gedachten

Roald Dahl

Een goede manier om je te verdiepen in het schrijven van andere schrijvers is niet zo zeer precies het gedrag en de schrijfstijl analyseren, als wel je te verdiepen in de achtergrond van de betreffende schrijver, en dan vooral op de betekenis die deze achtergrond heeft gekregen voor de schrijver. Zijn echte gedachten, waarden en normen, overtuigingen, hoe hij zichzelf ziet, en zo voort. Biografieën die sappige verhalen vertellen zijn daarbij minder interessant als echte interviews, omdat de eerste vaak meer het overtuigingsfilter van de biograferende auteur weergeeft, terwijl de tweede zo dicht als mogelijk komt bij de wereldbeleving van de auteur.

In dit artikel, vindt je een aantal achtergronden, inzichten en gedachten die ik heb gevonden in de verschillende interviews die eenvoudig te vinden zijn op Youtube, voor Roald Dahl.

– “Zelden krijg je een goed idee. Een idee dat vervolgens de tijd mag krijgen om te groeien.”.
– “Het begint met een piepklein miniatuur zaadje van een idee; een microbe, een kiem. Schrijf het snel op omdat het anders, net als een droom, weer verdwijnt. En dan die kiem heel voorzichtig bekijken, laten ronddwalen, er aan snuffelen.”.
– Roald zat in zijn jeugd op een kostschool, waar hij veel inspiratie vandaan haalde voor Mathilda. Naast die school zat een snoepfabriek, die de kinderen van de school soms trakteerde om feedback te krijgen op nieuwe producten (inspiratie voor Sjakie en de chocoladefabriek). Zijn moeder vertelde hem Noorse mythen als bedverhalen waaruit hij karakterbeschrijvingen haalde.
– Roald vertelde bedverhalen aan zijn kinderen. “Als ze vragen om meer, dan heb je iets geraakt.”.
– Zijn meest genoemde belangrijke tip van een ander aan hem: “Voeg veel detail toe.”.
– Hij begon met korte verhalen, eerst autobiografisch en later fictie. Vervolgens ook kinderboeken.
– Gebruikt veel fantasie, met bedachte woorden. Creëert een intieme ‘wij’-sfeer met inside-jokes. Strijd tussen goed en kwaad, waarin kinderen voor zichzelf opkomen. Volwassenen zijn boeven. Veel snelle afwisseling, de ene pagina donker en zwaar, de volgende vol van (donkere) humor. “Wees grappig, grollig, scherts en gebruik kwinkslagen. Giechel.”.
– “Geniet en hou van de grappen die kinderen grappen.”.
– “Het moet opwindend zijn, snel, een goede plot, maar boven alles moet het grappig zijn.”.
– Hij werkte vierenhalf uur per dag. Dat deed hij in een afgeschermde ruimte, een kleine schuur in zijn tuin. Foto’s zijn te vinden op Google. “Volledig ondergedompeld in een fantasiewereld.”. In flow en intuïtief.
– “De karakters moeten interessant zijn. Ik maak ze interessant door karaktereigenschappen te overdrijven. Slecht is heel slecht, lelijk is superlelijk, aardig is superaardig. Geef de eigenschap een impact mee.”.

Schrijfoefening: Ontmoeting

Het is een mooie zomerdag. De zon schijnt warm op mijn armen, en terwijl ik de pedalen van mijn fiets met enige kracht beweeg voel ik hoe de snelheid mij met een warm briesje beloond. Het korte t-shirt bolt iets door de luchtstroom en verkort de toch al korte mouwen nog meer. Ik zie de overgang van mijn licht verkleurde huid naar het witte, te weinig zon krijgende deel van mijn bovenarm als ik even mijn blik afwend van de weg om iets meer aan te zetten. “Schone schijn.” glimlach ik, want ik zie in de verte de eerste wolken aankomen. Voordat ik vertrok vertelde Buienradar mij dat het over een half uur zal gaan regenen. Tijd zat, want over 20 minuten ben ik weer thuis, en ik geniet van de zon, de bries…

Ineens een druppel. Midden op mijn hoofd, zo voelen de haren die mijn hoofd bedekken mij. Niet een kleine druppel, maar zo een druppel zoals die tegenwoordig in de veel heftigere buien vergeleken met vroeger kan vallen. Voldoende groot om er aan te twijfelen of het wel een druppel is, zoekt deze zich na de landing op mijn kruin een weg naar mijn nek om daar te doen wat druppels doen: druppelen. Het kietelt een beetje, en met een lichte rilling geef ik de druppel de vrijheid om in mijn t-shirt opgenomen te worden. Dit is te vroeg, ik heb nog 18 minuten reken ik snel als ik heb gekeken op het hartslagklokje dat ik vorige week aan mijn stuur heb vastgemaakt. Pats, een druppel op mijn arm. Ik verbaas me over de kracht die de druppel toont door bij de landing uiteen te spatten in meerdere kleinere druppels, die allen zouden kunnen doorgaan voor regendruppels. De haartjes op mijn arm plakken in een cirkel met een doorsnee van ruim 5 centimeter vast aan mijn huid; mijn huid die op een prettige manier iets afkoelt, en eigenlijk op een comfortabele manier de druppel accepteert.

Dan gaat het los, zo maar, uit het niets. Een muur van water valt naar beneden. In een paar seconden stroomt het water door mijn haar, is mijn t-shirt tot op de draad nat, en zie ik hoe mijn broek glanst van het water, hoe het water een laagje vormt op mijn bovenbenen bij het ronddraaien van de pedalen, alsof de broek iets wordt uitgeknepen door mijn bovenbenen. Ik doorzie wat hier gaat gebeuren, ik ga helemaal wegspoelen. Ik voel nu al stroompjes water mijn schoenen inlopen.

Ik zie hoe een medefietspadgebruiker net naast het fietspad stopt om te schuilen onder een boom en ik glimlach over hoe onzinnig dat voor mij zou zijn. Ik zie hoe hij met wilde spoed probeert zichzelf te beschermen tegen het nat worden. Ik draai mijn hoofd af, om de regen op te vangen op mijn rug, en verbaas me over hoe veel water mijn broek al heeft opgenomen; ik zie hoe mooi zwart hij is geworden door het water, en wanneer mijn been omhoog wordt gerezen door het pedaal zie ik hoe er een spiegellaag ontstaat door het water dat uit de vezels wordt geknepen. Het is prachtig. Vanuit mijn ooghoek zie ik een obstakel op het fietspad; iemand die midden op de weg een poncho over zijn reeds natte kleren heen trekt. Licht wreed gelach ervaar ik van binnen over zijn gelag en probleemoplossend gedrag. Het heeft geen zin, het is goed zo. Hij kijkt even op, maar als een langskomende schaduw die geen gevaar voor hem of zijn fiets vormt keert hij weer naar binnen en strijdt verder. Mijn blik gaat weer naar beneden en ik zie hoe nieuwe riviertjes ontstaan op het fietspad. Het gaat echt hard. Mijn bril is nat, en de druppels zorgen er voor dat ik slecht zicht heb. Bijna euforisch stel ik vast dat ik geen vezel meer aan mijn lichaam heb die ik zou kunnen gebruiken om het overtollige water van de glazen af te nemen. Met mijn hoofd gebogen kijk ik dan maar over de rand van mijn bril in de verte om op de komende rotonde schaduwen te ontwaren die wellicht beter zijn om te ontwijken.

Een auto stopt en geeft voorrang. Iemand met een bril kijkt neutraal hoe ik voor haar langs ga, als ze even zicht heeft dank zij de ruitenwissers. Ik stel me voor hoe haar rechterbeen gestrekt op het rempedaal drukt, en vraag me af of ze me ook voorrang zou geven wanneer ze het niet had, hier, gewoon uit een soort compassie voor iemand die tot de naad nat is waar zij in de herrie van de voorraamblower in elk geval droog is. Misschien omdat ze genoeg tijd heeft, want wanneer zij straks door deze bui 5 meter vanuit haar auto naar een voordeur moet lopen… Ik zie de onzinnigheid van al dan niet voorrang geven, nat ben ik al en even wachten zou alleen betekenen dat nieuw water het oude vervangt.

Ik ben benieuwd of mijn handremmen, met van die knijpblokjes wel goed werken in deze nattigheid. Ik probeer iets af te remmen, en op een rare manier ben ik opgelucht dat de fietsenmaker wat bredere blokjes heeft gemonteerd zodat ik net voor de rotonde waarschijnlijk op tijd had kunnen stoppen als ze me niet gezien had.

En toen, toen zag ik jou. Eerst in mijn ooghoek, een schaduw die bewoog in een kruisende beweging, van rechts, op ramkoers. Om je intenties te controleren en mijn respons voor te bereiden bewogen mijn ogen zich richtende naar jou. Ik zag je hond die losliep, als een keurig afgerichte hond, een meter links voor je, je zwarte laarzen, terwijl mijn ogen verder omhoog gingen, een strakke spijkerbroek, een haltertruitje en je blote armen, en een geweldige lach rond je lippen, midden tussen je verwaterde haren. Die lach maakte dat de tijd even stil stond. Wat een kracht, wat een zelfverzekerdheid, wat een vertrouwen, wat een geweldige uitstraling zag ik in jou. “Wat een KUTweer!” riep je met een lach, en je keek me recht aan, open en als twee bondgenoten in dezelfde situatie. Mijn grijns deed pijn in mijn mondhoeken als ik pijn zou kunnen voelen. Alles stond stil bij mij, mijn gedachten, mijn gevoelens, mijn waarneming, enkel jouw lach op jouw iets naar rechts hellende gezicht (voor de kijkers links). Ik weet niet of ik nog iets heb gezegd, of dat ik het heb gelaten bij het geven van ruimte aan mijn tanden van oor tot oor. Ik heb nog nooit zo iets moois gezien als jij, daar in de regen. Ik heb nog nooit een contact en verbondenheid gevoeld zoals daar.

Nu is het drie maanden verder. Ik koester jou en het moment dat daar was. En ik weet niet of jij hetzelfde had, of niet. Het maakt niet uit, want ik doe gewoon alsof het wel zo is. Wij samen, twee mensen in de regen, die genieten van de stompzinnigheid van de situatie. Een top-3 moment dat, zo hoop ik, altijd bij me zal blijven.

