ervaren

Schrijfoefening: Het verhaal van de oude boom

Ze denken dat ik een boom ben. Een oude boom. Een grote statige boom die enkel passief regen, wind en storm weerstaat. Maar ik ben veel meer dan dat. Slechts enkele mensen, en eekhoorns, kennen mijn geheim. Of eigenlijk is het geen geheim, maar een ongezien talent, mocht je het woord talent mogen gebruiken voor een vaardigheid die eigenlijk heel normaal is maar niet erkend doordat ze niet gezien wordt. Enkel als je het wilt zien zie je het. De meeste dieren en mensen willen of kunnen het niet zien omdat ze enkel naar het oppervlakkige kijken. Ze zien mij daar staan, takken die dansen met de wind, die meetreuren met de regen, soms breken in het ruwe spel dat ik met de storm speel. Mensen die de ogen gesloten houden voor wat zo overduidelijk is, en wel-zieners ridiculiseren door ze aan te duiden met termen als boomknuffelaars. Liefst uitgesproken op meewarige toon, zodat de boodschap van het belachelijke goed overkomt. En de meerderheid heeft gelijk, aldus de zwakken van geest die zich conformeren naar het sociaal gewenste gedrag zoals hun verwachting voorschrijft. Behalve de enkele vrije geest, die het contact weet te maken. En natuurlijk de eekhoorntjes.

 

De bomenknuffelaars, met alle respect uitgesproken, zien wel zoals het is. Ik zal u vertellen wat wij eigenlijk zijn, door een anekdote. Het is mijn tijd om mijn laatste herfst te beleven, terwijl de lente pas is begonnen. Ik geef u inzicht, de waarheid, het zijn zoals het is, ik geef u de werkelijkheid. Het grootste geschenk dat ik kan geven. Aan u om te luisteren en uw dissonantie te reduceren, hetzij richting wat is, hetzij richting uw gekoesterde illusies.

 

Ik sta hier nu drie eeuwen, en slechts een enkeling geeft mij de credits die ik verdien. Slechts een enkeling ziet mijn werkelijke bijdrage aan het zijn in het grote geheel. Slechts een enkeling heeft door hoe de blaadjes aan mijn ledematen elk geluid, elk licht en elke emotie in de omgeving opvangen. Hoe ik de kosmische energie kan richten en richt door mijn bladeren te keren opdat de energie die het heelal naar dit subjectieve centrum van het universum stuurt daar te richten waar ik wens. Slechts enkelen zien hoe wij koolstofdioxide uit de atmosfeer halen en zuurstof toevoegen om de energie zoals wij die ontvangen te maximaliseren, niet als een toeval maar wel in de betekenis die het werkelijk heeft: onze kracht en macht vergroten doordat we nog meer directe ruimtelijk kracht tot onze beschikking krijgen.  Mijn anecdote zal echter kleiner zijn, over meer directe invloed op de loop der dingen. Om uw vermeende denkkracht niet te veel op de proef te stellen, en u de reële kans te bieden om uw ongeloof uit te stellen, net lang genoeg om een sprankje licht tussen uw overtuigingen te laten schijnen. Zodat ik u een eerlijke kans biedt om tot inzicht te komen.

 

153 jaar geleden, zaten Adrianus en Jacobe samen op een picknickkleed onder mij te praten over wat ze samen hadden, en hoe ze dat verder wilden uitbouwen. Adrianus die heel romantisch het hof maakte aan Jacobe, en Jacobe die haar geluk niet op kon dat zij haar ware had gevonden.

Maar ik voelde het water in mijn bladnerven koken door de stemnuances in de stem van Adrianus. Hij was onoprecht. Hij veinsde. Hij huichelde. Ik werd er kromnervig van. Ik greep in. Ik stekte een sterke twijg in zijn hersenpan door deze, precies op het moment dat een kleine bries langs mijn bladeren gleed, hoog boven hem los te laten waarbij de bladeren de jonge tak qua functionaliteit tot een pijl promoveerden. Meer was niet nodig. Even was ik bang dat het te duidelijk zou zijn omdat de bries maar klein was, maar de betrokken mensen bleven het duiden als speling van het lot, in hun ware blindheid mijn speling niet ziende. Speling van het lot, nee, ik speelde met mijn loten. Haha! Jacobe haar oprechte reactie trok de kromheid weer uit mijn nerven. Het was goed. Zij mocht onwetend blijven over de ware intenties van de perfide Andrianus. Zij zou de rest van haar leven de meest dierbare herinneringen koesteren aan hem, in plaats van te ervaren dat haar droombeeldprins slechts als een glazen kerstbal uiteen zou spatten zodra hij zijn door de natuurkrachten gestelde doel, de zwaartekracht en de harde grond, zou bereiken. Het was perfect. Zelden zo een tevreden gevoel overgehouden aan een interventie. Zelden had het geheel zo een schoonheid. Vandaar dat ik deze anekdote aanhaal, nu na 153 jaar, als voorbeeld.

Posted by Rutger in Archief

Schrijfoefening: Eerlijk delen

Een deel wil het wel, een ander deel is nog aan het wennen. Delen, delen is maar een rekenkundige bewerking, net als aftrekken of vermenigvuldigen. De som der delen is soms meer dan het geheel. Soms is een deel een plaats waar gedorst wordt, soms is het iets waar dorst door ontstaat. Soms is het een gedeelte dat het gedeelde wil zijn. Een metameer van het geheel van het leven. Onschuldig zonder ervaring heb je part noch deel. Ten dele deelgenoot. Zal het jou ten deel vallen? Delen is ook eerlijk splitsen zodat iedereen zijn deel krijgt; iedereen blij. Delen zodat iedereen zijn deel krijgt. Wat wil jij in het leven mededelen? Wil jij meedelen? Zou de ander zijn of haar deel willen delen? Verwachtingen dat jij ook deelt? Delen van mensen kan niet, alhoewel vierendelen wel, delen van ervaringen wel. Zie je delen als de som of zie je delen als iedereen krijgt zijn deel? Wat is jouw aandeel? Wat wil jouw onderdeel? Een gedeelte wil ervaringen delen als gedeelde. Een part in het leven ter ontleding. Denken is een deel, net als voelen. Schuld, schaamte, spijt zijn gedachtengestuurde gevoelens. Schuld is een gevoel dat hoort bij een ik als deel, en niet als geheel. Schuld kan alleen zijn als je jezelf als deel ziet. Schuld is een gevoel dat ontstaat na een oordeel; een gevoel dat een waardeoordeel van een gedachte volgt van het ego. Vaak in een verbond een gedachte aan verraad waarbij je het samen als losse ikken ziet. Dat is geen verbond, niet het geheel, enkel alleen, een deel. Leven kan betekenen dat je anders doet dan anderen, eigen keuzes maakt, voor jezelf of samen. Nieuwe ervaringen jezelf ontzeggen om de schijnveiligheid van het verwachte te ontmoeten als grenzen stellen beperkt de vrijheid. Vrijheid. Verstoppen van delen, verstoppen van kracht, verstoppen van jezelf, doen alsof is werkelijk verraad aan jezelf en het verbond. Vertrouwen ontstaat door openheid, tonen van kracht, tonen van jezelf in alle weerloze naaktheid. Denken, elke en alle gedachten, beïnvloedt het voelen, voel de illusie van de illusie. Verstoppen van jezelf, verstoppen van delen van jezelf voor het verbond levert wantrouwen in het verbond. Wanneer jij je verstopt verwacht je hetzelfde van de ander. Wanneer jij je werkelijke zelf toont kan er enkel vertrouwen worden gevoeld. Nieuw maakt het oude niet minder waard. Kracht opgeven om het oude in balans te houden is vastklampen aan de illusie dat het is, jouw eigen ik als ding. Jouw eigen ik als ding zou je kunnen delen, opdelen, maar jij bent geen ding, je bent veel meer dan dat. Je bent. Je doet. Je bent niet wat je doet. Je bent vrij om te doen wat je wilt. Wat je doet verandert jou niet, hooguit wat illusies die je over jezelf hebt. Illusies zoals ‘ik kan het niet’. Illusies over wat je denkt te zijn. De ontdekking van vrijheid van deze illusies. Alle illusies beperken wat je kan zijn. Alles wat je denkt en gelooft over jezelf is een fantasie, net als de fantasieën die je wel als fantasie herkent. Welke fantasie kies je? Een droom is net zo echt als jouw perceptie van jezelf als je fantasieën. Het bestaat enkel in gedachten, en gedachten komen en gaan. Gedachten zijn illusies van kennis, de handeling en de interactie met de werkelijkheid is de realiteit, dat is waar het werkelijk om gaat. Dat is echt. Welke interactie kies jij? Denken of waarnemen. Praten in jezelf en oordelen, of zintuiglijke waarneming. Leven, of op een toneel je deel van het stuk opvoeren. Kracht is niet intentie. Kracht is geen reden nodig hebben anders dan willen voelen voor de ervaring, willen doen uit nieuwsgierigheid, je gedachten de ruimt te geven om te bevrijden. Kracht is ontdekken, aannemen is verstoppen. Kracht is het geheel, denken is een deel. Kracht is deelnemen, beperken is missen. Ontdekken is spiritualiteit, het onstoffelijke ervaren. Beperken is het fysieke, het aardse, het oordelen, het toneelstuk. Een verbond in het fysieke is een schijnvertoning, het geheim van echt verbinden is spiritueel, de onstoffelijke verbintenis. Benadrukking van het spirituele, het onstoffelijke door het taboe stoffelijk te doorbreken geeft spirituele groei. Het stoffelijke vernietigen geeft vertrouwen, geeft zekerheid, geeft vrijheid in het onstoffelijke door de schijnveiligheid van het stoffelijke te doorbreken. Wantrouwen, onzekerheid en beperkingen in vrijheid bestaan enkel in het stoffelijke. Schaamte wordt schuld door geloof in het stoffelijke. Schuld alsof de intentie van de kracht die jij in je hebt slecht is. Alsof het een zonde is om te leven met kracht, alsof je krachteloos en zwak zou moeten volgen wat anderen vinden. Wanneer jij je kracht niet toont, kan ook niemand je kracht waarnemen. Je krijgt dan een verbond van schijn-zelven in onmacht. In het onstoffelijke verbond, op spiritueel niveau een verbond aangaan betekent kiezen voor een open en schuldvrij verbond, op een hoger niveau relateren. Van geheel mens tot geheel mens in plaats van enkele rol tot enkele rol, van deel tot deel, van illusie tot illusie. Wil jij je beperken tot een deel van het leven of wil jij het leven geheel leven? Wil jij stoffelijk en beperkt, of wil jij spiritueel en vrij? Verwarring is natuurlijk wanneer je kiest voor je kracht. Het is nieuw, je doorbreekt het verwachte, het spirituele is de weg van ontdekking en dus onbekend. Onbekend is verwarrend want je houvast is niet meer vastklampen aan de oude illusies, en vertrouwen op de kracht die jij in jezelf hebt. In vertrouwen op de kracht doen leidt tot liberatie, bevrijding, van de oude illusies, en een nieuwe houvast in de zekerheid van je eigen kracht. Oude houvast aan je oude rol en aan de identificatie met je lichaam als jezelf, kracht uit het spirituele. Jezelf zien als lichaam in een verbond maakt delen in een verbond, jezelf zien als onstoffelijk geheel van het verbond maakt het verbond sterker. Een verbond met een lichaam, of een verbond met ideeën, gedachten, kracht, zienswijzen, ervaringen, ontdekkingen. Een stoffelijk verbond heeft orde nodig, en dus gehoorzaamheid en verantwoording, een onstoffelijk verbond is vrij, waardevol, vernieuwend, echt, vol van vertrouwen, respectvol en gelijkwaardig. Zonder de kracht geparalyseerd in het lichaam, in de illusie, in het stoffelijke. Met de kracht ontdekken door ervaren, wat wel bij je past. Misschien wat ongemakkelijk en nieuw, spannend, maar goed. Waar fouten na ervaring in plaats van schuld, schaamte of spijt leiden tot inzicht. Waar je je spirituele zelf erkent, het onstoffelijke zoekt, en je situaties in eigen hand neemt. Laat de ware aard toe in het verbond. Een echt verbond kan je niet verliezen. Een echt verbond verliezen doordat je de echtheid beperkt, het stoffelijke boven het onstoffelijke stelt, een schijnverbond leven, betekent dat je jezelf niet geeft wat er in zit. Onconditioneel in verbond, of de eigen agenda’s langs elkaar zonder connectie. Schuld, verlegenheid, schaamte en spijt zijn donkere gevoelens; gevoelens die niet van jou zijn. Spijt signaleert simpelweg dat we in een eerdere staat van ontkenning onwetend zijn geweest, wat goed is… toch? Spijt is interne schaamte, schaamte is gericht op anderen. Immaterieel of materieel. Sociale emoties die het ego ervaart veelal door culturele overtuigingen.

