gevoelens

Schrijfoefening: Ontmoeting

Het is een mooie zomerdag. De zon schijnt warm op mijn armen, en terwijl ik de pedalen van mijn fiets met enige kracht beweeg voel ik hoe de snelheid mij met een warm briesje beloond. Het korte t-shirt bolt iets door de luchtstroom en verkort de toch al korte mouwen nog meer. Ik zie de overgang van mijn licht verkleurde huid naar het witte, te weinig zon krijgende deel van mijn bovenarm als ik even mijn blik afwend van de weg om iets meer aan te zetten. “Schone schijn.” glimlach ik, want ik zie in de verte de eerste wolken aankomen. Voordat ik vertrok vertelde Buienradar mij dat het over een half uur zal gaan regenen. Tijd zat, want over 20 minuten ben ik weer thuis, en ik geniet van de zon, de bries…

Ineens een druppel. Midden op mijn hoofd, zo voelen de haren die mijn hoofd bedekken mij. Niet een kleine druppel, maar zo een druppel zoals die tegenwoordig in de veel heftigere buien vergeleken met vroeger kan vallen. Voldoende groot om er aan te twijfelen of het wel een druppel is, zoekt deze zich na de landing op mijn kruin een weg naar mijn nek om daar te doen wat druppels doen: druppelen. Het kietelt een beetje, en met een lichte rilling geef ik de druppel de vrijheid om in mijn t-shirt opgenomen te worden. Dit is te vroeg, ik heb nog 18 minuten reken ik snel als ik heb gekeken op het hartslagklokje dat ik vorige week aan mijn stuur heb vastgemaakt. Pats, een druppel op mijn arm. Ik verbaas me over de kracht die de druppel toont door bij de landing uiteen te spatten in meerdere kleinere druppels, die allen zouden kunnen doorgaan voor regendruppels. De haartjes op mijn arm plakken in een cirkel met een doorsnee van ruim 5 centimeter vast aan mijn huid; mijn huid die op een prettige manier iets afkoelt, en eigenlijk op een comfortabele manier de druppel accepteert.

Dan gaat het los, zo maar, uit het niets. Een muur van water valt naar beneden. In een paar seconden stroomt het water door mijn haar, is mijn t-shirt tot op de draad nat, en zie ik hoe mijn broek glanst van het water, hoe het water een laagje vormt op mijn bovenbenen bij het ronddraaien van de pedalen, alsof de broek iets wordt uitgeknepen door mijn bovenbenen. Ik doorzie wat hier gaat gebeuren, ik ga helemaal wegspoelen. Ik voel nu al stroompjes water mijn schoenen inlopen.

Ik zie hoe een medefietspadgebruiker net naast het fietspad stopt om te schuilen onder een boom en ik glimlach over hoe onzinnig dat voor mij zou zijn. Ik zie hoe hij met wilde spoed probeert zichzelf te beschermen tegen het nat worden. Ik draai mijn hoofd af, om de regen op te vangen op mijn rug, en verbaas me over hoe veel water mijn broek al heeft opgenomen; ik zie hoe mooi zwart hij is geworden door het water, en wanneer mijn been omhoog wordt gerezen door het pedaal zie ik hoe er een spiegellaag ontstaat door het water dat uit de vezels wordt geknepen. Het is prachtig. Vanuit mijn ooghoek zie ik een obstakel op het fietspad; iemand die midden op de weg een poncho over zijn reeds natte kleren heen trekt. Licht wreed gelach ervaar ik van binnen over zijn gelag en probleemoplossend gedrag. Het heeft geen zin, het is goed zo. Hij kijkt even op, maar als een langskomende schaduw die geen gevaar voor hem of zijn fiets vormt keert hij weer naar binnen en strijdt verder. Mijn blik gaat weer naar beneden en ik zie hoe nieuwe riviertjes ontstaan op het fietspad. Het gaat echt hard. Mijn bril is nat, en de druppels zorgen er voor dat ik slecht zicht heb. Bijna euforisch stel ik vast dat ik geen vezel meer aan mijn lichaam heb die ik zou kunnen gebruiken om het overtollige water van de glazen af te nemen. Met mijn hoofd gebogen kijk ik dan maar over de rand van mijn bril in de verte om op de komende rotonde schaduwen te ontwaren die wellicht beter zijn om te ontwijken.

Een auto stopt en geeft voorrang. Iemand met een bril kijkt neutraal hoe ik voor haar langs ga, als ze even zicht heeft dank zij de ruitenwissers. Ik stel me voor hoe haar rechterbeen gestrekt op het rempedaal drukt, en vraag me af of ze me ook voorrang zou geven wanneer ze het niet had, hier, gewoon uit een soort compassie voor iemand die tot de naad nat is waar zij in de herrie van de voorraamblower in elk geval droog is. Misschien omdat ze genoeg tijd heeft, want wanneer zij straks door deze bui 5 meter vanuit haar auto naar een voordeur moet lopen… Ik zie de onzinnigheid van al dan niet voorrang geven, nat ben ik al en even wachten zou alleen betekenen dat nieuw water het oude vervangt.

Ik ben benieuwd of mijn handremmen, met van die knijpblokjes wel goed werken in deze nattigheid. Ik probeer iets af te remmen, en op een rare manier ben ik opgelucht dat de fietsenmaker wat bredere blokjes heeft gemonteerd zodat ik net voor de rotonde waarschijnlijk op tijd had kunnen stoppen als ze me niet gezien had.

En toen, toen zag ik jou. Eerst in mijn ooghoek, een schaduw die bewoog in een kruisende beweging, van rechts, op ramkoers. Om je intenties te controleren en mijn respons voor te bereiden bewogen mijn ogen zich richtende naar jou. Ik zag je hond die losliep, als een keurig afgerichte hond, een meter links voor je, je zwarte laarzen, terwijl mijn ogen verder omhoog gingen, een strakke spijkerbroek, een haltertruitje en je blote armen, en een geweldige lach rond je lippen, midden tussen je verwaterde haren. Die lach maakte dat de tijd even stil stond. Wat een kracht, wat een zelfverzekerdheid, wat een vertrouwen, wat een geweldige uitstraling zag ik in jou. “Wat een KUTweer!” riep je met een lach, en je keek me recht aan, open en als twee bondgenoten in dezelfde situatie. Mijn grijns deed pijn in mijn mondhoeken als ik pijn zou kunnen voelen. Alles stond stil bij mij, mijn gedachten, mijn gevoelens, mijn waarneming, enkel jouw lach op jouw iets naar rechts hellende gezicht (voor de kijkers links). Ik weet niet of ik nog iets heb gezegd, of dat ik het heb gelaten bij het geven van ruimte aan mijn tanden van oor tot oor. Ik heb nog nooit zo iets moois gezien als jij, daar in de regen. Ik heb nog nooit een contact en verbondenheid gevoeld zoals daar.

Nu is het drie maanden verder. Ik koester jou en het moment dat daar was. En ik weet niet of jij hetzelfde had, of niet. Het maakt niet uit, want ik doe gewoon alsof het wel zo is. Wij samen, twee mensen in de regen, die genieten van de stompzinnigheid van de situatie. Een top-3 moment dat, zo hoop ik, altijd bij me zal blijven.

Posted by Rutger in Losmakers

Schrijfoefening: de waterkoker

Thee, eindelijk thee. Thee geeft rust, thee geeft kracht, thee maakt me sterk om de dingen breder te zien, om er weer tegenaan te kunnen. Ik voel hoe het handvat kracht uitoefent om de waterkoker te laten kantelen in mijn hand, en ik hoor het klikken van de deksel en vervolgens het bruisende water dat de waterkoker vult. Het gaat als vanzelf, zo gewend ben ik er aan. Gewoon even vullen, klikken en klaar. En makkelijk, er kan veel in; genoeg om een ruime theepot ineens te zetten. Ik zet de waterkoker weer in zijn houder en als automatisch klik ik de knop om. Ik frons even als ik het bekende lampje mis, ik til even de koker op om hem te ontgrendelen, en plaats hem opnieuw om vervolgens opnieuw het knopje om te zetten. Kut, hij doet het niet merk ik. Ik kijk naar het stopcontact en zie dat de stekker er in zit, en probeer het nogmaals. Ik merk niet eens hoe ik ondertussen tegen mezelf begin te praten: “Kloteding, geef mij mijn rustmomentje”, “Niet nu”, “Altijd hetzelfde hier in huis”, “Kan er nu niets goed gaan”, en ongemerkt vormt mijn gevoel zich in overeenstemming met mijn dialoog. Frustratie, desillusie, irritatie, in de steek gelaten en alleen zijn de gevoelens die strijden om de boventoon, en waarvan ik denk dat het mijn echte gevoel is terwijl het eigenlijk mijn denken is dat deze gevoelens oproept.

Binnensmonds trekken mijn spieren zich samen om vloekwoorden uit te gaan spreken, maar ik hou me in en pak een pan om het water op het fornuis te koken. Stom gedoe, moet ik het weer zelf doen, mag ik dan niets verwachten. Hulpeloos en onbewust laat ik me ongemerkt door mijn stemmetje terug in mijn wereldje trekken waar het veilig is, en waar de boze buitenwereld mij niet kan zien, niet bij kan. Als het water kookt, giet ik de thee op, en neem namokkend een kop. Het geeft niet de rust waar ik op gehoopt had.

’s Middags ga ik op zoek naar een nieuwe waterkoker. Balend van de tegenslag, bekijk ik met kritische ogen het aanbod. Te klein, lelijk, te onhandig, gevaarlijk, te duur… Ik besef me nu pas terwijl ik me oriënteer hoe fijn mijn oude waterkoker eigenlijk was. Hoe ik gewend was aan zijn eenvoudige werking, hoe goed we samen een team vormden. Uiteindelijk, ik had er toch een nodig dacht ik, koos ik er maar eentje. Ik weet niet eens maar om welke reden ik nou die specifiek koos, het maakte me allemaal niet meer uit. Raar, hoe dat soort ontdekkingen pas boven komen als je het gewone kwijt bent en mist.

Moedeloos, en met tegenzin, plaatste ik de nieuwe waterkoker op het aanrecht. Daar moet ik het dan maar mee doen. Ik wil ruimte maken dus eerst de oude opruimen voordat ik de nieuwe waterkoker uitpak. Ik haal de stekker uit het stopcontact, en het licht gaat uit. Verbaasd kijk ik naar de stekker, en doe hem weer in het stopcontact waarop het licht weer aangaat. Langzaam dringt het tot me door dat ik niet goed heb gekeken. Ik had wel aan de stekker gedacht, maar ik had het te snel aangenomen dat de basis, de elektriciteit goed was. Ik verwissel de stekkers zodat de waterkoker weer spanning krijgt, en controleer de werking. Hij doet het nog gewoon, net als altijd. Alleen in mijn gezichtsveld, in mijn eigen wereldje deed de waterkoker het niet. Zoals zo veel zaken niet werken als je de basis niet op orde hebt. Gelukkig kwam ik er op tijd achter, anders zat ik nu met een waterkoker die niet bij me paste, een tweede keuze, in plaats van mijn eigen ondergewaardeerde waterkokertje. Vrijwel gedachteloos had ik ondertussen weer thee gezet, en door de basis weer op orde te hebben kwam de rust en de kracht weer vanzelf terug.

Posted by Rutger in Archief

Schrijfoefening: Reizen

Je zou
vrij
kunnen
bewust zijn
dat je,
wanneer je
telkens,
automatisch,
een stap verder
gaat
en
je gevoelens
rijzen
steeds meer
weg van mij.

Posted by Rutger in Archief

Schrijfoefening: Eerlijk delen

Een deel wil het wel, een ander deel is nog aan het wennen. Delen, delen is maar een rekenkundige bewerking, net als aftrekken of vermenigvuldigen. De som der delen is soms meer dan het geheel. Soms is een deel een plaats waar gedorst wordt, soms is het iets waar dorst door ontstaat. Soms is het een gedeelte dat het gedeelde wil zijn. Een metameer van het geheel van het leven. Onschuldig zonder ervaring heb je part noch deel. Ten dele deelgenoot. Zal het jou ten deel vallen? Delen is ook eerlijk splitsen zodat iedereen zijn deel krijgt; iedereen blij. Delen zodat iedereen zijn deel krijgt. Wat wil jij in het leven mededelen? Wil jij meedelen? Zou de ander zijn of haar deel willen delen? Verwachtingen dat jij ook deelt? Delen van mensen kan niet, alhoewel vierendelen wel, delen van ervaringen wel. Zie je delen als de som of zie je delen als iedereen krijgt zijn deel? Wat is jouw aandeel? Wat wil jouw onderdeel? Een gedeelte wil ervaringen delen als gedeelde. Een part in het leven ter ontleding. Denken is een deel, net als voelen. Schuld, schaamte, spijt zijn gedachtengestuurde gevoelens. Schuld is een gevoel dat hoort bij een ik als deel, en niet als geheel. Schuld kan alleen zijn als je jezelf als deel ziet. Schuld is een gevoel dat ontstaat na een oordeel; een gevoel dat een waardeoordeel van een gedachte volgt van het ego. Vaak in een verbond een gedachte aan verraad waarbij je het samen als losse ikken ziet. Dat is geen verbond, niet het geheel, enkel alleen, een deel. Leven kan betekenen dat je anders doet dan anderen, eigen keuzes maakt, voor jezelf of samen. Nieuwe ervaringen jezelf ontzeggen om de schijnveiligheid van het verwachte te ontmoeten als grenzen stellen beperkt de vrijheid. Vrijheid. Verstoppen van delen, verstoppen van kracht, verstoppen van jezelf, doen alsof is werkelijk verraad aan jezelf en het verbond. Vertrouwen ontstaat door openheid, tonen van kracht, tonen van jezelf in alle weerloze naaktheid. Denken, elke en alle gedachten, beïnvloedt het voelen, voel de illusie van de illusie. Verstoppen van jezelf, verstoppen van delen van jezelf voor het verbond levert wantrouwen in het verbond. Wanneer jij je verstopt verwacht je hetzelfde van de ander. Wanneer jij je werkelijke zelf toont kan er enkel vertrouwen worden gevoeld. Nieuw maakt het oude niet minder waard. Kracht opgeven om het oude in balans te houden is vastklampen aan de illusie dat het is, jouw eigen ik als ding. Jouw eigen ik als ding zou je kunnen delen, opdelen, maar jij bent geen ding, je bent veel meer dan dat. Je bent. Je doet. Je bent niet wat je doet. Je bent vrij om te doen wat je wilt. Wat je doet verandert jou niet, hooguit wat illusies die je over jezelf hebt. Illusies zoals ‘ik kan het niet’. Illusies over wat je denkt te zijn. De ontdekking van vrijheid van deze illusies. Alle illusies beperken wat je kan zijn. Alles wat je denkt en gelooft over jezelf is een fantasie, net als de fantasieën die je wel als fantasie herkent. Welke fantasie kies je? Een droom is net zo echt als jouw perceptie van jezelf als je fantasieën. Het bestaat enkel in gedachten, en gedachten komen en gaan. Gedachten zijn illusies van kennis, de handeling en de interactie met de werkelijkheid is de realiteit, dat is waar het werkelijk om gaat. Dat is echt. Welke interactie kies jij? Denken of waarnemen. Praten in jezelf en oordelen, of zintuiglijke waarneming. Leven, of op een toneel je deel van het stuk opvoeren. Kracht is niet intentie. Kracht is geen reden nodig hebben anders dan willen voelen voor de ervaring, willen doen uit nieuwsgierigheid, je gedachten de ruimt te geven om te bevrijden. Kracht is ontdekken, aannemen is verstoppen. Kracht is het geheel, denken is een deel. Kracht is deelnemen, beperken is missen. Ontdekken is spiritualiteit, het onstoffelijke ervaren. Beperken is het fysieke, het aardse, het oordelen, het toneelstuk. Een verbond in het fysieke is een schijnvertoning, het geheim van echt verbinden is spiritueel, de onstoffelijke verbintenis. Benadrukking van het spirituele, het onstoffelijke door het taboe stoffelijk te doorbreken geeft spirituele groei. Het stoffelijke vernietigen geeft vertrouwen, geeft zekerheid, geeft vrijheid in het onstoffelijke door de schijnveiligheid van het stoffelijke te doorbreken. Wantrouwen, onzekerheid en beperkingen in vrijheid bestaan enkel in het stoffelijke. Schaamte wordt schuld door geloof in het stoffelijke. Schuld alsof de intentie van de kracht die jij in je hebt slecht is. Alsof het een zonde is om te leven met kracht, alsof je krachteloos en zwak zou moeten volgen wat anderen vinden. Wanneer jij je kracht niet toont, kan ook niemand je kracht waarnemen. Je krijgt dan een verbond van schijn-zelven in onmacht. In het onstoffelijke verbond, op spiritueel niveau een verbond aangaan betekent kiezen voor een open en schuldvrij verbond, op een hoger niveau relateren. Van geheel mens tot geheel mens in plaats van enkele rol tot enkele rol, van deel tot deel, van illusie tot illusie. Wil jij je beperken tot een deel van het leven of wil jij het leven geheel leven? Wil jij stoffelijk en beperkt, of wil jij spiritueel en vrij? Verwarring is natuurlijk wanneer je kiest voor je kracht. Het is nieuw, je doorbreekt het verwachte, het spirituele is de weg van ontdekking en dus onbekend. Onbekend is verwarrend want je houvast is niet meer vastklampen aan de oude illusies, en vertrouwen op de kracht die jij in jezelf hebt. In vertrouwen op de kracht doen leidt tot liberatie, bevrijding, van de oude illusies, en een nieuwe houvast in de zekerheid van je eigen kracht. Oude houvast aan je oude rol en aan de identificatie met je lichaam als jezelf, kracht uit het spirituele. Jezelf zien als lichaam in een verbond maakt delen in een verbond, jezelf zien als onstoffelijk geheel van het verbond maakt het verbond sterker. Een verbond met een lichaam, of een verbond met ideeën, gedachten, kracht, zienswijzen, ervaringen, ontdekkingen. Een stoffelijk verbond heeft orde nodig, en dus gehoorzaamheid en verantwoording, een onstoffelijk verbond is vrij, waardevol, vernieuwend, echt, vol van vertrouwen, respectvol en gelijkwaardig. Zonder de kracht geparalyseerd in het lichaam, in de illusie, in het stoffelijke. Met de kracht ontdekken door ervaren, wat wel bij je past. Misschien wat ongemakkelijk en nieuw, spannend, maar goed. Waar fouten na ervaring in plaats van schuld, schaamte of spijt leiden tot inzicht. Waar je je spirituele zelf erkent, het onstoffelijke zoekt, en je situaties in eigen hand neemt. Laat de ware aard toe in het verbond. Een echt verbond kan je niet verliezen. Een echt verbond verliezen doordat je de echtheid beperkt, het stoffelijke boven het onstoffelijke stelt, een schijnverbond leven, betekent dat je jezelf niet geeft wat er in zit. Onconditioneel in verbond, of de eigen agenda’s langs elkaar zonder connectie. Schuld, verlegenheid, schaamte en spijt zijn donkere gevoelens; gevoelens die niet van jou zijn. Spijt signaleert simpelweg dat we in een eerdere staat van ontkenning onwetend zijn geweest, wat goed is… toch? Spijt is interne schaamte, schaamte is gericht op anderen. Immaterieel of materieel. Sociale emoties die het ego ervaart veelal door culturele overtuigingen.

