd? Hoe zien de opleidingsdagen er uit? Hoe is de groepsgrootte? Welke investering (tijd en geld) wordt gevraagd? Praktische zaken. Let daarbij ook op de planning van de dagen, en de duur van de blokken.
      1. Alles wat boven de 6 uur netto (8 uur bruto) opleiding per dag  wordt gegeven raak je kwijt.
      2. Als er blokken zijn langer dan 2 dagen, dan stroom je over, en ben je het binnen een week weer kwijt (NLP Practitioners van 7 dagen aanéén zijn zonde geld!).
      3. Het is erg prettig als er tussen de blokken een stuk ruimte zit waarin je met de nieuw opgedane stof aan de slag kan in de praktijk, en dat je in het volgende blok daarop kan reflecteren (leertransfer).
      4. Het is erg prettig wanneer je na de opleidingsdagen een dag hebt om tot jezelf te komen, bijvoorbeeld een weekenddag of een vrije dag.
    10. Natuurlijk zijn er nog vele aspecten die meespelen die hier niet genoemd zijn. Zo zijn er opleiders die je aanbieden om het traject meerdere malen te volgen (en dat is een pré!) of om dagen te switchen of in te halen. Voel je vrij om deze aspecten mee te nemen, en te laten prevaleren! Wanneer jij je keuze hebt gemaakt, dan heb jij je keuze gemaakt.
  4. Nu je een overzicht hebt van opleiders en karakteristieken, kies er drie tot vijf (onthou dat aantal, dat gaat vaker terugkomen in je NLP opleiding) om daadwerkelijk kennis te maken. Ga naar een open dag of avond, bel ze op, stalk ze. Krijg gevoel bij de opleider, en stel zeker dat deze opleider ook daadwerkelijk jouw opleider gaat worden. Laat ze werken om jou te overtuigen. Leuke vragen waarmee je ze in het zweet kan krijgen:
    1. Er zijn verschillende stromingen in NLP heb ik ergens gelezen. Wat zijn de voordelen van deze stroming? En wat zijn de nadelen?
    2. Wat kan ik concreet na de NLP Practitioner? Wat heb ik er aan?
    3. Wat is NLP in 30 seconden samengevat? (McKinzie test: je snapt het pas wanneer je het in 30 seconden kan uitleggen).
  5. Na het bezoeken van de drie tot vijf opleiders, neem je even tijd voor jezelf. Laat je gevoel kristalliseren, en pas dan maak jij je keuze, waarbij je de optie NIET doen ook meeneemt.
  6. Doe eventueel de opleiding.
  7. Vervolgens ga je vanuit het huidige punt je kennis en vaardigheid versterken, verbreden en verdiepen
    • Je kan de NLP Master vervolgopleiding doen.
    • Je kan vervolgens een NLP Trainer opleiding doen. Mijn advies: doe dat bij één van de grote namen in NLP, een Tad James, Richard Bandler, John Grinder, Robert Dilts, etc. Zodat jij je kan verdiepen in zijn gedachten, zijn ideeën, zijn beeld. Modelleer hem, leer van zijn visie.
    • Lees boeken binnen de stroming die je hebt gevolgd voor verdieping van je begrip, kennis en vaardigheid.
    • Lees boeken buiten de stroming die je hebt gevolgd voor verbreding, nieuwe inzichten en een meer rijke niet-normatieve begripsvorming. Ontwikkel je eigen visie.
    • Lees boeken die ten grondslag liggen aan NLP, zoals boeken van Virginia Satir, Milton Erickson, Gregory Bates. Verdiep je in nieuwe grootheden.
    • Oefen, lees, blijf beoefenen! Pas het toe op nieuwe casus, blijf leren en veranderen.
    • Zoek mensen die gelijkgestemd zijn; zorg voor samen leren en ontwikkelen. Neem deel aan fora, schrijf zelf artikelen, coach regelmatig.
Posted by Rutger in NLP handleiding

De 4 niveau’s van een discussie

4 niveau’s van discussie  
1. Feit: met absolute zekerheid vast te stellen, enkele waarneming
2. Theorie: samenhang om feiten te verklaren, model waarin feiten (waarnemingen) passen
3. Vooronderstelling: fundamentele aannames over de werkelijkheid, niet bewijsbaar
4. Geloof: luisteren en belijden; zin en doel van de werkelijkheid

Posted by Rutger in NLP handleiding

De verantwoordelijkheid van de zender in communicatie

Waarschijnlijk heb je wel gehoord van het model van communicatie waarin een zender en een ontvanger een rol spelen. Communiceren is dan het actieve proces van informatie overdragen van een zender naar een ontvanger, via een medium. Belangrijk en vaak benadrukt aspect daarbij is dat de zender verantwoordelijk is voor de ontvangst van de boodschap bij de ontvanger.