Posted by Rutger in Archief

Schrijfoefening: Chocolade

Gisteravond heb ik het weer gedaan. Ik heb me weer helemaal laten gaan. Ik had de keuze. Zo veel keuze, zo veel verschillende smaken. Elke is weer anders. De een is wat groter dan de ander, de een is dikker dan de ander, de een is romiger dan de ander, allemaal soorten chocolade die elk hun eigen genot leveren met een eigen vorm, een eigen smaak, een eigen geur. Het genoegen van het langzaam ervaren hoe het eerst niet zo goed past in mijn mond en wat onwennig voelt, hoe de afstand smelt, hoe de temperatuur stijgt, steeds warmer, hoe het steeds beter aansluit, de aaneensluiting totdat alles samen komt, perfect past en de hardheid smelt. Ik weet dat het eigenlijk niet goed is, maar het is gewoon zo lekker dat ik er gewoon niets aan kan doen, of eigenlijk dat ik er voor kies om mezelf hiermee te belonen. Wanneer ik iets zie wat ik nog niet geprobeerd heb, een smaak, een vorm, een kleur, wordt ik nieuwsgierig, en laat mijn gedachten eerst gaan, maar fysiek hou ik me in terwijl ik mijn nieuwsgierigheid laat voorstellen hoe het zou zijn. Ik stel me een aantal keer voor hoe het zou zijn, hoe ik zou genieten, hoe en wat ik zou voelen, proeven, ruiken, zien, horen, van het uitpakken tot het zalige nagenieten van de heerlijke gevoelens. Na drie keer voorstellen is de nieuwsgierigheid zo lekker, dat ik gewoon ineens denk “Fuck it!” en ik dan doe het gewoon. Ik kan genieten van het vinden, het uitzoeken, het meenemen, de sfeer zetten met een bijpassend muziekje en misschien een ontspannende kop thee, het uitpakken, het voelen en dan stapje voor stapje steeds verder gaan. Langzaam genieten van het werkelijk worden van mijn nieuwsgierige verlangens. Verwondering van nieuwe gevoelens die beter zijn dan ik me kon voorstellen. De nieuwsgierigheid voldaan en volledig bevredigd. En eerst dacht ik dat ik schuld zou voelen achteraf, maar in werkelijkheid voel ik me juist heel vrij en staat de overweldiging van de ervaring niet toe dat ik gedachten heb die mij van het topje van de wereld afhalen. Ik weet dat het goed is, ik voelde als nooit tevoren, en het enige wat in mij opkomt is “YES!”. Anderen mogen vinden wat ze vinden, ik ben ik, en ik doe wat ik fijn vind. Anderen mogen doen wat zij fijn vinden, ik verdien het om weken te zweven op een roze wolk, vervuld van persoonlijke trots dat ik dit mezelf toesta en het vergenoegen van het ervaren van het genot zelf. Helemaal uit mezelf, mijn eigen keuze, en vergenoegen van het behagen en de revanche op mijn gemiste eerdere ervaringen en de wereld die mij in een keurslijf dwingt, waarin alles maar moet en ik kies dat ik dit mag. De roze wolk waarin ik er weer tegenaan kan, en alles waar ik voor kom te staan met binnenpret van me af laat glijden. Alles blijft gelijk, alleen beter. Zelfs wat ik me niet kon voorstellen blijkt meer en dieper te verbinden. Grappig hoe vooraf paradoxen bestaan, en door enkel te doorzien dat de keuze slechts wel iets doen omvat en de keuze vanuit mijzelf te maken op het moment dat ik “Fuck it!” denk, en mijn positieve natuur te volgen in plaats van redenen te vinden om het te laten door “Bekijk het maar!” te menen, me vrij te voelen de schamele gedachten over de geringe gevolgen te laten samensmelten met de warme nieuwsgierigheid, en de veel belangrijkere persoonlijke verwondering en verlangen naar genoegens. Een soort genoegdoening, genoegen nemen voor mezelf na alle inspanning die ik geef.

Posted by Rutger in Archief

Schrijfoefening: Wanneer ik jouw profielfoto op Facebook zie

Ik zie je nieuwe profielfoto op Facebook. We zijn vrienden uit een ver verleden, toen jij en ik elkaar regelmatig zagen. Jij in een relatie, en ik ook. Raar misschien, maar op de een of andere manier had ik altijd een verwarrend gevoel bij je, toen. Een gevoel dat er niet mocht zijn. Omdat ik al een relatie had. Gevoelens die ik verstopte achter een lach, een façade die ik nodig had om mijn leven in de structuur te houden die ik daar had. Om mijn leventje in de comfortzone te houden. Wanneer ik terugdenk aan die tijd, en de gevoelens die ik toen had voor jou weer voel door ze op te roepen, is het duidelijker voor me. Ik beschouwde het voelen als gemengde concurrerende gevoelens, waarin keuzes gemaakt moesten worden; het een of het ander. Echte liefde kan maar één betreffen, dacht ik.

Hoe leren we dat? Mijn dochter vertelde me toen ze vijf was dat ze verliefd op mij was; en omdat ze dat meestal aan mijn vrouw verteld voelde ik me euforisch. Het zou heel gemakkelijk zijn geweest om in dat moment te blijven hangen en te genieten van de bevestiging die haar ‘biecht’ mij gaf. En ze vertelde verder: “Ik ben verliefd op iedereen uit mijn familie, en op mijn beste vriendin.”, en besefte me dat mijn dochter nog veel te leren heeft. En het tolde door mijn gedachten: “Wat heeft ze precies te leren dan..?”. Mijn dochter ging verder: “Maar mijn vriendin zegt dat ik niet op haar verliefd kan zijn, omdat wij allebei meisjes zijn.”. En ik besefte me, hoe wij in een keurslijf worden geduwd door culturele opvattingen. Je kan maar op 1 ander verliefd zijn. Wat een schoolvoorbeeld van een vooronderstelling, hoe fragiel en subtiel worden wij in het keurslijf van ‘hoe hoort het’ geïnstrueerd.

Dit moment bleef hangen en ik ontdekte dat wat mij geleerd is, wat ik voor vanzelfsprekend aannam, logisch leek, maar niet klopte met mijn gevoelens. Het zijn niet concurrerende of conflicterende gevoelens die ik voor jou, en jou, en jou heb, ze bestaan naast elkaar. Ze bijten elkaar enkel wanneer ik ze projecteer op hoe het zou zijn als… Ze zijn ook niet hetzelfde, soms zijn de gevoelens voor de een sterker dan de andere, soms gaan ze dieper. Centraal concept in deze gevoelens lijkt de vrijheid te staan, om in volledig contact te mogen treden. En ik merk dat ik dat bij veel mensen ervaar, en dat een contact het gevoel om verder te gaan, om meer te voelen, versterkt. En ik merk dat ik goed opgevoed ben, dat ik die gevoelens verstop. Om af en toe, wanneer ik alleen ben, te fantaseren, te visualiseren, hoe het zou zijn om vrijheid samen te ervaren en ons daar comfortabel bij te voelen.

Ik vraag me af, waar ik heb geleerd om mijn gevoelens te focussen op een persoon. Ik vraag me af hoe ik heb geleerd om concepten als relaties en trouwen boven mijn gevoel te stellen. Ik vraag me af hoe het komt dat ik door deze lessen verder van mijn gevoelens afkwam, en waarom ik mij heb laten verleiden tot het verstoppen van mijn diepste, echte gevoelens, achter façades van beleefd gedrag. Beleefd gedrag dat soms afstandelijk en cynisch werd, om de afstand maar te bewaren; de afstand niet naar jou, maar naar mijn eigen gevoelens. Omdat mij verteld was dat er maar 1 ware was en kon zijn. En omdat ik dat was gaan geloven, doordat iedereen zich vrijwillig in dat keurslijf liet persen.

Mooie rituelen die waarmee we communiceren aan de buitenkant alsof er een iemand speciaal is, kan zijn, voor het hele leven. Maar een leven duurt heel lang. En ik merk dat gevoelens van liefde meer smaken kent, die naast elkaar kunnen bestaan. Ik voel soms een meer kortdurende liefde die je verliefdheid zou kunnen noemen, en soms een meer langdurige liefde wat je houden van zou kunnen noemen. En die gevoelens kunnen naast elkaar, tegelijk worden gevoeld voor een persoon, of meerdere personen. Ik heb meer liefde dan enkel 1 persoon naar zich toe kan trekken.

Romantische liefde, niet-romantische liefde, behoefte aan interpersoonlijk contact, aan vrijheid, lust. Schakeringen die niet strijdig zijn, en waar ik me aan mag overgeven. Hoe kunnen gevoelens slecht zijn? Ik ben goed zoals ik ben, en ik mag voelen wat ik voel. Ontdekken dat het geen strijdige gevoelens zijn, dat ze naast elkaar mogen bestaan, dat ze aanvullend zijn op elkaar in de kwaliteit van leven, is wellicht de grootste horde die ik in mijn overtuigingenstructuur tot nu toe heb genomen.

Mijn mooiste herinneringen zijn dan ook die momenten waar ik in alle vrijheid echt contact ervaar. Waar ik mag zijn wie ik ben, hoe ik ben, en waar als een soort check dat het werkelijkheid is iets gebeurt wat eigenlijk niet zou mogen. Een mooie zomerdag met een vriendin in een park waar ik haar zie zitten in de zon en waar ik voel hoe prachtig ze is zoals ze is, en waar we dieper in elkaars ogen kijken dan mag passen, allebei weten dat het goed is, dat de vrijheid er is om te genieten van dit moment. Momenten van 5 seconden die eindeloos lijken, en die maar zelden voorkomen. Momenten die je de kracht geven om verder in het keurslijf te gaan. Om later, wanneer het contact weer is verbroken, weggestopt te worden achter de façade, terwijl ik het uit zou willen schreeuwen, terwijl ik meer contact wil, terwijl ik meer samen wil, langer contact, gloeiend verlangen naar intimiteit. Ik wil je op een voetstuk zetten, ik wil je aanbidden, daar in het moment, en ik wil dat ik je mag aanbidden en dat je mij ook aanbidt. In alle veiligheid, in vertrouwen, in vrijheid waar niets moet en alles mag en alles goed is. Leven in het moment. Waar jij jezelf mag zijn, waar jij je mag laten zien, waar het contact draait om elkaar in de ziel te mogen kijken en niet om het fysieke. Het fysieke is maar een middel, een bewijs aan de buitenkant van het werkelijke aan de binnenkant.

Houden van hangt voor mij samen met mijn egoïstische motivatie om mezelf te mogen geven en te laten zien. Hoe veel ik verlang is afhankelijk van de grootte van de wens om tot intiem contact te komen, intiem emotioneel niet fysiek. Hoe groter het taboe om intiem te zijn, hoe sterker het verlangen. Bij golven, alsof je aan het strand de ene golf het strand ziet opkomen en het zand rond je voeten voelt wegspoelen; je tot wankelen brengt, om vervolgens een nieuwe golf te voelen spoelen. Fysieke ervaringen van binnen; gevoelens van warmte die pulseren tussen keel en onderbuik, die langzaam stuiteren in mijn middenrif, die wanneer ik mijn aandacht er op richt sterker worden door meer warmte te ervaren, en zich vervolgens als warme gloed verder verspreiden door mijn bovenlijf. De brok in de keel heb ik geleerd naar beneden te verplaatsen, beneden waar het goed voelt. En het mogen voelen van deze warmte, het mogen zwelgen daarin, het mogen toelaten daarvan. Niet blokkeren, maar erin duiken, er in opgaan, een mooi plaatsje geven. Een stapje verder nemen dan we tot nu toe hebben gedaan, iets meer laten zien van mijn gevoelens is voor mij een heel eenvoudige manier om een diep intieme ervaring te hebben.

Posted by Rutger in Archief

Experiment voor politici

Stel je voor:
Je woont aan een plein. Rondom dat plein staan 6 huizen. Ieder heeft een eigen deel, een eigen erf, en er is een gezamenlijk deel.

