Rutger

Your first 10000 photographs are your worst. – Henri Cartier-Bresson

“Your first 10000 photographs are your worst.”
Een bekende quote (bleek achteraf) die ik tegenkwam, al surfend over het web, van Henri Cartier-Bresson, een bekende fotograaf (bleek achteraf).

Zoals met alle vaardigheden, gaf de quote wederom aan dat de vaardigheid ontstaat met het doen, het uitvoeren. Een idee dat later een bestseller voor Malcolm Gladwell opleverde, het boek Outliers (Uitblinkers), dat in 2008 beschreef dat de overeenkomst tussen uitblinkers de 10000 uur oefenen was. De 10000-uur-regel als “the magic number of greatness.”. Gladwell’s boodschap: als je 10000 uur oefent, wordt je vanzelf excellent in de vaardigheid die je oefent.

Zoals veel boeken van de schrijver Gladwell, was dit niet zijn eigen idee; het idee was gebaseerd op inzichten van Professor Anders Ericsson. Ericsson die nogal wat kritiek had op het boek, waaronder de oversimplificatie van het idee dat als je maar wat deed in die 10000 uur, dat je toch expert in de vaardigheid zou worden.

Maar goed, de quote van Henri en het boek van Malcolm waren wel inspirerend. En wellicht als het inspiratie is wat je zoekt, dan doet de wetenschappelijke waarheid er niet zo veel toe. Het idee, de ingeving, het plan dat in mij ontstond was om gewoon de camera te pakken, en 5000 foto’s te maken. Als project op mijn todo list. Gewoon schieten en bekijken en beoordelen en bewerken. Onderwerp doet er niet toe, gewoon als oefening om beter te worden in de vaardigheid van fotograferen.

Toch even snel browsen door mijn digitale fotoverzameling: als early adoptor ben ik op digitaal overgestapt in 2002. Snel tellen leerde dat ik al 20000 foto’s in mijn digitale archief had, naast de analoge collectie, of wat ik daar nog van over heb. Waar zijn ze, de foto’s van mijn (eerste eigen) Minolta 16 toen ik 9 jaar oud was die door mijn vader werd ingesteld als ik ging schieten? Waar zijn ze, de foto’s van mijn ik-ben-vergeten-welke 35 mm camera op mijn 12e waarop ik ISO/DIN keuzes leerde maken, die ik zelf instelde aan de hand van een handig lijstje met lichtwaarden, en die van die gave luchten maakte door een ingebouwd blauw filter? Waar zijn ze, de foto’s van mijn twinlens middenformaat reflexcamera waar ik zo leuk mee dubbel belichten kon? Een paar vergrotingen, die heb ik nog, maar de rest is verdwenen toen ik op kamers ging wonen. Zonde.

5000 foto project

Dus de quote over 10000 foto’s, leidt tot een project van 5000 foto’s maken, met het idee iets meer gestructureerd te oefenen. Te spelen met de instellingen van de camera, en voor het eerst ook te gaan bewerken. De Olympus E-300 en Olympus E-510 krijgen een broertje, de Sony a58 met vier verschillende lenzen (leve Marktplaats). Als eerste fotobewerkingsprogramma’s gebruikte ik Darktable als workflow programma, en the Gimp als fotobewerkingsprogramma. Gratis en beschikbaar op Linux (en Darktable is tegenwoordig ook beschikbaar op Windows).

Zoekend naar een onderwerp, keek ik rond, en zag een vaas met daarin een mooie rode Amaryllis. De aftrap van mijn ontwikkeling in fotografie.

Rode Amaryllis Goudlelie, Sony a58 met Sigma 50mm macro lens.

Rode Amaryllis Goudlelie, Sony a58 met Sigma 50mm macro lens.

Dezelfde Goudlelie, nu na spelen met de bewerking.

Dezelfde Goudlelie, nu na spelen met de bewerking.

 

Leren fotograferen terwijl je wacht.

Tijdens het 5000 foto’s ‘project’ (om beter te leren fotograferen) merkte ik dat het best langzaam ging om te komen tot 5000 foto’s in plaats van 5000 clicks. Doordat ik echt er voor ging op gezette tijden. Eerst een onderwerp kiezen, dan plannen, opzetten, regelen en uiteindelijk een aantal foto’s maken. Series van 10, 20, 50, soms 100 clicks leverden dan een paar foto’s op. De vraag die ik mezelf ging stellen was “Hoe kan ik, buiten deze oefeningen en actieve momenten, nog meer of vaker mezelf ontwikkelen?”. Hoe kan je leren fotograferen terwijl je met andere zaken bezig bent?

Surfend over het internet, heb ik drie tips gevonden, die het leren fotograferen in ‘idle time’ versnellen. Graag deel ik ze met je:

Kijken in foto’s, ook zonder camera leren fotograferen

Wanneer je niets te doen hebt, in een wachtkamer wacht, in de file staat, al dat soort momenten die we onbewust aan ons voorbij laten trekken, zet je fotografie mindset aan! Kijk om je heen, zoek naar leuke (interessante) beelden, stel je voor hoe je een foto zou maken van de willekeurige onderwerpen die je ziet. Stel je voor hoe het van boven er uit zou zien, hoe het vanuit een laag perspectief er uit zou zien, vergelijk de beelden voor je geestesoog. Ga op zoek naar goede beelden, ook al maak je ze niet. Laat je visuele fantasie de vrije loop.

Ga op zoek naar foto’s van anderen die je aandacht trekken, en stel jezelf vragen over de foto.

