inzicht

Schrijfoefening: Het verhaal van de oude boom

Ze denken dat ik een boom ben. Een oude boom. Een grote statige boom die enkel passief regen, wind en storm weerstaat. Maar ik ben veel meer dan dat. Slechts enkele mensen, en eekhoorns, kennen mijn geheim. Of eigenlijk is het geen geheim, maar een ongezien talent, mocht je het woord talent mogen gebruiken voor een vaardigheid die eigenlijk heel normaal is maar niet erkend doordat ze niet gezien wordt. Enkel als je het wilt zien zie je het. De meeste dieren en mensen willen of kunnen het niet zien omdat ze enkel naar het oppervlakkige kijken. Ze zien mij daar staan, takken die dansen met de wind, die meetreuren met de regen, soms breken in het ruwe spel dat ik met de storm speel. Mensen die de ogen gesloten houden voor wat zo overduidelijk is, en wel-zieners ridiculiseren door ze aan te duiden met termen als boomknuffelaars. Liefst uitgesproken op meewarige toon, zodat de boodschap van het belachelijke goed overkomt. En de meerderheid heeft gelijk, aldus de zwakken van geest die zich conformeren naar het sociaal gewenste gedrag zoals hun verwachting voorschrijft. Behalve de enkele vrije geest, die het contact weet te maken. En natuurlijk de eekhoorntjes.

 

De bomenknuffelaars, met alle respect uitgesproken, zien wel zoals het is. Ik zal u vertellen wat wij eigenlijk zijn, door een anekdote. Het is mijn tijd om mijn laatste herfst te beleven, terwijl de lente pas is begonnen. Ik geef u inzicht, de waarheid, het zijn zoals het is, ik geef u de werkelijkheid. Het grootste geschenk dat ik kan geven. Aan u om te luisteren en uw dissonantie te reduceren, hetzij richting wat is, hetzij richting uw gekoesterde illusies.

 

Ik sta hier nu drie eeuwen, en slechts een enkeling geeft mij de credits die ik verdien. Slechts een enkeling ziet mijn werkelijke bijdrage aan het zijn in het grote geheel. Slechts een enkeling heeft door hoe de blaadjes aan mijn ledematen elk geluid, elk licht en elke emotie in de omgeving opvangen. Hoe ik de kosmische energie kan richten en richt door mijn bladeren te keren opdat de energie die het heelal naar dit subjectieve centrum van het universum stuurt daar te richten waar ik wens. Slechts enkelen zien hoe wij koolstofdioxide uit de atmosfeer halen en zuurstof toevoegen om de energie zoals wij die ontvangen te maximaliseren, niet als een toeval maar wel in de betekenis die het werkelijk heeft: onze kracht en macht vergroten doordat we nog meer directe ruimtelijk kracht tot onze beschikking krijgen.  Mijn anecdote zal echter kleiner zijn, over meer directe invloed op de loop der dingen. Om uw vermeende denkkracht niet te veel op de proef te stellen, en u de reële kans te bieden om uw ongeloof uit te stellen, net lang genoeg om een sprankje licht tussen uw overtuigingen te laten schijnen. Zodat ik u een eerlijke kans biedt om tot inzicht te komen.

 

153 jaar geleden, zaten Adrianus en Jacobe samen op een picknickkleed onder mij te praten over wat ze samen hadden, en hoe ze dat verder wilden uitbouwen. Adrianus die heel romantisch het hof maakte aan Jacobe, en Jacobe die haar geluk niet op kon dat zij haar ware had gevonden.

Maar ik voelde het water in mijn bladnerven koken door de stemnuances in de stem van Adrianus. Hij was onoprecht. Hij veinsde. Hij huichelde. Ik werd er kromnervig van. Ik greep in. Ik stekte een sterke twijg in zijn hersenpan door deze, precies op het moment dat een kleine bries langs mijn bladeren gleed, hoog boven hem los te laten waarbij de bladeren de jonge tak qua functionaliteit tot een pijl promoveerden. Meer was niet nodig. Even was ik bang dat het te duidelijk zou zijn omdat de bries maar klein was, maar de betrokken mensen bleven het duiden als speling van het lot, in hun ware blindheid mijn speling niet ziende. Speling van het lot, nee, ik speelde met mijn loten. Haha! Jacobe haar oprechte reactie trok de kromheid weer uit mijn nerven. Het was goed. Zij mocht onwetend blijven over de ware intenties van de perfide Andrianus. Zij zou de rest van haar leven de meest dierbare herinneringen koesteren aan hem, in plaats van te ervaren dat haar droombeeldprins slechts als een glazen kerstbal uiteen zou spatten zodra hij zijn door de natuurkrachten gestelde doel, de zwaartekracht en de harde grond, zou bereiken. Het was perfect. Zelden zo een tevreden gevoel overgehouden aan een interventie. Zelden had het geheel zo een schoonheid. Vandaar dat ik deze anekdote aanhaal, nu na 153 jaar, als voorbeeld.

Posted by Rutger in Archief

Schrijfoefening: Eerlijk delen

Een deel wil het wel, een ander deel is nog aan het wennen. Delen, delen is maar een rekenkundige bewerking, net als aftrekken of vermenigvuldigen. De som der delen is soms meer dan het geheel. Soms is een deel een plaats waar gedorst wordt, soms is het iets waar dorst door ontstaat. Soms is het een gedeelte dat het gedeelde wil zijn. Een metameer van het geheel van het leven. Onschuldig zonder ervaring heb je part noch deel. Ten dele deelgenoot. Zal het jou ten deel vallen? Delen is ook eerlijk splitsen zodat iedereen zijn deel krijgt; iedereen blij. Delen zodat iedereen zijn deel krijgt. Wat wil jij in het leven mededelen? Wil jij meedelen? Zou de ander zijn of haar deel willen delen? Verwachtingen dat jij ook deelt? Delen van mensen kan niet, alhoewel vierendelen wel, delen van ervaringen wel. Zie je delen als de som of zie je delen als iedereen krijgt zijn deel? Wat is jouw aandeel? Wat wil jouw onderdeel? Een gedeelte wil ervaringen delen als gedeelde. Een part in het leven ter ontleding. Denken is een deel, net als voelen. Schuld, schaamte, spijt zijn gedachtengestuurde gevoelens. Schuld is een gevoel dat hoort bij een ik als deel, en niet als geheel. Schuld kan alleen zijn als je jezelf als deel ziet. Schuld is een gevoel dat ontstaat na een oordeel; een gevoel dat een waardeoordeel van een gedachte volgt van het ego. Vaak in een verbond een gedachte aan verraad waarbij je het samen als losse ikken ziet. Dat is geen verbond, niet het geheel, enkel alleen, een deel. Leven kan betekenen dat je anders doet dan anderen, eigen keuzes maakt, voor jezelf of samen. Nieuwe ervaringen jezelf ontzeggen om de schijnveiligheid van het verwachte te ontmoeten als grenzen stellen beperkt de vrijheid. Vrijheid. Verstoppen van delen, verstoppen van kracht, verstoppen van jezelf, doen alsof is werkelijk verraad aan jezelf en het verbond. Vertrouwen ontstaat door openheid, tonen van kracht, tonen van jezelf in alle weerloze naaktheid. Denken, elke en alle gedachten, beïnvloedt het voelen, voel de illusie van de illusie. Verstoppen van jezelf, verstoppen van delen van jezelf voor het verbond levert wantrouwen in het verbond. Wanneer jij je verstopt verwacht je hetzelfde van de ander. Wanneer jij je werkelijke zelf toont kan er enkel vertrouwen worden gevoeld. Nieuw maakt het oude niet minder waard. Kracht opgeven om het oude in balans te houden is vastklampen aan de illusie dat het is, jouw eigen ik als ding. Jouw eigen ik als ding zou je kunnen delen, opdelen, maar jij bent geen ding, je bent veel meer dan dat. Je bent. Je doet. Je bent niet wat je doet. Je bent vrij om te doen wat je wilt. Wat je doet verandert jou niet, hooguit wat illusies die je over jezelf hebt. Illusies zoals ‘ik kan het niet’. Illusies over wat je denkt te zijn. De ontdekking van vrijheid van deze illusies. Alle illusies beperken wat je kan zijn. Alles wat je denkt en gelooft over jezelf is een fantasie, net als de fantasieën die je wel als fantasie herkent. Welke fantasie kies je? Een droom is net zo echt als jouw perceptie van jezelf als je fantasieën. Het bestaat enkel in gedachten, en gedachten komen en gaan. Gedachten zijn illusies van kennis, de handeling en de interactie met de werkelijkheid is de realiteit, dat is waar het werkelijk om gaat. Dat is echt. Welke interactie kies jij? Denken of waarnemen. Praten in jezelf en oordelen, of zintuiglijke waarneming. Leven, of op een toneel je deel van het stuk opvoeren. Kracht is niet intentie. Kracht is geen reden nodig hebben anders dan willen voelen voor de ervaring, willen doen uit nieuwsgierigheid, je gedachten de ruimt te geven om te bevrijden. Kracht is ontdekken, aannemen is verstoppen. Kracht is het geheel, denken is een deel. Kracht is deelnemen, beperken is missen. Ontdekken is spiritualiteit, het onstoffelijke ervaren. Beperken is het fysieke, het aardse, het oordelen, het toneelstuk. Een verbond in het fysieke is een schijnvertoning, het geheim van echt verbinden is spiritueel, de onstoffelijke verbintenis. Benadrukking van het spirituele, het onstoffelijke door het taboe stoffelijk te doorbreken geeft spirituele groei. Het stoffelijke vernietigen geeft vertrouwen, geeft zekerheid, geeft vrijheid in het onstoffelijke door de schijnveiligheid van het stoffelijke te doorbreken. Wantrouwen, onzekerheid en beperkingen in vrijheid bestaan enkel in het stoffelijke. Schaamte wordt schuld door geloof in het stoffelijke. Schuld alsof de intentie van de kracht die jij in je hebt slecht is. Alsof het een zonde is om te leven met kracht, alsof je krachteloos en zwak zou moeten volgen wat anderen vinden. Wanneer jij je kracht niet toont, kan ook niemand je kracht waarnemen. Je krijgt dan een verbond van schijn-zelven in onmacht. In het onstoffelijke verbond, op spiritueel niveau een verbond aangaan betekent kiezen voor een open en schuldvrij verbond, op een hoger niveau relateren. Van geheel mens tot geheel mens in plaats van enkele rol tot enkele rol, van deel tot deel, van illusie tot illusie. Wil jij je beperken tot een deel van het leven of wil jij het leven geheel leven? Wil jij stoffelijk en beperkt, of wil jij spiritueel en vrij? Verwarring is natuurlijk wanneer je kiest voor je kracht. Het is nieuw, je doorbreekt het verwachte, het spirituele is de weg van ontdekking en dus onbekend. Onbekend is verwarrend want je houvast is niet meer vastklampen aan de oude illusies, en vertrouwen op de kracht die jij in jezelf hebt. In vertrouwen op de kracht doen leidt tot liberatie, bevrijding, van de oude illusies, en een nieuwe houvast in de zekerheid van je eigen kracht. Oude houvast aan je oude rol en aan de identificatie met je lichaam als jezelf, kracht uit het spirituele. Jezelf zien als lichaam in een verbond maakt delen in een verbond, jezelf zien als onstoffelijk geheel van het verbond maakt het verbond sterker. Een verbond met een lichaam, of een verbond met ideeën, gedachten, kracht, zienswijzen, ervaringen, ontdekkingen. Een stoffelijk verbond heeft orde nodig, en dus gehoorzaamheid en verantwoording, een onstoffelijk verbond is vrij, waardevol, vernieuwend, echt, vol van vertrouwen, respectvol en gelijkwaardig. Zonder de kracht geparalyseerd in het lichaam, in de illusie, in het stoffelijke. Met de kracht ontdekken door ervaren, wat wel bij je past. Misschien wat ongemakkelijk en nieuw, spannend, maar goed. Waar fouten na ervaring in plaats van schuld, schaamte of spijt leiden tot inzicht. Waar je je spirituele zelf erkent, het onstoffelijke zoekt, en je situaties in eigen hand neemt. Laat de ware aard toe in het verbond. Een echt verbond kan je niet verliezen. Een echt verbond verliezen doordat je de echtheid beperkt, het stoffelijke boven het onstoffelijke stelt, een schijnverbond leven, betekent dat je jezelf niet geeft wat er in zit. Onconditioneel in verbond, of de eigen agenda’s langs elkaar zonder connectie. Schuld, verlegenheid, schaamte en spijt zijn donkere gevoelens; gevoelens die niet van jou zijn. Spijt signaleert simpelweg dat we in een eerdere staat van ontkenning onwetend zijn geweest, wat goed is… toch? Spijt is interne schaamte, schaamte is gericht op anderen. Immaterieel of materieel. Sociale emoties die het ego ervaart veelal door culturele overtuigingen.

Posted by Rutger in Archief

De oliezeepbel

Met de milieutop in Parijs in het achterhoofd, kwam ik een aardig inzicht tegen over de prijs van olie, de olievoorraad en de waarde van oliebedrijven, als raffinaderijen en ook exploiterende bedrijven van olievelden. En over de economische macht van landen als Rusland, Saudi Arabië, Venezuela, die voor een groot deel afhankelijk zijn van olie-export.

Nu de trend (eindelijk) is dat ook de meest grote klimaatveranderingontkenner (50 punten in Scrabble?) geen gehoor meer krijgt, en kolen en olie als fossiele brandstof ter discussie staat, krijg je het probleem dat er veel voorraden als bezitting op de balans in de boekhouding staat. Voorraden voor vele jaren, waarvan de wetenschap zegt dat een catastrofe zal geschieden als we die allemaal verbranden teneinde energie te krijgen. Nu schijnt het al zo te zijn dat de huidige bekende voorraden een veel te grote impact zullen hebben op het klimaat. Van alle oliereserves die bekend zijn, en die als bezitting op de diverse balansen staat, zou slechts 20% daadwerkelijk waarde hebben omdat van de bekende reserves slechts 20% nog gebruikt mag worden. Dat betekent dat de balansen dus een afboeking te verwerken gaan krijgen van 80% van de waarde.

Dat betekent dat er een groot probleem is op de balans van voorgenoemde bedrijven en landen. Namelijk, de helft van de waarde is ineens verdampt. Nog los van de dalende olieprijs, die maakt dat bedrijven en landen ineens te maken krijgen met een sterk dalende verkoopprijs, is dus ook nog eens de helft van de bezittingen niets meer waard. Enorme afboekingen zullen het gevolg zijn. Een enorme zeepbel.