Gezamenlijk onderhouden jullie het groen door een corveelijst. Met de buurman links carpool je naar je werk. Met de overburen heb je een afspraak over oppassen op de kinderen. Als je op vakantie gaat geeft de buurman links de bloemen water, en het meisje van tegenover neemt even tijdelijk de hond van je over zodat er meer vrijheid is om op vakantie te gaan.

Hoe zal de sfeer zijn op dit pleintje?

Op een gegeven moment komen er nieuwe mensen wonen. Zij kijken aan hoe het gaat, en ervaren de betrokkenheid van het pleintje. Ze vinden het heerlijk wonen aan het pleintje, en willen ook hun steentje bijdragen. Zij dragen efficiëntie bij. Het kost ons allen tenslotte tijd en geld, al die afspraken, dus wellicht dat we op een andere manier kunnen regelen dat we deze voorzieningen behouden. Ze zoeken e.e.a. uit, en al snel blijkt dat er oplossingen blijken te zijn die efficiënter zijn (dat wil zeggen: zelfde doel in minder tijd of met minder geld). Periodiek overleg wordt geregeld. De kinderen gaan voortaan naar de BSO. Voor het groen wordt een tuinman ingehuurd. Voor het carpoolen wordt een taxi geregeld. De tuinman doet de bloemen tijdens vakantie, en de hond gaat voortaan naar het asiel.

Tevreden stappen alle bewoners een nieuwe manier van werken binnen. Na een tijdje blijkt dat het periodieke overleg steeds minder wordt bezocht. En hoe zal de sfeer een half jaar later zijn, op dit pleintje? Wat is er veranderd?

Vind je het nog steeds vreemd dat de kloof tussen politiek en burger groeit..?

Privatisering (of outsourcing) doe je alleen als
1) het uit te besteden object geen strategisch belang heeft en
2) het uit te besteden object geen strategisch belang heeft en
3) het uit te besteden object geen strategisch belang heeft en
4) het uit te besteden object geen strategisch belang heeft en
5) het uit te besteden object geen strategisch belang heeft en
6) het uit te besteden object geen strategisch belang heeft en
7) het uit te besteden object geen strategisch belang heeft en
8) het uit te besteden object geen strategisch belang heeft en
9) het uit te besteden object geen strategisch belang heeft en
10) van dezelfde kwaliteit of goedkoper of sneller kan worden geleverd.

Betrokkenheid van burgers bij de overheid (zorgdrager van het algemeen belang) is het ultieme strategische belang van de overheid. Zonder betrokkenheid van de burgers heeft de overheid en politiek geen bestaansrecht. Privatisering is dan ook een strategische blunder van jewelste, hoeveel efficiëntie er ook te halen is.

Posted by Rutger in Archief

Wat de overheid van ICT outsourcing kan leren

ICT is een werkveld waarin het mogelijk is, dank zij de ICT zelf, om werkzaamheden te bundelen en uit te besteden aan derden. Zowel het repeterende karakter van veel beheerwerkzaamheden, als de mogelijkheid om werkzaamheden op afstand te doen maken dat deze werkzaamheden procesmatig kunnen worden ingericht en uitbesteed.

Op strategisch niveau wordt bepaald welke werkzaamheden wel, en welke werkzaamheden niet worden uitbesteed. Strategisch niveau is daarbij niet binnen het technische veld, maar breder, op bedrijfsniveau. Op basis van vele ervaringen, kleunen en miskleunen is er een beslissingsboom ontworpen om een goede strategische beslissing te kunnen nemen of je ICT wel of niet moet uitbesteden.

De eerste vraag is: is de ICT die je wilt uitbesteden van strategisch belang voor je bedrijfsvoering? Is de informatie concurrentiegevoelig, is de kennis van cruciaal belang voor het voortbestaan van je bedrijf, zijn de systemen too-big-too-fail? Dat is de belangrijkste vraag; als het bedrijfsbelang zo hoog is dat het niet opweegt tegen efficiëntievoordelen dan hou je de systemen en werkzaamheden (en dus mensen, kennis en kunde) in huis. Einde beslisboom.

Alleen als het strategisch belang van uitval van de betrokken systemen een klein risico behelst, dan ga je kijken of er uitbesteed kan worden. Strategisch belang is blocking voor uitbesteden. En alleen indien het risico verwaarloosbaar is, dan gaat de beslisboom verder met ofwel uitbesteden indien betere kwaliteit te behalen is tegen dezelfde kosten, dan wel uitbesteden indien tegen lagere kosten dezelfde kwaliteit te behalen is.

Projectie op overheid en privatisering

Privatiseren is niets anders dan uitbesteden door de overheid van taken aan de markt. Wanneer je daarin goede keuzes wilt maken dan is het belangrijk dat je het strategisch belang kent van de betreffende taken. Daarvoor is het van belang dat je kijkt naar de reden van het bestaan van een overheid: te weten het vertegenwoordigen van het gezamenlijk belang der burgers. De overheid dient als goede huisvader de gezamenlijke belangen van ‘haar’ burgers te behartigen. Gezien vanuit de reden van het bestaan kan je vervolgens bepalen wat wel en wat niet cruciaal is, gezien het belang van de taak voor de bedrijfsvoering (de overheid als ons gezamenlijke bedrijf teneinde te voorzien in ons gezamenlijke belang).

En dan kom je tot mogelijke conclusies als:
– Als iedereen gezamenlijk belang heeft bij openbaar vervoer, en dit is cruciaal voor een grote groep burgers, dan is dit van dusdanig strategisch belang dat dit niet uitbesteed, dan wel geprivatiseerd mag worden.
– Hetzelfde geldt voor nutsvoorzieningen, als gas, water en licht, en ook voedsel.
– Wat denk je van informatiestructuren, als internet en telefonie, maar ook bibliotheken?
– Is een distributiesysteem als post en pakketbezorging iets waar een algemeen strategisch belang in zit?
– Zorg, onderwijs, bescherming van personen en goederen?

Toch uitbesteden/privatiseren leidt tot een secundair effect: de overheid vertegenwoordigt in mindere mate het gezamenlijke belang, waardoor de burger minder betrokken raakt bij de overheid. Logisch, want de overheid verkleint haar rol, haar bijdrage binnen de cirkel van betrokkenheid van de burger. De kloof tussen overheid en burger zal daarmee groter worden, en de burger minder betrokken zijn bij de overheid. De rol van de overheid wordt ambigue en haar bijdrage is minder en zal ook als dusdanig worden ervaren.

De beste manier om de kloof tussen overheid c.q. politiek en burgers te verkleinen is dan ook de focus leggen waar die hoort (door de overheid) namelijk het vertegenwoordigen van het gezamenlijk belang als een goede huisvader. Een kloof die je niet overbrugt door in gesprek te gaan, daar zit het probleem namelijk niet. Alleen wanneer er op goede wijze voor de gezamenlijke belangen wordt gezorgd, kan de kloof kleiner worden.

Posted by Rutger in Archief

Tips bij het kiezen van een NLP opleiding

Wanneer je staat voor de keuze voor een NLP opleider, misschien wel de opleiding die je het meest gaat gebruiken in je leven, kan je de volgende overwegingen overwegen:

Een NLP opleiding is een unieke toevoeging die heel anders is als wat je in andere opleidingen krijgt. Het is een heel andere manier van kijken naar de wereld. Je wilt een opleider die de NLP opleiding serieus neemt, en niet zomaar een aanbieder. Een opleider kiezen omdat deze dichtbij is kan goed zijn voor een kleuterschool, maar niet voor een NLP opleiding. NLP is meer dan enkel stomweg NLP technieken toepassen zoals veel NLP aanbieders geven; het is een opleiding in situationeel communiceren en handelen waarbij je NLP technieken zou kunnen toepassen. Vermijd opleiders die je voorschrijven hoe te handelen, vind de opleider die vragen stelt over de situatie en je keuzes aanwijst in situaties. Vermijd de opleider die weet wat NLP zou doen; kies de opleider die aangeeft dat NLP keuzes uitbreidt.

Ga naar verschillende aanbieders van NLP opleidingen om sfeer te proeven. Vraag de opleider hoe een trainingsdag er uit ziet. Vermijdt de opleider die je laat zien hoe goed hij of zij is; kies de opleider die jou laat ervaren wat jij kan. Wees niet onder de indruk van hoe goed de trainer NLP toepast; wees onder de indruk van wat de trainer jou laat ervaren. Het doel van een training is niet dat je een show krijgt, maar dat je zelf leert toepassen. Let op dat de trainer die je NLP technieken laat uitvoeren minder goed is dan de trainer die je aan het denken zet over wat te doen, en een NLP techniek als optie biedt, naast wat je al kan.

Stel de vraag aan je opleider “Wat is NLP?”, en luister naar het antwoord. Als de trainer aangeeft dat het een lastige, brede vraag is, dan is de kans groot dat deze trainer voor zichzelf nog geen duidelijke visie heeft. Een goede trainer, met visie, zal je een antwoord geven over een andere manier van kijken, over een methode van leren, over een houding, over effectiviteit. Een trainer die een opsomming geeft van wat er allemaal in NLP zit, een lijst met technieken, snapt de onderliggende gedachte niet.

Stel de vraag aan je opleider “Wat kan je met NLP?”, en hoor wat de trainer aangeeft. Vergelijk het antwoord met het antwoord dat een kok je zou geven: geeft deze trainer antwoord alsof NLP allemaal recepten is waarmee je meer gereedschappen hebt in je communicatie en handelen, of geeft deze trainer de indruk dat je in situaties meer keuzes krijgt, als een kok die met de ingrediënten die beschikbaar zijn iets lekkers op tafel kan zetten. De 2e, de kok die kan koken, is de betere opleider. Let ook op of in het antwoord een bepaald aandachtspunt genoemd wordt, wat kan duiden op een stroming van toepassing, zoals motivatie, persoonlijke vrijheid, sportprestaties, lesgeven, coachen, sales, etc.

Staar je niet blind op certificaties, beroepsgroepen en dergelijke keurmerken. De beste opleiders die ik ken passen niet in het keurslijf dat keurmerken vaak zijn. Als je toch de houvast van een keurmerk handig vindt, zoek dan eerst eens op waar het keurmerk voor staat. Veel keurmerken zijn slechts een stempel zonder blijvende kwaliteitscontrole, en voegen niets toe dan de schijn van vertrouwen.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Heb jij een manier om focus te houden?

Ken jij het verschil tussen lezen en leren? Lezen, oppervlakkig, rondstruinen in de letters die je tegenkomt of leren, de diepte in, betekenis  ontdekken en ervaren vanuit een focus. Hoe vaak kom je een interessant artikel tegen op internet, neem jij je voor om daar wat mee te doen, om het toe te passen, om dan lange tijd later hetzelfde onderwerp tijdens het browsen te herontdekken. Dat moment van “Oh, ja, dat had ik willen doen.”.

Heb jij bijvoorbeeld een app waarin je met een simpele klik artikelen opslaat tijdens het browsen, artikelen die je interessant genoeg vindt om meer aandacht aan te besteden? Heb je een simpele manier om ideeën die opborrelen vast te leggen voordat ze als een gedachte weer vervagen? Heb je een proces, een manier van werken, om interessante, nieuwe kennis te vergaren, te oefenen, te herinneren, toe te passen, te herhalen? En die cursus die je volgde, waar je enthousiast aan het einde de mogelijkheden zag van de dingen die je hebt geleerd, hoe staat het daarmee?

Wat zou jou helpen om de dingen die je interessant vindt, de dingen die je zouden kunnen helpen, in beeld te houden? Hoe gebruik jij je agenda, je telefoon, je apps, hoe regel jij dat je ook daadwerkelijk aandacht besteedt aan de dingen waar je aandacht aan wilt besteden? Gebruik je Post-its, reserveer je wekelijks tijd om hier tijd aan te besteden, verzamel en archiveer je het zodat je later makkelijk weer kan reviewen en en je aandacht er aan kan besteden?

Mag ik je uitnodigen om daar eens bij stil te staan? Hoe kan jij er voor zorgen dat jij ook daadwerkelijk aandacht besteedt aan de dingen waar je aandacht aan wilt besteden? Hoe je er voor zorgt dat de dingen die jij belangrijk en interessant vindt ook in beeld blijven? Hoe doe je dat nu, wat is het resultaat, en ben je daar tevreden over? Wat zou je willen als resultaat, wanneer ben je meer dan tevreden, en hoe zou je dat kunnen doen?

