herinnering

Een succesvol NLP anker in vier stappen

Vier stappen voor een succesvol NLP anker

1. Zorg voor een levendige SPECIFIEKE ervaring/stemming.

Vraag de ander een specifieke situatie te herinneren: “Herinner je een specifieke situatie, die van de bedoelde stemming een voorbeeld is.” Kalibreer op BMIR’s.

Contact maken met de specifieke herinnering, visueel: “Waar ben je?”, “Met wie ben je daar?”, “Wat zie je daar?”. Speel met de antwoorden, vraag door naar kleuren, vormen, groottes etc. Kalibreer op BMIR’s.

Visueel naar auditief, dieper contact maken: “Wat hoor je daarbij?” of “Wat hoor je daarbij, terwijl je … [beschrijf met sleutelwoorden uit visueel]”. Speel met de antwoorden, vraag door naar toonhoogtes, snelheid, ruis etc. Kalibreer op BMIR’s.

Auditief naar kinestetisch, contact maken met de stemming: “Wat voel je daarbij?”, “Hoe voelt dat daar, toen?”, “Wat voelde je , terwijl je … [beschrijf met sleutelwoorden uit visueel en auditief]”.

2. Zorg voor een unieke stimulans (zintuiglijke prikkel).
Wanneer de ervaring het meest levendig/intens is leg je het anker aan. Let op BMIR´s!

Vaak wordt er een tast prikkel gegeven op een plek op het lichaam waar de persoon makkelijk bij kan. Bijvoorbeeld op de schouder of knie. Wanneer je bij een ander ankert, vraag van te voren of het daar mag. Aanlegduur: 5 tot 15 seconden.

NLP Anker zetten

NLP Anker zetten

3. Break state.
Na het ankeren, haal je de ander met een break-state uit de stemming.

4. Test het NLP anker
Test het anker door het af te vuren, en kalibreer of de stemming onder het NLP anker zit.

Let op: een anker heeft altijd een effect, soms gewenst, soms ongewenst. Daarom is het testen belangrijk voordat je verder gaat. Wil je weten hoe je jouw ankertechniek kan verbeteren, lees dan dit artikel.

Oefening normaal NLP anker 1

Groepjes van 2.

B kiest een fijne herinnering.

A bepaalt een unieke stimulans bij B (schouder-, hand- of knieaanraking) voor het anker.

A vraag de herinnering uit, maakt een levendige ervaring. Start visueel, door naar auditief, door naar kinestetisch. Kalibreer op BMIR’s, en A kiest het juiste moment om het anker te zetten (5 tot 15 seconden stimulus) bij B (let goed op: dat kan bij sommige mensen al direct zijn, bij visueel).

A break-state.

A test het anker door het af te vuren. Kalibreer op BMIR’s of de stemming er onder zit.

Wissel van rol.

Oefening normaal NLP anker 2

Individueel.

Kies een krachtige hulpbron (herinnering), en bepaal een (door jezelf uit te voeren) unieke stimulans, of een eigen power-move (afhankelijk van je doel).

Maak je herinnering zo levendig mogelijk (vraag bij jezelf uit, beleef het visuele, hoor de geluiden, ervaar de gevoelens).

Intensiveer de ervaring: versterk de beleving van de krachtige staat door je drivers te veranderen (check ook de meest voorkomende submodaliteiten: helderheid, scherpte, geassocieerd/gedissocieerd en afstand). Versterk de staat, niet per sé de herinnering.

Anker dit bij jezelf, door de eigen unieke stimulans, of power-move.

Break state.

Vuur het anker af, en test.

Opmerkingen:

  • Let op de volumeknoppen van ankeren.

  • Je kan zo veel ankers bij jezelf maken als je wilt. Bedenk (ontwerp) je eigen manier van ankeren, met eigen stimuli, voor alle situaties waar jij dit kan gebruiken!

Posted by Rutger in NLP handleiding

Oefening: een inspirerende situatie om je passie te vinden

In deze oefening gaat A bij B een voorbeeldsituatie uitvragen, waarin door B passie werd ervaren. Wanneer B dan goed contact heeft met deze herinnering, stelt A de vragen over deze herinnering die de passie duidelijker maken.

Instructie

A Act:

  • Je mag de vragen exact voorlezen zoals ze er staan, of de zandbak ingaan. Lees met een rustige stem. Luister goed naar de LETTERLIJKE woorden die B tegen je zegt wanneer dat nodig is, herhaal ze ter controle door B en schrijf ze EXACT zo op (BACK TRACKEN). Maak rapport en verbinding, geef rust en ruimte.
  • Geef na het stellen van de vraag tijd en ruimte aan B om tot een antwoord te komen. Lees de BMIR’s. Spreek eventueel vooraf een teken af met B waarmee B kan aangeven dat het antwoord klaar is. Bij puntjes (…) kan je even rustig 1001, 1002, 1003 tellen, voordat je verder gaat.
  • Je schrijft in de manual van B, zodat B later zijn eigen antwoorden kan teruglezen.

B Be:

  • Geef je manual aan A zodat je jouw antwoorden later terug kan lezen.
  • Wees gewoon jezelf, luister naar de vragen, keer naar binnen en vind jouw beste antwoord, voor jezelf. Het is niet nodig om antwoord te geven op de vragen die A stelt, het mag wel: NLP is procesgericht. Wel is het handig dat je knikt (of ander teken) wanneer je voor jezelf het antwoord hebt, zodat A weet dat de volgende vraag gesteld kan worden.
  • Tijdens de oefening zal A bij vragen aangeven dat het antwoord wordt opgeschreven. Dat zijn de enige keren dat er wel antwoord verwacht wordt. Geef het woord dat goed voelt voor jou.

C See:

  • Leert van het kijken en horen.
  • Let op de exacte woorden van B.
  • Let op de BMIR’s van B die een indicatie geven dat B voldoende tijd en ruimte krijgt.

De uitvraag

A: Iedereen heeft wel eens een moment van passie… Een moment van inspiratie… Waarin je elk gevoel voor tijd kwijt was… waarin jij je heel erg prettig voelde… in werk… in hobby… in een relatie… waar dan ook… En uit al die mogelijke momenten… kan 1 herinnering te binnen schieten… die nu… bovenkomt… en die geschikt is voor… nu… Geef maar aan wanneer jij je moment hebt gekozen… [wacht op teken].

A: Wanneer je dat moment een specifieke naam zou geven, een beschrijving of een codewoord dat alleen jij begrijpt, wat zou die naam dan zijn? Wat kan ik voor jou opschrijven? [wacht op naam, herhaal deze naam ter controle, en schrijf deze letterlijk op]

Naam: …………………….

A: Wanneer je terug gaat naar dat moment [NAAM]… en voorstelt wat je toen zag… Waar was je…? Was daar nog iemand…? Hoe ziet het er daar uit…? Wat voor kleuren zie je…? Wat voor vormen zie je…? Ruik je iets…? Proef je iets…? Hoor je iets…? Welke gedachten heb je daar in dat specifieke moment [NAAM]…? Wat zeg je tegen jezelf…? Wat denk je over jezelf…? Wat denk je over de situatie…? Hoe zat of stond je toen…? Misschien wil je eens staan of zitten zoals je toen zat of stond…? [geef ruimte tot B eventueel zit of staat zoals B toen zat of stond, wacht op teken]

A: Wat voel je nu, fysiek…? Waar zit dat gevoel als je het kon vastpakken…? En welke vorm heeft dat gevoel…? Is dat gevoel warm of koud…? Is dat gevoel ritmisch of constant…? Is dat gevoel scherp of zacht…? [wacht op teken].

A: Wat doe je daar in dat moment [NAAM]? Wat is het dat je zo goed doet…? Hoe zou je dat noemen in een werkwoord…? Wat kan ik voor jou opschrijven…?

[wacht op werkwoord, herhaal dit werkwoord ter controle, en schrijf dit letterlijk op]

Werkwoord 1: …………………….

A: Is er meer wat je specifiek doet in dat moment [NAAM]? Kan ik nog iets voor jou opschrijven…?

[wacht op reactie, herhaal ter controle, en schrijf letterlijk op]

Werkwoord 2: …………………….

A: Ga eens voor jezelf na wat er zo belangrijk is aan dit moment [NAAM]…?

[wacht op teken. De volgende vraag gaat verder op dit laatste antwoord].

A: Waarom vind je dat belangrijk…?

[wacht op teken. De volgende vraag gaat verder op dit laatste antwoord]

A: Wat levert jou dat op…?

[wacht op teken. De volgende vraag gaat verder op dit laatste antwoord]

A: Waarom vind je dat belangrijk…?

[wacht op teken. De volgende vraag gaat verder op dit laatste antwoord]

A: Hoe zou je dat belang noemen in een zelfstandig naamwoord, wat voor naam zou je dat belang willen geven…? Wat kan ik voor je opschrijven?

[wacht op naam, herhaal deze naam ter controle, en schrijf dit letterlijk op]

Naam belang: …………………….

A: Is er iets belangrijker voor je dan [naam belang] …? Wat kan ik voor je opschrijven?

[wacht op reactie, herhaal deze reactie ter controle, en schrijf dit letterlijk op]

Reactie: …………………….

A: Dank je wel…

[Einde uitvraag; geef de manual terug, en wissel van rol]

Uitwerking van de uitvraag (individueel)

Neem je antwoorden hieronder over:

Werkwoord 1: …………………………………………

Eventueel werkwoord 2: …………………………………………

Naam belang: …………………………………………

Eventuele reactie: …………………………………………

Formuleer nu zinnen in de volgende structuren, lees ze hardop aan jezelf voor, luister goed naar jezelf, en doorvoel welke structuur jou het beste past:

  • [BELANG] [WERKWOORD 1] door [WERKWOORD 2]

  • [REACTIE] [WERKWOORD 1] door [WERKWOORD 2]

  • [BELANG] [WERKWOORD 2] door [WERKWOORD 1]

  • [REACTIE] [WERKWOORD 2] door [WERKWOORD 1]

  • [BELANG] [WERKWOORD 1]

  • [REACTIE] [WERKWOORD 1]

  • [BELANG] [WERKWOORD 2].

  • [REACTIE] [WERKWOORD 2].

Schrijf de beste structuur hieronder uit:

De kern is ……………………………………………………………………………………………

Voel je vrij om nog betere formuleringen buiten de aangegeven structuur te ontdekken,

en te gebruiken… Je kan ook naar de ontdekte woorden kijken, nu of later, en een symbool of teken laten ontstaan dat staat voor of past bij het gevoel, de houding, de woorden… En misschien kan je dat teken of symbool wel in een beeldje, sieraad, tekening of iets dergelijks vangen, en er dan voor zorgen dat je dat symbolische symbool vaak tegenkomt…

Doorleven hoe het dan kan zijn

In deze oefening gaat A begeleiden bij het door B doorleven van hoe het anders zou kunnen zijn bij het volgen van het verkregen antwoord.

