lichaam

Schrijfoefening: Ontmoeting

Het is een mooie zomerdag. De zon schijnt warm op mijn armen, en terwijl ik de pedalen van mijn fiets met enige kracht beweeg voel ik hoe de snelheid mij met een warm briesje beloond. Het korte t-shirt bolt iets door de luchtstroom en verkort de toch al korte mouwen nog meer. Ik zie de overgang van mijn licht verkleurde huid naar het witte, te weinig zon krijgende deel van mijn bovenarm als ik even mijn blik afwend van de weg om iets meer aan te zetten. “Schone schijn.” glimlach ik, want ik zie in de verte de eerste wolken aankomen. Voordat ik vertrok vertelde Buienradar mij dat het over een half uur zal gaan regenen. Tijd zat, want over 20 minuten ben ik weer thuis, en ik geniet van de zon, de bries…

Ineens een druppel. Midden op mijn hoofd, zo voelen de haren die mijn hoofd bedekken mij. Niet een kleine druppel, maar zo een druppel zoals die tegenwoordig in de veel heftigere buien vergeleken met vroeger kan vallen. Voldoende groot om er aan te twijfelen of het wel een druppel is, zoekt deze zich na de landing op mijn kruin een weg naar mijn nek om daar te doen wat druppels doen: druppelen. Het kietelt een beetje, en met een lichte rilling geef ik de druppel de vrijheid om in mijn t-shirt opgenomen te worden. Dit is te vroeg, ik heb nog 18 minuten reken ik snel als ik heb gekeken op het hartslagklokje dat ik vorige week aan mijn stuur heb vastgemaakt. Pats, een druppel op mijn arm. Ik verbaas me over de kracht die de druppel toont door bij de landing uiteen te spatten in meerdere kleinere druppels, die allen zouden kunnen doorgaan voor regendruppels. De haartjes op mijn arm plakken in een cirkel met een doorsnee van ruim 5 centimeter vast aan mijn huid; mijn huid die op een prettige manier iets afkoelt, en eigenlijk op een comfortabele manier de druppel accepteert.

Dan gaat het los, zo maar, uit het niets. Een muur van water valt naar beneden. In een paar seconden stroomt het water door mijn haar, is mijn t-shirt tot op de draad nat, en zie ik hoe mijn broek glanst van het water, hoe het water een laagje vormt op mijn bovenbenen bij het ronddraaien van de pedalen, alsof de broek iets wordt uitgeknepen door mijn bovenbenen. Ik doorzie wat hier gaat gebeuren, ik ga helemaal wegspoelen. Ik voel nu al stroompjes water mijn schoenen inlopen.

Ik zie hoe een medefietspadgebruiker net naast het fietspad stopt om te schuilen onder een boom en ik glimlach over hoe onzinnig dat voor mij zou zijn. Ik zie hoe hij met wilde spoed probeert zichzelf te beschermen tegen het nat worden. Ik draai mijn hoofd af, om de regen op te vangen op mijn rug, en verbaas me over hoe veel water mijn broek al heeft opgenomen; ik zie hoe mooi zwart hij is geworden door het water, en wanneer mijn been omhoog wordt gerezen door het pedaal zie ik hoe er een spiegellaag ontstaat door het water dat uit de vezels wordt geknepen. Het is prachtig. Vanuit mijn ooghoek zie ik een obstakel op het fietspad; iemand die midden op de weg een poncho over zijn reeds natte kleren heen trekt. Licht wreed gelach ervaar ik van binnen over zijn gelag en probleemoplossend gedrag. Het heeft geen zin, het is goed zo. Hij kijkt even op, maar als een langskomende schaduw die geen gevaar voor hem of zijn fiets vormt keert hij weer naar binnen en strijdt verder. Mijn blik gaat weer naar beneden en ik zie hoe nieuwe riviertjes ontstaan op het fietspad. Het gaat echt hard. Mijn bril is nat, en de druppels zorgen er voor dat ik slecht zicht heb. Bijna euforisch stel ik vast dat ik geen vezel meer aan mijn lichaam heb die ik zou kunnen gebruiken om het overtollige water van de glazen af te nemen. Met mijn hoofd gebogen kijk ik dan maar over de rand van mijn bril in de verte om op de komende rotonde schaduwen te ontwaren die wellicht beter zijn om te ontwijken.

Een auto stopt en geeft voorrang. Iemand met een bril kijkt neutraal hoe ik voor haar langs ga, als ze even zicht heeft dank zij de ruitenwissers. Ik stel me voor hoe haar rechterbeen gestrekt op het rempedaal drukt, en vraag me af of ze me ook voorrang zou geven wanneer ze het niet had, hier, gewoon uit een soort compassie voor iemand die tot de naad nat is waar zij in de herrie van de voorraamblower in elk geval droog is. Misschien omdat ze genoeg tijd heeft, want wanneer zij straks door deze bui 5 meter vanuit haar auto naar een voordeur moet lopen… Ik zie de onzinnigheid van al dan niet voorrang geven, nat ben ik al en even wachten zou alleen betekenen dat nieuw water het oude vervangt.

Ik ben benieuwd of mijn handremmen, met van die knijpblokjes wel goed werken in deze nattigheid. Ik probeer iets af te remmen, en op een rare manier ben ik opgelucht dat de fietsenmaker wat bredere blokjes heeft gemonteerd zodat ik net voor de rotonde waarschijnlijk op tijd had kunnen stoppen als ze me niet gezien had.

En toen, toen zag ik jou. Eerst in mijn ooghoek, een schaduw die bewoog in een kruisende beweging, van rechts, op ramkoers. Om je intenties te controleren en mijn respons voor te bereiden bewogen mijn ogen zich richtende naar jou. Ik zag je hond die losliep, als een keurig afgerichte hond, een meter links voor je, je zwarte laarzen, terwijl mijn ogen verder omhoog gingen, een strakke spijkerbroek, een haltertruitje en je blote armen, en een geweldige lach rond je lippen, midden tussen je verwaterde haren. Die lach maakte dat de tijd even stil stond. Wat een kracht, wat een zelfverzekerdheid, wat een vertrouwen, wat een geweldige uitstraling zag ik in jou. “Wat een KUTweer!” riep je met een lach, en je keek me recht aan, open en als twee bondgenoten in dezelfde situatie. Mijn grijns deed pijn in mijn mondhoeken als ik pijn zou kunnen voelen. Alles stond stil bij mij, mijn gedachten, mijn gevoelens, mijn waarneming, enkel jouw lach op jouw iets naar rechts hellende gezicht (voor de kijkers links). Ik weet niet of ik nog iets heb gezegd, of dat ik het heb gelaten bij het geven van ruimte aan mijn tanden van oor tot oor. Ik heb nog nooit zo iets moois gezien als jij, daar in de regen. Ik heb nog nooit een contact en verbondenheid gevoeld zoals daar.

Nu is het drie maanden verder. Ik koester jou en het moment dat daar was. En ik weet niet of jij hetzelfde had, of niet. Het maakt niet uit, want ik doe gewoon alsof het wel zo is. Wij samen, twee mensen in de regen, die genieten van de stompzinnigheid van de situatie. Een top-3 moment dat, zo hoop ik, altijd bij me zal blijven.

Posted by Rutger in Losmakers

Schrijfoefening: Eerlijk delen

Een deel wil het wel, een ander deel is nog aan het wennen. Delen, delen is maar een rekenkundige bewerking, net als aftrekken of vermenigvuldigen. De som der delen is soms meer dan het geheel. Soms is een deel een plaats waar gedorst wordt, soms is het iets waar dorst door ontstaat. Soms is het een gedeelte dat het gedeelde wil zijn. Een metameer van het geheel van het leven. Onschuldig zonder ervaring heb je part noch deel. Ten dele deelgenoot. Zal het jou ten deel vallen? Delen is ook eerlijk splitsen zodat iedereen zijn deel krijgt; iedereen blij. Delen zodat iedereen zijn deel krijgt. Wat wil jij in het leven mededelen? Wil jij meedelen? Zou de ander zijn of haar deel willen delen? Verwachtingen dat jij ook deelt? Delen van mensen kan niet, alhoewel vierendelen wel, delen van ervaringen wel. Zie je delen als de som of zie je delen als iedereen krijgt zijn deel? Wat is jouw aandeel? Wat wil jouw onderdeel? Een gedeelte wil ervaringen delen als gedeelde. Een part in het leven ter ontleding. Denken is een deel, net als voelen. Schuld, schaamte, spijt zijn gedachtengestuurde gevoelens. Schuld is een gevoel dat hoort bij een ik als deel, en niet als geheel. Schuld kan alleen zijn als je jezelf als deel ziet. Schuld is een gevoel dat ontstaat na een oordeel; een gevoel dat een waardeoordeel van een gedachte volgt van het ego. Vaak in een verbond een gedachte aan verraad waarbij je het samen als losse ikken ziet. Dat is geen verbond, niet het geheel, enkel alleen, een deel. Leven kan betekenen dat je anders doet dan anderen, eigen keuzes maakt, voor jezelf of samen. Nieuwe ervaringen jezelf ontzeggen om de schijnveiligheid van het verwachte te ontmoeten als grenzen stellen beperkt de vrijheid. Vrijheid. Verstoppen van delen, verstoppen van kracht, verstoppen van jezelf, doen alsof is werkelijk verraad aan jezelf en het verbond. Vertrouwen ontstaat door openheid, tonen van kracht, tonen van jezelf in alle weerloze naaktheid. Denken, elke en alle gedachten, beïnvloedt het voelen, voel de illusie van de illusie. Verstoppen van jezelf, verstoppen van delen van jezelf voor het verbond levert wantrouwen in het verbond. Wanneer jij je verstopt verwacht je hetzelfde van de ander. Wanneer jij je werkelijke zelf toont kan er enkel vertrouwen worden gevoeld. Nieuw maakt het oude niet minder waard. Kracht opgeven om het oude in balans te houden is vastklampen aan de illusie dat het is, jouw eigen ik als ding. Jouw eigen ik als ding zou je kunnen delen, opdelen, maar jij bent geen ding, je bent veel meer dan dat. Je bent. Je doet. Je bent niet wat je doet. Je bent vrij om te doen wat je wilt. Wat je doet verandert jou niet, hooguit wat illusies die je over jezelf hebt. Illusies zoals ‘ik kan het niet’. Illusies over wat je denkt te zijn. De ontdekking van vrijheid van deze illusies. Alle illusies beperken wat je kan zijn. Alles wat je denkt en gelooft over jezelf is een fantasie, net als de fantasieën die je wel als fantasie herkent. Welke fantasie kies je? Een droom is net zo echt als jouw perceptie van jezelf als je fantasieën. Het bestaat enkel in gedachten, en gedachten komen en gaan. Gedachten zijn illusies van kennis, de handeling en de interactie met de werkelijkheid is de realiteit, dat is waar het werkelijk om gaat. Dat is echt. Welke interactie kies jij? Denken of waarnemen. Praten in jezelf en oordelen, of zintuiglijke waarneming. Leven, of op een toneel je deel van het stuk opvoeren. Kracht is niet intentie. Kracht is geen reden nodig hebben anders dan willen voelen voor de ervaring, willen doen uit nieuwsgierigheid, je gedachten de ruimt te geven om te bevrijden. Kracht is ontdekken, aannemen is verstoppen. Kracht is het geheel, denken is een deel. Kracht is deelnemen, beperken is missen. Ontdekken is spiritualiteit, het onstoffelijke ervaren. Beperken is het fysieke, het aardse, het oordelen, het toneelstuk. Een verbond in het fysieke is een schijnvertoning, het geheim van echt verbinden is spiritueel, de onstoffelijke verbintenis. Benadrukking van het spirituele, het onstoffelijke door het taboe stoffelijk te doorbreken geeft spirituele groei. Het stoffelijke vernietigen geeft vertrouwen, geeft zekerheid, geeft vrijheid in het onstoffelijke door de schijnveiligheid van het stoffelijke te doorbreken. Wantrouwen, onzekerheid en beperkingen in vrijheid bestaan enkel in het stoffelijke. Schaamte wordt schuld door geloof in het stoffelijke. Schuld alsof de intentie van de kracht die jij in je hebt slecht is. Alsof het een zonde is om te leven met kracht, alsof je krachteloos en zwak zou moeten volgen wat anderen vinden. Wanneer jij je kracht niet toont, kan ook niemand je kracht waarnemen. Je krijgt dan een verbond van schijn-zelven in onmacht. In het onstoffelijke verbond, op spiritueel niveau een verbond aangaan betekent kiezen voor een open en schuldvrij verbond, op een hoger niveau relateren. Van geheel mens tot geheel mens in plaats van enkele rol tot enkele rol, van deel tot deel, van illusie tot illusie. Wil jij je beperken tot een deel van het leven of wil jij het leven geheel leven? Wil jij stoffelijk en beperkt, of wil jij spiritueel en vrij? Verwarring is natuurlijk wanneer je kiest voor je kracht. Het is nieuw, je doorbreekt het verwachte, het spirituele is de weg van ontdekking en dus onbekend. Onbekend is verwarrend want je houvast is niet meer vastklampen aan de oude illusies, en vertrouwen op de kracht die jij in jezelf hebt. In vertrouwen op de kracht doen leidt tot liberatie, bevrijding, van de oude illusies, en een nieuwe houvast in de zekerheid van je eigen kracht. Oude houvast aan je oude rol en aan de identificatie met je lichaam als jezelf, kracht uit het spirituele. Jezelf zien als lichaam in een verbond maakt delen in een verbond, jezelf zien als onstoffelijk geheel van het verbond maakt het verbond sterker. Een verbond met een lichaam, of een verbond met ideeën, gedachten, kracht, zienswijzen, ervaringen, ontdekkingen. Een stoffelijk verbond heeft orde nodig, en dus gehoorzaamheid en verantwoording, een onstoffelijk verbond is vrij, waardevol, vernieuwend, echt, vol van vertrouwen, respectvol en gelijkwaardig. Zonder de kracht geparalyseerd in het lichaam, in de illusie, in het stoffelijke. Met de kracht ontdekken door ervaren, wat wel bij je past. Misschien wat ongemakkelijk en nieuw, spannend, maar goed. Waar fouten na ervaring in plaats van schuld, schaamte of spijt leiden tot inzicht. Waar je je spirituele zelf erkent, het onstoffelijke zoekt, en je situaties in eigen hand neemt. Laat de ware aard toe in het verbond. Een echt verbond kan je niet verliezen. Een echt verbond verliezen doordat je de echtheid beperkt, het stoffelijke boven het onstoffelijke stelt, een schijnverbond leven, betekent dat je jezelf niet geeft wat er in zit. Onconditioneel in verbond, of de eigen agenda’s langs elkaar zonder connectie. Schuld, verlegenheid, schaamte en spijt zijn donkere gevoelens; gevoelens die niet van jou zijn. Spijt signaleert simpelweg dat we in een eerdere staat van ontkenning onwetend zijn geweest, wat goed is… toch? Spijt is interne schaamte, schaamte is gericht op anderen. Immaterieel of materieel. Sociale emoties die het ego ervaart veelal door culturele overtuigingen.