Een paar ideeën die je zouden kunnen helpen:

  •  Zorg voor een (electronische) schoenendoos waarin je ideeën, artikelen enzovoort verzameld. Voorbeelden van electronische schoenendozen: Onenote, Pocket, Pinterest, een Word bestand, een voicerecorder, als het maar allerlei verschillende soorten informatie makkelijk kan vasthouden.
  • Plan een wekelijks moment waarin je jouw schoenendoos verwerkt. Zoek uit wat je verzameld hebt, maak categorieën, plan momenten (door tijdreservering in agenda of als taak op een takenlijst) om daadwerkelijk aandacht te besteden aan wat jij belangrijk vindt.
  • Herinner jezelf aan je focus op symbolische wijze: misschien kan je een symbool bedenken wat voor jouw focus staat, en dat symbool fysiek in je blikveld plaatsen. Een beeldje, of een plaatje als achtergrond op je telefoon of beeldscherm.

Wees er een periode bewust mee bezig, en zie wat je resultaten zijn. Kijk waar en hoe je jouw resultaten wil en kan verbeteren. Bij jezelf, maar vraag ook eens aan anderen hoe zij met hun informatie, kennis en vaardigheden omgaan; en dan niet zomaar iedereen, maar iemand waarvan jij denkt dat die zijn zaakjes op dit vlak op orde heeft.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Gestructureerd leren en Kolb

Weet je nog? Toen je een klein kind was, en geen idee had dat autorijden iets was wat je moest leren? Je was je niet bewust dat je dat niet kon. En later je eerste rijles, waar je hortend en stotend op gang moest komen? Je werd je heel bewust dat je het niet kon. En later, na een aantal rijlessen, kon je aardig rijden, al moest je heel goed bezig zijn met de dingen die je moest doen, bijvoorbeeld bij het naderen van een rotonde: kijken, terugschakelen, richting aangeven, besluiten stoppen of doorgaan, koppeling, gaspedaal, rem, je had het heel druk. Je was heel bewust aan het oefenen en het lukte al heel aardig. En nu? Je hebt niet eens meer in de gaten wat je allemaal doet als je een rotonde neemt, het gaat als vanzelf. Je bent je niet bewust terwijl je de handelingen uitvoert.

Volgens leerpsycholoog David A. Kolb zijn dit de vier denkstappen die we doorgaan als we iets leren in een efficiënt leerproces dat leidt tot duurzame gedragsverandering:

Leercyclus van Kolb

Leercyclus van Kolb: van onbewust onbekwaam naar onbewust bekwaam

  1. Onbewust Onbekwaam
  2. Bewust Onbekwaam
  3. Bewust Bekwaam
  4. Onbewust Bekwaam

Waarschijnlijk herken je de fasen wel in het voorbeeld hierboven, bij het leren autorijden, maar herken je ze ook in ons schoolsysteem, bijvoorbeeld? Wiskundelessen? Natuurkunde? Maar ook later in trainingen en cursussen, of wanneer je voor het eerst in een echte baan begon?

Op basis van dit model is er een volgend stappenplan gemaakt, ook weer een model, om via dit “Efficiënt leerproces” nieuw gedrag te oefenen en te leren, in vier opeenvolgende stappen:

  1. DOE HET. Ervaar wat het gedrag doet (3 tot 5 keer), welke andere resultaten je krijgt, en hoe het voelt om te doen.
  2. EVALUEER. Ga na wat er anders is ten opzichte van hoe je het normaal gesproken zou doen.
  3. GENERALISEER. Haal er algemene richtlijnen en principes uit. Denk situationeel (wanneer en waar zou dit nieuwe gedrag wel alternatief zijn, wanneer en waar zou dit gedrag niet alternatief zijn).
  4. PAS TOE. Maak situationele keuzes in gedrag: bekijk per situatie of het oude of het nieuwe gedrag beter past.

In een plaatje:

Blijven ontwikkelen

Blijven ontwikkelen

Nog even over 4): Met leertransfer wordt bedoeld dat je het nieuwe gedrag ook meeneemt naar andere contexten; bijvoorbeeld iets wat je in je werk leert pas je ook toe in privé-situaties, en andersom.

Heel verhaal, wat heb je er nu aan? Nou, nu je dit artikel leest, net als zoveel andere artikelen, misschien wil je dan de wijze waarop je leest eens tegen dit model aanleggen. Stel je voor dat je tijdens het lezen van een artikel niet alleen de letters naar zinnen maakt en oppervlakkig leest vanuit verwondering, maar dat je tijdens het lezen jezelf de vraag stelt: wat betekent dit qua anders handelen? Om met het antwoord op die vraag vervolgens deze cirkel door te gaan: 3 tot 5 keer doen, op basis van je eigen ervaring bepalen hoe en wat er anders is, kijken wanneer en waar je welke keuzes maakt, en vervolgens het toverwoord: DOEN.

Dus, nu toepassend, hoe ga jij, nu je dit artikel hebt gelezen, drie tot vijf keer ervaren hoe het is om met wat er in dit artikel staat, ook daadwerkelijk te doen?

Posted by Rutger in NLP handleiding

Hypnose voorbeeld regressie

Intro

Ok, kom even staan (leading), ik laat je iets ervaren, komt helemaal goed, ik wil je vragen om even je ogen te sluiten, ja, en terwijl je je ogen hebt gesloten wil ik je vragen om terug te gaan in de tijd, een tijd dat je ongeveer 5, 6 jaar oud was. Kan jij je dat nog herinneren? (BMIR) 

Anker installeren

Als je 5, 6 jaar oud bent, dan kan je, dan begrijp je letters, die heb je al geleerd, maar om daar woorden van te maken, dat is best pittig, *handcontact anker* gewoon suggestie, *einde anker* goed, hou je ogen nog even gesloten, en probeer dat voor te stellen, ja? *anker* Dus probeer terug te gaan *onderbreek anker even om volgende te stapelen*, 5, 6 jaar, *einde anker* je ziet letters, a, b, c, prima, maar een woord, best wel pittig. Kan jij je dat voorstellen? (BMIR)

Anker testen

Ok, *anker* ik wil je vragen om je ogen even open te doen, en voor te lezen wat hier staat (*blijf anker afvuren tot voorlezen klaar is*)

Anker opruimen

Doe je ogen weer even dicht, je hebt het heel goed gedaan. We gaan nu weer terug naar het heden. Doe je ogen even dicht. *Anker* Alles *onderbreek anker om te stapelen* wat je hebt geleerd, *onderbreek anker om te stapelen* toen je 5, *onderbreek anker om te stapelen* 6 jaar was, *einde anker*, 10, alles, a, b, c, je kan gewoon weer spellen, alles gaat goed, je hebt alle gaven weer, *lead diepe ademteug* *anker* en je bent weer terug in het nu *einde anker*, en je bent zelfs slimmer dan voorheen.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Oefenen met NLP rapport

Groepjes van 2.

B Be, vertelt ongeveer 1 minuut over een leuke situatie.
A Act, luistert in rapport (pacing, mirroring, in verbinding).

B Be, vertelt ongeveer 1 minuut over een tweede leuke situatie.
A Act, maakt eerst rapport, en gaat vervolgens mis-matchen (verbinding verbreken).

B Be, vertelt ongeveer 1 minuut over een derde leuke situatie.
A Act, luistert in rapport (pacing, mirroring, verbinding) en neemt het gesprek over (en houdt verbinding).

A & B vergelijken de drie gesprekken. Hoe heb je het ervaren? Wat was er anders? Wanneer zou je wat doen?

B Be, vertelt ongeveer 1 minuut over een iets minder leuke situatie (iets eenvoudigs).
A Act, luistert in rapport (pacing, mirroring).

B Be, vertelt 1 minuut over een tweede minder leuke situatie (iets eenvoudigs).
A Act, luistert MAAR mis-matched.

A & B vergelijken beide gesprekken. Hoe heb je het ervaren? Wat was er anders? Wanneer zou je wat doen?

Wissel om.

Posted by Rutger in NLP handleiding

NLP leren is NLP doen

Is het jou wel eens opgevallen hoe een kind helemaal kan opgaan in een speelgoedauto; dat er geen besef is bij een kind dat autorijden iets is wat je moet leren? En hoe je, misschien wel net 18 jaar, voor het eerst plaatsnam in een auto om nogal bruut te ontdekken dat je echt nog wel iets te leren had om zonder horten en stoten weg te komen? Herinner jij je nog hoe je vervolgens veel leerde, maar in situaties waarin veel te doen was (rotonde: gas loslaten, afremmen of terugschakelen, kijken, inschatten, plan maken, oh richting aangeven, etc.) het nog niet allemaal vanzelf ging? Vergelijk dat eens met nu, hoe je bijna zonder bewust na te denken de dingen doet zoals je ze geleerd hebt; soms achteraf niet eens doorhebt dat je er al bent.

Volgens psycholoog David A. Kolb zijn er vier fasen te onderscheiden wanneer we iets leren in een efficiënt leerproces dat leidt tot duurzame gedragsverandering:

Model van Kolb

Leren volgens Kolb

  1. Onbewust Onbekwaam: je weet nog niet dat je iets niet kan, dat je nog iets te leren hebt.
  2. Bewust Onbekwaam: je ontdekt dat je iets te leren hebt, dat je iets nog niet kan.
  3. Bewust Bekwaam: je kijkt, je leert, je doet met volle aandacht, en je haalt je eerst resultaten.
  4. Onbewust Bekwaam: je heb het inmiddels zo vaak gedaan dat je het zonder veel aandacht als vanzelf kan doen.

Natuurlijk is dit maar een model, en ja, er zijn andere manieren om nog veel efficiënter te leren. Een fobie ontwikkelen bijvoorbeeld, kan ook als een leerproces gezien worden, en daar lijkt een lijntje rechtstreeks van Onbewust Onbekwaam naar Onbewust Bekwaam te zijn. Niet zo veel mensen herkennen de periode van Bewust Onbekwaam en Bewust Bekwaam in het ontwikkelen van een fobie, in de zin van: ha, dat ken ik nog niet, laat ik eens gaan oefenen. Dit voorbeeld is slechts bedoeld ter illustratie; weet dat er een verschil is tussen gestructureerd leren (in de schoolbanken gaan zitten om iets te leren) en incidenteel leren (toevallige lessen oppikken in je omgeving en ervaring).

Waar leidt dit allemaal toe? Wel, dit model is verder uitgewerkt naar een 4 stappenplan waarmee je doe-dingetjes, zoals het leren van NLP technieken, meer gestructureerd ontdekt. De vier stappen zijn als volgt:

  1. Doe! Gewoon oefenen en uitvoeren, drie tot vijf keer, zodat je de bewegingen maakt, de woorden uitspreekt, het effect ondergaat, meer diepte krijgt, het gaat er om dat je de stap maakt van lezen naar ervaren.
  2. Evalueer. Nu je de ervaring hebt opgedaan, kan je het pas goed vergelijken met wat je normaal gesproken gedaan zou hebben of normaal gesproken zou doen. Maak die vergelijking: wat is er gelijk, en wat is er anders? Qua gevoel, qua reactie, qua effect?
  3. Generaliseer. Onderzoek vanuit een helikopterview welke algemene ideeën kan je herkennen in de verschillen. Wat zijn voordelen en nadelen van het nieuwe gedrag? Wat zijn voordelen en nadelen van het oude gedrag? Ga situaties na, in het verleden, waar dit nieuwe gedrag misschien een beter resultaat had gehad. Sta ook stil bij situaties waar juist het oude gedrag een beter resultaat zou blijven houden.
  4. Pas toe. Maak keuzes tussen oud en nieuw gedrag op basis van je ervaring en verwachting. Pas het naar verwachting meest geschikte gedrag toe in de juiste situatie. Dit zal eerst heel bewust zijn, en ja, je zal inschattingsfouten maken: inschattingsfouten die zorgen dat je ervaring opdoet en steeds makkelijker als automatisch je keuze kan maken. Transfer: meestal begin je in een specifieke context met uitvoeren (bijvoorbeeld op kantoor, in zakelijke mailtjes, tijdens het eten, bij het sporten, met een oefenmaatje, in de kroeg), en de uitnodiging is er om het gedrag ook in andere contexten in geschikte situaties mee te nemen.

Deze vier stappen in een plaatje:

Blijf vaardigheden ontwikkelen

Blijf vaardigheden ontwikkelen

 

Mijn uitnodiging, nu je hier bent aangeland: hoe kan je wat je nu hebt gelezen toepassen op dit artikel zelf? Hoe kan je het lezen vertalen naar doen en ervaren?