Instructie

A Act:

  • Lees de tekst exact voor zoals deze er staat, met een rustige stem.
  • Gebruik de manual van B.
  • Geef na het voorlezen van de tekst tijd en ruimte aan B om te doorvoelen. Spreek vooraf een teken af waarmee B kan aangeven dat B klaar is.
  • Bij puntjes (…) kan je even rustig 1001, 1002, 1003 tellen, voordat je verder gaat.

B Be:

  • Geef je manual aan A zodat je jouw antwoord kan doorvoelen.
  • Wees gewoon jezelf, luister naar de tekst, keer naar binnen en voel wat je voelt en ervaar wat je ervaart, voor jezelf. Het is niet nodig om antwoorden te geven. Wel is het handig dat je knikt wanneer je voor jezelf klaar bent, zodat A weet dat de volgende stap genomen kan worden.

C See:

  • Vindt de BMIR’s waaraan je ziet dat B voldoende tijd en ruimte krijgt.
  • Zie wat er nog meer gebeurt.

De Niveau’s van Robert Dilts

A: neem de gekozen kern van B hieronder (letterlijk) over:

…………………………………………………………………………………………………………

A: Stel je voor… dat jouw belangrijkste doel in het leven…, de reden van jouw bestaan… (het/de) [kern] is…, en dat je daar gesteund in wordt door alles…, en het grote geheel…, Wie of wat ben je dan…? [wacht op teken].

A: Wat is er, gesteund door (het/de) [kern], dan belangrijk voor jou…? [wacht op teken. Je kan de wachttijd opvullen met: ”… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…]

A: Gesteund door (het/de) [kern] en wat er dan belangrijk is, wat geloof je dan…? [wacht op teken. Eventueel ”… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…]

A: Gesteund door (het/de) [kern] wat er dan belangrijk is, wat je dan gelooft, wat kan je dan…? [wacht op teken. Eventueel ”… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…]

A: Gesteund door (het/de) [kern], wat belangrijk is, wat je gelooft, wat je kan, wat doe je dan…? [wacht op teken. Eventueel ”… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…]

A: Hoe ziet het er dan uit…? [geef ruimte en rust. Eventueel “… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…, merk wat er verandert is…”]

A: Dank je wel…

[Einde oefening; geef de manual terug, en wissel van rol]

Posted by Rutger in NLP handleiding

Contact maken met een situatie

Wanneer je een situatie (en de stemming; de staat) wil laten (her-)beleven. Dit gebruik je bij het NLP coachen om een coachee naar een hulpbron te brengen, maar je kan het ook gewoon in de kroeg gebruiken om iemand een goed gevoel te geven in een koetjes-kalfjes gesprek, door te vragen naar een moment dat iemand heel enthousiast of gepassioneerd was, of te vragen naar het leukste dat vandaag of deze week gebeurd is, of op hobbies door te vragen (want waarom stopt iemand zijn vrije tijd in een hobby?).

1) Vraag een specifieke situatie te herinneren:

“Kies in je herinnering een specifieke situatie, die een voorbeeld is.”

Let op dat je echt het specifieke moment van de gewenste situatie krijgt, en niet een globale beleving; we zijn (uiteindelijk) op zoek naar de positieve emotie die bij het moment hoort.

Kalibreer op BMIR’s, en label de situatie (Ad): “Hoe zou je deze situatie willen noemen of welk codewoord wil je het geven?”.

2) Contact maken met de herinnering, visueel:

“Waar ben je?”

“Met wie ben je daar?”

“Wat zie je daar?”

Speel met de antwoorden, vraag door naar kleuren, vormen, groottes etc. Kalibreer op BMIR’s.

3) Visueel naar auditief, dieper contact maken:

“Wat hoor je daarbij?” of

“Wat hoor je daarbij, terwijl je … [beschrijf met sleutelwoorden uit visueel]”

Speel met de antwoorden, vraag door naar toonhoogtes, snelheid, ruis etc. Kalibreer op BMIR’s.

4) Auditief naar kinestetisch, contact maken met de stemming:

“Wat voel je daarbij?”

“Hoe voelt dat daar, toen?”

“Wat voelde je , terwijl je … [beschrijf met sleutelwoorden uit visueel en auditief]”

Kalibreer op BMIR’s. Gebruik ankers indien gewenst.

Oefenen met de NLP techniek door contact te maken met een leuke situatie

  • Bedenk/kies een invalshoek: hobby, leuke gebeurtenis, moment van enthousiasme, passie.
  • Visualiseer eerst voor jezelf hoe jij stap 1 t/m 4 doet, welke vragen je gaat stellen.
  • Bedenk altijd voordat je uitvraagt een goede break-state, zodat je die klaar hebt wanneer dat nodig is.

Voorbeeld:

  • Wat was het leukste dat je vandaag hebt meegemaakt?
  • Waar was dat?
  • Wat zag je toen?
  • Wat hoorde je daar toen?
  • En wat voelde je daar, toen?
  • Waar voelde je dat, precies?
Posted by Rutger in NLP handleiding

Waarnemen en kalibreren

Hoe vaak komt de letter ‘F’ voor in de volgende tekst:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Wat staat hier:

Vlgones een sduite aan een elgnese unvirestiet mkaat het neit uit in wlke vlgrodoe de lttrees in een wrood satan, het eigne dat blagnrijek is, is dat de ersete en de ltaatse ltteer op de gdoee palats satan. De rset kann ttaaol oiznn zjin maar tcoh kun je het geod leezn. Dit kmot dradoot we neit ltteer voor ltteer arpat lzeen maar wodoren in zjin gheeel.

Kan je dit lezen:

D323 M3D3D3L1NG L44T J3 213N T0T W3LK3 GR0T3 PR35T4T135 0N23 H3R53N5N 1N 5T44T 21JN. 1N H3T 83G1N W45 H3T 23K3R N0G M031L1JK D323 T3K5T T3 L323N, M44R NU K4N J3 H3T W44R5CH1JNL1JK 4L W4T 5N3LL3R L323N 20ND3R J3 3CHT 1N T3 5P4NN3N. D4T K0MT D00R H3T 3N0RM3 L33RV3RM0G3N V4N 0N23 H3R53N5. KN4P H3? D323 M3D3D3L1NG M4G J3 K0P13R3N 3N V3RD3R V3R5PR31D3N.

Onze waarneming

Hoeveel vaak komt de ‘f’ voor volgens jouw telling? De meeste mensen tellen er 16 of 17. Maar het zijn er meer:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Het zijn er 23! Vooral het woordje ‘OF’ wordt vaak gemist. Er zit dus iets raars in ons waarnemen. Zelfs wanneer we ons concentreren, zien we niet alles…

En wanneer je het 2e stukje las als ‘Volgens een studie aan een Engelse universiteit…’, dan was je niet aan het waarnemen, maar dan was je de letters die er staan aan het vervormen tot woorden zoals je ze kent. Je leest dan iets wat er feitelijk niet staat. Wanneer dat stukje in een taal was geschreven die je niet kende, dan had je wel letterlijk de letters uitgesproken zoals ze er stonden. We verbinden onze waarneming aan wat we in het verleden hebben geleerd. We zien iets en proberen het onbewust te duiden. We zien niet wat er staat, we zien wat we kennen.

Het derde stukje laat je zien hoe snel dit proces gaat, hoe flexibel je hersenen zijn om snel te leren en uit het feitelijke waarnemen naar betekenis gaan.

Belangrijk NLP uitgangspunt: Ons sterkste instinct is niet de ‘will to survive’ maar onze drang om dingen vertrouwd te maken (‘will to make things familiar’).

Het zintuigensysteem

Wij nemen de wereld feitelijk waar door gebruik te maken van onze 5 zintuigen:

  • Ogen kijken (Visueel)

    Zintuigensysteem en waarnemen

    Zintuigensysteem en waarnemen

  • Oren luisteren (Auditief)
  • Lichaam voelt (Kinestetisch)
  • Neus ruikt (Olfactoir)
  • Mond proeft (Gustatoir)

Voor het gemak worden deze zintuiglijke systemen in NLP veelal afgekort tot: V A K O/G.

Omdat we naast waarnemen ook denken (tegen ons zelf praten) wordt er verschil gemaakt tussen Auditief tonaal (At: luisteren met je oren) en Auditief digitaal (Ad: tegen je zelf praten).

Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen de verschillende manieren waarop je kan voelen (Kinestetisch):

  • Tactiel: voelen aan de buitenkant; waarnemen buiten jezelf
  • Proprioceptief: voelen aan de binnenkant; waarnemen binnen jezelf
  • META: waarde bepalende gevoelens en emoties

NLP stelt dat ieder mens een bepaalde voorkeur heeft bij de inzet van de zintuigen (V-A-K-O-G-Ad). Sommige zintuigen zijn beter ontwikkeld dan de andere. Dat is per mens verschillend, en aangezien zintuigen te trainen zijn, is het geen vastgesteld gegeven, en kan het per situatie verschillen.

Het primaire voorkeurssysteem van waarnemen (V A K O/G Ad) herkennen bij een ander is handig om beter contact te maken. Je kan het primaire voorkeursysteem bij een ander herkennen door:

  • Te luisteren naar de woorden die de ander gebruikt (predicaten)
  • Te kijken naar de lichaamshouding (fysiologie)
  • Te kijken naar de oogpatronen

Dit worden ook wel de accessing cues (toegangsignalen en –aanwijzingen) genoemd.

VAKOGAd overzicht

V – Visueel, zien

A – Auditief, horen

At – Auditief tonaal, luisteren

Ad – Auditief digitaal, praten tegen jezelf, ‘denken’

K – Kinestetisch, voelen

Kt – Kinestetisch tactiel, voelen aan de buitenkant

Kp – Kinestetisch proprioceptief, voelen aan de binnenkant

Km – Kinestetisch meta, waarde bepalend of emotie

O – Olfactior, ruiken

G – Gustatoir, proeven

Lead system (zoeksysteem)

NLP stelt dat iedereen een zintuiglijk weergavesysteem heeft waarmee iemand zich richt op een innerlijke ervaring, of een herinnerde ervaring opzoekt.

Als voorbeeld:

Zoek naar een ervaring waarin je zeker was van jezelf. Qua volgordelijke stappen kan je eerst een beeld ZIEN (visuele “lead”) van die ervaring, om je vervolgens te herinneren welke gevoelens horen bij dat moment van zekerheid (kinestetische weergave).

Dit lead system is met de oogpatronen goed te herkennen.

Synesthesie

Synesthesie is een proces waarbij de weergave in het ene zintuigensysteem direct een ervaring oproept in een ander zintuigensysteem. Beide systemen overlappen elkaar. Bijvoorbeeld wanneer je het geluid hoort van een krijtje over een schoolbord en direct de rillingen over je rug voelt lopen.