Posted by Rutger in Archief

Schrijfoefening: Chocolade

Gisteravond heb ik het weer gedaan. Ik heb me weer helemaal laten gaan. Ik had de keuze. Zo veel keuze, zo veel verschillende smaken. Elke is weer anders. De een is wat groter dan de ander, de een is dikker dan de ander, de een is romiger dan de ander, allemaal soorten chocolade die elk hun eigen genot leveren met een eigen vorm, een eigen smaak, een eigen geur. Het genoegen van het langzaam ervaren hoe het eerst niet zo goed past in mijn mond en wat onwennig voelt, hoe de afstand smelt, hoe de temperatuur stijgt, steeds warmer, hoe het steeds beter aansluit, de aaneensluiting totdat alles samen komt, perfect past en de hardheid smelt. Ik weet dat het eigenlijk niet goed is, maar het is gewoon zo lekker dat ik er gewoon niets aan kan doen, of eigenlijk dat ik er voor kies om mezelf hiermee te belonen. Wanneer ik iets zie wat ik nog niet geprobeerd heb, een smaak, een vorm, een kleur, wordt ik nieuwsgierig, en laat mijn gedachten eerst gaan, maar fysiek hou ik me in terwijl ik mijn nieuwsgierigheid laat voorstellen hoe het zou zijn. Ik stel me een aantal keer voor hoe het zou zijn, hoe ik zou genieten, hoe en wat ik zou voelen, proeven, ruiken, zien, horen, van het uitpakken tot het zalige nagenieten van de heerlijke gevoelens. Na drie keer voorstellen is de nieuwsgierigheid zo lekker, dat ik gewoon ineens denk “Fuck it!” en ik dan doe het gewoon. Ik kan genieten van het vinden, het uitzoeken, het meenemen, de sfeer zetten met een bijpassend muziekje en misschien een ontspannende kop thee, het uitpakken, het voelen en dan stapje voor stapje steeds verder gaan. Langzaam genieten van het werkelijk worden van mijn nieuwsgierige verlangens. Verwondering van nieuwe gevoelens die beter zijn dan ik me kon voorstellen. De nieuwsgierigheid voldaan en volledig bevredigd. En eerst dacht ik dat ik schuld zou voelen achteraf, maar in werkelijkheid voel ik me juist heel vrij en staat de overweldiging van de ervaring niet toe dat ik gedachten heb die mij van het topje van de wereld afhalen. Ik weet dat het goed is, ik voelde als nooit tevoren, en het enige wat in mij opkomt is “YES!”. Anderen mogen vinden wat ze vinden, ik ben ik, en ik doe wat ik fijn vind. Anderen mogen doen wat zij fijn vinden, ik verdien het om weken te zweven op een roze wolk, vervuld van persoonlijke trots dat ik dit mezelf toesta en het vergenoegen van het ervaren van het genot zelf. Helemaal uit mezelf, mijn eigen keuze, en vergenoegen van het behagen en de revanche op mijn gemiste eerdere ervaringen en de wereld die mij in een keurslijf dwingt, waarin alles maar moet en ik kies dat ik dit mag. De roze wolk waarin ik er weer tegenaan kan, en alles waar ik voor kom te staan met binnenpret van me af laat glijden. Alles blijft gelijk, alleen beter. Zelfs wat ik me niet kon voorstellen blijkt meer en dieper te verbinden. Grappig hoe vooraf paradoxen bestaan, en door enkel te doorzien dat de keuze slechts wel iets doen omvat en de keuze vanuit mijzelf te maken op het moment dat ik “Fuck it!” denk, en mijn positieve natuur te volgen in plaats van redenen te vinden om het te laten door “Bekijk het maar!” te menen, me vrij te voelen de schamele gedachten over de geringe gevolgen te laten samensmelten met de warme nieuwsgierigheid, en de veel belangrijkere persoonlijke verwondering en verlangen naar genoegens. Een soort genoegdoening, genoegen nemen voor mezelf na alle inspanning die ik geef.

Posted by Rutger in Archief

Schrijfoefening: Wanneer ik jouw profielfoto op Facebook zie

Ik zie je nieuwe profielfoto op Facebook. We zijn vrienden uit een ver verleden, toen jij en ik elkaar regelmatig zagen. Jij in een relatie, en ik ook. Raar misschien, maar op de een of andere manier had ik altijd een verwarrend gevoel bij je, toen. Een gevoel dat er niet mocht zijn. Omdat ik al een relatie had. Gevoelens die ik verstopte achter een lach, een façade die ik nodig had om mijn leven in de structuur te houden die ik daar had. Om mijn leventje in de comfortzone te houden. Wanneer ik terugdenk aan die tijd, en de gevoelens die ik toen had voor jou weer voel door ze op te roepen, is het duidelijker voor me. Ik beschouwde het voelen als gemengde concurrerende gevoelens, waarin keuzes gemaakt moesten worden; het een of het ander. Echte liefde kan maar één betreffen, dacht ik.

Hoe leren we dat? Mijn dochter vertelde me toen ze vijf was dat ze verliefd op mij was; en omdat ze dat meestal aan mijn vrouw verteld voelde ik me euforisch. Het zou heel gemakkelijk zijn geweest om in dat moment te blijven hangen en te genieten van de bevestiging die haar ‘biecht’ mij gaf. En ze vertelde verder: “Ik ben verliefd op iedereen uit mijn familie, en op mijn beste vriendin.”, en besefte me dat mijn dochter nog veel te leren heeft. En het tolde door mijn gedachten: “Wat heeft ze precies te leren dan..?”. Mijn dochter ging verder: “Maar mijn vriendin zegt dat ik niet op haar verliefd kan zijn, omdat wij allebei meisjes zijn.”. En ik besefte me, hoe wij in een keurslijf worden geduwd door culturele opvattingen. Je kan maar op 1 ander verliefd zijn. Wat een schoolvoorbeeld van een vooronderstelling, hoe fragiel en subtiel worden wij in het keurslijf van ‘hoe hoort het’ geïnstrueerd.

Dit moment bleef hangen en ik ontdekte dat wat mij geleerd is, wat ik voor vanzelfsprekend aannam, logisch leek, maar niet klopte met mijn gevoelens. Het zijn niet concurrerende of conflicterende gevoelens die ik voor jou, en jou, en jou heb, ze bestaan naast elkaar. Ze bijten elkaar enkel wanneer ik ze projecteer op hoe het zou zijn als… Ze zijn ook niet hetzelfde, soms zijn de gevoelens voor de een sterker dan de andere, soms gaan ze dieper. Centraal concept in deze gevoelens lijkt de vrijheid te staan, om in volledig contact te mogen treden. En ik merk dat ik dat bij veel mensen ervaar, en dat een contact het gevoel om verder te gaan, om meer te voelen, versterkt. En ik merk dat ik goed opgevoed ben, dat ik die gevoelens verstop. Om af en toe, wanneer ik alleen ben, te fantaseren, te visualiseren, hoe het zou zijn om vrijheid samen te ervaren en ons daar comfortabel bij te voelen.

Ik vraag me af, waar ik heb geleerd om mijn gevoelens te focussen op een persoon. Ik vraag me af hoe ik heb geleerd om concepten als relaties en trouwen boven mijn gevoel te stellen. Ik vraag me af hoe het komt dat ik door deze lessen verder van mijn gevoelens afkwam, en waarom ik mij heb laten verleiden tot het verstoppen van mijn diepste, echte gevoelens, achter façades van beleefd gedrag. Beleefd gedrag dat soms afstandelijk en cynisch werd, om de afstand maar te bewaren; de afstand niet naar jou, maar naar mijn eigen gevoelens. Omdat mij verteld was dat er maar 1 ware was en kon zijn. En omdat ik dat was gaan geloven, doordat iedereen zich vrijwillig in dat keurslijf liet persen.

Mooie rituelen die waarmee we communiceren aan de buitenkant alsof er een iemand speciaal is, kan zijn, voor het hele leven. Maar een leven duurt heel lang. En ik merk dat gevoelens van liefde meer smaken kent, die naast elkaar kunnen bestaan. Ik voel soms een meer kortdurende liefde die je verliefdheid zou kunnen noemen, en soms een meer langdurige liefde wat je houden van zou kunnen noemen. En die gevoelens kunnen naast elkaar, tegelijk worden gevoeld voor een persoon, of meerdere personen. Ik heb meer liefde dan enkel 1 persoon naar zich toe kan trekken.

Romantische liefde, niet-romantische liefde, behoefte aan interpersoonlijk contact, aan vrijheid, lust. Schakeringen die niet strijdig zijn, en waar ik me aan mag overgeven. Hoe kunnen gevoelens slecht zijn? Ik ben goed zoals ik ben, en ik mag voelen wat ik voel. Ontdekken dat het geen strijdige gevoelens zijn, dat ze naast elkaar mogen bestaan, dat ze aanvullend zijn op elkaar in de kwaliteit van leven, is wellicht de grootste horde die ik in mijn overtuigingenstructuur tot nu toe heb genomen.

Mijn mooiste herinneringen zijn dan ook die momenten waar ik in alle vrijheid echt contact ervaar. Waar ik mag zijn wie ik ben, hoe ik ben, en waar als een soort check dat het werkelijkheid is iets gebeurt wat eigenlijk niet zou mogen. Een mooie zomerdag met een vriendin in een park waar ik haar zie zitten in de zon en waar ik voel hoe prachtig ze is zoals ze is, en waar we dieper in elkaars ogen kijken dan mag passen, allebei weten dat het goed is, dat de vrijheid er is om te genieten van dit moment. Momenten van 5 seconden die eindeloos lijken, en die maar zelden voorkomen. Momenten die je de kracht geven om verder in het keurslijf te gaan. Om later, wanneer het contact weer is verbroken, weggestopt te worden achter de façade, terwijl ik het uit zou willen schreeuwen, terwijl ik meer contact wil, terwijl ik meer samen wil, langer contact, gloeiend verlangen naar intimiteit. Ik wil je op een voetstuk zetten, ik wil je aanbidden, daar in het moment, en ik wil dat ik je mag aanbidden en dat je mij ook aanbidt. In alle veiligheid, in vertrouwen, in vrijheid waar niets moet en alles mag en alles goed is. Leven in het moment. Waar jij jezelf mag zijn, waar jij je mag laten zien, waar het contact draait om elkaar in de ziel te mogen kijken en niet om het fysieke. Het fysieke is maar een middel, een bewijs aan de buitenkant van het werkelijke aan de binnenkant.

Houden van hangt voor mij samen met mijn egoïstische motivatie om mezelf te mogen geven en te laten zien. Hoe veel ik verlang is afhankelijk van de grootte van de wens om tot intiem contact te komen, intiem emotioneel niet fysiek. Hoe groter het taboe om intiem te zijn, hoe sterker het verlangen. Bij golven, alsof je aan het strand de ene golf het strand ziet opkomen en het zand rond je voeten voelt wegspoelen; je tot wankelen brengt, om vervolgens een nieuwe golf te voelen spoelen. Fysieke ervaringen van binnen; gevoelens van warmte die pulseren tussen keel en onderbuik, die langzaam stuiteren in mijn middenrif, die wanneer ik mijn aandacht er op richt sterker worden door meer warmte te ervaren, en zich vervolgens als warme gloed verder verspreiden door mijn bovenlijf. De brok in de keel heb ik geleerd naar beneden te verplaatsen, beneden waar het goed voelt. En het mogen voelen van deze warmte, het mogen zwelgen daarin, het mogen toelaten daarvan. Niet blokkeren, maar erin duiken, er in opgaan, een mooi plaatsje geven. Een stapje verder nemen dan we tot nu toe hebben gedaan, iets meer laten zien van mijn gevoelens is voor mij een heel eenvoudige manier om een diep intieme ervaring te hebben.