Posted by Rutger in NLP handleiding

Simpele manieren om focus te houden

Er is een verschil tussen lezen en leren. Lezen is oppervlakkig, gewoon rondstruinen in de woorden die je ziet ten opzicht van leren, meer de diepte in, ervaren van betekenis en voelen vanuit een focus. Herken je dat je een interessant artikel tegenkomt op internet, en dat jij je voorneemt om daar wat mee te doen? Om het artikel toe te passen? En dat je dan na lange tijd hetzelfde onderwerp tijdens het surfen herontdekt? Een moment van “Oh ja, dat wilde ik doen.”.

Meer structuur
Je kan dit meer structuur geven met bijvoorbeeld een app waarin je met een simpele muisklik artikelen opslaat tijdens het browsen. Of waarmee je artikelen die je interessant genoeg vindt om meer aandacht aan te besteden bewaart. Door een simpele manier te hebben om ideeën die opborrelen vast te leggen voordat ze als een gedachte weer vervagen. Heb je zo’n proces, heb je een manier van werken, om interessante, nieuwe dingen te vergaren, en te oefenen, en te herinneren, en toe te passen, en te herhalen? Zoals die cursus die je volgde, waar je enthousiast aan het einde de mogelijkheden zag van de dingen die je daar hebt geleerd, dat je daar ook werkelijk iets mee doet?

Wat zou jou helpen om de dingen die je interessant vindt, de dingen die je zouden kunnen helpen, in beeld te houden? Hoe gebruik jij je agenda, je telefoon, je apps, hoe regel jij dat je ook daadwerkelijk aandacht besteedt aan de dingen waar je aandacht aan wilt besteden? Gebruik je Post-its, reserveer je wekelijks tijd om hier tijd aan te besteden, verzamel en archiveer je het zodat je later makkelijk weer kan reviewen en en je aandacht er aan kan besteden?

Mag ik je uitnodigen om daar eens bij stil te staan? Hoe kan jij er voor zorgen dat jij ook daadwerkelijk aandacht besteedt aan de dingen waar je aandacht aan wilt besteden? Hoe je er voor zorgt dat de dingen die jij belangrijk en interessant vindt ook in beeld blijven? Hoe doe je dat nu, wat is het resultaat, en ben je daar tevreden over? Wat zou je willen als resultaat, wanneer ben je meer dan tevreden, en hoe zou je dat kunnen doen?

Een paar ideeën die je zouden kunnen helpen:

  •  Zorg voor een (electronische) schoenendoos waarin je ideeën, artikelen enzovoort verzameld. Voorbeelden van electronische schoenendozen: Onenote, Pocket, Pinterest, een Word bestand, een voicerecorder, als het maar allerlei verschillende soorten informatie makkelijk kan vasthouden.
  • Plan een wekelijks moment waarin je jouw schoenendoos verwerkt. Zoek uit wat je verzameld hebt, maak categorieën, plan momenten (door tijdreservering in agenda of als taak op een takenlijst) om daadwerkelijk aandacht te besteden aan wat jij belangrijk vindt.
  • Herinner jezelf aan je focus op symbolische wijze: misschien kan je een symbool bedenken wat voor jouw focus staat, en dat symbool fysiek in je blikveld plaatsen. Een beeldje, of een plaatje als achtergrond op je telefoon of beeldscherm.

Wees er een periode bewust mee bezig, en zie wat je resultaten zijn. Kijk waar en hoe je jouw resultaten wil en kan verbeteren. Bij jezelf, maar vraag ook eens aan anderen hoe zij met hun informatie, kennis en vaardigheden omgaan; en dan niet zomaar iedereen, maar iemand waarvan jij denkt dat die zijn zaakjes op dit vlak op orde heeft.

Posted by Rutger in NLP handleiding

Suggestieve patronen

In NLP heeft het Milton model een centrale plaats. Een veelgebruikt concept is daarbij de suggestie.

Suggereren: het idee geven, opperen, voorstellen, insinueren, impliceren, aandragen, beweren, aan de hand doen, naar voren brengen, adviseren, aanbrengen, influisteren, betogen, betuigen, raden, claimen, pretenderen, staande houden, stellen, zeggen.

Stel vragen, vragen sturen. Maak ze onweerstaanbaar door je stem aan het einde omlaag te laten gaan, in plaats van omhoog zoals we normaal bij een vraag doen.  En misschien merk je nu al dat elke gedachte je kan doen beseffen dat je meer bewust wordt van wat je nieuwsgierig kan leren en willen ontdekken en ervaren.

Voorbeelden van suggestie

  1. Wellicht wel, misschien ook niet, zal jij {SUGGESTIE in actie komen}
  2. Ik vraag me af, zal jij {SUGGESTIE in actie komen}, of niet (of niet vermorzeld weerstand)
  3. Mensen kunnen, weet je, {SUGGESTIE in actie komen} (weet je effect: impliciete aannamen dat het algemeen bekend is)
  4. Mensen mogen, weet je, {SUGGESTIE in actie komen}
  5. Mensen zouden, weet je, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  6. Mensen zouden, weet je, {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  7. Sommige mensen {SUGGESTIE komen in actie} (effect: toehoorder controleert intern of deze een van sommigen is; geef dus iets om te controleren) 
  8. Soms kan je {SUGGESTIE in actie komen} (effect: toehoorder controleert intern of deze het nu kan; geef iets om te controleren) 
  9. Misschien heb je nog geen {SUGGESTIE drang om in actie te komen}, nu al (observatie door nu al als onvermijdelijk) 
  10. Iemand zou, weet je, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  11. Wellicht wil je {SUGGESTIE in actie komen}, … NU
  12. Wellicht kan je {SUGGESTIE in actie komen}, … NU
  13. Iemand kan, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  14. Iemand mag, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  15. Iemand zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  16. Iemand zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  17. Iedereen kan, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  18. Iedereen mag, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  19. Iedereen zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  20. Iedereen zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  21. Een persoon kan, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  22. Een persoon mag, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen}
  23. Een persoon zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  24. Een persoon zou, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  25. Jij kan {SUGGESTIE in actie komen}
  26. Jij zou {SUGGESTIE in actie komen} kunnen
  27. Jij mag {SUGGESTIE in actie komen}
  28. Jij zou {SUGGESTIE in actie komen} mogen
  29. Een persoon mag {SUGGESTIE in actie komen} , omdat het goed is om {SUGGESTIE in actie te komen}
  30. Een persoon mag {SUGGESTIE in actie komen} , omdat jij zelf bepaalt wat jij doet.
  31. Zal jij {SUGGESTIE snel  in actie komen},of {SUGGESTIE normaal  in actie komen},of {SUGGESTIE langzaam in actie komen} (alle mogelijke keuzes: altijd volgen) 
  32. Ik zal je niet vertellen {SUGGESTIE om in actie te komen}, omdat je dat zelf kan ontdekken
  33. Ik zou je kunnen vertellen {SUGGESTIE om in actie te komen}, maar ik laat je dat liever zelf ontdekken
  34. Hoe zou het voelen wanneer jij {SUGGESTIE in actie komt} (dwingt tot voorstelling maken, ervaren) 
  35. Vroeg of laat {SUGGESTIE kom je in actie}
  36. Eens {SUGGESTIE kom je in actie}
  37. Uiteindelijk {SUGGESTIE kom je in actie}
  38. Probeer {SUGGESTIE in actie komen} tegen te gaan (impliciet: onmogelijk om het tegen te gaan) 
  39. Probeer {SUGGESTIE in actie komen} uit te stellen
  40. Je hebt misschien nog niet gemerkt {WAARHEID dat je gevoelens voelt} terwijl je {SUGGESTIE in actie komt}
  41. Kan jij echt lol hebben in {SUGGESTIE in actie komen}? (impliciet moet je wel) 
  42. Kan jij echt genieten van {SUGGESTIE in actie komen}?
  43. Je zou de sensaties kunnen ervaren {WAARHEID van de gevoelens die je voelt} terwijl je {SUGGESTIE in actie komt}
  44. Wat gebeurt er wanneer jij {SUGGESTIE in actie komt}? (moet je voorstellen) 
  45. Je hoeft niet {SUGGESTIE in actie te komen}
  46. Een ieder hoeft niet, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie te komen}
  47. Mensen hoeven niet, {NAAM}, {SUGGESTIE in actie te komen}
  48. Misschien weet jij niet wanneer {SUGGESTIE je in actie komt}
  49. Het is eenvoudig om {SUGGESTIE in actie te komen}, is het niet? (is het niet verzacht; 1e deel zal worden geprobeerd) 
  50. Iemand zou niet kunnen weten of {SUGGESTIE deze in actie komt}
  51. Iemand zou niet kunnen weten of het fijn is om {SUGGESTIE in actie te komen}
  52. Jij bent in staat om {SUGGESTIE in actie te komen}
  53. Een persoon is in staat om {SUGGESTIE in actie te komen}
  54. Iemand is in staat, {NAAM} om {SUGGESTIE in actie te komen}
  55. {WAARHEID Je hebt gevoelens}, {WAARHEID je hoort geluiden}, {WAARHEID je hebt gedachten} en {SUGGESTIE je komt in actie}, toch?
  56. Iemand vertelde mij eens “{SUGGESTIE Kom in actie!}”
  57. Iemand zei “{SUGGESTIE Kom in actie!}”
  58. Wanneer jij {SUGGESTIE in actie komt}, dan {voel je goede gevoelens; ben je er klaar voor} (persoon moet WANNEER deel doen om DAN deel te verifieren) 
  59. {SUGGESTIE Je komt in actie}….toch? (effect tag-vraag, zoals “… toch?”impliciet en automatisch eens zijn) 
  60. Vanuit alle goede redenen kan jij {SUGGESTIE in actie komen}
  61. Vanuit de vrijheid die jij hebt kan jij {SUGGESTIE in actie komen}
  62. Er is geen reden voor je om te denken aan alle redenen waarom je {SUGGESTIE in actie komen} wel zou kunnen/willen doen
  63. NIET {SUGGESTIE} ZIEN/HOREN/VOELEN/DOEN, best in combinatie met kunnen, mogen, zouden, hoeven, moeten, nodig zijn, bijvoorbeeld we moeten je niet in actie zien
  64. {WAARHEID Je hebt gevoelens} alsof {SUGGESTIE je in actie komt}
  65. Ik {WAARHEID of GELOOF of BEN OVERTUIGD} dat jij nooit zal overwegen {SUGGESTIE om in actie te komen}
  66. Door {WAARNEMING je blauwe ogen} zie je er uit alsof je {SUGGESTIE in actie komt}
  67. Door {WAARNEMING je blauwe ogen} lijkt het wel alsof je {SUGGESTIE in actie komt}
  68. Je ziet er uit alsof je nooit zal overwegen om {SUGGESTIE die actie} te doen
  69. Ik weet dat ik niet aardig hoef te zijn, om jou {SUGGESTIE in actie te laten komen}
  70. Omdat ik {OBSERVATIE je zie knikken}, weet ik dat jij er niet aan zal denken om {SUGGESTIE in actie te komen}
  71. Ik zie jou niet als iemand die er aan denkt, laat staan overweegt, om {SUGGESTIE in actie te komen}
  72. Ik zie jou niet als iemand die een beeld heeft bij de gedachte aan {SUGGESTIE in actie komen}
  73. Ik zie jou niet als iemand die zelfs maar een beeld kan vormen bij de gedachte aan {SUGGESTIE in actie komen}
  74. Ik zie jou niet als iemand die {SUGGESTIE in actie komt}
  75. Ik zie jou niet als iemand die gevoel krijgt bij de gedachte aan {SUGGESTIE in actie komen}
  76. Het voelt niet alsof jij zelfs maar zou overwegen {SUGGESTIE om in actie te komen}
  77. Zoals je daar nu zit lijkt het wel alsof je {SUGGESTIE in actie komt}
  78. Het is gemakkelijk {SUGGESTIE om in actie te komen}
  79. Je kunt opmerken {SUGGESTIE dat je in actie komt}
  80. Ik weet dat je {SUGGESTIE in actie komt}
  81. Je weet {WAARHEID dat je gevoelens hebt} en {SUGGESTIE dat je in actie komt}
  82. Terwijl {WAARHEID jij gevoelens voelt}, kun je {SUGGESTIE in actie komen}
  83. Wanneer {WAARHEID jij gevoelens voelt}, kun je {SUGGESTIE in actie komen}
  84. {OBSERVATIE Dat je met je hoofd knikt} zorgt er voor dat {SUGGESTIE in actie komt}
  85. Je vraagt je misschien af {SUGGESTIE wanneer je in actie komt}, en misschien ook niet
  86. Je vraagt je misschien af {SUGGESTIE wanneer je in actie komt}, maar ik denk het niet
  87. Je kan nieuwgierig zijn naar {SUGGESTIE in actie komen}
  88. Het is goed dat je {SUGGESTIE in actie komt}
  89. Het is niet belangrijk dat je {SUGGESTIE in actie komt}
  90. En nu kun je helemaal {SUGGESTIE in actie komen}
  91. Elke gedachte kan je helpen {SUGGESTIE om in actie te komen}
  92. Wil je gaan {OBSERVATIE staan/zitten/liggen} wanneer je {SUGGESTIE in actie komt}?
  93. Ik wil graag iets met je bespreken voordat {SUGGESTIE je in actie komt}
  94. Je vraagt je misschien af {KEUZE of je gevoel of je gedachten of je lichaam} het eerst {SUGGESTIE in actie komt}
  95. Ik weet niet of {KEUZE1 je gevoel} of {KEUZE2 je gedachten} {SUGGESTIE je tot actie laat komen}
  96. {SUGGESTIE Kom je in actie} voor of na {ACTIE/OBSERVATIE een kop koffie}?
  97. Besef je nu al dat {SUGGESTIE je in actie komt}?
  98. Wist je dat {SUGGESTIE je in actie komt}?
  99. Ben je nieuwsgierig naar {SUGGESTIE in actie komen}?
  100. Hoe gemakkelijk kan jij {SUGGESTIE in actie komen}?
  101. Je kunt {SUGGESTIE actief blijven} blijven
  102. Ben je nog steeds {SUGGESTIE in actie aan het komen}?
  103. Gelukkig hoef ik niet in detail te weten {SUGGESTIE hoe jij in actie komt}
  104. Je kunt beginnen {SUGGESTIE met in actie komen}
  105. Ik weet niet hoe snel {SUGGESTIE jij in actie komt}
  106. Ik zou graag willen weten hoe {SUGGESTIE jij in actie komt}
  107. Ik vraag me af wat je het liefste zou doen wanneer {SUGGESTIE je in actie komt}
  108. Het is niet de bedoeling dat je al te veel {SUGGESTIE in actie komt}
  109. Niet te veel plezier beleven aan {SUGGESTIE in actie komen}
  110. Weet je wat {SUGGESTIE in actie komen is}?
  111. Heb je gemerkt dat {SUGGESTIE je in actie komt}
  112. Het maakt niet uit wanneer je begint {SUGGESTIE met in actie komen}
  113. Ik {OBSERVEERBARE ACTIE beweeg mijn hoofd} om te zorgen dat {SUGGESTIE jij in actie komt}
  114. Onverklaarbaar, zonder reden, kan jij {SUGGESTIE in actie komen}
  115. {NEGATIE SUGGESTIE Je wilt misschien niet in actie komen}, laat staan dat je het werkelijk doet
Posted by Rutger in NLP handleiding

