inzet

Waarnemen en kalibreren

Hoe vaak komt de letter ‘F’ voor in de volgende tekst:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Wat staat hier:

Vlgones een sduite aan een elgnese unvirestiet mkaat het neit uit in wlke vlgrodoe de lttrees in een wrood satan, het eigne dat blagnrijek is, is dat de ersete en de ltaatse ltteer op de gdoee palats satan. De rset kann ttaaol oiznn zjin maar tcoh kun je het geod leezn. Dit kmot dradoot we neit ltteer voor ltteer arpat lzeen maar wodoren in zjin gheeel.

Kan je dit lezen:

D323 M3D3D3L1NG L44T J3 213N T0T W3LK3 GR0T3 PR35T4T135 0N23 H3R53N5N 1N 5T44T 21JN. 1N H3T 83G1N W45 H3T 23K3R N0G M031L1JK D323 T3K5T T3 L323N, M44R NU K4N J3 H3T W44R5CH1JNL1JK 4L W4T 5N3LL3R L323N 20ND3R J3 3CHT 1N T3 5P4NN3N. D4T K0MT D00R H3T 3N0RM3 L33RV3RM0G3N V4N 0N23 H3R53N5. KN4P H3? D323 M3D3D3L1NG M4G J3 K0P13R3N 3N V3RD3R V3R5PR31D3N.

Onze waarneming

Hoeveel vaak komt de ‘f’ voor volgens jouw telling? De meeste mensen tellen er 16 of 17. Maar het zijn er meer:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Het zijn er 23! Vooral het woordje ‘OF’ wordt vaak gemist. Er zit dus iets raars in ons waarnemen. Zelfs wanneer we ons concentreren, zien we niet alles…

En wanneer je het 2e stukje las als ‘Volgens een studie aan een Engelse universiteit…’, dan was je niet aan het waarnemen, maar dan was je de letters die er staan aan het vervormen tot woorden zoals je ze kent. Je leest dan iets wat er feitelijk niet staat. Wanneer dat stukje in een taal was geschreven die je niet kende, dan had je wel letterlijk de letters uitgesproken zoals ze er stonden. We verbinden onze waarneming aan wat we in het verleden hebben geleerd. We zien iets en proberen het onbewust te duiden. We zien niet wat er staat, we zien wat we kennen.

Het derde stukje laat je zien hoe snel dit proces gaat, hoe flexibel je hersenen zijn om snel te leren en uit het feitelijke waarnemen naar betekenis gaan.

Belangrijk NLP uitgangspunt: Ons sterkste instinct is niet de ‘will to survive’ maar onze drang om dingen vertrouwd te maken (‘will to make things familiar’).

Het zintuigensysteem

Wij nemen de wereld feitelijk waar door gebruik te maken van onze 5 zintuigen:

  • Ogen kijken (Visueel)

    Zintuigensysteem en waarnemen

    Zintuigensysteem en waarnemen

  • Oren luisteren (Auditief)
  • Lichaam voelt (Kinestetisch)
  • Neus ruikt (Olfactoir)
  • Mond proeft (Gustatoir)

Voor het gemak worden deze zintuiglijke systemen in NLP veelal afgekort tot: V A K O/G.

Omdat we naast waarnemen ook denken (tegen ons zelf praten) wordt er verschil gemaakt tussen Auditief tonaal (At: luisteren met je oren) en Auditief digitaal (Ad: tegen je zelf praten).

Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen de verschillende manieren waarop je kan voelen (Kinestetisch):

  • Tactiel: voelen aan de buitenkant; waarnemen buiten jezelf
  • Proprioceptief: voelen aan de binnenkant; waarnemen binnen jezelf
  • META: waarde bepalende gevoelens en emoties

NLP stelt dat ieder mens een bepaalde voorkeur heeft bij de inzet van de zintuigen (V-A-K-O-G-Ad). Sommige zintuigen zijn beter ontwikkeld dan de andere. Dat is per mens verschillend, en aangezien zintuigen te trainen zijn, is het geen vastgesteld gegeven, en kan het per situatie verschillen.

Het primaire voorkeurssysteem van waarnemen (V A K O/G Ad) herkennen bij een ander is handig om beter contact te maken. Je kan het primaire voorkeursysteem bij een ander herkennen door:

  • Te luisteren naar de woorden die de ander gebruikt (predicaten)
  • Te kijken naar de lichaamshouding (fysiologie)
  • Te kijken naar de oogpatronen

Dit worden ook wel de accessing cues (toegangsignalen en –aanwijzingen) genoemd.

VAKOGAd overzicht

V – Visueel, zien

A – Auditief, horen

At – Auditief tonaal, luisteren

Ad – Auditief digitaal, praten tegen jezelf, ‘denken’

K – Kinestetisch, voelen

Kt – Kinestetisch tactiel, voelen aan de buitenkant

Kp – Kinestetisch proprioceptief, voelen aan de binnenkant

Km – Kinestetisch meta, waarde bepalend of emotie

O – Olfactior, ruiken

G – Gustatoir, proeven

Lead system (zoeksysteem)

NLP stelt dat iedereen een zintuiglijk weergavesysteem heeft waarmee iemand zich richt op een innerlijke ervaring, of een herinnerde ervaring opzoekt.

Als voorbeeld:

Zoek naar een ervaring waarin je zeker was van jezelf. Qua volgordelijke stappen kan je eerst een beeld ZIEN (visuele “lead”) van die ervaring, om je vervolgens te herinneren welke gevoelens horen bij dat moment van zekerheid (kinestetische weergave).

Dit lead system is met de oogpatronen goed te herkennen.

Synesthesie

Synesthesie is een proces waarbij de weergave in het ene zintuigensysteem direct een ervaring oproept in een ander zintuigensysteem. Beide systemen overlappen elkaar. Bijvoorbeeld wanneer je het geluid hoort van een krijtje over een schoolbord en direct de rillingen over je rug voelt lopen.

BMIR’s – Behavioral Manifestations of Internal Representation

BMIR’s zijn (minimale) non-verbale en verbale toegangssignalen die in verbinding staan met onze zintuigen, de VAKOGAd. Door te letten op BMIR’s kan je beter afleiden wat er bij de ander gebeurt. Het is daarbij belangrijk in de gaten te houden dat ieder mens uniek is; niemand heeft gelijke BMIR’s. Voordat je dus betekenis mag en kan geven aan de BMIR’s die je waarneemt moet je onderzoeken wat een BMIR specifiek bij iemand betekent (dat proces van afstemmen heet kalibreren).

In een gesprek letten op veranderingen in fysiologie en stem (kijken en luisteren) geeft je inzicht in het interne proces bij de ander. Je wellicht niet zien WAT er gebeurt, maar wel DAT er wat gebeurt.

Visuele BMIR’s – wat je kan zien veranderen

  • Spierspanning in het gezicht
  • Vochtigheid van de huid
  • Kleur(verandering) van het gelaat
  • Onderlip (grootte en kleur)
  • Oogbewegingen
  • Grootte van de pupil
  • Schuine stand van het hoofd
  • Ademhaling: plaats, snelheid, diepte
  • Houding
  • Hoek van de ruggengraat (hoofd, nek, schouders)
  • Arm -, hand- en vingergebaren
  • Verdeling van gewicht
  • Gezichtsuitdrukking, wenkbrauwen, kaken, mond

Auditieve BMIR’s – wat je kan horen veranderen

  • Toon
  • Tempo
  • Plaats
  • Hoogte
  • Volume
  • Ritme
  • Pauzes
  • Predicaten
  • Warmte
  • Intonatie en intonatiepatronen

Kalibreren

Wanneer je iets ziet of hoort bij iemand, en je wilt ontdekken wat dat betekent, dan noemt NLP dat proces van onderzoeken en afstemmen ‘kalibreren’. Wanneer je niet kalibreert, en BMIR’s een betekenis geeft ‘omdat dat meestal zo is’, dan ben je aan het gedachtelezen, of mindreaden. Omdat iedereen unieke BMIR’s heeft, is het proces van kalibreren erg belangrijk om feitelijk te blijven bij wat er gebeurt bij de ander in plaats van niet verder te komen dan wat jij denkt dat er gebeurt bij de ander.

Kalibreren is het ontdekken van toegangsignalen. In de basis is het een vermogen (vaardigheid) om verschillen te kunnen zien en/of horen. Om onderscheid te kunnen maken is het noodzakelijk tenminste 2 zijnstoestanden waar te nemen.

  • Een enkel signaal is een voorval zonder betekenis
  • 2 dezelfde signalen is toeval
  • 3 dezelfde signalen is een patroon (kalibratie)

Oefening waarnemen of gedachtelezen

Ga bij de volgende uitspraken voor jezelf na of het iets is wat je feitelijk ziet, of dat een een mening/waardeoordeel is:

  • Je ziet hem opgelucht adem halen.
  • Je kon zien dat ze niet tevreden was.
  • Ze stond ontspannen te presenteren.
  • Als hij praat beweegt hij met zijn handen.
  • Hij fronste terwijl hij naar beneden keek.
  • Hij fronste zijn wenkbrauwen om te laten zien dat hij twijfelde aan haar woorden.
  • Ze keek schichtig om zich heen.
  • Zijn stem trilde en klonk nerveus.
  • Terwijl hij praatte bewoog zijn hoofd.
  • Hij bloosde van schaamte.
  • Hij vind mij niet aardig want hij kijkt telkens weg als ik hem aankijk.
  • Hij schudde zijn hoofd dus was het er niet mee eens.
  • Zij knikte want ze is het er mee eens.
  • De Italiaan was erg tevreden; hij maakte een rondje met duim en wijsvinger: perfect!
  • De ene Griek vond het goed, hij zei “Ohkee.”. De andere niet, hij zei “Nee.”.
  • Zij gaat het doen, ze zei “Ja, ik doe het wel.”.
  • De Pakistaan schudde zijn hoofd, dus bedoelde nee.
  • De Arabier gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De Japanner gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De flipover heeft witte bladen van papier.