BMIR’s – Behavioral Manifestations of Internal Representation

BMIR’s zijn (minimale) non-verbale en verbale toegangssignalen die in verbinding staan met onze zintuigen, de VAKOGAd. Door te letten op BMIR’s kan je beter afleiden wat er bij de ander gebeurt. Het is daarbij belangrijk in de gaten te houden dat ieder mens uniek is; niemand heeft gelijke BMIR’s. Voordat je dus betekenis mag en kan geven aan de BMIR’s die je waarneemt moet je onderzoeken wat een BMIR specifiek bij iemand betekent (dat proces van afstemmen heet kalibreren).

In een gesprek letten op veranderingen in fysiologie en stem (kijken en luisteren) geeft je inzicht in het interne proces bij de ander. Je wellicht niet zien WAT er gebeurt, maar wel DAT er wat gebeurt.

Visuele BMIR’s – wat je kan zien veranderen

  • Spierspanning in het gezicht
  • Vochtigheid van de huid
  • Kleur(verandering) van het gelaat
  • Onderlip (grootte en kleur)
  • Oogbewegingen
  • Grootte van de pupil
  • Schuine stand van het hoofd
  • Ademhaling: plaats, snelheid, diepte
  • Houding
  • Hoek van de ruggengraat (hoofd, nek, schouders)
  • Arm -, hand- en vingergebaren
  • Verdeling van gewicht
  • Gezichtsuitdrukking, wenkbrauwen, kaken, mond

Auditieve BMIR’s – wat je kan horen veranderen

  • Toon
  • Tempo
  • Plaats
  • Hoogte
  • Volume
  • Ritme
  • Pauzes
  • Predicaten
  • Warmte
  • Intonatie en intonatiepatronen

Kalibreren

Wanneer je iets ziet of hoort bij iemand, en je wilt ontdekken wat dat betekent, dan noemt NLP dat proces van onderzoeken en afstemmen ‘kalibreren’. Wanneer je niet kalibreert, en BMIR’s een betekenis geeft ‘omdat dat meestal zo is’, dan ben je aan het gedachtelezen, of mindreaden. Omdat iedereen unieke BMIR’s heeft, is het proces van kalibreren erg belangrijk om feitelijk te blijven bij wat er gebeurt bij de ander in plaats van niet verder te komen dan wat jij denkt dat er gebeurt bij de ander.

Kalibreren is het ontdekken van toegangsignalen. In de basis is het een vermogen (vaardigheid) om verschillen te kunnen zien en/of horen. Om onderscheid te kunnen maken is het noodzakelijk tenminste 2 zijnstoestanden waar te nemen.

  • Een enkel signaal is een voorval zonder betekenis
  • 2 dezelfde signalen is toeval
  • 3 dezelfde signalen is een patroon (kalibratie)

Oefening waarnemen of gedachtelezen

Ga bij de volgende uitspraken voor jezelf na of het iets is wat je feitelijk ziet, of dat een een mening/waardeoordeel is:

  • Je ziet hem opgelucht adem halen.
  • Je kon zien dat ze niet tevreden was.
  • Ze stond ontspannen te presenteren.
  • Als hij praat beweegt hij met zijn handen.
  • Hij fronste terwijl hij naar beneden keek.
  • Hij fronste zijn wenkbrauwen om te laten zien dat hij twijfelde aan haar woorden.
  • Ze keek schichtig om zich heen.
  • Zijn stem trilde en klonk nerveus.
  • Terwijl hij praatte bewoog zijn hoofd.
  • Hij bloosde van schaamte.
  • Hij vind mij niet aardig want hij kijkt telkens weg als ik hem aankijk.
  • Hij schudde zijn hoofd dus was het er niet mee eens.
  • Zij knikte want ze is het er mee eens.
  • De Italiaan was erg tevreden; hij maakte een rondje met duim en wijsvinger: perfect!
  • De ene Griek vond het goed, hij zei “Ohkee.”. De andere niet, hij zei “Nee.”.
  • Zij gaat het doen, ze zei “Ja, ik doe het wel.”.
  • De Pakistaan schudde zijn hoofd, dus bedoelde nee.
  • De Arabier gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De Japanner gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De flipover heeft witte bladen van papier.

Klik hier voor een antwoordindicatie.

Dus:

WAARNEMING -> Betekenis geven -> MINDREAD

Feitelijk en objectief -> Betekenis geven -> Jouw werkelijkheid en subjectief

Werkelijkheid -> Betekenis geven -> Waardeoordeel en overtuiging

Accessing cues – toegangsignalen en -aanwijzingen

Overzicht BMIR’s (generaliserende mindreads)

Visueel Auditief (At en Ad) Kinestetisch (K en O/G)
Ademhaling Hoog, snel, onregelmatig Middenrif Diepe buikademhaling, langzamer
Gezichtsuitdrukking Ogen dichtknijpen Gefronste wenkbrauwen Ontspannen spieren
Stem Hoge neusklanken Stiltes, afgemeten, nadrukkelijk Laag, vanuit de adem
Tempo Snel, opgewonden Ritmisch Langzamer
Houding Rechte rug, kin omhoog Hoofd naar rechts beneden gebogen Hoofd naar links beneden, rug iets in elkaar gezakt
Gebaren Naar boven wijzen, in de ogen wrijven Kin in hand, rond oren wijzen Handen op de buik leggen, denkbeeldige handelingen uitvoeren

Eye accessing cues (oogpatronen)

In het diagram hieronder kan je de oogpatronen van iemand afleiden. Het is zo getekend alsof dit het gezicht is van iemand die jou aankijkt. De oogpatronen hieronder gelden voor de meeste rechtshandige mensen (standaard georganiseerd mens).

LET OP: KALIBREREN IS BELANGRIJK!

Eye accessing cues (oogpatronen)

Eye accessing cues (oogpatronen)

De ogen kunnen ook recht vooruit staan, uit focus (down-time; intern gericht), al dan niet met vergrote pupillen. Dat duidt op snelle toegang naar (directe) zintuiglijke informatie, voornamelijk visueel.

  • VC: visueel geconstrueerde beelden (ogen op recht); vaag, flitsend, duidelijk verbeelden, heldere toekomst
  • VR: visueel herinnerde beelden (omhoog verlaten ogen); fotografisch geheugen, totale herinnering, toekomstvisie, schitterend perspectief, opnieuw bekijken, kleurrijk geheugen.
  • ACt: Auditief geconstrueerde geluiden of woorden, tonaal (ogen horizontaal en aan het recht); repeteren, woorden zeggen.
  • ARt: Auditieve herinnerde geluiden of woorden (ogen horizontaal en aan de linkerzijde); woorden herhalen die gehoord zijn.
  • K: Kinestetische sensaties en gevoel (intern en extern, ook reuk en smaak, ogen onderaan recht); voelen, aanraken, warm, soepele tred, kietelen.
  • AD: Auditieve geluiden of woorden (ogen onderaan de linkerzijde); interne dialoog, praten tegen jezelf, “aha”

Vragen stellen om oogpatronen te kalibreren

VR

  • Welke kleur heeft je favoriete boek?
  • Welke kleur heeft het huis van de buren?
  • Is er een ronde tafel in je huis?

VC

  • Hoe ziet een zebra eruit met paars/oranje haar?
  • Hoe ziet een mier eruit met roze sokjes aan?
  • Wat ga je morgen doen?

AR

  • Hoe klinkt je favoriete instrument?
  • Hoe klinkt volledige rust en stilte?
  • Wat klinkt harder: jouw deurbel of een claxon?

AC

  • Hoe klinkt een piepende muis in een windtunnel?
  • Hoe zou een dweilorkest klinken op Mars?
  • Hoe klinkt mijn stem, als ik zou praten zoals Mickey Mouse?

AD

  • Hoe doe jij de dingen ‘s ochtends?
  • Wat zeg je tegen jezelf als je thuiskomt?
  • Hoe poets jij je tanden?

K

  • Hoe voelt het als je in de zon ligt?
  • Hoe voelt je rechtervoet aan als die slaapt?
  • Welke sok zit beter, die van je rechter- of van je linkervoet?

Bij onduidelijke oogpatronen kan je meer gedetailleerde vragen stellen. Vooral vragen met een vergelijking of contrast: Welke … is (vergelijking), … of …? Bijvoorbeeld Welke kleur is donkerder, bastogne- of ontbijtkoek?

Oefening Vragen om oogpatronen te kalibreren

Geef aan of de onderstaande vragen Vc, Vr, Ac, Ar, K (O,G) of Ad zijn

  • Hoe zou je huis er uit zien met roze verf?
  • Welke kleur had het haar van je moeder, toen je haar voor het laatst zag?
  • Ben jij je bewust van deze vraag?
  • Hoe gaat de melodie van je favoriete lied?
  • En hoe zou je favoriete lied klinken met kerstklokken op de achtergrond?
  • Hoe voelen smeltende sneeuwballen in je hand?
  • Wat zeg je nu tegen jezelf?
  • Hoeveel ramen heeft je huis?
  • Hoe klinkt een muntje dat op straat valt?
  • Hoe klinkt een grote sneeuwbui die in zee valt?
  • Hoe zou jij er uit zien met haar van goud?
  • Heb je voor meer ramen dan achter?
  • Wat zou beter zijn: je huis paars met witte stippen, of met rode strepen?
  • Welke kleur heeft je voordeur?
  • Wat zeg jij tegen jezelf net voordat je de fiets neemt?
  • Heb je een ronde spiegel in huis?
  • Hoe klinkt de zee?
  • Hoe zag vorig jaar de leukste kerstkaart er uit?
  • Hoe klinkt Donald Duck nadat hij een ballon met helium heeft ingeademd?
  • Hoe zal het voelen om op de maan te dansen?
  • Hoe smaakt je favoriete eten?
  • Hoe ziet de kaft van je favoritete boek er uit?
  • Hoe klinkt een krijtje op een schoolbord?
  • Hoe smaakt een grote hap watten?
  • Wat zeg jij tegen jezelf wanneer je een complimentje krijgt?
  • Wat zeg je tegen jezelf wanneer je voor de koelkast staat?
  • Wat vindt je van deze vragen?
  • Realiseer jij je wat hier nu gebeurd?
  • Hoe zie jij er uit als een teletubbie?
  • Hoe zou je kamer er uit zien wanneer deze blauw was?
  • Welke kleur had de kamer waar je bent opgegroeid?
  • Wat was het laatste wat ik gezegd heb?
  • Hoe voelt het wanneer je in een plas stampt?