Oefening: een inspirerende situatie om je passie te vinden

In deze oefening gaat A bij B een voorbeeldsituatie uitvragen, waarin door B passie werd ervaren. Wanneer B dan goed contact heeft met deze herinnering, stelt A de vragen over deze herinnering die de passie duidelijker maken.

Instructie

A Act:

  • Je mag de vragen exact voorlezen zoals ze er staan, of de zandbak ingaan. Lees met een rustige stem. Luister goed naar de LETTERLIJKE woorden die B tegen je zegt wanneer dat nodig is, herhaal ze ter controle door B en schrijf ze EXACT zo op (BACK TRACKEN). Maak rapport en verbinding, geef rust en ruimte.
  • Geef na het stellen van de vraag tijd en ruimte aan B om tot een antwoord te komen. Lees de BMIR’s. Spreek eventueel vooraf een teken af met B waarmee B kan aangeven dat het antwoord klaar is. Bij puntjes (…) kan je even rustig 1001, 1002, 1003 tellen, voordat je verder gaat.
  • Je schrijft in de manual van B, zodat B later zijn eigen antwoorden kan teruglezen.

B Be:

  • Geef je manual aan A zodat je jouw antwoorden later terug kan lezen.
  • Wees gewoon jezelf, luister naar de vragen, keer naar binnen en vind jouw beste antwoord, voor jezelf. Het is niet nodig om antwoord te geven op de vragen die A stelt, het mag wel: NLP is procesgericht. Wel is het handig dat je knikt (of ander teken) wanneer je voor jezelf het antwoord hebt, zodat A weet dat de volgende vraag gesteld kan worden.
  • Tijdens de oefening zal A bij vragen aangeven dat het antwoord wordt opgeschreven. Dat zijn de enige keren dat er wel antwoord verwacht wordt. Geef het woord dat goed voelt voor jou.

C See:

  • Leert van het kijken en horen.
  • Let op de exacte woorden van B.
  • Let op de BMIR’s van B die een indicatie geven dat B voldoende tijd en ruimte krijgt.

De uitvraag

A: Iedereen heeft wel eens een moment van passie… Een moment van inspiratie… Waarin je elk gevoel voor tijd kwijt was… waarin jij je heel erg prettig voelde… in werk… in hobby… in een relatie… waar dan ook… En uit al die mogelijke momenten… kan 1 herinnering te binnen schieten… die nu… bovenkomt… en die geschikt is voor… nu… Geef maar aan wanneer jij je moment hebt gekozen… [wacht op teken].

A: Wanneer je dat moment een specifieke naam zou geven, een beschrijving of een codewoord dat alleen jij begrijpt, wat zou die naam dan zijn? Wat kan ik voor jou opschrijven? [wacht op naam, herhaal deze naam ter controle, en schrijf deze letterlijk op]

Naam: …………………….

A: Wanneer je terug gaat naar dat moment [NAAM]… en voorstelt wat je toen zag… Waar was je…? Was daar nog iemand…? Hoe ziet het er daar uit…? Wat voor kleuren zie je…? Wat voor vormen zie je…? Ruik je iets…? Proef je iets…? Hoor je iets…? Welke gedachten heb je daar in dat specifieke moment [NAAM]…? Wat zeg je tegen jezelf…? Wat denk je over jezelf…? Wat denk je over de situatie…? Hoe zat of stond je toen…? Misschien wil je eens staan of zitten zoals je toen zat of stond…? [geef ruimte tot B eventueel zit of staat zoals B toen zat of stond, wacht op teken]

A: Wat voel je nu, fysiek…? Waar zit dat gevoel als je het kon vastpakken…? En welke vorm heeft dat gevoel…? Is dat gevoel warm of koud…? Is dat gevoel ritmisch of constant…? Is dat gevoel scherp of zacht…? [wacht op teken].

A: Wat doe je daar in dat moment [NAAM]? Wat is het dat je zo goed doet…? Hoe zou je dat noemen in een werkwoord…? Wat kan ik voor jou opschrijven…?

[wacht op werkwoord, herhaal dit werkwoord ter controle, en schrijf dit letterlijk op]

Werkwoord 1: …………………….

A: Is er meer wat je specifiek doet in dat moment [NAAM]? Kan ik nog iets voor jou opschrijven…?

[wacht op reactie, herhaal ter controle, en schrijf letterlijk op]

Werkwoord 2: …………………….

A: Ga eens voor jezelf na wat er zo belangrijk is aan dit moment [NAAM]…?

[wacht op teken. De volgende vraag gaat verder op dit laatste antwoord].

A: Waarom vind je dat belangrijk…?

[wacht op teken. De volgende vraag gaat verder op dit laatste antwoord]

A: Wat levert jou dat op…?

[wacht op teken. De volgende vraag gaat verder op dit laatste antwoord]

A: Waarom vind je dat belangrijk…?

[wacht op teken. De volgende vraag gaat verder op dit laatste antwoord]

A: Hoe zou je dat belang noemen in een zelfstandig naamwoord, wat voor naam zou je dat belang willen geven…? Wat kan ik voor je opschrijven?

[wacht op naam, herhaal deze naam ter controle, en schrijf dit letterlijk op]

Naam belang: …………………….

A: Is er iets belangrijker voor je dan [naam belang] …? Wat kan ik voor je opschrijven?

[wacht op reactie, herhaal deze reactie ter controle, en schrijf dit letterlijk op]

Reactie: …………………….

A: Dank je wel…

[Einde uitvraag; geef de manual terug, en wissel van rol]

Uitwerking van de uitvraag (individueel)

Neem je antwoorden hieronder over:

Werkwoord 1: …………………………………………

Eventueel werkwoord 2: …………………………………………

Naam belang: …………………………………………

Eventuele reactie: …………………………………………

Formuleer nu zinnen in de volgende structuren, lees ze hardop aan jezelf voor, luister goed naar jezelf, en doorvoel welke structuur jou het beste past:

  • [BELANG] [WERKWOORD 1] door [WERKWOORD 2]

  • [REACTIE] [WERKWOORD 1] door [WERKWOORD 2]

  • [BELANG] [WERKWOORD 2] door [WERKWOORD 1]

  • [REACTIE] [WERKWOORD 2] door [WERKWOORD 1]

  • [BELANG] [WERKWOORD 1]

  • [REACTIE] [WERKWOORD 1]

  • [BELANG] [WERKWOORD 2].

  • [REACTIE] [WERKWOORD 2].

Schrijf de beste structuur hieronder uit:

De kern is ……………………………………………………………………………………………

Voel je vrij om nog betere formuleringen buiten de aangegeven structuur te ontdekken,

en te gebruiken… Je kan ook naar de ontdekte woorden kijken, nu of later, en een symbool of teken laten ontstaan dat staat voor of past bij het gevoel, de houding, de woorden… En misschien kan je dat teken of symbool wel in een beeldje, sieraad, tekening of iets dergelijks vangen, en er dan voor zorgen dat je dat symbolische symbool vaak tegenkomt…

Doorleven hoe het dan kan zijn

In deze oefening gaat A begeleiden bij het door B doorleven van hoe het anders zou kunnen zijn bij het volgen van het verkregen antwoord.

Instructie

A Act:

  • Lees de tekst exact voor zoals deze er staat, met een rustige stem.
  • Gebruik de manual van B.
  • Geef na het voorlezen van de tekst tijd en ruimte aan B om te doorvoelen. Spreek vooraf een teken af waarmee B kan aangeven dat B klaar is.
  • Bij puntjes (…) kan je even rustig 1001, 1002, 1003 tellen, voordat je verder gaat.

B Be:

  • Geef je manual aan A zodat je jouw antwoord kan doorvoelen.
  • Wees gewoon jezelf, luister naar de tekst, keer naar binnen en voel wat je voelt en ervaar wat je ervaart, voor jezelf. Het is niet nodig om antwoorden te geven. Wel is het handig dat je knikt wanneer je voor jezelf klaar bent, zodat A weet dat de volgende stap genomen kan worden.

C See:

  • Vindt de BMIR’s waaraan je ziet dat B voldoende tijd en ruimte krijgt.
  • Zie wat er nog meer gebeurt.

De Niveau’s van Robert Dilts

A: neem de gekozen kern van B hieronder (letterlijk) over:

…………………………………………………………………………………………………………

A: Stel je voor… dat jouw belangrijkste doel in het leven…, de reden van jouw bestaan… (het/de) [kern] is…, en dat je daar gesteund in wordt door alles…, en het grote geheel…, Wie of wat ben je dan…? [wacht op teken].

A: Wat is er, gesteund door (het/de) [kern], dan belangrijk voor jou…? [wacht op teken. Je kan de wachttijd opvullen met: ”… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…]

A: Gesteund door (het/de) [kern] en wat er dan belangrijk is, wat geloof je dan…? [wacht op teken. Eventueel ”… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…]

A: Gesteund door (het/de) [kern] wat er dan belangrijk is, wat je dan gelooft, wat kan je dan…? [wacht op teken. Eventueel ”… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…]

A: Gesteund door (het/de) [kern], wat belangrijk is, wat je gelooft, wat je kan, wat doe je dan…? [wacht op teken. Eventueel ”… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…]

A: Hoe ziet het er dan uit…? [geef ruimte en rust. Eventueel “… voel wat je voelt…, ervaar wat je ervaart…, merk wat er verandert is…”]

A: Dank je wel…

[Einde oefening; geef de manual terug, en wissel van rol]

Posted by Rutger in NLP handleiding

De roos van Leary

De roos van Leary (1957, Timothy Leary) beschrijft de interactie van gedragspatronen. Leary ontdekte een standaard structuur in gedragspatronen, en merkte op dat interacties voorspelbaar zijn Hij werkte die uit in een model: de roos van Leary.


