informatie

Viermachtenleer?

Tijden veranderen, en de invloed van informatie en duiding is zo groot dat er onderhand sprake is van macht.

Invloed en macht zijn andere dingen, maar wanneer iets veel invloed heeft dan heeft dat vanzelf ook macht. Door bewust invloed uit te oefenen krijg je veel macht.

Door foutief informeren (op alle mogelijke wijzen die de aspecten van informatiekwaliteit toelaat, zoals niet tijdig, niet volledig, etc.) is het mogelijk dat de uitvoerende macht zichzelf in stand houdt, en de wetgevende en rechterlijke macht naar zijn hand zet. Propaganda is een mooi schoolvoorbeeld daarvan. Landen als Rusland, China, Noord-Korea, zijn voorbeelden waar de uitvoerende macht door beheersing van informatie de volledige macht kunnen bereiken.

Is het zo dat in de trias politica wetgever, uitvoerder en rechtsprekende macht worden benoemd en gescheiden, zou ik willen pleiten voor een viermachtenleer, waarbij ook informatie als aspect wordt benoemd, en gescheiden van de overige machten. De vierde macht, de journalistiek, die een onafhankelijk controlerende en informerende (verslagleggende) functie heeft, is m.i. noodzakelijk voor een goede werking van een democratie.

Deze macht zou volledig moeten worden gescheiden van wetgever, uitvoerder en rechtspreker, volledig vrij moeten zijn om haar controlerende en informerende taak uit te kunnen voeren. Geen staatstelevisie, geen staatsmedia, volledig onafhankelijk van een der drie machten.

Posted by Rutger in Archief

Wat de overheid van ICT outsourcing kan leren

ICT is een werkveld waarin het mogelijk is, dank zij de ICT zelf, om werkzaamheden te bundelen en uit te besteden aan derden. Zowel het repeterende karakter van veel beheerwerkzaamheden, als de mogelijkheid om werkzaamheden op afstand te doen maken dat deze werkzaamheden procesmatig kunnen worden ingericht en uitbesteed.

Op strategisch niveau wordt bepaald welke werkzaamheden wel, en welke werkzaamheden niet worden uitbesteed. Strategisch niveau is daarbij niet binnen het technische veld, maar breder, op bedrijfsniveau. Op basis van vele ervaringen, kleunen en miskleunen is er een beslissingsboom ontworpen om een goede strategische beslissing te kunnen nemen of je ICT wel of niet moet uitbesteden.

De eerste vraag is: is de ICT die je wilt uitbesteden van strategisch belang voor je bedrijfsvoering? Is de informatie concurrentiegevoelig, is de kennis van cruciaal belang voor het voortbestaan van je bedrijf, zijn de systemen too-big-too-fail? Dat is de belangrijkste vraag; als het bedrijfsbelang zo hoog is dat het niet opweegt tegen efficiëntievoordelen dan hou je de systemen en werkzaamheden (en dus mensen, kennis en kunde) in huis. Einde beslisboom.

Alleen als het strategisch belang van uitval van de betrokken systemen een klein risico behelst, dan ga je kijken of er uitbesteed kan worden. Strategisch belang is blocking voor uitbesteden. En alleen indien het risico verwaarloosbaar is, dan gaat de beslisboom verder met ofwel uitbesteden indien betere kwaliteit te behalen is tegen dezelfde kosten, dan wel uitbesteden indien tegen lagere kosten dezelfde kwaliteit te behalen is.

Projectie op overheid en privatisering

Privatiseren is niets anders dan uitbesteden door de overheid van taken aan de markt. Wanneer je daarin goede keuzes wilt maken dan is het belangrijk dat je het strategisch belang kent van de betreffende taken. Daarvoor is het van belang dat je kijkt naar de reden van het bestaan van een overheid: te weten het vertegenwoordigen van het gezamenlijk belang der burgers. De overheid dient als goede huisvader de gezamenlijke belangen van ‘haar’ burgers te behartigen. Gezien vanuit de reden van het bestaan kan je vervolgens bepalen wat wel en wat niet cruciaal is, gezien het belang van de taak voor de bedrijfsvoering (de overheid als ons gezamenlijke bedrijf teneinde te voorzien in ons gezamenlijke belang).

En dan kom je tot mogelijke conclusies als:
– Als iedereen gezamenlijk belang heeft bij openbaar vervoer, en dit is cruciaal voor een grote groep burgers, dan is dit van dusdanig strategisch belang dat dit niet uitbesteed, dan wel geprivatiseerd mag worden.
– Hetzelfde geldt voor nutsvoorzieningen, als gas, water en licht, en ook voedsel.
– Wat denk je van informatiestructuren, als internet en telefonie, maar ook bibliotheken?
– Is een distributiesysteem als post en pakketbezorging iets waar een algemeen strategisch belang in zit?
– Zorg, onderwijs, bescherming van personen en goederen?

Toch uitbesteden/privatiseren leidt tot een secundair effect: de overheid vertegenwoordigt in mindere mate het gezamenlijke belang, waardoor de burger minder betrokken raakt bij de overheid. Logisch, want de overheid verkleint haar rol, haar bijdrage binnen de cirkel van betrokkenheid van de burger. De kloof tussen overheid en burger zal daarmee groter worden, en de burger minder betrokken zijn bij de overheid. De rol van de overheid wordt ambigue en haar bijdrage is minder en zal ook als dusdanig worden ervaren.

De beste manier om de kloof tussen overheid c.q. politiek en burgers te verkleinen is dan ook de focus leggen waar die hoort (door de overheid) namelijk het vertegenwoordigen van het gezamenlijk belang als een goede huisvader. Een kloof die je niet overbrugt door in gesprek te gaan, daar zit het probleem namelijk niet. Alleen wanneer er op goede wijze voor de gezamenlijke belangen wordt gezorgd, kan de kloof kleiner worden.

Posted by Rutger in Archief

Heb jij een manier om focus te houden?

Ken jij het verschil tussen lezen en leren? Lezen, oppervlakkig, rondstruinen in de letters die je tegenkomt of leren, de diepte in, betekenis  ontdekken en ervaren vanuit een focus. Hoe vaak kom je een interessant artikel tegen op internet, neem jij je voor om daar wat mee te doen, om het toe te passen, om dan lange tijd later hetzelfde onderwerp tijdens het browsen te herontdekken. Dat moment van “Oh, ja, dat had ik willen doen.”.

Heb jij bijvoorbeeld een app waarin je met een simpele klik artikelen opslaat tijdens het browsen, artikelen die je interessant genoeg vindt om meer aandacht aan te besteden? Heb je een simpele manier om ideeën die opborrelen vast te leggen voordat ze als een gedachte weer vervagen? Heb je een proces, een manier van werken, om interessante, nieuwe kennis te vergaren, te oefenen, te herinneren, toe te passen, te herhalen? En die cursus die je volgde, waar je enthousiast aan het einde de mogelijkheden zag van de dingen die je hebt geleerd, hoe staat het daarmee?

Wat zou jou helpen om de dingen die je interessant vindt, de dingen die je zouden kunnen helpen, in beeld te houden? Hoe gebruik jij je agenda, je telefoon, je apps, hoe regel jij dat je ook daadwerkelijk aandacht besteedt aan de dingen waar je aandacht aan wilt besteden? Gebruik je Post-its, reserveer je wekelijks tijd om hier tijd aan te besteden, verzamel en archiveer je het zodat je later makkelijk weer kan reviewen en en je aandacht er aan kan besteden?

Mag ik je uitnodigen om daar eens bij stil te staan? Hoe kan jij er voor zorgen dat jij ook daadwerkelijk aandacht besteedt aan de dingen waar je aandacht aan wilt besteden? Hoe je er voor zorgt dat de dingen die jij belangrijk en interessant vindt ook in beeld blijven? Hoe doe je dat nu, wat is het resultaat, en ben je daar tevreden over? Wat zou je willen als resultaat, wanneer ben je meer dan tevreden, en hoe zou je dat kunnen doen?

Een paar ideeën die je zouden kunnen helpen:

  •  Zorg voor een (electronische) schoenendoos waarin je ideeën, artikelen enzovoort verzameld. Voorbeelden van electronische schoenendozen: Onenote, Pocket, Pinterest, een Word bestand, een voicerecorder, als het maar allerlei verschillende soorten informatie makkelijk kan vasthouden.
  • Plan een wekelijks moment waarin je jouw schoenendoos verwerkt. Zoek uit wat je verzameld hebt, maak categorieën, plan momenten (door tijdreservering in agenda of als taak op een takenlijst) om daadwerkelijk aandacht te besteden aan wat jij belangrijk vindt.
  • Herinner jezelf aan je focus op symbolische wijze: misschien kan je een symbool bedenken wat voor jouw focus staat, en dat symbool fysiek in je blikveld plaatsen. Een beeldje, of een plaatje als achtergrond op je telefoon of beeldscherm.

Wees er een periode bewust mee bezig, en zie wat je resultaten zijn. Kijk waar en hoe je jouw resultaten wil en kan verbeteren. Bij jezelf, maar vraag ook eens aan anderen hoe zij met hun informatie, kennis en vaardigheden omgaan; en dan niet zomaar iedereen, maar iemand waarvan jij denkt dat die zijn zaakjes op dit vlak op orde heeft.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Simpele manieren om focus te houden

Er is een verschil tussen lezen en leren. Lezen is oppervlakkig, gewoon rondstruinen in de woorden die je ziet ten opzicht van leren, meer de diepte in, ervaren van betekenis en voelen vanuit een focus. Herken je dat je een interessant artikel tegenkomt op internet, en dat jij je voorneemt om daar wat mee te doen? Om het artikel toe te passen? En dat je dan na lange tijd hetzelfde onderwerp tijdens het surfen herontdekt? Een moment van “Oh ja, dat wilde ik doen.”.

Meer structuur
Je kan dit meer structuur geven met bijvoorbeeld een app waarin je met een simpele muisklik artikelen opslaat tijdens het browsen. Of waarmee je artikelen die je interessant genoeg vindt om meer aandacht aan te besteden bewaart. Door een simpele manier te hebben om ideeën die opborrelen vast te leggen voordat ze als een gedachte weer vervagen. Heb je zo’n proces, heb je een manier van werken, om interessante, nieuwe dingen te vergaren, en te oefenen, en te herinneren, en toe te passen, en te herhalen? Zoals die cursus die je volgde, waar je enthousiast aan het einde de mogelijkheden zag van de dingen die je daar hebt geleerd, dat je daar ook werkelijk iets mee doet?

Wat zou jou helpen om de dingen die je interessant vindt, de dingen die je zouden kunnen helpen, in beeld te houden? Hoe gebruik jij je agenda, je telefoon, je apps, hoe regel jij dat je ook daadwerkelijk aandacht besteedt aan de dingen waar je aandacht aan wilt besteden? Gebruik je Post-its, reserveer je wekelijks tijd om hier tijd aan te besteden, verzamel en archiveer je het zodat je later makkelijk weer kan reviewen en en je aandacht er aan kan besteden?

Mag ik je uitnodigen om daar eens bij stil te staan? Hoe kan jij er voor zorgen dat jij ook daadwerkelijk aandacht besteedt aan de dingen waar je aandacht aan wilt besteden? Hoe je er voor zorgt dat de dingen die jij belangrijk en interessant vindt ook in beeld blijven? Hoe doe je dat nu, wat is het resultaat, en ben je daar tevreden over? Wat zou je willen als resultaat, wanneer ben je meer dan tevreden, en hoe zou je dat kunnen doen?