Kijk met andere ogen tijdens het tijdverdrijf van social media en internet surfen, van Netflix en TV, van het lezen van de blaadjes bij de tandarts, van het bedolven worden onder reclame tijdens de boodschappen. Welke beelden vallen je op? Hoe zijn de foto’s gemaakt? Wat maakt dat de foto zo gemaakt is? Wat zou jij anders doen? Wat vind je goed, wat vind je minder? Ontwikkel je gevoel bij de foto’s die je ziet. Wat vind je van het perspectief? Wat vind je van de scherpte-diepte? Wat vind je van de gekozen afwerking? Wat vind je van het onderwerp? Wat vind je van de afsnijding? Wat vind je van de gekozen beeldhoek? Zit er beweging in de foto, zou je beweging willen toevoegen of juist weglaten? Wat vind je van de compositie? Past deze foto in deze context?

Neem altijd je camera mee

Simpel. Er zijn altijd momenten dat je een foto ziet die je wilt nemen. En bijna elke telefoon heeft een camera, dus gebruik deze dan ook wanneer je kan. Zoek en ontdek, alles kan gefotografeerd worden; het maakt niet uit, je kan ze altijd weer weggooien. En als je telefoon naar jou wens niet voldoende kan, kijk eens op marktplaats voor een kleine zakcamera die instelbaar is, waarmee je wel het diafragma en de sluitertijd kan regelen. Vang de unieke momenten die je tegenkomt, en oefen om tijdens de minder unieke momenten toch het beste beeld van de situatie te krijgen. Maak die foto’s, en geniet van het feit dat je niet tevreden bent, want dat is het bewijs dat je kritisch kan kijken.

Oefenen, oefenen, oefenen. Doen, doen, doen. Kijken, zien, ontwerpen, maken, beoordelen. Altijd iets te doen hebben als je niets te doen hebt. Het toevallige beeld vangen.

Vanuit de haven van Almere (ik moest iemand afzetten), de skyline van Almere. Gewoon met mijn telefoon.

Vanuit de haven van Almere (ik moest iemand afzetten), de skyline van Almere. Gewoon met mijn telefoon.

Toevallige bloem, die ik je nu kan laten zien vanwege de Fujifilm XF1 die ik toen bij me had.

Toevallige bloem, die ik je nu kan laten zien vanwege de Fujifilm XF1 die ik toen bij me had.

 

Mijn eerste digitale foto; mislukt.

Mijn eerste digitale foto. Mislukt. En toch van persoonlijke waarde.

De laatste dagen van de zwangerschap (van mijn vrouw), de dagen net voordat je eerste kindje wordt geboren. Vreemd en onwerkelijk dat ik vader ga worden. Klaarmaken van de tas, voor het geval dat je snel naar het ziekenhuis moet. Wat moet er in?

Ik had in mijn jeugd veel gefotografeerd, en dit was een moment waarop ik (na een jaar of 10 geen foto’s maken) moest vertrouwen op ervaringen van anderen dat het geboren worden van je eigen kind heel bijzonder zou zijn. Wist ik veel, voor mij speelde het nog niet echt. Eén van de tips die ik uit de verhalen oppakte, was het maken van foto’s, leuk voor later. Wat heb je dan nodig: een camera. Mijn oude camera was onvindbaar dus een nieuwe. Omdat ik als zelfstandige ondertussen ook lekker bezig was met mijn eigen website, was voor mij de keuze voor een digitale camera in plaats van analoog snel gemaakt.

Het is een Sharp VN-EZ1 geworden. Een camera die ook kon digitaal filmen; de eerste MPEG-4 recorder. 320 x 240 filmpjes. 640 x 480 foto’s. Twee uur video op een 32MB kaartje. Hypermodern, in een tijd dat smartphones nog Pocket PC’s heetten en geen camera hadden. In een tijd dat 1024 x 768 qua schermresolutie de standaard was.

De eerste digitale foto

Uiteindelijk, tijdens de bevalling, heeft de camera keurig in de tas gezeten. Ik had wel wat anders aan mijn hoofd 🙂

’s Avonds, de rust terug, heb ik de camera gepakt, en buiten de eerste digitale foto gemaakt van de versiering die de buren hadden geplaatst vanwege de geboorte. Een neon ooievaar. In het donker. Geen instellingen voor sluitertijd, gewoon uit de losse pols een foto maken. En gelijk verkocht aan digitaal; niet vanwege de kwaliteit van de foto, maar wel vanwege de directe feedback op het 1,8″ scherm; ik kon gelijk zien wat het resultaat was. Niet anderhalve week wachten totdat je de resultaten zag bij de fotozaak, nee, direct feedback. En ik zag dat de foto bewogen was, en schoot er nog drie. Geen probleem met filmpjes die vol zitten of raken, gewoon schieten. En direct het resultaat kunnen bekijken op een TV. Matige beeldkwaliteit ten opzichte van analoog, ja. Maar zo in het groot op een TV, dat heeft ook wel wat ten opzichte van die 10 x 15 scherpe papiertjes.

Toch viel de resolutie wat tegen, dus een overstap naar een Kodak Easyshare DX3215 Zoom Digital Camera 1.3-megapixel, een volledig automatische point-and-shoot, werd gemaakt om later de eerste stapjes beter vast te leggen. Met een 1280 x 960 resolutie, die nog steeds leuk bekt op de huidige schermen. Digitaal was het voor mij: vrijheid, snelheid, direct resultaat.

PICF0001; mijn eerste digitale foto, 2002

PICF0001; mijn eerste digitale foto, 2002

Wat is creatief fotograferen?

Wat is creatief fotograferen? Eén manier om een concept te definiëren is door de woorden te ontleden.