Je ziet nu al dat met de lage olieprijs de schalie winning niet meer rendabel is, en dat zorgt er voor dat de voorraden dus in de grond blijven zitten, en dus niets meer waard zijn. Straks zie je dat de bedrijven die afhankelijk zijn van de olievoorraad grote afboekingen moeten gaan doen, en dus de waarde van het bedrijf (en dus de waarde per aandeel) in elkaar zullen storten. Bovendien, mochten deze bedrijven geen andere markten vinden, dan zal het inkomen van deze bedrijven verdampen. Gaan ze wel nieuwe markten ontginnen dan gaat dat ten koste van de winstuitkering per aandeel, dus ook dan zal de aandeelwaarde gaan dalen. En dan heb je het over bedrijven… Landen als Rusland en Venezuela, landen die echt afhankelijk zijn van de winning en export van olie, die gaan failliet. De huidige overheidsuitgaven en -budgetten zijn dan niet meer vol te houden. Saudi Arabië maakt nog een kans, doordat zijn er voor kiezen om een deel van de opbrengsten uit olie-export en -verkoop als diepte-investering te gebruiken om marktleider te worden op het gebied van duurzame energie.

Blue chips in het oliemarktsegment gaan enorme kapitaalverliezen incasseren, en dientengevolge zal de aandeelhouderswaarde per aandeel sterk dalen. Een besef dat op de markten nog niet echt terug te zien is, maar zodra de emotie de logica gaat volgen, een enorme impact zal gaan hebben op het succes van pensioenfondsen, portefeuillebeheerders en individuele beleggers. Wie is er op tijd uitgestapt, en wie niet?

Beleggen in olie is een moderne variant van een stoelendans.

Posted by Rutger in Archief

Trots op je afkomst

We weten natuurlijk allemaal precies wie we zijn, en waar onze roots liggen. Een reisbureau heeft een aantal mensen uitgenodigd om te vertellen over hun afkomst, hoe trots ze zijn op hun afkomst en wat het betekent om de afkomst die ze hebben te hebben. Passie en enthousiasme, vol verve vertellen ze over hun identiteit en afkomst.

Vervolgens wordt er door middel van DNA onderzoek bepaald of het beeld van de werkelijkheid en de realiteit overeenkomen. Mooie beelden, mooie inzichten. Saillant detail is een familielink die wordt ontdekt tijdens het DNA onderzoek. Geniet er van!

 

 

Een mooie video die duidelijk laat zien hoe het beeld van de werkelijkheid soms niet de realiteit raakt, en wat voor een impact het heeft wanneer je wordt geconfronteerd met de realiteit. Veranderingen van inzicht over herkomst en afkomst leiden tot heftige veranderingen op identiteitsniveau. Herken de BMIR’s 🙂 Hoe zeker ben jij van je afkomst, in de zin van welk bewijs heb je, en zou jij de DNA test aandurven? Wat is jouw beeld van je afkomst, en hoe weet je dat die juist is?

Win je eigen DNA onderzoek

Op de website van dit reisbureau is een wedstrijd uitgeschreven waarin 500 van dergelijke DNA onderzoeken te winnen zijn. Deze wedstrijd eindigt op 16 augustus 2016. De eerste prijs is een rondreis naar alle landen van herkomst, er zijn als tweede prijs (17 keer) reizen naar je favoriete land van herkomst, en 500 keer een derde prijs bestaande uit het DNA onderzoek. Mocht je mee willen doen, dan wens ik je veel plezier en succes. Kijk hier voor de wedstrijd

Posted by Rutger in Archief

NLP Break state

NLP Break state

NLP Break state

Herken je dat? Van die momenten dat je merkt dat een gesprek, een meeting, een vergadering, een coachgesprek, een kant op gaat die je niet wilt? Dat er oeverloos aandacht besteedt aan zaken die er niet toe doen? Dat er een sfeer hangt die je niet wilt? Dat er veel te inhoudelijk op iets wordt ingegaan?

De kern van een dergelijke situatie is dat de aandacht van de betrokkenen een focus heeft, die de aandacht, stemming en fysiologie vasthoudt. In NLP is er een techniek om de focus in zo’n geval te doorbreken, door iets te doen wat door het te doen de focus oproept. Je verlegd de focus in dit geval op iets nieuws, iets onverwachts. Doordat de focus naar dit nieuwe gaat, verdwijnt de oude focus en kan de stemming, fysiologie en aandacht veranderen.

Het bewust toepassen van dit aandacht trekken teneinde een staat of stemming te doorbreken is in NLP een NLP techniek die de NLP Break state heet.

In veel technieken binnen NLP worden de NLP Break state gebruikt om de ander uit de huidige staat te krijgen, en naar een neutrale staat te brengen, zonder werkelijk “stop” te zeggen.

Een NLP break state kan sterker worden met elementen als humor of verrassing, en heeft dus als doel om met een schok de huidige gedachtegang te doorbreken zodat een nieuwe stemming of staat ontstaat. Het gaat er om dat je de aandacht afleid, en de focus naar een nieuw, ander punt brengt. Door gedrag, zoals een onverwachte vraag.

Voorbeelden van het toepassen van de NLP Break state

  • Wanneer een kind verdrietig is, helpt het om het kind iets anders te wijzen: “Oh, kijk daar eens…”.
  • Een munt laten vallen op een harde grond.
  • Tijdens een vergadering “Koffie” vragen?
  • Een glas water “per ongeluk” omstoten.
  • Uit het niets, ineens “Haha!”, alsof je een inzicht krijgt, scanderen.
  • Een harde klap op tafel, of op een bord.
  • Zelf een grote verandering laten zien in je fysiologie, zoals opstaan, uitrekken etc.

En hoe zou jij dat, nu je dit weet, zelf kunnen gebruiken? Ontwerp een break state voor de volgende situaties, die je altijd kan gebruiken:

  • op je werkplek…
  • in een gesprek…
  • in een formele vergadering…
  • tijdens een presentatie…
  • thuis…
  • een andere bekende interactie of situatie…

En welke break states herken je zelf in je omgeving? Wie heeft er een handje van om telkens de aandacht af te leiden? Wil je dat, en zo nee, wat ga je doen om zelf op deze break states te reageren?

Posted by Rutger in NLP handleiding

Predicaten

Predicaten zijn in NLP woorden die iemand gebruikt, die kunnen duiden op het gebruik van een bepaald representatiesysteem, oftewel of de (huidige) interne representatie voornamelijk opgebouwd is uit plaatjes, geluiden, gevoelens, smaak, geur en reuk of gedachten. Predicaten zijn een mooi voorbeeld hoe NLP zich meer richt op het proces van communicatie dan op de inhoud van de boodschap.

Als gesprekspartner, begeleider, coach kun je matchen op wat iemand in woorden (predicaten) aan je verteld. Dit brengt je in rapport met elkaar. Bijvoorbeeld: Iemand verteld je: ”Ik zie het niet, ik heb er geen beeld bij.” Als antwoord kun je matchen door: “Ik zie wat je bedoeld.” Je stemt af op het representatiesysteem in plaatjes door dezelfde soort predicaten te gebruiken. Wanneer je wilt matchen in predicaten terwijl je nog niet helder hebt wat de ander als voorkeur heeft (nu), dan gebruik je a-specifieke (auditief digitale; praten in gedachten/denken) predicaten (je gesprekspartner zal zelf de vertaling maken naar het huidige voorkeurssysteem).

Je kunt ook mismatchen op wat iemand je in woorden (predicaten) verteld. Hiermee bereik je verandering. Je geeft de ander de mogelijkheid om voorbij de grenzen van zijn/haar wereldmodel te gaan, dit model te onderzoeken en uit te breiden. Zijn/haar gezichtsveld wordt groter, of er worden nieuwe mogelijkheden gezien, andere verbindingen worden gelegd. Door te reageren vanuit andere predicaten ‘dwing’ je een andere invalshoek. Bijvoorbeeld: “Ik voel mij hier niet goed onder, er ligt een zware last op mijn schouders.” Als antwoord kun je mismatchen door op deze kinesthetische predicaten te reageren met visuele predicaten als: “Hoe zie je het als je er van af hier naar kijkt?”

Visuele predicaten: praten in plaatjes

Aspect, beeld, blijken, blik, contrast, droom, duidelijk, focus, getuige, glimp, gloed, helder, hoek, horizon, illusie, illustreren, inspecteren, inzicht, kijken, kleurrijk, nauwkeurig, obscuur, observeren, onderscheiden, onderzoeken, ontruimen, opvallen, overzicht, perceptie, plaatje, scene, schetsen, scope, starende blik, stralend, toespitsen, uitstekend, uitzicht, vaag, verdacht, verduister, verschijnen, visie, voorgrond, vooruitzichten, voorzien, waakzaam, wazig, weerspiegelen, zicht, zichtbaar, zien.

De andere kant opkijken, beeld schetsen, duistere zaak, glimp opvangen, kijkje nemen, schitterend idee, steelse blik, er op toezien, het schijnt dat, geen schijn van kans, het is me niet duidelijk, in het licht van, door de vingers zien, doorzien, in het niets staren, inzien dat, je oog laten vallen op, kleur bekennen, lust voor het oog, met het blote oog, oog in oog, over het hoofd zien, perspectief krijgen op, verborgen boodschap, zich illusies maken, zicht hebben op, oogje in het zeil houden, ik zie het zitten, u heeft een ander gezichtspunt nodig, ik zie licht aan het eind van de tunnel, ik heb meer overzicht nodig, veel kleurrijke mensen hier, hij heeft er een goed oog voor, zij blinkt echt uit, dat ziet er rooskleurig uit, lijkt mij, in vogelvlucht, in de juiste verhoudingen, in groter verband zien, in een glimp opgevangen, een vaag idee, een heldere toekomst, in het licht van, een beeld schetsen, ziet er uit als een plaatje, er op toezien, kortzichtig, fraai om te zien, tunnelvisie, onder de loep nemen, lichtpuntje zien, uitzichtloos, hoog aanzien.

Wanneer ik je een aantrekkelijk voorstel zou tonen, wil je dan bekijken of het is wat je voor ogen hebt?

Auditieve predicaten: praten in geluid

Aankondigen, articuleren, bekendmaken, bellen, bespreken, bespreking, bulderen, communiceren, converseren, discussiëren, dissonantie, echo, formuleren, gehoorafstand, gejank, geluid, geratel, gesprek, gieren, gillen, harmonie, hoorbaar, horen, informeren, instemmen, knarsen, lawaai, luid, luidruchtig, luisteren, mondeling, monotoon, noemen, opmerken, opmerking, praten, rapporteren, ritme, roddelen, rumoer, schel, schreeuw, schreeuwen, sprakeloos, spreken, stem, stilte, sussen, toon, uitroepen, uitspreken, verklaren, verkondigen, vermelden, vertellen, vocaal, vraag, zeggen.

Afstemmen op, bij wijze van spreken, binnen gehoorsafstand, dat doet een belletje rinkelen, de waarheid vertellen, een kletskous zijn, een mening uiten, het ene oor in en het andere uit, het hoogste woord voeren, iemand aanhoren, iemand de mond snoeren, iemands hulp inroepen, iets doorpraten, iets verwoorden, in harmonie zijn, je mond houden, je oor te luisteren leggen, kletspraat verkopen, luidkeels roepen, nooit van gehoord, uitgesproken, klinkt goed, ik kan het niet meer horen, je zou ook eens naar een ander kunnen luisteren, mijn stem heb je, daar kan ik mee instemmen, ik was onverstaanbaar, Oost-Indisch doof, hij is een goed klankbord, klinkt als een klok, de waarheid zeggen, gehoor geven aan, bij wijze van spreken, laat eens wat horen, schreeuwende kleuren.

Wanneer ik je zou vertellen wat mijn voorstel is, zou je willen luisteren of je er oren naar hebt?

Kinesthetische predicaten: praten in gevoelens

Aandrang, aanraken, aanvoelen, absorberen, beroeren, beweging, druk, drukte, eelt (op ziel), energie, flexibel, fundering, gebonden aan, geslagen, gestructureerd, gevoelig, gloed, grijpen, in de war, intuïtie, lauwwarm, leeghoofdig, nadruk, ongemakkelijk, ontspannen, onverdraaglijk, paniekerig, richting, rilling, ruw, schok, spanning, steun, stevig, stortvloed, stress, stromen, temperatuur, trillen, vastklampen, verdoofd, voelen, warm, zacht, zeer.

Alle uitdrukkingen met lichaamsdelen.

De bovenhand krijgen, de fantasie prikkelen, de kaarten op tafel leggen, de touwtjes in handen hebben, een doortastend persoon, greep krijgen op, hand in hand, het in je vingertoppen voelen, iemand de rug toekeren, iemand voor de voeten lopen, iets doorgeven, iets laten bezinken, iets vasthouden, in aanraking komen met, in contact blijven met, in een handomdraai, op het rechte pad blijven, op je tanden bijten, op je tenen lopen, stap voor stap, vastklampen aan, vlijmscherp, in de hand houden, ik voel me op mijn gemak, grip op de zaak, zijn gevoelige snaar, binnen handbereik, kippenvel krijg ik daarvan, de sensatie hangt in de lucht, ik ben in de vorm van mijn leven, er op staan, hartverwarmend, links laten liggen.

Wanneer ik je een concreet voorstel zou doen, zou je willen ervaren of het goed voelt?

Olfactoire predicaten: praten in geur en reuk

Aroma, boeket, dampen, doordringende geur, essentie (basisgeur), mest, muf, rot, stank, stinken, stoffig, vochtig, zoetig (geur), zweet.

Gustatoire predicaten: praten in smaken

Bitter, delicieus, flauw, kruidig, pikant, pittig, scherp, smaakvol, verbrand, verschraald, zoet, zuur, kauwen, proeven.

Auditief digitale predicaten (ook wel aspecifiek): praten in gedachten, denken

Activeren, adviseren, analyseren, anticiperen, begrijpen, beseffen, beslissen, besluiten, bewust, bewustzijn, creëren, demonstreren, denken, ervaring, functioneren, herhalen, idee, indicatie, kennen, kiezen, kunnen, leren, logisch, maken, managen, mening, merken, motiveren, onderzoeken, ontwikkelen, opmerken, organiseren, overwegen, plannen, predicaten, realiseren, verstand, verwerken, vragen, voorbereiden, waarnemen, waarschuwen, weten, zijn.

Alert zijn, bewust zijn, een ervaring integreren, het eens zijn over, het juiste idee hebben, je best doen, zich vergissen.

Wanneer ik je een advies geef, zou je het kunnen overwegen?

Oefening herkennen van predicaten

Lees onderstaande uitspraken/woorden/predicaten en bepaal of deze duiden op V, A, K, O, G of Ad:

  • Er wordt gefluisterd
  • Licht op de zaak laten schijnen
  • Aansprekend
  • Ik begrijp, dat
  • Ergens tegenaan lopen
  • Tegen de achtergrond bezien van :
  • Schitterend voorgesteld
  • Een uitgesproken tegenstander
  • Een handvat geven
  • De bal terugkaatsen
  • Ik vraag me af
  • Oost-Indisch doof
  • Ik denk dat
  • Oogkleppen op hebben
  • Vastlopen
  • Weerklank vinden
  • Andere invalshoek kiezen
  • Op je tenen lopen
  • Dat is tekenend
  • Een voorstel bespreken
  • Ik evalueer graag
  • Nog afgezien van
  • Verstijfd van schrik
  • Ik ben me ervan bewust
  • Tegen dovemansoren zeggen
Posted by Rutger in NLP handleiding

Waarnemen en kalibreren

Hoe vaak komt de letter ‘F’ voor in de volgende tekst:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Wat staat hier:

Vlgones een sduite aan een elgnese unvirestiet mkaat het neit uit in wlke vlgrodoe de lttrees in een wrood satan, het eigne dat blagnrijek is, is dat de ersete en de ltaatse ltteer op de gdoee palats satan. De rset kann ttaaol oiznn zjin maar tcoh kun je het geod leezn. Dit kmot dradoot we neit ltteer voor ltteer arpat lzeen maar wodoren in zjin gheeel.