Klik hier voor een antwoordindicatie.

Dus:

WAARNEMING -> Betekenis geven -> MINDREAD

Feitelijk en objectief -> Betekenis geven -> Jouw werkelijkheid en subjectief

Werkelijkheid -> Betekenis geven -> Waardeoordeel en overtuiging

Accessing cues – toegangsignalen en -aanwijzingen

Overzicht BMIR’s (generaliserende mindreads)

Visueel Auditief (At en Ad) Kinestetisch (K en O/G)
Ademhaling Hoog, snel, onregelmatig Middenrif Diepe buikademhaling, langzamer
Gezichtsuitdrukking Ogen dichtknijpen Gefronste wenkbrauwen Ontspannen spieren
Stem Hoge neusklanken Stiltes, afgemeten, nadrukkelijk Laag, vanuit de adem
Tempo Snel, opgewonden Ritmisch Langzamer
Houding Rechte rug, kin omhoog Hoofd naar rechts beneden gebogen Hoofd naar links beneden, rug iets in elkaar gezakt
Gebaren Naar boven wijzen, in de ogen wrijven Kin in hand, rond oren wijzen Handen op de buik leggen, denkbeeldige handelingen uitvoeren

Eye accessing cues (oogpatronen)

In het diagram hieronder kan je de oogpatronen van iemand afleiden. Het is zo getekend alsof dit het gezicht is van iemand die jou aankijkt. De oogpatronen hieronder gelden voor de meeste rechtshandige mensen (standaard georganiseerd mens).

LET OP: KALIBREREN IS BELANGRIJK!

Eye accessing cues (oogpatronen)

Eye accessing cues (oogpatronen)

De ogen kunnen ook recht vooruit staan, uit focus (down-time; intern gericht), al dan niet met vergrote pupillen. Dat duidt op snelle toegang naar (directe) zintuiglijke informatie, voornamelijk visueel.

  • VC: visueel geconstrueerde beelden (ogen op recht); vaag, flitsend, duidelijk verbeelden, heldere toekomst
  • VR: visueel herinnerde beelden (omhoog verlaten ogen); fotografisch geheugen, totale herinnering, toekomstvisie, schitterend perspectief, opnieuw bekijken, kleurrijk geheugen.
  • ACt: Auditief geconstrueerde geluiden of woorden, tonaal (ogen horizontaal en aan het recht); repeteren, woorden zeggen.
  • ARt: Auditieve herinnerde geluiden of woorden (ogen horizontaal en aan de linkerzijde); woorden herhalen die gehoord zijn.
  • K: Kinestetische sensaties en gevoel (intern en extern, ook reuk en smaak, ogen onderaan recht); voelen, aanraken, warm, soepele tred, kietelen.
  • AD: Auditieve geluiden of woorden (ogen onderaan de linkerzijde); interne dialoog, praten tegen jezelf, “aha”

Vragen stellen om oogpatronen te kalibreren

VR

  • Welke kleur heeft je favoriete boek?
  • Welke kleur heeft het huis van de buren?
  • Is er een ronde tafel in je huis?

VC

  • Hoe ziet een zebra eruit met paars/oranje haar?
  • Hoe ziet een mier eruit met roze sokjes aan?
  • Wat ga je morgen doen?

AR

  • Hoe klinkt je favoriete instrument?
  • Hoe klinkt volledige rust en stilte?
  • Wat klinkt harder: jouw deurbel of een claxon?

AC

  • Hoe klinkt een piepende muis in een windtunnel?
  • Hoe zou een dweilorkest klinken op Mars?
  • Hoe klinkt mijn stem, als ik zou praten zoals Mickey Mouse?

AD

  • Hoe doe jij de dingen ‘s ochtends?
  • Wat zeg je tegen jezelf als je thuiskomt?
  • Hoe poets jij je tanden?

K

  • Hoe voelt het als je in de zon ligt?
  • Hoe voelt je rechtervoet aan als die slaapt?
  • Welke sok zit beter, die van je rechter- of van je linkervoet?

Bij onduidelijke oogpatronen kan je meer gedetailleerde vragen stellen. Vooral vragen met een vergelijking of contrast: Welke … is (vergelijking), … of …? Bijvoorbeeld Welke kleur is donkerder, bastogne- of ontbijtkoek?

Oefening Vragen om oogpatronen te kalibreren

Geef aan of de onderstaande vragen Vc, Vr, Ac, Ar, K (O,G) of Ad zijn

  • Hoe zou je huis er uit zien met roze verf?
  • Welke kleur had het haar van je moeder, toen je haar voor het laatst zag?
  • Ben jij je bewust van deze vraag?
  • Hoe gaat de melodie van je favoriete lied?
  • En hoe zou je favoriete lied klinken met kerstklokken op de achtergrond?
  • Hoe voelen smeltende sneeuwballen in je hand?
  • Wat zeg je nu tegen jezelf?
  • Hoeveel ramen heeft je huis?
  • Hoe klinkt een muntje dat op straat valt?
  • Hoe klinkt een grote sneeuwbui die in zee valt?
  • Hoe zou jij er uit zien met haar van goud?
  • Heb je voor meer ramen dan achter?
  • Wat zou beter zijn: je huis paars met witte stippen, of met rode strepen?
  • Welke kleur heeft je voordeur?
  • Wat zeg jij tegen jezelf net voordat je de fiets neemt?
  • Heb je een ronde spiegel in huis?
  • Hoe klinkt de zee?
  • Hoe zag vorig jaar de leukste kerstkaart er uit?
  • Hoe klinkt Donald Duck nadat hij een ballon met helium heeft ingeademd?
  • Hoe zal het voelen om op de maan te dansen?
  • Hoe smaakt je favoriete eten?
  • Hoe ziet de kaft van je favoritete boek er uit?
  • Hoe klinkt een krijtje op een schoolbord?
  • Hoe smaakt een grote hap watten?
  • Wat zeg jij tegen jezelf wanneer je een complimentje krijgt?
  • Wat zeg je tegen jezelf wanneer je voor de koelkast staat?
  • Wat vindt je van deze vragen?
  • Realiseer jij je wat hier nu gebeurd?
  • Hoe zie jij er uit als een teletubbie?
  • Hoe zou je kamer er uit zien wanneer deze blauw was?
  • Welke kleur had de kamer waar je bent opgegroeid?
  • Wat was het laatste wat ik gezegd heb?
  • Hoe voelt het wanneer je in een plas stampt?

Speciale oogwaarnemingen

  • Je kan aan de ogen zien of iemand ‘naar binnen gekeerd is’. Dat is het moment om ruimte voor nadenken te geven, of suggesties te geven (korte trance-staat).
  • Je kan aan de ogen zien waar iemand naartoe kijkt (richting) wanneer deze zich iets voorstelt: ver weg, dichtbij, hoog, laag etc.
  • TransDerivational Search (TDS): verwilderde oogpatronen, geeft aan dat iemand informatie zoekt, in verwarring is, en/of probeert betekenis te geven. Checken of na de TDS de informatie is gevonden, dan wel betekenis is gegeven kan handig zijn. Wederom een goed moment voor suggesties (korte trance-staat). Merk wat er gebeurt:
    • Je doet het weer, of niet soms…?
    • Misschien denk je aan de gedachten die je gisteren had…?
    • De vele kleuren die fruit kan hebben…
    • Er zijn leuke momenten geweest, nietwaar…?
    • Je bent nog iets vergeten, nietwaar…?
    • Wat is het dat je nu niet kan herinneren…?
    • Jij kan je beseffen dat je nu met een glimlach is altijd leuk…
    • Rijk zijn is een staat zijn zegt het woordenboek…
Posted by Rutger in NLP handleiding

Bereiken en vermijden, over motivatie

Gedrag wordt gemotiveerd op het diepste niveau door ons “reptielenbrein”. Of, zoals dat genoemd wordt: de 4 F’s of behaviour. Deze 4 F’s staan voor fight, flight, feed, fornicate, oftewel vechten, vluchten, voeden en voortplanten.

Motivatie om iets te doen dat niet gerelateerd is aan voortplanten of voeden, kan ofwel voortkomen uit het druk bezig zijn met het vermijden van iets onprettigs (vluchten), ofwel voortkomen uit het bereiken van iets prettigs (vechten). Daarbij aangetekend dat het hier gaat om VERWACHTINGEN die je hebt en niet zozeer over of iets daadwerkelijk prettig of onprettig is. Je stelt je voor dat een bepaalde actie een prettig of onprettig resultaat zal kunnen hebben, waarop je op basis van de verwachting van het resultaat begint te vechten of vluchten.

Motivatie die voortkomt uit een vermijdende strategie, vluchtgedrag dus om verwachte onprettige situaties te vermijden, is gebaseerd op negatieve energie waarop je leeg kan lopen. Motivatie die voorkomt uit het willen bereiken van prettige situaties, vechten voor plezier, is gebaseerd op positieve energie die je juist meer energie geeft. Motivaties zijn gelaagd, wat wil zeggen dat motivaties gebaseerd kunnen zijn op andere motivaties, en dat er een hiërarchie in je motivatiestructuur zit.