Speciale oogwaarnemingen

  • Je kan aan de ogen zien of iemand ‘naar binnen gekeerd is’. Dat is het moment om ruimte voor nadenken te geven, of suggesties te geven (korte trance-staat).
  • Je kan aan de ogen zien waar iemand naartoe kijkt (richting) wanneer deze zich iets voorstelt: ver weg, dichtbij, hoog, laag etc.
  • TransDerivational Search (TDS): verwilderde oogpatronen, geeft aan dat iemand informatie zoekt, in verwarring is, en/of probeert betekenis te geven. Checken of na de TDS de informatie is gevonden, dan wel betekenis is gegeven kan handig zijn. Wederom een goed moment voor suggesties (korte trance-staat). Merk wat er gebeurt:
    • Je doet het weer, of niet soms…?
    • Misschien denk je aan de gedachten die je gisteren had…?
    • De vele kleuren die fruit kan hebben…
    • Er zijn leuke momenten geweest, nietwaar…?
    • Je bent nog iets vergeten, nietwaar…?
    • Wat is het dat je nu niet kan herinneren…?
    • Jij kan je beseffen dat je nu met een glimlach is altijd leuk…
    • Rijk zijn is een staat zijn zegt het woordenboek…
Posted by Rutger in NLP handleiding

8 tips om je presentaties te verbeteren

Naast de standaard presentatietips, kan je door de volgende 8 punten mee te nemen je presentatie bovengemiddeld maken:

  1. Voorbereiden! Stel een doel, ken je doelgroep, sluit daarbij aan. Voorbereiden! Oefen de presentatie vooraf en verbeter deze. Voorbereiden! Controleer je podium, breng het in orde zoals jij het wilt, zorg dat eventuele hulpmiddelen ook echt werken.
  2. Kies een doelstelling die gericht is op het achterlaten van een emotie bij je publiek, in tegenstelling tot een doelstelling die gericht is op het achterlaten van informatie bij je publiek. Wat wil je emotioneel bereiken, bijvoorbeeld: motivatie, enthousiasme, overeenstemming, vrolijkheid, et cetera.
  3. Wees emotionerend. Gebruik humor, wees soms serieus en ernstig, toon je emoties. De beste manier om anderen te motiveren is zelf gemotiveerd zijn, en dat te laten zien.
  4. Gebruik je lichaamstaal congruent om de emoties uit te drukken. Breng je stem in overeenstemming met de emotie. Zorg ervoor dat de woorden, je houding en je stemgebruik hetzelfde verhaal vertellen.
  5. Doe alles in drieën. Voorbeelden geef je in drievoud, je hoofdboodschap herhaal je drie keer, bij argumentatie geef je drie argumenten.
  6. Maak belangrijke boodschappen eenvoudig over te brengen door een one-liner te verzinnen.
  7. Gebruik sheets om de emotie te ondersteunen, en niet om informatie over te brengen.
  8. Doe iets anders dan wat er verwacht wordt. Doe iets onverwachts, buiten de kaders, iets wat verwarring of humor brengt, zodat de herinnering versterkt wordt.
Posted by Rutger in NLP handleiding

TOTE model (NLP strategieën)

Een strategie is te “vangen” in het TOTE-model (George A. Miller, Eugene Galanter, and Karl H. Pribram: Plans and the Structure of Behavior).

  • T Test
  • O Operate
  • T Test
  • E Exit

 

Elk doelgericht menselijk handelen, als ook veelomvattende processen, zijn te zien als een opeenvolging van stappen in het TOTE-model. Schematisch ziet het model er zo uit:

TOTE model

TOTE model

TOTE’s kunnen genest zijn. Een enkel processtap kan weer uitgewerkt worden naar een eigen TOTE-model. Chunking bij het bepalen van een goede brokgrootte is belangrijk om werkbaar te blijven. Over het algemeen zijn strategieën 3 tot 7 stappen groot. Meer stappen kan je samenvoegen tot een aparte TOTE (als een soort subroutine, c.q. functie). Zo krijg je macro-, meta-, en microstrategieën.

Beschrijving van het TOTE-model

  • De eerste test omvat de Trigger, waarmee de strategie “aan” wordt gezet. In dit moment is er een huidige situatie, een gewenste toestand en een verwachtingen over de gewenste toestand. Het bepaalt de criteria waaraan de verwachtingen over de gewenste toestand moeten voldoen.
  • De Operate is de fase waarin gewerkt wordt naar een resultaat. Er worden stappen genomen om dichter bij het doel te komen. De input wordt bewerkt met herinneringen, er wordt aanvullende informatie gecreëerd of verzameld uit de interne en externe wereld, gericht op het bereiken van de verwachtingen over de gewenste toestand.
  • De tweede test. Hier worden de verwachtingen over de gewenste toestand vergeleken met het te verwachten resultaat. De twee aspecten die met elkaar vergeleken worden dienen uit hetzelfde representatie systeem te zijn.
  • Exit is een beslissingsmoment. Wanneer de doelstelling bereikt is, dan is de strategie ten einde. Wanneer het resultaat de doelstelling niet heeft bereikt, ontstaat er een “loop” in de strategie. Het doorloopt opnieuw de eerste test om verwachtingen bij te stellen of het doorloopt opnieuw de Operate om dichter bij het doel te komen. Net zolang tot de strategie kan worden afgesloten.

Noteren van een strategie met TOTE

Representatie V A K O G
Extern Ve Ae Ke Oe Ge
Intern Vi Ai Ki Oi Gi
Herinnering

(remembered)

Vr Ar Kr Or Gr
Constructie Vc Ac Kc Oc Gc
Auditief digitaal / tonaal   Ad / At      
Positief / Negatief gevoel     K+ / K-    

Let bij Ad (praten tegen jezelf) op de submodaliteiten (wat zeg je HOE tegen jezelf).

 

TOTE symbolen

TOTE symbolen

 

Elicitatie met TOTE

Vanuit het TOTE model zijn er elicitatie vragen samengesteld waarmee de strategie kan worden opgevraagd.

 

  • Denk eens terug aan een moment waarin je totaal………….was?

Kalibreer de persoon die aan een moment denkt. (TDS)

  • Wat doe je dan, specifiek in dat moment?

Kalibreer de strategie

 

Ben er nu….?

  • Wat is het allereerste dat ervoor zorgt dat je totaal …….bent? (Test/Trigger)
  • Is het iets dat je ziet, dat je hoort of dat je voelt? (Operate)

Kalibreer de oogbewegingen, grote fysiologische veranderingen en het verbale verslag. Let vooral op predikaten en oogbewegingen.

Backtrack de woorden die genoemd zijn in het antwoord, waar de strategie mee start.

  • Nu je ………….[trigger, waar de strategie mee start] hebt, wat is het volgende dat ervoor zorgt dat je volledig ……..bent? (Test)

 

Herhaal deze vraag net zo vaak, totdat de strategie EXIT is. Het einde van een strategie heeft  (ALTIJD) een K+ of een K-

 

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

Wat kan jij leren? NLP Concreet: De NLP Practitioner.

Wat leer je concreet met NLP? Wat leer je in de NLP Practitioner?

In deze NLP opleiding leer je alles wat je nodig hebt om NLP en NLP technieken praktisch toe te kunnen passen. Je leert te beoordelen wanneer je wel en wanneer je niet NLP gebruikt, je leert NLP bij jezelf toe te passen (NLP Practitioner), en je leert om NLP toe te passen bij de begeleiding van anderen (NLP Coach).

Waarnemen en kalibreren

Hoe staan wij in verbinding met de werkelijkheid? Hoe werken onze zintuigen? Welke voorkeuren in waarnemen heb je zelf, welke voorkeuren heeft een ander, hoe kan je dit inzicht gebruiken? Hoe denken wij te zien, te horen, te ruiken, te proeven, te voelen? Wat is werkelijk, en wat niet? Hoe werkt het bij jou? Wat betekent dit voor interpersoonlijke contacten, bijvoorbeeld in onze communicatie? En wat betekent dit voor de communicatie met jezelf? Kan jij een vaas zien, zonder dat het concept "vaas" jouw waarneming beïnvloed?

Interactie en gedrag

Welke aspecten spelen een rol wanneer we interactie hebben? Hoe spelen die aspecten een rol, en hoe kan je dat gebruiken in interactie? Hoe verbeter je de verbinding in je interacties, en ook hoe verbreek je de verbinding? Gedrag roept gedrag op: welk gedrag roept welk gedrag op, welk gedrag zie je in je omgeving, en wat zegt dat over je eigen gedrag? Hoe kan je interveniëren in het gedrag van een ander? Hoe verbeter je samenwerking, hoe kan je assertiever zijn? Hoe kan je de ander tot actie aanzetten, en hoe neem je zelf de leiding? Hoe doorbreek je een patroon van ineffectief gedrag?

Subjectieve beleving

Hoe slaan onze hersenen informatie op? Hoe weten we hoe we een herinnering ervaren? Hoe weten we wat we wel en wat we niet leuk vinden? Hoe kan je deze beleving veranderen? Hoe kan je dit gebruiken in onbewuste communicatie? Hoe kan je dit inzetten voor gedragsverandering? Hoe kan je hiermee je emoties beïnvloeden? Hoe kan je hiermee negatieve gedachtepatronen doorbreken? Hoe kan je betekenis meegeven in je communicatie? Hoe kan je betekenis veranderen door je communicatie?

Ankeren

Hoe werkt een anker? Hoe gebruik je een anker? Welke ankers zijn er? Hoe kunnen ankers gedrag beïnvloeden, hoe kan je dat weer doorbreken? Hoe kan je dit inzetten voor jezelf… In communicatie met anderen… Bij presentaties voor groepen… Hoe doorbreek je een anker? Hoe creëer je een anker? Hoe kan je nieuwe gevoelens ervaren met ankers?

Doorvragen… of niet…

Wat is het effect van vragen stellen? Welke vragen zijn beter dan andere vragen, of eigenlijk welke vragen stel je in welke situatie? Hoe weet je wanneer je wilt doorvragen? Hoe doe je dat dan? Hoe weet je dat je klaar bent met doorvragen? Wat is het Metamodel, en wat betekent het? Welk effect heeft doorvragen, en wat voor situaties is het handig, en wanneer niet? Wat is er bijzonder aan de woorden Waarom, Niet, Proberen, Moeten, Als? En wat kan je doen als tegengestelde van doorvragen? Suggestief vragen stellen wordt je afgeleerd in het reguliere onderwijs, is dat terecht? Wanneer wel, wanneer niet? Hoe doe je dat, welke mogelijkheden zijn er? Welk effect heeft het wel, welk effect heeft het niet? Wat zijn vooronderstellingen, welk effect hebben ze, hoe herken je ze, hoe doorbreek je ze, hoe pas je ze zelf toe? Kan je ook non-verbaal vooronderstellingen gebruiken? Hoe kan je hiermee effectiever samenwerken, leidinggeven, afspraken maken, conflicten bemiddelen, verbinding maken etc. Wat is chunking?

Automatische piloot

Soms doe je dingen bewust, soms doe je dingen onbewust. Hoe werkt dit in je hersenen? Hoe werken de bewuste en onbewuste programma’s, hoe ontdek je ze, hoe ontwerp je ze, hoe verander je ze? Welke aspecten hebben invloed op deze programma’s? Hoe kan je dit gebruiken bij beïnvloeding, bij contact maken? Hoe kan je zelf effectiever zijn? Wat zijn basiskenmerken van goede programma’s op het gebied van creativiteit, motivatie, besluitvaardigheid, leervaardigheid, spelling, planning, innovatie.