Een paar ideeën die je zouden kunnen helpen:

  •  Zorg voor een (electronische) schoenendoos waarin je ideeën, artikelen enzovoort verzameld. Voorbeelden van electronische schoenendozen: Onenote, Pocket, Pinterest, een Word bestand, een voicerecorder, als het maar allerlei verschillende soorten informatie makkelijk kan vasthouden.
  • Plan een wekelijks moment waarin je jouw schoenendoos verwerkt. Zoek uit wat je verzameld hebt, maak categorieën, plan momenten (door tijdreservering in agenda of als taak op een takenlijst) om daadwerkelijk aandacht te besteden aan wat jij belangrijk vindt.
  • Herinner jezelf aan je focus op symbolische wijze: misschien kan je een symbool bedenken wat voor jouw focus staat, en dat symbool fysiek in je blikveld plaatsen. Een beeldje, of een plaatje als achtergrond op je telefoon of beeldscherm.

Wees er een periode bewust mee bezig, en zie wat je resultaten zijn. Kijk waar en hoe je jouw resultaten wil en kan verbeteren. Bij jezelf, maar vraag ook eens aan anderen hoe zij met hun informatie, kennis en vaardigheden omgaan; en dan niet zomaar iedereen, maar iemand waarvan jij denkt dat die zijn zaakjes op dit vlak op orde heeft.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Het NLP Communicatiemodel

Waarnemen en het NLP communicatiemodel

Waarnemen en het NLP communicatiemodel

Op een mooie dag schijnt de zon. Je weet dat doordat je de zon kan zien, en haar warmte kan voelen. Waarnemen doe je met je zintuigen. Kijken, horen, voelen, proeven, ruiken.

Zo ervaar je de werkelijkheid. Echter, besef je dat:

  • Je zintuigen niet alle signalen kunnen opvangen. Ze zijn er simpelweg niet voor gebouwd. Bijvoorbeeld: de ultraviolette en röntgenstraling van de zon neem je niet waar. Dat betekent dat de werkelijkheid GROTER en MEER is, dan wij kunnen waarnemen.
  • Je zintuigen werken met receptoren. En deze receptoren werken stapsgewijs. Ze onderscheiden signalen aan de hand van een minimale hoeveelheid prikkeling. Bovendien moet er een minimale hoeveelheid prikkeling zijn voordat de receptoren reageren, en de fysische energie omzetten in fysiologische energie, naar zintuigstromen naar de hersenen.

Er zijn dus allerlei signalen, een deel daarvan worden opgevangen door onze zintuigen, en onze zintuigen sturen deze signalen door naar ons brein. In NLP gaat het NLP communicatiemodel gaat over het verwerken van de beperkte signalen die we ontvangen in ons brein.

Verwerking van de signalen in de hersenen: het NLP communicatiemodel

Het NLP communicatiemodel geeft schematisch weer hoe het brein werkt; hoe het omgaat met signalen die onze zintuigen versturen.

  • Eerst worden de signalen gefilterd: er wordt informatie weggelaten, vervormd en gegeneraliseerd.
  • Op basis van deze gefilterde informatie wordt in onze hersenen een beeld geschetst van wat we denken waar te nemen: de interne voorstelling.
  • Deze interne voorstelling wordt gekleurd door zowel de fysiologie als de stemming (deze drie hebben een wisselwerking).  Samen bepalen deze drie vervolgens hoe de reactie op de ontvangen signalen zal zijn.
NLP communicatiemodel

NLP communicatiemodel

Posted by Rutger in NLP handleiding

Waarnemen en kalibreren

Hoe vaak komt de letter ‘F’ voor in de volgende tekst:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Wat staat hier:

Vlgones een sduite aan een elgnese unvirestiet mkaat het neit uit in wlke vlgrodoe de lttrees in een wrood satan, het eigne dat blagnrijek is, is dat de ersete en de ltaatse ltteer op de gdoee palats satan. De rset kann ttaaol oiznn zjin maar tcoh kun je het geod leezn. Dit kmot dradoot we neit ltteer voor ltteer arpat lzeen maar wodoren in zjin gheeel.

Kan je dit lezen:

D323 M3D3D3L1NG L44T J3 213N T0T W3LK3 GR0T3 PR35T4T135 0N23 H3R53N5N 1N 5T44T 21JN. 1N H3T 83G1N W45 H3T 23K3R N0G M031L1JK D323 T3K5T T3 L323N, M44R NU K4N J3 H3T W44R5CH1JNL1JK 4L W4T 5N3LL3R L323N 20ND3R J3 3CHT 1N T3 5P4NN3N. D4T K0MT D00R H3T 3N0RM3 L33RV3RM0G3N V4N 0N23 H3R53N5. KN4P H3? D323 M3D3D3L1NG M4G J3 K0P13R3N 3N V3RD3R V3R5PR31D3N.

Onze waarneming

Hoeveel vaak komt de ‘f’ voor volgens jouw telling? De meeste mensen tellen er 16 of 17. Maar het zijn er meer:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Het zijn er 23! Vooral het woordje ‘OF’ wordt vaak gemist. Er zit dus iets raars in ons waarnemen. Zelfs wanneer we ons concentreren, zien we niet alles…

En wanneer je het 2e stukje las als ‘Volgens een studie aan een Engelse universiteit…’, dan was je niet aan het waarnemen, maar dan was je de letters die er staan aan het vervormen tot woorden zoals je ze kent. Je leest dan iets wat er feitelijk niet staat. Wanneer dat stukje in een taal was geschreven die je niet kende, dan had je wel letterlijk de letters uitgesproken zoals ze er stonden. We verbinden onze waarneming aan wat we in het verleden hebben geleerd. We zien iets en proberen het onbewust te duiden. We zien niet wat er staat, we zien wat we kennen.

Het derde stukje laat je zien hoe snel dit proces gaat, hoe flexibel je hersenen zijn om snel te leren en uit het feitelijke waarnemen naar betekenis gaan.

Belangrijk NLP uitgangspunt: Ons sterkste instinct is niet de ‘will to survive’ maar onze drang om dingen vertrouwd te maken (‘will to make things familiar’).

Het zintuigensysteem

Wij nemen de wereld feitelijk waar door gebruik te maken van onze 5 zintuigen:

  • Ogen kijken (Visueel)

    Zintuigensysteem en waarnemen

    Zintuigensysteem en waarnemen

  • Oren luisteren (Auditief)
  • Lichaam voelt (Kinestetisch)
  • Neus ruikt (Olfactoir)
  • Mond proeft (Gustatoir)

Voor het gemak worden deze zintuiglijke systemen in NLP veelal afgekort tot: V A K O/G.

Omdat we naast waarnemen ook denken (tegen ons zelf praten) wordt er verschil gemaakt tussen Auditief tonaal (At: luisteren met je oren) en Auditief digitaal (Ad: tegen je zelf praten).

Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen de verschillende manieren waarop je kan voelen (Kinestetisch):

  • Tactiel: voelen aan de buitenkant; waarnemen buiten jezelf
  • Proprioceptief: voelen aan de binnenkant; waarnemen binnen jezelf
  • META: waarde bepalende gevoelens en emoties

NLP stelt dat ieder mens een bepaalde voorkeur heeft bij de inzet van de zintuigen (V-A-K-O-G-Ad). Sommige zintuigen zijn beter ontwikkeld dan de andere. Dat is per mens verschillend, en aangezien zintuigen te trainen zijn, is het geen vastgesteld gegeven, en kan het per situatie verschillen.

Het primaire voorkeurssysteem van waarnemen (V A K O/G Ad) herkennen bij een ander is handig om beter contact te maken. Je kan het primaire voorkeursysteem bij een ander herkennen door:

  • Te luisteren naar de woorden die de ander gebruikt (predicaten)
  • Te kijken naar de lichaamshouding (fysiologie)
  • Te kijken naar de oogpatronen

Dit worden ook wel de accessing cues (toegangsignalen en –aanwijzingen) genoemd.

VAKOGAd overzicht

V – Visueel, zien

A – Auditief, horen

At – Auditief tonaal, luisteren

Ad – Auditief digitaal, praten tegen jezelf, ‘denken’

K – Kinestetisch, voelen

Kt – Kinestetisch tactiel, voelen aan de buitenkant

Kp – Kinestetisch proprioceptief, voelen aan de binnenkant

Km – Kinestetisch meta, waarde bepalend of emotie

O – Olfactior, ruiken

G – Gustatoir, proeven

Lead system (zoeksysteem)

NLP stelt dat iedereen een zintuiglijk weergavesysteem heeft waarmee iemand zich richt op een innerlijke ervaring, of een herinnerde ervaring opzoekt.

Als voorbeeld:

Zoek naar een ervaring waarin je zeker was van jezelf. Qua volgordelijke stappen kan je eerst een beeld ZIEN (visuele “lead”) van die ervaring, om je vervolgens te herinneren welke gevoelens horen bij dat moment van zekerheid (kinestetische weergave).

Dit lead system is met de oogpatronen goed te herkennen.

Synesthesie

Synesthesie is een proces waarbij de weergave in het ene zintuigensysteem direct een ervaring oproept in een ander zintuigensysteem. Beide systemen overlappen elkaar. Bijvoorbeeld wanneer je het geluid hoort van een krijtje over een schoolbord en direct de rillingen over je rug voelt lopen.

BMIR’s – Behavioral Manifestations of Internal Representation

BMIR’s zijn (minimale) non-verbale en verbale toegangssignalen die in verbinding staan met onze zintuigen, de VAKOGAd. Door te letten op BMIR’s kan je beter afleiden wat er bij de ander gebeurt. Het is daarbij belangrijk in de gaten te houden dat ieder mens uniek is; niemand heeft gelijke BMIR’s. Voordat je dus betekenis mag en kan geven aan de BMIR’s die je waarneemt moet je onderzoeken wat een BMIR specifiek bij iemand betekent (dat proces van afstemmen heet kalibreren).

In een gesprek letten op veranderingen in fysiologie en stem (kijken en luisteren) geeft je inzicht in het interne proces bij de ander. Je wellicht niet zien WAT er gebeurt, maar wel DAT er wat gebeurt.

Visuele BMIR’s – wat je kan zien veranderen

  • Spierspanning in het gezicht
  • Vochtigheid van de huid
  • Kleur(verandering) van het gelaat
  • Onderlip (grootte en kleur)
  • Oogbewegingen
  • Grootte van de pupil
  • Schuine stand van het hoofd
  • Ademhaling: plaats, snelheid, diepte
  • Houding
  • Hoek van de ruggengraat (hoofd, nek, schouders)
  • Arm -, hand- en vingergebaren
  • Verdeling van gewicht
  • Gezichtsuitdrukking, wenkbrauwen, kaken, mond

Auditieve BMIR’s – wat je kan horen veranderen

  • Toon
  • Tempo
  • Plaats
  • Hoogte
  • Volume
  • Ritme
  • Pauzes
  • Predicaten
  • Warmte
  • Intonatie en intonatiepatronen

Kalibreren

Wanneer je iets ziet of hoort bij iemand, en je wilt ontdekken wat dat betekent, dan noemt NLP dat proces van onderzoeken en afstemmen ‘kalibreren’. Wanneer je niet kalibreert, en BMIR’s een betekenis geeft ‘omdat dat meestal zo is’, dan ben je aan het gedachtelezen, of mindreaden. Omdat iedereen unieke BMIR’s heeft, is het proces van kalibreren erg belangrijk om feitelijk te blijven bij wat er gebeurt bij de ander in plaats van niet verder te komen dan wat jij denkt dat er gebeurt bij de ander.