Sommige veelgebruikte waarden zoals rechtvaardigheid en eerlijkheid lijken aan de oppervlakte een positieve te bereiken waarde, maar komen feitelijk vaak voort uit vluchtgedrag, namelijk doordat het strijden (vechten) voor rechtvaardigheid onderliggend gemotiveerd wordt door het vermijden van situaties waarin onrechtvaardig en oneerlijk wordt gehandeld (verwachtingen op basis van eerdere negatieve ervaringen). Doorvragen naar onderliggende motivaties is dus belangrijk, zodat je duidelijk hebt of je met een bereiken of vermijden motivatie te maken hebt. Andere voorbeelden van een bereiken strategie die gevoed wordt door een onderliggende vermijden strategie kunnen zijn: afwisseling wensen (vermijden eerdere slechte ervaring met saai of eentonig werk), duidelijkheid wensen (eerdere slechte ervaringen met onduidelijkheden), gezien willen worden (eerdere slechte ervaringen met onzichtbaarheid/verwaarlozing), samen willen zijn (eerdere slechte ervaringen met eenzaamheid).

Veelal worden motivaties gezien als een gegeven, een onbewuste aanwezigheid en voorkeur. Veelal blijft de motivatiestructuur onbewust waardoor het niet mogelijk is deze te gebruiken, en zelfs tegen je kan werken. De gedachte in NLP is dat het beter is om “bereiken” motivaties te hebben, zodat je meer energie en plezier krijgt uit de dingen die je doet. Daarbij is wat je doet niet van invloed, maar wel de betekenis die je geeft aan wat je doet. Door middel van reframen kan je betekenis veranderen, en dus de energie die verbonden is aan een bepaalde handeling. In de NLP Master Practitioner leer je hoe je een waardestructuur in kaart brengt, en bovendien dat motivaties niet vaststaan, en hoe je motivaties kan veranderen (interventies op waardeniveau).

Doelen stellen, activeren, bereiken en vermijden motivatie

Activerend: het effect van de keuze van woorden

Stel je voor, morgen heb je een afspraak, en je wilt op tijd zijn om rustig een kop koffie te drinken, voordat de afspraak los gaat. Dat kan je op verschillende manieren tegen jezelf zeggen (Ad), door het anders te formuleren, door verschillende op hetzelfde neerkomende zinnen te gebruiken. Ga bij de volgende voorbeelden eens na, wat het effect van deze specifieke formulering op jou is, door het tegen jezelf te zeggen, en voel wat elke zin doet met jouw motivatie. Merk het verschil:

  • Ik moet morgen op tijd zijn voor de koffie
  • Ik mag morgen niet te laat zijn voor de koffie
  • Ik kan morgen op tijd zijn voor de koffie
  • Ik zal morgen op tijd zijn voor de koffie
  • Ik ben morgen op tijd voor de koffie
  • Als ik morgen niet op tijd ben, dan is er geen tijd voor rustig een kop koffie
  • Morgen ben ik op tijd voor de koffie
  • Misschien ben ik wel op tijd voor de koffie
  • Als ik morgen maar op tijd ben voor de koffie
  • Lekker, een kop koffie voor we starten morgen

Welke is voor jou het meest motiverend? En welke het minste? Is er wellicht nog een zinsstructuur die nog sterker werkt voor jou? Welk effect elke zin heeft op jou als individu is uniek. Ken je meest motiverende zinsstructuur, zodat wanneer je een doel stelt je het doel op de meest activerende manier kan stellen. Of, wanneer je ergens geen zin in hebt en je wilt dat versterken, gebruik dan je minst activerende zinsstructuur.

Wanneer je naar smArtie doelstellen kijkt, dan is de juiste formulering ACTIVEREND, dus in de meest motiverende zinsstructuur.

LET OP: jouw voorkeur is jouw voorkeur. Wanneer je iemand anders wilt motiveren zou je eerst zijn/haar meest motiverende zinsstructuur willen ontdekken.

Bereiken of vermijden effect op motivatie, door formulering en betekenisgeving

Beschrijft wat je WEL wilt bereiken Beschrijf wat je NIET wilt (vermijden)
Geeft positieve stemming Geeft negatieve stemming
YES fysiologie NO WAY fysiologie
Positieve drive, vechten, inzet om te bereiken Negatieve drive, vluchten, inzet om te vermijden
Posted by Rutger in NLP handleiding

Neuro-Linguïstisch Programmeren (NLP) leren

Neuro-Linguïstisch Programmeren (NLP) is een vaardigheid, die je op verschillende niveau’s kan leren. NLP leren past binnen persoonlijke ontwikkeling, doordat je een methode leert om te leren, te reflecteren, en doelgericht te veranderen. Telkens weer is er meer, mocht je dat willen. Hieronder beschrijf ik een soort stappenplan dat je kan gebruiken om kennis te maken met NLP, om vervolgens als het je bevalt een volgende stap te nemen om je vaardigheid te verbeteren.