Posted by Rutger in Archief

Schrijfoefening: Lekkers

Verward keek ze op. Had hij dat nu echt gezegd? “Ik heb wel trek in iets lekkers…”. Ik wist wat hij bedoelde, en vond het heel raar dat hij zoiets zei. Ongemakkelijke gevoelens kwamen naar boven, scenario’s met alle verschrikkelijke dingen die zouden kunnen gebeuren schoten aan mijn ogen voorbij. Ik had niet eens de tijd om het bij mezelf te houden, als reflex reageerde ik oppervlakkig ontspannen:. “Nou, ik niet.”. En ik wachtte gespannen op zijn reactie, en dwong mijn ogen om hem niet aan te kijken. En terwijl ik zag hoe we langs een snackbar reden besefte ik me dat mijn waarheid niet de realiteit is. “Nou, dan eet ik straks wel wat.”, zei hij. Soms kan je wel door de grond zakken.

Posted by Rutger in Archief

Suggestieve patronen

In NLP heeft het Milton model een centrale plaats. Een veelgebruikt concept is daarbij de suggestie.

Suggereren: het idee geven, opperen, voorstellen, insinueren, impliceren, aandragen, beweren, aan de hand doen, naar voren brengen, adviseren, aanbrengen, influisteren, betogen, betuigen, raden, claimen, pretenderen, staande houden, stellen, zeggen.

Stel vragen, vragen sturen. Maak ze onweerstaanbaar door je stem aan het einde omlaag te laten gaan, in plaats van omhoog zoals we normaal bij een vraag doen.  En misschien merk je nu al dat elke gedachte je kan doen beseffen dat je meer bewust wordt van wat je nieuwsgierig kan leren en willen ontdekken en ervaren.

Voorbeelden van suggestie

  1. Wellicht wel, misschien ook niet, zal jij {SUGGESTIE in actie komen}
  2. Ik vraag me af, zal jij {SUGGESTIE in actie komen}, of niet (of niet vermorzeld weerstand)
  3. Mensen kunnen, weet je, {SUGGESTIE in actie komen} (weet je effect: impliciete aannamen dat het algemeen bekend is)
  4. Mensen mogen, weet je, {SUGGESTIE in actie komen}
  5. Mensen zouden, weet je, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  6. Mensen zouden, weet je, {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  7. Sommige mensen {SUGGESTIE komen in actie} (effect: toehoorder controleert intern of deze een van sommigen is; geef dus iets om te controleren) 
  8. Soms kan je {SUGGESTIE in actie komen} (effect: toehoorder controleert intern of deze het nu kan; geef iets om te controleren) 
  9. Misschien heb je nog geen {SUGGESTIE drang om in actie te komen}, nu al (observatie door nu al als onvermijdelijk) 
  10. Iemand zou, weet je, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  11. Wellicht wil je {SUGGESTIE in actie komen}, … NU
  12. Wellicht kan je {SUGGESTIE in actie komen}, … NU
  13. Iemand kan, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  14. Iemand mag, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  15. Iemand zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  16. Iemand zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  17. Iedereen kan, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  18. Iedereen mag, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  19. Iedereen zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  20. Iedereen zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  21. Een persoon kan, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  22. Een persoon mag, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  23. Een persoon zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  24. Een persoon zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  25. Jij kan {SUGGESTIE in actie komen}
  26. Jij zou {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  27. Jij mag {SUGGESTIE in actie komen}
  28. Jij zou {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  29. Een persoon mag {SUGGESTIE in actie komen} , omdat het goed is om {SUGGESTIE in actie te komen}
  30. Een persoon mag {SUGGESTIE in actie komen} , omdat jij zelf bepaalt wat jij doet.
  31. Zal jij {SUGGESTIE snel  in actie komen},of {SUGGESTIE normaal  in actie komen},of {SUGGESTIE langzaam in actie komen} (alle mogelijke keuzes: altijd volgen) 
  32. Ik zal je niet vertellen {SUGGESTIE om in actie te komen}, omdat je dat zelf kan ontdekken
  33. Ik zou je kunnen vertellen {SUGGESTIE om in actie te komen}, maar ik laat je dat liever zelf ontdekken
  34. Hoe zou het voelen wanneer jij {SUGGESTIE in actie komt} (dwingt tot voorstelling maken, ervaren) 
  35. Vroeg of laat {SUGGESTIE kom je in actie}
  36. Eens {SUGGESTIE kom je in actie}
  37. Uiteindelijk {SUGGESTIE kom je in actie}
  38. Probeer {SUGGESTIE in actie komen} tegen te gaan (impliciet: onmogelijk om het tegen te gaan) 
  39. Probeer {SUGGESTIE in actie komen} uit te stellen
  40. Je hebt misschien nog niet gemerkt {WAARHEID dat je gevoelens voelt} terwijl je {SUGGESTIE in actie komt}
  41. Kan jij echt lol hebben in {SUGGESTIE in actie komen}? (impliciet moet je wel) 
  42. Kan jij echt genieten van {SUGGESTIE in actie komen}?
  43. Je zou de sensaties kunnen ervaren {WAARHEID van de gevoelens die je voelt} terwijl je {SUGGESTIE in actie komt}
  44. Wat gebeurt er wanneer jij {SUGGESTIE in actie komt}? (moet je voorstellen) 
  45. Je hoeft niet {SUGGESTIE in actie te komen}
  46. Een ieder hoeft niet, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie te komen}
  47. Mensen hoeven niet, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie te komen}
  48. Misschien weet jij niet wanneer {SUGGESTIE je in actie komt}
  49. Het is eenvoudig om {SUGGESTIE in actie te komen}, is het niet? (is het niet verzacht; 1e deel zal worden geprobeerd) 
  50. Iemand zou niet kunnen weten of {SUGGESTIE deze in actie komt}
  51. Iemand zou niet kunnen weten of het fijn is om {SUGGESTIE in actie te komen}
  52. Jij bent in staat om {SUGGESTIE in actie te komen}
  53. Een persoon is in staat om {SUGGESTIE in actie te komen}
  54. Iemand is in staat, {NAAM} om {SUGGESTIE in actie te komen}
  55. {WAARHEID Je hebt gevoelens}, {WAARHEID je hoort geluiden}, {WAARHEID je hebt gedachten} en {SUGGESTIE je komt in actie}, toch?
  56. Iemand vertelde mij eens “{SUGGESTIE Kom in actie!}”
  57. Iemand zei “{SUGGESTIE Kom in actie!}”
  58. Wanneer jij {SUGGESTIE in actie komt}, dan {voel je goede gevoelens; ben je er klaar voor} (persoon moet WANNEER deel doen om DAN deel te verifieren) 
  59. {SUGGESTIE Je komt in actie}….toch? (effect tag-vraag, zoals “… toch?”impliciet en automatisch eens zijn) 
  60. Vanuit alle goede redenen kan jij {SUGGESTIE in actie komen}
  61. Vanuit de vrijheid die jij hebt kan jij {SUGGESTIE in actie komen}
  62. Er is geen reden voor je om te denken aan alle redenen waarom je {SUGGESTIE in actie komen} wel zou kunnen/willen doen
  63. NIET {SUGGESTIE} ZIEN/HOREN/VOELEN/DOEN, best in combinatie met kunnen, mogen, zouden, hoeven, moeten, nodig zijn, bijvoorbeeld we moeten je niet in actie zien
  64. {WAARHEID Je hebt gevoelens} alsof {SUGGESTIE je in actie komt}
  65. Ik {WAARHEID of GELOOF of BEN OVERTUIGD} dat jij nooit zal overwegen {SUGGESTIE om in actie te komen}
  66. Door {WAARNEMING je blauwe ogen} zie je er uit alsof je {SUGGESTIE in actie komt}
  67. Door {WAARNEMING je blauwe ogen} lijkt het wel alsof je {SUGGESTIE in actie komt}
  68. Je ziet er uit alsof je nooit zal overwegen om {SUGGESTIE die actie} te doen
  69. Ik weet dat ik niet aardig hoef te zijn, om jou {SUGGESTIE in actie te laten komen}
  70. Omdat ik {OBSERVATIE je zie knikken}, weet ik dat jij er niet aan zal denken om {SUGGESTIE in actie te komen}
  71. Ik zie jou niet als iemand die er aan denkt, laat staan overweegt, om {SUGGESTIE in actie te komen}
  72. Ik zie jou niet als iemand die een beeld heeft bij de gedachte aan {SUGGESTIE in actie komen}
  73. Ik zie jou niet als iemand die zelfs maar een beeld kan vormen bij de gedachte aan {SUGGESTIE in actie komen}
  74. Ik zie jou niet als iemand die {SUGGESTIE in actie komt}
  75. Ik zie jou niet als iemand die gevoel krijgt bij de gedachte aan {SUGGESTIE in actie komen}
  76. Het voelt niet alsof jij zelfs maar zou overwegen {SUGGESTIE om in actie te komen}
  77. Zoals je daar nu zit lijkt het wel alsof je {SUGGESTIE in actie komt}
  78. Het is gemakkelijk {SUGGESTIE om in actie te komen}
  79. Je kunt opmerken {SUGGESTIE dat je in actie komt}
  80. Ik weet dat je {SUGGESTIE in actie komt}
  81. Je weet {WAARHEID dat je gevoelens hebt} en {SUGGESTIE dat je in actie komt}
  82. Terwijl {WAARHEID jij gevoelens voelt}, kun je {SUGGESTIE in actie komen}
  83. Wanneer {WAARHEID jij gevoelens voelt}, kun je {SUGGESTIE in actie komen}
  84. {OBSERVATIE Dat je met je hoofd knikt} zorgt er voor dat {SUGGESTIE in actie komt}
  85. Je vraagt je misschien af {SUGGESTIE wanneer je in actie komt}, en misschien ook niet
  86. Je vraagt je misschien af {SUGGESTIE wanneer je in actie komt}, maar ik denk het niet
  87. Je kan nieuwgierig zijn naar {SUGGESTIE in actie komen}
  88. Het is goed dat je {SUGGESTIE in actie komt}
  89. Het is niet belangrijk dat je {SUGGESTIE in actie komt}
  90. En nu kun je helemaal {SUGGESTIE in actie komen}
  91. Elke gedachte kan je helpen {SUGGESTIE om in actie te komen}
  92. Wil je gaan {OBSERVATIE staan/zitten/liggen} wanneer je {SUGGESTIE in actie komt}?
  93. Ik wil graag iets met je bespreken voordat {SUGGESTIE je in actie komt}
  94. Je vraagt je misschien af {KEUZE of je gevoel of je gedachten of je lichaam} het eerst {SUGGESTIE in actie komt}
  95. Ik weet niet of {KEUZE1 je gevoel} of {KEUZE2 je gedachten} {SUGGESTIE je tot actie laat komen}
  96. {SUGGESTIE Kom je in actie} voor of na {ACTIE/OBSERVATIE een kop koffie}?
  97. Besef je nu al dat {SUGGESTIE je in actie komt}?
  98. Wist je dat {SUGGESTIE je in actie komt}?
  99. Ben je nieuwsgierig naar {SUGGESTIE in actie komen}?
  100. Hoe gemakkelijk kan jij {SUGGESTIE in actie komen}?
  101. Je kunt {SUGGESTIE actief blijven} blijven
  102. Ben je nog steeds {SUGGESTIE in actie aan het komen}?
  103. Gelukkig hoef ik niet in detail te weten {SUGGESTIE hoe jij in actie komt}
  104. Je kunt beginnen {SUGGESTIE met in actie komen}
  105. Ik weet niet hoe snel {SUGGESTIE jij in actie komt}
  106. Ik zou graag willen weten hoe {SUGGESTIE jij in actie komt}
  107. Ik vraag me af wat je het liefste zou doen wanneer {SUGGESTIE je in actie komt}
  108. Het is niet de bedoeling dat je al te veel {SUGGESTIE in actie komt}
  109. Niet te veel plezier beleven aan {SUGGESTIE in actie komen}
  110. Weet je wat {SUGGESTIE in actie komen is}?
  111. Heb je gemerkt dat {SUGGESTIE je in actie komt}
  112. Het maakt niet uit wanneer je begint {SUGGESTIE met in actie komen}
  113. Ik {OBSERVEERBARE ACTIE beweeg mijn hoofd} om te zorgen dat {SUGGESTIE jij in actie komt}
  114. Onverklaarbaar, zonder reden, kan jij {SUGGESTIE in actie komen}
  115. {NEGATIE SUGGESTIE Je wilt misschien niet in actie komen}, laat staan dat je het werkelijk doet
Posted by Rutger in NLP handleiding

Een succesvol NLP anker in vier stappen

Vier stappen voor een succesvol NLP anker

1. Zorg voor een levendige SPECIFIEKE ervaring/stemming.

Vraag de ander een specifieke situatie te herinneren: “Herinner je een specifieke situatie, die van de bedoelde stemming een voorbeeld is.” Kalibreer op BMIR’s.

Contact maken met de specifieke herinnering, visueel: “Waar ben je?”, “Met wie ben je daar?”, “Wat zie je daar?”. Speel met de antwoorden, vraag door naar kleuren, vormen, groottes etc. Kalibreer op BMIR’s.

Visueel naar auditief, dieper contact maken: “Wat hoor je daarbij?” of “Wat hoor je daarbij, terwijl je … [beschrijf met sleutelwoorden uit visueel]”. Speel met de antwoorden, vraag door naar toonhoogtes, snelheid, ruis etc. Kalibreer op BMIR’s.

Auditief naar kinestetisch, contact maken met de stemming: “Wat voel je daarbij?”, “Hoe voelt dat daar, toen?”, “Wat voelde je , terwijl je … [beschrijf met sleutelwoorden uit visueel en auditief]”.

2. Zorg voor een unieke stimulans (zintuiglijke prikkel).
Wanneer de ervaring het meest levendig/intens is leg je het anker aan. Let op BMIR´s!

Vaak wordt er een tast prikkel gegeven op een plek op het lichaam waar de persoon makkelijk bij kan. Bijvoorbeeld op de schouder of knie. Wanneer je bij een ander ankert, vraag van te voren of het daar mag. Aanlegduur: 5 tot 15 seconden.

NLP Anker zetten

NLP Anker zetten

3. Break state.
Na het ankeren, haal je de ander met een break-state uit de stemming.

4. Test het NLP anker
Test het anker door het af te vuren, en kalibreer of de stemming onder het NLP anker zit.

Let op: een anker heeft altijd een effect, soms gewenst, soms ongewenst. Daarom is het testen belangrijk voordat je verder gaat. Wil je weten hoe je jouw ankertechniek kan verbeteren, lees dan dit artikel.

Oefening normaal NLP anker 1

Groepjes van 2.

B kiest een fijne herinnering.

A bepaalt een unieke stimulans bij B (schouder-, hand- of knieaanraking) voor het anker.

A vraag de herinnering uit, maakt een levendige ervaring. Start visueel, door naar auditief, door naar kinestetisch. Kalibreer op BMIR’s, en A kiest het juiste moment om het anker te zetten (5 tot 15 seconden stimulus) bij B (let goed op: dat kan bij sommige mensen al direct zijn, bij visueel).

A break-state.

A test het anker door het af te vuren. Kalibreer op BMIR’s of de stemming er onder zit.

Wissel van rol.

Oefening normaal NLP anker 2

Individueel.

Kies een krachtige hulpbron (herinnering), en bepaal een (door jezelf uit te voeren) unieke stimulans, of een eigen power-move (afhankelijk van je doel).

Maak je herinnering zo levendig mogelijk (vraag bij jezelf uit, beleef het visuele, hoor de geluiden, ervaar de gevoelens).

Intensiveer de ervaring: versterk de beleving van de krachtige staat door je drivers te veranderen (check ook de meest voorkomende submodaliteiten: helderheid, scherpte, geassocieerd/gedissocieerd en afstand). Versterk de staat, niet per sé de herinnering.