Kalibreren is het ontdekken van toegangsignalen. In de basis is het een vermogen (vaardigheid) om verschillen te kunnen zien en/of horen. Om onderscheid te kunnen maken is het noodzakelijk tenminste 2 zijnstoestanden waar te nemen.

  • Een enkel signaal is een voorval zonder betekenis
  • 2 dezelfde signalen is toeval
  • 3 dezelfde signalen is een patroon (kalibratie)

Oefening waarnemen of gedachtelezen

Ga bij de volgende uitspraken voor jezelf na of het iets is wat je feitelijk ziet, of dat een een mening/waardeoordeel is:

  • Je ziet hem opgelucht adem halen.
  • Je kon zien dat ze niet tevreden was.
  • Ze stond ontspannen te presenteren.
  • Als hij praat beweegt hij met zijn handen.
  • Hij fronste terwijl hij naar beneden keek.
  • Hij fronste zijn wenkbrauwen om te laten zien dat hij twijfelde aan haar woorden.
  • Ze keek schichtig om zich heen.
  • Zijn stem trilde en klonk nerveus.
  • Terwijl hij praatte bewoog zijn hoofd.
  • Hij bloosde van schaamte.
  • Hij vind mij niet aardig want hij kijkt telkens weg als ik hem aankijk.
  • Hij schudde zijn hoofd dus was het er niet mee eens.
  • Zij knikte want ze is het er mee eens.
  • De Italiaan was erg tevreden; hij maakte een rondje met duim en wijsvinger: perfect!
  • De ene Griek vond het goed, hij zei “Ohkee.”. De andere niet, hij zei “Nee.”.
  • Zij gaat het doen, ze zei “Ja, ik doe het wel.”.
  • De Pakistaan schudde zijn hoofd, dus bedoelde nee.
  • De Arabier gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De Japanner gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De flipover heeft witte bladen van papier.

Klik hier voor een antwoordindicatie.

Dus:

WAARNEMING -> Betekenis geven -> MINDREAD

Feitelijk en objectief -> Betekenis geven -> Jouw werkelijkheid en subjectief

Werkelijkheid -> Betekenis geven -> Waardeoordeel en overtuiging

Accessing cues – toegangsignalen en -aanwijzingen

Overzicht BMIR’s (generaliserende mindreads)

Visueel Auditief (At en Ad) Kinestetisch (K en O/G)
Ademhaling Hoog, snel, onregelmatig Middenrif Diepe buikademhaling, langzamer
Gezichtsuitdrukking Ogen dichtknijpen Gefronste wenkbrauwen Ontspannen spieren
Stem Hoge neusklanken Stiltes, afgemeten, nadrukkelijk Laag, vanuit de adem
Tempo Snel, opgewonden Ritmisch Langzamer
Houding Rechte rug, kin omhoog Hoofd naar rechts beneden gebogen Hoofd naar links beneden, rug iets in elkaar gezakt
Gebaren Naar boven wijzen, in de ogen wrijven Kin in hand, rond oren wijzen Handen op de buik leggen, denkbeeldige handelingen uitvoeren

Eye accessing cues (oogpatronen)

In het diagram hieronder kan je de oogpatronen van iemand afleiden. Het is zo getekend alsof dit het gezicht is van iemand die jou aankijkt. De oogpatronen hieronder gelden voor de meeste rechtshandige mensen (standaard georganiseerd mens).

LET OP: KALIBREREN IS BELANGRIJK!

Eye accessing cues (oogpatronen)

Eye accessing cues (oogpatronen)

De ogen kunnen ook recht vooruit staan, uit focus (down-time; intern gericht), al dan niet met vergrote pupillen. Dat duidt op snelle toegang naar (directe) zintuiglijke informatie, voornamelijk visueel.

  • VC: visueel geconstrueerde beelden (ogen op recht); vaag, flitsend, duidelijk verbeelden, heldere toekomst
  • VR: visueel herinnerde beelden (omhoog verlaten ogen); fotografisch geheugen, totale herinnering, toekomstvisie, schitterend perspectief, opnieuw bekijken, kleurrijk geheugen.
  • ACt: Auditief geconstrueerde geluiden of woorden, tonaal (ogen horizontaal en aan het recht); repeteren, woorden zeggen.
  • ARt: Auditieve herinnerde geluiden of woorden (ogen horizontaal en aan de linkerzijde); woorden herhalen die gehoord zijn.
  • K: Kinestetische sensaties en gevoel (intern en extern, ook reuk en smaak, ogen onderaan recht); voelen, aanraken, warm, soepele tred, kietelen.
  • AD: Auditieve geluiden of woorden (ogen onderaan de linkerzijde); interne dialoog, praten tegen jezelf, “aha”

Vragen stellen om oogpatronen te kalibreren

VR

  • Welke kleur heeft je favoriete boek?
  • Welke kleur heeft het huis van de buren?
  • Is er een ronde tafel in je huis?

VC

  • Hoe ziet een zebra eruit met paars/oranje haar?
  • Hoe ziet een mier eruit met roze sokjes aan?
  • Wat ga je morgen doen?

AR

  • Hoe klinkt je favoriete instrument?
  • Hoe klinkt volledige rust en stilte?
  • Wat klinkt harder: jouw deurbel of een claxon?

AC

  • Hoe klinkt een piepende muis in een windtunnel?
  • Hoe zou een dweilorkest klinken op Mars?
  • Hoe klinkt mijn stem, als ik zou praten zoals Mickey Mouse?

AD

  • Hoe doe jij de dingen ‘s ochtends?
  • Wat zeg je tegen jezelf als je thuiskomt?
  • Hoe poets jij je tanden?

K

  • Hoe voelt het als je in de zon ligt?
  • Hoe voelt je rechtervoet aan als die slaapt?
  • Welke sok zit beter, die van je rechter- of van je linkervoet?

Bij onduidelijke oogpatronen kan je meer gedetailleerde vragen stellen. Vooral vragen met een vergelijking of contrast: Welke … is (vergelijking), … of …? Bijvoorbeeld Welke kleur is donkerder, bastogne- of ontbijtkoek?

Oefening Vragen om oogpatronen te kalibreren

Geef aan of de onderstaande vragen Vc, Vr, Ac, Ar, K (O,G) of Ad zijn

  • Hoe zou je huis er uit zien met roze verf?
  • Welke kleur had het haar van je moeder, toen je haar voor het laatst zag?
  • Ben jij je bewust van deze vraag?
  • Hoe gaat de melodie van je favoriete lied?
  • En hoe zou je favoriete lied klinken met kerstklokken op de achtergrond?
  • Hoe voelen smeltende sneeuwballen in je hand?
  • Wat zeg je nu tegen jezelf?
  • Hoeveel ramen heeft je huis?
  • Hoe klinkt een muntje dat op straat valt?
  • Hoe klinkt een grote sneeuwbui die in zee valt?
  • Hoe zou jij er uit zien met haar van goud?
  • Heb je voor meer ramen dan achter?
  • Wat zou beter zijn: je huis paars met witte stippen, of met rode strepen?
  • Welke kleur heeft je voordeur?
  • Wat zeg jij tegen jezelf net voordat je de fiets neemt?
  • Heb je een ronde spiegel in huis?
  • Hoe klinkt de zee?
  • Hoe zag vorig jaar de leukste kerstkaart er uit?
  • Hoe klinkt Donald Duck nadat hij een ballon met helium heeft ingeademd?
  • Hoe zal het voelen om op de maan te dansen?
  • Hoe smaakt je favoriete eten?
  • Hoe ziet de kaft van je favoritete boek er uit?
  • Hoe klinkt een krijtje op een schoolbord?
  • Hoe smaakt een grote hap watten?
  • Wat zeg jij tegen jezelf wanneer je een complimentje krijgt?
  • Wat zeg je tegen jezelf wanneer je voor de koelkast staat?
  • Wat vindt je van deze vragen?
  • Realiseer jij je wat hier nu gebeurd?
  • Hoe zie jij er uit als een teletubbie?
  • Hoe zou je kamer er uit zien wanneer deze blauw was?
  • Welke kleur had de kamer waar je bent opgegroeid?
  • Wat was het laatste wat ik gezegd heb?
  • Hoe voelt het wanneer je in een plas stampt?

Speciale oogwaarnemingen

  • Je kan aan de ogen zien of iemand ‘naar binnen gekeerd is’. Dat is het moment om ruimte voor nadenken te geven, of suggesties te geven (korte trance-staat).
  • Je kan aan de ogen zien waar iemand naartoe kijkt (richting) wanneer deze zich iets voorstelt: ver weg, dichtbij, hoog, laag etc.
  • TransDerivational Search (TDS): verwilderde oogpatronen, geeft aan dat iemand informatie zoekt, in verwarring is, en/of probeert betekenis te geven. Checken of na de TDS de informatie is gevonden, dan wel betekenis is gegeven kan handig zijn. Wederom een goed moment voor suggesties (korte trance-staat). Merk wat er gebeurt:
    • Je doet het weer, of niet soms…?
    • Misschien denk je aan de gedachten die je gisteren had…?
    • De vele kleuren die fruit kan hebben…
    • Er zijn leuke momenten geweest, nietwaar…?
    • Je bent nog iets vergeten, nietwaar…?
    • Wat is het dat je nu niet kan herinneren…?
    • Jij kan je beseffen dat je nu met een glimlach is altijd leuk…
    • Rijk zijn is een staat zijn zegt het woordenboek…
Posted by Rutger in NLP handleiding

NLP Basisveronderstellingen

De NLP basisveronderstellingen zijn een aantal overtuigingen, die wanneer je ze eigen maakt en er naar handelt, meer ruimte geven in verantwoordelijkheid, invloed en begrip. Je neemt hierdoor meer verantwoordelijkheid in je handelen en communicatie. Een NLP Practitioner zal handelen vanuit deze 10 NLP Basisveronderstellingen, en alsof deze NLP basisveronderstellingen waar zijn.

Tien NLP Basisveronderstellingen

1. De kaart is niet het gebied.

De woorden die wij gebruiken, zijn NIET de gebeurtenissen of de zaak die zij weergeven. Hoeveel woorden je ook gebruikt, de werkelijkheid is altijd meer dan dat. Realiteit is een constructie. Energie gaat naar waar onze aandacht ligt. Perceptie is geleerd.

2. De betekenis van je communicatie is (of wordt bepaald door) de respons die je krijgt.

Wees flexibel en verander je communicatie, wanneer de respons niet voldoet aan je verwachting. Er zijn geen onwillige gesprekspartners, alleen inflexibele communicatoren. Realiteit en betekenis worden geconstrueerd in relatie.

3. Ieder mens heeft alle hulpbronnen tot zijn beschikking om ieder gewenst resultaat te kunnen bereiken.

Er zijn geen mensen zonder hulpbronnen, alleen mensen die minder makkelijk contact maken met hun hulpbronnen. Om iets te herkennen of te willen, moet je het kennen of ervaren hebben. Het maakt niet uit wat je denkt dat jij bent, je bent altijd meer dan dat.

4. Elk gedrag heeft in de basis een positieve intentie.

Ieder mens maakt de beste keuzes met de beschikbare hulpbronnen. Elk gedrag is zinvol en waardevol binnen een bepaalde context, tijd en ecologie. Niemand heeft ooit bewust zijn (hoogste) eigen doel gesaboteerd. Gedrag is context, tijd en ecologie gebonden. Je kan niet niet-leren. Leven is leren.

5. Weerstand bij een ander mens is een teken van gebrek aan rapport.

Weerstand is een excuus. Er zijn geen onwillige mensen, alleen inflexibele communicatoren. Weerstand betekent dat de communicator geen zin heeft om er meer energie in te steken.