Met de roos van Leary kan je gedrag van de ander voorspellen, verklaren, en ook beïnvloeden.

Assertief en coöperatief gedrag

Allereerst zag hij dat assertief gedrag bij de één, assertief gedrag oproept bij de ander. Dus wanneer jij opkomt voor je eigen belang, dan zal de ander geneigd zijn dat ook doen. Wanneer de ander voor zijn eigen belang opkomt, dan zal jij dat ook onbewust doen. Je hebt het pas door als je het ziet, het is een onbewust proces. Simpel gezegd: als jij vanuit je “IK en JIJ” praat, zal de ander ook vanuit de “IK en JIJ” reageren.

Hij noemde dit gedrag van opkomen voor het eigenbelang TEGEN-gedrag. En TEGEN-gedrag roept dus TEGEN-gedrag op.

In plaats van een focus op je eigen belang, kan je ook de focus hebben op het gezamenlijke belang in de interactie. Wanneer de één zich richt op het gezamenlijke belang, dan zal de ander vrijwel onbewust ook de focus leggen op dit gezamenlijke belang. Wanneer de één vanuit “WIJ” praat, zal de ander vrijwel automatisch ook vanuit “WIJ” reageren. Tegenover het voorgenoemde TEGEN-gedrag staat het SAMEN-gedrag. Wanneer de één SAMEN-gedag vertoont (gedrag gebaseerd op het gezamenlijk belang, coöperatief gedrag), dan zal dat ook coöperatief gedrag oproepen bij de ander.

Dit verdeelde hij over de horizontale as van een windroos; links staat TEGEN (eigen belang), rechts staat SAMEN (gezamenlijk belang). Wanneer de één links gaat zitten qua gedrag, dan zal de ander ook links gaan zitten.

Het werkt als een soort schuif, en hoe meer de één op een positie links of rechts gaat zitten, hoe meer de ander volgt daarin, onbewust.

Boven en onder gedrag

de roos van Leary

de roos van Leary

Ook zag Leary dat in een interactie altijd één de leiding had, en de ander volgde. Dat kan wisselen tijdens een interactie die een periode duurt, en  elk moment binnen die periode er is altijd één die leidt (BOVEN-gedrag) en een ander die volgt (ONDER-gedrag).

Dit plaatste Leary op de verticale as van de roos van Leary, bovenin staat BOVEN, en onderin staat ONDER.

Ook hier zit een soort schuifeffect in: hoe meer de één de leiding neemt, hoe meer de ander volgzaam zal reageren.

Dus

  1. TEGEN leidt tot TEGEN, SAMEN leidt tot SAMEN,
  2. BOVEN leidt tot ONDER, en ONDER leidt tot BOVEN.

Dus

  • Wanneer iemand de leiding neemt vanuit het beeld wat belangrijk voor hem of haar is, zal de ander een volgende reactie geven vanuit de ander zijn of haar belang. Leiden vanuit het IK als “Ik wil dat jij nu de afwas doet.” zou kunnen leiden tot een volgende reactie vanuit het IK “Nee, ik ben met iets anders bezig.”.
  • Wanneer iemand vanuit een volgende positie iets doet dat in het eigen belang is, zal de ander een leidende reactie geven vanuit de ander zijn of haar belang. Volgen vanuit het IK als “Heb je nu tijd om de afwas te doen voor mij?” zou kunnen leiden tot een leidende reactie vanuit het IK “Nee, ik doe het straks.”.
  • Wanneer iemand de leiding neemt vanuit het beeld wat belangrijk voor jullie samen is, zal de ander een volgende reactie geven vanuit het gezamenlijk belang. Leiden vanuit het gezamenlijk belang als “We zijn klaar wanneer de afwas gedaan is.” zou kunnen leiden tot een volgende reactie vanuit het gezamenlijke belang “Ja, die moet nog gedaan worden voor we klaar zijn.”.
  • Wanneer iemand vanuit een volgende positie iets doet dat in het gezamenlijk belang is, zal de ander een leidende reactie geven vanuit dit gezamenlijke belang. Volgend vanuit het gezamenlijk belang als “Zijn we klaar als de afwas gedaan is?” zou kunnen leiden tot een leidende reactie vanuit het gezamenlijk belang als: “Ja, dan zijn we klaar.”.

Met de roos van Leary kan je dus voorspellen dat iemand die gedrag linksboven laat zien, zal ervaren dat de ander linksonder gedrag zal vertonen. Ga je rechtsondergedrag vertonen, dan zal de reactie die je krijgt uit rechtsboven zijn.

En nu je weet hoe deze roos van Leary in elkaar steekt, en dus hoe leiden en volgen in een interactie werkt, en hoe het ik en wij van invloed is op het proces van deze interactie, kan je ineens keuzes maken en invloed hebben. In plaats van onbewust meegaan in deze standaardpatronen, kan jij je nu bewust worden van deze patronen, wat betekent dat je invloed kan hebben.

Let eens in gesprekken op of de interactie (als momentopname, wat doen ze NU) vanuit de “WIJ” of uit de “IK en JIJ” plaatsvind. En let op dat “WIJ en JULLIE” geen “WIJ” is maar een vorm van “IK en JIJ”.

En let eens op wie de leiding heeft, wie er volgt, en hoe de leidende en volgende rol kan wisselen tijdens een gesprek.

Door hier een tijdje bewust aandacht aan te geven, ontwikkel je dieptestructuur, leer je het gedrag te interpreteren en begin je te herkennen hoe het proces in elkaar steekt. Zorg er voor dat je de wisselwerking in interacties ziet, dat je de werking van de roos van Leary herkent. Pas wanneer je de werking van de roos van Leary herkent, kan je in volgende stappen invloed gaan uitoefenen op de interactie door de roos van Leary in te zetten. Wanneer je het boven-onder gedrag en het tegen-samen gedrag doorziet, kijk dan eens of je de volgende stap ook kan nemen: het gedrag invullen met de roos van Leary, waarbij meer smaken van gedrag, dus meer nuances in gedrag in de roos van LEary worden geplaatst.

Gedrag invullen in de roos van Leary

de roos van Leary met gedrag

de roos van Leary met gedrag

Wat voor gedrag hoort nu in de roos van Leary? Meer detail, meer nuance: zie het plaatje rechts met 8 soorten gedrag ingevuld. En welk gedrag roept wanneer welk gedrag op? Hier een een aantal voorbeelden:

– Aanvallend leidt tot defensief

– Defensief leidt tot aanvallend

– Offensief leidt tot opstandig

– Opstandig leidt tot offensief

– Helpend leidt tot meewerkend

– Afhankelijk leidt tot leidend

– Algemeen: gedrag in een kleur leidt dus tot gedrag in dezelfde kleur in de figuur hiernaast.

Toepassen van de roos van Leary

Herkennen van wat de ander doet, vanuit het eigen gedrag

(H)erken dat wanneer jij je stoort aan het gedrag van de ander, dat jij aan de andere kant van het spectrum zit. Jij zelf doet iets wat bij de ander het gedrag oproept. Wanneer jij ziet dat de ander passief is (teruggetrokken, afhankelijk), dan ben je zelf kennelijk leidend of concurrerend (BOVEN). Vind je iemand erg opstandig, dan is het goed te herkennen hoe offensief je zelf bent in de interactie.

Interventie met de roos van Leary

de roos van Leary met expliciet gedrag

de roos van Leary met expliciet gedrag

Wanneer je weet dat deze gedragspatronen bestaan, dan kan je gebruik maken hiervan. Vind je dat de ander opstandig is, en wil je dat deze meewerkend is: ga zelf HELPEND zijn. Is de ander erg passief, dan ben je zelf kennelijk leidend: trek jezelf terug of stel je afhankelijk op.

Voor effectief gebruik, kies je het gewenste gedrag van de ander, en toon je zelf het bij dat gedragspatroon passende gedrag.

Wil je dat een groep actiever wordt: ga zelf onderuit gezakt, passief en stil voor die groep zitten. Wil je meer opstandigheid: val aan!!!

Sterke interventies, op basis van ongewenst gedrag:

  • ongewenst defensief: toon zelf aanpassend gedrag, zodat de ander leidingnemend moet worden.
  • ongewenst aanpassend: toon zelf defensief gedrag, zodat de ander aanvallend moet worden.
  • ongewenst aanvallend: toon zelf leidingnemend gedrag, zodat de ander zich aanpassend moet opstellen.
  • ongewenst leidingnemend: toon zelf aanvallend gedrag, zodat de ander zich defensief moet opstellen.

Roos van Leary binnen NLP

de roos van Leary met NLP

de roos van Leary met NLP

De roos van Leary is prachtig te gebruiken binnen NLP, met name met rapport.

BOVEN gedrag is LEADING, ONDER gedrag is PACING. SAMEN is MATCHING, TEGEN is MISMATCHEN.

Je kan dus met Matching en Mismatching meer dan alleen rapport opbouwen en verbreken. In combinatie met Pacing en Leading kan je direct gedragspatronen bij de ander, hier en nu, doorbreken. Bij individuen, en ook met groepen.

Je kan hiermee activeren… motiveren… rust brengen… assertiviteit of coöperativiteit verhogen… zekerheid geven… twijfel brengen… waar en wanneer jij dat nodig acht…

Posted by Rutger in NLP handleiding

Predicaten

Predicaten zijn in NLP woorden die iemand gebruikt, die kunnen duiden op het gebruik van een bepaald representatiesysteem, oftewel of de (huidige) interne representatie voornamelijk opgebouwd is uit plaatjes, geluiden, gevoelens, smaak, geur en reuk of gedachten. Predicaten zijn een mooi voorbeeld hoe NLP zich meer richt op het proces van communicatie dan op de inhoud van de boodschap.

Als gesprekspartner, begeleider, coach kun je matchen op wat iemand in woorden (predicaten) aan je verteld. Dit brengt je in rapport met elkaar. Bijvoorbeeld: Iemand verteld je: ”Ik zie het niet, ik heb er geen beeld bij.” Als antwoord kun je matchen door: “Ik zie wat je bedoeld.” Je stemt af op het representatiesysteem in plaatjes door dezelfde soort predicaten te gebruiken. Wanneer je wilt matchen in predicaten terwijl je nog niet helder hebt wat de ander als voorkeur heeft (nu), dan gebruik je a-specifieke (auditief digitale; praten in gedachten/denken) predicaten (je gesprekspartner zal zelf de vertaling maken naar het huidige voorkeurssysteem).

Je kunt ook mismatchen op wat iemand je in woorden (predicaten) verteld. Hiermee bereik je verandering. Je geeft de ander de mogelijkheid om voorbij de grenzen van zijn/haar wereldmodel te gaan, dit model te onderzoeken en uit te breiden. Zijn/haar gezichtsveld wordt groter, of er worden nieuwe mogelijkheden gezien, andere verbindingen worden gelegd. Door te reageren vanuit andere predicaten ‘dwing’ je een andere invalshoek. Bijvoorbeeld: “Ik voel mij hier niet goed onder, er ligt een zware last op mijn schouders.” Als antwoord kun je mismatchen door op deze kinesthetische predicaten te reageren met visuele predicaten als: “Hoe zie je het als je er van af hier naar kijkt?”

Visuele predicaten: praten in plaatjes

Aspect, beeld, blijken, blik, contrast, droom, duidelijk, focus, getuige, glimp, gloed, helder, hoek, horizon, illusie, illustreren, inspecteren, inzicht, kijken, kleurrijk, nauwkeurig, obscuur, observeren, onderscheiden, onderzoeken, ontruimen, opvallen, overzicht, perceptie, plaatje, scene, schetsen, scope, starende blik, stralend, toespitsen, uitstekend, uitzicht, vaag, verdacht, verduister, verschijnen, visie, voorgrond, vooruitzichten, voorzien, waakzaam, wazig, weerspiegelen, zicht, zichtbaar, zien.

De andere kant opkijken, beeld schetsen, duistere zaak, glimp opvangen, kijkje nemen, schitterend idee, steelse blik, er op toezien, het schijnt dat, geen schijn van kans, het is me niet duidelijk, in het licht van, door de vingers zien, doorzien, in het niets staren, inzien dat, je oog laten vallen op, kleur bekennen, lust voor het oog, met het blote oog, oog in oog, over het hoofd zien, perspectief krijgen op, verborgen boodschap, zich illusies maken, zicht hebben op, oogje in het zeil houden, ik zie het zitten, u heeft een ander gezichtspunt nodig, ik zie licht aan het eind van de tunnel, ik heb meer overzicht nodig, veel kleurrijke mensen hier, hij heeft er een goed oog voor, zij blinkt echt uit, dat ziet er rooskleurig uit, lijkt mij, in vogelvlucht, in de juiste verhoudingen, in groter verband zien, in een glimp opgevangen, een vaag idee, een heldere toekomst, in het licht van, een beeld schetsen, ziet er uit als een plaatje, er op toezien, kortzichtig, fraai om te zien, tunnelvisie, onder de loep nemen, lichtpuntje zien, uitzichtloos, hoog aanzien.