Anker dit bij jezelf, door de eigen unieke stimulans, of power-move.

Break state.

Vuur het anker af, en test.

Opmerkingen:

  • Let op de volumeknoppen van ankeren.

  • Je kan zo veel ankers bij jezelf maken als je wilt. Bedenk (ontwerp) je eigen manier van ankeren, met eigen stimuli, voor alle situaties waar jij dit kan gebruiken!

Posted by Rutger in NLP handleiding

Predicaten

Predicaten zijn in NLP woorden die iemand gebruikt, die kunnen duiden op het gebruik van een bepaald representatiesysteem, oftewel of de (huidige) interne representatie voornamelijk opgebouwd is uit plaatjes, geluiden, gevoelens, smaak, geur en reuk of gedachten. Predicaten zijn een mooi voorbeeld hoe NLP zich meer richt op het proces van communicatie dan op de inhoud van de boodschap.

Als gesprekspartner, begeleider, coach kun je matchen op wat iemand in woorden (predicaten) aan je verteld. Dit brengt je in rapport met elkaar. Bijvoorbeeld: Iemand verteld je: ”Ik zie het niet, ik heb er geen beeld bij.” Als antwoord kun je matchen door: “Ik zie wat je bedoeld.” Je stemt af op het representatiesysteem in plaatjes door dezelfde soort predicaten te gebruiken. Wanneer je wilt matchen in predicaten terwijl je nog niet helder hebt wat de ander als voorkeur heeft (nu), dan gebruik je a-specifieke (auditief digitale; praten in gedachten/denken) predicaten (je gesprekspartner zal zelf de vertaling maken naar het huidige voorkeurssysteem).

Je kunt ook mismatchen op wat iemand je in woorden (predicaten) verteld. Hiermee bereik je verandering. Je geeft de ander de mogelijkheid om voorbij de grenzen van zijn/haar wereldmodel te gaan, dit model te onderzoeken en uit te breiden. Zijn/haar gezichtsveld wordt groter, of er worden nieuwe mogelijkheden gezien, andere verbindingen worden gelegd. Door te reageren vanuit andere predicaten ‘dwing’ je een andere invalshoek. Bijvoorbeeld: “Ik voel mij hier niet goed onder, er ligt een zware last op mijn schouders.” Als antwoord kun je mismatchen door op deze kinesthetische predicaten te reageren met visuele predicaten als: “Hoe zie je het als je er van af hier naar kijkt?”

Visuele predicaten: praten in plaatjes

Aspect, beeld, blijken, blik, contrast, droom, duidelijk, focus, getuige, glimp, gloed, helder, hoek, horizon, illusie, illustreren, inspecteren, inzicht, kijken, kleurrijk, nauwkeurig, obscuur, observeren, onderscheiden, onderzoeken, ontruimen, opvallen, overzicht, perceptie, plaatje, scene, schetsen, scope, starende blik, stralend, toespitsen, uitstekend, uitzicht, vaag, verdacht, verduister, verschijnen, visie, voorgrond, vooruitzichten, voorzien, waakzaam, wazig, weerspiegelen, zicht, zichtbaar, zien.

De andere kant opkijken, beeld schetsen, duistere zaak, glimp opvangen, kijkje nemen, schitterend idee, steelse blik, er op toezien, het schijnt dat, geen schijn van kans, het is me niet duidelijk, in het licht van, door de vingers zien, doorzien, in het niets staren, inzien dat, je oog laten vallen op, kleur bekennen, lust voor het oog, met het blote oog, oog in oog, over het hoofd zien, perspectief krijgen op, verborgen boodschap, zich illusies maken, zicht hebben op, oogje in het zeil houden, ik zie het zitten, u heeft een ander gezichtspunt nodig, ik zie licht aan het eind van de tunnel, ik heb meer overzicht nodig, veel kleurrijke mensen hier, hij heeft er een goed oog voor, zij blinkt echt uit, dat ziet er rooskleurig uit, lijkt mij, in vogelvlucht, in de juiste verhoudingen, in groter verband zien, in een glimp opgevangen, een vaag idee, een heldere toekomst, in het licht van, een beeld schetsen, ziet er uit als een plaatje, er op toezien, kortzichtig, fraai om te zien, tunnelvisie, onder de loep nemen, lichtpuntje zien, uitzichtloos, hoog aanzien.

Wanneer ik je een aantrekkelijk voorstel zou tonen, wil je dan bekijken of het is wat je voor ogen hebt?

Auditieve predicaten: praten in geluid

Aankondigen, articuleren, bekendmaken, bellen, bespreken, bespreking, bulderen, communiceren, converseren, discussiëren, dissonantie, echo, formuleren, gehoorafstand, gejank, geluid, geratel, gesprek, gieren, gillen, harmonie, hoorbaar, horen, informeren, instemmen, knarsen, lawaai, luid, luidruchtig, luisteren, mondeling, monotoon, noemen, opmerken, opmerking, praten, rapporteren, ritme, roddelen, rumoer, schel, schreeuw, schreeuwen, sprakeloos, spreken, stem, stilte, sussen, toon, uitroepen, uitspreken, verklaren, verkondigen, vermelden, vertellen, vocaal, vraag, zeggen.

Afstemmen op, bij wijze van spreken, binnen gehoorsafstand, dat doet een belletje rinkelen, de waarheid vertellen, een kletskous zijn, een mening uiten, het ene oor in en het andere uit, het hoogste woord voeren, iemand aanhoren, iemand de mond snoeren, iemands hulp inroepen, iets doorpraten, iets verwoorden, in harmonie zijn, je mond houden, je oor te luisteren leggen, kletspraat verkopen, luidkeels roepen, nooit van gehoord, uitgesproken, klinkt goed, ik kan het niet meer horen, je zou ook eens naar een ander kunnen luisteren, mijn stem heb je, daar kan ik mee instemmen, ik was onverstaanbaar, Oost-Indisch doof, hij is een goed klankbord, klinkt als een klok, de waarheid zeggen, gehoor geven aan, bij wijze van spreken, laat eens wat horen, schreeuwende kleuren.

Wanneer ik je zou vertellen wat mijn voorstel is, zou je willen luisteren of je er oren naar hebt?

Kinesthetische predicaten: praten in gevoelens

Aandrang, aanraken, aanvoelen, absorberen, beroeren, beweging, druk, drukte, eelt (op ziel), energie, flexibel, fundering, gebonden aan, geslagen, gestructureerd, gevoelig, gloed, grijpen, in de war, intuïtie, lauwwarm, leeghoofdig, nadruk, ongemakkelijk, ontspannen, onverdraaglijk, paniekerig, richting, rilling, ruw, schok, spanning, steun, stevig, stortvloed, stress, stromen, temperatuur, trillen, vastklampen, verdoofd, voelen, warm, zacht, zeer.

Alle uitdrukkingen met lichaamsdelen.

De bovenhand krijgen, de fantasie prikkelen, de kaarten op tafel leggen, de touwtjes in handen hebben, een doortastend persoon, greep krijgen op, hand in hand, het in je vingertoppen voelen, iemand de rug toekeren, iemand voor de voeten lopen, iets doorgeven, iets laten bezinken, iets vasthouden, in aanraking komen met, in contact blijven met, in een handomdraai, op het rechte pad blijven, op je tanden bijten, op je tenen lopen, stap voor stap, vastklampen aan, vlijmscherp, in de hand houden, ik voel me op mijn gemak, grip op de zaak, zijn gevoelige snaar, binnen handbereik, kippenvel krijg ik daarvan, de sensatie hangt in de lucht, ik ben in de vorm van mijn leven, er op staan, hartverwarmend, links laten liggen.

Wanneer ik je een concreet voorstel zou doen, zou je willen ervaren of het goed voelt?

Olfactoire predicaten: praten in geur en reuk

Aroma, boeket, dampen, doordringende geur, essentie (basisgeur), mest, muf, rot, stank, stinken, stoffig, vochtig, zoetig (geur), zweet.

Gustatoire predicaten: praten in smaken

Bitter, delicieus, flauw, kruidig, pikant, pittig, scherp, smaakvol, verbrand, verschraald, zoet, zuur, kauwen, proeven.

Auditief digitale predicaten (ook wel aspecifiek): praten in gedachten, denken

Activeren, adviseren, analyseren, anticiperen, begrijpen, beseffen, beslissen, besluiten, bewust, bewustzijn, creëren, demonstreren, denken, ervaring, functioneren, herhalen, idee, indicatie, kennen, kiezen, kunnen, leren, logisch, maken, managen, mening, merken, motiveren, onderzoeken, ontwikkelen, opmerken, organiseren, overwegen, plannen, predicaten, realiseren, verstand, verwerken, vragen, voorbereiden, waarnemen, waarschuwen, weten, zijn.

Alert zijn, bewust zijn, een ervaring integreren, het eens zijn over, het juiste idee hebben, je best doen, zich vergissen.

Wanneer ik je een advies geef, zou je het kunnen overwegen?

Oefening herkennen van predicaten

Lees onderstaande uitspraken/woorden/predicaten en bepaal of deze duiden op V, A, K, O, G of Ad:

  • Er wordt gefluisterd
  • Licht op de zaak laten schijnen
  • Aansprekend
  • Ik begrijp, dat
  • Ergens tegenaan lopen
  • Tegen de achtergrond bezien van :
  • Schitterend voorgesteld
  • Een uitgesproken tegenstander
  • Een handvat geven
  • De bal terugkaatsen
  • Ik vraag me af
  • Oost-Indisch doof
  • Ik denk dat
  • Oogkleppen op hebben
  • Vastlopen
  • Weerklank vinden
  • Andere invalshoek kiezen
  • Op je tenen lopen
  • Dat is tekenend
  • Een voorstel bespreken
  • Ik evalueer graag
  • Nog afgezien van
  • Verstijfd van schrik
  • Ik ben me ervan bewust
  • Tegen dovemansoren zeggen
Posted by Rutger in NLP handleiding

9 stappen naar persoonlijke vrijheid (spirituele groei).

In NLP zijn er stromingen die spirituele groei hebben gemodelleerd. Daaruit zijn 9 generieke stappen ontstaan die er voor zorgen dat je eigen ‘zijn’ de ruimte krijgt. 9 stappen die zorgen dat je jouw persoonlijke ruimte en vrijheid vergroot worden, en het proces van maskeren (sociaal gewenst gedrag vertonen op basis van interne verwachtingen) minder grote invloed krijgt. Het belangrijkste effect is vaak niet zozeer dat het uiteindelijke gedrag verandert, als wel dat de motivatie om het gedrag te vertonen verandert: je gaat de dingen doen die je doet vanuit een intrinsieke motivatie in plaats vanuit de externe motivatie ‘dat het zo hoort’. In plaats van REAGEREN op (jouw verwachtingen van) de buitenwereld, ga je jouw leven CREËREN van binnenuit. Het (her)kennen van deze stappen is een handvat voor de NLP coach en de NLP (Master) Practitioner om persoonlijke vrijheid  te kunnen beïnvloeden. En uiteindelijk is coachen niets anders dan de persoonlijke vrijheid vergroten.

1) Besef je dat er niets is buiten jezelf: alles wat je waarneemt en denkt ben jezelf, en bestaat enkel in jou gedachten. Wanneer je naar een vaas kijkt, denk je een vaas te zien, maar een vaas is enkel een idee, een concept. Alle ideeën en concepten die jij hebt projecteer je op de wereld, en daarmee vervorm je de realiteit. Je bevestigt enkel je zelfbeeld en je wereldbeeld.

2) Besef je dat je niets te verliezen hebt, enkel illusies in je denken. Niemand heeft iets te verliezen. Dit gaat altijd en overal voor iedereen op. Het enige wat je kunt verliezen zijn ideeën en concepten die ondersteund worden door enorm veel energie (emoties gerelateerd aan het denken en oordelen). Herken en vernietig de ‘onechtheden’ van het denken. Neem de tijd die je nodig hebt, het is zeker niet gemakkelijk om tot in je diepste wezen te beseffen dat je nooit iets te verliezen hebt.

3) Leef hier en nu. Gisteren is voorbij, morgen zal nooit komen, alleen vandaag, nu, bestaat. De rest zijn enkel gedachten, illusies.

4) Maak contact met je ware zelf. Laat oordelen los. Met name schuld, schaamte, spijt (en soms daaraan gerelateerde angst) duiden op oordelen, waardeoordelen, en dan van buitenaf. Voel wat er echt van binnen is (authentiek). Ontdek AL je aanwezige gedachten, gevoelens, wensen, doelen en fantasieën. Gedachten, gevoelens, wensen, doelen en fantasieën hoeven zeker niet altijd zacht, lief of ‘spiritueel’ te zijn. Onze geest omvat alles: het lagere en het hogere, het lichte en het donkere. Persoonlijke vrijheid begint met alles van jezelf te onderkennen en te erkennen. Laat de innerlijke repressie van gedachten, gevoelens, wensen, doelen en fantasieën gaan.

5) Laat het oordelen los. Zie de gedachten, gevoelens, wensen, doelen en fantasieën voor wat ze zijn, zonder commentaar van het denken (de interne stem). Het denken verstoort het gevoel, via het oordeel en geeft ruis in de volgende stappen. Het denken en externe oordelen maken dat ‘dat-wat-is’ subjectief wordt ervaren, terwijl persoonlijke vrijheid zoekt naar het objectieve en authentieke in jezelf. Het denken is de grondslag van de onware-zelf, het ego. Een appel is een appel, en is anders dan een appel met het oordeel “weer een appel”, en is anders dan een appel met het oordeel “appels zijn lekker”, en is anders dan een appel met het oordeel “gezond: een appel”, en is anders dan een appel met het oordeel “de verboden vrucht”. Het zien van de appel als appel, en niet meer dan dat brengt je in contact met je ware gevoel (noot: besef dat appel een concept op zich is). De noodzakelijke stap van denken in illusies naar authentiek kunnen voelen.

6) Neem de geraaktheid van je hart als richtsnoer voor je handelen. Waardoor wordt je geraakt, waardoor wordt je bewogen? In dit het echte en authentieke gevoel? Je weet dan dat je daar iets mee te doen hebt, dat je daar antwoord op hebt te geven. Dat antwoord kan een innerlijk protest geven of een instemming van het hart. Herstel hier de verbinding met je ware zelf, en handel vanuit je authentieke gevoel. Het handelen vanuit geraaktheid neemt het over van het handelen vanuit het denken. Wees trouw aan de geraaktheid waarmee je wordt geroepen en bewogen. Uiteindelijk zal ook het denken ten dienste komen te staan van de geraaktheid.

7) Overgave: de werkelijkheid als geheel omarmen, met alles erop en eraan, zonder enig voorbehoud. Het is zoals het is. Heb de bereidheid geraakt te worden door het leven in al zijn facetten. Overgave aan de werkelijkheid betekent niet dat je alles maar goed moet vinden. Want juist in de overgave zul je bemerken dat sommige gebeurtenissen een heftig protest in je oproepen en dat andere gebeurtenissen je blij maken. Maar nu authentiek, van binnenuit, creërend, in tegenstelling tot van buitenaf, reagerend. Protest en instemming van het hart vormen de wijzers van je innerlijk kompas voor je handelen in de wereld.

8) Twijfel: alleen vanuit twijfel kunnen keuzes gemaakt worden en nieuwe stappen gezet in de persoonlijke vrijheid. Wie meent de waarheid in pacht te hebben maakt geen keuzes. Zo iemand herhaalt steeds hetzelfde antwoord, ongeacht de vraag die het leven op enig moment stelt. Daar leer je niets van. Daar kun je ook niet aan groeien.