Schrijfoefening: Eerlijk delen

Een deel wil het wel, een ander deel is nog aan het wennen. Delen, delen is maar een rekenkundige bewerking, net als aftrekken of vermenigvuldigen. De som der delen is soms meer dan het geheel. Soms is een deel een plaats waar gedorst wordt, soms is het iets waar dorst door ontstaat. Soms is het een gedeelte dat het gedeelde wil zijn. Een metameer van het geheel van het leven. Onschuldig zonder ervaring heb je part noch deel. Ten dele deelgenoot. Zal het jou ten deel vallen? Delen is ook eerlijk splitsen zodat iedereen zijn deel krijgt; iedereen blij. Delen zodat iedereen zijn deel krijgt. Wat wil jij in het leven mededelen? Wil jij meedelen? Zou de ander zijn of haar deel willen delen? Verwachtingen dat jij ook deelt? Delen van mensen kan niet, alhoewel vierendelen wel, delen van ervaringen wel. Zie je delen als de som of zie je delen als iedereen krijgt zijn deel? Wat is jouw aandeel? Wat wil jouw onderdeel? Een gedeelte wil ervaringen delen als gedeelde. Een part in het leven ter ontleding. Denken is een deel, net als voelen. Schuld, schaamte, spijt zijn gedachtengestuurde gevoelens. Schuld is een gevoel dat hoort bij een ik als deel, en niet als geheel. Schuld kan alleen zijn als je jezelf als deel ziet. Schuld is een gevoel dat ontstaat na een oordeel; een gevoel dat een waardeoordeel van een gedachte volgt van het ego. Vaak in een verbond een gedachte aan verraad waarbij je het samen als losse ikken ziet. Dat is geen verbond, niet het geheel, enkel alleen, een deel. Leven kan betekenen dat je anders doet dan anderen, eigen keuzes maakt, voor jezelf of samen. Nieuwe ervaringen jezelf ontzeggen om de schijnveiligheid van het verwachte te ontmoeten als grenzen stellen beperkt de vrijheid. Vrijheid. Verstoppen van delen, verstoppen van kracht, verstoppen van jezelf, doen alsof is werkelijk verraad aan jezelf en het verbond. Vertrouwen ontstaat door openheid, tonen van kracht, tonen van jezelf in alle weerloze naaktheid. Denken, elke en alle gedachten, beïnvloedt het voelen, voel de illusie van de illusie. Verstoppen van jezelf, verstoppen van delen van jezelf voor het verbond levert wantrouwen in het verbond. Wanneer jij je verstopt verwacht je hetzelfde van de ander. Wanneer jij je werkelijke zelf toont kan er enkel vertrouwen worden gevoeld. Nieuw maakt het oude niet minder waard. Kracht opgeven om het oude in balans te houden is vastklampen aan de illusie dat het is, jouw eigen ik als ding. Jouw eigen ik als ding zou je kunnen delen, opdelen, maar jij bent geen ding, je bent veel meer dan dat. Je bent. Je doet. Je bent niet wat je doet. Je bent vrij om te doen wat je wilt. Wat je doet verandert jou niet, hooguit wat illusies die je over jezelf hebt. Illusies zoals ‘ik kan het niet’. Illusies over wat je denkt te zijn. De ontdekking van vrijheid van deze illusies. Alle illusies beperken wat je kan zijn. Alles wat je denkt en gelooft over jezelf is een fantasie, net als de fantasieën die je wel als fantasie herkent. Welke fantasie kies je? Een droom is net zo echt als jouw perceptie van jezelf als je fantasieën. Het bestaat enkel in gedachten, en gedachten komen en gaan. Gedachten zijn illusies van kennis, de handeling en de interactie met de werkelijkheid is de realiteit, dat is waar het werkelijk om gaat. Dat is echt. Welke interactie kies jij? Denken of waarnemen. Praten in jezelf en oordelen, of zintuiglijke waarneming. Leven, of op een toneel je deel van het stuk opvoeren. Kracht is niet intentie. Kracht is geen reden nodig hebben anders dan willen voelen voor de ervaring, willen doen uit nieuwsgierigheid, je gedachten de ruimt te geven om te bevrijden. Kracht is ontdekken, aannemen is verstoppen. Kracht is het geheel, denken is een deel. Kracht is deelnemen, beperken is missen. Ontdekken is spiritualiteit, het onstoffelijke ervaren. Beperken is het fysieke, het aardse, het oordelen, het toneelstuk. Een verbond in het fysieke is een schijnvertoning, het geheim van echt verbinden is spiritueel, de onstoffelijke verbintenis. Benadrukking van het spirituele, het onstoffelijke door het taboe stoffelijk te doorbreken geeft spirituele groei. Het stoffelijke vernietigen geeft vertrouwen, geeft zekerheid, geeft vrijheid in het onstoffelijke door de schijnveiligheid van het stoffelijke te doorbreken. Wantrouwen, onzekerheid en beperkingen in vrijheid bestaan enkel in het stoffelijke. Schaamte wordt schuld door geloof in het stoffelijke. Schuld alsof de intentie van de kracht die jij in je hebt slecht is. Alsof het een zonde is om te leven met kracht, alsof je krachteloos en zwak zou moeten volgen wat anderen vinden. Wanneer jij je kracht niet toont, kan ook niemand je kracht waarnemen. Je krijgt dan een verbond van schijn-zelven in onmacht. In het onstoffelijke verbond, op spiritueel niveau een verbond aangaan betekent kiezen voor een open en schuldvrij verbond, op een hoger niveau relateren. Van geheel mens tot geheel mens in plaats van enkele rol tot enkele rol, van deel tot deel, van illusie tot illusie. Wil jij je beperken tot een deel van het leven of wil jij het leven geheel leven? Wil jij stoffelijk en beperkt, of wil jij spiritueel en vrij? Verwarring is natuurlijk wanneer je kiest voor je kracht. Het is nieuw, je doorbreekt het verwachte, het spirituele is de weg van ontdekking en dus onbekend. Onbekend is verwarrend want je houvast is niet meer vastklampen aan de oude illusies, en vertrouwen op de kracht die jij in jezelf hebt. In vertrouwen op de kracht doen leidt tot liberatie, bevrijding, van de oude illusies, en een nieuwe houvast in de zekerheid van je eigen kracht. Oude houvast aan je oude rol en aan de identificatie met je lichaam als jezelf, kracht uit het spirituele. Jezelf zien als lichaam in een verbond maakt delen in een verbond, jezelf zien als onstoffelijk geheel van het verbond maakt het verbond sterker. Een verbond met een lichaam, of een verbond met ideeën, gedachten, kracht, zienswijzen, ervaringen, ontdekkingen. Een stoffelijk verbond heeft orde nodig, en dus gehoorzaamheid en verantwoording, een onstoffelijk verbond is vrij, waardevol, vernieuwend, echt, vol van vertrouwen, respectvol en gelijkwaardig. Zonder de kracht geparalyseerd in het lichaam, in de illusie, in het stoffelijke. Met de kracht ontdekken door ervaren, wat wel bij je past. Misschien wat ongemakkelijk en nieuw, spannend, maar goed. Waar fouten na ervaring in plaats van schuld, schaamte of spijt leiden tot inzicht. Waar je je spirituele zelf erkent, het onstoffelijke zoekt, en je situaties in eigen hand neemt. Laat de ware aard toe in het verbond. Een echt verbond kan je niet verliezen. Een echt verbond verliezen doordat je de echtheid beperkt, het stoffelijke boven het onstoffelijke stelt, een schijnverbond leven, betekent dat je jezelf niet geeft wat er in zit. Onconditioneel in verbond, of de eigen agenda’s langs elkaar zonder connectie. Schuld, verlegenheid, schaamte en spijt zijn donkere gevoelens; gevoelens die niet van jou zijn. Spijt signaleert simpelweg dat we in een eerdere staat van ontkenning onwetend zijn geweest, wat goed is… toch? Spijt is interne schaamte, schaamte is gericht op anderen. Immaterieel of materieel. Sociale emoties die het ego ervaart veelal door culturele overtuigingen.

Schrijfoefening: Chocolade

Gisteravond heb ik het weer gedaan. Ik heb me weer helemaal laten gaan. Ik had de keuze. Zo veel keuze, zo veel verschillende smaken. Elke is weer anders. De een is wat groter dan de ander, de een is dikker dan de ander, de een is romiger dan de ander, allemaal soorten chocolade die elk hun eigen genot leveren met een eigen vorm, een eigen smaak, een eigen geur. Het genoegen van het langzaam ervaren hoe het eerst niet zo goed past in mijn mond en wat onwennig voelt, hoe de afstand smelt, hoe de temperatuur stijgt, steeds warmer, hoe het steeds beter aansluit, de aaneensluiting totdat alles samen komt, perfect past en de hardheid smelt. Ik weet dat het eigenlijk niet goed is, maar het is gewoon zo lekker dat ik er gewoon niets aan kan doen, of eigenlijk dat ik er voor kies om mezelf hiermee te belonen. Wanneer ik iets zie wat ik nog niet geprobeerd heb, een smaak, een vorm, een kleur, wordt ik nieuwsgierig, en laat mijn gedachten eerst gaan, maar fysiek hou ik me in terwijl ik mijn nieuwsgierigheid laat voorstellen hoe het zou zijn. Ik stel me een aantal keer voor hoe het zou zijn, hoe ik zou genieten, hoe en wat ik zou voelen, proeven, ruiken, zien, horen, van het uitpakken tot het zalige nagenieten van de heerlijke gevoelens. Na drie keer voorstellen is de nieuwsgierigheid zo lekker, dat ik gewoon ineens denk “Fuck it!” en ik dan doe het gewoon. Ik kan genieten van het vinden, het uitzoeken, het meenemen, de sfeer zetten met een bijpassend muziekje en misschien een ontspannende kop thee, het uitpakken, het voelen en dan stapje voor stapje steeds verder gaan. Langzaam genieten van het werkelijk worden van mijn nieuwsgierige verlangens. Verwondering van nieuwe gevoelens die beter zijn dan ik me kon voorstellen. De nieuwsgierigheid voldaan en volledig bevredigd. En eerst dacht ik dat ik schuld zou voelen achteraf, maar in werkelijkheid voel ik me juist heel vrij en staat de overweldiging van de ervaring niet toe dat ik gedachten heb die mij van het topje van de wereld afhalen. Ik weet dat het goed is, ik voelde als nooit tevoren, en het enige wat in mij opkomt is “YES!”. Anderen mogen vinden wat ze vinden, ik ben ik, en ik doe wat ik fijn vind. Anderen mogen doen wat zij fijn vinden, ik verdien het om weken te zweven op een roze wolk, vervuld van persoonlijke trots dat ik dit mezelf toesta en het vergenoegen van het ervaren van het genot zelf. Helemaal uit mezelf, mijn eigen keuze, en vergenoegen van het behagen en de revanche op mijn gemiste eerdere ervaringen en de wereld die mij in een keurslijf dwingt, waarin alles maar moet en ik kies dat ik dit mag. De roze wolk waarin ik er weer tegenaan kan, en alles waar ik voor kom te staan met binnenpret van me af laat glijden. Alles blijft gelijk, alleen beter. Zelfs wat ik me niet kon voorstellen blijkt meer en dieper te verbinden. Grappig hoe vooraf paradoxen bestaan, en door enkel te doorzien dat de keuze slechts wel iets doen omvat en de keuze vanuit mijzelf te maken op het moment dat ik “Fuck it!” denk, en mijn positieve natuur te volgen in plaats van redenen te vinden om het te laten door “Bekijk het maar!” te menen, me vrij te voelen de schamele gedachten over de geringe gevolgen te laten samensmelten met de warme nieuwsgierigheid, en de veel belangrijkere persoonlijke verwondering en verlangen naar genoegens. Een soort genoegdoening, genoegen nemen voor mezelf na alle inspanning die ik geef.