Coaching en mediation

Hoe bepaal je of de coachvraag geschikt is, en hoe verbeter je een coachvraag? Hoe zorg je voor maximaal effect van een verandering? Hoe controleer je eventuele bijwerkingen? Hoe controleer je het effect van een verandering? Hoe stel je doelen? Ben je een coach of een adviseur? Wat is een goede coachhouding? Wat is ‘Shoshin’, en hoe kan het een coach helpen? Wat als de coaching niet werkt? Wat is het NLP coachingmodel, en hoe pas je het toe? Wat is het NLP mediationmodel, en hoe pas je het toe? Hoe los je interne conflicten (conflicten in jezelf) op, bij jezelf of bij een ander? Hoe breng je gedragsverandering teweeg? Hoe ruim je blokkades op?

Tijdlijnen

Wat is onze beleving van tijd? Wat is verleden, wat is heden, wat is toekomst? Ligt jouw verleden achter je, en is de toekomst voor jou? Hoe heeft dit invloed op je beleving, en in je communicatie en gedrag? Hoe kan je jouw interne beleving van tijd veranderen? Hoe kan je dit gebruiken om oud zeer op te ruimen, of juist om nieuwe motivatie toe te voegen? Hoe kan je dit in jouw communicatie gebruiken?

En meer dan dat…

Wat is het verband tussen Identiteit, Waarden, Overtuigingen, Vaardigheden, Gedrag en Omgeving? Hoe kan je hiermee onbeantwoorde vragen beantwoorden, hoe kan je hiermee interventies plegen, wat is congruentie, charisma en authenticiteit? Wat betekent reactief leven, en hoe kan je creatief leven? Hoe bekrachtig je nieuwe inzichten? Wat is de invloed van verwachtingen, en hoe breng je daar veranderingen in aan? Wat is voelen, wat is het verschil tussen gevoel en emotie, hoe kan je jouw gevoel en/of emotie veranderen, hoe kan je enerverend vertellen en presenteren? Hoe kan je met een paar simpele vragen iemand, bijvoorbeeld je kinderen bij het slapengaan, een fijn gevoel geven? Hoe kan je iemand onbewust problemen laten oplossen? Wat zijn beperkende overtuigingen, en wat zijn betere ondersteunende overtuigingen? Wat is het NLP communicatiemodel, en wat betekent het in interactie? Wat is het verschil tussen feedback en kritiek, en hoe lever je feedback? Waarom zou je doelen stellen, en wat zijn jouw doelen? Wat wil je wel, wat wil je niet, waar liggen jouw grenzen, en wat betekent dat? Wat is communicatie, wat is effectieve communicatie?

Posted by Rutger in NLP handleiding

Gevoel omkeren

Doel: Negatieve gevoelens; angst, stress, spanning, beklemming, onzekerheid, … omzetten in een goed gevoel.

Proces: Een gevoel heeft een begin, en een eind. Gevoel heeft altijd beweging. Wanneer gevoel stil staat, dan is het niet meer voelbaar. Na associëren met het negatieve gevoel, het gevoel buiten jezelf plaatsen en het bewegingspatroon veranderen. Na de verandering van het bewegingspatroon, het gevoel weer in jezelf plaatsen. Er is nu ruimte gecreëerd voor een goed gevoel. Stap in een ervaring waarin je je goed voelde.

Voor je aan de slag gaat: zorg voor rapport en check de ecologie.

1. Ontdek het negatieve gevoel.
Waar in je lichaam zit het gevoel? Waar begint het? Concentreer je op het gevoel en merk hoe het zich beweegt. Welk beweging maakt het? Volgt het een patroon? Van boven naar beneden of van links naar rechts, maakt het rondjes of beweegt het als een spiraal?
(Vaak zie je dat iemand de beweging al maakt met zijn/haar handen. Dan kun je deze beweging exact na doen en de ander vragen de richting te veranderen, terwijl jij met je handen laat zien wat je bedoeld door bijvoorbeeld in plaats van rechtsom, linksom te bewegen. Let er wel op dat het gevoel buiten het lichaam is geplaatst en dat deze ook weer in het lichaam geplaatst wordt. Hiermee sla je stap 2 over.)

2. Plaats het negatieve gevoel buiten je lichaam en verander de beweging.
Pak het gevoel en plaats het met je handen van binnen naar buiten. Visualiseer het bewegingspatroon nu buiten je, zie hoe het beweegt. Beweeg mee met je handen. Keer het bewegingspatroon om in omgekeerde richting, gebruik je handen hier weer bij. Zie hoe het nu in omgekeerde richting beweegt.

3. Het omgekeerde bewegingspatroon binnen het lichaam plaatsen.
Pak het gevoel met je handen en plaats het terug in je lichaam en voel hoe het nu andersom beweegt. Blijf de beweging volgen, zodat je het goed kunt voelen. Laat nu de beweging versnellen, steeds sneller. Als je dat niet fijn vindt, laat dan het gevoel vertragen, steeds langzamer. Het versnellen of vertragen zorgt ervoor dat het negatieve gevoel uitdooft.

4. Kies een positief gevoel en ontdek het positieve gevoel.
Roep een herinnering op waarin je het positieve gevoel had en maak contact met het gevoel. Concentreer je op het gevoel en ontdek het goede gevoel. Waar in je lichaam zit het en welke bewegingspatronen maakt het?

5. Versnel het positieve gevoel.
Blijf de beweging van het goede gevoel volgen, zodat je het goed voelt. Laat nu de beweging versnellen, steeds sneller en sneller. Het versnellen versterkt het positieve gevoel.

Soms helpt het extra om het een kleur te laten geven bij stap 1, om vervolgens de kleur te laten veranderen bij stap 2 (intensiteit naar grijs, of koeler maken met blauw).

Posted by Rutger in NLP handleiding

Hypnose binnen NLP

NLP omvat vele technieken en gedragingen, waar hypnose er één van is. Veel van de NLP technieken kan je gebruiken op een uitgeklede manier (gestalts achterwege laten) en in een andere, rustige vorm (als een één-op-één gesprek). Dat geeft je meer flexibiliteit omdat je meer mogelijkheden hebt.

Zelfs in een professionele omgeving of voor een groep kan je deze manier van communicatie gebruiken, alhoewel je dan misschien beter niet kan zeggen “Kom, we gaan even onder hypnose”. Wanneer je echter iets zegt als “We gaan even een oefening doen met je ogen dicht” dan zal je veel minder weerstand ervaren.

En weerstand is wat je voorbij wilt gaan, dat is de crux. In trance je laten leiden maakt dat je meer ontvankelijk bent voor de juiste (en passende) suggesties, tot wel een factor 25 ten opzichte van een rationeel en bewust gesprek. Het gaat om bereidheid, bereidheid bijvoorbeeld om te luisteren, wat je onder de oppervlakte test door bijvoorbeeld te vragen om de ogen te sluiten.

Hypnose en trance

Trance is de gemoedstoestand (stemming, staat) waarin hypnose plaatsvindt. Eigenlijk is hypnose enkel een nominalisatie van het actieve proces van hypnotiseren, waarbij iemand gericht in een trancestaat gaat, in die trancestaat iets doet (visualisatie, nadenken, luisteren, overwegen, wat dan ook), en vervolgens de trancestaat weer verlaat. Trance is een toestand die iedereen een paar keer per dag meemaakt. Bijvoorbeeld wanneer je op weg bent naar huis, en je ontdekt dat je er ineens al bent. Trance is een normaal iets en ook nog eens ontspannend.

Er zijn verschillende manieren om iemand in trance te laten gaan: direct, autoritair (oude methode), de Milton-Erickson methode en de Ellman-methode (combinatie Milton en oud).

Feiten

• Er is geen algemeen geaccepteerde definitie van wat hypnose is.
• Hypnose heeft geen invloed op je kracht, je slimheid of zintuiglijke receptie.
• Ontspanning is niet noodzakelijk. Ogen dicht is niet noodzakelijk.
• Veel mensen herkennen hypnose niet als zodanig.
• De hypnotiseur of de techniek zijn niet van doorslaggevend belang, de gehypnotiseerde bepaalt het succes.
• In plaats van verbeterde toegang tot herinneringen, zou het zo kunnen zijn dat de grens tussen fantasie en herinnering onduidelijker wordt.
• De gehypnotiseerde blijft altijd in controle. Morele standaarden (de echt persoonlijke, niet de sociale) blijven intact. Je kan dus nooit verleid worden tot dingen die je echt niet wilt.
• De meeste mensen herinneren zich precies wat er tijdens een sessie is gebeurd.
• Hypnose is net zo veilig als TV kijken (wat ook vaak in trance gebeurd).

Herkennen van trance

Trance herken je aan een aantal van deze kenmerken, die per persoon verschillend zijn (kalibreren):
• Ontspanning in het gezicht.
• Langzaam wordende reflexen als oogbewegingen, slikken en ademen.
• Verandering van stem.
• Lichaam is minder bewegelijk, catalepsie (verstijven/onbeweeglijkheid van ledenmaten).
• Langzamer polsslag.
• Na trance het opnieuw oriënteren in de omgeving.

Oefening Perifere visie

Zoek een punt recht voor je, net boven oogniveau, zodat je ogen iets naar boven zijn gericht. Concentreer je op dat punt. Leg je focus en aandacht gedurende 10 seconden compleet op dit punt.
Dit is je (gerichte) focale visie.

Na die 10 seconden, breng je 2 vingers met gestrekte arm zodanig in je gezichtsveld dat ze net onder het focuspunt omhoog wijzen. Terwijl je ogen gericht blijven op het focuspunt, spreid je langzaam je armen, en richt je je blik (ZONDER JE OGEN TE BEWEGEN; die blijven gericht op het focuspunt) op je vingers. Kijk maar eens hoe ver je jouw armen kan spreiden terwijl jij je vingers kan blijven zien.
Dit is je perifere visie.

Iemand (of jezelf) naar perifere visie brengen is een eerste stap naar trance.

Niveau’s van Hypnose

LeCron (1964) heeft in 1964 een indeling gemaakt van 6 niveau’s van hypnosediepte (van licht naar diep):
1 lethargie: ontspanning, oogcatalepsie
2 catalepsie (verstijven, zwaar worden) van spieren, gevoel van zwaarte of zweven, lichaamscatalepsie, levitatie
3 hypnotisch rapport: reuk en smaak veranderen, blokkeren van nummers en letters
4 amnesie: verdovende handschoen, analgesie (gevoelloos voor pijn), automatische bewegingen
5 positieve hallucinaties: visueel en auditief, bizarre post-hypnotische suggesties
6 anesthesie (geen gevoel): negatieve hallucinaties, comateuze staat

Hypnotisch rapport is de staat waarin de persoon alleen de hypnotiseur hoort en ziet. Niveau 4 (Amnesie) is belangrijk voor het geven van post-hypnotische suggesties. Diepe trance begint bij niveau 5. Slaapwandelen is niveau 6.

