Wat de overheid van ICT outsourcing kan leren

ICT is een werkveld waarin het mogelijk is, dank zij de ICT zelf, om werkzaamheden te bundelen en uit te besteden aan derden. Zowel het repeterende karakter van veel beheerwerkzaamheden, als de mogelijkheid om werkzaamheden op afstand te doen maken dat deze werkzaamheden procesmatig kunnen worden ingericht en uitbesteed.

Op strategisch niveau wordt bepaald welke werkzaamheden wel, en welke werkzaamheden niet worden uitbesteed. Strategisch niveau is daarbij niet binnen het technische veld, maar breder, op bedrijfsniveau. Op basis van vele ervaringen, kleunen en miskleunen is er een beslissingsboom ontworpen om een goede strategische beslissing te kunnen nemen of je ICT wel of niet moet uitbesteden.

De eerste vraag is: is de ICT die je wilt uitbesteden van strategisch belang voor je bedrijfsvoering? Is de informatie concurrentiegevoelig, is de kennis van cruciaal belang voor het voortbestaan van je bedrijf, zijn de systemen too-big-too-fail? Dat is de belangrijkste vraag; als het bedrijfsbelang zo hoog is dat het niet opweegt tegen effici├źntievoordelen dan hou je de systemen en werkzaamheden (en dus mensen, kennis en kunde) in huis. Einde beslisboom.

Alleen als het strategisch belang van uitval van de betrokken systemen een klein risico behelst, dan ga je kijken of er uitbesteed kan worden. Strategisch belang is blocking voor uitbesteden. En alleen indien het risico verwaarloosbaar is, dan gaat de beslisboom verder met ofwel uitbesteden indien betere kwaliteit te behalen is tegen dezelfde kosten, dan wel uitbesteden indien tegen lagere kosten dezelfde kwaliteit te behalen is.

Projectie op overheid en privatisering

Privatiseren is niets anders dan uitbesteden door de overheid van taken aan de markt. Wanneer je daarin goede keuzes wilt maken dan is het belangrijk dat je het strategisch belang kent van de betreffende taken. Daarvoor is het van belang dat je kijkt naar de reden van het bestaan van een overheid: te weten het vertegenwoordigen van het gezamenlijk belang der burgers. De overheid dient als goede huisvader de gezamenlijke belangen van ‘haar’ burgers te behartigen. Gezien vanuit de reden van het bestaan kan je vervolgens bepalen wat wel en wat niet cruciaal is, gezien het belang van de taak voor de bedrijfsvoering (de overheid als ons gezamenlijke bedrijf teneinde te voorzien in ons gezamenlijke belang).

En dan kom je tot mogelijke conclusies als:
– Als iedereen gezamenlijk belang heeft bij openbaar vervoer, en dit is cruciaal voor een grote groep burgers, dan is dit van dusdanig strategisch belang dat dit niet uitbesteed, dan wel geprivatiseerd mag worden.
– Hetzelfde geldt voor nutsvoorzieningen, als gas, water en licht, en ook voedsel.
– Wat denk je van informatiestructuren, als internet en telefonie, maar ook bibliotheken?
– Is een distributiesysteem als post en pakketbezorging iets waar een algemeen strategisch belang in zit?
– Zorg, onderwijs, bescherming van personen en goederen?

Toch uitbesteden/privatiseren leidt tot een secundair effect: de overheid vertegenwoordigt in mindere mate het gezamenlijke belang, waardoor de burger minder betrokken raakt bij de overheid. Logisch, want de overheid verkleint haar rol, haar bijdrage binnen de cirkel van betrokkenheid van de burger. De kloof tussen overheid en burger zal daarmee groter worden, en de burger minder betrokken zijn bij de overheid. De rol van de overheid wordt ambigue en haar bijdrage is minder en zal ook als dusdanig worden ervaren.

De beste manier om de kloof tussen overheid c.q. politiek en burgers te verkleinen is dan ook de focus leggen waar die hoort (door de overheid) namelijk het vertegenwoordigen van het gezamenlijk belang als een goede huisvader. Een kloof die je niet overbrugt door in gesprek te gaan, daar zit het probleem namelijk niet. Alleen wanneer er op goede wijze voor de gezamenlijke belangen wordt gezorgd, kan de kloof kleiner worden.