Schrijfoefening: Wanneer ik jouw profielfoto op Facebook zie

Ik zie je nieuwe profielfoto op Facebook. We zijn vrienden uit een ver verleden, toen jij en ik elkaar regelmatig zagen. Jij in een relatie, en ik ook. Raar misschien, maar op de een of andere manier had ik altijd een verwarrend gevoel bij je, toen. Een gevoel dat er niet mocht zijn. Omdat ik al een relatie had. Gevoelens die ik verstopte achter een lach, een façade die ik nodig had om mijn leven in de structuur te houden die ik daar had. Om mijn leventje in de comfortzone te houden. Wanneer ik terugdenk aan die tijd, en de gevoelens die ik toen had voor jou weer voel door ze op te roepen, is het duidelijker voor me. Ik beschouwde het voelen als gemengde concurrerende gevoelens, waarin keuzes gemaakt moesten worden; het een of het ander. Echte liefde kan maar één betreffen, dacht ik.

Hoe leren we dat? Mijn dochter vertelde me toen ze vijf was dat ze verliefd op mij was; en omdat ze dat meestal aan mijn vrouw verteld voelde ik me euforisch. Het zou heel gemakkelijk zijn geweest om in dat moment te blijven hangen en te genieten van de bevestiging die haar ‘biecht’ mij gaf. En ze vertelde verder: “Ik ben verliefd op iedereen uit mijn familie, en op mijn beste vriendin.”, en besefte me dat mijn dochter nog veel te leren heeft. En het tolde door mijn gedachten: “Wat heeft ze precies te leren dan..?”. Mijn dochter ging verder: “Maar mijn vriendin zegt dat ik niet op haar verliefd kan zijn, omdat wij allebei meisjes zijn.”. En ik besefte me, hoe wij in een keurslijf worden geduwd door culturele opvattingen. Je kan maar op 1 ander verliefd zijn. Wat een schoolvoorbeeld van een vooronderstelling, hoe fragiel en subtiel worden wij in het keurslijf van ‘hoe hoort het’ geïnstrueerd.

Dit moment bleef hangen en ik ontdekte dat wat mij geleerd is, wat ik voor vanzelfsprekend aannam, logisch leek, maar niet klopte met mijn gevoelens. Het zijn niet concurrerende of conflicterende gevoelens die ik voor jou, en jou, en jou heb, ze bestaan naast elkaar. Ze bijten elkaar enkel wanneer ik ze projecteer op hoe het zou zijn als… Ze zijn ook niet hetzelfde, soms zijn de gevoelens voor de een sterker dan de andere, soms gaan ze dieper. Centraal concept in deze gevoelens lijkt de vrijheid te staan, om in volledig contact te mogen treden. En ik merk dat ik dat bij veel mensen ervaar, en dat een contact het gevoel om verder te gaan, om meer te voelen, versterkt. En ik merk dat ik goed opgevoed ben, dat ik die gevoelens verstop. Om af en toe, wanneer ik alleen ben, te fantaseren, te visualiseren, hoe het zou zijn om vrijheid samen te ervaren en ons daar comfortabel bij te voelen.

Ik vraag me af, waar ik heb geleerd om mijn gevoelens te focussen op een persoon. Ik vraag me af hoe ik heb geleerd om concepten als relaties en trouwen boven mijn gevoel te stellen. Ik vraag me af hoe het komt dat ik door deze lessen verder van mijn gevoelens afkwam, en waarom ik mij heb laten verleiden tot het verstoppen van mijn diepste, echte gevoelens, achter façades van beleefd gedrag. Beleefd gedrag dat soms afstandelijk en cynisch werd, om de afstand maar te bewaren; de afstand niet naar jou, maar naar mijn eigen gevoelens. Omdat mij verteld was dat er maar 1 ware was en kon zijn. En omdat ik dat was gaan geloven, doordat iedereen zich vrijwillig in dat keurslijf liet persen.

Mooie rituelen die waarmee we communiceren aan de buitenkant alsof er een iemand speciaal is, kan zijn, voor het hele leven. Maar een leven duurt heel lang. En ik merk dat gevoelens van liefde meer smaken kent, die naast elkaar kunnen bestaan. Ik voel soms een meer kortdurende liefde die je verliefdheid zou kunnen noemen, en soms een meer langdurige liefde wat je houden van zou kunnen noemen. En die gevoelens kunnen naast elkaar, tegelijk worden gevoeld voor een persoon, of meerdere personen. Ik heb meer liefde dan enkel 1 persoon naar zich toe kan trekken.

Romantische liefde, niet-romantische liefde, behoefte aan interpersoonlijk contact, aan vrijheid, lust. Schakeringen die niet strijdig zijn, en waar ik me aan mag overgeven. Hoe kunnen gevoelens slecht zijn? Ik ben goed zoals ik ben, en ik mag voelen wat ik voel. Ontdekken dat het geen strijdige gevoelens zijn, dat ze naast elkaar mogen bestaan, dat ze aanvullend zijn op elkaar in de kwaliteit van leven, is wellicht de grootste horde die ik in mijn overtuigingenstructuur tot nu toe heb genomen.

Mijn mooiste herinneringen zijn dan ook die momenten waar ik in alle vrijheid echt contact ervaar. Waar ik mag zijn wie ik ben, hoe ik ben, en waar als een soort check dat het werkelijkheid is iets gebeurt wat eigenlijk niet zou mogen. Een mooie zomerdag met een vriendin in een park waar ik haar zie zitten in de zon en waar ik voel hoe prachtig ze is zoals ze is, en waar we dieper in elkaars ogen kijken dan mag passen, allebei weten dat het goed is, dat de vrijheid er is om te genieten van dit moment. Momenten van 5 seconden die eindeloos lijken, en die maar zelden voorkomen. Momenten die je de kracht geven om verder in het keurslijf te gaan. Om later, wanneer het contact weer is verbroken, weggestopt te worden achter de façade, terwijl ik het uit zou willen schreeuwen, terwijl ik meer contact wil, terwijl ik meer samen wil, langer contact, gloeiend verlangen naar intimiteit. Ik wil je op een voetstuk zetten, ik wil je aanbidden, daar in het moment, en ik wil dat ik je mag aanbidden en dat je mij ook aanbidt. In alle veiligheid, in vertrouwen, in vrijheid waar niets moet en alles mag en alles goed is. Leven in het moment. Waar jij jezelf mag zijn, waar jij je mag laten zien, waar het contact draait om elkaar in de ziel te mogen kijken en niet om het fysieke. Het fysieke is maar een middel, een bewijs aan de buitenkant van het werkelijke aan de binnenkant.

Houden van hangt voor mij samen met mijn egoïstische motivatie om mezelf te mogen geven en te laten zien. Hoe veel ik verlang is afhankelijk van de grootte van de wens om tot intiem contact te komen, intiem emotioneel niet fysiek. Hoe groter het taboe om intiem te zijn, hoe sterker het verlangen. Bij golven, alsof je aan het strand de ene golf het strand ziet opkomen en het zand rond je voeten voelt wegspoelen; je tot wankelen brengt, om vervolgens een nieuwe golf te voelen spoelen. Fysieke ervaringen van binnen; gevoelens van warmte die pulseren tussen keel en onderbuik, die langzaam stuiteren in mijn middenrif, die wanneer ik mijn aandacht er op richt sterker worden door meer warmte te ervaren, en zich vervolgens als warme gloed verder verspreiden door mijn bovenlijf. De brok in de keel heb ik geleerd naar beneden te verplaatsen, beneden waar het goed voelt. En het mogen voelen van deze warmte, het mogen zwelgen daarin, het mogen toelaten daarvan. Niet blokkeren, maar erin duiken, er in opgaan, een mooi plaatsje geven. Een stapje verder nemen dan we tot nu toe hebben gedaan, iets meer laten zien van mijn gevoelens is voor mij een heel eenvoudige manier om een diep intieme ervaring te hebben.

Schrijfoefening: Spijt

Terugkijkend heb ik spijt. Spijt als woord om te duiden dat ik het gevoel heb iets gemist te hebben. Maar toen deed ik wat ik nodig had. Of beter, ik maakte keuzes om niet te doen zodat ik toen kreeg wat ik toen nodig had. Nu spijt hebben betekent dat ik met de kennis van nu toen andere keuzes had willen maken, zodat ik nu de vruchten kan plukken van wat ik toen had gedaan. Spijt is nu dezelfde keuzes anders hebben willen maken. Dat is wat terugkijken doet: kijken vanuit nu, kijken vanuit wat je nu nodig hebt en wat je nu belangrijk vindt naar acties van toen je dat nog niet wist en andere dingen belangrijk vond. Toen, de keuzes toen, de acties toen, was toen niet saai, en pasten in het beeld van mijn leven zoals ik dat toen had. Maar nu lijken de acties geleid te hebben tot een saai leven en ik wil nu uit de saaiheid terwijl ik toen anders was. Anders dacht. Ik heb spijt omdat het me nu makkelijker af zou gaan als ik toen meer ervaring had gehad, vaker “Ja!” had gezegd. Maar toen gaf het rust om ‘saai’ te zijn, een saaiheid door passiviteit die nu juist onrust veroorzaakt. Onrust van wel doen toen zou nu rust geven, en de rust van toen door niet doen veroorzaakt nu groeiende onrust. De overtuiging dat er niets te missen is, is een overtuiging die plaats heeft gemaakt voor de overtuiging dat ik iets mis. Dat iets vermijden goed zou kunnen zijn is waar ik ooit in geloofde. Nu voel ik angst dat ik iets mis als ik het vermijd. Het wordt belangrijker om terug te kijken op wat je wel hebt gedaan, de tijd dringt, dan de rust te behouden door voorzichtigheid en vermijden van het onzekere. Toen te onzeker, te spannend, een gewenning die leidt tot rust tot verveling, nu op zoek naar spanning. Het kan verkeren.