Kan je dit lezen:

D323 M3D3D3L1NG L44T J3 213N T0T W3LK3 GR0T3 PR35T4T135 0N23 H3R53N5N 1N 5T44T 21JN. 1N H3T 83G1N W45 H3T 23K3R N0G M031L1JK D323 T3K5T T3 L323N, M44R NU K4N J3 H3T W44R5CH1JNL1JK 4L W4T 5N3LL3R L323N 20ND3R J3 3CHT 1N T3 5P4NN3N. D4T K0MT D00R H3T 3N0RM3 L33RV3RM0G3N V4N 0N23 H3R53N5. KN4P H3? D323 M3D3D3L1NG M4G J3 K0P13R3N 3N V3RD3R V3R5PR31D3N.

Onze waarneming

Hoeveel vaak komt de ‘f’ voor volgens jouw telling? De meeste mensen tellen er 16 of 17. Maar het zijn er meer:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Het zijn er 23! Vooral het woordje ‘OF’ wordt vaak gemist. Er zit dus iets raars in ons waarnemen. Zelfs wanneer we ons concentreren, zien we niet alles…

En wanneer je het 2e stukje las als ‘Volgens een studie aan een Engelse universiteit…’, dan was je niet aan het waarnemen, maar dan was je de letters die er staan aan het vervormen tot woorden zoals je ze kent. Je leest dan iets wat er feitelijk niet staat. Wanneer dat stukje in een taal was geschreven die je niet kende, dan had je wel letterlijk de letters uitgesproken zoals ze er stonden. We verbinden onze waarneming aan wat we in het verleden hebben geleerd. We zien iets en proberen het onbewust te duiden. We zien niet wat er staat, we zien wat we kennen.

Het derde stukje laat je zien hoe snel dit proces gaat, hoe flexibel je hersenen zijn om snel te leren en uit het feitelijke waarnemen naar betekenis gaan.

Belangrijk NLP uitgangspunt: Ons sterkste instinct is niet de ‘will to survive’ maar onze drang om dingen vertrouwd te maken (‘will to make things familiar’).

Het zintuigensysteem

Wij nemen de wereld feitelijk waar door gebruik te maken van onze 5 zintuigen:

  • Ogen kijken (Visueel)

    Zintuigensysteem en waarnemen

    Zintuigensysteem en waarnemen

  • Oren luisteren (Auditief)
  • Lichaam voelt (Kinestetisch)
  • Neus ruikt (Olfactoir)
  • Mond proeft (Gustatoir)

Voor het gemak worden deze zintuiglijke systemen in NLP veelal afgekort tot: V A K O/G.

Omdat we naast waarnemen ook denken (tegen ons zelf praten) wordt er verschil gemaakt tussen Auditief tonaal (At: luisteren met je oren) en Auditief digitaal (Ad: tegen je zelf praten).

Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen de verschillende manieren waarop je kan voelen (Kinestetisch):

  • Tactiel: voelen aan de buitenkant; waarnemen buiten jezelf
  • Proprioceptief: voelen aan de binnenkant; waarnemen binnen jezelf
  • META: waarde bepalende gevoelens en emoties

NLP stelt dat ieder mens een bepaalde voorkeur heeft bij de inzet van de zintuigen (V-A-K-O-G-Ad). Sommige zintuigen zijn beter ontwikkeld dan de andere. Dat is per mens verschillend, en aangezien zintuigen te trainen zijn, is het geen vastgesteld gegeven, en kan het per situatie verschillen.

Het primaire voorkeurssysteem van waarnemen (V A K O/G Ad) herkennen bij een ander is handig om beter contact te maken. Je kan het primaire voorkeursysteem bij een ander herkennen door:

  • Te luisteren naar de woorden die de ander gebruikt (predicaten)
  • Te kijken naar de lichaamshouding (fysiologie)
  • Te kijken naar de oogpatronen

Dit worden ook wel de accessing cues (toegangsignalen en –aanwijzingen) genoemd.

VAKOGAd overzicht

V – Visueel, zien

A – Auditief, horen

At – Auditief tonaal, luisteren

Ad – Auditief digitaal, praten tegen jezelf, ‘denken’

K – Kinestetisch, voelen

Kt – Kinestetisch tactiel, voelen aan de buitenkant

Kp – Kinestetisch proprioceptief, voelen aan de binnenkant

Km – Kinestetisch meta, waarde bepalend of emotie

O – Olfactior, ruiken

G – Gustatoir, proeven

Lead system (zoeksysteem)

NLP stelt dat iedereen een zintuiglijk weergavesysteem heeft waarmee iemand zich richt op een innerlijke ervaring, of een herinnerde ervaring opzoekt.

Als voorbeeld:

Zoek naar een ervaring waarin je zeker was van jezelf. Qua volgordelijke stappen kan je eerst een beeld ZIEN (visuele “lead”) van die ervaring, om je vervolgens te herinneren welke gevoelens horen bij dat moment van zekerheid (kinestetische weergave).

Dit lead system is met de oogpatronen goed te herkennen.

Synesthesie

Synesthesie is een proces waarbij de weergave in het ene zintuigensysteem direct een ervaring oproept in een ander zintuigensysteem. Beide systemen overlappen elkaar. Bijvoorbeeld wanneer je het geluid hoort van een krijtje over een schoolbord en direct de rillingen over je rug voelt lopen.

BMIR’s – Behavioral Manifestations of Internal Representation

BMIR’s zijn (minimale) non-verbale en verbale toegangssignalen die in verbinding staan met onze zintuigen, de VAKOGAd. Door te letten op BMIR’s kan je beter afleiden wat er bij de ander gebeurt. Het is daarbij belangrijk in de gaten te houden dat ieder mens uniek is; niemand heeft gelijke BMIR’s. Voordat je dus betekenis mag en kan geven aan de BMIR’s die je waarneemt moet je onderzoeken wat een BMIR specifiek bij iemand betekent (dat proces van afstemmen heet kalibreren).

In een gesprek letten op veranderingen in fysiologie en stem (kijken en luisteren) geeft je inzicht in het interne proces bij de ander. Je wellicht niet zien WAT er gebeurt, maar wel DAT er wat gebeurt.

Visuele BMIR’s – wat je kan zien veranderen

  • Spierspanning in het gezicht
  • Vochtigheid van de huid
  • Kleur(verandering) van het gelaat
  • Onderlip (grootte en kleur)
  • Oogbewegingen
  • Grootte van de pupil
  • Schuine stand van het hoofd
  • Ademhaling: plaats, snelheid, diepte
  • Houding
  • Hoek van de ruggengraat (hoofd, nek, schouders)
  • Arm -, hand- en vingergebaren
  • Verdeling van gewicht
  • Gezichtsuitdrukking, wenkbrauwen, kaken, mond

Auditieve BMIR’s – wat je kan horen veranderen

  • Toon
  • Tempo
  • Plaats
  • Hoogte
  • Volume
  • Ritme
  • Pauzes
  • Predicaten
  • Warmte
  • Intonatie en intonatiepatronen

Kalibreren

Wanneer je iets ziet of hoort bij iemand, en je wilt ontdekken wat dat betekent, dan noemt NLP dat proces van onderzoeken en afstemmen ‘kalibreren’. Wanneer je niet kalibreert, en BMIR’s een betekenis geeft ‘omdat dat meestal zo is’, dan ben je aan het gedachtelezen, of mindreaden. Omdat iedereen unieke BMIR’s heeft, is het proces van kalibreren erg belangrijk om feitelijk te blijven bij wat er gebeurt bij de ander in plaats van niet verder te komen dan wat jij denkt dat er gebeurt bij de ander.

Kalibreren is het ontdekken van toegangsignalen. In de basis is het een vermogen (vaardigheid) om verschillen te kunnen zien en/of horen. Om onderscheid te kunnen maken is het noodzakelijk tenminste 2 zijnstoestanden waar te nemen.

  • Een enkel signaal is een voorval zonder betekenis
  • 2 dezelfde signalen is toeval
  • 3 dezelfde signalen is een patroon (kalibratie)

Oefening waarnemen of gedachtelezen

Ga bij de volgende uitspraken voor jezelf na of het iets is wat je feitelijk ziet, of dat een een mening/waardeoordeel is:

  • Je ziet hem opgelucht adem halen.
  • Je kon zien dat ze niet tevreden was.
  • Ze stond ontspannen te presenteren.
  • Als hij praat beweegt hij met zijn handen.
  • Hij fronste terwijl hij naar beneden keek.
  • Hij fronste zijn wenkbrauwen om te laten zien dat hij twijfelde aan haar woorden.
  • Ze keek schichtig om zich heen.
  • Zijn stem trilde en klonk nerveus.
  • Terwijl hij praatte bewoog zijn hoofd.
  • Hij bloosde van schaamte.
  • Hij vind mij niet aardig want hij kijkt telkens weg als ik hem aankijk.
  • Hij schudde zijn hoofd dus was het er niet mee eens.
  • Zij knikte want ze is het er mee eens.
  • De Italiaan was erg tevreden; hij maakte een rondje met duim en wijsvinger: perfect!
  • De ene Griek vond het goed, hij zei “Ohkee.”. De andere niet, hij zei “Nee.”.
  • Zij gaat het doen, ze zei “Ja, ik doe het wel.”.
  • De Pakistaan schudde zijn hoofd, dus bedoelde nee.
  • De Arabier gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De Japanner gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De flipover heeft witte bladen van papier.

Klik hier voor een antwoordindicatie.

Dus:

WAARNEMING -> Betekenis geven -> MINDREAD

Feitelijk en objectief -> Betekenis geven -> Jouw werkelijkheid en subjectief

Werkelijkheid -> Betekenis geven -> Waardeoordeel en overtuiging

Accessing cues – toegangsignalen en -aanwijzingen

Overzicht BMIR’s (generaliserende mindreads)

Visueel Auditief (At en Ad) Kinestetisch (K en O/G)
Ademhaling Hoog, snel, onregelmatig Middenrif Diepe buikademhaling, langzamer
Gezichtsuitdrukking Ogen dichtknijpen Gefronste wenkbrauwen Ontspannen spieren
Stem Hoge neusklanken Stiltes, afgemeten, nadrukkelijk Laag, vanuit de adem
Tempo Snel, opgewonden Ritmisch Langzamer
Houding Rechte rug, kin omhoog Hoofd naar rechts beneden gebogen Hoofd naar links beneden, rug iets in elkaar gezakt
Gebaren Naar boven wijzen, in de ogen wrijven Kin in hand, rond oren wijzen Handen op de buik leggen, denkbeeldige handelingen uitvoeren

Eye accessing cues (oogpatronen)

In het diagram hieronder kan je de oogpatronen van iemand afleiden. Het is zo getekend alsof dit het gezicht is van iemand die jou aankijkt. De oogpatronen hieronder gelden voor de meeste rechtshandige mensen (standaard georganiseerd mens).

LET OP: KALIBREREN IS BELANGRIJK!

Eye accessing cues (oogpatronen)

Eye accessing cues (oogpatronen)

De ogen kunnen ook recht vooruit staan, uit focus (down-time; intern gericht), al dan niet met vergrote pupillen. Dat duidt op snelle toegang naar (directe) zintuiglijke informatie, voornamelijk visueel.

  • VC: visueel geconstrueerde beelden (ogen op recht); vaag, flitsend, duidelijk verbeelden, heldere toekomst
  • VR: visueel herinnerde beelden (omhoog verlaten ogen); fotografisch geheugen, totale herinnering, toekomstvisie, schitterend perspectief, opnieuw bekijken, kleurrijk geheugen.
  • ACt: Auditief geconstrueerde geluiden of woorden, tonaal (ogen horizontaal en aan het recht); repeteren, woorden zeggen.
  • ARt: Auditieve herinnerde geluiden of woorden (ogen horizontaal en aan de linkerzijde); woorden herhalen die gehoord zijn.
  • K: Kinestetische sensaties en gevoel (intern en extern, ook reuk en smaak, ogen onderaan recht); voelen, aanraken, warm, soepele tred, kietelen.
  • AD: Auditieve geluiden of woorden (ogen onderaan de linkerzijde); interne dialoog, praten tegen jezelf, “aha”

Vragen stellen om oogpatronen te kalibreren

VR

  • Welke kleur heeft je favoriete boek?
  • Welke kleur heeft het huis van de buren?
  • Is er een ronde tafel in je huis?

VC

  • Hoe ziet een zebra eruit met paars/oranje haar?
  • Hoe ziet een mier eruit met roze sokjes aan?
  • Wat ga je morgen doen?

AR

  • Hoe klinkt je favoriete instrument?
  • Hoe klinkt volledige rust en stilte?
  • Wat klinkt harder: jouw deurbel of een claxon?

AC

  • Hoe klinkt een piepende muis in een windtunnel?
  • Hoe zou een dweilorkest klinken op Mars?
  • Hoe klinkt mijn stem, als ik zou praten zoals Mickey Mouse?

AD

  • Hoe doe jij de dingen ‘s ochtends?
  • Wat zeg je tegen jezelf als je thuiskomt?
  • Hoe poets jij je tanden?

K

  • Hoe voelt het als je in de zon ligt?
  • Hoe voelt je rechtervoet aan als die slaapt?
  • Welke sok zit beter, die van je rechter- of van je linkervoet?

Bij onduidelijke oogpatronen kan je meer gedetailleerde vragen stellen. Vooral vragen met een vergelijking of contrast: Welke … is (vergelijking), … of …? Bijvoorbeeld Welke kleur is donkerder, bastogne- of ontbijtkoek?