Aandachtspunten van een sessie

• Gebruik stoelen zonder leuning om te zorgen dat iemand niet te ver weg kan zakken. Alleen voor ontspanning mag iemand liggen.
• Vermijd negatieve suggesties (je kan je ogen niet openen). Gebruik positieve suggesties (je probeert je ogen te openen en hoe harder je probeert hoe sterker ze sluiten, probeer maar en ervaar hoe ze sterker sluiten)
• Muziekinstallatie voor achtergrondgeluid, bijna onhoorbaar, golvende seconden laten de trance vergemakkelijken
• Ga eerst zelf in lichte trance
• Maak gebruik van wat er gebeurt en blijf positief bevestigen (heel goed, zo ja)
• Let op de ademhaling, en maak er gebruik van (utilisation)
• Gebruik correcte feiten, en de exacte woorden (back-tracken)
• Al is iemand in trance, elk gebaar (en rapport) zijn voelbaar
• Muziek ideaal: 45 tot 60 bpm (hartslag) of 4 tot 6 bpm (ademhaling)
• Ritme: 45 tot 60 woorden per minuut, vibrato (knikkend hoofd)
• Maximale duur van een sessie is rond de 20 minuten

Positieve algemeenheden die in trance gaan ondersteunen

• In rapport zijn, dus ook zelf in lichte trance gaan,
• “Heel goed” en “Zo ja”
• “Je bent een heel mooi mens”
• “Je hebt alle hulpbronnen in je”
• “Je kunt veranderen”
• “Je kunt in trance”

7 stappen van een hypnosesessie

1) Voorbereiding
2) Inductie
3) Yes-set, toch? Ga van Pacing naar Leading.
4) Verdiepen van de ontspanning
5) Boodschap, het middenstuk
6) Post-hypnotische suggestie
7) Terugkeer

1. Voorbereiding

Vooraf hou je een interview, om te bepalen wat de ander wil bereiken. Gebruik wat je nodig hebt: Meta-model, coachmodel etc. Let op het exacte woordgebruik, zodat je later dezelfde belangrijke AD-labels kan gebruiken. Match en Pace.

Wanneer je globaal weet wat je gaat doen, geef jij jezelf ruimte om een script voor te bereiden, en de omgeving voor te bereiden.

2. Inductie

Doel van de inductie is om de persoon een eerste trance te laten ervaren, en de ogen te laten sluiten, zodat je kunt communiceren met het onbewuste. Ga zelf ook in trance. Bereid de inductie voor met suggesties als:
Het is niet zo… dat ik wil…
– dat je in trance gaat…
– dat je suggesties volgt…
– dat je luistert naar wat ik zeg…
nog niet…
of
Het is nog te vroeg… om al te zeggen…
– luister naar mijn stem…
– ga diep in trance…
– ontspan je als nooit tevoren…
nu al…

Voorbeelden van methoden van inductie zijn:

Volg de hand
Ga tegenover elkaar zitten. Kijk elkaar aan in het linkeroog (“je hypnose-oog”). Steek je rechterhand vooruit, en laat de persoon met zijn linkerhand jouw rechterhand volgen, zonder dat de handen elkaar raken, en terwijl je elkaar blijft aankijken in het linkeroog. Ga ondertussen zelf in een lichte trance.
Wolkje ontspanning
Stel je een wolkje voor, een wolkje vol warme ontspanning. Langzaam drijft het jouw kant op, en zakt het over je heen, zodat je naar binnen keert… en ontspant… en je ogen sluit…
Zweven
Stel je voor dat je zweeft…in water of in lucht…warm en comfortabel… en dat je ontspant… en je ogen sluit…
Ballon en steen
Ga tegenover elkaar zitten. Kijk elkaar aan in het linkeroog (“je hypnose-oog”). Laat de persoon 2 handen uitsteken. Terwijl je elkaar zo blijft aankijken (dit dwingt de persoon in perifere visie) vraag je de persoon zich voor te stellen hoe aan de linkerhand een ballon met helium vastgemaakt wordt, en in de rechterhand een steen wordt gelegd. Milton-patronen bevestigen links licht en omhoog, rechts zwaarder en omlaag. Wanneer je ziet dat de handen bewegen, bevestig dit en geef betekenis, en suggereer de ogen te sluiten om beter te voelen hoe licht links is en hoe zwaar rechts.

3. Pacing naar Leading

Gebruik een yes-set, om van Pacing naar Leading te gaan:
{OBSERVATIE}, {OBSERVATIE}, {OBSERVATIE} en {SUGGESTIE}, toch?

Bijvoorbeeld:
En terwijl je daar zo zit… met je ogen gesloten… terwijl je luistert naar mijn stem… kan je doen wat ik zeg… toch…?

Met de gedachten die je hebt… de gevoelens die je voelt… de geluiden die je hoort… kan je verder ontspannen… toch…?

Het gevoel van je gesloten ogen… het geluid van mijn stem… zittend in je stoel… kan je dieper… toch…?

4. Verdiepen van de ontspanning

Het doel van het verdiepen is om te komen tot een diepere trance. Gebruik Milton patronen gericht op verdieping en meer ontspanning. Voorbeelden van verdiepen zijn:
Spiergroepen
Doorloop systematisch (van boven naar onder of andersom) het lichaam van de persoon, en laat de persoon de individuele spiergroepen eerst aanspannen, en vervolgens ontspannen. Suggereer dat er meer ontspanning en rust achterblijft.
Stromen
Voel de energie stromen… van boven naar beneden… door je voeten naar de grond… en voel hoe fijn sterrenstof… meestroomt door je lichaam… van boven naar beneden… en misschien merk je… hoe de sterrenstof… alles wat je niet nodig hebt… meeneemt…
Ademhaling
[Net voor een ademteug] Adem in… [Wacht op uitademen] En adem uit… En misschien merk je… hoe je ademt… in… en uit… zonder dat je… iets hoeft… te veranderen…
Trap of lift
Neem de persoon mee, dieper, door traptredes of verdiepingen te tellen en verdieping te suggereren.
Fysiek
– En voel hoe je net iets meer ontspant elke keer wanneer je uitademt
– Persoon zittend, armen ontspannen, hand liggend: “misschien merk je wel… dat terwijl je inademt…, je armen en handen… lichter voelen…”
– Misschien wordt jij je wel bewust, dat de ontspanning verdiept wanneer je inademt… en dat de ontspanning verspreidt wanneer je uitademt.
Cataleptische hand
Preframe: “Ik ga je zo aanraken en je hand optillen, terwijl je ontspannen blijft.”. Pak een hand vast en breng deze omhoog. Let op dat het een ontspannen arm moet zijn (let op het gewicht). Op het gewenste punt, preframe: “Hou je arm zo… stil… heel goed…”.
Langzaam loslaten en contact verbreken. De hand zal stil blijven hangen.

5. Boodschap

Ontwerp een boodschap die symbool staat voor hetgeen je wilt overbrengen. Gebruik symboliek, metaforen, beschrijf in VAKOG, bedenk ankers. Werk van detail naar globaal (veters naar schoenen, andersom kan mismatch geven). Gebruik bijvoeglijke naamwoorden die van zichzelf of voor de persoon betekenisvol zijn. (mooi, schitterend, hoog, diep, laag, groot, klein) Voorbeeld metaforen:
Huis doorlopen
Beschrijf hoe je een huis doorloopt. Wandel van kamer naar kamer. Ruim eens op, maak eens schoon, gooi maar weg, doe de gordijnen open, zet een raam open voor frisse lucht, kachel lekker aan, etc. (verdieping, groot, ruim, rust, inspirerend, warm, behaaglijk, klein, veilig, ….)
Bergwandeling
Beschrijf een wandeling over een kronkelpaadje, bergopwaarts, bos, openvlakte. (boom, zon, kabbelend, uitzicht, zandpad, rots, waterval). Op de top van de berg staat een tempel. Je gaat naar binnen en ziet daar een wijze zitten. Neem de tijd en stel alle vragen die je hebt. Alternatief: je ziet een gat in een boom, stap er doorheen…
De jas
Begin met het uitrekken van je oude jas, maak een wandeling en kom terug. Onderzoek je jas (de kleur, merk op hoe fris, merk op hoe nieuw, zacht, mooi, beschermend, vrijheid in beweging, comfortabel, handige zakken met alles wat je nodig hebt, …. ), of zoek een nieuwe jas uit, trek de jas van keuze aan.

In de metafoor kun je thema´s verweven als:
Het onbewuste laten zoeken naar positieve ervaringen en hulpbronnen.
Herkaderen van de positieve intentie van het probleem,
Scheiden van gedrag van intentie,
Laten zien van excellentie, verborgen talenten.
Of….

6. Post-hypnotische suggestie

Zo met 1 zal je jou ogen openen en….

Voorbeelden van post-hypnotische suggesties:
…. je zal voelen dat het anders is…
…..sprankelend van energie ga je doen wat je van plan was…
…..uitgerust en ontspannen en veilig…
…..je kunt straks je ogen open doen, terwijl je weet dat je de volgende keer als je weer in trance gaat, je weer dieper en gemakkelijker in trance gaat…
…..ik weet niet hoe snel jij verandert, ik weet alleen dat je in het verleden bent veranderd en dat jou onbewuste weet hoe het met veranderingen omgaat die het beste zijn voor jou en in hoogste belang van jou dienen. Ik weet niet hoe of wanneer je het merkt, nu of later in de toekomst dat je gemakkelijk de verandering in nieuw gedrag laat zien…
…..hoe goed zou je voelen als je merkt dat je veranderd bent…..
…..hoe plezierig verrast zul je zijn als je straks merkt dat je gemakkelijk kan veranderen….

7. Terugkeer

Geef de persoon de suggestie terug te komen in het hier en nu. Het terugkeren doet de persoon zelf in eigen tempo terug naar een bewuste staat. Hij/zij kan de aandacht weer naar buiten richten en kan ervaren wat er om hem/haar heen gebeurd.

Zo met 1 word je weer wakker. Ik tel van 3 tot 1…
3… wiebel met je tenen…
2…Haal maar eens diep adem…
1…Open je ogen…
Voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…

Of:
Wanneer jij zover bent, voel dan weer de stoel waar je in zit, voel je voeten op de grond en voel rustig de beweging in je benen… de beweging in je armen… de beweging door je lijf en wanneer jij zover bent… open je ogen…

Of:
En dan, wanneer je er aan toe bent, beweeg jij je vingers en je tenen, je rekt je eens lekker uit en doet je ogen open.

Oefening Cataleptische hand

A Act
B Be

A leidt, B ondergaat:

B bedenkt iets dat deze anders zou willen doen. B benoemt een AD label voor het huidige, en een AD label voor het gewenste.

A geeft preframe: “Ik ga je zo aanraken en je hand optillen, naar [AD label huidig], terwijl je ontspannen blijft.”. A pakt een hand van B en brengt deze omhoog (let op dat het een ontspannen arm moet zijn, let op het gewicht).

Op het gewenste punt geeft A het preframe: “Hou je arm zo… stil… heel goed…”. A laat ondertussen langzaam los en verbreekt het fysieke contact. De hand zal stil blijven hangen.

