Schrijfoefening: Lekkers

Verward keek ze op. Had hij dat nu echt gezegd? “Ik heb wel trek in iets lekkers…”. Ik wist wat hij bedoelde, en vond het heel raar dat hij zoiets zei. Ongemakkelijke gevoelens kwamen naar boven, scenario’s met alle verschrikkelijke dingen die zouden kunnen gebeuren schoten aan mijn ogen voorbij. Ik had niet eens de tijd om het bij mezelf te houden, als reflex reageerde ik oppervlakkig ontspannen:. “Nou, ik niet.”. En ik wachtte gespannen op zijn reactie, en dwong mijn ogen om hem niet aan te kijken. En terwijl ik zag hoe we langs een snackbar reden besefte ik me dat mijn waarheid niet de realiteit is. “Nou, dan eet ik straks wel wat.”, zei hij. Soms kan je wel door de grond zakken.