Fotograferen…

Fotograferen (uit het Grieks, letterlijk: schrijven met licht) betekent dat je afbeeldingen vastlegt met lichtgevoelig materiaal. Bij analoge fotografie is het filmmateriaal het filmrolletje en de negatieven. Bij digitale fotografie wordt een sensor gebruikt en de bijbehorende bestanden.

en dan creatief…

Creatief wordt op verschillende manieren gedefinieerd. In het algemeen komt het neer op een vermogen om iets nieuws te scheppen.

De toevoeging creatief aan fotograferen is daarmee een verdere specificatie van de manier waarop je afbeeldingen vastlegt met dit lichtgevoelige materiaal. Het betekent dat het fotograferen specifiek gaat om fotograferen met de actieve inzet om iets nieuws te scheppen.

Creatief fotograferen

gaat dus over iets nieuws scheppen met je camera. Op een nieuwe, andere wijze dan tot nu toe gedaan, je camera en/of onderwerp gebruiken.

Het is een leuke en leerzame manier van fotograferen. Je leert anders te kijken. Vanuit nieuwsgierigheid, en de beloning is de verwondering over de (voor jou nieuwe) afbeelding. Leerzaam doordat je op ontdekkingstocht gaat. En nieuwe manieren ontdekt waarop je de camera kan gebruiken. Nieuwe manieren ontdekt waarop je het onderwerp kan neerzetten.

Wil jij meer dan technisch perfecte plaatjes maken? Meer dan spiegelingen van de werkelijkheid vastleggen? Wanneer jij je wilt bekwamen in fotograferen dan kan je op deze website handvatten en oefeningen vinden die je op weg helpen. Oefeningen waarmee je op een andere, nieuwe manier foto’s kan gaan maken. Buiten de bekende paden.

De oefeningen zijn bedoeld om te doen. Aan de slag mee te gaan. Zodat je ervaring opdoet. Diepte krijgt. Voorbij in gedachten aan de oppervlakte. Fotograferen is een vaardigheid, en vaardigheden leer je door te oefenen. Door te doen. Creatief fotograferen is niet anders. Alleen wanneer je de oefeningen echt doet kan je het concept, de achterliggende gedachte, eigen maken en als automatisch toepassen. Zodat het antwoord op de vraag ” Wat is creatief fotograferen? ” een gevoel wordt, voorbij de woorden uit het woordenboek.

Water, Olie en Licht

Water, Olie en Licht

Schrijven: motiverende tips om aan de slag te gaan

Wie ben ik om tips voor schrijven te geven? Niemand, en ik geef ze ook niet; ik verzamel ze enkel. En die verzameling van tips, en gedachten tot nu toe, die schrijf ik hier op. Ideeën die je gewoon via een zoekmachine kan krijgen, waarmee je het schrijven makkelijker kan maken. Motiverende ideeën en tips om je in gang te zetten. Althans, dat is het effect dat het op mij heeft.. 🙂 Lees verder →

NLP Dunning-Kruger momentjes

Dat je met iemand in gesprek bent over een onderwerp, bijvoorbeeld in mijn geval over NLP, en dat die ander zichzelf als expert in alle zekerheid uitlaat en daarbij volledig de plank misslaat. Oh, daar heb ik zo’n hekel aan! Frustratie omdat de ander zo ontzettend fout zit, vanuit de sociale conventie kan je de ander er niet op wijzen, bovendien is het verschil in inzicht en achtergrondinformatie zo groot dat je misschien wel weken bezig moet zijn om de ander het inzicht te geven wat je nodig hebt om de conversatie enigszins nuttig en interessant te maken…

Nee! NLP is NIET NIET vermijden, en alles positief zeggen. Tegen iemand die de straat oversteekt zonder op te letten kan je kiezen of je roept “Let op, je steekt een straat over”, of korter “Stop”, maar in het geval dat het zo’n NLP-is-positief figuur zeg ik liever “Niet oversteken!”. Andere interne representatie, ander effect.

Want, NLP gaat niet over positiviteit, maar over effectiviteit. Of je schrijft “Je wordt er niet rustig van” of “Je wordt er kwaad van”, dan is de interne voorstelling bij de eerste rust om vervolgens de negatie te ontdekken, waar bij de tweede de interne voorstelling gelijk kwaad is. Wat de essentie is in deze, is dat je kan KIEZEN voor de ene of de andere (of welke je nog meer kan verzinnen).

Als je rust wilt suggereren, die emotie wilt benadrukken en oproepen, dan kies je de eerste.
Als je kwaadheid wilt suggereren, dan kies je de 2e.

En NEE! NLP is niet (alleen) erg goed of erg geschikt in welk onderwerp dan ook (bijvoorbeeld reframen). Dat jij een stukje NLP ooit ergens hebt opgepikt, en dat goed (!?!?!) kan toepassen, handig vindt, wil niet zeggen dat dat het enige onderwerp is, en het gaat al helemaal voorbij aan de onderliggende gedachten. Trouwens, elk onderwerp is gejat, dat is namelijk de essentie van NLP! Kijken wat anderen doen, en dan nadoen op zoek naar hetzelfde effectieve resultaat. Dat je ooit een grasspriet hebt gezien, betekent niet dat je de wei begrijpt.

Je kan er niets mee, dat soort nitwits, mensen die een populair boek hebben doorgebladerd over welk onderwerp dan ook, en vervolgens zich een houding aanmeten als expert. Je zou er wellicht over moeten lachen, maar dat is dan weer iets wat ik zelf te leren heb.

Roald Dahl

Een goede manier om je te verdiepen in het schrijven van andere schrijvers is niet zo zeer precies het gedrag en de schrijfstijl analyseren, als wel je te verdiepen in de achtergrond van de betreffende schrijver, en dan vooral op de betekenis die deze achtergrond heeft gekregen voor de schrijver. Zijn echte gedachten, waarden en normen, overtuigingen, hoe hij zichzelf ziet, en zo voort. Biografieën die sappige verhalen vertellen zijn daarbij minder interessant als echte interviews, omdat de eerste vaak meer het overtuigingsfilter van de biograferende auteur weergeeft, terwijl de tweede zo dicht als mogelijk komt bij de wereldbeleving van de auteur.