A geeft betekenis aan B: “Je onbewuste weet hoe jij van [AD label huidig] naar [AD label gewenst] kan komen. Je hand in de hoogte staat voor [AD label huidig]. Je hand naar beneden staat voor [AD label gewenst]. Je onbewuste zal je laten merken dat het de noodzakelijke dingen doet om van [AD label huidig] naar [AD label gewenst] te komen, door eerst je arm zwaarder te laten worden, als teken dat je onbewuste naar [AD label gewenst] wil gaan, en vervolgens je arm te laten zakken naar [AD label gewenst], in precies het tempo dat nodig is om de verandering naar [AD label gewenst] te integreren.

A bevestig de zwaarte en beweging op basis van BMIR’s. Benadruk “precies het tempo dat nodig is”, “steeds dichterbij [AD label gewenst]”, “heel goed”.

Tijdens het zakken zegt A: “En zo meteen zal je hand landen, in [AD label gewenst], en onbewust heb je dan alles gedaan wat nodig is, alles wat nodig is naar [AD label gewenst], precies in het tempo dat je hand aangeeft.

A, na de landing: “Voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart.”

Oefening sessie

Maak groepjes van 2. Interview elkaar, en ontwerp globaal een sessie.

Individueel: werk het script uit, op papier, in detail. Plan alle 7 stappen, werk ze uit op papier.

  • Voorbereiding: bepaal wat je nodig hebt

  • Kies een methode van inductie

  • Maak de yes-set

  • Kies een verdieping, werk hem uit

  • Kies of ontwerp een boodschap

  • Ontwerp een post-hypnotische suggestie, of gebruik de default

  • Bepaal de terugkeer.

  • Groepsgewijs gaan we de sessies uitvoeren en behandelen.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Soorten ankers

Normaal anker
Enkele stemming, door één (VAKOG) prikkel (stimulus) weer op te roepen.

Veiligheidsanker
Veiligheidsanker wordt gemaakt voordat er een techniek wordt gebruikt waarin gewerkt wordt met een negatieve ervaring. Het veiligheidsanker wordt gebruikt, wanneer het contact met een negatieve ervaring te intens wordt. Zo intens dat je direct het contact met die negatieve ervaring wilt verbreken. Onder het veiligheidsanker moet een heel krachtige stemming zitten. Eén waarvan je zeker bent dat het alle veiligheid biedt. Daarom heet het ook wel een ontsnappingsanker (een bail-out)

Kies of creëer een stemming/ervaring waarbij/waarin jij je absoluut veilig voelt of kies een hele sterke positieve stemming/ervaring. Het anker plaatsen gebeurt zoals een normaal anker; alleen vanwege de specifieke toepassing wordt dit onderscheid gemaakt.

Stapelen, versterken met sliding, refractioning en submodaliteiten: zorg voor een krachtig veiligheidsanker!

Bij een veiligheidsanker wil je soms de zogenoemde “Seperator state” gebruiken. In deze staat dissocieer je van de ongewenste situatie. Geassocieerd is het soms lastiger om te achterhalen welke krachtige hulpbron(nen) nodig zijn om de ongewenste ervaring te veranderen.

Stapelanker
Meerdere stemmingen, ervaringen, staten, emoties in dezelfde stimulans levert een cumulatief effect. Je stapelt het op elkaar op dezelfde plek, door de individuele, al dan niet verschillende) stemmingen/ervaringen/staten/emoties uit te vragen, en deze na elkaar op gelijke wijze te stapelen.

Doordat stapelen kan, kan je ook in 1 staat meerdere keren ankeren. Bijvoorbeeld, een visueel iemand die gelijk in de ervaring zit: ankeren, en daarna de ervaring versterken met submodaliteiten, en nogmaals ankeren.

Je kan eenvoudig, in het levendig maken, testen of een wijziging op de submodaliteiten helderheid, scherpte, geassocieerd/gedissocieerd en afstand de hulpbron beter maakt. Sterker laten beleven doe je alleen met positieve gevoelens en hulpbronnen!

Je kan ook iemand uitnodigen om de ervaring meerdere keren te laten herbeleven. Dit heet refractioning, en is een manier om de staat te verdiepen, nog intenser te maken. Elke keer ankeren (stapelen) bij refractioning, levert een “goed opgeladen” anker

Plaatsanker
De plaats waar je staat of zit, de locatie waar je bent, kan ook een anker zijn. Verplaatsen (afstand nemen) is niet alleen taalgebruik, het is ook letterlijk te nemen.

Collapsing anker
Dit anker zorgt voor een krachtig wegnemen van ongewenste stemming, ervaring, staat, emotie door deze weg te laten vallen tegen een nog krachtiger positief (stapel-)anker.

Het negatieve versterk je natuurlijk niet, het positieve wel (met de submodaliteiten, en later Milton-patronen).

Voor het beste effect kies je er voor om de tegengestelde ankers links en rechts op het lichaam aan te brengen: linkerhand en rechterhand, linkerschouder en rechterschouder, linkerknie en rechterknie.

Een collapsing anker is ook de manier om een (ongewenst) anker te verwijderen.

Sliding anker
Creëer een anker tijdens het ontstaan van een stemming (korte stimulans voor het hoogtepunt). Behandel dit als een schuif die je open of dicht kan zetten, als een volumeschuif. Versterk de ervaring door woorden als ‘sterker’, ‘meer’ enzovoort.

De richting van de schuif is betekenisvol. 0 is laag of links, 10 (voluit) is hoog of rechts. Wanneer je het tegenover iemand doet: houdt rekening met het omdraaien van links en rechts (voor de kijkers links/rechts).

Enthousiasme en motivatie worden sterker wanneer je de schuif ‘open’ zet. Rust en stilte worden juist beter wanneer je de schuif ‘dicht’ zet.

Doordat je een schuif gebruikt, is het niet nodig om op het hoogtepunt, de piek van de intensiteit, te ankeren. Elke intensiteit is goed, tijdens het ontstaan van de stemming.

Het gebruiken van een sliding anchor is een moment van Leading. Ondersteun de beweging van de schuif, met woorden, toonhoogte, volume, een betekenisvolle blik, geluiden… “En dat gevoel {FIRE ANKER and HOLD}… {SLIDE} sterker… {SLIDE} sterker… {SLIDE} zelfs nog sterker NU. Hoe meer je focust, hoe intenser het gevoel…”

Opmerkingen:
– Wanneer je het gevoel verder wilt versterken dan ‘10’, verplaats het anker naar een nieuwe slide:

Vuur het anker af
Kalibreer op het ontstaan van de stemming, en intensiveer/maximaliseer
“Pak” het anker op, en verplaats het naar een nieuwe plek (anker het ergens anders).

– Normaal gesproken is een schuif lineair georganiseerd: 1 naar 2 is een net zo grote stap als 5 naar 6. Je zou ook een kwadratische ophoging kunnen suggereren, door woorden als “verdubbeling” of “2 keer zo sterk” te gebruiken in plaats van het globalere “meer” of “sterker”, tijdens het ophogen van een eenheid.

Chaining anker
Dit anker wordt gebruikt, wanneer de sprong tussen een ongewenste stemming en gewenste stemming te groot is; waar een collapsing anker geen oplossing biedt.

Stel je voor, op elke vingerknokkel wordt een anker aangelegd. Er zit een logische volgorde in van 1 t/m 5. Bij vingerknokkel 1 wordt het eerste anker aangelegd (huidige of ongewenste situatie). Onder vingerknokkel 2 t/m 4 worden de logisch volgende stappen geankerd om te komen tot de gewenste situatie. Bij de 5de vingerknokkel wordt de gewenste situatie geankerd.

Het afvuren van de ankers doe je door op het eerste anker te drukken. Deze houd je vast, terwijl je het tweede anker afvuurt. Heel geleidelijk laat je het eerste anker los, net zoals bij collapsing (alleen heet het hier chaining). Doe dit tot en met het laatste anker. Herhaal deze stappen totdat bij vingerknokkel 1 direct de gewenste situatie/staat ontstaat.

Dit effect kan ook worden bereikt met plaats ankers.

Oefeningen met speciale NLP ankers

Oefening Stapelanker

Groepjes van 2.

B kiest een hulpbron.

A bepaalt een unieke stimulans bij B (schouder-, hand- of knieaanraking) voor het anker.

A vraag de hulpbron uit, maakt een levendige ervaring. Start visueel, door naar auditief, door naar kinestetisch. Versterk deze staat, deze beleving, met behulp van submodaliteiten. Kalibreer op BMIR’s, en A kiest het juiste moment om het anker te zetten bij B (let goed op: dat kan bij sommige mensen al direct zijn, bij visueel).

A break-state.

A test het anker door het af te vuren. Kalibreer op BMIR’s of de stemming er onder zit.

B kiest een 2e hulpbron.

A vraag de 2e hulpbron uit, maakt een levendige ervaring. Start visueel, door naar auditief, door naar kinestetisch. Versterk deze staat, deze beleving, met behulp van submodaliteiten. Kalibreer op BMIR’s, en A kiest het juiste moment om het anker te zetten bij B (let goed op: dat kan bij sommige mensen al direct zijn, bij visueel).

A break-state.

A test het stapelanker door het af te vuren. Kalibreer op BMIR’s of de stemming er onder zit.

Wissel van rol.

Oefening Collapsing Anchor

Groepjes van 2.

B kiest een negatief gevoel, dat B in de weg zit.

A bepaalt twee unieke stimuli bij B (schouder-, hand- of knieaanraking) voor de ankers, aan weerszijden van het lichaam (links/rechts). Bereid je break-states voor; kies of je eerst een veiligheidsanker gaat zetten.

A eliciteert en ankert het negatieve gevoel LINKS. Break-state.

A test het anker door het (kort) af te vuren, met de vraag:

Dit gevoel, [ANKER AFVUREN] wat zou jou daarbij helpen?

Wanneer het anker goed gezet is, dan noemt B vanzelf (een) hulpbron(nen). Vraag eventueel door naar meer hulpbronnen: “En wat nog meer zou jou helpen?”. Wel BMIR’s, geen hulpbron: gebruik de seperator state (dissocieer B).

A eliciteert, maximaliseert, ankert en test de hulpbron(nen) in een stapelanker RECHTS.

Collapsing:

  • A vuurt negatief anker LINKS af (blijven afvuren),

  • A kalibreert het ontstaan van de negatieve stemming,

  • A vuurt, na het ontstaan van de negatieve stemming, het hulpbronanker RECHTS af (blijven afvuren),

  • A kalibreert een stemmingsverandering,

  • A laat negatief anker LINKS los,

  • A kalibreert een stemmingsverandering,

  • A laat hulpbronanker RECHTS los.

Herhaal eventueel het collapsing totdat er nauwelijks BMIR’s meer zijn.

Test en Future pace

Wissel rol.

Oefening Sliding anker

Groepjes van 2.

B kiest een fijne herinnering.

