Dyslexie: andere manieren, ander resultaat?

Soms zijn er mensen die false positive scoren op een dyslexietest. Ze krijgen de uitslag dat ze dyslectisch zijn, terwijl er enkel een leesachterstand is. Dat hoeft dan niet per definitie aan de mens te liggen; het kan ook aan de wijze van leesinstructie liggen.

Als de RT (remedial teaching) op een school zich vervolgens beperkt tot herhalen, herhalen, herhalen, van dezelfde stof op dezelfde wijze, dan kan je een ander resultaat verwachten, maar wellicht dat een andere aanpak meer resultaat heeft. Dit is puur op basis van ervaringen die ik heb opgedaan met false positives, en omvat slechts mogelijkheden waarop je kan experimenteren met het op een andere manier aanbieden van leesinstructie!

Allereerst kan een andere methode bestaan uit het aanbieden van een boek dat gewoon een leuk en goed verhaal omvat. De lezer iets aanbieden dat dusdanig veel motivatie geeft om het verhaal te begrijpen, dat er veel woordbeeld wordt opgebouwd. Sowieso belangrijk om de lezer gemotiveerd te houden met lezen tijdens de leesinstructie, en soms is het gebrek aan voortgang simpelweg een gevolg van demotivatie in het lezen.

Een van de andere manieren is de methode van Willen J. de Haan. In deze methode wordt lezen benadert als meer een soort rekenmethode. De leesinstructie lijkt op plussommen en aftreksommen met letters.

Een laatste manier die ik hier noem (en er zijn er nog vele andere) is de training “Ik leer anders”, waarbij het idee is dat je leesinstructie op een meer visuele manier aanbiedt, en daarbij vier specifieke leesproblemen aanpakt: ‘lege woorden’ lezen, leesletters sneller benoemen, letters husselen en radend lezen.

Dan nog even een paar opmerkingen over dyslexie-diagnose en het effect daarvan:
– Dyslexie gaat over technisch lezen. Over snelheid van het vertalen van letters naar woorden naar zinnen. Tekstbegrip valt daar buiten. Er zijn mensen die het label van dyslexie hebben, omdat de technische leessnelheid gemiddeld gezien achterloopt, maar met de langzamere leessnelheid een heel hoog tekstbegrip blijken te hebben. Ze hoeven een tekst maar één keer te lezen om tot begrip te komen. En tekstbegrip is na de basisschool waar het om gaat. Dus staar je niet blind op technische leessnelheid; neem de snelheid van tekstbegrip ook mee. Enkel een lage leessnelheid hebben hoeft an sich niet een probleem te zijn.
– Lezen is niet spellen. Spellen is niet lezen. Spellen is een strategie die je kan hanteren om er achter te komen wat een ONBEKEND woord is, die fonetisch schrijven in de hand werkt door de methode van verklanken. Bekende woorden hoef je niet te spellen; die weet je gewoon. Er is geen mogelijkheid om aan de hand van spellen er achter te komen hoe je przewalskipaard moet schrijven; dat is gewoon weten.
– De in het leesonderwijs gehanteerde methode bestaat uit drie delen: 1) verklanken, 2) regels en uitzonderingen, 3) woordbeeld. Van groep 3 tot groep 8 is er een impliciete verschuiving van fase naar fase. Soms kan het vastlopen in een eerdere fase, of het blijven hangen in een eerdere fase een oorzaak zijn van vertraging. Meer expliciet maken van de verwachtingen kan dan helpen. Ook het handelen naar een andere fase kan beter passen bij de persoonlijke leerstijl van de lezer.

Bottom-line: we zijn geneigd om de lezer een etiket op te plakken terwijl de instructeur buiten schot blijft. Heb het reflectieve vermogen om het etiket niet enkel te zien als een bevestiging van het onvermogen van de lezer; het kan ook een duiding zijn van het onvermogen van de instructeur.