Ik stel me voor, als ik toen wel eens een keer had gekozen, gewoon 1 keer, hoe anders zou het nu voelen? En zou een ene keer, toen, nu nog echt iets uitmaken? Heeft de voorzichtigheid de rust gebracht, of heeft het enkel de onrust tijdelijk gedempt, en uitstel gerechtvaardigd? Heeft het enkel de dissonantie tussen wat ik meende wat waar was en de realiteit vergoelijkt om het gevoel van tweestrijd tussen wens en schaamte te kunnen sussen. Ik voel me schuldig naar mezelf. Dat ik niet de kansen heb benut, het diepe durfde in te gaan, omwille van wat ik meende te kunnen invullen voor de gedachten van anderen, de oordelen in mijn hoofd die de spontaniteit en vrijheid de kop in drukken. Evaluerend zie ik hoe ik van ervaringen alleen de positieve kanten vasthoudt, terwijl ontzeggen en vermijden als jeukende kruipolie je zekerheden tot losse schroeven maakt. Los zand, drijfzand, houvast missen omdat je ontdekt dat je gedachten die je zo sterk vasthield en koesterde als waarheid maar gedachten zijn. Gedachten gebaseerd op verwachtingen van fantasieën. Fantastische verwachtingen die niets met de realiteit te maken hebben. Fout, maar geaccepteerd, bewijs als een luchtballon, een zeepbel. Voorstellingen van werkelijkheden die nooit hebben bestaan. Toen gaf het rust, of dempte mijn onrust, nu versterkt het mijn onrust.

Weten hoe het hoort, ontdekken dat je eigenlijk als een klein kind nog steeds luistert naar wat je verteld is, verwachtingen van sociale verwachtingen invullen, je ego voorbij aan jezelf, realiseer je dat je innerlijke zelf iets anders wil. Niet heel erg dringend, of op de voorgrond, maar meer op de achtergrond, knagend en schrapend, met kleine beetjes, gedurende de tijd toch iets groots geworden…

Wijsheid komt met de jaren. Voor sommige dingen is het nu te laat; vermijden heeft een voldongen feit gecreerd. Voor sommige dingen is het nog niet te laat. Tijd om vaart te maken en meer vrijheid te nemen. Spijt van spijt en schuld uit spijt als motivatie…

Aanstoot nemen

Is het nu een paradox in mijn gedachten, of zijn er werkelijk twee maten?

1) We moeten alles kunnen publiceren en zeggen (uitingen), spotprenten en meningen. Er mag geen aanstoot genomen worden aan deze uitingen.

2) We moeten voorkomen dat mensen religieuze of politieke uitingen doen middels bijvoorbeeld het dragen van bepaalde kleding. Er wordt aanstoot genomen aan deze uitingen.

Schrijfoefening: Roti

Lekker, roti. Ik parkeer de auto en steek de weg over op weg naar de afhaal. De deurklink voelt passend en zit wat los als ik kracht uitoefen om de deur te openen en de bel die aan de deur is vastgemaakt laat klingelen.
“Hoi, wat kan ik voor je doen?”
“Mag ik drie roti speciaal, twee kipfilet en één normale kip, alsjeblieft?” en ik voel me wat onbeholpen als ik nog even “om mee te nemen…” toevoeg. Alsof dat niet duidelijk is…
“Prima, komt er aan!” zegt de man vanachter zijn aanrecht waar hij ondertussen gewoon verder ging met het klaarmaken van andere bestellingen.

Ik blijf wat staan, en kijk door het raam, langs de stickerreclame voor een bezorgdienst, en zie daar twee kinderen en een vrouw voor een portiek staan. De deur in de portiek staat open. De twee kinderen hebben een plastic tas bij zich en de vrouw is driftig met een sigaret in de weer. Korte rukkende bewegingen als ze de sigaret uit het pakje haalt, naar haar mond brengt, en aansteekt. Driftig trekken. Hoekige bewegingen als ze haar arm weer laat zakken, met in haar hand de brandende sigaret. Ze kijkt links, rechts, links, rechts, telkens over de kinderen heen. De kinderen die wat verloren op de stoeprand staan, en naar de grond kijken, in gedachten verzonken lijken.

Een witte Audi stopt. Een sportief model auto. De vrouw kijkt er naar en trekt één van haar mondhoeken geërgerd omhoog als ze de deur open ziet gaan en in de richting van de man die uit de auto stapt kijkt. Met de sigaret tussen twee vingers geklemd, tikt ze op het horloge rond haar pols van de andere arm, en lijkt wat te zeggen tegen de man. De middelbare man, buikje maar toch sportief gekleed, beweegt zijn hoofd niet in de richting van de vrouw, vermijd contact. De zonnebril blijft op, en hij haalt kort zijn schouders op. Hij loopt naar de kinderen toe, en neemt de plastic zakjes over om ze in de auto te leggen. Eén van de kinderen kijkt op naar de vrouw en haar lippen bewegen. De vrouw brengt haar vrije hand naar de rug van het kind en beweegt het kind zachtjes door de deur. Het hoofd van de man draait nu wel in de richting van de vrouw, en hij zegt wat terwijl hij zijn hoofd van links naar rechts beweegt. De vrouw knijpt haar ogen even samen, en zuigt de sigaret bijna naar binnen, om dan de sigaret handig weg te schieten. Het kind dat nog buiten is slaat haar armen om de vrouw, een knuffel, en de vrouw legt even haar hand op het hoofd van het kind. Dan stapt het kind de auto in, en de vrouw snelt naar binnen.

De man gaat voor de auto staan, en loopt wat ongemakkelijk heen en weer. Elke twee passen kijkt hij de portiek in. Daar komt het kind. De vrouw blijft binnen. De man wijst naar de rechterachterdeur van de auto. Het kind gaat snel naar de aangewezen deur, de auto in. De man kijkt of er iets aan komt, stapt in de auto, en geeft te veel gas als hij wegrijdt waardoor zijn banden een beetje slippen.

Ik betaal de Roti, en terwijl ik de weg oversteek waar zojuist dit spektakel plaatsvond, vraag me af wat ik net heb gezien.

Woordbeeld of het verschil tussen spellen en lezen

Laten we beginnen met een vraag om woordbeeld duidelijk te maken: kan je de volgende alinea lezen?

“Als je sleplen leret, dan leer je nog neit leezn. Leezn is ites aernds dan sleplen. Als je een worod vaak geoneg hebt geizen, dan lees je neit ltteer voor lteter, maar wrdooen als geehel.”

Lees verder →

Denken, voelen en doen

Binnen het model van de subjectieve ervaring, zijn er drie elementen die de interactie met de omgeving, context, verzorgen:

  • Interne toestand (voelen; stemming, staat): hoe jij je voelt, heeft invloed hoe jij op dit moment de situatie ervaart, wat de emotionele betekenis van de situatie is.
  • Intern proces (denken, interne representatie): wat denk je, wat stel jij je voor, wat zeg je tegen jezelf, wat zie en hoor je in gedachten? Dit heeft invloed op wat je waarneemt en hoe je de situatie beoordeelt.
  • Extern gedrag (doen, fysiologie): wat doe je daadwerkelijk (wat is zichtbaar, hoorbaar, voelbaar is voor anderen).

Oefening denken, voelen, doen

AB setting.

  • B vertelt over een prettige ervaring alsof deze nu plaatsvind.
  • A luistert, met name naar welke aspecten B het meeste noemt: Denken, Voelen, Doen.
  • Na een paar minuten start A sturend te vragen naar aspecten (denken, doen, voelen) die B het minste noemt.

Bespreek achteraf:

  • Welke aspecten is B het meeste bewust
  • Wat heeft dat voor consequenties voor het functioneren van B in deze context
  • Welke elementen is B het minst bewust
  • Wat zal er veranderen als B zich daarvan meer bewust is

Wissel van rol.

Neutraliseer negatieve gedachten

Een eenvoudige techniek, voor jezelf, en ook voor anderen, is de neutraliseer-je-gedachten techniek. Met deze techniek kan je terugkerende gedachten die een bepaalde lading hebben voor je, en dan een niet zo fijne lading, ontdoen van de negatieve lading die de gedachte met zich meebrengt.

 

  1. Je kan bewust een negatieve gedachte oproepen, of spontaan een gedachte(gang) opmerken die je hebt en die je van zijn lading wilt ontdoen.
  2. Pik uit de gedachtegang 1 zin, en visualiseer die zin voor jezelf, zodat je op een virtueel bord enkel de woorden die je denkt ziet staan.
  3. Maak de kleuren van de letters zwart, het bord wit. Je kan andere kleuren proberen, totdat je de meest neutrale kleuren hebt gevonden. Ontdek of je met de lettergrootte nog meer neutraliteit kan toevoegen. Onderzoek of het lettertype effect heeft.
  4. Kijk nu enkel naar de letters die je ziet staan. Wat zie je werkelijk? Is er meer dan letters op een bord?
  5. Wanneer je dat wilt, kan je nog met een virtuele wisser de letters uitvegen, of met een virtuele stift extra aantekeningen maken, of wat je maar kan willen met de gedachte die daar neutraal staat te zijn.

Suggestieve patronen

In NLP heeft het Milton model een centrale plaats. Een veelgebruikt concept is daarbij de suggestie.

Suggereren: het idee geven, opperen, voorstellen, insinueren, impliceren, aandragen, beweren, aan de hand doen, naar voren brengen, adviseren, aanbrengen, influisteren, betogen, betuigen, raden, claimen, pretenderen, staande houden, stellen, zeggen.

Stel vragen, vragen sturen. Maak ze onweerstaanbaar door je stem aan het einde omlaag te laten gaan, in plaats van omhoog zoals we normaal bij een vraag doen.  En misschien merk je nu al dat elke gedachte je kan doen beseffen dat je meer bewust wordt van wat je nieuwsgierig kan leren en willen ontdekken en ervaren.