A bepaalt een unieke stimulans bij B (schouder-, hand- of knieaanraking) voor het sliding anker.

A vraag de herinnering uit, maakt een levendige ervaring. Start visueel, door naar auditief, door naar kinestetisch. Kalibreer op BMIR’s, en A kiest een juist moment om het anker te zetten bij B.

A houdt contact met het anker en suggereert toename of afname, begeleid door de beweging van een ‘schuif’. Kalibreer op BMIR’s. Speel er mee!

Wissel van rol.

Oefening Sliding anchor 2

Uitvragen naar een specifieke emotie, met mindreads, om een stateshift te bewerkstelligen, of met een specifiek gevoel aan de slag te gaan: “Ik weet dat jij herinneringen hebt aan situaties waarin jij je X voelde… [Kalibreer] Kies er maar één… Nee, niet die, een andere…”.

A bepaalt een unieke stimulans bij B (schouder-, hand- of knieaanraking) voor het sliding anker.

A “Ik weet dat jij herinneringen hebt aan situaties waarin jij je vrolijk voelde… [Kalibreer] Kies er maar één… Nee, niet die, een andere…”. Kalibreer op BMIR’s, en A kiest een juist moment om het anker te zetten bij B.

A houdt contact met het anker en suggereert toename of afname, begeleid door de beweging van een ‘schuif’. Kalibreer op BMIR’s. Speel er mee!

Chaining Anker

Chaining anker – Ontwerp

1. Eliciteer de huidige staat en de gewenste staat.

2. Beslis in hoeveel stappen je de overstap van de huidige staat naar de gewenste staat wilt maken.

Huidige staat – tussenstap – tussenstap – tussenstap – resultaat

Om de mate van toepasbaarheid van de tussenstappen te bepalen denk aan:

De richting van de motivatie van elk te nemen stap. Is deze benaderend of vermijdend?

3. Eliciteer elke tussenstap met de elicitatie vraag:

Welke staat ligt halverwege tussen……(staat) en ……(staat). Welke ervoor zorgt dat je je richting (de gewenste staat) beweegt?”

Identificeer en eliciteer staat 3.

Welke staat ligt halverwege tussen de huidige staat en de gewenste staat en zal ervoor zorgen dat je in de richting van de gewenste staat beweegt?”

Identificeer en eliciteer staat 4.

Welke staat ligt halverwege tussen staat 3 en de gewenste staat en zal ervoor zorgen dat je je richting de gewenste staat beweegt?”

Identificeer en eliciteer staat 2.

Welke staat ligt halverwege tussen de huidige staat en staat 3 en zal ervoor zorgen dat je je richting de gewenste staat beweegt?”

4. Schrijf de ketting op en controleer de ecologie.

Chaining Anker – Installatie

Ga er van uit dat je klaar bent met het ontwerp van de ankerketting.

1. Anker staat 2

Break state

2 Anker staat 3

Break state

3 Anker staat 4

Break state

4 Anker de gewenste staat.

Break state

5. Anker de ongewenste staat

Break state

6. Vuur het anker van de ongewenste staat af gevolgd door anker 2, 3, 4 eindigend op de gewenste staat. Indien noodzakelijk herhaal dan deze stappen (duidelijke BMIR’s stemmingswisselingen).

7. Break state aan het einde van de ketting.

Vuur het anker van de ongewenste staat af (zodra de persoon zich associeert met de staat,

laat dan het anker los) en zeg “en doorloop de rest van de ketting”.

8. Test

9. Future pace: “Wanneer je morgen …, hoe voelt dat dan?”

Posted by Rutger in NLP handleiding

De weg

Een vriend van mij vertelde mij eens het volgende verhaal:

Je hebt mensen die op reis zijn, en je hebt mensen die rondtrekken. Iemand heeft een strak einddoel, iemand heeft een richting, iemand kan alle kanten op. Of ze nu een locatie als einddoel hebben of niet, er is altijd een reden. Ook het invullen van een reden kan je zien als een reis met een doel.

Iedereen heeft periodes waarin je, zonder dat je er bij na denkt, als automatisch en onbewust, dingen doet. Momenten waarna je realiseert dat je het al gedaan hebt, en de tijd kwijt raakte. Zoals wanneer je aankomt op de plek van je bestemming, zonder dat je bewust hebt gereden. Wanneer je een herinnering aan dat gevoel terughaalt, dan herken je het.

Het is prachtig om je een drukke snelweg voor te stellen, terwijl je bewust wordt dat alle bestuurders, automatisch en onbewust, op weg zijn naar een doel. En terwijl je op die snelweg jezelf kan herkennen als 1 van de bestuurders van een auto, die gedachtenloos en automatisch de weg volgt, zie je hoe eenvoudig het is om, automatisch en onbewust, op het verkeer te reageren, doordat de weg al zo bekend lijkt, en je op ervaring je weg kan volgen.

Maar daar in je ervaring was het anders vergeleken met waar je jezelf nu gedachtenloos ziet rijden. Vele andere auto’s in een andere situatie. Zelfs daar waar je 1 seconde geleden reed, ligt bij 100 kilometer per uur al 28 meter achter je. Je kan in je achteruitkijkspiegel nog wel, kort, naar het verleden kijken en dan kan je leren dat het beeld dat je hebt van het verleden anders is dan de werkelijkheid. En je kan zien dat hoe verder je achteruitkijkt, hoe kleiner en vager het beeld wordt. Achteruitkijkend kan je leren dat de herinnering anders is dan de werkelijkheid in het nu, en dat achteruitkijken er dus niet toe doet. Dat je daar toen reed heeft er voor gezorgd dat je nu hier bent, en meer niet. Je kan nergens anders zijn dan in het hier en nu.

En terwijl je jezelf automatisch je weg ziet vervolgen, kan je merken hoe je reageert op een navigatiesysteem. Een stem van iemand die jou vertelt hoe je waar moet rijden, die je gedachtenloos opvolgt. Je ziet in hoe jij je weg laat bepalen door wat anderen tegen je zeggen, door wat anderen voor jou het beste vinden met slechts een beperkte keuzevrijheid om daar te komen door de instelling via snelste, kortste of goedkoopste weg te reizen.

Soms lees je iets bijzonders, waardoor je als het ware ontwaakt uit je automatische piloot.

Posted by Rutger in Archief

Tijd van verandering

Treurig dat je gedwongen was om even stil te staan.

Iemand vertelde mij eens dat je nu juist daardoor weer meer kan gaan genieten van al het mooie dat het leven heeft. Dat even stilstaan de moed kan geven om te mogen ontvangen, de durf om open te staan, en het lef om te doen. Iemand vertelde over een ontdekking van een gevoel van dankbaarheid voor alles waar je nu dankbaar voor kan zijn, terwijl vele mogelijkheden vanuit nieuwe kaders spontaan onbewust ontstaan. Het is eenvoudig om spontane gedachten te hebben, vind je niet? Iedereen heeft ze, en iedereen kan er voor kiezen om ze te volgen.

Iemand mag die gedachten in alle vrijheid zeker volgen, omdat het goed is om je diepste gedachten je diepste gevoelens gewaar te worden. Gedachten en gevoelens die je met reden ervaart, die echt wat te betekenen hebben. Je mag je daarin grenzeloos dieper laten gaan, omdat niemand anders het ziet. Alleen jij kent de diepe gevoelens die jij ervaart, en alleen jij kan je diepste gevoelens voorop stellen. En het volgen van je diepste gevoelens zorgt dat je jouw stoutste dromen waar maakt. Vermeende luchtkastelen realiseert tot je eigen paleisjes. Alles kan wat niet kon, omdat je blijft (her)ontdekken. Alles mag wat niet mocht, omdat je volwassen bent. Je, bewust en onbewust, nu al het nodige weet, wilt en durft.

Iedereen heeft periodes waarin je, zonder dat je er bij na denkt, als automatisch en onbewust, dingen doet. Momenten waarna je realiseert dat je het al gedaan hebt, en de tijd kwijt raakte. Zoals wanneer je aankomt op de plek van je bestemming, zonder dat je bewust hebt gereden. Wanneer je een herinnering aan dat gevoel terughaalt, dan herken je het.

Je kan nu merken hoe je ogen van links naar rechts gaan bij het lezen, terwijl het je helder wordt dat je dat nu pas bewust wordt nadat ik dat geschreven heb. En dat betekent dat jij mij in elke suggestie, bewust of onbewust, kan volgen omdat jij daar gevoel voor hebt, in alle vrijheid die je hebt. Wanneer je doet wat ik wil, dan heb je gelezen wat ik wil. Ik kan jou alles laten doen wat ik wil, NAAM, bijvoorbeeld door je naam te gebruiken, omdat ik schrijf wat ik wil, en jij dit nu hier met je eigen ogen leest en dus de opgeschreven gedachte volgt.

Het is echt niet nodig om de positieve verwachtingen of de warme energie bewust te ervaren. Jij kan nu al ontspannen, of misschien kies je er voor om nog even wachten tot je slaapt. En dan, in alle rust, zal je onbewust alles snel verwerken en versterken, terwijl je bewust spontane gedachten ontdekt. Dat je comfortabel went aan de gedachten betekent dat je steeds meer open staat voor deze gedachten. Ik zou je kunnen vertellen dat je, nu of straks, die gedachten zal herkennen als moment waarop je weet, kan, mag, wil en durft, alsof je aankomt op bestemming na een korte onbewuste reis, maar dat laat ik je zelf liever ontdekken.

Dat is het moment om echt te kunnen genieten, omdat jij weet hoe het dwalen van je gedachten voelt. Sneller dan je verwacht kunnen de spontane, nieuwe en ook oude en herziene, gedachten omhoog komen. Misschien wel, misschien ook niet, ben je ze nu al bewust. Misschien merk je de sensatie in je lichaam terwijl je daar aan denkt, nu al. Sommige mensen kunnen dit, weet je, heel snel.

Posted by Rutger in Archief

Film maken

Doel: Piekeren of “ het malen van gedachten” stoppen. Voor herinneringen aan het verleden die steeds opnieuw naar boven komen en voor zorgen over de toekomst.
Proces: Als Continue reading →

Posted by Rutger in NLP handleiding

NLP techniek: Gevoel-omkeer techniek

Doel: Negatieve gevoelens; angst, stress, spanning, beklemming, onzekerheid, … omzetten in een goed gevoel.
Proces: Een gevoel heeft een begin, en een eind. Gevoel heeft altijd beweging. Wanneer Continue reading →

Posted by Rutger in Archief

Fobiemodel

Doel: Opheffen van een ongewenste automatische reactie op een stimulus.
Proces: Neem de persoon terug in de tijd, waarin hij/zij deze reactie (voor het eerst) ervaarde. In Continue reading →

Posted by Rutger in NLP handleiding

Beleving van tijd

Herinneringen vervormen: de originele herinnering wordt beïnvloed door de eigen filters op dat moment. Door de tijd heen, elke keer wanneer iemand zich een specifieke Continue reading →

Posted by Rutger in NLP handleiding