Schrijfoefening: Spijt

Terugkijkend heb ik spijt. Spijt als woord om te duiden dat ik het gevoel heb iets gemist te hebben. Maar toen deed ik wat ik nodig had. Of beter, ik maakte keuzes om niet te doen zodat ik toen kreeg wat ik toen nodig had. Nu spijt hebben betekent dat ik met de kennis van nu toen andere keuzes had willen maken, zodat ik nu de vruchten kan plukken van wat ik toen had gedaan. Spijt is nu dezelfde keuzes anders hebben willen maken. Dat is wat terugkijken doet: kijken vanuit nu, kijken vanuit wat je nu nodig hebt en wat je nu belangrijk vindt naar acties van toen je dat nog niet wist en andere dingen belangrijk vond. Toen, de keuzes toen, de acties toen, was toen niet saai, en pasten in het beeld van mijn leven zoals ik dat toen had. Maar nu lijken de acties geleid te hebben tot een saai leven en ik wil nu uit de saaiheid terwijl ik toen anders was. Anders dacht. Ik heb spijt omdat het me nu makkelijker af zou gaan als ik toen meer ervaring had gehad, vaker “Ja!” had gezegd. Maar toen gaf het rust om ‘saai’ te zijn, een saaiheid door passiviteit die nu juist onrust veroorzaakt. Onrust van wel doen toen zou nu rust geven, en de rust van toen door niet doen veroorzaakt nu groeiende onrust. De overtuiging dat er niets te missen is, is een overtuiging die plaats heeft gemaakt voor de overtuiging dat ik iets mis. Dat iets vermijden goed zou kunnen zijn is waar ik ooit in geloofde. Nu voel ik angst dat ik iets mis als ik het vermijd. Het wordt belangrijker om terug te kijken op wat je wel hebt gedaan, de tijd dringt, dan de rust te behouden door voorzichtigheid en vermijden van het onzekere. Toen te onzeker, te spannend, een gewenning die leidt tot rust tot verveling, nu op zoek naar spanning. Het kan verkeren.

Ik stel me voor, als ik toen wel eens een keer had gekozen, gewoon 1 keer, hoe anders zou het nu voelen? En zou een ene keer, toen, nu nog echt iets uitmaken? Heeft de voorzichtigheid de rust gebracht, of heeft het enkel de onrust tijdelijk gedempt, en uitstel gerechtvaardigd? Heeft het enkel de dissonantie tussen wat ik meende wat waar was en de realiteit vergoelijkt om het gevoel van tweestrijd tussen wens en schaamte te kunnen sussen. Ik voel me schuldig naar mezelf. Dat ik niet de kansen heb benut, het diepe durfde in te gaan, omwille van wat ik meende te kunnen invullen voor de gedachten van anderen, de oordelen in mijn hoofd die de spontaniteit en vrijheid de kop in drukken. Evaluerend zie ik hoe ik van ervaringen alleen de positieve kanten vasthoudt, terwijl ontzeggen en vermijden als jeukende kruipolie je zekerheden tot losse schroeven maakt. Los zand, drijfzand, houvast missen omdat je ontdekt dat je gedachten die je zo sterk vasthield en koesterde als waarheid maar gedachten zijn. Gedachten gebaseerd op verwachtingen van fantasieën. Fantastische verwachtingen die niets met de realiteit te maken hebben. Fout, maar geaccepteerd, bewijs als een luchtballon, een zeepbel. Voorstellingen van werkelijkheden die nooit hebben bestaan. Toen gaf het rust, of dempte mijn onrust, nu versterkt het mijn onrust.

Weten hoe het hoort, ontdekken dat je eigenlijk als een klein kind nog steeds luistert naar wat je verteld is, verwachtingen van sociale verwachtingen invullen, je ego voorbij aan jezelf, realiseer je dat je innerlijke zelf iets anders wil. Niet heel erg dringend, of op de voorgrond, maar meer op de achtergrond, knagend en schrapend, met kleine beetjes, gedurende de tijd toch iets groots geworden…

Wijsheid komt met de jaren. Voor sommige dingen is het nu te laat; vermijden heeft een voldongen feit gecreerd. Voor sommige dingen is het nog niet te laat. Tijd om vaart te maken en meer vrijheid te nemen. Spijt van spijt en schuld uit spijt als motivatie…