Voorbeelden van suggestie

  1. Wellicht wel, misschien ook niet, zal jij {SUGGESTIE in actie komen}
  2. Ik vraag me af, zal jij {SUGGESTIE in actie komen}, of niet (of niet vermorzeld weerstand)
  3. Mensen kunnen, weet je, {SUGGESTIE in actie komen} (weet je effect: impliciete aannamen dat het algemeen bekend is)
  4. Mensen mogen, weet je, {SUGGESTIE in actie komen}
  5. Mensen zouden, weet je, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  6. Mensen zouden, weet je, {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  7. Sommige mensen {SUGGESTIE komen in actie} (effect: toehoorder controleert intern of deze een van sommigen is; geef dus iets om te controleren) 
  8. Soms kan je {SUGGESTIE in actie komen} (effect: toehoorder controleert intern of deze het nu kan; geef iets om te controleren) 
  9. Misschien heb je nog geen {SUGGESTIE drang om in actie te komen}, nu al (observatie door nu al als onvermijdelijk) 
  10. Iemand zou, weet je, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  11. Wellicht wil je {SUGGESTIE in actie komen}, … NU
  12. Wellicht kan je {SUGGESTIE in actie komen}, … NU
  13. Iemand kan, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  14. Iemand mag, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  15. Iemand zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  16. Iemand zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  17. Iedereen kan, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  18. Iedereen mag, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  19. Iedereen zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  20. Iedereen zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  21. Een persoon kan, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  22. Een persoon mag, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  23. Een persoon zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  24. Een persoon zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  25. Jij kan {SUGGESTIE in actie komen}
  26. Jij zou {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  27. Jij mag {SUGGESTIE in actie komen}
  28. Jij zou {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  29. Een persoon mag {SUGGESTIE in actie komen} , omdat het goed is om {SUGGESTIE in actie te komen}
  30. Een persoon mag {SUGGESTIE in actie komen} , omdat jij zelf bepaalt wat jij doet.
  31. Zal jij {SUGGESTIE snel  in actie komen},of {SUGGESTIE normaal  in actie komen},of {SUGGESTIE langzaam in actie komen} (alle mogelijke keuzes: altijd volgen) 
  32. Ik zal je niet vertellen {SUGGESTIE om in actie te komen}, omdat je dat zelf kan ontdekken
  33. Ik zou je kunnen vertellen {SUGGESTIE om in actie te komen}, maar ik laat je dat liever zelf ontdekken
  34. Hoe zou het voelen wanneer jij {SUGGESTIE in actie komt} (dwingt tot voorstelling maken, ervaren) 
  35. Vroeg of laat {SUGGESTIE kom je in actie}
  36. Eens {SUGGESTIE kom je in actie}
  37. Uiteindelijk {SUGGESTIE kom je in actie}
  38. Probeer {SUGGESTIE in actie komen} tegen te gaan (impliciet: onmogelijk om het tegen te gaan) 
  39. Probeer {SUGGESTIE in actie komen} uit te stellen
  40. Je hebt misschien nog niet gemerkt {WAARHEID dat je gevoelens voelt} terwijl je {SUGGESTIE in actie komt}
  41. Kan jij echt lol hebben in {SUGGESTIE in actie komen}? (impliciet moet je wel) 
  42. Kan jij echt genieten van {SUGGESTIE in actie komen}?
  43. Je zou de sensaties kunnen ervaren {WAARHEID van de gevoelens die je voelt} terwijl je {SUGGESTIE in actie komt}
  44. Wat gebeurt er wanneer jij {SUGGESTIE in actie komt}? (moet je voorstellen) 
  45. Je hoeft niet {SUGGESTIE in actie te komen}
  46. Een ieder hoeft niet, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie te komen}
  47. Mensen hoeven niet, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie te komen}
  48. Misschien weet jij niet wanneer {SUGGESTIE je in actie komt}
  49. Het is eenvoudig om {SUGGESTIE in actie te komen}, is het niet? (is het niet verzacht; 1e deel zal worden geprobeerd) 
  50. Iemand zou niet kunnen weten of {SUGGESTIE deze in actie komt}
  51. Iemand zou niet kunnen weten of het fijn is om {SUGGESTIE in actie te komen}
  52. Jij bent in staat om {SUGGESTIE in actie te komen}
  53. Een persoon is in staat om {SUGGESTIE in actie te komen}
  54. Iemand is in staat, {NAAM} om {SUGGESTIE in actie te komen}
  55. {WAARHEID Je hebt gevoelens}, {WAARHEID je hoort geluiden}, {WAARHEID je hebt gedachten} en {SUGGESTIE je komt in actie}, toch?
  56. Iemand vertelde mij eens “{SUGGESTIE Kom in actie!}”
  57. Iemand zei “{SUGGESTIE Kom in actie!}”
  58. Wanneer jij {SUGGESTIE in actie komt}, dan {voel je goede gevoelens; ben je er klaar voor} (persoon moet WANNEER deel doen om DAN deel te verifieren) 
  59. {SUGGESTIE Je komt in actie}….toch? (effect tag-vraag, zoals “… toch?”impliciet en automatisch eens zijn) 
  60. Vanuit alle goede redenen kan jij {SUGGESTIE in actie komen}
  61. Vanuit de vrijheid die jij hebt kan jij {SUGGESTIE in actie komen}
  62. Er is geen reden voor je om te denken aan alle redenen waarom je {SUGGESTIE in actie komen} wel zou kunnen/willen doen
  63. NIET {SUGGESTIE} ZIEN/HOREN/VOELEN/DOEN, best in combinatie met kunnen, mogen, zouden, hoeven, moeten, nodig zijn, bijvoorbeeld we moeten je niet in actie zien
  64. {WAARHEID Je hebt gevoelens} alsof {SUGGESTIE je in actie komt}
  65. Ik {WAARHEID of GELOOF of BEN OVERTUIGD} dat jij nooit zal overwegen {SUGGESTIE om in actie te komen}
  66. Door {WAARNEMING je blauwe ogen} zie je er uit alsof je {SUGGESTIE in actie komt}
  67. Door {WAARNEMING je blauwe ogen} lijkt het wel alsof je {SUGGESTIE in actie komt}
  68. Je ziet er uit alsof je nooit zal overwegen om {SUGGESTIE die actie} te doen
  69. Ik weet dat ik niet aardig hoef te zijn, om jou {SUGGESTIE in actie te laten komen}
  70. Omdat ik {OBSERVATIE je zie knikken}, weet ik dat jij er niet aan zal denken om {SUGGESTIE in actie te komen}
  71. Ik zie jou niet als iemand die er aan denkt, laat staan overweegt, om {SUGGESTIE in actie te komen}
  72. Ik zie jou niet als iemand die een beeld heeft bij de gedachte aan {SUGGESTIE in actie komen}
  73. Ik zie jou niet als iemand die zelfs maar een beeld kan vormen bij de gedachte aan {SUGGESTIE in actie komen}
  74. Ik zie jou niet als iemand die {SUGGESTIE in actie komt}
  75. Ik zie jou niet als iemand die gevoel krijgt bij de gedachte aan {SUGGESTIE in actie komen}
  76. Het voelt niet alsof jij zelfs maar zou overwegen {SUGGESTIE om in actie te komen}
  77. Zoals je daar nu zit lijkt het wel alsof je {SUGGESTIE in actie komt}
  78. Het is gemakkelijk {SUGGESTIE om in actie te komen}
  79. Je kunt opmerken {SUGGESTIE dat je in actie komt}
  80. Ik weet dat je {SUGGESTIE in actie komt}
  81. Je weet {WAARHEID dat je gevoelens hebt} en {SUGGESTIE dat je in actie komt}
  82. Terwijl {WAARHEID jij gevoelens voelt}, kun je {SUGGESTIE in actie komen}
  83. Wanneer {WAARHEID jij gevoelens voelt}, kun je {SUGGESTIE in actie komen}
  84. {OBSERVATIE Dat je met je hoofd knikt} zorgt er voor dat {SUGGESTIE in actie komt}
  85. Je vraagt je misschien af {SUGGESTIE wanneer je in actie komt}, en misschien ook niet
  86. Je vraagt je misschien af {SUGGESTIE wanneer je in actie komt}, maar ik denk het niet
  87. Je kan nieuwgierig zijn naar {SUGGESTIE in actie komen}
  88. Het is goed dat je {SUGGESTIE in actie komt}
  89. Het is niet belangrijk dat je {SUGGESTIE in actie komt}
  90. En nu kun je helemaal {SUGGESTIE in actie komen}
  91. Elke gedachte kan je helpen {SUGGESTIE om in actie te komen}
  92. Wil je gaan {OBSERVATIE staan/zitten/liggen} wanneer je {SUGGESTIE in actie komt}?
  93. Ik wil graag iets met je bespreken voordat {SUGGESTIE je in actie komt}
  94. Je vraagt je misschien af {KEUZE of je gevoel of je gedachten of je lichaam} het eerst {SUGGESTIE in actie komt}
  95. Ik weet niet of {KEUZE1 je gevoel} of {KEUZE2 je gedachten} {SUGGESTIE je tot actie laat komen}
  96. {SUGGESTIE Kom je in actie} voor of na {ACTIE/OBSERVATIE een kop koffie}?
  97. Besef je nu al dat {SUGGESTIE je in actie komt}?
  98. Wist je dat {SUGGESTIE je in actie komt}?
  99. Ben je nieuwsgierig naar {SUGGESTIE in actie komen}?
  100. Hoe gemakkelijk kan jij {SUGGESTIE in actie komen}?
  101. Je kunt {SUGGESTIE actief blijven} blijven
  102. Ben je nog steeds {SUGGESTIE in actie aan het komen}?
  103. Gelukkig hoef ik niet in detail te weten {SUGGESTIE hoe jij in actie komt}
  104. Je kunt beginnen {SUGGESTIE met in actie komen}
  105. Ik weet niet hoe snel {SUGGESTIE jij in actie komt}
  106. Ik zou graag willen weten hoe {SUGGESTIE jij in actie komt}
  107. Ik vraag me af wat je het liefste zou doen wanneer {SUGGESTIE je in actie komt}
  108. Het is niet de bedoeling dat je al te veel {SUGGESTIE in actie komt}
  109. Niet te veel plezier beleven aan {SUGGESTIE in actie komen}
  110. Weet je wat {SUGGESTIE in actie komen is}?
  111. Heb je gemerkt dat {SUGGESTIE je in actie komt}
  112. Het maakt niet uit wanneer je begint {SUGGESTIE met in actie komen}
  113. Ik {OBSERVEERBARE ACTIE beweeg mijn hoofd} om te zorgen dat {SUGGESTIE jij in actie komt}
  114. Onverklaarbaar, zonder reden, kan jij {SUGGESTIE in actie komen}
  115. {NEGATIE SUGGESTIE Je wilt misschien niet in actie komen}, laat staan dat je het werkelijk doet

Oefening: een inspirerende situatie om je passie te vinden

In deze oefening gaat A bij B een voorbeeldsituatie uitvragen, waarin door B passie werd ervaren. Wanneer B dan goed contact heeft met deze herinnering, stelt A de vragen over deze herinnering die de passie duidelijker maken.

Instructie

A Act:

  • Je mag de vragen exact voorlezen zoals ze er staan, of de zandbak ingaan. Lees met een rustige stem. Luister goed naar de LETTERLIJKE woorden die B tegen je zegt wanneer dat nodig is, herhaal ze ter controle door B en schrijf ze EXACT zo op (BACK TRACKEN). Maak rapport en verbinding, geef rust en ruimte.
  • Geef na het stellen van de vraag tijd en ruimte aan B om tot een antwoord te komen. Lees de BMIR’s. Spreek eventueel vooraf een teken af met B waarmee B kan aangeven dat het antwoord klaar is. Bij puntjes (…) kan je even rustig 1001, 1002, 1003 tellen, voordat je verder gaat.
  • Je schrijft in de manual van B, zodat B later zijn eigen antwoorden kan teruglezen.