Posted by Rutger in Archief

Oefening lichaam, lichaamstaal en gevoel: kleien

NLP Oefening Kleien
Vorm de kleinst mogelijke groepjes van minimaal 3 deelnemers, A B en C (en eventueel D en E).

A Act (eventueel D en E ook)
B Be en zegt niets gedurende de oefening.
C Copy

B en C zetten 2 stoelen neer, met de rug naar elkaar, en zonder elkaar te raken.

B en C nemen plaats op de stoelen, zodanig dat ze elkaar niet zien of raken.

A vraagt aan B om te denken aan een keer in het verleden, waarbij B in een bijzonder gesprek zat. Wanneer B door knikken aangeeft dat hij/zij een moment heeft gekozen, vraagt A aan B om exact zo te gaan zitten, zoals B toen in dat specifieke gesprek zat.

B geeft door knikken aan dat hij/zij klaar is.

A gaan ‘kleien’ met C. Ze zorgen er voor dat C in precies dezelfde houding komt als dat B nu zit. Denk daarbij aan schuinheid van het hoofd, mate van spreiding van benen, stand van voeten, vingerhouding, etc. Maak het zo gelijkend mogelijk!

Wanneer C in dezelfde houding zit als B,

A vraagt aan C: Hoe voel jij je wanneer je zo zit in een gesprek? C geeft aan hoe hij/zij zich nu voelt.

A checkt bij B of dat overeenkomt met het gevoel dat B in het gesprek had.

Het effect: hoe beter de overeenkomst in lichaamshouding (in combinatie me spierspanning), hoe groter de emotionele gelijke ervaring. Spiegelen en rapport communiceren meer dan alleen vertrouwen; er is sprake van echte informatieoverdracht op emotioneel niveau.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Suggestieve patronen

In NLP heeft het Milton model een centrale plaats. Een veelgebruikt concept is daarbij de suggestie.

Suggereren: het idee geven, opperen, voorstellen, insinueren, impliceren, aandragen, beweren, aan de hand doen, naar voren brengen, adviseren, aanbrengen, influisteren, betogen, betuigen, raden, claimen, pretenderen, staande houden, stellen, zeggen.

Stel vragen, vragen sturen. Maak ze onweerstaanbaar door je stem aan het einde omlaag te laten gaan, in plaats van omhoog zoals we normaal bij een vraag doen.  En misschien merk je nu al dat elke gedachte je kan doen beseffen dat je meer bewust wordt van wat je nieuwsgierig kan leren en willen ontdekken en ervaren.

Voorbeelden van suggestie

  1. Wellicht wel, misschien ook niet, zal jij {SUGGESTIE in actie komen}
  2. Ik vraag me af, zal jij {SUGGESTIE in actie komen}, of niet (of niet vermorzeld weerstand)
  3. Mensen kunnen, weet je, {SUGGESTIE in actie komen} (weet je effect: impliciete aannamen dat het algemeen bekend is)
  4. Mensen mogen, weet je, {SUGGESTIE in actie komen}
  5. Mensen zouden, weet je, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  6. Mensen zouden, weet je, {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  7. Sommige mensen {SUGGESTIE komen in actie} (effect: toehoorder controleert intern of deze een van sommigen is; geef dus iets om te controleren) 
  8. Soms kan je {SUGGESTIE in actie komen} (effect: toehoorder controleert intern of deze het nu kan; geef iets om te controleren) 
  9. Misschien heb je nog geen {SUGGESTIE drang om in actie te komen}, nu al (observatie door nu al als onvermijdelijk) 
  10. Iemand zou, weet je, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  11. Wellicht wil je {SUGGESTIE in actie komen}, … NU
  12. Wellicht kan je {SUGGESTIE in actie komen}, … NU
  13. Iemand kan, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  14. Iemand mag, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  15. Iemand zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  16. Iemand zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  17. Iedereen kan, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  18. Iedereen mag, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  19. Iedereen zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  20. Iedereen zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  21. Een persoon kan, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  22. Een persoon mag, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  23. Een persoon zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  24. Een persoon zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  25. Jij kan {SUGGESTIE in actie komen}
  26. Jij zou {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  27. Jij mag {SUGGESTIE in actie komen}
  28. Jij zou {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  29. Een persoon mag {SUGGESTIE in actie komen} , omdat het goed is om {SUGGESTIE in actie te komen}
  30. Een persoon mag {SUGGESTIE in actie komen} , omdat jij zelf bepaalt wat jij doet.
  31. Zal jij {SUGGESTIE snel  in actie komen},of {SUGGESTIE normaal  in actie komen},of {SUGGESTIE langzaam in actie komen} (alle mogelijke keuzes: altijd volgen) 
  32. Ik zal je niet vertellen {SUGGESTIE om in actie te komen}, omdat je dat zelf kan ontdekken
  33. Ik zou je kunnen vertellen {SUGGESTIE om in actie te komen}, maar ik laat je dat liever zelf ontdekken
  34. Hoe zou het voelen wanneer jij {SUGGESTIE in actie komt} (dwingt tot voorstelling maken, ervaren) 
  35. Vroeg of laat {SUGGESTIE kom je in actie}
  36. Eens {SUGGESTIE kom je in actie}
  37. Uiteindelijk {SUGGESTIE kom je in actie}
  38. Probeer {SUGGESTIE in actie komen} tegen te gaan (impliciet: onmogelijk om het tegen te gaan) 
  39. Probeer {SUGGESTIE in actie komen} uit te stellen
  40. Je hebt misschien nog niet gemerkt {WAARHEID dat je gevoelens voelt} terwijl je {SUGGESTIE in actie komt}
  41. Kan jij echt lol hebben in {SUGGESTIE in actie komen}? (impliciet moet je wel) 
  42. Kan jij echt genieten van {SUGGESTIE in actie komen}?
  43. Je zou de sensaties kunnen ervaren {WAARHEID van de gevoelens die je voelt} terwijl je {SUGGESTIE in actie komt}
  44. Wat gebeurt er wanneer jij {SUGGESTIE in actie komt}? (moet je voorstellen) 
  45. Je hoeft niet {SUGGESTIE in actie te komen}
  46. Een ieder hoeft niet, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie te komen}
  47. Mensen hoeven niet, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie te komen}
  48. Misschien weet jij niet wanneer {SUGGESTIE je in actie komt}
  49. Het is eenvoudig om {SUGGESTIE in actie te komen}, is het niet? (is het niet verzacht; 1e deel zal worden geprobeerd) 
  50. Iemand zou niet kunnen weten of {SUGGESTIE deze in actie komt}
  51. Iemand zou niet kunnen weten of het fijn is om {SUGGESTIE in actie te komen}
  52. Jij bent in staat om {SUGGESTIE in actie te komen}
  53. Een persoon is in staat om {SUGGESTIE in actie te komen}
  54. Iemand is in staat, {NAAM} om {SUGGESTIE in actie te komen}
  55. {WAARHEID Je hebt gevoelens}, {WAARHEID je hoort geluiden}, {WAARHEID je hebt gedachten} en {SUGGESTIE je komt in actie}, toch?
  56. Iemand vertelde mij eens “{SUGGESTIE Kom in actie!}”
  57. Iemand zei “{SUGGESTIE Kom in actie!}”
  58. Wanneer jij {SUGGESTIE in actie komt}, dan {voel je goede gevoelens; ben je er klaar voor} (persoon moet WANNEER deel doen om DAN deel te verifieren) 
  59. {SUGGESTIE Je komt in actie}….toch? (effect tag-vraag, zoals “… toch?”impliciet en automatisch eens zijn) 
  60. Vanuit alle goede redenen kan jij {SUGGESTIE in actie komen}
  61. Vanuit de vrijheid die jij hebt kan jij {SUGGESTIE in actie komen}
  62. Er is geen reden voor je om te denken aan alle redenen waarom je {SUGGESTIE in actie komen} wel zou kunnen/willen doen
  63. NIET {SUGGESTIE} ZIEN/HOREN/VOELEN/DOEN, best in combinatie met kunnen, mogen, zouden, hoeven, moeten, nodig zijn, bijvoorbeeld we moeten je niet in actie zien
  64. {WAARHEID Je hebt gevoelens} alsof {SUGGESTIE je in actie komt}
  65. Ik {WAARHEID of GELOOF of BEN OVERTUIGD} dat jij nooit zal overwegen {SUGGESTIE om in actie te komen}
  66. Door {WAARNEMING je blauwe ogen} zie je er uit alsof je {SUGGESTIE in actie komt}
  67. Door {WAARNEMING je blauwe ogen} lijkt het wel alsof je {SUGGESTIE in actie komt}
  68. Je ziet er uit alsof je nooit zal overwegen om {SUGGESTIE die actie} te doen
  69. Ik weet dat ik niet aardig hoef te zijn, om jou {SUGGESTIE in actie te laten komen}
  70. Omdat ik {OBSERVATIE je zie knikken}, weet ik dat jij er niet aan zal denken om {SUGGESTIE in actie te komen}
  71. Ik zie jou niet als iemand die er aan denkt, laat staan overweegt, om {SUGGESTIE in actie te komen}
  72. Ik zie jou niet als iemand die een beeld heeft bij de gedachte aan {SUGGESTIE in actie komen}
  73. Ik zie jou niet als iemand die zelfs maar een beeld kan vormen bij de gedachte aan {SUGGESTIE in actie komen}
  74. Ik zie jou niet als iemand die {SUGGESTIE in actie komt}
  75. Ik zie jou niet als iemand die gevoel krijgt bij de gedachte aan {SUGGESTIE in actie komen}
  76. Het voelt niet alsof jij zelfs maar zou overwegen {SUGGESTIE om in actie te komen}
  77. Zoals je daar nu zit lijkt het wel alsof je {SUGGESTIE in actie komt}
  78. Het is gemakkelijk {SUGGESTIE om in actie te komen}
  79. Je kunt opmerken {SUGGESTIE dat je in actie komt}
  80. Ik weet dat je {SUGGESTIE in actie komt}
  81. Je weet {WAARHEID dat je gevoelens hebt} en {SUGGESTIE dat je in actie komt}
  82. Terwijl {WAARHEID jij gevoelens voelt}, kun je {SUGGESTIE in actie komen}
  83. Wanneer {WAARHEID jij gevoelens voelt}, kun je {SUGGESTIE in actie komen}
  84. {OBSERVATIE Dat je met je hoofd knikt} zorgt er voor dat {SUGGESTIE in actie komt}
  85. Je vraagt je misschien af {SUGGESTIE wanneer je in actie komt}, en misschien ook niet
  86. Je vraagt je misschien af {SUGGESTIE wanneer je in actie komt}, maar ik denk het niet
  87. Je kan nieuwgierig zijn naar {SUGGESTIE in actie komen}
  88. Het is goed dat je {SUGGESTIE in actie komt}
  89. Het is niet belangrijk dat je {SUGGESTIE in actie komt}
  90. En nu kun je helemaal {SUGGESTIE in actie komen}
  91. Elke gedachte kan je helpen {SUGGESTIE om in actie te komen}
  92. Wil je gaan {OBSERVATIE staan/zitten/liggen} wanneer je {SUGGESTIE in actie komt}?
  93. Ik wil graag iets met je bespreken voordat {SUGGESTIE je in actie komt}
  94. Je vraagt je misschien af {KEUZE of je gevoel of je gedachten of je lichaam} het eerst {SUGGESTIE in actie komt}
  95. Ik weet niet of {KEUZE1 je gevoel} of {KEUZE2 je gedachten} {SUGGESTIE je tot actie laat komen}
  96. {SUGGESTIE Kom je in actie} voor of na {ACTIE/OBSERVATIE een kop koffie}?
  97. Besef je nu al dat {SUGGESTIE je in actie komt}?
  98. Wist je dat {SUGGESTIE je in actie komt}?
  99. Ben je nieuwsgierig naar {SUGGESTIE in actie komen}?
  100. Hoe gemakkelijk kan jij {SUGGESTIE in actie komen}?
  101. Je kunt {SUGGESTIE actief blijven} blijven
  102. Ben je nog steeds {SUGGESTIE in actie aan het komen}?
  103. Gelukkig hoef ik niet in detail te weten {SUGGESTIE hoe jij in actie komt}
  104. Je kunt beginnen {SUGGESTIE met in actie komen}
  105. Ik weet niet hoe snel {SUGGESTIE jij in actie komt}
  106. Ik zou graag willen weten hoe {SUGGESTIE jij in actie komt}
  107. Ik vraag me af wat je het liefste zou doen wanneer {SUGGESTIE je in actie komt}
  108. Het is niet de bedoeling dat je al te veel {SUGGESTIE in actie komt}
  109. Niet te veel plezier beleven aan {SUGGESTIE in actie komen}
  110. Weet je wat {SUGGESTIE in actie komen is}?
  111. Heb je gemerkt dat {SUGGESTIE je in actie komt}
  112. Het maakt niet uit wanneer je begint {SUGGESTIE met in actie komen}
  113. Ik {OBSERVEERBARE ACTIE beweeg mijn hoofd} om te zorgen dat {SUGGESTIE jij in actie komt}
  114. Onverklaarbaar, zonder reden, kan jij {SUGGESTIE in actie komen}
  115. {NEGATIE SUGGESTIE Je wilt misschien niet in actie komen}, laat staan dat je het werkelijk doet
Posted by Rutger in NLP handleiding