6. Er is geen mislukking, enkel feedback.

Elk resultaat en elk gedrag is een prestatie, of het nu wel of niet je doel was. Wanneer je hiervan uitgaat creëren “fouten” juist de mogelijkheid tot leren. Je maakt geen fouten, je ontdekt manieren die niet tot je doel leiden.

7. De persoon met het meest flexibele (energie) gedrag is de katalysator van het systeem.

Law of Requisite Variety. Diegene die opgeeft, haalt zijn doel niet. Wanneer iets niet werkt, doe iets anders.

8. Respecteer ieders model van de wereld.

Ieders wereldmodel is uniek; een eigen subjectief model van de werkelijkheid. Neem dat als gegeven, met respect, ook al ben je het niet eens met elkaar.

9. Be at cause.

Er is altijd een andere keuze. Besef je keuzes. Wees pro-actief. Je hebt altijd een keuze; wees de oorzaak. Geen keuze hebben betekent wellicht dat de keuze heel makkelijk en duidelijk is.

10. Mensen zijn niet hun gedrag.
Je ziet het gedrag van iemand, maar kent daardoor de persoon nog niet. Accepteer de persoon. Verander het gedrag. Het gedrag is de meest waardevolle informatie over een persoon.

Oefenen en integreren van de NLP basisveronderstellingen

De basisveronderstellingen zijn bedoeld om je mogelijkheden en ruimte te geven. Niet als een lijstje met leuke wijze woorden, maar om echt te gebruiken. Om daarmee te oefenen, kan je bijvoorbeeld het volgende doen:

  • Kies 3 veronderstellingen. Gewoon omdat deze je het meeste aanspreken, of kies er 3 willekeurig.
  • Kies een uitdaging in je leven, in je werk of persoonlijke sfeer, iets wat je tegenhoudt of iets wat je wilt bereiken, of iets dat je wilt leren. Mocht je geen uitdagingen kunnen vinden, misschien dat je dan je verwachtingen wat hoger zou kunnen zetten, als uitdaging.
  • Neem de 1e van de drie gekozen veronderstellingen, en gebruik deze als een bril om naar je uitdaging te kijken. Wat is er anders wanneer je door deze bril naar je uitdaging kijkt? Welke mogelijkheden openen zich? Wat wordt ineens logisch om te doen, gezien in dit licht?
  • Doe dit ook met de andere 2 gekozen veronderstellingen. Sta stil bij de nieuwe inzichten die je krijgt. Sommige inzichten zullen nuttiger zijn dan andere… Welke inzichten zijn het meest waardevol voor jou? En wat ga je anders doen, met de inzichten die je nu hebt?

De NLP basisveronderstellingen in een plaatje kan je helpen om de NLP basisveronderstellingen eigen te maken:

NLP basisveronderstellingen spiekbriefje

NLP basisveronderstellingen spiekbriefje

Posted by Rutger in NLP handleiding

Kenmerken van het onbewuste

Het onbewuste, ofwel alles waarvan men zich niet bewust is, heeft een aantal kenmerken die wanneer je jezelf er bewust van bent, je kan inzetten voor betere en snellere interventies.

  1. Slaat herinneringen op, zowel in relatie tot tijd (temporaal), als niet in relatie tot tijd (a-temporaal).
  2. Maakt associaties (verbindt gelijke dingen en ideeën) en leert snel.
  3. Organiseert en regelt herinneringen (tijdlijn).
  4. Onderdrukt herinneringen met onopgeloste negatieve emotie.
  5. Presenteert herinneringen voor antwoorden (rationaliseren en losmaken van emoties).
  6. Kan onderdrukte emoties blijven onderdrukken ter bescherming.
  7. Regelt het lichaam. Heeft een blauwdruk van het lichaam nu en van goede gezondheid.
  8. Behoudt het lichaam en onderhoudt de integriteit.
  9. Is het domein van de emoties.
  10. Is een hoger moreel wezen (o.b.v. wat je hebt geleerd en geaccepteerd).
  11. ‘Houdt van dienen’, en heeft heldere en duidelijke (bewuste) orders nodig.
  12. Volgt bewuste programmering EXACT op.
  13. Controleert en onderhoudt alle percepties. Ontvangt en verzendt percepties naar het bewuste.
  14. Genereert, slaat op, distribueert en verstuurt “energie”.
  15. Onderhoudt instincten en genereert gewoonten.
  16. Heeft herhaling nodig om een gewoonte te installeren.
  17. Is geprogrammeerd om continu meer te zoeken; er is altijd meer te ontdekken.
  18. Functioneert het beste als een gehele en geïntegreerde eenheid.
  19. Is symbolisch. Gebruikt en reageert op symbolen.
  20. Vat alles persoonlijk op. De basis van Perceptie is Projectie.
  21. Werkt volgens het “minste-moeite”-principe. Zoekt de weg van de minste weerstand.
  22. Kan niet omgaan met ontkenningen.
  23. Laat zich leiden door het MOW, in plaats van door realiteit (cognitieve dissonantie).
  24. Brengt externe informatie in lijn met het MOW (dissonantie reductie).
Posted by Rutger in NLP handleiding

Neuro-Linguïstisch Programmeren (NLP) leren

Neuro-Linguïstisch Programmeren (NLP) is een vaardigheid, die je op verschillende niveau’s kan leren. NLP leren past binnen persoonlijke ontwikkeling, doordat je een methode leert om te leren, te reflecteren, en doelgericht te veranderen. Telkens weer is er meer, mocht je dat willen. Hieronder beschrijf ik een soort stappenplan dat je kan gebruiken om kennis te maken met NLP, om vervolgens als het je bevalt een volgende stap te nemen om je vaardigheid te verbeteren.

  1. Verdiep je op globaal niveau in NLP. Vraag eens aan collega’s die een NLP opleiding hebben gevolgd wat het hun (professioneel en persoonlijk) heeft opgeleverd. Of ze het je zouden aanraden, en waarom dan. Kijk eens rond in je vriendenkring, wie heeft NLP gedaan en kan je meer vertellen? Zoek eens op internet naar aanbieders van opleidingen, en lees eens wat zij te vertellen hebben. Valt het je daarbij op dat iedereen een eigen verhaal heeft? Wat zijn de verschillen? Wat zijn de overeenkomsten? Kan jij je een globaal idee vormen van wat NLP biedt? Herken je de lijn in de verhalen van iets willen bereiken of iets bereikt hebben?
  2. Vraag jezelf eens af, wat jij zou willen bereiken? En als je tevreden bent, vraag je dan af wat er mogelijk zou kunnen zijn wanneer je iets meer van jezelf vraagt, de lat iets hoger zou leggen. Wanneer je daar een idee van hebt, of een globaal gevoel bij hebt dat er iets is, dan is het tijd om eens met dat idee als casus iets meer van NLP te proeven. Koop een boek! Een algemeen introductieboek in NLP is prima; wel een echt boek graag, niet een ‘gratis te downloaden handleiding NLP’ die bedoelt is voor marketing van een instituut. Een algemeen boek over NLP, zoals “NLP voor dummies” van Romilla Ready, “Je ongekende vermogens” van Anthony Robbins, of een ander NLP boek dat je eenvoudig kan vinden door bij Bol.com te zoeken op NLP (misschien tref je wel een boek aan dat meer in lijn ligt met je casus). Probeer geduld op te brengen terwijl je wacht op de bezorging, en wanneer je het binnen hebt dan bekijk je het boek eerst globaal met je de achterhoofd je casus, blader het een paar keer door en probeer wat casus-gerelateerde vragen te formuleren. Vervolgens lees je het boek door met telkens in je achterhoofd die casus. Hoe kan hetgeen daar geschreven in bijdragen aan jouw doel? Op die manier maak je het interactiever, en pak je de krenten uit de pap.
  3. Op zich ben je nu klaar met het leren van NLP. Bijvoorbeeld als je het boek “Je ongekende vermogens” van Anthony Robbins leest, leert en kent, dan is er eigenlijk niets meer dat je kan LEREN over NLP. Alle informatie en kennis die in een NLP Practitioner of een NLP Master Practitioner terugkomt staat in dit boek. Wat een opleiding of training nog toevoegt is de stap van KENNEN naar KUNNEN. Sommige dingen zijn vrij eenvoudig, zoals het SMART model, andere dingen spreken minder in woorden en kan je beter ervaren om het belang te voelen. Wil je meer, en overweeg je een training dan is een belangrijke stap om de juiste opleider te vinden. De juiste opleider voor jou. Om de juiste opleider voor jou te kunnen kiezen is het van belang om te weten wat de verschillen zijn tussen de opleidingen, zodat je kan bepalen of deze verschillen belangrijk zijn voor jou of niet. Maak eerst een lijst (Google op NLP Practitioner) met 20 opleiders. Ga naar de website, of bel eventueel, en let op de volgende zaken wanneer je een opleider kiest:
    1. Is er een kennismakingsavond of introductiecursus zodat je kan ‘voelen’ in hoeverre de trainer bij jou past, voordat je een grote stap als een NLP Practitioner doet? Sommige opleiders kiezen liever voor een één-op-één intakegesprek, maar dan mis je het gevoel van hoe de trainer is in een groep.
    2. Is de opleiding meer gericht op het actief ondergaan van de technieken teneinde persoonlijke groei te tijdens de opleiding te krijgen, of meer gericht op het leren toepassen van de technieken bij jezelf of anderen?
    3. Is de NLP Practitioner opleiding ook een NLP coach opleiding, of is de NLP coach een aparte opleiding?
    4. Alhoewel het niet een kleuterschool is die je uitzoekt, waarbij reistijd een belangrijke factor is, is het toch handig om  na te gaan hoe belangrijk het voor je is wat de locatie van de training is. Misschien heb je een voorkeur voor echte afzondering en een hotel, misschien wil je dichtbij en snel thuis. Let op dat het best heftige dagen zijn, dus dat je behoorlijk moe kan zijn aan het einde van een opleidingsdag.
    5. Is de opleiding gericht op een bepaalde context of doelgroep? NLP kan je op techniek niveau geven, waarbij er op een voorschrijvende manier wordt gedoceerd hoe je moet handelen, of op een hoger niveau waarbij het effect van de ideeën centraal staat. NLP kan gericht zijn op sportprestaties, op professionele prestaties, op gelukkig zijn, of is de opleiding gericht op het hogere, gericht op effecten. Het voordeel van een context-gebonden opleiding is dat deze een sterker leerrendement kan hebben, het nadeel is dat je daarna zelfstandig de transitie naar globale effecten, een verbreding in het denken naar algemeen proces moet maken. Voorbeeld: wanneer je een NLP opleiding doet die gericht is op sportprestaties, dan leer je hoe je NLP kan inzetten voor het behalen van de beste sportprestaties. Maar NLP is meer. NLP is ook andere contexten, afhankelijk van welk doel jij hebt. Met enkel deze opleiding gericht op sportprestaties leer je niet hoe je met NLP zo lui mogelijk kan zijn, bijvoorbeeld tijdens een vakantie. Mijn advies zou zijn om een opleider te kiezen die niet-normatief is, die niet voorschrijft. Een voordeel van deze manier van opleiden is namelijk dat je tijdens de opleiding ook gelijk leert hoe je context-gebonden NLP inzet, en dat je daar veel profijt van hebt.
    6. Hoe lang duurt de opleiding? De duur van NLP Practitioner opleidingen varieert. Korte trajecten van 7 dagen, lange trajecten van wel 22 dagen, en allerlei smaken daar tussenin. Het verschil in dagen komt terug in de diepte en de breedte. Trajecten van 7-11 dagen zijn vaak context-gebonden, gericht op snelle stappen en qua inhoud mager. Trajecten van 12-17 dagen hebben meestal een focus op de vaardigheid, en zijn algemener van opzet. Langere trajecten van 18-22 dagen zijn vaak gericht op vaardigheid en theorie. Wanneer je meer een denker bent die theorie en uitleg wilt, die wil snappen, dan kan je het beste voor een lange Practitioner kiezen, ben je meer een voeler of een doener dan kan je beter een traject van 12-17 dagen kiezen.
    7. Is er een kennistoets achteraf? Als je een denker bent dan kan het zijn dat dit je voorkeur heeft. Het feit dat er een kennistoets is betekent dat de opleider kennis belangrijk vindt, dus de kans is groot dat dat jij als denker beter tot je recht komt bij deze opleider.
    8. Is er een vaardigheidstoets achteraf? Of je nu een denker, doener of voeler bent, je doet de opleiding om vaardigheid te krijgen. Misschien dat er geen expliciete toets is, maar door deze vraag te stellen kan je wel inzicht krijgen in hoe belangrijk  het verwerven van vaardigheid is voor de opleider. Wanneer het enkel een aanwezigheidscertificaat zou zijn, dan neemt de opleider geen verantwoordelijkheid voor jouw leertraject, en is deze ongeschikt.
    9. Hoe is het traject zelf georganiseerd? Hoe zien de opleidingsdagen er uit? Hoe is de groepsgrootte? Welke investering (tijd en geld) wordt gevraagd? Praktische zaken. Let daarbij ook op de planning van de dagen, en de duur van de blokken.
      1. Alles wat boven de 6 uur netto (8 uur bruto) opleiding per dag  wordt gegeven raak je kwijt.
      2. Als er blokken zijn langer dan 2 dagen, dan stroom je over, en ben je het binnen een week weer kwijt (NLP Practitioners van 7 dagen aanéén zijn zonde geld!).
      3. Het is erg prettig als er tussen de blokken een stuk ruimte zit waarin je met de nieuw opgedane stof aan de slag kan in de praktijk, en dat je in het volgende blok daarop kan reflecteren (leertransfer).
      4. Het is erg prettig wanneer je na de opleidingsdagen een dag hebt om tot jezelf te komen, bijvoorbeeld een weekenddag of een vrije dag.
    10. Natuurlijk zijn er nog vele aspecten die meespelen die hier niet genoemd zijn. Zo zijn er opleiders die je aanbieden om het traject meerdere malen te volgen (en dat is een pré!) of om dagen te switchen of in te halen. Voel je vrij om deze aspecten mee te nemen, en te laten prevaleren! Wanneer jij je keuze hebt gemaakt, dan heb jij je keuze gemaakt.
  4. Nu je een overzicht hebt van opleiders en karakteristieken, kies er drie tot vijf (onthou dat aantal, dat gaat vaker terugkomen in je NLP opleiding) om daadwerkelijk kennis te maken. Ga naar een open dag of avond, bel ze op, stalk ze. Krijg gevoel bij de opleider, en stel zeker dat deze opleider ook daadwerkelijk jouw opleider gaat worden. Laat ze werken om jou te overtuigen. Leuke vragen waarmee je ze in het zweet kan krijgen:
    1. Er zijn verschillende stromingen in NLP heb ik ergens gelezen. Wat zijn de voordelen van deze stroming? En wat zijn de nadelen?
    2. Wat kan ik concreet na de NLP Practitioner? Wat heb ik er aan?
    3. Wat is NLP in 30 seconden samengevat? (McKinzie test: je snapt het pas wanneer je het in 30 seconden kan uitleggen).
  5. Na het bezoeken van de drie tot vijf opleiders, neem je even tijd voor jezelf. Laat je gevoel kristalliseren, en pas dan maak jij je keuze, waarbij je de optie NIET doen ook meeneemt.
  6. Doe eventueel de opleiding.
  7. Vervolgens ga je vanuit het huidige punt je kennis en vaardigheid versterken, verbreden en verdiepen
    • Je kan de NLP Master vervolgopleiding doen.
    • Je kan vervolgens een NLP Trainer opleiding doen. Mijn advies: doe dat bij één van de grote namen in NLP, een Tad James, Richard Bandler, John Grinder, Robert Dilts, etc. Zodat jij je kan verdiepen in zijn gedachten, zijn ideeën, zijn beeld. Modelleer hem, leer van zijn visie.
    • Lees boeken binnen de stroming die je hebt gevolgd voor verdieping van je begrip, kennis en vaardigheid.
    • Lees boeken buiten de stroming die je hebt gevolgd voor verbreding, nieuwe inzichten en een meer rijke niet-normatieve begripsvorming. Ontwikkel je eigen visie.
    • Lees boeken die ten grondslag liggen aan NLP, zoals boeken van Virginia Satir, Milton Erickson, Gregory Bates. Verdiep je in nieuwe grootheden.
    • Oefen, lees, blijf beoefenen! Pas het toe op nieuwe casus, blijf leren en veranderen.
    • Zoek mensen die gelijkgestemd zijn; zorg voor samen leren en ontwikkelen. Neem deel aan fora, schrijf zelf artikelen, coach regelmatig.
Posted by Rutger in NLP handleiding