B Be:

  • Geef je manual aan A zodat je jouw antwoorden later terug kan lezen.
  • Wees gewoon jezelf, luister naar de vragen, keer naar binnen en vind jouw beste antwoord, voor jezelf. Het is niet nodig om antwoord te geven op de vragen die A stelt, het mag wel: NLP is procesgericht. Wel is het handig dat je knikt (of ander teken) wanneer je voor jezelf het antwoord hebt, zodat A weet dat de volgende vraag gesteld kan worden.
  • Tijdens de oefening zal A bij vragen aangeven dat het antwoord wordt opgeschreven. Dat zijn de enige keren dat er wel antwoord verwacht wordt. Geef het woord dat goed voelt voor jou.

C See:

  • Leert van het kijken en horen.
  • Let op de exacte woorden van B.
  • Let op de BMIR’s van B die een indicatie geven dat B voldoende tijd en ruimte krijgt.

De uitvraag

A: Iedereen heeft wel eens een moment van passie… Een moment van inspiratie… Waarin je elk gevoel voor tijd kwijt was… waarin jij je heel erg prettig voelde… in werk… in hobby… in een relatie… waar dan ook… En uit al die mogelijke momenten… kan 1 herinnering te binnen schieten… die nu… bovenkomt… en die geschikt is voor… nu… Geef maar aan wanneer jij je moment hebt gekozen… [wacht op teken].

A: Wanneer je dat moment een specifieke naam zou geven, een beschrijving of een codewoord dat alleen jij begrijpt, wat zou die naam dan zijn? Wat kan ik voor jou opschrijven? [wacht op naam, herhaal deze naam ter controle, en schrijf deze letterlijk op]

Naam: …………………….

A: Wanneer je terug gaat naar dat moment [NAAM]… en voorstelt wat je toen zag… Waar was je…? Was daar nog iemand…? Hoe ziet het er daar uit…? Wat voor kleuren zie je…? Wat voor vormen zie je…? Ruik je iets…? Proef je iets…? Hoor je iets…? Welke gedachten heb je daar in dat specifieke moment [NAAM]…? Wat zeg je tegen jezelf…? Wat denk je over jezelf…? Wat denk je over de situatie…? Hoe zat of stond je toen…? Misschien wil je eens staan of zitten zoals je toen zat of stond…? [geef ruimte tot B eventueel zit of staat zoals B toen zat of stond, wacht op teken]

A: Wat voel je nu, fysiek…? Waar zit dat gevoel als je het kon vastpakken…? En welke vorm heeft dat gevoel…? Is dat gevoel warm of koud…? Is dat gevoel ritmisch of constant…? Is dat gevoel scherp of zacht…? [wacht op teken].

A: Wat doe je daar in dat moment [NAAM]? Wat is het dat je zo goed doet…? Hoe zou je dat noemen in een werkwoord…? Wat kan ik voor jou opschrijven…?

[wacht op werkwoord, herhaal dit werkwoord ter controle, en schrijf dit letterlijk op]

Werkwoord 1: …………………….

A: Is er meer wat je specifiek doet in dat moment [NAAM]? Kan ik nog iets voor jou opschrijven…?

[wacht op reactie, herhaal ter controle, en schrijf letterlijk op]

Werkwoord 2: …………………….

A: Ga eens voor jezelf na wat er zo belangrijk is aan dit moment [NAAM]…?

[wacht op teken. De volgende vraag gaat verder op dit laatste antwoord].

A: Waarom vind je dat belangrijk…?

[wacht op teken. De volgende vraag gaat verder op dit laatste antwoord]

A: Wat levert jou dat op…?

[wacht op teken. De volgende vraag gaat verder op dit laatste antwoord]

A: Waarom vind je dat belangrijk…?

[wacht op teken. De volgende vraag gaat verder op dit laatste antwoord]

A: Hoe zou je dat belang noemen in een zelfstandig naamwoord, wat voor naam zou je dat belang willen geven…? Wat kan ik voor je opschrijven?

[wacht op naam, herhaal deze naam ter controle, en schrijf dit letterlijk op]

Naam belang: …………………….

A: Is er iets belangrijker voor je dan [naam belang] …? Wat kan ik voor je opschrijven?

[wacht op reactie, herhaal deze reactie ter controle, en schrijf dit letterlijk op]

Reactie: …………………….

A: Dank je wel…

[Einde uitvraag; geef de manual terug, en wissel van rol]

Uitwerking van de uitvraag (individueel)

Neem je antwoorden hieronder over:

Werkwoord 1: …………………………………………

Eventueel werkwoord 2: …………………………………………

Naam belang: …………………………………………

Eventuele reactie: …………………………………………

Formuleer nu zinnen in de volgende structuren, lees ze hardop aan jezelf voor, luister goed naar jezelf, en doorvoel welke structuur jou het beste past:

  • [BELANG] [WERKWOORD 1] door [WERKWOORD 2]

  • [REACTIE] [WERKWOORD 1] door [WERKWOORD 2]

  • [BELANG] [WERKWOORD 2] door [WERKWOORD 1]

  • [REACTIE] [WERKWOORD 2] door [WERKWOORD 1]

  • [BELANG] [WERKWOORD 1]

  • [REACTIE] [WERKWOORD 1]

  • [BELANG] [WERKWOORD 2].

  • [REACTIE] [WERKWOORD 2].

Schrijf de beste structuur hieronder uit:

De kern is ……………………………………………………………………………………………

Voel je vrij om nog betere formuleringen buiten de aangegeven structuur te ontdekken,

en te gebruiken… Je kan ook naar de ontdekte woorden kijken, nu of later, en een symbool of teken laten ontstaan dat staat voor of past bij het gevoel, de houding, de woorden… En misschien kan je dat teken of symbool wel in een beeldje, sieraad, tekening of iets dergelijks vangen, en er dan voor zorgen dat je dat symbolische symbool vaak tegenkomt…

Doorleven hoe het dan kan zijn

In deze oefening gaat A begeleiden bij het door B doorleven van hoe het anders zou kunnen zijn bij het volgen van het verkregen antwoord.

Instructie

A Act:

  • Lees de tekst exact voor zoals deze er staat, met een rustige stem.
  • Gebruik de manual van B.
  • Geef na het voorlezen van de tekst tijd en ruimte aan B om te doorvoelen. Spreek vooraf een teken af waarmee B kan aangeven dat B klaar is.
  • Bij puntjes (…) kan je even rustig 1001, 1002, 1003 tellen, voordat je verder gaat.

B Be:

  • Geef je manual aan A zodat je jouw antwoord kan doorvoelen.
  • Wees gewoon jezelf, luister naar de tekst, keer naar binnen en voel wat je voelt en ervaar wat je ervaart, voor jezelf. Het is niet nodig om antwoorden te geven. Wel is het handig dat je knikt wanneer je voor jezelf klaar bent, zodat A weet dat de volgende stap genomen kan worden.

C See:

  • Vindt de BMIR’s waaraan je ziet dat B voldoende tijd en ruimte krijgt.
  • Zie wat er nog meer gebeurt.

De Niveau’s van Robert Dilts

A: neem de gekozen kern van B hieronder (letterlijk) over:

…………………………………………………………………………………………………………

A: Stel je voor… dat jouw belangrijkste doel in het leven…, de reden van jouw bestaan… (het/de) [kern] is…, en dat je daar gesteund in wordt door alles…, en het grote geheel…, Wie of wat ben je dan…? [wacht op teken].

A: Wat is er, gesteund door (het/de) [kern], dan belangrijk voor jou…? [wacht op teken. Je kan de wachttijd opvullen met: ”… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…]

A: Gesteund door (het/de) [kern] en wat er dan belangrijk is, wat geloof je dan…? [wacht op teken. Eventueel ”… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…]

A: Gesteund door (het/de) [kern] wat er dan belangrijk is, wat je dan gelooft, wat kan je dan…? [wacht op teken. Eventueel ”… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…]

A: Gesteund door (het/de) [kern], wat belangrijk is, wat je gelooft, wat je kan, wat doe je dan…? [wacht op teken. Eventueel ”… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…]

A: Hoe ziet het er dan uit…? [geef ruimte en rust. Eventueel “… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…, merk wat er verandert is…”]

A: Dank je wel…

[Einde oefening; geef de manual terug, en wissel van rol]

NLP als methode: modelleren

NLP modelleren

NLP modelleren

NLP is ontstaan vanuit het modelleren van excellentie, vaardigheden die tot het gewenste resultaat leiden. In de Practitioner ligt de focus op het leren kunnen toepassen van de technieken.

“NLP is een houding en een methode met in haar kielzog een serie aan technieken” – Richard Bandler.

Houding

  • Nieuwsgierigheid
  • Flexibiliteit: de bereidheid te experimenteren, iets nieuws en anders te proberen
  • Constructief bijdragend aan het doel

Methode: Modelleren

NLP gaat er van uit dat wat de ene mens aan gedrag of vaardigheden laat zien, door een ander mens (in minstens de helft van de tijd) ook kan worden eigen gemaakt. Verder vooronderstelt NLP dat de mensen op fysiek en mentaal niveau op dezelfde manier functioneren omdat ons neurologisch netwerk eenzelfde opbouw heeft.

Om een ander gedrag of vaardigheid aan te leren van een expert, dienen we te zoeken naar de VERSCHILLEN tussen de expert en mijzelf. Wat doet de expert anders? Wat is het verschil dat het verschil maakt? Dit proces heet modelleren.

Modelleer vaardigheden

  • Kalibreren: het vermogen om minimale non-verbale veranderingen waar te nemen.
  • Elicitatie: uitvragen volgens het META model
  • Chunking: Hiërarchie van ideeën. Het kiezen van abstractieniveau.
  • Sequencing: strategieën, herkennen van de volgorde waarin iemand stappen zet.

Wat modelleer je?

  • Fysiologie: de sleutel om snel de stemming te achterhalen d.m.v. de ademhaling en de lichaamshouding, mimiek etc. Rapport en matching.
  • Filters: metaprogramma’s, waarden en overtuigingen, de neurologische niveau’s. We letten op deze filters wanneer we willen weten WAAROM (interne motivatie) iemand doet wat hij doet (gedrag).
  • Strategie: een opeenvolging van interne representaties die leiden tot het bereiken van een resultaat. Oogpatronen, predikaten etc.