Een succesvol NLP anker in vier stappen

Vier stappen voor een succesvol NLP anker

1. Zorg voor een levendige SPECIFIEKE ervaring/stemming.

Vraag de ander een specifieke situatie te herinneren: “Herinner je een specifieke situatie, die van de bedoelde stemming een voorbeeld is.” Kalibreer op BMIR’s.

Contact maken met de specifieke herinnering, visueel: “Waar ben je?”, “Met wie ben je daar?”, “Wat zie je daar?”. Speel met de antwoorden, vraag door naar kleuren, vormen, groottes etc. Kalibreer op BMIR’s.

Visueel naar auditief, dieper contact maken: “Wat hoor je daarbij?” of “Wat hoor je daarbij, terwijl je … [beschrijf met sleutelwoorden uit visueel]”. Speel met de antwoorden, vraag door naar toonhoogtes, snelheid, ruis etc. Kalibreer op BMIR’s.

Auditief naar kinestetisch, contact maken met de stemming: “Wat voel je daarbij?”, “Hoe voelt dat daar, toen?”, “Wat voelde je , terwijl je … [beschrijf met sleutelwoorden uit visueel en auditief]”.

2. Zorg voor een unieke stimulans (zintuiglijke prikkel).
Wanneer de ervaring het meest levendig/intens is leg je het anker aan. Let op BMIR´s!

Vaak wordt er een tast prikkel gegeven op een plek op het lichaam waar de persoon makkelijk bij kan. Bijvoorbeeld op de schouder of knie. Wanneer je bij een ander ankert, vraag van te voren of het daar mag. Aanlegduur: 5 tot 15 seconden.

NLP Anker zetten

NLP Anker zetten

3. Break state.
Na het ankeren, haal je de ander met een break-state uit de stemming.

4. Test het NLP anker
Test het anker door het af te vuren, en kalibreer of de stemming onder het NLP anker zit.

Let op: een anker heeft altijd een effect, soms gewenst, soms ongewenst. Daarom is het testen belangrijk voordat je verder gaat. Wil je weten hoe je jouw ankertechniek kan verbeteren, lees dan dit artikel.

Oefening normaal NLP anker 1

Groepjes van 2.

B kiest een fijne herinnering.

A bepaalt een unieke stimulans bij B (schouder-, hand- of knieaanraking) voor het anker.

A vraag de herinnering uit, maakt een levendige ervaring. Start visueel, door naar auditief, door naar kinestetisch. Kalibreer op BMIR’s, en A kiest het juiste moment om het anker te zetten (5 tot 15 seconden stimulus) bij B (let goed op: dat kan bij sommige mensen al direct zijn, bij visueel).

A break-state.

A test het anker door het af te vuren. Kalibreer op BMIR’s of de stemming er onder zit.

Wissel van rol.

Oefening normaal NLP anker 2

Individueel.

Kies een krachtige hulpbron (herinnering), en bepaal een (door jezelf uit te voeren) unieke stimulans, of een eigen power-move (afhankelijk van je doel).

Maak je herinnering zo levendig mogelijk (vraag bij jezelf uit, beleef het visuele, hoor de geluiden, ervaar de gevoelens).

Intensiveer de ervaring: versterk de beleving van de krachtige staat door je drivers te veranderen (check ook de meest voorkomende submodaliteiten: helderheid, scherpte, geassocieerd/gedissocieerd en afstand). Versterk de staat, niet per sé de herinnering.

Anker dit bij jezelf, door de eigen unieke stimulans, of power-move.

Break state.

Vuur het anker af, en test.

Opmerkingen:

  • Let op de volumeknoppen van ankeren.

  • Je kan zo veel ankers bij jezelf maken als je wilt. Bedenk (ontwerp) je eigen manier van ankeren, met eigen stimuli, voor alle situaties waar jij dit kan gebruiken!

Posted by Rutger in NLP handleiding

Power poses (Amy Cuddy)

In NLP wordt al lang gewerkt met de non-verbale communicatie met het lichaam, en in het NLP Communicatiemodel wordt de fysiologie als belangrijke factor meegenomen (naast Interne Representatie en Staat/Stemming) die van invloed is op je communicatie.

Amy Cuddy, onderzoekster aan de Harvard University, is één van de wetenschappers die onderzoek heeft verricht naar het effect van onze houding en lichaamstaal. Wat blijkt? Wanneer je een bepaalde houding aanneemt (fysiologie), dan heeft dat invloed op ons denken. Uit gemeten resultaten blijkt dat het aannemen van een specifieke houding binnen 2 minuten een verandering in je hormoonhuishouding teweeg brengt. Met name op de 2 hormonen testosteron (dominantiehormoon) en cortisol (stresshormoon) worden door je houding beïnvloed.

Oefening: voel je meteen gelukkiger met Power poses van Amy Cuddy

  1. Klem een potlood of pen in de breedte tussen je kaken.
  2. Hou dit 2 minuten vol.
  3. Check of je nu gelukkiger bent.

Iedereen weet dat als je gelukkig bent, je je blij voelt en dat je lacht. Andersom blijkt dus ook te werken. Als je geforceerd gaat lachen, vertelt je lichaam tegen je hersenen dat je gelukkig bent.

Het 2 minuten aannemen van een Power Pose zorgt dat je zelfverzekerdheid, passie, enthousiasme en authenticiteit stijgt. De kenmerken zijn: geopend, groot makend, bezit nemend van omgeving. Naast High Power Poses bestaan ook Low Power Poses (gesloten, klein makend, timide) die het tegengestelde effect hebben.

 

Zie meer op TED.com, waar Amy Cuddy een presentatie gaf over de resultaten van haar onderzoek: Amy Cuddy op TED.com.

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

Waarnemen en kalibreren

Hoe vaak komt de letter ‘F’ voor in de volgende tekst:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Wat staat hier:

Vlgones een sduite aan een elgnese unvirestiet mkaat het neit uit in wlke vlgrodoe de lttrees in een wrood satan, het eigne dat blagnrijek is, is dat de ersete en de ltaatse ltteer op de gdoee palats satan. De rset kann ttaaol oiznn zjin maar tcoh kun je het geod leezn. Dit kmot dradoot we neit ltteer voor ltteer arpat lzeen maar wodoren in zjin gheeel.

Kan je dit lezen:

D323 M3D3D3L1NG L44T J3 213N T0T W3LK3 GR0T3 PR35T4T135 0N23 H3R53N5N 1N 5T44T 21JN. 1N H3T 83G1N W45 H3T 23K3R N0G M031L1JK D323 T3K5T T3 L323N, M44R NU K4N J3 H3T W44R5CH1JNL1JK 4L W4T 5N3LL3R L323N 20ND3R J3 3CHT 1N T3 5P4NN3N. D4T K0MT D00R H3T 3N0RM3 L33RV3RM0G3N V4N 0N23 H3R53N5. KN4P H3? D323 M3D3D3L1NG M4G J3 K0P13R3N 3N V3RD3R V3R5PR31D3N.

Onze waarneming

Hoeveel vaak komt de ‘f’ voor volgens jouw telling? De meeste mensen tellen er 16 of 17. Maar het zijn er meer:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Het zijn er 23! Vooral het woordje ‘OF’ wordt vaak gemist. Er zit dus iets raars in ons waarnemen. Zelfs wanneer we ons concentreren, zien we niet alles…

En wanneer je het 2e stukje las als ‘Volgens een studie aan een Engelse universiteit…’, dan was je niet aan het waarnemen, maar dan was je de letters die er staan aan het vervormen tot woorden zoals je ze kent. Je leest dan iets wat er feitelijk niet staat. Wanneer dat stukje in een taal was geschreven die je niet kende, dan had je wel letterlijk de letters uitgesproken zoals ze er stonden. We verbinden onze waarneming aan wat we in het verleden hebben geleerd. We zien iets en proberen het onbewust te duiden. We zien niet wat er staat, we zien wat we kennen.

Het derde stukje laat je zien hoe snel dit proces gaat, hoe flexibel je hersenen zijn om snel te leren en uit het feitelijke waarnemen naar betekenis gaan.

Belangrijk NLP uitgangspunt: Ons sterkste instinct is niet de ‘will to survive’ maar onze drang om dingen vertrouwd te maken (‘will to make things familiar’).

Het zintuigensysteem

Wij nemen de wereld feitelijk waar door gebruik te maken van onze 5 zintuigen:

  • Ogen kijken (Visueel)

    Zintuigensysteem en waarnemen

    Zintuigensysteem en waarnemen

  • Oren luisteren (Auditief)
  • Lichaam voelt (Kinestetisch)
  • Neus ruikt (Olfactoir)
  • Mond proeft (Gustatoir)

Voor het gemak worden deze zintuiglijke systemen in NLP veelal afgekort tot: V A K O/G.

Omdat we naast waarnemen ook denken (tegen ons zelf praten) wordt er verschil gemaakt tussen Auditief tonaal (At: luisteren met je oren) en Auditief digitaal (Ad: tegen je zelf praten).

Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen de verschillende manieren waarop je kan voelen (Kinestetisch):

  • Tactiel: voelen aan de buitenkant; waarnemen buiten jezelf
  • Proprioceptief: voelen aan de binnenkant; waarnemen binnen jezelf
  • META: waarde bepalende gevoelens en emoties

NLP stelt dat ieder mens een bepaalde voorkeur heeft bij de inzet van de zintuigen (V-A-K-O-G-Ad). Sommige zintuigen zijn beter ontwikkeld dan de andere. Dat is per mens verschillend, en aangezien zintuigen te trainen zijn, is het geen vastgesteld gegeven, en kan het per situatie verschillen.