Oefening Vragen om oogpatronen te kalibreren

Geef aan of de onderstaande vragen Vc, Vr, Ac, Ar, K (O,G) of Ad zijn

  • Hoe zou je huis er uit zien met roze verf?
  • Welke kleur had het haar van je moeder, toen je haar voor het laatst zag?
  • Ben jij je bewust van deze vraag?
  • Hoe gaat de melodie van je favoriete lied?
  • En hoe zou je favoriete lied klinken met kerstklokken op de achtergrond?
  • Hoe voelen smeltende sneeuwballen in je hand?
  • Wat zeg je nu tegen jezelf?
  • Hoeveel ramen heeft je huis?
  • Hoe klinkt een muntje dat op straat valt?
  • Hoe klinkt een grote sneeuwbui die in zee valt?
  • Hoe zou jij er uit zien met haar van goud?
  • Heb je voor meer ramen dan achter?
  • Wat zou beter zijn: je huis paars met witte stippen, of met rode strepen?
  • Welke kleur heeft je voordeur?
  • Wat zeg jij tegen jezelf net voordat je de fiets neemt?
  • Heb je een ronde spiegel in huis?
  • Hoe klinkt de zee?
  • Hoe zag vorig jaar de leukste kerstkaart er uit?
  • Hoe klinkt Donald Duck nadat hij een ballon met helium heeft ingeademd?
  • Hoe zal het voelen om op de maan te dansen?
  • Hoe smaakt je favoriete eten?
  • Hoe ziet de kaft van je favoritete boek er uit?
  • Hoe klinkt een krijtje op een schoolbord?
  • Hoe smaakt een grote hap watten?
  • Wat zeg jij tegen jezelf wanneer je een complimentje krijgt?
  • Wat zeg je tegen jezelf wanneer je voor de koelkast staat?
  • Wat vindt je van deze vragen?
  • Realiseer jij je wat hier nu gebeurd?
  • Hoe zie jij er uit als een teletubbie?
  • Hoe zou je kamer er uit zien wanneer deze blauw was?
  • Welke kleur had de kamer waar je bent opgegroeid?
  • Wat was het laatste wat ik gezegd heb?
  • Hoe voelt het wanneer je in een plas stampt?

Speciale oogwaarnemingen

  • Je kan aan de ogen zien of iemand ‘naar binnen gekeerd is’. Dat is het moment om ruimte voor nadenken te geven, of suggesties te geven (korte trance-staat).
  • Je kan aan de ogen zien waar iemand naartoe kijkt (richting) wanneer deze zich iets voorstelt: ver weg, dichtbij, hoog, laag etc.
  • TransDerivational Search (TDS): verwilderde oogpatronen, geeft aan dat iemand informatie zoekt, in verwarring is, en/of probeert betekenis te geven. Checken of na de TDS de informatie is gevonden, dan wel betekenis is gegeven kan handig zijn. Wederom een goed moment voor suggesties (korte trance-staat). Merk wat er gebeurt:
    • Je doet het weer, of niet soms…?
    • Misschien denk je aan de gedachten die je gisteren had…?
    • De vele kleuren die fruit kan hebben…
    • Er zijn leuke momenten geweest, nietwaar…?
    • Je bent nog iets vergeten, nietwaar…?
    • Wat is het dat je nu niet kan herinneren…?
    • Jij kan je beseffen dat je nu met een glimlach is altijd leuk…
    • Rijk zijn is een staat zijn zegt het woordenboek…
Posted by Rutger in NLP handleiding

Neuro-Linguïstisch Programmeren (NLP) leren

Neuro-Linguïstisch Programmeren (NLP) is een vaardigheid, die je op verschillende niveau’s kan leren. NLP leren past binnen persoonlijke ontwikkeling, doordat je een methode leert om te leren, te reflecteren, en doelgericht te veranderen. Telkens weer is er meer, mocht je dat willen. Hieronder beschrijf ik een soort stappenplan dat je kan gebruiken om kennis te maken met NLP, om vervolgens als het je bevalt een volgende stap te nemen om je vaardigheid te verbeteren.

  1. Verdiep je op globaal niveau in NLP. Vraag eens aan collega’s die een NLP opleiding hebben gevolgd wat het hun (professioneel en persoonlijk) heeft opgeleverd. Of ze het je zouden aanraden, en waarom dan. Kijk eens rond in je vriendenkring, wie heeft NLP gedaan en kan je meer vertellen? Zoek eens op internet naar aanbieders van opleidingen, en lees eens wat zij te vertellen hebben. Valt het je daarbij op dat iedereen een eigen verhaal heeft? Wat zijn de verschillen? Wat zijn de overeenkomsten? Kan jij je een globaal idee vormen van wat NLP biedt? Herken je de lijn in de verhalen van iets willen bereiken of iets bereikt hebben?
  2. Vraag jezelf eens af, wat jij zou willen bereiken? En als je tevreden bent, vraag je dan af wat er mogelijk zou kunnen zijn wanneer je iets meer van jezelf vraagt, de lat iets hoger zou leggen. Wanneer je daar een idee van hebt, of een globaal gevoel bij hebt dat er iets is, dan is het tijd om eens met dat idee als casus iets meer van NLP te proeven. Koop een boek! Een algemeen introductieboek in NLP is prima; wel een echt boek graag, niet een ‘gratis te downloaden handleiding NLP’ die bedoelt is voor marketing van een instituut. Een algemeen boek over NLP, zoals “NLP voor dummies” van Romilla Ready, “Je ongekende vermogens” van Anthony Robbins, of een ander NLP boek dat je eenvoudig kan vinden door bij Bol.com te zoeken op NLP (misschien tref je wel een boek aan dat meer in lijn ligt met je casus). Probeer geduld op te brengen terwijl je wacht op de bezorging, en wanneer je het binnen hebt dan bekijk je het boek eerst globaal met je de achterhoofd je casus, blader het een paar keer door en probeer wat casus-gerelateerde vragen te formuleren. Vervolgens lees je het boek door met telkens in je achterhoofd die casus. Hoe kan hetgeen daar geschreven in bijdragen aan jouw doel? Op die manier maak je het interactiever, en pak je de krenten uit de pap.
  3. Op zich ben je nu klaar met het leren van NLP. Bijvoorbeeld als je het boek “Je ongekende vermogens” van Anthony Robbins leest, leert en kent, dan is er eigenlijk niets meer dat je kan LEREN over NLP. Alle informatie en kennis die in een NLP Practitioner of een NLP Master Practitioner terugkomt staat in dit boek. Wat een opleiding of training nog toevoegt is de stap van KENNEN naar KUNNEN. Sommige dingen zijn vrij eenvoudig, zoals het SMART model, andere dingen spreken minder in woorden en kan je beter ervaren om het belang te voelen. Wil je meer, en overweeg je een training dan is een belangrijke stap om de juiste opleider te vinden. De juiste opleider voor jou. Om de juiste opleider voor jou te kunnen kiezen is het van belang om te weten wat de verschillen zijn tussen de opleidingen, zodat je kan bepalen of deze verschillen belangrijk zijn voor jou of niet. Maak eerst een lijst (Google op NLP Practitioner) met 20 opleiders. Ga naar de website, of bel eventueel, en let op de volgende zaken wanneer je een opleider kiest:
    1. Is er een kennismakingsavond of introductiecursus zodat je kan ‘voelen’ in hoeverre de trainer bij jou past, voordat je een grote stap als een NLP Practitioner doet? Sommige opleiders kiezen liever voor een één-op-één intakegesprek, maar dan mis je het gevoel van hoe de trainer is in een groep.
    2. Is de opleiding meer gericht op het actief ondergaan van de technieken teneinde persoonlijke groei te tijdens de opleiding te krijgen, of meer gericht op het leren toepassen van de technieken bij jezelf of anderen?
    3. Is de NLP Practitioner opleiding ook een NLP coach opleiding, of is de NLP coach een aparte opleiding?
    4. Alhoewel het niet een kleuterschool is die je uitzoekt, waarbij reistijd een belangrijke factor is, is het toch handig om  na te gaan hoe belangrijk het voor je is wat de locatie van de training is. Misschien heb je een voorkeur voor echte afzondering en een hotel, misschien wil je dichtbij en snel thuis. Let op dat het best heftige dagen zijn, dus dat je behoorlijk moe kan zijn aan het einde van een opleidingsdag.
    5. Is de opleiding gericht op een bepaalde context of doelgroep? NLP kan je op techniek niveau geven, waarbij er op een voorschrijvende manier wordt gedoceerd hoe je moet handelen, of op een hoger niveau waarbij het effect van de ideeën centraal staat. NLP kan gericht zijn op sportprestaties, op professionele prestaties, op gelukkig zijn, of is de opleiding gericht op het hogere, gericht op effecten. Het voordeel van een context-gebonden opleiding is dat deze een sterker leerrendement kan hebben, het nadeel is dat je daarna zelfstandig de transitie naar globale effecten, een verbreding in het denken naar algemeen proces moet maken. Voorbeeld: wanneer je een NLP opleiding doet die gericht is op sportprestaties, dan leer je hoe je NLP kan inzetten voor het behalen van de beste sportprestaties. Maar NLP is meer. NLP is ook andere contexten, afhankelijk van welk doel jij hebt. Met enkel deze opleiding gericht op sportprestaties leer je niet hoe je met NLP zo lui mogelijk kan zijn, bijvoorbeeld tijdens een vakantie. Mijn advies zou zijn om een opleider te kiezen die niet-normatief is, die niet voorschrijft. Een voordeel van deze manier van opleiden is namelijk dat je tijdens de opleiding ook gelijk leert hoe je context-gebonden NLP inzet, en dat je daar veel profijt van hebt.
    6. Hoe lang duurt de opleiding? De duur van NLP Practitioner opleidingen varieert. Korte trajecten van 7 dagen, lange trajecten van wel 22 dagen, en allerlei smaken daar tussenin. Het verschil in dagen komt terug in de diepte en de breedte. Trajecten van 7-11 dagen zijn vaak context-gebonden, gericht op snelle stappen en qua inhoud mager. Trajecten van 12-17 dagen hebben meestal een focus op de vaardigheid, en zijn algemener van opzet. Langere trajecten van 18-22 dagen zijn vaak gericht op vaardigheid en theorie. Wanneer je meer een denker bent die theorie en uitleg wilt, die wil snappen, dan kan je het beste voor een lange Practitioner kiezen, ben je meer een voeler of een doener dan kan je beter een traject van 12-17 dagen kiezen.
    7. Is er een kennistoets achteraf? Als je een denker bent dan kan het zijn dat dit je voorkeur heeft. Het feit dat er een kennistoets is betekent dat de opleider kennis belangrijk vindt, dus de kans is groot dat dat jij als denker beter tot je recht komt bij deze opleider.
    8. Is er een vaardigheidstoets achteraf? Of je nu een denker, doener of voeler bent, je doet de opleiding om vaardigheid te krijgen. Misschien dat er geen expliciete toets is, maar door deze vraag te stellen kan je wel inzicht krijgen in hoe belangrijk  het verwerven van vaardigheid is voor de opleider. Wanneer het enkel een aanwezigheidscertificaat zou zijn, dan neemt de opleider geen verantwoordelijkheid voor jouw leertraject, en is deze ongeschikt.
    9. Hoe is het traject zelf georganiseerd? Hoe zien de opleidingsdagen er uit? Hoe is de groepsgrootte? Welke investering (tijd en geld) wordt gevraagd? Praktische zaken. Let daarbij ook op de planning van de dagen, en de duur van de blokken.
      1. Alles wat boven de 6 uur netto (8 uur bruto) opleiding per dag  wordt gegeven raak je kwijt.
      2. Als er blokken zijn langer dan 2 dagen, dan stroom je over, en ben je het binnen een week weer kwijt (NLP Practitioners van 7 dagen aanéén zijn zonde geld!).
      3. Het is erg prettig als er tussen de blokken een stuk ruimte zit waarin je met de nieuw opgedane stof aan de slag kan in de praktijk, en dat je in het volgende blok daarop kan reflecteren (leertransfer).
      4. Het is erg prettig wanneer je na de opleidingsdagen een dag hebt om tot jezelf te komen, bijvoorbeeld een weekenddag of een vrije dag.
    10. Natuurlijk zijn er nog vele aspecten die meespelen die hier niet genoemd zijn. Zo zijn er opleiders die je aanbieden om het traject meerdere malen te volgen (en dat is een pré!) of om dagen te switchen of in te halen. Voel je vrij om deze aspecten mee te nemen, en te laten prevaleren! Wanneer jij je keuze hebt gemaakt, dan heb jij je keuze gemaakt.
  4. Nu je een overzicht hebt van opleiders en karakteristieken, kies er drie tot vijf (onthou dat aantal, dat gaat vaker terugkomen in je NLP opleiding) om daadwerkelijk kennis te maken. Ga naar een open dag of avond, bel ze op, stalk ze. Krijg gevoel bij de opleider, en stel zeker dat deze opleider ook daadwerkelijk jouw opleider gaat worden. Laat ze werken om jou te overtuigen. Leuke vragen waarmee je ze in het zweet kan krijgen:
    1. Er zijn verschillende stromingen in NLP heb ik ergens gelezen. Wat zijn de voordelen van deze stroming? En wat zijn de nadelen?
    2. Wat kan ik concreet na de NLP Practitioner? Wat heb ik er aan?
    3. Wat is NLP in 30 seconden samengevat? (McKinzie test: je snapt het pas wanneer je het in 30 seconden kan uitleggen).
  5. Na het bezoeken van de drie tot vijf opleiders, neem je even tijd voor jezelf. Laat je gevoel kristalliseren, en pas dan maak jij je keuze, waarbij je de optie NIET doen ook meeneemt.
  6. Doe eventueel de opleiding.
  7. Vervolgens ga je vanuit het huidige punt je kennis en vaardigheid versterken, verbreden en verdiepen
    • Je kan de NLP Master vervolgopleiding doen.
    • Je kan vervolgens een NLP Trainer opleiding doen. Mijn advies: doe dat bij één van de grote namen in NLP, een Tad James, Richard Bandler, John Grinder, Robert Dilts, etc. Zodat jij je kan verdiepen in zijn gedachten, zijn ideeën, zijn beeld. Modelleer hem, leer van zijn visie.
    • Lees boeken binnen de stroming die je hebt gevolgd voor verdieping van je begrip, kennis en vaardigheid.
    • Lees boeken buiten de stroming die je hebt gevolgd voor verbreding, nieuwe inzichten en een meer rijke niet-normatieve begripsvorming. Ontwikkel je eigen visie.
    • Lees boeken die ten grondslag liggen aan NLP, zoals boeken van Virginia Satir, Milton Erickson, Gregory Bates. Verdiep je in nieuwe grootheden.
    • Oefen, lees, blijf beoefenen! Pas het toe op nieuwe casus, blijf leren en veranderen.
    • Zoek mensen die gelijkgestemd zijn; zorg voor samen leren en ontwikkelen. Neem deel aan fora, schrijf zelf artikelen, coach regelmatig.
Posted by Rutger in NLP handleiding

Het invulvierkant (de scope van je doel verbeteren)

Het NLP invulvierkant is een eenvoudige manier om stil te staan bij wat je als doel hebt gesteld, en dan specifiek stil te staan bij wat het wel is, en wat het niet is. Het laat je de grenzen van je doel helder krijgen en vaststellen, of het kan als checklist gebruikt worden om na te gaan of de doelstelling voldoende afgebakend is, voor jezelf of in overleg met een opdrachtgever, projectmedewerker of projectleider. Of je nu een persoonlijk doel of een professioneel doel of een groot project hebt, met deze techniek kan je voor jezelf, en voor de creatieve projectmanager in een brainstormsessie of project kick-off meeting voor de projectgroep meer inzicht krijgen in je scope.