  1. Verdiep je op globaal niveau in NLP. Vraag eens aan collega’s die een NLP opleiding hebben gevolgd wat het hun (professioneel en persoonlijk) heeft opgeleverd. Of ze het je zouden aanraden, en waarom dan. Kijk eens rond in je vriendenkring, wie heeft NLP gedaan en kan je meer vertellen? Zoek eens op internet naar aanbieders van opleidingen, en lees eens wat zij te vertellen hebben. Valt het je daarbij op dat iedereen een eigen verhaal heeft? Wat zijn de verschillen? Wat zijn de overeenkomsten? Kan jij je een globaal idee vormen van wat NLP biedt? Herken je de lijn in de verhalen van iets willen bereiken of iets bereikt hebben?
  2. Vraag jezelf eens af, wat jij zou willen bereiken? En als je tevreden bent, vraag je dan af wat er mogelijk zou kunnen zijn wanneer je iets meer van jezelf vraagt, de lat iets hoger zou leggen. Wanneer je daar een idee van hebt, of een globaal gevoel bij hebt dat er iets is, dan is het tijd om eens met dat idee als casus iets meer van NLP te proeven. Koop een boek! Een algemeen introductieboek in NLP is prima; wel een echt boek graag, niet een ‘gratis te downloaden handleiding NLP’ die bedoelt is voor marketing van een instituut. Een algemeen boek over NLP, zoals “NLP voor dummies” van Romilla Ready, “Je ongekende vermogens” van Anthony Robbins, of een ander NLP boek dat je eenvoudig kan vinden door bij Bol.com te zoeken op NLP (misschien tref je wel een boek aan dat meer in lijn ligt met je casus). Probeer geduld op te brengen terwijl je wacht op de bezorging, en wanneer je het binnen hebt dan bekijk je het boek eerst globaal met je de achterhoofd je casus, blader het een paar keer door en probeer wat casus-gerelateerde vragen te formuleren. Vervolgens lees je het boek door met telkens in je achterhoofd die casus. Hoe kan hetgeen daar geschreven in bijdragen aan jouw doel? Op die manier maak je het interactiever, en pak je de krenten uit de pap.
  3. Op zich ben je nu klaar met het leren van NLP. Bijvoorbeeld als je het boek “Je ongekende vermogens” van Anthony Robbins leest, leert en kent, dan is er eigenlijk niets meer dat je kan LEREN over NLP. Alle informatie en kennis die in een NLP Practitioner of een NLP Master Practitioner terugkomt staat in dit boek. Wat een opleiding of training nog toevoegt is de stap van KENNEN naar KUNNEN. Sommige dingen zijn vrij eenvoudig, zoals het SMART model, andere dingen spreken minder in woorden en kan je beter ervaren om het belang te voelen. Wil je meer, en overweeg je een training dan is een belangrijke stap om de juiste opleider te vinden. De juiste opleider voor jou. Om de juiste opleider voor jou te kunnen kiezen is het van belang om te weten wat de verschillen zijn tussen de opleidingen, zodat je kan bepalen of deze verschillen belangrijk zijn voor jou of niet. Maak eerst een lijst (Google op NLP Practitioner) met 20 opleiders. Ga naar de website, of bel eventueel, en let op de volgende zaken wanneer je een opleider kiest:
    1. Is er een kennismakingsavond of introductiecursus zodat je kan ‘voelen’ in hoeverre de trainer bij jou past, voordat je een grote stap als een NLP Practitioner doet? Sommige opleiders kiezen liever voor een één-op-één intakegesprek, maar dan mis je het gevoel van hoe de trainer is in een groep.
    2. Is de opleiding meer gericht op het actief ondergaan van de technieken teneinde persoonlijke groei te tijdens de opleiding te krijgen, of meer gericht op het leren toepassen van de technieken bij jezelf of anderen?
    3. Is de NLP Practitioner opleiding ook een NLP coach opleiding, of is de NLP coach een aparte opleiding?
    4. Alhoewel het niet een kleuterschool is die je uitzoekt, waarbij reistijd een belangrijke factor is, is het toch handig om  na te gaan hoe belangrijk het voor je is wat de locatie van de training is. Misschien heb je een voorkeur voor echte afzondering en een hotel, misschien wil je dichtbij en snel thuis. Let op dat het best heftige dagen zijn, dus dat je behoorlijk moe kan zijn aan het einde van een opleidingsdag.
    5. Is de opleiding gericht op een bepaalde context of doelgroep? NLP kan je op techniek niveau geven, waarbij er op een voorschrijvende manier wordt gedoceerd hoe je moet handelen, of op een hoger niveau waarbij het effect van de ideeën centraal staat. NLP kan gericht zijn op sportprestaties, op professionele prestaties, op gelukkig zijn, of is de opleiding gericht op het hogere, gericht op effecten. Het voordeel van een context-gebonden opleiding is dat deze een sterker leerrendement kan hebben, het nadeel is dat je daarna zelfstandig de transitie naar globale effecten, een verbreding in het denken naar algemeen proces moet maken. Voorbeeld: wanneer je een NLP opleiding doet die gericht is op sportprestaties, dan leer je hoe je NLP kan inzetten voor het behalen van de beste sportprestaties. Maar NLP is meer. NLP is ook andere contexten, afhankelijk van welk doel jij hebt. Met enkel deze opleiding gericht op sportprestaties leer je niet hoe je met NLP zo lui mogelijk kan zijn, bijvoorbeeld tijdens een vakantie. Mijn advies zou zijn om een opleider te kiezen die niet-normatief is, die niet voorschrijft. Een voordeel van deze manier van opleiden is namelijk dat je tijdens de opleiding ook gelijk leert hoe je context-gebonden NLP inzet, en dat je daar veel profijt van hebt.
    6. Hoe lang duurt de opleiding? De duur van NLP Practitioner opleidingen varieert. Korte trajecten van 7 dagen, lange trajecten van wel 22 dagen, en allerlei smaken daar tussenin. Het verschil in dagen komt terug in de diepte en de breedte. Trajecten van 7-11 dagen zijn vaak context-gebonden, gericht op snelle stappen en qua inhoud mager. Trajecten van 12-17 dagen hebben meestal een focus op de vaardigheid, en zijn algemener van opzet. Langere trajecten van 18-22 dagen zijn vaak gericht op vaardigheid en theorie. Wanneer je meer een denker bent die theorie en uitleg wilt, die wil snappen, dan kan je het beste voor een lange Practitioner kiezen, ben je meer een voeler of een doener dan kan je beter een traject van 12-17 dagen kiezen.
    7. Is er een kennistoets achteraf? Als je een denker bent dan kan het zijn dat dit je voorkeur heeft. Het feit dat er een kennistoets is betekent dat de opleider kennis belangrijk vindt, dus de kans is groot dat dat jij als denker beter tot je recht komt bij deze opleider.
    8. Is er een vaardigheidstoets achteraf? Of je nu een denker, doener of voeler bent, je doet de opleiding om vaardigheid te krijgen. Misschien dat er geen expliciete toets is, maar door deze vraag te stellen kan je wel inzicht krijgen in hoe belangrijk  het verwerven van vaardigheid is voor de opleider. Wanneer het enkel een aanwezigheidscertificaat zou zijn, dan neemt de opleider geen verantwoordelijkheid voor jouw leertraject, en is deze ongeschikt.
    9. Hoe is het traject zelf georganiseerd? Hoe zien de opleidingsdagen er uit? Hoe is de groepsgrootte? Welke investering (tijd en geld) wordt gevraagd? Praktische zaken. Let daarbij ook op de planning van de dagen, en de duur van de blokken.
      1. Alles wat boven de 6 uur netto (8 uur bruto) opleiding per dag  wordt gegeven raak je kwijt.
      2. Als er blokken zijn langer dan 2 dagen, dan stroom je over, en ben je het binnen een week weer kwijt (NLP Practitioners van 7 dagen aanéén zijn zonde geld!).
      3. Het is erg prettig als er tussen de blokken een stuk ruimte zit waarin je met de nieuw opgedane stof aan de slag kan in de praktijk, en dat je in het volgende blok daarop kan reflecteren (leertransfer).
      4. Het is erg prettig wanneer je na de opleidingsdagen een dag hebt om tot jezelf te komen, bijvoorbeeld een weekenddag of een vrije dag.
    10. Natuurlijk zijn er nog vele aspecten die meespelen die hier niet genoemd zijn. Zo zijn er opleiders die je aanbieden om het traject meerdere malen te volgen (en dat is een pré!) of om dagen te switchen of in te halen. Voel je vrij om deze aspecten mee te nemen, en te laten prevaleren! Wanneer jij je keuze hebt gemaakt, dan heb jij je keuze gemaakt.
  4. Nu je een overzicht hebt van opleiders en karakteristieken, kies er drie tot vijf (onthou dat aantal, dat gaat vaker terugkomen in je NLP opleiding) om daadwerkelijk kennis te maken. Ga naar een open dag of avond, bel ze op, stalk ze. Krijg gevoel bij de opleider, en stel zeker dat deze opleider ook daadwerkelijk jouw opleider gaat worden. Laat ze werken om jou te overtuigen. Leuke vragen waarmee je ze in het zweet kan krijgen:
    1. Er zijn verschillende stromingen in NLP heb ik ergens gelezen. Wat zijn de voordelen van deze stroming? En wat zijn de nadelen?
    2. Wat kan ik concreet na de NLP Practitioner? Wat heb ik er aan?
    3. Wat is NLP in 30 seconden samengevat? (McKinzie test: je snapt het pas wanneer je het in 30 seconden kan uitleggen).
  5. Na het bezoeken van de drie tot vijf opleiders, neem je even tijd voor jezelf. Laat je gevoel kristalliseren, en pas dan maak jij je keuze, waarbij je de optie NIET doen ook meeneemt.
  6. Doe eventueel de opleiding.
  7. Vervolgens ga je vanuit het huidige punt je kennis en vaardigheid versterken, verbreden en verdiepen
    • Je kan de NLP Master vervolgopleiding doen.
    • Je kan vervolgens een NLP Trainer opleiding doen. Mijn advies: doe dat bij één van de grote namen in NLP, een Tad James, Richard Bandler, John Grinder, Robert Dilts, etc. Zodat jij je kan verdiepen in zijn gedachten, zijn ideeën, zijn beeld. Modelleer hem, leer van zijn visie.
    • Lees boeken binnen de stroming die je hebt gevolgd voor verdieping van je begrip, kennis en vaardigheid.
    • Lees boeken buiten de stroming die je hebt gevolgd voor verbreding, nieuwe inzichten en een meer rijke niet-normatieve begripsvorming. Ontwikkel je eigen visie.
    • Lees boeken die ten grondslag liggen aan NLP, zoals boeken van Virginia Satir, Milton Erickson, Gregory Bates. Verdiep je in nieuwe grootheden.
    • Oefen, lees, blijf beoefenen! Pas het toe op nieuwe casus, blijf leren en veranderen.
    • Zoek mensen die gelijkgestemd zijn; zorg voor samen leren en ontwikkelen. Neem deel aan fora, schrijf zelf artikelen, coach regelmatig.
Posted by Rutger in NLP handleiding

Suggestie

Aan de basis van Milton taalgebruik ligt het geven van suggesties. Geheel tegen al hetgeen je in het reguliere onderwijs wordt geleerd (adagia als “Goede communiceren is oordeelloze communicatie” en “Gij zult open vragen stellen”) is het goed om te weten wat het effect is van suggestie en het dan (afhankelijk van welk doel je hebt) in te zetten wanneer het jou uitkomt.

Suggestie is een woord waar een dieptestructuur bijhoort. Wat is suggestie? Heb je daar een beeld bij? Heb je daar woorden bij? Suggestie is niets anders dan jouw idee, mening, oordeel of advies opperen aan de ander. Zo simpel is het: suggereren is het benoemen van jouw idee. Vervolgens, een tweede stap, is het geven van effectieve suggesties, oftewel suggesties die hun doel bereiken. Dat betekent dat je jouw doel kent, en dat je jouw idee op zo’n manier oppert dat het bijdraagt aan je doel. Als ik een generalisatie maak op basis van het effect van suggestie, dan volgt daaruit dat een effectieve suggestie betekent dat je idee/mening/oordeel/advies door de ander wordt overgenomen en gedragen, met minimale weerstand.

Dit suggestieve gebruik van taal krijgt vaak een negatieve connotatie. Woorden als manipuleren en negatieve gevoelens komen op. Wij wensen namelijk niet gemanipuleerd te worden. Daarbij gaan we echter voorbij aan het feit dat we altijd worden gemanipuleerd, en dat we altijd manipuleren. We dragen continue informatie over, waarmee we anderen beïnvloeden. Enkel je aanwezigheid maakt al dat je invloed hebt. Wanneer je deze invloed niet richt, dan krijg je nog steeds resultaten, zij het dat ze niet perse bijdragen aan je doel.

Ga eens een keer naar de bakker, en ga daar eens zonder invloed een ongesneden witbrood halen [het grappige vind ik dat de specificatie “ongesneden” misschien wel het lastigste is; het is zo ongebruikelijk dat een brood ongesneden wordt gevraagd dat zelf de spellingschecker het woord niet meer kent]. Laat OMA (oordelen, meningen en adviezen) thuis en neem LSD (luisteren, samenvatten en doorvragen) mee. Stel alleen open vragen. Je zal ontdekken dat je op hilarische wijze je doel niet haalt…

Datzelfde gebeurt in persoonlijke sfeer: wanneer je niet je invloed uitoefent, wanneer je niet manipuleert, dan kan je enkel volgend zijn in welke relatie dan ook. En in professionele sfeer heb je niets aan jouw expertise, je kan het niet inzetten want dat is manipulatie. Jouw expertise als professional zijn juist jouw situationele oordelen, meningen en adviezen. Een professional die niet manipuleert is slechts een uitvoerder; je kan dan geen rol als partner of expert uitvoeren.