Wanneer ik je een aantrekkelijk voorstel zou tonen, wil je dan bekijken of het is wat je voor ogen hebt?

Auditieve predicaten: praten in geluid

Aankondigen, articuleren, bekendmaken, bellen, bespreken, bespreking, bulderen, communiceren, converseren, discussiëren, dissonantie, echo, formuleren, gehoorafstand, gejank, geluid, geratel, gesprek, gieren, gillen, harmonie, hoorbaar, horen, informeren, instemmen, knarsen, lawaai, luid, luidruchtig, luisteren, mondeling, monotoon, noemen, opmerken, opmerking, praten, rapporteren, ritme, roddelen, rumoer, schel, schreeuw, schreeuwen, sprakeloos, spreken, stem, stilte, sussen, toon, uitroepen, uitspreken, verklaren, verkondigen, vermelden, vertellen, vocaal, vraag, zeggen.

Afstemmen op, bij wijze van spreken, binnen gehoorsafstand, dat doet een belletje rinkelen, de waarheid vertellen, een kletskous zijn, een mening uiten, het ene oor in en het andere uit, het hoogste woord voeren, iemand aanhoren, iemand de mond snoeren, iemands hulp inroepen, iets doorpraten, iets verwoorden, in harmonie zijn, je mond houden, je oor te luisteren leggen, kletspraat verkopen, luidkeels roepen, nooit van gehoord, uitgesproken, klinkt goed, ik kan het niet meer horen, je zou ook eens naar een ander kunnen luisteren, mijn stem heb je, daar kan ik mee instemmen, ik was onverstaanbaar, Oost-Indisch doof, hij is een goed klankbord, klinkt als een klok, de waarheid zeggen, gehoor geven aan, bij wijze van spreken, laat eens wat horen, schreeuwende kleuren.

Wanneer ik je zou vertellen wat mijn voorstel is, zou je willen luisteren of je er oren naar hebt?

Kinesthetische predicaten: praten in gevoelens

Aandrang, aanraken, aanvoelen, absorberen, beroeren, beweging, druk, drukte, eelt (op ziel), energie, flexibel, fundering, gebonden aan, geslagen, gestructureerd, gevoelig, gloed, grijpen, in de war, intuïtie, lauwwarm, leeghoofdig, nadruk, ongemakkelijk, ontspannen, onverdraaglijk, paniekerig, richting, rilling, ruw, schok, spanning, steun, stevig, stortvloed, stress, stromen, temperatuur, trillen, vastklampen, verdoofd, voelen, warm, zacht, zeer.

Alle uitdrukkingen met lichaamsdelen.

De bovenhand krijgen, de fantasie prikkelen, de kaarten op tafel leggen, de touwtjes in handen hebben, een doortastend persoon, greep krijgen op, hand in hand, het in je vingertoppen voelen, iemand de rug toekeren, iemand voor de voeten lopen, iets doorgeven, iets laten bezinken, iets vasthouden, in aanraking komen met, in contact blijven met, in een handomdraai, op het rechte pad blijven, op je tanden bijten, op je tenen lopen, stap voor stap, vastklampen aan, vlijmscherp, in de hand houden, ik voel me op mijn gemak, grip op de zaak, zijn gevoelige snaar, binnen handbereik, kippenvel krijg ik daarvan, de sensatie hangt in de lucht, ik ben in de vorm van mijn leven, er op staan, hartverwarmend, links laten liggen.

Wanneer ik je een concreet voorstel zou doen, zou je willen ervaren of het goed voelt?

Olfactoire predicaten: praten in geur en reuk

Aroma, boeket, dampen, doordringende geur, essentie (basisgeur), mest, muf, rot, stank, stinken, stoffig, vochtig, zoetig (geur), zweet.

Gustatoire predicaten: praten in smaken

Bitter, delicieus, flauw, kruidig, pikant, pittig, scherp, smaakvol, verbrand, verschraald, zoet, zuur, kauwen, proeven.

Auditief digitale predicaten (ook wel aspecifiek): praten in gedachten, denken

Activeren, adviseren, analyseren, anticiperen, begrijpen, beseffen, beslissen, besluiten, bewust, bewustzijn, creëren, demonstreren, denken, ervaring, functioneren, herhalen, idee, indicatie, kennen, kiezen, kunnen, leren, logisch, maken, managen, mening, merken, motiveren, onderzoeken, ontwikkelen, opmerken, organiseren, overwegen, plannen, predicaten, realiseren, verstand, verwerken, vragen, voorbereiden, waarnemen, waarschuwen, weten, zijn.

Alert zijn, bewust zijn, een ervaring integreren, het eens zijn over, het juiste idee hebben, je best doen, zich vergissen.

Wanneer ik je een advies geef, zou je het kunnen overwegen?

Oefening herkennen van predicaten

Lees onderstaande uitspraken/woorden/predicaten en bepaal of deze duiden op V, A, K, O, G of Ad:

  • Er wordt gefluisterd
  • Licht op de zaak laten schijnen
  • Aansprekend
  • Ik begrijp, dat
  • Ergens tegenaan lopen
  • Tegen de achtergrond bezien van :
  • Schitterend voorgesteld
  • Een uitgesproken tegenstander
  • Een handvat geven
  • De bal terugkaatsen
  • Ik vraag me af
  • Oost-Indisch doof
  • Ik denk dat
  • Oogkleppen op hebben
  • Vastlopen
  • Weerklank vinden
  • Andere invalshoek kiezen
  • Op je tenen lopen
  • Dat is tekenend
  • Een voorstel bespreken
  • Ik evalueer graag
  • Nog afgezien van
  • Verstijfd van schrik
  • Ik ben me ervan bewust
  • Tegen dovemansoren zeggen
Posted by Rutger in NLP handleiding

9 stappen naar persoonlijke vrijheid (spirituele groei).

In NLP zijn er stromingen die spirituele groei hebben gemodelleerd. Daaruit zijn 9 generieke stappen ontstaan die er voor zorgen dat je eigen ‘zijn’ de ruimte krijgt. 9 stappen die zorgen dat je jouw persoonlijke ruimte en vrijheid vergroot worden, en het proces van maskeren (sociaal gewenst gedrag vertonen op basis van interne verwachtingen) minder grote invloed krijgt. Het belangrijkste effect is vaak niet zozeer dat het uiteindelijke gedrag verandert, als wel dat de motivatie om het gedrag te vertonen verandert: je gaat de dingen doen die je doet vanuit een intrinsieke motivatie in plaats vanuit de externe motivatie ‘dat het zo hoort’. In plaats van REAGEREN op (jouw verwachtingen van) de buitenwereld, ga je jouw leven CREËREN van binnenuit. Het (her)kennen van deze stappen is een handvat voor de NLP coach en de NLP (Master) Practitioner om persoonlijke vrijheid  te kunnen beïnvloeden. En uiteindelijk is coachen niets anders dan de persoonlijke vrijheid vergroten.

1) Besef je dat er niets is buiten jezelf: alles wat je waarneemt en denkt ben jezelf, en bestaat enkel in jou gedachten. Wanneer je naar een vaas kijkt, denk je een vaas te zien, maar een vaas is enkel een idee, een concept. Alle ideeën en concepten die jij hebt projecteer je op de wereld, en daarmee vervorm je de realiteit. Je bevestigt enkel je zelfbeeld en je wereldbeeld.

2) Besef je dat je niets te verliezen hebt, enkel illusies in je denken. Niemand heeft iets te verliezen. Dit gaat altijd en overal voor iedereen op. Het enige wat je kunt verliezen zijn ideeën en concepten die ondersteund worden door enorm veel energie (emoties gerelateerd aan het denken en oordelen). Herken en vernietig de ‘onechtheden’ van het denken. Neem de tijd die je nodig hebt, het is zeker niet gemakkelijk om tot in je diepste wezen te beseffen dat je nooit iets te verliezen hebt.

3) Leef hier en nu. Gisteren is voorbij, morgen zal nooit komen, alleen vandaag, nu, bestaat. De rest zijn enkel gedachten, illusies.

4) Maak contact met je ware zelf. Laat oordelen los. Met name schuld, schaamte, spijt (en soms daaraan gerelateerde angst) duiden op oordelen, waardeoordelen, en dan van buitenaf. Voel wat er echt van binnen is (authentiek). Ontdek AL je aanwezige gedachten, gevoelens, wensen, doelen en fantasieën. Gedachten, gevoelens, wensen, doelen en fantasieën hoeven zeker niet altijd zacht, lief of ‘spiritueel’ te zijn. Onze geest omvat alles: het lagere en het hogere, het lichte en het donkere. Persoonlijke vrijheid begint met alles van jezelf te onderkennen en te erkennen. Laat de innerlijke repressie van gedachten, gevoelens, wensen, doelen en fantasieën gaan.

5) Laat het oordelen los. Zie de gedachten, gevoelens, wensen, doelen en fantasieën voor wat ze zijn, zonder commentaar van het denken (de interne stem). Het denken verstoort het gevoel, via het oordeel en geeft ruis in de volgende stappen. Het denken en externe oordelen maken dat ‘dat-wat-is’ subjectief wordt ervaren, terwijl persoonlijke vrijheid zoekt naar het objectieve en authentieke in jezelf. Het denken is de grondslag van de onware-zelf, het ego. Een appel is een appel, en is anders dan een appel met het oordeel “weer een appel”, en is anders dan een appel met het oordeel “appels zijn lekker”, en is anders dan een appel met het oordeel “gezond: een appel”, en is anders dan een appel met het oordeel “de verboden vrucht”. Het zien van de appel als appel, en niet meer dan dat brengt je in contact met je ware gevoel (noot: besef dat appel een concept op zich is). De noodzakelijke stap van denken in illusies naar authentiek kunnen voelen.

6) Neem de geraaktheid van je hart als richtsnoer voor je handelen. Waardoor wordt je geraakt, waardoor wordt je bewogen? In dit het echte en authentieke gevoel? Je weet dan dat je daar iets mee te doen hebt, dat je daar antwoord op hebt te geven. Dat antwoord kan een innerlijk protest geven of een instemming van het hart. Herstel hier de verbinding met je ware zelf, en handel vanuit je authentieke gevoel. Het handelen vanuit geraaktheid neemt het over van het handelen vanuit het denken. Wees trouw aan de geraaktheid waarmee je wordt geroepen en bewogen. Uiteindelijk zal ook het denken ten dienste komen te staan van de geraaktheid.

7) Overgave: de werkelijkheid als geheel omarmen, met alles erop en eraan, zonder enig voorbehoud. Het is zoals het is. Heb de bereidheid geraakt te worden door het leven in al zijn facetten. Overgave aan de werkelijkheid betekent niet dat je alles maar goed moet vinden. Want juist in de overgave zul je bemerken dat sommige gebeurtenissen een heftig protest in je oproepen en dat andere gebeurtenissen je blij maken. Maar nu authentiek, van binnenuit, creërend, in tegenstelling tot van buitenaf, reagerend. Protest en instemming van het hart vormen de wijzers van je innerlijk kompas voor je handelen in de wereld.

8) Twijfel: alleen vanuit twijfel kunnen keuzes gemaakt worden en nieuwe stappen gezet in de persoonlijke vrijheid. Wie meent de waarheid in pacht te hebben maakt geen keuzes. Zo iemand herhaalt steeds hetzelfde antwoord, ongeacht de vraag die het leven op enig moment stelt. Daar leer je niets van. Daar kun je ook niet aan groeien.

9) Ontdek: Het leven is een rijk terrein waarop veel valt te ontdekken. Ga op ontdekkingsreis. Als je gedachten, gevoelens, wensen, doelen of fantasieën hebt, breng die dan in praktijk, voer ze uit. Ervaar de ervaring om de ervaring rijker te worden, je gevoel rijker te maken. Wees ontevreden om in beweging te komen, om te groeien, om in actie te komen, om niet langer te blijven waar je was, om niet stil te staan. Op terreinen waar je samen bent: geef elkaar inspraak, met het recht om nee te zeggen. Bij een veto accepteer je dat op een liefdevolle manier.

Posted by Rutger in NLP handleiding