In dit artikel, vindt je een aantal achtergronden, inzichten en gedachten die ik heb gevonden in de verschillende interviews die eenvoudig te vinden zijn op Youtube, voor Roald Dahl.

– “Zelden krijg je een goed idee. Een idee dat vervolgens de tijd mag krijgen om te groeien.”.
– “Het begint met een piepklein miniatuur zaadje van een idee; een microbe, een kiem. Schrijf het snel op omdat het anders, net als een droom, weer verdwijnt. En dan die kiem heel voorzichtig bekijken, laten ronddwalen, er aan snuffelen.”.
– Roald zat in zijn jeugd op een kostschool, waar hij veel inspiratie vandaan haalde voor Mathilda. Naast die school zat een snoepfabriek, die de kinderen van de school soms trakteerde om feedback te krijgen op nieuwe producten (inspiratie voor Sjakie en de chocoladefabriek). Zijn moeder vertelde hem Noorse mythen als bedverhalen waaruit hij karakterbeschrijvingen haalde.
– Roald vertelde bedverhalen aan zijn kinderen. “Als ze vragen om meer, dan heb je iets geraakt.”.
– Zijn meest genoemde belangrijke tip van een ander aan hem: “Voeg veel detail toe.”.
– Hij begon met korte verhalen, eerst autobiografisch en later fictie. Vervolgens ook kinderboeken.
– Gebruikt veel fantasie, met bedachte woorden. Creëert een intieme ‘wij’-sfeer met inside-jokes. Strijd tussen goed en kwaad, waarin kinderen voor zichzelf opkomen. Volwassenen zijn boeven. Veel snelle afwisseling, de ene pagina donker en zwaar, de volgende vol van (donkere) humor. “Wees grappig, grollig, scherts en gebruik kwinkslagen. Giechel.”.
– “Geniet en hou van de grappen die kinderen grappen.”.
– “Het moet opwindend zijn, snel, een goede plot, maar boven alles moet het grappig zijn.”.
– Hij werkte vierenhalf uur per dag. Dat deed hij in een afgeschermde ruimte, een kleine schuur in zijn tuin. Foto’s zijn te vinden op Google. “Volledig ondergedompeld in een fantasiewereld.”. In flow en intuïtief.
– “De karakters moeten interessant zijn. Ik maak ze interessant door karaktereigenschappen te overdrijven. Slecht is heel slecht, lelijk is superlelijk, aardig is superaardig. Geef de eigenschap een impact mee.”.

Beoordelen van een boek

Wanneer je een boek wilt beoordelen, dan kan je de volgende insteken (o.a.) gebruiken (is het wel of niet …):
Interessant, maakt nieuwsgierig, boeiend, mooi, herkenbaar, laat meeleven, begrijpelijk, spannend, bekend, grappig, ontroerend, opgewekt, sfeervol, werkelijk, belangrijk, waardevol, origineel, geloofwaardig, verrassend, snel, overzichtelijk, diepzinnig, fantasievol, aanvaardbaar, indrukwekkend, aangenaam, leerzaam, makkelijk, zet tot nadenken, griezelig, echt, kinderachtig.

Wil je ook ingaan op personages, dan zijn de volgende insteken mogelijk (wel of niet):
betrouwbaar, verlegen, zelfverzekerd, druk, gesloten, spontaan, achterdochtig, behulpzaam, actief, arrogant, slim, eigenwijs, gevoelig, heldhaftig, zachtaardig, haatdragend, driftig, angstig, gemoedelijk, autonoom, afhankelijk, sportief, eerlijk, zorgzaam, zorgeloos, gewelddadig, brutaal, kinderachtig, nerveus, lomp, gemeen, gelukkig, kalm, nieuwsgierig.

Viermachtenleer?

Tijden veranderen, en de invloed van informatie en duiding is zo groot dat er onderhand sprake is van macht.

Invloed en macht zijn andere dingen, maar wanneer iets veel invloed heeft dan heeft dat vanzelf ook macht. Door bewust invloed uit te oefenen krijg je veel macht.

Door foutief informeren (op alle mogelijke wijzen die de aspecten van informatiekwaliteit toelaat, zoals niet tijdig, niet volledig, etc.) is het mogelijk dat de uitvoerende macht zichzelf in stand houdt, en de wetgevende en rechterlijke macht naar zijn hand zet. Propaganda is een mooi schoolvoorbeeld daarvan. Landen als Rusland, China, Noord-Korea, zijn voorbeelden waar de uitvoerende macht door beheersing van informatie de volledige macht kunnen bereiken.

Is het zo dat in de trias politica wetgever, uitvoerder en rechtsprekende macht worden benoemd en gescheiden, zou ik willen pleiten voor een viermachtenleer, waarbij ook informatie als aspect wordt benoemd, en gescheiden van de overige machten. De vierde macht, de journalistiek, die een onafhankelijk controlerende en informerende (verslagleggende) functie heeft, is m.i. noodzakelijk voor een goede werking van een democratie.

Deze macht zou volledig moeten worden gescheiden van wetgever, uitvoerder en rechtspreker, volledig vrij moeten zijn om haar controlerende en informerende taak uit te kunnen voeren. Geen staatstelevisie, geen staatsmedia, volledig onafhankelijk van een der drie machten.

Schrijfoefening: Vrijheid van meningsuiting; wat wil je nou eigenlijk bereiken?