Nu is het ene of het andere niet beter. Soms is het goed om wel invloed uit te oefenen, soms is het beter om dat niet te doen. Hoe weet je of je het ene of het andere inzet, of wellicht een tussenvorm? Simpel in een paar stappen:

  • Ken de situatie
  • Ken of stel je doel
  • Kies je strategie, op basis van je ervaring (dus zorg voor ervaring!!!)
  • Bepaal achteraf het effect van je gekozen strategie
  • Stuur bij indien nodig

Een eerste stap om suggestie te oefenen

Om ervaring op te doen met suggereren (hoe doe je dat, welk effect heeft het) kan een eerste stap zijn dat je gewoon hier en daar, zo nu en dan, een paar suggesties plant. Misschien dat je eerst een aantal voorbeeldzinnen wilt gebruiken, om later zelf je eigen formats te gebruiken (wanneer je hebt ontdekt dat alles wat je hoeft te doen om je invloed te hebben is het schetsen en meenemen van het gewenste beeld bij de ander). Kies er een paar hieronder uit, en probeer ze gewoon eens, waarbij je let op welk effect deze zinsconstructies hebben. Kies de juiste, sommigen zijn gericht op doelgerichte communicatie waarbij het doel een emotie is, sommigen zijn gericht op meer inhoudelijke doelen.

Voorbeeldzinnen, enkele formats van suggestie, om te oefenen

  • Wellicht wel, misschien ook niet, zal jij {SUGGESTIE}
  • Ik vraag me af, zal jij {SUGGESTIE}, of niet (“of niet” vermorzeld weerstand)
  • Mensen mogen, weet je, {SUGGESTIE}
  • Mensen zouden, weet je, {SUGGESTIE} kunnen
  • Jij zou {SUGGESTIE} kunnen
  • Ik zal je niet vertellen {SUGGESTIE}, omdat je dat zelf kan ontdekken

Misschien merk je al dat elke gedachte je kan doen beseffen dat je meer bewust wordt wat je nieuwsgierig kan leren te willen ontdekken en te willen ervaren. Wellicht heb je al gemerkt dat suggereren heel makkelijk is, wanneer je alleen je ideeën wil opperen.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Leuke feitjes voor de rationele mens.

Het Halo- en het Devil-effect

Het halo-effect

Wanneer iemand een goede kwaliteit meent te zien in een persoon of zaak, dan zal die persoon geneigd zijn om andere (losstaande) kwaliteiten van de waargenomen persoon of zaak ook hoog in te schatten. Iemand die aantrekkelijk is, zal bijvoorbeeld ook intelligenter worden ingeschat.

Het devil-effect

Wanneer iemand een slechte kwaliteit meent te zien in een persoon of zaak, dan zal die persoon geneigd zijn om andere (losstaande) kwaliteiten van de waargenomen persoon of zaak ook laag in te schatten. Iemand die een verkeerde indruk wekt qua kleding in een sollicitatiegesprek, zal ook minder geschikt zijn voor de vacature.

Nu je dit weet…

Wanneer iemand van het halo-effect en het devil-effect op de hoogte is, zal deze gaan overcompenseren in zijn/haar oordeelsvorming: bij het zien van een goede kwaliteit zal de neiging ontstaan om andere (losstaande) kwaliteiten van de waargenomen persoon of zaak laag in te schatten, bij het zien van een slechte kwaliteit zal de neiging ontstaan om andere (losstaande) kwaliteiten van de waargenomen persoon of zaak hoog in te schatten.

Het Forer-effect

Je wilt graag dat anderen je aardig vinden en bewonderen, maar bent ook geneigd tot zelfkritiek. Hoewel je karakter enkele zwakheden vertoont, kan je die meestal goed compenseren. Je hebt een aanzienlijk ongebruikt talent dat je nog niet inzet. Je straalt discipline en zelfbeheersing uit, maar van binnen ben je nogal eens een onzeker. Soms twijfel je er ernstig aan of je wel de juiste beslissing hebt genomen of juist hebt gehandeld. Je houdt van enige afwisseling en het zint je niet als regels en beperkingen je bewegingsvrijheid indammen. Je bent een onafhankelijk denker en neemt niet zomaar iets van anderen aan. Uit ervaring weet je dat het niet verstandig is jezelf al te zeer bloot te geven. Je hebt een aantal verlangens die tamelijk onrealistisch zijn.

Deze tekst is gepresenteerd aan mensen als persoonlijkheidsanalyse, met de vraag deze analyse een cijfer te geven. De gemiddelde score? Een 8,4 (0 – slecht, 10 – perfect). Terwijl het helemaal geen analyse is, maar een opsomming van algemene, globale uitspraken. Mensen hebben de neiging om vage en algemeen geldende uitspraken over de eigen persoon te accepteren als rake, typerende omschrijving, zonder zich te realiseren dat diezelfde omschrijving voor bijna iedereen opgaat.

Cognitieve dissonantie

Wanneer we iets waarnemen of doen dat niet past in ons wereldbeeld, iets wat niet klopt met onze overtuigingen en mening, dan ontstaat er een onaangename spanning. Deze spanning wordt cognitieve dissonantie genoemd. Omdat deze spanning niet fijn is, start een ingebouwd mechanisme dat motiveert om enerzijds het verschil tussen waarneming of gedrag en mening of overtuiging te verkleinen, anderzijds om situaties en informatie te vermijden die zou kunnen bijdragen nieuw (beter?) inzicht.

Een bijzonder sterk proces, dat dissonantie reductie heet, zorgt er voor dat we ons gedrag of onze mening gaan aanpassen, ons gedrag of mening gaan vergoelijken en rechtvaardigen, waarnemingen of gedrag gaan bagitalliseren, ontkennen en rationaliseren.

Het Dunning-Kruger effect

Wanneer je een groep professionals vraagt om aan te geven of ze matig, gemiddeld of bovengemiddeld presteren (zelfreflectie), dan blijkt dat incompetente professionals het vermogen missen om zichzelf kritisch te bekijken. Zij zullen hun vaardigheid onredelijk hoog inschatten, en hun eigen kunnen te hoog inschatten. Wanneer je een vaardigheid niet of matig beheerst, kan je geen objectieve beoordeling maken en beoordeel je enkel binnen het kader van wat je wel weet en kan, wat tot een te hoge inschatting van het eigen kunnen leidt.

Naast het verkeerd inschatten van de eigen competentie, zijn er nog 3 bijbehorende effecten: een hogere vaardigheid bij anderen wordt niet herkend, er is geen besef van de mate waarin zij zelf tekortschieten, na training ontstaat het inzicht alsnog (met terugwerkende kracht).

Naamlettereffect

Mensen hebben een onbewuste voorkeur voor merknamen, lettercombinaties, woorden (enzovoort) waarin de eigen initialen voorkomen. Voor cijfers is een onbewuste voorkeur voor geboortedatum, verjaardag en dergelijke combinaties. Dit effect is sterker bij mensen met een hoge eigenwaarde.

Confirmation bias

Wanneer je informatie zoekt, dan heb je vaak al een bepaald beeld voor ogen. Het interessante is dat je daarop niet op onderzoek gaat naar objectieve informatie om je beeld te onderzoeken, je gaat op zoek naar informatie om je beeld te bevestigen.

Er gaan verschillende zaken fout in het rationele proces. Zo wordt de eerst beschikbare informatie beoordeelt als meest belangrijke informatie, ongeacht in welke volgorde de informatie wordt gepresenteerd. Informatie die het beeld tegenspreekt wordt genegeerd of gebagatelliseerd. Informatie die eigenlijk geen betekenis heeft zal worden gezien als ondersteunend aan het beeld. Wanneer er een verschil van inzicht ontstaat tussen twee individuen, zal er polarisatie optreden, waarbij de verschillende beelden extremer tegenover elkaar komen te staan.

Een mooi voorbeeld is een sollicitatiegesprek. Een sollicitatiegesprek is niet zozeer een objectief vraaggesprek, het is meer een gerichte zoektocht naar de bevestiging van de eerste indruk.

Pareidolie

Ons brein probeert verbanden te leggen, onze waarnemingen te duiden. Zodat we in staat zijn om op de momenten dat het nodig is kunnen vechten en/of vluchten. Om aan de veilige kant te zitten zien we meer (mogelijke) verbanden dan er werkelijk zijn. Vooral in onduidelijke en willekeurige waarnemingen worden herkenbare patronen ervaren.

We zien beelden in wolken, we horen stemmen in ruis, we zien een mannetje (of een haas) in de maankraters, we zien Elvis in een tosti, we zien een slang in een stuk touw.

Referentie-effect

Een pyramide is een bijzonder bouwwerk, opgebouwd uit stenen. De pyramide van Cheops is de grootste pyramide, en is één van de zeven wereldwonderen. Zelfs tegenwoordig zou het nog een gigantische klus zijn om de tienduizenden stenen (grote stenen van 2500 kilo per stuk) op de juiste plaats te krijgen. Hoeveel stenen denk je dat deze pyramide heeft?

De kans is groot dat je in het antwoord rekening houdt met het getal dat ik noem in de inleiding: tienduizenden. In werkelijkheid zijn het er 2,3 miljoen. Dat is het referentie-effect. In onze beeldvorming worden wij beïnvloed door irrelevante informatie. Irrelevante informatie zoals een adviesprijs.

Zwijgspiraal

Om een objectieve mening te kunnen vormen, zou je verschillende invalshoeken willen gebruiken en verschillende bronnen van informatie. Volgens de zwijgspiraal-theorie is dat niet mogelijk omdat mensen vooral op hun gevoel afgaan, en niet op ratio. Omdat mensen het belangrijk vinden om ergens bij te horen (dan wel niet sociaal geïsoleerd willen zijn), en gevoel leidend is, zijn mensen bereid om hun mening aan te passen aan de heersende norm. Informatie over deze heersende norm verkrijgen ze uit enerzijds de eigen omgeving, anderzijds uit de media. Doordat de eigen omgeving beïnvloed wordt door de media, is het effect van de media overal terug te vinden.

