Schrijfoefening: De vuilniszak

Ze smeet de deur dicht. “Wie denk je wel niet dat je bent! Een klootzak, dat is het!” schreeuwde ze uit het diepste van haar ziel. In haar ooghoek zag ze hoe een beetje spuug meevloog. Ze zocht naar de juiste woorden om haar boosheid vast te houden. Ze voelde hoe het wegblijven van de juiste woorden de boosheid deed kalmeren en vanuit een nieuwe werkelijkheid sprak ze fluisterend ijzig: “Wegwezen, nu!”. Als een vuilniszak bleef hij bewegingloos staan. Alsof een potje zijn balans verliest en op zoek gaat naar een nieuw evenwicht trekt de vuilniszak zijn mond open. Als ze niet snel is, ligt al het vuilnis over de grond. Snel steekt ze haar handen uit, om de opening dicht te houden. Ze gebruikt de weerstand van de dichtgesmeten deur in haar voordeel. Ze schudt even zodat een nieuw evenwicht wordt gevonden en ze de zak weer los kan laten. Haar handelen heeft het juiste effect: als ze loslaat is de zak nog open, maar het vuilnis blijft in de zak zitten. De zak die roerloos blijft liggen.