Vrijheid van meningsuiting, soms gebruikt als het excuus om maar een beetje ongefundeerde meningen en oordelen over anderen te spuien. Spuien, zonder luisteren. Zonder respect voor de ander is het toegestaan om met gestrekt been de discussie in te gaan, want jij hebt de vrijheid van meningsuiting. Nou, vraag ik mij dan af, wat wil je eigenlijk bereiken met je geroep? Je bereikt er namelijk niets mee, behalve dat er mensen tegenover elkaar staan en overtuigingen en verwensingen naar elkaar gaan slingeren. Een discussie zit er niet meer in want er wordt alleen maar geroepen en niet geluisterd. Een dialoog al helemaal niet.

 

Het is een opgave. Het is een teken van zwakte om met een roeptoeter je mening te moeten verkondigen. Kennelijk ben je niet in staat om je mening op een acceptabele manier over te brengen, en jij moet gehoord worden. Als een verwend klein kind, dat in de supermarkt op de grond ligt te schreeuwen omdat hij geen koekje mag. Verwende kleine kinderen zijn we. Waarbij sociale vaardigheden die je zou kunnen hanteren overboord slaan.

Schrijfoefening: Het verhaal van de oude boom

Ze denken dat ik een boom ben. Een oude boom. Een grote statige boom die enkel passief regen, wind en storm weerstaat. Maar ik ben veel meer dan dat. Slechts enkele mensen, en eekhoorns, kennen mijn geheim. Of eigenlijk is het geen geheim, maar een ongezien talent, mocht je het woord talent mogen gebruiken voor een vaardigheid die eigenlijk heel normaal is maar niet erkend doordat ze niet gezien wordt. Enkel als je het wilt zien zie je het. De meeste dieren en mensen willen of kunnen het niet zien omdat ze enkel naar het oppervlakkige kijken. Ze zien mij daar staan, takken die dansen met de wind, die meetreuren met de regen, soms breken in het ruwe spel dat ik met de storm speel. Mensen die de ogen gesloten houden voor wat zo overduidelijk is, en wel-zieners ridiculiseren door ze aan te duiden met termen als boomknuffelaars. Liefst uitgesproken op meewarige toon, zodat de boodschap van het belachelijke goed overkomt. En de meerderheid heeft gelijk, aldus de zwakken van geest die zich conformeren naar het sociaal gewenste gedrag zoals hun verwachting voorschrijft. Behalve de enkele vrije geest, die het contact weet te maken. En natuurlijk de eekhoorntjes.

 

De bomenknuffelaars, met alle respect uitgesproken, zien wel zoals het is. Ik zal u vertellen wat wij eigenlijk zijn, door een anekdote. Het is mijn tijd om mijn laatste herfst te beleven, terwijl de lente pas is begonnen. Ik geef u inzicht, de waarheid, het zijn zoals het is, ik geef u de werkelijkheid. Het grootste geschenk dat ik kan geven. Aan u om te luisteren en uw dissonantie te reduceren, hetzij richting wat is, hetzij richting uw gekoesterde illusies.

 

Ik sta hier nu drie eeuwen, en slechts een enkeling geeft mij de credits die ik verdien. Slechts een enkeling ziet mijn werkelijke bijdrage aan het zijn in het grote geheel. Slechts een enkeling heeft door hoe de blaadjes aan mijn ledematen elk geluid, elk licht en elke emotie in de omgeving opvangen. Hoe ik de kosmische energie kan richten en richt door mijn bladeren te keren opdat de energie die het heelal naar dit subjectieve centrum van het universum stuurt daar te richten waar ik wens. Slechts enkelen zien hoe wij koolstofdioxide uit de atmosfeer halen en zuurstof toevoegen om de energie zoals wij die ontvangen te maximaliseren, niet als een toeval maar wel in de betekenis die het werkelijk heeft: onze kracht en macht vergroten doordat we nog meer directe ruimtelijk kracht tot onze beschikking krijgen.  Mijn anecdote zal echter kleiner zijn, over meer directe invloed op de loop der dingen. Om uw vermeende denkkracht niet te veel op de proef te stellen, en u de reële kans te bieden om uw ongeloof uit te stellen, net lang genoeg om een sprankje licht tussen uw overtuigingen te laten schijnen. Zodat ik u een eerlijke kans biedt om tot inzicht te komen.

 

153 jaar geleden, zaten Adrianus en Jacobe samen op een picknickkleed onder mij te praten over wat ze samen hadden, en hoe ze dat verder wilden uitbouwen. Adrianus die heel romantisch het hof maakte aan Jacobe, en Jacobe die haar geluk niet op kon dat zij haar ware had gevonden.

Maar ik voelde het water in mijn bladnerven koken door de stemnuances in de stem van Adrianus. Hij was onoprecht. Hij veinsde. Hij huichelde. Ik werd er kromnervig van. Ik greep in. Ik stekte een sterke twijg in zijn hersenpan door deze, precies op het moment dat een kleine bries langs mijn bladeren gleed, hoog boven hem los te laten waarbij de bladeren de jonge tak qua functionaliteit tot een pijl promoveerden. Meer was niet nodig. Even was ik bang dat het te duidelijk zou zijn omdat de bries maar klein was, maar de betrokken mensen bleven het duiden als speling van het lot, in hun ware blindheid mijn speling niet ziende. Speling van het lot, nee, ik speelde met mijn loten. Haha! Jacobe haar oprechte reactie trok de kromheid weer uit mijn nerven. Het was goed. Zij mocht onwetend blijven over de ware intenties van de perfide Andrianus. Zij zou de rest van haar leven de meest dierbare herinneringen koesteren aan hem, in plaats van te ervaren dat haar droombeeldprins slechts als een glazen kerstbal uiteen zou spatten zodra hij zijn door de natuurkrachten gestelde doel, de zwaartekracht en de harde grond, zou bereiken. Het was perfect. Zelden zo een tevreden gevoel overgehouden aan een interventie. Zelden had het geheel zo een schoonheid. Vandaar dat ik deze anekdote aanhaal, nu na 153 jaar, als voorbeeld.