Door herhaling in de media wordt een specifieke invalshoek sterker. Mensen zullen hun opinie aanpassen aan de heersende opvattingen, zoals zij die waarnemen. Mensen met een afwijkende invalshoek zullen minder geneigd zijn om deze te openbaren. Hierdoor zal een enkele invalshoek beduidend meer draagvlak krijgen, en zullen afwijkende invalshoeken “verzwegen” worden.

Thomas Kuhn

Thomas Kuhn heeft in 1962 het boek “The Structure of Scientific Revolutions” gepubliceerd. Daarin toont hij aan dat zelfs in de wetenschap de ratio niet prevaleert, maar de heersende ideeën en paradigma’s. Wetenschappers blijken ook gewoon mensen te zijn, en last te hebben van bovenstaande psychologische en sociale effecten. Dat doet niets af aan wetenschap an sich, het blijft de beste methode om de werkelijkheid in kaart te brengen, het is slechts een aanmoediging om open te staan voor andere, nieuwe invalshoeken. Een uitnodiging voor nieuwsgierigheid.

De homo economicus

De homo economicus is de rationele mens die besluiten neemt op basis van logica.

In de jaren vijftig doet een wasmachinefabrikant onderzoek naar de ideale wasmachine. Onderzocht wordt welke functies en aspecten belangrijk zijn om de ideale wasmachine te maken. De uitkomst is een lijst van technische specificaties die een redelijk geprijsde, ideale wasmachine mogelijk maken. De fabrikant neemt de machine in productie in de veronderstelling dat ze het ideale product hebben, en dat niemand functionele perfectie kan weerstaan.

Wat blijkt: de ideale wasmachine is een flop. Logisch gezien is deze machine het beste product, en toch kiezen (zelfs de oorspronkelijk bij het onderzoek betrokken) consumenten voor andere apparaten.

Leidende behoeften

Dit heeft geleid tot een ontwikkeling in de marketing, waarbij psychologie een grote rol speelt. Volgens onderzoek worden keuzes gemaakt op basis van motivatie vanuit acht verborgen behoeften, verlangens en begeerten. Kijk eens met andere ogen naar reclame, en zie of je kan ontdekken aan welke van deze acht behoeften wordt geappelleerd:

  • Zekerheid krijgen
  • Zelfrespect verhogen
  • Tevreden zijn met jezelf
  • Scheppen en creëren; bewijs van bestaan
  • Identificatie met idolen en rolmodellen
  • Macht en kracht
  • Verbondenheid
  • Onsterfelijkheid en jeugdigheid

NLP en de irrationele mens

Waar het traditionele onderwijs zich richt op werkelijkheid, logica en kennis, richt NLP zich op effect, gevoel en proces. Hoe te handelen als rationeel mens, dat leer je op school, hoe te handelen als irrationeel mens leer je in een NLP Practitioner opleiding. Nu is het niet zo dat de ene aanpak in het algemeen beter is dan de andere, elke situatie is anders, en vraagt om een eigen aanpak.

Wanneer je de liefde van je leven wetenschappelijk en logisch bekijkt, is het snel gedaan met de liefde. Als dat het gewenste effect is, prima. Wil je een ander effect, dan is het NLP dat meer geschikt is.

Posted by Rutger in NLP handleiding

NLP modelleren opleiding

NLP Modelleren opleiding

 
De basis van NLP is de houding en het NLP Modelleren (de methode), die bij toepassing NLP technieken voortbrengt. In deze opleiding leer je “NLP Modelleren”; je leert dus zelf NLP technieken te ontwikkelen. Speciaal voor NLP (Master) Practitioners die geen of weinig ervaring hebben opgedaan met NLP Modelleren, en voor NLP Master Practitioners die meer vaardigheid willen krijgen in het NLP Modelleren.
 
Wat kan je na de NLP Modelleren opleiding
Je kent het verschillen tussen de Coach-staat en de Modelleer-staat, en je kan switchen tussen beide. Je bent in staat om een te modelleren vermogen te definiëren, bijbehorende rolmodellen te selecteren, het doelvermogen te eliciteren, het doelvermogen te analyseren en te modelleren, en het doelvermogen over te dragen.

Programma van de NLP Modelleren opleiding

De NLP Modelleren opleiding is opgezet in 3 blokken van 2 dagen (totaal 6 dagen). Eerst doorlopen we gezamenlijk een modellering (eerste 2 blokken), en vervolgens voer je zelfstandig een modellering uit (hou er dus rekening mee dat je tussen het 2e en 3e blok zelfstandig aan de slag gaat met een rolmodel van eigen keuze). In het derde blok ontwerp je zelf een presentatie, en draag je het gemodelleerde vermogen over.
 
De presentatie waarin je het vermogen overdraagt is de eindopdracht.
 
Onderwerpen van de NLP Modelleren opleiding:
In deze doe-opleiding zullen de volgende onderwerpen de revue passeren:

Wat is modelleren De NLP Modelleerstaat 4 outcomes van modelleren
Satir modes Modelleervaardigheden 8 stappen presentatie voorbereiding
Wat modelleer je? De modelleerstappen Manieren van informatie verzamelen
4-MAT Modelanalyse Uitgangspunten presentatie

 
Certificatie van de NLP Modelleren opleiding
Succesvol volgen van de NLP Modelleren opleiding bestaat uit actieve participatie tijdens de NLP Modelleren opleidingsdagen (in course assessment), actieve inzet bij de zelfstandige modelleeropdracht, en het succesvol uitvoeren van de NLP Modelleren eindopdracht.
 
Na het succesvol volgen krijg je het certificaat NLP Modelleren, met een getuigschriftbijlage met programmabeschrijving en studielastverklaring, ten behoeve van EVC- en ECTS-procedures.

Doelgroep van de NLP Modelleren opleiding

Deze opleiding is geschikt voor iedereen die zichzelf (verder) wil bekwamen in het NLP Modelleren.
 
Als instapniveau voor de NLP Modelleren opleiding verwachten wij

  • Minimaal NLP Practitioner gecertificeerd*
  • MBO+ niveau met enkele jaren werkervaring of HBO niveau.

* Voor een Society-NLP opleiding: minimaal NLP Master Practitioner.

Posted by Rutger in Archief

Meer over NLP…

Wat is NLP

NLP staat voor Neuro-Linguïstisch Programmeren. Een naam voor een andere manier van denken. Een andere manier van denken dan de klassieke manier, zoals wij die meekrijgen vanuit onze opvoeding, cultuur en opleiding. Een andere manier van denken die je in staat stelt om met verschillende situaties verschillend om te gaan. Een andere manier die niet de oude, klassieke manier van denken vervangt; zie het meer als een alternatief. Een alternatief dat soms voordelen heeft, soms nadelen. En altijd meer mogelijkheden biedt, doordat deze andere manier van denken beschikbaar is. En daarmee meer persoonlijke vrijheid en keuzemogelijkheden biedt.

Wat leer je concreet in een NLP opleiding

Misschien heb je al NLP websites gezien, boeken gelezen, een NLP training, cursus, opleiding en/of coaching gevolgd, of misschien ken je wel iemand die er mee werkt. Misschien heb je er alleen maar van gehoord, en ben je nieuwsgierig op zoek naar meer informatie, misschien weet je al wat het is en zoek je nu de juiste opleider.
 
Steeds meer dringt het waardevolle dat NLP te bieden heeft door, en een NLP opleiding wordt steeds populairder als waardevolle uitbreiding, om beter te communiceren, om beter je doelen te bereiken.
 
Zakelijke én persoonlijke ontwikkeling.
 
Meer regie, meer mogelijkheden, betere resultaten. En daardoor zit je lekkerder in je vel, krijg je meer zelfvertrouwen, voel jij je vrijer, krijg je meer rust…

Beter communiceren met NLP

Wanneer je communicatie ziet als het overdragen van informatie, dan is effectieve communicatie het effectief overdragen van informatie. En effectief overdragen van informatie betekent dat je het effect bereikt dat je wilt hebben. En iedereen communiceert; iedereen draagt informatie over. Je draagt informatie over naar anderen, maar ook naar jezelf. En hoe effectief doe jij dat? Wat zeg jij tegen jezelf, bijvoorbeeld als iets mis gaat? Herken je de negatieve gedachtespiralen? Bereik jij het effect dat je zou willen hebben?
 
NLP om effectiever te communiceren
In NLP leer je verschillende vaardigheden en technieken die jouw manier van informatie overdragen verbetert. Een aantal voorbeelden:

  • Het Metamodel leert je verborgen informatie naar boven te halen,
  • Het Miltonmodel leert je invloedrijk te communiceren, met minder weerstand,
  • Beter en sneller contact maken met anderen door Rapport,
  • Aansluiten bij de belevingswereld van de ander met Modaliteiten, Waarden, en de Metaprogramma’s,
  • Negatieve gedachtepatronen doorbreken met de Ridiculiseer-techniek,
  • Boeiend de aandacht vasthouden met KAVAK en Metaforen,
  • Onweerstaanbare voorstellen doen en adviezen geven met Strategieën,
  • En meer: het NLP communicatiemodel, het NLP mediationmodel, Onbewuste communicatie, Chunking…

Beter je doelen bereiken met NLP

Beter je doelen bereiken klinkt misschien wat vaag en wollig, maar waar het om gaat is dat je beseft wat je wilt hebben, wat je wilt doen, wat je wilt zijn, en er voor zorgt dat je krijgt wat je wilt, doet wat je wilt, bent wie of wat je wilt zijn. En dat je weet wat je niet wilt. Grenzen stelt. Werkelijk kiezen hoe jij het wilt. En in staat zijn dat te verwezenlijken. Daar gaat het om.
 