Het primaire voorkeurssysteem van waarnemen (V A K O/G Ad) herkennen bij een ander is handig om beter contact te maken. Je kan het primaire voorkeursysteem bij een ander herkennen door:

  • Te luisteren naar de woorden die de ander gebruikt (predicaten)
  • Te kijken naar de lichaamshouding (fysiologie)
  • Te kijken naar de oogpatronen

Dit worden ook wel de accessing cues (toegangsignalen en –aanwijzingen) genoemd.

VAKOGAd overzicht

V – Visueel, zien

A – Auditief, horen

At – Auditief tonaal, luisteren

Ad – Auditief digitaal, praten tegen jezelf, ‘denken’

K – Kinestetisch, voelen

Kt – Kinestetisch tactiel, voelen aan de buitenkant

Kp – Kinestetisch proprioceptief, voelen aan de binnenkant

Km – Kinestetisch meta, waarde bepalend of emotie

O – Olfactior, ruiken

G – Gustatoir, proeven

Lead system (zoeksysteem)

NLP stelt dat iedereen een zintuiglijk weergavesysteem heeft waarmee iemand zich richt op een innerlijke ervaring, of een herinnerde ervaring opzoekt.

Als voorbeeld:

Zoek naar een ervaring waarin je zeker was van jezelf. Qua volgordelijke stappen kan je eerst een beeld ZIEN (visuele “lead”) van die ervaring, om je vervolgens te herinneren welke gevoelens horen bij dat moment van zekerheid (kinestetische weergave).

Dit lead system is met de oogpatronen goed te herkennen.

Synesthesie

Synesthesie is een proces waarbij de weergave in het ene zintuigensysteem direct een ervaring oproept in een ander zintuigensysteem. Beide systemen overlappen elkaar. Bijvoorbeeld wanneer je het geluid hoort van een krijtje over een schoolbord en direct de rillingen over je rug voelt lopen.

BMIR’s – Behavioral Manifestations of Internal Representation

BMIR’s zijn (minimale) non-verbale en verbale toegangssignalen die in verbinding staan met onze zintuigen, de VAKOGAd. Door te letten op BMIR’s kan je beter afleiden wat er bij de ander gebeurt. Het is daarbij belangrijk in de gaten te houden dat ieder mens uniek is; niemand heeft gelijke BMIR’s. Voordat je dus betekenis mag en kan geven aan de BMIR’s die je waarneemt moet je onderzoeken wat een BMIR specifiek bij iemand betekent (dat proces van afstemmen heet kalibreren).

In een gesprek letten op veranderingen in fysiologie en stem (kijken en luisteren) geeft je inzicht in het interne proces bij de ander. Je wellicht niet zien WAT er gebeurt, maar wel DAT er wat gebeurt.

Visuele BMIR’s – wat je kan zien veranderen

  • Spierspanning in het gezicht
  • Vochtigheid van de huid
  • Kleur(verandering) van het gelaat
  • Onderlip (grootte en kleur)
  • Oogbewegingen
  • Grootte van de pupil
  • Schuine stand van het hoofd
  • Ademhaling: plaats, snelheid, diepte
  • Houding
  • Hoek van de ruggengraat (hoofd, nek, schouders)
  • Arm -, hand- en vingergebaren
  • Verdeling van gewicht
  • Gezichtsuitdrukking, wenkbrauwen, kaken, mond

Auditieve BMIR’s – wat je kan horen veranderen

  • Toon
  • Tempo
  • Plaats
  • Hoogte
  • Volume
  • Ritme
  • Pauzes
  • Predicaten
  • Warmte
  • Intonatie en intonatiepatronen

Kalibreren

Wanneer je iets ziet of hoort bij iemand, en je wilt ontdekken wat dat betekent, dan noemt NLP dat proces van onderzoeken en afstemmen ‘kalibreren’. Wanneer je niet kalibreert, en BMIR’s een betekenis geeft ‘omdat dat meestal zo is’, dan ben je aan het gedachtelezen, of mindreaden. Omdat iedereen unieke BMIR’s heeft, is het proces van kalibreren erg belangrijk om feitelijk te blijven bij wat er gebeurt bij de ander in plaats van niet verder te komen dan wat jij denkt dat er gebeurt bij de ander.

Kalibreren is het ontdekken van toegangsignalen. In de basis is het een vermogen (vaardigheid) om verschillen te kunnen zien en/of horen. Om onderscheid te kunnen maken is het noodzakelijk tenminste 2 zijnstoestanden waar te nemen.

  • Een enkel signaal is een voorval zonder betekenis
  • 2 dezelfde signalen is toeval
  • 3 dezelfde signalen is een patroon (kalibratie)

Oefening waarnemen of gedachtelezen

Ga bij de volgende uitspraken voor jezelf na of het iets is wat je feitelijk ziet, of dat een een mening/waardeoordeel is:

  • Je ziet hem opgelucht adem halen.
  • Je kon zien dat ze niet tevreden was.
  • Ze stond ontspannen te presenteren.
  • Als hij praat beweegt hij met zijn handen.
  • Hij fronste terwijl hij naar beneden keek.
  • Hij fronste zijn wenkbrauwen om te laten zien dat hij twijfelde aan haar woorden.
  • Ze keek schichtig om zich heen.
  • Zijn stem trilde en klonk nerveus.
  • Terwijl hij praatte bewoog zijn hoofd.
  • Hij bloosde van schaamte.
  • Hij vind mij niet aardig want hij kijkt telkens weg als ik hem aankijk.
  • Hij schudde zijn hoofd dus was het er niet mee eens.
  • Zij knikte want ze is het er mee eens.
  • De Italiaan was erg tevreden; hij maakte een rondje met duim en wijsvinger: perfect!
  • De ene Griek vond het goed, hij zei “Ohkee.”. De andere niet, hij zei “Nee.”.
  • Zij gaat het doen, ze zei “Ja, ik doe het wel.”.
  • De Pakistaan schudde zijn hoofd, dus bedoelde nee.
  • De Arabier gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De Japanner gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De flipover heeft witte bladen van papier.

Klik hier voor een antwoordindicatie.

Dus:

WAARNEMING -> Betekenis geven -> MINDREAD

Feitelijk en objectief -> Betekenis geven -> Jouw werkelijkheid en subjectief

Werkelijkheid -> Betekenis geven -> Waardeoordeel en overtuiging

Accessing cues – toegangsignalen en -aanwijzingen

Overzicht BMIR’s (generaliserende mindreads)

Visueel Auditief (At en Ad) Kinestetisch (K en O/G)
Ademhaling Hoog, snel, onregelmatig Middenrif Diepe buikademhaling, langzamer
Gezichtsuitdrukking Ogen dichtknijpen Gefronste wenkbrauwen Ontspannen spieren
Stem Hoge neusklanken Stiltes, afgemeten, nadrukkelijk Laag, vanuit de adem
Tempo Snel, opgewonden Ritmisch Langzamer
Houding Rechte rug, kin omhoog Hoofd naar rechts beneden gebogen Hoofd naar links beneden, rug iets in elkaar gezakt
Gebaren Naar boven wijzen, in de ogen wrijven Kin in hand, rond oren wijzen Handen op de buik leggen, denkbeeldige handelingen uitvoeren

Eye accessing cues (oogpatronen)

In het diagram hieronder kan je de oogpatronen van iemand afleiden. Het is zo getekend alsof dit het gezicht is van iemand die jou aankijkt. De oogpatronen hieronder gelden voor de meeste rechtshandige mensen (standaard georganiseerd mens).

LET OP: KALIBREREN IS BELANGRIJK!

Eye accessing cues (oogpatronen)

Eye accessing cues (oogpatronen)

De ogen kunnen ook recht vooruit staan, uit focus (down-time; intern gericht), al dan niet met vergrote pupillen. Dat duidt op snelle toegang naar (directe) zintuiglijke informatie, voornamelijk visueel.

  • VC: visueel geconstrueerde beelden (ogen op recht); vaag, flitsend, duidelijk verbeelden, heldere toekomst
  • VR: visueel herinnerde beelden (omhoog verlaten ogen); fotografisch geheugen, totale herinnering, toekomstvisie, schitterend perspectief, opnieuw bekijken, kleurrijk geheugen.
  • ACt: Auditief geconstrueerde geluiden of woorden, tonaal (ogen horizontaal en aan het recht); repeteren, woorden zeggen.
  • ARt: Auditieve herinnerde geluiden of woorden (ogen horizontaal en aan de linkerzijde); woorden herhalen die gehoord zijn.
  • K: Kinestetische sensaties en gevoel (intern en extern, ook reuk en smaak, ogen onderaan recht); voelen, aanraken, warm, soepele tred, kietelen.
  • AD: Auditieve geluiden of woorden (ogen onderaan de linkerzijde); interne dialoog, praten tegen jezelf, “aha”

Vragen stellen om oogpatronen te kalibreren

VR

  • Welke kleur heeft je favoriete boek?
  • Welke kleur heeft het huis van de buren?
  • Is er een ronde tafel in je huis?

VC

  • Hoe ziet een zebra eruit met paars/oranje haar?
  • Hoe ziet een mier eruit met roze sokjes aan?
  • Wat ga je morgen doen?

AR

  • Hoe klinkt je favoriete instrument?
  • Hoe klinkt volledige rust en stilte?
  • Wat klinkt harder: jouw deurbel of een claxon?

AC

  • Hoe klinkt een piepende muis in een windtunnel?
  • Hoe zou een dweilorkest klinken op Mars?
  • Hoe klinkt mijn stem, als ik zou praten zoals Mickey Mouse?

AD

  • Hoe doe jij de dingen ‘s ochtends?
  • Wat zeg je tegen jezelf als je thuiskomt?
  • Hoe poets jij je tanden?

K

  • Hoe voelt het als je in de zon ligt?
  • Hoe voelt je rechtervoet aan als die slaapt?
  • Welke sok zit beter, die van je rechter- of van je linkervoet?

Bij onduidelijke oogpatronen kan je meer gedetailleerde vragen stellen. Vooral vragen met een vergelijking of contrast: Welke … is (vergelijking), … of …? Bijvoorbeeld Welke kleur is donkerder, bastogne- of ontbijtkoek?

Oefening Vragen om oogpatronen te kalibreren

Geef aan of de onderstaande vragen Vc, Vr, Ac, Ar, K (O,G) of Ad zijn

  • Hoe zou je huis er uit zien met roze verf?
  • Welke kleur had het haar van je moeder, toen je haar voor het laatst zag?
  • Ben jij je bewust van deze vraag?
  • Hoe gaat de melodie van je favoriete lied?
  • En hoe zou je favoriete lied klinken met kerstklokken op de achtergrond?
  • Hoe voelen smeltende sneeuwballen in je hand?
  • Wat zeg je nu tegen jezelf?
  • Hoeveel ramen heeft je huis?
  • Hoe klinkt een muntje dat op straat valt?
  • Hoe klinkt een grote sneeuwbui die in zee valt?
  • Hoe zou jij er uit zien met haar van goud?
  • Heb je voor meer ramen dan achter?
  • Wat zou beter zijn: je huis paars met witte stippen, of met rode strepen?
  • Welke kleur heeft je voordeur?
  • Wat zeg jij tegen jezelf net voordat je de fiets neemt?
  • Heb je een ronde spiegel in huis?
  • Hoe klinkt de zee?
  • Hoe zag vorig jaar de leukste kerstkaart er uit?
  • Hoe klinkt Donald Duck nadat hij een ballon met helium heeft ingeademd?
  • Hoe zal het voelen om op de maan te dansen?
  • Hoe smaakt je favoriete eten?
  • Hoe ziet de kaft van je favoritete boek er uit?
  • Hoe klinkt een krijtje op een schoolbord?
  • Hoe smaakt een grote hap watten?
  • Wat zeg jij tegen jezelf wanneer je een complimentje krijgt?
  • Wat zeg je tegen jezelf wanneer je voor de koelkast staat?
  • Wat vindt je van deze vragen?
  • Realiseer jij je wat hier nu gebeurd?
  • Hoe zie jij er uit als een teletubbie?
  • Hoe zou je kamer er uit zien wanneer deze blauw was?
  • Welke kleur had de kamer waar je bent opgegroeid?
  • Wat was het laatste wat ik gezegd heb?
  • Hoe voelt het wanneer je in een plas stampt?