Eigenlijk is het heel simpel: in het midden zet jij je doel neer, en vervolgens gebruik je de zes ruimtes rondom om te bepalen wat het wel is (rechts), wat het niet is (links), in verschillende detailniveau’s (chunking levels). Bij elk van de zes vlakken staan drie vragen die in het beantwoorden de grenzen van het doel duidelijk maken, en het doel van vaag naar meer concreet transformeren. Wederom geldt: hoe lastiger de vraag te beantwoorden is, hoe meer profijt je kan hebben van deze techniek, aangezien je alleen makkelijk tot een antwoord op de vragen komt wanneer de grenzen helder zijn.

 

NLP invulvierkant

NLP invulvierkant om doelen te scopen

Posted by Rutger in NLP handleiding

Gebruik je evaluatie effectief om meer klanten te krijgen

Wanneer jij jezelf presenteert aan klanten, met een website of welke manier dan ook, wat is dan je doel? Wil je laten zien hoe goed je product of dienst wel niet is? Wil je ze overtuigen dat ze voor jouw product of dienst kiezen? Wat wil je bereiken? Als je effectief wilt zijn, dan zal je een doel moeten hebben. Sta daar eens bij stil, wat je nu precies wilt bereiken.

Waarschijnlijk wil je dat potentiële klanten op basis van de presentatie ook daadwerkelijk kiezen voor jouw product of dienst. Weet je, je bent zelf ook een potentiële klant. Ga eens na wanneer en hoe jij zelf op zoek gaat naar een product of dienst, vergelijkbaar met je eigen product of dienst, en waarom je kiest voor de één of de ander.

Waarschijnlijk zal je opmerken, of nu ik het aangeef bewust worden, dat je op zoek gaat vanuit de beleving die je zelf hebt, vanuit de verwachting die je zelf hebt bij een product of dienst. Je zoekt naar de dingen die in het product of de dienst belangrijk zijn voor jou. Je zoekt en beslist op basis van wat het jou te bieden heeft, op basis van jouw verwachting van wat het jou oplevert.

Ook jouw presentatie zal dus beter effect hebben wanneer jouw focus ligt op het presenteren van de zogenoemde WIIFM, de What-Is-It-For-Me, zodat de lezer/toehoorder van je presentatie de dingen kan vinden die belangrijk zijn voor hem/haar. Om de WIIFM van jouw product of dienst te vinden kan je de volgende drie stappen gebruiken om je product- of dienstbeschrijving te vertalen naar de ontvanger:

  • Ga na of bepaal welke klanten jouw potentiële klanten zijn
  • Op basis van stap 1: ontdek welke problemen deze potentiële klanten hebben
  • Op basis van de vorige stap: hoe bied jij welke oplossingen voor deze problemen
  • Bepaal welke voordelen en opbrengsten jouw product of dienst biedt –> deze voordelen en opbrengsten zijn de WIIFM voor jouw klanten, de uitkomsten van deze stap neem je op in je presentatie.

Gebruik je evaluatie om je WIIFM te verbeteren

Vaak wordt het beschrijven van de WIIFM als lastig ervaren. Jij weet allang hoe goed jouw product of dienst is, en dat maakt het lastig om je te verplaatsen in iemand die dat nog niet weet. Bovendien zal je met deze manier van bepalen wat goed is voor jouw klanten helemaal afhankelijk zijn van jouw eigen wereldbeeld, je eigen creativiteit, je eigen inzicht, je eigen ervaring. Dat kan er toe leiden dat je nog heel veel voordelen hebt met je product of dienst die je zelf niet zo herkent, en ook dat (doordat jij als specialist andere dingen ziet als de potentiële klant) een mismatch in jouw aanbieding en het verlangen van de klant, en tot slot kan deze manier van preframen (want dat is het natuurlijk) leiden tot verwachtingen die voor jou waar zijn, maar voor de potentiële klant tegenvallen (wat zorgt voor minder positieve ervaringen en referenties).

Een mooie manier om deze problemen te tackelen is het gebruiken van een evaluatie, waarin je vraagt naar de ervaring van de klant met jouw product of dienst. en dan niet in de trend van “Wat vind je er van”, maar twee gerichte vragen, die zowel de situatie beschrijft vooraf aan het besluit om tot aanschaf over te gaan (wat was het dat deze klant overtuigde voor jou te kiezen) als op welke manier deze klant het voordeel heeft ervaren. Daarmee krijg je zeer waardevolle informatie over hoe je eigen product of dienst door je potentiële klanten wordt ervaren, je ontdekt de verlangens van jouw potentiële klanten, je ontdekt meer voordelen, je ontdekt HOE deze voordelen bijdragen in de ervaring van je klanten, en door deze informatie te verwerken in je WIIFM zorg je voor matchende verwachtingen en uitkomsten.

Welke twee vragen kan je stellen om dit effect te bereiken:

  1. Wat is er nu anders?
  2. Hoe heb je dit bereikt?

Wanneer je een dienst als een training aanbiedt, dan zou je bijvoorbeeld jouw evaluatie van de training lekker kort kunnen houden met de volgende 5 vragen:

  1. Hoe heb je de training algemeen ervaren?
  2. Is je verwachting ten aanzien van deze training uitgekomen?
  3. Welke vraag had je vooraf, en is nu beantwoord? Of, wat is er nu anders?
  4. Hoe is deze vraag beantwoord, of hoe heb je dit resultaat behaald?
  5. Wat is er nog niet genoemd, wat je wel wilt meegeven?

 

Mijn uitnodiging aan jou is om deze (in elk geval twee) vragen gewoon eens drie keer te stellen aan jouw klanten, en te zien welke informatie je er mee krijgt, en te ontdekken hoeveel potentie deze manier van evalueren voor jou kan hebben.

 

Ik wens je veel (tevreden) klanten!

Posted by Rutger in NLP handleiding

NLP reframing

In de jaren ’60 heeft Aaron T. Beck cognitieve therapie ontwikkeld. Beck werkte met depressieve patiënten, en ontdekte dat deze patiënten last hadden van negatieve gedachten. Beck hielp zijn patiënten door de impact van negatieve gedachten in te zien, en leerde ze om hun mindset te veranderen om meer positief te denken. Beck heeft de term reframe geïntroduceerd binnen het kader van zijn onderzoek. Hij definieerde een cognitieve distortie als zijnde ‘overdreven en negatieve gedachten die niet worden ondersteund door een rationeel proces’, cognitieve herstructurering als zijnde ‘het therapeutische proces om een mindset van negatief naar positief te brengen’ en tot slot definieerde hij reframing (herkadering) als ‘elke generieke verandering in de mindset’ (dus bewust en onbewust, positief of negatief, elke gewaarwording die leidt tot een ander inzicht).

Vooral de termen herstructurering en herkadering worden vaak onbewust en onbedoeld door elkaar heen gebruikt, als ware het dat reframing/herkadering enkel het veranderen van een negatieve mindset naar een positievere mindset zou zijn, wat dus eigenlijk restructuring/herstructurering heet. Restructuring is een subset van Reframing, Restructuring is dat deel van Reframen dat bewust stuurt naar een positievere mindset, terwijl Reframing elke verandering in de mindset omvat.

De basis van NLP is de methode van modelleren, dus het vangen van gedrag in een overdraagbaar model. Dat betekent dat veel ‘hogere ideeën en concepten’, zoals reframen, onderdeel zijn van de basisvaardigheden van NLP, en voor de buitenstaander niet zozeer terug te vinden zijn in een algemeen model maar des te meer gedestilleerd kunnen worden uit de NLP technieken; uitgewerkte strategieën die stap voor stap als in een recept leiden tot een specifiek resultaat, die zowel inter- als intrapersoonlijk te gebruiken zijn.

Voor de leek gaat NLP enkel over positiviteit in mindsets, mede dank zij de diverse NLP succesgoeroes (NLP is pre-framed). Zo is er de NLP techniek constructief reframen van Robert Dilts die herstructureren inherent in zich heeft: je plaatst het probleem in het kader van het resultaat, van de intentie of in het kader van een kans. Dit is de meest eenvoudige vorm van NLP reframen, zoals je die kan vinden in de NLP basisveronderstellingen en in de vijf voorwaarden van Excellentie.

En NLP maakt in het herstructureren onderscheid tussen een “Ja maar”, een “Ja en” en ook een “Ja ook als” frame. Een extra tint tussen negatief en positief. En NLP is niet normatief: NLP is situationeel, NLP wil effectief zijn in een specifieke context, positief denken in mogelijkheden is niet beter wanneer de mogelijkheden ongewenst zijn 🙂

Ook “Hoe doe je dat” behoort tot de scope van NLP reframing. Veelgebruikte en gedocumenteerde algemene strategieën als het gebruiken (en/of afwijken van) van een pre-frame (bepalen of afwijken van de spelregels), achteraf ‘framen’ ofwel spinning, het gebruiken van een contrastframe en/of geleidende schaalframe, een outcomeframe, een negatieframe, een evidenceframe, een as-if frame, een ecologieframe en een backtrackframe. “Hoe doe je dat” van NLP reframing omvat het hele proces van betekenis geven: 1) Initieel framen (initieel betekenis geven), 2) Reframen (betekenis veranderen) en 3) Deframen (betekenis verwijderen).

Een paar voorbeelden van NLP technieken die voorbij gaan aan het enkel herstructureren:

  • Nieuwe inzichten door rolwisseling in de 4 metaposities van John Grinder,
  • Nieuwe inzichten door de six-step-reframe (John Grinder en Richard bandler),
  • Ridiculisering als strategie voor problemen door Richard Bandler,
  • Onbewust afhandelen als strategie in New code van John Grinder.
Posted by Rutger in NLP handleiding

Plan je dag voor maximaal effect

Valeriaan

Valeriaan

In de 18e eeuw was de Valeriaan onderwerp van gesprek. Deze bloem opent in de ochtend, en sluit zich wanneer de zon weer onder gaat. De discussie ging er over of de bloem reageerde op de zon, of dat de bloem een soort interne klok heeft, die de bloem opent en sluit. Een simpel experiment, de bloem werd in een lichtdichte omgeving gezet en in de middag werd gekeken of de bloemen open waren (en ja, de bloem was open), toonde aan dat de bloem over een interne klok beschikt. En zo een interne klok, dat hebben wij ook. Een dagelijkse klok die natuurlijke en biologische responses geeft, afhankelijk van de tijd van de dag: een slaap-wakker ritme, maar ook ademhaling, lichaamstemperatuur, bloeddruk, er zijn inmiddels ruim 100 van deze dagelijkse ritmes in ons lijf ontdekt.

Wanneer je er een goede gewoonte van maakt om je dag te plannen (of wanneer je een dagprogramma ontwerpt voor een training, presentatie, heisessie, whatever), misschien doordat je time-management goeroe je vertelt dat dit handig is (Stephen Covey bijvoorbeeld, maar ook een David Allen) dan zijn er een paar zaken waar je rekening mee wilt houden. Je hebt een soort dagelijks ritme dat er voor zorgt dat je op bepaalde delen van een dag beter presteert op bepaalde vlakken en op andere delen van een dag weer op andere vlakken. Door hier rekening mee te houden in je planning kan je meer bereiken met minder moeite.

Effect 1: Lezen of leren?

Gedurende de dag is er geen verschil in je vaardigheid om informatie op te halen, te herinneren. Je hebt dus de hele dag dezelfde vaardigheid en mogelijkheid om informatie op te halen. ’s Ochtends of ’s avonds: je kan alle informatie even gemakkelijk ophalen.

Wel is er een groot verschil in het opslaan van informatie (het leereffect):

  • Wat je ’s ochtends leest (en opslaat), is sneller beschikbaar (minder herhaling nodig) en slechts kortdurend. Wat je leest kan je dus vrijwel direct inzetten, maar je leert het niet: een week later weet je het niet meer. Je zogenoemde korte-termijn geheugen werkt het best in de ochtend, en neemt gaandeweg de dag af. Er zijn nog twee oplevingen in je korte termijn geheugen: tijdens de lunch-dip (het uur nadat je gelunched hebt) en een uur na het avondeten. Taken die leeswerk omvatten, waar je gelijk mee aan de slag kan en die je niet hoeft te leren (enkel korte termijn onthouden), kan je dus het beste zo vroeg mogelijk plannen: je email verwerken, inlezen voor vergaderingen, het vergaderen zelf, het uitwerken van vergaderingen, standaardwerk, routine, makkelijke taken etc.
  • Wat je ’s avonds leest (en opslaat), is minder snel (direct) beschikbaar (meer herhaling nodig) en die extra moeite wordt beloond met een langdurig retentie-effect (langdurig onthouden). Je lange termijn geheugen heeft een beetje een ochtendhumeur en opstartproblemen, en verbetert zich gaandeweg de dag. Taken die echt lange termijn leren inhouden kan je dus het beste naar achteren schuiven: studeren, maar ook het oefenen van vaardigheden en persoonlijke ontwikkeling, alles waar je niet een kortdurend maar een langdurig effect wilt zien.
  • Uit wetenschappelijke experimenten met mensen die in ploegendiensten werken blijkt dat echt het daglichtritme is dat dit effect bepaald, en niet je slaapritme. Het zou dus gaan dus echt om ochtend/middag/avond en niet om je beleving van net-wakker/bijna-slapen. Er is onderzoek dat suggereert dat dit effect wordt veroorzaakt door (of correleert met) je lichaamstemperatuur die rond 05:00 uur op zijn laagst is, vervolgens langzaam stijgt naar een maximum (individueel bepaald, en voor de meeste mensen rond 16:00 uur) wat een patroon is dat niet wordt beïnvloed door korte termijn wijzigingen zoals ploegendiensten.

Kortom, wanneer je een dag plant dan plan je uitvoerende taken waar je informatie snel wilt bewerken en dan weer vergeten vroeg op de dag, en tactische en strategische taken waar je informatie wilt opdoen die langere tijd van belang is later op de dag.

Nog korter? Voer je taken uit in volgorde van LEZEN naar LEREN (voel het verschil).

 

Effect 2: Jouw optimale prestatie tijdstip

Er is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar prestaties in een dagritme. Bijvoorbeeld door Klein, die in 2001 en 2004 uitgebreide onderzoeken heeft gepubliceerd over verschillen in prestatie gedurende de dag. Hieronder enkele van de conclusies van hem en anderen, groepsgewijs:

  • Het blijkt dat rechtshandigen het best presteren (overall) in de ochtend, en linkshandigen juist het best presteren in de middag. Wanneer je rechtshandig bent plan je jouw belangrijkste taken dus in de ochtend, en ben je linkshandig dan plan je jouw belangrijkste taken het beste in de middag.
  • Jonge kinderen (op de basisschool) zijn het snelst afgeleid in de ochtend, terwijl oudere kinderen (voortgezet onderwijs) zich juist ’s ochtends beter kunnen concentreren.
  • Hoogbegaafden presteren in het algemeen het beste in de middag.
  • Kinderen met leesproblemen presteren beter (met lezen) in de middag.
  • Leesonderwijs in de middag leidt tot betere resultaten dan leesonderwijs in de ochtend. De crux hierbij is dat lezen een vaardigheid is die je over een langere periode leert, dus een vaardigheid is die het meeste baat heeft bij het lange-termijn geheugen.
  • Wiskunde onderwijs blijkt minder (maar toch enigszins) dagritme gerelateerd. De gedachte is dat een vaardigheid die meer gebaseerd is op inzicht het beste in de ochtend kan worden geoefend in detail (echt sommen maken), om in de middag de inzichten, ideeën en concepten te behandelen.