NLP om beter doelen te bereiken
Doelen bereiken werkt in drie stappen: 1) Accepteer, 2) Creëer, 3) Transformeer, oftewel ACT!

  • Accepteer: je bent nu waar je bent als gevolg van wat je in het verleden hebt gedaan. Accepteer dat als startpunt.
    • Verwerk oude emoties,
    • Laat oude (verkeerde) lessen los,
    • Herken en erken je eigen bijdrage en verantwoordelijkheid,
    • Verander negatieve gevoelens, zoals schuld en schaamte,
    • Totdat je een nieuw begin hebt.
  • Creëer: onderzoek, ontdek en beslis hoe jij het idealiter wilt hebben.
    • Ontdek wat je wel wilt,
    • Ontdek wat je niet wilt,
    • Maak keuzes,
    • Stel je grote doel,
    • Stel subdoelen met SMARTIE,
    • Empower je onbewuste,
    • Neem de verantwoordelijkheid voor je resultaten en Outcomes.
  • Transformeer: richt je energie op het bereiken van wat je wilt. Verander wat je belemmert, krijg wat je ondersteunt.
    • Verander overtuigingen,
    • Verander waarden,
    • Doorbreek, vernieuw en verander gedragspatronen,
    • Creëer congruentie,
    • Verander gevoelens,
    • Vertrouw je onbewuste,
    • Leer van anderen.

Dat is wat je in de NLP opleidingen tegen kan komen. Daarnaast zijn er nog heeeel veeeel andere technieken, op andere vlakken. Andere technieken, die je allemaal kan uitvoeren, doordat de basis voor veranderen (zoals hierboven beschreven) is gelegd.
 
Mooi, he?

Voorbeelden van NLP modellen en technieken

Om je nog meer in detail een gevoel te geven wat je kan leren met NLP, geef ik je hier graag een kort en bondig overzicht van enkele verschillende NLP modellen en NLP technieken:

Het NLP communicatiemodel

Met het NLP communicatiemodel wordt duidelijk hoe communicatie werkt, welke aspecten belangrijk zijn in het vormen en ontvangen van boodschappen, hoe je invloed kan uitoefenen in dit proces, hoe je beter kan aansluiten bij een ander, en je wordt je meer bewust van je eigen-wijze communicatie.

Het NLP metamodel

Het allereerste model waarmee NLP ooit is gestart is het NLP metamodel. Een model met daarin zogenoemde overtredingen in communicatie; 16 verschillende vormen waarmee wij in onze communicatie denken duidelijk te zijn, maar in feite vaag blijven. Het herkennen van deze 16 vormen is de eerste stap naar betere communicatie: je bent in staat om vaag taalgebruik te herkennen en daarop door te vragen. Het doorvragen leidt tot heldere en eenduidige afspraken, maar ook tot het uitdagen van de denkbeelden van de spreker.

Het NLP Miltonmodel

Het NLP Miltonmodel is juist gebruik maken van vaag taalgebruik, en dan wel op een kunstige manier. Een manier die leidt tot beïnvloeding van het denkproces van de ander, een manier die leidt tot beter contact, een manier die weerstand voorkomt. Dit model komt voort uit een modellering van het taalgebruik van hypnotherapeut Milton Erickson.

Het NLP sandwich-feedback model

Hoe geef je nu feedback aan iemand, zonder hem of haar tegen de haren in te strijken? Dat doe je vanuit een specifieke houding, in een specifiek patroon: het NLP sandwich-feedback model.

Doelen stellen met NLP

Effectiviteit (doelen halen) en efficiëntie (doelen halen met minste inzet van middelen). Zonder doel geen effectiviteit, en al helemaal geen efficiëntie. Goede doelen zijn dus belangrijk. Grote doelen met een BHAG, kleinere doelen met SMART en SMARTIE, subdoelen met next step en outcomes. Oh, en SMART leren formuleren van doelen is meer dan alleen de afko kennen. Want wanneer ben je Specifiek genoeg?

Andere NLP modellen

Om een paar andere NLP modellen te noemen: het NLP coachingmodel geeft een kader voor succesvolle coaching. Het NLP Mediationmodel geeft een kader voor goede onderhandeling en conflicthantering, ook voor jezelf, bij interne conflicten… Het NLP 4-MAT model geeft kaders voor succesvolle presentaties en voor goede trainingen en lessen. Het Verenigd Veld model geeft een zandbak voor coaching en begeleiding. De neurologische niveau’s van Dilts geven een raamwerk voor verandering naar congruentie en authenticiteit. etc. etc.

NLP technieken

Ankeren

Ankeren is een NLP techniek waarmee je een ervaring kan vastleggen en weer oproepen: een gevoel, een herinnering, een voorstelling, en dergelijke. Wat jij maar wilt, en hoe je het maar gebruiken kan. Hiermee kan je bijvoorbeeld negatieve emoties en gevoelens weghalen.

Gevoel-omkeer-techniek

Onprettig gevoel wanneer je voor een groep staat? Examenstress? Je hebt het zelf in de hand zodra je deze NLP techniek onder de knie hebt. Draai het gevoel om, en het gevoel verandert.

Like-dislike

Wat lust je niet, maar zou je wel willen eten? Wat lust je juist te graag, en zou je willen minderen? Wie vind je aardig, en zou je minder aardig willen vinden? Wie vindt je niet leuk, en zou je wel leuk willen vinden? Met de like-dislike techniek kan je dingen leuk en lekker gaan vinden die je niet leuk vindt, en andersom. Wat jij wilt.

Ridiculiseer-techniek

Malende gedachten, terugkerende negatieve gedachten, hoe kom je er van af? De simpele ridiculiseer-techniek doorbreekt negatieve gedachtepatronen, en doet ze daarmee verdwijnen.

Andere NLP-technieken

Nog enkele andere NLP technieken? Kaderen en herkaderen: speel met de betekenis die gegeven wordt. Break-states: doorbreek lastige situaties. Six-step reframe: verander gedrag naar nieuw alternatief gedrag. Swish-techniek: installeer nieuw gedrag in plaats van oud gedrag. Visual squash: los interne conflicten op. Tijdlijnen: oude lessen loslaten (en veel meer!). Hoefijzer: verander overtuigingen. Circle of Excellence: voel je goed waar en wanneer jij dat maar wilt. Motivatie-strategie: motiveer! etc. etc.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Persoonlijke effectiviteit

Dit stukje gaat in op het realiseren van persoonlijk succes, onafhankelijk van wat persoonlijk succes voor jou inhoudt. Het reikt handvatten aan voor een effectieve aanpak naar persoonlijk succes.

 Wat is succes?
Succes is voor iedereen anders. Voor de een is succes een kwestie van hoeveelheid geld, voor de ander de mate waarin deze persoon bijdraagt aan een maatschappelijk vraagstuk, voor weer een ander een bepaalde sportieve prestatie. Anthony Robbins definieerde succes als volgt: succes is doen wat je wilt doen, wanneer je wilt, daar waar je wilt, met wie je wilt en zo veel en zo vaak als je wilt.

Het sleutelwerkwoord in deze definitie is willen. Succes behalen is het bereiken van hetgeen je wil. Succes behalen is dan het
bereiken van zelfgestelde doelen, als de doelen die je stelt overeenkomen met hetgeen je wilt.

 Persoonlijke effectiviteit: management en leiderschap.
Persoonlijke effectiviteit doelt op de mate waarin een individu effectief is in het behalen van zijn zelfgestelde doelen (de mate
waarin het individu succesvol is). Hierbij zijn 2 aspecten van belang: management van het individu, en leiderschap van het individu.

Zo veel boeken over management en leiderschap, zo veel definities van wat management en leiderschap precies inhoud. Omwille van de
duidelijkheid wordt hier het volgende onderscheidt gemaakt:

 Management
is de zorg voor het op efficiënte en effectieve wijze uitvoeren van taken en activiteiten (de dingen juist doen).

 Leiderschap
is de zorg voor het uitvoeren van effectieve taken en activiteiten (de juiste dingen doen).

 Persoonlijke effectiviteit
is de zorg voor het behalen van individuele, zelfgestelde doelen door het individu
effectieve taken en activiteiten op efficiënte en effectieve wijze te laten uitvoeren.
Anders gezegd: persoonlijke effectiviteit is de zorg voor het
behalen van succes door het individu de juiste dingen juist te laten doen.

 Processen.
 Het proces
Een proces is een logisch samenhangende serie activiteiten (verwerking) ten behoeve van
het omzetten van invoer in een bepaald resultaat (zie figuur 1). Van dit proces is een recept te maken (een procedure)
waardoor het resultaat herhaalbaar is.

Als voorbeeld een recept om koffie te zetten: als invoer neem je koffie en water, als verwerking doe je de koffie in een mok, warm je het water op
en schenk je het opgewarmde water bij de koffie in de mok en roer je even. Als resultaat heb je een kop koffie.


figuur 1: het proces

 Procesmanagement
Bij de 1e slok koffie uit het bovenstaande recept is de kans groot dat de smaak tegenvalt. Het resultaat (koffie) komt niet overeen met het gewenste
resultaat (lekkere koffie). Om het proces te besturen (en het recept te veranderen) is er nog iets nodig: management (zie figuur 2).