Speciale oogwaarnemingen

  • Je kan aan de ogen zien of iemand ‘naar binnen gekeerd is’. Dat is het moment om ruimte voor nadenken te geven, of suggesties te geven (korte trance-staat).
  • Je kan aan de ogen zien waar iemand naartoe kijkt (richting) wanneer deze zich iets voorstelt: ver weg, dichtbij, hoog, laag etc.
  • TransDerivational Search (TDS): verwilderde oogpatronen, geeft aan dat iemand informatie zoekt, in verwarring is, en/of probeert betekenis te geven. Checken of na de TDS de informatie is gevonden, dan wel betekenis is gegeven kan handig zijn. Wederom een goed moment voor suggesties (korte trance-staat). Merk wat er gebeurt:
    • Je doet het weer, of niet soms…?
    • Misschien denk je aan de gedachten die je gisteren had…?
    • De vele kleuren die fruit kan hebben…
    • Er zijn leuke momenten geweest, nietwaar…?
    • Je bent nog iets vergeten, nietwaar…?
    • Wat is het dat je nu niet kan herinneren…?
    • Jij kan je beseffen dat je nu met een glimlach is altijd leuk…
    • Rijk zijn is een staat zijn zegt het woordenboek…
Posted by Rutger in NLP handleiding

Kenmerken van het onbewuste

Het onbewuste, ofwel alles waarvan men zich niet bewust is, heeft een aantal kenmerken die wanneer je jezelf er bewust van bent, je kan inzetten voor betere en snellere interventies.

  1. Slaat herinneringen op, zowel in relatie tot tijd (temporaal), als niet in relatie tot tijd (a-temporaal).
  2. Maakt associaties (verbindt gelijke dingen en ideeën) en leert snel.
  3. Organiseert en regelt herinneringen (tijdlijn).
  4. Onderdrukt herinneringen met onopgeloste negatieve emotie.
  5. Presenteert herinneringen voor antwoorden (rationaliseren en losmaken van emoties).
  6. Kan onderdrukte emoties blijven onderdrukken ter bescherming.
  7. Regelt het lichaam. Heeft een blauwdruk van het lichaam nu en van goede gezondheid.
  8. Behoudt het lichaam en onderhoudt de integriteit.
  9. Is het domein van de emoties.
  10. Is een hoger moreel wezen (o.b.v. wat je hebt geleerd en geaccepteerd).
  11. ‘Houdt van dienen’, en heeft heldere en duidelijke (bewuste) orders nodig.
  12. Volgt bewuste programmering EXACT op.
  13. Controleert en onderhoudt alle percepties. Ontvangt en verzendt percepties naar het bewuste.
  14. Genereert, slaat op, distribueert en verstuurt “energie”.
  15. Onderhoudt instincten en genereert gewoonten.
  16. Heeft herhaling nodig om een gewoonte te installeren.
  17. Is geprogrammeerd om continu meer te zoeken; er is altijd meer te ontdekken.
  18. Functioneert het beste als een gehele en geïntegreerde eenheid.
  19. Is symbolisch. Gebruikt en reageert op symbolen.
  20. Vat alles persoonlijk op. De basis van Perceptie is Projectie.
  21. Werkt volgens het “minste-moeite”-principe. Zoekt de weg van de minste weerstand.
  22. Kan niet omgaan met ontkenningen.
  23. Laat zich leiden door het MOW, in plaats van door realiteit (cognitieve dissonantie).
  24. Brengt externe informatie in lijn met het MOW (dissonantie reductie).
Posted by Rutger in NLP handleiding

Intens voelen

  1. Eliciteer een goed gevoel, waar begint het, wat doet het, waar verlaat het gevoel het lichaam of waar stopt het gevoel.
  2. Loop maken: verbindt het einde van het gevoel aan het begin van het gevoel. Laat het spinnen om het gevoel te intensiveren.
  3. Laat het naar verschillende lichaamsdelen verplaatsen; bijvoorbeeld op en neer langs de ruggegraat, of buiten het lichaam laten ronddraaien zodat je helemaal omhuld wordt.
Posted by Rutger in NLP handleiding

End state energy

End State Energy (ESE) is de energie die je zal voelen, de staat waarin je komt, wanneer je al je doelen en gewenste resultaten, of een groot specifiek doel of resultaat, hebt behaald. Door je voor te stellen dat je daar al bent, kan je in die staat komen. Wanneer we daarmee beginnen zullen de resultaten en doelen vanzelf komen. Werken vanuit je passie.

 

Leren wij gewoonlijk dat de stappen als volgt zijn:

-> Doel stellen -> Werken en doen -> leidt tot Hebben -> leidt tot Zijn

De ESE aanpak werkt als volgt:

-> Doel stellen -> Zijn -> leidt tot Werken en doen -> Hebben.

 

Hoe doe je dit? Ga naar de toekomst waar je het doel hebt behaald. En wordt gewaar welke staat daarbij hoort, NU. Deze manier zorgt er voor dat (grote) doelen langer en beter energie geven.

 

  • Maak contact met het (eind-)doel, of een grote wens.
  • Vraag: “Hoe zal jij jezelf ervaren wanneer je dit doel volledig hebt bereikt? Zie jezelf in die situatie, en voel de gevoelens van succes in je lichaam.”. Kalibreer, en (laat) ankeren. Dit is de ESE.
  • Vraag (gebruikmakend van de ESE staat): “Wat is de kleinste eerstvolgende haalbare stap die je nu kan nemen in de richting van het vervullen van dit doel?”. Zorg voor goede outcome (denk aan de outcome-voorwaarden).

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

De delendans

  1. “Sluit je ogen, en stel je voor dat je op een plaats bent, ergens in de natuur, een open plek, waar jij je heel comfortabel voelt. En, terwijl je om je heen kijkt, merk je een rechthoekige tafel op, met 6 stoelen er omheen.”
  2. “Vraag je onbewuste om 2 delen van jezelf die je echt leuk en plezierig vindt.  En zie deze delen arriveren, heet ze welkom, terwijl ze gaan zitten aan de tafel. Stel ze aan elkaar voor.”
  3. “Vraag je onbewuste om 2 delen van jezelf die je echt nuttig vindt. En wanneer deze delen arriveren, heet ze welkom, terwijl ze gaan zitten aan de tafel. Stel iedereen aan elkaar voor.”
  4. “Vraag je onbewuste om 2 delen van jezelf die je echt NIET leuk vindt. En wanneer deze delen arriveren, heet ze welkom, terwijl ze gaan zitten aan de tafel. En stel iedereen aan elkaar voor.”
  5. “Vraag aan alle delen aan de tafel ‘Vertel me alsjeblieft wie voelt zich hier het meest onbegrepen?’ Zie wie er reageert. Vraag aan dat deel ‘Wat is jouw positieve intentie, de gift die je mij brengt?’ Luister naar het antwoord. En merk dat de andere delen het belang van de gift begrijpen en waarderen.”
  6. “Vraag aan overige 5 delen aan de tafel ‘Vertel me alsjeblieft wie voelt zich hier het meest onbegrepen?’ Zie wie er reageert. Vraag aan dat deel ‘Wat is jouw positieve intentie, de gift die je mij brengt?’ Luister naar het antwoord. En merk dat de anderen het belang van de gift begrijpen en waarderen.”
  7. “Vraag aan overige 4 delen…”
  8. “Vraag aan overige 3 delen…”
  9. “Zeg tegen de overige 2 delen ‘Ik heb de andere delen welkom geheten aan deze tafel, ik wil jullie ook verwelkomen. Vertel me alsjeblieft, één voor één, de gift die je mij brengt’. Luister naar de antwoorden, en merk dat de anderen het belang van deze giften begrijpen en waarderen.”
  10. “Zie hoe de delen een cirkel van giften vormen door in een kring elkaar de hand te reiken, en terwijl de tafel vervaagt, ga je in het midden van die cirkel van giften staan, en je laat dit innerlijke team toe, samen te smelten in de kern van je hart, te ademen in je longen, te voelen in je botten en te stromen door je bloed.”
  11. “En nu zal ik de basis van je keel aanraken om deze nieuwe integratie vast te leggen. En jij kan het gevoel dat je hebt nu, terwijl ik je keel aanraak, je laten meenemen naar je verleden, net voordat je werd geboren. Wees in de baarmoeder terwijl je dit voelt. En laat jezelf verder teruggaan, verder terug in alle takken van jouw familiehistorie. En nu, met dit geheel geïntegreerd gevoel, diep in je historie, je lichaam en je cellenstructuur, breng het zachtjes en voorzichtig naar voren, door alle takken van je familiehistorie en de jaren van je leven naar dit moment, hier en nu. En zie het rustig, mild en zacht ontwikkelen in je toekomst.”
  12. “Als ik je loslaat, bemerk hoe je leven zal voelen van nu af aan met deze integratie helemaal in jou…”.
Posted by Rutger in NLP handleiding

9 basisveronderstellingen voor de NLP Master practitioner

  1. Lichaam en geest beïnvloeden elkaar en zijn onlosmakelijk.
  2. Al het leren, al het gedrag, alle verandering is onbewust.
  3. Het onbewuste kan geen ontkenning vasthouden.
  4. De belangrijkste informatie over iemand is zijn gedrag in een specifieke omgeving.
  5. Sta aan de kant van de oorzaak.
  6. Verruiming van (keuze)mogelijkheden is altijd goed.
  7. Verruimende (constructieve, ondersteunende, onbeperkende) overtuigingen zijn het beste.
  8. Alles is gericht om één en volledig te zijn met zichzelf.
  9. Het probleem is niet het probleem; het probleem is de manier waarop je omgaat met het probleem.
Posted by Rutger in NLP handleiding

Typen Double binds (Milton model)

Vraag

Zou je een lichte, medium of diepe trance willen ervaren?

Time bind

… nu of over een paar minuten?

Consious/Unconsious double bind

Als je onderbewuste in trance wil gaan zal je rechterhand zich optillen. Of anders zal je linkerhand zich optillen.

Je hoeft niet naar mij te luisteren. Jouw onderbewuste kan naar mij luisteren buiten jouw medeweten om.

Double dissociated double bind

Je kunt wakker worden, maar je hoeft niet wakker te worden als een lichaam… Je kunt wakker worden wanneer je lichaam wakker wordt echter zonder je bewust te zijn van je lichaam.

Voor automatisch schrijven:

Je kunt de inhoud schrijven zonder te weten waarover het gaat en dan kun je terug gaan en ontdekken wat het geschrevene is zonder te weten dat je het geschreven hebt.

Reverse set double bind

“NIET”+ een positieve interne representatie van gewenst gedrag.

Non-sequitor double bind

Wil jij een bad te nemen voordat je naar bed gaat, of trek jij jouw pyama aan in de badkamer?

Suggesties die alle mogelijkheden dekken

Dadelijk gaat je rechterhand of het kan ook je linkerhand zijn, omhoog, of het drukt naar beneden, of het beweegt zelfs helemaal niet, maar wij zullen zien wat er gaat gebeuren. Misschien zal je duim als eerste bewegen, misschien voel je wel iets in je pink, echter echt belangrijk is niet zozeer of je handen omhoog gaan of naar beneden bewegen of zelfs gewoon op hun plek blijven, maar jouw vermogen om waar te nemen welke gevoelens zich in jouw hand ontwikkelen.

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

Satir-modes: flexibiliteit in gedrag

De vijf Satir modes, die je naar believen kan inzetten om meer flexibiliteit in gedrag te krijgen:

  • Leveler
    • Wat: de basis, jouw coachstaat, ben jeZELF.
    • Hoe: Vriendelijk, open, symmetrisch, kracht.
  • Blamer
    • Wat: Wijzen, direct, aanvallend, functioneel boos
    • Hoe: Verantwoordelijkheid laten nemen
  • Computer
    • Wat: Feitelijk, professor
    • Hoe: Geen contact, AD
  • Placator
    • Wat: Onderkant energie, help mij
    • Hoe: Onderdanig, smeken, pacing
  • Distractor
    • Wat: Afleiden, vermijden
    • Hoe: Grappen, break states

 

Of je nu staat of zit, gebruik je lichaam om contact te maken met de modes (energievormen). Wanneer je staat kan je de verschillende modes ankeren aan posities (plaatsankers maken).

Satir modes

Satir modes

Posted by Rutger in NLP handleiding

Suggestie

Aan de basis van Milton taalgebruik ligt het geven van suggesties. Geheel tegen al hetgeen je in het reguliere onderwijs wordt geleerd (adagia als “Goede communiceren is oordeelloze communicatie” en “Gij zult open vragen stellen”) is het goed om te weten wat het effect is van suggestie en het dan (afhankelijk van welk doel je hebt) in te zetten wanneer het jou uitkomt.