De verantwoordelijkheid van de zender in communicatie

Waarschijnlijk heb je wel gehoord van het model van communicatie waarin een zender en een ontvanger een rol spelen. Communiceren is dan het actieve proces van informatie overdragen van een zender naar een ontvanger, via een medium. Belangrijk en vaak benadrukt aspect daarbij is dat de zender verantwoordelijk is voor de ontvangst van de boodschap bij de ontvanger.

Wat een mooie ontdekking kan zijn, is dat het in dit model enkel gaat om de mogelijkheid de verantwoordelijkheid naar je toe te trekken, en king-of-the-world alles voor elkaar kan krijgen wat je maar wilt. Als keuze in gedrag; niet als voorgeschreven wet van Meden en Perzen. Wanneer je denkt dat je altijd verantwoordelijk bent voor hoe jouw boodschap overkomt, dan heb je nog niet de volledige boodschap in al haar nuances begrepen.

Want, ja, het is waar dat je een emotionele reactie krijgt op je boodschap, maar, nee, je bent niet in staat om de emotie van een ander te sturen. Er is er maar één die invloed kan hebben op de emotie van een persoon en dat is de persoon zelf die de emotie ervaart. Wanneer die persoon structureel negatieve emoties ervaart bij boodschappen, dan kan je nog zo je best doen, je kan daar niet doorheen breken. Wantrouwen, negatieve cannotatie, lastige zaken waarop je wel invloed wilt hebben, maar het is vechten tegen de bierkaai.

Alhoewel onze culturele opvattingen ons sturen om maar vooral aardig te zijn voor elkaar, en elkaar te sparen, is het soms fijn om, bijvoorbeeld in voorkomend geval, afscheid te nemen van elkaar in de communicatie. De keuze te maken om niet langer energie te stoppen in de communicatie. Niet langer proberen om de emotionele respons te krijgen die je wilt. Want, ja, al ben je niet voldoende in rapport om een goede communicatie op te zetten, kennelijk, zoals de basisvooronderstelling NLP zegt, er staat niet geschreven dat je maar koste wat het kost energie moet blijven steken in een goede, vrolijke, sociale communicatie. Het enige wat er bedoeld wordt is dat het een keuze is om er nog flexibeler mee om te gaan, om het nog een keer te proberen, om je boodschap op weer een andere wijze te brengen.

Een keuze. Een afweging tussen doel en effort. En soms is de effort het doel niet waard. Dan kan je de communicatie gewoon stopzetten. En ook dat kan heel doelbewust. En heel effectief.

Besef je dus, dat alhoewel de verantwoordelijkheid voor de emotieve respons wel bij jou ligt, dat dit geen verplichting tot oneindig aanpassen of oneindig energie steken in een communicatie betekent. Het betekent enkel dat je een keuze hebt, en dat het een keuze is tot hoe ver jij gaat.

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

Multilevel communicatie met je stemrichting

Een manier om je stemgebruik een extra dimensie te geven, is de richting van je stem te gebruiken om extra informatie als anker mee te geven. Je kan je stem namelijk ‘richten’, en dit levert een unieke sensorische ervaring op waar je betekenis aan mee kan geven.

Wat we meestal doen is de stem richten op het focale gezichtspunt, of op de persoon waar we mee spreken. Met een beetje oefening kan je, terwijl je iemand aankijkt, je stem meer richting de buik van de gesprekspartner richten. Probeer dat eerst eens voor een spiegel, eerst technisch en wanneer je het onder de knie hebt, voel dan eens wat dit voor een verschil maakt of je tegen jezelf praat hoog in het eigen gezicht, of wanneer je lager tegen jezelf praat naar je buik.

Wanneer je daar een diepte bij hebt, experimenteer dan eens in drie tot vijf gesprekken met een echte gesprekspartner door afwisselend hoog en laag je stem te richten. Verander je stemrichting niet te snel, bij dit experimenteren, zodat je tijd hebt om te mindreaden hoe dit bij de ander wordt ontvangen. Ontdek welk onbewust proces hier speelt, en hoe je dit kan gebruiken.

Een andere manier om je stemrichting te gebruiken, is bij bijvoorbeeld presentaties. Wanneer jij je stem richt op de voorste rij, dan zal je moeilijk te verstaan zijn achterin. Probeer je stem dan (tenminste, als je beter verstaanbaar wilt zijn; dat kan een keuze zijn) zowel te verspreiden, als achterin te laten landen.

Nog een andere manier is om aandacht te geven op een onbewuste manier aan iemand speciaal. Wanneer je iemand een boodschap wilt meegeven in een groep, dan kan je dat rechtstreeks doen, of met je stem op een meer verhulde manier. Wil je dat met je stem doen (bijvoorbeeld in een vergadering, of tijdens een les, of whatever) dan kan je een algemene boodschap toch richten op iemand specifiek door enkel je stem richting de bedoelde ontvanger te richten. Let er op dat wanneer je de persoon aankijkt het richten van de stem niet meer verhuld is, en dan kan het confronterend worden. Probeer het enkel met je stem te doen.

Vervolgens kan je ook door je stemrichting bepaalde woorden benadrukken, of embedded commands richten. Door bijvoorbeeld bij de zin “Ik laat het gewoon gebeuren.” je stem tijdens “LAAT HET” te richten op de persoon die ongewenst gedrag vertoont te richten, zal de onbewuste boodschap dat de persoon het gedrag moet laten verhuld binnenkomen. Dit vergt enige oefening en voorbereiding, en is zeker de moeite waard om vaardig in te worden.

Tot slot kan je dan je stemrichting nog gebruiken om ankers te zetten en af te vuren. Een simpel voorbeeld zou ik kunnen tekenen in een situatie waar een coach praat met een coachee. In dit gesprek wil de coach drie onbewuste signalen installeren: neutraal, ja/goed/doen/positief en nee/fout/laten/negatief. Daarvoor heb je drie stemrichtingen nodig, en de coach kiest om de stem te richten op de coachee zijn/haar knieën voor neutraal, richting het rechteroor voor positief en richting het linkeroor voor negatief. Tijdens de intake start de coach gelijk met ankeren en betekenisgeving. Algemene gegevens worden besproken met de stem gericht op de knieën. Problemen en mislukkingen herhaalt de coach met stem gericht op linkeroor, en wensen en successen worden herhaalt richting het rechteroor, consequent om de betekenisgeving sterker te maken. Testen van het anker kan de coach doen door een neutrale vraag als bijvoorbeeld “En, helpt dat?” te stellen naar het rechter- of linkeroor, en te kalibreren of het antwoord in lijn ligt met de gekozen richting. De coach blijft vervolgens de betekenisgeving consequent herhalen om het anker opgeladen te houden, en vuurt het af wanneer deze het nodig acht.