Wat een mooie ontdekking kan zijn, is dat het in dit model enkel gaat om de mogelijkheid de verantwoordelijkheid naar je toe te trekken, en king-of-the-world alles voor elkaar kan krijgen wat je maar wilt. Als keuze in gedrag; niet als voorgeschreven wet van Meden en Perzen. Wanneer je denkt dat je altijd verantwoordelijk bent voor hoe jouw boodschap overkomt, dan heb je nog niet de volledige boodschap in al haar nuances begrepen.

Want, ja, het is waar dat je een emotionele reactie krijgt op je boodschap, maar, nee, je bent niet in staat om de emotie van een ander te sturen. Er is er maar één die invloed kan hebben op de emotie van een persoon en dat is de persoon zelf die de emotie ervaart. Wanneer die persoon structureel negatieve emoties ervaart bij boodschappen, dan kan je nog zo je best doen, je kan daar niet doorheen breken. Wantrouwen, negatieve cannotatie, lastige zaken waarop je wel invloed wilt hebben, maar het is vechten tegen de bierkaai.

Alhoewel onze culturele opvattingen ons sturen om maar vooral aardig te zijn voor elkaar, en elkaar te sparen, is het soms fijn om, bijvoorbeeld in voorkomend geval, afscheid te nemen van elkaar in de communicatie. De keuze te maken om niet langer energie te stoppen in de communicatie. Niet langer proberen om de emotionele respons te krijgen die je wilt. Want, ja, al ben je niet voldoende in rapport om een goede communicatie op te zetten, kennelijk, zoals de basisvooronderstelling NLP zegt, er staat niet geschreven dat je maar koste wat het kost energie moet blijven steken in een goede, vrolijke, sociale communicatie. Het enige wat er bedoeld wordt is dat het een keuze is om er nog flexibeler mee om te gaan, om het nog een keer te proberen, om je boodschap op weer een andere wijze te brengen.

Een keuze. Een afweging tussen doel en effort. En soms is de effort het doel niet waard. Dan kan je de communicatie gewoon stopzetten. En ook dat kan heel doelbewust. En heel effectief.

Besef je dus, dat alhoewel de verantwoordelijkheid voor de emotieve respons wel bij jou ligt, dat dit geen verplichting tot oneindig aanpassen of oneindig energie steken in een communicatie betekent. Het betekent enkel dat je een keuze hebt, en dat het een keuze is tot hoe ver jij gaat.

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

Gespreksringenmodel

Luisterringen model

Concentratie

  • Concentreer op de spreker
  • Luister met alle aandacht
  • Wees stil
  • Ondersteun non-verbaal je aandacht

Interpretatie

  • Interne verwerking van de aangeboden informatie
  • Boodschap in eigen woorden herformuleren
  • Open vragen stellen voor extra informatie
  • Combineer non-verbale boodschap met de woorden

Validatie

  • Samenvatten
  • Bij ander checken of jouw beleving van zijn boodschap klopt
  • Reageren op inhoud van (non-verbale) boodschap
  • Neem feedbackregels in acht
Luisterringenmodel

Luisterringenmodel

Spreekringen model

Organisatie

  • Bepaal het doel van je boodschap
  • Houdt rekening met gevoel / belevingswereld van ander

Uitdrukken

  • Verwoord je boodschap in woorden
  • Houdt logische volgorde aan
  • Ondersteun non-verbaal je eigen woorden
  • Codering is afhankelijk van opvoeding, woordenschat, opleiding, referentiekader

Validatie

  • Kijk of de ander je begrepen heeft in woorden en non-verbaal
  • Verduidelijk interpretatieverschillen
Spreekringenmodel

Spreekringenmodel

Gecombineerd in het gespreksringen model

Gespreksringen model

Gespreksringen model

Posted by Rutger in NLP handleiding

Samenvatting didactische vaardigheden (conventioneel)

Algemeen

Leerprincipes:

  • “Weet waarom je leert” principe (wat en waarom), meer motivatie
  • Aanknoopprincipe (bij ervaringen en kennis aansluiten), beter begrip
  • Plezierprincipe, motiveert deelnemer
  • Terugkoppelingprincipe, controleren en bijsturen van het leerproces
  • “Oefening baart kunst” principe, oefenen is herhalen (onthouden) en toepassen.
  • Activiteitsprincipe, actief toepassen van stof