Suggestie is een woord waar een dieptestructuur bijhoort. Wat is suggestie? Heb je daar een beeld bij? Heb je daar woorden bij? Suggestie is niets anders dan jouw idee, mening, oordeel of advies opperen aan de ander. Zo simpel is het: suggereren is het benoemen van jouw idee. Vervolgens, een tweede stap, is het geven van effectieve suggesties, oftewel suggesties die hun doel bereiken. Dat betekent dat je jouw doel kent, en dat je jouw idee op zo’n manier oppert dat het bijdraagt aan je doel. Als ik een generalisatie maak op basis van het effect van suggestie, dan volgt daaruit dat een effectieve suggestie betekent dat je idee/mening/oordeel/advies door de ander wordt overgenomen en gedragen, met minimale weerstand.

Dit suggestieve gebruik van taal krijgt vaak een negatieve connotatie. Woorden als manipuleren en negatieve gevoelens komen op. Wij wensen namelijk niet gemanipuleerd te worden. Daarbij gaan we echter voorbij aan het feit dat we altijd worden gemanipuleerd, en dat we altijd manipuleren. We dragen continue informatie over, waarmee we anderen beïnvloeden. Enkel je aanwezigheid maakt al dat je invloed hebt. Wanneer je deze invloed niet richt, dan krijg je nog steeds resultaten, zij het dat ze niet perse bijdragen aan je doel.

Ga eens een keer naar de bakker, en ga daar eens zonder invloed een ongesneden witbrood halen [het grappige vind ik dat de specificatie “ongesneden” misschien wel het lastigste is; het is zo ongebruikelijk dat een brood ongesneden wordt gevraagd dat zelf de spellingschecker het woord niet meer kent]. Laat OMA (oordelen, meningen en adviezen) thuis en neem LSD (luisteren, samenvatten en doorvragen) mee. Stel alleen open vragen. Je zal ontdekken dat je op hilarische wijze je doel niet haalt…

Datzelfde gebeurt in persoonlijke sfeer: wanneer je niet je invloed uitoefent, wanneer je niet manipuleert, dan kan je enkel volgend zijn in welke relatie dan ook. En in professionele sfeer heb je niets aan jouw expertise, je kan het niet inzetten want dat is manipulatie. Jouw expertise als professional zijn juist jouw situationele oordelen, meningen en adviezen. Een professional die niet manipuleert is slechts een uitvoerder; je kan dan geen rol als partner of expert uitvoeren.

Nu is het ene of het andere niet beter. Soms is het goed om wel invloed uit te oefenen, soms is het beter om dat niet te doen. Hoe weet je of je het ene of het andere inzet, of wellicht een tussenvorm? Simpel in een paar stappen:

  • Ken de situatie
  • Ken of stel je doel
  • Kies je strategie, op basis van je ervaring (dus zorg voor ervaring!!!)
  • Bepaal achteraf het effect van je gekozen strategie
  • Stuur bij indien nodig

Een eerste stap om suggestie te oefenen

Om ervaring op te doen met suggereren (hoe doe je dat, welk effect heeft het) kan een eerste stap zijn dat je gewoon hier en daar, zo nu en dan, een paar suggesties plant. Misschien dat je eerst een aantal voorbeeldzinnen wilt gebruiken, om later zelf je eigen formats te gebruiken (wanneer je hebt ontdekt dat alles wat je hoeft te doen om je invloed te hebben is het schetsen en meenemen van het gewenste beeld bij de ander). Kies er een paar hieronder uit, en probeer ze gewoon eens, waarbij je let op welk effect deze zinsconstructies hebben. Kies de juiste, sommigen zijn gericht op doelgerichte communicatie waarbij het doel een emotie is, sommigen zijn gericht op meer inhoudelijke doelen.

Voorbeeldzinnen, enkele formats van suggestie, om te oefenen

  • Wellicht wel, misschien ook niet, zal jij {SUGGESTIE}
  • Ik vraag me af, zal jij {SUGGESTIE}, of niet (“of niet” vermorzeld weerstand)
  • Mensen mogen, weet je, {SUGGESTIE}
  • Mensen zouden, weet je, {SUGGESTIE} kunnen
  • Jij zou {SUGGESTIE} kunnen
  • Ik zal je niet vertellen {SUGGESTIE}, omdat je dat zelf kan ontdekken

Misschien merk je al dat elke gedachte je kan doen beseffen dat je meer bewust wordt wat je nieuwsgierig kan leren te willen ontdekken en te willen ervaren. Wellicht heb je al gemerkt dat suggereren heel makkelijk is, wanneer je alleen je ideeën wil opperen.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Gevoel omkeren

Doel: Negatieve gevoelens; angst, stress, spanning, beklemming, onzekerheid, … omzetten in een goed gevoel.

Proces: Een gevoel heeft een begin, en een eind. Gevoel heeft altijd beweging. Wanneer gevoel stil staat, dan is het niet meer voelbaar. Na associëren met het negatieve gevoel, het gevoel buiten jezelf plaatsen en het bewegingspatroon veranderen. Na de verandering van het bewegingspatroon, het gevoel weer in jezelf plaatsen. Er is nu ruimte gecreëerd voor een goed gevoel. Stap in een ervaring waarin je je goed voelde.

Voor je aan de slag gaat: zorg voor rapport en check de ecologie.

1. Ontdek het negatieve gevoel.
Waar in je lichaam zit het gevoel? Waar begint het? Concentreer je op het gevoel en merk hoe het zich beweegt. Welk beweging maakt het? Volgt het een patroon? Van boven naar beneden of van links naar rechts, maakt het rondjes of beweegt het als een spiraal?
(Vaak zie je dat iemand de beweging al maakt met zijn/haar handen. Dan kun je deze beweging exact na doen en de ander vragen de richting te veranderen, terwijl jij met je handen laat zien wat je bedoeld door bijvoorbeeld in plaats van rechtsom, linksom te bewegen. Let er wel op dat het gevoel buiten het lichaam is geplaatst en dat deze ook weer in het lichaam geplaatst wordt. Hiermee sla je stap 2 over.)

2. Plaats het negatieve gevoel buiten je lichaam en verander de beweging.
Pak het gevoel en plaats het met je handen van binnen naar buiten. Visualiseer het bewegingspatroon nu buiten je, zie hoe het beweegt. Beweeg mee met je handen. Keer het bewegingspatroon om in omgekeerde richting, gebruik je handen hier weer bij. Zie hoe het nu in omgekeerde richting beweegt.

3. Het omgekeerde bewegingspatroon binnen het lichaam plaatsen.
Pak het gevoel met je handen en plaats het terug in je lichaam en voel hoe het nu andersom beweegt. Blijf de beweging volgen, zodat je het goed kunt voelen. Laat nu de beweging versnellen, steeds sneller. Als je dat niet fijn vindt, laat dan het gevoel vertragen, steeds langzamer. Het versnellen of vertragen zorgt ervoor dat het negatieve gevoel uitdooft.

4. Kies een positief gevoel en ontdek het positieve gevoel.
Roep een herinnering op waarin je het positieve gevoel had en maak contact met het gevoel. Concentreer je op het gevoel en ontdek het goede gevoel. Waar in je lichaam zit het en welke bewegingspatronen maakt het?

5. Versnel het positieve gevoel.
Blijf de beweging van het goede gevoel volgen, zodat je het goed voelt. Laat nu de beweging versnellen, steeds sneller en sneller. Het versnellen versterkt het positieve gevoel.

Soms helpt het extra om het een kleur te laten geven bij stap 1, om vervolgens de kleur te laten veranderen bij stap 2 (intensiteit naar grijs, of koeler maken met blauw).

Posted by Rutger in NLP handleiding

Hypnose binnen NLP

NLP omvat vele technieken en gedragingen, waar hypnose er één van is. Veel van de NLP technieken kan je gebruiken op een uitgeklede manier (gestalts achterwege laten) en in een andere, rustige vorm (als een één-op-één gesprek). Dat geeft je meer flexibiliteit omdat je meer mogelijkheden hebt.

Zelfs in een professionele omgeving of voor een groep kan je deze manier van communicatie gebruiken, alhoewel je dan misschien beter niet kan zeggen “Kom, we gaan even onder hypnose”. Wanneer je echter iets zegt als “We gaan even een oefening doen met je ogen dicht” dan zal je veel minder weerstand ervaren.

En weerstand is wat je voorbij wilt gaan, dat is de crux. In trance je laten leiden maakt dat je meer ontvankelijk bent voor de juiste (en passende) suggesties, tot wel een factor 25 ten opzichte van een rationeel en bewust gesprek. Het gaat om bereidheid, bereidheid bijvoorbeeld om te luisteren, wat je onder de oppervlakte test door bijvoorbeeld te vragen om de ogen te sluiten.

Hypnose en trance

Trance is de gemoedstoestand (stemming, staat) waarin hypnose plaatsvindt. Eigenlijk is hypnose enkel een nominalisatie van het actieve proces van hypnotiseren, waarbij iemand gericht in een trancestaat gaat, in die trancestaat iets doet (visualisatie, nadenken, luisteren, overwegen, wat dan ook), en vervolgens de trancestaat weer verlaat. Trance is een toestand die iedereen een paar keer per dag meemaakt. Bijvoorbeeld wanneer je op weg bent naar huis, en je ontdekt dat je er ineens al bent. Trance is een normaal iets en ook nog eens ontspannend.

Er zijn verschillende manieren om iemand in trance te laten gaan: direct, autoritair (oude methode), de Milton-Erickson methode en de Ellman-methode (combinatie Milton en oud).

Feiten

• Er is geen algemeen geaccepteerde definitie van wat hypnose is.
• Hypnose heeft geen invloed op je kracht, je slimheid of zintuiglijke receptie.
• Ontspanning is niet noodzakelijk. Ogen dicht is niet noodzakelijk.
• Veel mensen herkennen hypnose niet als zodanig.
• De hypnotiseur of de techniek zijn niet van doorslaggevend belang, de gehypnotiseerde bepaalt het succes.
• In plaats van verbeterde toegang tot herinneringen, zou het zo kunnen zijn dat de grens tussen fantasie en herinnering onduidelijker wordt.
• De gehypnotiseerde blijft altijd in controle. Morele standaarden (de echt persoonlijke, niet de sociale) blijven intact. Je kan dus nooit verleid worden tot dingen die je echt niet wilt.
• De meeste mensen herinneren zich precies wat er tijdens een sessie is gebeurd.
• Hypnose is net zo veilig als TV kijken (wat ook vaak in trance gebeurd).

Herkennen van trance

Trance herken je aan een aantal van deze kenmerken, die per persoon verschillend zijn (kalibreren):
• Ontspanning in het gezicht.
• Langzaam wordende reflexen als oogbewegingen, slikken en ademen.
• Verandering van stem.
• Lichaam is minder bewegelijk, catalepsie (verstijven/onbeweeglijkheid van ledenmaten).
• Langzamer polsslag.
• Na trance het opnieuw oriënteren in de omgeving.

Oefening Perifere visie

Zoek een punt recht voor je, net boven oogniveau, zodat je ogen iets naar boven zijn gericht. Concentreer je op dat punt. Leg je focus en aandacht gedurende 10 seconden compleet op dit punt.
Dit is je (gerichte) focale visie.

Na die 10 seconden, breng je 2 vingers met gestrekte arm zodanig in je gezichtsveld dat ze net onder het focuspunt omhoog wijzen. Terwijl je ogen gericht blijven op het focuspunt, spreid je langzaam je armen, en richt je je blik (ZONDER JE OGEN TE BEWEGEN; die blijven gericht op het focuspunt) op je vingers. Kijk maar eens hoe ver je jouw armen kan spreiden terwijl jij je vingers kan blijven zien.
Dit is je perifere visie.

Iemand (of jezelf) naar perifere visie brengen is een eerste stap naar trance.

Niveau’s van Hypnose

LeCron (1964) heeft in 1964 een indeling gemaakt van 6 niveau’s van hypnosediepte (van licht naar diep):
1 lethargie: ontspanning, oogcatalepsie
2 catalepsie (verstijven, zwaar worden) van spieren, gevoel van zwaarte of zweven, lichaamscatalepsie, levitatie
3 hypnotisch rapport: reuk en smaak veranderen, blokkeren van nummers en letters
4 amnesie: verdovende handschoen, analgesie (gevoelloos voor pijn), automatische bewegingen
5 positieve hallucinaties: visueel en auditief, bizarre post-hypnotische suggesties
6 anesthesie (geen gevoel): negatieve hallucinaties, comateuze staat

Hypnotisch rapport is de staat waarin de persoon alleen de hypnotiseur hoort en ziet. Niveau 4 (Amnesie) is belangrijk voor het geven van post-hypnotische suggesties. Diepe trance begint bij niveau 5. Slaapwandelen is niveau 6.