Let op opmerkzame mensen dit kunnen doorzien. In dat geval kan je het effect nog steeds gebruiken, alleen zorg je er voor dat je signaal subtieler wordt. Minder opmerkzame mensen kunnen juist een probleem hebben met het onderkennen van de verschillen in het stemgebruik. Je zou dan je signaal kunnen versterken door bijvoorbeeld met je vinger te wijzen in de richting van je stem (visueel signaal toevoegen) of met pauzes de verandering van richting te benadrukken, of de aandacht van de toehoorder kunnen versterken door wat onduidelijker te gaan articuleren. Sowieso kan je er rekening mee houden dat de toehoorder minimaal drie tot vijf het onbewuste signaal moet ervaren voordat de binding ontstaat (het leereffect optreedt) tussen betekenis en signaal.

Het gebruiken van je stemrichting als extra communicatiekanaal (je geeft een extra laag mee in je communicatie) is een goed voorbeeld van de zogenoemde multilevel communicatie, zoals Milton Erickson die gebruikte.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Gespreksringenmodel

Luisterringen model

Concentratie

  • Concentreer op de spreker
  • Luister met alle aandacht
  • Wees stil
  • Ondersteun non-verbaal je aandacht

Interpretatie

  • Interne verwerking van de aangeboden informatie
  • Boodschap in eigen woorden herformuleren
  • Open vragen stellen voor extra informatie
  • Combineer non-verbale boodschap met de woorden

Validatie

  • Samenvatten
  • Bij ander checken of jouw beleving van zijn boodschap klopt
  • Reageren op inhoud van (non-verbale) boodschap
  • Neem feedbackregels in acht
Luisterringenmodel

Luisterringenmodel

Spreekringen model

Organisatie

  • Bepaal het doel van je boodschap
  • Houdt rekening met gevoel / belevingswereld van ander

Uitdrukken

  • Verwoord je boodschap in woorden
  • Houdt logische volgorde aan
  • Ondersteun non-verbaal je eigen woorden
  • Codering is afhankelijk van opvoeding, woordenschat, opleiding, referentiekader

Validatie

  • Kijk of de ander je begrepen heeft in woorden en non-verbaal
  • Verduidelijk interpretatieverschillen
Spreekringenmodel

Spreekringenmodel

Gecombineerd in het gespreksringen model

Gespreksringen model

Gespreksringen model

Posted by Rutger in NLP handleiding

8 tips om je presentaties te verbeteren

Naast de standaard presentatietips, kan je door de volgende 8 punten mee te nemen je presentatie bovengemiddeld maken:

  1. Voorbereiden! Stel een doel, ken je doelgroep, sluit daarbij aan. Voorbereiden! Oefen de presentatie vooraf en verbeter deze. Voorbereiden! Controleer je podium, breng het in orde zoals jij het wilt, zorg dat eventuele hulpmiddelen ook echt werken.
  2. Kies een doelstelling die gericht is op het achterlaten van een emotie bij je publiek, in tegenstelling tot een doelstelling die gericht is op het achterlaten van informatie bij je publiek. Wat wil je emotioneel bereiken, bijvoorbeeld: motivatie, enthousiasme, overeenstemming, vrolijkheid, et cetera.
  3. Wees emotionerend. Gebruik humor, wees soms serieus en ernstig, toon je emoties. De beste manier om anderen te motiveren is zelf gemotiveerd zijn, en dat te laten zien.
  4. Gebruik je lichaamstaal congruent om de emoties uit te drukken. Breng je stem in overeenstemming met de emotie. Zorg ervoor dat de woorden, je houding en je stemgebruik hetzelfde verhaal vertellen.
  5. Doe alles in drieën. Voorbeelden geef je in drievoud, je hoofdboodschap herhaal je drie keer, bij argumentatie geef je drie argumenten.
  6. Maak belangrijke boodschappen eenvoudig over te brengen door een one-liner te verzinnen.
  7. Gebruik sheets om de emotie te ondersteunen, en niet om informatie over te brengen.
  8. Doe iets anders dan wat er verwacht wordt. Doe iets onverwachts, buiten de kaders, iets wat verwarring of humor brengt, zodat de herinnering versterkt wordt.
Posted by Rutger in NLP handleiding

Samenvatting didactische vaardigheden (conventioneel)

Algemeen

Leerprincipes:

  • “Weet waarom je leert” principe (wat en waarom), meer motivatie
  • Aanknoopprincipe (bij ervaringen en kennis aansluiten), beter begrip
  • Plezierprincipe, motiveert deelnemer
  • Terugkoppelingprincipe, controleren en bijsturen van het leerproces
  • “Oefening baart kunst” principe, oefenen is herhalen (onthouden) en toepassen.
  • Activiteitsprincipe, actief toepassen van stof

Didactisch model

Leerproces

Leerproces

Lesvoorbereiding

Stappen lesvoorbereiding

  • Leerdoelen
  • Beginsituatie
  • Leerinhoud
  • Werkvormen
  • Hulpmiddelen
  • Lesplan
  • Praktische voorbereiding

Leerdoelen

Algemene leerdoelen: leerdoelen in groter geheel

Specifieke leerdoelen: leerdoelen binnen een les

Typen leerdoelen:

  • Vaardigheidsdoelen (psychomotorische doelen); indien deelnemers bepaalde (denk)handelingen moet leren verrichten
  • Kennisdoelen (cognitieve doelen); indien deelnemers bepaalde informatie of kennis moeten begrijpen en/of onthouden
  • Houdingsdoelen (attitudedoelen); indien deelnemers bepaalde (positieve) houding moet verwerven of bepaalde gevoelens moet tonen

Leerdoel eisen

  • Beschrijft het gedrag aan het eind van de les of opleiding
  • SMART gedefinieerd
  • Voorwaarden bevatten waaronder het gedrag vertoond moet worden
  • Bereikbaar zijn

Beginsituatie

Hoe is de beginsituatie van de deelnemers?

Hoe groot is de groep

Wat is de achtergrond van de deelnemers (toelatingseisen)

Wat zijn de randvoorwaarden waaronder ik les moet geven?

  • Tijdstip
  • Inrichting lokaal
  • Kwaliteit en aanwezigheid hulpmiddelen

Aansluiten van les op beginniveau

Indien beginsituatie niet goed is ingeschat, improviseren:

  • deelnemers lesinhoud laten presenteren
  • tekst laten lezen als uitgangspunt voor verdere les
  • vragen inventariseren
  • oefeningen laten maken die achter de hand zijn

Leerinhoud

Leerinhoud kiezen

  • Bepaal welke leerinhoud noodzakelijk is om leerdoel te bereiken
  • Bepaal wat er gebeurt indien leerinhoud wordt weggelaten

Leerinhoud structureren

  • bepaal stappen
  • bepaal volgorde stappen
    • logisch
    • doelgroep (niveau, belevingswereld)
    • didactisch (makkelijk >> moeilijk)
    • praktische omstandigheden
    • persoonlijke voorkeur
  • bepaal per stap wijze van controle

Lesopbouw bepalen

  • Inleiding; 5 tot 10 minuten
  • Aandacht trekken (motiveren)
  • Doel van les aangeven
  • Relevantie van les vermelden
  • Programma van les aangeven
  • Toetsen van beginsituatie / voorkennis ophalen
  • Kern
  • Motiveren
  • Begrijpen
  • Onthouden
  • Toepassen
  • Controleren / bijsturen
  • Afsluiting
  • Samenvatten
  • Relevantie herhaling
  • Behalen leerdoelen controleren
  • Vooruitblikken

Werkvormen

Werkvorm Demonstratie en oefening

  • Geschikt voor vaardigheidsdoelen voor aanleren concrete handelingen
  • Leerinhoud verbaal, motoriek en visueel overbrengen
  • Bestaat uit voordoen en na laten doen
  • Alleen geschikt voor kleine groepen

Aandachtspunten

  • Analyseer de taak; verdeel in stappen; 1 maal normaal voordoen, dan 1 maal vertraagd met verbale ondersteuning; Nadoen eerst vertraagd met ondersteuning en aanwijzingen, nogmaals herhalen met verbale ondersteuning door student, normaal tempo herhalen
  • Zorg voor goede demonstratie (iedereen zichtbaar)
  • Zorg voor materialen (voldoende; pas uitdelen na demonstratie)

Werkvorm Doceren

  • Geschikt voor het behalen van kennisdoelen
  • Leerinhoud verbaal overdragen
  • Bestaat uit de leerinhoud uitleggen door docent
  • Geschikt voor grote groepen met gelijke beginsituatie / voorkennis

Aandachtspunten

  • Breng structuur aan; gebruik daarbij media
  • Sluit aan bij deelnemer
  • Controleer regelmatig op begrip
  • Houdt het boeiend
  • Beperk de informatie
  • Maak het niet te lang (aandacht neemt af na 10 minuten)
  • Maak afspraken over vragen (tijdens of achteraf)

Werkvorm Onderwijsleergesprek

  • Leerinhoud wordt verbaal overgebracht
  • Bestaat uit het voeren van een gestuurd gesprek waarbij de deelnemers aan het denken worden gezet volgens een stramien van voorbereide vragen
  • Geschikt voor groepen de reeds enige voorkennis hebben

Aandachtspunten

  • Gebruik open vragen
  • Breng denkproces bij deelnemer op gang
  • Stel 1 vraag tegelijk
  • Geef gelegenheid om over een vraag na te denken
  • Herformuleer de vraag bij onvoldoende antwoord (vraag alleen herhalen indien niet goed verstaan; beantwoord de vraag zelf niet)
  • Herhaal de goede elementen uit een onvoldoende antwoord
  • Vraag door (nader verklaren of aanvullen)
  • Speel doorvragen door in groep
  • Plaats antwoorden in groter verband
  • Geef duidelijke feedback (niet door het herhalen van een letterlijk antwoord)
  • Vat tussentijds samen
  • Maak gebruik van aanwezige voorkennis
  • Dwaal niet af, verzand niet in discussie
  • Gebruik hulpmiddelen
  • Geef beurten om aandacht te verdelen
  • Maak gebruik van analyse-, synthese- en evaluatievragen.

Werkvorm Opdrachten

  • Geschikt voor alle typen leerdoelen
  • Geschikt voor groepen waarbij benodigde voorkennis als uitgangspunt aanwezig is
  • Bestaat uit het laten uitvoeren van opdrachten (individueel of groepjes) met assistentie / controle van opleider

Soorten opdrachten:

  • Reproductie opdrachten; gesloten opdrachten om te controleren of de leerinhoud duidelijk is (leerinhoud laten herhalen)
  • Verwerkingsopdrachten; opdrachten welke toepassing van de leerinhoud afdwingen
  • Probleemgerichte opdrachten; waarbij de wijze van oplossing belangrijk is
  • Zoekopdrachten
  • Analyse opdrachten
  • Beslisopdrachten
  • Creatieve opdrachten; waarbij een unieke eindsituatie moet worden bedacht

Aandachtspunten

  • Zet opdracht op papier, benoem criteria en procedure
  • Neem de tijd om opdracht over te brengen
  • Geef het doel aan
  • Geef het eindproduct aan
  • Geef de tijd aan
  • Controleer of de opdracht helder is
  • Zorg voor materiaal
  • Begeleid tijdens de opdracht
  • Zorg dat iedereen actief is
  • Leg indien nodig het proces stil
  • Geef feedback op de resultaten
  • Resultaatmelding
  • Kwalitatieve informatie
  • Vervolgafspraken
  • Herhaal indien nodig de theorie

Lesplan

Lesplan voorbeeld

Lesplan voorbeeld

Praktische voorbereiding

Lange termijn:

  • voorbereiden materiaal en hulpmiddelen
  • schrijven flapovers
  • kopiëren van teksten
  • verkrijgen materiaal, modellen etc.