Binnen NLP is de benadering dus: Wat doen succesvolle mensen eigenlijk? We kunnen leren van de excellentie van anderen door ze na te apen, door de gedachten te hebben die zij hebben, de motivatie te hebben die zij hebben, te geloven wat zij geloven, te (leren) kunnen wat zij kunnen, te doen wat zij doen, de wereld zien zoals zij het zien. Het in kaart brengen van deze aspecten, dat is wat modelleren is. En wanneer je dat vastlegt in een overdraagbaar model dan heb je een NLP techniek, ofwel het antwoord op de vraag “HOE kan ik de excellentie die een ander heeft ook bereiken met de mogelijkheden die ik tot mijn beschikking heb?”.

Dus wanneer iets niet goed gaat, of je wilt iets anders doen dan je tot nu toe hebt gedaan, dan legt NLP de focus niet op wat er mis is en hoe dat verbeterd kan worden, maar NLP legt de focus op iets ergens waar het wel goed gaat, en kopieert dat. Je gaat leren van iemand (rolmodel) die goed is in wat jij wilt kunnen, door zijn interne proces te modelleren en dat na te doen.

Predicaten

Predicaten zijn in NLP woorden die iemand gebruikt, die kunnen duiden op het gebruik van een bepaald representatiesysteem, oftewel of de (huidige) interne representatie voornamelijk opgebouwd is uit plaatjes, geluiden, gevoelens, smaak, geur en reuk of gedachten. Predicaten zijn een mooi voorbeeld hoe NLP zich meer richt op het proces van communicatie dan op de inhoud van de boodschap.

Als gesprekspartner, begeleider, coach kun je matchen op wat iemand in woorden (predicaten) aan je verteld. Dit brengt je in rapport met elkaar. Bijvoorbeeld: Iemand verteld je: ”Ik zie het niet, ik heb er geen beeld bij.” Als antwoord kun je matchen door: “Ik zie wat je bedoeld.” Je stemt af op het representatiesysteem in plaatjes door dezelfde soort predicaten te gebruiken. Wanneer je wilt matchen in predicaten terwijl je nog niet helder hebt wat de ander als voorkeur heeft (nu), dan gebruik je a-specifieke (auditief digitale; praten in gedachten/denken) predicaten (je gesprekspartner zal zelf de vertaling maken naar het huidige voorkeurssysteem).

Je kunt ook mismatchen op wat iemand je in woorden (predicaten) verteld. Hiermee bereik je verandering. Je geeft de ander de mogelijkheid om voorbij de grenzen van zijn/haar wereldmodel te gaan, dit model te onderzoeken en uit te breiden. Zijn/haar gezichtsveld wordt groter, of er worden nieuwe mogelijkheden gezien, andere verbindingen worden gelegd. Door te reageren vanuit andere predicaten ‘dwing’ je een andere invalshoek. Bijvoorbeeld: “Ik voel mij hier niet goed onder, er ligt een zware last op mijn schouders.” Als antwoord kun je mismatchen door op deze kinesthetische predicaten te reageren met visuele predicaten als: “Hoe zie je het als je er van af hier naar kijkt?”

Visuele predicaten: praten in plaatjes

Aspect, beeld, blijken, blik, contrast, droom, duidelijk, focus, getuige, glimp, gloed, helder, hoek, horizon, illusie, illustreren, inspecteren, inzicht, kijken, kleurrijk, nauwkeurig, obscuur, observeren, onderscheiden, onderzoeken, ontruimen, opvallen, overzicht, perceptie, plaatje, scene, schetsen, scope, starende blik, stralend, toespitsen, uitstekend, uitzicht, vaag, verdacht, verduister, verschijnen, visie, voorgrond, vooruitzichten, voorzien, waakzaam, wazig, weerspiegelen, zicht, zichtbaar, zien.

De andere kant opkijken, beeld schetsen, duistere zaak, glimp opvangen, kijkje nemen, schitterend idee, steelse blik, er op toezien, het schijnt dat, geen schijn van kans, het is me niet duidelijk, in het licht van, door de vingers zien, doorzien, in het niets staren, inzien dat, je oog laten vallen op, kleur bekennen, lust voor het oog, met het blote oog, oog in oog, over het hoofd zien, perspectief krijgen op, verborgen boodschap, zich illusies maken, zicht hebben op, oogje in het zeil houden, ik zie het zitten, u heeft een ander gezichtspunt nodig, ik zie licht aan het eind van de tunnel, ik heb meer overzicht nodig, veel kleurrijke mensen hier, hij heeft er een goed oog voor, zij blinkt echt uit, dat ziet er rooskleurig uit, lijkt mij, in vogelvlucht, in de juiste verhoudingen, in groter verband zien, in een glimp opgevangen, een vaag idee, een heldere toekomst, in het licht van, een beeld schetsen, ziet er uit als een plaatje, er op toezien, kortzichtig, fraai om te zien, tunnelvisie, onder de loep nemen, lichtpuntje zien, uitzichtloos, hoog aanzien.

Wanneer ik je een aantrekkelijk voorstel zou tonen, wil je dan bekijken of het is wat je voor ogen hebt?

Auditieve predicaten: praten in geluid

Aankondigen, articuleren, bekendmaken, bellen, bespreken, bespreking, bulderen, communiceren, converseren, discussiëren, dissonantie, echo, formuleren, gehoorafstand, gejank, geluid, geratel, gesprek, gieren, gillen, harmonie, hoorbaar, horen, informeren, instemmen, knarsen, lawaai, luid, luidruchtig, luisteren, mondeling, monotoon, noemen, opmerken, opmerking, praten, rapporteren, ritme, roddelen, rumoer, schel, schreeuw, schreeuwen, sprakeloos, spreken, stem, stilte, sussen, toon, uitroepen, uitspreken, verklaren, verkondigen, vermelden, vertellen, vocaal, vraag, zeggen.

Afstemmen op, bij wijze van spreken, binnen gehoorsafstand, dat doet een belletje rinkelen, de waarheid vertellen, een kletskous zijn, een mening uiten, het ene oor in en het andere uit, het hoogste woord voeren, iemand aanhoren, iemand de mond snoeren, iemands hulp inroepen, iets doorpraten, iets verwoorden, in harmonie zijn, je mond houden, je oor te luisteren leggen, kletspraat verkopen, luidkeels roepen, nooit van gehoord, uitgesproken, klinkt goed, ik kan het niet meer horen, je zou ook eens naar een ander kunnen luisteren, mijn stem heb je, daar kan ik mee instemmen, ik was onverstaanbaar, Oost-Indisch doof, hij is een goed klankbord, klinkt als een klok, de waarheid zeggen, gehoor geven aan, bij wijze van spreken, laat eens wat horen, schreeuwende kleuren.

Wanneer ik je zou vertellen wat mijn voorstel is, zou je willen luisteren of je er oren naar hebt?

Kinesthetische predicaten: praten in gevoelens

Aandrang, aanraken, aanvoelen, absorberen, beroeren, beweging, druk, drukte, eelt (op ziel), energie, flexibel, fundering, gebonden aan, geslagen, gestructureerd, gevoelig, gloed, grijpen, in de war, intuïtie, lauwwarm, leeghoofdig, nadruk, ongemakkelijk, ontspannen, onverdraaglijk, paniekerig, richting, rilling, ruw, schok, spanning, steun, stevig, stortvloed, stress, stromen, temperatuur, trillen, vastklampen, verdoofd, voelen, warm, zacht, zeer.

Alle uitdrukkingen met lichaamsdelen.

De bovenhand krijgen, de fantasie prikkelen, de kaarten op tafel leggen, de touwtjes in handen hebben, een doortastend persoon, greep krijgen op, hand in hand, het in je vingertoppen voelen, iemand de rug toekeren, iemand voor de voeten lopen, iets doorgeven, iets laten bezinken, iets vasthouden, in aanraking komen met, in contact blijven met, in een handomdraai, op het rechte pad blijven, op je tanden bijten, op je tenen lopen, stap voor stap, vastklampen aan, vlijmscherp, in de hand houden, ik voel me op mijn gemak, grip op de zaak, zijn gevoelige snaar, binnen handbereik, kippenvel krijg ik daarvan, de sensatie hangt in de lucht, ik ben in de vorm van mijn leven, er op staan, hartverwarmend, links laten liggen.

Wanneer ik je een concreet voorstel zou doen, zou je willen ervaren of het goed voelt?

Olfactoire predicaten: praten in geur en reuk

Aroma, boeket, dampen, doordringende geur, essentie (basisgeur), mest, muf, rot, stank, stinken, stoffig, vochtig, zoetig (geur), zweet.

Gustatoire predicaten: praten in smaken

Bitter, delicieus, flauw, kruidig, pikant, pittig, scherp, smaakvol, verbrand, verschraald, zoet, zuur, kauwen, proeven.

Auditief digitale predicaten (ook wel aspecifiek): praten in gedachten, denken

Activeren, adviseren, analyseren, anticiperen, begrijpen, beseffen, beslissen, besluiten, bewust, bewustzijn, creëren, demonstreren, denken, ervaring, functioneren, herhalen, idee, indicatie, kennen, kiezen, kunnen, leren, logisch, maken, managen, mening, merken, motiveren, onderzoeken, ontwikkelen, opmerken, organiseren, overwegen, plannen, predicaten, realiseren, verstand, verwerken, vragen, voorbereiden, waarnemen, waarschuwen, weten, zijn.

Alert zijn, bewust zijn, een ervaring integreren, het eens zijn over, het juiste idee hebben, je best doen, zich vergissen.

Wanneer ik je een advies geef, zou je het kunnen overwegen?

Oefening herkennen van predicaten

Lees onderstaande uitspraken/woorden/predicaten en bepaal of deze duiden op V, A, K, O, G of Ad:

  • Er wordt gefluisterd
  • Licht op de zaak laten schijnen
  • Aansprekend
  • Ik begrijp, dat
  • Ergens tegenaan lopen
  • Tegen de achtergrond bezien van :
  • Schitterend voorgesteld
  • Een uitgesproken tegenstander
  • Een handvat geven
  • De bal terugkaatsen
  • Ik vraag me af
  • Oost-Indisch doof
  • Ik denk dat
  • Oogkleppen op hebben
  • Vastlopen
  • Weerklank vinden
  • Andere invalshoek kiezen
  • Op je tenen lopen
  • Dat is tekenend
  • Een voorstel bespreken
  • Ik evalueer graag
  • Nog afgezien van
  • Verstijfd van schrik
  • Ik ben me ervan bewust
  • Tegen dovemansoren zeggen

9 stappen naar persoonlijke vrijheid (spirituele groei).