Didactisch model

Leerproces

Leerproces

Lesvoorbereiding

Stappen lesvoorbereiding

  • Leerdoelen
  • Beginsituatie
  • Leerinhoud
  • Werkvormen
  • Hulpmiddelen
  • Lesplan
  • Praktische voorbereiding

Leerdoelen

Algemene leerdoelen: leerdoelen in groter geheel

Specifieke leerdoelen: leerdoelen binnen een les

Typen leerdoelen:

  • Vaardigheidsdoelen (psychomotorische doelen); indien deelnemers bepaalde (denk)handelingen moet leren verrichten
  • Kennisdoelen (cognitieve doelen); indien deelnemers bepaalde informatie of kennis moeten begrijpen en/of onthouden
  • Houdingsdoelen (attitudedoelen); indien deelnemers bepaalde (positieve) houding moet verwerven of bepaalde gevoelens moet tonen

Leerdoel eisen

  • Beschrijft het gedrag aan het eind van de les of opleiding
  • SMART gedefinieerd
  • Voorwaarden bevatten waaronder het gedrag vertoond moet worden
  • Bereikbaar zijn

Beginsituatie

Hoe is de beginsituatie van de deelnemers?

Hoe groot is de groep

Wat is de achtergrond van de deelnemers (toelatingseisen)

Wat zijn de randvoorwaarden waaronder ik les moet geven?

  • Tijdstip
  • Inrichting lokaal
  • Kwaliteit en aanwezigheid hulpmiddelen

Aansluiten van les op beginniveau

Indien beginsituatie niet goed is ingeschat, improviseren:

  • deelnemers lesinhoud laten presenteren
  • tekst laten lezen als uitgangspunt voor verdere les
  • vragen inventariseren
  • oefeningen laten maken die achter de hand zijn

Leerinhoud

Leerinhoud kiezen

  • Bepaal welke leerinhoud noodzakelijk is om leerdoel te bereiken
  • Bepaal wat er gebeurt indien leerinhoud wordt weggelaten

Leerinhoud structureren

  • bepaal stappen
  • bepaal volgorde stappen
    • logisch
    • doelgroep (niveau, belevingswereld)
    • didactisch (makkelijk >> moeilijk)
    • praktische omstandigheden
    • persoonlijke voorkeur
  • bepaal per stap wijze van controle

Lesopbouw bepalen

  • Inleiding; 5 tot 10 minuten
  • Aandacht trekken (motiveren)
  • Doel van les aangeven
  • Relevantie van les vermelden
  • Programma van les aangeven
  • Toetsen van beginsituatie / voorkennis ophalen
  • Kern
  • Motiveren
  • Begrijpen
  • Onthouden
  • Toepassen
  • Controleren / bijsturen
  • Afsluiting
  • Samenvatten
  • Relevantie herhaling
  • Behalen leerdoelen controleren
  • Vooruitblikken

Werkvormen

Werkvorm Demonstratie en oefening

  • Geschikt voor vaardigheidsdoelen voor aanleren concrete handelingen
  • Leerinhoud verbaal, motoriek en visueel overbrengen
  • Bestaat uit voordoen en na laten doen
  • Alleen geschikt voor kleine groepen

Aandachtspunten

  • Analyseer de taak; verdeel in stappen; 1 maal normaal voordoen, dan 1 maal vertraagd met verbale ondersteuning; Nadoen eerst vertraagd met ondersteuning en aanwijzingen, nogmaals herhalen met verbale ondersteuning door student, normaal tempo herhalen
  • Zorg voor goede demonstratie (iedereen zichtbaar)
  • Zorg voor materialen (voldoende; pas uitdelen na demonstratie)

Werkvorm Doceren

  • Geschikt voor het behalen van kennisdoelen
  • Leerinhoud verbaal overdragen
  • Bestaat uit de leerinhoud uitleggen door docent
  • Geschikt voor grote groepen met gelijke beginsituatie / voorkennis

Aandachtspunten

  • Breng structuur aan; gebruik daarbij media
  • Sluit aan bij deelnemer
  • Controleer regelmatig op begrip
  • Houdt het boeiend
  • Beperk de informatie
  • Maak het niet te lang (aandacht neemt af na 10 minuten)
  • Maak afspraken over vragen (tijdens of achteraf)