Korte termijn:

  • ruim op tijd aanwezig
  • lokaalopstelling, meubels en presentatiemiddelen
  • controleer schrijfmateriaal hulpmiddelen
  • instellen en aansluiten hulpmiddelen
  • Koffie e.d. controleren

Lesgeven

Motivatie

  • Intrinsiek gemotiveerde deelnemer: leren om de stof te beheersen (dit is het doel; wil dit leren)
  • Extrinsiek gemotiveerde deelnemer: leert om de stof als middel in te kunnen zetten (derde doel; moet dit leren)

Motivatoren

  • afwisseling in de les
  • relevantie vermelden
  • pakkende voorbeelden gebruiken
  • enthousiast zijn
  • humor

Toetsen

Formele toetsing: meet het eindresultaat

Continue toetsing: doorlopend toetsen of de deelnemers volgen

  • vragen (laten) stellen
  • samenvatting (laten) geven
  • opdrachten geven
  • O.L.G. voeren
  • Handelingen laten verrichten
  • Non-verbale signalen (gefronste wenkbrauwen) oppikken

Aandachtspunten tijdens de les

  • sluit bij beginsituatie aan
  • schakel de deelnemers zoveel mogelijk in
  • wees overtuigend en enthousiast
  • sta zoveel mogelijk tijdens de les, beweeg
  • spreek duidelijk, las af en toe een rustpauze in
  • verklaar jargon
  • moedig de deelnemer aan
  • observeer de groep, probeer oogcontact te krijgen
  • maak duidelijke afspraken met deelnemers
  • wees consequent

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

Hoe gebruik je hulpmiddelen bij een presentatie

Algemeen opmerkingen over het gebruik van presentatiehulpmiddelen:

Hulpmiddelen zijn hulpmiddelen, wat betekent dat de presentatie het geheel van informatieoverdracht is, en niet enkel de Powerpoint. Maak de nuance tussen het middel en het doel, zet je (hulp)middelen in om je doel te bereiken op een wijze dat het bijdraagt.

Hulpmiddelen kunnen bijdragen als:

  • Ondersteuning; bijvoorbeeld visualiseren van het verbale
  • Aanvulling; extra informatie leverend
  • Afwisseling
  • Samenvatting (communicatief, bijvoorbeeld de hand-outs)

Algemene aandachtspunten bij het gebruik van hulpmiddelen bij een presentatie:

  • Beschikbaarheid; controleer of het gewenste hulpmiddel aanwezig is of maak / koop het vooraf.
  • Kwaliteit technisch; zorg er voor dat het hulpmiddel leesbaar, hoorbaar, zichtbaar is.
  • Kosten; is het hulpmiddelgebruik qua toegevoegde waarde en kosten (kopen / maken, vervoeren, gebruiken) te verantwoorden
  • Tijd; is er voldoende tijd beschikbaar om het hulpmiddel in te zetten
  • Relevantie van informatie; is het gebruik van het hulpmiddel effectief: aanvullend, ondersteunend, afwisselend of samenvattend?

Hulpmiddelen bij presentaties

Overheadprojector / Presentatiesoftware als Powerpoint is geschikt voor

  • het tonen van complexe tekeningen en schema’s
  • het visualiseren van veel gebruikte definities
  • het tonen van beeldscherm informatie
  • het aangeven van de structuur bij presenteren
  • het verstrekken van gedoseerde informatie
  • het tonen van bestaande informatie
  • het bijschrijven van informatie (overheadprojector, voor software enkel mits de interface dit toelaat)
  • het verstrekken van informatie waarbij kleuren en vormen een rol spelen

Flapover (flipover) is geschikt voor

  • het verstrekken van vaststaande informatie
  • het verstrekken van voorbereide informatie
  • het verstrekken van gedoseerde informatie
  • het verzamelen van informatie
  • het verplaatsen van informatie (fysiek ergens anders ophangen)
  • het gelijktijdig tonen van informatie (meerdere flappen naast elkaar ophangen)
  • het langdurig tonen van informatie (flappen laten hangen en bewaren)

Bord (whiteboard / smartboard / krijtbord) is geschikt voor

  • het inventariseren van goede en foute informatie
  • het veranderen van informatie
  • het verhelderen van informatie

Flapover / bord combinatie is geschikt voor

  • het aangeven van hoofdlijnen en uitwerkingen
  • het verstrekken van algemene en concrete informatie

Video’s en dia’s (presentatiesoftware als Powerpoint) is geschikt voor

  • het weergeven van waarheidsgetrouwe situaties
  • het verduidelijken van de relatie tussen geheel en deel (inzoomen en uitzoomen)
  • het presenteren van een theoretische uitwerking, bijvoorbeeld bij vaardigheden
  • het illustreren en ondersteunen van het verhaal
  • het bieden van context bij een verhaal
  • het bieden van focus bij een verhaal of een opdracht

Voorwerpen, modellen en schema’s zijn geschikt voor

  • het uitleggen van de werking machine en/of een proces (schema/model)
  • het vereenvoudigen en inzichtelijk maken van complexe situaties (schema/model)
  • het illustreren en/of ondersteunen van het verhaal (voorwerp of metafoor)

Let op: het is geen wet van Meden en Perzen, ook persoonlijke voorkeur speelt een grote rol. Zie het meer als een lijst van mogelijkheden en ideeën, dan een voorschrijvende “Gij zult” regel. En rappel: het verhaal is leidend, het hulpmiddel is ondersteunend!

Posted by Rutger in NLP handleiding

Gebruik je evaluatie effectief om meer klanten te krijgen

Wanneer jij jezelf presenteert aan klanten, met een website of welke manier dan ook, wat is dan je doel? Wil je laten zien hoe goed je product of dienst wel niet is? Wil je ze overtuigen dat ze voor jouw product of dienst kiezen? Wat wil je bereiken? Als je effectief wilt zijn, dan zal je een doel moeten hebben. Sta daar eens bij stil, wat je nu precies wilt bereiken.

Waarschijnlijk wil je dat potentiële klanten op basis van de presentatie ook daadwerkelijk kiezen voor jouw product of dienst. Weet je, je bent zelf ook een potentiële klant. Ga eens na wanneer en hoe jij zelf op zoek gaat naar een product of dienst, vergelijkbaar met je eigen product of dienst, en waarom je kiest voor de één of de ander.

Waarschijnlijk zal je opmerken, of nu ik het aangeef bewust worden, dat je op zoek gaat vanuit de beleving die je zelf hebt, vanuit de verwachting die je zelf hebt bij een product of dienst. Je zoekt naar de dingen die in het product of de dienst belangrijk zijn voor jou. Je zoekt en beslist op basis van wat het jou te bieden heeft, op basis van jouw verwachting van wat het jou oplevert.

Ook jouw presentatie zal dus beter effect hebben wanneer jouw focus ligt op het presenteren van de zogenoemde WIIFM, de What-Is-It-For-Me, zodat de lezer/toehoorder van je presentatie de dingen kan vinden die belangrijk zijn voor hem/haar. Om de WIIFM van jouw product of dienst te vinden kan je de volgende drie stappen gebruiken om je product- of dienstbeschrijving te vertalen naar de ontvanger:

  • Ga na of bepaal welke klanten jouw potentiële klanten zijn
  • Op basis van stap 1: ontdek welke problemen deze potentiële klanten hebben
  • Op basis van de vorige stap: hoe bied jij welke oplossingen voor deze problemen
  • Bepaal welke voordelen en opbrengsten jouw product of dienst biedt –> deze voordelen en opbrengsten zijn de WIIFM voor jouw klanten, de uitkomsten van deze stap neem je op in je presentatie.

Gebruik je evaluatie om je WIIFM te verbeteren

Vaak wordt het beschrijven van de WIIFM als lastig ervaren. Jij weet allang hoe goed jouw product of dienst is, en dat maakt het lastig om je te verplaatsen in iemand die dat nog niet weet. Bovendien zal je met deze manier van bepalen wat goed is voor jouw klanten helemaal afhankelijk zijn van jouw eigen wereldbeeld, je eigen creativiteit, je eigen inzicht, je eigen ervaring. Dat kan er toe leiden dat je nog heel veel voordelen hebt met je product of dienst die je zelf niet zo herkent, en ook dat (doordat jij als specialist andere dingen ziet als de potentiële klant) een mismatch in jouw aanbieding en het verlangen van de klant, en tot slot kan deze manier van preframen (want dat is het natuurlijk) leiden tot verwachtingen die voor jou waar zijn, maar voor de potentiële klant tegenvallen (wat zorgt voor minder positieve ervaringen en referenties).

Een mooie manier om deze problemen te tackelen is het gebruiken van een evaluatie, waarin je vraagt naar de ervaring van de klant met jouw product of dienst. en dan niet in de trend van “Wat vind je er van”, maar twee gerichte vragen, die zowel de situatie beschrijft vooraf aan het besluit om tot aanschaf over te gaan (wat was het dat deze klant overtuigde voor jou te kiezen) als op welke manier deze klant het voordeel heeft ervaren. Daarmee krijg je zeer waardevolle informatie over hoe je eigen product of dienst door je potentiële klanten wordt ervaren, je ontdekt de verlangens van jouw potentiële klanten, je ontdekt meer voordelen, je ontdekt HOE deze voordelen bijdragen in de ervaring van je klanten, en door deze informatie te verwerken in je WIIFM zorg je voor matchende verwachtingen en uitkomsten.

Welke twee vragen kan je stellen om dit effect te bereiken:

  1. Wat is er nu anders?
  2. Hoe heb je dit bereikt?

Wanneer je een dienst als een training aanbiedt, dan zou je bijvoorbeeld jouw evaluatie van de training lekker kort kunnen houden met de volgende 5 vragen:

  1. Hoe heb je de training algemeen ervaren?
  2. Is je verwachting ten aanzien van deze training uitgekomen?
  3. Welke vraag had je vooraf, en is nu beantwoord? Of, wat is er nu anders?
  4. Hoe is deze vraag beantwoord, of hoe heb je dit resultaat behaald?
  5. Wat is er nog niet genoemd, wat je wel wilt meegeven?

 

Mijn uitnodiging aan jou is om deze (in elk geval twee) vragen gewoon eens drie keer te stellen aan jouw klanten, en te zien welke informatie je er mee krijgt, en te ontdekken hoeveel potentie deze manier van evalueren voor jou kan hebben.

 

Ik wens je veel (tevreden) klanten!