Aandachtspunten van een sessie

• Gebruik stoelen zonder leuning om te zorgen dat iemand niet te ver weg kan zakken. Alleen voor ontspanning mag iemand liggen.
• Vermijd negatieve suggesties (je kan je ogen niet openen). Gebruik positieve suggesties (je probeert je ogen te openen en hoe harder je probeert hoe sterker ze sluiten, probeer maar en ervaar hoe ze sterker sluiten)
• Muziekinstallatie voor achtergrondgeluid, bijna onhoorbaar, golvende seconden laten de trance vergemakkelijken
• Ga eerst zelf in lichte trance
• Maak gebruik van wat er gebeurt en blijf positief bevestigen (heel goed, zo ja)
• Let op de ademhaling, en maak er gebruik van (utilisation)
• Gebruik correcte feiten, en de exacte woorden (back-tracken)
• Al is iemand in trance, elk gebaar (en rapport) zijn voelbaar
• Muziek ideaal: 45 tot 60 bpm (hartslag) of 4 tot 6 bpm (ademhaling)
• Ritme: 45 tot 60 woorden per minuut, vibrato (knikkend hoofd)
• Maximale duur van een sessie is rond de 20 minuten

Positieve algemeenheden die in trance gaan ondersteunen

• In rapport zijn, dus ook zelf in lichte trance gaan,
• “Heel goed” en “Zo ja”
• “Je bent een heel mooi mens”
• “Je hebt alle hulpbronnen in je”
• “Je kunt veranderen”
• “Je kunt in trance”

7 stappen van een hypnosesessie

1) Voorbereiding
2) Inductie
3) Yes-set, toch? Ga van Pacing naar Leading.
4) Verdiepen van de ontspanning
5) Boodschap, het middenstuk
6) Post-hypnotische suggestie
7) Terugkeer

1. Voorbereiding

Vooraf hou je een interview, om te bepalen wat de ander wil bereiken. Gebruik wat je nodig hebt: Meta-model, coachmodel etc. Let op het exacte woordgebruik, zodat je later dezelfde belangrijke AD-labels kan gebruiken. Match en Pace.

Wanneer je globaal weet wat je gaat doen, geef jij jezelf ruimte om een script voor te bereiden, en de omgeving voor te bereiden.

2. Inductie

Doel van de inductie is om de persoon een eerste trance te laten ervaren, en de ogen te laten sluiten, zodat je kunt communiceren met het onbewuste. Ga zelf ook in trance. Bereid de inductie voor met suggesties als:
Het is niet zo… dat ik wil…
– dat je in trance gaat…
– dat je suggesties volgt…
– dat je luistert naar wat ik zeg…
nog niet…
of
Het is nog te vroeg… om al te zeggen…
– luister naar mijn stem…
– ga diep in trance…
– ontspan je als nooit tevoren…
nu al…

Voorbeelden van methoden van inductie zijn:

Volg de hand
Ga tegenover elkaar zitten. Kijk elkaar aan in het linkeroog (“je hypnose-oog”). Steek je rechterhand vooruit, en laat de persoon met zijn linkerhand jouw rechterhand volgen, zonder dat de handen elkaar raken, en terwijl je elkaar blijft aankijken in het linkeroog. Ga ondertussen zelf in een lichte trance.
Wolkje ontspanning
Stel je een wolkje voor, een wolkje vol warme ontspanning. Langzaam drijft het jouw kant op, en zakt het over je heen, zodat je naar binnen keert… en ontspant… en je ogen sluit…
Zweven
Stel je voor dat je zweeft…in water of in lucht…warm en comfortabel… en dat je ontspant… en je ogen sluit…
Ballon en steen
Ga tegenover elkaar zitten. Kijk elkaar aan in het linkeroog (“je hypnose-oog”). Laat de persoon 2 handen uitsteken. Terwijl je elkaar zo blijft aankijken (dit dwingt de persoon in perifere visie) vraag je de persoon zich voor te stellen hoe aan de linkerhand een ballon met helium vastgemaakt wordt, en in de rechterhand een steen wordt gelegd. Milton-patronen bevestigen links licht en omhoog, rechts zwaarder en omlaag. Wanneer je ziet dat de handen bewegen, bevestig dit en geef betekenis, en suggereer de ogen te sluiten om beter te voelen hoe licht links is en hoe zwaar rechts.

3. Pacing naar Leading

Gebruik een yes-set, om van Pacing naar Leading te gaan:
{OBSERVATIE}, {OBSERVATIE}, {OBSERVATIE} en {SUGGESTIE}, toch?

Bijvoorbeeld:
En terwijl je daar zo zit… met je ogen gesloten… terwijl je luistert naar mijn stem… kan je doen wat ik zeg… toch…?

Met de gedachten die je hebt… de gevoelens die je voelt… de geluiden die je hoort… kan je verder ontspannen… toch…?

Het gevoel van je gesloten ogen… het geluid van mijn stem… zittend in je stoel… kan je dieper… toch…?

4. Verdiepen van de ontspanning

Het doel van het verdiepen is om te komen tot een diepere trance. Gebruik Milton patronen gericht op verdieping en meer ontspanning. Voorbeelden van verdiepen zijn:
Spiergroepen
Doorloop systematisch (van boven naar onder of andersom) het lichaam van de persoon, en laat de persoon de individuele spiergroepen eerst aanspannen, en vervolgens ontspannen. Suggereer dat er meer ontspanning en rust achterblijft.
Stromen
Voel de energie stromen… van boven naar beneden… door je voeten naar de grond… en voel hoe fijn sterrenstof… meestroomt door je lichaam… van boven naar beneden… en misschien merk je… hoe de sterrenstof… alles wat je niet nodig hebt… meeneemt…
Ademhaling
[Net voor een ademteug] Adem in… [Wacht op uitademen] En adem uit… En misschien merk je… hoe je ademt… in… en uit… zonder dat je… iets hoeft… te veranderen…
Trap of lift
Neem de persoon mee, dieper, door traptredes of verdiepingen te tellen en verdieping te suggereren.
Fysiek
– En voel hoe je net iets meer ontspant elke keer wanneer je uitademt
– Persoon zittend, armen ontspannen, hand liggend: “misschien merk je wel… dat terwijl je inademt…, je armen en handen… lichter voelen…”
– Misschien wordt jij je wel bewust, dat de ontspanning verdiept wanneer je inademt… en dat de ontspanning verspreidt wanneer je uitademt.
Cataleptische hand
Preframe: “Ik ga je zo aanraken en je hand optillen, terwijl je ontspannen blijft.”. Pak een hand vast en breng deze omhoog. Let op dat het een ontspannen arm moet zijn (let op het gewicht). Op het gewenste punt, preframe: “Hou je arm zo… stil… heel goed…”.
Langzaam loslaten en contact verbreken. De hand zal stil blijven hangen.

5. Boodschap

Ontwerp een boodschap die symbool staat voor hetgeen je wilt overbrengen. Gebruik symboliek, metaforen, beschrijf in VAKOG, bedenk ankers. Werk van detail naar globaal (veters naar schoenen, andersom kan mismatch geven). Gebruik bijvoeglijke naamwoorden die van zichzelf of voor de persoon betekenisvol zijn. (mooi, schitterend, hoog, diep, laag, groot, klein) Voorbeeld metaforen:
Huis doorlopen
Beschrijf hoe je een huis doorloopt. Wandel van kamer naar kamer. Ruim eens op, maak eens schoon, gooi maar weg, doe de gordijnen open, zet een raam open voor frisse lucht, kachel lekker aan, etc. (verdieping, groot, ruim, rust, inspirerend, warm, behaaglijk, klein, veilig, ….)
Bergwandeling
Beschrijf een wandeling over een kronkelpaadje, bergopwaarts, bos, openvlakte. (boom, zon, kabbelend, uitzicht, zandpad, rots, waterval). Op de top van de berg staat een tempel. Je gaat naar binnen en ziet daar een wijze zitten. Neem de tijd en stel alle vragen die je hebt. Alternatief: je ziet een gat in een boom, stap er doorheen…
De jas
Begin met het uitrekken van je oude jas, maak een wandeling en kom terug. Onderzoek je jas (de kleur, merk op hoe fris, merk op hoe nieuw, zacht, mooi, beschermend, vrijheid in beweging, comfortabel, handige zakken met alles wat je nodig hebt, …. ), of zoek een nieuwe jas uit, trek de jas van keuze aan.

In de metafoor kun je thema´s verweven als:
Het onbewuste laten zoeken naar positieve ervaringen en hulpbronnen.
Herkaderen van de positieve intentie van het probleem,
Scheiden van gedrag van intentie,
Laten zien van excellentie, verborgen talenten.
Of….

6. Post-hypnotische suggestie

Zo met 1 zal je jou ogen openen en….

Voorbeelden van post-hypnotische suggesties:
…. je zal voelen dat het anders is…
…..sprankelend van energie ga je doen wat je van plan was…
…..uitgerust en ontspannen en veilig…
…..je kunt straks je ogen open doen, terwijl je weet dat je de volgende keer als je weer in trance gaat, je weer dieper en gemakkelijker in trance gaat…
…..ik weet niet hoe snel jij verandert, ik weet alleen dat je in het verleden bent veranderd en dat jou onbewuste weet hoe het met veranderingen omgaat die het beste zijn voor jou en in hoogste belang van jou dienen. Ik weet niet hoe of wanneer je het merkt, nu of later in de toekomst dat je gemakkelijk de verandering in nieuw gedrag laat zien…
…..hoe goed zou je voelen als je merkt dat je veranderd bent…..
…..hoe plezierig verrast zul je zijn als je straks merkt dat je gemakkelijk kan veranderen….

7. Terugkeer

Geef de persoon de suggestie terug te komen in het hier en nu. Het terugkeren doet de persoon zelf in eigen tempo terug naar een bewuste staat. Hij/zij kan de aandacht weer naar buiten richten en kan ervaren wat er om hem/haar heen gebeurd.

Zo met 1 word je weer wakker. Ik tel van 3 tot 1…
3… wiebel met je tenen…
2…Haal maar eens diep adem…
1…Open je ogen…
Voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…

Of:
Wanneer jij zover bent, voel dan weer de stoel waar je in zit, voel je voeten op de grond en voel rustig de beweging in je benen… de beweging in je armen… de beweging door je lijf en wanneer jij zover bent… open je ogen…

Of:
En dan, wanneer je er aan toe bent, beweeg jij je vingers en je tenen, je rekt je eens lekker uit en doet je ogen open.

Oefening Cataleptische hand

A Act
B Be

A leidt, B ondergaat:

B bedenkt iets dat deze anders zou willen doen. B benoemt een AD label voor het huidige, en een AD label voor het gewenste.

A geeft preframe: “Ik ga je zo aanraken en je hand optillen, naar [AD label huidig], terwijl je ontspannen blijft.”. A pakt een hand van B en brengt deze omhoog (let op dat het een ontspannen arm moet zijn, let op het gewicht).

Op het gewenste punt geeft A het preframe: “Hou je arm zo… stil… heel goed…”. A laat ondertussen langzaam los en verbreekt het fysieke contact. De hand zal stil blijven hangen.

A geeft betekenis aan B: “Je onbewuste weet hoe jij van [AD label huidig] naar [AD label gewenst] kan komen. Je hand in de hoogte staat voor [AD label huidig]. Je hand naar beneden staat voor [AD label gewenst]. Je onbewuste zal je laten merken dat het de noodzakelijke dingen doet om van [AD label huidig] naar [AD label gewenst] te komen, door eerst je arm zwaarder te laten worden, als teken dat je onbewuste naar [AD label gewenst] wil gaan, en vervolgens je arm te laten zakken naar [AD label gewenst], in precies het tempo dat nodig is om de verandering naar [AD label gewenst] te integreren.

A bevestig de zwaarte en beweging op basis van BMIR’s. Benadruk “precies het tempo dat nodig is”, “steeds dichterbij [AD label gewenst]”, “heel goed”.

Tijdens het zakken zegt A: “En zo meteen zal je hand landen, in [AD label gewenst], en onbewust heb je dan alles gedaan wat nodig is, alles wat nodig is naar [AD label gewenst], precies in het tempo dat je hand aangeeft.

A, na de landing: “Voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart.”

Oefening sessie

Maak groepjes van 2. Interview elkaar, en ontwerp globaal een sessie.

Individueel: werk het script uit, op papier, in detail. Plan alle 7 stappen, werk ze uit op papier.

  • Voorbereiding: bepaal wat je nodig hebt

  • Kies een methode van inductie

  • Maak de yes-set

  • Kies een verdieping, werk hem uit

  • Kies of ontwerp een boodschap

  • Ontwerp een post-hypnotische suggestie, of gebruik de default

  • Bepaal de terugkeer.