Maar ook de persoonlijke voorkeur speelt een grote rol: er is een grote deviatie binnen de groep. Iedereen heeft een individueel optimaal prestatietijdstip op een dag, en voor het beste resultaat volg je jouw eigen voorkeur.

  • Het individuele optimale prestatie tijdstip is bekend bij de proefpersoon, als onbewuste voorkeur. “Ben je een ochtendmens, middagmens of avondmens? Wanneer doe je deze taak het liefste?” zijn vragen die zijn gebruikt in sommige onderzoeken om het optimum te bepalen. In enkele onderzoeken is dit weer afgezet tegen een fysiek bewijsbaar bioritme, en beiden bleken te correleren. Het lijkt er dus op dat simpelweg het volgen van je persoonlijke voorkeur (de dingen doen wanneer jij er het meest zin in hebt) leidt tot betere resultaten.
  • Uit onderzoek is gebleken dat een goede voorspeller van het optimale prestatie tijdstip je lichaamstemperatuur is. Deze is het laagst rond 05:00 uur, en stijgt dan naar een maximum (dat wel 2 graden hoger kan liggen), om vervolgens weer te dalen. Bij sommige mensen ligt het tijdstip van de maximumtemperatuur om 11:00 uur, bij anderen pas om 20:00 uur. Gemiddeld is ligt het rond 16:00 uur.
  • In een situatie waar sprake is van een leider en volgers (een leersituatie met een docent en studenten, of een werkoverleg met manager en deelnemers, elke groepsgewijze aanpak) dan wordt de beste (groeps-)prestatie gehaald indien het ritme van de leider wordt gevolgd. Dus wanneer de studenten of deelnemers het ritme van de docent of de manager volgen.
  • Aansluiten bij het individuele voorkeurdagritme is niet gerommel in de marge, het heeft een groot effect: proefpersonen scoorden 6 IQ punten hoger op een IQ test indien deze werd afgenomen tijdens het individuele optimale tijdstip. Ook heeft iedereen er belang bij: 98% van de leerlingen in een onderzoek van Virostko haalden betere resultaten nadat de te leren stof werd aangeboden op hun individuele optimale tijdstip.

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

NLP Metaprogramma’s

Metaprogramma’s geven informatie over hoe we onze aandacht richten, hoe we met onze wereld omgaan, hoe we waarnemen en hoe we met informatie filteren. Metaprogramma’s behoren tot de onbewuste filters (zie NLP communicatiemodel), en bevinden zich in de neurologische niveau’s van Dilts tussen IDENTITEIT en WAARDEN, en zijn dus rol- en context-gebonden. Metaprogramma’s liggen niet vast, en kunnen veranderen.

  • Vaste patronen in waarnemen, denken en voelen die we laten zien in ons (non-) verbaal gedrag.
  • Vaste patronen die ons in vergelijkbare situaties steeds hetzelfde laten reageren.
  • Onbewust, stress- en contextgebonden.
  • Metaprogramma’s zijn niet zwart-wit, maar grijstinten (verdeling en indeling op een schaal)
  • Aansluiten bij metaprogramma verfijnt rapport.
  • Diversiteit van metaprogramma’s binnen een team verhoogt teamprestatie.
  • Kennen van de metaprogramma’s (met name de originele Jung-typologie) levert een schat aan informatie op bij het begrijpen van jezelf en anderen, het in kaart brengen van problemen en doelen bij coaching.
  • Bij het modelleren zijn de metaprogramma’s een bron van informatie over de wijze van filteren.
  • Verschil in metaprogramma’s kan leiden tot verschil in resultaat bij dezelfde strategie.

Misschien dat je denkt dat iets nieuws is, maar de voorkeur van zintuigsysteem is een metaprogramma dat je (wellicht) al kent.

Basis metaprogramma’s (Jung typologieën)

Extern gedrag (energie voorkeur)

Houding in de richting van de buitenwereld. Hoe mensen energie krijgen en gebruiken.

Wanneer het tijd is om je mentale batterij op te laden, geef je er dan de voorkeur aan om alleen te zijn (Introvert), of met mensen (Extravert)?

 

Introvert          25% (ervaring spiegelend aan MOW, rustig, concentratie, schriftelijk)

  • Houdt van een rustige omgeving om zich te concentreren
  • Interesse in achtergronden, theorieën en concepten.
  • Handelt doordacht, soms afwachtend, houdt van onafgebroken werken
  • Houdt niet van interrupties
  • Nieuwe ideeën door rustig na te denken
  • Denkt na voor een antwoord of reactie, rustig en ingetogen
  • Houdt van tweegesprekken met doordachte standpunten en conclusies
  • Liever schriftelijk dan mondeling

Extravert         75% (ervaring spiegelend aan omgeving, initiatief, expressief, mondeling)

  • Houdt van afwisseling en actie
  • Interesse in praktische uitvoering en hoe anderen iets doen
  • Handelt snel en soms impulsief, houdt van opschieten
  • Houdt van onderbrekingen
  • Nieuwe ideeën door gesprekken
  • Reageert snel, zonder lang nadenken, enthousiast en luidruchtig
  • Houdt van groepsgesprekken en brainstormen
  • Liever mondeling dan schriftelijk

Intern proces (aandachtsvoorkeur)

Hoe nemen we informatie tot ons? Verzamelen en opnemen.

Als je een bepaald onderwerp gaat bestuderen, zou je dan meer geïnteresseerd zijn in de feiten en toepassingen daarvan (Sensor), of zou je meer geïnteresseerd zijn in de ideeën en de relatie tussen de feiten en de toepassingen daarvan in de toekomst (iNtuitor)?

 

Sensor            75% (zintuigen, realist, praktisch, details, feiten)

  • Werkt het liefst op basis van opgedane ervaring en een vast, bekend patroon
  • Plezier in toepassen van goed ontwikkelde kennis en vaardigheden
  • Mate van wantrouwen naar eigen ingevingen en inspiratie
  • Zeer accuraat
  • Houdt van praktisch bezig zijn
  • Goed oog voor detail, en onderbouwt met feiten
  • Houdt van stabiliteit en geleidelijk veranderen
  • Vraagt vooral om feitelijke onderbouwing
  • Vraagt om praktische en realistische toepassingen
  • Geeft voorbeelden uit eigen ervaring
  • Waardeert kritiek en suggesties mits eerlijk en bruikbaar
  • Ordelijke stap-voor-stap benadering
  • Werkt volgens agenda; wijkt liever niet af
  • Verwijst naar specifieke voorbeelden

iNtuitor            25% (intuïtie, dromer, creatief, betekenis, verbanden, ideeën)

  • Houdt van aanpakken/oplossen van nieuwe ingewikkelde zaken en problemen
  • Plezier in het aanleren van nieuwe kennis en vaardigheden
  • Laat zich makkelijk leiden door eigen ingevingen en inspiratie
  • Houdt niet van nauwkeurig en zorgvuldig controleren van feitelijke informatie
  • Houdt van vernieuwend bezig zijn
  • Goed oog voor de grote lijn, en benadert vanuit globaal overzicht
  • Houdt van regelmatige en radicale verandering
  • Vraagt vooral om een algemeen kader, de grote lijn
  • Stelt toekomstmogelijkheden aan de orde
  • Geeft graag eigen inzicht en visie
  • Waardeert kritiek en suggesties die origineel zijn, of een nieuw perspectief bieden
  • Laat ruimte voor veel invalshoeken
  • Geen probleem met afwijken van agenda
  • Verwijst naar algemene concepten

Interne staat (beslissingsvoorkeur)

Hoe krijgen we toegang tot states (stemmingen) en hoe nemen we beslissingen.

Denk aan een werksituatie waarin je problemen had. Denk aan een werksituatie waarin je gelukkig was. Wanneer je een beslissing neemt in een werksituatie, is deze dan meer gebaseerd op argumenten en logica (Thinker) of op persoonlijke waarden (Feeler)?

 

Thinker           45% V, 55% M (denken, vastberaden, analytisch, redelijk)

  • Komt via een logische, analytische weg tot besluiten / conclusies
  • Kan ook presteren in minder harmonieuze omgeving
  • Kan ongewild gevoelens kwetsen, zonder dit zich bewust te zijn
  • Neemt beslissingen op basis van zakelijke overwegingen
  • Standvastig in denken en kritische instelling
  • Normatief, en handelt vanuit algemene (erkende) principes
  • Kort en bondig
  • Ziet graag concrete voor- en nadelen op een rijtje
  • Reageert intellectueel, objectief en kritisch
  • Laat zich overtuigen door ratio in argumentatie
  • Presenteert doel en te bereiken resultaten eerst
  • Gevoelens en emoties van anderen zijn feiten om rekening mee te houden
  • Gericht op inhoud

Feeler             55% V, 45% M (voelen, sympathiek, normen en waarden, zachtmoedig)

  • Besluit op basis van waardeoordelen
  • Werkt best in harmonieuze omgeving
  • Doet graag een plezier, is graag ter wille, ook met kleine dingen
  • Laat zich makkelijk beïnvloeden door persoonlijke wensen en voorkeuren
  • Wil graag sympathiek overkomen, houdt niet van corrigerend of kritisch optreden
  • Evalueert en handelt vanuit normen en waarden
  • Houdt van dialoog in ontspannen sfeer
  • Hoort graag de waarde en menselijke impact van verschillende alternatieven
  • Reageert gevoelsmatig, subjectief, waarderend, vanuit een interpersoonlijke focus
  • Laat zich overtuigen door persoonlijke betrokkenheid en enthousiasme
  • Presenteert gemeenschappelijke punten en belangen eerst
  • Rationele objectiviteit is iets dat nog op waarde moet worden getoetst
  • Gericht op relaties

Adaptie operator (levensvoorkeur)

Hoe we ons aanpassen aan de omgeving en hoe we ons leven inrichten

Als wij samen een project zouden doen, zou je er dan de voorkeur aan geven dat het project gepland en keurig uitgewerkt was (Judger), of zou je er de voorkeur aan geven dat we in de gelegenheid waren om heel flexibel te zijn in het project (Perceiver)?

 

Judger            50% (beoordelen, plannen, systematisch, past leven aan zichzelf aan)

  • Voorkeur voor plannen en volgens plan uitvoeren
  • Ziet nieuwe dingen en nodige wijzigingen makkelijk over het hoofd
  • Zorg voor goed regelen en afronding
  • Tevreden wanneer beslissing is genomen of conclusie is bereikt
  • Snelle beslisser
  • Zoekt structuur en systematiek
  • Ordelijke planning, tijdplanning, harde deadlines
  • Probeert verrassingen te vermijden
  • Verwacht doorzettingsvermogen
  • Geen onduidelijkheid over standpunten en beslissingen
  • Praat in termen van resultaat, vorderingen, zinvolheid, koers
  • Sterk gericht op taken

Perceiver       50% (waarnemer, op je af laten komen, flexibel, past zich aan het leven aan)

  • Flexibel in werk en past zich aan omstandigheden aan
  • Stelt onplezierige taken uit
  • Houdt ruimte voor aanpassingen
  • Nieuwsgierig van aard, blij met nieuwe invalshoeken
  • Stelt beslissingen makkelijk uit op zoek naar alternatieven en opties
  • Past zich makkelijk aan, heeft verandering nodig
  • Geen moeite met plannen en tijdsplanning; wel met harde deadlines
  • Houdt van verrassingen en improviseert veel
  • Verwacht aanpassingsvermogen
  • Ziet beslissingen en standpunten als voorlopig
  • Praat in termen van mogelijkheden, kansen, onafhankelijkheid en flexibiliteit
  • Sterk gericht op samenwerking, met name op afstemming

Temperament

Met de basismetaprogramma’s kunnen 4 zogenoemde temperamenten worden onderscheiden. Een kort overzicht van deze temperamenten hieronder:

Believer – SP Traditionalist – SJ Rationalist – NT Idealist – NF
Doen Erbij horen Begrijpen Van betekenis zijn
Direct Verantwoordelijk Visie Charisma
Pragmatisch Georganiseerd Intelligent Creatief
Impulsief Dienstbaar Onafhankelijk Gevoelig
Spontaan Nauwgezet Analytisch Inspiratie
Avontuurlijk Grondig Helder Bevlogen
Tactische kracht Logistieke kracht Strategische kracht Diplomatieke kracht
Kernbehoefte SP Kernbehoefte SJ Kernbehoefte NT Kernbehoefte NF
Vrijheid van handelen Lidmaatschap of er bij horen Meesterschap of zelfbeheersing Betekenis en gewicht
Vermogen om invloed te hebben Verantwoordelijkheid of plicht Kennis en bekwaamheid Unieke identiteit

 

Andere metaprogramma’s

Richting filter

Benaderen: bepaald makkelijk het doel, en ziet soms risico’s over het hoofd. Denkt vooruit, is doelgericht, positieve energie, wil bereiken. Soms te veel initiatieven tegelijk, soms dingen niet afmaken.

Vermijden: Bewust van risico’s, veiligheid is belangrijk. Kan risico’s goed herkennen en inschatten. Soms overdreven voorzichtig. Soms moeite met nieuwe ervaringen; is sneller verward.

Redenfilter

Mogelijkheid: Ziet mogelijkheden. Kan, mag en wil. Heeft ruimte. Heeft keuzes. Mist soms begrenzing. Soms gebrek aan motivatie. Goed in ontwikkelen procedures. Gelooft dat er betere manieren zijn.

Noodzakelijkheid: Moet, het hoort zo, noodzaak. Er zijn regels, er is houvast. Beperkend als je geen keuze hebt. Goed in volgen procedures. Doet dingen graag “op de juiste manier”.

Referentiekader filter

Intern: Baseert beslissingen op eigen oordeel, gevoelens en mening. Blijft gemotiveerd, ook met weinig feedback en schouderklopjes. Soms te weinig luisteren naar goede raad en adviezen. Beslist makkelijk.

Extern: Hecht veel waarde aan mening van anderen. Neemt beslissingen op concrete feiten, bewijzen en gevoel van anderen. Kan stress ervaren bij weinig feedback. Kan besluiteloos zijn. Vraagt voortdurend om advies en gebruikt dat naar eigen inzicht.

Overtuigingsfilter: zintuigen

Geeft weer hoe je deze persoon bij coachen (of verkopen 😀 ) het beste kan benaderen.