9) Ontdek: Het leven is een rijk terrein waarop veel valt te ontdekken. Ga op ontdekkingsreis. Als je gedachten, gevoelens, wensen, doelen of fantasieën hebt, breng die dan in praktijk, voer ze uit. Ervaar de ervaring om de ervaring rijker te worden, je gevoel rijker te maken. Wees ontevreden om in beweging te komen, om te groeien, om in actie te komen, om niet langer te blijven waar je was, om niet stil te staan. Op terreinen waar je samen bent: geef elkaar inspraak, met het recht om nee te zeggen. Bij een veto accepteer je dat op een liefdevolle manier.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Waarnemen en kalibreren

Hoe vaak komt de letter ‘F’ voor in de volgende tekst:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Wat staat hier:

Vlgones een sduite aan een elgnese unvirestiet mkaat het neit uit in wlke vlgrodoe de lttrees in een wrood satan, het eigne dat blagnrijek is, is dat de ersete en de ltaatse ltteer op de gdoee palats satan. De rset kann ttaaol oiznn zjin maar tcoh kun je het geod leezn. Dit kmot dradoot we neit ltteer voor ltteer arpat lzeen maar wodoren in zjin gheeel.

Kan je dit lezen:

D323 M3D3D3L1NG L44T J3 213N T0T W3LK3 GR0T3 PR35T4T135 0N23 H3R53N5N 1N 5T44T 21JN. 1N H3T 83G1N W45 H3T 23K3R N0G M031L1JK D323 T3K5T T3 L323N, M44R NU K4N J3 H3T W44R5CH1JNL1JK 4L W4T 5N3LL3R L323N 20ND3R J3 3CHT 1N T3 5P4NN3N. D4T K0MT D00R H3T 3N0RM3 L33RV3RM0G3N V4N 0N23 H3R53N5. KN4P H3? D323 M3D3D3L1NG M4G J3 K0P13R3N 3N V3RD3R V3R5PR31D3N.

Onze waarneming

Hoeveel vaak komt de ‘f’ voor volgens jouw telling? De meeste mensen tellen er 16 of 17. Maar het zijn er meer:

FINISHED FILES ARE THE EFFECTIVE RESULTS OF YEARS OF SCIENTIFIC STUDY COMBINED WITH EXPERIENCE OF YEARS OF TRUTHFUL WORK AND OF INTENSIVE REFLECTION FROM AN AWFUL LOT OF FRIENDS AND FAMOUS SCIENTISTS, WHO FAILED TO FOCUS ON FAILURES, BUT CONCENTRATED ON FAITHFUL FACTS.

Het zijn er 23! Vooral het woordje ‘OF’ wordt vaak gemist. Er zit dus iets raars in ons waarnemen. Zelfs wanneer we ons concentreren, zien we niet alles…

En wanneer je het 2e stukje las als ‘Volgens een studie aan een Engelse universiteit…’, dan was je niet aan het waarnemen, maar dan was je de letters die er staan aan het vervormen tot woorden zoals je ze kent. Je leest dan iets wat er feitelijk niet staat. Wanneer dat stukje in een taal was geschreven die je niet kende, dan had je wel letterlijk de letters uitgesproken zoals ze er stonden. We verbinden onze waarneming aan wat we in het verleden hebben geleerd. We zien iets en proberen het onbewust te duiden. We zien niet wat er staat, we zien wat we kennen.

Het derde stukje laat je zien hoe snel dit proces gaat, hoe flexibel je hersenen zijn om snel te leren en uit het feitelijke waarnemen naar betekenis gaan.

Belangrijk NLP uitgangspunt: Ons sterkste instinct is niet de ‘will to survive’ maar onze drang om dingen vertrouwd te maken (‘will to make things familiar’).

Het zintuigensysteem

Wij nemen de wereld feitelijk waar door gebruik te maken van onze 5 zintuigen:

  • Ogen kijken (Visueel)

    Zintuigensysteem en waarnemen

    Zintuigensysteem en waarnemen

  • Oren luisteren (Auditief)
  • Lichaam voelt (Kinestetisch)
  • Neus ruikt (Olfactoir)
  • Mond proeft (Gustatoir)

Voor het gemak worden deze zintuiglijke systemen in NLP veelal afgekort tot: V A K O/G.

Omdat we naast waarnemen ook denken (tegen ons zelf praten) wordt er verschil gemaakt tussen Auditief tonaal (At: luisteren met je oren) en Auditief digitaal (Ad: tegen je zelf praten).

Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen de verschillende manieren waarop je kan voelen (Kinestetisch):

  • Tactiel: voelen aan de buitenkant; waarnemen buiten jezelf
  • Proprioceptief: voelen aan de binnenkant; waarnemen binnen jezelf
  • META: waarde bepalende gevoelens en emoties

NLP stelt dat ieder mens een bepaalde voorkeur heeft bij de inzet van de zintuigen (V-A-K-O-G-Ad). Sommige zintuigen zijn beter ontwikkeld dan de andere. Dat is per mens verschillend, en aangezien zintuigen te trainen zijn, is het geen vastgesteld gegeven, en kan het per situatie verschillen.

Het primaire voorkeurssysteem van waarnemen (V A K O/G Ad) herkennen bij een ander is handig om beter contact te maken. Je kan het primaire voorkeursysteem bij een ander herkennen door:

  • Te luisteren naar de woorden die de ander gebruikt (predicaten)
  • Te kijken naar de lichaamshouding (fysiologie)
  • Te kijken naar de oogpatronen

Dit worden ook wel de accessing cues (toegangsignalen en –aanwijzingen) genoemd.

VAKOGAd overzicht

V – Visueel, zien

A – Auditief, horen

At – Auditief tonaal, luisteren

Ad – Auditief digitaal, praten tegen jezelf, ‘denken’

K – Kinestetisch, voelen

Kt – Kinestetisch tactiel, voelen aan de buitenkant

Kp – Kinestetisch proprioceptief, voelen aan de binnenkant

Km – Kinestetisch meta, waarde bepalend of emotie

O – Olfactior, ruiken

G – Gustatoir, proeven

Lead system (zoeksysteem)

NLP stelt dat iedereen een zintuiglijk weergavesysteem heeft waarmee iemand zich richt op een innerlijke ervaring, of een herinnerde ervaring opzoekt.

Als voorbeeld:

Zoek naar een ervaring waarin je zeker was van jezelf. Qua volgordelijke stappen kan je eerst een beeld ZIEN (visuele “lead”) van die ervaring, om je vervolgens te herinneren welke gevoelens horen bij dat moment van zekerheid (kinestetische weergave).

Dit lead system is met de oogpatronen goed te herkennen.

Synesthesie

Synesthesie is een proces waarbij de weergave in het ene zintuigensysteem direct een ervaring oproept in een ander zintuigensysteem. Beide systemen overlappen elkaar. Bijvoorbeeld wanneer je het geluid hoort van een krijtje over een schoolbord en direct de rillingen over je rug voelt lopen.

BMIR’s – Behavioral Manifestations of Internal Representation

BMIR’s zijn (minimale) non-verbale en verbale toegangssignalen die in verbinding staan met onze zintuigen, de VAKOGAd. Door te letten op BMIR’s kan je beter afleiden wat er bij de ander gebeurt. Het is daarbij belangrijk in de gaten te houden dat ieder mens uniek is; niemand heeft gelijke BMIR’s. Voordat je dus betekenis mag en kan geven aan de BMIR’s die je waarneemt moet je onderzoeken wat een BMIR specifiek bij iemand betekent (dat proces van afstemmen heet kalibreren).

In een gesprek letten op veranderingen in fysiologie en stem (kijken en luisteren) geeft je inzicht in het interne proces bij de ander. Je wellicht niet zien WAT er gebeurt, maar wel DAT er wat gebeurt.

Visuele BMIR’s – wat je kan zien veranderen

  • Spierspanning in het gezicht
  • Vochtigheid van de huid
  • Kleur(verandering) van het gelaat
  • Onderlip (grootte en kleur)
  • Oogbewegingen
  • Grootte van de pupil
  • Schuine stand van het hoofd
  • Ademhaling: plaats, snelheid, diepte
  • Houding
  • Hoek van de ruggengraat (hoofd, nek, schouders)
  • Arm -, hand- en vingergebaren
  • Verdeling van gewicht
  • Gezichtsuitdrukking, wenkbrauwen, kaken, mond

Auditieve BMIR’s – wat je kan horen veranderen

  • Toon
  • Tempo
  • Plaats
  • Hoogte
  • Volume
  • Ritme
  • Pauzes
  • Predicaten
  • Warmte
  • Intonatie en intonatiepatronen

Kalibreren

Wanneer je iets ziet of hoort bij iemand, en je wilt ontdekken wat dat betekent, dan noemt NLP dat proces van onderzoeken en afstemmen ‘kalibreren’. Wanneer je niet kalibreert, en BMIR’s een betekenis geeft ‘omdat dat meestal zo is’, dan ben je aan het gedachtelezen, of mindreaden. Omdat iedereen unieke BMIR’s heeft, is het proces van kalibreren erg belangrijk om feitelijk te blijven bij wat er gebeurt bij de ander in plaats van niet verder te komen dan wat jij denkt dat er gebeurt bij de ander.

Kalibreren is het ontdekken van toegangsignalen. In de basis is het een vermogen (vaardigheid) om verschillen te kunnen zien en/of horen. Om onderscheid te kunnen maken is het noodzakelijk tenminste 2 zijnstoestanden waar te nemen.

  • Een enkel signaal is een voorval zonder betekenis
  • 2 dezelfde signalen is toeval
  • 3 dezelfde signalen is een patroon (kalibratie)

Oefening waarnemen of gedachtelezen

Ga bij de volgende uitspraken voor jezelf na of het iets is wat je feitelijk ziet, of dat een een mening/waardeoordeel is:

  • Je ziet hem opgelucht adem halen.
  • Je kon zien dat ze niet tevreden was.
  • Ze stond ontspannen te presenteren.
  • Als hij praat beweegt hij met zijn handen.
  • Hij fronste terwijl hij naar beneden keek.
  • Hij fronste zijn wenkbrauwen om te laten zien dat hij twijfelde aan haar woorden.
  • Ze keek schichtig om zich heen.
  • Zijn stem trilde en klonk nerveus.
  • Terwijl hij praatte bewoog zijn hoofd.
  • Hij bloosde van schaamte.
  • Hij vind mij niet aardig want hij kijkt telkens weg als ik hem aankijk.
  • Hij schudde zijn hoofd dus was het er niet mee eens.
  • Zij knikte want ze is het er mee eens.
  • De Italiaan was erg tevreden; hij maakte een rondje met duim en wijsvinger: perfect!
  • De ene Griek vond het goed, hij zei “Ohkee.”. De andere niet, hij zei “Nee.”.
  • Zij gaat het doen, ze zei “Ja, ik doe het wel.”.
  • De Pakistaan schudde zijn hoofd, dus bedoelde nee.
  • De Arabier gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De Japanner gaf geen hand aan de mevrouw, hij had geen respect.
  • De flipover heeft witte bladen van papier.

Klik hier voor een antwoordindicatie.

Dus:

WAARNEMING -> Betekenis geven -> MINDREAD

Feitelijk en objectief -> Betekenis geven -> Jouw werkelijkheid en subjectief

Werkelijkheid -> Betekenis geven -> Waardeoordeel en overtuiging

Accessing cues – toegangsignalen en -aanwijzingen

Overzicht BMIR’s (generaliserende mindreads)

Visueel Auditief (At en Ad) Kinestetisch (K en O/G)
Ademhaling Hoog, snel, onregelmatig Middenrif Diepe buikademhaling, langzamer
Gezichtsuitdrukking Ogen dichtknijpen Gefronste wenkbrauwen Ontspannen spieren
Stem Hoge neusklanken Stiltes, afgemeten, nadrukkelijk Laag, vanuit de adem
Tempo Snel, opgewonden Ritmisch Langzamer
Houding Rechte rug, kin omhoog Hoofd naar rechts beneden gebogen Hoofd naar links beneden, rug iets in elkaar gezakt
Gebaren Naar boven wijzen, in de ogen wrijven Kin in hand, rond oren wijzen Handen op de buik leggen, denkbeeldige handelingen uitvoeren

Eye accessing cues (oogpatronen)

In het diagram hieronder kan je de oogpatronen van iemand afleiden. Het is zo getekend alsof dit het gezicht is van iemand die jou aankijkt. De oogpatronen hieronder gelden voor de meeste rechtshandige mensen (standaard georganiseerd mens).

LET OP: KALIBREREN IS BELANGRIJK!

Eye accessing cues (oogpatronen)

Eye accessing cues (oogpatronen)

De ogen kunnen ook recht vooruit staan, uit focus (down-time; intern gericht), al dan niet met vergrote pupillen. Dat duidt op snelle toegang naar (directe) zintuiglijke informatie, voornamelijk visueel.

  • VC: visueel geconstrueerde beelden (ogen op recht); vaag, flitsend, duidelijk verbeelden, heldere toekomst
  • VR: visueel herinnerde beelden (omhoog verlaten ogen); fotografisch geheugen, totale herinnering, toekomstvisie, schitterend perspectief, opnieuw bekijken, kleurrijk geheugen.
  • ACt: Auditief geconstrueerde geluiden of woorden, tonaal (ogen horizontaal en aan het recht); repeteren, woorden zeggen.
  • ARt: Auditieve herinnerde geluiden of woorden (ogen horizontaal en aan de linkerzijde); woorden herhalen die gehoord zijn.
  • K: Kinestetische sensaties en gevoel (intern en extern, ook reuk en smaak, ogen onderaan recht); voelen, aanraken, warm, soepele tred, kietelen.
  • AD: Auditieve geluiden of woorden (ogen onderaan de linkerzijde); interne dialoog, praten tegen jezelf, “aha”

Vragen stellen om oogpatronen te kalibreren

VR

  • Welke kleur heeft je favoriete boek?
  • Welke kleur heeft het huis van de buren?
  • Is er een ronde tafel in je huis?

VC

  • Hoe ziet een zebra eruit met paars/oranje haar?
  • Hoe ziet een mier eruit met roze sokjes aan?
  • Wat ga je morgen doen?

AR

  • Hoe klinkt je favoriete instrument?
  • Hoe klinkt volledige rust en stilte?
  • Wat klinkt harder: jouw deurbel of een claxon?

AC

  • Hoe klinkt een piepende muis in een windtunnel?
  • Hoe zou een dweilorkest klinken op Mars?
  • Hoe klinkt mijn stem, als ik zou praten zoals Mickey Mouse?

AD

  • Hoe doe jij de dingen ‘s ochtends?
  • Wat zeg je tegen jezelf als je thuiskomt?
  • Hoe poets jij je tanden?

K

  • Hoe voelt het als je in de zon ligt?
  • Hoe voelt je rechtervoet aan als die slaapt?
  • Welke sok zit beter, die van je rechter- of van je linkervoet?

Bij onduidelijke oogpatronen kan je meer gedetailleerde vragen stellen. Vooral vragen met een vergelijking of contrast: Welke … is (vergelijking), … of …? Bijvoorbeeld Welke kleur is donkerder, bastogne- of ontbijtkoek?