Posted by Rutger in NLP handleiding

Plan je dag voor maximaal effect

Valeriaan

Valeriaan

In de 18e eeuw was de Valeriaan onderwerp van gesprek. Deze bloem opent in de ochtend, en sluit zich wanneer de zon weer onder gaat. De discussie ging er over of de bloem reageerde op de zon, of dat de bloem een soort interne klok heeft, die de bloem opent en sluit. Een simpel experiment, de bloem werd in een lichtdichte omgeving gezet en in de middag werd gekeken of de bloemen open waren (en ja, de bloem was open), toonde aan dat de bloem over een interne klok beschikt. En zo een interne klok, dat hebben wij ook. Een dagelijkse klok die natuurlijke en biologische responses geeft, afhankelijk van de tijd van de dag: een slaap-wakker ritme, maar ook ademhaling, lichaamstemperatuur, bloeddruk, er zijn inmiddels ruim 100 van deze dagelijkse ritmes in ons lijf ontdekt.

Wanneer je er een goede gewoonte van maakt om je dag te plannen (of wanneer je een dagprogramma ontwerpt voor een training, presentatie, heisessie, whatever), misschien doordat je time-management goeroe je vertelt dat dit handig is (Stephen Covey bijvoorbeeld, maar ook een David Allen) dan zijn er een paar zaken waar je rekening mee wilt houden. Je hebt een soort dagelijks ritme dat er voor zorgt dat je op bepaalde delen van een dag beter presteert op bepaalde vlakken en op andere delen van een dag weer op andere vlakken. Door hier rekening mee te houden in je planning kan je meer bereiken met minder moeite.

Effect 1: Lezen of leren?

Gedurende de dag is er geen verschil in je vaardigheid om informatie op te halen, te herinneren. Je hebt dus de hele dag dezelfde vaardigheid en mogelijkheid om informatie op te halen. ’s Ochtends of ’s avonds: je kan alle informatie even gemakkelijk ophalen.

Wel is er een groot verschil in het opslaan van informatie (het leereffect):

  • Wat je ’s ochtends leest (en opslaat), is sneller beschikbaar (minder herhaling nodig) en slechts kortdurend. Wat je leest kan je dus vrijwel direct inzetten, maar je leert het niet: een week later weet je het niet meer. Je zogenoemde korte-termijn geheugen werkt het best in de ochtend, en neemt gaandeweg de dag af. Er zijn nog twee oplevingen in je korte termijn geheugen: tijdens de lunch-dip (het uur nadat je gelunched hebt) en een uur na het avondeten. Taken die leeswerk omvatten, waar je gelijk mee aan de slag kan en die je niet hoeft te leren (enkel korte termijn onthouden), kan je dus het beste zo vroeg mogelijk plannen: je email verwerken, inlezen voor vergaderingen, het vergaderen zelf, het uitwerken van vergaderingen, standaardwerk, routine, makkelijke taken etc.
  • Wat je ’s avonds leest (en opslaat), is minder snel (direct) beschikbaar (meer herhaling nodig) en die extra moeite wordt beloond met een langdurig retentie-effect (langdurig onthouden). Je lange termijn geheugen heeft een beetje een ochtendhumeur en opstartproblemen, en verbetert zich gaandeweg de dag. Taken die echt lange termijn leren inhouden kan je dus het beste naar achteren schuiven: studeren, maar ook het oefenen van vaardigheden en persoonlijke ontwikkeling, alles waar je niet een kortdurend maar een langdurig effect wilt zien.
  • Uit wetenschappelijke experimenten met mensen die in ploegendiensten werken blijkt dat echt het daglichtritme is dat dit effect bepaald, en niet je slaapritme. Het zou dus gaan dus echt om ochtend/middag/avond en niet om je beleving van net-wakker/bijna-slapen. Er is onderzoek dat suggereert dat dit effect wordt veroorzaakt door (of correleert met) je lichaamstemperatuur die rond 05:00 uur op zijn laagst is, vervolgens langzaam stijgt naar een maximum (individueel bepaald, en voor de meeste mensen rond 16:00 uur) wat een patroon is dat niet wordt beïnvloed door korte termijn wijzigingen zoals ploegendiensten.

Kortom, wanneer je een dag plant dan plan je uitvoerende taken waar je informatie snel wilt bewerken en dan weer vergeten vroeg op de dag, en tactische en strategische taken waar je informatie wilt opdoen die langere tijd van belang is later op de dag.

Nog korter? Voer je taken uit in volgorde van LEZEN naar LEREN (voel het verschil).

 

Effect 2: Jouw optimale prestatie tijdstip

Er is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar prestaties in een dagritme. Bijvoorbeeld door Klein, die in 2001 en 2004 uitgebreide onderzoeken heeft gepubliceerd over verschillen in prestatie gedurende de dag. Hieronder enkele van de conclusies van hem en anderen, groepsgewijs:

  • Het blijkt dat rechtshandigen het best presteren (overall) in de ochtend, en linkshandigen juist het best presteren in de middag. Wanneer je rechtshandig bent plan je jouw belangrijkste taken dus in de ochtend, en ben je linkshandig dan plan je jouw belangrijkste taken het beste in de middag.
  • Jonge kinderen (op de basisschool) zijn het snelst afgeleid in de ochtend, terwijl oudere kinderen (voortgezet onderwijs) zich juist ’s ochtends beter kunnen concentreren.
  • Hoogbegaafden presteren in het algemeen het beste in de middag.
  • Kinderen met leesproblemen presteren beter (met lezen) in de middag.
  • Leesonderwijs in de middag leidt tot betere resultaten dan leesonderwijs in de ochtend. De crux hierbij is dat lezen een vaardigheid is die je over een langere periode leert, dus een vaardigheid is die het meeste baat heeft bij het lange-termijn geheugen.
  • Wiskunde onderwijs blijkt minder (maar toch enigszins) dagritme gerelateerd. De gedachte is dat een vaardigheid die meer gebaseerd is op inzicht het beste in de ochtend kan worden geoefend in detail (echt sommen maken), om in de middag de inzichten, ideeën en concepten te behandelen.

Maar ook de persoonlijke voorkeur speelt een grote rol: er is een grote deviatie binnen de groep. Iedereen heeft een individueel optimaal prestatietijdstip op een dag, en voor het beste resultaat volg je jouw eigen voorkeur.

  • Het individuele optimale prestatie tijdstip is bekend bij de proefpersoon, als onbewuste voorkeur. “Ben je een ochtendmens, middagmens of avondmens? Wanneer doe je deze taak het liefste?” zijn vragen die zijn gebruikt in sommige onderzoeken om het optimum te bepalen. In enkele onderzoeken is dit weer afgezet tegen een fysiek bewijsbaar bioritme, en beiden bleken te correleren. Het lijkt er dus op dat simpelweg het volgen van je persoonlijke voorkeur (de dingen doen wanneer jij er het meest zin in hebt) leidt tot betere resultaten.
  • Uit onderzoek is gebleken dat een goede voorspeller van het optimale prestatie tijdstip je lichaamstemperatuur is. Deze is het laagst rond 05:00 uur, en stijgt dan naar een maximum (dat wel 2 graden hoger kan liggen), om vervolgens weer te dalen. Bij sommige mensen ligt het tijdstip van de maximumtemperatuur om 11:00 uur, bij anderen pas om 20:00 uur. Gemiddeld is ligt het rond 16:00 uur.
  • In een situatie waar sprake is van een leider en volgers (een leersituatie met een docent en studenten, of een werkoverleg met manager en deelnemers, elke groepsgewijze aanpak) dan wordt de beste (groeps-)prestatie gehaald indien het ritme van de leider wordt gevolgd. Dus wanneer de studenten of deelnemers het ritme van de docent of de manager volgen.
  • Aansluiten bij het individuele voorkeurdagritme is niet gerommel in de marge, het heeft een groot effect: proefpersonen scoorden 6 IQ punten hoger op een IQ test indien deze werd afgenomen tijdens het individuele optimale tijdstip. Ook heeft iedereen er belang bij: 98% van de leerlingen in een onderzoek van Virostko haalden betere resultaten nadat de te leren stof werd aangeboden op hun individuele optimale tijdstip.

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

TOTE model (NLP strategieën)

Een strategie is te “vangen” in het TOTE-model (George A. Miller, Eugene Galanter, and Karl H. Pribram: Plans and the Structure of Behavior).

  • T Test
  • O Operate
  • T Test
  • E Exit

 

Elk doelgericht menselijk handelen, als ook veelomvattende processen, zijn te zien als een opeenvolging van stappen in het TOTE-model. Schematisch ziet het model er zo uit:

TOTE model

TOTE model

TOTE’s kunnen genest zijn. Een enkel processtap kan weer uitgewerkt worden naar een eigen TOTE-model. Chunking bij het bepalen van een goede brokgrootte is belangrijk om werkbaar te blijven. Over het algemeen zijn strategieën 3 tot 7 stappen groot. Meer stappen kan je samenvoegen tot een aparte TOTE (als een soort subroutine, c.q. functie). Zo krijg je macro-, meta-, en microstrategieën.

Beschrijving van het TOTE-model

  • De eerste test omvat de Trigger, waarmee de strategie “aan” wordt gezet. In dit moment is er een huidige situatie, een gewenste toestand en een verwachtingen over de gewenste toestand. Het bepaalt de criteria waaraan de verwachtingen over de gewenste toestand moeten voldoen.
  • De Operate is de fase waarin gewerkt wordt naar een resultaat. Er worden stappen genomen om dichter bij het doel te komen. De input wordt bewerkt met herinneringen, er wordt aanvullende informatie gecreëerd of verzameld uit de interne en externe wereld, gericht op het bereiken van de verwachtingen over de gewenste toestand.
  • De tweede test. Hier worden de verwachtingen over de gewenste toestand vergeleken met het te verwachten resultaat. De twee aspecten die met elkaar vergeleken worden dienen uit hetzelfde representatie systeem te zijn.
  • Exit is een beslissingsmoment. Wanneer de doelstelling bereikt is, dan is de strategie ten einde. Wanneer het resultaat de doelstelling niet heeft bereikt, ontstaat er een “loop” in de strategie. Het doorloopt opnieuw de eerste test om verwachtingen bij te stellen of het doorloopt opnieuw de Operate om dichter bij het doel te komen. Net zolang tot de strategie kan worden afgesloten.

Noteren van een strategie met TOTE

Representatie V A K O G
Extern Ve Ae Ke Oe Ge
Intern Vi Ai Ki Oi Gi
Herinnering

(remembered)

Vr Ar Kr Or Gr
Constructie Vc Ac Kc Oc Gc
Auditief digitaal / tonaal   Ad / At      
Positief / Negatief gevoel     K+ / K-    

Let bij Ad (praten tegen jezelf) op de submodaliteiten (wat zeg je HOE tegen jezelf).

 

TOTE symbolen

TOTE symbolen

 

Elicitatie met TOTE

Vanuit het TOTE model zijn er elicitatie vragen samengesteld waarmee de strategie kan worden opgevraagd.

 

  • Denk eens terug aan een moment waarin je totaal………….was?

Kalibreer de persoon die aan een moment denkt. (TDS)

  • Wat doe je dan, specifiek in dat moment?

Kalibreer de strategie

 

Ben er nu….?

  • Wat is het allereerste dat ervoor zorgt dat je totaal …….bent? (Test/Trigger)
  • Is het iets dat je ziet, dat je hoort of dat je voelt? (Operate)

Kalibreer de oogbewegingen, grote fysiologische veranderingen en het verbale verslag. Let vooral op predikaten en oogbewegingen.

Backtrack de woorden die genoemd zijn in het antwoord, waar de strategie mee start.

  • Nu je ………….[trigger, waar de strategie mee start] hebt, wat is het volgende dat ervoor zorgt dat je volledig ……..bent? (Test)

 

Herhaal deze vraag net zo vaak, totdat de strategie EXIT is. Het einde van een strategie heeft  (ALTIJD) een K+ of een K-

 

 

Posted by Rutger in NLP handleiding