Zien overtuigt binnen V

Horen overtuigt binnen A

Lezen overtuigt door taal Ad

Doen overtuigt door K

Overtuigingsfilter

Geeft weer hoe je deze persoon bij coachen (of verkopen 😀 ) het beste kan benaderen, en hoe vaak herhaling nodig is.

Relatiefilter

Hetzelfde: leert door GOEDE voorbeelden na te doen. Wil dat de wereld gelijk blijft; conservatief. Houdt niet van verandering.

Verschillend: leert door FOUTEN te verbeteren. Houdt niet van stabiele en statische situaties. Progressief.

Extreem verschillend (mis-matchers) vertel je precies het tegenovergestelde van wat je wilt, om te bereiken wat je wilt.

Managementrichting filter

Iemand die de 1e vraag met nee beantwoord zal meer inhoudelijk advies en sturing nodig hebben bij coaching, dan iemand die daar ja antwoord. Door aan te sluiten bij deze overtuigingen bouw je beter rapport op. (“En ik weet dat jij weet wat zij nodig hebben om nog beter hun werk te doen, blablabla”)

Actiefilter

Proactief: Neemt vaak initiatief en handelt snel. Soms eerst doen, dan pas nadenken. Initieert. Kan impulsief zijn. Zorgt dat dingen gebeuren.

Reactief: Nadenkend en reflecterend. Neemt tijd om voor te bereiden, te analyseren en te begrijpen. Wacht soms te veel af, kan vervallen in denken zonder doen.

Affiliatiefilter (aansluiting)

Onafhankelijk speler (IK): Spreekt in termen van IK en wat het MIJ oplevert. Gaat er van uit dat mensen voor zichzelf zorgen. Werkt graag alleen. Zorgt goed voor zichzelf en raakt niet verstrikt in de problemen van anderen. Werkt niet gemakkelijk in teamverband. Kan soms onverschillig overkomen.

Teamspeler (WIJ): Zorgt dat iedereen zich goed voelt. Houdt veel rekening met anderen. Wil graag en goed samenwerken. Heeft de neiging anderen voor te laten gaan. Heeft soms moeite met zelfstandig beslissen.

Managementspeler (IK en ZIJ): Werkt graag met anderen, met een eigen duidelijke verantwoordelijkheid. Kan zowel samen als alleen werken. Heeft soms moeite met delen en delegeren van verantwoordelijkheid. Heeft soms moeite met erkenning van (het belang van) de rol van anderen.

Werkpreferentiefilter

Rapport: richt je aandacht op hetzelfde.

Primair interesse filter

Patronen in de inhoud geven aan waar de aandacht ligt. Rapport: richt je aandacht op hetzelfde.

Chunk size filter

Rapport: richt je aandacht op hetzelfde. Sterke overeenkomst met Sensing/iNtuition.

Dualisme filter

Zwart-wit: denkt in ja/nee. Duidelijk. Mist soms relativering en nuance.

Grijstinten: denkt in glijdende schalen. Kan ruimte laten voor interpretatie.

Tijdopslagfilter

In-time (in de tijdlijn): Perceiver. Leeft in het hier en nu, verdiept in het moment. Goede concentratie op taken, en emotioneel en mentaal betrokken. Kan de tijd uit het oog verliezen, en daardoor te laat zijn op afspraken.

Through-time (overzicht op verleden/heden/toekomst): Judger. Meestal op tijd voor afspraken. Goede planner. Geeft soms de indruk niet betrokken te zijn. Plannen maken en op tijd zijn kan belangrijker ervaren worden dan de ervaring zelf.

Informatieverwerkingsfilter

Belangrijk voor de aanpak tijdens een gesprek. Geef je mee en laat je bezinken, of is het dit gesprek waar het gebeurt.

Luisterstijl filter

Rapport: laat je spreken aansluiten bij de luisterstijl.

Spreekstijl filter

Rapport: laat je luisteren aansluiten bij de spreekstijl.

Modale operatoren van volgorde filter

De modale operatoren van volgorde geven de meest motiverende sequentie weer. Door deze structuur te gebruiken kan je motivatie installeren.

Planningsfilter

Opties: heeft graag keuzes en neemt alle opties mee. Overweegt alle opties, en geeft ook vaak keuzes aan anderen. Kan soms aarzelen, en beslissingen uitstellen tot het niet meer kan.

Procedures: Werkt vaak met schema’s en lijstjes om zaken ordelijk af te werken. Houdt niet van veel keuzes. Heel efficiënt en houdt zich aan de regels. Vindt soms de procedure belangrijker dan het werk, soms bureaucratisch en vertragend.

Tijdsoriëntatie filter

Ligt de focus op de voltooide tijd (verleden), de tegenwoordige tijd (heden) of op de toekomstige tijd (toekomst).

Verleden: wat was, kijkt naar het heden door de bril van het verleden, geen contact met de toekomst, geniet na.

Heden: wat is, kijkt naar wat zich hier en nu aandient, weinig contact met verleden en en toekomst, geniet van.

Toekomst: wat zal zijn, de toekomst bepaald het heden, moeite met zicht op heden en weinig/geen contact met het verleden, verheugd zich op.

Emotionele stress respons filter

Denken/gedissocieerd: weinig emotioneel betrokken, stress-bestendig, overzicht.

Voelen/geassocieerd: emotioneel betrokken, stress, hier en nu.

Aandachtsfilter

Sorted by self – IK: evalueert de communicatie op basis van eigen gevoelens, het eigen MOW staat centraal, aandacht is op zichzelf gericht, duidelijk in het stellen van eigen grenzen, weinig oogcontact, half luisteren, veel gebruik van “IK”, kan naar achteren leunen.

Sorted by others – DE ANDER: stemt af op anderen en hun criteria, het MOW van de ander staat centraal, betrekt reacties van anderen in de evaluatie van de communicatie, kan makkelijk over eigen grenzen heen gaan, veel oogcontact, aandachtig luisteren, veel gebruik “JIJ/U”, kan naar voren leunen.

Sorted by us – WIJ: Betrekt het handelen op het hele systeem, gaat uit van wat goed is voor het systeem. Ziet zichzelf als onderdeel van een groter geheel en werkt grensvervagend, veel gebruik “WIJ”.

 

 Tips voor metaprogramma’s

  • Het dualisme metaprogramma is een interessante. Zwart-wit denkers zullen submodaliteiten op verschillende plaatsen opslaan, terwijl grijsdenkers vaker een lijn of continuüm zullen ervaren.
  • Judgers gebruiken het T/F metaprogramma om te beoordelen. Perceivers gebruiken het S/N metaprogramma om waar te nemen.
  • Introverte personen die Voelen, voelen op basis van hun MOW, intern, en zijn (lijken) Denkers aan de buitenkant. Introverte personen die Denken, denken op basis van hun MOW, intern, en zijn (lijken) Voelers aan de buitenkant. Hierdoor krijgen Introverte personen veelal onjuiste feedback over hun denken/voelen uit hun omgeving.
  • Een letterlijke luisteraar zou complimenten van een afgeleide spreker kunnen missen.
  • Een afgeleide luisteraar zou kunnen ervaren dat welke vraag dan ook een verzoek tot actie is.
  • Scherpe vragen, metamodel vragen etc. kan je het beste zachter stellen (intonatie). Zachter verhoogt de aandacht enerzijds, vermindert weerstand anderzijds.

 

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

16 basismotieven voor gedrag

Steven Reiss heeft door onderzoek 16 basismotieven gevonden die het alledaags gedrag van mensen kan verklaren. Als NLP’er die weet hoe waarden en overtuigingen werken, kan je hiermee aansluiten (rapport), beïnvloeden, herkaderen, en nog veel meer….

 

Motief Motivatie Vergelijking met dieren Lol of loon
macht succes en invloed willen hebben (de baas willen zijn) dominante dieren hebben meer te eten kracht
nieuwsgierigheid hang naar kennis, streven naar inzicht efficiënter voedsel zoeken en vijanden te slim af zijn verwondering
onafhankelijkheid vrij en autonoom willen zijn nest verlaten om in een groter gebied voedsel te zoeken vrijheid
status behoefte aan erkenning & aandacht, indruk willen maken een hogere status in het nest levert beter voedsel op goede positie, roem
social contact behoefte aan vrienden, relaties (zin om te spelen, humor) een groep geeft veiligheid in een onveilige omgeving plezier
wraak behoefte aan strijd, om quitte te spelen of te winnen vechten als je bedreigd wordt (agressie) rechtvaardiging
eer, integriteit willen leven volgens traditionele normen & waarden naar de kudde rennen als er een roofdier naar je loert trouw, loyaliteit
idealisme het samenleven willen verbeteren (rechtvaardigheid) altruïsme medelijden
lichaamsbeweging verlangen om te bewegen en spieren te oefenen sterke dieren eten meer en zijn minder kwetsbaar vitaliteit
eros zin in sex (ook: plezier in versieren, hofmakerij, kunst) het overleven van de soort lust, schoonheid
gezin de wens om kinderen te verzorgen en groot te brengen bescherming van jongen bevordert het overleven liefde
orde behoefte om te organiseren (ook: hang naar rituelen) netheid is goed voor de gezondheid stabiliteit
eten zin in eten voedsel is noodzakelijk om te overleven verzadiging
acceptatie verlangen naar eigenwaarde, erkenning & bevestiging erbij horen zelfvertrouwen
rust verlangen naar innerlijke rust (voorzichtigheid, veiligheid) vluchten voor gevaar (angst, vrees) ontspanning
Posted by Rutger in NLP handleiding

Wat kan jij leren? NLP Concreet: De NLP Practitioner.

Wat leer je concreet met NLP? Wat leer je in de NLP Practitioner?

In deze NLP opleiding leer je alles wat je nodig hebt om NLP en NLP technieken praktisch toe te kunnen passen. Je leert te beoordelen wanneer je wel en wanneer je niet NLP gebruikt, je leert NLP bij jezelf toe te passen (NLP Practitioner), en je leert om NLP toe te passen bij de begeleiding van anderen (NLP Coach).

Waarnemen en kalibreren

Hoe staan wij in verbinding met de werkelijkheid? Hoe werken onze zintuigen? Welke voorkeuren in waarnemen heb je zelf, welke voorkeuren heeft een ander, hoe kan je dit inzicht gebruiken? Hoe denken wij te zien, te horen, te ruiken, te proeven, te voelen? Wat is werkelijk, en wat niet? Hoe werkt het bij jou? Wat betekent dit voor interpersoonlijke contacten, bijvoorbeeld in onze communicatie? En wat betekent dit voor de communicatie met jezelf? Kan jij een vaas zien, zonder dat het concept "vaas" jouw waarneming beïnvloed?

Interactie en gedrag

Welke aspecten spelen een rol wanneer we interactie hebben? Hoe spelen die aspecten een rol, en hoe kan je dat gebruiken in interactie? Hoe verbeter je de verbinding in je interacties, en ook hoe verbreek je de verbinding? Gedrag roept gedrag op: welk gedrag roept welk gedrag op, welk gedrag zie je in je omgeving, en wat zegt dat over je eigen gedrag? Hoe kan je interveniëren in het gedrag van een ander? Hoe verbeter je samenwerking, hoe kan je assertiever zijn? Hoe kan je de ander tot actie aanzetten, en hoe neem je zelf de leiding? Hoe doorbreek je een patroon van ineffectief gedrag?

Subjectieve beleving

Hoe slaan onze hersenen informatie op? Hoe weten we hoe we een herinnering ervaren? Hoe weten we wat we wel en wat we niet leuk vinden? Hoe kan je deze beleving veranderen? Hoe kan je dit gebruiken in onbewuste communicatie? Hoe kan je dit inzetten voor gedragsverandering? Hoe kan je hiermee je emoties beïnvloeden? Hoe kan je hiermee negatieve gedachtepatronen doorbreken? Hoe kan je betekenis meegeven in je communicatie? Hoe kan je betekenis veranderen door je communicatie?

Ankeren

Hoe werkt een anker? Hoe gebruik je een anker? Welke ankers zijn er? Hoe kunnen ankers gedrag beïnvloeden, hoe kan je dat weer doorbreken? Hoe kan je dit inzetten voor jezelf… In communicatie met anderen… Bij presentaties voor groepen… Hoe doorbreek je een anker? Hoe creëer je een anker? Hoe kan je nieuwe gevoelens ervaren met ankers?

Doorvragen… of niet…

Wat is het effect van vragen stellen? Welke vragen zijn beter dan andere vragen, of eigenlijk welke vragen stel je in welke situatie? Hoe weet je wanneer je wilt doorvragen? Hoe doe je dat dan? Hoe weet je dat je klaar bent met doorvragen? Wat is het Metamodel, en wat betekent het? Welk effect heeft doorvragen, en wat voor situaties is het handig, en wanneer niet? Wat is er bijzonder aan de woorden Waarom, Niet, Proberen, Moeten, Als? En wat kan je doen als tegengestelde van doorvragen? Suggestief vragen stellen wordt je afgeleerd in het reguliere onderwijs, is dat terecht? Wanneer wel, wanneer niet? Hoe doe je dat, welke mogelijkheden zijn er? Welk effect heeft het wel, welk effect heeft het niet? Wat zijn vooronderstellingen, welk effect hebben ze, hoe herken je ze, hoe doorbreek je ze, hoe pas je ze zelf toe? Kan je ook non-verbaal vooronderstellingen gebruiken? Hoe kan je hiermee effectiever samenwerken, leidinggeven, afspraken maken, conflicten bemiddelen, verbinding maken etc. Wat is chunking?

Automatische piloot

Soms doe je dingen bewust, soms doe je dingen onbewust. Hoe werkt dit in je hersenen? Hoe werken de bewuste en onbewuste programma’s, hoe ontdek je ze, hoe ontwerp je ze, hoe verander je ze? Welke aspecten hebben invloed op deze programma’s? Hoe kan je dit gebruiken bij beïnvloeding, bij contact maken? Hoe kan je zelf effectiever zijn? Wat zijn basiskenmerken van goede programma’s op het gebied van creativiteit, motivatie, besluitvaardigheid, leervaardigheid, spelling, planning, innovatie.

Coaching en mediation

Hoe bepaal je of de coachvraag geschikt is, en hoe verbeter je een coachvraag? Hoe zorg je voor maximaal effect van een verandering? Hoe controleer je eventuele bijwerkingen? Hoe controleer je het effect van een verandering? Hoe stel je doelen? Ben je een coach of een adviseur? Wat is een goede coachhouding? Wat is ‘Shoshin’, en hoe kan het een coach helpen? Wat als de coaching niet werkt? Wat is het NLP coachingmodel, en hoe pas je het toe? Wat is het NLP mediationmodel, en hoe pas je het toe? Hoe los je interne conflicten (conflicten in jezelf) op, bij jezelf of bij een ander? Hoe breng je gedragsverandering teweeg? Hoe ruim je blokkades op?