Oefening Vragen om oogpatronen te kalibreren

Geef aan of de onderstaande vragen Vc, Vr, Ac, Ar, K (O,G) of Ad zijn

  • Hoe zou je huis er uit zien met roze verf?
  • Welke kleur had het haar van je moeder, toen je haar voor het laatst zag?
  • Ben jij je bewust van deze vraag?
  • Hoe gaat de melodie van je favoriete lied?
  • En hoe zou je favoriete lied klinken met kerstklokken op de achtergrond?
  • Hoe voelen smeltende sneeuwballen in je hand?
  • Wat zeg je nu tegen jezelf?
  • Hoeveel ramen heeft je huis?
  • Hoe klinkt een muntje dat op straat valt?
  • Hoe klinkt een grote sneeuwbui die in zee valt?
  • Hoe zou jij er uit zien met haar van goud?
  • Heb je voor meer ramen dan achter?
  • Wat zou beter zijn: je huis paars met witte stippen, of met rode strepen?
  • Welke kleur heeft je voordeur?
  • Wat zeg jij tegen jezelf net voordat je de fiets neemt?
  • Heb je een ronde spiegel in huis?
  • Hoe klinkt de zee?
  • Hoe zag vorig jaar de leukste kerstkaart er uit?
  • Hoe klinkt Donald Duck nadat hij een ballon met helium heeft ingeademd?
  • Hoe zal het voelen om op de maan te dansen?
  • Hoe smaakt je favoriete eten?
  • Hoe ziet de kaft van je favoritete boek er uit?
  • Hoe klinkt een krijtje op een schoolbord?
  • Hoe smaakt een grote hap watten?
  • Wat zeg jij tegen jezelf wanneer je een complimentje krijgt?
  • Wat zeg je tegen jezelf wanneer je voor de koelkast staat?
  • Wat vindt je van deze vragen?
  • Realiseer jij je wat hier nu gebeurd?
  • Hoe zie jij er uit als een teletubbie?
  • Hoe zou je kamer er uit zien wanneer deze blauw was?
  • Welke kleur had de kamer waar je bent opgegroeid?
  • Wat was het laatste wat ik gezegd heb?
  • Hoe voelt het wanneer je in een plas stampt?

Speciale oogwaarnemingen

  • Je kan aan de ogen zien of iemand ‘naar binnen gekeerd is’. Dat is het moment om ruimte voor nadenken te geven, of suggesties te geven (korte trance-staat).
  • Je kan aan de ogen zien waar iemand naartoe kijkt (richting) wanneer deze zich iets voorstelt: ver weg, dichtbij, hoog, laag etc.
  • TransDerivational Search (TDS): verwilderde oogpatronen, geeft aan dat iemand informatie zoekt, in verwarring is, en/of probeert betekenis te geven. Checken of na de TDS de informatie is gevonden, dan wel betekenis is gegeven kan handig zijn. Wederom een goed moment voor suggesties (korte trance-staat). Merk wat er gebeurt:
    • Je doet het weer, of niet soms…?
    • Misschien denk je aan de gedachten die je gisteren had…?
    • De vele kleuren die fruit kan hebben…
    • Er zijn leuke momenten geweest, nietwaar…?
    • Je bent nog iets vergeten, nietwaar…?
    • Wat is het dat je nu niet kan herinneren…?
    • Jij kan je beseffen dat je nu met een glimlach is altijd leuk…
    • Rijk zijn is een staat zijn zegt het woordenboek…
Posted by Rutger in NLP handleiding

Samenvatting didactische vaardigheden (conventioneel)

Algemeen

Leerprincipes:

  • “Weet waarom je leert” principe (wat en waarom), meer motivatie
  • Aanknoopprincipe (bij ervaringen en kennis aansluiten), beter begrip
  • Plezierprincipe, motiveert deelnemer
  • Terugkoppelingprincipe, controleren en bijsturen van het leerproces
  • “Oefening baart kunst” principe, oefenen is herhalen (onthouden) en toepassen.
  • Activiteitsprincipe, actief toepassen van stof

Didactisch model

Leerproces

Leerproces

Lesvoorbereiding

Stappen lesvoorbereiding

  • Leerdoelen
  • Beginsituatie
  • Leerinhoud
  • Werkvormen
  • Hulpmiddelen
  • Lesplan
  • Praktische voorbereiding

Leerdoelen

Algemene leerdoelen: leerdoelen in groter geheel

Specifieke leerdoelen: leerdoelen binnen een les

Typen leerdoelen:

  • Vaardigheidsdoelen (psychomotorische doelen); indien deelnemers bepaalde (denk)handelingen moet leren verrichten
  • Kennisdoelen (cognitieve doelen); indien deelnemers bepaalde informatie of kennis moeten begrijpen en/of onthouden
  • Houdingsdoelen (attitudedoelen); indien deelnemers bepaalde (positieve) houding moet verwerven of bepaalde gevoelens moet tonen

Leerdoel eisen

  • Beschrijft het gedrag aan het eind van de les of opleiding
  • SMART gedefinieerd
  • Voorwaarden bevatten waaronder het gedrag vertoond moet worden
  • Bereikbaar zijn

Beginsituatie

Hoe is de beginsituatie van de deelnemers?

Hoe groot is de groep

Wat is de achtergrond van de deelnemers (toelatingseisen)

Wat zijn de randvoorwaarden waaronder ik les moet geven?

  • Tijdstip
  • Inrichting lokaal
  • Kwaliteit en aanwezigheid hulpmiddelen

Aansluiten van les op beginniveau

Indien beginsituatie niet goed is ingeschat, improviseren:

  • deelnemers lesinhoud laten presenteren
  • tekst laten lezen als uitgangspunt voor verdere les
  • vragen inventariseren
  • oefeningen laten maken die achter de hand zijn

Leerinhoud

Leerinhoud kiezen

  • Bepaal welke leerinhoud noodzakelijk is om leerdoel te bereiken
  • Bepaal wat er gebeurt indien leerinhoud wordt weggelaten

Leerinhoud structureren

  • bepaal stappen
  • bepaal volgorde stappen
    • logisch
    • doelgroep (niveau, belevingswereld)
    • didactisch (makkelijk >> moeilijk)
    • praktische omstandigheden
    • persoonlijke voorkeur
  • bepaal per stap wijze van controle

Lesopbouw bepalen

  • Inleiding; 5 tot 10 minuten
  • Aandacht trekken (motiveren)
  • Doel van les aangeven
  • Relevantie van les vermelden
  • Programma van les aangeven
  • Toetsen van beginsituatie / voorkennis ophalen
  • Kern
  • Motiveren
  • Begrijpen
  • Onthouden
  • Toepassen
  • Controleren / bijsturen
  • Afsluiting
  • Samenvatten
  • Relevantie herhaling
  • Behalen leerdoelen controleren
  • Vooruitblikken

Werkvormen

Werkvorm Demonstratie en oefening

  • Geschikt voor vaardigheidsdoelen voor aanleren concrete handelingen
  • Leerinhoud verbaal, motoriek en visueel overbrengen
  • Bestaat uit voordoen en na laten doen
  • Alleen geschikt voor kleine groepen

Aandachtspunten

  • Analyseer de taak; verdeel in stappen; 1 maal normaal voordoen, dan 1 maal vertraagd met verbale ondersteuning; Nadoen eerst vertraagd met ondersteuning en aanwijzingen, nogmaals herhalen met verbale ondersteuning door student, normaal tempo herhalen
  • Zorg voor goede demonstratie (iedereen zichtbaar)
  • Zorg voor materialen (voldoende; pas uitdelen na demonstratie)

Werkvorm Doceren

  • Geschikt voor het behalen van kennisdoelen
  • Leerinhoud verbaal overdragen
  • Bestaat uit de leerinhoud uitleggen door docent
  • Geschikt voor grote groepen met gelijke beginsituatie / voorkennis

Aandachtspunten

  • Breng structuur aan; gebruik daarbij media
  • Sluit aan bij deelnemer
  • Controleer regelmatig op begrip
  • Houdt het boeiend
  • Beperk de informatie
  • Maak het niet te lang (aandacht neemt af na 10 minuten)
  • Maak afspraken over vragen (tijdens of achteraf)

Werkvorm Onderwijsleergesprek

  • Leerinhoud wordt verbaal overgebracht
  • Bestaat uit het voeren van een gestuurd gesprek waarbij de deelnemers aan het denken worden gezet volgens een stramien van voorbereide vragen
  • Geschikt voor groepen de reeds enige voorkennis hebben

Aandachtspunten

  • Gebruik open vragen
  • Breng denkproces bij deelnemer op gang
  • Stel 1 vraag tegelijk
  • Geef gelegenheid om over een vraag na te denken
  • Herformuleer de vraag bij onvoldoende antwoord (vraag alleen herhalen indien niet goed verstaan; beantwoord de vraag zelf niet)
  • Herhaal de goede elementen uit een onvoldoende antwoord
  • Vraag door (nader verklaren of aanvullen)
  • Speel doorvragen door in groep
  • Plaats antwoorden in groter verband
  • Geef duidelijke feedback (niet door het herhalen van een letterlijk antwoord)
  • Vat tussentijds samen
  • Maak gebruik van aanwezige voorkennis
  • Dwaal niet af, verzand niet in discussie
  • Gebruik hulpmiddelen
  • Geef beurten om aandacht te verdelen
  • Maak gebruik van analyse-, synthese- en evaluatievragen.

Werkvorm Opdrachten

  • Geschikt voor alle typen leerdoelen
  • Geschikt voor groepen waarbij benodigde voorkennis als uitgangspunt aanwezig is
  • Bestaat uit het laten uitvoeren van opdrachten (individueel of groepjes) met assistentie / controle van opleider

Soorten opdrachten:

  • Reproductie opdrachten; gesloten opdrachten om te controleren of de leerinhoud duidelijk is (leerinhoud laten herhalen)
  • Verwerkingsopdrachten; opdrachten welke toepassing van de leerinhoud afdwingen
  • Probleemgerichte opdrachten; waarbij de wijze van oplossing belangrijk is
  • Zoekopdrachten
  • Analyse opdrachten
  • Beslisopdrachten
  • Creatieve opdrachten; waarbij een unieke eindsituatie moet worden bedacht

Aandachtspunten

  • Zet opdracht op papier, benoem criteria en procedure
  • Neem de tijd om opdracht over te brengen
  • Geef het doel aan
  • Geef het eindproduct aan
  • Geef de tijd aan
  • Controleer of de opdracht helder is
  • Zorg voor materiaal
  • Begeleid tijdens de opdracht
  • Zorg dat iedereen actief is
  • Leg indien nodig het proces stil
  • Geef feedback op de resultaten
  • Resultaatmelding
  • Kwalitatieve informatie
  • Vervolgafspraken
  • Herhaal indien nodig de theorie

Lesplan

Lesplan voorbeeld

Lesplan voorbeeld

Praktische voorbereiding

Lange termijn:

  • voorbereiden materiaal en hulpmiddelen
  • schrijven flapovers
  • kopiëren van teksten
  • verkrijgen materiaal, modellen etc.

Korte termijn:

  • ruim op tijd aanwezig
  • lokaalopstelling, meubels en presentatiemiddelen
  • controleer schrijfmateriaal hulpmiddelen
  • instellen en aansluiten hulpmiddelen
  • Koffie e.d. controleren

Lesgeven

Motivatie

  • Intrinsiek gemotiveerde deelnemer: leren om de stof te beheersen (dit is het doel; wil dit leren)
  • Extrinsiek gemotiveerde deelnemer: leert om de stof als middel in te kunnen zetten (derde doel; moet dit leren)

Motivatoren

  • afwisseling in de les
  • relevantie vermelden
  • pakkende voorbeelden gebruiken
  • enthousiast zijn
  • humor

Toetsen

Formele toetsing: meet het eindresultaat

Continue toetsing: doorlopend toetsen of de deelnemers volgen

  • vragen (laten) stellen
  • samenvatting (laten) geven
  • opdrachten geven
  • O.L.G. voeren
  • Handelingen laten verrichten
  • Non-verbale signalen (gefronste wenkbrauwen) oppikken

Aandachtspunten tijdens de les

  • sluit bij beginsituatie aan
  • schakel de deelnemers zoveel mogelijk in
  • wees overtuigend en enthousiast
  • sta zoveel mogelijk tijdens de les, beweeg
  • spreek duidelijk, las af en toe een rustpauze in
  • verklaar jargon
  • moedig de deelnemer aan
  • observeer de groep, probeer oogcontact te krijgen
  • maak duidelijke afspraken met deelnemers
  • wees consequent

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

Combineer gevoelens tot een nieuw gevoel

  1. Eliciteer een goed gevoel, en versterk het zo goed mogelijk. Laat het gevoel achter in gedachten.
  2. Doe stap 1 nog twee keer, zodat er 3 verschillende sterke goede gevoelens achter in gedachten zijn.
  3. Neem nu uit elk van de drie gevoelens het beste (die sensaties van elk gevoel die het beste voelen), voeg ze samen, en creëer hieruit een nieuw gevoel.
  4. Neem dit nieuwe gevoel, en creëer nieuwe stemmingen en nieuw gedrag in de toekomst.

In plaats van in gedachten, kan je natuurlijk ook met plaatsankers werken, waarbij je overlappende cirkels maakt (per cirkel een gevoel), en waarbij je na drie keer linksom de cirkels doorlopen te hebben, in de overlap van de cirkels de doorsnede van de gevoelens laat ontstaan.

Posted by Rutger in NLP handleiding

End state energy

End State Energy (ESE) is de energie die je zal voelen, de staat waarin je komt, wanneer je al je doelen en gewenste resultaten, of een groot specifiek doel of resultaat, hebt behaald. Door je voor te stellen dat je daar al bent, kan je in die staat komen. Wanneer we daarmee beginnen zullen de resultaten en doelen vanzelf komen. Werken vanuit je passie.

 

Leren wij gewoonlijk dat de stappen als volgt zijn:

-> Doel stellen -> Werken en doen -> leidt tot Hebben -> leidt tot Zijn

De ESE aanpak werkt als volgt:

-> Doel stellen -> Zijn -> leidt tot Werken en doen -> Hebben.

 

Hoe doe je dit? Ga naar de toekomst waar je het doel hebt behaald. En wordt gewaar welke staat daarbij hoort, NU. Deze manier zorgt er voor dat (grote) doelen langer en beter energie geven.

 

  • Maak contact met het (eind-)doel, of een grote wens.
  • Vraag: “Hoe zal jij jezelf ervaren wanneer je dit doel volledig hebt bereikt? Zie jezelf in die situatie, en voel de gevoelens van succes in je lichaam.”. Kalibreer, en (laat) ankeren. Dit is de ESE.
  • Vraag (gebruikmakend van de ESE staat): “Wat is de kleinste eerstvolgende haalbare stap die je nu kan nemen in de richting van het vervullen van dit doel?”. Zorg voor goede outcome (denk aan de outcome-voorwaarden).

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

Veranderen van Metaprogramma’s

Neem uitgebreid de tijd om een dergelijke wijziging door te voeren!

Denk in dagen en weken, niet in uren…

Metaprogramma’s zitten tussen Identiteit en Waarden. Dat betekent dat wijziging aan de metaprogramma’s een sterk en breed effect heeft naar waarden, overtuigingen, vaardigheden, gedrag en omgeving. Het is een persoonlijkheidswijziging. Heb dus een goede reden om op dit niveau wijzigingen door te voeren, en zorg voor uitgebreide ecologische check.

Mapping across

Indien een Metaprogramma bekend is bij de coachee, doordat deze in een bepaalde context een ander metaprogramma gebruikt, dan kan je over de contexten heen het nieuwe metaprogramma installeren met Mapping Across.

Verander Metaprogramma techniek

Wanneer het metaprogramma niet bekend is bij de coachee, dan kan je deze techniek gebruiken.

 

1) Identificeer het huidige metaprogramma dat je wilt wijzigen

a) Creëer een plaatsanker (1) voor de huidige situatie

b) Eliciteer de volledige context wanneer, waar, met wie het huidige metaprogramma beperkt.

c) Eliciteer hoe deze beperking beperkt.