Schrijfoefening: Ontmoeting

Het is een mooie zomerdag. De zon schijnt warm op mijn armen, en terwijl ik de pedalen van mijn fiets met enige kracht beweeg voel ik hoe de snelheid mij met een warm briesje beloond. Het korte t-shirt bolt iets door de luchtstroom en verkort de toch al korte mouwen nog meer. Ik zie de overgang van mijn licht verkleurde huid naar het witte, te weinig zon krijgende deel van mijn bovenarm als ik even mijn blik afwend van de weg om iets meer aan te zetten. “Schone schijn.” glimlach ik, want ik zie in de verte de eerste wolken aankomen. Voordat ik vertrok vertelde Buienradar mij dat het over een half uur zal gaan regenen. Tijd zat, want over 20 minuten ben ik weer thuis, en ik geniet van de zon, de bries…

Ineens een druppel. Midden op mijn hoofd, zo voelen de haren die mijn hoofd bedekken mij. Niet een kleine druppel, maar zo een druppel zoals die tegenwoordig in de veel heftigere buien vergeleken met vroeger kan vallen. Voldoende groot om er aan te twijfelen of het wel een druppel is, zoekt deze zich na de landing op mijn kruin een weg naar mijn nek om daar te doen wat druppels doen: druppelen. Het kietelt een beetje, en met een lichte rilling geef ik de druppel de vrijheid om in mijn t-shirt opgenomen te worden. Dit is te vroeg, ik heb nog 18 minuten reken ik snel als ik heb gekeken op het hartslagklokje dat ik vorige week aan mijn stuur heb vastgemaakt. Pats, een druppel op mijn arm. Ik verbaas me over de kracht die de druppel toont door bij de landing uiteen te spatten in meerdere kleinere druppels, die allen zouden kunnen doorgaan voor regendruppels. De haartjes op mijn arm plakken in een cirkel met een doorsnee van ruim 5 centimeter vast aan mijn huid; mijn huid die op een prettige manier iets afkoelt, en eigenlijk op een comfortabele manier de druppel accepteert.

Dan gaat het los, zo maar, uit het niets. Een muur van water valt naar beneden. In een paar seconden stroomt het water door mijn haar, is mijn t-shirt tot op de draad nat, en zie ik hoe mijn broek glanst van het water, hoe het water een laagje vormt op mijn bovenbenen bij het ronddraaien van de pedalen, alsof de broek iets wordt uitgeknepen door mijn bovenbenen. Ik doorzie wat hier gaat gebeuren, ik ga helemaal wegspoelen. Ik voel nu al stroompjes water mijn schoenen inlopen.

Ik zie hoe een medefietspadgebruiker net naast het fietspad stopt om te schuilen onder een boom en ik glimlach over hoe onzinnig dat voor mij zou zijn. Ik zie hoe hij met wilde spoed probeert zichzelf te beschermen tegen het nat worden. Ik draai mijn hoofd af, om de regen op te vangen op mijn rug, en verbaas me over hoe veel water mijn broek al heeft opgenomen; ik zie hoe mooi zwart hij is geworden door het water, en wanneer mijn been omhoog wordt gerezen door het pedaal zie ik hoe er een spiegellaag ontstaat door het water dat uit de vezels wordt geknepen. Het is prachtig. Vanuit mijn ooghoek zie ik een obstakel op het fietspad; iemand die midden op de weg een poncho over zijn reeds natte kleren heen trekt. Licht wreed gelach ervaar ik van binnen over zijn gelag en probleemoplossend gedrag. Het heeft geen zin, het is goed zo. Hij kijkt even op, maar als een langskomende schaduw die geen gevaar voor hem of zijn fiets vormt keert hij weer naar binnen en strijdt verder. Mijn blik gaat weer naar beneden en ik zie hoe nieuwe riviertjes ontstaan op het fietspad. Het gaat echt hard. Mijn bril is nat, en de druppels zorgen er voor dat ik slecht zicht heb. Bijna euforisch stel ik vast dat ik geen vezel meer aan mijn lichaam heb die ik zou kunnen gebruiken om het overtollige water van de glazen af te nemen. Met mijn hoofd gebogen kijk ik dan maar over de rand van mijn bril in de verte om op de komende rotonde schaduwen te ontwaren die wellicht beter zijn om te ontwijken.

Een auto stopt en geeft voorrang. Iemand met een bril kijkt neutraal hoe ik voor haar langs ga, als ze even zicht heeft dank zij de ruitenwissers. Ik stel me voor hoe haar rechterbeen gestrekt op het rempedaal drukt, en vraag me af of ze me ook voorrang zou geven wanneer ze het niet had, hier, gewoon uit een soort compassie voor iemand die tot de naad nat is waar zij in de herrie van de voorraamblower in elk geval droog is. Misschien omdat ze genoeg tijd heeft, want wanneer zij straks door deze bui 5 meter vanuit haar auto naar een voordeur moet lopen… Ik zie de onzinnigheid van al dan niet voorrang geven, nat ben ik al en even wachten zou alleen betekenen dat nieuw water het oude vervangt.

Ik ben benieuwd of mijn handremmen, met van die knijpblokjes wel goed werken in deze nattigheid. Ik probeer iets af te remmen, en op een rare manier ben ik opgelucht dat de fietsenmaker wat bredere blokjes heeft gemonteerd zodat ik net voor de rotonde waarschijnlijk op tijd had kunnen stoppen als ze me niet gezien had.