De 1e slok is aanleiding om het recept te veranderen. Er gaat een pijl van resultaat naar management; dit noemen we feedback. Management zal op basis
van feedback sturen op invoer en verwerking om het optimale resultaat te behalen.

Management geeft ook de mogelijkheid om bepaalde informatie over invoer en verwerking boven tafel te krijgen (meten). In het voorbeeld kan gekeken worden
of de koffie wel vers is (meten op invoer), en of het water wel kookt (meten op verwerking).

Naar aanleiding van deze meetresultaten geeft management de mogelijkheid om invoer en verwerking te besturen (zie de 2 pijlen van management naar
respectievelijk invoer en verwerking). In het voorbeeld kan besloten worden andere koffie in te kopen (sturen op invoer) of gebruik te maken van
een koffiezetapparaat (sturen op verwerking).

Het continu meten (ook feedback is meten!) en sturen is een leerproces richting het gewenste resultaat. Uiteindelijk zal de koffie lekker zijn.


figuur 2: proces met management (meten en besturen)

 Leiderschap en procesmanagement
Door het verslavende effect van de lekkere koffie drink je niets anders meer. Steeds opnieuw herhaal je het optimale recept. Je doet hetzelfde,
je krijgt hetzelfde. Groot is de schok wanneer je leest dat koffie beter met mate genuttigd kan worden. Hoe past
deze informatie in het procesmodel?

Er is een extra laag nodig die aan management aangeeft
welke recepten wanneer en hoe vaak kunnen worden gebruikt. Een laag die besluit dat de hoeveelheid koffie die nu genuttigd wordt wel of niet acceptabel is.
Dit gebeurd in leiderschap (zie figuur 3).
Leiderschap bepaald welke resultaten behaald dienen te worden, welke recepten mogen worden gebruikt, waaraan recepten dienen te voldoen.
Leiderschap geeft richting. Leiderschap controleert en coördineert over alle processen heen.


figuur 3: procesmodel met leiderschap (normering en doelstelling)

 Veranderen.
Volgens het procesmodel, zoals hierboven in figuur 3 weergegeven, is het resultaat afhankelijk van de invoer en verwerking, waarbij management en leiderschap de tools zijn om te veranderen. Als de invoer en
verwerking gelijk blijven, zal het resultaat ook gelijk blijven. Om een ander resultaat te krijgen zal de invoer en/of de verwerking moeten veranderen.

Om betere resultaten te krijgen (succes te behalen) zal je moeten veranderen (managen en leiden).

 Wat kan je veranderen?
Resultaten op het vlak van persoonlijke effectiviteit zijn afhankelijk van leiderschap, management, invoer en verwerking. In de onderstaande tabel
staan diverse aspecten (verticaal) die van invloed zijn op de procesdelen (horizontaal).

Leiderschap Management Invoer Verwerking
Gedrag X X
Kennis X X X X
Vaardigheden X X X X
Overtuigingen X
Normen en waarden X
Ambitie X X
Inzet X X
Motivatie X X X
Toewijding X X X

Naast deze persoonlijke kenmerken kan ook de hoeveelheid te besteden tijd en geld (middelen; invoer) veranderd worden (het principe van prioritering).

Bij iedere voorgenomen verandering zal moeten worden gekeken naar alle aspecten om zeker te zijn van een optimaal resultaat.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Rollenspel oefening Projectleider

Deelnemer 1: Medewerker beheer

10 minuten gesprek, 5 minuten nabespreken.
De projectmanager leidt het gesprek.

Casus

U bent beheerder. Tevens is u gevraagd mee te werken aan het project Xtremius. U heeft een gesprek met de projectleider.

Binnen het project bent u verantwoordelijk voor de acceptatie. U heeft geen tijd (normale werkzaamheden gaan voor) en er wordt ook geen tijd vrijgemaakt. U kunt dus slechts zeer beperkt tijd aan het project besteden. U wilt echter wel dat de kwaliteit van de acceptatie goed is. U heeft al vaak genoeg de rotzooi van projecten opgeruimd.

Deelnemer 2: Projectleider Xtremius

10 minuten gesprek, 5 minuten nabespreken.
U leidt het gesprek.

Casus

U bent projectleider. U gaat spreken met 1 van uw projectleden. Dit projectlid is beheerder, en verantwoordelijk voor de acceptatie.

Door hogerhand wordt er steeds meer druk op u gelegd om het traject te versnellen. U wilt daarom de testfase verkorten: meer inzet van de betreffende projectmedewerker en slechts een beperkte testset voor acceptatie.

Naast de versnelling is de inzet in uw project onder de maat: de taken worden door het projectlid niet op tijd afgerond.

Tijd voor een gesprekje.

Posted by Rutger in Archief

NLP is hypnose…?

Een uitspraak die ik regelmatig lees (nieuwsbrieven, websites) is dat NLP en hypnose hetzelfde zouden zijn. NLP Chunking (en de daarmee samenhangende flexibiliteit) leert dat dit niet hetzelfde is. NLP is veel meer dan enkel hypnose, en hypnose is enkel een onderdeel van NLP; een fenomeen dat effect heeft in bepaalde situaties.

Hypnose is het zijn in een heel natuurlijke staat van trance, zoals we allemaal kennen van verzonken in gedachten te zijn tijdens het TV-staren, of van het moment dat jij je realiseert dat je na een bekende weg te hebben afgelegd eigenlijk onbewust de reis hebt gemaakt.

Tijdens de hypnotische staat, sta je meer open voor suggesties. Wat je tijdens die staat meer doet dan anders, is de informatie (de suggesties) die je ontvangt tijdens deze staat een plaats geven in de manier waarop je naar de wereld kijkt. Je neemt makkelijker dingen aan. Om dat mogelijk te maken, leer je binnen NLP high level chunks te gebruiken: kunstig vaag taalgebruik inzetten om het ontvangen en een plaats geven zo gemakkelijk mogelijk te maken. Veel NLP technieken werken op die manier.

NLP gaat altijd en overal over FLEXIBILITEIT. Flexibiliteit in het gedrag aanpassen aan de situatie: situationeel gedrag. En wanneer een bepaalde situatie kunstig vaag taalgebruik het beste effect heeft, dus het beste het doel dient, dan gebruik je hypnose, als middel.

Maar, zoals altijd, is er geen flexibiliteit in gedrag als er niet een tegenovergesteld gedrag is. Situationeel gedrag is alleen mogelijk wanneer er een keuze is uit minimaal 2 soorten gedrag. Het tegenovergestelde gedrag komt voort uit het metamodel: een belangrijk onderdeel van NLP. Een onderdeel dat het mogelijk maakt om te kiezen tussen hypnotisch taalgebruik en suggesties om de informatie een plek te laten vinden in het wereldmodel enerzijds, en anderzijds iemand tot inzichten te laten komen over de irreële informatie die bij iemand in het wereldmodel is opgeslagen, enkel door de juiste vragen te stellen (low-level chunks). En het is meer dan een keuze tussen suggereren of laten inzien, er zitten allerlei grijze gebieden tussen die je in een situatie kan gebruiken. De vraag wisselt de suggestie af.

Stellen dat NLP en Hypnose gelijk zijn, betekent dat je slechts één kant van het spectrum van gedrag inzet; en dus de keuze in gedrag beperkt.

En daarin zit de crux van NLP, en een goede NLP opleiding: niet het leren van het ene gedrag of het andere, maar in het leren kiezen en toepassen van situationeel gedrag.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Aandachtsfilter richten op anderen

Er zijn twee aandachtsfilters: SBS en SBO.

 

Eén van beide filters heeft de voorkeur van waaruit je handelt. Dat sluit de aanwezigheid en de inzet van het andere filter niet uit; het Continue reading →

Posted by Rutger in NLP handleiding

Het zintuigensysteem en het representatiesysteem

Wij nemen de wereld waar door gebruik te maken van onze 5 zintuigen:

  • Ogen kijken (Visueel)
  • Oren luisteren (Auditief)
  • Lichaam voelt (Kinestetisch)
  • Neus ruikt (Olfactoir)
  • Mond proeft (Gustatoir)

 

Extern waarnemen doen we met het zintuigensysteem (VAKOG). En Continue reading →

Posted by Rutger in NLP handleiding

Basisveronderstelling voor de docent

Een mooie basisveronderstelling, die niet direct deel uit maakt van het NLP gedachtegoed, maar wel in lijn is daarmee, laat docenten, trainers en onderwijzers meer invloed hebben op hun eigen werk.

 

Een toets zegt niets over de resultaten van de student, maar wel over de kwaliteit van de docent“.

 

Dus waarom zou je toetsen? Klinkt misschien vreemd en ongewend, maar in Finland is dat al common practice, met hele goede (betere) resultaten. Door vertrouwen. Gericht op inzet in plaats van resultaat.

 

Het aardige van deze veronderstelling is dat de docent niet alleen de verantwoordelijkheid naar zich toetrekt voor het overbrengen van de stof en de vaardigheid (en dus een stapje harder loopt voor een goed resultaat). Ook de motivatie, het overbrengen van het WAAROM komt ineens binnen scope van de docent. Juist die WAAROM vraag is een vraag waarvoor in het normale onderwijssysteem bijna geen ruimte is.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Inzet en resultaat

Meten is weten. Jaja…

 

Je krijgt wat je meet:
Meet op resultaat en je krijgt resultaat met net voldoende inzet. Net een zesje. Met de hakken over de sloot. Verveling en “omdat het moet”. Faalangst omdat je het resultaat moet bereiken, NU.

Continue reading →

Posted by Rutger in NLP handleiding