In NLP zijn er stromingen die spirituele groei hebben gemodelleerd. Daaruit zijn 9 generieke stappen ontstaan die er voor zorgen dat je eigen ‘zijn’ de ruimte krijgt. 9 stappen die zorgen dat je jouw persoonlijke ruimte en vrijheid vergroot worden, en het proces van maskeren (sociaal gewenst gedrag vertonen op basis van interne verwachtingen) minder grote invloed krijgt. Het belangrijkste effect is vaak niet zozeer dat het uiteindelijke gedrag verandert, als wel dat de motivatie om het gedrag te vertonen verandert: je gaat de dingen doen die je doet vanuit een intrinsieke motivatie in plaats vanuit de externe motivatie ‘dat het zo hoort’. In plaats van REAGEREN op (jouw verwachtingen van) de buitenwereld, ga je jouw leven CREËREN van binnenuit. Het (her)kennen van deze stappen is een handvat voor de NLP coach en de NLP (Master) Practitioner om persoonlijke vrijheid  te kunnen beïnvloeden. En uiteindelijk is coachen niets anders dan de persoonlijke vrijheid vergroten.

1) Besef je dat er niets is buiten jezelf: alles wat je waarneemt en denkt ben jezelf, en bestaat enkel in jou gedachten. Wanneer je naar een vaas kijkt, denk je een vaas te zien, maar een vaas is enkel een idee, een concept. Alle ideeën en concepten die jij hebt projecteer je op de wereld, en daarmee vervorm je de realiteit. Je bevestigt enkel je zelfbeeld en je wereldbeeld.

2) Besef je dat je niets te verliezen hebt, enkel illusies in je denken. Niemand heeft iets te verliezen. Dit gaat altijd en overal voor iedereen op. Het enige wat je kunt verliezen zijn ideeën en concepten die ondersteund worden door enorm veel energie (emoties gerelateerd aan het denken en oordelen). Herken en vernietig de ‘onechtheden’ van het denken. Neem de tijd die je nodig hebt, het is zeker niet gemakkelijk om tot in je diepste wezen te beseffen dat je nooit iets te verliezen hebt.

3) Leef hier en nu. Gisteren is voorbij, morgen zal nooit komen, alleen vandaag, nu, bestaat. De rest zijn enkel gedachten, illusies.

4) Maak contact met je ware zelf. Laat oordelen los. Met name schuld, schaamte, spijt (en soms daaraan gerelateerde angst) duiden op oordelen, waardeoordelen, en dan van buitenaf. Voel wat er echt van binnen is (authentiek). Ontdek AL je aanwezige gedachten, gevoelens, wensen, doelen en fantasieën. Gedachten, gevoelens, wensen, doelen en fantasieën hoeven zeker niet altijd zacht, lief of ‘spiritueel’ te zijn. Onze geest omvat alles: het lagere en het hogere, het lichte en het donkere. Persoonlijke vrijheid begint met alles van jezelf te onderkennen en te erkennen. Laat de innerlijke repressie van gedachten, gevoelens, wensen, doelen en fantasieën gaan.

5) Laat het oordelen los. Zie de gedachten, gevoelens, wensen, doelen en fantasieën voor wat ze zijn, zonder commentaar van het denken (de interne stem). Het denken verstoort het gevoel, via het oordeel en geeft ruis in de volgende stappen. Het denken en externe oordelen maken dat ‘dat-wat-is’ subjectief wordt ervaren, terwijl persoonlijke vrijheid zoekt naar het objectieve en authentieke in jezelf. Het denken is de grondslag van de onware-zelf, het ego. Een appel is een appel, en is anders dan een appel met het oordeel “weer een appel”, en is anders dan een appel met het oordeel “appels zijn lekker”, en is anders dan een appel met het oordeel “gezond: een appel”, en is anders dan een appel met het oordeel “de verboden vrucht”. Het zien van de appel als appel, en niet meer dan dat brengt je in contact met je ware gevoel (noot: besef dat appel een concept op zich is). De noodzakelijke stap van denken in illusies naar authentiek kunnen voelen.

6) Neem de geraaktheid van je hart als richtsnoer voor je handelen. Waardoor wordt je geraakt, waardoor wordt je bewogen? In dit het echte en authentieke gevoel? Je weet dan dat je daar iets mee te doen hebt, dat je daar antwoord op hebt te geven. Dat antwoord kan een innerlijk protest geven of een instemming van het hart. Herstel hier de verbinding met je ware zelf, en handel vanuit je authentieke gevoel. Het handelen vanuit geraaktheid neemt het over van het handelen vanuit het denken. Wees trouw aan de geraaktheid waarmee je wordt geroepen en bewogen. Uiteindelijk zal ook het denken ten dienste komen te staan van de geraaktheid.

7) Overgave: de werkelijkheid als geheel omarmen, met alles erop en eraan, zonder enig voorbehoud. Het is zoals het is. Heb de bereidheid geraakt te worden door het leven in al zijn facetten. Overgave aan de werkelijkheid betekent niet dat je alles maar goed moet vinden. Want juist in de overgave zul je bemerken dat sommige gebeurtenissen een heftig protest in je oproepen en dat andere gebeurtenissen je blij maken. Maar nu authentiek, van binnenuit, creërend, in tegenstelling tot van buitenaf, reagerend. Protest en instemming van het hart vormen de wijzers van je innerlijk kompas voor je handelen in de wereld.

8) Twijfel: alleen vanuit twijfel kunnen keuzes gemaakt worden en nieuwe stappen gezet in de persoonlijke vrijheid. Wie meent de waarheid in pacht te hebben maakt geen keuzes. Zo iemand herhaalt steeds hetzelfde antwoord, ongeacht de vraag die het leven op enig moment stelt. Daar leer je niets van. Daar kun je ook niet aan groeien.

9) Ontdek: Het leven is een rijk terrein waarop veel valt te ontdekken. Ga op ontdekkingsreis. Als je gedachten, gevoelens, wensen, doelen of fantasieën hebt, breng die dan in praktijk, voer ze uit. Ervaar de ervaring om de ervaring rijker te worden, je gevoel rijker te maken. Wees ontevreden om in beweging te komen, om te groeien, om in actie te komen, om niet langer te blijven waar je was, om niet stil te staan. Op terreinen waar je samen bent: geef elkaar inspraak, met het recht om nee te zeggen. Bij een veto accepteer je dat op een liefdevolle manier.

Vragen stellen

Wat er ook gevraagd wordt, in je hoofd wordt er antwoord gegeven en komt er vanzelf een antwoord naar boven. Terwijl je gedachten een antwoord aan het vormen is, wordt er tegelijkertijd in de dieptestructuur verbindingen gemaakt met alle associaties die je kent, hebt ervaren, hebt gezien, hebt gehoord, hebt gevoeld. Het maakt niet uit of de vraag logisch of onlogisch is. Een antwoord komt er.

Vragen die je aan jezelf stelt, worden ook beantwoord. Wanneer je tegen jezelf zegt “Ik vind dit moeilijk” of “Ik vind dit lastig” maak je het “moeilijk zijn” nog sterker voor jezelf en daardoor wordt het alleen maar moeilijker om het wel te begrijpen of te snappen. Je hindert jezelf om te leren. Andersom werkt het ook, wanneer je zegt, “Ik vraag mij af hoe snel ik dit makkelijk ga vinden?” of “Ik vraag mij af hoe snel ik ontdek wat hier eenvoudig aan is?” Merk het verschil en ontdek hoe dit helpt. Het begint bij de overtuigende gedachten die het doen ondersteunen.

Voorbeeld vragen

Stel jezelf deze vragen, en merk hoe het antwoord als vanzelf komt:

  • Waarom groeien er appels op de maan?
  • Welke nieuwe dingen ga ik ontdekken?
  • Ik vraag mij af in hoeveel dingen ik beter en beter wordt?
  • Welke sensatie in mijn lijf voelt nu erg goed voor mij?
  • Hoe natuurlijk en makkelijk ga ik aandacht geven aan dat wat goed voelt?
  • In welke belangrijke zaken gaat NLP mij verder helpen?

Hoe gebruik je vragen welke anderen meer overtuigen?

Op dezelfde manier waarop je eigen gedachten stuurt, kun je de vragen gebruiken om andermans gedachten te sturen. Gedachten zijn makkelijk te programmeren middels vragen en leidt tot het maken van beslissingen binnen de mogelijkheden die er zijn gegeven.

Merk het verschil in de vraagstelling van de vragen en welk antwoord daar meest waarschijnlijk op volgt.

  • Wil je een grote of een kleine frisdrank? Vaak wordt de kleine gekozen.
  • Wil je een grote frisdrank? Vaak wordt de grote gekozen.
  • Realiseer je hoe spannend het gaat worden, wanneer je deze vakantie neemt?
  • Hoe snel kunnen we onze afspraak beëindigen?
  • In hoeveel verschillende manieren ga je van dit huis genieten?

Houding: Een goede NLP coachstaat

NLP houding voor de NLP coach

NLP houding voor de NLP coach

Nieuwsgierigheid, flexibiliteit en constructief denken: de bereidheid te experimenteren, iets nieuws en iets anders te proberen, altijd op weg naar het bereiken van het doel: de juiste NLP houding, de juiste NLP coachstaat voor de NLP’er die aan het coachen is. Houding als in attitude, als in manier van bejegenen. Denk aan de roos van Leary; gedrag roept gedrag op, dus kan de coach door zijn/haar gedrag aan te passen invloed hebben op het gedrag van de coachee.

Let op: empathie (inleven) is belangrijk, maar sympathie (meeleven) is destructief! Je wilt een patroon doorbreken om resultaat te bereiken. Dit patroon kan je identificeren met empathie om dan tot oplossingen te komen. Sympathie zorgt dat je zelf het patroon overneemt en oplossingen blokkeert. Wees een fair witness: neutraal en niet emotioneel verbonden. Mededogen in plaats van medelijden. Een NLP coach zal zich nooit de NLP houding aanmeten van sympathie!

Wat is jouw meest begripvolle en verwachtingsvolle blik waarmee jij een ander kan aankijken?

Vragen voor de NLP coach om de NLP houding op te roepen:

De ander, gezien in de ogen van de NLP coach (de NLP houding):

  • een geweldig en intelligent persoon is
  • gemakkelijk kan veranderen
  • alle hulpbronnen in zich heeft
  • op een ‘heldenreis’ is
  • in staat is zijn of haar eigen problemen op te lossen als hij of zij in staat is de eigen gedachten helemaal door te nemen
  • mijn aanwezigheid en onverdeelde aandacht nu nodig heeft
  • nu het belangrijkste voor mij is
  • niets toevallig doet; elk detail is significant
  • alles een metafoor laat zijn voor al het andere
  • mij verrijkt met wat hij of zij te zeggen heeft
  • ik dankbaar ben