Werkvorm Onderwijsleergesprek

  • Leerinhoud wordt verbaal overgebracht
  • Bestaat uit het voeren van een gestuurd gesprek waarbij de deelnemers aan het denken worden gezet volgens een stramien van voorbereide vragen
  • Geschikt voor groepen de reeds enige voorkennis hebben

Aandachtspunten

  • Gebruik open vragen
  • Breng denkproces bij deelnemer op gang
  • Stel 1 vraag tegelijk
  • Geef gelegenheid om over een vraag na te denken
  • Herformuleer de vraag bij onvoldoende antwoord (vraag alleen herhalen indien niet goed verstaan; beantwoord de vraag zelf niet)
  • Herhaal de goede elementen uit een onvoldoende antwoord
  • Vraag door (nader verklaren of aanvullen)
  • Speel doorvragen door in groep
  • Plaats antwoorden in groter verband
  • Geef duidelijke feedback (niet door het herhalen van een letterlijk antwoord)
  • Vat tussentijds samen
  • Maak gebruik van aanwezige voorkennis
  • Dwaal niet af, verzand niet in discussie
  • Gebruik hulpmiddelen
  • Geef beurten om aandacht te verdelen
  • Maak gebruik van analyse-, synthese- en evaluatievragen.

Werkvorm Opdrachten

  • Geschikt voor alle typen leerdoelen
  • Geschikt voor groepen waarbij benodigde voorkennis als uitgangspunt aanwezig is
  • Bestaat uit het laten uitvoeren van opdrachten (individueel of groepjes) met assistentie / controle van opleider

Soorten opdrachten:

  • Reproductie opdrachten; gesloten opdrachten om te controleren of de leerinhoud duidelijk is (leerinhoud laten herhalen)
  • Verwerkingsopdrachten; opdrachten welke toepassing van de leerinhoud afdwingen
  • Probleemgerichte opdrachten; waarbij de wijze van oplossing belangrijk is
  • Zoekopdrachten
  • Analyse opdrachten
  • Beslisopdrachten
  • Creatieve opdrachten; waarbij een unieke eindsituatie moet worden bedacht

Aandachtspunten

  • Zet opdracht op papier, benoem criteria en procedure
  • Neem de tijd om opdracht over te brengen
  • Geef het doel aan
  • Geef het eindproduct aan
  • Geef de tijd aan
  • Controleer of de opdracht helder is
  • Zorg voor materiaal
  • Begeleid tijdens de opdracht
  • Zorg dat iedereen actief is
  • Leg indien nodig het proces stil
  • Geef feedback op de resultaten
  • Resultaatmelding
  • Kwalitatieve informatie
  • Vervolgafspraken
  • Herhaal indien nodig de theorie

Lesplan

Lesplan voorbeeld

Lesplan voorbeeld

Praktische voorbereiding

Lange termijn:

  • voorbereiden materiaal en hulpmiddelen
  • schrijven flapovers
  • kopiëren van teksten
  • verkrijgen materiaal, modellen etc.

Korte termijn:

  • ruim op tijd aanwezig
  • lokaalopstelling, meubels en presentatiemiddelen
  • controleer schrijfmateriaal hulpmiddelen
  • instellen en aansluiten hulpmiddelen
  • Koffie e.d. controleren

Lesgeven

Motivatie

  • Intrinsiek gemotiveerde deelnemer: leren om de stof te beheersen (dit is het doel; wil dit leren)
  • Extrinsiek gemotiveerde deelnemer: leert om de stof als middel in te kunnen zetten (derde doel; moet dit leren)

Motivatoren

  • afwisseling in de les
  • relevantie vermelden
  • pakkende voorbeelden gebruiken
  • enthousiast zijn
  • humor

Toetsen

Formele toetsing: meet het eindresultaat

Continue toetsing: doorlopend toetsen of de deelnemers volgen

  • vragen (laten) stellen
  • samenvatting (laten) geven
  • opdrachten geven
  • O.L.G. voeren
  • Handelingen laten verrichten
  • Non-verbale signalen (gefronste wenkbrauwen) oppikken

Aandachtspunten tijdens de les

  • sluit bij beginsituatie aan
  • schakel de deelnemers zoveel mogelijk in
  • wees overtuigend en enthousiast
  • sta zoveel mogelijk tijdens de les, beweeg
  • spreek duidelijk, las af en toe een rustpauze in
  • verklaar jargon
  • moedig de deelnemer aan
  • observeer de groep, probeer oogcontact te krijgen
  • maak duidelijke afspraken met deelnemers
  • wees consequent

 

Posted by Rutger in NLP handleiding