En toen, toen zag ik jou. Eerst in mijn ooghoek, een schaduw die bewoog in een kruisende beweging, van rechts, op ramkoers. Om je intenties te controleren en mijn respons voor te bereiden bewogen mijn ogen zich richtende naar jou. Ik zag je hond die losliep, als een keurig afgerichte hond, een meter links voor je, je zwarte laarzen, terwijl mijn ogen verder omhoog gingen, een strakke spijkerbroek, een haltertruitje en je blote armen, en een geweldige lach rond je lippen, midden tussen je verwaterde haren. Die lach maakte dat de tijd even stil stond. Wat een kracht, wat een zelfverzekerdheid, wat een vertrouwen, wat een geweldige uitstraling zag ik in jou. “Wat een KUTweer!” riep je met een lach, en je keek me recht aan, open en als twee bondgenoten in dezelfde situatie. Mijn grijns deed pijn in mijn mondhoeken als ik pijn zou kunnen voelen. Alles stond stil bij mij, mijn gedachten, mijn gevoelens, mijn waarneming, enkel jouw lach op jouw iets naar rechts hellende gezicht (voor de kijkers links). Ik weet niet of ik nog iets heb gezegd, of dat ik het heb gelaten bij het geven van ruimte aan mijn tanden van oor tot oor. Ik heb nog nooit zo iets moois gezien als jij, daar in de regen. Ik heb nog nooit een contact en verbondenheid gevoeld zoals daar.

Nu is het drie maanden verder. Ik koester jou en het moment dat daar was. En ik weet niet of jij hetzelfde had, of niet. Het maakt niet uit, want ik doe gewoon alsof het wel zo is. Wij samen, twee mensen in de regen, die genieten van de stompzinnigheid van de situatie. Een top-3 moment dat, zo hoop ik, altijd bij me zal blijven.

Schrijfoefening: waarheen, waartoe

“Waar kom je vandaan?” vroeg hij aan me. Tja, waar komt iemand vandaan? Waar gaan we naartoe? Wie zijn we? Wat zal het kader zijn waarbinnen dit gesprek verder gaat? Welke richting wil ik het opsturen? Wat zou het niveau zijn dat die ander aankan?

Genereus laat ik zien dat ik vertrouwen heb in hem. “Ik kom uit een diep dal. Ik ben net twee jaar weer aan het klimmen, omhoog, en krijg de dingen op de rit.”. In stilte wacht ik op een reactie.

Een vlieg komt van de linkerkant naar mijn wang, gevangen in mijn ooghoek. Irritant komt hij dichterbij, op onderzoek of ik een goede plek ben om maden in te kweken. Nou, nee, nog niet, al had het niet veel gescheeld.

Ik laat mijn blik weer gaan naar de ander, die poogt een antwoord te vormen gezien mijn iets ongemakkelijke gefriemel met zijn vingers… Diplomatiek, recht voor zijn raap, wat zal het dit keer zijn..? Ik wacht af, en laat mijn blik gaan naar zijn hals waar een net te grote ketting van goud een groenig amulet tegen het vallen beschermt.

Het blijft nu wel erg lang stil. “Sorry, maar ik ben even kwijt waar we het over hebben.” zegt hij vervolgens. “Ik kan me niet zo lang concentreren, en mijn korte termijn geheugen, dat gaat niet zo goed…”.

Social media

Sociale media monitoren met het bewerken en volgen van statusupdates, reacties (en ook met bijvoorbeeld tracking pixels) je bewuste en onbewuste communicatie. Daarmee weten ze sneller dan jijzelf waar je interesse in hebt, en welke keuzes je gaat maken. Ze kunnen kijken door het muurtje dat je gebruikt; ze kennen je zielenroerselen voordat je het zelf bewust wordt.

Ze weten hoe je werkelijk in je relatie staat, ze weten wat je werkelijk van je vrienden vindt, ze kennen je geheime liefdes ook al heb je het zelf nog niet door. En, vice versa… Ze weten welke invloed jij hebt op anderen, ze weten wat je vrienden van jou vinden, ze weten hoe je partner in de relatie staat, ze weten wie een crush op jou heeft.

De schil die je gebruikt om jezelf te laten zien aan de buitenwereld, bestaat niet voor deze social media bedrijven. Zij kennen je kern, je werkelijke ik, misschien wel beter dan jezelf.

Schrijfoefening: de waterkoker

Thee, eindelijk thee. Thee geeft rust, thee geeft kracht, thee maakt me sterk om de dingen breder te zien, om er weer tegenaan te kunnen. Ik voel hoe het handvat kracht uitoefent om de waterkoker te laten kantelen in mijn hand, en ik hoor het klikken van de deksel en vervolgens het bruisende water dat de waterkoker vult. Het gaat als vanzelf, zo gewend ben ik er aan. Gewoon even vullen, klikken en klaar. En makkelijk, er kan veel in; genoeg om een ruime theepot ineens te zetten. Ik zet de waterkoker weer in zijn houder en als automatisch klik ik de knop om. Ik frons even als ik het bekende lampje mis, ik til even de koker op om hem te ontgrendelen, en plaats hem opnieuw om vervolgens opnieuw het knopje om te zetten. Kut, hij doet het niet merk ik. Ik kijk naar het stopcontact en zie dat de stekker er in zit, en probeer het nogmaals. Ik merk niet eens hoe ik ondertussen tegen mezelf begin te praten: “Kloteding, geef mij mijn rustmomentje”, “Niet nu”, “Altijd hetzelfde hier in huis”, “Kan er nu niets goed gaan”, en ongemerkt vormt mijn gevoel zich in overeenstemming met mijn dialoog. Frustratie, desillusie, irritatie, in de steek gelaten en alleen zijn de gevoelens die strijden om de boventoon, en waarvan ik denk dat het mijn echte gevoel is terwijl het eigenlijk mijn denken is dat deze gevoelens oproept.