 

2) Beschrijf het gewenste metaprogramma volledig

a) Eliciteer wanneer, waar en met wie je dit nieuwe metaprogramma actief zou willen hebben, om je perceptie, bewustzijn en aandacht te sturen.

b) Eliciteer hoe dit effectiever is, en hoe dit beter ondersteund.

 

3) Probeer het programma uit

a) Creëer een nieuw plaatsanker (2) voor het nieuwe programma

b) Stap in het plaatsanker, en associeer volledig met het nieuwe programma

c) Probeer het uit in het sorteren, in je perceptie, met je aandacht, met je denken, met je gevoel, etc.

d) Wees bewust van hoe het voelt, hoe dingen er uit zien, welke gedachten ontstaan. Voel je vrij om rond te lopen om te ervaren hoe je dit nieuwe programma ervaart. Verwacht enig ongemak omdat het een nieuwe manier is. Bemerk of er andere gevoelens, naast dit ongemak, opkomen.

e) Doorloop in gedachten enkele contexten en situaties waarin dit programma je beter zou kunnen ondersteunen.

 

4) 1e ecologie controle

a) Stap uit de uitprobeerervaring, en ga naar een nieuwe plek (plaatsanker 3), de ervaring achter latend.

b) Stap in de 3e waarnemerspositie, en evalueer van een afstandje de uitprobeerervaring.

c) Controleer wat er goed gaat

d) Ga, vanuit deze 3e positie, na wat deze wijziging betekent op het niveau van Omgeving, Gedrag, Vaardigheden, Overtuigingen en Waarden

e) Ga, vanuit deze 3e positie, na wat dit betekent op Identiteitsniveau.

f) Ga na welk effect dit heeft over de contexten heen, op andere contexten en op andere mensen

g) Ga na wat dit voor effect heeft op je Missie

 

5) 2e ecologie controle

a) Stap terug in plaatsanker 1, en associeer met de huidige situatie

b) Identificeer welke goede lessen in het oude metaprogramma zitten, welke goede intenties vervuld dienen te worden, wat het oude metaprogramma opleverde.

c) Zet een communicatiekanaal op met je onbewuste, en vraag je onbewuste of er bezwaren zijn om deze verandering te maken, dan wel of er bezwaren zijn om deze verandering op deze manier te maken.

d) Geef jezelf de tijd die je nodig hebt om eventuele nieuwe gedachten of bezwaren te bekend te laten worden.

e) Bevestig de nieuwe gedachten of bezwaren, en bedank je onbewuste voor het kenbaar maken.

 

6) Zorg voor de ecologie met bekende NLP technieken

a) Stel ALLE goede lessen veilig

b) Vervul ALLE goede intenties

c) Stel ALLE oude winsten veilig

d) Los ALLE eventuele conflicten op

e) Los ALLE eventuele bezwaren op

f) Maak het een congruent geheel

g) Na het maken van ALLE aanpassingen in deze 6e stap:

– Wanneer het effect heeft op het huidige Metaprogramma, ga verder met stap 1

– Wanneer het effect heeft op het gewenste Metaprogramma, ga verder met stap 2

– Anders: ga verder met stap 4

h) Enkel wanneer je beide ecologiechecks hebt gedaan, en er zijn geen aanpassingen nodig, ga verder met stap 7.

 

Stop hier indien sommige ecologiepunten niet worden opgelost.

 

7) Toestemming

a) Geef jezelf toestemming om het nieuwe metaprogramma gedurende een aantal uur of een aantal dagen (maximaal 1 week) te gebruiken.

b) Maak de interne overeenkomst dat je aan het einde van deze periode bepaalt of je deze periode verlengt, terugschakelt naar het oude programma of definitief kiest voor dit nieuwe programma.

c) Installeer het nieuwe metaprogramma door simpelweg jezelf de toestemming te geven om het te gebruiken.

d) Versterk de installatie

– ga naar plaatsanker 2, associeer volledig, en vindt een symbool of woorden die de volledige ervaring representeren.
– Neem het symbool of de woorden mee naar plaatsanker 1, en accepteer de volledige bewuste integratie van het symbool of de woorden. Sta het onbewuste toe om dit volledig te organiseren, en sta jezelf toe het nieuwe programma te ervaren.

 

8) 3e ecologie controle

a) Stel zeker dat alles goed is, en dat je gemotiveerd bent en uitkijkt naar het gebruik van dit nieuwe metaprogramma, gedurende de afgesproken tijd.

b) Wanneer er nog last-minute ecologische kwesties opkomen, bevries de toestemming, breng het symbool of de woorden terug naar plaatsanker 2, en associeer met plaatsanker 1 (de originele staat). Vervolgens ga je verder met stap 6.

 

9) Future pace

a) Doorloop zoveel diverse toekomstige contexten en situaties als je wilt.

b) Keer terug naar het heden en geniet van je nieuwe metaprogramma

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

NLP Metaprogramma’s

Metaprogramma’s geven informatie over hoe we onze aandacht richten, hoe we met onze wereld omgaan, hoe we waarnemen en hoe we met informatie filteren. Metaprogramma’s behoren tot de onbewuste filters (zie NLP communicatiemodel), en bevinden zich in de neurologische niveau’s van Dilts tussen IDENTITEIT en WAARDEN, en zijn dus rol- en context-gebonden. Metaprogramma’s liggen niet vast, en kunnen veranderen.

  • Vaste patronen in waarnemen, denken en voelen die we laten zien in ons (non-) verbaal gedrag.
  • Vaste patronen die ons in vergelijkbare situaties steeds hetzelfde laten reageren.
  • Onbewust, stress- en contextgebonden.
  • Metaprogramma’s zijn niet zwart-wit, maar grijstinten (verdeling en indeling op een schaal)
  • Aansluiten bij metaprogramma verfijnt rapport.
  • Diversiteit van metaprogramma’s binnen een team verhoogt teamprestatie.
  • Kennen van de metaprogramma’s (met name de originele Jung-typologie) levert een schat aan informatie op bij het begrijpen van jezelf en anderen, het in kaart brengen van problemen en doelen bij coaching.
  • Bij het modelleren zijn de metaprogramma’s een bron van informatie over de wijze van filteren.
  • Verschil in metaprogramma’s kan leiden tot verschil in resultaat bij dezelfde strategie.

Misschien dat je denkt dat iets nieuws is, maar de voorkeur van zintuigsysteem is een metaprogramma dat je (wellicht) al kent.

Basis metaprogramma’s (Jung typologieën)

Extern gedrag (energie voorkeur)

Houding in de richting van de buitenwereld. Hoe mensen energie krijgen en gebruiken.

Wanneer het tijd is om je mentale batterij op te laden, geef je er dan de voorkeur aan om alleen te zijn (Introvert), of met mensen (Extravert)?

 

Introvert          25% (ervaring spiegelend aan MOW, rustig, concentratie, schriftelijk)

  • Houdt van een rustige omgeving om zich te concentreren
  • Interesse in achtergronden, theorieën en concepten.
  • Handelt doordacht, soms afwachtend, houdt van onafgebroken werken
  • Houdt niet van interrupties
  • Nieuwe ideeën door rustig na te denken
  • Denkt na voor een antwoord of reactie, rustig en ingetogen
  • Houdt van tweegesprekken met doordachte standpunten en conclusies
  • Liever schriftelijk dan mondeling

Extravert         75% (ervaring spiegelend aan omgeving, initiatief, expressief, mondeling)

  • Houdt van afwisseling en actie
  • Interesse in praktische uitvoering en hoe anderen iets doen
  • Handelt snel en soms impulsief, houdt van opschieten
  • Houdt van onderbrekingen
  • Nieuwe ideeën door gesprekken
  • Reageert snel, zonder lang nadenken, enthousiast en luidruchtig
  • Houdt van groepsgesprekken en brainstormen
  • Liever mondeling dan schriftelijk

Intern proces (aandachtsvoorkeur)

Hoe nemen we informatie tot ons? Verzamelen en opnemen.

Als je een bepaald onderwerp gaat bestuderen, zou je dan meer geïnteresseerd zijn in de feiten en toepassingen daarvan (Sensor), of zou je meer geïnteresseerd zijn in de ideeën en de relatie tussen de feiten en de toepassingen daarvan in de toekomst (iNtuitor)?

 

Sensor            75% (zintuigen, realist, praktisch, details, feiten)

  • Werkt het liefst op basis van opgedane ervaring en een vast, bekend patroon
  • Plezier in toepassen van goed ontwikkelde kennis en vaardigheden
  • Mate van wantrouwen naar eigen ingevingen en inspiratie
  • Zeer accuraat
  • Houdt van praktisch bezig zijn
  • Goed oog voor detail, en onderbouwt met feiten
  • Houdt van stabiliteit en geleidelijk veranderen
  • Vraagt vooral om feitelijke onderbouwing
  • Vraagt om praktische en realistische toepassingen
  • Geeft voorbeelden uit eigen ervaring
  • Waardeert kritiek en suggesties mits eerlijk en bruikbaar
  • Ordelijke stap-voor-stap benadering
  • Werkt volgens agenda; wijkt liever niet af
  • Verwijst naar specifieke voorbeelden

iNtuitor            25% (intuïtie, dromer, creatief, betekenis, verbanden, ideeën)

  • Houdt van aanpakken/oplossen van nieuwe ingewikkelde zaken en problemen
  • Plezier in het aanleren van nieuwe kennis en vaardigheden
  • Laat zich makkelijk leiden door eigen ingevingen en inspiratie
  • Houdt niet van nauwkeurig en zorgvuldig controleren van feitelijke informatie
  • Houdt van vernieuwend bezig zijn
  • Goed oog voor de grote lijn, en benadert vanuit globaal overzicht
  • Houdt van regelmatige en radicale verandering
  • Vraagt vooral om een algemeen kader, de grote lijn
  • Stelt toekomstmogelijkheden aan de orde
  • Geeft graag eigen inzicht en visie
  • Waardeert kritiek en suggesties die origineel zijn, of een nieuw perspectief bieden
  • Laat ruimte voor veel invalshoeken
  • Geen probleem met afwijken van agenda
  • Verwijst naar algemene concepten

Interne staat (beslissingsvoorkeur)

Hoe krijgen we toegang tot states (stemmingen) en hoe nemen we beslissingen.

Denk aan een werksituatie waarin je problemen had. Denk aan een werksituatie waarin je gelukkig was. Wanneer je een beslissing neemt in een werksituatie, is deze dan meer gebaseerd op argumenten en logica (Thinker) of op persoonlijke waarden (Feeler)?

 

Thinker           45% V, 55% M (denken, vastberaden, analytisch, redelijk)

  • Komt via een logische, analytische weg tot besluiten / conclusies
  • Kan ook presteren in minder harmonieuze omgeving
  • Kan ongewild gevoelens kwetsen, zonder dit zich bewust te zijn
  • Neemt beslissingen op basis van zakelijke overwegingen
  • Standvastig in denken en kritische instelling
  • Normatief, en handelt vanuit algemene (erkende) principes
  • Kort en bondig
  • Ziet graag concrete voor- en nadelen op een rijtje
  • Reageert intellectueel, objectief en kritisch
  • Laat zich overtuigen door ratio in argumentatie
  • Presenteert doel en te bereiken resultaten eerst
  • Gevoelens en emoties van anderen zijn feiten om rekening mee te houden
  • Gericht op inhoud

Feeler             55% V, 45% M (voelen, sympathiek, normen en waarden, zachtmoedig)

  • Besluit op basis van waardeoordelen
  • Werkt best in harmonieuze omgeving
  • Doet graag een plezier, is graag ter wille, ook met kleine dingen
  • Laat zich makkelijk beïnvloeden door persoonlijke wensen en voorkeuren
  • Wil graag sympathiek overkomen, houdt niet van corrigerend of kritisch optreden
  • Evalueert en handelt vanuit normen en waarden
  • Houdt van dialoog in ontspannen sfeer
  • Hoort graag de waarde en menselijke impact van verschillende alternatieven
  • Reageert gevoelsmatig, subjectief, waarderend, vanuit een interpersoonlijke focus
  • Laat zich overtuigen door persoonlijke betrokkenheid en enthousiasme
  • Presenteert gemeenschappelijke punten en belangen eerst
  • Rationele objectiviteit is iets dat nog op waarde moet worden getoetst
  • Gericht op relaties

Adaptie operator (levensvoorkeur)

Hoe we ons aanpassen aan de omgeving en hoe we ons leven inrichten

Als wij samen een project zouden doen, zou je er dan de voorkeur aan geven dat het project gepland en keurig uitgewerkt was (Judger), of zou je er de voorkeur aan geven dat we in de gelegenheid waren om heel flexibel te zijn in het project (Perceiver)?

 

Judger            50% (beoordelen, plannen, systematisch, past leven aan zichzelf aan)

  • Voorkeur voor plannen en volgens plan uitvoeren
  • Ziet nieuwe dingen en nodige wijzigingen makkelijk over het hoofd
  • Zorg voor goed regelen en afronding
  • Tevreden wanneer beslissing is genomen of conclusie is bereikt
  • Snelle beslisser
  • Zoekt structuur en systematiek
  • Ordelijke planning, tijdplanning, harde deadlines
  • Probeert verrassingen te vermijden
  • Verwacht doorzettingsvermogen
  • Geen onduidelijkheid over standpunten en beslissingen
  • Praat in termen van resultaat, vorderingen, zinvolheid, koers
  • Sterk gericht op taken

Perceiver       50% (waarnemer, op je af laten komen, flexibel, past zich aan het leven aan)

  • Flexibel in werk en past zich aan omstandigheden aan
  • Stelt onplezierige taken uit
  • Houdt ruimte voor aanpassingen
  • Nieuwsgierig van aard, blij met nieuwe invalshoeken
  • Stelt beslissingen makkelijk uit op zoek naar alternatieven en opties
  • Past zich makkelijk aan, heeft verandering nodig
  • Geen moeite met plannen en tijdsplanning; wel met harde deadlines
  • Houdt van verrassingen en improviseert veel
  • Verwacht aanpassingsvermogen
  • Ziet beslissingen en standpunten als voorlopig
  • Praat in termen van mogelijkheden, kansen, onafhankelijkheid en flexibiliteit
  • Sterk gericht op samenwerking, met name op afstemming

Temperament

Met de basismetaprogramma’s kunnen 4 zogenoemde temperamenten worden onderscheiden. Een kort overzicht van deze temperamenten hieronder:

Believer – SP Traditionalist – SJ Rationalist – NT Idealist – NF
Doen Erbij horen Begrijpen Van betekenis zijn
Direct Verantwoordelijk Visie Charisma
Pragmatisch Georganiseerd Intelligent Creatief
Impulsief Dienstbaar Onafhankelijk Gevoelig
Spontaan Nauwgezet Analytisch Inspiratie
Avontuurlijk Grondig Helder Bevlogen
Tactische kracht Logistieke kracht Strategische kracht Diplomatieke kracht
Kernbehoefte SP Kernbehoefte SJ Kernbehoefte NT Kernbehoefte NF
Vrijheid van handelen Lidmaatschap of er bij horen Meesterschap of zelfbeheersing Betekenis en gewicht
Vermogen om invloed te hebben Verantwoordelijkheid of plicht Kennis en bekwaamheid Unieke identiteit

 

Andere metaprogramma’s

Richting filter

Benaderen: bepaald makkelijk het doel, en ziet soms risico’s over het hoofd. Denkt vooruit, is doelgericht, positieve energie, wil bereiken. Soms te veel initiatieven tegelijk, soms dingen niet afmaken.

Vermijden: Bewust van risico’s, veiligheid is belangrijk. Kan risico’s goed herkennen en inschatten. Soms overdreven voorzichtig. Soms moeite met nieuwe ervaringen; is sneller verward.