  • Groepsgewijs gaan we de sessies uitvoeren en behandelen.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Soorten ankers

Normaal anker
Enkele stemming, door één (VAKOG) prikkel (stimulus) weer op te roepen.

Veiligheidsanker
Veiligheidsanker wordt gemaakt voordat er een techniek wordt gebruikt waarin gewerkt wordt met een negatieve ervaring. Het veiligheidsanker wordt gebruikt, wanneer het contact met een negatieve ervaring te intens wordt. Zo intens dat je direct het contact met die negatieve ervaring wilt verbreken. Onder het veiligheidsanker moet een heel krachtige stemming zitten. Eén waarvan je zeker bent dat het alle veiligheid biedt. Daarom heet het ook wel een ontsnappingsanker (een bail-out)

Kies of creëer een stemming/ervaring waarbij/waarin jij je absoluut veilig voelt of kies een hele sterke positieve stemming/ervaring. Het anker plaatsen gebeurt zoals een normaal anker; alleen vanwege de specifieke toepassing wordt dit onderscheid gemaakt.

Stapelen, versterken met sliding, refractioning en submodaliteiten: zorg voor een krachtig veiligheidsanker!

Bij een veiligheidsanker wil je soms de zogenoemde “Seperator state” gebruiken. In deze staat dissocieer je van de ongewenste situatie. Geassocieerd is het soms lastiger om te achterhalen welke krachtige hulpbron(nen) nodig zijn om de ongewenste ervaring te veranderen.

Stapelanker
Meerdere stemmingen, ervaringen, staten, emoties in dezelfde stimulans levert een cumulatief effect. Je stapelt het op elkaar op dezelfde plek, door de individuele, al dan niet verschillende) stemmingen/ervaringen/staten/emoties uit te vragen, en deze na elkaar op gelijke wijze te stapelen.

Doordat stapelen kan, kan je ook in 1 staat meerdere keren ankeren. Bijvoorbeeld, een visueel iemand die gelijk in de ervaring zit: ankeren, en daarna de ervaring versterken met submodaliteiten, en nogmaals ankeren.

Je kan eenvoudig, in het levendig maken, testen of een wijziging op de submodaliteiten helderheid, scherpte, geassocieerd/gedissocieerd en afstand de hulpbron beter maakt. Sterker laten beleven doe je alleen met positieve gevoelens en hulpbronnen!

Je kan ook iemand uitnodigen om de ervaring meerdere keren te laten herbeleven. Dit heet refractioning, en is een manier om de staat te verdiepen, nog intenser te maken. Elke keer ankeren (stapelen) bij refractioning, levert een “goed opgeladen” anker

Plaatsanker
De plaats waar je staat of zit, de locatie waar je bent, kan ook een anker zijn. Verplaatsen (afstand nemen) is niet alleen taalgebruik, het is ook letterlijk te nemen.

Collapsing anker
Dit anker zorgt voor een krachtig wegnemen van ongewenste stemming, ervaring, staat, emotie door deze weg te laten vallen tegen een nog krachtiger positief (stapel-)anker.

Het negatieve versterk je natuurlijk niet, het positieve wel (met de submodaliteiten, en later Milton-patronen).

Voor het beste effect kies je er voor om de tegengestelde ankers links en rechts op het lichaam aan te brengen: linkerhand en rechterhand, linkerschouder en rechterschouder, linkerknie en rechterknie.

Een collapsing anker is ook de manier om een (ongewenst) anker te verwijderen.

Sliding anker
Creëer een anker tijdens het ontstaan van een stemming (korte stimulans voor het hoogtepunt). Behandel dit als een schuif die je open of dicht kan zetten, als een volumeschuif. Versterk de ervaring door woorden als ‘sterker’, ‘meer’ enzovoort.

De richting van de schuif is betekenisvol. 0 is laag of links, 10 (voluit) is hoog of rechts. Wanneer je het tegenover iemand doet: houdt rekening met het omdraaien van links en rechts (voor de kijkers links/rechts).

Enthousiasme en motivatie worden sterker wanneer je de schuif ‘open’ zet. Rust en stilte worden juist beter wanneer je de schuif ‘dicht’ zet.

Doordat je een schuif gebruikt, is het niet nodig om op het hoogtepunt, de piek van de intensiteit, te ankeren. Elke intensiteit is goed, tijdens het ontstaan van de stemming.

Het gebruiken van een sliding anchor is een moment van Leading. Ondersteun de beweging van de schuif, met woorden, toonhoogte, volume, een betekenisvolle blik, geluiden… “En dat gevoel {FIRE ANKER and HOLD}… {SLIDE} sterker… {SLIDE} sterker… {SLIDE} zelfs nog sterker NU. Hoe meer je focust, hoe intenser het gevoel…”

Opmerkingen:
– Wanneer je het gevoel verder wilt versterken dan ‘10’, verplaats het anker naar een nieuwe slide:

Vuur het anker af
Kalibreer op het ontstaan van de stemming, en intensiveer/maximaliseer
“Pak” het anker op, en verplaats het naar een nieuwe plek (anker het ergens anders).

– Normaal gesproken is een schuif lineair georganiseerd: 1 naar 2 is een net zo grote stap als 5 naar 6. Je zou ook een kwadratische ophoging kunnen suggereren, door woorden als “verdubbeling” of “2 keer zo sterk” te gebruiken in plaats van het globalere “meer” of “sterker”, tijdens het ophogen van een eenheid.

Chaining anker
Dit anker wordt gebruikt, wanneer de sprong tussen een ongewenste stemming en gewenste stemming te groot is; waar een collapsing anker geen oplossing biedt.

Stel je voor, op elke vingerknokkel wordt een anker aangelegd. Er zit een logische volgorde in van 1 t/m 5. Bij vingerknokkel 1 wordt het eerste anker aangelegd (huidige of ongewenste situatie). Onder vingerknokkel 2 t/m 4 worden de logisch volgende stappen geankerd om te komen tot de gewenste situatie. Bij de 5de vingerknokkel wordt de gewenste situatie geankerd.

Het afvuren van de ankers doe je door op het eerste anker te drukken. Deze houd je vast, terwijl je het tweede anker afvuurt. Heel geleidelijk laat je het eerste anker los, net zoals bij collapsing (alleen heet het hier chaining). Doe dit tot en met het laatste anker. Herhaal deze stappen totdat bij vingerknokkel 1 direct de gewenste situatie/staat ontstaat.

Dit effect kan ook worden bereikt met plaats ankers.

Oefeningen met speciale NLP ankers

Oefening Stapelanker

Groepjes van 2.

B kiest een hulpbron.

A bepaalt een unieke stimulans bij B (schouder-, hand- of knieaanraking) voor het anker.

A vraag de hulpbron uit, maakt een levendige ervaring. Start visueel, door naar auditief, door naar kinestetisch. Versterk deze staat, deze beleving, met behulp van submodaliteiten. Kalibreer op BMIR’s, en A kiest het juiste moment om het anker te zetten bij B (let goed op: dat kan bij sommige mensen al direct zijn, bij visueel).

A break-state.

A test het anker door het af te vuren. Kalibreer op BMIR’s of de stemming er onder zit.

B kiest een 2e hulpbron.

A vraag de 2e hulpbron uit, maakt een levendige ervaring. Start visueel, door naar auditief, door naar kinestetisch. Versterk deze staat, deze beleving, met behulp van submodaliteiten. Kalibreer op BMIR’s, en A kiest het juiste moment om het anker te zetten bij B (let goed op: dat kan bij sommige mensen al direct zijn, bij visueel).

A break-state.

A test het stapelanker door het af te vuren. Kalibreer op BMIR’s of de stemming er onder zit.

Wissel van rol.

Oefening Collapsing Anchor

Groepjes van 2.

B kiest een negatief gevoel, dat B in de weg zit.

A bepaalt twee unieke stimuli bij B (schouder-, hand- of knieaanraking) voor de ankers, aan weerszijden van het lichaam (links/rechts). Bereid je break-states voor; kies of je eerst een veiligheidsanker gaat zetten.

A eliciteert en ankert het negatieve gevoel LINKS. Break-state.

A test het anker door het (kort) af te vuren, met de vraag:

Dit gevoel, [ANKER AFVUREN] wat zou jou daarbij helpen?

Wanneer het anker goed gezet is, dan noemt B vanzelf (een) hulpbron(nen). Vraag eventueel door naar meer hulpbronnen: “En wat nog meer zou jou helpen?”. Wel BMIR’s, geen hulpbron: gebruik de seperator state (dissocieer B).

A eliciteert, maximaliseert, ankert en test de hulpbron(nen) in een stapelanker RECHTS.

Collapsing:

  • A vuurt negatief anker LINKS af (blijven afvuren),

  • A kalibreert het ontstaan van de negatieve stemming,

  • A vuurt, na het ontstaan van de negatieve stemming, het hulpbronanker RECHTS af (blijven afvuren),

  • A kalibreert een stemmingsverandering,

  • A laat negatief anker LINKS los,

  • A kalibreert een stemmingsverandering,

  • A laat hulpbronanker RECHTS los.

Herhaal eventueel het collapsing totdat er nauwelijks BMIR’s meer zijn.

Test en Future pace

Wissel rol.

Oefening Sliding anker

Groepjes van 2.

B kiest een fijne herinnering.

A bepaalt een unieke stimulans bij B (schouder-, hand- of knieaanraking) voor het sliding anker.

A vraag de herinnering uit, maakt een levendige ervaring. Start visueel, door naar auditief, door naar kinestetisch. Kalibreer op BMIR’s, en A kiest een juist moment om het anker te zetten bij B.

A houdt contact met het anker en suggereert toename of afname, begeleid door de beweging van een ‘schuif’. Kalibreer op BMIR’s. Speel er mee!

Wissel van rol.

Oefening Sliding anchor 2

Uitvragen naar een specifieke emotie, met mindreads, om een stateshift te bewerkstelligen, of met een specifiek gevoel aan de slag te gaan: “Ik weet dat jij herinneringen hebt aan situaties waarin jij je X voelde… [Kalibreer] Kies er maar één… Nee, niet die, een andere…”.

A bepaalt een unieke stimulans bij B (schouder-, hand- of knieaanraking) voor het sliding anker.

A “Ik weet dat jij herinneringen hebt aan situaties waarin jij je vrolijk voelde… [Kalibreer] Kies er maar één… Nee, niet die, een andere…”. Kalibreer op BMIR’s, en A kiest een juist moment om het anker te zetten bij B.

A houdt contact met het anker en suggereert toename of afname, begeleid door de beweging van een ‘schuif’. Kalibreer op BMIR’s. Speel er mee!

Chaining Anker

Chaining anker – Ontwerp

1. Eliciteer de huidige staat en de gewenste staat.

2. Beslis in hoeveel stappen je de overstap van de huidige staat naar de gewenste staat wilt maken.

Huidige staat – tussenstap – tussenstap – tussenstap – resultaat

Om de mate van toepasbaarheid van de tussenstappen te bepalen denk aan:

De richting van de motivatie van elk te nemen stap. Is deze benaderend of vermijdend?

3. Eliciteer elke tussenstap met de elicitatie vraag:

Welke staat ligt halverwege tussen……(staat) en ……(staat). Welke ervoor zorgt dat je je richting (de gewenste staat) beweegt?”

Identificeer en eliciteer staat 3.

Welke staat ligt halverwege tussen de huidige staat en de gewenste staat en zal ervoor zorgen dat je in de richting van de gewenste staat beweegt?”

Identificeer en eliciteer staat 4.

Welke staat ligt halverwege tussen staat 3 en de gewenste staat en zal ervoor zorgen dat je je richting de gewenste staat beweegt?”

Identificeer en eliciteer staat 2.

Welke staat ligt halverwege tussen de huidige staat en staat 3 en zal ervoor zorgen dat je je richting de gewenste staat beweegt?”

4. Schrijf de ketting op en controleer de ecologie.

Chaining Anker – Installatie

Ga er van uit dat je klaar bent met het ontwerp van de ankerketting.

1. Anker staat 2

Break state

2 Anker staat 3

Break state

3 Anker staat 4

Break state

4 Anker de gewenste staat.

Break state

5. Anker de ongewenste staat

Break state

6. Vuur het anker van de ongewenste staat af gevolgd door anker 2, 3, 4 eindigend op de gewenste staat. Indien noodzakelijk herhaal dan deze stappen (duidelijke BMIR’s stemmingswisselingen).

7. Break state aan het einde van de ketting.

Vuur het anker van de ongewenste staat af (zodra de persoon zich associeert met de staat,

laat dan het anker los) en zeg “en doorloop de rest van de ketting”.

8. Test

9. Future pace: “Wanneer je morgen …, hoe voelt dat dan?”

Posted by Rutger in NLP handleiding