Binnensmonds trekken mijn spieren zich samen om vloekwoorden uit te gaan spreken, maar ik hou me in en pak een pan om het water op het fornuis te koken. Stom gedoe, moet ik het weer zelf doen, mag ik dan niets verwachten. Hulpeloos en onbewust laat ik me ongemerkt door mijn stemmetje terug in mijn wereldje trekken waar het veilig is, en waar de boze buitenwereld mij niet kan zien, niet bij kan. Als het water kookt, giet ik de thee op, en neem namokkend een kop. Het geeft niet de rust waar ik op gehoopt had.

’s Middags ga ik op zoek naar een nieuwe waterkoker. Balend van de tegenslag, bekijk ik met kritische ogen het aanbod. Te klein, lelijk, te onhandig, gevaarlijk, te duur… Ik besef me nu pas terwijl ik me oriënteer hoe fijn mijn oude waterkoker eigenlijk was. Hoe ik gewend was aan zijn eenvoudige werking, hoe goed we samen een team vormden. Uiteindelijk, ik had er toch een nodig dacht ik, koos ik er maar eentje. Ik weet niet eens maar om welke reden ik nou die specifiek koos, het maakte me allemaal niet meer uit. Raar, hoe dat soort ontdekkingen pas boven komen als je het gewone kwijt bent en mist.

Moedeloos, en met tegenzin, plaatste ik de nieuwe waterkoker op het aanrecht. Daar moet ik het dan maar mee doen. Ik wil ruimte maken dus eerst de oude opruimen voordat ik de nieuwe waterkoker uitpak. Ik haal de stekker uit het stopcontact, en het licht gaat uit. Verbaasd kijk ik naar de stekker, en doe hem weer in het stopcontact waarop het licht weer aangaat. Langzaam dringt het tot me door dat ik niet goed heb gekeken. Ik had wel aan de stekker gedacht, maar ik had het te snel aangenomen dat de basis, de elektriciteit goed was. Ik verwissel de stekkers zodat de waterkoker weer spanning krijgt, en controleer de werking. Hij doet het nog gewoon, net als altijd. Alleen in mijn gezichtsveld, in mijn eigen wereldje deed de waterkoker het niet. Zoals zo veel zaken niet werken als je de basis niet op orde hebt. Gelukkig kwam ik er op tijd achter, anders zat ik nu met een waterkoker die niet bij me paste, een tweede keuze, in plaats van mijn eigen ondergewaardeerde waterkokertje. Vrijwel gedachteloos had ik ondertussen weer thee gezet, en door de basis weer op orde te hebben kwam de rust en de kracht weer vanzelf terug.

Schrijfoefening: Tijd

Ik voel hoe het oortje van mijn witte theekopje net niet goed past om mijn wijsvinger. Gedachteloos verplaats ik mijn duim om iets meer zekerheid te krijgen dat de hete thee de weg van de tafel naar mijn lippen met succes kan afleggen. De klok tikt alsof het negen uur is, en vraagt aandacht. Terwijl ik proef dat het te veel aan suiker de subtiele jasmijnsmaak verdringt span ik mijn oogspieren om mijn ogen te richten op de tijd. 5 voor 9.

Nog vijf minuten voordat het negen uur is. 300 seconden. Dat gaan ze niet meer redden, denk ik. De blijheid die ik voelde toen we 9 uur uiterlijk afspraken, zakt als een warme smeltende marshmallow richting mijn schoenen, en daar aangekomen vloeit het door de rubberen zolen van mijn slippers, alle motivatie met zich meeslepend. Ik had me er op verheugd, en verwacht dat afspraak ook afspraak is. 3 voor negen. 180 seconden. Tellen, 179, 178, 177…

Hoor ik daar wat? Ik kijk door de vuiligheid die aan de buitenkant van het raam zit, en zie in mijn ooghoek hoe een bruine, vrij grote vogel landt in het gras, en met zijn snavel snel iets pakt, om vervolgens met een paar slagen van zijn gesperde vleugels achter het hek te verdwijnen, terwijl de wind mijn ooghoek bezig houdt met wuivende bamboe, of zo. Een soort alertheid verliest terrein. Ik draai mijn hoofd weer naar binnen, mijn aandacht voor me, ik span de spieren in mijn nek en hals om langzaam nee te schudden, terwijl de spieren in mijn gezicht de lippen in een verwrongen afkeuring persen. Ik kijk op, naar de klok, en kan hem niet zien omdat mijn bril niet meebeweegt. Moeizaam alsnog beweegt mijn bebrilde hoofd in de positie zodat het hulpmiddel om te zien zich tussen mijn ogen en de klok nuttig maakt. 09:00 uur.

Zie je wel, denk ik. Altijd weer hetzelfde. Verwachtingen omhoog, diepere dalen. Ik voel een soort machteloze teleurstelling in golven opkomen, en dein er in, probeer mee te bewegen om het gevoel te versterken alsof ik wil bewijzen dat ik gelijk heb. Ik sta op, trek mijn jas aan, en ga naar buiten. Het maakt niet uit waarheen, maar even weg van hier, verdwijnen uit het hier en nu. Het is tijd.

Schrijfoefening: Reizen

Je zou
vrij
kunnen
bewust zijn
dat je,
wanneer je
telkens,
automatisch,
een stap verder
gaat
en
je gevoelens
rijzen
steeds meer
weg van mij.