Tijdlijnen

Wat is onze beleving van tijd? Wat is verleden, wat is heden, wat is toekomst? Ligt jouw verleden achter je, en is de toekomst voor jou? Hoe heeft dit invloed op je beleving, en in je communicatie en gedrag? Hoe kan je jouw interne beleving van tijd veranderen? Hoe kan je dit gebruiken om oud zeer op te ruimen, of juist om nieuwe motivatie toe te voegen? Hoe kan je dit in jouw communicatie gebruiken?

En meer dan dat…

Wat is het verband tussen Identiteit, Waarden, Overtuigingen, Vaardigheden, Gedrag en Omgeving? Hoe kan je hiermee onbeantwoorde vragen beantwoorden, hoe kan je hiermee interventies plegen, wat is congruentie, charisma en authenticiteit? Wat betekent reactief leven, en hoe kan je creatief leven? Hoe bekrachtig je nieuwe inzichten? Wat is de invloed van verwachtingen, en hoe breng je daar veranderingen in aan? Wat is voelen, wat is het verschil tussen gevoel en emotie, hoe kan je jouw gevoel en/of emotie veranderen, hoe kan je enerverend vertellen en presenteren? Hoe kan je met een paar simpele vragen iemand, bijvoorbeeld je kinderen bij het slapengaan, een fijn gevoel geven? Hoe kan je iemand onbewust problemen laten oplossen? Wat zijn beperkende overtuigingen, en wat zijn betere ondersteunende overtuigingen? Wat is het NLP communicatiemodel, en wat betekent het in interactie? Wat is het verschil tussen feedback en kritiek, en hoe lever je feedback? Waarom zou je doelen stellen, en wat zijn jouw doelen? Wat wil je wel, wat wil je niet, waar liggen jouw grenzen, en wat betekent dat? Wat is communicatie, wat is effectieve communicatie?

Posted by Rutger in NLP handleiding

Kennismaken en oefening bij een training

Zou het nou niet mooi zijn wanneer je een oefening had waarmee je de deelnemers actief aan de slag zet, waarmee je voorbij een simpel voorstelrondje gaat, waarbij je de deelnemers laat nadenken over wat ze in deze training voor doelen willen behalen en ook nog eens relevante zaken te weten over de deelnemers te weten komt?

Kennismaken training: de oefening

Eigenlijk is het heel simpel. Schrijf de volgende 4 vragen op een flipover, bord o.i.d., en laat de deelnemers elkaar aan de hand van deze vragen interviewen (eerst de één de ander, en vervolgens de ander de één):

  1. Wie ben je?
  2. Wat doe je?
  3. Wat verwacht je van deze opleiding?
  4. Wat wil je hier bereiken?

Laat ze een paar keer wisselen van partner, zodat iedereen drie keer geïnterviewd heeft, en ook zelf drie keer bevraagd is.

Vervolgens kan je alsnog een voorstelrondje doen, waarbij je deze vier vragen de leidraad laat zijn. Met de antwoorden op de wie-ben-je-vraag en de wat-doe-je-vraag krijg je inzicht in hoe de deelnemer zichzelf ziet. Wat er verwacht wordt is belangrijke informatie, omdat de deelnemers daarmee de criteria waarmee zij jouw training gaan beoordelen prijsgeven. Dit bepaald de mate van tevredenheid over de training. Zorg er voor dat deze verwachtingen worden overtroffen! Vervolgens zet je ze aan het denken over wat ze hier willen gaan doen. Door de interview-stijl en het wisselen krijgen ze meer inspiratie, en een beter beeld van hun doelen. En wanneer ze een doel hebben worden ze actiever en doelgerichter, dus als vanzelf bereik je in de training meer. En neem even de tijd om ze het doel dat ze hebben op te schrijven, zodat het meer gaat leven.

En, stel ook jezelf voor aan de hand van deze vragen. Creativiteit om neuzen te richten en verwarring te zaaien (uit de comfortzone halen) te over! Ik stel mezelf bijvoorbeeld, na de interviews, meestal op de volgende manier voor:
– Ik ben degene die ze X noemen.
– Ik doe hier wat een trainer zoal doet.
– Ik verwacht van jullie dat je de verwachtingen die je hebt waarmaakt.
– Ik wil bereiken dat jullie je doelen halen.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Leuke feitjes voor de rationele mens.

Het Halo- en het Devil-effect

Het halo-effect

Wanneer iemand een goede kwaliteit meent te zien in een persoon of zaak, dan zal die persoon geneigd zijn om andere (losstaande) kwaliteiten van de waargenomen persoon of zaak ook hoog in te schatten. Iemand die aantrekkelijk is, zal bijvoorbeeld ook intelligenter worden ingeschat.

Het devil-effect

Wanneer iemand een slechte kwaliteit meent te zien in een persoon of zaak, dan zal die persoon geneigd zijn om andere (losstaande) kwaliteiten van de waargenomen persoon of zaak ook laag in te schatten. Iemand die een verkeerde indruk wekt qua kleding in een sollicitatiegesprek, zal ook minder geschikt zijn voor de vacature.

Nu je dit weet…

Wanneer iemand van het halo-effect en het devil-effect op de hoogte is, zal deze gaan overcompenseren in zijn/haar oordeelsvorming: bij het zien van een goede kwaliteit zal de neiging ontstaan om andere (losstaande) kwaliteiten van de waargenomen persoon of zaak laag in te schatten, bij het zien van een slechte kwaliteit zal de neiging ontstaan om andere (losstaande) kwaliteiten van de waargenomen persoon of zaak hoog in te schatten.

Het Forer-effect

Je wilt graag dat anderen je aardig vinden en bewonderen, maar bent ook geneigd tot zelfkritiek. Hoewel je karakter enkele zwakheden vertoont, kan je die meestal goed compenseren. Je hebt een aanzienlijk ongebruikt talent dat je nog niet inzet. Je straalt discipline en zelfbeheersing uit, maar van binnen ben je nogal eens een onzeker. Soms twijfel je er ernstig aan of je wel de juiste beslissing hebt genomen of juist hebt gehandeld. Je houdt van enige afwisseling en het zint je niet als regels en beperkingen je bewegingsvrijheid indammen. Je bent een onafhankelijk denker en neemt niet zomaar iets van anderen aan. Uit ervaring weet je dat het niet verstandig is jezelf al te zeer bloot te geven. Je hebt een aantal verlangens die tamelijk onrealistisch zijn.

Deze tekst is gepresenteerd aan mensen als persoonlijkheidsanalyse, met de vraag deze analyse een cijfer te geven. De gemiddelde score? Een 8,4 (0 – slecht, 10 – perfect). Terwijl het helemaal geen analyse is, maar een opsomming van algemene, globale uitspraken. Mensen hebben de neiging om vage en algemeen geldende uitspraken over de eigen persoon te accepteren als rake, typerende omschrijving, zonder zich te realiseren dat diezelfde omschrijving voor bijna iedereen opgaat.

Cognitieve dissonantie

Wanneer we iets waarnemen of doen dat niet past in ons wereldbeeld, iets wat niet klopt met onze overtuigingen en mening, dan ontstaat er een onaangename spanning. Deze spanning wordt cognitieve dissonantie genoemd. Omdat deze spanning niet fijn is, start een ingebouwd mechanisme dat motiveert om enerzijds het verschil tussen waarneming of gedrag en mening of overtuiging te verkleinen, anderzijds om situaties en informatie te vermijden die zou kunnen bijdragen nieuw (beter?) inzicht.

Een bijzonder sterk proces, dat dissonantie reductie heet, zorgt er voor dat we ons gedrag of onze mening gaan aanpassen, ons gedrag of mening gaan vergoelijken en rechtvaardigen, waarnemingen of gedrag gaan bagitalliseren, ontkennen en rationaliseren.

Het Dunning-Kruger effect

Wanneer je een groep professionals vraagt om aan te geven of ze matig, gemiddeld of bovengemiddeld presteren (zelfreflectie), dan blijkt dat incompetente professionals het vermogen missen om zichzelf kritisch te bekijken. Zij zullen hun vaardigheid onredelijk hoog inschatten, en hun eigen kunnen te hoog inschatten. Wanneer je een vaardigheid niet of matig beheerst, kan je geen objectieve beoordeling maken en beoordeel je enkel binnen het kader van wat je wel weet en kan, wat tot een te hoge inschatting van het eigen kunnen leidt.

Naast het verkeerd inschatten van de eigen competentie, zijn er nog 3 bijbehorende effecten: een hogere vaardigheid bij anderen wordt niet herkend, er is geen besef van de mate waarin zij zelf tekortschieten, na training ontstaat het inzicht alsnog (met terugwerkende kracht).

Naamlettereffect

Mensen hebben een onbewuste voorkeur voor merknamen, lettercombinaties, woorden (enzovoort) waarin de eigen initialen voorkomen. Voor cijfers is een onbewuste voorkeur voor geboortedatum, verjaardag en dergelijke combinaties. Dit effect is sterker bij mensen met een hoge eigenwaarde.

Confirmation bias

Wanneer je informatie zoekt, dan heb je vaak al een bepaald beeld voor ogen. Het interessante is dat je daarop niet op onderzoek gaat naar objectieve informatie om je beeld te onderzoeken, je gaat op zoek naar informatie om je beeld te bevestigen.

Er gaan verschillende zaken fout in het rationele proces. Zo wordt de eerst beschikbare informatie beoordeelt als meest belangrijke informatie, ongeacht in welke volgorde de informatie wordt gepresenteerd. Informatie die het beeld tegenspreekt wordt genegeerd of gebagatelliseerd. Informatie die eigenlijk geen betekenis heeft zal worden gezien als ondersteunend aan het beeld. Wanneer er een verschil van inzicht ontstaat tussen twee individuen, zal er polarisatie optreden, waarbij de verschillende beelden extremer tegenover elkaar komen te staan.

Een mooi voorbeeld is een sollicitatiegesprek. Een sollicitatiegesprek is niet zozeer een objectief vraaggesprek, het is meer een gerichte zoektocht naar de bevestiging van de eerste indruk.

Pareidolie

Ons brein probeert verbanden te leggen, onze waarnemingen te duiden. Zodat we in staat zijn om op de momenten dat het nodig is kunnen vechten en/of vluchten. Om aan de veilige kant te zitten zien we meer (mogelijke) verbanden dan er werkelijk zijn. Vooral in onduidelijke en willekeurige waarnemingen worden herkenbare patronen ervaren.

We zien beelden in wolken, we horen stemmen in ruis, we zien een mannetje (of een haas) in de maankraters, we zien Elvis in een tosti, we zien een slang in een stuk touw.

Referentie-effect

Een pyramide is een bijzonder bouwwerk, opgebouwd uit stenen. De pyramide van Cheops is de grootste pyramide, en is één van de zeven wereldwonderen. Zelfs tegenwoordig zou het nog een gigantische klus zijn om de tienduizenden stenen (grote stenen van 2500 kilo per stuk) op de juiste plaats te krijgen. Hoeveel stenen denk je dat deze pyramide heeft?

De kans is groot dat je in het antwoord rekening houdt met het getal dat ik noem in de inleiding: tienduizenden. In werkelijkheid zijn het er 2,3 miljoen. Dat is het referentie-effect. In onze beeldvorming worden wij beïnvloed door irrelevante informatie. Irrelevante informatie zoals een adviesprijs.

Zwijgspiraal

Om een objectieve mening te kunnen vormen, zou je verschillende invalshoeken willen gebruiken en verschillende bronnen van informatie. Volgens de zwijgspiraal-theorie is dat niet mogelijk omdat mensen vooral op hun gevoel afgaan, en niet op ratio. Omdat mensen het belangrijk vinden om ergens bij te horen (dan wel niet sociaal geïsoleerd willen zijn), en gevoel leidend is, zijn mensen bereid om hun mening aan te passen aan de heersende norm. Informatie over deze heersende norm verkrijgen ze uit enerzijds de eigen omgeving, anderzijds uit de media. Doordat de eigen omgeving beïnvloed wordt door de media, is het effect van de media overal terug te vinden.

Door herhaling in de media wordt een specifieke invalshoek sterker. Mensen zullen hun opinie aanpassen aan de heersende opvattingen, zoals zij die waarnemen. Mensen met een afwijkende invalshoek zullen minder geneigd zijn om deze te openbaren. Hierdoor zal een enkele invalshoek beduidend meer draagvlak krijgen, en zullen afwijkende invalshoeken “verzwegen” worden.

Thomas Kuhn

Thomas Kuhn heeft in 1962 het boek “The Structure of Scientific Revolutions” gepubliceerd. Daarin toont hij aan dat zelfs in de wetenschap de ratio niet prevaleert, maar de heersende ideeën en paradigma’s. Wetenschappers blijken ook gewoon mensen te zijn, en last te hebben van bovenstaande psychologische en sociale effecten. Dat doet niets af aan wetenschap an sich, het blijft de beste methode om de werkelijkheid in kaart te brengen, het is slechts een aanmoediging om open te staan voor andere, nieuwe invalshoeken. Een uitnodiging voor nieuwsgierigheid.

De homo economicus

De homo economicus is de rationele mens die besluiten neemt op basis van logica.

In de jaren vijftig doet een wasmachinefabrikant onderzoek naar de ideale wasmachine. Onderzocht wordt welke functies en aspecten belangrijk zijn om de ideale wasmachine te maken. De uitkomst is een lijst van technische specificaties die een redelijk geprijsde, ideale wasmachine mogelijk maken. De fabrikant neemt de machine in productie in de veronderstelling dat ze het ideale product hebben, en dat niemand functionele perfectie kan weerstaan.

Wat blijkt: de ideale wasmachine is een flop. Logisch gezien is deze machine het beste product, en toch kiezen (zelfs de oorspronkelijk bij het onderzoek betrokken) consumenten voor andere apparaten.

Leidende behoeften

Dit heeft geleid tot een ontwikkeling in de marketing, waarbij psychologie een grote rol speelt. Volgens onderzoek worden keuzes gemaakt op basis van motivatie vanuit acht verborgen behoeften, verlangens en begeerten. Kijk eens met andere ogen naar reclame, en zie of je kan ontdekken aan welke van deze acht behoeften wordt geappelleerd:

  • Zekerheid krijgen
  • Zelfrespect verhogen
  • Tevreden zijn met jezelf
  • Scheppen en creëren; bewijs van bestaan
  • Identificatie met idolen en rolmodellen
  • Macht en kracht
  • Verbondenheid
  • Onsterfelijkheid en jeugdigheid

NLP en de irrationele mens

Waar het traditionele onderwijs zich richt op werkelijkheid, logica en kennis, richt NLP zich op effect, gevoel en proces. Hoe te handelen als rationeel mens, dat leer je op school, hoe te handelen als irrationeel mens leer je in een NLP Practitioner opleiding. Nu is het niet zo dat de ene aanpak in het algemeen beter is dan de andere, elke situatie is anders, en vraagt om een eigen aanpak.

Wanneer je de liefde van je leven wetenschappelijk en logisch bekijkt, is het snel gedaan met de liefde. Als dat het gewenste effect is, prima. Wil je een ander effect, dan is het NLP dat meer geschikt is.

Posted by Rutger in NLP handleiding