Redenfilter

Mogelijkheid: Ziet mogelijkheden. Kan, mag en wil. Heeft ruimte. Heeft keuzes. Mist soms begrenzing. Soms gebrek aan motivatie. Goed in ontwikkelen procedures. Gelooft dat er betere manieren zijn.

Noodzakelijkheid: Moet, het hoort zo, noodzaak. Er zijn regels, er is houvast. Beperkend als je geen keuze hebt. Goed in volgen procedures. Doet dingen graag “op de juiste manier”.

Referentiekader filter

Intern: Baseert beslissingen op eigen oordeel, gevoelens en mening. Blijft gemotiveerd, ook met weinig feedback en schouderklopjes. Soms te weinig luisteren naar goede raad en adviezen. Beslist makkelijk.

Extern: Hecht veel waarde aan mening van anderen. Neemt beslissingen op concrete feiten, bewijzen en gevoel van anderen. Kan stress ervaren bij weinig feedback. Kan besluiteloos zijn. Vraagt voortdurend om advies en gebruikt dat naar eigen inzicht.

Overtuigingsfilter: zintuigen

Geeft weer hoe je deze persoon bij coachen (of verkopen 😀 ) het beste kan benaderen.

Zien overtuigt binnen V

Horen overtuigt binnen A

Lezen overtuigt door taal Ad

Doen overtuigt door K

Overtuigingsfilter

Geeft weer hoe je deze persoon bij coachen (of verkopen 😀 ) het beste kan benaderen, en hoe vaak herhaling nodig is.

Relatiefilter

Hetzelfde: leert door GOEDE voorbeelden na te doen. Wil dat de wereld gelijk blijft; conservatief. Houdt niet van verandering.

Verschillend: leert door FOUTEN te verbeteren. Houdt niet van stabiele en statische situaties. Progressief.

Extreem verschillend (mis-matchers) vertel je precies het tegenovergestelde van wat je wilt, om te bereiken wat je wilt.

Managementrichting filter

Iemand die de 1e vraag met nee beantwoord zal meer inhoudelijk advies en sturing nodig hebben bij coaching, dan iemand die daar ja antwoord. Door aan te sluiten bij deze overtuigingen bouw je beter rapport op. (“En ik weet dat jij weet wat zij nodig hebben om nog beter hun werk te doen, blablabla”)

Actiefilter

Proactief: Neemt vaak initiatief en handelt snel. Soms eerst doen, dan pas nadenken. Initieert. Kan impulsief zijn. Zorgt dat dingen gebeuren.

Reactief: Nadenkend en reflecterend. Neemt tijd om voor te bereiden, te analyseren en te begrijpen. Wacht soms te veel af, kan vervallen in denken zonder doen.

Affiliatiefilter (aansluiting)

Onafhankelijk speler (IK): Spreekt in termen van IK en wat het MIJ oplevert. Gaat er van uit dat mensen voor zichzelf zorgen. Werkt graag alleen. Zorgt goed voor zichzelf en raakt niet verstrikt in de problemen van anderen. Werkt niet gemakkelijk in teamverband. Kan soms onverschillig overkomen.

Teamspeler (WIJ): Zorgt dat iedereen zich goed voelt. Houdt veel rekening met anderen. Wil graag en goed samenwerken. Heeft de neiging anderen voor te laten gaan. Heeft soms moeite met zelfstandig beslissen.

Managementspeler (IK en ZIJ): Werkt graag met anderen, met een eigen duidelijke verantwoordelijkheid. Kan zowel samen als alleen werken. Heeft soms moeite met delen en delegeren van verantwoordelijkheid. Heeft soms moeite met erkenning van (het belang van) de rol van anderen.

Werkpreferentiefilter

Rapport: richt je aandacht op hetzelfde.

Primair interesse filter

Patronen in de inhoud geven aan waar de aandacht ligt. Rapport: richt je aandacht op hetzelfde.

Chunk size filter

Rapport: richt je aandacht op hetzelfde. Sterke overeenkomst met Sensing/iNtuition.

Dualisme filter

Zwart-wit: denkt in ja/nee. Duidelijk. Mist soms relativering en nuance.

Grijstinten: denkt in glijdende schalen. Kan ruimte laten voor interpretatie.

Tijdopslagfilter

In-time (in de tijdlijn): Perceiver. Leeft in het hier en nu, verdiept in het moment. Goede concentratie op taken, en emotioneel en mentaal betrokken. Kan de tijd uit het oog verliezen, en daardoor te laat zijn op afspraken.

Through-time (overzicht op verleden/heden/toekomst): Judger. Meestal op tijd voor afspraken. Goede planner. Geeft soms de indruk niet betrokken te zijn. Plannen maken en op tijd zijn kan belangrijker ervaren worden dan de ervaring zelf.

Informatieverwerkingsfilter

Belangrijk voor de aanpak tijdens een gesprek. Geef je mee en laat je bezinken, of is het dit gesprek waar het gebeurt.

Luisterstijl filter

Rapport: laat je spreken aansluiten bij de luisterstijl.

Spreekstijl filter

Rapport: laat je luisteren aansluiten bij de spreekstijl.

Modale operatoren van volgorde filter

De modale operatoren van volgorde geven de meest motiverende sequentie weer. Door deze structuur te gebruiken kan je motivatie installeren.

Planningsfilter

Opties: heeft graag keuzes en neemt alle opties mee. Overweegt alle opties, en geeft ook vaak keuzes aan anderen. Kan soms aarzelen, en beslissingen uitstellen tot het niet meer kan.

Procedures: Werkt vaak met schema’s en lijstjes om zaken ordelijk af te werken. Houdt niet van veel keuzes. Heel efficiënt en houdt zich aan de regels. Vindt soms de procedure belangrijker dan het werk, soms bureaucratisch en vertragend.

Tijdsoriëntatie filter

Ligt de focus op de voltooide tijd (verleden), de tegenwoordige tijd (heden) of op de toekomstige tijd (toekomst).

Verleden: wat was, kijkt naar het heden door de bril van het verleden, geen contact met de toekomst, geniet na.

Heden: wat is, kijkt naar wat zich hier en nu aandient, weinig contact met verleden en en toekomst, geniet van.

Toekomst: wat zal zijn, de toekomst bepaald het heden, moeite met zicht op heden en weinig/geen contact met het verleden, verheugd zich op.

Emotionele stress respons filter

Denken/gedissocieerd: weinig emotioneel betrokken, stress-bestendig, overzicht.

Voelen/geassocieerd: emotioneel betrokken, stress, hier en nu.

Aandachtsfilter

Sorted by self – IK: evalueert de communicatie op basis van eigen gevoelens, het eigen MOW staat centraal, aandacht is op zichzelf gericht, duidelijk in het stellen van eigen grenzen, weinig oogcontact, half luisteren, veel gebruik van “IK”, kan naar achteren leunen.

Sorted by others – DE ANDER: stemt af op anderen en hun criteria, het MOW van de ander staat centraal, betrekt reacties van anderen in de evaluatie van de communicatie, kan makkelijk over eigen grenzen heen gaan, veel oogcontact, aandachtig luisteren, veel gebruik “JIJ/U”, kan naar voren leunen.

Sorted by us – WIJ: Betrekt het handelen op het hele systeem, gaat uit van wat goed is voor het systeem. Ziet zichzelf als onderdeel van een groter geheel en werkt grensvervagend, veel gebruik “WIJ”.

 

 Tips voor metaprogramma’s

  • Het dualisme metaprogramma is een interessante. Zwart-wit denkers zullen submodaliteiten op verschillende plaatsen opslaan, terwijl grijsdenkers vaker een lijn of continuüm zullen ervaren.
  • Judgers gebruiken het T/F metaprogramma om te beoordelen. Perceivers gebruiken het S/N metaprogramma om waar te nemen.
  • Introverte personen die Voelen, voelen op basis van hun MOW, intern, en zijn (lijken) Denkers aan de buitenkant. Introverte personen die Denken, denken op basis van hun MOW, intern, en zijn (lijken) Voelers aan de buitenkant. Hierdoor krijgen Introverte personen veelal onjuiste feedback over hun denken/voelen uit hun omgeving.
  • Een letterlijke luisteraar zou complimenten van een afgeleide spreker kunnen missen.
  • Een afgeleide luisteraar zou kunnen ervaren dat welke vraag dan ook een verzoek tot actie is.
  • Scherpe vragen, metamodel vragen etc. kan je het beste zachter stellen (intonatie). Zachter verhoogt de aandacht enerzijds, vermindert weerstand anderzijds.

 

 

Posted by Rutger in NLP handleiding

De re-imprint

1.  Zoek-anker plaatsen.

Achterhaal en anker een recente ervaring van de persoon. Deze ervaring heeft en/of

  • Een negatief gevoel die in veel contexten voorkomt
  • Een context waar de persoon telkens in een impasse komt
  • Een beperkende overtuiging

2. Achterhaal hoe de tijdlijn voor iemand is.

“Als ik je zou vragen om in een richting te wijzen waar je verleden ligt, waarheen zou je die dan willen wijzen?…..(wacht tot de persoon reageert)

“En als ik je zou vragen om naar een punt te wijzen in je toekomst, waarheen zou je dan wijzen?……..(wacht tot de persoon reageert)

“En je heden, ligt deze dan voor je of heb je misschien het gevoel dat je erin zit?…….(wacht op het antwoord)

3. Zoekanker afvuren

“Dit gevoel heb je in je leven wellicht eerder ervaren”  [vuur het zoekanker af en laat iemand op de tijdlijn achteruit richting het verleden lopen naar de eerstvolgende ervaring, daar laat je het anker los]

”Waar is je eerstvolgende moment in tijd waar je dit eerder hebt gevoeld?”

[Kalibreer sterke reacties en zorg ervoor dat de persoon de volledige ervaring waarneemt]

Sta stil in dat moment op de tijdlijn en vraag:

”Hoe oud ben je, Waar ben je, Met wie ben je daar? Vertel wat er gebeurt.”

 [je ankert dit door op het zoekanker te stapelen en blijft dit afvuren tot de volgende gebeurtenis]

4. De vroegste gebeurtenis

Herhaal dit totdat de persoon is aangekomen bij de eerste gebeurtenis (de imprint periode ligt tussen 0 – 7 jaar). Laat het zoekanker los voordat de ander van de tijdlijn afstapt.

Wanneer er veel ervaringen zijn, kan je dit proces versnellen door de volgende vraag:

“Wanneer heb je dit gevoel voor het eerst meegemaakt, dat als je het nu oplost, dit jou de grootst mogelijke groei geeft…?”

Break state

5. Hulpbronnen

Vraag de persoon: ”Stap uit de situatie door naast de tijdlijn te gaan staan.”

Vanuit deze gedissocieerde metapositie vraag je de ander vanuit het nu:

“Hoe oud ben je daar?”

“Wie zijn daarbij?” (Achterhaal de belangrijkste personen in die gebeurtenis. Meestal heeft de ervaring te maken met een autoriteit; identificeer dus iedereen, vraag door of dat iedereen is)

“Welke positieve intentie heeft jouw jongere IK?”

“Welke hulpbronnen heeft jouw jongere IK hier nodig om congruent te kunnen blijven met de positieve intentie?”

Anker de hulpbronnen bij de jongere IK, gedissocieerd naast de tijdlijn. Ga vervolgens gedissocieerd naast de tijdlijn door de gebeurtenis heen. Dan instappen in de tijdlijn NET VOOR DE GEBEURTENIS, en anker de hulpbronnen geassocieerd in de tijdlijn op de plek waar hij/zij de hulpbronnen ervaart. Zorg er voor dat de persoon deze hulpbronnen zelf kan afvuren. Ga vervolgens geassocieerd op de tijdlijn door de gebeurtenis heen.

Vraag de persoon:”Stap weer uit de situatie door naast de tijdlijn te gaan staan.”

Vanuit deze gedissocieerde metapositie vraag je de ander vanuit het nu, per aanwezige:

  • “Welke positieve intentie heeft deze persoon?”
  • “Welke hulpbronnen heeft deze persoon hier nodig om congruent te kunnen blijven met de positieve intentie?”
  • “Hoe kan jij, hier en nu, deze hulpbronnen geven aan hem/haar, daar?”

Wanneer je alle aanwezigen hebt gehad en iedereen over de gewenste hulpbronnen beschikt, ga je weer eerst gedissocieerd naast de tijdlijn door de gebeurtenis heen. Dan instappen in de tijdlijn NET VOOR DE GEBEURTENIS, en geassocieerd in de tijdlijn op de plek waar hij/zij de hulpbronnen ervaart. De persoon vuurt zijn hulpbronnenanker weer zelf af. Ga vervolgens geassocieerd in de tijdlijn door de gebeurtenis heen.

Vraag de persoon:”Stap weer uit de situatie door naast de tijdlijn te gaan staan.”

6. Relatiecoaching

Identificeer de relaties die er zijn tussen de personen. Bij 2 personen: A-B (1 relatie). Bij 3 personen zijn er 3 relaties (A-B, B-C, A-C).

Per relatie (inclusief ZELF):

  • “Wat heeft persoon A daar nodig van persoon B?”
  • “Wat kan persoon A aan persoon B geven?”
  • “Hoe kan jij zorgen dat dit gebeurt, hier en nu, daar?”
  • “Wat heeft persoon B daar nodig van persoon A?”
  • “Wat kan persoon B aan persoon A geven?”
  • “Hoe kan jij zorgen dat dit gebeurt, hier en nu, daar?”
  • “Kruip eens in de huid van persoon A?”
  • “Vind jij dat jij hier als persoon A nog iets nodig hebt?”
  • “Hoe kan jij dit geven, hier en nu, daar?”
  • “Kruip eens in de huid van persoon B?”
  • “Vind jij dat jij hier als persoon B nog iets nodig hebt?”
  • “Hoe kan jij dit geven, hier en nu, daar?”

Per aanwezige vanuit de 2e waarnemingspositie (BEHALVE ZELF):

  • “Kruip eens in de huid van persoon A?”
  • Ga vervolgens gedissocieerd naast de tijdlijn door de gebeurtenis heen, vanuit het perspectief van persoon A. “En kijk, vanaf hier eens naar de gebeurtenis, als persoon A, en zie wat er verandert.”

Wanneer je alle aanwezigen hebt gehad, en alle relaties hebt hersteld, en iedereen over de gewenste hulpbronnen beschikt, controleer je nog vanuit de 2e waarnemingspositie met “Kruip eens in de huid van jouw jongere IK? Vind jij dat jij hier als jouw jongere IK nog iets nodig hebt? Hoe kan jij dit geven, hier en nu, daar?”

Ga vervolgens gedissocieerd VANUIT HET ZELF naast de tijdlijn door de gebeurtenis heen.

7.Eindig met een geassocieerde ervaring

Laat de persoon geassocieerd op de tijdlijn staan vlak voor de gebeurtenis, op de plek waar hij/zij de hulpbronnen ervaart. De persoon gebruikt het anker en stapt dan in de ervaring met alle hulpbronnen en herstelde relaties. Hij/zij herbeleeft de ervaring met alle hulpbronnen.

8. Test

Laat de persoon naar het heden doorlopen en de re-imprint ervaren. “Doorloop alle gebeurtenissen op jouw tijdlijn die hiermee in verbinding staan. Voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart, merk wat er veranderd is.”.

Vraag de persoon: “Stap weer in de recente ervaring”.

Doe dit zonder ankers.

“Hoe is het nu?”

9. Future pace

“Is er een situatie in de toekomst waarbij je deze negatieve gevoelens, de impasse of de beperkende overtuiging verwacht?

Ga in die tijd in die situatie staan en voel wat je voelt, ervaar wat je ervaart. Hoe is het nu?.”

Posted by Rutger in NLP handleiding